HYBRID INSIGHTS



VINCENT VAN DER LINDEN:










Britta Günther: ‘Data moet kunnen staan waar het de meeste waarde oplevert’










Rika Nakazawa: ‘De vraag is niet óf deze infrastructuur komt, maar of je op tijd klaar bent’






“Misschien is standaardisatie niet het probleem - maar het uitgangspunt.”
Tijd voor een nieuwe manier van denken
In een wereld die verandert, telt hoe je er naar kijkt. Niet door harder te optimaliseren, maar door anders te denken.
Geïnspireerd geraakt? Scan de QR code en plan een sessie met ons in over wat vandaag het juiste fundament is voor uw digitale strategie.


Mono no aware en het
Hybrid Datacenter:
Inspiratie uit het vergankelijke
De Japanse wijsheid van Mono no aware herinnert ons eraan dat alles eindig is – ook relaties en projecten. Juist onze menselijke gevoeligheid, empathie en betrokkenheid maken dat we deze momenten koesteren en zo lang mogelijk laten voortduren. Mono no aware betekent letterlijk: “het weemoedige besef van de vergankelijkheid der dingen”. Het begrip verbindt drie essentiële elementen: het onvermijdelijke einde, menselijke betrokkenheid en het bewust langer laten duren van wat waardevol is.

In het Hybrid Datacenter-team zien we dit terug in ons dagelijks werk. We weten dat iedere samenwerking, elk project en zelfs technologische innovaties een einde kent. Dat is nu eenmaal een natuurwet (mujō / 無常). We behandelen onze relaties niet als wegwerpartikelen, maar als iets om te onderhouden, persoonlijk te maken en te versterken. Met het besef dat we er zorgvuldiger mee omgaan, zolang het er is.
Daarom heb ik dit magazine samengesteld: ik wil je inspireren met verhalen van mensen met wie wij elke dag samenwerken en die deze mindset delen. Met inspiratie en innovatie als leidraad kiezen we bewust voor een ander verhaal. Voor wie geholpen wil worden om de koers te wijzigen, de toekomst naar voren te halen, en bereid is anders te denken en te handelen. Bij NTT DATA zit data in ons DNA en bouwen we aan een wereldwijd geconnecteerd netwerk waarin compute en data zijn losgekoppeld, zodat we het veiliger en effectiever kunnen inzetten waar het de meeste waarde en impact heeft en grenzen verleggen. Ik nodig je uit om na het lezen van dit magazine met ons in gesprek te gaan. Dan verkennen we wat we kunnen bereiken, in het besef dat juist in het tijdelijke het mooiste te vinden is.
Vincent van der Linden
Dit is een uitgave van NTT DATA, geproduceerd door DutchIT.com
Dutch IT.com
De Bleek 17, 3447 GV, Woerden www.dutchit.com
Hoofdredacteur
Marcel Debets marcel@dutchit.com
Productiemanager
Tim van den Berg tim@dutchit.com
Managing Director Peter Reyneveld peter@dutchit.com
Cover- en portretfotografie
Marco ter Beek www.marcoterbeekphotography.com
Het magazine tot stand gekomen met speciale dank aan: Dell Technologies BV, Cisco BV, Netapp BV, NTT Data Global Datacenter, Dutch IT Channel, GNT International, Rika Nakazawa, Eurofiber B.V. en Tarik Lahri
In dit magazine:
5 Vijf pijlers voor een hybride datacenter dat de toekomst aankan
6 Jeroen van Hamersveld: we zijn minder naïef
8 Dilemma zelf doen of uitbesteden?
10 Sjoerds!
12 2026 Global AI Report
16 Rika Nakazawa: de toekomst van het datacenter
18 De hypervisor staat ineens op de agenda
20 Lieke Hamers: hoe legacy-keuzes innovatie vandaag blokkeren
22 NTT DATA Infrastructure Solutions
24 Suzette Oskam gaat voor de wind
26 Dilemma centraliseren of distribueren?
28 Randy Jagroep: één server in een archiefruimte
30 Sander ten Hoedt: meer dan netwerk
32 Vincent van der Linden stelt drie vragen
34 Jan Bonke: de uitdagingen van hedendaagse datacenters
36 Minimum Viable Data: herstel wat ertoe doet
38 Britta Günther: data moet kunnen staan waar het de meeste waarde oplevert
40 NTT DATA en Mistral AI versnellen soevereine AI voor Europa
40 APN in de praktijk
41 Ron Vermeulen: vier routes naar AI‑waarde
42 De levenscyclus van een hybrid datacenter
44 Elja de Bruin voert een eerlijk gesprek
45 Gilbert van Hemert over partnerschap
46 Het 6 fasen evolutiemodel voor het hybride datacenter
Over NTT DATA NTT DATA ondersteunt organisaties bij hun digitale transformatie met IT‑services, strategisch advies en innovatieve oplossingen op het gebied van cloud, data en AI. Als onderdeel van de wereldwijde NTT Group combineert NTT DATA internationale expertise met diepgaande kennis van de Nederlandse markt. Vanuit onder meer Amersfoort werkt NTT DATA samen met klanten aan toekomst bestendige, veilige en wendbare IT‑omgevingen.
Algemene contactgegevens
NTT DATA Nederland –locatie Amersfoort Podium 1, 3826 PA, Amersfoort
Tel: 085 000 4400 info@services.global.ntt
© copyright 2026 Overname artikelen na goedkeuring van NTT DATA Nederland
5pijlers voor een hybride datacenter dat de toekomst aankan
Wie zijn infrastructuur nog indeelt als ‘cloud of on-premise’ loopt achter op de feiten. De toekomst is hybride. Maar een hybride datacenter bouwen is makkelijker gezegd dan gedaan. NTT DATA onderscheidt vijf pijlers die richting hier aan geven.
De debatpunten die jarenlang de boardroom domineerden, zijn achterhaald. Cloud of eigen hardware? Centraal of gedistribueerd? Moderne organisaties stellen die vraag allang niet meer. Ze draaien workloads daar waar die het beste presteren: schaalbaarheid in de public cloud, controle en latency bij kritieke processen on-premise, en realtime verwerking aan de edge. Dat is de realiteit van 2026. En de komst van AI als productietechnologie versnelt die transitie verder. Tegelijk maakt diezelfde hybride omgeving het landschap complexer. Data bevindt zich op meerdere locaties, valt onder verschillende nationale en regionale wetgeving, en elk koppelpunt vergroot het aanvalsoppervlak. Een hybride strategie vraagt dan ook om meer dan technische slimheid. Het vraagt om een architectuur die van het begin af aan rekening houdt met compliance, datasoevereiniteit en security.
Data bevindt zich op meerdere locaties, valt onder verschillende wetgeving, en elk koppelpunt vergroot het aanvalsoppervlak.
1Security en datasoevereiniteit
In een wereld van AVG, NIS2 en sectorspecifieke regelgeving kun je compliance er niet achteraf in bouwen. Compliance moet in het ontwerp zitten. Dat betekent dat het systeem op elk moment weet waar data staat, onder welk juridisch regime die valt, en hoe het automatisch compliant blijft, ook wanneer internationale systemen samenwerken. Datacategorisatie, bescherming gedurende de volledige levenscyclus van data en een gelaagde securityaanpak over cloud en on-premise heen zijn daarbij basisvereisten.
2Performance voor elke workload
Niet elke workload is gelijk. AItrainingsmodellen vragen om high-density GPU-clusters. Financiele transactieverwerking vraagt om lage latency. Een CRM-applicatie kan prima in de cloud. Een slim hybride datacenter plaatst elke workload in de omgeving waar die optimaal presteert, zonder dat compute en data per se op dezelfde locatie hoeven te zitten. NTT DATA stelt dat het ontkoppelen van de compute- en datalaag de kern vormt van een AI-ready infrastructuur. Verwerking en opslag over honderden kilometers uiteen plaatsen, zonder performance- of latencyproblemen: dat is wat moderne architecturen onderscheidt.

3
Kostenoptimalisatie zonder concessies
De belofte van de cloud was ooit: goedkoper dan eigen hardware. De praktijk is genuanceerder. Een doordacht hybride model kiest per workload de meest economische omgeving. Stabiele, voorspelbare verwerkingen lenen zich voor investeringen in eigen infrastructuur. Pieklasten en flexibele processen passen beter bij een pay-as-you-go cloudmodel. Door dat onderscheid consequent te maken en budgetten gericht in te zetten, levert de hybride aanpak structureel meer waarde dan een vastgestelde keuze voor een van beide.
4
Modernisering op businesstempo
De meeste organisaties draaien nog steeds applicaties die tien, vijftien jaar oud zijn. Die kunnen niet van de ene op de andere dag worden vervangen. Een hybride datacenter laat toe dat legacy-systemen blijven draaien terwijl nieuwe technologie ernaast wordt opgebouwd. Integratie over cloud, edge en datacenter heen creëert een IT-landschap dat voorspelbaar en schaalbaar is, en dat meegroeit op het tempo van de business, niet op het tempo van de ITafdeling.
5Duurzaamheid als structurele keuze
Datacenters staan al jaren onder druk vanwege energieverbruik. Hybride architecturen bieden hier concrete voordelen: door verwerking te verdelen over meerdere kleinere compute-clusters, wordt capaciteit efficiënter benut. Geavanceerde koeling, hernieuwbare energie en intelligente workloadplaatsing verlagen zowel de ecologische voetafdruk als de operationele kosten. Met strengere PUE-richtlijnen en toenemende regelgeving rondom datacenterduurzaamheid is dit een strategische randvoorwaarde geworden.
Bouw vandaag aan het datacenter van morgen
Hybride datacenters zijn de ruggengraat van de moderne digitale onderneming. Organisaties die nu investeren in een toekomstbestendig hybride fundament, bouwen een ecosysteem dat wendbaar, voldoet aan gestelde eisen, kostenefficiënt en klaar voor AI-gedreven groei is. NTT DATA ondersteunt die transitie end-to-end: van architectuuradvies en migratie tot lifecycle management en 24/7 technische ondersteuning. De vijf pijlers zijn daarbij een samenhangend raamwerk. Want een hybride datacenter dat op slechts twee of drie van deze dimensies scoort, is uiteindelijk een toekomstig probleem.
De cloud is niet weg, de naïviteit wel
Jeroen van Hamersveld, Country Manager Nederland bij NTT DATA, ziet hoe de cloud-discussie razendsnel van koers verandert. Niet terug naar vroeger, maar vooruit naar iets nieuws: een wereld waarin infrastructuurkeuzes en databeheer bepalend zijn voor wie de AI-race wint.
Medio 2025 was de vraag bij vrijwel elk bedrijf nog: hoe breng ik zo veel mogelijk naar de cloud?
Inmiddels is die vraag fundamenteel anders geworden. ‘Wat breng ik naar de cloud, en wat doe ik zelf?’ is nu het centrale dilemma voor CIO’s en business owners. Van Hamersveld volgt die omslag op de voet.
Veel meer dan een datacenterpartij
NTT DATA is veel meer dan een van de grootste datacenterpartijen ter wereld, Niet vanuit een ivoren toren, maar vanuit de positie van een bedrijf dat al jaren de datacenters runt voor enterpriseklanten en hyperscalers als AWS, Microsoft en Google. Maar Van Hamersveld wil graag een breder beeld schetsen. De organisatie groeide de afgelopen zes jaar uit 48 samengevoegde bedrijven tot één wereldwijde capability, van zeekabels en internetinfrastructuur, tot aan de volledige applicatielaag. “Veertig procent van het wereldwijde internet wordt geleverd door NTT DATA,” zegt hij. “Je gebruikt ons elke dag zonder het te weten.” Als voorbeeld noemt hij de emoticon, die ooit door NTT in Japan werd ontwikkeld en nog steeds intellectueel eigendom van het bedrijf is. “Naast connectivity en datacenters zijn wij een end‑to‑end consulting‑ en technologiepartner voor Data & AI, cloud en secure IT‑infrastructuur, met lokale activiteiten die profiteren van de kennis en schaal van de global organisatie.” Van Hamersveld benadrukt dat zijn teams die kennis actief inzetten voor enterpriseklanten die nu grote strategische beslissingen moeten nemen.
De cloud gaat niet weg, de vraag verandert wel De terugtrekking uit de cloud is geen complete ommekeer, maar eerder een volwassener wordende relatie met cloudinfrastructuur. Organisaties vragen zich eindelijk af wat ze eigenlijk in de cloud willen hebben, en waarom. Daarbij spelen soevereiniteit en geopolitieke ontwikkelingen een steeds grotere rol en voedt een heroriëntatie die Van Hamersveld al een tijdje ziet aankomen. Tegelijkertijd nuanceert hij de discussie over Europese alternatieven. “De voorsprong van de grote hyperscalers en AI platforms is weliswaar groot, maar die gebruiken wij als uitgangspunt voor onze eigen AI propositie,” zegt Van Hamersveld. Europese initiatieven als Mistral AI ziet hij als waardevolle ontwikkelingen om een vertrouwd, soeverein en schaalbaar AI ecosysteem te bouwen.
De afweging is dus niet zwart wit: bedrijven zullen hybride gaan werken waarbij rekenkracht en ontwikkelcapaciteit in de cloud kunnen blijven draaien, maar kritischer worden als het gaat om het verwerken van data, die ze lokaal willen houden.
De macht ligt bij de data, niet bij het platform
Hier raakt Van Hamersveld aan wat hij de kern van de huidige strategische uitdaging vindt: de waarde zit niet in het platform, maar in de data. Een server die computing power levert, doet niets met je intellectueel eigendom.
Maar wie bepaalt waar die data staat, en onder welke condities die beschikbaar is voor AI toepassingen? Dat is de vraag die bedrijven nu moeten beantwoorden, en die antwoorden zullen hun infrastructuurstrategie voor de komende jaren bepalen.
NTT DATA heeft daar een concreet antwoord op ontwikkeld: All Photonic Network. Door gebruik te maken van fotonische netwerktechnologie kan het bedrijf voor klanten een situatie realiseren waarbij data in een eigen datacenter staat, de computing power in de cloud zit, en aanvullende AI rekenkracht in een ander datacenter beschikbaar is, terwijl het geheel functioneert als één virtueel datacenter. Dat maakt het mogelijk data lokaal te houden zonder in te boeten op de schaal en snelheid die AI workloads vereisen.
Hoe een wereldwijde organisatie succesvol is Nederland NTT DATA werkt met een gelaagd wereldwijd model: we combineren de schaal en innovatiekracht van onze wereldwijde organisatie met de slagkracht van onze regiona le EMEA‑teams en de klantnabijheid van onze lokale Nederlandse experts. Wereldwijd bepalen we de strategie, standaarden en 24/7 deliverycapaciteit. Regionaal zorgen we voor afstemming met Europese regelgeving en coördineren we onze dienstverlening over verschillende markten. En lokaal — vanuit ons kantoor in Amersfoort — vertalen we die wereldwijde kracht naar praktische, hoogwaardige oplossingen die precies aansluiten op de behoeften van Nederlandse klanten. Het is de beste combinatie van drie werelden: mondiale schaal, regionale governance en lokale partnership.

AI vereist meer dan een goed algoritme
Van Hamersveld signaleert drie uitdagingen die organisaties moeten tackelen om AI succesvol te kunnen inzetten. De eerste is de businessvraag: hoe integreer ik AI zinvol in mijn processen? De tweede is de datavraag: is mijn data op orde, en is die van voldoende kwaliteit om AI mee te voeden? De derde wordt het vaakst over het hoofd gezien: is mijn infrastructuur klaar om AI te dragen? Die derde vraag raakt direct aan de kostenkant. GPU-capaciteit is duur, en de energievraag van AI-workloads is aanzienlijk. In Nederland speelt daarbij nog
een extra complicatie: stroomschaarste. Wie AI in een eigen datacenter wil draaien, moet iets anders naar de cloud verplaatsen om ruimte te maken. Dat vereist een doordachte infrastructuurstrategie, geen ad-hocbeslissingen.
Van Hamersveld introduceert ook een concept dat hij bij Japanse klanten tegenkomt, maar in Europa nog nauwelijks op de agenda staat: physical AI. Waarbij AI niet alleen in digitale processen wordt ingezet, maar direct in robots, sensoren en apparaten. Een robot in een fabriek of in de zorg die via AI real-time beslissingen neemt en zichzelf continu verbetert op basis van sensordata. Japan is daar al volop mee bezig.
Organisaties vragen zich eindelijk af wat ze in de cloud willen hebben, en waarom. “
Kritische data-infrastructuur als nieuwe categorie
Van Hamersveld ziet een nieuw begrip opkomen dat urgent aandacht verdient: kritische data-infrastructuur. Naast kritieke fysieke infrastructuur moet er een duidelijke categorie komen voor data die zo essentieel is dat soevereiniteit, betrouwbaarheid en beschikbaarheid publiek geborgd moeten zijn. “De kwaliteit van de data bepaalt de uitkomst van AI,” zegt hij. “Zo simpel ligt het.”
Dat vraagt om bewuste keuzes, zowel van bedrijven als van de overheid. Welke data vertrouw je toe aan de cloud, en welke niet? Waar liggen de grenzen bij toepassingen in de zorg, het onderwijs of de publieke sector? Hoe zorg je dat AI-output op kritische beslissingen betrouwbaar is? Dit zijn vragen die nu beantwoord moeten worden, niet als de implementatie al loopt.
Sustainability als Japans DNA
Terwijl veel bedrijven en overheden hun duurzaamheidsdoelstellingen stilzwijgend naar de achtergrond hebben geschoven, doet NTT DATA dat niet. Wie AI implementeert, moet ook nadenken over de maatschappelijke gevolgen daarvan. In de praktijk vertaalt dat zich naar datacenterstrategieën waarbij sustainability-doelstellingen van klanten worden meegenomen in de inrichting.
NTT DATA onderzoekt ook hoe innovaties als hergebruik van warmte en alternatieve energiebronnen in datacenteromgevingen kunnen worden toegepast. “Geld verdienen moet, maar je kunt het ook op een verantwoorde manier doen,” zegt Van Hamersveld.
Zelf doen uitbesteden?
In hybride omgevingen komt de vraag telkens terug: bouwen we dit zelf, of beleggen we het extern? Het is verleidelijk om dit als een kostenafweging te behandelen. Maar het gaat over iets fundamentelers: wie heeft de regie over je infrastructuur, en wat heb je daarvoor over?
of
Er is geen universeel goed antwoord op de make-or-buy vraag. Elke organisatie heeft een andere risicotolerantie, een ander kennisniveau en andere strategische prioriteiten. Wat wel geldt: wie de keuze maakt op basis van de laagste factuur, stuurt op het verkeerde kompas. Kosten zijn een uitkomst van goede architectuur, niet het vertrekpunt.
De discussie speelt zich bovendien zelden op één niveau af. Sommige organisaties besteden hun volledige infrastructuur uit en houden alleen de regiefunctie intern. Andere runnen een eigen datacenter maar laten specifieke diensten als monitoring of backup over aan gespecialiseerde partners. De vraag is dus minder ‘alles zelf of alles uitbesteden’ en meer: waar ligt voor ons de grens, en waarom?
Zelf doen
Eigen infrastructuur bouwen en beheren betekent maximale technische vrijheid. Je bepaalt de stack, de locatie van data, de beveiligingsarchitectuur en het tempo van verandering. Voor organisaties met complexe compliance-eisen, gevoelige data of een eigen technologisch onderscheidend vermogen is dat een serieus argument. Wie zelf bouwt, weet precies wat er draait, waar het staat en hoe het is geconfigureerd.
Dat inzicht heeft ook een strategische waarde. Organisaties die hun infrastructuur kennen, kunnen sneller reageren op incidenten, eenvoudiger audits doorstaan en beter inschatten welke veranderingen haalbaar zijn. Er is geen externe partij nodig om te begrijpen wat er speelt.
De prijs van vrijheid
De keerzijde is even reëel. Eigen infrastructuur vraagt om eigen kennis, eigen mensen en eigen processen. In een markt waar schaars technisch talent hard wordt bevochten, is dat een structurele uitdaging. Organisaties die kiezen voor zelfdoen, moeten niet alleen de mensen vinden, maar ze ook vasthouden. En dat terwijl de technologie razendsnel doorontwikkelt. Bovendien trekt beheer de aandacht weg van innovatie. Servers updaten, licenties managen, incidenten oplossen, capaciteit plannen: het zijn taken die tijd en energie kosten, maar zelden bijdragen aan het onderscheidend vermogen van de organisatie. Elke uur dat een engineer bezig is met patchmanagement, is een uur dat die niet werkt aan nieuwe diensten of betere architectuur.
Tel daarbij op dat de initiële investering groot is en dat afschrijvingstermijnen slecht passen bij de snelheid waarmee technologie zich vernieuwt. Een GPU-cluster dat vandaag state-ofthe-art is, kan over drie jaar een bottleneck zijn. Hardware veroudert, maar de lening of het boekhoudkundige activum verdwijnt niet mee.

Uitbesteden
Uitbesteden geeft toegang tot schaal, expertise en technologie die je intern nooit zou kunnen opbouwen. Een gespecialiseerde partner investeert continu in zijn platform, draait het voor honderden klanten tegelijk en kan daardoor kwaliteit leveren die intern financieel onhaalbaar is. De operationele last verdwijnt van de eigen agenda, en het IT-team kan zich richten op wat er werkelijk toe doet voor de business. Variabele prijsmodellen maken opschalen bovendien eenvoudig. Groeit de vraag, dan groeit de capaciteit mee, zonder dat daar een investeringsbeslissing aan vooraf hoeft te gaan. Dat maakt uitbesteden aantrekkelijk voor organisaties die snel willen bewegen of die hun cashflow liever flexibel houden.

De prijs van gemak
Maar uitbesteden heeft een schaduwkant die in verkoopgesprekken zelden centraal staat: afhankelijkheid. Wie zijn infrastructuur volledig bij een externe partij parkeert zonder exitstrategie, ontdekt bij een contractverlenging hoe weinig onderhandelingsruimte er overblijft. Vendor lock-in is zelden een technisch probleem. Het is een governanceprobleem dat zijn oorsprong vindt in de keuzes die bij aanvang zijn gemaakt. Datzelfde gemak van de variabele prijsmodellen is ook een risico. De factuur groeit mee met het gebruik, en niet altijd zichtbaar. Data transfer costs, licenties die meeschalen, diensten die stilletjes worden bijgeboekt: in complexe hybride omgevingen stapelen de verborgen kostenposten zich op. Wie geen strak kostenbeheer inricht als onderdeel van de uitbestedingsrelatie, wordt verrast. En dan is er de kwestie van inzicht. Wie uitbesteedt, delegeert ook een deel van het begrip. Vragen als ‘wat draait er precies, hoe is het geconfigureerd, en wat zijn de afhankelijkheden?’ zijn bij een externe partij lastiger te beantwoorden dan in de eigen omgeving. Dat maakt incidentrespons trager, audits complexer en strategische beslissingen moeilijker te onderbouwen.
Voordelen en nadelen op een rij
Zelf doen
Voordelen
Nadelen
• Volledige technische vrijheid en regie
• Data blijft intern, eenvoudiger compliant
• Kosten voorspelbaar na initiële investering
• Maatwerk op maat van de eigen architectuur
• Hoge capex en langere afschrijvingstermijnen
• Vraagt om schaars en duur technisch talent
• Beheerlasten leiden aandacht af van innovatie
• Risico op technologische veroudering
Maar: moet je wel kiezen?
De meest succesvolle organisaties kiezen per domein bewust: wat houden we zelf, wat besteden we uit, en welke regie houden we in beide gevallen? Dat vraagt om een governance-raamwerk dat periodiek wordt herzien, en om partners die transparantie als contractueel uitgangspunt nemen. NTT Data bouwt een hybride datacenter
Uitbesteden
• Directe toegang tot schaal en expertise
• Lage initiële investering, snel operationeel
• Partner investeert continu in innovatie
• Minder beheerdruk op eigen IT-team
• Risico op vendor lock-in zonder exit-strategie
• Minder zicht op gebruik en verborgen kosten
• Minder controle over datalocatie en compliance
• Afhankelijkheid van leverancierskeuzes
architectuur op een co-managed principe, waarbij modulair, obrservability, kosten transparantie en exit mogelijkheden structureel zijn ingebouwd. De klant houdt de regiefunctie, ook wanneer de uitvoering volledig extern is belegd. Want uiteindelijk gaat het om het vermogen om op elk moment een weloverwogen beslissing te kunnen nemen over je eigen infrastructuur.
Twee Sjoerds, één missie
Bij NTT DATA werken twee collega’s die precies dezelfde voornaam delen, dezelfde klanten bedienen en vrijwel altijd samen optrekken. Sjoerd Bouma en Sjoerd Bootsma vullen elkaar zo goed aan dat ze inmiddels simpelweg “de Sjoerds” worden genoemd. Hun onderwerpen zijn even complementair: Bouma richt zich op de vraag wat organisaties eigenlijk met hun data doen, Bootsma op de vraag hoe je van een bestaande situatie naar een betere architectuur komt.
Ze leerden elkaar kennen toen Bootsma nog als consultant bij een partner werkte en Bouma aan distributeurskant zat. Mailtjes belandden regelmatig in elkaars inbox, de klik was er al snel.
Toen Bootsma in 2021 bij NTT DATA begon, zat Bouma er al. “Zullen we dit nou wel doen? Is dat wel handig, twee dezelfde namen in dezelfde organisatie?” Ze deden het toch. En met succes: samen bouwden ze de datacenter-focus binnen NTT DATA Nederland stap voor stap op.
Sjoerd Bootsma: Van A naar beter
Sjoerd Bootsma noemt zijn aanpak zelf “van A naar beter”: een consultancy-methode waarbij hij niet met een oplossing binnenkomt, maar met een whiteboard. Als solution architect bij NTT DATA is het zijn taak om te achterhalen wat er werkelijk speelt bij een klant, en van daaruit de weg naar een betere architectuur te tekenen.
“Ik kom er altijd een beetje blanco in,” zegt hij. “Ik probeer af te tasten wat er op dat moment speelt: problemen, uitdagingen, maar ook ideeën.” Die interactieve aanpak levert consequent meer op dan de oorspronkelijke vraag. Wie vraagt om storage, ontdekt al snel dat er ook een hypervisor-keuze speelt. Wie een security-oplossing wil virtualiseren, blijkt toe te zijn aan een bredere lifecycle-vernieuwing. Bootsma kijkt, zoals hij het zelf omschrijft, vier stappen verder. Dat heeft hij in de praktijk geleerd: als consultant werkte hij jaren in het Caribisch gebied, deed implementaties van opslagsystemen, begeleidde teams en schakelde voortdurend tussen technische diepgang en strategisch overzicht. Die ervaring maakt dat hij het NTT DATA-portfolio snel kan koppelen aan wat een klant nodig heeft, zonder dat het gesprek meteen over producten gaat. Resulteert een sessie in een concrete opdracht, dan blijft Bootsma verantwoordelijk voor het totaalplaatje. Hij trekt specialisten van andere teams aan voor security, networking of managed services, maar behoudt de regie. “Ik ben de eigenaar van de technologische totaaloplossing.” Als het verbetervoorstel eruit is, draagt hij over aan de projectmanagers en is hij alweer bezig met de volgende klant, maar blijft betrokken bij de realisatie van het project om klanten te helpen te krijgen wat vooraf besproken is.


Wij laten de data alleen zien. Wat er daarna mee gebeurt, moet het bedrijf zelf beslissen. “
Sjoerd Bouma:
Hoeveel data heb je eigenlijk nodig?
Dataopslag is duur, schaars en energieverslindend. Toch weten de meeste organisaties niet precies wat er op hun systemen staat. Sjoerd Bouma, solution specialist bij NTT DATA, helpt klanten daar grip op te krijgen met een data waste assessment: een grondige scan van de volledige data-omgeving.
“Als je kijkt naar wat er zoal tevoorschijn komt bij zo’n scan: documenten van 7, 8, 10 jaar oud, van mensen die allang niet meer bij het bedrijf werken, met daarin honderden IBANnummers en e-mailadressen. Dat bestand stond er nog gewoon.”
Het is een patroon dat Bouma keer op keer tegenkomt. Niet omdat organisaties nalatig zijn, maar omdat niemand de bevoegdheid heeft om te beslissen wat weg mag. IT kan het niet, de business doet het niet.
Het assessment brengt precies dat inzichtelijk in kaart: welke bestanden staan waar, wie is de eigenaar, wanneer is er voor het laatst mee gewerkt en wat voor data bevat het? Een machine learning-module classificeert de inhoud automatisch op gevoeligheid, van foto’s van een personeelsfeest tot bestanden met paspoort- of rekeningnummers. NTT DATA haalt daarmee 98% van de data correct geclassificeerd boven tafel.
Het doel is niet opruimen om het opruimen. Bouma: “Wat wij heel bewust doen, is het alleen maar laten zien. Wat er daarna mee gebeurt, moet het bedrijf zelf beslissen.” Maar die beslissing wordt ineens een stuk makkelijker als je ziet hoeveel ruimte er vrijkomt, hoeveel kosten er te besparen zijn en welke privacyrisico’s er sluimeren.
De relatie met het bredere hybride datacenter-vraagstuk is direct. Of data nu on-premises staat, in de cloud of bij een serviceprovider: zolang je alles mee blijft nemen naar elke nieuwe omgeving, stapelt de inefficiëntie zich op. “Je blijft die ouwe troep maar meenemen, terwijl je bucket steeds groter wordt.” Een opschoonactie is daarmee niet alleen een data-hygiënemaatregel, maar ook een logische. Het helpt het herstellen van data aanzienlijk te verbeteren en te versnellen en is dus ookeen belangrijke stap in elke infrastructuurvernieuwing.
Wat Bootsma en Bouma effectief maakt als duo, is de complementariteit. Bouma brengt commercieel inzicht en weet gesprekken richting te geven. Bootsma vult technisch aan en ziet verbanden die anderen missen. “Ik weet wat ik aan Bouma heb aan de saleskant. En hij weet wat hij aan mij heeft om het technisch aan te vullen.” Twee Sjoerds, één doel. Een combinatie die je niet snel vergeet.
Vijftien procent bepaalt de regels
Slechts één op de zeven organisaties wereldwijd behoort tot de zogenoemde AI-koplopers: bedrijven die AI hebben verweven met hun kernstrategie en daar aantoonbaar financieel van profiteren. Dat toont onderzoek van NTT DATA onder meer dan 2.500 directieleden in 35 landen en 15 sectoren. Het verschil met de rest is geen kwestie van budget alleen.
Om te bepalen wie tot de kopgroep behoort, hanteerde NTT DATA drie criteria: een goed gedefinieerde AI-strategie, een hoge mate van AIvolwassenheid en aantoonbaar hogere winst uit AI dan branchegenoten. Wie aan alle drie voldoet, is een AI-koplopers. Wie op alle drie tekortschiet, valt in de categorie AI-volger. Van de 2.567 respondenten valt 15 procent in de kopgroep, 20 procent bij de achterblijvers en de resterende 65 procent in het brede middenveld. De financiële consequenties van die indeling zijn groot. AIkoplopers zijn bijna 2,5 keer zo vaak als alle andere organisaties in staat om een omzetgroei van meer dan tien procent te realiseren, en 3,6 keer zo vaak actief op marges van vijftien procent of hoger. Dat zijn geen marginale verschillen. Het zijn structurele prestatieverschillen die zich elk boekjaar herhalen.
Strategie en snelheid als onderscheidend vermogen
Het meest opvallende kenmerk van AI-koplopers is hoe bewust ze omgaan met strategische afstemming. Organisaties die hun AIstrategie volledig hebben geïntegreerd met de bedrijfsstrategie rapporteren significant vaker winstgroei van vijf procent of meer
als direct gevolg van AI: 83,6 procent tegenover 77 procent bij organisaties met een gedeeltelijke afstemming en 58 procent bij organisaties die de twee strategieën niet op elkaar hebben afgestemd.
Dat vertaalt zich ook naar gedrag. Van de AI-koplopers geeft 46,1 procent aan de markt actief te willen voorgaan bij de implementatie van AI. Bij AI-volgers is dat 25,4 procent. Koplopers kiezen bewust voor first-mover experimentation. Ze accepteren de risico’s van vroeg handelen omdat ze de voordelen van een voorsprong hoger inschatten dan de kosten van een afwachtende houding.
Abhijit Dubey, CEO en Chief AI Officer van NTT DATA, vat de aanpak van koplopers bondig samen: als AI- en bedrijfsstrategie eenmaal zijn afgestemd, is de meest effectieve zet het kiezen van één of twee domeinen die onevenredig veel waarde opleveren en die van begin tot eind opnieuw inrichten met AI. Geen brede uitrol van losse pilots, maar gerichte vernieuwing van kernprocessen.
Dat onderscheid zien we ook in de data over toepassingsgebieden.
Van de AI-koplopers gebruikt 73,3 procent AI ter ondersteuning van klantgerichte processen in de front-office, tegenover 44 procent van de AI-volgers. In de back-office en mid-office is het verschil kleiner maar nog steeds significant: 85,6 procent van de koplopers tegenover 71,1 procent van de volgers.
Grafiek 1: Drie groepen, één speelveld
Verdeling van 2.567 respondenten naar AI-volwassenheid
Grafiek 2: Koplopers groeien harder Aandeel organisaties met omzetgroei van meer dan 10 procent
AI-koplopers Alle anderen
Grafiek 3: Afstemming loont
Winstgroei van 5 procent of meer uit AI, naar mate van strategische afstemming
afgestemd
Grafiek 4: Waar zet je AI in?
AI-gebruik in de front-office en back-office/mid-office per groep
Grafiek 5: Wie investeert, oogst
Aandeel organisaties dat de eigen AI-investering omschrijft als zeer aanzienlijk
Grafiek 6: De CFO houdt de hand op de knip
Aandeel leidinggevenden dat extreem zeker is van AI als bron van nieuwe inkomstenstromen
Het vliegwieleffect: investeren en herinvesteren
Een tweede onderscheidend patroon is wat het rapport het vliegwieleffect noemt. AI-koplopers investeren niet alleen meer, ze investeren ook anders. Bijna zeven op de tien leaders (68,2 procent) omschrijft de eigen AI-investering als ‘zeer aanzienlijk’. Bij alle andere organisaties is dat 34,6 procent, bij AI-volgers 45,5 procent.
Omdat die investeringen renderen, zijn AI-koplopers ook vaker van plan die investeringen de komende twee jaar fors te verhogen: 64,5 procent tegenover 40,3 procent van alle anderen. Vroege resultaten wakkeren verdere investeringen aan, die op hun beurt betere resultaten opleveren. Dat zichzelf versterkende mechanisme verklaart waarom de kloof tussen koplopers en volgers elk jaar groter wordt.
Interessant is ook het verschil in vertrouwen per functie. De Chief Software Officer (54,5 procent) en de CEO (48,3 procent) zijn het meest overtuigd van de mogelijkheden die AI biedt voor nieuwe inkomstenstromen. De CFO is terughoudender: slechts 38,8 procent is er ‘extreem zeker van’. Finance wil concretere businesscases en strakker gedefinieerde controlepunten, voordat extra budget vrijkomt.
Mens en machine: versterken, niet vervangen
AI-koplopers zetten AI in om hun beste medewerkers sterker te maken. Dat klinkt als een open deur, maar de data toont aan dat
het in de praktijk een expliciete keuze is die niet iedereen maakt.
Van de koplopers geeft 28,9 procent aan ervaren medewerkers te voorzien van AI-tools en junior medewerkers in te zetten voor AIondersteunde taken. Bij laggards is dat 22,5 procent.
Die keuze heeft ook gevolgen voor de stemming in de organisatie.
Van de AI-koplopers rapporteert 73 procent een positieve, proactieve houding ten opzichte van AI: mensen zijn er enthousiast over, nieuwsgierig of onder de indruk. Bij volgers is dat 45,7 procent. Het sentiment volgt de strategie.
Governance als groeifactor
Het vijfde patroon is misschien het meest veelzeggend: AI-koplopers behandelen governance als groeifactor. Meer dan de helft (55,9 procent) werkt met een gecentraliseerd AI-governancemodel, tegenover 33,3 procent van de volgers. Ruim driekwart (77,8 procent) heeft een dedicated Chief AI Officer, en 28 procent geeft die CAIO ook daadwerkelijk eigenaarschap over de enterprise AI-risico’s.
De opkomst van de CAIO markeert een kantelpunt. Deze rol combineert strategische orkestratie (AI-investeringen afstemmen op bedrijfsdoelstellingen), operationele integratie (AI veilig inbedden in productiesystemen) en culturele vertaling (AI begrijpelijk maken voor de raad van bestuur). Organisaties die AI serieus nemen als bedrijfsstrategie, hebben iemand nodig die die drie werelden verbindt.
Grafiek 7: Enthousiasme als indicator
Aandeel medewerkers met een positieve houding ten opzichte van AI per groep
AI-koplopers
Grafiek 8: Centrale sturing als fundament
Aandeel organisaties met een gecentraliseerd AI-governancemodel
Grafiek 9: De CAIO: aanwezig vs. verantwoordelijk
Aandeel organisaties met een CAIO en met een CAIO die AI-risico’s beheert
Heeft dedicated CAIO CAIO met eigenaarschap AI-risico AI-koplopers
Wat de cijfers zeggen
De negen kenmerken die NTT DATA identificeert bij AI-koplopers lopen uiteen van strategische afstemming en end-toend procesherontwerp tot partnerkeuze en verandermanagement. Maar er zit een duidelijke rode draad in: koplopers behandelen AI als een bedrijfsbrede capability, geen IT-project. Ze investeren in fundament, ze besturen AI centraal en ze meten succes in financiële resultaten. Het rapport van NTT DATA laat zien dat 15 procent van de organisaties al ver voor loopt. Voor de 85 procent die volgt, is de boodschap helder: de kloof wordt groter zolang AI als experiment wordt behandeld. De overstap naar structureel leiderschap begint bij een strategie die AI ondersteunt.
AI-koplopers Alle anderen AI-volgers Cirkelgrootte = relatief aandeel
Bron: NTT DATA, 2026 Global AI Report: A Playbook for AI Leaders. Onderzoek onder 2.567 senior beslissers in 35 landen, 15 sectoren en 5 regio’s. Dataverzameling september–oktober 2025.
Infrastructuur op lichtsnelheid
Datacentra zijn al lang niet meer de serverruimtes van vroeger. Ze worden de intelligente knooppunten van een mondiale digitale infrastructuur, verbonden via licht, gevoed door duurzame energie en straks deels vanuit de ruimte. NTT DATA laat zien hoe die toekomst eruitziet.
Rika Nakazawa
Als je NTT DATA vraagt waar de grens ligt van innovatie, krijg je geen vaag antwoord. Het bedrijf investeert jaarlijks meer dan 3,5 miljard dollar in onderzoek en ontwikkeling, heeft wereldwijd meer dan 2.500 onderzoekers in dienst en publiceert zo’n 2.700 wetenschappelijke artikelen per jaar. Dat plaatst NTT DATA in gezelschap van IBM en Google als het gaat om fundamenteel onderzoek naar neurale netwerken, quantum computing en optische technologieën. Minder dan tien procent van de omzet komt nog uit traditionele telecomdiensten. De rest is technologie-innovatie, en dat merk je. Die innovatie volgt een duidelijke logica. Elk jaar brengt NTT DATA een Technology Foresight uit: een grondige analyse van hoe opkomende technologieën zich ontwikkelen, van vroege laboratoriumsignalen tot brede marktadoptie. De vraag is steeds waar het naartoe gaat, zodat je al in beweging bent voordat anderen het doorhebben. Die instelling geldt voor AI, en zeker ook voor fotonica.
Licht als fundament
NTT DATA’s interesse in optische communicatie gaat terug tot de jaren zeventig van de vorige eeuw. Dat is geen triviale kanttekening: de fotonische doorbraken van vandaag zijn het resultaat van decennia geduldig onderzoek. Een concreet voorbeeld: in 2019 demonstreerde NTT DATA optische kerntechnologie op transistorniveau met extreem laag energieverbruik. De betekenis is groot. Het markeert de overgang van een wereld die draait op elektronica naar een wereld die draait op licht. Dat principe ligt ten grondslag aan IOWN: het Innovative Optical and Wireless Network, waarvan NTT DATA medeoprichter is. IOWN is al operationeel, geen toekomstconcept. Door elektronische componenten te vervangen door fotonische, worden datacentra wezenlijk anders: minder energieverbruik, lagere latency, grotere capaciteit. En dat op een schaal die klassieke IT-infrastructuur niet kan bieden. Het All-Photonic Network (APN), het hart van IOWN, maakt van afzonderlijke datacentra verbonden knooppunten in een groter systeem, waarbij de verbindingen zelf informatie kunnen dragen in plaats van alleen door te sturen. De praktische implicaties daarvan zijn ingrijpend. Waar traditionele datacentra hun rekenkracht lokaal concentreren en via het net-
werk resultaten uitwisselen, maakt IOWN het mogelijk om compute en connectiviteit als één doorlopend systeem te behandelen. Een workload hoeft niet meer te wachten op data die eerst moet worden overgebracht: het netwerk zelf rekent mee. Dat verandert de economie van AI-infrastructuur fundamenteel, en verklaart waarom NTT DATA zijn eigen datacentra op IOWN bouwt én klanten begeleidt bij die transitie.
Quantum: de volgende grens
Fotonische netwerken en quantumcomputing zijn geen parallelle trajecten bij NTT DATA: ze versterken elkaar. De quantumonderzoekslijn is gericht op optische, fotonische quantumarchitecturen die de komende tien jaar schaalbaar moeten worden. Dat is relevant voor vraagstukken die voor klassieke computers te complex zijn: logistieke optimalisatieproblemen, energienetwerken, moleculaire modellering. Even belangrijk is het werk aan de beveiliging van die toekomst. Quantum key distribution en post-quantum cryptografie staan hoog op de agenda, omdat bestaande versleuteling op termijn kwetsbaar wordt voor quantumcomputers. Wie nu niet nadenkt over de beveiliging van zijn infrastructuur, heeft straks een probleem.
Over de auteur
Rika Nakazawa is Chief Commercial Innovation en Executive Head of Global Strategic Innovation bij NTT DATA. Zij werkt op het snijvlak van AI, fotonische netwerken, duurzaamheid en digitale infrastructuur, met de focus op het vertalen van geavanceerde technologie naar concrete impact. Ze heeft een bijzondere band met Nederland, zowel professioneel als persoonlijk. Met familiewortels nabij de grens en een duidelijke voorliefde voor zoute drop omschrijft zij de Nederlandse aanpak van innovatie als pragmatisch, samenwerkingsgericht en verankerd in sterke digitale fundamenten. Dat sluit naadloos aan bij haar achtergrond: opgegroeid in Japan, gevormd door een cultuur van precisie en langetermijndenken. In het hybride datacentralandschap van vandaag brengt ze die combinatie mee als een van de meest herkenbare stemmen in het Nederlandse technologiegesprek.

Wat deze lijn van innovatie onderscheidt, is dat duurzaamheid een architectuurprincipe is.
Het 89e sterrenbeeld
Misschien wel het meest ambitieuze onderdeel van NTT DATA’s strategie is Constellation 89, vernoemd als symbolische uitbreiding van de 88 natuurlijke sterrenbeelden. C89 staat voor een door mensen gebouwde intelligentielaag boven de aarde: een netwerk van satellieten, high-altitude platforms, optische grondstations en terrestrische datacentra dat als één systeem functioneert. De kern is optische communicatie: snelle verbindingen met lage latency tussen satelliet en aarde. De ruimte is bij C89 meer dan een doorgangspunt voor data. Het idee is dat de ruimte ook een rekenomgeving kan zijn, waar zonne-energie vrij beschikbaar is en koeling fundamenteel anders werkt dan op aarde. Dat opent perspectieven voor gedistribueerde architecturen die echt over alle grenzen heen gaan, letterlijk.
Voor Nederland is die ambitie niet abstract. Het land is een van de dichtstbevolkte digitale knooppunten van Europa, met een dichte datacentra-infrastructuur, uitgebreide glasvezelnetwerken en serieuze duurzaamheidsdoelstellingen. Dat maakt Nederland bij uitstek geschikt als integratielocatie voor een systeem als C89, een plek waar aard- en ruimtegebonden rekenkracht samenkomen. De sectoren die daar het meest van profiteren zijn logistiek, maritiem, energie en publieke dienstverlening: precies de sectoren waarin Nederland een sterke positie heeft.
Verantwoordelijkheid als architectuurprincipe
Wat deze lijn van innovatie onderscheidt, is dat duurzaamheid een architectuurprincipe is, geen toevoeging achteraf. Fotonische infrastructuur verbruikt per definitie minder energie dan elektronische equivalenten. IOWN verdeelt workloads intelligent over het netwerk, afgestemd op beschikbaarheid van duurzame energie. En naarmate quantumtechnologie rijpt, versterkt dat fundament zich verder: fotonen als informatiedrager zijn efficiënter in omgevingen waar traditionele systemen het afleggen.
Dat is relevant voor een sector die worstelt met een structurele spanning: de behoefte aan rekenkracht voor AI groeit exponentieel, terwijl de druk om dat energieverbruik te rechtvaardigen tegelijk toeneemt. Fotonische systemen lossen die spanning niet vanzelf op. Ze veranderen wel de uitgangspositie. In plaats van een infrastructuur die steeds meer stroom nodig heeft om bij te blijven, ontstaat een infrastructuur waarbij efficiëntie en schaal hand in hand gaan, een gevolg van de onderliggende fysica, geen compromis. De vraag voor organisaties die nu nadenken over hun digitale infrastructuur is het allang geen ‘of’ meer. De vraag is wanneer, en of je op tijd klaar bent. Het antwoord van NTT DATA daarop is geen roadmap die ergens begint als de markt er klaar voor is. Het is een infrastructuur die al gebouwd wordt, stap voor stap, van glasvezel tot baan om de aarde.
De hypervisor staat ineens op de agenda
Virtualisatie was jarenlang onzichtbare infrastructuur. Stabiel, betrouwbaar, en eigenlijk een beetje saai — precies zoals het hoort.
Maar dat is veranderd. Licentiemodellen zijn omgegooid, kosten stijgen zonder dat er functioneel iets bij komt, en AI-workloads stellen eisen waar bestaande omgevingen niet altijd op zijn berekend.
Organisaties staan nu voor een afweging die verder gaat dan IT alleen. Betaal je de hogere kosten van een vertrouwde omgeving en koop je daarmee rust en voorspelbaarheid? Of investeer je in een overstap, met alle migratie-ellende en organisatorische impact van dien? Zwart-wit is het zelden. Het zijn keuzes die financiële strategie, risicobeheersing en compliance raken en die bepalen in welk tempo een organisatie de komende jaren kan innoveren.
Van technische beslissing naar boardroom-onderwerp
Het begint bij een constatering die steeds vaker klinkt: de rek lijkt eruit. Contracten worden complexer, consolidaties in de markt zetten budgetten onder druk, en tegelijkertijd neemt de druk van buiten toe. Datalokalisatiewetgeving wordt strakker, de AI-revolutie vraagt om andere rekenkracht en de roep om flexibiliteit klinkt luider dan ooit.
Drie paden, drie verhalen
Organisaties die NTT DATA spreekt, kiezen grofweg uit drie richtingen. Welke het beste past, hangt af van de eigen context: hoe kritiek is de infrastructuur, hoe groot is de migratiepijn, en hoeveel tijd en budget is er beschikbaar om te veranderen?
1
Blijven bij VMware

Voor veel organisaties voelt VMware als een vertrouwde jas. De stabiliteit, de tooling, de beheersbaarheid: het werkt. Maar blijven betekent tegenwoordig bijna altijd moderniseren. Contracten worden herzien, hardware vernieuwd, processen aangescherpt. Een CIO uit de financiële sector: “We kozen niet voor de makkelijkste weg, maar voor de weg met de minste risico’s.”
2
Overstappen op alternatieve hypervisors
Waar vroeger nauwelijks alternatieven waren, staat er nu een rij volwassen platformen klaar. IT-teams draaien pilots met oplossingen als Hyper-V, OpenShift Virtualization of KVM. “We willen niet afhankelijk zijn van één route,” vertelt een IT-architect van een grote retailer. “Meer keuze geeft ons meer grip.”
3
Applicaties moderniseren
En dan is er de derde groep: organisaties die virtualisatie minder belangrijk willen maken. De echte discussie is bij hen al verplaatst naar het applicatielandschap. Microservices, containers, serverless, voor hen is virtualisatie de springplank naar innovatie. “Onze vraag is niet meer welke hypervisor, maar hoe snel we onze business kunnen vernieuwen,” zegt een CTO binnen de maakindustrie.

Een IT-manager van een grote organisatie zegt het pragmatisch: “We hoeven niet te innoveren om het innoveren, maar we moeten wel voorbereid zijn op wat er op ons afkomt. En dat begint bij de onderlaag.”
Die onderlaag is inmiddels onderwerp van boardroom-gesprekken.
De vragen achter gesloten deuren
In vergaderzalen spelen zich overal dezelfde gesprekken af. Hoeveel wendbaarheid is er de komende vijf jaar nodig? Is één leverancier nog acceptabel? Hoe bereid je je voor op een AI-gedreven datatoekomst?
En wat betekent een overstap voor mensen, processen en budgetten?
Wat die gesprekken gemeen hebben: de technische kant is eigenlijk het makkelijkste deel. De echte spanning zit in de organisatorische consequenties. Wie trekt de kar intern? Hoe manage je de afhankelijkheid van bestaande kennis en tooling? En hoe communiceer je een meerjarige transitie naar stakeholders die gewend zijn aan kwartaalrapportages?
Daarboven hangt ook het compliancevraagstuk. Datalokalisatie, sectorale wetgeving, NEN-normeringen, DORA-eisen: organisaties moeten laveren binnen kaders die alleen maar strakker worden. Een IT-directeur uit de publieke sector zegt het voorzichtig: “Onze keuze voor een platform moet vandaag kloppen én over drie jaar nog te verdedigen zijn aan een toezichthouder.”
We willen dat klanten met vertrouwen keuzes maken, omdat ze begrijpen welke strategie hun organisatie vooruitbrengt. “
We kiezen niet voor je, maar denken wel met je mee NTT DATA biedt organisaties een virtualisatie-assessment: een workshop gevolgd door concreet advies over licenties, contracten en mogelijke migratiepaden. Het gaat daarbij niet om één juist antwoord. De situatie van een publieke instelling met strikte compliance-eisen verschilt fundamenteel van die van een retailer die snel wil schakelen. NTT DATA kijkt naar wat er al staat, wat erop afkomt en wat op basis daarvan de meest logische volgende stap is.
“We willen dat klanten met vertrouwen keuzes maken,” zegt een NTT DATAconsultant. “Niet omdat het moet, maar omdat ze begrijpen welke strategie hun organisatie vooruitbrengt.”
Een kruispunt, geen eindpunt
De hypervisor is niet verdwenen. Maar hij staat wel in een ander licht. Wat ooit een technische keuze was, is nu een strategische beslissing met impact op innovatie, veiligheid, kosten en wendbaarheid. Sommige organisaties zoeken stabiliteit, andere willen kostenruimte, weer andere willen versnellen.
De routes verschillen. Maar de rode draad is duidelijk: virtualisatie is geen eindpunt. Het is het begin van een bredere digitale koers. Wie nu de goede keuze maakt, passend bij de eigen context, het eigen risicoprofiel en de eigen ambities, bepaalt over een paar jaar het tempo van zijn transformatie.
De pijn van uitstel: Hoe legacy keuzes innovatie vandaag blokkeren
LIEKE HAMERS, FIELD CTO BIJ DELL TECHNOLOGIES
De IT-wereld staat voor een fundamentele transitie: alles wordt hybride. Lieke Hamers, Chief Technology Officer van Dell Technologies, ziet dat deze verschuiving infrastructuur, workloads én data raakt, die steeds vaker bewegen tussen edge, core datacenter en cloud. De klassieke zwart-wit benadering werkt niet meer; organisaties moeten wendbaar blijven in een landschap dat continu verandert. De publieke cloud heeft veel gebracht, maar is niet voor alle workloads passend, zeker niet in het AI-tijdperk. AI dwingt bedrijven opnieuw te bepalen waar data en applicaties het beste tot hun recht komen.
Feitelijke uitdagingen: data, workload placement en soevereiniteit
Dell ziet in gesprekken met klanten en partners een duidelijk patroon: organisaties staan op een kruispunt. Drie uitdagingen bepalen steeds vaker hun toekomstige IT strategie.“Veel bedrijven worstelen met een complexere hybride infrastructuur; workloads moeten vanwege gravity & latency slim verdeeld worden over edge locaties, datacenters en cloud,” aldus Hamers. Daarnaast blijft de explosie aan data doorzetten. IDC voorspelt dat 90% van alle data aan de edge ontstaat, en dat verandert alles. Organisaties kunnen niet langer leunen op traditionele opslag- en integratiemodellen; ze hebben strategieën nodig om data snel, veilig en slim te verwerken daar waar deze wordt gecreëerd. Tot slot neemt de druk rond soevereiniteit en compliance toe. Bedrijven moeten opnieuw bepalen hoeveel controle ze willen en moeten houden over data en infrastructuur. In een Europees en internationaal speelveld met voortdurend veranderende wet- en regelgeving worden deze keuzes cruciaal voor continuïteit én innovatie. Samen vormen deze drie factoren een reality check: moderniseren is geen luxe meer, maar een randvoorwaarde om wendbaar te blijven in een wereld die steeds meer door data en AI wordt gedreven.
Het belang van data: van goud naar motor van innovatie
Data is de drijvende kracht achter processen én de innovatiedruk door AI; de waarde ervan bepaalt steeds vaker waar workloads landen. De uitdaging is niet opslaan, maar benutten: IDC stelt dat 68% van alle opgeslagen data nooit wordt gebruikt—door irrelevantie, silo’s of beperkte toegankelijkheid. Daarom moeten we
weg van een centrale IT datasilo naar een schaalbaar, flexibel en business gedreven data ecosysteem. Een open modern data lakehouse met gefedereerde mogelijkheden, data als product en uiteindelijk een data mesh / data fabric architectuur maakt data een veilig platform dat sneller waarde levert voor AI en analytics, tegen lagere kosten en met minder risico. “Daarom is de transitie naar data-modeling essentieel,” zegt Hamers. Als de datalaag goed is georganiseerd, kunnen businessunits via selfservice platformen zelfstandig waarde creëren. Dat vraagt een solide infrastructuur die—afhankelijk van de behoefte—deels aan de edge, deels in het datacenter en waar mogelijk deels in de public cloud draait.
Bewijsvoering: van inzicht naar versnelling
In veel organisaties is de ‘as is’ herkenbaar: kernapplicaties draaien op traditionele infrastructuur, terwijl data verspreid zit over warehouses, datalakes en SaaS-platforms. Zonder duidelijke product owners per datadomein en afspraken over waardecreatie blijft de datalaag een IT-construct. De volgende stap vraagt om data als product, eigenaarschap in de business en heldere doelen, kwaliteitseisen en gebruiksafspraken. Dan wordt de data-architectuur (mesh, fabric of lakehouse) een enabler en ontstaat samenhang tussen waar data ontstaat, waar workloads draaien en waar AI waarde toevoegt. Datzelfde geldt voor AI initiatieven. Opschalen start bij strategie: welke businessuitkomsten willen we realiseren, welke ROI hoort daarbij en welke use cases krijgen prioriteit? Zonder kaders ontstaat versnippering die moeilijk te beheren en te schalen is. Dat vraagt regie op boardniveau, standaardisatie in platformkeuzes en het durven stoppen met wat niet bijdraagt. Zo wordt workload placement pragmatisch bekeken en verschuift het gesprek naar: ‘wat levert aantoonbaar waarde op?’.


Dell’s onderscheid: flexibiliteit, onafhankelijkheid en ecosysteem
Als Hamers terugkijkt op haar gesprekken met klanten, vat ze die samen in één woord: flexibiliteit. Organisaties snakken naar keuzevrijheid—in technologie, cloudmodellen en databeheer—juist nu hybride IT-omgevingen complexer worden en innovatie sneller moet. Precies daar speelt Dell volgens haar een onderscheidende rol: als onafhankelijke infrastructuurleverancier, merkbaar in elk gesprek. Veel organisaties worstelen met hun cloudstrategie: ze willen moderniseren, maar niet opnieuw vastzitten in een vendor lock in. Dell biedt daarom een flexibele private cloud (desgewenst geïntegreerd met een publieke cloud), waarin klanten zélf hun hypervisor kunnen kiezen. Zo bouwen ze voort op wat ze al hebben, zonder concessies te doen aan innovatie.Ook de vraag naar AI platformen groeit. Klanten willen AI software op eigen infrastruc-
Lieke Hamers
Lieke Hamers is Field Chief Technology Officer (CTO) en Connected Sustainable Society Lead bij Dell Technologies. Ze heeft meer dan 25 jaar ervaring in de IT-sector, met focus op consulting, strategie en business development, en verkent de raakvlakken tussen technologie, duurzaamheid en maatschappij.
Als Field CTO leidt zij digitale transformatieprojecten en -kansen bij klanten en slaat ze de brug tussen Dell’s technologische visie en klantbehoeften in Nederland. Ze draagt oplossingen uit voor cloud, data, kunstmatige intelligentie en edge computing, bouwt aan partnerschappen en stimuleert vrouwen in tech en STEM.
tuur kunnen draaien: geïntegreerd, maar niet opgedrongen. Dell levert robuuste AI-platforms waarop organisaties hun eigen stack kunnen plaatsen—mét ondersteuning, maar zónder dwingende keuzes. Om al die omgevingen beheersbaar te houden, speelt automatisering een cruciale rol. Dell’s automation platform vereenvoudigt beheer en migratie tussen platforms, zodat organisaties sneller op nieuwe eisen reageren zonder complexe herbouw of dure migratietrajecten. Tot slot is er het bredere ecosysteem. Dell werkt nauw samen met technologie en dienstpartners om integratie, data management en services naadloos te laten aansluiten. Dit partnerecosysteem helpt klanten de complexiteit van hybride omgevingen te beheersen—iets wat zonder samenwerking nauwelijks lukt. De conclusie is helder: organisaties zoeken geen technologie om de technologie, maar flexibiliteit—de ruimte om te kiezen, te veranderen en te groeien op eigen tempo, met een eigen architectuur en zonder vast te zitten in een vooraf bepaald pad. En precies daar maakt Dell vandaag het verschil.
De meerwaarde van samenwerking: klant, IT-dienstverlener en fabrikant
“We zitten niet meer in het traditionele infrastructuurkanaal met alleen compute, storage en networking. Zeker rond Cloud en AI is er geen enkele vendor die alles kan leveren. Het draait om samenwerking: tussen vendoren, partners en een complex samenspel dat je goed moet integreren.” Bij de klant hebben business en IT elkaar nodig. Waardevolle use cases ontstaan aan de businesskant, maar realisatie vraagt technische expertise, dataspecialisten en architecten. Pas wanneer die werelden elkaar vinden, wordt het schaalbaar én toekomstbestendig. Volgens Hamers is die integratie allesbehalve eenvoudig. Infrastructuur neerzetten is één ding; daarboven zit het managen van de stack en het koppelen van software vendors, modelling tools en AI-tools, vaak ook nog in een multinationale omgeving. Dat vraagt om partners die elkaar versterken. Juist daar ligt de kracht van het partner ecosysteem. Het gaat niet meer alleen om infra; data, services en klant use cases komen samen. Een deel kan de klant zelf doen, een deel Dell met eigen diensten, maar in de breedte zijn partners nodig met mensen, ervaring en expertise om klanten outcome based te begeleiden.” Met een glimlach sluit ze af: “En precies daarom werk ik zo graag samen met partijen zoals NTT DATA. Samen kunnen we die complexiteit écht managen en waarde creëren voor de klant.” Voor Hamers staat het vast: organisaties moeten hybride denken om relevant te blijven. De juiste workload placement, datamanagement en soevereiniteit zijn randvoorwaarden voor innovatie met AI. Flexibiliteit, samenwerking en een duidelijke datastrategie zijn essentieel. De aanbeveling: heroverweeg cloud en datacenterkeuzes en investeer in een ecosysteem waarin business, IT en partners samen optrekken.
NTT DATA Infrastructure Solutions
Digitale transformatie staat of valt met de infrastructuur eronder. AI-workloads, dataintensieve toepassingen en strengere compliancevereisten vragen om een fundament dat schaalbaar, veilig en voorspelbaar is. NTT DATA bouwt die infrastructuur rond het
Hybrid Datacenter als kern, met vier nauw verbonden domeinen: secure networking, cybersecurity, digital workplace & CX en software defined infrastructure services. Elk domein versterkt de andere en helpt organisaties infrastructuur structureel in te zetten als basis voor AI-adoptie en aantoonbare bedrijfsresultaten.
Secure Networking Solutions
Secure Networking Solutions vormen de digitale ruggen graat van de organisatie. Dit domein onderscheidt zich door het combineren van veilige, wendbare en AI‑ready connectiviteit met een architectuur‑ en adviesgedreven aanpak. Netwerken ontwikkelen zich daarmee van een ondersteunende IT‑laag tot een strategisch platform dat direct bijdraagt aan continuïteit, groei en innovatie.
In een tijd waarin AI‑toepassingen, cloudadoptie en data‑intensieve workloads de norm worden, is een modern netwerk cruciaal. Secure networking zorgt voor betrouwbare, schaalbare en intelligente connectiviteit tussen gebruikers, applicaties en digitale omgevingen, met consistente security en lage latency als uitgangspunt. Hierdoor kunnen organisaties sneller inspelen op veran
derende businessbehoeften, zonder dat het netwerk een beperkende factor wordt.
NTT DATA benadert secure networking vanuit een end‑to‑end lifecycle: van strategisch advies en architectuurontwerp tot implementatie, beheer en continue optimalisatie. Door netwerken slimmer, veer krachtiger en beter beheersbaar te maken, worden meet bare businessresultaten gerealiseerd, zoals hogere pro ductiviteit, verbeterde gebruikerservaring en een stevig fundament voor AI‑gedreven innovatie.
In samenhang met het Hybrid Datacenter vormt secure networking de verbindende laag die flexibele workload‑ plaatsing mogelijk maakt en ervoor zorgt dat prestaties, compliance en gebruikerservaring hand in hand gaan.
Software‑Defined Infrastructure Services (SDI‑S)
SDI‑S is één van de meest onderscheidende domeinen binnen de NTT DATA‑propositie. Waar traditionele managed ser vices vooral reactief zijn, richt SDI‑S zich op AI‑gedreven, software‑defined en outcome‑gerichte infrastructuurservices. Klanten krijgen hiermee grip op complexiteit in multivendor‑omgevingen, met focus op lifecycle‑management, compli ance, kostenbeheersing en duurzaamheid. In combinatie met het Hybrid Datacenter fungeert SDI‑S als de intelligente besturingslaag over de volledige infrastructuur. Het zorgt voor continue optimalisatie van hybride omgevingen, voor spelbare operations en datagedreven besluitvorming, waardoor het hybride datacenter niet alleen stabiel blijft, maar zich voortdurend aanpast aan veranderende business‑ en AI‑eisen.

Cybersecurity Solutions
Cybersecurity Solutions onderschei den zich door een end‑to‑end bena dering waarin preventie, detectie en respons zijn ingebed in het funda ment van de IT infrastructuur. In een tijd waarin digitalisering en AI het dreigingslandschap ingrijpend heb ben veranderd, gaat cybersecurity verder dan het beveiligen van gebrui kers en netwerken alleen. NTT DATA positioneert security daarom als een integraal onderdeel dat ook de data zelf beschermt tegen ongeautoriseer de toegang, manipulatie en misbruik, ook daar waar deze wordt verwerkt en opgeslagen.
Met AI‑gedreven cybersecurity oplos singen worden risico’s en dreigingen, op basis van het Zero Trust principe, continu beveiligd, gemonitord en be
heerst, waardoor de kans op data verlies of grootschalige verstoring aanzienlijk afneemt. Door deze focus op preventie en dataintegriteit ver schuift de nadruk van herstellen naar voorkomen, wat de operationele druk op cyber‑recovery en businessconti nuïteitsmaatregelen sterk verlaagt. Tegelijkertijd vereenvoudigt deze benadering compliance met relevante wet‑ en regelgeving en vergroot zij het vertrouwen van stakeholders. In samenhang met het Hybrid Data center laat deze benadering zien dat cybersecurity niet stopt bij de voorkant, maar ook de data in het datacenter ac tief beschermt tegen ongeautoriseerde toegang, waardoor incidenten worden voorkomen en de noodzaak tot herstel van data aanzienlijk afneemt.
Digital Workplace & CX Solutions
Customer Experience en Digital Workplace vormen steeds vaker twee kanten van dezelfde medaille. Binnen Customer Experience verschuift AI van een eenvoudige antwoordmachine naar een digitale regisseur van de volledige klantreis. Klanten verwachten consistente en contextuele interacties over alle kanalen heen, geba seerd op actuele en gevalideerde bedrijfsinformatie. Door AI‑agents te koppelen aan CRM , ERP en contactcenterplatformen ontstaat één integraal klantbeeld. Routinematige interacties worden geautomatiseerd, waardoor medewerkers meer ruimte krijgen voor advies en relatieopbouw.
Diezelfde intelligentie zien we terug in de Digital Workplace. Met Smart Meetings en Smart Building‑oplossingen ondersteunt NTT DATA medewerkers in hybride werkomgevingen, waar productiviteit, samenwerking en gebruikservaring centraal staan. Vergaderruimtes en gebouwen ontwikkelen zich tot datagedreven assets die realtime inzicht geven in gebruik, energieverbruik en prestaties. AI vertaalt deze inzichten naar concrete acties: van betere vergaderervaringen tot efficiënter en duurzamer ruimtegebruik.
Door Digital Workplace oplossingen te koppelen aan het hybride datacenter zorgt NTT DATA ervoor dat gebruikerservaring, datalokatie en compliance hand in hand gaan, cruciaal in gereguleerde en data intensieve omgevingen.
MEER WETEN?
Scan de QR code.

De wind bepaalt de koers
Eind maart leverde Suzette Oskam haar leaseauto in en stopte ze bij NTT DATA, na 34 jaar in de IT. En begin juni stapt ze samen met haar partner op een zeilboot, richting een horizon zonder einddatum. De boot heet Kairos, naar de Griekse god van het juiste moment. Toepasselijker had het niet kunnen zijn.
Suzette Oskam groeide op met haar opa, een traditionele visserman uit Spakenburg. Water was er vroeg in de omgeving, maar pas vanaf haar 22e kwam ze echt in aanraking met zeilen. “Er stroomt wel wat water door mijn bloed vanuit de generaties,” lacht ze, “maar het zat niet echt in de familie.”
Inmiddels heeft ze samen met haar partner afgelopen zomer al een flinke testrit gemaakt. Dertien dagen op zee, waarvan acht dagen varen van Nederland naar naar de Shetland eilanden, vervolgens naar Noorwegen en weer retour naar Nederland (de zogeheten Driehoek Noordzee Challenge). “Op de noordelijke Noordzee is de wind echt onstuimiger,” zegt Oskam. “Maar een zeiler met tijd heeft altijd goede wind.”
Een droom krijgt pas vorm als je er een datum op plakt
Het plan is al een paar jaar concreet aan het worden. Eerst was het idee: drie maanden weg, rond 2025. Daarna groeide het. Ze kochten een grotere boot, een echte toerzeiler met comfort, en het tijdpad werd opgerekt. Vertrek: begin juni. Terugkomst: onbekend. “We zeggen altijd: tussen nul en vijf jaar,” vertelt Oskam. “Een einddatum maakt het heel definitief. En van het altijd maar moeten wilden we ook even af.”
De route staat globaal gepland. Zuid-Europa in de zomer, de Canarische Eilanden en Kaapverdië in het najaar, de Atlantische Oceaan over in december richting Suriname en de Caraïben.
Daarna verder, of terug, al naar gelang de wind en het gevoel.
“Je hebt honderd scenario’s die we kunnen volgen,” zegt Oskam. “Maar waarschijnlijk wordt het scenario 101. Je moet je ogen open houden.”
Van berg van succes naar berg van relevantie
Tien jaar geleden had Oskam dit plan zeker nog niet gemaakt.

“Ik zat toen nog heel erg op mijn berg van: ik heb ambitie, ik moet carrière maken.” Op een bijeenkomst voor Women in Technology hoorde ze iemand het mooi verwoorden: je hebt een berg van succes en een berg van persoonlijke relevantie, en op een gegeven moment ga je van de ene naar de andere over.
Bij Oskam verschoof die focus geleidelijk. Ze werkte 34 jaar in loondienst, bewust. “Ik wil me verbonden voelen met een bedrijf.” Van Ingram Micro naar Tech Data (nu TD SYNNEX) naar NTT DATA: altijd vanuit een brede, commerciële blik over meerdere technologiedomeinen. Datacenter, networking, cybersecurity, workplace. “Van alles een beetje weten en eigenlijk niks weten,” zegt ze met een glimlach.
Kairos: het moment dat zich aandient
De naam van de boot is veelzeggend gekozen. Kairos is in de Griekse mythologie de god van het juiste moment, de gelegenheid die zich voordoet. Zijn broer Chronos staat voor de meetbare, lineaire tijd. Kairos staat voor iets anders: het moment dat zich aandient en dat je moet

grijpen. “Dat is toepasselijk voor zeilen,” zegt Oskam. “Maar ook voor zakendoen. Situationeel leiderschap. Met je omgeving meebewegen.”
Die parallel trekt ze ook naar haar loopbaan. De IT-wereld verandert razendsnel, en wie daar goed in functioneert, doet dat door alert te blijven, verbanden te leggen en op het juiste moment bij te sturen. “Je kunt iets bedenken, maar er zijn altijd afhankelijkheden. Er zijn altijd scenario’s. Je moet wakker blijven om op het juiste moment het juiste te doen.”
Het collectief wint van het individu
Oskam heeft 21 jaar een relatie met haar partner. Ze omschrijft de samenwerking op de boot als een team. “Je kunt niet allemaal Ronaldo zijn. Je moet elkaar aanvullen.” Dat principe herkent ze ook uit haar werkende leven. Het collectief wint van het individu, zegt ze, en dat geloof heeft haar altijd gedreven.
Op zee is dat geen abstract principe. De boot is technisch zo ingericht dat alles vanuit de stuurkuip te bedienen is, inclusief het hijsen van de zeilen. Overdag is dat behapbaar. ’s Nachts, op de Atlantische Oceaan, houden ze wachtroosters bij. Als er iets is, kun



Een droom blijft een droom zolang je er geen datum op plakt. En zodra je gaat plannen, kom je ergens.


je de ander altijd wekken. Maar in principe moet je de boot ook alleen kunnen besturen.
En dan is er de ruimte zelf. De boot meet zo’n 20 vierkante meter binnenruimte. Van een druk zakenleven naar een wereld zonder mailtjes, vergaderingen en leaseauto. “Dat vergt ook iets,” geeft Oskam toe. “Maar je leeft er ook naartoe. Het is niet iets wat je van vandaag op morgen doet.”
Als je het zelf niet creëert, gebeurt het niet
Gevraagd wat ze zou willen meegeven aan mensen in een vergelijkbare fase, hoeft Oskam niet lang na te denken. “Een droom blijft een droom zolang je er geen datum op plakt. Op het moment dat je dat doet, ga je plannen. En als je gaat plannen, kom je ergens.”
Ze is bijna 55, haar partner 47. Terugkomen staat in principe op het programma, maar hoe en wanneer laten ze open. “Misschien ga ik lekker koffie branden in een tentje ergens. Of ik doe weer iets in de IT. Dat zien we dan.”
Wat ze zeker weet: ze gaat op het juiste moment. Haar opa de visser uit Spakenburg zou het begrijpen. De wind bepaalt de koers.
Centralisatie belooft overzicht, schaalvoordelen en eenvoud in beheer. Distributie biedt flexibiliteit, lagere latency en betere aansluiting op lokale eisen. In een hybride datacenterlandschap is dit zelden een zwart-witkeuze. De echte vraag is waar elke workload thuishoort.
De architectuurvraag ‘centraal of gedistribueerd?’ klinkt technisch, maar raakt de kern van hoe een organisatie wil opereren. Centraliseer je te veel, dan loop je aan tegen latency, lokale compliance-eisen en een single point of failure die je liever niet hebt. Distribueer je te veel, dan verlies je overzicht, wordt
beheer een nachtmerrie en stapelen de kosten zich op doordat je overal dubbele voorzieningen treft. Het hybride datacenter maakt een derde weg mogelijk: bewuste workloadplaatsing. Elke applicatie, dataset of service krijgt een plek op basis van diens eigen eisen aan performance, compliance en regie. Dat klinkt eenvoudig. De uitvoering is dat zelden.
Centraliseren Centraliseren distribueren?
Een gecentraliseerde infrastructuur heeft een sterk argument: overzicht. Alles staat op één plek, wordt beheerd door één team, en valt onder één set afspraken. Patching, monitoring, compliance-rapportage: het is allemaal eenvoudiger als je weet waar je moet zijn. Schaalvoordelen zijn reëel, zeker voor compute-intensieve workloads die profiteren van grote, geconsolideerde rekenclusters.
Voor organisaties met hoge beveiligingseisen is centralisatie bovendien aantrekkelijk vanuit controle. Een klein, goed beveiligd datacenter is makkelijker te auditen dan een landschap van tientallen nodes verspreid over meerdere locaties en jurisdicties. Wie alles op één plek heeft, weet ook wat hij moet beschermen en waar.
De grenzen van centralisatie
Maar centralisatie heeft fysieke grenzen. Hoe goed de verbinding ook is, data die duizenden kilometers moet reizen voordat ze verwerkt wordt, levert latency op.
Voor realtime toepassingen als industriële procesbesturing, medische monitoring of financiele handelssystemen is dat onaanvaardbaar.
Daarnaast groeit het juridische landschap in de richting van distributie. Steeds meer landen en regio’s eisen dat data van hun burgers of organisaties binnen de landsgrenzen blijft. Een volledig gecentraliseerd model botst daarmee structureel. En een centrale omgeving die uitvalt, trekt alles mee. Redundantie is in een gecentraliseerd model duurder dan het lijkt.
of

Distribueren
Een gedistribueerde architectuur plaatst verwerking en opslag dichter bij de bron. Dat levert lagere latency op voor eindgebruikers en systemen ter plaatse, betere aansluiting op lokale wet- en regelgeving, en meer veerkracht: als één node uitvalt, draaien de anderen door. Voor organisaties die internationaal opereren of werken met edge computing en IoT is dit een basisvereiste. Distributie maakt het ook mogelijk om workloads te isoleren. Gevoelige data blijft in een afgeschermde omgeving, terwijl minder kritieke processen elders worden verwerkt. Dat geeft organisaties de ruimte om innovatief te zijn op de ene plek zonder dat dit het risicoprofiel van een andere plek beïnvloedt.

De complexiteit van distributie
De prijs van distributie is complexiteit. Meer nodes betekent meer beheerlasten, meer potentiële faalplaatsen en hogere eisen aan de mensen en tooling die het landschap overzien. Consistentie bewaken over gedistribueerde omgevingen heen, van configuratie tot security-policies, vraagt om rijpe automatisering en sterke governance.
Kosten zijn een tweede valkuil. Wie distribuert zonder discipline, creëert ongemerkt overhead: dubbele licenties, redundante opslag, onnodige dataoverdrachten tussen nodes. Een gedistribueerd model is in potentie efficiënter dan een centraal model, maar alleen als de plaatsing van workloads bewust en consistent wordt beheerd.
en nadelen op een rij
Centraliseren
Voordelen
Nadelen
• Overzicht en eenvoud in beheer
• Schaalvoordelen voor computeintensieve workloads
• Eenvoudiger te auditen en beveiligen
• Lagere beheerkosten bij consolidatie
• Latency bij geografisch verspreide gebruikers
• Botst met lokale dataresidencieeisen
• Centrale uitval trekt alles mee
• Redundantie is duur in een centraal model
Bewuste plaatsing als derde weg
De organisaties die dit vraagstuk het best beheersen, hebben afscheid genomen van het idee dat één model voor alles werkt. Ze hanteren een plaatsingsbeleid: per workload wordt vastgelegd welke eisen gelden voor latency, compliance en risico, en op basis daarvan wordt bepaald waar die workload draait.
Distribueren
• Lagere latency voor lokale verwerking
• Betere aansluiting op lokale regelgeving
• Hogere veerkracht bij uitval van één node
• Isolatie van gevoelige workloads mogelijk
• Hogere beheercomplexiteit en toolingvereisten
• Risico op kostenoverschrijding zonder discipline
• Consistentie van policies lastiger te borgen
• Vereist rijpe automatisering en governance
NTT DATA noemt dit bewuste workloadplaatsing. Het vereist observability over het hele landschap, automatisering om workloads te verplaatsen als de omstandigheden veranderen, en governance om de keuzes te documenteren en te herzien. De technologie om dit te doen is beschikbaar. De discipline om het consequent toe te passen, is waar de meeste organisaties winst kunnen boeken.
Eén server in een archiefruimte
HOE RANDY JAGROEP GNT’S IT GROOT ZAG WORDEN
Randy Jagroep werkt inmiddels 17 jaar bij GNT International. Zijn loopbaan begon toen hij als jonge IT’er binnenkwam bij een organisatie waar de IT-infrastructuur nog in de kinderschoenen stond: een enkele server in een archiefruimte met een back-up tape erbovenop. De uitdaging om alles vanaf nul op te bouwen trok hem over de streep.
Door de jaren heen heeft Jagroep de ITomgeving van GNT zien uitgroeien tot een wereldwijd netwerk, waarbij hij een centrale rol speelde in de professionalisering en groei van de organisatie. GNT is marktleider in de natuurlijke kleurende levensmiddelenindustrie. Het bedrijf haalt kleurstoffen uit groenten, fruit en planten, zoals wortel, pompoen en rode biet, en verkopen deze als ingrediënt. De productie is 24/7 operationeel, waardoor IT een cruciale schakel vormt: als de systemen uitvallen, ligt de productie stil en kan er niet geproduceerd en geleverd worden.
Wanneer stilstaan geen optie meer is Door de sterke groei van GNT en de steeds hogere eisen aan beschikbaarheid en schaalbaarheid van de IT-infrastructuur, ontstond de noodzaak om te investeren in een nieuwe, toekomstbestendige oplossing.
Tijdens de procedure kwam NTT DATA met een alternatieve oplossing die GNT wel had overwogen, maar nog niet had uitgewerkt. “

De bestaande oplossing had jarenlang goed gefunctioneerd en was meegegroeid, maar inmiddels was GNT die fase voorbij. De productieomgeving vereist extreem lage latency en hoge betrouwbaarheid, waardoor een on-premise oplossing de voorkeur kreeg. De urgentie werd versterkt door het feit dat de productie nauwelijks stil kan liggen; een migratie moest dus in een zeer beperkt tijdsvenster plaatsvinden.
Drie partners, één beslissing: de zoektocht naar de perfecte match
Het selectieproces begon met het benaderen van drie vertrouwde IT-partners waarmee GNT eerder succesvol had samengewerkt. Jagroep en zijn team hadden vooraf een duidelijk beeld van de gewenste oplossing. De partijen werden uitgenodigd om een voorstel te doen dat aansloot bij de specifieke eisen van GNT. Tijdens de procedure kwam NTT DATA met een alternatieve oplossing die GNT wel had overwogen, maar nog niet had uitgewerkt. Om het proces eerlijk te houden, kregen alle partijen de kans om deze variant uit te werken. Uiteindelijk viel de keuze op NTT DATA, op basis van de beste prijs-kwaliteitverhouding, het ver-


trouwen in de relatie, schaalbaarheid, gebruikte hardware (voorkeur voor A-merken), en het hoge niveau van security, waaronder de mogelijkheid om data snel te herstellen bij incidenten zoals hacks of storingen, zonder afhankelijk te zijn van traditionele back-up oplossingen.
Het stille weekend, de harde deadline: migreren terwijl de fabriek slaapt Na de keuze voor NTT werd het project in gang gezet. De planning was strak, te strak: het migratiemoment viel samen met een zeldzaam weekend waarin de volledige fabriek stil kon liggen—een unieke situatie die Jagroep in zijn hele carrière nog niet eerder had meegemaakt. Dit moment was al bijna een jaar van tevoren vastgelegd. De levertijd van de hardware bleek een uitdaging te worden: waar drie weken was beloofd, werd het uiteindelijk drie maanden. Door snel te schakelen met NTT DATA en de leverancier, lukte het om de levertijd alsnog te verkorten en de deadline te halen. Tijdens het migratieweekend werden alle systemen overgezet. Hierbij ontstond een onverwacht capaciteitsprobleem: het aantal geleverde
“
Normaal gesproken zou ik zo’n migratie nooit in één weekend plannen, maar door de beperkte mogelijkheden was er geen alternatief.
schijven was onvoldoende, waardoor niet alles direct in productie kon. Dit werd snel herkend en opgelost door extra schijven te laten leveren, maar de migratie duurde hierdoor langer dan gepland. De impact op de organisatie bleef beperkt tot één moment waarop alles even plat lag; verder verliep de overgang voor de meeste medewerkers nagenoeg ongemerkt.
Schouder aan schouder:
hoe GNT en NTT DATA samen de migratie lieten slagen
De nieuwe infrastructuur draait inmiddels stabiel en voldoet aan de hoge eisen van GNT. De samenwerking met NTT DATA werd als positief ervaren, mede doordat zij tijdens het kritieke migratieweekend direct klaarstonden om te ondersteunen, ondanks andere verplichtingen. De relatie tussen GNT en NTT DATA is hierdoor verder versterkt. De organisatie heeft nauwelijks hinder ondervonden van de migratie, wat gezien de omvang en complexiteit van het project een groot succes genoemd mag worden.
Het weekend dat de toekomst heeft bepaald
Jagroep blikt terug: “Het tijdspad was extreem krap. Normaal gesproken zou ik zo’n migratie nooit in één weekend plannen, maar door de beperkte mogelijkheden was er geen alternatief. Met de kennis van nu zou ik de migratie in kleinere stappen uitvoeren: eerst de productie, daarna de overige systemen, zodat eventuele problemen beter beheersbaar zijn.”
Voor de toekomst wil GNT deze succesvolle oplossing uitrollen naar de andere productielocaties. Het doel is dat als één locatie uitvalt, de andere kan blijven draaien, zodat de continuïteit van het bedrijf gewaarborgd blijft. Randy Jagroep blijft zich inzetten voor verdere innovatie en groei van ‘zijn kindje’, de IT-omgeving, gedreven door de uitdaging en het gevoel van eigenaarschap over het IT-landschap dat hij binnen GNT vanaf de basis heeft helpen opbouwen.
Meer dan netwerk
Sander ten Hoedt groeide op tussen landen en culturen, en voelt zich in de kern Europeaan. Dat kleurt zijn kijk op technologie: verbinden over grenzen heen, maar met oog voor soevereiniteit en lokale verantwoordelijkheid. Precies de balans die hij bij Cisco dagelijks zoekt als leider van Cloud & AI voor BeNeLux en Zwitserland.
Sander ten Hoedt gelooft sterk in de voordelen van globalisering, ook nu die wereldorde zichtbaar afbrokkelt en verschuift. Tegelijk is hij duidelijk: juist Europa moet meer regie nemen over wat strategisch is, van data en digitale infrastructuur tot innovatie. Die overtuiging is persoonlijk. Hij heeft Nederlandse ouders, groeide vanaf zijn elfde op in Zwitserland en bewoog jarenlang tussen verschillende landen en culturen. Daardoor voelt hij zich in de kern vooral Europeaan: iemand die gewend is om over grenzen heen te kijken, maar die ook ziet waarom lokale verantwoordelijkheid en soevereiniteit ertoe doen. Die Europese roots sluiten naadloos aan bij Cisco’s ambitie: landen en sectoren verbinden, lokale ecosystemen versterken en innovatie versnellen, zonder concessies te doen aan veiligheid en verantwoord datagebruik. In gesprekken met klanten merkt hij dat dit niet meer alleen een technologiediscussie is, maar een bestuursvraag: welke data is bedrijfskritisch, wie is er verantwoordelijk voor, en welke afhankelijkheden accepteren we wel of juist niet? “Zeker in Europa,” zegt hij, “voelt die discussie ineens heel concreet, omdat wetgeving, geopolitiek en reputatierisico allemaal samenkomen.” Sinds ruim 8 jaar werkt Ten Hoedt bij Cisco. Hij maakte destijds de overstap vanuit een SaaS-start-up en startte via het Cisco Sales Associate Program (CSAP), waarin hij in korte tijd werd opgeleid in Cisco’s technologieën en het Enterprise sales-vak. Vanuit
het commerciële segment in Nederland groeide hij door naar verschillende functies. Vandaag leidt hij als Leader, Cloud & AI Account Executives de Benelux & Zwitserland regio’s binnen Cisco, twee strategische markten die hij dankzij zijn internationale achtergrond goed weet te verbinden.
“Ze denken dat we alleen netwerk doen”
Veel klanten zijn verrast dat Cisco security zo hoog in het vaandel heeft. Ten Hoedt legt uit dat Cisco zich de afgelopen jaren heeft ontwikkeld tot een speler die security niet alleen op netwerk- maar ook op applicatieniveau kan borgen.
Minstens zo opvallend is dat Cisco inmiddels een aantal aanvullende pijlers heeft opgebouwd buiten het traditionele netwerkportfolio. Denk aan observability en data-inzichten, onder andere versterkt door de Splunk-overname, waardoor organisaties niet alleen kunnen verbinden, maar ook continu kunnen meten, verklaren en voorspellen wat er in applicaties en infrastructuur gebeurt.
Daarnaast brengt Cisco in de context van de ‘AI Factory’ netwerk, security en beheer samen met compute- en storage-ecosystemen via gevalideerde designs, zodat klanten een complete stack kunnen inzetten zonder losse bouwblokken aan elkaar te moeten knopen. En voor organisaties met strikte eisen rondom datasoevereiniteit ontwikkelt Cisco oplossingen waarmee workloads volledig lokaal en desnoods air-gapped kunnen draaien, met dezelfde

beveiligings- en beheerprincipes. Juist die combinatie van security, observability en een full-stack benadering maakt dat Cisco voor veel klanten meer is geworden dan ‘de netwerkpartij’.
Voor klanten betekent dat in de praktijk één samenhangend verhaal: zien wat er gebeurt (observability), begrijpen waarom het gebeurt (context en data), en vervolgens geautomatiseerd kunnen ingrijpen (security en policy). Ten Hoedt ziet juist daar het verschil met losse, handmatige gekoppelde oplossingen.
Edge als startpunt
Cisco biedt een full stack benadering waarbij infrastructuur flexibel kan worden ingezet, zonder dat het fundament hoeft te veranderen. Ten Hoedt zegt dat hij klanten vooral wil laten ervaren dat je een ‘productielijn’ bouwt die je niet steeds opnieuw hoeft te ontwerpen: workloads moeten kunnen schuiven tussen datacenter, cloud en edge, terwijl het operating model gelijk blijft. “Je wilt wendbaar zijn

zonder iedere keer de architectuur open te breken,” zegt hij. Edge processing is daarbij een praktisch startpunt: data lokaal verwerken waar het ontstaat, die data meteen goed beveiligen, en toch centraal kunnen beheren en sturen. “De belofte zit ’m voor mij in die combinatie: lokaal waar het moet, centraal waar het kan, en altijd met security als ontwerpprincipe.”
AI faalt niet op ambitie, maar op data en token‑controle “Organisaties moeten beginnen met een data-kwalificatieprocedure om te bepalen waar data hoort te staan en hoe deze moet worden beveiligd,” benadrukt Ten Hoedt. Cisco’s security-oplossingen kunnen tot op het token-niveau beveiligen, wat essentieel is voor het veilig draaien van AI-workloads. Efficiënte token-generatie en tokenomics worden steeds belangrijker voor organisaties die willen differentiëren in de AI-era. Zo’n kwalificatie hoeft niet ingewikkeld te starten: label data grofweg als openbaar, intern of vertrouwelijk, bepaal waar
elk type mag landen (cloud, on-prem of geïsoleerd), en leg vast welke AI-use cases er überhaupt bij mogen. Pas daarna heeft ‘token-security’ echt betekenis, omdat je weet wát je beschermt en waar de grenzen liggen.
Voor wie minder in AI-terminologie zit, kun je een token zien als een ‘hapklare brok’ tekst: wanneer je een vraag stelt aan een chatbot, wordt die vraag opgedeeld in kleine stukjes (tokens). Het model rekent vervolgens token voor token uit wat het meest logische volgende stukje is, en zo ontstaat het antwoord. Omdat tokens de kleinste bouwsteen zijn van zowel de input als de output, is beveiligen ‘tot op tokenniveau’ in feite beveiligen op het meest gedetailleerde niveau: je kunt heel precies afdwingen welke informatie wel of niet mag worden gebruikt of teruggegeven, en misbruik (zoals het ontlokken van vertrouwelijke data) eerder blokkeren.
In datzelfde denken verwijst ‘tokenomics’ naar de economie achter AI: hoeveel tokens kun je betrouwbaar en veilig gene-
In de AI‑era is infrastructuur niet langer ‘alleen IT’, maar de basis onder je primaire processen. “
reren tegen welke kosten? Hoe efficiënter je dat doet, hoe beter de businesscase van AI wordt.
Verantwoord versnellen, zonder controle te verliezen “Als ik één ding wil meegeven, dan is het dit,” zegt Ten Hoedt. “In de AI-era is infrastructuur niet langer ‘alleen IT’. Het wordt de basis onder je primaire processen én onder nieuwe businessmodellen. Daarom zie ik Cisco als leverancier van kritieke infrastructuur: we verbinden locaties, maken hybride werken op schaal mogelijk en bouwen security en beheer in vanaf het ontwerp. Maar ik geloof ook dat niemand dit alleen kan. Cisco ontwikkelt de technologie, en partners als NTT DATA brengen de kennis en uitvoering om het bij klanten werkend te krijgen. Mijn advies aan organisaties is simpel: start niet met ‘een leuke AI-pilot’, maar met een gezamenlijke sessie waarin je drie dingen vastlegt:
1. welke use case je echt wilt oplossen
2. welke data daarvoor nodig is en waar die mag staan
3. welke security- en compliance-eisen vanaf dag één gelden.
Als je wilt, plannen we zo’n eerste verkenning in, en dan maken we samen met NTT DATA een heldere routekaart naar een veilige, lokale en schaalbare AI-omgeving. Voor mij is dat waar het om draait: verantwoord versnellen, zonder controle te verliezen.”
De drie vragen die elke IT-organisatie moet beantwoorden
Vincent van der Linden, verantwoordelijk voor de go-to market strategie van Hybrid Datacenter bij NTT DATA, merkt dat de gesprekken met klanten fundamenteel veranderen. Niet langer draait het om fabrikantkeuzes en technische specificaties. Het gaat nu over drie bredere vraagstukken die elke organisatie raken: effectiviteit, innovatiebudget en soevereiniteit.
Wie Vincent van der Linden vraagt wat hij zijn klanten te bieden heeft, krijgt geen productpitch. Hij schetst een wereld in beweging. De hybride IT-omgeving is allang de norm: vrijwel elke organisatie combineert cloudservices met eigen infrastructuur en on-premises applicaties. Maar dat hybride landschap wordt steeds complexer en duurder. “We zien dat de flexibiliteit en schaalbaarheid van de cloud ook onder druk zijn komen te staan, want het is natuurlijk wel duurder geworden,” zegt Van der Linden. De vergelijking met de virtualisatiegolf van jaren geleden dringt zich op: ook toen groeide het landschap ongecontroleerd, werden servers massaal uitgerold en vergat men op te schonen. In de cloud speelt precies hetzelfde.
Een negenvlaksmatrix als kompas
Om grip te houden op die complexiteit werkt Van der Linden met wat hij een negenvlaksmatrix noemt: een raamwerk dat klanten helpt bepalen waar applicaties, data en rekenkracht het best thuishoren: in de cloud, bij henzelf of in een datacenter. De drie assen zijn optimalisatie, financiering en hoge beschikbaarheid. Langs die assen lopen drie concrete klantgesprekken die hij bij vrijwel iedere organisatie voert, over effectiviteit, innovatiebudget en soevereiniteit. Combineer die met de drie technologische vraagstukken die nu bij elke IT-organisatie spelen (AI, VMware en dataplacement) en je hebt negen vlakken die samen het volledige speelveld beslaan.
Het eerste gesprek gaat over effectiviteit. “Op dit moment heb je zoveel virtuele machines draaien en zoveel services in gebruik, wat eigenlijk helemaal geen doel heeft. Het is niet in productie, dus zet het uit,” legt Van der Linden uit. Minder licenties, lagere operationele kosten en daarmee ruimte om te investeren in wat wél waarde oplevert.
Het tweede gesprek gaat over innovatiebudget. Innoveren willen organisaties wel, maar de middelen ontbreken. Van der Linden: “We hebben de gesprekken bij grote banken, bij ziekenhuizen, bij de overheid, maar ook bij fabrieken die zeggen: we willen wel
innoveren, maar op dit moment kunnen we dat gewoon niet, want er is geen budget voor.” NTT DATA lost dat op door bestaande infrastructuur terug te nemen en als service opnieuw aan te bieden, zodat de restwaarde als financiering dient voor nieuwe ITinvesteringen.
Vraag één: hoe zet je AI zinvol in?
De eerste vraag die Van der Linden bij klanten tegenkomt, draait om AI. Iedereen voelt de urgentie, maar de praktijk blijkt complexer. Organisaties bewegen zich grofweg langs vier richtingen: AI vanuit hyperscalers, AI voor klantinteractie, AI voor operations en — steeds vaker — soevereine, lokale AI-factories. “Wij werken met klanten die zeggen: ik heb ooit al een cluster met GPU’s gekocht. Ik weet alleen niet hoe ik het aan de praat krijg én hoe ik het aan de praat houd,” vertelt Van der Linden. Zeker bij lokale en soevereine AI-oplossingen is dat een uitdaging. GPU’s continu en efficiënt benutten is logistiek en technisch lastig. Lukt dat niet, dan wordt AI al snel een te dure belofte. Soms is een lichtere, beter beheersbare oplossing die langer over een taak doet, simpelweg de verstandigere keuze.
Vraag twee: wat doe je met VMware?
De tweede vraag speelt in vrijwel elke IT-omgeving: wat nu met VMware? Broadcom’s overname leidde tot fors hogere prijzen, gewijzigde commitments en een gevoel van verminderd partnerschap bij resellers. Van der Linden adviseert klanten niet klakkeloos alles weg te migreren, maar onderscheid te maken. “Van die tientallen services, of in sommige gevallen honderden servers met 1.500 of 2.000 virtuele machines, zeggen we: de
Een volledige migratie is zelden nodig en zelden slim.

“
Wij werken met klanten die zeggen: ik heb een cluster met GPU’s gekocht. Ik weet alleen niet hoe ik het aan de praat krijg én houd.
belangrijkste omgevingen laten we in VMware draaien op het best beschikbare virtualisatieplatform. Maar de rest, die dat niet nodig heeft, plaatsen we op een goedkoper en beter passend platform. Een volledige migratie is zelden nodig en zelden slim.”
Vraag drie: waar laat je je data landen?
Het derde gesprek gaat over soevereiniteit, en volgens Van der Linden is het de meest urgente van de drie. Het debat is volop in beweging. Vorig jaar stond China centraal (Huawei), dit jaar zijn de ogen gericht op de VS. “Het kan zomaar zijn dat volgend jaar de discussie binnen Europa gaat plaatsvinden,” waarschuwt
Van der Linden. Wat klanten uiteindelijk willen, is helder: “Ik wil maar één ding, en dat is dat mijn eigen data, mijn kroonjuwelen, veiliggesteld worden.”
Dat komt overeen met de propositie van NTT DATA: door data en compute te scheiden kunnen organisaties hun meest gevoelige informatie lokaal borgen zonder in te leveren op innovatiekracht. NTT DATA maakt dat mogelijk via eigen high-performance netwerken waarmee data en compute meer dan 3.000 kilometer uit elkaar kunnen worden getrokken zonder latencyverhoging. Zo kan een datacenter in de Randstad naadloos samenwerken met een locatie in Groningen, iets wat met traditionele inrichtingen (die een maximale synchronisatieafstand van 60 kilometer hanteren) niet mogelijk is.
Digital Workplace en Customer Experience
NTT DATA organiseert haar specialisaties rond vier go-to-markets (zie pagina 22-23). Daarnaast is er een vijfde poot die Van der Linden met zichtbaar enthousiasme beschrijft: Digital Workplace en Customer Experience. “De echte waarde van AI zit niet in het genereren van antwoorden, maar in het leveren van het juiste antwoord op het juiste moment,” zegt hij. “Onze oplossingen zorgen ervoor dat elke digitale interactie is gebaseerd op gevalideerde informatie uit bedrijfsdata, kennisbronnen en processen. Dat maakt het betrouwbaar.” Door AI-agents te koppelen aan CRM-, ERP- en contactcenterplatformen ontstaat één geïntegreerd klantbeeld, waarbij routine-interacties automatisch worden afgehandeld en medewerkers zich kunnen richten op complexe vragen.
Waar de technologie ook heen gaat, naar AI, soevereine clouds of naar post-VMware-architecturen, de rode draad in het verhaal van Van der Linden blijft hetzelfde: zorg dat de data van de klant veilig is, slimmer wordt ingezet en ruimte maakt voor wat er écht toe doet.
De uitdagingen van hedendaagse datacenters
DOOR JAN BONKE, BUSINESS INNOVATION OFFICER
– EUROFIBER NEDERLAND
Datacenters vormen het kloppend hart van onze digitale samenleving, maar staan onder toenemende druk door groeiende energiebehoefte, duurzaamheidseisen en maatschappelijke verwachtingen. Nieuwe wet- en regelgeving dwingt bovendien tot efficiënter gebruik en een aanzienlijke reductie van de CO2-footprint van bestaande infrastructuur.
De tijd van “1U systemen en 500 watt met een beetje luchtkoeling” ligt achter ons: door de enorme toename in power density trek je met standaard IT-apparatuur tegenwoordig zó 20–30 kW per rack, wat met alleen lucht (zelfs met cold corridors) niet meer netjes is weg te koelen. Daarbij wordt de inzet van restwarmte steeds relevanter nu de samenleving van het gas af wil, maar integratie in lokale warmtenetten is technisch en economisch uitdagend door de relatief lage temperaturen. Ook is er de impact op de lokale infrastructuur: datacenters vragen in één klap veel stroomcapaciteit, ruimte en (koel-)voorzieningen en zetten daarmee het elektriciteitsnet (congestie), de ruimtelijke inrichting, bouwlogistiek en omgevingsbelasting (geluid/veiligheid) onder druk. In de praktijk gaat één rack van 20 kW bovendien ten koste van meerdere racks ernaast die je dan niet meer kunt benutten.
Sociale initiatieven en maatschappelijke impact
De maatschappelijke rol van datacenters reikt verder dan techniek. Enerzijds groeit de roep om transparantie, soevereiniteit en lokale verankering van data: organisaties en overheden willen weten waar data staat en wie toegang heeft. Dat versnelt de verschuiving naar Europese cloudoplossingen, waarbij data binnen de EU blijft en aan strenge privacy- en securityeisen voldoet.
Anderzijds neemt de druk toe om datacenters te koppelen aan lokale warmtevoorziening, bijvoorbeeld via restwarmte voor nabijgelegen woonwijken. Dit kent beperkingen: de restwarmte is relatief laag van temperatuur, waardoor technologie zoals warmtepompen nodig is. Ook efficiëntie, netwerkaansturing en een rendabele businesscase blijven uitdagend.
Het ontstaan van het MISD-programma
Het Modular Integrated Sustainable Data Center (MISD)-programma is ontstaan vanuit de behoefte om datacenters fundamenteel anders te ontwerpen en te exploiteren. Eurofiber, waar duurzaamheid en innovatie centraal staan, werd benaderd om te participeren in IPCEI CIS (Important Projects of Common European Interest – Cloud Infrastructure and Services), met als doel een soevereine, federale Europese cloud te realiseren als tegenhanger van de Amerikaanse hyperscalers.
Binnen dit kader onderzoekt MISD hoe modulaire, duurzame datacenteroplossingen bijdragen aan die Europese cloud. Daarvoor is meer nodig dan ‘cloud bouwen’: bovenop het bestaande internet moet een veilig, samenhangend netwerk ontstaan waarin partijen efficiënt samenwerken. Dat vraagt om standaardisatie, orkestratie en fysieke uitbreiding van infrastructuur. In de plannen is sprake van circa 10.000 containerized oplossingen om de cloud te hosten—met grootschalige toevoeging van apparatuur, energievoorziening en connectiviteit.

Eurofiber
Eurofiber is een aanbieder van toonaangevende open digitale infrastructuur in Nederland, België, Frankrijk, Duitsland en Luxemburg. Met een eigen glasvezelnetwerk van 77.500 km en 11 datacenters leggen we het fundament onder de digitale samenleving en bieden wij bedrijven, overheidsinstanties en nonprofitorganisaties veilige, betrouwbare en toekomstvaste cloudinfra- en connectiviteitsoplossingen.

Technische en organisatorische aanpak
Eurofiber zag direct de potentie, mede door de huidige experimenten met nieuwe koeltechnieken en het benutten van restwarmte. Aansluiting bij het MISDprogramma paste bij de duurzaamheidsdoelstellingen en de ambitie om innovatie te versnellen. Het programma ontwikkelt en test modulaire, schaalbare en duurzame containerized datacenteroplossingen, met focus op:
Efficiëntie: bestaande infrastructuur optimaal benutten en energieverlies minimaliseren. Door rekenkracht te plaatsen waar energie-overschotten zijn, wordt het netwerk gebalanceerd en verspilling beperkt. Koeltechnieken: van luchtkoeling naar immersiekoeling en direct-to-chip vloeistofkoeling. Dit verlaagt de PUE (Power Usage Effectiveness), verhoogt de restwarmtetemperatuur en maakt koudemiddelen overbodig.
Restwarmtebenutting: integratie in lokale warmtenetten. Door de modulaire aanpak komt het datacenter (de warmtebron) dichter bij de afnemer; warmtenetten kunnen kleiner blijven en warmteoverdracht wordt efficiënter.
Modulariteit en flexibiliteit: kleine, verplaatsbare datacenterunits die eenvoudig te upgraden of te recyclen zijn, in tegenstelling tot traditionele datacenters die minimaal 30 jaar blijven staan en lastig te verbouwen zijn.
Security en soevereiniteit: strikte scheiding van data en compute: data is fysiek beveiligd in regionale hubs, compute
wordt dynamisch over het netwerk verdeeld. Dit ondersteunt privacy, security en compliance met Europese regelgeving.
Samen met partners TNO, Universiteit Twente, Asperitas, Betterbe, Deerns en NBIP onderzoeken we een gedistribueerd datacenterconcept waarin data (opslag) en compute (rekenkracht) worden gescheiden. Processen kunnen op basis van energiestromen worden verplaatst, zonder verlies van betrouwbaarheid, beschikbaarheid en veiligheid.
Beoogde resultaten en toekomstvisie
Het is een omgekeerde wereld: in de praktijk wordt er energie gecreëerd waar en wanneer het niet nodig is, wat resulteert in energie-overschotten. Zonneparken worden soms zelfs betaald om uit te gaan bij een overschot, terwijl we dit kunnen voorkomen door compute naar de energiebron te brengen. Door compacte, duurzame datacenters bij energiebronnen te installeren, nemen we de stroom direct en continu op in plaats van af te schakelen. Zo gaat minder onbenutte (groene) capaciteit verloren. Gezien de groei van compute en AI-capaciteit is het noodzakelijk eerst te kijken waar nog (net)ruimte en capaciteit beschikbaar is en daar de compute op te ontwerpen, voordat nieuwe aansluitingen worden gerealiseerd. Dit geldt ook voor het koppelen van restwarmte aan bestaande of toekomstige warmtenetten. Het uiteindelijke doel van het MISD-programma is een modulair, gedistribueerd datacenterconcept voor een Europese
cloudinfrastructuur: duurzaam, efficiënt en met een minimale CO2-footprint, door optimaal gebruik te maken van lokale energie-opwek- en warmtebehoefte. Door data en compute te scheiden en kleinere, redundante datacentersites te gebruiken, volstaat vaak een batterij (voor enkele uren autonomie) om processen gecontroleerd te verplaatsen bij een netstoring. Orkestratie zorgt er bovendien voor dat workloads vooral draaien waar energieproductie, warmtebehoefte of beide aanwezig zijn— de compute volgt de energiestromen. Veiligheid en soevereiniteit staan centraal: er is strikte controle over data en compute, met naleving van Europese wet- en regelgeving. Tegelijk is het streven om de oplossing economisch haalbaar te maken, zodat energie- en infrastructuurkosten concurrerend blijven met traditionele alternatieven. Jan Bonke benadrukt dat de innovaties technisch al mogelijk zijn, maar dat markt en hardwareleveranciers nog moeten volgen. Use cases en samenwerking met klanten zijn cruciaal voor schaalvergroting. De komende jaren verwacht hij de eerste projecten, waarbij klanten kunnen kiezen voor de groenste cloudoplossing, met transparante certificering op basis van energieverbruik en geproduceerde warmte die te herleiden zijn aan een bron. Het MISD-programma is daarmee niet alleen een technische innovatie, maar ook een sociale en maatschappelijke beweging richting een duurzamere, transparantere en meer soevereine digitale infrastructuur in Nederland en Europa.
Zie ook www.misdproject.eu
Minimum Viable Data: herstel wat ertoe doet
Data is het kloppend hart van elke organisatie, maar in een modern hybrid datacenter is beheer complexer dan ooit. Data beweegt over on-premises omgevingen, public cloud, SaaS en edge. De vraag is daarom wat heb je werkelijk nodig om door te gaan.
Daarmee is de traditionele ‘twee datacenters’-benadering (primair plus uitwijk) allang niet meer hanteerbaar als uitgangspunt voor dataplacement en herstel. Daarbovenop komt shadow IT (niet-gesanctioneerde tools en opslag) en een snelgroeiend aandeel synthetisch gecreëerde data uit AI-modellen, simulaties en digitale twins.
Sociale initiatieven en maatschappelijke impact
Die versnippering verkort de lifecycle van data en verhoogt de druk op beheer, security en herstelbaarheid: je moet snel weten waar data staat en welke data werkelijk nodig is om door te kunnen. Tegelijk nemen de volumes structureel toe.
IDC verwacht dat de wereldwijde ‘datasphere’ van circa 221 zettabyte in 2026 met 23% per jaar doorgroeit naar ongeveer 394 zettabyte in 2028. Dat toont waarom organisaties steeds scherper moeten kiezen welke data waardevol is, en dus actief beheerd en herstelbaar moet zijn.
In die realiteit botst snelheid met beheersbaarheid: de business wil experimenteren en snel waarde leveren, terwijl IT-keuzes in één keer duurzaam, veilig en betaalbaar moeten zijn, niet alleen voor vandaag, maar voor de komende 7 jaar.
Het huidige AI-momentum maakt dat extra zichtbaar: niet de tooling, maar de kwaliteit, vindbaarheid en uitlegbaarheid van data bepalen of AI-initiatieven versnellen. Tijdige classificatie en metadata zijn daarom randvoorwaardelijk.
Beveiliging aan de voordeur is niet genoeg
Organisaties investeren terecht in preventie (identity, zero trust, segmentatie), maar moeten uitgaan van wanneer het misgaat. Als preventie faalt, is herstel bepalend voor continuïteit, en daar zijn de klassieke backups vaak te grofmazig en te traag voor moderne workloads.
Daarom verschuift de focus van ‘alles terugzetten’ naar Minimum Viable Data: precies genoeg betrouwbare data om kritische processen weer te starten. Dat vraagt om de mogelijkheid te detecteren wat is veranderd, en om te herstellen vanuit een bewezen schone kopie.
Door data-soevereiniteit, wet- en regelgeving en een agressief dreigingslandschap is ‘herstel’ niet genoeg: je moet ook kunnen aantonen dat data nog betrouwbaar is. Cyber recovery-concepten zoals air-gapped opslag en een cleanroom aanpak maken herstel mogelijk op basis van een aantoonbaar schone dataset.
In het actieve datapad ligt veel winst: continue data-
IDC verwacht dat de ‘datasphere’ met 23% per jaar doorgroeit naar


Data Lifecycle
















Isolated












edge – local - cloud


Source





















Data tagging









protectie, immutability, realtime replicatie en granulair herstel maken dataprotectie een integraal onderdeel van de primaire infrastructuur.
Data loskoppelen van compute: een strategische noodzaak
Een praktische aanpak is het strategisch loskoppelen van data en compute. Data wordt immers steeds vaker buiten het datacenter gecreëerd, bijvoorbeeld in SaaS-applicaties, public cloud, op edge-locaties en devices, door partners én via AI (waaronder synthetische datasets). Terwijl rekenkracht flexibel moet kunnen aansluiten waar dat economisch en functioneel het meest logisch is. Tegelijk wordt in veel omgevingen nog gewerkt met traditionele storage-systemen; door software-defined storage en gedistribueerde storage-oplossingen in te zetten, wordt het mogelijk om data consistent te plaatsen en verplaatsen over meerdere locaties. Door data te laten staan waar dat moet (compliance, soevereiniteit, risico) en compute daar slim op aan te laten haken, verklein je lock-in en voorkom je onnodige dataspreiding, mits datastromen, classificatie en bescherming volwassen zijn ingericht.
Synthetische data: de snelst groeiende, minst erkende data
Synthetische data groeit explosief en is belangrijk voor innovatie, training en analyse, maar valt in de praktijk vaak buiten eigenaarschap, bewaartermijnen en recovery-doelstellingen. Juist daarom moet deze datastroom expliciet in datamanagement en dataprotectie worden opgenomen. Veel kernvragen zijn oud (wat is kritisch, hoe lang bewaren, welke RPO/RTO is acceptabel), maar de marges zijn kleiner: de snelheid ligt hoger en de
impact is groter. Toch staat actieve en inactieve data vaak nog in dezelfde primaire storage-laag. Het gevolg is dat herstel eerst door veel niet-relevante data heen moet, terwijl kritische workloads zonder historische data juist snel weer beschikbaar kunnen zijn.
Minder data in de primaire laag, meer regie
Onderzoek laat al jaren zien dat 65 tot 80 procent van alle data inactief is. Door die data bewust uit de primaire storage-laag te halen, neemt de druk af om voortdurend dure high-performance storage uit te breiden, verklein je het aanvalsoppervlak (zeker bij verouderde en vergeten datasets) en wordt herstel eenvoudiger, sneller en voorspelbaarder. Tegelijk blijft die data beschikbaar voor analyse, compliance of hergebruik. Datamanagement gaat daarmee niet over weggooien, maar over het identificeren van wat waarde heeft en het vervolgens op de juiste plek zetten.
De oude stelregel blijft gelden
Hoe modern de infrastructuur ook is, één fundamentele waarheid blijft onveranderd: rommel in de data leidt onherroepelijk tot rommel in de uitkomst. Onze Hybrid Datacenter blauwdruk biedt de technische mogelijkheden om data slimmer, veiliger en flexibeler te beheren. We maken het verschil door eigenaarschap en discipline als uitgangspunt te nemen: Daarbij helpen we te bepalen welke data ertoe doet, in kaart brengen waar die leeft, vast te leggen hoelang je waarde wilt behouden en te organiseren hoe data schoon én snel herstelt kan worden. Het Hybrid Datacenter-team helpt om dit te standaardiseren en te implementeren, zodat beleid, platform en operatie op elkaar aansluiten.



‘Data moet kunnen staan waar het de meeste waarde oplevert’
BRITTA GÜNTHER, PARTNER SALES MANAGER BENELUX BIJ NETAPP
Britta Günther is sinds eind 2017 bij NetApp actief en is momenteel Partner Sales Manager Benelux. In die rol werkt ze dagelijks met partners en klanten aan gezamenlijke proposities. Vanuit die praktijk ziet zij dezelfde strategische vragen terugkomen: waar hoort data te staan, hoe houd je kosten beheersbaar en hoe borg je security en compliance?
Günther zegt dat NetApp juist daarom trouw blijft aan één kern, datamanagement: data optimaal beheren, beschermen en verplaatsen. Terwijl andere leveranciers hun portfolio steeds breder maken.
“Ik vind het belangrijk dat klanten de vrijheid hebben om hun data te plaatsen waar die het beste past, lokaal in het eigen datacenter of in de cloud,” zegt Günther.
“Die keuze hangt af van performance, kosten, security en datasoevereiniteit. Daarom werken we met hyperscalers samen: zodat klanten niet vastzitten aan één locatie of model, maar data kunnen brengen naar de plek waar het op dat moment de meeste waarde oplevert.”
Specialist op de datalaag
Günther kijkt naar NetApp als een specialist op de datalaag en daarmee als een partner binnen het bredere ITecosysteem. “We vullen maar een klein— maar wel superbelangrijk—deel van de totale infrastructuur bij een klant in,” licht ze toe. “Ik noem het
Een paar jaar geleden was cloud de heilige graal. Nu is het steeds vaker: we willen onze data dichter bij huis houden “
altijd een belangrijk stukje van de taart. De volledige oplossing wordt uiteindelijk door partners naar de klant gebracht.” In die samenwerking spelen partijen als NTT DATA volgens haar een sleutelrol: zij combineren NetApp’s dataplatform met aanvullende bouwstenen tot één endtoend oplossing voor de klant. In Günthers ogen is de datalaag dé plek waar het verschil wordt gemaakt, omdat daar het belangrijkste thema samenkomt: security. NetApp positioneert zich daarom als ‘the most secure storage on the planet’, door beveiliging zo dicht mogelijk bij de data te brengen. Daarmee helpt NetApp organisaties hun data aantoonbaar te beschermen en beheersbaar te houden, ongeacht waar die data staat.
De markt kantelt
“Ik zie de markt in rap tempo kantelen. Geopolitiek, prijsdruk en schaarste, het raakt alles: hardware, budgetten én mensen,” zegt ze. En dat verandert ook de reflex van organisaties. “Een paar jaar geleden voelde de cloud voor velen als de heilige graal. Nu hoor ik steeds vaker: we willen onze data dichter bij huis houden.” Datasoevereiniteit en security zijn volgens haar daarmee verschoven van ‘nice to have’ naar harde randvoorwaarden.
NetApp helpt organisaties volgens Günther om cyberweerbaarheid niet te benaderen als: ‘we maken een backup en dan zijn we klaar’, maar als iets dat je in de primaire datalaag inbouwt. Het liefst is backup niet langer de automatische ‘last line of defence’, omdat je primaire data zó is ingericht dat je aanvallen voorkomt, impact beperkt en herstel voorspelbaar maakt. Backup blijft wél relevant als onderdeel van recovery




en compliance, passend bij regelgeving, eisen en de inrichting van de organisatie. Tegelijkertijd merkt Günther dat klanten niet op zoek zijn naar nóg een extra project om zelf te managen. “Ze willen vooral ontzorgd worden,” zegt ze. “De kennis is schaars en die expertise is inmiddels minstens net zo waardevol als de technologie. Daarom helpen we gezamenlijk graag organisaties om grip te krijgen op datamanagement, keuzes te maken tussen datacenter en cloud, en aantoonbaar te voldoen aan wet- en regelgeving.”
Eerst inzicht, dan keuzes
NetApp adviseert organisaties daarbij om nuchter te starten met een inventarisatie van het IT-landschap: waar staat de data, wie heeft toegang en wat vraagt wet- en regelgeving? “In grotere omgevingen zie je vaak dat er veel onbekend is,” aldus Günther. “En dat vreet budget.” Kostenoptimalisatie begint volgens haar vaak met data tiering: niet alle data hoeft (of kán) op de duurste, schaarse flash-capaciteit te blijven. Door datagebruik inzichtelijk te maken en data te classificeren, blijft productiedata op snelle storage, terwijl archiefdata en ‘koude’ datasets naar een kostenefficiënter tier verhuizen, on-prem of in de cloud. NetApp helpt NTT Data en diens klanten dit via tooling, zoals een data-waste assessment, te vertalen naar een roadmap en stappenplan.
IT-infrastructuur wordt nog te vaak weggezet als een noodzakelijke kostenpost, terwijl het een versneller kan zijn “
Günther ziet dat IT-infrastructuur nog te vaak wordt weggezet als een noodzakelijke kostenpost, terwijl het in de praktijk juist een versneller kan zijn. “Storage an sich doet niks,” zegt ze. “Maar intelligente storage, met functionaliteiten die je processen en datastromen ondersteunen, helpt je wél om je business te versnellen.” Door data op het juiste moment op de juiste plek beschikbaar te maken, lokaal of in de cloud, kunnen organisaties volgens haar sneller beslissingen nemen, innovatie versnellen en ambities waarmaken.
Wel ruimte voor groei
Als afsluiter benadrukt Günther dat organisaties, ondanks stijgende kosten en krappe budgetten, wél ruimte kunnen creëren voor groei, mits ze bewuster omgaan met waar data staat en welke laag echt waarde toevoegt. “We kunnen klanten helpen om binnen hun budgetten het optimale uit hun infrastructuur te halen,” zegt ze. “Zodat IT-kosten niet de reden worden dat ambities on hold gaan.” Volgens haar zit de winst in slimme plaatsingskeuzes en samenwerken met partners die de klant ontzorgen.
Wat Günther persoonlijk drijft, is de overtuiging dat er bij NetApp - en bij partners - veel meer kennis en slagkracht beschikbaar is dan veel klanten zich realiseren.
Ze is trots op wat ze samen kunnen neerzetten en ziet grote potentie in samenwerking. “Klanten moeten weten dat ze niet alles alleen hoeven te doen,” zegt ze. “Ze mogen rekenen op een adviserende partij die meedenkt en helpt om data veilig, efficiënt en toekomstbestendig te beheren, ongeacht waar die data staat.”
NTT DATA en Mistral AI: Soevereine AI voor Europa versnellen
Kunstmatige intelligentie wordt in rap tempo onderdeel van de kern van ’de digitale infrastructuur. Nu organisa ties AI opschalen voorbij de experimenteerfase, komen vragen rond datasoevereiniteit, beveili ging en naleving van regelgeving steeds nadrukkelijker op de voorgrond, met name in Europa. Tegen deze achtergrond hebben NTT DATA en Mistral AI een strate gische alliantie gevormd om ondernemin gen en publieke instellingen te helpen AI

op een betrouwbare, soevereine en productie klare manier te adopteren. De samenwerking combineert de in Europa ontwikkelde large language models van Mistral AI met NTT DATA’s wereldwijde expertise in sys teemintegratie, hybride datacenters en sterk gereguleerde omgevingen. Samen maken de bedrijven private en soevereine AI‑implemen taties mogelijk waarmee organisaties volledige controle houden over data, modellen en opera tie, zonder in te leveren op innovatiesnelheid. De samenwerking ondersteunt de industriali satie van AI via reproduceerbare architecturen, veilige platformen en gestructureerde kennis overdracht. Zo kunnen organisaties de stap maken van geïsoleerde pilots naar schaalbare AI‑diensten. De alliantie ondersteunt boven dien al concrete initiatieven binnen overheid, lucht- en ruimtevaart en defensie, financiële dienstverlening en onderzoeksecosystemen. Deze projecten laten zien hoe AI on‑premises of in soevereine cloudomgevingen kan worden uitgerold, in lijn met Europese waarden zoals transparantie, verantwoording en digitale soe vereiniteit.
APN in de praktijk
De visie van het Innovative Optical and Wireless Net work (IOWN) brengt fotonica (licht) dieper in zowel net werken als computing om grote stappen te zetten in capaciteit, latency en energie-efficiëntie. Een kernpijler is het All Photonics Network (APN), dat end to end optische (wavelength) paden opzet tussen endpoints. Door optisch naar elektrisch naar optisch conversies te verminderen en het aantal tussenliggende packet processing hops te beperken, richt APN zich op voorspelbare prestaties: ultra lage latency met zeer lage jitter, het verveelvoudigen van de afstand, eigenschappen die met conventionele IP over optical architecturen lastig te garanderen zijn. In de praktijk wordt APN door NTT DATA ingezet en gevalideerd voor data center interconnect (DCI) scenario’s waarbij organisaties hun datacenters over 100 km+ willen uitrekken en toch als één logisch geheel willen laten functioneren. Hiermee kunnen ze op plekken worden gevestigd, waar geen stroom en bouwrestricties zijn, zelfs ver over de landsgrenzen. Met aantoobaar latency in de sub millisecond klasse met zeer lage jitter bij ~100 km verbindingen. Dit maakt het mogelijk om bijvoorbeeld live workload tussen locaties te verplaatsen, synchrone storage /database replicatie voor (bijna) zero RPO, data dichtbij te houden en de compute ergens anders vandaan
Over Mistral AI
Mistral AI is een Europees AI‑bedrijf, opgericht in 2023, dat zich richt op het ontwikkelen van open‑weight, high‑performance large language models (LLM’s) met een open en enterprise‑ready aanpak. Met het hoofdkantoor in Frankrijk wordt Mistral AI breed gezien als een belangrijke speler in Europa’s streven naar digitale en technolo gische soevereiniteit op het gebied van AI.
Het bedrijf ontwerpt en traint zijn modellen in Europa en is actief in gesprek met beleidsmakers over verantwoorde AI en regelgeving. Het portfolio ondersteunt private, on‑ premises en soevereine implemen taties, waardoor het bijzonder ge schikt is voor gereguleerde sectoren en toepassingen in de publieke sec tor waar datacontrole, transparan tie en beveiliging essentieel zijn.
Door AI‑innovatie, infrastructuur en operationele expertise samen te bren gen, leggen NTT DATA en Mistral AI de basis voor enterprisegrade AI die ‘se cure by design’ is en klaar is voor ge reguleerde sectoren, waarbij Europa’s regelgevingslandschap verandert in een strategisch voordeel in plaats van een beperking.
te halen en hogere beschikbaarheid te realiseren door applicaties te verdelen over metro of regionale sites zonder merkbaar verlies aan applicatierespons.
Voorspelbare latency & (bijna) nul jitter over optische paden— belangrijk voor geclusterde applicaties, real time analytics en strak gekoppelde replicatie.
Stretched clusters over >100 km: ondersteunt active active designs, metro scale availability zones en onderhoud zonder langdurige downtime.
Compute loskoppelen van data: laat data staan waar die moet blijven (soevereiniteit, data gravity, kosten) en verplaats compute naar waar capaciteit, energie of accelerators beschikbaar zijn— met minder onnodige dataverplaatsing.
Gedisaggregeerde / gedistribueerde accelerators (bijv. GPU pools) en placement van high performance workloads over locaties wanneer bandbreedte en latency budgets dat toelaten.
Snellere beschikbaarheid van wavelength-gebaseerde diensten: capaciteit uitbreiden door extra wavelengths te activeren in plaats van fysieke connectiviteit opnieuw op te bouwen (waar van toepassing).
Vier routes naar AI‑waarde
AI is in korte tijd uitgegroeid van experimentele technologie tot een strategische bedrijfskeuze om autonomie, snelheid en concurrentiekracht te borgen.
Organisaties die vandaag nadenken over hun AI strategie, staan niet zozeer voor een technologische vraag, maar voor een richtinggevende keuze: waar ontstaat waarde, en onder welke voorwaarden?
In de praktijk zie ik vier hoofdstromen ontstaan. De eerste is AI vanuit hyperscalers, gedreven door schaal, snelheid en toegang tot krachtige modellen. Deze route is aantrekkelijk voor generieke toepassingen en snelle innovatie, maar vraagt om scherpe keuzes rondom data eigenaarschap en kostenbeheersing. De tweede stroom richt zich op AI voor klantinteractie: van virtuele assistenten tot gepersonaliseerde dienstverlening. Hier draait het om ervaring, vertrouwen en consistentie over kanalen heen.
De derde hoofdstroom ligt dichter bij de kern van de organisatie: AI voor operations. Denk aan optimalisatie van IT beheer, supply chains en bedrijfsprocessen. Juist hier bewijst AI zijn waarde door efficiëntie, voorspelbaarheid en continuïteit te verbeteren. Maar naarmate AI dieper doordringt in kritische processen, groeit ook de behoefte aan controle, transparantie en betrouwbaarheid.
Lokale AI-factories
Dat verklaart de opkomst van een vierde route: soevereine, lokale AI-factories. Steeds meer organisaties willen AI inzetten op hun eigen voorwaarden, met grip op data, modellen en infrastructuur. Niet vanuit angst, maar vanuit verantwoordelijkheid. In die context verschuift het gesprek van ‘wat is mogelijk?’ naar ‘wat levert aantoonbaar waarde op?’. Waar workloads voorheen werden beoordeeld op basis van R-scoring, verschuift dit naar een soevereiniteitsgedreven benadering waarbij een sovereignty score (SEAL-level) leidend wordt.
SEAL ontwikkelt zich daarbij tot een praktisch framework - of beslissingsmatrix - om de mate van soevereiniteit van workloads te bepalen en directe sturing te geven aan architectuur- en platformkeuzes, in lijn met toenemende regelgeving zoals NIS2, DORA en GDPR. Op basis hiervan ontstaat een nieuwe realiteit: geen traditionele multi-cloud strategie, maar een Sovereign Cloud Strategy, waarin per workload de optimale combinatie van

hyperscalers, soevereine hostingpartners en (open of soevereine) AI-platformen wordt gekozen.
1.200 use cases
Daarom werken we niet vanuit losse ideeën, maar vanuit een breed palet van meer dan 1.200 bewezen use cases. Samen met de klant selecteren we daaruit tien gegarandeerde, outcome based use cases waar daadwerkelijk businesswaarde tegenover staat. De organisatie stemt vervolgens op de vier meest relevante. Door deze enkelvoudige use cases slim te combineren, ontstaat een agentic AI structuur: een samenhangend geheel van samenwerkende AI agents dat stap voor stap kan worden uitgebreid, zonder vooraf alles vast te leggen.
Cruciaal daarbij is dat data modellering geen bijzaak is, maar een structurele discipline. Alleen wanneer brondata eenduidig, betrouwbaar en contextueel correct is ingericht, kan AI consistente en voorspelbare resultaten leveren. AI versnelt, maar data bepaalt de richting. Wie dat begrijpt, maakt van AI geen experiment, maar een strategisch fundament voor duurzame groei.
De levenscyclus van een hybrid datacenter
Hybride datacenters ontstaan zelden uit één groot ontwerp. Nieuwe applicaties, veranderende eisen en technologische keuzes zorgen ervoor dat infrastructuur zich stap voor stap ontwikkelt. Daardoor verschuift de blik van losse projecten naar een doorlopend proces waarin ontwerp, bouw, integratie en beheer elkaar beïnvloeden. Wie het landschap wil begrijpen, kijkt naar de samenhang tussen die fases.
Ontwerp als vertrekpunt
De eerste fase draait om keuzes die verder gaan dan techniek. Data, governance en afhankelijkheden bepalen hoe flexibel een hybride omgeving zich later kan aanpassen. Architectuur verschuift daarbij van een eindbeeld naar een raamwerk dat groei mogelijk maakt.
In deze fase ontstaat ook het fundament voor security en kostenbeheersing. Wanneer strategie en ontwerp samenkomen, groeit een omgeving die ruimte laat voor nieuwe workloads zonder dat het overzicht verloren gaat. Beslissingen die hier worden genomen, blijven vaak lang zichtbaar in de rest van het traject.
Bouw en migratie
Wanneer plannen werkelijkheid worden, verandert de dynamiek. Legacy-systemen blijven onderdeel van het landschap, terwijl nieuwe platformen hun plek vinden. Bouw en migratie brengen verschillende werelden samen en vragen om duidelijke regie over verantwoordelijkheden en afhankelijkheden. Migratie verloopt zelden volgens een vast patroon. Workloads verschuiven, applicaties worden aangepast en infrastructuur krijgt nieuwe lagen. Het hybride landschap ontwikkelt zich gaandeweg, met keuzes die steeds opnieuw worden afgewogen op basis van performance, risico en beheerbaarheid.


Integratie met cloudplatforms
Integratie vormt een kantelpunt in de levenscyclus. Cloudplatforms brengen schaal en flexibiliteit, terwijl bestaande infrastructuur stabiliteit en voorspelbaarheid biedt. Identity, netwerk en security verbinden die domeinen tot één werkend geheel.
Samenhang ontstaat wanneer integratie onderdeel is van een bredere architectuurvisie. Observability, governance en automatisering krijgen hier een vaste rol, waardoor hybride omgevingen overzichtelijk blijven terwijl ze groeien. Integratie draait daardoor net zo goed om samenwerking tussen teams als om technologie.
Beheer en optimalisatie
Na migratie en integratie verschuift de aandacht naar continu beheer. Nieuwe applicaties, veranderende regelgeving en verschuivende workloads zorgen voor een omgeving die voortdurend in beweging blijft. Monitoring en analyse geven inzicht in gebruik en performance, waardoor keuzes steeds verder worden verfijnd.
Optimalisatie speelt zich af op meerdere niveaus tegelijk. Kostenmodellen worden bijgesteld, workloads veranderen van plek en securitybeleid evolueert mee met het landschap. Hybride infrastructuur vraagt daardoor om een werkwijze waarin overzicht en samenwerking centraal staan.
Een doorlopend proces
Hoewel de levenscyclus vaak als een reeks stappen wordt weergegeven, lopen de fases in de praktijk door elkaar heen. Inzichten uit beheer leiden tot nieuwe ontwerpkeuzes, terwijl integratie invloed heeft op toekomstige migraties. De kracht van een hybride aanpak ligt in het vermogen om die bewegingen met elkaar te verbinden.
Voor organisaties groeit hybride daarmee uit tot een manier van werken waarin flexibiliteit en regie samenkomen. De levenscyclus vormt geen eindpunt, maar een continu proces waarin keuzes steeds opnieuw worden bekeken en aangepast.
Lifecycle management begint met een eerlijk gesprek
Elja de Bruin is solution architect bij NTT DATA en houdt zich al bijna twaalf jaar bezig met datacenterinfrastructuur. Haar specialiteit: klanten helpen bepalen wat er moet gebeuren met de IT die ze al hebben. Dat klinkt behapbaar, maar in de praktijk rolt er al snel een veel groter vraagstuk uit.
Lifecycle management draait in de kern om twee vragen: wat heb je staan en wat wil je ermee?
De Bruin en haar team kijken bij bestaande klanten bijna een jaar vooruit om te bepalen of vervanging nodig is. “Als je kijkt: je spullen staan er nu al zo lang, wordt het tijd dat je gaat veranderen? En als je gaat veranderen, zijn de technieken in die paar

jaar zodanig veranderd dat je er gewoon over moet praten.” Soms resulteert dat in een standaard vervangingsslag, soms in een beslissing om hardware nog wat langer te gebruiken. Maar steeds vaker leidt het gesprek tot een volledig herontwerp van de omgeving.
VMware als katalysator
De ontwikkelingen rond Broadcom en VMware geven het lifecycle-vraagstuk een extra dimensie. Wie overweegt af te stappen van VMware, ontdekt al snel dat de keuze voor een andere hypervisor consequenties heeft voor het volledige applicatie- en back-up landschap. “Alles is gecertificeerd tegen bepaalde technieken, en in het verleden was dat vrijwel altijd VMware,” legt De Bruin uit. Klanten nemen daar ruim de tijd voor: wie volgend jaar licenties moet verlengen, is nu al in gesprek. Migratietrajecten van anderhalf jaar voor het hypervisor landschap zijn geen uitzondering.
Ook de hyperconverged infrastructuremarkt is in beweging. VxRail, lang een populaire oplossing, houdt op te bestaan in combinatie met VMware. Dat dwingt klanten tot andere keuzes, en NTT DATA helpt hen daarin. Per situatie wordt gekeken of KVM-gebaseerde oplossingen volstaan, of dat bestaande Microsoftlicenties recht geven op Hyper-V zonder dat de klant hier extra kosten voor hoeft
te maken. “Als dat technieken zijn die al bekend zijn, is de migratie soms heel makkelijk te doen en kun je die combineren met vervanging van hardware die toch al op stapel stond.”
Meer met minder
De markt dwingt organisaties tot scherpere keuzes. Budgetten staan onder druk, tijdslijnen voor besluitvorming worden langer en de techniek verandert snel. “Vroeger groeiden de bomen tot in de hemel. Dat is nu anders.” Deelvervangingen in plaats van volledige migraties, hardware langer uitzingen, slimmer omgaan met data: het zijn allemaal antwoorden op dezelfde vraag. Hoe richt je je landschap zo in dat de impact van de volgende vervangingsslag zo klein mogelijk is?
Lifecycle management is daarmee zelden een op zichzelf staand traject. Via de SDI-portal van NTT DATA krijgen klanten inzicht in end-of-life, end-ofsale en end-of-service-informatie van meerdere leveranciers tegelijk. Dat maakt de gesprekken structureler en voorkomt dat beslissingen onder tijdsdruk worden genomen. “Het is niet een one-off, maar iets wat constant en permanent beschikbaar komt.” En daarmee is lifecycle management niet een one-off maar iets waar klanten permanent naar zouden moeten kijken.
Lifecycle management is geen oneoff, maar een constante cyclus die permanent moet zijn ingeregeld.
GILBERT
Partnerschap werkt drie kanten op
Gilbert van Hemert is sales specialist bij NTT DATA en houdt zich bezig met de vraag hoe je als reseller onderscheidend bent in een markt waar vrijwel iedereen dezelfde merken kan leveren. Zijn antwoord: door partnerships serieus te nemen, AI laagdrempelig te maken en creatief om te gaan met budgetvraagstukken.
NTT DATA werkt bewust met een select aantal strategische partners: NetApp, Cisco, Dell, Nvidia, Broadcom en Rubrik. Niet omdat er geen alternatieven zijn, maar omdat focus de basis is voor echte specialisatie. Van Hemert gaat bij klanten dan ook niet het gesprek aan over welk merk het rek in gaat. “Die klant heeft een behoefte, misschien wel een probleem. Dat wil hij opgelost hebben.” Pas als duidelijk is wat er nodig is, volgt de keuze voor een fabrikant. Soms passen meerdere merken en dan telt cultuurfit, beheerervaring en wat er al in huis staat. Partnerschap gaat daarin drie kanten op: NTT DATA verwacht van fabrikanten niet per se leads, maar gezamenlijke proposities, gedeelde marktkennis en afspraken die vooral de klant ten goede komen.
AI zonder grote investering vooraf
Eén van de concrete resultaten van dat partnerschap is de NTT AI-pod: een kant-en-klare, multi-vendor oplossing met Cisco-networking, Dell-compute en NetApp-storage, inclusief open source enterprise AI-software. De pod kan bij klanten worden neergezet en is bedoeld als laagdrempelige manier om met AI te beginnen, op afdelingsniveau.
Want dat is waar het vastzit. AI stond nooit op de begroting. Lifecycle-vervangingen worden doorgaans vijf jaar vooruit gepland en gebudgetteerd, AI niet. “Waar moet dat geld dan vandaan komen? Uit het innovatiepotje? Het CapEx-potje?” Door de pod aan te bieden als vast maandbedrag in een OpEx-model, omzeilt NTT DATA die discussie. Klanten beginnen klein, als
een proof of concept, op één afdeling, en laten de toepassing als een olievlek groeien zodra collega’s de voordelen zien. Zo wordt shadow AI, waarbij medewerkers bedrijfsdata uploaden naar publieke AItools, voorkomen.
Financieren van de restwaarde als budgetsleutel
Voor organisaties met beperkte investeringsruimte biedt NTT DATA aanvullende financieringsopties, zoals het financieren van de restwaarde van (delen van) de bestaande infrastructuur. Hiermee kan direct liquiditeit worden vrijgemaakt, die klanten vervolgens kunnen inzetten voor innovatie of vernieuwing. “De middelen die hierdoor beschikbaar komen, kunnen organisaties gericht herinvesteren in hun ITtransformatie,” licht Van Hemert toe. Het model werkt ook andersom: wie nieuwe hardware nodig heeft, kan die evengoed in een OpEx-constructie afnemen in plaats van een grote CapExinvestering. Combineer dat met de data waste en optimalisatie assessment, waarbij ook het hypervisor-landschap in kaart wordt gebracht, en NTT DATA heeft een compleet beeld van wat er draait, wat het kost en waar ruimte te winnen valt. Van Hemert: “Daarmee kunnen we ook besparingen realiseren op licentiegebied, waardoor er meer budget vrijkomt voor lifecycle-vervangingen.”
“
Het gaat erom het geld op de juiste plek vrij te spelen zodat innovatie wél mogelijk wordt.

Van inzicht naar ruimte voor innovatie
Voor Van Hemert draait het uiteindelijk om één ding: klanten helpen om beweging te creëren. Door slim om te gaan met OpEx en CaPex-constructies, restwaarde en optimalisatie, ontstaat er financiële ruimte voor ontwikkeling. Juist voor die projecten die hoog op de prioriteitenlijst staan, maar tot nu toe stranden op budget. “Vaak is het idee er al,” zegt hij, “het gaat erom het geld op de juiste plek vrij te spelen zodat innovatie wél mogelijk wordt.”
Global Data Centers
Van ambities naar operatie – door achteruit te redeneren
Uw digitale landschap opschalen in Europa snel, schaalbaar
Organisaties voelen de spanning tussen snelle businessdynamiek en duurzame IT-keuzes: terwijl de business snel experimenteert en bijstuurt, vraagt IT om robuuste beslissingen over infrastructuur, platforms en datacenters die jarenlang meegaan.
De uitdaging is wendbaar blijven zonder te verzanden in complexiteit, legacy of oplopende kosten. Daarom is het antwoord zelden een ‘big bang’, maar een stapsgewijze evolutie vanuit het gewenste einddoel, ondersteund door het NTT DATA 6 Fase IT Service Management Evolutiemodel met een co-managed blauwdruk waarin eigenaarschap per architectuuronderdeel bij de klant, bij NTT DATA of gedeeld kan liggen, met uitvoering door experts, AI of een combinatie.
De
Werken van achter naar voren: begin bij fase 6
In gesprekken met klanten starten wij bewust niet bij de huidige infrastructuur, maar bij de vraag: “Welke mate van verantwoordelijkheid, flexibiliteit en voorspelbaarheid wil je uiteindelijk bereiken?”

Snellere, voorspelbare resultaten klant gericht maatwerk Europa gevalideerde beheersmaatregelen, helder traject richting een ondersteuning van planning
Vanuit dat eindbeeld bepalen we samen welke stappen logisch, haalbaar en waardevol zijn. Ongeacht waar of hoe het datacenterprogramma ondersteuning nodig heeft, wij sluiten onze co managed services naadloos aan op die behoefte.
Wie wij bedienen
zes fasen uitgelegd – toegepast op het hybride datacenter
Fase 1 – Technology
De basis op orde
In deze fase draait het om een betrouwbare technische fundering. NTT DATA levert en implementeert bewezen technologieën voor het datacenter, inclusief ontwerp, installatie en kennisoverdracht. Dit is het startpunt voor organisaties die stabiliteit nodig hebben voordat zij kunnen moderniseren.
Waarde: een robuuste infrastructuur die klaar is voor verdere stappen.
Fase 2 – Maintenance
Zekerheid en continuïteit
Met onderhouds- en supportdiensten wordt de beschikbaarheid van de hybride datacenteromgeving geborgd. Monitoring, SLA’s en lifecycle-beheer zorgen voor rust in de operatie en voorspelbare prestaties. Waarde: gemoedsrust en minimale downtime.
Fase 3 – Operate Services
Ontzorgen waar het kan
Operationele ITIL processen zoals incident-, change- en problemmanagement worden (deels) uitbesteed. De klant houdt regie, terwijl NTT DATA operationele taken overneemt. Dit creëert ruimte voor innovatie en governance.
Waarde: meer focus op projecten en verbetering, minder operationele druk.
Enterprise organisaties en IT dienstverleners die bedrijfskritische workloads draaien, waarbij veerkracht, prestaties en voorspelbare schaalbaarheid essentieel zijn — in zowel gevestigde als opkomende Europese markten.
Fase 4 – Platform Services
Standaardisatie en schaalbaarheid
In deze fase verschuift de focus naar platformgedreven dienstverlening. Het hybride datacenter wordt beheerd als een gestandaardiseerd platform, inclusief automatisering, rapportage en voorspelbare kostenmodellen.
voor beschikbaarheid en functionaliteit van één of meerdere IT domeinen binnen het hybride datacenter. Governance, standaardisatie en demand supply sturing worden cruciaal.
Waarde: efficiëntie, kostenreductie en maximale businessfocus.
Waarom samenwerken met Global Data Centers
Fase 6 – Full ITO Solution
Volledige flexibiliteit en OPEX
Consistent waar nodig, flexibel waar het telt — wereldwijde standaarden met lokale keuzemogelijkheden, inclusief geavanceerde vloeistofkoeling, voor snellere en voorspelbare oplevering.
Waarde: schaalbaarheid, transparantie en kostenbeheersing.
Fase 5 – Operational Responsibility
Resultaatverantwoordelijkheid
NTT DATA wordt end to end verantwoordelijk
De meest volwassen fase: een volledig uitbestede IT-dienstverlening op basis van consumptie. Assets staan niet langer op de balans, en ‘pay per use’ en ‘pay as you grow’ modellen ondersteunen maximale wendbaarheid.
Waarde: ultieme flexibiliteit, directe aansluiting op businessdynamiek.
• AI-kennispartij — Voor ondersteuning bij AI/HPC -uitrol projecten waarbij wij zorgen voor duidelijke overdrachts momenten en snelle implementaties inclusief gestandaardiseerde vloeistof koelingsoplossingen, zonder herontwerp van de faciliteit.
Waarom dit model perfect past bij hybride datacenters
Hybride datacenters bestaan uit een combinatie van on premises, edge en cloud services en vragen daardoor om eenduidig inzicht, eigenaarschap, consistente servicelevels en strakke governance over meerdere technologie-domeinen heen.
• Ingebouwde zekerheid — Controle op Europese richtlijnen met erkende certificeringen.
Het 6-fasen evolutiemodel past hier perfect bij omdat het een pragmatische route biedt om die complexiteit beheersbaar op te bouwen: je kiest per domein, workload of businessunit het passende volwassenheidsniveau, groeit gefaseerd door (van stabiele basis tot consumptiemodellen) en vertaalt ambities naar een realistische roadmap met concrete stappen, afgestemd op businessdoelen, compliance-eisen en investeringsstrategie, zonder flexibiliteit in kosten en schaal te verliezen.
• Duurzaamheid die u kunt verifiëren Klimaat neutrale operatie in 2030; een klimaat neutrale waardeketen in 2040 (SBTi ); efficiëntie by design.
landschap Europa
Uw digitale landschap opschalen in Europa — snel, schaalbaar en veilig


snel, schaalbaar en veilig
schaalbaar en veilig resultaten dankzij onze wereldwijde standaarden en ook voor AI/HPC omgevingen. U profiteert van in beheersmaatregelen, cloud -neutrale connectiviteit, een klimaat neutrale organisatie in 2030/2040 en planning tot 24x7 Remote Hands ondersteuning .
Snellere, voorspelbare resultaten dankzij onze wereldwijde standaarden en klant gericht maatwerk ook voor AI/HPC omgevingen. U profiteert van in Europa gevalideerde beheersmaatregelen, cloud -neutrale connectiviteit, een helder traject richting een klimaat neutrale organisatie in 2030/2040 en ondersteuning van planning tot 24x7 Remote Hands ondersteuning .
Snellere, voorspelbare resultaten dankzij onze wereldwijde klant gericht maatwerk ook voor AI/HPC omgevingen. U Europa gevalideerde beheersmaatregelen, cloud -neutrale helder traject richting een klimaat neutrale organisatie in ondersteuning van planning tot 24x7 Remote Hands ondersteuning
Wie wij bedienen
Wie wij bedienen
EMEA: Data centers - 47 | 8 IT Load - 420+MW | 210+MW
Enterprise organisaties en IT dienstver
Snellere, voorspelbare resultaten dankzij onze wereldwijde standaarden en klant gericht maatwerk ook voor AI/HPC omgevingen. U profiteert van in Europa gevalideerde beheersmaatregelen, cloud -neutrale connectiviteit, een helder traject richting een klimaat
Enterprise organisaties en IT dienstverleners die bedrijfskritische workloads draaien, waarbij veerkracht, prestaties en voorspelbare schaalbaarheid essentieel zijn — in zowel gevestigde als opkomende Europese markten.
ondersteuning van planning tot 24x7 Remote Hands ondersteuning
Waarom samenwerken met Global Data Centers
Wie wij bedienen
Consistent waar nodig, flexibel waar het telt — wereldwijde standaarden met lokale keuzemogelijkheden, inclusief geavanceerde vloeistofkoeling, voor snellere en voorspelbare oplevering.
Enterprise organisaties en IT dienstverleners die bedrijfskritische workloads draaien, waarbij veerkracht, prestaties en voorspelbare schaalbaarheid essentieel zijn — in zowel gevestigde als opkomende Europese markten.
• Cloud -neutrale connectiviteit

• AI-kennispartij — Voor ondersteuning bij AI/HPC -uitrol projecten waarbij wij zorgen voor duidelijke overdrachts momenten en snelle implementaties inclusief gestandaardiseerde vloeistof koelingsoplossingen, zonder herontwerp van de faciliteit.
Waarom samenwerken met Global Data Centers
DWDM Metro Connect + Cloud Connect op een Tier -1 -backbone voor low -latency multi -cloud oplossingen.

• Ingebouwde zekerheid — Controle op Europese richtlijnen met erkende certificeringen.
• Ingebouwde zekerheid — Controle op Europese richtlijnen met erkende certificeringen.
Consistent waar nodig, flexibel waar het telt — wereldwijde standaarden met lokale keuzemogelijkheden, inclusief geavanceerde vloeistofkoeling, voor snellere en voorspelbare oplevering.
• Cloud-neutrale connectiviteit DWDM Metro Connect + Cloud Connect op een Tier -1 -backbone voor low -latency multi -cloud oplossingen.
voor low -latency multi -cloud oplossingen.
Uw directe contactpersoon
Uw directe contactpersoon
• Eén partner van begin tot eind van planning en migraties tot 24x7 Smart/Remote Hands.
• Duurzaamheid die u kunt verifiëren Klimaat neutrale operatie in 2030; een klimaat neutrale waardeketen in 2040 (SBTi ); efficiëntie by design.
• Eén partner van begin tot eind van planning en migraties tot 24x7 Smart/Remote Hands.
• Duurzaamheid die u kunt verifiëren Klimaat neutrale operatie in 2030; een klimaat neutrale waardeketen in 2040 (SBTi ); efficiëntie by design.
• AI-kennispartij — Voor ondersteuning bij AI/HPC -uitrol projecten waarbij wij zorgen
• Eén partner van begin tot eind van planning en migraties tot 24x7 Smart/Remote Hands.
Voor alle datacenter -gerelateerde kansen kunt u contact opnemen met het NTT Data salesteam:
Voor alle datacenter -gerelateerde kansen kunt u contact opnemen met het NTT Data salesteam:
Voor kansen

dc.emea.sales@global.ntt
dc.emea.sales@global.ntt




Dutch IT.com is de strategisch mediapartner voor de Nederlandse IT-sector. We helpen jou je impact te vergroten door met relevante content de juiste doelgroep te bereiken en je netwerk te versterken. Kom ook aan boord!



