1.
Vroeg de Heere zoeken Gehouden tijdens een besloten bijeenkomst in november 1734
En hij deed wat recht was in de ogen des Heeren, en wandelde in de wegen van zijn vader David en week niet af ter rechter- noch ter linkerhand. Want in het achtste jaar zijner regering, toen hij nog een jongeling was, begon hij de God van zijn vader David te zoeken. (2 Kron. 34:2-3)
In de bovenstaande tekst vallen drie dingen op: 1. De reden waarom Josia wordt geprezen: hij deed wat recht was in de ogen des Heeren. Dat betekent dat hij eerlijk en oprecht was en echt heilig leefde. Er is een groot verschil tussen doen wat recht is in de ogen van de mensen en doen wat recht is in de ogen des Heeren. ‘Want het is niet gelijk de mens ziet, want de mens ziet aan wat voor ogen is, maar de Heere ziet het hart aan.’ (1 Sam. 16:7) 2. De verklaring hoe hij deed wat recht was in de ogen des Heeren: hij wandelde in de wegen van zijn vader David, en week niet af ter rechter- noch ter linkerhand. Dat betekent echter niet dat hij helemaal geen tekortkomingen had. We lezen namelijk over een 7
heel opmerkelijke misstap van Josia: hij trok op om te vechten tegen Farao Necho, terwijl hij geen bevel had gekregen om dat te doen (2 Kron. 35:20-24). Het werd de oorzaak van zijn dood. Met deze woorden wordt bedoeld dat zijn gehoorzaamheid algemeen was. Hij leefde niet opzettelijk in een bepaalde zonde en verzuimde geen enkele plicht. 3. Een bijzonder voorbeeld van hoe hij deed wat recht was in de ogen des Heeren: hij zocht de Heere in zijn jeugd. ‘Want in het achtste jaar zijner regering, toen hij nog een jongeling was, begon hij de God van zijn vader David te zoeken.’ Dit krijgt een eervolle vermelding, omdat dit juist recht was in de ogen des Heeren. Het was de Heere welbehaaglijk en aangenaam dat hij zich aan God wijdde, terwijl hij nog jong was. Het is God aangenaam als wij Hem jong vrezen Uitzonderlijke gaven en talenten zijn heel aantrekkelijk in jongeren. Ze vallen bij hen meer op dan bij anderen. Dat is zo bij natuurlijke talenten: als een jongere slim, gevat en veelbelovend is, trekt dit de aandacht. En dat geldt ook voor de moraal: veel mensen vinden een bescheiden jongere, die opvalt door zijn hoge moraal, heel innemend. Juist op die leeftijd maakt dat een sympathieke indruk. Dat lezen we ook van Christus, toen een eerbare, oppassende jongeman bij Hem kwam. ‘Jezus hem aanziende, beminde hem.’ (Mar. 10:21) Hij vond het zeer aangenaam om een talent te zien bij een jongere. Als een jongere niet alleen eerbaar is, maar ook ware genade heeft, is dat heel kostbaar in het oog van God Zelf. Het is bijzonder aangenaam en welbehaaglijk voor Hem. 8
Reden 1. Wie jong de Heere vreest, geeft de bloeitijd van zijn leven aan God. God heeft recht op de bloeitijd van ons leven. God heeft recht op ons hele leven, maar Hij vraagt vooral onze jeugd. Alles wat we hebben, moeten we aan God geven, maar Hij is vooral verblijd met het beste van ons leven. Onze jeugd is om verschillende redenen de beste tijd van ons leven. Het is de tijd van de bloei, het verst verwijderd van aftakeling. Dan hebben we de meeste energie, zijn we het actiefst en het mooist en sneller van begrip. God ziet heel graag dat wij Hem dat offer brengen in onze jeugd. Zo was het ook zeer goed in Zijn ogen dat Abel Hem de eerstgeborenen van zijn kudde bracht. (Gen. 4:4) Het is als het offeren van de eerstelingen aan God. De IsraĂŤlieten moesten hun eerste rijpe vruchten brengen en aan de Heere offeren. (Ex. 22:29) Het is een bijzondere eer voor God als we onze jeugd aan Hem wijden. Dit is meer tot eer van God dan wanneer we de beste tijd van ons leven doorbrengen in dienst van de satan, als slaaf van onze lusten, en dan in de ouderdom tot God komen om Hem een oud, afgetakeld lichaam en hart te bieden, bijna versleten in de zonde. Dan krijgt God slechts de restjes van een leven in dienst van satan. De duivel beseft dat God in het bijzonder geĂŤerd wordt, als we onze jeugd aan God geven. Daarom probeert hij God van deze eer te beroven en zichzelf die eer toe te eigenen. Op alle mogelijke manieren probeert hij jongeren te verleiden om hun jeugd aan hem te geven. Kennelijk is het voor hem een bijzondere vreugde en eer als hij de tijd van de jeugd voor zijn dienst kan opeisen. Daarom is hij altijd zo druk met jonge mensen. De geschiedenis leert dan ook dat hij van heidense volken waar hij als god aanbeden wordt, mensenoffers eist. Dit moeten jonge mensen zijn. 9
Hij aanvaardt alleen maar mensen in de tijd van hun jeugd. Zelfs op plaatsen waar het Evangelie wordt verkondigd, is duidelijk te zien dat satan er vooral op uit is om deze jongeren voor zich te winnen. Reden 2. Het is zeer goed in Gods oog, omdat het heel gepast is dat we ons leven met God beginnen. Alle dingen zouden met God moeten beginnen, omdat Hij het begin van alles is. Hij is de Alfa en de Omega (Openb. 1:11), de Eerste en de Laatste. Hij is de Schepper van alle dingen. Hij is de Bron van al het leven en van al het goede. Hij is het hoogste en voortreffelijkste Wezen. Hij is de meeste achting waardig. Ons leven met God beginnen is niet meer dan een passende erkenning van onze oorsprong, van de God Die ons gemaakt heeft. Het schepsel moet eerst zijn Maker eren. God maakte een redelijk schepsel. Daarom moet het verstand eerst geoefend worden in Zijn dienst. God heeft het schepsel een wil gegeven. Dus moet die wil eerst geoefend worden in het kiezen van Hem Die het geschonken heeft. We moeten onze levensreis beginnen met God en we moeten ons hele leven richten op Zijn dienst en eer. Daarom heeft God alles zo bepaald dat we in de tijd van onze jeugd minder zorgen hebben dan in enige andere periode van ons leven. Daardoor hebben we meer gelegenheid om ons bezig te houden met de dienst van God, als we die tenminste benutten. Reden 3. Als we jong de Heere vrezen, geven we een groter deel van ons leven aan God dan wanneer we dat later pas gaan doen. Daarom is het zo goed als jonge mensen de Heere vrezen. Wie jong de Heere vreest, geeft meer van zijn leven aan God 10
dan wie pas later de Heere gaat dienen. Wie het grootste deel van zijn leven aan de Heere geeft, brengt dus ongetwijfeld het beste offer. Het is beter om het grootste deel van ons leven aan de Heere te wijden dan maar weinig tijd aan het eind van ons leven. Reden 4. Zo wordt veel zonde voorkomen. Mensen die hun jeugd niet aan God geven, maar die helemaal doorbrengen in de zonde en de dienst van de duivel, bedrijven veel zonden. Zij begaan veel moedwillige zonden en verschrikkelijke overtredingen. Daardoor laden zij een grote schuld en onreinheid op zich. Als ze de Heere vroeg zochten en vreesden, als ze berouw hadden over hun zonden, deze nalieten en zich hartelijk aan God en Zijn dienst gaven, zouden veel zonden worden voorkomen. Het zou hen bewaren voor veel opstand, ondankbaarheid en verachting van God. God haat de zonde. Hij is zo rein van ogen dat Hij het kwade niet kan aanzien en de ongerechtigheid niet kan aanschouwen. (Hab. 1:13; Eng. vert.) Dan moet het bijzonder aangenaam voor Hem zijn als we jong de Heere vrezen, omdat dit voor veel zonden bewaart. Reden 5. Het is waarschijnlijker dat deze jongeren heilig zullen leven. Ze hebben meer tijd om te groeien in genade, en dat niet alleen, maar de jeugd is ook een betere tijd: ze ervaren niet de belemmeringen om te groeien in de genade die anderen wel ervaren. Zij die lang in de zonde hebben geleefd en daarna worden bekeerd, worden gehinderd door de slechte gewoonten die ze zich hebben aangewend toen ze nog in de zonde leefden. Die zonden zijn zo diep geworteld dat ze niet met wortel en tak uitgeroeid kunnen 11
worden. Ze zullen er veel hinder van ondervinden. Het zijn vijanden waarmee genade altijd moet strijden zolang ze leven. Deze zonden zullen hen hoogstwaarschijnlijk bezwaren en ten val brengen. Ze zullen waarschijnlijk niet zulke godvrezende christenen zijn als zij die in hun jeugd bekeerd zijn.
Toepassing 1. God is meer genegen om Zijn genade te schenken aan hen die deze genade vroeg zoeken. Dat is zeker. Ziet God vooral graag dat jonge mensen bekeerd worden? Dan zal Hij ongetwijfeld meer genegen zijn om jongeren bekering op bekering te geven als zij daarnaar zoeken. God zal meer bereid zijn om bekerende genade te geven aan mensen die deze in hun jeugd vurig zoeken, omdat Hij Zijn eigen eer liefheeft. Want God wordt meer geĂŤerd in de bekering van jongeren dan in de bekering van ouderen. Als jongeren bekeerd worden en hun jeugd aan God wijden, strekt dit meer tot Gods eer, zoals je al hebt gehoord, dan wanneer we ons tot God bekeren als we oud zijn. God is meer genegen om Zijn bekerende genade aan jongeren te schenken, omdat de jeugd een goede tijd is om ons tot God te bekeren, zoals ik al duidelijk heb gemaakt. Het is de beste tijd voor de bekering. Wat we op het juiste moment zoeken, zullen we hoogstwaarschijnlijk krijgen. Wie de meeste kans wil hebben om een grote oogst van zijn land binnen te halen, moet in het juiste seizoen zijn akker bewerken en het zaad zaaien. Anders is het heel onwaarschijnlijk dat hij daarin zal slagen. Jongeren die graag op enig moment bekeerd willen worden, kunnen dit beter ter harte 12
nemen. Is het je verlangen dat God je wil horen en verhoren, als je de bekering zoekt? Dan moet je de tijd nemen om die te zoeken, als je nog jong bent. 2. Ziet God vooral graag dat jongeren Hem vrezen? Dan mogen we daaruit afleiden dat juist een vroege bekering hun tot troost zal zijn. Wat God het meest behaagt, zal het meest dienen tot hun troost en hun geluk. Schept God een bijzonder behagen in een vroege bekering? Dan zal Hij heel genegen zijn om tekenen van Zijn gunst en liefde te geven aan hen die Hem jong vrezen. Als God vooral in gunst neerziet op hen die Hem jong vrezen, zullen ze in die weg ook de meeste blijken van Zijn gunst ontvangen. Als God vooral vreugde in ons vindt als we Hem jong dienen, zullen we in die weg ook het meest Zijn nabijheid ervaren. In die weg zullen we gezegend worden met veel troost, Godsvreze, licht en gemeenschap met God. Dit zal het gemis van de genoegens van de zonde en de ijdele vreugden van de jeugd rijk vergoeden! Vrees de Heere vroeg. Niets zal mĂŠĂŠr troost geven als je jong bent en als je oud geworden bent. 3. Ik wil de jongeren die hier aanwezig zijn ernstig aansporen om spoedig de Heere te zoeken. Bedenk hoe verstandig dit is. Wat kan er verstandiger zijn dan je jeugd aan God te geven? Gebruik je verstand. Is het niet dwaas om je bloot te stellen aan het grote gevaar dat je loopt wanneer je de bekering uitstelt? Stel je voor dat je jouw jeugd doorbrengt in de zonde en de ijdelheden van de jeugd. Kun je redelijkerwijs verwachten dat dit iets oplevert wat je leven aangenamer zal maken? Denk je echt dat je daarin meer vreugde zult vinden dan in de plichten en de oefe13
ningen van de godsvrucht, of zelfs dat je jeugd daardoor fijner en mooier zal zijn? Bedenk ook eens wat voor vreugde een leven van leeg plezier je brengt. Wat levert dit aardse vermaak je op? Een wandel in de dienst en de vrees van God staat vreugde over aardse genoegens niet in de weg, maar alleen het buitensporig gebruik en het misbruik daarvan. Wat heb je aan zulke uitspattingen? Hoeveel fijner zou aardse vreugde zijn zonder de vrees voor de hel, de vrees voor de dood en de vrees voor Gods toorn. Hoeveel beter zou aardse vreugde zijn als we de blijken van Gods gunst ervaren. En hoeveel heerlijker zou deze aardse vreugde kunnen zijn, als je mag delen in de grootste vreugde.
14