Een probleem is niets anders dan een doel dat je nog niet gehaald hebt.
Hoofdstuk 1 D
us je hebt die baan als leraar toch gekregen’, constateerde Robert op een toon waar trots in doorklonk. Zonder Tim aan te kijken, nipte hij tevreden glimlachend van zijn biertje. Tim zag de voldoening op het gezicht van zijn mentor. Dat zei hem dat Robert deze stap in Tims carrière goedkeurde. ‘Ja, dankzij jouw hulp’, zei Tim gul. Hij hief zijn koele glas in een stil gebaar van waardering. Hij genoot van de avondzon in de achtertuin van het echtpaar Willems. De zorgvuldige hand van Roberts vrouw was in alle details van deze oase van rust terug te zien. Ooit hoopte hij zelf zo’n rustgevend plekje te hebben om zich terug te kunnen trekken na een hectische werkdag. ‘Onzin’, berispte Robert hem. ‘Niet zo bescheiden. Denk niet dat ik hierin een hoofdrol heb gespeeld. Als Paul je niet geschikt vond, zou je die baan echt niet gekregen hebben. Paul is wars van kruiwagentjes en vriendjespolitiek.’ Hij keek nu streng opzij. ‘En bovendien, je zult jezelf moeten bewijzen, dat weet je.’ Zijn gelaatsuitdrukking kreeg een vaderlijk trekje toen hij eraan toevoegde: ‘Ik weet dat jij dat kunt.’ Tim glimlachte toen hun blikken elkaar in een moment van verstandhouding vonden. Robert kende hem beter dan welke persoon ook op deze aardbol. Zijn vertrouwen in hem deed hem goed. Het bevestigde zijn beslissing om te gaan werken op de Bijbelschool De Groene Akker. Deze was gevestigd in Biesterlo,
15
een rustig gelegen dorp in het Gelderse boerenlandschap. Robert Willems was daar meer dan tien jaar directeur geweest. Een paar jaar geleden had hij het stokje doorgegeven aan de huidige directeur, Paul Timmermans, en was hij met pensioen gegaan. Tim had Paul voor het eerst ontmoet tijdens een weekend voor singles, eerder dit jaar in maart. Zijn toespraak op dit weekend, dat gehouden werd op de Bijbelschool, had blijkbaar gunstig uitgepakt bij zijn sollicitatie. ‘Ik zal mijn beste beentje voorzetten, zodat ik aan je hoge verwachtingen kan voldoen, dat beloof ik’, zei hij met een lachje. ‘Het is je geraden’, zei Robert minzaam. ‘En nu, wat ga je tot aan het nieuwe schoolseizoen doen?’ Hoewel Tim pas eind augustus verwacht werd voor de lessen, had hij besloten al eerder naar Biesterlo te verhuizen. De verhuizing lag net achter hem, maar Tim zuchtte bij de gedachte aan alles wat er verder nog op hem af kwam. ‘Voor mij zit er geen vakantie in dit jaar, ben ik bang.’ ‘Het is nu nog maar begin mei, je hebt toch nog meer dan genoeg tijd tot aan het nieuwe seizoen?’ Roberts stem klonk verbaasd. Natuurlijk, hoe kon hij ook weten wat er allemaal op Tims agenda stond voor de komende maanden. ‘Ik heb helaas een overvolle planning’, zuchtte Tim. ‘Ik moet voor het komende cursusjaar readers samenstellen voor de vakken die ik ga geven. Verder is de agenda gevuld met spreekbeurten door heel het land en ben ik gevraagd voor verschillende zomerconferenties. En dat terwijl ik me zo had voorgenomen deze zomer aan mijn boek te gaan werken. Paul heeft namelijk toegezegd het onder beheer van de school te gaan uitgeven, mits de inhoud hem overtuigt. Maar vanaf september zal ik weinig tijd hebben om te schrijven, dus mijn idee is dat ik het grotendeels kan afronden voor het schoolseizoen begint. Maar of me dat lukt, bij alles wat ik net noemde …’
16
Mismoedig nipte hij van het bittere bier van het favoriete merk van zijn gastheer. Robert keek hem nadenkend aan. ‘Waar zie je het meest tegenop, als je naar het werk kijkt dat voor je ligt? En waar krijg je energie van?’ Tim glimlachte. Robert wist altijd precies hoe hij moest doordringen tot de kern. Dat was al zo in de tijd dat ze elkaar beter leerden kennen. Tim, als onhandelbare tiener, die ging logeren bij ‘oom Robert’, de beste vriend van zijn vader. Robert dreef hem met zijn prikkelende vragen vaak in een hoek en kreeg hem daarmee waar hij hem hebben wilde. Dat zijn vaders besluit om hem uit logeren te sturen had bijgedragen aan zijn welzijn, had Tim pas beseft na zijn vaders vroegtijdige dood. De hulp van Robert was toen onmisbaar, aangezien Tim al op zijn zestiende wees werd. Inmiddels was Robert uitgegroeid tot de meest invloedrijke persoon in zijn leven. Hij had Tim overtuigd van zijn roeping tot spreken en had hem gestimuleerd om theologie te gaan studeren. Robert had ook de vaste overtuiging dat Tim de uitdaging van het leraarschap, die nu voor hem lag, aankon, ondanks zijn relatief jonge leeftijd van 28 jaar. Hij deed alsof hij lang moest nadenken over de vraag die hem was gesteld, maar in werkelijkheid voelde hij schroom om Robert te antwoorden. Er was inderdaad iets wat hij als een energiezuiger beschouwde. Robert keek hem aan door zijn ronde brilletje met dikke zwarte randen dat hem, samen met zijn schrandere lachende ogen, een jeugdige uitstraling gaf. Zijn grijzende, dunner wordende haar en de rimpels in zijn gezicht verraadden evenwel genadeloos zijn werkelijke leeftijd van 68 jaar. Zoals altijd doorzag Robert hem meteen. Hij zou niet loslaten tot hij het wist. ‘Nou, zeg het maar?’
17
‘Oké, je wilt weten wat mijn energiezuigers zijn’, begon Tim, en hij besloot het voor hem gevoelige onderwerp toch aan te snijden. ‘Wat dacht je van de ononderbroken stroom aan emails die ik krijg van voornamelijk vrouwelijke toehoorders? Ik kan er niet meer tegen om geconfronteerd te worden met aanvallen op mijn stelling dat ongehuwd zijn een roeping voor het leven kan zijn. Deze dames willen stuk voor stuk horen dat ooit de prins op het witte paard alsnog voor de deur stopt. Naar argumenten die daartegenin gaan, willen ze niet luisteren.’ Hij zuchtte gefrustreerd. Robert fronste zijn wenkbrauwen en liet een korte stilte vallen, waarschijnlijk om Tim het idee te geven dat hij over zijn respons moest nadenken. Maar Tim wist wel beter. Ze hadden het al eens eerder gehad over de kritiek die hij kreeg op zijn opvatting over het alleen gaan. Bovendien was Robert een uiterst scherpe en snelle denker en stak hij zijn mening niet graag onder stoelen of banken. ‘Ik denk dat als je iets zegt wat tegen de algemene opvattingen ingaat, je altijd kunt rekenen op kritiek’, zei Robert diplomatiek. ‘Men luistert het liefst naar iets wat men wil horen. Maar juist een alternatieve mening zet ons aan tot zelfstandig denken en daarom is wat je vertelt zo waardevol als aanvulling op hetgeen we al menen te weten. Trouwen is nu eenmaal de norm. Ongehuwd blijven is daarom voor veel vrijgezellen geen keuze, maar een ongewenst feit. Voor deze groep zijn jouw woorden als zout in de wond. En daarbij: vergeet niet dat er tussen die vrouwen een gedeelte zit dat hun zinnen op jou persoonlijk heeft gezet. Hoeveel ongehuwde geestelijk leiders ken jij in christelijk Nederland? En als ze er dan ook nog eens zo goed uitzien als jij, tja, ik kan het ze niet kwalijk nemen.’ Een ondeugend lachje speelde rond Roberts lippen. Tim voelde
18
dat hij kleurde en wist niet hoe hij moest reageren. Hier had hij dus geen zin in. Hij wist maar al te goed dat er vrouwen waren die hem wilden ontmoeten en een pastorale vraag gebruikten als opstapje naar een soort afspraakje. En sommigen waren daarin niet erg subtiel. Dat soort e-mails beantwoordde hij bij voorkeur niet, hoewel het hem soms wel een gevoel van wroeging bezorgde. Want was hij de juiste persoon die zo’n vrouw moest beoordelen op haar motieven? Wat als hij hen verkeerd beoordeelde? Ergens was hij gewoon laf dat hij de confrontatie niet aanging. De vele e-mails bleven nu al maanden onaangeroerd en wachtten tot hij er ooit iets mee zou gaan doen. Weggooien was daarbij wel de aantrekkelijkste keuze, maar het was niet wat God van hem vroeg. ‘Oké, dat is dus een van je energievreters. Wat nog meer?’ Tim haalde opgelucht adem. Ander onderwerp. ‘Het vele papierwerk voor de readers. Als ik op een rijtje zet wat ik aan stukken gekregen heb van mijn voorganger en wat ik zelf nog heb, zie ik door de bomen het bos niet meer. Ik zou een administratieve duizendpoot als assistent aan moeten nemen, die ook de benodigde Bijbelkennis heeft, om de informatie te selecteren, te rangschikken en samen te voegen. En wat dacht je van de uitdaging om het ook nog in de nieuwe huisstijl van de school te gieten? Voor wat betreft die e-mails: iemand die pastorale tact en afstand kan bewaren, zou een enorme last van mijn schouders halen als ik het beantwoorden van de e-mails aan hem zou kunnen overlaten. Maar ik wil niemand belasten met deze klus. Soms word ik beroerd van wat mensen denken me te moeten schrijven, omdat ze menen dat ik misleid ben. En van andere berichten krijg ik rode oortjes, als je snapt wat ik bedoel. Daar kan ik met goed fatsoen geen buitenstaander mee opzadelen.’ Hij trok een gezicht naar Robert die hem op zijn bekende ma-
19
nier rustig zat te observeren en zichtbaar geamuseerd zijn woorden in zich opnam. ‘Je schetst een helder beeld van de situatie. En waar krijg je energie van?’ Tim voelde zijn mondhoeken als vanzelf opkrullen. ‘Als ik kan schrijven uiteraard. Ik heb het idee voor vijf hoofdstukken al in mijn hoofd en alles in mij roept om tijd en rust, zodat ik die kan opschrijven. Ik heb er weleens aan gedacht om mijn wekker om vijf uur te gaan zetten, maar ik merk dat ik van slaapgebrek chagrijnig word. Ik wil ook mijn uren met God niet inleveren voor het schrijven. Dat zou mezelf niet ten goede komen en het boek ook niet.’ ‘Dat zou ik denken met alles waar jij jezelf voor gesteld ziet. Zorg goed voor jezelf, neem op tijd rust. Eet en drink verantwoord en begin de dag met Bijbellezing en gebed’, antwoordde Robert op vaderlijke toon. Er viel een stilte. Tim gaf Robert uiteraard gelijk, maar kon geen oplossing bedenken voor zijn energiezuigers. De vogels in de tuin zongen vol overgave en Tim kreeg ineens de geruststellende gedachte dat God voor hem net zo zorgde als voor de mussen in het veld. Hij schoof in de tuinstoel iets opzij, zodat hij de man naast hem beter kon zien. Zijn mentor bleef namelijk verdacht stil. Er trok een grijns over Roberts gezicht, die duidelijk maakte dat hij iets aan het uitbroeden was. Tim wachtte in stilte af. ‘Ik denk dat ik iemand ken die precies de aangewezen persoon is om je te helpen’, zei Robert raadselachtig. Hij schonk Tim een scheef lachje. ‘Bied jij mij je hulp aan?’ vroeg Tim ongelovig. Onmogelijk. Hij wist dat Robert zichzelf, sinds zijn pensionering, gestort had op zijn passie, namelijk het schrijven van studieboeken waarvoor een vaste groep geïnteresseerde lezers bestond. En bovendien
20
hadden hij en zijn vrouw deze zomer een reis naar Amerika gepland, waar een van hun dochters woonde. ‘Ik?’ zei Robert met een verbaasd lachje, waardoor Tim besefte dat deze veronderstelling onjuist was geweest. Robert schudde zijn hoofd. ‘Nee, ik heb iemand anders op het oog. Er werkt op de Bijbelschool ene Esther de Graaf. O nee, ze is inmiddels getrouwd, dus ze heet nu waarschijnlijk anders. Ik ben nota bene op haar bruiloft geweest ...’ Robert trok een denkrimpel, waarbij hij met de vingers van zijn rechterhand knipte om aan te geven dat hij probeerde op de naam te komen die hij zocht. ‘Stom zeg, dat ik nou niet op haar huidige achternaam kan komen’, zei hij nors. Tim wist dat Roberts geheugen hem weleens in de steek liet bij namen. Met het klimmen der jaren was dat onvermijdelijk. Maar Robert kon niet omgaan met zwakte en zeker niet als het ging om zijn ijzersterke geheugen, waar hij altijd trots op was geweest. ‘Ik weet dat haar man op de grote vaart zat. Ik had te doen met het meisje. Hij is regelmatig maanden van huis. Hoe heette hij nou toch …’ peinsde hij en maakte uiteindelijk een gebaar van overgave. ‘Maakt niet uit … Het enige wat je moet weten is dat ze in de bibliotheek van de Bijbelschool werkt. Esther denkt analytisch en ze heeft genoeg kennis in huis waarmee ze je van dienst kan zijn bij het herschrijven van je readers. Ze heeft enkele jaren geleden de pastorale cursus gevolgd die gegeven werd op de Bijbelschool, iets wat zou kunnen helpen bij de e-mails van die dames. Dat ze een vrouw is en de tact en wijsheid bezit die nodig zijn bij deze klus is een voordeel. Ik zou haar die taak wel toevertrouwen. Daarnaast is ze administratief een uitkomst. Ze heeft mij en mijn secretaresse in tijden van drukte veel werk uit handen genomen, iets waar ik haar tot op de dag van vandaag dankbaar voor ben. Uiteraard zul je dit zelf moeten bespreken
21
met Paul. Maar ik denk dat hij het prima zal vinden dat je haar vraagt om te helpen.’ ‘Wat je over haar vertelt, klinkt goed’, dacht Tim hardop. ‘Ik bespreek dit met Paul en vraag of deze Esther bereid is mij te helpen. Helaas heb ik nu niet zo veel financiële speelruimte, maar misschien kan ik beloven haar met mijn eerste salaris in september tegemoet te komen. De verhuizing naar Biesterlo betekent een aderlating voor mijn spaargeld, dat snap je wel.’ Robert keek hem aan met een vaderlijke blik. ‘Waarschijnlijk zal Paul je tegemoetkomen, als het om het lesmateriaal gaat. En jongen, maak je niet druk om je financiën. Zeg me wat voor bedrag je nodig hebt en ik schiet het je voor. Ik weet dat je me terugbetaalt. Dat heb je met alle leningen gedaan die ik je in het verleden verstrekt heb, dus dat zal ook nu geen probleem zijn.’ Tim werd warm van het joviale aanbod van zijn mentor. Zijn vader had geen voorzieningen voor zijn zoon getroffen, dus na diens dood was het gespaarde geld verdampt door de kosten van de uitvaart en de successierechten. Als Robert hem in die tijd niet geholpen had, was er van studeren nooit iets terechtgekomen. Tim was hem op meerdere vlakken veel verschuldigd en hij wist Roberts adviezen naar waarde te schatten. Misschien dat dit idee goed uit zou pakken. Hij zou er zeker met Paul over gaan praten.
22
6 mei Als gebiologeerd keek hij naar het vlammetje, dat zachtjes meedeinde op het briesje. De maan kwam achter het wolkendek vandaan en gaf hem zicht op de situatie achter het ontbrekende ruitje, dat waarschijnlijk jaren geleden al uit de sponning was gevallen. Niemand had ooit de moeite genomen om het te vervangen. Waarom ook. Hoeveel minuten waren er inmiddels verstreken sinds hij hier stond? Vanaf deze plek kon hij ervoor kiezen om de kaars eenvoudig te doven en de fles te laten verdwijnen. Niemand zou het te weten komen. Een andere mogelijkheid was om gewoon af te wachten. Deze keuze gaf hem een vreemdsoortig gevoel van macht. Diep vanbinnen raakte hij opgewonden bij het idee van de brandende schuur die hij op een veilige afstand zou bekijken. Een goede brand kon urenlang aanhouden. Vaak wist je niet wie het zou winnen. De brandweer, die alles inzette om de brand te bestrijden, of de razernij van de vlammenzee. Zijn eigen beslissing in deze brand zou niets uitmaken. Het zou een kwestie van tijd zijn en dan zou het opnieuw gebeuren en daarna weer. De drang was te sterk. Zou iemand zich echt druk maken om die oude schuur? Met deze wind en de staat van het droge hout zou er uiteindelijk niets van overblijven, dat wist hij zeker. Het schoolgebouw zou niet in gevaar zijn, de schuur lag op een afgelegen stukje van het terrein. Hij vroeg zich af hoelang het zou duren voordat het papier waarmee de kaars in de fles vastgezet was, vlam zou vatten. Hierna zou het snel gaan; als het vuur het stro en de proppen naast de fles bereikte, was het te laat om in te grijpen. De luchtstroom die door het ingeslagen raam streek, liet de vlam kante len richting een uitstekend strootje. Misschien vijf minuten, misschien nog minder en dan ‌ Hij deed een stap achteruit en hield zijn hoofd schuin om het geluid dat op de wind werd meegedragen, op te vangen. Hij twijfelde even, maar hij had het goed gehoord. Een sirene. Iemand had alarm geslagen. De
23
dorpsbewoners waren overgevoelig geworden door de branden van de af gelopen maanden en liepen wacht. Hijzelf had de vlam immers vanaf de weg al gezien, en het was iemand anders dus ook opgevallen. Zijn aandacht werd getrokken door het schijnsel achter het kapotte ven sterglas. Het vuur laaide op en vrijwel meteen likten de vlammen aan het houtwerk. De lampolie, waarmee de ruimte doordrenkt was, deed haar werk. De spanning van de afgelopen minuten viel van hem af; de beslissing werd hem uit handen genomen. Hij wankelde even naar achteren, her stelde zich en zette het op een lopen. Bij het hek minderde hij vaart en dook de struiken in, want het geluid van de sirenes nam in sterkte toe. Daar bleef hij verdekt opgesteld staan en zag dat de brandweerwagen stopte. Toen hoorde hij het snerpende geluid van de doorslijpmachine, die in contact kwam met het metaal van het hek van de school. Het slot zou de brandweer maar heel kort oponthoud geven. In gebukte houding wachtte hij tot de TAS1 van de brandweer van Old weerd het terrein van de school opdraaide. De sirenes waren inmiddels verstomd, maar het blauwe schijnsel van de zwaailichten maakte hem niet onzichtbaar, mocht hij door het hek willen wegglippen. Hij keek door de struiken richting de schuur. Blijkbaar was het ver molmde hout gortdroog, want de vlammen schoten al uit het dak en het gebouw was veranderd in een reuzenfakkel. Ervoor zorgend dat hij uit het schijnsel van de zwaailichten bleef, liep hij verder de struiken in, richting het duister, onherkenbaar voor de mannen die waren uitgestapt. Hij hoorde de rolluiken openschuiven en de eerste slang afrollen, onder steund door een geroutineerd overleg van de mannen. Er verschenen meer brandweerwagens; er was uit voorzorg hoog opge schaald. Biesterlo had de afgelopen maanden prioriteit gekregen. Ongezien kroop hij door het gat in de afrastering, een eind weg van het ingangshek. De straat liep langzaam vol met buurtbewoners. Heel 1 TAS: Tankautospuit, standaardvoertuig van de brandweer
24
natuurlijk en onopvallend mengde hij zich tussen de groep nieuwsgieri gen en kwam dichterbij, om vooral niets van het blussen van de brand te hoeven missen.
25