Inhoud Voorwoord
7
1. Inleiding 2. Ouder worden in Bijbels licht 3. Wie is oud? 4. Ouderen vroeger en nu 5. Levensverhaal 6. De noodzaak van kerkelijke zorg naar ouderen 7. Het leven naar het einde toe 8. Kinderzegen en zorg 9. Verbroken verhoudingen 10. Gezondheidszorgen 11. Zelfstandigheid opgeven 12. Eenzaamheid 13. Somberheid 14. Vergeetachtigheid 15. Bedreigd ik 16. Verdwaald ik 17. Verzonken ik 18. Doodskleed 19. Bruiloftskleed
9 11 15 19 24 29 32 36 41 45 51 57 61 66 71 76 83 88 92
Geraadpleegde literatuur
96
Voorwoord Ouder worden brengt vragen met zich mee. Dat zijn vragen die ouderen zichzelf stellen, maar ook vragen waarmee familie en vrijwilligers te maken krijgen. Steeds opnieuw blijkt dat in deze vragen een praktische handreiking nuttig kan zijn. Dit boekje wil hieraan tegemoet komen. Woorden kunnen de zorgen en moeite rond het ouder worden niet wegnemen. Ze kunnen zelfs gemakkelijk klinken als je je vader of moeder afgebroken ziet worden door de ouderdom. Bij ouderen en hun familie leven soms ook vragen die zich in woorden niet laten uitdrukken. In dit boekje probeer ik slechts vragen die ik regelmatig hoorde tijdens pastorale bezoeken in de kerkelijke gemeente en in het verleden in verpleeghuis Salem aan de orde te stellen. Mevr. J. Kranendonk-Gijssen stimuleerde me opnieuw tot dit schrijfwerk. Haar adviezen en opmerkingen waren daarin erg belangrijk. Ik ben haar daar dankbaar voor. Wat mensen echter niet kunnen, dat wilde de Heere ook ditmaal schenken: lust, moed en kracht om dit werk te doen. Hij make dit boekje dienstbaar voor ouderen, familieleden en vele vrijwilligers in deze verkillende samenleving.
Ds. L. Terlouw 7
1 Inleiding Wie kent niet de uitdrukking: ‘Ouderdom komt met gebreken’? Het is snel gezegd, maar op het moment dat we zelf ouder worden en met gebreken te maken krijgen, blijkt hoe moeilijk dit is. Wanneer we door ouderdom te maken krijgen met vermindering van lichamelijke en geestelijke mogelijkheden, vraagt dat ook om aanpassingen van ons leven. Dat kan ingrijpende beslissingen met zich meebrengen. Denk aan het vragen van hulp, het kleiner gaan wonen, het opgeven van het zelfstandig wonen, enzovoort. Met deze zorgen krijgen de ouderen in de eerste plaats zélf te maken. De titel van dit boekje heeft dan ook vooral te maken met vragen die ouderen zichzelf stellen ‘als thuisblijven moeilijk wordt’. Kinderen en kleinkinderen hebben echter ook vragen als het thuisblijven voor hun ouder(s) moeilijk begint te worden vanwege ouderdom. Allerlei vragen kunnen boven komen. Bijvoorbeeld: Moeten kinderen ervoor zorgen dat hun ouders tot het einde van hun leven in dezelfde woning kunnen blijven wonen? Moeten zaken rond het ouder worden en/of het levenseinde bespreekbaar gemaakt worden met de ouders, óf wordt van de kinderen verwacht dat ze net doen of alles hetzelfde blijft? 9
Kerkelijke gemeenten krijgen in pastoraat en vrijwilligerswerk te maken met vragen van leden die ouder worden. Hoe moet je met die vragen omgaan? Kan van de kerk gevraagd worden dat er extra zorg besteed wordt aan oudere gemeenteleden? En zo ja, wat moet er dan wel en niet gebeuren? Ouderen kunnen, als hun gedachten minder worden, in de communicatie de nodige vaardigheden van hun omgeving vragen. Hoe ga je om met dementerende ouders en gemeenteleden? Heb je als familie en kerk een taak naar een echtpaar waarvan een van beiden dementeert en de ander niet? Zo zijn er tal van vragen rond het thema: ‘Als thuisblijven moeilijk wordt’. Dit boekje probeert in deze vragen op een Bijbelse wijze leiding te geven aan hen die met ouder worden te maken hebben. Tevens komt de pastorale zorg aan de orde in de diverse omstandigheden waarin ouderen verkeren. Binnen de kerkelijke gemeenten kunnen ook vrijwilligers zich geroepen voelen om wezenlijke vragen aan de orde te stellen, zowel aan de bejaarden zelf als aan de familie. Wat kan er een opzien zijn om deze gesprekken te voeren. Regelmatig worden we geconfronteerd met vragen van hen die bij dit werk betrokken zijn. Zij hebben behoefte aan toerusting en leiding. Dit boekje wil daarin een handreiking zijn.
10