1 Vijf weken min twee dagen Maandag is de leukste dag van de week. Met haar voorwiel duwt Lisa de poortdeur open. Nou ja, de avond dan, de schooldag telt niet mee. Met een soepel boogje fietst ze de oprit af, de weg op. Ze geeft een paar tikjes met haar platte hand op het stuur. ‘Zo Summer, we gaan even racen.’ Lisa klakt met haar tong en veert op en neer op het zadel. Dan pingelt ze met haar bel en maakt een hinnikend geluid. Als ze weer gaat zitten wordt haar blik getrokken naar een huis aan haar linkerhand. Voor het grote raam staat een meisje. Er hangen geen gordijnen, de vensterbanken zijn leeg. Lisa houdt haar benen stil en heel even kijkt ze recht in de grote donkere ogen van het meisje. Dan kijkt ze gauw weer voor zich en draait de trappers langzaam rond. Oeps, dat zal er raar uit hebben gezien, zij die doet alsof haar fiets een pony is. En dan dat gehinnik. Hé, maar … is dat niet het huis dat al een paar weken leegstaat? Lisa kijkt achterom. Het meisje staat er nog steeds, ze heeft nu haar wang tegen het raam geduwd. Kijkt ze nog steeds naar haar? Snel fietst Lisa verder. Er wonen dus nieuwe mensen. Wat vreemd dat er dan geen verhuiswagen in de straat stond vandaag. Of kun je
7
ook zonder verhuiswagen verhuizen? Ze weet het ook niet, hoor. Maar ze weet nu in ieder geval wel dat er een meisje woont. En dat ze dat meisje hinnikend voorbij is gefietst. Lisa giechelt. ‘Wat is er zo grappig?’ Lisa kijkt opzij. ‘Hé Max, wat doe jij hier nu? Ga je niet naar paardrijles?’ ‘Natuurlijk wel’, zegt Max. ‘Spikkel staat al helemaal klaar in haar stal.’ ‘Maar … waarom fiets je hier nu dan, naast mij?’ vraagt Lisa verbaasd. ‘Ik moet iets met je bespreken’, zegt Max na een korte stilte. Zijn stem klinkt een beetje raar. Lisa voelt een kriebeltje in haar buik. Wat heeft Max te vertellen? ‘Je zult wel nieuwsgierig zijn’, zegt Max zacht. ‘Maar het is echt niets leuks.’ Lisa voelt zich zenuwachtig worden. ‘Zeg het maar dan.’ ‘Ik vertel het je zo’, zegt Max. ‘Oké.’ Stil fietsen ze verder. Lisa weet niet wat ze ervan moet denken. Max is altijd vrolijk en hij is altijd aan het kletsen of grapjes maken. Wat zou er zijn? ‘Maar waarom lachte je net eigenlijk?’ doorbreekt Max eindelijk de stilte. Lisa schudt haar hoofd. ‘Ah joh, niets belangrijks.’ Dan schiet ze in de lach, en vertelt toch over het meisje. ‘Ze zal wel gedacht hebben: wat doet dat kind raar op die fiets.’
8
Lisa wacht op Max’ reactie, maar hij kijkt recht voor zich uit. Lisa parkeert haar fiets tegen de muur van oom Johan en tante Wilma’s huis. Ze glipt de deur van de bijkeuken in en verwisselt haar gympen voor paardrijlaarzen. Als ze buiten komt, ziet ze Max’ fiets bij de stal van Summer en Kito staan. Max zal wel in de stal zijn, denkt Lisa terwijl ze de stal binnenloopt. ‘Hoi Kito, ha lieve Summer.’ ‘Je hebt geluk, Summer staat al kant en klaar.’ Max wijst naar Summer. ‘O, wat aardig van tante Wilma’, zegt Lisa. ‘Toch vind ik het niet erg om Summer zelf te zadelen, hoor.’ Ze heeft het inmiddels al zo vaak gedaan, een makkie. Ze opent Summers box. Summer zet meteen een pasje naar haar toe en kijkt haar verwachtingsvol aan. Lisa grabbelt in haar jaszak. ‘Natuurlijk heb ik iets lekkers voor je mee’, zegt ze. Summer hapt meteen als ze de wortel in Lisa’s hand ziet. ‘Max, vertel alsjeblieft wat er is, want ik word er helemaal zenuwachtig van’, zegt Lisa terwijl ze haar natte hand droog veegt aan Summers manen. Max zucht. ‘Mijn vader is al een paar maanden werkloos. En nu …’ Max’ stem hapert even. ‘En nu moet ik kiezen.’ ‘Kiezen? Waarvoor?’ ‘Ik zit op voetbal en ik zit op paardrijles. Maar mijn ouders
9
kunnen twee sporten niet meer betalen, dus nu moet ik met een van beide stoppen.’ ‘Stoppen?’ Lisa’s stem schiet omhoog. Summer reageert direct op het schelle geluid door te schudden met haar hoofd. ‘Rustig maar, Summer’, fluistert Lisa. Ze hoort dat haar stem trilt. ‘Ik moet van voetbal af, of ik moet van paardrijden af’, zegt Max somber. Lisa draait een paar manen om haar vinger. Ze kijkt Max aan. ‘Maar Max’, zegt ze zacht, ‘dat is toch geen moeilijke keus? Je gaat toch wel door met paardrijden?’ Max haalt zijn schouders op. ‘Al mijn vrienden zitten op voetbal. Ik vind het gaaf en ik ben er best goed in.’ ‘Maar in paardrijden ben je ook goed’, zegt Lisa snel. ‘Ik kan Spikkel niet missen’, zegt Max zacht. ‘Ik wil haar niet verkopen.’ ‘Verkopen?’ Lisa’s stem klinkt hard door de kleine ruimte. Summer schuift ongeduldig met haar hoeven op de grond. ‘Wordt Spikkel verkocht als je stopt?’ roept Lisa uit. ‘Ik kan gewoon niet kiezen’, zegt Max. Hij legt zijn handen achter in zijn nek en schudt met zijn hoofd. Lisa haalt diep adem. ‘Voor wanneer moet je het weten?’ ‘Om precies te zien over vijf weken min twee dagen.’ Lisa snuift. ‘Wat een rare tijd.’ Ze verwacht dat Max er wel een grapje over zal maken, maar het blijft stil. ‘Kom, we gaan naar de manege’, zegt Lisa opeens en ze grist haar cap van de haak. Ze weet even niet meer wat ze
10
tegen Max moet zeggen. Haar vingers trillen als ze de cap vastmaakt. Als ze met Summer de stal uit loopt, komt tante Wilma hen tegemoet lopen. ‘Ha Lisa, ha Max, veel succes met jullie rijles vanavond. Wat heerlijk dat het nog licht is, hè? De avonden worden weer langer.’ ‘Dank u’, zegt Lisa en ze probeert haar stem opgewekt te laten klinken. Rustig stapt Lisa op Summer naar de manege. Max fietst naast haar. Geen van beiden zegt een woord. Lisa voelt de spanning tussen hen in hangen, alsof er een ballon op knappen staat.
11
Lisa laat zich van Summer afglijden en loopt samen met Summer als eerste de buitenbak in. Carolien loopt een minuutje later de bak in met Aurora. ‘Wat is Aurora toch een prachtige hengst’, zegt Lisa. ‘Die kleur, zo donkerbruin, bijna zwart, wauw.’ ‘Ja hè?’ zegt Carolien, zichtbaar blij met het complimentje. ‘Kom, zullen we onze pony’s vast warm rijden?’ ‘Goed idee!’ Lisa stijgt meteen op. ‘Het is een pittige pony, maar ik kan haar best aan’, zegt Carolien als ze naast elkaar door de bak stappen. ‘Ik ben zo blij dat ik eindelijk een eigen verzorgpony heb. Ik heb echt geluk gehad dat ik Aurora mag verzorgen omdat haar baas tijdelijk in Amerika woont.’ ‘Een verzorgpony is fantastisch.’ Lisa denkt terug aan een paar jaar geleden, toen zij Summer voor het eerst zag. Ze was meteen verliefd op de bruine merrie. ‘Op een dag zal Aurora van mij zijn’, zegt Carolien met haar neus in de lucht. ‘Ik spaar heel erg hard, zodat ik Aurora later kan kopen.’ Lisa glimlacht en buigt even naar voren om Summer te aaien over haar hals. ‘Ik spaar helemaal niets, maar ik hoop dat ik Summer mag verzorgen tot ik een oud omaatje ben’, giechelt ze. Vanuit haar ooghoek ziet ze Max met Spikkel aankomen. Lisa voelt haar mondhoeken naar beneden zakken. Wat zou het een ramp zijn voor Max als hij moet stoppen met rijles en Spikkel moet verkopen! Een paar minuten later is iedereen er. Ze stappen rustig de
12
bak rond, totdat Maartje, de paardrijjuf, een seintje geeft dat ze gaan beginnen. ‘Goedenavond Carolien en Aurora, Lisa en Summer, Anne en Goldy, Marit en Banana en Max en Spikkel.’ Maartje wijst naar de lucht. ‘Het is heerlijk weer, ik ruik de lente. Binnenkort gaan we een buitenrit maken.’ ‘Yes!’ zegt Lisa zacht. Heerlijk, een buitenrit door het bos. Wat is dat al lang geleden. ‘Voordat we met de les beginnen, heb ik nog een mededeling.’ Carolien kreunt. ‘Maartje, Aurora is echt niet meer te houden, kunnen we alsjeblieft beginnen?’ ‘Volgens mij ben jij zelf ongeduldig’, knipoogt Maartje. ‘Maar ik zal snel zijn. Zoals jullie weten wordt de manege deze zomer verbouwd. We krijgen een nieuwe binnenbak en kantine. Jullie weten al dat er binnenkort een actiedag is, waarop van alles te doen is, zodat we geld kunnen ophalen voor de verbouwing. Hebben jullie in de kantine die melkbus al zien staan?’ Max is de enige die knikt. ‘Daar kun je kleingeld in gooien. Alle kleine beetjes helpen. Ik wil graag morgenmiddag aan jullie uitleggen wat we gaan doen en jullie kunnen dan kiezen waar je bij wilt helpen. Morgenmiddag om vier uur in de kantine. Zonder pony.’ ‘Die kunnen toch niet naar boven’, zegt Marit lachend. ‘Hoelang hebben we nog om alles te regelen voor de actiedag?’ vraagt Anne. ‘Eh ... vijf weken … min twee dagen.’
13
Met een ruk kijkt Lisa opzij, naar Max. Op hetzelfde moment kijkt Max naar Lisa. Vijf weken min twee dagen, dat betekent dat de actiedag op dezelfde dag plaatsvindt als de dag dat Max moet kiezen. ‘Goed, dat was de mededeling’, zegt Maartje. ‘We gaan nu lekker beginnen.’ ‘Het was een oké les’, zegt Lisa als ze Summer later die avond poetst. Tante Wilma borstelt Kito, die in de box naast die van Summer staat. ‘Een oké les? Wat moet ik me daarbij voorstellen?’ ‘Nou, het ging … gewoon, niet slecht en niet goed’, zegt Lisa. ‘Morgen moet ik trouwens weer naar de manege, we gaan praten over de actiedag.’ ‘Voor de verbouwing?’ vraagt tante Wilma. ‘Ja, er komt een nieuwe binnenbak en de kantine wordt opgeknapt. Het is ook wel nodig, hoor. De kantine is superoud en lelijk. We zitten er vaak te kletsen met onze manegevrienden en het zou fijn zijn als het wat gezelliger zou worden ingericht.’ ‘Wat gaan jullie allemaal doen op de actiedag?’ ‘Volgens mij mogen er kinderen een rondje op een pony rijden, en verder weet ik het eigenlijk ook niet.’ Rustig poetst Lisa verder over Summers bezwete rug. Na de les heeft ze Max niet meer gesproken. Hij vertrok direct met Spikkel naar de stal, zonder iets te zeggen. Hij was natuurlijk chagrijnig. Lisa snapt het aan de ene kant
14
wel, maar aan de andere kant ook weer niet. Hoe kun je paardrijden nou vergelijken met voetbal? ‘Stomme voetbal’, mompelt ze. ‘Wat zeg je nu?’ zegt tante Wilma lachend. ‘O, dat voetbal stom is’, zegt Lisa. Ze is moe en heeft geen zin om alles aan tante Wilma te vertellen. ‘Ik ga naar huis.’ Ze omhelst Summer. Die knort tevreden. ‘Alle klusjes zijn gedaan, tante Wilma.’ ‘Dank je, Lisa. En alvast welterusten voor straks’, zegt tante Wilma vanuit Kito’s box. Het is bijna donker en als Lisa de straat in fietst denkt ze opeens weer aan het meisje voor het raam. Extra langzaam fietst ze voor het huis langs. Het donkere raam ziet er koud en eenzaam uit. Het meisje is nergens te zien. Een beetje teleurgesteld fietst Lisa de oprit op. ‘Hoe was je les?’ is het eerste wat mama wil weten als Lisa binnenkomt. ‘Oké’, zegt Lisa en ze hangt haar jas op aan de kapstok. ‘Er wonen nieuwe mensen aan de overkant’, zegt Lisa als ze de kamer binnenkomt. ‘Waar?’ vraagt papa en hij gaat voor het raam staan. Lisa gaat naast papa staan. ‘Daar.’ Ze wijst naar het huis schuin tegenover hen. ‘Oh? Ik heb niets doorgehad, maar ik was ook de hele dag aan het werk.’ Mama komt de kamer binnenlopen en zet een kop thee op tafel neer.
15
‘Schuin aan de overkant, bedoel je?’ Lisa knikt. ‘Er stond een meisje voor het raam. Ze had donker haar en bruine ogen.’ ‘Aha’, zegt mama, ‘ik hoorde al zoiets.’ ‘Wat bedoelt u?’ vraagt Lisa. ‘Het is een vluchtelingengezin.’ ‘Waar komen ze vandaan?’ vraagt papa. ‘Uit Syrië.’ ‘Een vluchtelingengezin? Hoe weet u dat allemaal?’ vraagt Lisa. Mama komt naast haar staan voor het raam. ‘Mama’s weten soms veel’, zegt ze geheimzinnig. Lisa voelt een hand op haar schouder. ‘Ik heb opeens een goed idee. Ik ga een cake bakken.’ ‘Een cake bakken? Nu?’ ‘Ja, dan kunnen wij die morgen samen naar het gezin brengen om ze welkom te heten.’ ‘Maar ik moet om vier uur op de manege zijn’, zegt Lisa snel. ‘O, dan hebben we die cake allang gebracht’, zegt mama lachend. Lisa ploft op de bank en neemt kleine slokjes van de hete thee. Syrië, daar is het toch oorlog?
16