Skip to main content

EB & Live - zomer 2026

Page 1


ROBERT HENGEVELD EN SANJA BUNIC:

VERANDERT MEE!

Van dagelijks nieuws tot diepgaande dossiers.

Van kennisplatform tot ontmoetingsplek.

Van online community tot Industry Summit.

ÉÉN INDUSTRIE. ÉÉN

PLATFORM.

Ga naar EB.LIVE

Uitgave

iMediate

De Bleek 17

3447 GV Woerden redactie@eb,.live

Uitgever

Frans Vertregt frans@eb.live 06 109 46545

Redactie

Arnold le Fèbre (hoofdredacteur) arnold@eb.live

06 296 24668

Cas Spiertz (redacteur) cas@eb.live

Coverfotografi e

Steven van Kooijk

Exploitatie

Bianca Vertregt bianca@eb.live

06 161 37494

Abonnementen

EB & LIVE Basis - magazine en nieuwsbrief

€ 59,- per jaar

EB & LIVE Compleet - magazine en Festival Guide

€ 99,- per jaar

EB & LIVE Professional – magazine, Festival Guide en Industry Summit

€ 179,- per jaar

Meer informatie? Ga naar eb.live/abonneren

Als vakblad hanteren we de opzegregels uit het verbintenissenrecht. Wij gaan ervan uit dat u het blad ontvangt uit hoofde van uw beroep. Hierdoor wordt uw abonnement steeds stilzwijgend met een halfjaar verlengd. Opzeggen kan per post, mail of telefoon. De opzegtermijn is 30 dagen voor het einde van de abonnementsperiode.

Vormgeving

Tim van den Berg

Drukkerij

Vellendrukkerij BDU bv, Barneveld

© Copyright 2026 ISSN: 1875-2888

Alles komt samen

Zeven maanden. Zo lang ben ik nu aan boord als algemeen directeur van iMediate en eigenaar van EB & LIVE. En wat is er in die periode veel gebeurd.

Het meest zichtbare resultaat heb je waarschijnlijk al gezien: op 1 juni gingen entertainmentbusiness.nl en eblive.nl samen verder als eb.live. Eén platform, één dagelijkse nieuwsbrief en een volledig nieuwe back-end waarin alles op elkaar is aangesloten. De festivaldatabase is groter dan ooit, op de nieuwe site vermelden we ruim 900 partners en elke partij in de branche kan er dit jaar kosteloos vacatures plaatsen. Daarnaast ben ik in gesprek met de VVEM om onze samenwerking verder uit te breiden.

Waarom we dit allemaal doen? Muziek groeit. Macht regeert. Marge slinkt. Deze branche is groter en populairder dan ooit, maar de business erachter verandert in hoog tempo. Juist nu heeft de sector een plek nodig waar nieuws, duiding en de hele keten samenkomen. Daarom organiseren we op 2 december ook ons grote netwerkevenement: de eerste editie van de EB & LIVE Industry Summit, met precies dit als thema (zie ook pagina 20).

Sinds 2000 heb ik me gespecialiseerd in het verrijken, consistent maken en vooral laten groeien van B2B uitgeefplatformen. Toen ik vorig jaar november de kans kreeg om eigenaar te worden van EB & LIVE, aarzelde ik als oude dj dan ook geen moment. Mijn passie voor muziek en entertainment combineren met waar ik zakelijk goed in ben: hier komt voor mij alles samen.

En we zijn nog maar net begonnen. Voor de nabije toekomst denken we aan een kleiner netwerkevenement per kwartaal rond een actueel thema, masterclasses en een vodcast.

Je gaat het allemaal voorbij zien komen: op eb.live, in dit magazine en tijdens de EB & LIVE Industry Summit.

Ik zie je daar graag.

Frans Vertregt is algemeen directeur van EB & LIVE.

Vragen? Opmerkingen? Mail naar Frans@eb.live

Cup-to-cup recycling

Bordex Packaging en CircularPET zijn een samenwerking gestart rond het inzamelen, registreren en hoogwaardig recyclen van PET-softcups op evenementen. We spreken hierover met Robert Hengeveld en Sanja Bunic. ‘We zijn ervan overtuigd dat dit de duurzaamste oplossing is.’

4PM Entertainment

4PM Entertainment, het bedrijf achter onder meer Kingsland en Hullabaloo kiest bewust voor een divers portfolio. Niet alleen om risico’s te spreiden, maar vooral omdat oprichters Mitchel Bovenlander en Philippe Hes willen bouwen aan evenementen met een lange levensduur.

Eleven Travel

Wiljan De Ruijter startte Eleven Travel ruim twintig jaar geleden vanuit een praktische behoefte. Wat begon met het regelen van een busje voor vrienden, groeide uit tot een bedrijf dat busvervoer organiseert voor de meest uiteenlopende evenementen in Nederland en België.

De Foodtruck Club

De Foodtruck Club heeft zich ontwikkeld tot een geïntegreerde cateringpartner met een portfolio van acht eigen concepten, vijftien foodtrucks en een team van circa 90 medewerkers. ‘Onze ingrediënten voor de Italiaanse foodtrucks halen wij met eigen transport vanuit Napels.’

Emissievrije tours

In Milaan realiseerden Jakop Ahlbom Company en Pieter Smit Group de eerste internationale tour waarbij volledig elektrisch werd gereden. Daan Stigter en Ferdinand van Dalsen leggen uit de volgende stappen zijn. ‘Het gaat niet meer over óf het kan, maar over hoe we verder opschalen.’

En verder:

Bordex en CircularPET zetten in op cup-to-cup recycling van evenementenbekers

Bordex Packaging en CircularPET zijn een samenwerking gestart rond het inzamelen, registreren en hoogwaardig recyclen van PET-softcups op evenementen. Bordex heeft daartoe een participatie genomen in CircularPET. Met dit partnership willen beide partijen organisatoren en gemeenten helpen te voldoen aan de aangescherpte recycleverplichtingen en de administratieve bewijslast richting toezichthouder ILT.

DOOR: ARNOLD LE FEBRE • FOTOGRAFIE: STEVEN VAN KOOIJK

R

Robert Hengeveld, Business Unit Manager bij Bordex Packaging, en Sanja Bunic, Director Growth & Operations bij CircularPET, zien softcups als een e ciënte en schaalbare route naar een circulair systeem voor evenementen. “We zijn ervan overtuigd dat cup-to-cup recycling, van grondstof tot grondstof, de meest duurzame oplossing is.”

Van portal naar begeleid systeem

Bordex is al langer actief in het retourhalen en recyclen van plastic bekers. Het bedrijf begon in 2016 met het terughalen van bekers en het toepassen van 100 procent post-consumer recyclaat (PCR) in nieuwe bekers. Later ontwikkelde Bordex het systeem rEVENT: een selfservice-portal waarin klanten inzamelmomenten plannen, verbruiksdata registreren en hun administratie richting ILT kunnen onderbouwen.

In de praktijk bleek dat systeem niet altijd voldoende. “De missende schakel was het begeleidende stuk,” zegt Robert Hengeveld. “Klanten hadden veel vragen over systeeminrichting, educatie en de verantwoording richting toezichthouders, maar dat vraagt een andere organisatie dan wij als bekerproducent hebben.”

CircularPET is daar nu juist in gespecialiseerd. Het bedrijf begeleidt organisatoren bij systeeminrichting, educatie en dataverantwoording. “Educatie is zeker in de eerste jaren een groot deel van het werk geweest,” zegt Sanja Bunic. “Vooral kleinere organisatoren, zoals dorpsfeesten en lokale stichtingen, zijn vaak nog zoekende naar wat wel en niet mag. Grotere festivals hebben die routine inmiddels opgebouwd.”

Samenwerking in een stroomversnelling

De samenwerking kwam in een stroomversnelling toen Bordex intern nadacht over de toekomst van rEVENT en de steeds strengere recycleverplichtingen. Tegelijkertijd viel bij CircularPET het partnerschap met verpakkingsbedrijf Paardekooper weg waardoor ze een bekerleverancier misten in hun hoogwaardige recycleketen. “Toen is het balletje gaan rollen,” zegt Hengeveld.

Gesprekken met CircularPET volgden, eerst met medeoprichter Tjeerd

Bijnsdorp en later met Bunic, waarna Bordex een belang nam in CircularPET. Volgens Bunic past de bekerlogistiek logisch binnen het bredere systeem dat CircularPET ontwikkelt. “De beker is een belangrijk onderdeel van de dataketen,” zegt zij. “Niet alleen vanwege het verbruik, maar ook omdat evenementen sterk verschillen in schaal. Maatwerk, bijvoorbeeld via unieke bekers, helpt om grip te houden op de stroom en de controleerbaarheid.”

Cup-to-cup als uitgangspunt

Beide partijen positioneren het partnership vanuit één centraal uitgangspunt: hoogwaardige kringloopsluiting met PET. “Cup-to-cup recycling, van grondstof tot grondstof, is de meest duurzame oplossing,” zegt Bunic. “Zeker voor evenementen die tijdelijk worden opgebouwd. Door PET opnieuw foodgrade in te zetten, blijft de materiaalwaarde behouden.” Hengeveld wijst op het materiaalverschil met veel herbruikbare bekers. “PET is een van de kunststofsoorten die je weer hoogwaardig kunt recyclen tot voedselveilig materiaal.” Veel hardcups worden gemaakt van polypropyleen (PP) en belanden na gebruik vaak in toepassingen van lagere kwaliteit, zoals tuinmeubelen of bermpaaltjes.

Softcups versus hardcups

Bordex levert zowel softcups als hardcups, maar ziet in de praktijk duidelijke verschillen tussen beide systemen. “We zijn altijd voorstander geweest van een eenmalige beker met een goed recyclingsysteem erachter,” zegt Hengeveld.

Volgens beide partijen blijkt hergebruik in de praktijk niet altijd zo e cient als het op papier lijkt. Hardcups raken regelmatig kwijt doordat bezoekers ze meenemen als souvenir of simpelweg weggooien. “Het idee is dat een beker tientallen keren wordt gebruikt,” zegt Bunic. “Maar in de praktijk is er op veel evenementen aanzienlijk verlies.”

Daar komt bij dat herbruikbare systemen logistiek complexer zijn door retourstromen en wasprocessen. Ook hygiëne en operationele uitvoering spelen daarbij een rol.

“Als je zo min mogelijk plastic gebruikt én een goed recyclingsysteem hebt, kom je tot een duurzame oplossing”

Meer handhaving en bewijsvoering

Een belangrijke ontwikkeling in de markt is de toegenomen handhaving rond de regelgeving voor plastic bekers. Volgens Bunic bleef controle in de beginfase beperkt, maar is de inspectiedruk de afgelopen periode duidelijk toegenomen. “We merken dat de controles door de Inspectiedienst ILT worden opgeschroefd. Dat zien we ook terug in de toestroom van organisaties die zich aanmelden.”

De focus van de ILT verschuift daarbij steeds meer richting evenementen. Organisatoren moeten aantoonbaar kunnen maken hoe zij voldoen aan de voorwaarden waaronder softcups zijn toegestaan.

CircularPET ontwikkelde daarvoor een systeem met een app waarin het proces van inzet tot inzameling en verwerking wordt geregistreerd, inclusief data per bar of verkooppunt.

“Meten is weten,” zegt Bunic. “Ons doel is de administratieve last bij de organisator weg te nemen en tegelijkertijd betrouwbare data te leveren. Klanten krijgen hun eigen portal waardoor ze altijd de beschikking hebben over de data die wij verzamelen en verwerken in een certificaat.”

Maatwerkbekers als controle-instrument

Een belangrijk aandachtspunt in het systeem is het voorkomen van vervuiling in de recycle-stroom. Bordex ontwikkelde, als eerste in de markt, bekers met embossing en in later instantie lasergraveren om zodoende vervuiling van drukinkten te vermijden.

Daarmee ontstaat branding zonder inkten of additieven die de PET-recyclingstroom kunnen vervuilen. Maatwerkbekers kunnen ook helpen bij controle. Door unieke bekers per evenement of stadsproject te gebruiken, kan beter worden voorkomen dat bekers van buiten het systeem in de inzamelstroom terechtkomen. “Dan houd je controle: deze beker hoort bij dit evenement,” aldus Hengeveld. Voor grotere volumes ontwikkelt Bordex specifieke matrijzen. Lasergraveren is volgens het bedrijf al mogelijk vanaf ongeveer 30.000 stuks.

Volgens Bunic is dat vooral relevant bij grote stadsprojecten. “Bij bijvoorbeeld Koningsdag werk je met veel horecapartijen. Dan is één uniforme beker zeer wenselijk om het systeem goed te organiseren.”

“We zijn ervan overtuigd dat cup-to-cup recycling, van grondstof tot grondstof, de meest duurzame oplossing is”

Minder plastic per beker

Naast ketenorganisatie speelt ook productontwikkeling een rol. Hengeveld legt uit dat bekers de afgelopen jaren aanzienlijk lichter zijn geworden. “Een standaardbeker is van ongeveer zes gram naar 4,1 gram gegaan.” Bij grote volumes leidt dat tot een aanzienlijke reductie van het totale plasticgebruik, mits de retourstroom goed wordt georganiseerd.

Uitdagingen

Voor CircularPET wordt het komende seizoen naar verwachting druk. Het bedrijf werkt inmiddels samen met verschillende partners in de evenementensector, waaronder Libéma, en via horecaproductiebedrijven die grote aantallen evenementen bedienen. “Er zijn nog ontzettend veel evenementen die nog niet aan de regelgeving voldoen en onze hulp goed zouden kunnen gebruiken. Vrijwel elke gemeente heeft wel een feestweek of traditioneel evenement waar softcups gebruikt worden.”

Volgens beide partijen ligt de grootste uitdaging niet in de techniek, maar in beleid en regelgeving. “Wij zijn altijd een beetje afhankelijk van de regelgeving,” zegt Bunic. “En van politieke keuzes.” Hengeveld vult aan: “Wat de sector nodig heeft is een duidelijke en eenduidige koers. Dan kunnen wij onze systemen daar goed op inrichten.”

Volgens Hengeveld en Bunic is de regelgeving rond evenementenbekers lange tijd onderbelicht geweest. De handhaving lijkt nu toe te nemen, maar veel praktische aspecten zijn nog niet volledig uitgekristalliseerd.

Aangepaste regels

Vanaf 1 januari 2026 gelden in Nederland aangepaste regels voor eenmalige PET- en PP-bekers. Deze wijzigingen vloeien voort uit de SUP-richtlijn en hebben als doel het gebruik van plastic bekers te verminderen. De overheid mikt daarbij op een reductie van 40% in 2026 ten opzichte van 2022. Naast hergebruik krijgt recycling een nadrukkelijkere rol. Daardoor ontstaat meer ruimte voor systemen die zijn gebaseerd op recycling.

Bij consumptie ter plaatse (zoals horeca, festivals, sportclubs en dagattracties) blijft hergebruik formeel de norm. Tegelijk wordt de bestaande uitzondering verruimd. Ondernemers mogen softcups (PET en PP) blijven gebruiken, mits zij voldoen aan duidelijke voorwaarden:

✓ de bekers zijn volledig recyclebaar;

✓ de gebruikte bekers worden apart ingezameld;

✓ in 2026 wordt minimaal 85% van de bekers ingezameld en aangeboden voor recycling (dit percentage stijgt naar 90% in 2027).

Ondernemers die hiervan gebruikmaken, moeten zich melden bij de ILT en een administratie bijhouden van gebruik en inzameling.

“Maatwerk, bijvoorbeeld via unieke bekers, helpt om grip te houden op de stroom en de controleerbaarheid”

Daarnaast bestaan er grote verschillen tussen gemeenten. Sommige nemen een actieve rol in de organisatie van een systeem, terwijl andere afwachten. “Dat kan het verschil maken tussen een soepel stadssysteem en een moeizaam traject,” zegt Bunic.

Kosten

Naast duurzaamheid speelt ook het economische argument een rol. Volgens Bunic kan een softcup-systeem aanzienlijk goedkoper uitpakken dan herbruikbare systemen, vooral doordat kosten voor logistiek, wassen en verlies van hardcups zwaar kunnen doorwegen. “Als een hardcup verdwijnt, is dat voor kleine organisatoren direct een kostenpost, terwijl op ons systeem nog nooit geld is toegelegd dankzij de bijdrage voor de eerste beker die de bezoeker betaalt.”

Groei

Voor het komende seizoen richten Bordex en CircularPET zich op groei in volume, hogere recyclepercentages en verdere automatisering van de dataverwerking. Hengeveld hoopt over een jaar terug te kunnen kijken op een seizoen waarin grote aantallen bekers zijn teruggehaald en opnieuw verwerkt. Bunic benadrukt dat de sector de ontwikkeling ook als kans moet zien. “Het moet niet voelen als een extra verplichting, maar als een systeem dat ondernemers ontzorgt en inzicht geeft in hun impact.”

Volgens beide partijen ligt de sleutel in een combinatie van product en systeem: een lichte PET-beker zonder vervuilende inkten, gekoppeld aan een goed georganiseerd inzamel- en registratiesysteem. “Als je zo min mogelijk plastic gebruikt én een goed recyclingsysteem hebt, dan kom je tot een duurzame oplossing,” zegt Hengeveld.

“Voor evenementen werkt dat simpelweg het beste,” besluit Bunic.

Wanneer werd een ticket eigenlijk zo ingewikkeld?

Er was een tijd dat een ticket gewoon een ticket was. Je kocht er één, kreeg hem toegestuurd, liep naar binnen bij een concert of een festival en had een mooie avond.

Dit klinkt bijna nostalgisch, want inmiddels is ticketing langzaam veranderd in een digitaal mijnenveld waar bezoekers zich steeds vaker doorheen moeten manoeuvreren. Niet alleen door woekerprijzen en secondary ticketing, maar ook door allerlei beveiligingsmaatregelen die de sector de afgelopen jaren noodgedwongen is gaan optuigen.

En eerlijk gezegd snap ik dat wel. Geen enkele organisator wil meemaken dat honderden bezoekers bij de ingang staan met een ongeldig ticket in hun hand. Geen enkele venue zit te wachten op discussies bij de entree omdat screenshots zijn doorgestuurd. En geen enkele artiest wordt blij van headlines over tickets die voor absurde bedragen op resale-platformen zijn beland.

Dus wat doet de sector? We bouwen steeds meer veiligheidslagen. Denk aan tickets die pas vlak voor een event beschikbaar komen. Dynamische QR-codes. Verplichte accounts. Extra verificaties. Beperkte transfers. Gepersonaliseerde tickets. Allemaal logisch bedoeld. Allemaal verdedigbaar ook. Maar bekijk het eens door de ogen van een bezoeker. Hij of zij koopt soms maanden van tevoren tickets voor vrienden of familie, betaalt honderden euro’s, maar krijgt vervolgens niet eens direct toegang tot het festival of concert. Een paar dagen voor het evenement moet vaak opnieuw worden ingelogd bij een ticketingplatform om de tickets alsnog handmatig op te halen. Daarna begint vaak het rondsturen via WhatsApp, e-mail of screenshots - precies het gedrag dat we eigenlijk proberen te voorkomen.

En ondertussen raken bezoekers steeds meer gewend aan digitale diensten die wél moeiteloos werken. Een KLM boardingpass staat automatisch op je telefoon. Een hotelreservering van Booking.com verschijnt direct in je app. Een Tikkie opent realtime op ieder device. Alleen bij evenementen accepteren we blijkbaar nog dat een toegangsbewijs maandenlang als los bestand over het internet mag rondzweven, om vervolgens verbaasd te zijn dat daar misbruik van wordt gemaakt.

Misschien moeten we onszelf daarom andere vragen gaan stellen. Niet alleen: ‘Hoe bestrijden we ticketfraude?’ Maar ook: ‘Waarom voelt het kopen van een ticket voor een event anno 2026 soms nog steeds ingewikkelder dan het boeken van een intercontinentale vlucht?’

Uiteindelijk zijn bezoekers geen beveiligingsrisico. Het zijn fans. En misschien zijn we soms een beetje vergeten voor wie ticketing eigenlijk bedoeld was.

COLUMN

Deze column is geschreven door Peter-Joost Post, oprichter en CEO van Ticketkeeper, een Europees ticketplaform dat digitale tickets veilig opslaat in één centrale mobiele wallet. Ticketkeeper werkt samen met ticketproviders, venues en eventorganisaties in binnen- en buitenland.

“Ticketing is langzaam veranderd in een digitaal mijnenveld”

‘Wij hebben er altijd voor gekozen om zelfstandig te blijven’

Wat begon als een feestje onder vrienden, groeide uit tot een vaste waarde in het Amsterdamse festivallandschap. Nu viert ZeeZout Festival zijn tienjarig bestaan. Medeoprichter Stijn Ceelen, die het festival samen met Glenn Schonewille oprichtte, blikt terug op de beginjaren, spreekt over het opereren als onafhankelijk festival in een concurrerende markt en kijkt vooruit naar de toekomst van festivals in Amsterdam.

DOOR: CAS SPIERTZ

Z“ZeeZout komt eigenlijk voort uit een heel simpel idee: een feestje organiseren voor vrienden,” vertelt Stijn Ceelen. “Wat tegenwoordig vaak als community-based wordt omschreven, voelde destijds vooral als een spontane manier om gelijkgestemden samen te brengen. We wilden een plek creëren waar leuke mensen samen konden komen rond muziek.”

De organisatie begon met clubavonden in Amsterdam, maar breidde al snel uit naar steden als Utrecht en Rotterdam. “We organiseerden in korte tijd veel en leerden daardoor ook snel: over organiseren, over muziek en over programmering.”

Een belangrijke rol in die ontwikkeling speelde club Trouw in Amsterdam, destijds een invloedrijke plek voor elektronische muziek. “Daar kwam je voortdurend artiesten tegen, ging je het gesprek aan en leerde je nieuwe mensen kennen. Dat heeft veel invloed gehad op onze muzikale ontwikkeling.”

Twee doelen

Naarmate de clubavonden groeiden, ontstonden ook grotere ambities. “Op een gegeven moment hadden we eigenlijk twee duidelijke doelen,” zegt Ceelen.

“We wilden een feest organiseren bij Woodstock in Bloemendaal, en daarnaast droomden we ervan om een eigen festival te starten.”

Die tweede ambitie werd in 2015 werkelijkheid, toen de eerste editie van ZeeZout Festival plaatsvond. Met 4.000 bezoekers was het festival meteen uitverkocht, hoewel het vanuit commercieel oogpunt niet direct een succes was. “Eigenlijk is ZeeZout altijd een beetje meegegroeid met de break-even. Elke keer als we een stap maakten als festival, groeiden de kosten gelijkmatig mee.”

“Festivals in Amsterdam komen door de regeldruk en de financiële gevolgen daarvan in een steeds lastigere positie”

Volgens Ceelen is dat kenmerkend voor ondernemen in de festivalmarkt. “Je hebt veel zelf in de hand, maar tegelijkertijd ook heel veel niet. Zo hadden we bijna elk jaar te maken met een slechte weersvoorspelling. Uiteindelijk viel het op de dag zelf vaak mee, maar het blijft altijd spannend. Dat is als ondernemer natuurlijk eigenlijk gekkenwerk.”

Programmeren op het juiste moment

Het vroege succes van ZeeZout was volgens Ceelen deels te danken aan de programmering. In de beginjaren koos het festival nadrukkelijk voor een muzikale niche: leftfield house, disco en techno die destijds nog niet op grote schaal op festivals te horen was. Maar minstens zo bepalend was het publiek. “Er kwam altijd een hele leuke groep mensen op ZeeZout af.

Daardoor ontstond een sfeer waar bezoekers op konden vertrouwen. Mensen wisten: misschien ken ik niet elke naam op de line-up, maar de vibe is altijd goed.”

Door dicht op de scene te blijven zitten, wist ZeeZout door de jaren heen regelmatig artiesten te programmeren vlak voordat ze breder doorbraken. Namen als KI/KI, Bicep, Mall Grab, Job Jobse of DJ Heartstring stonden er in een vroeg stadium. “We zijn zelden de eersten die een artiest boeken,” zegt Ceelen. “Maar vaak wel net vóórdat hij of zij echt doorbreekt. Daardoor blijven we relevant voor ons publiek.”

Onafhankelijk blijven in een consoliderende markt

Tien jaar later opereert ZeeZout nog altijd onafhankelijk, iets wat volgens Ceelen in de huidige festivalmarkt steeds zeldzamer wordt. “Veel festivals zijn onderdeel geworden van grotere organisaties of private equity. Wij hebben er altijd voor gekozen om zelfstandig te blijven.”

Die onafhankelijkheid bleek niet altijd de makkelijkste route. De realiteit is dat er de eerste jaren niet of nauwelijks winst gemaakt werd. De organisatie moest het daarom lange tijd vooral hebben van inkomsten uit clubavonden door het hele land. “De clubavonden verkochten vaak uit en daar maakten we een kleine winst op. Uiteindelijk was het de combinatie van de clubavonden met het festival die ervoor zorgde dat we er als onafhankelijke organisatie van konden leven.”

Inmiddels is de organisatie achter ZeeZout breder actief. Onder de vlag van evenementenproductiebedrijf Making Waves organiseert het team evenementen door het hele land, is het betrokken bij festivals als Ohm en By the Creek en produceert het sinds 2019

ook Cinema in Concert in Nederland en België. “Door naast ZeeZout ook andere projecten te ontwikkelen, is ons werk als organisatie breder geworden dan alleen het festival. Tegelijk geeft dat ons de ruimte om in ZeeZout te blijven investeren en keuzes te maken op basis van wat we artistiek interessant vinden, omdat we niet volledig afhankelijk zijn van één evenement.” Volgens Ceelen heeft die keuze er bovendien aan bijgedragen dat de organisatie haar onafhankelijkheid heeft kunnen behouden. “Ik ben blij dat we nooit de keuze hebben gemaakt om onderdeel te worden van een grotere partij en mee te gaan in de consolidatie van de markt. Als een grote investeerder zo’n lijst langsgaat en wij daaronder zouden vallen, denk ik eerlijk gezegd dat we waarschijnlijk allang waren weggesaneerd.”

STIJN CEELEN

Stap voor stap groeien

De groei van het festival zelf verliep geleidelijk. “We hebben het festival eigenlijk steeds stap voor stap ontwikkeld,” zegt Ceelen. “Na elke editie kijken we heel kritisch naar alles: de line-up, de flow van het terrein, hoe elke stage heeft gefunctioneerd.”

Die continue evaluatie leidde ook tot veranderingen in de opzet van het festival. Waar ZeeZout lange tijd werkte met veel kleine, intieme stages, is de afgelopen jaren gekozen voor een andere balans. “Op een gegeven moment hadden we bijvoorbeeld 6.000 bezoekers en negen stages. Dat gaf een eigen sfeer, maar je merkt ook dat sommige sounds beter werken op grotere stages met meer productie.”

Daarom werd de afgelopen editie flink geïnvesteerd in het terrein en de productie. “Dat voelde voor veel bezoekers echt als een next-level stap.” Voor de jubileumeditie wordt die lijn doorgetrokken, onder meer door een upgrade van een van de kleinere stages. “We proberen steeds dichter bij de ideale indeling van deze locatie te komen. Het doel is om het terrein en de stages nog beter tot hun recht te laten komen.”

De realiteit van Amsterdam

Hoewel ZeeZout stevig verankerd is in Amsterdam, is de positie van festivals in de stad de afgelopen tien jaar aanzienlijk veranderd. “Vroeger kon je een vergunning er bijna naast doen,” zegt Ceelen. “Nu is het bijna een fulltimebaan geworden binnen de organisatie van een festival.”

“Vooral kleinere organisaties voelen die druk. Bij een kleinere capaciteit heb je vaak helemaal niet het budget om daar iemand fulltime op te zetten, terwijl de eisen en de administratieve last wel enorm zijn toegenomen.” Alleen al de vergunningaanvraag kost ZeeZout ongeveer 20.000 euro. Daarbovenop komt in Amsterdam de vermakelijkheidsretributie (VMR): een he ng van 2,25 euro per bezoeker.

“Als je 15.000 kaarten verkoopt, betaal je dus al meer dan 30.000 euro alleen aan die belasting. Samen zit je al snel boven de 50.000 euro voordat je überhaupt begonnen bent.” In andere steden liggen die bedragen volgens Ceelen aanzienlijk lager. “Ik denk ook helemaal niet dat Amsterdam een monopolie op festivals moet hebben, juist niet. Maar op dit moment zie je wel dat festivals in Amsterdam door de regeldruk en de financiële gevolgen daarvan in een steeds lastigere positie komen.”

“Veel festivals zijn onderdeel geworden van grotere organisaties of private equity. Wij hebben er altijd voor gekozen om zelfstandig te blijven”

Minder ruimte voor risico

De combinatie van stijgende kosten en strengere regelgeving heeft volgens Ceelen ook gevolgen voor de creatieve kant van festivals. “Als de marges kleiner worden, ga je automatisch minder risico nemen,” zegt hij. “Er blijft simpelweg minder geld over voor inhoud: voor programmering en voor productie.”

Dat kan op termijn invloed hebben op de internationale positie van Nederland als festivalland. “Als de ruimte om te investeren en te experimenteren kleiner wordt, daalt uiteindelijk ook de kwaliteit van het aanbod.”

Het maakt dat Ceelen tegenwoordig terughoudend is met advies aan nieuwe organisatoren. “Ik zou het op dit moment zelf erg spannend vinden om een nieuw festival te beginnen. De break-even ligt tegenwoordig ontzettend hoog en de regeldruk wordt vaak onderschat.”

De volgende tien jaar

Toch overheerst bij Ceelen vooral optimisme. “Het blijft een geweldige industrie om in te werken. Festivals en het nachtleven brengen mensen samen en zijn plekken waar ook veel persoonlijke ontwikkeling plaatsvindt.” Dat ziet hij ook binnen zijn eigen organisatie, waar veel jonge medewerkers hun eerste stappen in de sector zetten.

Voor ZeeZout zelf ligt de focus voorlopig op continuïteit. “We hebben vooral veel zin om dit nog tien jaar te blijven doen. ”Tegelijkertijd erkent Ceelen dat de toekomst van festivals sterk afhankelijk zal zijn van regelgeving en stedelijk beleid. “Het zou zelfs kunnen dat we op een gegeven moment niet meer in Amsterdam zitten.”

Verder bouwen aan een platform voor de hele live-industrie

Met een nieuwe naam, een volledig vernieuwde website, een eigen Industry Summit en een duidelijke focus op verdieping en verbinding wil EB & LIVE de komende jaren verder uitgroeien tot hét kennisplatform voor de Nederlandse live-entertainmentsector en de muziekindustrie.

DDe compleet vernieuwde website eb.live vormt een belangrijke volgende stap. Het platform biedt dagelijks nieuws, achtergrondverhalen, dossiers, vacatures en branche-informatie voor professionals uit de wereld van onder meer festivals, concerten, podia, evenementen, ticketing, toeleveranciers, labels, publishers en retailers. De nieuwe opzet geeft bezoekers sneller toegang tot relevante informatie en biedt tegelijkertijd meer ruimte voor verdieping.

Volgens EB & LIVE-directeur Frans Vertregt is dat precies waar de behoefte in de markt ligt. “De live- en muziekindustrie verandert sneller dan ooit. Professionals hebben niet alleen behoefte aan nieuws, maar vooral aan context, duiding en verbinding. Met EB & LIVE willen we die rol nadrukkelijk vervullen.”

Meer dan een nieuwsplatform

De plannen reiken verder dan journalistieke verslaggeving alleen. De redactie investeert de komende periode in dossiers, opinies en praktijkcases rond onderwerpen als ticketing, duurzaamheid, regelgeving, technologie en de economische ontwikkelingen binnen de sector.

EB & LIVE Industry Summit 2026

Daarnaast wordt gewerkt aan nieuwe online formats en samenwerkingen met brancheorganisaties, festivals, podia en leveranciers. Het doel is om niet alleen verslag te doen van ontwikkelingen, maar ook een platform te bieden waar kennisdeling en discussie plaatsvinden. “We bouwen aan een platform dat het hele jaar door waarde toevoegt, inhoudelijk én commercieel,” aldus hoofdredacteur Arnold le Fèbre. “De sector verdient een plek waar alle schakels in de keten elkaar kunnen vinden.”

Summit als ontmoetingsplek

Een belangrijk onderdeel van die strategie is de eerste editie van de EB & LIVE Industry Summit op 2 december 2026 (zie ook het kader rechts). Tijdens het evenement komen professionals uit de volledige liveketen samen om te praten over de uitdagingen en kansen van de komende jaren.

Onderwerpen als ticketing, fanrelaties, data, verdienmodellen, technologie, de positie van onafhankelijke organisatoren en de toekomst van festivals en podia staan daarbij centraal. De Summit moet uitgroeien tot een jaarlijks ontmoetingsmoment waar kennis, inspiratie en netwerken samenkomen.

Volgens Vertregt sluit dat naadloos aan bij de koers van het platform. “De live-industrie bestaat uit veel verschillende spelers, maar uiteindelijk zijn we allemaal onderdeel van dezelfde keten. Juist die verbinding willen we zichtbaar maken en versterken.”

En klaar is het werk nog lang niet, benadrukt hij. “De nieuwe website is geen eindpunt, maar het fundament waarop we de komende jaren verder bouwen. We willen het platform zijn dat de live-industrie informeert, verbindt en helpt vooruit te kijken.”

Woensdag 2 december 2026 staat de eerste editie van de EB & LIVE Industry Summit op het programma. In Hilversum komen professionals uit de volledige muziek- en liveketen van 13:00 tot 19:00 uur samen voor een middag vol inhoud, discussie en ontmoeting, onder leiding van dagvoorzitter

Danny Frietman. Het centrale thema: Muziek, Macht & Marge.

Muziek is populairder dan ooit, maar de verdeling van macht, invloed en opbrengsten verandert snel. Terwijl platforms, investeerders en grote internationale spelers steeds meer invloed krijgen, staan de marges van organisatoren, podia, festivals en andere partijen in de keten onder druk. Juist daarover moet het gesprek worden gevoerd.

Voor wie?

De Summit richt zich op de volledige live-industrie, waaronder:

✓ organisatoren, promotors, festivals en podia

✓ gemeenten, overheden en brancheorganisaties

✓ labels, publishers, managements en rechtenorganisaties

✓ leveranciers en servicepartners

✓ DSP’s, distributeurs en andere schakels in de muziekketen

Wat kun je verwachten?

Het programma bestaat uit vier onderdelen:

✓ opening en State of the Union

✓ keynotes en grote paneldiscussie

✓ acht parallelle break-outsessies

✓ afsluitende plenaire sessie en netwerkborrel

Hoe neem je deel?

Gratis toegang is beschikbaar voor organisatoren, promotors, festivals, podia, gemeenten, labels & publishers en DSP’s. Voor andere professionals zijn tickets beschikbaar voor €99. Organisaties die hun zichtbaarheid willen vergroten kunnen kiezen uit verschillende partnerpakketten.

Voor deelname op maat of vragen over pakketten: Frans Vertregt, frans@eb.live of 06 10 94 65 45. Alle informatie en registratie: eb-live-summit.live

Ooit begonnen als kleinschalige pizzafoodtruck onder de noemer Pizza Amici, heeft De Foodtruck Club zich sinds 2018 ontwikkeld tot een geïntegreerde cateringpartner met een portfolio van acht eigen concepten, vijftien foodtrucks en een team van circa 90 medewerkers.

DOOR: ARNOLD LE FEBRE

Van pizzaconcept tot fullservice foodcourt-partner

D

De oorsprong van het bedrijf ligt in een kleinschalig familie-initiatief. Lemar Bavelaar startte samen met zijn boer Lyam en neef Mika in 2018 het pizzaconcept Pizza Amici. “Het begon puur uit passie voor de pizza,” blikt Lemar Bavelaar terug. “We speelden in een voetbalelftal en na de wedstrijden gingen we vaak met het hele team pizza’s eten bij een vriend van ons. Zijn vader was pizzabakker en maakte echt geweldige pizza’s. Dat wilden wij ook! Hij heeft ons geleerd wat het geheim is van een goede pizza en de fijne kneepjes van het pizzabakken bijgebracht. Ik heb ondernemerschap en retail management gestudeerd en kon dit met Pizza Amici in de praktijk brengen.”

Het concept sloeg aan, vertelt Bavelaar. “We kwamen op evenementen te staan met meerdere foodtrucks en kregen steeds vaker de vraag: kun je nog meer bieden? We namen vaak burger- of frietpartijen mee. Op een gegeven moment dachten we: dit kunnen we net zo goed zelf.”

Inmiddels biedt De Foodtruck Club uiteenlopende foodconcepten aan met elk een eigen identiteit, positionering en doelgroep. “Het leuke aan De Foodtruck Club is dat je eigenlijk niet ziet dat het van één partij is. Elk concept heeft z’n eigen branding, verhaal en specialiteit.”

Voorbeelden hiervan zijn het Aziatische concept Uncle Lee, The Green Bar met duurzame en gezonde gerechten, en het Friet Café dat nadrukkelijk inzet op Oudhollandse nostalgie, inclusief visuele elementen en een productaanbod dat aansluit bij een breed publiek.

“Onze ingrediënten voor de Italiaanse foodtrucks halen wij met eigen transport uit Napels”

Kwaliteit, capaciteit en beleving

De positionering van De Foodtruck Club is expliciet opgebouwd rond drie kernpijlers: kwaliteit, capaciteit en beleving. “Op het gebied van kwaliteit kiezen we voor directe sourcing en controle over de keten,” legt Bavelaar uit. “Onze ingrediënten voor de Italiaanse foodtrucks halen wij met eigen transport vanuit Napels, echt bij de bron. Daardoor kunnen we ondanks hoge festivalafdrachten topkwaliteit blijven leveren. Voor ons Friet Café werken we direct samen met een boer in Zeeland. Door direct in te kopen, kunnen we kwaliteit combineren met scherpe prijzen.”

Capaciteit vormt een tweede onderscheidende factor, met name op grootschalige evenementen waar piekbelasting bepalend is voor de bezoekerservaring. “Soms zeggen mensen dat we te veel ovens of bakplaten hebben, maar op elk festival heb je piekmomenten.

Met onze snelheid voorkomen we lange wachtrijen.”

De derde pijler, beleving, komt tot uiting in de ontwikkeling van onderscheidende concepten en visuele identiteit. “Ik vind het bouwen van concepten gewoon supergaaf. Al die verschillende stijlen en kleuren naast elkaar zorgen voor een totaalbeleving.”

Schaalvoordelen

Een belangrijk onderdeel van de propositie is de centrale organisatie en het vermogen om complete foodcourts vanuit één partij te leveren. “Het fijne is dat je direct met de bron samenwerkt. Je hebt één contactpersoon. Wil je een compleet foodcourt, dan is dat snel geregeld.”

Deze werkwijze vermindert de complexiteit voor opdrachtgevers aanzienlijk. “Je hoeft niet tien partijen te benaderen en tien keer alle facilitaire uitvragen te doen. Je bent in één keer klaar en omdat we alles in eigen beheer hebben, hebben we de slagkracht om een betere deal neer te leggen.”

Grote festivals en uiteenlopende events

De Foodtruck Club is actief op een breed scala aan evenementen, variërend Pinkpop en Mysteryland tot de Dutch Grand Prix. Daarnaast verzorgt het bedrijf complete foodcourts voor grootschalige producties. “We hebben festivals met 16.000 bezoekers volledig zelf gedaan, zoals Parels van de Stad. En er komen concerten aan van 20.000 man die wij volledig oppakken.”

De operationele flexibiliteit blijkt ook uit het gelijktijdig bedienen van meerdere locaties. “Afgelopen Koningsdag stonden we in zes verschillende steden op zes festivals. Die spreiding vraagt om een strakke organisatie en een goed op elkaar ingespeeld team. De ene dag sta je bij de Formule 1 en de andere dag voor een mainstage. Die afwisseling maakt het werk ontzettend leuk.”

Hoewel de markt onder druk staat en de prijzen stijgen, ziet De Foodtruck Club een sterke groei in het aantal aanvragen. “We zaten vorige maand op 120 aanvragen in één maand en dan zitten we nog niet eens in de piek van het seizoen. Dat was vorig jaar nog de helft. In de zakelijke markt zien we dat The Green

Bar extreem populair is, door het gezonde aanbod. We staan op talloze festivals, maar onze focus ligt voor de komende periode op de zakelijke markt en partnerships met vaste locaties. Ook zakelijke klanten hoeven maar één belletje te geven en dan staat er een compleet foodcourt. We zijn druk bezig met onze online zichtbaarheid en je ziet dat dat zijn vruchten afwerpt.”

Internationale uitbreiding

Om verdere groei te realiseren, kijkt Bavelaar over de landsgrenzen. “We zijn de afgelopen jaren alleen in Nederland actief geweest, maar gaan nu meer in België doen.” De keuze voor België is mede ingegeven door logistieke overwegingen. “Antwerpen is voor ons slechts anderhalf uur rijden, terwijl sommige plekken in Nederland drie uur of langer zijn.”

Hoewel het bedrijf groeit, kiest het bewust voor een gecontroleerde schaal en behoud van kwaliteit. “We hebben nu vijftien foodtrucks en daarmee kunnen we prima uit de voeten. We hoeven niet per se naar 30 of 40 trucks. We gaan voor kwaliteit, niet voor kwantiteit.

Op die manier blijven we interessant als onderaannemer en worden we niet gezien als concurrent van grotere cateraars.”

De Foodtruck Club werkt uitsluitend met eigen medewerkers en geen uitzendkrachten. Het team bestaat grotendeels uit mensen uit Delft en omgeving, wat bijdraagt aan cohesie en operationele e ciëntie. “Iedereen kent elkaar. Dat zie je terug op evenementen. Het is echt een hechte groep.”

Nieuwe locatie

Een belangrijke stap in de verdere ontwikkeling van het bedrijf is de realisatie van een nieuw bedrijfspand langs de A4. “We hebben een stuk grond gekocht van 3.000 vierkante meter en bouwen daar een pand met kantoren en grotere koel- en vriesruimte. De nieuwe locatie fungeert niet alleen als operationele hub, maar ook als commerciële en representatieve omgeving. We bouwen een experience-keuken waar we klanten kunnen ontvangen en gerechten laten proeven, terwijl we de foodtrucks laten zien.”

‘Voorspelbaarheid zorgt voor rust’

De rol van verkeersmanagement binnen de evenementensector verschuift. Waar het lange tijd vooral draaide om uitvoering, ligt de nadruk nu steeds vaker op voorbereiding, data en samenwerking. Volgens Frank Hommes, eigenaar van ProBro, is die ontwikkeling onvermijdelijk. “We nemen maatregelen op basis van risico’s die we vooraf analyseren. Alles begint met data en voorbereiding.”

D

Die visie komt terug bij zowel openbare evenementen als bij vaste locaties zoals de Brabanthallen en het Olympisch Stadion. In beide gevallen draait het steeds minder om het leveren van mensen en steeds meer om het verkrijgen van grip op de buitenruimte.

Vooral bij openbare evenementen wordt die complexiteit zichtbaar. Anders dan bij afgesloten festivals is er geen duidelijke grens, terwijl de impact op de omgeving groot is. “Je probeert een binnenstad tijdelijk anders te laten functioneren,” zegt Frank Hommes.

“Maar tegelijkertijd moet die bereikbaar blijven voor bewoners, leveranciers en hulpdiensten. Je claimt de straat met het evenement, maar de stad blijft bestaan.”

Dat spanningsveld maakt voorbereiding cruciaal. Bezoekers ervaren de stad niet als infrastructuur, maar die functie blijft wel bestaan. Dat betekent dat verkeersmanagement zich niet alleen richt op publieksstromen, maar ook op logistiek, noodroutes en bereikbaarheid.

“Het gaat niet alleen om mensen verplaatsen. Het gaat om het balanceren van functies in een gebied dat tijdelijk verandert.”

Daarnaast worden de eisen vanuit gemeenten strenger. “Steeds vaker zijn fysieke maatregelen verplicht: betonblokken, afsluitingen en duidelijke routing. De veiligheidsbeleving en het waarmaken daarvan verschilt wezenlijk bij publieke evenementen ten opzichte van festivals, waar je het publiek eenvoudiger binnen een afgebakend terrein organiseert.”

Data als leidraad

Om die complexiteit beheersbaar te maken, zet ProBro zwaar in op data. Tijdens evenementen wordt continu gemeten: instroom, verkeersdrukte, logistieke bewegingen. “Je ziet patronen ontstaan,” zegt Hommes. “En die patronen gebruik je om volgende edities beter te maken.” Hij noemt carnaval in Den Bosch als voorbeeld. “De piek lag vroeger in de avond. Nu zit die al rond het middaguur. Als je dat niet weet, zit je er compleet naast met je inzet.”

Voor Dominic van Gerwen van de Brabanthallen is juist dat inzicht van grote waarde: “Zo’n 80% van onze evenementen wordt vaker georganiseerd. Dan wil je niet opnieuw beginnen. Dan wil je weten: wanneer komen bezoekers, hoe bewegen ze, waar ontstaan knelpunten?” Volgens hem maakt data het mogelijk om gerichter te sturen. “Je kunt beter anticiperen en waar nodig op- of afschalen. Dat maakt evenementen simpelweg voorspelbaarder.”

FRANK HOMMES

Vaste locaties

Bij vaste locaties verschuift de aanpak van projectmatig naar structureel. In plaats van elke keer opnieuw te beginnen, worden mobiliteitsplannen ontwikkeld die per evenementtype kunnen worden toegepast. In de Brabanthallen wordt gewerkt met scenario’s die zijn gebaseerd op eerdere edities. Van Gerwen: “Je bouwt een database op. Je weet hoe een beurs zich gedraagt en hoe een concert zich gedraagt. Dat helpt enorm in de voorbereiding.”

Die aanpak betekent ook dat mobiliteit verder gaat dan het eigen terrein. “Je kijkt ook naar de omgeving. Hoe kun je verkeer spreiden? Waar kun je druk wegnemen?” Volgens Van Gerwen zit de kracht in de samenwerking: “Wat voor ons goed werkt, is dat we met een vast coördinatieteam en vaste contactpersonen werken. Daardoor kun je echt de diepte in, zowel in voorbereiding als in evaluatie.”

Olympisch Stadion

Ook bij het Olympisch Stadion speelt structurele samenwerking een belangrijke rol. Door de ligging midden in de stad en de historische infrastructuur is mobiliteit hier complex. Volgens Gregor Hogetoorn, Locatiemanager bij het Olympisch Stadion, is daarom enkele jaren geleden samen met ProBro een vast mobiliteitsplan ontwikkeld.

“Dat plan voeren we inmiddels al meerdere jaren uit,” zegt hij. “Het voordeel is dat ProBro precies weet wat er moet gebeuren. Dat zorgt voor consistentie en rust.”

Maar die basis betekent niet dat alles vastligt. “De omgeving verandert continu. Denk aan werkzaamheden rond Station Zuid. Dat heeft direct impact. Je kunt het plan niet één-op-één kopiëren. Je moet het elk jaar finetunen. Maar de basis staat, en die werkt.”

Centrale regie

Naast voorbereiding wordt ook de uitvoering steeds dynamischer. Zeker bij openbare evenementen, waar geen ticketdata beschikbaar is, blijft een deel van de instroom onvoorspelbaar. “Je weet niet wie er komt en wanneer,” zegt Hommes. “Dat betekent dat je tijdens het evenement moet kunnen schakelen.”

Daarom werkt ProBro met centrale regie, ondersteund door live camerabeelden en data uit het veld. “Je brengt informatie samen en maakt die inzichtelijk. Daardoor kun je sneller reageren als iets verandert.”

Volgens Hommes is dat essentieel in complexe binnenstedelijke situaties. “Een kleine wijziging op één plek kan e ect hebben op een heel gebied. Dan moet je overzicht hebben.”

Vaste teams

Hoewel data en technologie belangrijk zijn, blijft de menselijke factor doorslaggevend. ProBro werkt bewust met vaste teams en aanspreekpunten per locatie.

“Je kunt alles voorbereiden,” zegt Hommes, “maar als de uitvoering niet klopt, heb je er niets aan.”

Volgens Hogetoorn maakt die continuïteit een duidelijk verschil: “Het is prettig om met dezelfde mensen te werken. Zij kennen de locatie en weten wat er speelt.” Hij krijgt het dat ook terug te horen van zijn bezoekers. “Verkeersregelaars kunnen goed vragen beantwoorden. Ze begrijpen de situatie, in plaats van alleen instructies te volgen. Die locatiekennis is echt winst.”

Ook Van Gerwen benadrukt dat aspect: “Je begint vaak met een sterk team, maar bij veel partijen verwatert dat. Door drukte worden mensen vervangen en dat merk je direct. Met een vaste partner zoals ProBro en vaste teams houd je kwaliteit vast.”

Complexer

De rode draad in alle gesprekken is duidelijk: mobiliteit verschuift van uitvoerende taak naar strategisch onderdeel van evenementorganisatie. Volgens Hommes is die ontwikkeling onvermijdelijk. De toenemende

“Bereikbaarheid, doorstroming en veiligheid buiten spelen een steeds grotere rol”

complexiteit van evenementen, strengere eisen vanuit vergunningverlening en de groeiende druk vanuit de omgeving maken dat mobiliteit een integraal onderdeel wordt van de totale evenementorganisatie. “Alles wordt complexer in de hele wereld en dat geldt ook voor mobiliteit.”

Daarin zit juist het verschil tussen een projectbureau zoals ProBro en een traditionele uitvoerende partij. Waar een uitzendbureau vooral verkeersregelaars levert en een ‘bordenboer’ zich richt op het plaatsen van bebording, vraagt de huidige praktijk om een integrale aanpak waarbij mobiliteit vanaf de start onderdeel is van de totale evenementstrategie. Het gaat niet alleen om uitvoering op de dag zelf, maar om voorbereiding, afstemming met stakeholders, scenario-denken en het continu kunnen bijsturen op basis van omstandigheden en bezoekersstromen.

Voor locaties en organisatoren betekent dat een andere manier van werken. Mobiliteit moet vroeg in het proces worden meegenomen en vraagt om structurele samenwerking. Van Gerwen verwoordt het concreet: “Onze toekomstige evenementen zijn voorspelbaarder geworden op het gebied van mobiliteit en stelt ons in staat om beter te anticiperen en waar nodig op- of af te schalen.

Buitenruimte belangrijker

Volgens Hommes is de conclusie helder: de buitenruimte wordt een steeds belangrijker onderdeel van het totaalplaatje. “Het succes van een evenement wordt niet alleen binnen bepaald,” zegt hij. “Bereikbaarheid, doorstroming en veiligheid buiten spelen een steeds grotere rol.”

En juist daar zit volgens hem de meerwaarde van een datagedreven, structurele aanpak met vaste teams.

“Voorspelbaarheid creëert rust,” besluit hij. “En die rust is uiteindelijk waar iedereen bij gebaat is, van gemeente tot organisator en van locatie tot bezoeker.”

Frank van Hoorn wil muziekindustrie mobiliseren in strijd tegen tinnitus

Musici hebben ruim drie keer zoveel kans op tinnitus als mensen die niet in de muziekindustrie actief zijn. Tegelijkertijd ervaart een derde van de Nederlandse muziekprofessionals met tinnitus ernstige beperkingen in het dagelijks leven en bij de uitoefening van het vak. Toch blijft structurele financiering voor fundamenteel en klinisch onderzoek achter. Dat moet veranderen, vindt Frank van Hoorn. Met Stichting TinnitusFree probeert de sponsoringspecialist de internationale muziekindustrie achter een onderzoeksprogramma te krijgen dat de ontwikkeling van behandelingen moet versnellen.

DOOR: ARNOLD LE FEBRE

FFrank van Hoorn kampt zelf al vijftien jaar met tinnitus, naar eigen zeggen als gevolg van zijn jarenlange werkzaamheden in de muzieksector. De route die hij na het ontstaan van zijn klachten aflegde, is volgens hem herkenbaar voor veel patiënten: huisarts, KNO-arts, audioloog, diagnose, maar geen oplossing. “Je krijgt uiteindelijk te horen dat je tinnitus hebt en dat er eigenlijk niets aan te doen is.”

Van Hoorn heeft een lange staat van dienst in de muziek- en entertainmentindustrie. In de jaren tachtig organiseerde hij samen met Joost Carlier het toonaangevende Lochems Popfestival, dat destijds naast Pinkpop tot de grootste festivals van Nederland behoorde. In 1983 was hij betrokken bij de oprichting van de Grote Prijs van Nederland, samen met VARA en OOR. Na zijn festivalperiode richtte hij zich op sponsoring en branded entertainment. Hij werkte aan internationale sponsorprojecten rond onder meer The Rolling Stones,

Elton John, Eric Clapton, Rihanna, Shaggy en Kanye West. Ook was hij tien jaar producer van de Heineken Night of the Proms in Ahoy en realiseerde hij evenementen voor Heineken in onder meer de Verenigde Staten, Hongkong, Spanje en Zwitserland.

Die internationale ervaring en zijn netwerk vormden in 2019 de basis voor de oprichting van Stichting TinnitusFree. Het doel: financiering vinden voor wetenschappelijk onderzoek dat moet leiden tot betere behandelingen en uiteindelijk mogelijk medicatie.

Musici lopen structureel meer risico

Dat tinnitus binnen de muzieksector veel voorkomt, wordt inmiddels breed onderbouwd. Een grootschalige internationale meta-analyse, gepubliceerd in Otolaryngology–Head and Neck Surgery, combineerde 67 wetenschappelijke studies onder 28.311 musici uit 21 landen. Daaruit blijkt dat 42,6% van de musici

FRANK VAN HOORN

42,6%

42,6% van de musici rapporteert tinnitus, tegenover 13,2% van de algemene bevolking

tinnitus rapporteert, tegenover 13,2% van de algemene bevolking.

Ook gehoorverlies en hyperacusis, een overgevoeligheid voor geluid, komen significant vaker voor onder musici. Opvallend is dat het muziekgenre geen beschermende rol speelt: klassieke musici en pop- en rockmuzikanten lopen vergelijkbare risico’s. Voor Van Hoorn bevestigen de cijfers wat hij in de praktijk al langer zag. Tijdens gesprekken met artiesten en muziekveteranen merkte hij dat veel mensen dezelfde ervaring hebben: langdurige klachten, weinig perspectief en terughoudendheid om er publiekelijk over te spreken.

Grote impact

Stichting TinnitusFree voerde in 2025 een verkennend onderzoek uit onder 137 Nederlandse muziekprofessionals met tinnitus. De deelnemers vulden de Tinnitus

Functional Index in, een internationaal gevalideerde vragenlijst die de ernst en impact van tinnitus meet. De gemiddelde score bedroeg 48,9 op een schaal van 0 tot 100, wat wijst op een matige tot ernstige tinnituslast. Van de deelnemers rapporteerde 36% milde klachten, terwijl 33% aangaf zeer ernstige tinnitus te ervaren. Die groep ondervindt dagelijks hinder, met gevolgen voor slaap, concentratie, sociale activiteiten en beroepsuitoefening.

“Het internationale onderzoek laat zien hoe wijdverbreid tinnitus onder musici is,” zegt Van Hoorn.

“Ons onderzoek maakt zichtbaar hoe groot de impact kan zijn. Voor een substantieel deel van de muziekprofessionals vormt tinnitus een ernstige belemmering in werk en dagelijks leven.”

Hardnekkig stigma

Ondanks de omvang van het probleem blijft tinnitus in de muzieksector volgens Van Hoorn omgeven door een hardnekkig stigma. Veel artiesten willen niet publiekelijk aan het onderwerp worden verbonden. Sommigen zijn bang dat openheid over tinnitus wordt uitgelegd als verminderde inzetbaarheid, anderen willen simpelweg niet telkens met de aandoening worden geconfronteerd.

Een van de eerste mensen die Van Hoorn benaderde was Pete Townshend van The Who. Hij wilde zijn naam niet als supporter aan de stichting verbinden, omdat gesprekken over tinnitus de klachten opnieuw sterk op de voorgrond konden brengen. “Dat is precies het probleem”, zegt Van Hoorn. “Op het moment dat mensen erover praten, horen ze het weer. En anderen willen niet dat de buitenwereld denkt dat ze arbeidsongeschikt zijn.”

Volgens Van Hoorn wordt tinnitus bovendien vaak onderschat omdat de aandoening onzichtbaar is. “Je ziet niet dat iemand tinnitus heeft. Iemand loopt rond, drinkt een glas wijn en lijkt normaal te functioneren. Daardoor denken mensen al snel dat het wel meevalt.”

is de gemiddelde score die de ondervraagde

muziekprofessionals

krijgen na het invullen van de Tinnitus Functional Index

Geen voorlichting, maar onderzoek

TinnitusFree kiest bewust voor een andere positie dan veel bestaande initiatieven rond gehoorschade. De stichting richt zich niet primair op preventie, educatie of gehoorbescherming, maar op het financieren van medisch-wetenschappelijk onderzoek. Volgens Van Hoorn is voorlichting belangrijk, maar wordt dat terrein al bediend door organisaties en campagnes rond veilig luisteren en gehoorbescherming. Voor de miljoenen mensen die al tinnitus hebben, biedt dat geen oplossing. “Wij doen niet aan educatie en we doen niet aan beschermingscampagnes. Wij willen een oplossing. Wij willen het onderzoek financieren dat uiteindelijk kan leiden tot e ectieve behandelingen.”

Die focus is volgens hem nodig omdat er op dit moment geen genezende behandeling bestaat. De beschikbare zorg richt zich vooral op symptoommanagement en het leren omgaan met klachten. Volgens TinnitusFree staat de omvang van de ziektelast niet in verhouding tot de middelen die wereldwijd beschikbaar zijn voor fundamenteel en klinisch tinnitusonderzoek.

TinnitusFree Foundation

AI-onderzoek naar biomarker

De belangrijkste stap van dit jaar is de financiering door TinnitusFree van een internationaal onderzoeksproject waarbij wetenschappers uit Nederland, Zuid-Korea en Nieuw-Zeeland samenwerken. Binnen dit onderzoek worden 3.500 EEG-scans van tinnituspatiënten geanalyseerd met behulp van kunstmatige intelligentie.

Het doel is het identificeren van een biomarker: een objectief meetbaar kenmerk dat tinnitus aantoonbaar maakt. Zo’n doorbraak kan de dynamiek rond onderzoek en behandeling wezenlijk veranderen, stelt Van Hoorn. “Tinnitus is nu grotendeels gebaseerd op subjectieve waarnemingen. Als je een biomarker kunt vaststellen, wordt het interessant voor de farmaceutische industrie.”

Het onderzoek wordt uitgevoerd in samenwerking met onder meer Erasmus MC, TU Delft, de University of Otago in Nieuw-Zeeland en het Seoul University Hospital. Het grootste deel van de data komt uit Zuid-Korea, terwijl de supervisie in Nieuw-Zeeland ligt. De uitvoering vindt mede plaats in Nederland.

De TinnitusFree Foundation werft fondsen voor wetenschappelijk onderzoek naar tinnitus. In 2026 ondersteunt de organisatie een internationale studie naar de ontwikkeling van een biomarker voor de objectieve diagnose van tinnitus. Binnen het onderzoek worden AI-technologieën toegepast op meer dan 3.500 EEG-metingen. Het doel is een meetbare biomarker te identificeren die de diagnose en behandeling van tinnitus kan verbeteren en standaardiseren. Het onderzoek wordt uitgevoerd door een internationaal consortium bestaande uit het Seoul National University Hospital, de Erasmus Universiteit, de TU Delft en de University of Otago in Nieuw-Zeeland.

De studie maakt deel uit van het War on Tinnitus-programma, een internationaal onderzoeksinitiatief dat gericht is op het realiseren van concrete klinische vooruitgang in de diagnose en behandeling van tinnitus. Meer informatie is te vinden op www.tinnitusfree.eu

Veertien onderzoeken in één programma

Het biomarker onderzoek is onderdeel van een breder onderzoeksprogramma van veertien afgebakende studies. Die zijn opgesteld door een internationaal team van tinnitusonderzoekers. De stichting wil deze onderzoeken niet achter elkaar, maar zoveel mogelijk parallel laten uitvoeren.

Daarmee kiest TinnitusFree voor een aanpak die moet voorkomen dat de ontwikkeling van behandelingen decennia duurt. Van Hoorn verwijst daarbij naar de manier waarop hiv- en aidsmedicatie destijds sneller tot ontwikkeling kwam door meerdere onderzoekslijnen gelijktijdig op te zetten. Voor het volledige programma is naar schatting 3 tot 3,5 miljoen euro nodig. Het eerste onderzoek is inmiddels volledig door TinnitusFree gefinancierd. De komende periode draait om het bijeenbrengen van middelen voor de resterende projecten.

Maatschappelijk vraagstuk

Tinnitus is volgens Van Hoorn niet alleen een probleem van makers en uitvoerende professionals. Ook onder jongeren neemt het aantal klachten toe, onder meer door langdurig gebruik van oordopjes en blootstelling aan harde muziek in clubs, op festivals en bij concerten. Daarmee raakt het onderwerp niet alleen artiesten, technici en andere professionals binnen de sector, maar ook het publiek. Voor Van Hoorn maakt dat de verantwoordelijkheid van de muziekindustrie groter. “Het is niet alleen de maker van muziek die risico loopt. Ook de luisteraar kan beschadigd raken.”

Om de volgende fase van het onderzoek mogelijk te maken, werkt TinnitusFree aan een internationale campagne in vijf talen. Onderdeel daarvan is een manifest waarmee artiesten, managers, brancheorganisaties en bedrijven hun steun kunnen uitspreken.

In Nederland lopen gesprekken met onder meer het Music Managers Forum, SENA en NVPI. Er kwamen reeds bijdragen van Harman/JBL, de Stichting STAP en Playright België. Daarnaast zoekt TinnitusFree aansluiting bij grote internationale muziekbedrijven, waaronder platenmaatschappijen, streamingdiensten, concertpromotors en andere commerciële spelers.

Van Hoorn ziet ook mogelijkheden voor bijdragen via ticketing, royalties of speciale muziekprojecten, vergelijkbaar met eerdere benefietinitiatieven in de internationale muziekindustrie. De eerste stap is echter het verzamelen van steun en het zichtbaar maken van de omvang van het probleem. Volgens hem zou tinnitus nadrukkelijker onderdeel moeten worden van de maatschappelijke verantwoordelijkheid van de sector. “Wat is drie miljoen euro voor de internationale muziekindustrie? Het probleem treft een groot deel van de mensen die in deze sector werken.”

Van acceptatie naar perspectief

Van Hoorn benadrukt dat er op dit moment geen remedie voor tinnitus bestaat. Tegelijkertijd vindt hij dat de sector zich niet mag neerleggen bij de gedachte dat er niets mogelijk is. Met voldoende financiering kan volgens hem een concreet traject worden ingezet richting nieuwe behandelmethoden. “We kunnen niet garanderen dat tinnitus volledig genezen wordt. Maar als dit onderzoeksprogramma volledig wordt uitgevoerd, acht ik de kans groot dat er binnen vijf jaar nieuwe behandelingen of medicatie beschikbaar komen.”

‘ We bouwen aan spreiding, tradities en nieuwe verdienmodellen’

4PM Entertainment is de afgelopen tien jaar uitgegroeid van organisator van jongerenfeesten tot een brede speler in de Nederlandse liveentertainmentsector. Het bedrijf achter onder meer Kingsland, Het Amsterdamse Winterparadijs, De Amsterdamse Zomer, Het Terrassen Festival en Hullabaloo kiest bewust voor een divers portfolio. Niet alleen om risico’s te spreiden, maar vooral omdat oprichters Mitchel Bovenlander en Philippe Hes willen bouwen aan evenementen met een lange levensduur.

I

In gesprek met EB Live vertellen oprichter Mitchel Bovenlander en de nieuwe zakelijk directeur Rosanne Janmaat over die langetermijnvisie, de groei van 4PM Entertainment en de uitdagingen van het organiseren in Amsterdam.

Bovenlander begon samen met Hes negentien jaar geleden met het concept FRIS, feesten voor jongeren van 12 tot 15 jaar. Op het hoogtepunt werden er bijna tachtig edities per jaar georganiseerd verspreid door het land. “Dat heeft ons wel een beetje het vak van evenementen geleerd”, vertelt Bovenlander.

Kingsland

In 2013 volgde Kingsland, het eerste festival van 4PM Entertainment. De aanleiding lag in Amsterdam, waar grote Koningsdagvieringen uit de binnenstad verdwenen en de gemeente inzette op besloten evenementen aan de randen van de stad. 4PM stapte naar RAI Amsterdam met het voorstel om daar een festival te organiseren. Kingsland groeide vervolgens uit tot een reizend concept, met edities in onder meer Amsterdam, Groningen, Den Bosch, Rotterdam, Maastricht en Oldenzaal. Inmiddels organiseert 4PM Entertainment het festival alleen nog in Amsterdam (Olympisch Stadion) en Groningen.

Dat andere steden zijn afgevallen, lag volgens Bovenlander niet aan een gebrek aan interesse. “Het sloeg in die andere steden aan. We hebben best wel goede bezoekersaantallen gehad daar. De uitdaging zat ‘m in de houdbaarheid van het model.”

In de beginjaren profiteerde Kingsland sterk van de populariteit van EDM. “Toen dat genre terrein verloor, werd het lastiger om op meerdere locaties tegelijk een sterke line-up te programmeren. In combinatie met wisselende kaartverkoop hebben we er uiteindelijk voor gekozen om ons te focussen op Amsterdam en Groningen.”

Spreiding

Die ervaring verklaart deels waarom 4PM tegenwoordig inzet op spreiding. “Ik vind het een comfortabel gevoel dat ik niet afhankelijk ben van een bepaald muziekgenre”, zegt Bovenlander. “Sommige evenementen van ons draaien primair om muziek, andere veel meer om beleving, familie-entertainment of seizoensgebonden thema’s. Het Amsterdamse Winterparadijs is daar een duidelijk voorbeeld van.”

Die thematische haakjes zijn belangrijk. 4PM zoekt naar concepten die niet na enkele jaren uitgewerkt zijn, maar kunnen meegroeien. Kerst, Koningsdag en Bevrijdingsdag bieden volgens Bovenlander een basis die lang relevant blijft. “Wij zouden het mooi vinden om tradities te creëren”, zegt hij. “Evenementen waar mensen ieder jaar naar terugkeren.”

Partnerships

Sinds 2 februari is Rosanne Janmaat, voorheen werkzaam bij onder andere ID&T, zakelijk directeur bij 4PM Entertainment. In haar rol kijkt ze onder meer naar kostenbeheersing, e ciëntie en nieuwe omzetstromen. Ticketing en food & beverage blijven belangrijke pijlers. Voor ons zijn brand partnerships aanvullend op een gezond businessmodel. Merken zoeken festivals volgens Janmaat niet meer alleen op vanwege het bereik op het evenement zelf, maar ook omdat jonge doelgroepen via traditionele media en online advertising lastiger te bereiken zijn. “Steeds meer merken weten ons te vinden. Niet alleen omdat we een breed publiek bereiken, maar ook omdat bezoekers openstaan voor partners die op een relevante en passende manier aanwezig zijn.”

“Voor vijfduizend mensen heeft het eigenlijk geen zin meer”

Daarbij verschuift de focus van pure sales naar naar marketing en merkbeleving. “Je zoekt uiteindelijk naar een sweet spot: een samenwerking moet niet alleen bijdragen aan de doelstellingen van een merk, maar ook echt iets toevoegen aan de bezoekerservaring én het festivalmerk versterken”, zegt Janmaat. 4PM kijkt daarom kritisch naar partnerships, al is de organisatie volgens Janmaat ook pragmatischer worden. “De mark is veranderd. We kijken nadrukkelijker hoe we samen met commerciële partners meer waarde kunnen creëren.”

Ook in samenwerkingen met leveranciers ziet 4PM een verschuiving. De organisatie zoekt partijen die flexibel zijn, snel kunnen schakelen en bereid zijn mee te denken – ook financieel, zeker bij nieuwe concepten waarin nog geïnvesteerd moet worden. Bovenlander hecht veel waarde aan persoonlijke klik en ondernemerschap. “Als wij succesvol zijn, vind ik het vanzelfsprekend dat leveranciers en partners daarin meeprofiteren.”

Organiseren in Amsterdam

Tegelijkertijd ziet 4PM de druk op evenementen toenemen, vooral in Amsterdam. Vergunningen zijn omvangrijker geworden, kosten stijgen en verantwoordelijkheden verschuiven volgens Bovenlander steeds verder richting organisator. Hij noemt Het Amsterdamse Terrassen Festival in het Rembrandtpark als voorbeeld. Door leges, vermakelijkhedenretributie en terreinhuur gaat het inmiddels om tienduizenden euro’s aan kosten die er enkele jaren geleden niet waren. “Als je dat allemaal bij elkaar optelt, gaat het over 50.000 tot 60.000 euro aan kosten die er een paar jaar geleden gewoon niet waren. En dat is op evenementen waar de marges al superklein zijn een enorme hap uit je marge.”

MITCHEL BOVENLANDER
“Meer regels betekent niet altijd beter”

Ook het aanvragen van een vergunning is sterk veranderd, legt Janmaat uit. Waar een vergunning vroeger bij wijze van spreken een A4’tje was, gaat het nu om dossiers van 80 tot 100 pagina’s. De Omgevingswet moest vereenvoudigen, maar zorgt in de praktijk ook voor interpretatieruimte en verschillen tussen stadsdelen. “Daardoor zien we dus dat er in verschillende stadsdelen weer andere regels ontstaan. Dat kan natuurlijk wel tot verwarring leiden,” zegt Janmaat. “Meer regels betekent niet altijd beter.”

Bovenlander pleit vooral voor meer di erentiatie. Een vaste he ng per bezoeker werkt volgens hem onevenredig zwaar voor evenementen met lage ticketprijzen. Variabele schalen op basis van ticketprijs zouden redelijker zijn. Ook ziet hij een rol voor de gemeente in ondersteuning van nieuwe initiatieven, bijvoorbeeld met expertise rond veiligheidsplannen. De sector kampt volgens hem niet alleen met toenemende regelgeving, maar vooral met economische druk. Daardoor is het moeilijker geworden om kleinschalige nieuwe festivals te starten. “Het is gewoon heel ingewikkeld om nu een nieuw festival te beginnen voor vijfduizend mensen,” zegt Bovenlander. “Voor vijfduizend mensen heeft het eigenlijk geen zin meer.” Hij wijst daarbij op de oplopende kosten in de hele keten, van productie tot artiesten en veiligheid. “Dat zorgt er natuurlijk voor dat er steeds minder nieuwe initiatieven zijn in de stad en dat er te weinig nieuwe doelgroepen worden aangeboord.”

Toekomst

Voor de komende jaren ziet 4PM vooral groei binnen het bestaande portfolio. Volgens Bovenlander zitten alle evenementen momenteel ‘in de lift’, ondanks de moeilijke marktomstandigheden. De verwachting is dat 4PM dit jaar 650.000 bezoekers op haar evenementen mag verwelkomen. De ambitie ligt in uitbreiding, extra dagen, betere beleving en e ciënter gebruik van bestaande producties. Zo organiseert 4PM dit jaar drie keer De Amsterdamse Zomer in het Olympisch Stadion, met voorafgaand concerten van Lil Kleine en Gregory Porter.

Daarnaast blijft familie-entertainment een belangrijk groeigebied. Niet als strikt afgebakend segment, maar als een richting waarin 4PM volop kansen ziet. Volgens Janmaat zijn vooral de frisse blik, ondernemende mentaliteit en sterke focus op kwaliteit kenmerkend voor het bedrijf. Bovenlander ziet daarnaast ook de kracht van het relatief jonge team als een belangrijke factor: “Dat houdt ons jong en zorgt ervoor dat we flexibel blijven.”

4PM wil zich de komende jaren niet vastleggen op één genre of type evenement. De koers is breder: merken bouwen die lang meegaan, met voldoende spreiding over doelgroepen, seizoenen en verdienmodellen. “Ons doel uiteindelijk is dat bezoekers onze events zo tof vinden dat ze ieder jaar terugkomen en het voor hen een traditie wordt,” besluit Bovenlander.

Fuck Wero!

Jullie hebben het vast en zeker al gehoord, we krijgen binnenkort een nieuwe betaalmethode: Wero. Het betaalsysteem wordt gepromoot als Europees alternatief voor die stoute, onbetrouwbare Amerikanen. Dat klinkt meer dan fantastisch! Toch?

Terwijl Wero over een paar maanden onze geliefde betaalmethodes iDEAL en het Belgische Bancontact gaat vervangen, sijpelt de informatie over deze nieuwe betaaloplossing mondjesmaat de wereld in. We zien een leuk logootje verschijnen in allerlei webshops, maar daar houdt het wel mee op. Vanuit mijn rol als ticketboer begint het dan toch een beetje te kriebelen…

De naam ‘Wero’ is bedacht door een collectief van Europese banken (EPI) en betekent in het Maori ‘de uitdaging’. Nu kan ik mezelf enorm gaan opwinden over ‘cultural appropriation’, maar voor de evenementensector is ‘de uitdaging’ toch wel een goed gekozen naam. Er staat namelijk een aantal veranderingen op stapel, die enorme impact kunnen hebben op de industrie.

Allereerst het prijsmodel. Wero profileert zich als ‘concurrerend alternatief’ voor PayPal en creditcards, maar het verschil in kosten tussen iDEAL/Bancontact en de Amerikaanse reuzen is fors. Genoeg ruimte om de prijzen te verhogen en toch ‘goedkoper’ te zijn.

Bovendien verruilen we de vaste fee van een paar grijpstuivers voor variabele transactiekosten. Dat betekent: hoe duurder het ticket, hoe meer geld in de zakken van de banken. En dat in een sector waarin de hogere ticketprijzen toch al het gesprek van de dag zijn.

Dit was helaas nog niet de grootste schok. Wero introduceert namelijk ‘consumentenbescherming’, wat simpelweg betekent dat de koper eenvoudig zijn geld kan terugvorderen (chargeback). Dat is natuurlijk superfijn als je beschadigde schoenen van een webshop hebt ontvangen, maar de evenementenbusiness is niet te vergelijken met reguliere e-commerce.

Ticketkopers die toch geen zin hebben om de regen te trotseren of het evenement vergeten waren, opkopers die hun tickets hebben doorverkocht of lastpakken die aan de deur geweerd zijn – kunnen ze straks allemaal met één druk op de knop hun geld terugclaimen?

Ook ticketingproviders raken in de knel. Waar zij betalingen via iDEAL en Bancontact nu zorgeloos doorstorten, hangt bij Wero de mogelijke claim van de ticketkoper als een zwaard van Damocles boven het hoofd. Als een festival niet doorgaat, is de ticketboer voor tonnen (of miljoenen) aansprakelijk, terwijl maar een fractie van dit bedrag aan fees is verdiend. Het risico afdekken door inkomsten vast te houden tot na de show of na het festival? Dat brengt het hele huidige model van voorfinanciering, waarop de sector drijft, in gevaar en dat wil je ook niet. Het is een catch-22-situatie.

Er is nog veel onduidelijk over Wero en hopelijk kunnen er nog stappen gezet worden om onze sector te beschermen tegen de hierboven geschetste gevolgen, maar op basis van de informatie die nu ter beschikking is, denk ik: de naam voor deze betaalmethode is wel heel goed gekozen.

COLUMN

Deze column is geschreven door Mike van Gaasbeek. Mike is oprichter en CEO van Stager, dat een geïntegreerd platform biedt voor evenementplanning, ticketing en eventmarketing. Voordat hij zich volledig op Stager richtte, was Van Gaasbeek onder meer zakelijk directeur bij de Rotterdamse cultuurorganisatie WORM.

“Ik ben me – op zijn Rotterdams gezegd –de tering geschrokken”

Daniël Pardijs treedt toe tot VVEM-bestuur

Recent is Daniël Pardijs verkozen tot nieuw VVEMbestuurslid. Pardijs continueert hiermee de plek van de sectie Evenementen- en Horecabeveiliging (EHB) van de Nederlandse Veiligheidsbranche in het VVEM-bestuur.

Daniël Pardijs is directeur bij Crowd Care | TSC Crowd Management en sinds vorig jaar tevens voorzitter van de sectie Evenementen- en Horecabeveiliging (EHB) van de Nederlandse Veiligheidsbranche.

“Ik wil mij actief inzetten om verbindingen te leggen en samenwerking te stimuleren, onder andere tussen de Nederlandse Veiligheidsbranche sectie Evenementenen Horecabeveiliging en de VVEM. Ik ben ervan overtuigd dat we als toonaangevende brancheverenigingen gezamenlijk sterker staan en meer impact kunnen maken richting overheid en sector”, aldus Pardijs.

“Mijn motivatie om mij bestuurlijk in te zetten ligt in het verder versterken van onze sector. Met inmiddels ruim vijftien jaar ervaring binnen de evenementenveiligheid en evenementenbeveiliging heb ik het vak vanuit de praktijk leren kennen. Deze achtergrond stelt mij in staat om e ectief te schakelen tussen operationeel, tactisch en strategisch niveau en om vraagstukken integraal te benaderen.”

Meer eenduidige regelgeving

De op het allerlaatste moment ingetrokken vergunning voor festival Music On is ingeslagen als een bom. Wat zich rondom het Amsterdamse Meerpark heeft voltrokken, is exact het rampscenario waarvoor evenementenmakers al jaren vrezen. De VVEM heeft namens de branche gemeenten opgeroepen om meer te vertrouwen in de expertise van organisatoren en hun toeleveranciers.

Het VVEM-manifest ‘Het feest van de toekomst’ benadrukt dat een goed georganiseerd evenement begint bij een goede vergunning. De praktijk blijkt echter vaak complex, versnipperd en onvoorspelbaar. De mogelijkheid dat een gemeente last minute de stekker uit een evenement kan trekken, maakt plannen en investeren risicovol. VVEM pleit dan ook voor een gezamenlijke richtlijn, met minimumeisen, werkbare termijnen en eenduidige formulieren. Dit ontzorgt dit lokale overheden, voorkomt willekeur, maakt het voor organisatoren makkelijker om op verschillende plekken te werken en geeft zekerheid.

Evenementenmakers en de Arbeidsinspectie

Van 1 mei 2025 tot 1 oktober 2025 heeft de Nederlandse Arbeidsinspectie 40 locaties van muziekfestivals geïnspecteerd; 20 tijdens het festival en 20 tijdens de op- en afbouw. Onlangs heeft de Nederlandse Arbeidsinspectie de resultaten gepresenteerd en blijken er zo’n 160 overtredingen te zijn geconstateerd. Deze hadden betrekking op onder meer schadelijk geluid, het ontbreken van een toetsing van de RI&E door een gecertificeerde arbokerndeskundige en aanrijdgevaar.

De meeste overtredingen hadden betrekking op schadelijk geluid. “Tijdens een inspectie zagen we meerdere werknemers achter een bar aan het werk zonder gehoorbescherming, terwijl er door de dj harde muziek gespeeld werd. […] De werknemers moesten per direct gehoorbescherming ophalen en deze in doen voordat ze hun werkzaamheden mochten hervatten. Aan de werkgever is een boeterapport aangezegd wegens het niet naleven van de verplichtingen uit de Arbowetgeving”, zo omschrijft een inspecteur de werkzaamheden in het rapport.

De VVEM hoort inmiddels ook verhalen

over horecapersoneel dat even het terrein verlaat voor een (rook)pauze, gehoorbescherming uitdoet en bij terugkomst volgens de inspectie ‘te laat’ weer indoet. Er zijn dus altijd situaties die discussies oproepen tussen inspectie en evenementenmakers.

Informeren en motiveren

De Arbeidsinspectie is in gesprek met de brancheorganisaties zoals de VVEM over hun rol bij het informeren en motiveren van hun achterban. Wij hebben hier inmiddels onder meer een workshop over gehouden en blijven actief. Dit evenementenseizoen voert de Arbeidsinspectie opnieuw inspecties uit om te controleren of werkgevers de noodzakelijke verbeteringen hebben doorgevoerd. Het lijkt ons nog altijd een goed idee om als brancheorganisatie te kijken waar we kunnen helpen. Als er bepaalde onderwerpen zijn aangebracht door de Arbeidsinspectie waar hulp van de brancheorganisatie logisch of nodig is, laat het weten. Bij aspecten waar je discussie had of twijfelt over de juiste weg: geef ze door zodat we kunnen kijken of we centraal oplossingen kunnen formuleren. Informatie kan (waar nodig vertrouwelijk) naar Willem Westermann via willem@vvem.nl

Wat voor weer is het?

De afgelopen maanden ging de telefoon vaker dan normaal op het VVEM-secretariaat over één onderwerp. De ene na de andere nieuwsrubriek belde over grote festivals en concerten die ineens niet meer direct uit lijken te verkopen. Is er paniek? Is de tijd van grootschalige evenementen voorbij? De cijfers wijzen naar het tegenovergestelde.

Begin dit jaar presenteerde de VVEM de festival- en concertcijfers, zoals die in samenwerking met Respons worden samengesteld. Die bewijzen dat de markt eigenlijk best stabiel is. Festivals en grootschalige concerten (meer dan 3.000 bezoekers) trokken - ondanks dat het aantal entreehe ende festivals is afgenomen - in 2025 meer bezoekers dan ooit. Dus minder festivals, verkochten méér tickets. Voorlopig lijkt het erop dat dit gewoon doorzet.

Is dan alles hetzelfde? Nee. We zien wel een gedragsverandering van festivalbezoekers. Mensen kopen later kaartjes, laten het beslismoment afhangen van vrienden of de definitieve line-up of zoiets praktisch als de weersverwachting. Uit alles blijkt dat kaartkopers oplettender geworden zijn. Zo zien ze dat de afgelopen jaren vanuit de o ciële kanalen altijd wel tickets vrijkwamen naar mate een evenement dichterbij kwam. Een deel van ons publiek voelt daarom minder noodzaak om met grote haast tickets te kopen.

Wat onze cijfers ook laten zien, is dat de concertomzet in 2025 iets is afgenomen, omdat er minder stadionconcerten waren. “Is dat dan een trend?” willen journalisten dan weten. Nou, niet echt. Want in dat opzicht is 2026 compleet anders dan 2025. Alleen Harry Styles, The Weeknd en Bruno Mars al brengen met hun shows in de Johan Cruij ArenA gezamenlijk ruim een miljoen mensen op de been. En zelfs dan gaat het in de krant over de ‘blue dot fever’ die er kennelijk was rond de shows van Harry Styles. Terwijl dat in de praktijk echt enorm meeviel, zo ervoeren leden van de VVEM aan den lijve toen we onlangs een VVEM On Tour deden bij één van de Styles-shows.

En oké, die stadionshows hebben misschien wel wat e ect op festivals. Een euro kan je immers maar één keer uitgeven en voor het bedrag van de duurste tickets van Styles, kun je bijna een heel weekend naar Lowlands. Omdat bij dit soort concerten soms wél de noodzaak wordt gevoeld om er bij de voorverkoop meteen bij te zijn, kan dat e ect hebben op kaartverkoop voor festivals.

Zoals bijna altijd: de sensatiekoppen over het niet direct uitverkopen van sommige festivals en concerten gaan veel te kort door de bocht. Die nuance proberen we te geven als men ons benadert. Het goede nieuws is dat we zoals het er nu naar uitziet een seizoen beleven waarin er meer mensen dan ooit van live-evenementen genieten. Met alle uitdagingen waar we als branche voor staan - en die zijn niet mals - is dat een geweldige opsteker, die ook een telefoontje naar ons kantoor verdient!

Boris van der Ham

‘Voor risicovollere evenementen is een professioneel zorgniveau gewoon noodzakelijk’

Achter het containerbegrip ‘evenementenmakers’ gaan diverse bloedgroepen schuil. Toeleveranciers, organisatoren, locaties… en daarbinnen zijn er ook weer partijen die in hetzelfde werkveld opereren. Zoals Event Medical Services (EMS), een relatieve oudgediende als VVEM-lid, en Just4Medical, die vorig jaar lid van de vereniging zijn geworden. Wat zijn hun drijfveren en welke uitdagingen zien zij?

EMS geldt al meer dan 25 jaar als een van de toonaangevende organisaties op het gebied van medische zorg op evenementen. “Onze medewerkerspool bestaat voor zo'n 90 procent uit mensen die in de reguliere zorg werken of daarvoor worden opgeleid. Denk aan verpleegkundigen en doktersassistenten”, zo zegt Algemeen Directeur en eigenaar Ronald van Litsenburg. “We werken met een eigen team en eigen materialen, zodat alles voldoet aan de meest recente eisen. EMS beschikt over alle benodigde materialen in eigen beheer, van medische uitrusting tot golfkarren, volledig uitgerust en conform de laatste protocollen van de ambulancehulpverlening.”

Hoog niveau

Just4Medical heeft inmiddels meer dan 14 jaar ervaring en vindt haar oorsprong binnen Just4Safety, het opleidingsbureau op het gebied van brand, medische hulpverlening en veiligheid. Vanuit deze basis is Just4Medical uitgegroeid tot een professionele organisatie voor medische hulpverlening op evenementen en festivals. Sinds 2019 richt Just4Medical zich volledig op medische hulpverlening op maat voor festivals, evenementen

en andere grootschalige bijeenkomsten. “Wij werken met een eigen team van professioneel gekwalificeerde hulpverleners, waarvan een groot deel werkzaam met een zorg- en medische achtergrond. Dankzij deze brede expertise kunnen wij zowel basis evenementenzorg als specialistische acute zorg op hoog niveau leveren”, aldus eigenaar Laura de Bruin. Naast gekwalificeerde zorgprofessionals verzorgt Just4Medical ook de benodigde medische materialen, voorzieningen en voertuigen.

Professionaliseringsslag

EMS heeft zich al sinds de begindagen aan de VVEM verbonden. “Juist om

collectief als branche aan kwaliteitsverbetering te werken”, aldus Van Litsenburg. “Ook stimuleren we andere partijen vanuit het medische domein om zich aan te sluiten. De kennis die binnen de vereniging wordt gedeeld en de connectie met andere leveranciers en opdrachtgevers is van groot belang. Zo kunnen we gezamenlijk de kwaliteit verder verhogen en belangen behartigen in een sector die steeds professioneler wordt.”

Just4Medical is exact om die reden lid geworden. De Bruin: “Ons vakgebied bevindt zich in een transitiefase. Lange tijd is evenementenzorg en vrijwilligersding geweest. Je merkt vanuit die historie

dat hier en daar professionele medische zorg nog altijd een sluitpost is. Organisatoren onderschatten de risico’s ‘omdat het toch jaren goed ging’. Als je op een goede manier professionele evenementenzorg geïmplementeerd wil krijgen op alle evenementen, moet je daarvoor samenwerkingen opzoeken.”

Van Litsenburg beaamt dat. “De eisen en verwachtingen zijn tegenwoordig veel hoger. Voor risicovollere evenementen is een professioneel zorgniveau gewoon noodzakelijk. Bezoekers kopen immers niet alleen een kaartje voor optredens, maar voor de totale beleving en de veiligheid die daarbij hoort.”

Veldnorm

De regelgeving rondom evenementen wordt dan ook steeds strenger. Hoewel geen wet, wordt de landelijke richtlijn

aan ambulanceverpleegkundigen, dat er natuurlijk ook buiten de evenementenbranche is. Je hebt professioneel, goed opgeleid personeel nodig als je de kwaliteitslat steeds hoger wilt leggen. Dat is een uitdaging die een collectieve benadering vraagt. Helaas zijn er nog altijd partijen die concessies doen aan kwaliteit om tegen lagere tarieven te kunnen werken. Wanneer er vervolgens incidenten ontstaan, kan dat niet alleen leiden tot negatieve publiciteit voor het evenement en de organisator, maar ook tot juridische en aansprakelijkheidskwesties. Daarnaast straalt dit af op de gehele beroepsgroep en het vertrouwen in de evenementenzorg. Alleen met aantoonbare kwaliteit, professionaliteit en transparantie in de breedte kunnen we als sector écht het verschil maken.” Dit evenementenseizoen wordt ander-

De kennis die binnen de vereniging wordt gedeeld is van groot belang

voor (de kwaliteit van) medische zorg en eerste hulp op evenementen – de Veldnorm Evenementenzorg – steeds vaker gebruikt door evenementenorganisatoren én door gemeenten bij de vergunningverlening. “Op medisch gebied vinden wij die ontwikkeling terecht en goed: het zorgt dat de kwaliteit omhooggaat”, zo zegt Van Litsenburg. “Niet alleen het aantal hulpverleners is belangrijk, maar vooral hun deskundigheid en het juiste materiaal. De Veldnorm Evenementenzorg is een goede stap, maar de implementatie daarvan vraagt wel aanpassing van alle betrokken partijen – van organisatoren tot vergunningverleners en adviserende instanties. Het blijft zaak deze kwaliteitsslag goed uit te leggen.”

De Bruin voegt toe dat een kwaliteitsslag uiteraard ook uitdagingen met zich meebrengt. “Zie bijvoorbeeld het tekort

maal strenger gecontroleerd of aan alle eisen wordt voldaan, zowel bij zorgorganisaties als bij organisatoren. Dit vraagt dat alle processen op orde zijn. “Ondertussen blijft het gedrag van het publiek een onzekere factor, bijvoorbeeld door alcohol- of middelengebruik”, zo zegt De Bruin. “Ook daarom is het goed dat een branchevereniging zich inzet voor voorlichting en preventie.” Van Litsenburg: “Bewustwording en gezond gedrag zal je langzaam zien toenemen, hetgeen op termijn tot minder ernstige incidenten kan leiden. Maar het blijft goed om te overleggen wie er – als het eventueel wel mis gaat – verantwoordelijk wordt gehouden voor het gedrag van het publiek. En ook op dat gebied kunnen we door samenwerking tussen evenementenzorg en evenementenorganisaties en alle andere betrokken partijen een vuist maken.”

VVEM introduceert ‘Evenementen Stikstof Tool’ exclusief voor leden

De VVEM heeft recent de ‘Evenementen Stikstof Tool’ gelanceerd. Hiermee kunnen organisatoren volledig zelf bepalen/berekenen of hun evenement boven of onder de stikstofdepositiegrens blijft. De tool implementeert alles van het gebruik van aggregaten (of andere brandstofmotoren) tot verkeersstromen (zowel bezoekers als leveranciers) en machinerie en laat eenvoudig zien op hoe veel procent je evenement zit e, waar duurzaamheidsslagen gemaakt kunnen worden. Belangrijkste feature is dat de tool volledig compatibel is met de wettelijk verplichte AERIUS-berekening en een volledige AERIUS-rapportage én de bij de provincies verplichte onderbouwingsrapportage kan genereren. Het gebruik scheelt organisatoren veel tijd en duizenden euro’s, want er hoeft geen dure externe partij meer te worden geraadpleegd voor een AERIUS-berekening. De tool is exclusief beschikbaar voor leden van de VVEM.

‘Gratis en artistieke kwaliteit sluiten elkaar niet uit’

Met bijna vijftig jaar geschiedenis en volledig gratis programma dat muziek, dans, wetenschap, film en literatuur samenbrengt, neemt Zomerparkfeest een bijzondere positie in binnen het Nederlandse festivallandschap. Het vierdaagse evenement in het Julianapark in Venlo vindt dit jaar plaats van 13 tot en met 16 augustus en profileert zich nadrukkelijk als cultuurfestival met een brede maatschappelijke en artistieke opdracht.

DOOR: ARNOLD LE FEBRE

ZZomerparkfeest ontstond eind jaren zeventig als buurt- en straatfeest in Venlo en groeide uit tot een van de grootste gratis meerdaagse cultuurfestivals van Nederland. Over twee jaar bestaat het festival vijftig jaar. De organisatie draait volledig op vrijwilligers en is daarnaast erkend als immaterieel erfgoed.

“Die combinatie van maatschappelijke verankering, gratis toegankelijkheid en een breed cultureel aanbod vormt al decennialang de basis van het festival,” aldus Teun den Dekker. Hij is bestuurder en interim hoofd Marketing & Communicatie bij Zomerparkfeest. “Onze ambitie is niet om een gratis festival te zijn met toevallig ook een goede programmering. In de basis willen wij een inhoudelijk heel sterk festival zijn, dat toevallig ook gratis is.”

Inhoud als onderscheidende factor

Waar veel festivals kiezen voor een sterk publieksgerichte programmering, zoekt Zomerparkfeest al jarenlang bewust naar een balans tussen gevestigde namen, nieuwe ontwikkelingen en culturele verdieping. “Ik denk dat gratis festivals vaak een wat commerciëlere inslag hebben of vooral publieksgericht willen programmeren. Wij zoeken al veertig jaar de balans tussen publieksgerichtheid en het brengen van echt nieuwe dingen op het podium.”

Die inhoudelijke koers heeft volgens hem niet alleen artistieke waarde, maar ook strategische betekenis. “Ik denk eerlijk gezegd dat dat ook ons bestaansrecht is. Festivals die het op dit moment zwaar hebben, programmeren vaak meer op omvang en publiek. Wij zijn inhoudelijk sterk, waardoor ook de serieuze fondsen in Den Haag ons zien en honoreren. Dat maakt dat we het in een tijd waarin de kosten stijgen iets makkelijker hebben dan andere festivals."

De breedte van het programma speelt daarin een belangrijke rol. Hoewel muziek een belangrijk onderdeel vormt, programmeert Zomerparkfeest ook dans, literatuur, wetenschap, film, debatten en kunstprojecten.

Een opvallende verandering dit jaar is de manier waarop het programma wordt gepresenteerd. Waar de line-up voorheen in één keer naar buiten werd gebracht, kiest de organisatie nu voor zeven afzonderlijke aankondigingsmomenten. Volgens Den Dekker is dat een bewuste keuze om niet alleen de grote namen aandacht te geven, maar ook ruimte te creëren voor nieuwe artiesten en inhoudelijke programmaonderdelen. “In het verleden konden we het programma in één keer aankondigen en waren het vooral de grote headliners die de krantenkoppen haalden. Nu doen we dat heel bewust in zeven keer, omdat we ook ruimte willen geven aan een kleiner of nieuwer programma. We willen dat ook die onderdelen aandacht krijgen.”

Die strategie wordt zichtbaar in de eerste programma-aankondigingen. Tot de reeds bevestigde artiesten behoren onder anderen Antoon, Broederliefde, Lijpe, Metejoor, Sef, Sophie Straat, WIES, Sylvie Kreusch, Jungle by Night, Spinvis & Saartje Van Camp, Benjamin Herman Trio, Chibi Ichigo, Zoë Tauran, Zoë Livay en Yong Yello.

Daarnaast is er ruimte voor een breed cultureel programma met onder meer Opera on Brainwaves van Jasna Rok Lab en Emma Posman, de voorstelling Me, Myself and AI van Sanne Cornelissen, diverse literatuurprogramma’s, debatvormen en interactieve kunst- en wetenschapprojecten.

Dat Zomerparkfeest vasthoudt aan gratis toegang is volgens Den Dekker geen marketinginstrument, maar een principiële keuze. “Toegang tot cultuur wordt steeds hoogdrempeliger. Een gratis festival is de perfecte manier om mensen in aanraking te laten komen met cultuur. Ons festival is een supergoedkope en e ectieve manier om mensen met cultuur in aanraking te laten komen. Daarom vinden wij het zo belangrijk om gratis te blijven.”

Twee doelgroepen

Zomerparkfeest richt zich volgens Den Dekker op twee verschillende publieksgroepen. Enerzijds zijn er de inwoners van Venlo en omgeving voor wie Zomerparkfeest een vaste traditie aan het einde van de zomer vormt. “Dat zijn families die aan het eind van de zomer komen bijpraten met de buren en vrienden van vroeger. Dat is onze doelgroep uit Venlo, onze lokale doelgroep.”

Daarnaast wil de organisatie nadrukkelijker bezoekers uit de bredere regio aantrekken, onder meer uit Eindhoven, Nijmegen en Maastricht. Daarbij ligt de focus niet zozeer op het promoten van het complete festival, maar op specifieke dagen en inhoudelijke programmalijnen. “We gaan buiten Venlo niet het complete festival verkopen. We gaan heel specifiek dagen promoten. We willen laten zien dat we een inhoudelijk interessant festival zijn voor mensen die geïnteresseerd zijn in popmuziek, dans en cultuur, ook voor bezoekers van buiten de regio.”

Financiële uitdagingen blijven groot

Tegelijkertijd staat ook Zomerparkfeest voor dezelfde uitdagingen als veel andere festivals: stijgende kosten voor productie, beveiliging en personeel. Voor gratis festivals komt daar nog een extra uitdaging bij. Een groot deel van de inkomsten is afhankelijk van horecaomzet en daarmee indirect van weersomstandigheden. “Net als bijna alle gratis festivals zijn wij afhankelijk van baromzet. En als je afhankelijk bent van baromzet, ben je afhankelijk van het weer. Wij realiseren ons heel erg dat een hele slechte dag qua weer ons echt kan nekken.”

Hoewel het festival de afgelopen jaren relatief gunstige omstandigheden kende en daardoor reserves heeft kunnen opbouwen, blijft die afhankelijkheid volgens Den Dekker een belangrijk risico. “Voor de komende jaren zetten we dan ook in op een bredere en slimmere inkomstenmix. Sponsoring, commerciële samenwerkingen en het vriendenprogramma moeten een grotere rol gaan spelen in de exploitatie.”

“Ons festival is een goedkope en effectieve manier om mensen met cultuur in aanraking te laten komen”

Lobby voor structurele subsidie

Een belangrijk dossier voor de komende jaren is de lobby richting de gemeente Venlo. Volgens Den Dekker ontvangt Zomerparkfeest momenteel jaarlijks circa 15.000 euro gemeentelijke subsidie. De organisatie pleit voor een structurele bijdrage van 200.000 euro per jaar. Die extra ondersteuning moet het festival helpen om gratis toegankelijk te blijven, financiële risico’s beter op te vangen en te blijven investeren in artistieke kwaliteit. “We hebben de afgelopen periode actief gesprekken gevoerd met politieke partijen in aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen. De hoop is dat een structurele regeling wordt opgenomen in toekomstige beleidsplannen.”

“Laagdrempeligheid, gratis toegang en artistieke kwaliteit
sluiten elkaar niet uit”

Mens en machine

Binnen het programma kijkt Den Dekker zelf vooral uit naar een van de nieuwe inhoudelijke programmalijnen rond de relatie tussen mens en technologie. "Onze programmeurs programmeren ieder jaar een aantal inhoudelijke lijnen. Eentje daarvan is Mens en Machine. De openingsact zal donderdagavond plaatsvinden. Het gaat om een act waarbij een zangeres gekoppeld is aan apparatuur en haar jurk qua licht meebeweegt op haar hersengolven. Daar ben ik heel benieuwd naar!”

Volgens Den Dekker symboliseert die productie precies waar Zomerparkfeest voor staat: nieuwe ontwikkelingen toegankelijk maken voor een breed publiek. “Wat ik heel belangrijk vind, is laten zien dat laagdrempeligheid, gratis toegang en artistieke kwaliteit elkaar niet uitsluiten. Wij zwemmen misschien tegen de stroom in omdat we gratis willen blijven, maar ik denk dat die laagdrempeligheid in combinatie met die artistieke kwaliteit juist onze redding is.”

Op weg naar emissievrije tours

Toen theatergezelschap Jakop Ahlbom Company en logistiek dienstverlener Pieter Smit Group in 2024 met ‘Horror’ de eerste volledig elektrische Nederlandse theatertour realiseerden, gold die productie vooral als een ambitieuze testcase. De tour bewees dat emissievrij vervoer binnen de Nederlandse theaterinfrastructuur mogelijk was, maar de echte uitdaging lag verder weg. In Milaan, om precies te zijn. Daar realiseerden Jakop Ahlbom Company en Pieter Smit Group de eerste internationale tour waarbij volledig elektrisch werd gereden.

DOOR: CAS SPIERTZ

V

Volgens Daan Stigter, duurzaamheidsmanager bij Jakop Ahlbom Company, ontstond de samenwerking vanuit een duidelijke noodzaak. Binnen een tourproductie blijkt mobiliteit verreweg de grootste bron van uitstoot te zijn. “Bij Jakop Ahlbom Company voelen we ons verantwoordelijk voor de gevolgen voor de sporen die wij trekken. Het stukje dat wij in de keten veroorzaken, moeten wij ook fixen.” Daarbij speelt volgens Stigter niet alleen een duurzaamheidsambitie mee, maar ook een strategische afweging. “Niet bewegen is ook een risico. Het is zaak om voorbereid te zijn op nieuwe wetgeving, heel specifiek de zero-emissiezones.”

De keuze voor Pieter Smit Group was logisch. “Pieter Smit is de grootste tour supplier voor de podiumwereld in Nederland én buiten onze landsgrenzen,” zegt Stigter. “Als we een grote speler als Pieter Smit in beweging krijgen, heeft dat veel meer impact dan wanneer wij alleen zelf elektrisch gaan touren.”

Pieter Smit Group is zelf ook al jarenlang bezig met verduurzaming van het transport. Volgens Ferdinand van Dalsen, Head of Rental bij Pieter Smit Group, experimenteerde het bedrijf ruim tien jaar geleden al met HVO-brandstof tijdens verschillende testcases. Tegelijkertijd liepen zij toen nog tegen praktische beperkingen aan. “Het prijsverschil was fors en HVO was niet overal verkrijgbaar. Inmiddels hebben we de volgende stap gezet met investeringen in elektrische trekkers, de uitbreiding van de elektrische verhuurvloot en een eigen laadinfrastructuur.”

Milaan

De tour naar Milaan werd bewust gekozen als volgende testcase. Van Dalsen. “We zijn niet voor de makkelijkste weg gegaan. Je kunt op verschillende manieren naar Milaan reizen maar wij hebben ervoor gekozen om door Zwitserland heen te gaan, door de bergen.” Daar kwamen extra praktische uitdagingen bij kijken. Omdat de route bewust buiten de Europese Unie liep, moest er bijvoorbeeld met een carnet worden gewerkt. Daarnaast werd er niet gekozen voor de meest logische of snelste route, maar juist voor de route die de meeste inzichten zou opleveren. “We hebben echt gekeken: wat is nu eigenlijk de moeilijkste route? Waar lopen we tegenaan? Dus niet zomaar: dit is de kortste klap, laten we dit doen. We wilden juist weten waar we in de praktijk tegenaan zouden lopen.”

De voorbereiding begon bij het nieuw opgezette eigen laadplein van Pieter Smit, waar de truck volledig geladen aan de rit kon beginnen. Tegelijkertijd werd in de planning bewust extra ruimte ingebouwd om onderweg ervaring op te doen met laden, rijtijden en mogelijke vertragingen.

Chauffeur Evert

Henken over elektrisch touren

Chau eur Evert Henken reed de elektrische truck namens Pieter Smit Group van Nederland naar Milaan en terug. Hoewel hij vooraf rekening hield met extra uitdagingen rondom laden en planning, bleek de praktijk hem positief te verrassen.

“Het is niet echt heel veel anders dan met een diesel vrachtwagen”, vertelt Henken. “Het enige verschil is dat je moet opladen.” Volgens hem verliep de rit opvallend soepel en was het rijcomfort zelfs beter dan bij een dieseltruck. “Een elektrische vrachtwagen is comfortabeler. Zo’n elektromotor levert direct kracht als je wegrijdt bij een stoplicht.”

Volgens Henken liggen de grootste uitdagingen voorlopig nog bij de actieradius en de laadinfrastructuur, zeker buiten West-Europa. “In Duitsland en Zwitserland is het netwerk best goed voor elkaar, maar in Oost-Europa wordt dat lastiger.” Ook sluiten laadmomenten in de praktijk niet altijd perfect aan op de verplichte rusttijden van chau eurs, waardoor een rit soms langer duurt dan met dieseltransport. Tegelijkertijd ziet hij de ontwikkelingen snel vooruitgaan. “Die techniek gaat nog flink vooruit in de komende jaren. Zeker voor nationaal transport en ritten binnen stedelijke emissiezones denk ik dat elektrisch rijden steeds meer de standaard wordt. Er zullen steeds meer steden zijn die zeggen: we willen geen diesels meer in de stad. Dan heb je op een gegeven moment eigenlijk geen keuze meer.”

Praktijk

Toch bleek de praktijk minder spannend dan vooraf gedacht. Stigter: “Het is uiteindelijk veel soepeler verlopen. Chau eur Evert Henken reed aanzienlijk zuiniger dan dat we hadden ingeschat.” De truck verbruikte gemiddeld 0,91 kWh per kilometer, onder de vuistregel van 1 kWh per kilometer. Met een batterij van ruim 600 kWh kwam de actieradius in de praktijk dicht bij 600 kilometer. “Dat is gewoon een rijdag van acht, negen uur.”

Die actieradius past opvallend goed bij de rijtijdenwet, legt Van Dalsen uit: “Wij rekenen gemiddeld 700 kilometer per dag voor een chau eur met een dieselvrachtwagen. Met 600 kilometer range zitten we daar al aardig bij, zeker met je rusttijden erbij.”

Laden kan bovendien deels samenvallen met verplichte rust. “Met een elektrische vrachtwagen komt het er in de praktijk vaak op neer dat je na vier en een half uur rijden ongeveer een uur laadt”, zegt Stigter. “Dat klinkt als veel, maar het sluit eigenlijk verrassend goed aan op de bestaande rij- en rusttijden van chau eurs.”

Onderweg maakte de chau eur onder meer gebruik van de app eTrucker om geschikte laadlocaties voor vrachtwagens te vinden. Want lang niet iedere laadpaal is automatisch geschikt voor zwaar transport. “Er zijn een heleboel laadstations waar dat niet kan”, legt Stigter uit. “Dan moet je afkoppelen, en dat is veel te veel

Cijfers

✓ Truck: Mercedes eArctros

✓ Batterijcapaciteit: 621kWh

✓ Afgelegde afstand: 2.552 km

✓ Totaal energieverbruik: 2,324 kWh

✓ Energie per km: 0,91 kWh

✓ Gemiddelde laadsnelheid: +/- 300kW

✓ Piek laadsnelheid: 393kW

✓ Bijladen in 45 min rustpauze: 248 km

✓ CO2 bespaard: 2,3 ton

werk. Je moet gewoon langs kunnen rijden, stoppen en door.” Ondanks die beperkingen bleek de route naar Milaan over voldoende bruikbare laadstops te beschikken, al laat de infrastructuur volgens Stigter en Van Dalsen nog ruimte voor verbetering.

Financieel

In Duitsland geldt voor emissievrije vrachtwagens een volledige vrijstelling van tol tot 2031. Stigter: “We hebben op de heen- en terugweg pakweg 500 euro niet betaald aan tol. Dat is geld dat je kunt gebruiken voor de meerkosten van die elektrische investering.” Want die investering blijft fors, vertelt Van Dalsen: “Een elektrische trekker is ongeveer 2,6 keer zo duur in aanschaf als een conventionele trekker.”

Tegelijkertijd blijkt de operationele businesscase minder ingewikkeld dan vaak wordt aangenomen. Over de in totaal 2500 gereden kilometers zou een dieseltruck volgens Van Dalsen ongeveer 715 liter diesel hebben verbruikt. Daarmee werd naar schatting zo’n 2,3 ton

CO2-uitstoot voorkomen. De elektrische truck laadde daarnaast helemaal op groene stroom. Stigter: “Zelfs op grijze stroom is een e-truck beter dan fossiel, maar op de route naar Milaan bleken alle laders groene stroom te leveren. Ik ken ook geen Nederlandse snellader waar dit niet het geval is."

Opschalen

Voor Pieter Smit Group bevestigde de rit vooral dat elektrisch tourtransport inmiddels praktisch uitvoerbaar is. Van Dalsen: “Het gaat niet meer over óf het kan, maar over hoe we verder opschalen. We hebben recent nog twee elektrische trucks toegevoegd aan onze Duitse operatie.”

Volgens hem groeit ook het vertrouwen onder chau eurs snel zodra zij ermee werken. “Iedereen die elektrisch heeft gereden, is eigenlijk gelijk verkocht. Het rijdt rustig, het geeft geen herrie en het is gewoon veel comfortabeler.”

Toch ligt de grootste opgave niet alleen bij transporteurs. Theaters, festivals en zalen zouden volgens beide partijen laadmogelijkheden moeten gaan faciliteren. Stigter: “De urgentie wordt aan de podia-kant nog niet genoeg gevoeld. Terwijl we dat echt nodig gaan hebben.” Van Dalsen verwacht dan ook dat laadpunten onderdeel gaan worden van technische riders. “Een paar jaar geleden ging het over geen plastic bekers op toneel of vegetarisch eten in crew catering. Dit is ook zo’n stap die erbij gaat komen.”

De conclusie na Milaan is helder: internationaal elektrisch touren kan, mits goed voorbereid. “We zetten zo’n tour naar Milaan tegenover de groep die zegt: het kan niet”, zegt Stigter. “Daarmee verleggen we de grens en verschuiven we de norm.”

Van Dalsen vat het zakelijk samen: “Het is nu al geen rocket science meer. Maar we zijn eigenlijk pas net begonnen.”

‘Ons publiek daagt ons uit om dieper te gaan’

Na twaalf edities bouwt Best Kept Secret verder aan zijn positie binnen het Nederlandse festivalsegment met een nieuwe directiestructuur. Met Marieke te Poele en Elvin Usidame aan het roer richt het festival zich op verdere professionalisering, een scherpere identiteit én een toekomstbestendige koers. “Ondanks de schaal willen we dat bezoekers Best Kept Secret blijven ervaren als een relaxed festival.”

DOOR: ARNOLD LE FEBRE

D“De eindverantwoordelijkheid is opgesplitst,” legt Elvin Usidame uit. “Ik ben verantwoordelijk voor het creatieve gedeelte en houd me onder meer bezig met het programma, marketing, sponsoring en de look & feel van het festival.”

“En ik neem het zakelijke gedeelte op me,” vult Marieke te Poele aan. Ze benadrukt dat er bewust is gekozen voor een ‘meewerkende directie’. “Naast de zakelijke directie ben ik ook projectmanager. Ik houd me met tal van dingen bezig, uiteenlopend van productie en financiën tot veiligheid, mobiliteit en het totale operationele ontwerp van het festival.”

Optimalisatie en bezoekerscomfort

Aan de zakelijke kant ligt de nadruk op verdere professionalisering, met specifieke aandacht voor crewomstandigheden en bezoekerservaring. Te Poele zet in op constante verbetering, van arbeidsomstandigheden en werktijden tot logistiek en service op het terrein. “Een van onze pijlers is comfort. Ondanks de schaal willen we dat bezoekers Best Kept Secret blijven ervaren als een relaxed festival.”

Dat vertaalt zich concreet in voorzieningen zoals ruime zitmogelijkheden, gratis douches, een vernieuwde camping (Secret Fields) en het minimaliseren van wachttijden bij bars en sanitair.

Balans tussen headliners en

ontdekking

Het terrein en de visuele identiteit spelen een grotere rol bij de positionering van Best Kept Secret. Usidame: “Hoe kunnen we wat bezoekers online zien vertalen naar het terrein? Voelen ze dat ook echt? Die vertaalslag proberen we te bereiken via kleurgebruik, artwork, kunst, licht en geluid. Het doel is een consistente Best Kept Secret-beleving.”

Hoewel de editie van 2026 grotendeels is voortgekomen uit eerdere strategische keuzes, waren er al zichtbare accenten. De programmering bleef nadrukkelijk breed, met een combinatie van gevestigde namen zoals Nick Cave en Gorillaz en ruimte voor ontdekking en nichegenres. “Die mix blijft essentieel,” aldus Usidame. “We willen een festival zijn waar mensen nieuwe artiesten ontdekken, maar ook samenkomen bij grote namen op de mainstage. Ons publiek daagt ons uit om dieper te gaan. In genres, maar ook in wie er op het podium staat.”

Zowel in programmering als organisatie is diversiteit een expliciet aandachtspunt. “We kijken niet alleen naar genres, maar ook naar wie er op het podium staat. Het is belangrijk dat mensen zich herkennen in wat ze zien.”

Nieuwe areas en nachtprogrammering

Inhoudelijk werd het festival uitgebreid met nieuwe areas en concepten, waaronder programmering buiten de traditionele muzieksetting. Ook het nachtprogramma kreeg meer gewicht. Best Kept Secret onderscheidt zich volgens Usidame als een van de weinige festivals met substantiële nachtprogrammering.

“In de nacht gebeuren muzikaal andere dingen dan

Over Marieke en Elvin

Marieke te Poele is sinds 2019 actief binnen Best Kept Secret en vervulde eerder rollen als Operations Manager en Project Manager. Elvin Usidame werkte eerder voor podia en festivals zoals Paradiso, E enaar en Best Kept Secret. Hij is al meerdere jaren medeverantwoordelijk voor de programmering van het festival.

overdag. Daar hebben we meer focus op gelegd, met onder meer langere sets en specifieke settings. De nieuwe lichting voor het nachtprogramma liet zien waar we voor staan: van de hypnotische sets van Sedef Adasï en Mia Koden tot een rauw, zelfgebouwd soundsystem van Kebra Ethiopia. Bijzonder was ook de dubbele rol van MEROL, die naast haar liveshow haar dj-debuut maakte met een set waarin punk en techno samenkomen.”

Positie in het festivallandschap

Best Kept Secret positioneert zich in het Nederlandse festivallandschap tussen grootschalige evenementen als Lowlands en Down The Rabbit Hole, maar opereert op een kleinere schaal. Die schaal biedt volgens Te Poele ruimte voor di erentiatie: een combinatie van grote acts en een intiemere festivalervaring, met nadruk op comfort en verblijfskwaliteit. “We willen geen massafestival worden. Het terrein is groot, maar bezoekers moeten nog steeds plekken kunnen vinden om zich terug te trekken.”

Met ongeveer 30.000 bezoekers kent Best Kept Secret een diverse doelgroep. De organisatie stuurt bewust op behoud van loyale bezoekers én het aantrekken van nieuwe generaties, onder meer via speciale ticketcategorieën. Te Poele: “Die trouwe bezoekers houden

je scherp, maar je moet ook blijven vernieuwen. We willen ook toegankelijk blijven voor jongeren. Voor het derde jaar op boden we bijvoorbeeld New Generation-tickets aan, waarbij bezoekers tot 21 jaar 30% korting krijgen.”

Het terrein is groot, maar bezoekers moeten nog steeds plekken kunnen vinden om zich terug te trekken. Opvallend is de relatief gebalanceerde man-vrouwverdeling binnen het publiek, aangevuld met bezoekers die zich buiten die binaire indeling positioneren. “Het is gewoon een heel verschillend publiek dat goed met elkaar samenkomt,” aldus Te Poele.

Kostenstructuur en marktdynamiek

De stijgende kosten in de sector vormden ook voor Best Kept Secret een uitdaging. Te Poele: “Voor corona was het ‘het kan niet op!’ Nu moeten we opnieuw balans vinden. De hele keten – van leveranciers tot organisatie – moet daarin verantwoordelijkheid nemen. Voor de komende jaren ligt onze focus op strategische doorontwikkeling, zowel inhoudelijk als organisatorisch.”

Usidame: “We zijn nu inderdaad veel bezig met de komende jaren. We zitten als team in een positieve flow, ondanks een onstuimig festivallandschap. Die lijn willen we vasthouden en doorzetten.”

“Ondanks de schaal willen we dat bezoekers
Best Kept Secret blijven ervaren als een relaxed festival”

‘De festivalbeleving begint al in de bus’

Wiljan De Ruijter startte ruim twintig jaar geleden vanuit een praktische behoefte. Wat begon met het regelen van een busje voor vrienden, groeide uit tot een bedrijf dat busvervoer organiseert voor de meest uiteenlopende evenementen in Nederland en België. “De klantreis begint namelijk niet pas als een bezoeker bij de ingang arriveert, maar start op het moment dat iemand vertrekt en eindigt wanneer de gast weer veilig thuis is.”

I

In samenwerking met festivalorganisaties en eventlocaties organiseert en coördineert Eleven Travel het complete busvervoer via drie mobiliteitsconcepten: landelijk vervoer via opstapplaatsen, snelbussen en pendelvervoer.

Het team van Eleven Travel bestaat grotendeels uit mensen die zelf graag naar festivals gaan en begrijpen wat bezoekers verwachten van een reis. “Wij zijn zelf ook gewoon bezoekers,” vertelt Wiljan De Ruijter. “We weten wat bezoekers belangrijk vinden en waar mensen blij van worden.”

Die a niteit met festivals vertaalt zich direct naar de manier waarop Eleven Travel vervoer benadert. Het bedrijf zorgt ervoor dat de busreis een verlengstuk van het evenement is, met activaties onderweg en op locatie. Denk aan pre-parties tijdens tussenstops, muziek en dj's bij opstaplocaties, gezamenlijke campagnes met organisatoren, winacties en branded activaties op festivals. “Bij ons is busvervoer geen transport, maar onderdeel van de gehele ervaring. Wij maken er geen transport van, maar een onderdeel van de dag. Die festivaldagervaring begint al in de bus.”

Tegelijkertijd zit de kwaliteit volgens De Ruijter juist in de details en voorbereiding. “Als de muziek het niet doet onderweg, dan heb je al een probleem. Dus wij checken alles, vaak dubbel. Van audio-installaties tot praktische zaken zoals gevonden voorwerpen en de aanwezigheid van een toilet aan boord: alles moet kloppen. De busreis moet gewoon top geregeld zijn. Daar zorgen we voor, elke keer weer.”

Samenwerking

Eleven Travel werkt met meer dan honderd busmaatschappijen in Nederland en België en gebruikt hiervoor een zelf ontwikkeld backo ce- en planningssysteem. Enerzijds verkoopt het bedrijf rechtstreeks busreizen aan bezoekers, anderzijds treedt het op als mobiliteitspartner voor organisatoren en locaties die standaardopdrachten en/of uitdagingen hebben. Daarbij verzorgt Eleven Travel het volledige traject, van planning en boekingen tot communicatie, klantenservice en uitvoering.

Voor veel publieksevenementen organiseert het bedrijf busvervoer op eigen initiatief. De organisator hoeft daarbij vooral zichtbaarheid en ondersteuning te bieden via de eigen communicatiekanalen. “Wij leveren letterlijk alles aan,” vertelt De Ruijter. “Van teksten en visuals tot een complete travelpagina. De organisatie faciliteert de zichtbaarheid, wij organiseren en voeren

het uit.” Die laagdrempelige aanpak maakt het volgens hem eenvoudiger om georganiseerd vervoer onderdeel te maken van een evenement, zonder dat het extra druk legt op de organisatie.

Integraties en partnerships

Een belangrijke recente ontwikkeling is de integratie met ticketingplatforms, zoals Paylogic. Daarmee wordt busvervoer direct onderdeel van het aankoopproces en kunnen bezoekers hun reis gelijktijdig met hun ticket boeken. Volgens De Ruijter ligt daar nog veel winst, met name in hoe mobiliteit wordt gepresenteerd.

“Mobiliteit wordt nog te vaak weggestopt, terwijl het een cruciale rol speelt in het succes van een evenement, zeker als je ook bezoekers van buiten de regio wilt bereiken.”

Naast ticketintegraties positioneert Eleven Travel zich nadrukkelijk als marketingpartner voor organisatoren. “We sturen actief op een prominente plek voor mobiliteit binnen de eventcommunicatie, bijvoorbeeld via aparte travelpagina’s. We zorgen dat alles klaarstaat: van teksten en visuals tot concrete invulling van het aanbod, zodat het voor een organisatie direct toepasbaar is.”

Impact

Volgens De Ruijter draait het mobiliteitsvraagstuk om meer dan alleen milieuwinst. Georganiseerd vervoer heeft ook impact op bereikbaarheid, veiligheid, parkeerdruk, doorstroming en de omgeving van een evenement. “Het gaat niet alleen om uitstoot, maar ook om hoe je de toestroom van bezoekers organiseert en wat dat betekent voor verkeer, veiligheid en doorstroming.”

Eleven Travel kiest niet voor een dwingende benadering richting bezoekers. In plaats van het benadrukken van verplichtingen richting duurzamer vervoer, ligt de focus op het aantrekkelijk maken van de keuze voor de bus. “Je moet zorgen dat het een logische en leuke optie wordt, niet iets wat wordt opgelegd. Door in te zetten op beleving, activaties en merkherkenning stimuleren we bezoekers om bewust voor georganiseerd busvervoer te kiezen.”

Complementair

Volgens De Ruijter moet georganiseerd busvervoer niet worden gezien als vervanging van het openbaar vervoer, maar als aanvulling daarop. Veel evenementen sturen terecht op het openbaar vervoer, maar daarmee zijn niet alle mobiliteitsuitdagingen opgelost. “Voor bezoekers die van verder weg komen, is het OV vaak geen geschikte oplossing. Zij moeten vaak uren eerder weg van het evenement om nog thuis te komen. Georganiseerd vervoer via opstapplaatsen is flexibel en biedt een oplossing aan alle bezoekers, daar waar het OV zijn beperkingen kent door de vaste dienstregeling.”

“Door in te zetten op beleving, activaties en merkherkenning stimuleren we bezoekers om bewust voor georganiseerd busvervoer te kiezen”

Operationele uitvoering

De operationele schaal van Eleven Travel wordt zichtbaar tijdens piekmomenten zoals tijdens afgelopen Koningsdag. Dit jaar vervoerde het bedrijf circa 8.000 passagiers met 140 bussen naar 11 evenementen, waaronder Supersized Kingsday, Oranjeroes en Kingdance. “Voor het vijfde jaar op rij reed er een recordaantal bussen.”

De complexiteit zit niet alleen in het volume, maar in de variatie: de planning kent tientallen vervoerders, 140 routes, honderden opstapplaatsen en uiteenlopende evenementlocaties. “Dat allemaal naar elkaar toe brengen tot één masterplanning, daar zit echt een enorme complexiteit in.”

De organisatie is ingericht met projectmanagers per evenement en een aparte afdeling voor planning, klantenservice én marketing. Op de dag zelf zijn teams op locatie aanwezig, terwijl op afstand de klantenservice en groepscommunicatie wordt gemanaged. Elke bus heeft bovendien een busleider en een groepsapp als schakel tussen organisatie en passagiers.

Complete mobiliteitsconcepten

De rol van Eleven Travel beperkt zich daarbij niet tot het organiseren van landelijke busroutes. Het bedrijf verzorgt steeds vaker complete mobiliteitsconcepten, waarbij landelijk vervoer, regionale snelbussen

en pendeldiensten vanaf stations en P+R-locaties op elkaar worden afgestemd.

Tijdens het afgelopen Pinksterweekend gebeurde dat onder meer bij Harmony of Hardcore, 7th Sunday en Freshtival, waar Eleven Travel verantwoordelijk was voor het volledige georganiseerde vervoer van en naar de evenementen. “Wij kijken niet naar losse vervoersstromen, maar naar de totale bezoekersreis. Door landelijke opstaproutes, snelbussen en pendelvervoer vanuit het OV naadloos op elkaar aan te laten sluiten, zorgen we voor optimale bereikbaarheid én een betere bezoekerservaring.”

Menselijke interactie

Hoewel technologie een steeds grotere rol speelt in de operatie, blijft menselijke interactie volgens De Ruijter onmisbaar. Achter de schermen werkt Eleven Travel met een eigen backo ce waarin routes, opstapplaatsen, boekingen, busindelingen, vervoerders, passagierscommunicatie en realtime-updates samenkomen. Die technologie maakt schaalbaarheid mogelijk, maar vervangt het persoonlijke contact niet. “Als jij ergens staat en je hebt een vraag of je bus is er nog niet, dan wil je af en toe gewoon een mens spreken.”

Daarom blijft Eleven Travel investeren in aanwezigheid op locatie, busbegeleiders, groepsapps en directe communicatie met passagiers. Technologie ondersteunt die processen, maar vervangt ze niet. “Je kunt veel automa-

REBiRTH Festival

REBiRTH Festival fungeerde voor Eleven Travel als proeftuin voor nieuwe mobiliteitsconcepten, waaronder regionale snelbussen, ticketshopintegraties en activaties op locatie. Na het festival werd bovendien een impactrapportage opgesteld waaruit bleek dat georganiseerd busvervoer circa duizend autoritten voorkwam, goed voor een reductie van ongeveer 40.000 kilo CO2-uitstoot en ruim 5 kilometer aan wegverkeer.

tiseren, maar uiteindelijk doen we zaken met mensen. Dan moet je er ook gewoon zijn als het nodig is.”

Toekomst en verdere ontwikkeling

Voor de komende jaren ziet De Ruijter groeikansen in verbreding van het aanbod en verdere professionalisering. Nieuwe muziekgenres, internationale routes en samenwerkingen met vaste locaties staan centraal. Ook het aanbod van en naar België wordt verder uitgebreid. Binnen Nederland ziet De Ruijter nog duidelijke groeikansen, met name buiten het EDM-segment waarin Eleven Travel al sterk vertegenwoordigd is. Vooral bij concerten, pop- en rockfestivals en vaste venues ziet hij volop kansen om nieuwe samenwerkingen aan te gaan. “In de dance, en met name de hardere stijlen, hebben we inmiddels wel laten zien dat het werkt. Zelfs op evenementen die krimpen zien wij toch groei in de busreizen.”

Toch wil De Ruijter organisatoren nog een duidelijke boodschap meegeven: neem mobiliteit vanaf het begin mee in het eventdesign. “De klantreis begint niet pas als een bezoeker het festivalterrein oploopt, maar start op het moment dat iemand vertrekt en eindigt wanneer de gast weer veilig thuis is. Wij kunnen daarin ondersteunen door niet alleen een duurzamer alternatief te bieden, maar vooral ook een comfortabelere en veiligere optie. Zo maken we samen busvervoer een logische keuze voor iedereen.”

‘Intiem, vooruitstrevend en eigenzinnig’

“We kunnen niet groeien in bezoekersaantallen, dus moeten we op andere manieren toekomstbestendig blijven.” Dat zegt Maire Haverkort, die sinds maart samen met Douwe Luijnenburg het nieuwe tweekoppige directieteam vormt van Into The Great Wide Open. We spreken met haar over de organisatorische transitie, artistieke koers en de uitdagingen van een festival op een eiland.

DOOR: ARNOLD LE FEBRE

DDe nieuwe directiestructuur vloeit voort uit een breder transitietraject dat de organisatie de afgelopen twee jaar doorliep. Daarbij werd gekeken naar de toekomstbestendigheid van het festival, de inrichting van verantwoordelijkheden en de verduurzaming van arbeidsrelaties binnen de organisatie.

“Into The Great Wide Open is ooit begonnen als een initiatief van een vriendengroep,” vertelt Maire Haverkort. “Dat zag je ook terug in de organisatie. Die was heel plat ingericht, met veel inspraak en veel ruimte om mensen die zich bewezen een plek te geven binnen het team. Dat informele karakter is nog steeds een van onze krachten, maar tegelijkertijd merkten we dat we als organisatie toe waren aan een volgende stap.”

Van stagiair naar directeur

Voor Haverkort is de benoeming tot directeur het resultaat van een jarenlange betrokkenheid bij het festival. Na haar start als stagiair binnen de productie van het kunstprogramma bleef zij actief binnen de organisatie, terwijl zij daarnaast werkzaamheden verrichtte voor onder meer Lowlands, Welcome to the Village en het Amsterdams 4 en 5 mei comité.

“Into The Great Wide Open bleef echter altijd de constante factor. Ik ben begonnen in de productie van het kunstprogramma en ben later ook medeverantwoordelijk geworden voor de beeldende kunstprogrammering. Dat heb ik jarenlang gedaan. Op een gegeven moment kwam de vraag of ik wilde aansluiten bij de dagelijkse leiding van het festival. Vanuit die rol ben ik uiteindelijk doorgegroeid naar de directie.”

Samen met Douwe Luijnenburg vormt zij nu de tweekoppige leiding van de organisatie. Hoewel beide dezelfde functietitel dragen, bestaat er in de praktijk een duidelijke taakverdeling. “Douwe heeft vanuit zijn achtergrond meer verantwoordelijkheid voor de zakelijke en productionele kant van de organisatie. Mijn focus ligt vooral op programma, inhoud en communicatie. Tegelijkertijd vinden we het belangrijk dat die werelden niet volledig gescheiden zijn. Artistieke keuzes hebben zakelijke consequenties en zakelijke keuzes beïnvloeden weer het programma. Juist daarom is bewust gekozen om ons allebei sec directeur te noemen.”

Professionaliseren zonder afstand

Onder de nieuwe leiding werd ook een extra organisatielaag ingericht met onder meer een hoofd technische productie en een hoofd communicatie, PR en samenwerkingen. “Door de jaren heen zijn we steeds verder gegroeid als organisatie. Als er goede mensen binnenkwamen, probeerden we vaak een manier te vinden om ze te behouden. Dat heeft ons veel gebracht, maar tegelijkertijd moet je ook kijken hoe je een relatief kleine festivalorganisatie e ciënt blijft organiseren. We proberen nu minder mensen meer uren te geven en kennis beter binnen de organisatie vast te houden.”

MAIRE HAVERKORT FOTO:

Nieuwe programmalijnen

De professionalisering beperkt zich niet tot de organisatiestructuur. Ook inhoudelijk ontwikkelt het festival zich verder. Een voorbeeld daarvan is De Unie, een programmalijn die ruimte biedt aan maatschappelijke, politieke en activistische perspectieven.

“Historisch gezien waren muziek, film, kunst en het kinderkunstprogramma de inhoudelijke pijlers van het festival, samen met de voedselprogrammering. Met De Unie hebben we daar bewust een nieuwe dimensie aan toegevoegd. We willen ruimte bieden aan andere verhalen en aan gesprekken over maatschappelijke ontwikkelingen. Dat past bij de rol die wij als cultureel platform kunnen spelen.”

Een andere ontwikkeling is Bouwplaats van de Toekomst, een programma waarin professionals uit de bouw- en evenementensector samenkomen rond vraagstukken over duurzaamheid en innovatie. “Intern noemen we het een professionalsprogramma, omdat het voor ons een nieuwe vorm is naast het reguliere publieksprogramma. Het brengt mensen uit verschillende sectoren samen rond concrete vraagstukken. Dat levert interessante gesprekken op over de toekomst van bouwen, produceren en organiseren.”

Daarnaast kijkt Haverkort uit naar het muziekproject IJsland van Sef en Abel. “Vorig jaar liep ik ruim zeven maanden zwanger rond op het festival en ben ik daarna met verlof gegaan. Dit jaar kijk ik er vooral naar uit om flexibel en fit genoeg te zijn om gewoon alles echt samen te zien komen. Het hele team heeft na het transitietraject met veel energie aan deze editie gewerkt. Dat vind ik bijzonder om op deze manier te mogen meemaken.”

Beperkte schaal als kracht

Ondanks de veranderingen ziet Haverkort vooral continuïteit. Volgens haar ligt de kracht van Into The Great Wide Open in de kleinschaligheid van het festival. “We kunnen simpelweg niet groeien. We zitten op een eiland en zijn afhankelijk van wat Vlieland aankan. Dat wordt soms als een beperking gezien, maar het is ook een enorme kracht. Het zorgt ervoor dat we een intiem festival blijven met ongeveer 6.000 bezoekers. Daardoor kunnen we andere keuzes maken dan veel grotere festivals.” Die beperkte schaal beïnvloedt ook de programmering. “Post-corona zijn de kosten voor artiesten en producties enorm gestegen. Daardoor is het lastiger geworden om de echt grote headliners te programmeren. Tegelijkertijd merken we dat ons publiek daar niet primair voor komt. Experiment, ontdekking en verrassing zijn altijd onderdeel geweest van onze identiteit. Dat blijft ook nu overeind.”

Publiek groeit mee

De verbondenheid van bezoekers blijkt uit het grote aantal terugkerende gasten. Jaarlijks verkoopt het festival binnen korte tijd uit, terwijl veel bezoekers al jarenlang terugkeren naar Vlieland. “We zien heel veel bekende gezichten terug. Tegelijkertijd verandert het publiek natuurlijk ook. Waar we vroeger veel bezoekers tussen de twintig en dertig jaar hadden, zie je nu dat de grootste groep eerder tussen de dertig en veertig jaar zit. Die ontwikkeling zie je ook terug in de kinderen die meekomen naar het festival. Een aantal jaar geleden hadden we relatief veel jonge kinderen, nu zien we juist meer oudere kinderen en jongeren. Daar passen we ons programma ook op aan.”

Ook vrijwilligers zijn vaak langdurig betrokken. “We hebben vrijwilligers die hier vijftien jaar geleden begonnen toen ze nog student waren en nog steeds ieder jaar terugkomen. Dat zegt veel over de band die mensen met het festival hebben opgebouwd.”

Talentontwikkeling

Haverkort ziet kansen om talentontwikkeling verder uit te bouwen, zowel voor makers als binnen de organisatie.

“Talentontwikkeling staat al jaren in onze missie, maar ik denk dat we daar nog gerichter invulling aan kunnen geven. We organiseren bijvoorbeeld ieder jaar een Makerskamp, waar jonge makers en muzikanten op het eiland samen werken en experimenteren. De vraag is hoe je daar meer begeleiding, coaching en mentorschap aan kunt toevoegen. Hetzelfde geldt intern. Hoe ontwikkelen we mensen binnen de organisatie en hoe zorgen we dat kennis behouden blijft?”

Nieuwe inkomstenbronnen

De stijgende kosten zijn een uitdaging voor elk festival. “Dat is waarschijnlijk de uitdaging waar vrijwel iedere festivalorganisatie momenteel mee te maken heeft. Voor ons komt daar nog bij dat we niet kunnen groeien in capaciteit. We kijken daarom nadrukkelijk naar partnerships, sponsoring en meerjarige samenwerkingen. Daarnaast onderzoeken we hoe onderdelen zoals het professionalsprogramma kunnen bijdragen aan nieuwe inkomstenstromen, zonder dat dat ten koste gaat van het publieksprogramma.”

“Hoe ik Into The Great Wide Open zou omschrijven? Intiem, vooruitstrevend en eigenzinnig. We proberen binnen onze schaal iets bijzonders neer te zetten en laten zien dat ook een relatief kleine speler impact kan maken. Niet alleen artistiek, maar ook op het gebied van duurzaamheid. Dat zit diep in ons DNA en dat willen we de komende jaren verder versterken.”

Into The Great Wide Open 2026

✓ Data: 27–30 augustus 2026

✓ Locatie: Vlieland

✓ Bezoekers: circa 6.000

✓ Line-up (selectie): Baxter Dury, Brìghde Chaimbeul, Wednesday, IJsland, The Whitest Boy Alive, Angine de Poitrine, Hudson Freeman, Dressed Like Boys, Lézard, Ryan Davis & The Roadhouse Band

✓ Speciale programmaonderdelen:

• De Unie – maatschappelijk en politiek geëngageerd programma

• Bouwplaats van de Toekomst – professionalsprogramma over duurzaamheid en innovatie

• Makerskamp – creatief experiment voor jonge makers en muzikanten

• Kinderkunstprogramma – interactieve activiteiten en kindermoshpit

• Kunst en film – beeldende kunst, installaties en cinema

FOTO:
SJOERD KNOL

Fair Pop Fonds van start

Met de opening van de eerste aanvraagronde op 1 juli zet het Fair Pop Fonds een volgende stap in de zoektocht naar eerlijke betaling binnen de Nederlandse popsector. Na jaren van onderzoek, pilots en overleg kunnen artiesten voor het eerst een aanvulling op hun gage aanvragen. We spreken hierover met Peter Kwint, voorzitter van het Fair Pop Fonds en voormalig SP-Kamerlid, en Patronaat-directeur Jolanda Beyer.

DOOR: ARNOLD LE FÈBRE

RRuim een jaar geleden spraken de initiatiefnemers nog over de ambitie om een aparte stichting op te richten die de resultaten van de Fair Pop Pilot zou kunnen vertalen naar een praktische regeling voor artiesten. Inmiddels is die ambitie werkelijkheid geworden. Het Fair Pop Fonds opent op 1 juli de eerste aanvraagronde voor Nederlandse acts die optreden op bij de VNPF aangesloten podia.

Volgens Jolanda Beyer, directeur van Patronaat en een van de drijvende krachten achter het initiatief, stond het afgelopen jaar vooral in het teken van het bouwen van een organisatie die daadwerkelijk kan uitkeren aan artiesten. “We hebben eerst onderzocht of het ook via bestaande fondsen zou kunnen. Dat bleek een hele moeilijke weg. Toen was het: dan gaan we het gewoon zelf doen. En dat is gelukt.”

Dat betekende meer dan alleen een regeling bedenken. Er moest een stichting worden opgericht, een bestuur worden samengesteld, statuten worden opgesteld en een uitvoeringsorganisatie worden ingericht. Tegelijkertijd werd gewerkt aan een aanvraagproces dat bewust zo laagdrempelig mogelijk is gehouden. “Het is geen inhoudelijke toets”, benadrukt Beyer. “Het gaat erom of je op een VNPF-podium hebt gestaan en in welke fase van je carrière je zit op basis van de Fair Pay Rekentool Popmusici. We wilden voorkomen dat artiesten ontmoedigd worden door ingewikkelde procedures.”

Volgens Peter Kwint, voorzitter van het Fair Pop Fonds en voormalig SP-Kamerlid, zou een artistieke beoor-

deling bovendien weinig zin hebben. “Wij gaan niet beoordelen wat artistiek potentieel heeft. Artiesten hoeven dan ook geen projectplan of artistieke onderbouwing aan te leveren. Dat zou behoorlijk pretentieus zijn. Die selectie heeft feitelijk al plaatsgevonden. Het gaat uitsluitend om de vraag of zij voldoen aan de voorwaarden voor ondersteuning.”

“Wij willen gewoon dat iemand die op een podium staat fatsoenlijk betaald wordt voor zijn werk”, zegt Beyer.

Van pilot naar structurele regeling

Het fonds bouwt voort op de Fair Pop Pilot die in 2024 werd uitgevoerd door Platform ACCT en onderzocht werd door Erasmus Universiteit Rotterdam. Acht poppodia - Hedon, Doornroosje, Neushoorn, Melkweg, EKKO, Paard, Patronaat en E enaar - namen destijds deel aan de proef.

De resultaten bevestigden wat veel professionals in de sector al langer vermoedden. Van de ondervraagde artiesten vond 76% de bestaande vergoedingen oneerlijk of zelfs totaal oneerlijk. Bij reguliere clubshows bleek tussen de 35% en 72% extra budget nodig om artiesten op het niveau van fair pay te brengen. Tijdens de pilot werden 151 optredens onderzocht, uitgevoerd door 604 muzikanten. Vooral artiesten in de zogenoemde fase 2 - acts die al een publiek hebben opgebouwd en regelmatig optreden, maar nog niet op een niveau zitten waarop de markt voldoende inkomsten genereert - blijken kwetsbaar. Dat is precies de groep waarop het Fair Pop Fonds zich nu richt. “Het zijn artiesten die al een fanbase hebben opgebouwd, die veel optreden en die eigenlijk op een punt zijn gekomen waarop muziek hun beroep zou moeten kunnen zijn”, zegt Beyer. “Maar in de praktijk blijkt dat vaak niet zo te zijn.”

“Bij de Albert Heijn kun je niet afrekenen met een foto van je optreden in Bibelot”

Overgangsfase

Volgens Peter Kwint draait de discussie uiteindelijk niet alleen om inkomen. “Er zit ook een artistieke kant aan. Mensen haken af. Dat is logisch, want je kunt bij de Albert Heijn niet afrekenen met een foto van je optreden in Bibelot. Op een gegeven moment moet je kunnen leven van het werk dat je doet.”

Juist de overgang van veelbelovende act naar duurzame professionele carrière blijkt een knelpunt. “Je komt in een fase terecht waarin je voor de tijd die je erin steekt eigenlijk een hongerloontje krijgt, als je al iets krijgt. Als je daar op het juiste moment een zetje kunt geven, dan help je artiesten door een cruciale fase heen.”

Dat was ook een van de belangrijkste conclusies uit de pilot. Uit eerder onderzoek bleek al dat artiesten die jaarlijks ongeveer tachtig optredens spelen gemiddeld slechts ongeveer 8.000 euro overhouden. In veel gevallen wordt dat geld vervolgens weer geïnvesteerd in nieuwe opnames, promotie of tournees. De gevolgen reiken verder dan alleen financiële onzekerheid. Onderzoeken van BAM! laten volgens Beyer keer op keer zien dat geldproblemen, mentale gezondheid en carrièreperspectief nauw met elkaar samenhangen. “Het zijn allemaal elementen die elkaar versterken. Als wij met dit fonds een deel van die druk kunnen wegnemen, dan maken we echt verschil.”

Eerste stap

Zowel Beyer als Kwint benadrukt dat de regeling slechts een deel van de oplossing vormt. Per jaar ontvangt het fonds momenteel ruim €525.000 via Fonds Podiumkunsten. Dat geld is beschikbaar gesteld om de resultaten van de Fair Pop Pilot structureel voort te zetten. Maar wie de cijfers naast elkaar legt, ziet direct de uitdaging. “Als je kijkt naar eerdere onderzoeken naar eerlijke betaling in de sector, kwam je uit op ongeveer zeven miljoen euro die nodig zou zijn”, zegt Kwint.

“Met indexatie zit je inmiddels eerder rond de elf miljoen euro. Dan zie je meteen dat er nog een behoorlijk verschil zit tussen een half miljoen en elf miljoen.”

Het huidige budget maakt het mogelijk om in 2026 ongeveer 475 acts te ondersteunen. Dat is substantieel, maar tegelijkertijd slechts een deel van de totale markt. “Wij willen eigenlijk geen nee hoeven verkopen.”

Zoektocht naar partners

De focus voor de komende periode ligt dan ook op het vergroten van het fonds. De initiatiefnemers zijn actief in gesprek met bedrijven, fondsen en andere partijen die financieel willen bijdragen. Daarbij wordt bewust gesproken over langdurige partnerships in plaats van traditionele sponsoring. “Dit is een kans om daadwerkelijk iets te veranderen,” legt Jolanda Beyer uit. “Uiteindelijk heeft iedereen er belang bij dat de infrastructuur onder de sector gezond blijft. Anders heb je straks misschien nog wel grote arena’s, maar geen nieuwe artiesten meer die daar ooit terechtkomen.”

Inspiratie wordt onder meer gehaald uit het Verenigd Koninkrijk. Daar werkt de Music Venue Trust met bijdragen vanuit artiesten, publiek en industrie. Onder anderen Harry Styles en Coldplay hebben zich daar financieel aan verbonden. Ook een tickethe ng of vrijwillige bijdrage op concerttickets wordt binnen de sector al langer besproken, al erkennen de initiatiefnemers dat dit in Nederland nog een complexe discussie is.

Meer bewustwording in de sector

De discussie over fair pay is in relatief korte tijd sterk veranderd. Kwint herinnert zich nog hoe anders het debat tien tot vijftien jaar geleden werd gevoerd.

“Toen moest ik soms nog uitleggen waarom popmuziek

überhaupt ondersteuning nodig had. Inmiddels zie je dat de discussie over eerlijke betaling breed wordt gevoerd en dat de popsector misschien wel de eerste culturele sector is die de stap maakt van onderzoek naar uitvoering.”

Ook Beyer ziet een duidelijke verschuiving. “Het idee dat optreden vooral een hobby is, verdwijnt langzaam. Natuurlijk kun je als hobbyist starten, maar op een bepaald moment ben je daar voorbij. Dan ben je professioneel bezig en moet daar ook een professionele vergoeding tegenover staan. Dat is belangrijk. Want zonder artiesten zijn poppodia uiteindelijk niets meer dan planken met lampen.”

Kwint vult aan: “Maar aan artiesten zonder podia heb je ook niets. Daarom moet je de hele keten meenemen. Uiteindelijk wil je dat fair pay de norm wordt voor alle optredens en niet voor één show per jaar. Een fonds is per definitie een oplossing voor iets wat nog niet goed geregeld is. Als we over tien of vijftien jaar volledig overbodig zijn, trek ik lachend de stekker eruit.” Tot die tijd ziet hij het Fair Pop Fonds als een praktische manier om een structureel probleem aan te pakken. “Jarenlang verschenen er onderzoeken waar iedereen het mee eens was. Iedereen vond het een probleem, maar niemand wist precies wie het moest oplossen. Nu zeggen we: laten we gewoon beginnen. Dan zien we onderweg wel wie er allemaal aanhaakt.”

Wat is het Fair Pop Fonds?

Met het Fair Pop Fonds kunnen Nederlandse acts een aanvulling aanvragen op hun gage voor optredens op VNPF-poppodia, met één duidelijk uitgangspunt: een gezonde en toekomstbestendige popsector met fair pay als standaard. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar de gage van de act, maar ook naar kosten zoals reiskosten, de inzet van technici, en de inzet van onafhankelijke boekers en managers. Zo ontstaat een vergoeding die beter aansluit bij de volledige praktijk van een live optreden. Per jaar kan een act maximaal één optreden aangevuld krijgen tot Fair Pay vanuit het Fonds. Hiervoor zijn twee aanvraagrondes per jaar. De eerste ronde opent op 1 juli 2026 en gaat over optredens die in het halfjaar daarvoor hebben plaatsgevonden.

Het fonds start met ondersteuning van acts in fase 2 “Developing”, de fase waarin acts al een eigen fanbase hebben en de kleine tot middelgrote zalen van Nederlandse poppodia bespelen. De aanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst: wie het eerst aanvraagt, komt als eerste in aanmerking. Tegelijkertijd wordt actief gewerkt aan het vergroten van het budget, zodat op termijn meer acts en optredens ondersteund kunnen worden.

Het Fair Pop Fonds is een initiatief van de fairPACCT Ketentafel Popmusici van Platform ACCT, waarin onder andere BAM!, Kunstenbond/Ntb, MMF, VNPF en Friendly Fire zijn vertegenwoordigd. Een belangrijke partner is het Fonds Podiumkunsten, dat voor de jaren 2025–2028 jaarlijks €525.000 beschikbaar stelt. Deze bijdrage vormt een stevige basis voor het Fair Pop Fonds en stimuleert andere partijen om aan te sluiten. Ook het Cultuurfonds draagt bij aan de oprichting van het Fair Pop Fonds.

‘We

zijn pas net begonnen’

Met een vernieuwde merkstrategie, een ingrijpend aangepast festivalterrein en nieuwe concepten willen Tirsa Creusen en Ide Ko eman Pinkpop klaarstomen voor de volgende generatie bezoekers. De nieuwe directie kiest daarbij nadrukkelijk voor vernieuwing met respect voor het erfgoed van het festival. “Het belangrijkste is dat Pinkpop klaar is voor de toekomst en dat het over honderd jaar nog steeds bestaat.”

DOOR: ARNOLD LE FEBRE

IDE

K

Kort voor Pinkpop 2026 spraken we met Tirsa Creusen (35) en Ide Koffeman (44) voor hun tweede editie als directie van het festival. Op het terrein in Landgraaf werd dit jaar een van de grootste transformaties van de afgelopen jaren doorgevoerd. Niet alleen het festivalterrein is veranderd, ook de bezoekerservaring en de merkidentiteit werden opnieuw vormgegeven. “We hebben grote stappen gezet, veel veranderd en veel toegevoegd,” aldus Creusen.

De dagelijkse leiding van Pinkpop wordt sinds afgelopen jaar gedeeld door Creusen en Ko eman. Daarbij opereren zij vanuit twee locaties: het Pinkpop-kantoor in Landgraaf en het kantoor van organisator MOJO in Amsterdam. Hoewel er sprake is van een natuurlijke taakverdeling, benadrukken beiden dat zij zich gezamenlijk verantwoordelijk voelen voor het geheel. “We bellen iedere ochtend met elkaar,” vertelt Ko eman. “Er is niet echt een strikte scheiding waarbij de één dit doet en de ander dat. We nemen veel beslissingen samen. Dat is eigenlijk een enorme luxe. Normaal gesproken voer je bepaalde discussies met jezelf, nu doe je dat samen.”

Herpositionering van een icoon

Een van de eerste projecten waar Creusen en Ko eman zich over bogen, was de positionering van het festivalmerk. Pinkpop behoort al decennialang tot de bekendste evenementen van Nederland, maar uit publieksonderzoek bleek dat het imago niet altijd overeenkomt met de werkelijkheid.

“Voor ons is heel duidelijk wat Pinkpop is,” zegt Creusen. “Maar uit onderzoek bleek dat er een verschil bestaat tussen wat wij zijn en hoe mensen ons zien. Veel mensen hebben nog steeds het beeld dat je op Pinkpop de hele dag door de modder loopt. Dat beeld hoort bij een festivalverleden dat allang niet meer bestaat.”

Volgens haar was dat aanleiding om het merk opnieuw te bekijken. “We zijn enorm trots op de geschiedenis en de heritage van Pinkpop. Dat vormt juist de kracht van het festival. Maar we willen die geschiedenis gebruiken om vooruit te kijken. Daarom hebben we bewust gekozen voor een nieuwe positionering waarin de toekomst centraal staat.”

Ook de visuele identiteit werd aangepast. De nieuwe uitstraling moet beter aansluiten bij de schaal, energie en ambitie van het festival. Ko eman: “Als een festival 55 jaar bestaat, ontstaat er vanzelf een bepaald beeld. Dat heeft veel voordelen, want daardoor zijn we ook het bekendste festival van Nederland. Maar het maakt verandering soms ook lastig. Daarom hebben we ervoor gekozen om opnieuw te laten zien waar Pinkpop vandaag de dag voor staat: live muziek van het hoogste niveau, gecombineerd met een hoogwaardige bezoekerservaring.”

Backstage wordt frontstage

De meest zichtbare veranderingen vonden plaats op het terrein in Landgraaf. Vorig jaar liepen Creusen en Ko eman uitgebreid over het festivalterrein om te bekijken welke delen anders konden worden ingericht. “We hebben onszelf de vraag gesteld: waarom zijn sommige van de mooiste plekken alleen toegankelijk voor productie en backstage?” zegt Creusen. “Daarom hebben we gekeken welke delen we konden omzetten van backstage naar frontstage.”

Die keuze leverde duizenden extra vierkante meters publieksruimte op. Tegelijkertijd betekende het ook dat de productieteams minder bewegingsruimte hebben tijdens het festival. “Voor productie is dat soms best een uitdaging,” zegt Creusen. “Er zijn gebieden die tijdens de show niet meer bereikbaar zijn. Maar uiteindelijk maken we die keuze omdat we de ervaring van bezoekers centraal willen stellen.” Naast extra ruimte werden ook meer zitplaatsen, meer schaduwplekken, meer groenvoorzieningen en aanvullende overkappingen toegevoegd.

Het meest opvallende nieuwe gebied is Sun Square. Het concept verwijst naar het historische Sun-Plein in Landgraaf, waar vroeger een groot deel van het lokale uitgaansleven plaatsvond. “Dat plein stond voor energie, ontmoeting en uitgaan,” zegt Creusen. “Die sfeer wilden we terugbrengen op Pinkpop.”

Pinkpop: 55 jaar festivalgeschiedenis

Pinkpop behoort tot de langstlopende jaarlijkse popfestivals ter wereld. De eerste editie vond plaats op 18 mei 1970 in Geleen en trok circa 10.000 bezoekers. Het festival ontleent zijn naam aan Pinksteren, het weekend waarin het evenement traditioneel werd georganiseerd.

In de eerste decennia groeide Pinkpop uit tot een vaste waarde binnen de Nederlandse en Europese festivalmarkt. Grote internationale artiesten als The Rolling Stones, David Bowie, Bruce Springsteen, Pearl Jam, Metallica, U2 en Red Hot Chili Peppers stonden door de jaren heen op het a che, vaak in een vroeg stadium van hun carrière.

Na eerdere edities in Geleen en Baarlo verhuisde het festival in 1988 naar het huidige festivalterrein Megaland in Landgraaf. Onder leiding van oprichter Jan Smeets ontwikkelde Pinkpop zich tot een van de bekendste muziekfestivals van Nederland.

Sun Square wordt een nieuwe ontmoetingsplek waar bezoekers ook buiten de concerten kunnen verblijven. De nieuwe Sun Stage richt zich nadrukkelijk op een jongere doelgroep en bood gedurende de dag ruimte aan dance- en clubprogrammering. Ook de terugkeer van de populaire Silent Disco - onder de naam Stille Jan – en een karaokebar vormden een belangrijk onderdeel van het programma. “Naast de vier grote podia op het hoofdterrein wilden we meer plekken creëren waar bezoekers iets anders kunnen beleven,” aldus Creusen.

Limburgse gastronomie

Ook op culinair vlak koos Pinkpop voor uitbreiding. Op het terrein is een nieuw restaurantconcept verschenen waarin Limburgse producten centraal stonden. De organisatie werkte daarvoor samen met een restaurant dat wordt aanbevolen door restaurantgids Gault & Millau. “We wilden laten zien wat de regio culinair te bieden heeft,” zegt Creusen. “Wie uitgebreid wil dineren kan dat doen, maar bezoekers kunnen net zo goed een zuurvleeskroket uit de muur trekken. Beide horen bij Limburg.”

Reis en verblijf als één ervaring

Een andere belangrijke verandering betreft mobiliteit en verblijf. Waar vervoer en accommodaties voorheen vooral als afzonderlijke onderdelen werden bekeken, benadert de organisatie deze nu als één geïntegreerde bezoekerservaring. “Normaal gesproken kijk je naar hoe mensen reizen,” legt Ko eman uit. “Wij zijn begonnen bij de vraag hoe mensen willen verblijven. Vanuit daar hebben we de reis opnieuw ingericht.”

Pinkpop gaat daarom sterker inzetten op openbaar vervoer en een uitgebreid netwerk van pendelbussen. Bezoekers worden op verschillende locaties opgehaald en dicht bij het festivalterrein afgezet. Daarnaast introduceerde de organisatie een nieuwe dagcamping. Bezoekers kunnen daarbij voor één nacht gebruikmaken van een vooraf opgezette tent.

Talentontwikkeling

Hoewel Pinkpop traditioneel bekendstaat om zijn grote internationale headliners, blijft ook talentontwikkeling een belangrijke pijler van het programma. Ko eman ziet het als een wezenlijk onderdeel van de identiteit van het festival. “We zijn geïnteresseerd in artiesten die op dat moment relevant zijn. Natuurlijk staan er grote namen op het programma, maar tegelijkertijd willen we ook ruimte geven aan acts die nog aan het groeien zijn.” Hij noemt Twenty One Pilots als voorbeeld. De Amerikaanse band stond eerder op Pinkpop als subheadliner en keerde terug als een van de hoofdacts van het festival.

Creusen wijst erop dat die aanpak al decennialang onderdeel uitmaakt van de Pinkpopfilosofie. “Op ons oude kantoor hing een

“Wij hebben een ontzettend brede doelgroep. Het mooie van Pinkpop is dat liefhebbers van verschillende leeftijden samen op hetzelfde veld staan”

contract van U2 voor een bedrag van ongeveer 8.000 gulden. Als mensen nu zeggen dat U2 vroeger op Pinkpop stond, klinkt dat als een gevestigde naam. Maar destijds kende bijna niemand die band. Pinkpop heeft altijd artiesten geholpen groeien. Hopelijk lopen er dit jaar weer artiesten rond die we over vijftien jaar als headliner mogen aankondigen.”

Muziek verbindt generaties

“Wij hebben een ontzettend brede doelgroep,” zegt Creusen. “Muziek is niet generatiegebonden. Het mooie van Pinkpop is dat liefhebbers van verschillende leeftijden samen op hetzelfde veld staan.” Dat gedachtegoed komt ook terug in de campagne rondom de editie van dit jaar. “Life is Live is een boodschap waar wij persoonlijk heel sterk achter staan,” zegt zij. “Kom het meemaken. Stap uit je telefoon en beleef het. Er is niets mooier dan live muziek.”

Hoogmis van het Zuiden

Een van de meest besproken toevoegingen aan de 55e editie was Hoogmis van het Zuiden, een speciaal ontwikkelde productie die Limburgse muziek en cultuur centraal stelt. Voor Creusen ging daarmee een langgekoesterde wens in vervulling. “Ik heb nooit onder stoelen of banken geschoven dat ik een liefhebber ben van streekmuziek. Daarnaast vind ik het belangrijk dat je trots bent op waar je vandaan komt.”

Volgens haar past dat naadloos bij Pinkpop, dat diep verankerd is in de regio. “Wij zitten midden in een woonwijk. We werken samen met verenigingen, vrijwilligers en lokale partners. Dat vormt een belangrijk onderdeel van het DNA van Pinkpop.”

Het jubileum bood volgens de organisatie het ideale moment om een bijzonder project te realiseren. “55 jaar betekent vijf keer elf. Elf is natuurlijk het gekkengetal in Limburg. Toen dachten we: dit is het moment om uit te pakken.”

De voorstelling combineerde Limburgstalige muziek met landelijk bekende klassiekers en werd slechts één keer uitgevoerd. Voor de productie werd onder meer regisseur Servé Hermans van Toneelgroep Maastricht aangetrokken. Daarnaast vervulde Jeroen van Koningsbrugge een rol als ceremoniemeester. “Hij heeft auditie moeten doen,” grapt Creusen. “Want o cieel is hij natuurlijk geen Limburger.”

Toenemende druk op de festivalmarkt

Net als de rest van de sector heeft Pinkpop te maken met stijgende kosten. Volgens Ko eman spelen meerdere ontwikkelingen tegelijkertijd. “Materialen zijn duurder geworden, er is meer concurrentie om leveranciers en capaciteit, en artiesten hebben wereldwijd steeds meer mogelijkheden om te touren. Dat heeft allemaal invloed op de kostenstructuur.”

Ondanks die uitdagingen koos de organisatie ervoor de ticketprijzen niet verder te verhogen. Bezoekers van de vorige editie kregen zelfs de mogelijkheid om met korting terug te keren. “We vinden het belangrijk om de mensen die ons festival omarmen dicht bij ons te houden.” Ook op andere onderdelen probeert Pinkpop de impact van prijsstijgingen te beperken. “Vorig jaar zijn bijvoorbeeld de bierprijzen niet verhoogd. We proberen voortdurend te kijken hoe we Pinkpop bereikbaar kunnen houden.”

Volgens Ko eman blijft dat een uitdaging in een periode waarin consumenten op vrijwel alle fronten met hogere kosten worden geconfronteerd. “Alles wordt duurder. Tegelijkertijd geloven wij dat Pinkpop een complete ervaring biedt waar bezoekers veel waarde voor terugkrijgen.”

Klaar voor de volgende honderd jaar

Hoewel de nieuwe directie een groot aantal veranderingen heeft doorgevoerd, zien Creusen en Ko eman dit nadrukkelijk als het begin van een langere ontwikkeling. “We hebben nog ontzettend veel ideeën,” zegt Creusen. “Maar een festival blijft iets bijzonders. Je werkt een jaar lang naar drie dagen toe en pas tijdens die dagen ontdek je echt of alles werkt zoals je het hebt bedacht.”

Ko eman: “Het is bijzonder om te zien hoeveel mensen al tientallen jaren meebouwen aan dit festival. Dat geldt voor medewerkers, vrijwilligers en lokale verenigingen. Dat zij zo positief meedenken over alle veranderingen geeft ontzettend veel vertrouwen. We zijn pas net begonnen. Het belangrijkste is dat Pinkpop klaar is voor de toekomst. Dat het niet alleen de komende jaren relevant blijft, maar dat het over honderd jaar nog steeds bestaat. Daar werken we nu iedere dag aan.”

Festivaloverzicht

Hoewel de zomer inmiddels in volle gang is en veel festivals hun bezoekers al weer hebben zien vertrekken, staan er nog volop hoogtepunten op de agenda. De Nederlandse festivalmarkt laat opnieuw zien hoe veelzijdig zij is: we lichten vijf festivals uit die de komende periode voor veel bezoekers, ondernemers en organisatoren interessant zijn om te volgen.

NN North Sea Jazz Festival - 10 t/m 12 juli

Een van de meest bijzondere evenementen van dit jaar is zonder twijfel het NN North Sea Jazz Festival. De Rotterdamse publiekstrekker viert zijn 50-jarig jubileum en markeert daarmee een belangrijke mijlpaal binnen de Europese festivalwereld. Met meer dan 150 optredens, internationale topartiesten en speciale jubileumprogrammering laat het festival zien hoe een sterk concept zich over vijf decennia kan blijven vernieuwen.

Op zoek naar een overzicht van alle festivals van dit jaar?

Bezoek ons online festivalportaal via de QR-code!

Appelpop - 11 & 12 september Ook Appelpop staat voor een belangrijk moment in zijn geschiedenis. Na jarenlang bekend te hebben gestaan als het grootste gratis festival van Nederland, zet de organisatie een volgende stap met een nieuw ticketmodel. De wijziging weerspiegelt een bredere ontwikkeling binnen de sector, waarin organisatoren zoeken naar manieren om stijgende kosten op te vangen zonder afbreuk te doen aan toegankelijkheid en bezoekerservaring.

Rotterdam Bluegrass Festival - 3 t/m 5 juli

Tussen alle grote mainstreamfestivals blijft het Rotterdam Bluegrass Festival een opvallende verschijning. Het evenement brengt bluegrass, folk, americana en rootsmuziek naar het hart van Rotterdam en combineert internationale artiesten met workshops, jamsessies en masterclasses via de Bluegrass Academy.

Loveland

Liquicity Festival - 24 t/m 26 juli

Wat ooit begon als een YouTube-community voor liefhebbers van liquid drum & bass is uitgegroeid tot een internationaal festivalmerk. In 2026 viert Liquicity Festival zijn tiende editie en worden bezoekers uit meer dan zeventig landen verwacht. Naast muziek zet het festival sterk in op community-activiteiten, ontmoetingen en een complete weekendervaring.

Festival - 8 & 9 augustus

Met ruim dertig jaar ervaring als organisator van dance-evenementen behoort Loveland tot de gevestigde namen binnen de Nederlandse festivalscene. In het Amsterdamse Sloterpark komen house en techno samen op meerdere podia met internationale artiesten en vernieuwende producties. Met een sterke programmering en een vaste achterban blijft Loveland een belangrijke speler binnen de Nederlandse dancefestivalmarkt.

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
EB & Live - zomer 2026 by DutchIT.com - Issuu