Skip to main content

deschatvangravensteijnad

Page 1

1. Nog een schat? ‘Hé, hebben jullie dat gedicht goed gelezen?’ Floris draait zich om naar de anderen. Ze staan met hun fietsen in de hand bij het politiebureau. ‘Het gedicht?’ vraagt Carlien. ‘Ja, natuurlijk. Maar ik ben nog even een beetje dizzy van alles wat er is gebeurd. Ongelooflijk. Eerst die ontvoering van De Graaf. Dan vinden we hem en vinden jullie de schat van Gravensteijn in Jesses huis. Het lijkt wel een droom.’ ‘Ja, maar heb je dat gedicht gezien?’ ‘Ja, en dat we nu ons huis niet uit hoeven’, zegt Jesse. ‘Dat kan ik ook bijna niet geloven. Mijn ouders zijn jullie echt superdankbaar. En ook bedankt dat ik nu … nou ja …’ Jesse kijkt een beetje verlegen. ‘Dat je bij de club hoort’, zegt Carlien. ‘Zo is het.’ Jesse knikt. ‘Hé, luister nou eens naar me! Dat gedicht!’ herhaalt Floris ‘Er is nóg een schat!’ ‘Wat? Wat zeg je?’ zegt Carlien. ‘Nog een schat?’ ‘Ja’, knikt Floris. ‘En je hebt geen gelijk.’ ‘Ik geen gelijk?’ zegt ze. ‘Dat kan bijna niet. Leg uit.’ ‘Jij zegt dat we de schat van Gravensteijn hebben gevonden.’ ‘Niet dan? Hoe wil je het anders noemen?’ ‘Een schat van Gravensteijn. Maar niet de schat.’ Het is even stil. Carlien, Jesse en Sven kijken Floris verbaasd aan. 9

Valkenier_dl5bw_def.indd 9

02-08-11 20:40


‘Bedoel jij te zeggen dat …’ begint Sven. ‘Dat er nog een schat is?’ valt Carlien hem in de rede. ‘Juist’, knikt Floris. ‘Dat is wat ik wil zeggen. De hele tijd al, maar jullie luisteren niet. We zijn er nog niet. Er is nog een schat. Misschien wel een veel waardevollere schat dan die we gevonden hebben.’ ‘Maar hoe kom je daarbij?’ zegt Jesse. ‘Het gedicht, zeg ik toch? Laten we eerst naar huis fietsen. Dan zal ik jullie uitleggen wat ik bedoel. Maar één ding: praat er met niemand over! Die ontvoerders van De Graaf mogen dit niet te weten komen!’ Bij die laatste opmerking kijkt Carlien even om zich heen. Het pleintje voor het politiebureau ligt er rustig bij. Twee oudere dames, een hondje, iemand die zit te bellen in zijn auto. ‘Kom op’, zegt Floris. Hij springt op zijn fiets en rijdt weg. Zwijgend fietsen ze naar de garage van Van der Valk. Floris denkt na over wat hij net op het politiebureau gehoord heeft: hij is rijk! Geld, heel veel geld. Wat zal hij ermee doen? Een Aston Martin kopen natuurlijk, dat is de mooiste auto die er is. En een mooi huis met een zwembad. Hoewel? Zou het daarvoor wel genoeg zijn? Maar een zwembad lijkt hem wel super. Floris doet de deur open en ze gaan naar binnen. Zijn vader en moeder zijn er nog niet. Die brengen De Graaf even terug naar het verzorgingstehuis. De Graaf heeft het ook gezien, weet Floris. Zou de oude man hen opnieuw kunnen helpen? Misschien is er ergens nog meer goud. Dan … 10

Valkenier_dl5bw_def.indd 10

02-08-11 20:40


‘Hé Floris, wat sta je te staren, man. Krijgen we nog wat drinken, of hoe zit dat?’ Carlien stoot hem lachend aan. ‘O eh, ja.’ Floris zoekt even in de kast en legt een pak koeken op de tafel. Dan haalt hij een fles cola uit de koelkast en vier glazen. Hij schenkt zichzelf een glas in en schuift de fles en de koeken naar de anderen. ‘Hier, neem maar als je trek hebt.’ ‘Ongelooflijk hè … van dat geld’, zegt Sven. ‘Ja’, zegt Floris. ‘Ongelooflijk. Wat ga jij ervan kopen? Ik ga een Aston Martin kopen als ik achttien ben. Zo’n supersportauto. En een huis met een zwembad.’ Het is even stil in de kamer. Floris denkt terug aan wat hij daarnet op het politiebureau heeft gezegd, dat Carlien ook een deel van de opbrengst krijgt. Maar hoeveel dan? En kan hij dan nog … Hij kijkt Carlien aan. Klopt het eigenlijk wel? Uiteindelijk hebben hij en Sven de schat toch gevonden? ‘Ik weet nog niet wat ik ervan ga kopen’, zegt Sven. ‘Een huis, samen met mijn moeder, denk ik.’ Floris begrijpt wel dat Sven dat zegt, maar ergens stoort het hem. Natuurlijk zou Sven het liefst met zijn moeder samen kunnen wonen. Maar zijn moeder zit in de gevangenis en de familie Van der Valk is het pleeggezin waar hij een thuis heeft gevonden. Zou Sven het soms toch niet naar z’n zin hebben bij hen? Floris gaat op de bank zitten en pakt de stapel foto’s uit de tas die ze van de schat, de voorwerpen en het gedicht hebben gekregen. Hij zoekt een foto op waarop het gedicht scherp staat afgebeeld. Ze buigen zich over de oude tekst:

11

Valkenier_dl5bw_def.indd 11

02-08-11 20:40


Het is gedaan, dit is het laatste De Heilige strijd is nu gevoerd Het alles Ligt in puin door Spaanse woede Hier sta ik In het Hoge Huis, zeer moede Ik reken nu op Radbouds hulp En op des Heeren trouwe Hoede ‘Nou. Zien jullie het?’ vraagt Floris dan. ‘Carlien en Sven, jullie moeten het zo kunnen zien. Het is dezelfde code als bij het vorige gedicht.’ ‘Dezelfde code? Dat was …’ zegt Carlien. Het is even stil. ‘Eerste woord eerste regel, tweede woord tweede regel, enzovoort!’ roept Sven dan. Floris knikt. ‘En wat lees je dan?’ ‘Het … Heilige … Ligt … In … Radbouds … Hoede. Het heilige ligt in Radbouds hoede!’ roepen ze door elkaar. ‘Juist. Dus dat betekent dat deze schat die we nu gevonden hebben nog niet “het heilige” is waarover gesproken wordt. Dit waren geen heilige voorwerpen. Dit was een goudschat.’ ‘Weet je dat zeker?’ vraagt Carlien. ‘Stel dat die boer die toen op Jesses boerderij woonde Radboud heette? Dan lag de schat die we gevonden hebben in zijn hoede.’ Floris schudt zijn hoofd. ‘Ik denk dat we morgen beter even naar De Graaf kunnen gaan en hem vragen of hij weet wie Radboud is.’ ‘Goed plan’, knikt Sven. ‘Doen we.’ ‘Maar stel dat die ontvoerders erachter komen dat er nog meer is?’ zegt Carlien. ‘We moeten inderdaad wel voorzichtig zijn.’ 12

Valkenier_dl5bw_def.indd 12

02-08-11 20:40


‘Misschien weten ze het allang’, zegt Floris somber. ‘Ze hebben alle documenten van De Graaf gestolen. Wie weet wat ze daarin hebben ontdekt.’ ‘Dat denk ik niet, hoor.’ Sven schudt zijn hoofd. ‘Dan had De Graaf het toch allang gezien? Hij is al heel zijn leven op zoek naar de schat.’ Ze praten er nog een tijdje over na. Dan komen Floris’ vader en moeder thuis. Het is al laat als moeder tegen Jesse en Carlien zegt dat het tijd is om naar huis te gaan. Ze spreken af om morgen een bezoek te brengen aan De Graaf. Op school kunnen de klasgenoten er geen genoeg van krijgen. Het nieuws dat Floris en Sven een waardevolle goudschat hebben ontdekt in de boerderij van Den Hollander is als een lopend vuurtje rondgegaan. Keer op keer moeten ze vragen beantwoorden over de vondst. Sommige klasgenoten zijn openlijk jaloers als ze horen dat Floris en Sven een deel van de opbrengst van de schat krijgen. Anderen vinden het juist leuk voor hen. Floris houdt niet van al die aandacht en probeert het maar een beetje te ontlopen. ‘Gaat vanzelf over, joh’, zegt Carlien, als hij zich een keer hardop afvraagt hoeveel keer hij hetzelfde verhaal moet blijven vertellen. ‘En trouwens, vind je het gek dat ze er allemaal naar vragen? Wie krijgt er nu zo veel geld?’ Floris kijkt haar aan. Er is iets in haar stem dat hem niet aanstaat. Ze draait zich om en loopt weg.

13

Valkenier_dl5bw_def.indd 13

02-08-11 20:40


Vandaag is Floris als eerste in het fietsenhok. Hij rijdt het schoolplein af en wacht daar op Carlien, Sven en Jesse. Samen fietsen ze naar het verzorgingstehuis waar De Graaf woont. De receptioniste herkent hen. ‘Hallo schatgravers’, zegt ze. Blijkbaar heeft ze het krantenartikel over de vondst ook gelezen. Ze lopen de trap op, de gang door tot ze bij de kamer van De Graaf zijn. Floris klopt voorzichtig op de deur en stapt naar binnen. De Graaf zit nog een beetje te dutten in zijn stoel, maar hij wordt wakker als ze de kamer binnenkomen. ‘Ah! Daar zijn mijn vrienden al’, zegt hij met een nog wat slaperige stem. Hij wijst met een stramme hand naar het keukentje. ‘Pak maar een glas fris. En in het kastje daar liggen ook nog wel een paar koeken. Wat leuk dat jullie er zijn. Dat was heel wat hè, op het politiebureau. Wie had dat kunnen denken, dat jullie zo’n geweldige schat zouden vinden? Onvoorstelbaar. De schat van Gravensteijn.’ Het is even stil. Dan vervolgt De Graaf: ‘Maar we zijn er nog niet. Floris zag het ook meteen. Het heilige is nog ergens anders verborgen. Dat stond in de spreuk, niet?’ Floris knikt. ‘U hebt het ook gezien. Het klopt. De zin die in de spreuk verborgen zit, is “Het heilige ligt in Radbouds hoede”. Maar dan weten we nog niet veel. Wie was Radboud? En waar ligt het heilige dan precies? Waar moeten we zoeken? En Carlien vroeg zich af of het ook kon dat de boer Radboud heette. Dan zou dit toch de echte schat zijn.’ De Graaf knikt. ‘Dat dit de echte schat is, geloof ik niet. De verwijzing naar het heilige is niet voor niets door Ridder van 14

Valkenier_dl5bw_def.indd 14

02-08-11 20:40


Gravensteijn achtergelaten. Ik heb me al suf zitten denken wie Radboud kan zijn. Er waren meerdere Radbouds hier in de omgeving. Niet ver hiervandaan was een versterkt huis van heer Radboud, er was een abt van het klooster die “Radboud de rechtvaardige” werd genoemd. Dan is er nog heer Radboud die schepen was van een klein stadje in de buurt. De vraag is welke Radboud in de spreuk bedoeld wordt. Het kunnen er meer zijn. Ik vind het jammer dat ik mijn stukken niet meer heb. Maar helaas, die hebben de ontvoerders allemaal meegenomen. En ik kan het me niet zo goed meer herinneren, hoewel ik nog weet dat er ook iets over Radboud in stond. Ik heb nooit kunnen denken dat ik in die richting moest zoeken.’ ‘Wat moeten we nu doen, meneer De Graaf?’ vraagt Carlien. ‘Weet u waar die verschillende Radbouds hebben gewoond? Is er een plek waar we zouden kunnen zoeken?’ De Graaf schudt zijn hoofd. ‘Dit is alles wat ik weet. Als ik mijn stukken nog had, dan had ik misschien een aanwijzing kunnen geven.’ Somber kijkt De Graaf naar buiten. ‘Nu we er zo dichtbij zijn …’ Even lijkt het alsof hij zijn tranen maar net kan bedwingen, maar hij weet zich goed te houden. Floris is teleurgesteld. Hij had gedacht dat De Graaf hen wel zou kunnen helpen. Ze praten nog een tijdje door, maar komen niet echt verder. Om een uur of halfvijf staat Floris op. ‘We gaan weer’, zegt hij. ‘Bedankt voor alles.’ ‘Niks te danken, en pas een beetje op’, zegt De Graaf. ‘En tilt u er niet te zwaar aan’, zegt Carlien. ‘De schat die we gevonden hebben is al bijzonder genoeg. De rest zien we wel.’ 15

Valkenier_dl5bw_def.indd 15

02-08-11 20:40


De Graaf kijkt haar aan en knikt, maar aan zijn gezicht is duidelijk te zien dat hij het niet met haar eens is. ‘Van wie heeft u die mooie bloemen gekregen?’ vraagt Carlien dan. Ze wijst op een mooi boeket kunstbloemen op de tafel. ‘Dat weet ik niet’, zegt De Graaf. ‘De bloemist kwam ze brengen, maar ik ben vergeten of die er iets bij gezegd heeft en er zit geen kaartje aan. Ik denk dat het eraf gevallen is. Het is jammer, want nu kan ik niemand bedanken. Maar het is wel een mooie en fleurige bos.’ ‘Dat is het zeker’, zegt Carlien. ‘Nou, tot ziens, meneer De Graaf!’ Ze nemen afscheid van de oude man en fietsen terug naar huis.

16

Valkenier_dl5bw_def.indd 16

02-08-11 20:40


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
deschatvangravensteijnad by Erdee Media Groep - Issuu