Inhoud Woord vooraf 1. De kanseldeur geopend 2. De kansel als broedplaats 3. Verering van de kansel 4. De politie aan de kanseldeur 5. Een Babylonische stoel 6. Zittend preken 7. Mobiele preekstoelen 8. Een ongewijde plaats 9. De preekstoel bleef gespaard 10. De kansel in stukken geslagen 11. De gevangenismuur als kansel 12. Een betere plek dan de kansel 13. Dr. Steenblok op een veilingkist 14. Preken in een circus 15. Reintje de vos op de kansel 16. Een hoogverheven plaats 17. Het hoge Woord 18. De boze gaat mee de kansel op 19. Angsten op de kansel 20. Heuvel Moeilijkheid 21. Onder aan de kanseltrap 22. De kansel in het midden 23. Sterven op de kansel 24. Van de preekstoel naar de rechterstoel 25. Gemeente, we nemen nog een glas
6 8 10 12 16 18 21 24 27 30 33 36 40 43 46 49 53 56 59 62 65 67 71 74 78 82
26. Stoppen met preken is een gave 87 27. De maag kan de lange preek niet verdragen 91 28. Geschonden engelen aan de preekstoel 94 29. Op de kansel misleid 98 30. De troon van Spurgeon 101
Woord vooraf L.S., ‘De houten broek’ is een andere naam voor kansel of preekstoel. De herkomst van deze benaming is niet van D. van der Stoep die ooit de boeken In de houten broek en Opnieuw in de houten broek het licht deed zien. De term is afkomstig van de Leidse hoogleraar Elias Anna Borger (1784-1820) naar wie een theologisch dispuut is genoemd. Overigens kerkte het gemeentelid Isaäc da Costa nooit bij hem vanwege Borgers moderne opvattingen die hij niet onder stoelen of banken stak, maar openlijk vanaf de kansel onder de aandacht van zijn gehoor bracht. Borger noemde de preekstoel een houten broek omdat hij de kansel een beperking vond voor welsprekendheid. Hij vond de hem toegemeten vierkante centimeters onder het klankbord een hindernis bij de verkondiging. Hij was daarin niet de enige, want ook ds. C.E. van Koetsveld, schrijver van de roman De pastorie van Mastland, die op 12 oktober 1880 de doop bediende aan prinses Wilhelmina – later onze koningin − hield niet van de traditionele kansel. Hij schreef eens:‘Wanneer zal men toch eens van de houten dop waar de spreker uit komt kijken als het kieken uit de halve eierschaal of de vlinder uit zijn pop, tot de vrije spreekplaats van Chrysostomus terugkeren?’ 6
Daar de kansel toch het centrale arbeidsterrein is van een predikant schreef ik in de periode dat ik de hervormde gemeente Montfoort diende in het regionale kerkblad ‘De Bazuin’ vanaf 2000 tot mijn vertrek in 2006 107 maal over het wel en wee rondom dit kerkelijk meubelstuk. Op verzoek van de uitgever zijn deze stukjes in boekvorm verschenen. Ze zijn daartoe bewerkt door de heer W.B. Kranendonk en voorzien van enkele illustraties van de hand van Janneke Paalman, waarvoor we hen hartelijk dankzeggen. Moge de lezing van dit geschrift bijdragen tot meer interesse voor kerkgeschiedenis, kerkgebouwen en kerkinterieurs, maar vooral voor de zuivere prediking van Gods Woord die nog vanaf menige kansel te vernemen is. Niet alleen horen, maar ook bewaren. Zoals op het klankbord van de houten broek in de Grote Kerk te Maassluis verwoord staat: ‘En de Heere zeide: Zalig zijn degenen die Gods Woord horen en dat bewaren’. Elspeet, maart 2012 M. van Kooten v.d.m.
7
1 De kanseldeur geopend De houten broek. Zo wordt de kansel wel genoemd. Ds. J. Bosch, die rond 1900 als gereformeerd predikant in Bedum stond, schreef in het boek Dominees en gemeenten over de preekstoel het volgende: ‘Als God weer vervolging over ons bracht, en we samen moesten komen in het verborgen, ons onttrekkend aan het speurend oog van de vijand, zouden we ons behelpen op alle manier als het moest, en prediken van een kist en een ton. Maar nu, neen, mogen we het niet aanzien, dat onze oude preekstoel veronachtzaamd wordt. Het behoort mede tot onze zorg voor het huis Gods, hem met ere te onderhouden. En wanneer we hem naar zijn ouderdom en stand en zijn historie behandelen, zullen we zien dat hij jong genoeg blijft om ook voor de geslachten van thans uitnemende dienst te doen bij de prediking van het woord des Heeren, dat eeuwig blijft.’ Vele jaren stond ik op de kansel van de hervormde kerk te Montfoort. Een prima preekstoel. De koperen leuning van de kansel werd na de laatste restauratie vervangen door het fraaie hekje dat mijn voormalige buurman in Streefkerk vervaardigde. Later werd nog weer vloerbedekking aangebracht om de voetstappen van de herder te dempen. Die waren te veel hoorbaar tijdens de prediking. Dat is niet de bedoeling, want de voetstappen van de goede 8
Herder moeten dan worden vernomen. Vervolgens werd voor de dorstige leraar een tweede bekerhouder aangebracht. Ten slotte hebben de koster en de president-kerkvoogd gewapend met schaaf en zaag nog een klusje geklaard. Door onbekende omstandigheden ging tijdens het preken geruime tijd het deurtje van de kansel open. Om te voorkomen dat de predikant niet ‘open en bloot’ in de houten broek zou staan, is dat euvel toen verholpen. Daar kan een prediker blij mee zijn, ook wanneer hij niet direct bang is te vallen. Een dominee staat in de houten broek toch maar liever goed afgeschermd. Overigens kan een kanseldeur voor nog meer problemen zorgen. Dat blijkt uit het leven van misschien wel de eigenaardigste dominee van de afgelopen eeuw, ds. J.H. van Zelle (1907-1983) uit Rockanje, in zijn tijd een begrip voor de ‘verontruste’ gereformeerden. Van Zelle had niet te kampen met een kanseldeur die steeds openging, maar met een die hermetisch gesloten was. Een paar liederlijke catechisanten hadden de kansel van binnenuit dichtgetimmerd.Toen hij het ontdekte, vroeg de wonderlijke Van Zelle van niemand hulp. Hij klauterde over de dichte deur om vervolgens heel rustig de dienst aan te vangen.
9