I
Hijgend van inspanning stapte Jill van haar fiets af. Ze had ontzettend hard gefietst om nog op tijd te zijn. Normaal overkwam haar zoiets nooit, maar ze had meer voorbereidingstijd nodig gehad dan ze had verwacht. ‘Hèhè, ben je daar eindelijk?’ klonk de stem van Lars. Ze keek hem geschrokken aan en zag toen pas dat hij lachte. ‘Grapje, ik ben er ook net, zullen we alleen wat drinken?’ ‘Een ijsje is ook goed’, lachte ze. ‘Heb je geen toetje op thuis?’ ‘M’n broertje had haast, dus sloegen we het toetje over. Bovendien, ijs is toch het lekkerste dat er bestaat?’ Hij zweeg. Ze bleef hem verwachtingsvol aankijken. ‘Ik ga daar niet met jou over in discussie’, grijnsde hij ten slotte. ‘Gaan we binnen zitten of blijven we buiten?’ ‘Binnen, ik vind het best wel koud’, was haar voorstel. Niet veel later zaten ze tegenover elkaar aan tafel in een gezellig restaurantje. Het kaarsje, dat tussen hen in stond, brandde. ‘Je gaat niet weer je servet erin steken, hè?’ vroeg ze benauwd. ‘Natuurlijk niet. Hoe vaak moet ik nog zeggen dat het per ongeluk ging?’ Hij keek haar onschuldig aan. ‘Welke sorbet wil je?’ 9
Ze bekeek even de plaatjes en besloot te kiezen voor een sorbet met fruit. ‘Sjonge, jij bent gezond, ik ga gewoon voor een cappuccino’, was zijn keuze. Het duurde niet lang voordat ze konden genieten van hun bestelling. Jill keek met een vies gezicht naar de aardbeien die tussen de rest van het fruit lagen. ‘Die stonden niet op het plaatje’, zei ze met een sip gezicht. Lars glimlachte. ‘Geef ze maar aan mij als je ze niet lust.’ ‘In ruil voor jouw koekje’, onderhandelde Jill snel. Lars keek even bedachtzaam, maar knikte toen instemmend. Hij keek toe hoe ze de aardbeien uit het glas viste en op zijn schoteltje legde. Eentje kon ze ternauwernood redden van de verdrinkingsdood in de koffie. ‘Hoewel onze vorige date niet helemaal vlekkeloos verliep, heb je dus een reden gevonden om nog een keer met mij ergens wat te drinken. Zou ik die reden mogen weten?’ Jill bloosde en wist even niets te zeggen. ‘Op zich wel’, was haar uiteindelijke antwoord. Lars keek haar aan, en zijn blik vertelde haar dat ze het moest uitleggen. ‘We kunnen natuurlijk zeggen dat ik gecharmeerd ben van jouw gezelschap en het daarom nog een keertje waag met jou, maar we weten allebei dat dat mogelijk niet waar is.’ Ze grijnsde. Waar haalde ze dit vandaan? ‘Ik denk dat het mijn vrijgevige geest is die iedereen een tweede kans gunt.’ 10
Lars deed een poging serieus te kijken, maar zijn ogen lachten. ‘Daar gaan we dan maar van uit.’ Ze praatten die avond over koetjes en kalfjes en hadden het erg gezellig. Totdat Jill tot haar grote schrik bemerkte dat het buiten begon te schemeren. ‘Ik denk dat ik moet gaan’, zei ze voorzichtig. Lars keek teleurgesteld. ‘Kun je niet nog even blijven?’ Hij keek zo smekend dat ze bijna instemde met zijn voorstel. ‘Ik wil graag voor het donker thuis zijn’, zei ze. Ze schaamde zich. Zat ze eindelijk gezellig met een leuke jongen in een restaurant, en nu dook haar angst weer op. Maar Lars lachte haar niet uit. ‘Als ik nou beloof dat ik je veilig thuisbreng?’ Hij keek zo smekend, dat ze gewoon niet kon weigeren. Ze bleven nog een halfuurtje zitten. De ober keek een aantal keren richting hun tafeltje of ze al af wilden rekenen. Uiteindelijk wenkte Lars hem en haalde zijn portemonnee tevoorschijn. Nadat hij betaald had, liepen ze samen het restaurant uit. Jill schrok toen ze zag hoe donker het al was. Ze keek op haar horloge; het was nog niet eens zo laat, maar rond deze tijd van het jaar duurden de dagen nu eenmaal niet lang. ‘Zullen we nog een stukje lopen?’ stelde Lars voor. ‘Oké.’ Oei, wat klonk dat saai. Na zijn aanbod haar veilig thuis te zullen brengen, durfde ze niet te weigeren. Maar 11
ze voelde zich absoluut niet veilig in de opkomende duisternis. Ze fietsten zonder wat te zeggen in de richting van het park. Daar parkeerden ze hun fietsen en begonnen aan een wandeling. Tot Jills opluchting gingen de straatlantaarns aan en was het niet meer zo donker. ‘Houd je er niet van als het donker is?’ begon Lars voorzichtig. Jill knikte, maar bedacht zich snel dat hij dat waarschijnlijk niet zou zien. ‘Niet echt, nee’, zei ze. Om de een of andere reden was het niet moeilijk om eerlijk tegen hem te zijn. ‘Is daar een reden voor?’ vroeg Lars zacht. Jill haalde haar schouders op. ‘Ja, maar daar praat ik liever niet over.’ Haar beste vrienden wisten het niet, waarom zou Lars het dan wel moeten weten? Toch voelde ze een innerlijke drang om het aan hem te vertellen. ‘Je mag alles tegen me zeggen’, zei Lars. ‘Dat weet ik’, zei Jill. Wat een rare reactie. Zo goed kende ze hem nou ook weer niet. Hoe kon ze dan weten dat ze alles tegen hem mocht zeggen? ‘Goed dan. Vertel me waarom je niet van het donker houdt’, hield Lars vol. ‘Jij geeft niet zomaar op, of wel?’ zei Jill. Ze glimlachte. ‘Als je het echt niet wilt vertellen hoeft het niet, maar ik wil wel dat je weet dat ik geheimen kan bewaren. Misschien weet ik wel een oplossing.’ 12
Jill lachte flauwtjes. Een echte oplossing voor het probleem was er niet, maar het was natuurlijk lief aangeboden. Ze voelde ineens dat Lars een ruk aan haar arm gaf en keek hem geschrokken aan. Vaag kon ze zijn gezicht onderscheiden. ‘Joh, je liep bijna tegen een bankje aan’, zei Lars. ‘O’, zei Jill. Ze schaamde zich, ze had dat bankje echt niet gezien. Dat stomme gedoe ook altijd! Liep ze eindelijk romantisch met iemand door het park, stuntelde ze als een onhandige kleuter. Ze kreeg een kleur van die gedachte. ‘Ik wist niet dat ik zo afleidend was’, grapte Lars. Jill lachte. ‘Beeld je maar niets in, het komt niet door jou.’ ‘Hè, wat jammer nou’, grijnsde Lars. ‘Waardoor dan wel?’ Hij gaf inderdaad niet zomaar op. En het leuke was dat hij dat niet eens in de gaten had. ‘Dat heeft ongeveer dezelfde reden als waarom ik een hekel aan het donker heb’, zei Jill voorzichtig. Ze liepen in de richting van een lantaarnpaal en haar zicht werd gelukkig beter. Lars bleef stilstaan. ‘Vertel het maar gewoon’, zei hij bemoedigend. Voor Jill het wist, had ze haar probleem verteld aan Lars. Ze vertelde over haar hekel aan logeerpartijen en waarom ze ’s nachts nog steeds graag een lampje aanhad naast haar bed. Lars knikte begrijpend. ‘Wat naar voor je!’ zei hij meelevend. ‘Maar waarom maak 13
je er zo’n groot geheim van? Als je het vertelt, zullen mensen begrip voor je hebben!’ ‘Ik vertel gewoon nooit dat ik niet van het donker houd’, zei Jill. ‘Ik blijf erbij dat je het tegen mensen moet zeggen’, glimlachte Lars. ‘Maar wat jij wilt. Ik zal het aan niemand vertellen.’ ‘Dat is je geraden ook’, lachte Jill, weer vrolijker. Ze aarzelde. Moest ze hem ook vertellen met Wie ze al haar angsten wél gedeeld had? Hij zou het vast niet begrijpen, maar misschien was het wel goed als ze het hem vertelde. Stel je voor dat ze vaker met hem zou afspreken, dan moest hij dat wel weten. Ze overwoog de opties en besloot om nog maar even af te wachten wat er van hun vriendschap zou worden. Misschien vond hij het alleen maar gezellig. ‘Zal ik je nu maar thuisbrengen dan?’ Lars keek haar vragend aan. ‘Ik begrijp nu dat het misschien wel een marteling voor je moet zijn om hier met mij te lopen.’ Jill lachte even. ‘Hèhè, begin je het nu te begrijpen?’ Lars grijnsde ook. ‘Je snapt best wat ik bedoel. Kom, dan gaan we, het is nu nog net niet helemaal donker!’ Waar hij die onzin vandaan haalde, wist ze niet, het was al heel erg donker. Al snel waren ze terug bij hun fietsen en even later fietsten ze zwijgend richting Jills huis. ‘Ik vond het erg gezellig, Jill. Heb ik nu wel een goede indruk gemaakt?’ 14
Jill glimlachte. ‘Ja hoor, je hebt laten zien dat je geen pyromaan bent. Ik vond het ook erg gezellig!’ ‘Heb je zin om het nog eens een keertje over te doen? Of misschien kunnen we ook een keer wat anders doen. Een dagje uit of zo.’ Zou hij haar leuk vinden? Het was een gedachte die ze niet durfde toelaten, maar nu begon ze erin te geloven. ‘Dat lijkt mij ook wel leuk’, wist ze eruit te brengen. ‘Heb je aankomende zaterdag iets? Ik moet ’s morgens werken, maar ’s middags is de sportschool dicht, dus dan zou ik wel kunnen.’ Wauw, dat hij zó snel iets wilde afspreken had ze echt niet verwacht. Maar leuk was het wel. ‘Zaterdag heb ik niets, dus dat kan wel. Heb je al iets in gedachten of zien we dan wel wat we gaan doen?’ Ze waren inmiddels bij Jills huis aangekomen en bleven even staan. ‘Ik heb niet echt een idee, misschien weet jij iets leuks? Ik wil in ieder geval met je praten over belangrijke zaken’, zei hij een tikkeltje geheimzinnig. ‘Dat klinkt spannend, misschien kunnen we gewoon door het park lopen, maar dan bij daglicht’, lachte Jill. ‘Wie weet, krijgen we dan wel een lumineus idee!’ ‘Oké, dat is dan afgesproken, halftwee bij dezelfde ingang als vandaag?’ ‘Twee uur!’ besliste Jill. ‘Op zaterdagmiddag eten we altijd laat!’ 15
‘Afgesproken’, zei Lars. Voor ze het wist, had hij een kus op haar wang gedrukt en was weggefietst. ‘Tot zaterdag!’ riep hij nog. Jill liep langzaam naar binnen. Ze kon wel juichen. Lars wilde nog een keer afspreken en hij had haar een kus gegeven! Ze kon zich niet herinneren dat ze zich eerder zo gelukkig had gevoeld.
16