Skip to main content

bewogenmetdewereldb

Page 1

deel i God De Naam van God God de Vader God de Zoon God de Heilige Geest

De eerste bouwsteen voor een missionaire theologie is die van het ‘God-centered’ karakter van zending. Het gaat hier om het geloof in de enige Naam van de drie-enige God.1 Eén God Die handelt door de Zoon en de Geest. De kernwoorden Naam, Vader, Zoon en Heilige Geest getuigen hiervan. Alles wat geschiedt, dient het hogere doel van de verheerlijking van God in Christus. Deze missio Dei wijst in de eerste plaats op de uniciteit van het christelijk geloof. Hiermee is benoemd dat het godsbeeld van de christen onvergelijkbaar is met dat van andere religies en godsdiensten, zelfs met dat van de joodse godsdienst. Het christelijk geloof in de drie-enige God, waarvan Athanasius reeds beleed dat er buiten deze God geen zaligheid is, is uniek in deze wereld. De missio Dei betekent in de tweede plaats de doodssteek voor alle vormen van koloniale en postkoloniale tendensen in theologie en zending. In kerk en zending kan onbewust of bewust de formulering van de eigen theologie tot doel gemaakt worden van een program. Machtsongelijkheid tussen de verkondigers en de ontvangers staat een gelijkwaardige verhouding tussen de gesprekspartners in de weg. Ook economische en intellectuele on1.  Zie ook Van Doleweerd, Dauw op de aarde, 34vv.


gelijkheid kunnen in de weg staan en een vrije en ongedwongen keuze van de ander voor het christelijk geloof belemmeren. Bijvoorbeeld als geld en economische hulp samenhangen met een keuze voor het Evangelie. Gereformeerde zending is geen overdracht van een pakket ‘theologie’, van in de traditie onder woorden gebrachte waarheden. In gereformeerde zending bloeit de theologie op wanneer samen eerbiedig wordt geluisterd naar de Schrift en Schriftbewijzen (loca probantia) de gereformeerde theologie ondersteunen. Het gezag van de dingen die van God zijn, komt van God Zelf. De Heilige Geest doorbreekt menselijke en kerkelijke grenzen. De missio Dei wijst in de derde plaats op de ootmoedige plaats die de mens heeft in het doel en plan van deze wereld. Het was God Zelf Die die de verlossing bereidde in Jezus Christus. Het is God in de Persoon van de Heilige Geest Die in de voortgang van Gods Koninkrijk in deze wereld altijd vooropgaat. Het is altijd Góds Evangelie geweest en nooit het Evangelie van de ene kerk voor de andere.2 Altijd is de Heilige Geest ergens eerder dan de mens. De mens heeft slechts te volgen.

2.  Zie Van Vlastuin, Katholiek vandaag.

17


1.1 De Naam van God – Hoe heerlijk is Gods Naam op de aarde Over de Namen van God is al veel geschreven.1 Voor veel nietchristenen die nog wel religieus zijn, maakt het niet zoveel uit welke naam je nu voor God gebruikt. De uitdrukkingen ‘God’, ‘Allah’ en ‘Boeddha’ verwijzen voor hen allemaal naar dezelfde ultieme kracht die onze werkelijkheid bezielt. Christenen hechten daarentegen wel veel waarde aan de Naam van God. De Namen van God zijn onlosmakelijk verbonden met de identiteit van de ene ware God. In de Namen van God komt naar voren dat JHWH, de God van het verbond, zo geheel anders is dan alle andere goden. De erkenning van het unieke karakter van de Naam van God leidt soms tot heftige discussies over de vraag hoe de Namen van God vertaald moeten worden in Bijbelvertalingen in Nederland en elders in de wereld. Zo veroorzaakt de Naam van God die tot gezamenlijke lofverheffing zou moeten leiden soms ook verdeeldheid. Wat is de betekenis van de Naam van God? Met welke bedoeling heeft God Zich geopenbaard met een bijzondere Naam? Hoe verhoudt zich deze bijzondere Naam tot de andere Namen van God? Hoe moeten we omgaan met de Naam van God? In deze bijdrage gaan we nader in op de Naam van God in de Bijbel en in de praktijk van het zendingswerk en Bijbelvertaalwerk.

Namen zijn belangrijk ‘Wat is het belang van een naam? Een roos ruikt even lekker als hij een andere naam draagt.’ Deze opvatting, uitgesproken door een van Shakespeares personages,2 is – opgevat in letterlijke zin – 1.  Voor een boeiende studie over de Naam van God zie Van ’t Wout, De Naam onder de volken. Zie verder Van der Toorn, Becking en Van der Horst (red.), Dictionary of Deities and Demons, 910-919; Smith, The Early History of God; Knowles, The Unfolding Mystery. 2.  William Shakespeare, Romeo and Juliet, II 2, 1-2.

19


in het geheel niet van toepassing op het gebruik van persoonsnamen in het dagelijks leven.3 Mensen hechten in de regel juist veel waarde aan hun eigen naam. We voelen ons algauw beledigd als anderen onze naam vergeten zijn, of als ze onze naam verkeerd schrijven of uitspreken. Onze naam is onlosmakelijk verbonden met wie we zelf ten diepste zijn. Naam en identiteit zijn keerzijden van dezelfde medaille.4 Mensen dragen namen om zich van anderen te onderscheiden. Zo is het ook met God. De enige ware God, de Schepper van hemel en aarde, de God van het verbond, draagt zelfs meerdere Namen om Zich te onderscheiden van de andere goden. God is wezenlijk anders. Hij is de enige ware God. Alle andere goden zijn afgoden. Zulke handgemaakte goden hebben een mond, maar spreken niet. Ze hebben ogen, maar ze zien niet. Ze hebben oren, maar ze horen niet (Ps. 115). In tegenstelling tot de afgoden openbaart de ware God Zijn identiteit niet door middel van levenloze beelden, maar door Zijn levende Woord en Geest. De bekendmaking van Zijn Naam vormt daarbij de kern en het hoogtepunt van Zijn zelfopenbaring.5 Gods Naam en Zijn Namen in het algemeen vormen daarbij de unieke uitdrukking van Zijn wezen, Zijn identiteit, Zijn uniciteit, Zijn almacht en Zijn eer. Zoals God is, zo is er maar Eén. De Naam van God is nauw verbonden met Zijn macht en eer. Door middel van Zijn machtige heilshandelen toont God dat Hij de hoogste eer waardig 3.  Het genoemde citaat, uitgesproken door Romeo tegenover zijn geliefde Juliet, was overigens niet bedoeld als een taalkundige bespiegeling over het gebruik van namen in het algemeen. Romeo’s woorden hebben een metaforische strekking. Hij bedoelde ermee te zeggen dat familieafkomst (een naam) niet belangrijk is als geliefden echt van elkaar houden (een roos). 4.  Voor een belangrijke taalkundige analyse van namen in het algemeen zie Van Langendonck, Theory and Typology of Proper Names. 5.  God openbaarde Zich overigens niet alleen door middel van Zijn Namen. Hij onthulde Zijn diepste wezen ook door de bekendmaking van Zijn eigenschappen (genadig, barmhartig, groot van goedertierenheid in Ex. 34:6-7; heilig in Lev. 19:2; enz.). God openbaarde Zich verder door middel van metaforische uitdrukkingen (Rotssteen, Vader, Herder, Koning, enz.). Al deze talige vormen van openbaring zijn nauw verbonden met Gods zegenend en reddend handelen in de schepping en de heilsgeschiedenis. Gods grote daden in de heilsgeschiedenis vormen zo de kern van Zijn openbaring.

20


is. Zijn Naam en Zijn eer vormen de ultieme beweegreden voor Zijn verlossingshandelen (Jes. 48:11; Ps. 25:11).

De openbaring van Gods Namen in de heilgeschiedenis De openbaring van Gods Namen is onlosmakelijk verbonden met Zijn heilshandelen in de geschiedenis. Gods Zelfopenbaring door middel van Zijn Namen markeert de hoogtepunten in de heilsgeschiedenis. Dat geldt vooral voor de Naam JHWH (Jahweh) in het Oude Testament en voor de Namen Jezus ( Jesous; ‘JHWH verlost’) en Immanuël (‘God met ons’) in het Nieuwe Testament. God openbaarde Zich aan de aartsvaders als ‘de God der vaderen’. Voorafgaand aan de verlossing van Zijn volk Israël uit de hand van de Egyptenaren openbaarde Hij Zich vervolgens aan Mozes en aan Israël als ‘JHWH’, de God van het verbond. Daarnaast werd God ook aangeduid als ’Elohim, ‘grote God’.6 God maakte Zijn Naam in eerste instantie bekend aan het volk Israël. Het was echter niet de bedoeling dat de heilbrengende kennis van Gods Naam beperkt zou blijven tot het volk van God. Reeds in het Oude Testament neemt de proclamatie van Gods Naam onder de volken een belangrijke plaats in (Mal. 1:11). In de volheid van de tijd openbaarde God Zich op nog heerlijker wijze in de bekendmaking van de Namen van Zijn Zoon: Jezus en Immanuël. In het Nieuwe Testament wordt de Naam Jezus genoemd als de enige Naam onder de hemel (Mal. 1:11) waardoor mensen behouden kunnen worden. De God van het Oude Testament, Die Zich openbaarde als ‘Ik ben die Ik ben’, maakte Zich in het Nieuwe Testament bekend door Zijn Zoon Jezus Christus, de Zaligmaker. De openbaring van Gods Naam is onlosmakelijk verbonden met de komst van Gods Koninkrijk (vgl. Matth. 6:9-10). De veelheid aan Namen waarin God Zich in de Bijbel openbaart, betekent niet dat Hij van karakter verandert. Hij blijft Dezelfde, van geslacht tot geslacht. In de loop van de heilsgeschiedenis laat 6.  In de Bijbel komt de uitdrukking ’Elohim (‘God’) vaak voor als persoonsnaam (zonder lidwoord) om naar de enige ware God te verwijzen (zoals bijvoorbeeld in Gen. 1:1). Daarnaast komt de uitdrukking ook in predicatieve zin voor als een meer algemene functieaanduiding, zoals bijvoorbeeld in 1 Kon. 18:21: ‘… als de Heere God is, volg Hem …’

21


God Zich steeds beter kennen, zowel in Zijn heilshandelen als in de openbaring van Zijn Namen. Naamsverandering bij mensen wijst in de Bijbel vaak op een belangrijke wijziging in de positie of gemoedsgesteldheid van de genoemde persoon: Jakobs naam (‘hiellichter’) veranderde in Israël (‘vorst van God’) en Naomi (‘lieflijke’) noemde zich bij haar terugkeer in Bethlehem Mara (‘bedroefde’). Maar wanneer God Zich openbaart met een nieuwe Naam, dan ontsluit Hij Zijn hart nog meer dan voorheen en vanuit een nieuw perspectief dat nog duidelijker laat zien Wie Hijzelf ten diepste is. Het aanroepen van God is volgens de Bijbel onverenigbaar met het aanroepen van de afgoden. Die afgoden hadden vaak ook een eigennaam (bijvoorbeeld Kemos, de God van de Moabieten) of een soortnaam (’elohim, ‘goden’, of ba’alim, ‘heren’). Soms worden ze in de Bijbel ook aangeduid als ‘afgoden’ en ‘verfoeiselen’. Het aanroepen en vereren van deze afgoden was ten strengste verboden. Toch viel ook het volk van Israël in de loop van de geschiedenis herhaaldelijk in de zonde van afgoderij.

De betekenis van de Naam JHWH In Exodus 3:14-15 lezen we dat God Zich aan Mozes bekendmaakt als JHWH, de ‘Ik ben die Ik ben’, overeenkomstig de uitleg van de betekenis van deze Naam in het genoemde tekstverband. De Naam JHWH werd oorspronkelijk waarschijnlijk uitgesproken als ‘Jahweh’. Maar uit eerbied voor deze meest heilige Naam van God las men later ’Adonai (‘Heer’ of ‘Heere’) in plaats van Jahweh. Daarom werd de Naam JHWH in de Hebreeuwse tekst van de Bijbel door de joodse overleveraars voorzien van de klinkertekens van het woord ’Adonai. Sommige uitleggers zien de Naam JHWH vooral als een uitdrukking van Gods verbondstrouw. De betekenis van de Naam komt dan heel dicht bij ‘God van het verbond’. Andere uitleggers leggen meer de nadruk op het aspect van Gods soevereiniteit. Laatstgenoemde uitleg sluit het meest aan bij het joodse gebruik om de Naam JHWH als ’Adonai (‘Heer’ of ‘Heere’) te lezen. Ditzelfde gebruik komen we ook tegen in de Septuaginta, de Griekse vertaling van het Oude Testament, waarin JHWH vertaald wordt als Kurios 22


(‘Heer’ of ‘Heere’). Beide betekenissen behoeven elkaar niet uit te sluiten. De Naam JHWH is rijk in betekenis. Enerzijds wordt daarin de verlossende nabijheid van God uitgedrukt, anderzijds geeft deze Naam ook iets weer van Gods heerlijke en huiveringwekkende soevereiniteit. Deze verbondenheid van Gods verhevenheid en nabijheid komt treffend naar voren in Psalm 113:4-9. In Exodus 33:19b vinden we volgens sommige uitleggers een nadere uitleg van de Naam JHWH: ‘Maar Ik zal genadig zijn, wie Ik zal genadig zijn; en Ik zal Mij ontfermen over wie Ik Mij zal ontfermen.’ Ook hier komt zowel Gods genadevolle nabijheid als Zijn soevereine Koningschap naar voren. Gods Naam vormt enerzijds de belofte van Zijn presentie en heil. Gods aanwezigheid wordt echter anderzijds nergens een automatisme (vgl. 1 Sam. 4). Hij is nabij degenen die Hem vrezen. Maar Hij laat Zich niet manipuleren door mensen die God en religie naar hun hand proberen te zetten. God is Wie Hij is en Hij zal zijn Die Hij zijn zal. Zijn handelen is altijd weer nieuw en verrassend. Hij is niet voorspelbaar of bespeelbaar. Desondanks is Zijn handelen ook altijd weer een bevestiging van Zijn eerdere Zelfopenbaringen. God handelt altijd in overeenstemming met Zijn onveranderlijke karakter en wil.

Gods Naam in zegen en lofprijzing De bijzondere Naam van God speelde een bijzondere rol in de liturgie van het oude Israël en in de beleving van de heiligen. Dat komt bijvoorbeeld naar voren in de priesterlijke zegen (Num. 6:24-26), waarin de Naam JHWH drie keer voorkomt: ‘De Heere zegene u, en behoede u! De Heere doe Zijn aangezicht over u lichten, en zij u genadig! De Heere verheffe Zijn aangezicht over u en geve u vrede.’ Zo mochten de priesters van het Oude Verbond Gods Naam op het volk leggen. In de lofprijzing van het oude Israël werd veelvuldig verwezen naar de Naam van God. Zo bezingt de dichter van Psalm 8 de heerlijkheid van Gods Naam zoals deze tot uitdrukking komt in het machtige werk van Gods schepping en in Zijn verkiezing van de nietige mens tot de bekroning van Zijn schepping. ‘O Heere, onze Heere, hoe heerlijk is Uw Naam op de ganse aarde! Gij, Die Uw majesteit gesteld hebt boven de hemelen.’ Vooral het boek van de Psalmen, waarin de geloofsbevinding van 23


de heiligen van het Oude Testament welluidend uitmondt in dankzegging en lofprijzing, staat bol van Gods lof. In het laatste deel van de Psalmen (107-150) zijn de halleluja’s niet van de lucht. Zo vormt de Naam van God het hoofdthema dat bezongen wordt in Psalm 113: ‘Hallelujah. Looft, gij knechten des Heeren, looft de Naam des Heeren. De Naam des Heeren zij geprezen, van nu aan tot in der eeuwigheid. Van de opgang der zon af tot haar nedergang zij de Naam des Heeren geloofd’ (vers 1-3). In een andere psalm, Psalm 115, wordt de eer van Gods Naam gecontrasteerd met de eer van mensen en met het aanroepen van de afgoden: ‘Niet ons, o Heere, niet ons, maar Uw Naam geef eer, om Uw goedertierenheid, om Uwer waarheid wil’ (vers 1). De ware God woont in de hemel en Hij doet al wat Hem behaagt (vers 2). De afgoden van de volken zijn echter gemaakt van zilver en goud. Zij hebben een mond maar spreken niet. Ze hebben ogen maar zien niet. Oren hebben zij, maar ze horen niet (vers 3-4). Laat ieder die zulke beelden maakt en op hen vertrouwt maar gelijk worden aan de levenloze goden die zij vereren (vers 5). Gods volk zal daarentegen de Naam van de Heere loven tot in eeuwigheid (vers 18).

Het vertalen van Gods Namen Het vertalen van Gods Namen is vaak een punt van discussie, niet alleen onder theologen en vertaalkundigen, maar ook onder christenen in het algemeen. Zo komt soms de vraag naar voren of je de Naam God (’Elohim in het Hebreeuws) mag vertalen als ‘Allah’ in het Indonesisch en in andere talen die cultureel beïnvloed zijn door de Arabische taal en cultuur. Zet je zo geen isgelijkteken tussen de God van de Bijbel en de God van de Koran? Verder bestaan er verschillende opvattingen over het vertalen van de Naam JHWH (Jahweh) in het Oude Testament. Volgens sommige christenen mag deze Naam niet vertaald worden, maar moet hij overeenkomstig de oorspronkelijke uitspraak (‘Jehovah’ of ‘Jahweh’) onveranderd worden opgenomen in vertalingen. Een vertaling als ‘Heere’ is voor hen niet acceptabel en wordt soms zelfs bestempeld als ‘afgoderij’. We dienen dergelijke vertaalkwesties met enige nuchterheid te benaderen. Er is op zich geen bezwaar tegen om de Naam JHWH 24


als ‘Jahweh’ te vertalen. Het is echter wel belangrijk om te beseffen dat deze vertaalpraktijk niet werd gevolgd in het Nieuwe Testament. Daar wordt de bijzondere Godsnaam in navolging van de Septuaginta weergegeven als Kurios (‘Heer’; ‘Heere’). In het licht daarvan mag men concluderen dat het vertalen van JHWH als ‘Heere’ legitiem is en niet als afgoderij mag worden bestempeld. Daarbij is wel van belang dat de oorspronkelijke vorm van de Naam in een voetnoot wordt weergegeven. Wat het vertalen van de Godsnaam ’Elohim betreft, is ‘Allah’ vaak de beste vertaling in talen als het Arabisch en het Indonesisch. Vóór de komst van de islam werd de term ‘Allah’ al gebruikt door Arabische christenen om te verwijzen naar de God van de Bijbel. Ook christenen in Indonesië gebruiken deze aanduiding al eeuwenlang om te spreken over de God van de Bijbel, Die ook de Vader van de Heere Jezus Christus is. In het vertalen van Gods Naam en in het spreken over Zijn Naam gaat het niet zozeer om de vorm, maar veelmeer over de betekenis van Zijn Naam in het leven van Israël en de volken. De Namen JHWH, Jezus en Immanuël verwijzen naar Gods zegenende nabijheid en Zijn verlossend handelen.

Studievragen 1. Wat is de betekenis van Gods bijzondere Naam (JHWH, Jahweh)? 2. In de Tien Geboden wordt gewaarschuwd tegen het ijdel gebruiken van de Naam van de Heere (Ex. 20:7). Wat wordt daarmee bedoeld? Vergelijk ook zondag 36 in de Heidelbergse Catechismus. 3. Op welke manier dient het uitdragen en vertalen van de Naam van God gestalte te krijgen in het zendingswerk en Bijbelvertaalwerk, zowel dichtbij als ver weg?

25


4. Hoe kunnen we voorkomen dat het vertalen van de Naam van God een twistappel wordt in plaats van een opmaat tot dankzegging en lofverheffing?

26


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
bewogenmetdewereldb by Erdee Media Groep - Issuu