Skip to main content

ChannelConnect Datacenter & Cloud Dossier 2026

Page 1

DATACENTER & CLOUD

2026

Voor Leger des Heils is internet primaire levensbehoefte Unica ICT Solutions verzorgt digitale infrastructuur voor de organisatie Pagina 4 001_CC-dec25_DOSSIER DC_Cover.indd 1

December 2025 / Januari 2026 | ChannelConnect is een uitgave van iMediate

DOSSIER

Highlights Grotetafelgesprek: Energie, koeling en architectuur richting 2026 Pagina 8

Beveiliging verschuift naar hardware Pagina 16

10-12-2025 15:20


003_CC-dec25_DOSSIER DC_Inhoud.indd 2

10-12-2025 15:21


Bewuste ontwikkeling

D

e datacentersector balanceert op een kantelpunt, zo blijkt uit het Grotetafelgesprek Datacenter & Cloud (zie pagina 8). Niet omdat er te weinig innovatie is, maar omdat de digitale groei sneller gaat dan de fysieke wereld ooit kan bijbenen. We hebben een ecosysteem gebouwd dat alsmaar groter, heter en hongeriger wordt, terwijl de infrastructuur eronder piept en kraakt. Liquid cooling? Niet het wondermiddel van de toekomst, maar het noodverband van nu. Energie? Niet schaars, maar wel zo schaars dat we in 2026 structureel moeten besluiten welke workloads überhaupt nog binnen Nederland passen. Connectiviteit? Redundantie blijkt vaak een mythe die bij de eerste graafmachine verdampt. En Europese autonomie? In een wereld die draait op Amerikaanse systemen, lijkt dat vooralsnog toekomstmuziek. Wat het gesprek vooral blootlegde, is dat de sector gevangen zit tussen twee werkelijkheden. Enerzijds de technologische ambitie: sneller, groter, dichter, slimmer. Anderzijds de harde randvoorwaarden van ruimte, regelgeving en vooral energie. Datacenters worden complexer, maar ook kwetsbaarder. 2026 wordt het jaar waarin we niet langer praten over grenzen, maar over richting. Over welke digitale voorzieningen we als land willen dragen en welke niet. Over het koppelen van ambitie aan realisme, innovatie aan verantwoordelijkheid. De sector staat klaar om die keuzes te maken; het besef dat rekenkracht geen vanzelfsprekendheid is, is inmiddels breed gedeeld. Nu is het aan overheid, bedrijven én gebruikers om samen een nieuw uitgangspunt te formuleren: een digitale toekomst die niet draait op onbeperkte groei, maar op bewuste ontwikkeling. Ik wens je veel leesplezier!

COLOFON ChannelConnect is hét platform voor de IT-dienst-verlener met focus op het mkb. ChannelConnect informeert zijn lezers dagelijks via het magazine, de Dossiers, de website ChannelConnect.nl, de e-mailnieuwsbrief en via de sociale mediakanalen.

ADRES iMediate BV Arendstraat 49 1223 RE Hilversum Telefoon: 035 646 5800 redactie@channelconnect.nl UITGEVER Joost Driessen HOOFDREDACTEUR Arnold le Fèbre EINDREDACTIE Marcel Debets WEBREDACTIE Arnold le Fèbre, Cas Spiertz REDACTIE & MEDEWERKERS Mels Dees, Cas Spiertz, Martijn Vet, Marcel Debets VORMGEVING & DTP Tim van den Berg COVER FOTOGRAFIE Steven van Kooijk ADVERTENTIE- EXPLOITATIE Tarik Lahri (tarik.lahri@imediate.nl) DRUK Vellendrukkerij BDU, Barneveld

CHANNELCONNECT IS EEN UITGAVE VAN:

Arnold le Fèbre, hoofdredacteur ChannelConnect

INHOUD 5

Unica & Leger des Heils

8

Grotetafelgesprek Datacenter & Cloud

16

Beveiliging verschuift naar hardware

18

CommScope

20

Green Data Center Conference & Fiber Vakdag

22

Interconnect Datacenters

23

Copaco Cloud

24

STULZ

26

Vertiv

ChannelConnect mag niet worden gereproduceerd, geheel noch gedeeltelijk, zonder schriftelijke toestemming vooraf van de uitgever. ChannelConnect is niet aansprakelijk voor eventuele onjuistheden in deze uitgave. ChannelConnect is niet verantwoordelijk voor handelingen van derden, welke mogelijkerwijs voortvloeien uit het lezen van deze uitgave. ChannelConnect behoudt zich het recht voor om ingezonden materiaal zonder kennisgeving vooraf geheel of gedeeltelijk te publiceren. Lezersservice Voor onze wekelijkse e-mail nieuwsbrief kunt u zich (gratis) aanmelden via de website: www.channelconnect.nl Hier kunt u dagelijks terecht voor nieuws, achtergronden, marktcijfers, opinie en video-interviews. Voor het wijzigen van adresgegevens en/of overige vragen kunt u contact opnemen met onze abonnementen-administratie via: redactie@ channelconnect.nl of 035 646 5800 ChannelConnect, ISSN 2211-825X

ChannelConnect December 2025 / Januari 2026

003_CC-dec25_DOSSIER DC_Inhoud.indd 3

3

10-12-2025 15:22


Techniek als middel om mensen te verbinden 4

Foto: Folkert Koelewijn

UNICA HELPT LEGER DES HEILS

ChannelConnect

December 2025 / Januari 2026

004-007_CC-dec25_DOSSIER DC_Unica.indd 4

10-12-2025 14:38


DATACENTER & CLOUD DOSSIER

Sinds 1887 is het Leger des Heils één van de grootste zorgverleners van Nederland, met inmiddels ruim 450 locaties en een eigen datacenter. De organisatie biedt 24-uurs zorg aan mensen met uiteenlopende problemen, van dakloosheid tot verslaving, en voert daarnaast participatieprojecten uit om mensen weer een plek in de maatschappij te geven. Fotografie: Steven van Kooijk

J

Kevin Schepers en Hendry Scholing

aarlijks komen meer dan 132.000 mensen in aanraking met het Leger des Heils, ondersteund door ruim 8.000 medewerkers en 15.000 vrijwilligers. Alles draait er om mensen: deelnemers die een nieuwe start maken, medewerkers die hen begeleiden, ­ en vrijwilligers die zich elke dag met volle aandacht inzetten voor een betere samenleving. We k ­ ennen het Leger des Heils allemaal van de maatschappelijke opvang van dak- en thuislozen, maar de organisatie is meer dan dat. Begeleide woon­locaties voor mensen die niet zelfstandig kunnen wonen, gezond-

heidszorg, verpleeghuizen, verslavingszorg, jeugdzorg, reclassering, buurthuiskamers, i­ nzameling van tweedehands kleding en ook (nood) opvang voor vrouwen met bijvoorbeeld blijf-van-mijn-lijfhuizen. Geen internet, dan valt voor deelnemers hun wereld weg Voor deze diverse organisatie is een stabiele IT-infrastructuur c ­ruciaal. Kevin Schepers, Teamleider Werkplek & Infra bij Leger des Heils, benadrukt: “Voor de deelnemers is internet bijna een primaire levensbehoefte, want dat is in sommige gevallen hun enige connectie naar de buitenwereld. Als dat opeens wegvalt kunnen ze door het lint gaan, omdat ze niks meer te doen hebben. Medewerkers kunnen nog uitwijken naar een hotspot, maar voor deelnemers valt hun wereld weg.” IT is dus voor het Leger des Heils geen doel op zich, maar een onmisbare schakel die zorgt voor verbinding, veiligheid en kansen.

Leger des Heils The Salvation Army werd in 1865 opgericht in Engeland door ­predikant William Booth. Booth werd in zijn tienerjaren christen en besteedde veel tijd aan het doorvertellen van de boodschap uit de Bijbel. Zo kwam hij ook in aanraking met de arme bevolking van Oost-Londen. Deze confrontatie voedde het sterke verlangen in hem om iets voor deze mensen te betekenen. In Nederland is de in 2007 overleden Majoor Bosshardt tot op de dag van vandaag de ­bekendste officier, en is dan ook een belangrijk onderdeel van de geschiedenis van de Nederlandse tak van het Leger des Heils.

ChannelConnect December 2025 / Januari 2026

004-007_CC-dec25_DOSSIER DC_Unica.indd 5

5

10-12-2025 14:38


Cijfers - 450 locaties - 1 datacenter - 350 firewalls - 1000 switches - 3500 access points

Samen met Unica zorgt Schepers er met zijn team voor dat loca­ ties snel en betrouwbaar online zijn, zodat deelnemers contact kunnen ­ houden met familie, hulp­ verleners, instanties en de wereld. Maar ook dat zorgverleners be­ schikken over actuele medicatie­ gegevens, ­mensen bereikt worden via de intercom en locaties kunnen vertrouwen op dwaaldetectie. “De netwerk­ infrastructuur wordt zo steeds belangrijker, niet alleen voor ons, maar ook voor de deelnemers en voor alle systemen die daarin worden aangestuurd.” Het moet werken Of het nu gaat om de veiligheid van medewerkers of het comfort van een deelnemer, linksom of rechts­ om: het moet werken. “Heel veel organisaties roepen vaak dat dat zo belangrijk is, maar de praktijk blijkt uiteindelijk anders te zijn,” vertelt Hendry Scholing, Business Manager Digital Security & Networking bij Unica ICT Solutions. “Het Leger des Heils is een heel mooi voorbeeld hoe dit wel volledig wordt door­ getrokken. Want hier zie je dat een

6

sociale dimensie net zo b ­ elangrijk is aan een IT-infrastructuur, iets wat bij andersoortige organisaties ­ anders is.” Het draait daardoor om meer dan alleen techniek. Het gaat om ­ vertrouwen, snel kunnen schakelen en samen zoeken naar ­ oplossingen. Over de samenwer­ ­ king zegt S ­chepers: “Wij leunen sinds 2024 voor een groot deel met de netwerk­ infrastructuur op onze partner en ik hoef me daar

Creatieve oplossingen “Zo hebben we samen fysieke flight­ cases gebouwd, waarin een volledig netwerk zit met bijvoorbeeld een ­firewall, router, switch en draadloze netwerkconnectiviteit. Als er dan snel iets moet gebeuren op een locatie, kan een specialist die kist ­ pakken, neerzetten en vijf m ­ inuten later is de locatie in de lucht. Dat soort creatieve oplossingen zijn voor onze dienstverlening essen­ tieel, helemaal rondom de winter­

“De veiligheid van medewerkers, het comfort van een deelnemer: het moet werken” niet druk om te maken. Het is voor ons niet alleen de beheerder, maar ook de partij die zorgt voor het netwerk en de levering van alle componenten als switches, firewalls en access points. Het zorgteam van Cisco schakelt snel op vragen en denkt mee bij com­ plexe vraagstukken van ons. Het is b ­ elangrijk en ook cruciaal voor onze dienst­ verlening dat we zo kunnen ­bouwen op onze partners.”

opvang. Zodra we daarvoor locaties krijgen toegewezen vanuit gemeen­ tes, moeten deze binnen 24 uur ook actief zijn. Met flink lage tempera­ turen is dat voor deelnemers echt van levensbelang.” Het netwerk, de systemen en de techniek zijn er zo om mensen te ver­ binden, niet om afstand te c ­ reëren. Juist bij moeilijke momenten, als iemand zich alleen voelt, snel hulp nodig heeft, als er een crisis dreigt;

ChannelConnect

December 2025 / Januari 2026

004-007_CC-dec25_DOSSIER DC_Unica.indd 6

10-12-2025 14:38


DATACENTER & CLOUD DOSSIER

“Creatieve oplossingen zijn essentieel, helemaal rondom de winter­opvang”

Techniek ondersteunt mensen De samenwerking tussen Leger des Heils en Unica is een reis, geen eind­ punt. Samen bouwen ze aan een toekomst waarin techniek m ­ ensen ondersteunt, kansen biedt en hoop geeft. “We hebben samen de ­komende jaren nog 300 locaties die we moeten aanpakken om daar ver­ anderingen in te weeg te brengen, met verandering van apparatuur, maar ook met het naar een ­nieuwere, betere standaard brengen.” De echte waarde van IT bij het ­Leger des Heils zit in de mensen: deel­ nemers die weer durven dromen, me­ dewerkers die met aandacht ­kunnen werken en vrijwilligers een verschil kunnen maken. Techniek is een krach­ tige bondgenoot in het bieden van hoop, veiligheid en verbinding. ◾

Foto: Marleen Kuipers

goed functionerende IT maakt het verschil tussen isolement en verbin­ ding. Met partners van Leger des Heils kan er zo op eenvoudige wijze meer standaardisatie worden toege­ past, waardoor het ook makkelijker is om zo’n oplossing uit te rollen en te beheren. Er is in sommige situa­ ties gewoon echt geen tijd.

Oproep “Kijk naar andere mensen om en vraag eens aan je buurvrouw of ­buurman hoe het gaat, in plaats van stoïcijns langs elkaar te lopen. Dat kan soms zoveel meer betekenen dan je je kunt voorstellen. Zeker in de kerstperiode is dat heel belangrijk”, aldus Kevin Schepers, Teamleider Werkplek & Infra bij Leger des Heils. Ben je geïnspireerd geraakt door het verhaal van het Leger des Heils en wil je ook iets bijdragen aan de maatschappij en omkijken naar je ­mede­mensen? Het Leger des Heils zit ook bij jou in de buurt, voor vrijwilligerswerk, of voor een donatie.

ChannelConnect December 2025 / Januari 2026

004-007_CC-dec25_DOSSIER DC_Unica.indd 7

7

10-12-2025 14:39


CHANNELCONNECT

GROTETAFELGESPREK

HET DATACENTER KANTELT:

Energie, koeling en architectuur richting 2026 8

ChannelConnect

December 2025 / Januari 2026

008-015_CC-dec25_DOSSIER DC_GTG.indd 8

10-12-2025 14:49


DATACENTER & CLOUD DOSSIER

Van links naar rechts: Carlo Brouwer, Ronald van Veen, Mels Dees, Vincent van der Linden, Andrew van der Haar en Jeroen Stevens.

2025 was voor de datacentersector een jaar met veel impact. Onder termen als AI, hybride cloud en connectiviteit kraakte af en toe het fundament. Om die spanning te vangen, bracht ChannelConnect vijf kenners van de markt samen voor een Grotetafelgesprek: Jeroen Stevens (Interconnect), Ronald van Veen (Vertiv), Carlo Brouwer (Stulz Group), Andrew van der Haar (Fiber Carrier Association) en Vincent van der Linden (NTT Data). Zij keken terug op het afgelopen jaar en vooruit naar 2026. Tekst: Mels Dees | Fotografie: iMediate/Brent Louwes

ChannelConnect December 2025 / Januari 2026

008-015_CC-dec25_DOSSIER DC_GTG.indd 9

9

10-12-2025 14:49


CHANNELCONNECT

GROTETAFELGESPREK

E

erst maar eens terugkijken: wat bracht 2025? “Het was een jaar waarin je goed moest kijken hoe je überhaupt nog kon bewegen,” zegt Jeroen Stevens. Volgens hem werd 2025 gekenmerkt door twee dominante thema’s: datasoevereiniteit en netcongestie. Wie wacht op stroom, overleeft niet, gaat Stevens verder. Slimme ideeën, denk aan accuoplossingen, energy hubs en regionale samenwerkingen, werden noodzakelijk in plaats van experimenteel. Ronald van Veen sluit daarop aan en merkt op dat hij bijna geen gesprek meer voert waarin liquid cooling níet ter sprake komt. “2025 was het jaar van het kantelpunt: de techniek is duur en complex, maar de sector heeft nauwelijks keuze meer door de explosieve warmtedichtheid van AI-hardware.” Tegelijk stelt hij dat deze ontwikkeling vooral een noodzakelijk kwaad is en geen redmiddel. Carlo Brouwer herkent dat: “Men is zoekende waar het heengaat.” 2025 leverde volgens Brouwer een constante stroom aan steeds grotere vraag op. De vermogens die een jaar eerder nog 50 kW per

Ronald van Veen

rack waren, worden nu in gigawatts gedacht; maar echte concretisering ziet hij nog nauwelijks. 2026 wordt wat hem betreft het jaar van de eerste serieuze trials, niet van brede adoptie. Ook Andrew van der Haar noemt 2025 een bewogen jaar. De strijd tegen netcongestie vroeg veel aandacht. Van der Haar benadrukt dat datacenters aantoonbaar bij-

Carlo Brouwer

10

dragen aan kritieke infrastructuur, waardoor zij volgens de ACM soms voorrang kunnen krijgen bij uitbreidingen, mits zij dit kunnen aantonen. Daarnaast zag hij een betere relatie ontstaan tussen datacenters en omgevingsdiensten: “Het grote onbegrip van vorig jaar is omgeslagen in wederzijds inzicht.” Voor Vincent van der Linden was 2025 vooral het jaar waarin wet- en regelgeving alles begon te domineren. Bedrijven wilden wel veranderen, maar zaten volgens Van der Linden klem tussen legacysystemen en nieuw beleid. Daardoor verschoven gesprekken van techniek naar strategische innovatie. Hij ziet bovendien een verschuiving richting dynamische connectiviteit, waarbij data niet langer aan één datacenter gekoppeld blijft. Zijn organisatie experimenteerde zelfs met satellietverbindingen als alternatief voor glasvezel: het einde van de fysieke grens, stelt hij. Vloeistofkoeling Binnen de koelsector zag Brouwer dat 2025 een nieuwe mindset vereiste. Dat bracht het gesprek op liquid koeling. Is die techniek de

ChannelConnect

December 2025 / Januari 2026

008-015_CC-dec25_DOSSIER DC_GTG.indd 10

10-12-2025 14:49


DATACENTER & CLOUD DOSSIER

En vooral: wie draagt het risico bij componenten die miljoenen per rack kosten? Immersion cooling noemt hij ‘een serieuze uitdaging’, omdat het in feite neerkomt op het onderdompelen van kostbare hardware in transformatorolie.

Vincent van der Linden

redding voor het datacenter? “Nee, absoluut niet,” zegt Van Veen meteen. Hij maakt duidelijk dat liquid koeling vooral wordt ingevoerd omdat er geen alternatief meer is: de vermogensdichtheid van moderne chips laat luchtkoeling simpelweg niet meer toe. Het is volgens Van Veen een noodzakelijke stap, maar geen elegante. Brouwer vult aan dat de overstap niet alleen technisch, maar ook organisatorisch ingrijpend is. Hij benadrukt dat onderhoud bijna steriel moet gebeuren: spoelen, reinigen, controleren op deeltjes processen die eerder bij medische apparatuur passen. Brouwer waarschuwt dat bestaande datacenters daardoor onvermijdelijk eilandjes creëren met eigen vloeistofregels, en dat de demarcatie tussen klanten datacenterverantwoordelijkheid scherper wordt dan ooit. Nieuwe risico’s Stevens merkt op dat liquid koeling nieuwe risico’s introduceert die luchtkoeling nauwelijks kent. “Eén lek en het hele cluster ligt eruit,” zegt hij, verwijzend naar het feit dat veel servers nog altijd slechts één

enkele koelroute door hun GPU’s hebben. Hij wijst er bovendien op dat problemen in één rack schade kunnen veroorzaken bij een andere klant, wat aansprakelijkheid ineens een veel complexer spel maakt. Volgens Stevens komt liquid koeling in Nederland voorlopig alleen terecht daar waar densiteit het echt afdwingt: AI-clusters, specifieke high-performance workloads en kleine edge-locaties. In markten met goedkope en overvloedige stroom zoals IJsland en Noorwegen - gaat het sneller, maar hier blijft energie de beperkende factor. Van Veen werpt tegen dat het stadium van pionieren voorbij is. Hij ziet wereldwijd dagelijks megawatts aan vloeistofkoeling uitgerold worden bij hyperscalers. Toch blijft Europa in zijn ogen achter. Veel leveranciers aarzelen over standaarden: welke vloeistof? Welke temperaturen? Welke garanties?

Warmte, efficiëntie en nieuwe richtlijnen Van koeling i het maar een kleine stap naar warmte en stroomverbruik. En vooral: hoe kun je dat laatste zoveel mogelijk beperken? “De PUE zoals we die kennen, klopt niet meer bij vloeistofkoeling,” stelt Van Veen, die ziet dat bestaande efficiëntiemetingen achterhaald raken nu servers nauwelijks nog fans hebben en koeling zich verplaatst naar CDU’s, pompen en externe circuits. Volgens hem verschuift het energiegebruik van de IT-stack naar de facilitaire laag, waardoor traditionele KPI’s hun vergelijkende waarde verliezen. Brouwer merkt op dat de sector nog zoekende is naar een nieuwe standaard. Hij noemt voorbeelden waarbij klanten moeite hebben om hun energie-efficiëntie te rapporteren, omdat de meetmethodes zijn ontworpen voor luchtkoeling. “Het hele plaatje verandert.” Gerichter beschikbaar “Maar restwarmte wordt eindelijk interessant,” werpt Stevens op. In zijn ogen is het voordeel van vloeistofkoeling dat warmte op hogere temperatuur en veel gerichter beschikbaar komt. Daarmee wordt het technisch eenvoudiger om restwarmte te leveren aan bedrijven of warmtenetten. Hij ziet dat steeds meer datacenters praten met gemeenten en energiehubs over

“Er is geen alternatief meer voor vloeistofkoeling: de vermogensdichtheid van moderne chips laat luchtkoeling niet meer toe” ChannelConnect December 2025 / Januari 2026

008-015_CC-dec25_DOSSIER DC_GTG.indd 11

11

10-12-2025 14:49


CHANNELCONNECT

GROTETAFELGESPREK

structurele warmteafname, al blijft het organisatorisch en juridisch complex. Van der Haar benadrukt dat de regelgeving zich ondertussen razendsnel ontwikkelt. Omgevingsdiensten weten beter waar ze op moeten letten en datacenters leren welke rapportages nodig zijn om transparant te blijven. “We hebben grote stappen gezet in wederzijds begrip,” zegt hij. Daardoor wordt het mogelijk om efficiëntere oplossingen te bespreken, in plaats van alleen te reageren op verplichtingen. Strategische planning Van der Linden plaatst de discussie in een breder perspectief. Hij ziet dat efficiëntie niet langer alleen een technisch vraagstuk is, maar onderdeel van strategische datacenterplanning. Bedrijven kijken volgens hem steeds vaker naar de totale keten: waar staat mijn workload, waar komt de energie vandaan, en hoe kan ik warmte benutten in plaats van wegkoelen? Die ketenaanpak wordt volgens hem noodzakelijk nu energie schaars wordt en wetgeving steeds meer nadruk legt op duurzaamheid. Ambities sluiten niet op elkaar aan “Maar de grootste uitdaging is timing,” zegt Brouwer, die merkt dat warmteprojecten en datacenterprojecten totaal verschillende tempo’s hebben. Waar een datacenter in een paar jaar staat, doen warmtenetten er soms een decennium over. Daardoor sluiten ambities niet altijd op elkaar aan. Van Veen verwacht dat de komende jaren nieuwe richtlijnen ontstaan die beter passen bij de hybride realiteit

Andrew van der Haar

van lucht- en vloeistofkoeling. Maar dat kost tijd. Tot die tijd, zegt hij, zal de sector moeten werken met aangepaste interpretaties van bestaande standaarden, gecombineerd met duidelijke afspraken met toezichthouders. Energie is onvoldoende beschikbaar om AI te voeden in Nederland “Het was het jaar van de netcongestie,” zegt Stevens, die benadrukt dat 2025 liet zien hoe nijpend het stroomtekort werkelijk is. Hij ziet dat AI de vraag exponentieel verhoogt, terwijl aansluitingen juist stagneren. Volgens hem overleven alleen partijen die actief zoeken naar oplossingen zoals energy hubs, lokale samenwerkingen en slimme accuconfiguraties. Wachten tot het net wordt uitgebreid is volgens Stevens simpelweg geen strategie meer. Van der Haar beaamt dat. Hij legt uit

“Alle IT-innovaties doorlopen een rommelige beginfase voordat standaarden en schaal de rust terugbrengen” 12

dat de discussie over prioriteit voor datacenters steeds vaker terugkeert bij de ACM, vooral wanneer IT direct bijdraagt aan kritieke infrastructuur zoals zorg of veiligheid. Tegelijk ziet hij dat netbeheerders en datacenters beter samenwerken dan voorheen. Groeiende kloof “Maar vergeet niet hoe groot de sprong wordt,” werpt Brouwer tegen. “De vermogens die AI in de racks vraagt, schieten richting niveaus die tot voor kort alleen in industrieclusters voorkwamen.” Hij ziet dat klanten gretig plannen maken, maar dat het energielandschap die snelheid niet bijhoudt. Daardoor ontstaat een groeiende kloof tussen wat technisch mogelijk is en wat energetisch haalbaar blijft. Van der Linden voegt toe dat het probleem verder gaat dan aansluitcapaciteit. Hij ziet steeds vaker dat bedrijven wel budget en technologie hebben om te schalen, maar vastlopen op regelgeving en verouderde infrastructuren. “Het oude zit het nieuwe in de weg,” zegt Van der Linden. Daardoor verschuiven veel gesprekken met

ChannelConnect

December 2025 / Januari 2026

008-015_CC-dec25_DOSSIER DC_GTG.indd 12

10-12-2025 14:49


DATACENTER & CLOUD DOSSIER

De deelnemers Jeroen Stevens, Interconnect

Carlo Brouwer, Stulz Group

klanten naar strategisch niveau: hoe ontwerp je een datacenterstrategie die niet afhankelijk is van één fysieke locatie of één stroombron? Zijn team kijkt zelfs naar alternatieve connectiviteit en energiebronnen, zoals satellietnetwerken en toekomstige energiehubs, om de afhankelijkheid van het net te verminderen. Rekenkracht volgt internationaal waar de energie is Stevens wijst ondertussen op een andere realiteit: in landen met overvloedige waterkracht - zoals Noorwegen of IJsland - komen AI-parken nu op in een tempo dat Nederland onmogelijk kan bijbenen. “Daar koop je stroom voor een fractie van wat wij betalen,” merkt hij op. Daardoor ontstaat een verschuiving waarin rekenkracht internationaal volgt waar de energie is, niet andersom. Van Veen ziet die trend ook, maar benadrukt dat Nederland ondanks de tekorten een sterke positie behoudt vanwege zijn connectiviteit. Volgens hem blijven veel workloads hier omdat latentie, dataregie en compliance belangrijker worden dan ruwe rekenkracht.

Connectiviteit, redundantie en netwerktransformatie Een ander heikel punt voor datacenters is de connectiviteit naar buiten. Hoe zit dat bijvoorbeeld met redundantie? “Een datacenter zonder connectiviteit is geen datacenter,” merkt Van der Haar op, en in 2025 werd dat volgens hem opnieuw pijnlijk duidelijk. In theorie beschikken veel organisaties over twee gescheiden verbindingen, in de praktijk blijken die routes buiten het gebouw vaak in dezelfde grondgoot te liggen. Stevens spreekt van een hardnekkig misverstand. Hij ziet dat klanten veronderstellen dat carriers hun fysieke scheiding ook op straatniveau doorzetten. “Kabels kruisen elkaar letterlijk,” zegt hij, terwijl hij uitlegt dat zelfs grote internationale partijen nog steeds via identieke trajecten binnenkomen.

Ronald van Veen, Vertiv

Andrew van der Haar, Fiber Carrier Association

Vincent van der Linden, NTT Data

Minder techniek en meer samenwerking Volgens Van der Haar ligt de oplossing minder in techniek en meer in samenwerking. Hij benadrukt dat echte redundantie vraagt om het combineren van verschillende ChannelConnect December 2025 / Januari 2026

008-015_CC-dec25_DOSSIER DC_GTG.indd 13

13

10-12-2025 14:49


CHANNELCONNECT

GROTETAFELGESPREK

“Europese aanbieders beschikken simpelweg niet over de rijkdom aan tools, ecosystemen en ontwikkelsnelheid die Amazon, Microsoft en Google bieden” providers, verschillende routes en verschillende infrastructuren. Alleen dan kan een klant er zeker van zijn dat een graafincident, storing of fysieke beschadiging niet beide verbindingen tegelijk raakt. Van der Linden tilt de discussie naar een hoger abstractieniveau. In zijn visie verschuift het datacenterlandschap naar dynamische architecturen waarin workloads niet meer aan één locatie zijn gebonden, maar verplaatst worden op basis van efficiency, kosten of wettelijke kaders. Dat vraagt netwerken die flexibel genoeg zijn om opslag, compute en applicatielogica te scheiden en opnieuw te verbinden wanneer nodig. Van der Haar vat het samen met de observatie dat netwerktransformatie niet draait om meer kabels trekken. “Het draait om betere keuzes,” zegt hij. Transparantie, samenwerking

Jeroen Stevens

14

en gelaagde redundantie worden de bepalende factoren. Nederland heeft volgens hem een uitzonderlijk sterke basis, maar alleen als de sector blijft erkennen dat connectiviteit geen bijlage is van het ontwerp, maar het fundament ervan. Europese autonomie is een illusie “Zolang we tachtig procent van ons geld uitgeven aan Amerikaanse clouds, blijft het een verloren strijd,” zegt Stevens. Hij ziet dat Europese autonomie in 2025 eerder verder weg raakte dan dichterbij kwam. Europese aanbieders beschikken volgens hem simpelweg niet over de rijkdom aan tools, ecosystemen en ontwikkelsnelheid die Amazon, Microsoft en Google bieden. Daardoor blijft de keuze voor veel organisaties rationeel maar wordt de afhankelijkheid groter. Van der Linden vult aan dat vooral

de complexiteit organisaties klemzet. Gemeenten bijvoorbeeld weten volgens hem heel goed dat hun data in niet-Europese clouds staat en dat dit risico’s oplevert. Maar ze missen de mensen die begrijpen hoe je zo’n migratie uitvoert, laat staan hoe je een alternatief bouwt. De wil is er, zegt Van der Linden, maar capaciteit ontbreekt. Daardoor blijft de status quo overeind, versterkt door een markt waarin hyperscalers steeds verder uitlopen. Geopolitiek Brouwer merkt op dat technologische ontwikkelingen deze afhankelijkheid nog verder vergroten. Het tempo waarin AI-hardware en bijbehorende infrastructuur evolueren, maakt dat zelfs gevestigde leveranciers moeite hebben om gelijke tred te houden. Voor Europese spelers wordt het daardoor bijna onmogelijk om een eigen volwaardige stack te bouwen, zeker nu de eisen voor koeling, stroom en schaalbaarheid explosief toenemen. Van der Haar kijkt er meer geopolitiek naar. Hij wijst erop dat Nederland altijd een open markt is geweest en dat digitale infrastruc-

ChannelConnect

December 2025 / Januari 2026

008-015_CC-dec25_DOSSIER DC_GTG.indd 14

10-12-2025 14:49


DATACENTER & CLOUD DOSSIER

tekenen dat fabrikanten en exploitanten langzaam tot gemeenschappelijke uitgangspunten komen. Volgens Vincent van der Linden verschuift de digitale infrastructuur van statisch naar adaptief. Hij schetst een toekomst waarin applicaties niet langer worden neergezet in een datacenter, maar zich continu verplaatsen over regio’s, landen en cloudplatforms. Niet alleen op basis van performance, maar ook van wetgeving, energieprijzen en lokale beschikbaarheid van capaciteit. Zijn experimenten met alternatieve connectiviteit passen in die visie: minder afhankelijk van grond en glasvezel, meer gericht op flexibiliteit en spreiding.

tuur verweven is met buitenlandse investeringen. Daardoor is volledige autonomie nooit echt een realistisch scenario geweest. Wat volgens hem wel kan, is strategische regie: duidelijke kaders voor beveiliging, datastromen en kritieke functies. Maar een volledig Europese cloud die kan concurreren met de Amerikaanse, daar gelooft hij niet meer in. Van der Linden sluit dit blok af met de observatie dat autonomie in 2025 geen technisch vraagstuk meer is, maar een bestuurlijk en economisch vraagstuk. Zolang Europa versnipperd blijft en investeringen achterblijven, is autonomie vooral een beleidsambitie. In de praktijk, zegt hij, worden de keuzes van Europese bedrijven nog altijd bepaald door Amerikaanse technologie en Amerikaanse strategische bewegingen. Toekomst en transities richting 2026 “De eerste echte trials komen volgend jaar,” voorspelt Carlo Brouwer. Veel van wat in 2025 werd besproken – liquid koeling, energiehubs, dynamische workloads, nieuwe netwerkarchitecturen – staat volgens hem

op het punt om omgezet te worden in concrete projecten. De techniek is er, de noodzaak is er, en de druk op datacenters blijft groeien. Jeroen Stevens ziet vooral dat AI de belangrijkste driver blijft. De groei in rekenkracht houdt aan, terwijl de infrastructuur die daarvoor nodig is steeds meer specialisatie vraagt. Datacenters zullen volgens hem gedwongen worden om hybride te opereren: een mix van luchtkoeling, vloeistofkoeling, regionale edge-locaties en rekenclusters in het buitenland waar energie wél beschikbaar is. “We gaan spreiden, niet centraliseren,” zegt hij. Gemeenschappelijke uitgangspunten Ronald van Veen verwacht dat schaal en standaardisatie bepalend worden. De sector staat nog midden in de overgang naar nieuwe koelen compute-modellen, maar hij ziet

Uitzonderlijk sterke connectiviteit Andrew van der Haar kijkt vooral naar de rol van Nederland in dat grotere geheel. Hij verwacht dat ons land, ondanks energie- en ruimtegebrek, relevant blijft vanwege de uitzonderlijk sterke connectiviteit en de centrale rol in Europese datastromen. Maar dat vraagt wel keuzes: welke AI-toepassingen willen we binnen de landsgrenzen houden, welke laten we elders draaien, en welke voorwaarden creëren we om de sector te laten groeien binnen de fysieke grenzen die er nu eenmaal zijn? De sector beweegt, concludeert het gezelschap impliciet: niet in één richting, maar in meerdere tegelijk. Koeling, energie, connectiviteit, architectuur en autonomie grijpen steeds dieper in elkaar. De transitie naar 2026 wordt daarmee geen technologische wedloop, maar een herontwerp van het hele digitale fundament waarop Nederland draait. ◾

“Zolang Europa versnipperd blijft en investeringen achterblijven, is autonomie vooral een beleidsambitie” ChannelConnect December 2025 / Januari 2026

008-015_CC-dec25_DOSSIER DC_GTG.indd 15

15

10-12-2025 14:49


Beveiliging verschuift naar de hardwarelaag Datacenters worden steeds slimmer, maar ook kwetsbaarder. Nu AI-workloads en multicloud-architecturen razendsnel groeien, komt een nieuwe beweging op gang: beveiliging wordt niet langer uitsluitend in software geregeld, maar ingebouwd in de hardware zelf. Wat begon als optimalisatie, ontwikkelt zich tot een fundamentele hertekening van het datacenter. Tekst: Marcel Debets

I

n de afgelopen tien jaar is vrijwel elke beveiligingsfunctie gevirtualiseerd. Firewalls, gateways, proxies en IDS-systemen verhuisden naar softwarecontainers of cloudomgevingen. Dat bood flexibiliteit, maar vergde veel van de CPU’s in de servers. Bovendien bleef er één kwetsbaar punt over: als het besturingssysteem of de hypervisor werd gecompromitteerd, kon een aanvaller vrijwel overal bij. De nieuwste generatie datacenterarchitecturen probeert dat op te lossen door beveiliging letterlijk onder te brengen in de infrastructuurlaag zelf. In plaats van software die de host moet beschermen, draait securitylogica nu op afzonderlijke chips of kaarten, los van de CPU. De opkomst van de DPU De bekendste exponent van deze

trend is de Data Processing Unit (DPU). NVIDIA’s BlueField-platform is daarvan het bekendste voorbeeld, maar ook AMD Pensando, Intel IPU en Marvell Octeon vallen in dezelfde categorie. Hun taak is om de netwerk-, opslag- en beveiligingsfuncties over te nemen van de host-CPU en uit te voeren op een eigen, geïsoleerde omgeving. Zo’n DPU bevat meerdere ARMcores, geheugen, een netwerkcontroller en vaak een speciaal besturingssysteem. Daarop draaien functies als encryptie, microsegmentatie, datapad-analyse of zero-trust-beleid. Dat betekent dat verkeer wordt geverifieerd, versleuteld en gelogd nog vóórdat het de server bereikt. Volgens leveranciers leidt dat niet alleen tot betere prestaties, maar

ook tot sterkere scheiding tussen infrastructuur en applicatie. Als de host-OS wordt aangevallen, blijft de DPU-laag functioneren en kan verkeer worden geblokkeerd of herleid. Hardware-gebaseerde isolatie Het idee sluit aan bij eerdere ontwikkelingen, zoals de secure enclaves in moderne processors (Intel SGX, AMD SEV) of de TPMchips die cryptografische sleutels opslaan. Waar die enclaves individuele processen beschermen, richt de DPU zich op het hele dataverkeer tussen servers en tenants. De logica is hetzelfde: gevoelige operaties horen thuis in een gecontroleerde, hardware-matige omgeving. Zo wordt de kans op menselijke fouten kleiner, evenals de impact van een succesvolle aanval. Security-defined infrastructure Fabrikanten spreken intussen van security-defined infrastructure: een model waarin beveiliging niet langer een laag bovenop de hardware vormt, maar een integraal onderdeel van het ontwerp. • AMD Pensando biedt netwerk- en securityoffloading met hardwarematige microsegmentatie. • Intel IPU (Infrastructure Proces-

16

ChannelConnect

December 2025 / Januari 2026

016-017_CC-dec25_DOSSIER DC_Beveiliging.indd 16

10-12-2025 14:53


DATACENTER & CLOUD DOSSIER

sing Unit) koppelt netwerkpolicy’s aan fysieke interfaces. • NVIDIA BlueField combineert dit met AI-ondersteuning via het programmeerbare DOCA-platform. Op die hardware werken partijen als Trend Micro, Palo Alto Networks en Fortinet aan integraties die hun software dichter tegen de DPUlaag plaatsen. Hun tools kunnen zo ­verkeer inspecteren of segmenteren zonder de CPU te belasten. De AI-versnelling AI-datacenters versnellen deze ontwikkeling. In zogeheten AI factories delen duizenden GPU’s hetzelfde netwerk en dezelfde opslag. De hoeveelheid data die daarbij beweegt is enorm, en elke extra softwarelaag verhoogt de latency. Hardware-­ gebaseerde beveiliging maakt het mogelijk om verkeer te controleren zonder de performance van trainingsof inferentietaken te beïnvloeden. Bovendien stellen AI-workloads nieuwe eisen aan compliance en tenant-isolatie. Wanneer meerdere teams of klanten toegang hebben tot dezelfde infrastructuur, moeten datapaden strikt gescheiden blijven. Met een DPU is zo’n scheiding afdwingbaar op chipniveau in plaats van via ­virtuele netwerken.

“Beveiliging op silicon-niveau vraagt om ­securitykennis op silicon-niveau” Efficiëntie als bijvangst Naast veiligheid spelen ook praktische argumenten mee. Door infrastructuurtaken af te handelen op de DPU: • daalt de CPU-belasting aanzienlijk; • blijft de latency stabiel, ook bij zware encryptie; • en kunnen beheerders policies uitvoeren zonder productiesystemen te verstoren. Voor serviceproviders en cloud­ operators betekent dat: meer workloads per rack en minder energieverbruik. De extra efficiëntie maakt hardware-beveiliging aantrekkelijk, zelfs voor partijen waar compliance niet de primaire drijfveer is. Nieuwe verantwoordelijkheid Toch brengt de verschuiving naar hardware-security ook nieuwe verantwoordelijkheden mee. De firm­ ware en software-stack op DPU’s en enclaves vormen een extra ­aanvalsvlak. Beheer, patching en auditing ­worden complexer, zeker in ­ omgevingen

waar meerdere leveranciers samenwerken. Een lek in de DOCA-­laag of IPU-firmware kan even schadelijk zijn als een kwetsbaarheid in het besturingssysteem. Beveiliging op silicon-niveau vraagt dus ook om security­ kennis op silicon-niveau: firmware-­ analyse, hardware-attestatie en ­s­upply-chain-controle worden nieuwe competenties in het datacenter. Vooruitblik De trend richting hardware-gebaseerde beveiliging neemt toe. Waar het nu vooral wordt toegepast in grootschalige AI- en cloudo­ mgevingen, komt dezelfde technologie in compacte vorm naar de edge en enterprise-­ servers. Denk aan netwerkkaarten met ­geïntegreerde beveiligingsmodules, of storage-­ controllers die zelf encryptie en p ­ olicy-handhaving uitvoeren. Infrastructuur en beveiliging zijn niet langer te scheiden. In een tijdperk van gedistribueerde data, AI-verkeer en zero-trust-eisen wordt de hardware zelf de eerste verdedigingslinie. ◾ ChannelConnect December 2025 / Januari 2026

016-017_CC-dec25_DOSSIER DC_Beveiliging.indd 17

17

10-12-2025 14:53


COMMSCOPE OVER DE JUISTE BEKABELING

Slimme bekabeling - fundament onder duurzame AI-datacenters Datacenters die AI-workloads draaien, nemen inmiddels ongeveer één procent van het wereldwijde elektriciteitsverbruik voor hun rekening. Veel aandacht gaat uit naar efficiëntere koeling, maar het gebruik van bekabeling blijft onderschat, zegt Dick Philips, Sales Director Data Centre Solutions NW Europe bij CommScope.

V

olgens recente schattingen kan de AI-industrie al in 2027 evenveel elektriciteit verbruiken als heel Nederland, tussen de 85 en 134 terawattuur per jaar. Intussen is duidelijk dat veel van de uitdagingen rondom AIinfrastructuur terug te voeren zijn op één fundament dat vaak wordt onderschat. “De aandacht gaat snel naar GPU’s en koeling, maar zonder de juiste bekabeling kun je geen betrouwbare of schaalbare AI-omgeving bouwen,” zegt Dick Philips. “Bekabeling is het onderdeel dat zorgt dat alles daadwerkelijk met elkaar kan praten.” Energiehonger waar geen rem op lijkt te zitten De waarschuwingen vanuit het International Energy Agency sluiten nauw aan bij wat operators zien in hun dagelijkse praktijk. Grote techbedrijven proberen hun duurzaamheidsdoelen overeind te houden, maar worstelen met de impact van nieuwe AI-datacenters. Microsoft zag zijn emissies sinds 2020 bijna dertig procent stijgen, ondanks plannen om CO2-negatief te worden. Philips herkent die dynamiek. “Organisaties onderschatten soms hoe heftig die energievraag oploopt zodra AI-clusters in productie gaan. Dat vraagt om andere keuzes dan bij traditionele computer.”

18

De druk op datacenters groeit bovendien door de eisen die AI stelt aan latency en bandbreedte. “Je praat niet over een paar servers die met elkaar communiceren,” legt Philips uit. “AI-modellen worden getraind met duizenden GPU’s die constant informatie uitwisselen. Hoe beter en sneller die verbindingen, hoe hoger de performance en hoe lager de verspilling.” Dick Philips

“Met rollable ribbon kun je zes bundels van bijna 3500 glasvezels kwijt in een 4-inch goot”

Nieuwe ontwerpkeuzes De opbouw van een AI-cluster wijkt behoorlijk af van een klassiek datacenter. GPU-racks verbruiken regelmatig meer dan 40 kW per rack, soms zelfs meer. Daardoor kunnen operators minder servers per rack kwijt en moeten clusters vaak fysiek worden uitgesmeerd over grotere afstanden. Dat maakt de uitdaging rond latency groter dan ooit. “Onderzoek laat zien dat tot dertig procent van de trainingstijd verloren kan gaan door latency op het netwerk,” vertelt Philips. “Idealiter plaats je GPU’s binnen honderd meter van elkaar. In bestaande datacenters is dat lastig, zeker nu AI-racks fysiek groter en heter zijn.” Die combinatie, hogere vermogens en grotere fysieke spreiding, zorgt voor een forse toename van inter-rackbekabeling. Het aantal vezels stijgt, de kabelgoten lopen voller en traditionele oplossingen lopen tegen hun grenzen

ChannelConnect

December 2025 / Januari 2026

018-019_CC-dec25_DOSSIER DC_Commscope.indd 18

10-12-2025 14:54


DATACENTER & CLOUD DOSSIER

aan. Operators schakelen daardoor versneld over op 400G- en 800G-verbindingen, omdat koperverbindingen zoals DAC’s, AEC’s en ACC’s simpelweg niet meer volstaan voor de benodigde bandbreedte. “Er komt veel meer verkeer door die infrastructuur heen”, zegt Philips. “Daarnaast moet elke server worden verbonden met meerdere netwerken: de switch fabric, ­storage en beheer. Je ziet dat het aantal verbindingen per rack explosief groeit.” Ruimtegebrek in goten en racks Datacenters worstelen al jaren met beperkte ruimte in kabelgoten. De opkomst van AI verergert dit. “Zwaardere AI-clusters leiden tot zwaardere bekabeling en meer verbindingen, wat een uitdaging vormt voor het ontwerp en beheer van de fysieke omgeving.” Philips ziet daar een duidelijke ontwikkeling: “Je kunt niet blijven stapelen. Op een gegeven moment zit een goot gewoon vol.” Rollable ribbon fiber blijkt in die context een van de oplossingen die terrein wint. Deze technologie maakt het mogelijk om duizenden vezels als compacte bundels te ­organiseren en efficiënt te verwerken. “Met rollable ribbon kun je zes bundels van 3.456 glasvezels kwijt in één vier-inch goot. Dat is een enorm verschil met traditionele fiberoplossingen. Je benut de be­ schikbare ruimte beter en de installatie gaat sneller, omdat de vezels

eenvoudig te hanteren en te splicen zijn.” Voor datacenters die geen extra ruimte meer kunnen creëren, levert dat een directe besparing op. “Elke centimeter die je wint, kun je weer inzetten voor groei van je AI-omgeving,” zegt Philips. Strategische keuze Naast bekabeling speelt de optische laag een belangrijke rol in de prestaties van AI-clusters. Operators staan daarbij voor keuzes die directe impact hebben op kosten én energieverbruik. Vooral bij korte verbindingen is de prijs van transceivers bepalend, niet de vezel zelf. Parallelle vezeltransceivers bieden in dat soort scenario’s voordelen om-

structureel. Operators moeten ontwerpen voor schaalbaarheid, hitte, bandbreedte en energie-efficiëntie tegelijk. Volgens Philips vormt slimme bekabeling de basis van dat nieuwe evenwicht. “AI-workloads vergen veel van de infrastructuur. Een goed ontworpen bekabelingsarchitectuur kan het verschil ­maken tussen een cluster dat efficiënt draait en een cluster dat onnodig veel energie verbruikt.” CommScope werkt aan oplossingen die datacenters moeten helpen toekomstbestendig te blijven. Philips benadrukt dat het daarbij niet gaat om enkel hogere capaciteit, maar vooral om efficiëntie en beheersbaarheid. “Je wilt voorkomen dat groei in AI-capaciteit automatisch

“Hogere vermogens en grotere fysieke spreiding zorgen voor een forse toename van inter-rack-bekabeling” dat ze geen optische multiplexers of demultiplexers nodig hebben. “Parallel optics zijn efficiënt, eenvoudig en stabiel,” legt Philips uit. “Je haalt de complexiteit eruit. Dat scheelt niet alleen in kosten maar ook in warmte en energieverbruik.” Daarmee wordt de keuze voor transceivers een strategische beslissing, zeker in een markt waar elke watt telt. De verschuiving naar AI verandert de ontwerpeisen van datacenters

leidt tot disproportioneel hogere energiekosten. Met de juiste optische oplossingen, slimme structuren en schaalbare fibertechnologie kun je die balans bewaken.” Philips ziet de rol van bekabeling daarin alleen maar groter worden. “De industrie beweegt snel. Als je nu bouwt op het oude paradigma, loop je binnen een jaar al achter. Een toekomstgerichte bekabelingsarchitectuur geeft operators juist vrijheid, flexibiliteit en energie-­efficiëntie.” ◾ ChannelConnect December 2025 / Januari 2026

018-019_CC-dec25_DOSSIER DC_Commscope.indd 19

19

10-12-2025 14:55


GREEN DATA CENTER CONFERENCE & FIBER VAKDAG

Sectoren in transitie Tijdens de gezamenlijke Green Data Center Conference en Fiber Vakdag op 5 november in de Jaarbeurs werd één ontwikkeling duidelijk zichtbaar: de datacentersector raakt steeds dieper verweven met infrastructuur buiten de datavloer. Leveranciers én operators constateerden dat het evenement allang niet meer draait om hardware en racks, maar om een keten die letterlijk van straat tot server loopt. Tekst: Mels Dees | Foto’s: Green Data Center Conference – Joni Israeli

D

ick Philips, Director Data­ center Sales NW Europe bij CommScope vond het eve­ nement wezenlijk breder qua inhoud dan de traditioneel product-gedre­ ven datacenterbeurzen. Vooral de koppeling met maatschappelijke thema’s, zoals duurzaamheid en restwarmte waardeerde hij. Hoewel CommScope zelf niet actief is in restwarmteprojecten, vindt P ­hilips het belangrijk dat het ­ datacenter steeds vaker vanuit het publie­ ke domein wordt bekeken: “Het wordt minder een intern ­ verhaal.”

20

­ ommScope ­bedient zowel ­buitenC als binnen glasvezel­ netwerken van onder ­ andere datacenters, maar vanuit verschillende divisies. P ­ hilips’ team richt zich specifiek op de fiberinfrastructuur in en rond het ­ datacenter. Volgens hem sluit de ­ ­Fiber Vakdag meer aan op fi ­ ber in de buitenomgeving, terwijl de Green Data Center Conference meer raakt aan bekabeling in de Grey space en de White space. Ook Rittal was aanwezig. Voor André Hiddink is het helder waarom: data­ centers vormen al jaren het p ­ rimaire

domein van het bedrijf. Glas­ vezel blijft cruciaal, maar vormt niet de kern van de activiteiten. “Onze ­focus is de infrastructuur, de ­ koeling, de stroomvoorzieningen,” aldus ­Hiddink. Bekabeling maakt daarvan deel ­ uit, maar is niet leidend. Voor Rittal draait de bijeenkomst in de Jaar­ beurs vooral om net­ werken, ­ kennis ophalen en de markt a ­ ftasten. Essen­ tieel, zegt Hiddink, om te bepalen of het bedrijf de juiste koers volgt. Die koers omvat onder meer grootscha­ lige ­investeringen in vloeistofkoeling. Volgens hem is ­ liquid cooling geen

ChannelConnect

December 2025 / Januari 2026

020-021_CC-dec25_DOSSIER DC_GDC.indd 20

10-12-2025 14:56


DATACENTER & CLOUD DOSSIER Vakmanschap bij de aanleg van fiber is essentieel; netwerken moeten dertig jaar meegaan

De evolutie van de Fiber Vakdag

niche meer, maar een richtinggevende ontwikkeling. De markt beweegt zich volgens hem naar een hybride situatie: een mix van traditionele en vloeistof­ gekoelde systemen, vooral tijdens de overgangsperiode waarin hard­ ware uiteenlopende levenscycli kent. “Je krijgt een mix tussen vloeistof en ­traditioneel.” Ontwerpvoorwaarde Die toekomst stond centraal in een paneldiscussie over de impact van AI-hardware op datacenterontwerp. Jonathan Jürgens, productmanager liquid cooling bij Stulz, stelde dat vloeistofkoeling geen keuze maar een noodzaak is. “De enige optie is liquid cooling, omdat de energie­ dichtheid op de chip veel te hoog is voor lucht.” Met een blik op N ­ vidia’s roadmap verwacht hij dat ver­ mogensniveaus richting één mega­ watt per rack ‘gewoon de komende twee tot drie jaar’ realiteit worden.

Andrew van der Haar, Managing Director Fiber Carrier Association en Senior Advisor van DDA, blikte tijdens het evenement terug op de eerste editie van de Fiber Vakdag, in 2015. “De markt was toen nog meer versnipperd dan momenteel,” zei hij. Het doel van de Vakdag was te laten zien waar die versnippering zat, zowel binnen de sector als richting de politiek, en te tonen dat partijen elkaar konden vinden en beter konden samenwerken. In de beginjaren was de Vakdag vooral praktisch ingestoken. De naam mocht letterlijk worden genomen. “Dat was ook wel echt hands-on. Zeker omdat we toen nog in de bouwfase zaten.” Vakmanschap blijft volgens Van der Haar essentieel, juist omdat de aanleg van netwerken decennialang moet meegaan: “Je moet er dertig jaar mee doen.”

Jeroen Stevens, CTO en mede­ oprichter van Interconnect, be­ nadrukte vooral de operationele gevolgen op de datavloer. Jaren­ lang was het credo dat water zo ver mogelijk bij de racks vandaan moest blijven; nu is het omgekeerde waar. ­Operators en klanten ­moeten opnieuw definiëren waar verant­ woordelijkheden liggen, omdat waterkwaliteit, flow, druk en tem­ ­ peratuur kritieke ontwerpvariabelen zijn geworden. Volgens Stevens be­ seffen veel klanten nog onvoldoen­ de welke parameters zij zélf ­moeten aanleveren. Hij wees b ­ovendien op het verschil in responstijden tussen lucht- en vloeistofkoeling: ­ “Als de flow stopt, worden GPU’s

niet langzaam ­ warmer, maar gaan ze in een fractie van een minuut richting ­falen.” Waar servers na een stroomonderbreking in de regel automatisch opstarten, is schade door koelfouten vaak permanent. Dit vraagt volgens Stevens om een geheel nieuw niveau van monitoring en geautomatiseerde ingrepen. Jürgens gaf aan dat waterkwaliteit hierbij een van de lastigste aspec­ ten is. “De verantwoordelijkheid voor waterkwaliteit is het grootste probleem, omdat niemand die echt wil dragen.” In meer dan h ­ onderd projecten zag hij “geen enkele uni­ forme standaard.” Richtlijnen en sectorbrede samenwerking zijn ­volgens hem cruciaal. ◾ ChannelConnect December 2025 / Januari 2026

020-021_CC-dec25_DOSSIER DC_GDC.indd 21

21

10-12-2025 14:56


INTERCONNECT DATACENTERS

Datasoevereiniteit krijgt nieuwe dimensie De roep om datasoevereiniteit wordt luider nu AI meer rekenkracht én gevoeligere gegevens vraagt. Tussen de grote hyperscalers en lokale modellen ontstaat een nieuwe categorie: edge-AI, die dicht bij de gebruiker draait en onder Europese wetgeving kan blijven. Daar verschuift de discussie van techniek naar strategische autonomie. Tekst: Marcel Debets

D

atasoevereiniteit schuift snel op van een abstract begrip naar een strategisch thema. Bedrijven en overheden willen profiteren van AI-toepassingen, maar tegelijk grip houden op hun data, hun infrastructuur en de onder­ liggende juridische kaders. Datacenters en cloudproviders die volledig onder Europese wetgeving opereren, komen daardoor steeds nadrukkelijker in beeld. Interconnect behoort tot die groep en schetst hoe datasoevereiniteit en nieuwe AI-infrastructuren elkaar gaan versterken. Dertig jaar Het Brabantse bedrijf bestaat dertig jaar en is volledig in handen van de familie Stevens. Alle datacenters staan op Nederlandse bodem en alle IT-­ apparatuur is eigen bezit. “Ons bedrijf valt volledig onder Nederlands recht en zijn er geen externe aandeel­houders of buitenlandse moederorganisaties die via wetgeving zoals de Cloud Act toegang zouden kunnen opeisen,” vertelt Jeroen Stevens, medeoprichter en directeur van Interconnect. “In een tijd waarin organisaties kritischer kijken naar waar data wordt verwerkt en opgeslagen, willen we met onze structuur duidelijkheid bieden.” De snelle groei van AI versterkt dat gevoel van urgentie. Veel grote AI-­ modellen worden buiten Europa getraind, maar organisaties willen hun ­eigen data dicht bij huis houden. Daarbij ontstaat een tussensegment in de markt: toepassingen die te zwaar zijn

22

Om zulke compacte ­AI-omgevingen te ondersteunen, werkt Interconnect aan direct-to-chip liquid cooling. “De energievraag van AI-hardware dwingt datacenters om zuiniger te koelen en overhead terug te brengen,” zegt Stevens. Immersion cooling acht het bedrijf minder geschikt voor brede adoptie, maar direct-to-chip wordt gezien als een toekomstbestendig alternatief.

Jeroen Stevens

om lokaal te draaien, maar niet afhankelijk hoeven te zijn van hyper­ scale omgevingen in de VS. Voor dat gebied ziet Interconnect een rol voor zogenoemde edge-AI, waarbij rekenkracht fysiek dichter bij de gebruiker staat en latency laag blijft.

Technische uitdagingen Tegelijk zijn er technische uitdagingen. Er bestaan nog geen uniforme standaarden voor connectoren, koelvloeistoffen en temperatuurbeheer, en water­kwaliteit moet nauwlettend worden gecontroleerd om verstoppingen in koelplaten te voorkomen. Toch verwacht het b ­ edrijf dat deze vorm van koeling de komende jaren snel terrein wint, vooral in ­ compacte edge-omgevingen. Interconnect ziet daarnaast dat overheden en gemeenten behoefte hebben aan oplossingen die zowel soeverein als praktisch inzetbaar zijn. “Veel orga­ nisaties willen wel overstappen naar Euro­ pese alternatieven, maar missen de middelen, kennis of mensen om die stap te zetten. Edge-AI kan daarbij een rol spelen, bijvoorbeeld voor lokale sensortoepassingen, datagedreven planning of slimme monitoring. Door zulke diensten binnen de landsgrenzen te verwerken, blijft gevoelige data onder Nederlands toezicht en wordt de afhankelijkheid van niet-Europese cloud­providers kleiner.” ◾

ChannelConnect

December 2025 / Januari 2026

022_CC-dec25_DOSSIER DC_Interconnect.indd 22

10-12-2025 15:02


BRANDED CONTENT

DATACENTER & CLOUD DOSSIER

COPACO CLOUD BIEDT ALTERNATIEF

BROADCOM-PARTNERS ZOEKEN HOUVAST Door alle veranderingen van het afgelopen jaar zijn voor veel VMware-dienst­verleners de kaarten opnieuw geschud. Wie VMware-diensten aan klanten levert, merkt dat het speelveld in korte tijd complexer is geworden. Copaco biedt continuïteit voor al deze partners en levert, afhankelijk van situatie en omgeving, altijd een passende lange­ termijn­oplossing waarbij ook gekeken wordt naar scenario’s die partners meer flexibiliteit geven in eigenaarschap van hun omgeving.

M

et Copaco VMware Cloud beschikken partners over een volledig beheerde, schaalbare infrastructuur als dienst. Hiermee kunnen zij virtualisatie- en cloudservices blijven leveren op basis van hoogwaardige VMware-­technologie, zonder zelf bezig te zijn met veranderende eisen van Broadcom. Daarnaast hebben partners met Copaco’s VMware-diensten of een hybride variant vaak meer mogelijkheden om hun verdien­model verder te optimaliseren dan bij uitsluitend public cloudoplossingen. Volgens Rick Jans, productmanager Copaco VMware Cloud, is de behoef­ te aan continuïteit en schaalbaarheid groter dan ooit. “Veel partners bieden al ­ jarenlang zelf VMware-diensten aan, maar hebben steeds meer moeite om te voldoen aan de veranderingen en ­eisen vanuit VMware. Met Copaco VMware Cloud kunnen zij hun dienstverlening voortzetten binnen een stabiel en volledig beheerd platform tot en met de ­hypervisor.” Jans: “Tegelijkertijd zijn er partners die om zwaarwegende redenen diensten willen blijven leveren op basis van ­eigen hardware, dat begrijpen wij ook. Een partner die de afgelopen jaren flink heeft geïnvesteerd in zijn infrastructuur, wil deze het liefst blijven inzetten om VMware-diensten te leveren.“ In aanloop naar mogelijke nieuwe VMware-vereisten, bekijken we scenario’s die white-label partners meer flexibiliteit bieden in eigenaarschap, lifecycle en continuïteit, zodat zij de regie over hun ­

omgeving behouden en hun bestaande infrastructuur optimaal kunnen laten aansluiten op toekomstige ontwikkelingen.” Soeverein en redundant Copaco VMware Cloud wordt gehost in zes datacentra – vier in ­Nederland Rick Jans en twee in België – die volledig redundant zijn uitgevoerd. Deze infrastructuur vormt de basis voor een Ontzorging zonder afhankelijkheid robuuste IaaS-omgeving, waarmee Voor veel partners draait het naast techCopaco Cloud garandeert dat alle nologie ook om zekerheid. Investeren in data onder Europese ­ regelgeving eigen datacenters brengt risico’s mee, blijft. Daarnaast beschikt Copaco van afschrijvingen tot personeelstekort. Cloud over relevante certificerinCopaco VMware Cloud neemt die zorgen gen zoals ISAE3000, ISAE3402 en grotendeels weg door infrastructuur als ISO27001, waarmee wordt aangedienst te leveren, waarbij partners hun toond dat zowel procesbeheersing ­eigen diensten en klantrelaties behouden. als informatiebeveiliging aan de Jans: “Wie ons platform gebruikt, hoogste eisen worden getoetst. Het hoeft niet na te denken over hardware, bedrijf gebruikt zijn eigen platform ­licenties of compliance. Tegelijk blijft de intern voor het verwerken van zeer vrijheid om te kiezen: meer of ­ minder grote aantallen transacties per dag, ­resources.” Copaco Cloud ziet de vraag wat onderstreept hoe robuust en naar flexibele cloudoplossingen ­groeien, stabiel het platform is. “Downtime vooral bij organisaties die waarde is simpelweg geen optie,” zegt Jans. De Copaco VMware Cloud-­ ­hechten aan soevereiniteit. “Wij vinden het belangrijk om p ­ artners omgeving is opgezet als een volte helpen hun VMware-diensten toeledig selfserviceplatform. Hiermee komstbestendig te maken,” zegt Jans. kunnen partners hun infrastructuur “De markt verandert snel, maar met een flexibel en naar eigen behoefte stabiel en schaalbaar platform k ­unnen opschalen. Virtuele machines en ­ zij zich blijven richten op hun ­ klanten. ­resources zijn binnen enkele ­minuten ­Partners die hun VMware-diensten ­willen aan te ­passen, ­zonder ­tussenkomst consolideren of uitbreiden, ­ kunnen via van support, op ieder gewenst Copaco Cloud direct instappen, zonder ­moment. Zo behoudt de partner de migratiedrempels.” ◾ regie. ChannelConnect December 2025 / Januari 2026

023_CC-dec25_DOSSIER DC_BC_Copaco.indd 23

23

10-12-2025 15:04


STULZ: LIQUID COOLING WORDT STANDAARD

High-density koeling maakt datacenters AI proof AI-toepassingen zorgen voor een explosieve toename van warmte in data­centers. Daar loopt traditionele luchtkoeling tegen zijn grenzen aan. Liquid cooling wordt langzaam maar zeker de nieuwe standaard. Het goede nieuws: je hebt er geen compleet nieuw datacenter voor nodig.

V

ijf jaar geleden was een serverrack met 5 kilowatt aan vermogen volstrekt normaal. Sommige bedrijven g ­ingen naar 10 of 15 kilowatt, maar dat gold al als een uitzondering. “Met de komst van AI en processors die daarvoor nodig zijn, is de rekencapaciteit per rack enorm gestegen,” vertelt ­Carlo B ­ rouwer, Managing Director bij STULZ. “We praten nu soms al over 100 kilowatt, terwijl Nvidia al 1 ­megawatt heeft aangekondigd. Dat is 1000 kilo­ watt per rack. Het verschil met een paar jaar geleden is gigantisch.” Die ontwikkeling heeft gevolgen voor de manier waarop data­centers hun apparatuur koelen. Steeds meer bedrijven, ook in het mkb, gaan krachtige AI-toepassingen gebrui­ ken. Denk aan ­ingenieursbureaus die complexe simulaties draaien, softwareontwikkelaars die AI op grote schaal inzetten voor code-optimalisatie of medische instellingen die beeld­verwerkingssoftware gebruiken voor diagnoses. Ook bij kwaliteits­ controle bij productiebedrijven of voorspellende analyses in de logistiek zijn toepassingen die continu meer ­rekenkracht nodig hebben. Orkaankracht in het datacenter Bij traditionele koeling wordt lucht

24

door het datacenter geblazen om warmte af te voeren. Maar bij de extreme warmteproductie van moderne AI-servers is dat niet meer haalbaar. “De luchtsnelheden moeten zo groot zijn dat je dat niet meer kunt realiseren. Je zou dan lucht met orkaankracht moeten blazen,” legt Brouwer uit. “En zelfs dan kun je bij die hoge vermogens de temperatuur niet op peil houden.”

vloeistof moet zorgvuldig worden beheerd. Daarom is deze methode vooral geschikt voor niches. Een andere, meer praktische methode is direct-to-chip cooling, waarbij vloeistof via buisjes rechtstreeks langs de processors circuleert. Welke methode je ook kiest, het hart van een modern liquid cooling-systeem is de Cooling Distribution Unit, oftewel CDU. Dit apparaat pompt

“In veeleisende datacenters moet je de lucht met orkaankracht door de servers blazen” Traditionele luchtkoeling werkt simpelweg niet meer bij deze extreme warmtelasten. Liquid cooling biedt uitkomst. Vloeistof kan veel efficiënter warmte opnemen dan ­ lucht. “Dat betekent dan wel dat je met een vloeistof direct het serverrack in moet gaan om de servers zelf te koelen.” Dat kan op verschillende m ­ anieren. Bij immersion cooling worden servers volledig ondergedompeld ­ in een speciale vloeistof. Dat is een oplossing die goed werkt voor heel specifieke toepassingen, maar voor reguliere datacenters is het nogal lastig. Servers zijn moeilijk bereikbaar voor onderhoud en de

vloeistof op de juiste temperatuur en druk door het koelsysteem. De CDU haalt warmte weg bij de servers via een gesloten circuit. Via een warmtewisselaar geeft de CDU die warmte vervolgens af aan het koelwatersysteem van het gebouw. “Een CDU regelt de temperatuur, de druk en de doorstroming van de vloeistof. De unit zorgt ervoor dat de koelvloeistof op de juiste temperatuur blijft en met voldoende druk door het systeem circuleert.” Een CDU kan tussen de 300 kilowatt en ruim 2 megawatt aan koelvermogen leveren, afhankelijk van het type. Het apparaat bevat filters om de vloeistof schoon te houden,

ChannelConnect

December 2025 / Januari 2026

024-025_CC-dec25_DOSSIER DC_Stultz.indd 24

10-12-2025 15:06


DATACENTER & CLOUD DOSSIER

1 megawatt per rack wordt straks de norm. Een paar jaar geleden was 15 kilowatt al veel.

met liquid cooling kunnen helpen en alles wijst er volgens hem op dat die vraag snel zal toenemen.

Carlo Brouwer

pompen voor de circulatie en sensoren voor lekdetectie. “Het zijn geteste, betrouwbare systemen die specifiek zijn ontworpen voor datacenters waar stilstand geen optie is.” Gefaseerd overstappen De overstap naar liquid cooling vraagt om investeringen. Toch is het niet nodig om een bestaand datacenter in één keer om te bouwen. “Je kunt beginnen met een paar racks die liquid cooling krijgen, terwijl de rest van je datacenter gewoon blijft draaien op luchtkoeling,” zegt Brouwer. “Dat is een groot voordeel. Je creëert als het ware een eiland

­ innen je bestaande ­datacenter.” b Die gefaseerde aanpak maakt de stap makkelijker. IT-dienstverleners kunnen ervaring opdoen met liquid cooling in een beperkt deel van het datacenter, zonder het hele systeem te hoeven vervangen. “Als je klanten hebt die AI-toepassingen draaien of high-performance computing nodig hebben, kun je daarvoor een aparte sectie inrichten. De rest van je klanten blijft gewoon op de traditionele manier gekoeld.” De markt voor deze vorm van high-density koeling is in de Benelux nog pril. Toch merkt Brouwer dat steeds meer colocation-providers de vraag krijgen of ze klanten

Vooruitdenken Het is volgens Brouwer vooral belangrijk om vooruit te denken. “De vraag naar rekenkracht blijft onverminderd stijgen. Over een paar jaar zijn de vermogens die we nu high-density noemen misschien alweer normaal. Je wilt nu al rekening houden met die groei, zodat je niet over twee jaar opnieuw moet investeren.” STULZ ontwikkelt verschillende oplossingen voor liquid cooling, van complete CDU-systemen tot componenten die in bestaande infrastructuur kunnen worden geïntegreerd. “We hebben de ervaring en kennis om datacenters te helpen met deze transitie. Of het nu gaat om een volledig nieuw systeem of om een uitbreiding van een bestaand datacenter.” Voor IT-dienstverleners betekent dit dat liquid cooling geen toekomstmuziek meer is, maar een realiteit waar ze nu al over moeten nadenken. Niet alleen voor grote projecten, maar ook voor kleinere implementaties waar mkb-klanten steeds vaker om vragen. De technologie is er, de kennis is beschikbaar. Het is een kwestie van de stap zetten. ◾ ChannelConnect December 2025 / Januari 2026

024-025_CC-dec25_DOSSIER DC_Stultz.indd 25

25

10-12-2025 15:06


VERTIV INTRODUCEERT SCHAALBARE OPLOSSINGEN VOOR VLOEISTOFKOELING

Direct-to-chip koeling onmisbaar voor AIen HPC-datacenters De snelle opkomst van AI en high-performance computing (HPC) zet de traditionele koelinfrastructuur van datacenters onder druk. Serverracks met een warmte­ afgifte van 50 kilowatt of meer zijn geen uitzondering meer, en die vermogens laten zich steeds moeilijker afvoeren met luchtkoeling. Vloeistofkoeling – en dan specifiek direct-to-chip (DTC) – wordt daarom steeds vaker ingezet om nieuwe generaties rekenintensieve workloads draaiende te houden.

V

nieuwe CDU-modellen bieden daarom verschillende capaciteiten en configuraties, afgestemd op uiteenlopende omgevingen en groeiscenario’s.

Nieuwe fase in koelstrategie Veel datacenters balanceren momenteel tussen het uitbreiden van AI-capaciteit en het behouden van operationele betrouwbaarheid. Vooral bij retrofits of de uitbreiding van bestaande installaties blijkt dat luchtkoeling vaak niet meer voldoet. DTC-koeling biedt in dat geval uitkomst: het leidt de warmte direct van de processor naar een gesloten vloeistofcircuit, met minimale verliezen. “Datacenterworkloads leiden tot steeds hogere rackdichtheden en koelbehoeften,” zegt Sam Bainborough, Vice President EMEA Thermal Business bij Vertiv. “Daarom hebben klanten oplossingen nodig die zich aanpassen aan hun specifieke implementatiestrategieën, zoals direct-to-chip.” Volgens Bainborough zijn schaalbaarheid en flexibiliteit essentieel in deze fase van de AI-transitie. Niet ieder data­ center kan of wil immers in één keer overstappen op vloeistofkoeling. De

Drie modellen, verschillende toepassingen De Vertiv CoolChip CDU 70 is een inrow vloeistof-naar-luchtoplossing met een koelcapaciteit tot 70 kW. Deze uitvoering is vooral bedoeld voor datacenters die bestaande infrastructuur willen upgraden zonder ingrijpende aanpassingen. Door gebruik te maken van bestaande thermische systemen kunnen organisaties relatief snel overstappen naar vloeistofkoeling. De geïntegreerde besturing maakt beheer over meerdere units eenvoudiger en ondersteunt realtime monitoring. Voor datacenters die vloeistofkoeling per rack willen toepassen – bijvoorbeeld voor het ondersteunen van een AI-pilot of een high-density workload – is de Vertiv CoolChip CDU 100 ontwikkeld. Deze 4U-unit biedt een koelvermogen van 100 kW via vloeistof-naar-vloeistofkoeling. Een groot warmtewisselaaroppervlak zorgt voor efficiënte warmteoverdracht bij lage benaderingstemperaturen. Via nauwkeurige temperatuurregeling (binnen ±1 °C) en ingebouwde filtratie blijft de vloeistofkwaliteit op peil. Ook is er sprake van fysieke scheiding tussen ITen facilitaire circuits, wat het onderhoud

ertiv speelt in op die ontwikkeling met de introductie van drie nieuwe koeloplossingen binnen zijn Vertiv CoolChip CDU-serie (coolant distribution unit): de CDU 70, CDU 100 en CDU 600. Deze units zijn ontworpen voor directe vloeistofkoeling op chipniveau en richten zich op uiteenlopende datacenteromgevingen, van pilotinstallaties tot hyperscale-omgevingen.

26

CoolChip CDU 70

ChannelConnect

December 2025 / Januari 2026

026-027_CC-dec25_DOSSIER DC_Vertiv.indd 26

10-12-2025 15:07


DATACENTER & CLOUD DOSSIER

CoolChip CDU 100

en de veiligheid in bedrijfskritische omgevingen vereenvoudigt. De Vertiv CoolChip CDU 600 is de krachtigste uitvoering en gericht op grootschalige implementaties. Deze in-row unit biedt een koel­ capaciteit van 600 kW en is ontworpen voor hyperscale datacenters en co­locatie-omgevingen waar AI- en HPC-infrastructuur op grote schaal wordt uitgerold. Het systeem kan via boven- of onderaansluitingen worden geïntegreerd in bestaande of nieuwe installaties en is voorzien van redundante pompen en geavanceerde monitoring van temperatuur en vloeistofkwaliteit. De rol van DTC-koeling in AI-gedreven datacenters Direct-to-chip vloeistofkoeling is geen nichetechnologie meer. De toenemende inzet van AI-modellen – vaak ondersteund door GPU’s en andere gespecialiseerde processoren – vereist hogere vermogensdichtheden en nauwkeurigere thermische controle. Luchtkoeling bereikt daarbij in veel gevallen zijn limiet. DTC-koeling biedt een direct pad voor warmteafvoer met een hogere thermische efficiëntie dan lucht, zonder dat volledige immersie van componenten nodig is. De koelvloeistof stroomt in een gesloten circuit direct naar de warmste onderdelen van de server – meestal de CPU of GPU – en wordt via een warmtewisselaar opnieuw afge-

koeld. Deze aanpak leidt tot lagere PUE-waarden en stelt datacenters in staat om meer rekenkracht per vierkante meter te leveren. Daarnaast maakt DTC-koeling het eenvoudiger om gericht te investeren. In plaats van een complete omgeving om te bouwen, kunnen operators beginnen met een enkele rij of een aantal racks en die later uitbreiden. Dat past bij de gefaseerde groei die veel organisaties na­streven bij de uitrol van AI-workloads. Onderdeel van bredere strategie De drie nieuwe CDU’s maken deel uit van een bredere Vertiv 360AI-portfolio, waarin naast koelsystemen ook stroomvoorziening, monitoring en consultancy zijn ondergebracht. Het bedrijf wil zich daarmee positioneren als een partij die niet alleen technologie levert, maar ook ondersteuning biedt bij ontwerp, installatie en beheer. Dat geldt zowel voor greenfieldprojecten als voor het aanpassen van bestaande datacenters. Volgens Vertiv is die ondersteuning steeds belangrijker, nu vloeistofkoeling opschuift van expe-

riment naar standaard. De complexiteit van integratie – denk aan leidingen, monitoring, vloeistof­ kwaliteit en onderhoud – is voor veel ­datacenters nog een drempel. Door complete ondersteuning te bieden, van planning tot service, wil Vertiv die barrière verlagen. Koeltechniek als strategische factor De lancering van de Vertiv CoolChip CDU-serie markeert een ­ volgende stap in het professionaliseren van vloeistofkoeling binnen het datacenter. De nadruk ligt op flexibiliteit, schaalbaarheid en betrouwbaarheid – eigenschappen die onmisbaar zijn in een infrastructuur waar AI en HPC een steeds grotere rol ­spelen. Waar de discussie over AI-toepassingen vaak draait om data en modellen, is de fysie­ ke kant van die technologie minstens zo bepalend. Zonder ef­ ficiënte koeling, geen betrouwbare prestaties. Direct-to-chip vloeistofkoeling maakt het mogelijk om die prestaties ook op lange termijn vol te houden. ◾

CoolChip CDU 600 ChannelConnect December 2025 / Januari 2026

026-027_CC-dec25_DOSSIER DC_Vertiv.indd 27

27

10-12-2025 15:08


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
ChannelConnect Datacenter & Cloud Dossier 2026 by DutchIT.com - Issuu