1 De boom van Isaï Lezen: Jesaja 11:1-10 Heb je weleens een afgekapte boom gezien? Wat in de grond blijft zitten, noem je een tronk. De boom lijkt helemaal dood. In de Bijbel wordt de familie van Isaï vergeleken met een afgehouwen tronk. God belooft aan koning David, de zoon van Isaï, dat uit zijn familie de Messias geboren zal worden. Maar heel veel jaren later lijkt het wel of de familie van David niet meer bestaat. Het is alsof de familieboom van David en Isaï is afgehakt. Dan stuurt de Heere Zijn knecht, de profeet Jesaja. Hij zegt: ‘Er zal een Rijsje voortkomen uit de afgehouwen tronk van Isaï.’ Dat betekent: er komt een nieuwe tak aan de tronk. De boom is niet dood, er zit leven in. Want met die tak wordt de Heere Jezus bedoeld, de grote Zoon van David. Over een paar weken is het kerstfeest. Dan denken we aan de komst van de Heere Jezus op deze aarde. In deze weken horen we elke dag een verhaal uit de Bijbel. Daarin gaat het over mensen die uitzien naar de komst van de Zaligmaker. We lezen van de Messias, Die komen zal. Maar vooral zullen we horen over God, Die doet wat Hij belooft.
Vragen
Heb jij weleens een afgekapte boom gezien? l l Kan daar nog een nieuwe boom uit groeien? l Kijk jij ook uit naar het kerstfeest?
2 Schepping Lezen: Genesis 1:26-31 Doe je ogen eens dicht? Wat zie je nu? Het is zwart, je ziet helemaal niets. De Bijbel begint met de woorden: ‘In den beginne.’ In het begin was er niets. Toen schiep God de hemel en de aarde. God maakte vanuit het niets een hemel en een aarde. Dat kan God alleen. Toen de aarde er was, ging God verder met scheppen. Hij schiep het licht, de zee en het land. Ook maakte God het gras, de bomen, de zon, de maan en de sterren. Daarna maakte de Heere de vissen, de vogels en de andere dieren. God maakte ook de mens. Alles maakte Hij goed en mooi. Er zaten geen stekels aan de struiken. Er was geen dier dat een ander dier opat. De eerste mens, Adam, had geen verdriet of pijn. Er staat in de Bijbel: ‘En God zag al wat Hij gemaakt had, en zie, het was zeer goed.’ God zorgde voor Zijn schepping. En gelukkig, dat doet Hij nog steeds. Ook al is er nu zonde, verdriet en pijn, Hij houdt deze wereld in Zijn handen.
Vragen
l Hoe zou het, denk jij, zijn geweest om op die goede en mooie aarde te leven? l Hoe zorgt God nu nog voor de aarde?
3 Zondeval en moederbelofte Lezen: Genesis 3:9-19 Adam en Eva wonen in het paradijs. Ze leven in vrede met God en met elkaar. God zegt tegen hen: ‘Je mag van alle bomen eten, behalve van de boom midden in de hof.’ Eerst zijn Adam en Eva gehoorzaam. Maar dan komt de duivel. Hij wil het werk van God stukmaken. De duivel praat door een slang tegen Eva: ‘Als je van die ene boom eet, word je net als God.’ Eva luistert naar de slang. Ze kijkt naar de boom, krijgt zin in een vrucht en eet. Dan gaat ze naar Adam. Adam eet ook. Adam en Eva zijn ongehoorzaam. Nu is de zonde in de wereld gekomen. Door deze ene zonde zijn alle mensen in zonden gevallen. Ook wij doen iedere dag dingen die God niet wil. Ook wij verdienen straf. De Heere komt naar Adam en Eva toe. Hij geeft hun een erge straf. Ze moeten weg uit het paradijs. En eens zullen ze moeten sterven. Maar de Heere belooft ook iets. Uit de kinderen van Adam en Eva zal Iemand geboren worden Die de duivel en de zonde zal overwinnen. Deze belofte wordt de moederbelofte genoemd. Wat een wonder dat God redding belooft! Weet jij Wie deze Redder is?
Vragen l Het ging mis toen Eva naar de duivel ging luisteren en ging denken aan wat de duivel zei. Aan welke verkeerde dingen denk jij weleens? Wat kun je dan doen? l De Heere Jezus wordt wel de tweede Adam genoemd. Wat betekent dat?
4 De zondvloed en de regenboog Lezen: Genesis 9:8-17 In de tijd van Noach doen de mensen op de aarde erg veel zonden. God gaat daarom de mensen straffen. Hij wil een watervloed op de aarde laten komen, zodat alle mensen en dieren verdrinken. Allemaal? Nee, Noach vindt genade in de ogen van de Heere. Noach moet een grote boot, een ark, gaan bouwen. Allerlei soorten dieren krijgen een plekje in de ark. En ook Noach en zijn gezin mogen in de ark. Dan komen de regen en de vloed. Alle mensen buiten de ark sterven. Dat is de straf van God. Maar in de ark is iedereen veilig. Na meer dan een jaar is de aarde weer droog. De mensen en dieren mogen uit de ark. Noach bouwt een altaar. Zo dankt hij de Heere. Dan laat God iets moois zien: de regenboog. Je hebt die boog vast weleens gezien! God belooft er iets bij: er zal nooit meer zo’n grote overstroming op de aarde komen dat alle mensen en dieren verdrinken. God doet wat Hij belooft. Dus als je de regenboog ziet, weet je dat God trouw is!
Vragen l Heb jij de regenboog weleens gezien? Wat betekent de regenboog? l Kun jij iets bedenken wat God beloofd heeft en wat Hij ook gedaan heeft?
5 Belofte Lezen: Genesis 15:1-6 Heb je weleens geprobeerd om de sterren te tellen? Dat is moeilijk hè? Het zijn er veel te veel! Weet je wie ook de sterren moest tellen? Abraham! God beloofde aan Abraham dat Hij hem zou zegenen en dat hij een grote familie zou krijgen. Maar zou die belofte wel waar zijn? Abraham is al negentig jaar en hij heeft nog steeds geen kind. Maar dan komt God in een nacht naar Abraham toe. Hij neemt Abraham mee naar buiten en laat hem de sterren zien. ‘Tel ze maar, Abraham. Zo groot wordt jouw familie.’ Zo veel sterren kan Abraham niet tellen. Maar Abraham vertrouwt de Heere op Zijn woord. En het ís ook gebeurd. Want wat de Heere belooft, doet Hij altijd. Abraham heeft een heel grote familie gekregen. En uit die familie werd vele jaren later de Heere Jezus geboren, de Zaligmaker. Zo is ook Gods andere belofte vervuld: in Abraham zullen alle volken van de aarde gezegend worden. Want door de Heere Jezus is er voor mensen uit alle volken en landen een weg terug naar God.
Vragen l Wat heeft de Heere aan jou beloofd? l Vind je het ook moeilijk om dat te geloven?
6 Offer van Izak Lezen: Genesis 22:1-14 Gods belofte is uitgekomen. Abraham krijgt een zoon, Izak. Maar God gaat Abraham op de proef stellen. Hij spreekt tot Abraham en vraagt hem om Izak te offeren. Wat moet Abraham doen? Izak is de beloofde zoon. Als Izak gedood wordt, kan Gods belofte niet vervuld worden! Toch wil Abraham de Heere gehoorzaam zijn. Daarom staat hij de volgende morgen vroeg op. Hij gaat met Izak op reis om te doen wat God hem vraagt. Als ze bij de berg Moria komen, gaan ze samen naar boven. Boven op de berg bindt Abraham zijn zoon op het altaar. Nu moet het gebeuren … De hand met het mes gaat omhoog. Maar dan klinkt een stem: ‘Abraham, Abraham.’ Het is de Engel van de Heere die roept. Abraham hoeft Izak niet te offeren, de Heere weet nu dat Abraham álles voor Hem overheeft. Er klinkt geritsel. Als Abraham omkijkt, ziet hij een ram. Het dier zit met zijn hoornen vast in de struiken. De ram wordt geofferd in plaats van Izak. Zo zal ook eenmaal de Heere Jezus sterven in plaats van mensen die de dood hebben verdiend.
Vragen l Heb jij er – net als Abraham – alles voor over om de Heere gehoorzaam te zijn? l Abraham hoefde zijn zoon niet te offeren. Wie offerde wél Zijn Zoon op?