Skip to main content

beloftenvantroostabaa

Page 1

M

attheĂźs 5:1-2

26


De Bergrede

1. Op een berg en in het licht ‘En Jezus de scharen ziende, is geklommen op een berg; en als Hij nedergezeten was, kwamen Zijn discipelen tot Hem. En Zijn mond geopend hebbende, leerde Hij hen, zeggende:’ (Mattheüs 5:1-2)

In Mattheüs 5 tot en met 7 staat een lange preek van de Heere Jezus. Dit noemen we wel: de Bergrede. De Bergrede begint met de zaligsprekingen. Voordat Mattheüs de zaligsprekingen van de Heere Jezus opschrijft, begint hij met een inleiding. Daarin vertelt hij uitgebreid hoe Christus Zich voorbereidt op de preek die Hij gaat houden. Mattheüs vertelt dat Christus op een berg klimt, daar gaat zitten en begint te spreken. Op die manier wordt duidelijk dat Hij de woorden die Hij gaat uitspreken heel belangrijk vindt. Er zijn drie (bekende) kenmerken voor een goede prediker: • 1. Hij moet als geroepen prediker getuigen. • 2. Hij moet spreken. • 3. Hij moet kunnen ophouden.19 19.  'Luther werkt dit derde punt niet verder uit, maar staat in dit hoofdstuk alleen stil bij de eerste twee kenmerken.'

27


1. Hij moet als geroepen prediker getuigen a. Als geroepen prediker Dit eerste punt wil zeggen dat de prediker zich opstelt als een voorganger20 en prediker. Maar dan zo één die zijn werk kan en zal doen als iemand die daartoe geroepen is. Dus niet als iemand die zelf bedacht heeft om te gaan preken, maar als iemand die preekt omdat hij de Heere gehoorzaam is, omdat het zijn plicht is. In dat geval mag hij zeggen: ‘Ik kom hier niet omdat ik dat zelf heb bedacht, of omdat ik dat zelf het juist vind. Ik moet dit doen vanwege mijn ambt.’ b. Geen niet-geroepen predikers Dit schrijf ik tegen de predikers, die ons nog steeds zoveel last en narigheid bezorgen. Het zijn rondstruinende groepen en dwepers. Mensen die regelmatig het land ronddwalen en rondstruinen. Zij vergiftigen de mensen voordat de predikers of de overheden het te weten komen en kunnen ingrijpen. Zo besmetten ze het ene na het andere huis. Totdat ze een hele stad en van daaruit een heel land vergiftigd hebben21. 20.  Origineel: meester. 21.  Luther doelt hier op mensen die dwalingen verkondigen en niet onder (kerkelijk) gezag staan, zodat ze hun gang maar kunnen gaan. Ondertussen is de dwaalleer wel dodelijk vergif, dat van de ware God afleidt.

28


De Bergrede Zulke zwervers moeten uitgesloten worden. Het zou voor hen verboden moeten zijn om te preken. Iemand die geen kerkelijke roeping heeft gekregen om dat te doen en geen ambt bekleedt, moet niet preken. Misschien zegt iemand dat hij preekt, omdat hij een leugenprediker heeft gehoord. Bijvoorbeeld in een roomse of een andere kerk. Maar ook dan heeft hij nog niet het recht om tegen die leugenprediker te preken. Al denkt hij zelf dat hij een predikant is. Ook mag hij niet af en toe de huizen binnensluipen. Om stiekem in een verborgen hoekje te gaan preken. Nee, zo iemand moet thuisblijven en niet gaan preken. Hij moet wachten op zijn roeping of ambt. Of zwijgen als hij niet in het openbaar de kansel wil of kan betreden. God wil niet: • Dat iemand met Zijn Woord ronddwaalt. Alsof hij door de Heilige Geest gedreven wordt en hij zou moeten preken. • Dat iemand op die manier plekjes en hoekjes, huizen of preekstoelen zoekt. Terwijl hij niet eens een ambt heeft. Paulus wilde ook niet preken op plaatsen waar andere apostelen al hadden gepreekt. Ondanks dat hij een apostel was, door God geroepen. c. In het openbaar Om die reden staat hier dat Christus in het openbaar op de berg klimt. Juist op het moment dat Hij begint met de uitoefening van Zijn predikambt. Kort daarna zegt Hij tot Zijn discipelen: 29


‘Gij zijt het licht der wereld; men steekt geen kaars aan en zet die onder de korenmaat, maar op een kandelaar, en zij schijnt allen die in het huis zijn’ (Mattheüs 5:14,15). Het predikambt en Gods Woord zullen schijnen als de zon. Predikers mogen niet in het geheim in het donker rondsluipen. Alsof ze verstoppertje spelen. Nee, zij horen in het openbaar op te treden. Zowel de prediker als de toehoorders moeten er zeker van kunnen zijn dat: • de prediker goed preekt; • hij daartoe bevoegd is. Daarom mag er niet iets stiekems van gemaakt worden. Zo moet je het zelf ook doen als je in het ambt staat en een bevel hebt om te preken. Treed dan in het openbaar naar buiten en schrik voor niemand terug. Zodat je kunt roemen met Christus: ‘Ik heb vrijuit gesproken tot de wereld (…) en in het verborgen heb Ik niets gesproken’ (Johannes 18:20).

Het prediktambt en Gods Woord zullen schijnen als de zon. 30


De Bergrede d. Alleen in het openbaar? Je vraagt: Mag iemand dan alleen in het openbaar iets onderwijzen? Is het voor een vader verboden om zijn gezin en zijn bedienden22 te onderwijzen? Of mag hij niet een leerling of iemand anders bij zich roepen, die hij voorleest? Dat mag zeker wel. Het is zelfs heel goed als dat gebeurt. De woning is daar een goede plek voor. Iedere vader moet zijn kinderen en zijn bedienden onderwijzen of laten onderwijzen. Hij is als een priester verantwoordelijk voor zijn huis. Het is zijn opdracht erop te letten wat zij leren. Hij is verantwoordelijk voor hen. Maar let op: in huis is heel wat anders dan buitenshuis. Binnenshuis is er verantwoordelijkheid. Maar dat wil niet zeggen dat je die buitenshuis ook hebt. Je moet niet op eigen initiatief bij anderen naar binnen gaan om te onderwijzen. Je moet ook niet toestaan dat er iemand in jouw huis komt om te preken. Hij heeft daar immers geen opdracht voor. Stel dat er zo iemand in jouw huis of stad komt, wat dan? Dan moet je hem verplichten een bewijs mee te brengen dat hij bekend is. En anders moet hij met een getuigschrift of een brief kunnen aantonen dat hij bevel tot preken heeft. 22.  In de zestiende eeuw hadden de rijken ‘bedienden’ in dienst die onder andere de huishouding van hun ‘heer’ verzorgden. Deze bedienden hoorden bij het gezin, hoewel ze een ondergeschikte rol innamen tegenover hun ‘heer’.

31


e. Niet iedereen geloven Er zijn rondreizende predikers die zichzelf bewonderen dat ze de Heilige Geest hebben. Zo willen ze de huizen binnenkomen. Maar we moeten niet alle rondtrekkende predikers geloven. Kortom, het Evangelie of predikambt23 moet niet in het verborgen verkondigd worden. Het moet in het openbaar te horen zijn: boven op een berg en vrijuit. Dat is het eerste wat Mattheüs hier wil laten zien.

2. Hij moet spreken a. De mond vrijmoedig openen Als tweede punt noemt Mattheüs dat Jezus Zijn mond opent. Zoals gezegd, is een van de kenmerken van een goede prediker dat hij zijn mond niet dichthoudt. Hij moet openlijk zijn ambt uitoefenen. Zodat: • iedereen moet zwijgen; • men hem moet laten optreden als iemand die een goddelijk recht en bevel heeft. Hij moet niet alleen zijn mond opendoen. Hij moet dat ook met vrijmoedigheid doen. Dat betekent dat hij niet zwijgt of mompelt. Integendeel: hij moet juist de waarheid preken en wat hem bevolen is. Hij moet dit moedig en onverschrokken belij23.  Luther bedoelt met predikambt: de roeping van een predikant moet ook een openbare (kerkelijke) roeping zijn.

32


De Bergrede den en vrijuit verkondigen. Hij mag daarbij niemand ontzien of sparen. Wie of wat daardoor ook geraakt wordt. b. Niet druk maken om anderen of zichzelf Het staat een prediker verschrikkelijk in de weg als hij zich druk maakt om: • wat de mensen graag horen en wat niet; • wat hem zou kunnen schaden of in gevaar brengen; • datgene waardoor hij uit de gunst zou kunnen raken. Maar als hij hoog op een berg op een openbare plaats staat en vrij om zich heen ziet, moet hij: • ook vrijuit spreken; • voor geen mens bang zijn, wie hij ook ziet; • geen blad voor de mond nemen; • geen rekening houden met goede en kwade heren en edelen, geld, rijkdom, eer en macht, schande, armoede of schade. Hij moet er alleen voor zorgen dat hij zegt wat zijn ambt beveelt. Daarom staat hij daar!

Hij moet er alleen voor zorgen dat hij zegt wat zijn ambt beveelt. 33


c. Het ambt is niet bedoeld voor aardse voorspoed Let erop dat Christus het predikambt niet heeft ingesteld om er beter van te worden. Bijvoorbeeld om geld, goed, gunst, eer en vriendschap te krijgen, et cetera. Kortom: om er je voordeel mee te doen. Het predikambt heeft als doel om: • de waarheid openlijk te verkondigen; • het kwaad te bestraffen; • te zeggen wat tot nut, heil en zaligheid van de ziel is. d. Dit leven en het toekomende leven Wij hebben Gods Woord niet om te leren: • hoe een dienstmeisje of knecht in het huis moet werken en zijn brood moet verdienen; • hoe een burgemeester moet besturen; • hoe een boer moet ploegen of hooien. Kortom, Gods Woord laat je geen tijdelijke bezittingen zien waardoor je je leven kunt onderhouden. Zulke dingen leer je wel uit de natuur. Gods Woord wil je heel wat anders leren. Namelijk hoe je in het toekomende leven moet komen.

Gods Woord wil ons heel wat anders leren. Namelijk hoe je in het toekomende leven moet komen. 34


De Bergrede Het is wel waar dat het Woord beveelt om dit leven te gebruiken. Ook moet je het lichaam voeden, zolang als dat nodig is. Maar belangrijker is dat je weet waar je zult blijven en leven als dit leven voorbij is. e. De echte prediker zwijgt niet als het lastig wordt Er komt ruzie en strijd met de wereld als er gepreekt wordt over een ander leven, waar je je op moet richten. Ook krijg je ruzie als er gepreekt wordt dat je niet zo aan dit leven moet hangen alsof je hier eeuwig kunt blijven. Want de wereld wil niet dat jij dit hoort. Dat is anders bij een prediker die het lichaam en dit tijdelijke leven liever heeft. Hij staat en praat wel op de kansel, maar hij spreekt niet de waarheid. Op die manier doet hij ten diepste zijn mond helemaal niet open. Als het verkeerd dreigt te gaan, zwijgt hij en durft hij niet te zeggen waar het op staat. Zie je nu waarom MattheĂźs zo uitgebreid heeft beschreven hoe Christus als een echte prediker op de berg klimt en vrijmoedig Zijn mond opent? Hij onderwijst de waarheid en bestraft zowel de valse leer als het zondige leven. Dat zullen we hierna horen.

35


Hoofd, hart en handen

Gesprekspunten Welke kenmerken horen bij een goede prediker? Wat is het gevaar van een niet gezonden prediker?

♼ Hoe kun je jouw dominee helpen bij het vrijmoedig preken van Gods Woord? Op veel (jongeren)bijeenkomsten (s)preken regelmatig personen die geen kerkelijk ambt bekleden. Wat vind je daarvan? Leg uit waarom Luther hier geen voorstander van is.

36


De Bergrede


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook