Skip to main content

Embuild Magazine NL maart 2026

Page 1


MAART 2026

Maandblad van en voor de aannemer en de installateur Uitgave van Embuild • Kunstlaan 20, 1000 Brussel • afgiftekantoor Gent X • 6 euro

DOSSIER : DE VERGUNNINGENPROBLEMATIEK

REBUILD BELGIUM

Focus op de stand van zaken op het vlak van huisvesting

BOUWFORUM

Evenement in het teken van de heropbouw van België

INNOVATIETRIP

Met Embuild Vlaanderen ‘on the road’ door Nederland

SCHRIJF JEIN

Rebuild Belgium

België staat voor de grootste bouw- en renovatiegolf sinds de Tweede Wereldoorlog. Dat zijn geen holle woorden, maar een harde realiteit. Vele woningen, gebouwen en infrastructuur zijn gebouwd voor 1970 en zijn bijgevolg versleten. Daarbovenop breekt de vergrijzing nu echt volop door: tegen 2050 stijgt het aantal 65-plussers met een derde, verdubbelt het aantal 85-plussers en telt ons land 800.000 extra inwoners. De vraag is dus niet of we moeten bouwen en renoveren. De vraag is hoe snel en efficiënt we dat kunnen doen.

Vandaag telt België 5,7 miljoen woningen. Slechts 5 procent haalt nu al de energienormen van 2050. Dat betekent dat meer dan 5,2 miljoen huizen en appartementen grondig moeten worden aangepakt in de komende kwarteeuw. Vandaag renoveren we minder dan 1 procent per jaar. Dat tempo moet maal vijf. Alsof dat niet volstaat, moeten er ook nog eens 900.000 woningen bijkomen. De woonvraag stijgt nu al, niet in een verre toekomst.

Ook ons publiek patrimonium kraakt. Scholen, ziekenhuizen, woonzorgcentra en gevangenissen zijn gemiddeld een halve eeuw oud. 95 procent voldoet niet aan de energienormen van morgen. Tegelijk groeit de nood aan extra capaciteit. Vooral in de ouderenzorg, waar het aantal plaatsen met een derde zou moeten stijgen, terwijl de sector al onder druk staat.

En dan is er nog de infrastructuur. Bijna 5.000 kilometer snelwegen en gewestwegen moeten volledig worden vervangen of zwaar gerenoveerd. Bruggen en tunnels volgen hetzelfde patroon. Uitstel is hier geen besparing. Het is een factuur die later des te zwaarder terugkomt.

Die gigantische bouwopgave zal onze samenleving hertekenen. En ja, die biedt ook een ongelooflijke economische kans.

De bouw- en installatiesector beschikt over de kennis, de mensen en de innovatiekracht om deze transitie te dragen. Wat ontbreekt, is een stabiel kompas. Vandaag botsen ondernemers op versnipperde regels, tergend trage vergunningen en flipflopbeleid. De overheid moet een betrouwbare partner zijn. Met duidelijke doelen, stabiele regelgeving, voldoende budgetten en een realistische timing. Beleidskeuzes moeten vertrekken van de realiteit op het terrein, in dialoog met wie ze moet uitvoeren.

Na de Tweede Wereldoorlog werd dit land heropgebouwd dankzij visie en samenwerking tussen overheid en bouwondernemingen. Vandaag staan we opnieuw op een kruispunt. Onze oproep is eenvoudig en dringend. Creëer een coherent en voorspelbaar kader. Versnel procedures. Maak renovatie en nieuwbouw haalbaar voor gezinnen en bedrijven. Beschouw de bouwsector als een partner in beleid. Want dit gaat over meer dan baksteen en beton. Dit gaat over vertrouwen, over de keuze om vooruit te bouwen. De werf ligt open. Nu nog de moed om die samen aan te pakken.

Niko Demeester CEO Embuild

" Na de Tweede Wereldoorlog werd dit land heropgebouwd dankzij visie en samenwerking tussen overheid en bouwondernemingen."

BOUWFORUM IN TEKEN VAN HEROPBOUW VAN BELGIË

3 ● Edito

Rebuild Belgium.

7 ● Regionaal standpunt Eindelijk een Brusselse regering. En nu?

EVENEMENT

8 ● BouwForum

Evenement in teken van heropbouw van België.

BOUWBELANGEN

12 ● Rebuild Belgium

Focus op de stand van zaken op het gebied van huisvesting.

14 ● 80 jaar Embuild 6% btw : het resultaat van 25 jaar belangenverdediging.

16 ● Sociaal

Sectoraal akkoord PC 124 voor de jaren 2025-2026.

18 ● Beleid

Interview met minister Vincent Van Peteghem.

21 ● KMO-plan 2025

Wat valt er te onthouden voor de bouwsector?

DOSSIER

23 ● Inleiding

De vergunningenproblematiek.

“België kraakt in zijn voegen. Maar tegelijk is dit een kantelmoment. Embuild zet vandaag de toekomst van België in de steigers”, met deze woorden leidde VRT-anker Hanne Decoutere het Bouwforum van 2026 in en verwelkomde zij de circa 700 deelnemers. Dit BouwForum stond in het teken van Rebuild Belgium, de grootste bouwopgave sedert de tweede wereldoorlog. Maar tegelijk blikte het BouwForum terug op het 80-jarig bestaan van Embuild, zonder haar toekomstige ontwikkeling te vergeten.

DOSSIER: DE VERGUNNINGENPROBLEMATIEK

Ook al zijn ze voor het jaar 2025 voor gans België nog niet beschikbaar, zijn de statistieken over de bouwvergunningen nog nooit zo laag geweest sinds het jaar 2000. Deze daling van de vraag baart de sector grote zorgen, terwijl België de komende jaren voor een grote woonbehoefte staat. Daling van de koopkracht, strengere kredietvoorwaarden, stijgende materiaalprijzen, steeds strengere normen… Verschillende redenen verklaren deze situatie. Daarbij komen nog de administratieve lasten, die de realisatie van een project maar al te vaak vertragen. Tegen deze achtergrond nemen de gewesten initiatieven. Welke?

De bouwsector staat voor ongeziene uitdagingen: een krappe arbeidsmarkt, scherpere duurzaamheidsdoelstellingen, digitalisering en industrialisering die razendsnel evolueren. Tegelijk is dit een periode van unieke kansen voor wie bereid is over de grenzen heen te kijken. Tijdens een tweedaagse reis heeft Embuild Vlaanderen een 30-tal bedrijfsleiders en managers van Belgische en Vlaamse bouwbedrijven laten kennismaken met koplopers in Nederland op het vlak van hoogbouw, circulair en modulair bouwen, robotisering en digitale transformatie.

HET OUDE VOETBALSTADION VAN WAVER WORDT DE BELFIUS HOCKEY ARENA

Van 15 tot 30 augustus 2026 is er het WK hockey voor mannen en vrouwen in Nederland en België. Twee steden zijn gastheer: Amsterdam en Waver. In deze gemeente in Waals-Brabant is het oude Justin Peeters-stadion helemaal opgeknapt en groter gemaakt voor de competitie. Ons lid Socatra is er aan het werk. Het resultaat: een prachtig stadion met 4.000 zitplaatsen dat nu de ‘Belfius Hockey Arena’ heet. Dit nieuwe nationale stadion wordt op 1 april geopend.

24 ● Context

Aangepast vergunningenbeleid moet bouwactiviteit opnieuw aanzwengelen.

26 ● Vlaanderen

Adviezen van expertencommissie omgezet in actieprogramma.

29 ● Brussel

6 van de 9 maatregelen in de beleidsverklaring van de nieuwe Brusselse regering gevraagd door Embuild.Brussels.

31 ● Wallonië

Eenvoudigere formulieren en op weg naar digitalisering.

SECTOR & BEROEPEN

34 ● Innovatietrip

Met Embuild Vlaanderen ‘on the road’ door Nederland.

36 ● Knelpuntberoepenlijst 2026

Bouw schreeuwt om vaklui en technici.

38 ● Verjaardag

Thomas & Piron, al 50 jaar helemaal mee met de tijd.

40 ● ReloAD

Eerste sorteerstation ingehuldigd op pilootwerf van BPC.

43 ● Samenleving

Word Laureaat van de Arbeid!

44 ● Buildwise

• Renovatie van een spouwmuur met een ETICS: aansluiting met een hellend dak.

• Ruimte tussen buitentegels en gevel: simpele afwerking of essentieel detail?

• Betrouwbare en gebruiksklare bouwdetails.

PROJECTEN & BEDRIJVEN

48 ● Project

Het oude voetbalstadion van Waver wordt de Belfius Hockey Arena.

50 ● Ledenvoordelen

Uw lidmaatschap rendeert!

53 ● Bouwmarkt

• Renson

• Wienerberger

54 ● Markant

• Schrijf je in voor de Open Wervendag.

• Cijfer van de maand.

MET EMBUILD VLAANDEREN ‘ON THE ROAD’ DOOR NEDERLAND

Embuild versterkt alle bedrijven actief in de bouw

Een aannemer die lid is van Embuild - de voormalige Confederatie Bouw - mag op beide oren slapen. Er bestaat geen betere partner voor:

• advies

• informatie

• ondersteuning

• belangenbehartiging

• netwerking

• promotie van jouw bedrijf bij het grote publiek onder meer via buildyourhome.be

Word nu lid op embuild.be/nl/lid-worden

Eindelijk een Brusselse regering. En nu?

Na 613 dagen zonder regering, een triest record, heeft Brussel eindelijk een uitvoerende macht en een Gewestelijke Beleidsverklaring (GBV). Voor onze bedrijven is dat vooral een opluchting: het ontbreken van een volwaardige regering leidde tot betalingsachterstanden, een gebrek aan opdrachten en een onhoudbare administratieve verlamming.

Op papier is deze GBV echt revolutionair: de termijnen voor vergunningen worden gehalveerd, stedenbouwkundige en milieuvergunningen worden samengevoegd en er komt een eenmalige bevrijdende stedenbouwkundige aangifte. Als je bedenkt dat een vergunning in Brussel gemiddeld vier jaar en tien maanden op zich laat wachten, terwijl de wettelijke termijn maar een paar maanden is, besef je hoe groot de werf is. Meer dan een miljoen vierkante meter aan projecten zijn geblokkeerd. Als de nieuwe regering haar woord houdt, is dit een historische ommekeer.

Maar naast deze beloften zijn er ook veel alarmsignalen. Door de opschorting van metrolijn 3 loopt onze sector aanzienlijke opdrachten mis en krijgt Brussel niet de infrastructuur die een hoofdstad waardig is. Door de bevriezing van braakliggende terreinen worden zo'n 800 woningen geblokkeerd, terwijl 62.000 gezinnen wachten op een sociale woning. Wat de Renolution-premies betreft, maakt de abrupte afschaffing ervan, ten gunste van renteloze leningen, bedrijven die al vier jaar door de crisis zijn getroffen, nog kwetsbaarder. Ter herinnering: 2.710 faillissementen in 2025, een absoluut record.

Op de vrije woningmarkt veroorzaken de wildgroei van soms tegenstrijdige normen en de opeenstapeling van beperkingen een spectaculaire daling van het

aantal nieuwbouwrealisaties, dat vorig jaar nog maar 1% van het aantal transacties uitmaakte. Dit leidt automatisch tot onevenwichtigheden op de markt, vooral wat huurwoningen betreft. Dit terwijl de bouw van sociale en geconventioneerde woningen moeite heeft om aan de vraag te voldoen.

De meest opvallende paradox betreft de energetische renovatie. Het gewest houdt vast aan de deadline van 2033 om energieverslindende woningen (270.000 te renoveren woningen) uit te bannen, maar schrapt de middelen om dit te bereiken. Dit betekent dat het huidige renovatietempo zou moeten worden verviervoudigd. Het gaat om een potentieel van 20.000 banen die, in een korte keten, de lokale economie ten goede zouden kunnen komen en daarbij terugverdieneffecten zouden kunnen hebben voor de gewestelijke begroting. Maar we mogen de markt niet om zeep helpen voordat ze van de grond komt.

Onze boodschap aan de regering van Boris Dilliès is duidelijk: de sector is klaar om te bouwen, te renoveren en te verbouwen. Maar vertrouwen kun je niet afdwingen, dat moet je stap voor stap opbouwen. Embuild.Brussels staat klaar om daaraan te werken.

Alexandre De Cesco Voorzitter Embuild.Brussels

" Het gewest houdt vast aan de deadline van 2033 om energieverslindende woningen (270.000 te renoveren woningen) uit te bannen, maar schrapt de middelen om dit te bereiken."

Bouwforum in teken van heropbouw van België

“België kraakt in zijn voegen. Maar tegelijk is dit een kantelmoment. Embuild zet vandaag de toekomst van België in de steigers”, met deze woorden leidde VRTanker Hanne Decoutere het Bouwforum van 2026 in en verwelkomde zij de circa 700 deelnemers. Dit BouwForum stond in het teken van Rebuild Belgium, de grootste bouwopgave sedert de tweede wereldoorlog. Maar tegelijk blikte het BouwForum terug op het 80-jarig bestaan van Embuild, zonder haar toekomstige ontwikkeling te vergeten.

Het BouwForum startte met een gesprek met Karl Neyrinck, voorzitter van Embuild. Hij beloofde het engagement van zijn voorganger Christophe Maes voort te zetten en vooral het traject ‘Embuilding The Future’ verder af te werken. “Dat betekent voor de beroepsorganisatie vooral twee zaken: meer doen met minder middelen en sterk focussen op procesinnovatie”, aldus Karl Neyrinck.

Periode van stagnatie

Volgens Karl Neyrinck beleeft de bouw momenteel een periode van stagnatie. Vooral de woningbouw kampt met grote problemen terwijl er een hoge nood aan woningen bestaat. Tegelijk had hij een boodschap voor de po-

" Embuilding the Future heeft tot doel om in het huis met vele kamers dat Embuild is, meer onderling overleg tot stand te brengen."

litiek. Hij pleitte vooral voor meer stabiliteit en meer in het bijzonder voor het behoud van het huidige voor de bouw gunstigere btw-regime. Daarnaast brak hij een lans voor vereenvoudiging. Bouwbedrijven en overheden moeten meer oplossingsgericht samenwerken en sneller kunnen schakelen, zoals in Nederland.

Ambitieus actieplan voor Embuild

Vorig jaar werden de kiemen gelegd voor het ambitieus actieplan Embuilding The Future. Dit plan moet de werking van de beroepsorganisatie verder verbeteren. Daarbij komt het erop aan voor de leden een grotere meerwaarde te creëren, nieuwe diensten te ontwikkelen en problemen meer gebundeld aan te pakken. Tom Willemen, uitvoerend voorzitter van Willemen Groep, en Christophe Cardinael, CEO van Dherte, gingen daar in een tweegesprek dieper op in.

Tom: “Embuilding the Future heeft tot doel om in het huis met vele kamers dat Embuild is, meer onderling overleg tot stand te brengen. De wereld waarin onze leden opereren, is fundamenteel gewijzigd. Het komt er dus op aan de dienstverlening naar de leden ‘futureproof’ te maken. Daarvoor is het ook belangrijk dat Embuild sterk met andere actoren gaat samenwerken, zoals Buildwise.”

Uitrol van het actieplan

Tom legde uit dat in de zomer van 2025 leden en medewerkers van Embuild zijn samengekomen voor een tweedaagse strategische oefening. Vervolgens werd een cockpit met 8 mensen en een stuurgroep van 10 mensen –aannemers en directieleden van Embuild – opgezet om het proces verder op te volgen.

Panelgesprek over Rebuild Belgium met v.l.n.r. Virginie Dufrasne, Vicky Dethier, Gérard Sevrin, Wiet Vande Velde en Hanne Decoutere.

Drie werven worden nu prioritair aangepakt: de hervorming van de bijdragenregeling, de vernieuwing van de dienstverlening en het punt stellen van de interne governance. Tegen de zomer van dit jaar moeten de eerste resultaten zichtbaar zijn. Daarna kunnen nieuwe werven aan bod komen. Samenwerking zal daarbij voorop staan. Een grote fusie van de geledingen zal niet de oplossing zijn.

Meer transparantie en efficiëntie

Christophe pleitte vooral voor een transparante, efficiënte en gedigitaliseerde backoffice. “Op die manier moeten de leden gemakkelijk de juiste persoon vinden die een adequaat antwoord op hun bekommernissen kan bieden.”

Volgens Christophe moet Embuild tegen 2030 de organisatie worden op wiens schouders de leden kunnen steunen, die de angsten van de leden kan opvangen en vertolken naar de ‘decision makers’ in ons land en waarvan de leden blij en fier zijn er deel van uit te maken.

Reflecties over Rebuild Belgium

Na een presentatie van de cijfers van Rebuild Belgium (zie p.12-13 ) volgde een panelgesprek met Virginie Dufrasne (CEO van Lixon), Vicky Dethier (CEO van Dethier), Gérard Sevrin (CEO van Macors) et Wiet Vande Velde (CEO van Energy King) over de realisatie van de enorme bouwopgave die deze cijfers aangeven.

Waarom verloopt die omslag nu zo moeizaam? Virginie betreurde op het vlak van infrastructuurwerken een gebrek aan continuïteit met eerst een forse focus op een ver

Christophe Cardinael, CEO van Dherte (links), en Tom Willemen, uitvoerend voorzitter van Willemen Groep (rechts), gingen dieper in het actieplan Embuilding the Future.

Karl Neyrinck, voorzitter van Embuild.

doorgeslagen ‘green deal’ en recentelijk dan weer een sterke klemtoon op de militaire versterking.

Gérard haalde het probleem van de fors gestegen kosten aan en verwees tegelijk naar de complexiteit van de criteria die moeten worden bereikt, in combinatie met de problemen om projecten vergund te krijgen.

Vicky verwees op dit vlak naar de sociale huisvestingsmaatschappijen die eerst duidelijke plannen voorleggen maar die dan in de loop van het vergunningsproces almaar moeten herwerken. Zij hoopte dat de vergunningenrevolutie van minister Jo Brouns (zie p.32) uiteindelijk zal lukken.

Mensen anders inschakelen

DRIE SUCCESVOLLE WORKSHOPS

Voor de plenaire zitting hadden de deelnemers aan het BouwForum de mogelijkheid om drie workshops te volgen. De thema’s waren de volgende: de toepassing van bio-circulaire isolatietechnieken, het gebruik van Tooli (het eerste specifiek voor de bouw ontwikkelde AI-platform) en cyberveiligheid met als boodschap hack de hacker, d.w.z. leer denken als een hacker en bescherm je bedrijf.

En met wie die enorme bouwopgave realiseren? Volgens Gérard moeten we van bepaalde tools meer gebruik maken zoals van de Skills-wedstrijden. De bouw betaalt goed. Maar bepaalde tegemoetkomingen (zoals de getrouwheidszegels) zijn nu in handen van de vakbonden. Die moeten de werkgevers opnieuw in handen krijgen.

Volgens Vicky moeten wij voluit slimmer bouwen. De handenarbeid zal daardoor niet verminderen. Vooral het aantal administratieve jobs zal verdwijnen. Waarom die bedienden dan niet omscholen tot bouwtechnici?

Wiet was van oordeel dat wij niet bang moeten zijn van China als wij maar doorpakken, volop standaardiseren en het modulair bouwen opschalen. Dan zal de bouw meer betaalbaar worden. Want technologie wordt continu goedkoper. Hiervoor is ook continuïteit in het beleid van belang. Continu wisselende btw-tarieven voor warmtepompen zijn illustratief voor hoe het niet moet.

Structurele verbeteringen tegen 2030

Hoe de bouw structureel verbeteren tegen 2030? Vicky rekende daarvoor op een verhoging van de snelheid en slagkracht van de bouw door extra inzet op industriële technologie en door meer kennisdeling via bijvoorbeeld Design & Build.

Wiet pleitte voor een eengemaakt regelsysteem voor gans België (één btw-tarief van 9% voor gans de bouw), voor goedkopere energie en voor een extreme vereenvoudiging. Virginie wenste overheidsopdrachten die zich niet langer toespitsen op de laagste prijs, en Gérard snellere beslissingsprocessen.

Niko Demeester over Rebuild Belgium

Niko Demeester, de CEO van Embuild, sprak na dit panelgesprek. "Het BouwForum is een moment waarop we naar de toekomst kijken. Een plek waar ideeën worden gedeeld en waar de bouw- en installatiesector laat zien wat hij kan. Met 80 jaar ervaring kijkt Embuild samen met jullie naar de grote uitdaging die Rebuild Belgium is", zei hij.

België staat namelijk voor een grote uitdaging: de grootste bouw- en renovatieopdracht sinds de Tweede Wereldoorlog. De CEO van Embuild legde uit dat dit het gevolg is van twee dingen: ten eerste is een groot deel van ons patrimonium 50 tot 75 jaar geleden gebouwd en dus versleten, en ten tweede zal de bevolking tegen 2050 met 800.000 mensen groeien, met een sterke vergrijzing. "Hoe gaan we ervoor zorgen dat al deze mensen onder goede omstandigheden kunnen wonen, werken, zich verplaatsen en zich laten verzorgen?", vroeg Niko Demeester zich af.

Investeringen op alle bouwmarkten

Vandaag telt België 5,7 miljoen woningen. Maar slechts 5% daarvan voldoet aan de energienormen die voor 2050 worden nagestreefd. Meer dan 5,2 miljoen woningen moeten dus de komende 25 jaar grondig worden gerenoveerd. "Het huidige renovatietempo van 1% moet dus met een factor 5 worden verhoogd", zei hij. "Bovendien moeten er 900.000 nieuwe woningen worden gebouwd om aan de vraag te voldoen."

Ook openbare gebouwen (scholen, ziekenhuizen, woonzorgcentra en gevangenissen) zijn verouderd. "95 % van deze gebouwen moeten worden gerenoveerd", aldus Niko Demees-

Slottoespraak van keynote speaker Georges-Louis Bouchez.

ter. Ook de wegeninfrastructuur staat onder druk: duizenden kilometers wegen, bruggen en tunnels moeten dringend worden vervangen of gerenoveerd.

Duidelijk en coherent beleidskader

Rebuild Belgium is een uitdaging, maar ook een economische kans. Onze CEO zei dat de sector klaar is om deze uitdaging aan te gaan, op voorwaarde dat er een stabiel, duidelijk en coherent beleidskader is, zowel op federaal als op gewestelijk niveau.

"Vooral het aantal administratieve jobs zal verdwijnen. Waarom die bedienden dan niet omscholen tot bouwtechnici? "

"Mijn oproep aan de overheden is simpel, maar super dringend. Geef ons een stabiel, coherent en haalbaar kader. Versnel de procedures, zorg voor de nodige budgetten en maak renovatie en nieuwbouw toegankelijk voor particulieren en bouwbedrijven. En beschouw de sector als een partner die oplossingen kan bieden. Als we die keuze maken, bouwen we niet alleen woningen, gebouwen en wegen. We bouwen vertrouwen. Een land waar het goed leven is. En een toekomst waar we allemaal trots op kunnen zijn."

Keynote van Georges-Louis Bouchez

Het hoogtepunt van dit BouwForum was de komst van keynotespeaker Georges-Louis Bouchez, de voorzitter van de MR. De dag nadat er een akkoord was bereikt over de Brusselse regering, kwam de liberaal onze sector toespreken. "Het waren drukke uren, maar ik wilde absoluut naar Embuild komen om voor jullie te spreken", zei Georges-Louis Bouchez meteen, die erg geïnteresseerd was in het thema van het evenement. Een evenement dat, ter herinnering, plaatsvond in Paleis 10 van Brussels Expo. “De Heizelpaleizen zijn trouwens een beetje een afspiegeling van België. We

ONGEVEER 200.000 BEZOEKERS OP BATIBOUW

De 67e editie van Batibouw liep op 15 februari ten einde. Met 198.012 bezoekers in Brussels Expo bevestigt de beurs de dynamiek die al in 2025 werd waargenomen (203.685 bezoekers). « Het slotweekend kende een bijzonder grote toeloop en bekroonde zo een dynamische en sterk mobiliserende editie. Opgevangen reacties van de exposanten wijzen op een duidelijke evolutie van het bezoekersprofiel. Particulieren komen steeds vaker naar Batibouw met concrete projecten en gerichte vragen over bouwen en vooral over renovatie », zo hebben de organisatoren laten weten.

De vijf paleizen, goed voor meer dan 300 exposanten, waren volledig volzet. Verschillende bedrijven konden niet worden opgenomen in de editie van 2026 wegens plaatsgebrek. Deze editie werd ook gekenmerkt door de terugkeer van verschillende toonaangevende merken, waaronder Eggo, Velux, Harol, Novy en AEG. Om in te spelen op deze positieve dynamiek zal de editie 2027 naar zes paleizen uitbreiden en zal de beurs al op vrijdag 12 februari haar deuren openen met een dag die exclusief is voorbehouden aan professionals. De 68e editie van Batibouw vindt plaats in Brussels Expo van 12 tot en met 21 februari 2027.

hebben een grootsheid die voortkomt uit ons verleden, maar als we niet vernieuwen, hebben we een probleem."

Volgens Georges-Louis Bouchez is België op weg naar die vernieuwing. "De federale regering voert hervormingen door die nog nooit eerder zijn doorgevoerd: beperking van de werkloosheid in de tijd, flexibilisering van de arbeidsmarkt, verkorting van de opzegtermijn, terugkeer naar werk... Ik zou nog meer kunnen noemen, maar u kent ze wel. Al deze hervormingen zijn essentieel om België te moderniseren."

Op weg naar meer soevereiniteit

Op internationaal niveau, in een gespannen geopolitieke context, legde hij uit dat 40% van het gas dat in Europa wordt gebruikt uit Rusland komt, dat 90% van de zeldzame aardmetalen (essentieel voor moderne technologieen) uit China komt en dat 70% van de markt voor elektrische auto's Chinees is. "Achter dit alles schuilt de kwestie van soevereiniteit. We moeten meer handelsakkoorden sluiten en keuzes kunnen maken zonder afhankelijk te zijn van anderen."

Enerzijds de energiecapaciteit en anderzijds de industriële capaciteit. "De industrie staat centraal in de economie en het welzijn. Zonder industrie zijn er geen diensten en als de industriële motor niet meer draait, is er geen inkomen meer. In Wallonië is het aandeel van de industriële sector in het bbp in 25 jaar tijd gedaald van 20% naar 11%. Dat is een probleem!"

Minder verplichtingen en snellere vergunningen

Volgens de voorzitter van de MR zal de industriële vernieuwing gebeuren door onder-

"Mijn oproep aan de overheden is simpel, maar super dringend. Geef ons een stabiel, coherent en haalbaar kader."

zoek en ontwikkeling, maar ook door minder wetten/regels en belastingen. "In ons land zijn er meer verplichtingen dan in alle andere delen van de wereld. Een goede regel moet een evenwicht zijn. Bij ons houdt een politicus of politica ervan om een wet te maken die zijn of haar naam draagt. Maar de echte oplossing is het tegenovergestelde: we moeten 10, 20 en zelfs 30% van de wetten afschaffen, want er zijn er veel te veel!"

Hij noemde het voorbeeld van de vergunningen. "Drie, vier en soms zelfs tien jaar wachten op een project is ondraaglijk. De overheid moet dit probleem oplossen. In het Brusselse regeerakkoord staat duidelijk dat de termijnen moeten worden nageleefd. Vandaag de dag is het bouwen van woningen een zaak van algemeen belang." Ons onderzoek in het kader van Rebuild Belgium (zie p.12-13) bevestigt zijn woorden, en dat in de drie gewesten.

Renteloze leningen in plaats van premies

Wat energiebesparende renovaties betreft, gaf de voorzitter van de MR aan dat hij liever een systeem met renteloze leningen ziet dan premies. "Die zorgen voor een meevallereffect en doen niet wat ze moeten doen. In Wallonië zijn ze afgeschaft en in Brussel worden de Renolution-premies ook niet meer gegeven. De renteloze lening is handig voor gezinnen die niet meteen het geld kunnen vinden , en de energiebesparing die de werken opleveren, moet het mogelijk maken om de lening terug te betalen. Deze hervormingen gaan de gewoonten en de manier van werken veranderen."

Volgens de voorzitter van de Franstalige liberalen moeten we een andere manier vinden om met overheidsgeld om te gaan. "We mogen toekomstige generaties geen staat met een tekort nalaten. Op dit moment heeft een baby die in België wordt geboren echter een schuld van 50.000 tot 60.000 euro. Het is alsof we onze kinderen vragen om de rekening te betalen wanneer we in een restaurant zitten. Zo leven we elke dag en we moeten de overheidsfinancien echt weer op orde krijgen." Hij sloot af met: "Bedankt voor jullie inzet! Ik sta klaar om grote projecten te helpen realiseren, zodat België weer zijn plek in Europa kan vinden en Europa zijn plek in de wereld."

Zoals gebruikelijk werd het BouwForum afgesloten met een gezellig netwerkmoment.

Rebuild Belgium : focus op de stand van zaken op het gebied van huisvesting

Ter gelegenheid van zijn 80e verjaardag heeft Embuild een groot onderzoek gedaan naar de stand van zaken op het gebied van woningen, openbare gebouwen en infrastructuur in België. Alle cijfers die onze beroepsfederatie heeft verzameld, geven een idee van de omvang van de taak die de sector de komende jaren te wachten staat. Ze werden voorgesteld tijdens een persconferentie die op 5 februari 2026 een mooi panel van journalisten naar de HUBB, ons hoofdkantoor, lokte. Embuild Magazine zal een reeks artikelen aan deze resultaten wijden. In het eerste artikel focussen we op huisvesting.

Rebuild Belgium. De sector staat voor de grootste bouw- en renovatie-uitdaging sinds de Tweede Wereldoorlog. De taak die onze bedrijven te wachten staat om het land weer op de been te helpen, is echt gigantisch. "Ons kleine jubileum was een mooie kans om terug te kijken op wat er de afgelopen 80 jaar is gebeurd en wat we de komende 25 jaar kunnen verwachten", zei Niko Demeester, de CEO van Embuild

De conclusie is duidelijk: de woningvoorraad is verouderd. "Het tempo van de bouw en renovatie van woningen moet dus flink omhoog. Bovendien zal de bevolkingsgroei de komende decennia extra druk op deze woningen uitoefenen", zei Niko Demeester.

De cijfers bevestigen wat onze CEO zegt. België telt 5,7 miljoen woningen. Die woningen zijn gemiddeld 75 jaar oud. Het resultaat: slechts 5% voldoet aan de energienormen van 2050 en 92% moet tegen 2050 worden gerenoveerd, dat zijn 5,2 miljoen woningen. Het probleem is dat het tempo van die renovaties nu te laag ligt. "Nu wordt er 0,8% per jaar gerenoveerd, ofwel 40.000 woningen, terwijl dat 4% per jaar zou moeten zijn, ofwel 205.000 woningen. Nu worden er elke dag 112 woningen gerenoveerd, terwijl we 574 renovaties per dag nodig hebben. Dat tempo moet vijf keer zo snel", legt de CEO van Embuild uit.

Wat sloop en heropbouw betreft, zal in het huidige tempo 2,5% van de woningen tegen 2050 worden gesloopt en heropgebouwd.

Renoveren en bouwen

Het belang van renoveren enerzijds en bouwen anderzijds. Er is namelijk ook behoefte aan extra woningen. Tegen 2050 komen er 800.000 huishoudens bij. Daardoor zijn er 900.000 extra woningen nodig. Woningen die moeten worden aangepast aan de afnemende omvang van de huishoudens. Het aantal alleenstaanden, eenoudergezinnen en ouderen die langer in hun huis blijven wonen, neemt namelijk toe. "In de komende 25 jaar zal de bevolking van 65 jaar en ouder met een derde toenemen en die van 80 jaar en ouder verdubbelen", zegt Niko Demeester. Ook de vraag naar tweede verblijven neemt toe.

Je snapt het al: de uitdaging om woningen te renoveren en nieuwe te bouwen is enorm. "De cijfers spreken voor zich. België moet zijn woningen op grote schaal vernieuwen. Om de klimaatdoelstellingen te halen en de demografische veranderingen het hoofd te bieden, moeten we op grote schaal bouwen en renoveren", concludeert de CEO van Embuild.

In de volgende kaders geven we een overzicht per gewest.

Tegen 2050 900.000 woningen extra nodig door demografische ontwikkeling

IN WALLONIË VOLDOET 3% AAN DE NORMEN VAN 2050

Brussels

Er zijn 600.000 woningen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Wallonië telt 1,8 miljoen woningen die gemiddeld 90 jaar oud zijn. Slechts 3% voldoet aan de energienormen van 2050 en 96,5% van deze woningen, ofwel 1,7 miljoen, moet worden gerenoveerd. Het renovatietempo bedraagt amper 0,4% per jaar en moet tien keer zo hoog liggen. Nu worden er elke dag 19 woningen opgeknapt, terwijl we er 188 per dag nodig hebben. Als we zo doorgaan, wordt 0,5% van deze woningen tegen 2050 gesloopt en heropgebouwd. We ramen dat er tegen 2050 280.000 extra woningen nodig zijn.

Tegen 2050 zijn er 7 extra ziekenhuizen nodig.

Woningen zijn gemiddeld 90 jaar oud. Wallonië staat voor een grote renovatie- en bouwgolf.

Renovatieritme moet tien keer hoger

Nodig: 188 renovaties per dag.

Vandaag: 19 renovaties per dag.

280.000 nieuwe woningen nodig tegen 2050 door bevolkingsgroei.

Er zijn 1,8 miljoen woningen in Wallonië. 96,5 procent van de woningen is niet klaar voor 2050.

Gevangenissen België telt vandaag 39 gevangenissen. 95 procent moet worden gerenoveerd om te voldoen aan energielabel A. Tegen 2050 zijn er 7 extra ziekenhuizen nodig.

Woningen zijn gemiddeld 90 jaar oud. Brussel staat voor een grote renovatie- en bouwgolf.

Renovatieritme moet vijf keer hoger

Nodig: 62 renovaties per dag.

Vandaag: 12 renovaties per dag.

6 000 nieuwe woningen nodig tegen 2050 door bevolkingsgroei.

Er zijn 600.000 woningen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

94,5 procent van de woningen is niet klaar voor 2050.

Tegen 2050 900.000 woningen extra nodig door demografische ontwikkeling

MET EEN GEMIDDELDE LEEFTIJD VAN 60 JAAR

HEEFT VLAANDEREN MINDER VEROUDERDE WONINGEN

In vergelijking met de twee andere gewesten heeft Vlaanderen de minst verouderde woningen met een gemiddelde leeftijd van 60 jaar. Er zijn er 3,3 miljoen en 7% voldoet aan de energienormen van 2050. 89%, ofwel 3 miljoen woningen, moet worden gerenoveerd. Het renovatietempo is 1% per jaar en zou vier keer zo hoog moeten zijn. Nu worden er elke dag 81 woningen opgeknapt, terwijl we er 325 per dag nodig hebben. Als we zo doorgaan, wordt 4% van de Vlaamse woningen tegen 2050 gesloopt en heropgebouwd. Tegen 2050 moeten er 600.000 extra woningen bij komen.

6.000 EXTRA WONINGEN NODIG IN BRUSSEL TEGEN 2050

Het Brussels Gewest telt 600.000 woningen. Net als in Wallonië zijn ze gemiddeld 90 jaar oud. Slechts 5% voldoet aan de energienormen van 2050 en 94,5%, ofwel 565.000 woningen, moet nog worden gerenoveerd. Het renovatietempo ligt op 0,8% per jaar en zou vijf keer zo hoog moeten zijn. Nu worden er elke dag 12 woningen opgeknapt, terwijl we er 62 per dag nodig hebben. Als we zo doorgaan, wordt 0,5% van de Brusselse woningen tegen 2050 gesloopt en heropgebouwd. Tegen 2050 zijn er 6.000 extra woningen nodig.

Gevangenissen België telt vandaag 39 gevangenissen. 95 procent moet worden om te voldoen aan energielabel Tegen 2050 zijn er 7 extra ziekenhuizen nodig.

Woningen zijn gemiddeld 60 jaar oud. Vlaanderen staat voor een grote renovatie- en bouwgolf.

Renovatieritme moet vier keer hoger

Nodig: 325 renovaties per dag.

Vandaag: 81 renovaties per dag.

600.000 nieuwe woningen nodig tegen 2050 door bevolkingsgroei.

Er zijn 3,3 miljoen woningen in Vlaanderen.

89 procent van de woningen is niet klaar voor 2050.

6% btw : het resultaat van 25 jaar belangenverdediging

Embuild Magazine gaat een reeks van artikelen aan het thema van 80 jaar beroepsorganisatie wijden. Het eerste artikel gaat dieper in op de evolutie van de btw in onze sector. Marleen Porré, fiscaal specialist bij Embuild, is onze gids voor deze terugblik in de tijd. Hierna volgt een stukje geschiedenis over de toepassing van de btw in de bouwsector.

Het recentste wapenfeit op fiscaal vlak is de permanente uitbreiding van het verlaagd btw-tarief van 6% op afbraak en heropbouw tot het volledige Belgische grondgebied en tot bepaalde verkoop- en verhuurprojecten. Dit is geen toevalstreffer maar het resultaat van meer dan twintig jaar consequente belangenverdediging door Embuild.

Volgens Marleen Porré is dat typerend voor hoe beleidswijzigingen tot stand komen: “Belangenverdediging is jaren aan een stuk stug blijven doorwerken, en permanent waakzaam blijven. Je hebt pas een resultaat wanneer een maatregel in een regeerakkoord staat of opgenomen is in een begroting.”

Vandaag bedraagt het normale btw-tarief in de bouwsector 21%, met daarnaast een aantal verlaagde tarieven voor onder meer renovatiewerken, afbraak en heropbouw, scholenbouw en sociale woningbouw. Dat was vroeger anders. “Tot februari 1982 gold er in ons land één btw-tarief van 17% op alle bouwwerken.” Sindsdien is het btw-landschap grondig veranderd, met verlagingen en verhogingen, maar één constante bleef: Embuild bleef ijveren voor een btw-beleid dat de bouwsector ondersteunt en wonen betaalbaar houdt.

Twee constante btw-tarieven zonder wijzigingen

Opvallend is dat twee btw-tarieven al decennialang ongewijzigd zijn gebleven. Het normale tarief van 21% werd sinds het begin van de jaren 1990 niet verhoogd en het verlaagde tarief van 6% voor renovatiewerken aan private woningen bestaat al sinds het midden van de jaren 1980. Dat laatste tarief kwam meermaals onder druk te staan, met plannen om het op te trekken naar 9%, maar Embuild wist dit telkens te voorkomen. Volgens Embuild is dat lage tarief

essentieel om de renovatiegolf die nodig is om tegen 2050 aan de energie- en klimaatdoelstellingen te voldoen, haalbaar te houden. De discussie over vernieuwbouw – de volledige afbraak van een bestaand gebouw gevolgd door heropbouw – gaat terug tot het jaar 2000. In die periode groeide de aandacht voor stadsvernieuwing en het wegwerken van verouderde woonkernen.

Marleen Porré “Maar het lage btw-tarief gold alleen voor renovaties. Daardoor lieten bouwheren vaak een deel van de gebouwschil staan. Dat beperkte de energie-winsten en stimuleerde geen grondige stadsvernieuwing. In veel afgeleefde wijken is afbraak en vervanging door zuinige en comfortabele nieuwbouw een betere oplossing.” Toch bleek een uitbreiding van het 6%-tarief naar vernieuwbouw aanvankelijk politiek en budgettair onhaalbaar.

2007

Vanaf 2000 bleef Embuild aandringen op die uitbreiding. “In het begin was dat een tocht door de woestijn”, vertelt Marleen Porré. “Maar belangenverdediging is herhalen, herhalen en blijven herhalen.” In 2007 kwam er uiteindelijk een doorbraak: het 6%-tarief werd ingevoerd voor vernieuwbouw, zij het met twee belangrijke beperkingen. De maatregel gold alleen in 32 stadsgebieden en enkel voor aannemingswerken, niet voor de verkoop van de heropgebouwde woning. Die beperkingen waren deels ingegeven door Europese btw-richtlijnen, die slechts beperkte afwijkingen toelaten en een verlaagd tarief op nieuwbouw alleen toestaan binnen een sociaal beleidskader. De focus op stadscentra werd door Europa aanvaard, maar leidde volgens Embuild tot onlogische situaties. “De beperking tot de 32 stadsgebieden deed kleinere steden en dorpen uit de boot vallen”, en ook het feit dat verkoop uitgesloten bleef, remde de herwaardering van kernen af. Toch

" Belangenverdediging houdt ook in dat je aan de leden uitlegt waarom het soms lukt en soms niet. De Europese krijtlijnen maken een algemene btwverlaging op alle bouwwerken in de praktijk onmogelijk."

" Embuild heeft een aantal sterke punten. We zijn de enige nationale beroepsorganisatie van bouwbedrijven, en vertegenwoordigen dus Vlaanderen, Wallonië en het Brussels gewest. Bovendien heeft onze belangenverdediging een grote continuïteit."

aanvaardde Embuild het compromis: “Beter een kleine stap vooruit dan géén stap vooruit.”

2008-2010

De financiële crisis van 2008 bracht nieuwe kansen. Embuild pleitte onmiddellijk voor een relance van de woningbouw, met resultaat. In 2009 werd het btw-tarief op een schijf van 50.000 euro voor nieuwbouw tijdelijk verlaagd tot 6%, zowel voor aanneming als voor verkoop. De maatregel werd verlengd tot 2010 en het verlaagde tarief op vernieuwbouw werd tijdelijk uitgebreid tot het hele land, zij het opnieuw alleen voor aannemingswerken. Volgens Marleen Porré toonde die periode de sterktes van Embuild aan: “Embuild heeft een aantal sterke punten. We zijn de enige nationale beroepsorganisatie van bouwbedrijven, en vertegenwoordigen dus Vlaanderen, Wallonië en het Brussels gewest. Bovendien heeft onze belangenverdediging een grote continuïteit.”

Belangenverdediging betekent echter ook uitleggen waarom sommige eisen niet worden ingewilligd. “De Europese krijtlijnen maken een algemene btw-verlaging op alle bouwwerken in de praktijk onmogelijk”, benadrukt Porré, terwijl ook budgettaire beperkingen een rol spelen. Toch maakt België volgens haar maximaal gebruik van de Europese mogelijkheden. “België is de EU-lidstaat die het meeste gebruik maakt van verlaagde btw-tarieven in de bouw. In Noordse landen bijvoorbeeld geldt het normale tarief van 25% voor alle bouwwerken zonder uitzonderingen.”

Na 2010

Na 2010 viel het btw-beleid terug op de regeling van 2007. De bouwsector had de crisis relatief goed doorstaan en nieuwe initiatieven bleven politiek uit. “We moesten opnieuw beginnen aan een tocht door de woestijn”, aldus Porré. “Wanneer een maatregel niet in het regeerakkoord staat, gebeurt er tijdens die legislatuur zelden iets.” Embuild bleef evenwel actief via overleg met beleidsmakers, maar ook via pers, sociale media en sectorevenementen. Sinds 2010 bleef Embuild ononderbroken pleiten voor een verlaagd btw-tarief van 6 % op vernieuwbouw in heel het land, verkoop inbegrepen. In de aanloop naar de verkiezingen van 2019 groeide stilaan de politieke bereidheid. De coronacrisis zorgde uiteindelijk voor de grote doorbraak. In 2020 werd het 6%-tarief tijdelijk uitgebreid tot het volledige Belgische grondgebied voor afbraak en heropbouw. In

" Belangenverdediging is jaren aan een stuk stug blijven doorwerken, en permanent waakzaam blijven. Je hebt pas een resultaat wanneer een maatregel in een regeerakkoord staat of opgenomen is een begroting."

2021 werd het toepassingsgebied, op vraag van de sector, uitgebreid naar professionele actoren en projecten voor langdurige verhuur.

Met de definitieve maatregel in 2024 voor herbouw voor eigen gebruik en verhuur in het hele land kwam er eindelijk extra zekerheid. Wat toen nog ontbrak, was één belangrijk element: ook de verkoop van herbouwde woningen onder het btw-tarief van 6% brengen. Dat is intussen gelukt met het aantreden van de huidige regering begin vorig jaar. Zij zorgde ervoor dat ook de verkoop van herbouwde woningen, zowel voor eigen en enige bewoning als voor verhuur, in aanmerking komt voor het verlaagde tarief. Embuild reageert positief, omdat deze duidelijkheid het vertrouwen bij investeerders versterkt en hen aanzet om opnieuw te investeren in de aannemingssector. Vooral het permanente karakter van de maatregel zorgt voor een stabielere en sterkere bouwmarkt.

Dat betekent niet dat Embuild altijd zijn zin krijgt. “We krijgen soms te horen dat Embuild ‘de pen vasthoudt’ bij het uitwerken van btw-maatregelen, maar zo eenvoudig is het niet”, zegt Porré. “We krijgen niet altijd wat we willen.” Vertrouwen met beleidsmakers is noodzakelijk, maar niet onbeperkt, en voorstellen worden kritisch afgetoetst. “Het enige wat je kan doen is overtuigende voorstellen op papier zetten en daarop blijven hameren langs alle kanalen die ter beschikking staan. Het is jaren aan een stuk stug blijven doorwerken en permanent waakzaam blijven. Je hebt pas resultaat wanneer een maatregel in een regeerakkoord staat.”

Sectoraal akkoord PC 124

voor de jaren 2025-2026

De sociale partners in het paritair comité voor het bouwbedrijf (PC 124) hebben midden januari een sectoraal akkoord gesloten waarin de nieuwe loon- en arbeidsvoorwaarden zijn vastgelegd voor de arbeiders voor de lopende 2 jaar (2025 en 2026). Centraal staat de verhoging van de koopkracht via de toekenning van maaltijdcheques. Daartegenover staan echter ook een reeks maatregelen die de loonkost voor de werkgevers beperken. In dit artikel lichten we de voornaamste punten van het akkoord toe.

Verhoging koopkracht via maaltijdcheques

Bij de onderhandelingen over een nieuwe cao zijn de sociale partners gebonden aan de loonnorm die bepaalt hoeveel de loonkosten maximaal mogen stijgen. Voor de periode 2025-2026 is deze vastgelegd op 0%, wat betekent dat er buiten de indexverhogingen, normaal gezien geen nieuwe loonsverhogingen of voordelen kunnen worden toegekend. Toch heeft de federale regering de opening gemaakt om de koopkracht van de werknemers in 2026 te verhogen door toe te staan dat maaltijdcheques kunnen worden ingevoerd of verhoogd ten belope van 2 euro per cheque.

Voor Embuild is de toekenning van maaltijdcheques altijd een bedrijfsaangelegenheid geweest. Embuild is toch akkoord gegaan om maaltijdcheques op sectorniveau te regelen, gezien de context en de belangrijke compensaties in de loonkost die zijn bekomen. De invoering of verhoging gebeurt in 2 fases: een eerste stap op 1 april 2026 en een volgende stap later in 2026 eens de sociale partners een akkoord bereikt hebben om de inkomsten en uitgaven van het sectorfonds Constructiv structureel in evenwicht te brengen.

Concreet moeten de bedrijven die nog geen maaltijdcheques toekennen, vanaf 1 april 2026 aan hun arbeiders in het PC 124 een maaltijdcheque toekennen per gepresteerde dag van minstens 2,59 euro (1,50 euro werkgeversaandeel en minstens 1,09 werknemersaandeel). De werkgevers die al maaltijdcheques toekennen moeten hun werkgeversaandeel vanaf die datum met 1,50 euro verhogen. Op een later te bepalen datum in 2026, afhankelijk van een akkoord over het financieel evenwicht van

het sectorfonds, zal het werkgeversaandeel in beide gevallen nog eens met 0,50 euro moeten worden verhoogd.

Meer concrete info over de toekenning van maaltijdcheques zullen we via onze website ter beschikking stellen.

Compensaties in de totale loonkost

Tegenover deze koopkrachtverhoging staan voor de werkgevers belangrijke compensaties in de totale loonkost.

Het gaat vooreerst om de afschaffing van de ecocheques voor de arbeiders in het PC 124. Tot nu toe hadden zij jaarlijks recht op 115 euro aan ecocheques. Dit jaar is er nog een zekere samenloop omdat de ecocheques voor de voorbije periode (1 april 2025 tot 31 maart 2026) nog moeten worden toegekend in mei 2026. Maar vanaf 1 april 2026 bouwen de arbeiders in het PC 124 geen recht op ecocheques meer op.

De bedrijven die nieuwe intreders aanwerven zullen een belangrijke korting krijgen op de sectorale forfaitaire bijdrage aan Constructiv. Nieuwe intreders zijn personen die niet

tewerkgesteld geweest zijn als arbeider in de bouw in het jaar voorafgaand aan de aanwerving. Ook hier gebeurt de invoering in 2 fases om in totaal 350 euro per kwartaal te bedragen. De inwerkingtreding van de 1e fase was oorspronkelijk voorzien vanaf het 2e kwartaal 2026. De RSZ heeft ons laten weten meer tijd nodig te hebben om de nodige aanpassingen in de kwartaalaangifte door te voeren, waardoor de invoering minstens met één kwartaal is uitgesteld.

Tenslotte wordt ook het specifiek studentenbarema opnieuw ingevoerd (16 euro per uur vanaf 1 april 2026). Om een studentenjob in de bouw aantrekkelijker te maken was in het vorig akkoord het studentenloon opgetrokken naar het loon van categorie I, maar dat bleek eerder een averechts effect te hebben zodat besloten is om opnieuw een lager barema toe te passen.

Weldra flexi-jobs mogelijk in de bouw

De federale regering heeft aangekondigd dat de flexi-jobs dit jaar zullen worden uitgebreid naar alle sectoren. Het wetgevend kader daarover moet echter nog worden vastgelegd. Zolang dit niet gebeurd is zijn flexi-jobs in de bouw nog niet mogelijk. De juiste datum waarop de uitbreiding een feit zal zijn is momenteel nog niet gekend.

Vooruitlopend op de uitbreiding hebben de sociale partners toch al afspraken gemaakt over de omkadering van de flexi-jobs in de bouw. Wanneer flexi-jobs mogelijk worden, zullen gepensioneerde bouwvakarbeiders voor elke functie een flexi-job mogen verrichten. Anderen zullen enkel een flexi-job mogen doen voor functies waarbij geen basisveiligheidsopleiding vereist is (dus weinig op de werf zelf, maar wel alles in atelier, kantoor, logistiek, ...). Voor bediendenfuncties zullen er geen beperkingen zijn.

Mobiliteit

Het mobiliteitsvraagstuk blijft een lastig thema, ook voor onze bouwbedrijven. In uitvoering van het vorig akkoord hebben de sociale partners een onafhankelijke studie laten uitvoeren die het gehele spectrum van de problematiek omvat. Deze studie is nu afgerond en de sociale partners zullen nog dit jaar bekijken welke oplossingen eruit kunnen worden gedistilleerd.

In de bestaande vergoedingsregelingen werden 2 kleine aanpassingen doorgevoerd. De kilometergrens voor het toekennen van de mobiliteitsdag is voor 2026 verlaagd naar 28.500 km. De fietsvergoeding zal op 1 oktober 2026 verhoogd worden naar 0,32 euro/km (nu 0,30 euro/km).

Verder bevestigt het akkoord dat voor de verplaatsingen naar de winteropleidingen de terugbetaling van de reiskosten en de mobiliteitsvergoeding moeten worden toegekend.

Einde loopbaan

Vorig jaar heeft de federale regering de instroom in de SWT-stelsels stopgezet. Voor het enige overgebleven stelsel (medisch SWT vanaf 58 jaar voor mindervalide werknemers en werknemers met ernstige lichamelijke problemen geattesteerd door FEDRIS) is de sectorale solidarisering verlengd tot eind 2026.

De mogelijkheid voor arbeiders om vanaf 55 jaar, wanneer ze aan de voorwaarden voldoen, in te stappen in een landingsbaan (4/5e of halftijds) is verlengd tot eind 2027. Nieuw is dat de arbeiders die in een 4/5e landingsbaan zitten vanaf 2026 onder bepaalde voorwaarden aanspraak kunnen maken op een aanvullende vergoeding ten laste van Constructiv (92,45 euro per maand). Momenteel werkt Constructiv de concrete aanvraagprocedure nog uit, zodat arbeiders die in die situatie zitten nog even geduld moeten oefenen om deze vergoeding te kunnen krijgen.

Opfrissingcursus veiligheid

Een laatste belangrijk thema in het sectoraal akkoord is het luik over de opleidingen, veiligheid en welzijn. Het gaat voornamelijk om de verlenging en de versterking van bestaande initiatieven. Zo zal onder meer het dossier van de jobcoaches die de bedrijven en de arbeiders moeten bijstaan concreet worden uitgewerkt. Nieuw is dat een verplichte tienjaarlijkse opfrissingscursus inzake veiligheid zal worden ingevoerd.

Akkoorden in PC 149.01 en PC 200

Naast het akkoord voor de arbeiders in de bouw (PC 124), zijn ook akkoorden gesloten voor de arbeiders in het PC 149.01 (elektriciens) en voor de bedienden van het PC 200. Meer info hierover vind je op de Embuild-website.

" Ik plaats de administratieve vereenvoudiging in het lijstje van socio-economische hervormingen"

Nog vorig jaar heeft de ministerraad eind december het federaal actieplan administratieve vereenvoudiging 2025-2029 goedgekeurd dat vice-eersteminister en minister van Begroting Vincent Van Peteghem heeft voorgesteld. Dit actieplan is het resultaat van een ruime consultatie van werkgeversorganisaties, het maatschappelijk middenveld, de federale administraties en hun bevoegde ministers. Het plan omvat 78 concrete maatregelen waarvan er tien rechtstreeks voortkomen uit voorstellen van Embuild. Embuild Magazine heeft een onderhoud gehad met de minister om meer over de inhoud van het plan te weten te komen. Onderhoud volgt.

Vincent Van Peteghem, de bouwsector juicht uw ambitieus plan toe. Waarom was dit volgens u nodig en welke concrete prioriteiten wilt u hiermee realiseren voor bedrijven in de bouwsector?

Administratieve vereenvoudiging is al vele jaren een hip woord in de politiek, maar heeft zelden het stadium van de aankondigingspolitiek verlaten. Nochtans is de noodzaak duidelijk. Een recente rondvraag bij duizenden ondernemingen door FOD BOSA en Statbel toonde aan dat nog geen 1% van de bevraagden vereenvoudiging heeft aangevoeld de afgelopen jaren.

Ondernemingen hebben nood aan ademruimte om te doen waarvoor ze zijn opgericht: ondernemen, werkgelegenheid creëren en groei realiseren. Daarom plaats ik administratieve vereenvoudiging in het lijstje socio-economische hervormingen.

Voor de bouwsector gaat het vooral over digitaliseren waar mogelijk en wenselijk én het herzien en schrappen van verschillende verouderde verplichtingen.

Zo werken we voor de bouwsector aan:

● de digitale werfmap en werfmeldingen;

● vereenvoudigingen Check-in@work;

● uniformisering verplichte rapporteringen rond preventie;

● digitalisering van de construbadge. en daarnaast zijn er nog algemene maatrege-

len met effect op de sector:

● vereenvoudiging van het UBO-register;

● digitalisering Belgisch Staatsblad en de neerleggingen van statutenwijzigingen;

● vereenvoudigingen loontransparantie;

● vereenvoudigingen procedure O&O-steun.

Embuild heeft in juni actief deelgenomen aan de consultatie en meer dan 30 voorstellen ingediend om de administratieve lasten te verlichten, waaronder 13 quick wins en 20 meer structurele maatregelen vanuit de praktijk. Een tiental van deze voorstellen is opgenomen in het plan, terwijl andere voorlopig niet lijken te zijn weerhouden. Welke criteria hebben de selectie bepaald? En hoe wilt u rekening houden met de andere voorstellen?

Voor mij was het belangrijk dat het eerste actieplan een reeks maatregelen verzamelde met een zo snel mogelijke impact op het terrein. In een volgende fase is het de bedoeling om een aantal grotere hervormingen op poten te zetten. Denk daarbij aan de versterking van Only-Once, maar ook de impactmetingen van nieuwe wet- en regelgeving worden hervormd, en ook de uitbetaling van sociale tegemoetkomingen moet eenvoudiger.

Administratieve Vereenvoudiging (AV) is een levend proces. We hebben inderdaad honderden voorstellen ontvangen, en willen die stroom levend houden door blijvend overleg.

Minister Vincent Van Peteghem (rechts op de foto) met Niko Demeester (links) tijdens hun bezoek aan het sectoraal innovatiecentrum Buildwise.

De legislatuur is nog lang, en we weten dat er nog veel werk is.

Dit plan wordt aangekondigd als het meest ambitieuze in jaren op het vlak van administratieve vereenvoudiging, met 78 maatregelen. Wat heeft volgens u geleid tot deze nieuwe aanpak en het ongeziene engagement van de regering? Hoe zult u ervoor zorgen dat de administraties zich ook daadwerkelijk inzetten om procedures te vereenvoudigen en beter samen te werken?

We hebben gekozen voor een bottom-up

duidelijk signaal vanuit bedrijven: behandel AV als een socio-economische hervorming. De regering heeft mij een duidelijk mandaat gegeven. Het blijft niet bij een lijst. Er worden voor élk punt in het plan projectfiches opgesteld met milestones en budgettaire meervragen. Zo zorgen we ervoor dat projecten effectief uitgevoerd worden én kunnen we ook snel hindernissen detecteren. Het is niet mijn ambitie om elke administratie haar handje vast te houden, maar ik zal er wel op toezien dat er schot in de zaak komt.

Wanneer mogen bedrijven in de sector de eerste concrete effecten van deze vereenvoudiging verwachten?

Sommige maatregelen worden op zeer korte termijn uitgevoerd, zoals de digitale werfmap en de werfmelding, of de digitalisering van de construbadge. Andere zullen wat meer tijd vergen omdat er wetgevende aanpassingen nodig zijn. Met het actieplan is het alleszins de bedoeling dat we nú aan de slag gaan. Verandering kost tijd, maar de eerste stap hebben we gezet, mét goedkeuring van alle betrokken vakministers.

Hoe zult u sectorfederaties zoals Embuild betrekken bij de praktische uitwerking en opvolging van het plan?

Het plan leeft en wordt elk jaar geëvalueerd en aangevuld. Daarvoor zal steeds nauw overleg gevoerd worden met alle betrokken sectorfederaties, zoals Embuild.

" Voor de bouwsector gaat het vooral over digitaliseren waar mogelijk en wenselijk én het herzien en schrappen van verschillende verouderde verplichtingen."

In het verleden konden verschillende vereenvoudigingsmaatregelen niet worden gerealiseerd, vaak om budgettaire redenen. In een context van financiële beperkingen en keuzes: hoe garandeert de regering dat de maatregelen in dit plan de nodige middelen krijgen?

Daar zijn we op dit moment mee bezig. De lancering van het plan was de eerste stap, nu gaan we alle budgettaire kosten in beeld brengen richting de begrotingscontrole in het voorjaar van 2026.

Ik heb hiervoor de steun nodig van mijn collega-vicepremiers, maar zij zijn al lang meegenomen in het voorbereidende traject. Alle kaarten liggen op tafel. Er zal vereenvoudigd worden. En wie dat niet wil, mag uitleggen waarom hij niet wil vereenvoudigen. Geen excuses meer.

De digitalisering van de werfmap en elektronische meldingen worden al lang verwacht door bedrijven. Deze maatregelen zijn eerder al genoemd in vorige plannen, maar kwamen nooit van de grond – vaak door gebrek aan budget of politieke wil, ondanks herhaalde vragen van de sector bij het DG Vereenvoudiging. Een studie uit 2014, geactualiseerd in 2019, schatte dat de administratieve lasten hierdoor met meer dan 12.000 euro per jaar per kmo zouden dalen. Hoe kan u verzekeren dat het nu wel gebeurt?

Zoals ik zei is het belangrijk dat administratieve vereenvoudiging het stadium van de aankondigingspolitiek verlaat. De maatregelen

" Er worden voor élk punt in het plan projectfiches opgesteld met milestones en budgettaire meervragen. "

staan in het plan en zullen zo snel mogelijk worden uitgerold door de bevoegde vakminister. We zijn op dit moment bezig om voor elk project zaken scherp te stellen: wie is de projectbeheerder, hoeveel kost het, wat zijn de milestones? Door deze analyse de komende maanden te maken, kunnen we met elk project naar de begrotingscontrole trekken en zal ik een budget op tafel leggen om de daad bij het woord te voegen.

Het 'Only Once'-principe wordt vaak aangehaald als een belangrijke hefboom voor vereenvoudiging, maar in de praktijk blijft de toepassing beperkt. Hoe kan u verzekeren dat het nu wel gebeurt?

Het Only Once principe is inderdaad één van de grote werven. Daar moet schot in de zaak komen. Vandaag zijn er een aantal problemen met de bestaande wetgeving: het toepassingsgebied is niet breed genoeg en het aantal authentieke bronnen waaruit de overheid kan putten is te klein. Nu het actieplan is afgeklopt en we elk project meer in detail uitwerken, zal de aanpassing van de Only Once wet het volgende zijn. Ik wil burgers en bedrijven meer slagkracht geven om het Only Once principe af te dwingen van de overheid. De papieren tijger moet écht beginnen klauwen.

Verschillende ‘quick wins’ worden sterk verwacht door de sector, zoals de harmonisering van voorschriften voor asbestmeldingen, de koppeling tussen

Check-In @ Work en de elektronische C3.2-kaart, de digitalisering van de construbadge en het verminderen van formulieren voor aannemerserkenning. Welke garanties kunt u geven over de snelheid en eenvoud van de uitvoering van deze maatregelen.

De wil om vooruit te gaan is groot. Zowel bij mezelf, de collega’s als de betrokken administraties. Vereenvoudiging is teamwork en zo gaan we het ook aanpakken.

Wat valt er te onthouden van het KMO-plan 2025 van minister Simonet voor de bouwsector?

Begin januari heeft Eléonore Simonet, minister van Zelfstandigen en KMO's, het KMO-plan 2025 onthuld, een strategisch kader met 89 maatregelen om het klimaat voor Belgische kmo's te optimaliseren. Hoewel er geen specifieke maatregelen voor de bouwsector zijn opgenomen, zal dit plan naar verwachting een aanzienlijke transversale invloed hebben op alle betrokken bedrijven.

Het KMO-plan 2025 is officieel bedoeld voor alle bedrijven met minder dan 50 werknemers. Volgens de FOD Economie en de officiële statistieken van 2024 zijn zij goed voor 99,5% van de kmo's in België.

Er is al een begrotingskader gepland tot 2029. De regering heeft een geleidelijke financiële toewijzing toegekend om de uitvoering van dit programma te ondersteunen. Deze zal stijgen van 8,5 miljoen euro in 2026 naar 15 miljoen euro in 2029. Deze financiering moet de bevoegde ministers in staat stellen om de krachtlijnen de komende jaren om te zetten in concrete acties.

Het plan toont een duidelijke wil om de gebruikelijke procedures te vereenvoudigen, de digitale instrumenten van de overheid te moderniseren en herhaalde administratieve stappen te voorkomen. Het belangrijkste doel is om de hoeveelheid administratieve documenten te verminderen en het dagelijks bestuur van kmo's te vereenvoudigen. Deze maatregelen sluiten aan bij het plan voor administratieve vereenvoudiging dat in december 2025 werd bekendgemaakt (zie interview met minister Van Peteghem hierover op p.18.).

Belangrijkste punten

De regering wil overheidsopdrachten toegankelijker, begrijpelijker en administratief minder risicovol maken voor kleine ondernemingen. Dit omvat een betere begeleiding en meer samenhang in de handelwijzen. Het plan legt de nadruk op de begeleiding van kmo's bij hun aanpassing aan de mili-

eu-uitdagingen: inzicht in de risico's, vermindering van de uitstoot, inspelen op de verwachtingen van klanten en overheden.

Diversificatie van bronnen, betere informatie, meer steun voor vrouwelijke ondernemers en een humanere aanpak in geval van niet-frauduleus faillissement: allemaal elementen die tot doel hebben financiering toegankelijker te maken.

Het KMO-plan 2025 is een dynamisch actieplan. De maatregelen zijn niet definitief, maar zullen vanaf 2026 als basis dienen voor het opstellen van operationele fiches. Embuild zal deelnemen aan de werkzaamheden in de HRZKMO (Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de KMO), die de coordinatie op zich neemt, zodat de realiteit op het terrein in de bouwsector volledig wordt meegenomen.

Positieve krachtlijnen

Zelfs zonder specifieke maatregelen voor de bouwsector biedt het plan positieve krachtlijnen voor onze bedrijven: eenvoudigere administratieve procedures, toegankelijkere overheidsopdrachten, een beter begeleide klimaattransitie en meer financiële hefbomen. Het vormt een stevige basis, die sterker moet worden uitgebouwd, maar nu al concrete perspectieven biedt om de concurrentiekracht van de bedrijven in de sector te versterken.

De vergunningenproblematiek

Ook al zijn ze voor het jaar 2025 voor gans België nog niet beschikbaar, zijn de statistieken over de bouwvergunningen nog nooit zo laag geweest sinds het jaar 2000. Deze daling van de vraag baart de sector grote zorgen, terwijl België de komende jaren voor een grote woonbehoefte staat. Daling van de koopkracht, strengere kredietvoorwaarden, stijgende materiaalprijzen, steeds strengere normen… Verschillende redenen verklaren deze situatie. Daarbij komen nog de administratieve lasten, die de realisatie van een project maar al te vaak vertragen. Tegen deze achtergrond nemen de gewesten initiatieven. Welke? Dat leggen we je uit in dit dossier.

Aangepast vergunningenbeleid moet bouwactiviteit opnieuw aanzwengelen

De statistieken van de toegekende bouwvergunningen zijn nog niet bekend voor het volledige jaar 2025 voor gans België de voorlopige cijfers (tot en met oktober) voorspellen weinig goeds. Van november 2024 tot en met oktober 2025 werden in België nog maar circa 41.057 vergunningen voor huizen en appartementen goedgekeurd. Dat is het laagste cijfer van de 21e eeuw.

Historisch laag aantal vergunningen voor woningen

De vergunning van nieuwe huizen doet het slechter dan ooit. Maar ook de appartementsbouw is er fors op achteruit gegaan met amper 22.230 vergunningen tegen circa 33.000 vergunningen per jaar een vijftal jaren geleden. Bovendien wordt de slabbakkende nieuwbouw geenszins gecompenseerd door een toename van het aantal woningrenovaties. Integendeel. Ook op de woningerenovatiemarkt daalde het aantal vergunningen in 2024-2025 tot 27.821 in vergelijking met ongeveer 33.000 per jaar in 2018-2021.

In Vlaanderen zakte het aantal vergunningen voor nieuwe huizen van november 2024 tot oktober 2025 tot 13.802. Vooral de appartementsbouw ging dan fors achteruit tot nog amper 16.437 vergunningen. Deze daling doet zich al langer voor. Het aantal vergunningen voor flats is intussen gehalveerd in vergelijking met 2018. Een gelijkaardige evolutie kenmerkt Wallonië: nooit eerder geziene lage cijfers voor nieuwbouw van november 2024 tot en met oktober 2025 (amper 8.093 vergunningen voor nieuwe huizen en flats samen), vooral een forse terugval in de appartementsbouw en een superlaag aantal vergunde woningerenovaties (8.786).

Lager aantal vergunningen voor niet-woongebouwen en industrie

Op het vlak van niet-woongebouwen werd van november 2024 tot en met oktober 2025 in België amper een volume van 26,8 miljoen m³ vergund, eveneens een laagterecord voor de 21e eeuw. 20,3 miljoen m³ werd in Vlaanderen gegund. Ook daar lag het cijfer fors lager dan in de voorbije 25 jaar. Met een vergund volume van 5,9 miljoen m³ heeft Wallonië in 2024-2025 nog relatief goed standgehouden.

Kommer en kwel dus op de gebouwenmarkt. Maar op de industriële bouwmarkt is de situatie niet veel beter. Zo is het aantal nieuwe aanvragen voor omgevingsvergunningen voor grote industriële projecten in 2023 in Vlaanderen aanzienlijk gedaald. Met 457 aanvragen ligt dit aantal bijna 20% lager dan het gemiddelde van de afgelopen vijf jaar. Naast de daling van het aantal aanvragen is er een stijging in het aantal beroepsprocedures tegen verleende vergunningen. Meer dan 10% van de recent opgestarte industriële omgevingsdossiers leidde tot een beroep.

Tot zover de statistieken over de toegekende vergunningen. Maar om de vergunningenproblematiek te doorgronden is het belangrijk na te gaan hoeveel van de aangevraagde vergunningen uiteindelijk worden toegekend. En daarover zijn enkel voor Vlaanderen statistieken beschikbaar.

Meerderheid van vergunningen goedgekeurd

Op het eerste gezicht lijkt de situatie weinig problematisch. De vergunningverlener (vaak de gemeente) weigert slechts 6% van de circa 90.000 omgevingsvergunningen die jaarlijks worden aangevraagd. Tegen de beslissingen van de gemeente wordt in de meeste gevallen ook niet in beroep gegaan.

Slechts ongeveer 5% van de beslissingen mondt uit in een beroepsprocedure bij een andere overheid (het provinciebestuur of de Vlaamse regering) en slechts 0,5% in een juridisch beroep voor de rechtbank (de Raad voor Vergunningsbetwistingen). Vaak gaat het over zeer kleine vergunningsplichtige handelingen.

Nog onvoldoende rechtszekerheid

Maar de Gemengde Commissie Vergunningen die de Vlaamse regering in 2024 heeft op-

gericht, besloot in haar eindrapport dat de vergunningsverlening in Vlaanderen toch nog onvoldoende rechtszekerheid biedt.

Zo wordt ongeveer één op vijf van de vergunningsaanvragen in de loop van het vergunningsproces ingetrokken. Daar kunnen economische redenen voor zijn. De initiatiefnemer ziet daardoor bijvoorbeeld af van een eerder gepland project. Maar vaak wijst de terugtrekking van de aanvraag ook op de onzekerheid bij de indieners over (de interpretatie van) de toepasselijke regels en/of over de goede afloop van het vergunningstraject.

Tegengestelde uitspraken in beroep

Ook opvallend is dat in ongeveer één op drie gevallen waartegen beroep wordt aangetekend, de overheid die het beroep behandelt, tot een tegengestelde beslissing komt dan de beslissing die eerder genomen werd. Met andere woorden: een eerder verleende vergunning wordt een weigering, of na een eerdere weigering wordt er alsnog een vergunning verleend.

Van de dossiers waarover bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen de vernietiging wordt gevraagd, is het aantal uitspraken waarmee de beslissing vernietigd wordt ongeveer dubbel zo hoog als het aantal waarmee het beroep verworpen wordt. Dit alles komt de geloofwaardigheid van de vergunningverlening niet ten goede.

Extra belemmeringen bij grotere woonprojecten

Verder blijkt dat sommige types van dossiers bijzonder moeizaam vergund geraken. Met name bij woningbouwprojecten met meer dan twintig wooneenheden haalt bijna de helft van de dossiers zelfs in een eerste aanleg de eindstreep niet. Als voor dergelijke projecten wél een vergunning wordt verleend, dan is er een aanzienlijke kans (ongeveer één op vijf) dat daartegen beroep wordt aangetekend waarna één op vier van die vergunningen alsnog geweigerd wordt.

De lange doorlooptijden en de hoge risico’s op een weigering brengen aanzienlijke kosten met zich mee. De Faba heeft in 2024 aan KULeuven en Idea Consult gevraagd om deze kosten in kaart te brengen. Zelfs een bescheiden reductie van slechts één maand in de gemiddelde doorlooptijd van een vergunning zou een aanzienlijke economische meerwaarde opleveren.

Deze waardevermeerdering wordt geschat op 9,4 miljoen euro in Vlaanderen, 2,5 miljoen

euro in Wallonië en 0,1 miljoen euro in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. En een stijging van 10% in de slaagkans van vergunningstrajecten zou een vergelijkbare economische meerwaarde van 12,1 miljoen euro voor gans België opleveren. Zonder de vergunningsperikelen zou het aantal goedgekeurde vergunningen in 2025 wellicht hoger gelegen hebben dan nu uiteindelijk blijkt.

Nieuwe initiatieven uit de startblokken

De regionale overheden hebben intussen begrepen dat zij initiatieven moeten nemen om de vergunningenknoop waarin we zijn terechtgekomen, te ontwarren. In oktober 2025 heeft de Waalse regering besloten om de formulieren voor de vergunningsaanvragen te vereenvoudigen. De dematerialisatie van de vergunningen is eveneens in uitvoering. Een testfase in 20 pilootgemeenten zal in april 2026 van start gaan voor publieke projecten. Deze aanpak zal worden uitgebreid naar al de gemeenten voor al de vergunningen in 2028. Deze hervorming moet voor de indieners tijdswinst opleveren. Maar Vlaanderen waar elke vergunningsaanvraag intussen al via een digitaal omgevingsloket verloopt, heeft aangetoond dat de digitalisering niet mag worden beperkt tot de ‘front office’ maar moet worden doorgetrokken tot de volledige ‘back office’.

Het actieprogramma inzake rechtszekere en robuuste vergunningen dat de Vlaamse regering eind 2025 nog heeft goedgekeurd, gaat onder meer over een verdere digitalisering van de vergunningsprocedures maar ook over de instelling van een recht op vooroverleg, over de invoering van een ‘modulaire’ vergunning en de aanscherping van de voorwaarden om tegen een bouwproject beroep aan te tekenen. Dit actieprogramma moet wel nog in decreten en besluiten worden geconcretiseerd. Ook de recente Brusselse beleidsverklaring bevat de intentie om de vergunningsaanvragen te vereenvoudigen en te versnellen.

Snellere vergunningsprocedures en een meer rechtszeker kader voor de toekenning van vergunningen moeten ertoe bijdragen dat opnieuw meer kan worden gebouwd. De regionale regeringen hebben daartoe belangrijke aanzetten gegeven. Maar met name de lokale besturen moeten zich hierin mee inschrijven. Embuild zal er met al zijn geledingen op toezien dat de geplande maatregelen effectief voor een kentering zorgen.

Adviezen van expertencommissie omgezet in actieprogramma

Op 19 december 2025 heeft de Vlaamse regering het actieprogramma voor rechtszekere en robuuste vergunningen van minister-president Diependaele en minister Brouns goedgekeurd. Dit programma vormt de beleidsmatige doorvertaling van de aanbevelingen van de Gemengde Commissie Vergunningen die reeds in het Embuild Magazine van december/januari aan bod kwamen. De doorvertaling is opgebouwd rond vijf thema’s: meer rechtszekerheid in de voorbereidende fase enerzijds en bij de behandeling van de vergunningsaanvraag anderzijds, een oplossingsgerichte rechtspraak, noodzakelijke aanpassingen aan de grondwet en aangepaste sectorale regelgevingen.

"Het recht op vooroverleg wordt decretaal ingeschreven als een nietweigerbaar recht binnen een redelijke termijn."

Meer rechtszekerheid in de voorbereidende fase

Het recht op vooroverleg wordt decretaal ingeschreven als een niet-weigerbaar recht binnen een redelijke termijn. Voor grotere projecten kan een omgevingsmanager worden aangesteld. Voor hernieuwbare energieprojecten, zoals bijvoorbeeld de plaatsing van windmolens, wordt binnen de VIP-cel (de cel voor Vlaamse Strategische Investeringsprojecten) een team van omgevingsmanagers opgericht. De Vlaamse overheid investeert verder in het digitale Omgevingsloket dat nog slimmer en gebruiksvriendelijker moet worden.

Voor de voorbereidingsfase zal de Vlaamse regering het gebruik van het stedenbouwkundig attest aanmoedigen. Dit attest geeft aan in welke mate op een bepaald perceel een project haalbaar is. De vergunningverlenende overheid moet het uitreiken binnen de 60 dagen en het is 3 jaar geldig (in plaats van 2 jaar nu).

Zogenaamde 'soft law' (zoals bijvoorbeeld een beleidsnota) kan niet worden gehanteerd om vergunningsaanvragen te weigeren maar

kan enkel een rol spelen bij de beoordeling of een bepaalde handeling al dan niet de beste keuze is (opportuniteitsbeoordeling). De ‘normenboeken’ (technische richtlijnen voor de vergunningsaanvraag) worden vereenvoudigd en de Vlaamse overheid gaat bovendien aangeven dat zij niet bindend zijn.

Meer rechtszekerheid bij de behandeling van de aanvraag

De Vlaamse regering wil de vergunningsprocedure zo spoedig mogelijk ‘modulair’ maken. Die modules maken het voor aanvragers mogelijk om nog tijdens de vergunningsprocedure in te spelen op ongunstige adviezen of procedurele problemen. Op verzoek van de vergunningsaanvrager wordt een in de tijd beperkte pauze in de vergunningsprocedure mogelijk gemaakt: die kan dan verbeteringen aanbrengen zonder risico op termijnoverschrijding. En in plaats van dossiers zomaar onontvankelijk te verklaren neemt de overheid het initiatief om ontbrekende documenten op te vragen.

De Vlaamse regering zal de lijst van verplichte adviesverlenende instanties (AVI’s) herzien met het oog op het stroomlijnen van het aantal verplicht in te winnen adviezen, gaat bepalen dat die adviezen een niet-bindend karakter hebben en wil afstappen van de tweedeling ‘gunstig’ versus ‘ongunstig’. De Vlaamse regering plaatst overleg om tot één geïntegreerd advies te komen opnieuw centraal. De omgevingsvergunningscommissies (OVC’s) moeten daar werken van maken. Er komen gezamenlijke hoorzittingen met aanvragers, (lokale) besturen en beroepers, zonder dat dit leidt tot bijkomende procedurele risico’s.

Een leidend ambtenaar van een AVI zal enkel nog administratief beroep kunnen instellen als de AVI tijdig advies heeft verleend en vertegenwoordigd was in de OVC. Ook zijn beroepsmogelijkheid bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen wordt aan banden gelegd. Bij de beoordeling van een vergunningsaanvraag moeten niet enkel de rechtmatigheid en

de eventuele hinderaspecten aan bod komen. Het is belangrijk daarbij ook de maatschappelijke meerwaarde van een project in overweging te nemen. De Vlaamse regering zal dit principe decretaal verankeren.

Oplossingsgerichte rechtspraak

De Vlaamse regering hervormt het openbaar onderzoek over de vergunningsaanvraag. In eerste aanleg vindt slechts één openbaar onderzoek plaats. In de administratieve beroepsfase vindt ook een openbaar onderzoek plaats maar die focust enkel op de ontwerpbeslissing en niet op de aanvraag of het beroep zelf. Aan een openbaar onderzoek koppelt de regering de zogenaamde ‘attentieplicht’. Dat betekent dat al de bezwaren van bij het begin kenbaar moeten worden gemaakt.

Voorts wil de Vlaamse regering in het omgevingsvergunningsdecreet het principe verankeren dat een beroepsindiener een persoonlijk belang moet aantonen dat voldoende concreet en actueel is. Wie louter commerciële of financiële motieven heeft of louter strategische motieven (zoals bijvoorbeeld sommige natuur- en milieuverenigingen), kan de toegang tot de rechter niet langer misbruiken. Daarnaast gaat de Vlaamse regering de regeling van de geldboete wegens kennelijk onrechtmatig beroep optimaliseren.

Vereiste

aanpassingen aan de grondwet

De Vlaamse regering wil met de federale regering overleg plegen over een herziening van artikel 159 van de grondwet. Naast het legaliteitsbeginsel moet ook het rechtszekerheidsbeginsel kunnen gelden en voor bepaalde bestuurshandelingen moet de aanvechtbaarheid in de tijd worden beperkt.

Het recht op de bescherming van een gezond leefmilieu in artikel 23 van de grondwet leidt vaak tot een strikte toepassing van het standstill-beginsel. Dat beginsel dreigt elke beleidswijziging onmogelijk te maken. Ook daarover wil de Vlaamse regering met de federale overheid overleg plegen.

Duidelijke, evenwichtige en werkbare regelgeving

Bij het ontwerpen van nieuwe regelge-

ving zal de Vlaamse regering naar de gulden middenweg tussen doel- en normregelgeving streven. De regelgeving zal ook ruimte bieden voor ‘evenwaardige alternatieven’. De regering gaat de verkavelingsvergunningsplicht afschaffen en de lijst van vrijgestelde handelingen uitbreiden waar de vergunningsplicht niet noodzakelijk is.

Zij versoepelt de voorwaarden om af te wijken van verouderde bijzondere plannen van aanleg en de mogelijkheden om verouderde voorschriften te herzien. Hoe bij de ontwikkeling van nieuwe activiteiten bestaande structuren vrijwaren die hiervan last kunnen ondervinden? Ook daarvoor zoekt de regering naar een oplossing. Voor bijvoorbeeld windmolens en natuurbeheerswerken gaat zij het principe van de ‘bestemmingsneutraliteit’ verfijnen.

Verder zal zij overlappingen tussen vergunningsplichten op het vlak van bijvoorbeeld het decreet op het integraal handelsvestigingsbeleid, het bos- en natuurdecreet zoveel mogelijk wegwerken. De regering gaat de mogelijkheden van locatiespecifieke oplossingen in de hemelwaterverordening beter kenbaar maken en wil de procedures voor onder meer de habitat-, de VEN- en de soortentoets meer op elkaar af te stemmen.

Werkbare aanpak voor werven

Van groot belang voor de bouw is het streven naar een werkbare aanpak voor het vergunnen van tijdelijke werfgebonden activiteiten. Er komt een afzonderlijk Vlarem (Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning) voor werfactiviteiten van klasse 3. De dossiersamenstelling voor een tijdelijke werfgebonden handeling wordt beperkt tot het essentiële. Als een stedenbouwkundige handeling van een vergunning is vrijgesteld, zullen ook de tijdelijke werfgebonden handelingen daarvoor worden vrijgesteld. Het actieprogramma van de Vlaamse regering bevat geen concreet tijdspad. Een deel van de regelgevende initiatieven wordt al in 2026 uitgerold. Zo zal de Vlaamse regering het decreet over de modulaire vergunning de komende maanden aan het Vlaams parlement overmaken en treedt het vrijstellingenbesluit op 1 maart al in werking (zie p.28).

"De Vlaamse regering wil in het omgevingsvergunningsdecreet het principe verankeren dat een beroepsindiener een persoonlijk belang moet aantonen dat voldoende concreet en actueel is"

Drie besluiten snoeien in vergunningsverplichtingen

Het actieprogramma voor robuuste en rechtszekere vergunningen van de Vlaamse regering wordt nu stap na stap uitgevoerd. Een van de actiepunten uit dit programma betrof de uitbreiding van de lijst van handelingen die zijn vrijgesteld van een vergunning voor stedenbouwkundige handelingen. De Vlaamse regering heeft op 6 februari op voorstel van Vlaams minister van Omgeving Jo Brouns een besluit goedgekeurd die het aantal vrijstellingen effectief uitbreidt, tegelijk met een besluit dat de meldingsplicht grotendeels afschaft, en dan nog met een besluit dat de mogelijkheden van gemeenten om extra vergunningsplichten in te voeren fors beperkt.

"Door de afschaffing van de meldingsplicht worden stedenbouwkundige handelingen voortaan ofwel vrijgesteld, ofwel opnieuw vergunningsplichtig."

Minder vergunningsplichtige handelingen

Voor heel wat handelingen met een beperkte ruimtelijke impact wordt de vergunningsplicht opgeheven. Voor woningen gaat het onder meer om verbouwingen aan gevels en daken zonder volume-uitbreiding, inclusief aanpassingen en plaatsen van deuren en ramen (voor zover de energieprestatie niet verslechtert en men niet voor de rooilijn komt), om alle binnenverbouwingen met en zonder stabiliteitswerken, om het aanbrengen van buitenisolatie en de plaatsing van stekkerzonnepanelen (op gevels of balkonleuningen). Ook kleinschalige waterzuiveringsinstallaties en wadi’s worden van een vergunningsplicht vrijgesteld.

Voor bedrijfsgebouwen is er geen vergunningsplicht meer voor het aanbrengen van buitenisolatie, voor handelingen aan gevels en daken, voor de installatie van zonnepanelen en zonneboilers en voor alle binnenverbouwingen met of zonder stabiliteitswerken.

Op het openbaar domein zijn overdekte fietsenstallingen tot 100 m² en een hoogte van 5 m, de plaatsing van zonnepanelen op bermen van autosnelwegen of spoorwegen en

de vervanging van bruggen, tunnels en vergelijkbare constructies om veiligheidsredenen of om de draagkracht te verhogen vrijgesteld van een vergunningsplicht.

Meldingsplicht grotendeels afgeschaft

De meldingsplicht werd in 2010 in het leven geroepen als een slankere variant van de vergunningsplicht maar leidde in de praktijk dikwijls tot een grote dossierlast met een hoge foutenmarge. Door de afschaffing van deze meldingsplicht worden stedenbouwkundige handelingen voortaan ofwel vrijgesteld, ofwel opnieuw vergunningsplichtig.

Enkel voor zorgwoningen blijft de melding behouden. Daarnaast blijven ook klasse 3-meldingen voor de exploitatie van bedrijven behouden.

Minder extra gemeentelijke regels

Tegelijk creëerde minister Jo Brouns met een derde besluit ook meer duidelijkheid rond de handelingen waarvoor gemeenten extra vergunningsregels kunnen invoeren. De extra regels van gemeenten leidden tot een lappendeken aan gemeentelijke verordeningen en bij opdrachtgevers en architecten tot veel verwarring.

Het basisprincipe wordt dat enkel de Vlaamse regering bepaalt welke handelingen vergunningsplichtig, meldingsplichtig of vrijgesteld zijn. Gemeenten noch provincies kunnen meldingsplichtige handelingen vergunningsplichtig of vrijgestelde handelingen meldingsplichtig maken.

De Vlaamse regering heeft op 6 februari een limitatieve lijst van niet-vergunningsplichtige stedenbouwkundige handelingen vastgelegd waarvoor gemeenten alsnog via een stedenbouwkundige verordening een vergunningsplicht kunnen invoeren. Het gaat dan enkel om regels rond het vellen van bomen, de verwijdering van houtige beplantingen met erfgoedwaarde en handelingen aan beschermd of waardevol erfgoed.

Deze drie besluiten treden in werking vanaf 1 maart 2026.

6 van de 9 maatregelen in de beleidsverklaring van de nieuwe Brusselse regering werden gevraagd door Embuild.Brussels

Meteen na de verkiezingen van 2024 had Embuild.Brussels een twintigtal informatiefiches bezorgd aan de verschillende partijen over uiteenlopende thema’s die de bouwsector aanbelangen, met als doel die sector bij de beleidsmakers onder de aandacht te brengen. Eén van die fiches ging over administratieve vereenvoudiging en de versnelling van vergunningsprocedures. Vastgesteld kan worden dat er rekening gehouden werd met de verzoeken van onze Brusselse gewestelijke entiteit. In de zeer recente beleidsverklaring van 24 pagina’s is immers een volledige pagina aan dit thema gewijd.

In de Brusselse beleidsverklaring, op pagina 13, somt de regering 9 concrete maatregelen op om vergunningsaanvragen te vereenvoudigen en te versnellen.

“We stellen vast dat 6 daarvan maatregelen zijn die wij hadden gevraagd”, benadrukt Bérengère Grosjean, manager bij Embuild. Brussels. Dat mag gerust een geslaagd staaltje lobbywerk worden genoemd.

Samengevat gaat het om de volgende maatregelen: uitbreiding van de vrijstellingen voor bepaalde werken; inkorting van de termijn voor de controle op de volledigheid van het dossier (slechts één keer ontbrekende stukken opvragen, binnen een aangepaste termijn); rationalisering van projectvergaderingen (verplichting om binnen de 15 dagen na de aanvraag een vergadering te organiseren en verplichting voor de overheid om vast te houden aan de tijdens die vergadering ingenomen standpunten); vlottere organisatie van openbare onderzoeken en overlegvergaderingen; vereenvoudiging van de samenstelling van het aanvraagdossier en toepassing van het 'only once'-principe; en tot slot de moge-

lijkheid om één enkele aanvraag in te dienen voor zowel de stedenbouwkundige vergunning als de milieuvergunning.

Embuild.Brussels juicht ook het engagement van de nieuwe regering toe om tegen het einde van de legislatuur de doorlooptijd voor het afleveren van vergunningen te halveren, met een gemiddelde doelstelling van zes maanden voor courante dossiers. “Volgens de BVS is het Brussels Gewest de regio met de langste wachttijden voor het verkrijgen van een vergunning”, stelt Bérengère Grosjean.

Veel goede intenties dus, maar die moeten ook op het terrein worden waargemaakt. “We hopen dat deze wijzigingen snel in werking treden, al zullen ze een diepgaande hervorming van het BWRO (het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening, red.) vergen. Als Embuild.Brussels willen wij ons profileren als een bevoorrechte private partner, dankzij onze terreinervaring, om deze hervormingen zo goed mogelijk te helpen ondersteunen en begeleiden”, aldus de manager van onze Brusselse gewestelijke entiteit.

"Volgens de BVS is het Brussels Gewest de regio met de langste wachttijden voor het verkrijgen van een vergunning."

Brussel aantrekkelijk maken

Een ander punt dat onze Brusselse collega’s naar voren schuiven, is de wil om Brussel aantrekkelijk te maken. “De beleidsverklaring benadrukt dat aspect door onder meer steun te geven aan sectoren die banen creëren zoals de bouw.” Zo is het de bedoeling om het havengebied en de site van Audi in Vorst industriegebieden te laten blijven, meer bepaald met het statuut van 'stedelijke

“TERMIJNEN INKORTEN IS ESSENTIEEL, MAAR BESLISSINGEN VERSTERKEN EVENZEER”

We legden dit artikel, dat tot stand kwam in samenwerking met onze collega van Embuild.Brussels, voor aan Etienne Banse, gedelegeerd bestuurder van het Brusselse bedrijf Jacques Delens.

“Wij delen de vaststelling uit het artikel: Brussel staat onder structurele druk op het vlak van wonen en economische activiteit. Niet omdat het ontbreekt aan projecten of investeerders, maar door een ontoereikende productiecapaciteit. De doorlooptijd voor het verkrijgen van vergunningen vormt vandaag de belangrijkste blokkering. Een complex stadsproject kan vijf tot zeven jaar vergen vóór de eerste spadesteek, in een regelgevend kader dat soms wijzigt tijdens de procedure, wat onzekerheid en financiële risico’s met zich meebrengt”, licht hij toe.

“Daarom vragen wij niet minder regels, maar voorspelbare en afdwingbare termijnen. Voorspelbaarheid is een essentiële voorwaarde voor de financiering van projecten en uiteindelijk voor hun realisatie. Elk bijkomend procedurejaar doet de woonkosten voor de Brusselaars automatisch stijgen.”

Volgens Etienne Banse moet ook het vraagstuk van de beroepsprocedures met de nodige helderheid worden benaderd. “Het recht op beroep is een democratische pijler, daar bestaat geen discussie over. Maar de Brusselse regelgevingscomplexiteit ondergraaft al te vaak de administratieve beslissingen. Het gevolg is dat vergunningen die na jaren werk werden verkregen, te gemakkelijk kunnen worden vernietigd. Die rechtsonzekerheid treft zowel publieke als private investeerders. Termijnen inkorten is essentieel, maar beslissingen juridisch versterken is dat evenzeer, want onzekerheid is de grootste vijand van investeringen.”

De gedelegeerd bestuurder van Jacques Delens verduidelijkt tot slot wat hij verstaat onder “vergunningen versnellen”. “Dat betekent niet minder kwaliteitsvol bouwen, maar sneller beslissen binnen een duidelijk, stabiel en juridisch solide kader. Ontwikkelaars en aannemers zijn oplossingsgerichte actoren, bereid om samen te werken met de overheid om duurzame, betaalbare en kwalitatieve projecten te realiseren, in het belang van de stad en haar inwoners. Steden die slagen, werken samen met hun ontwikkelaars en aannemers, niet tegen hen.”

vrijhandelszone'. “De regering wil deze gebieden nieuw leven inblazen via financiële stimuli en vooral via één enkel ‘fast-track’loket voor alle procedures, in het bijzonder die met betrekking tot vergunningen. Dat wil ze ontwikkelen in samenwerking met de Brusselse economische actoren, waaronder Embuild.Brussels. Wij geven uiteraard graag gevolg aan die oproep van de overheid”, besluit Bérengère Grosjean.

Eenvoudigere formulieren en op weg naar digitalisering

Om het soms super ingewikkelde proces van het afgeven van vergunningen makkelijker te maken, heeft het Waals Gewest onlangs een besluit genomen om de aanvraagformulieren voor vergunningen te vereenvoudigen. Ook wordt er gewerkt aan het digitaliseren van vergunningen. In april 2026 begint een testfase in 20 pilootgemeenten voor openbare projecten, die in 2028 wordt uitgebreid naar alle gemeenten en alle vergunningen.

E"Deze stroomlijning van de formulieren is een eerste stap die nodig is om de vergunningaanvragen helemaal digitaal te maken."

mbuild Wallonie vraagt al jaren om een vereenvoudiging en digitalisering van vergunningen. Onze gewestelijke entiteit maakt trouwens deel uit van de taskforce CoDT (Code voor ruimtelijke ontwikkeling) die tijdens de vorige legislatuur door minister Willy Borsus werd opgericht en vorig jaar door minister François Desquesnes nieuw leven werd ingeblazen. Die taskforce moet in de gaten houden hoe de CoDT door de mensen in het veld wordt toegepast. Dit werk heeft onder meer geleid tot het besluit van de Waalse regering dat op 1 oktober 2025 van kracht werd en waarmee alle aanvraagformulieren voor vergunningen vereenvoudigd en gestroomlijnd worden. "Dit is een grote stap voorwaarts die een voorwaarde was voor de digitalisering. Eerst vereenvoudigen, dan digitaliseren!", benadrukt Virginie Richiuso, juriste bij Embuild Wallonie.

Dit besluit van de Waalse regering is dus vooral het resultaat van het lobbywerk van onze Waalse collega's. Wat kunnen we hieruit leren? "Een omslachtige procedure die moeilijk te begrijpen is voor vergunningsaanvragers kan soms ontmoedigend werken. Door de formulieren te vereenvoudigen, zouden gebruikers in principe beter moeten kunnen begrijpen wat erin staat en zou de behandeling door de gemeente makkelijker moeten worden", zegt Virginie Richiuso.

De inhoud van deze nieuwe formulieren is flink vereenvoudigd, vooral wat betreft de

bijlagen en het wegvallen van bepaalde info die de aanvrager moest invullen over de juridische situatie van het onroerend goed. "Tot nu toe moest de aanvrager ook alle stedenbouwkundige info over zijn pand invullen, terwijl de gemeente zelf al over die info beschikte en die het beste kon verstrekken. Die info wordt nu automatisch door de gemeente zelf in het dossier gezet", legt de juriste van Embuild Wallonie uit.

Er is ook in extra hulp voor burgers voorzien via een handleiding voor het invullen van deze nieuwe formulieren. Daarin wordt op een didactische manier uitgelegd hoe ze moeten worden ingevuld.

Proefproject in 20 gemeenten

Deze stroomlijning van de formulieren is een eerste stap die nodig is om de vergunningsaanvragen helemaal digitaal te maken. Daarom is er een proefproject gestart door het Waals Gewest in 20 Waalse gemeenten. Het begint in het voorjaar van 2026 voor projecten die onder de bevoegdheid van het Gewest vallen (gemeentelijke adviezen maar beslissing van de gedelegeerd ambtenaar). "In deze testfase kunnen vergunningsaanvragen worden ingediend en behandeld op het NOTICe-platform. De betrokken partijen (regio's, gemeenten, aanvragers, enz.) kunnen zo het platform en hun interacties testen. Een gebruikerscomité, met daarin Embuild Wallonie, krijgt de kans om ervaringen uit de sector uit te wisselen", legt Virginie Richiuso uit.

Van de 20 deelnemende gemeenten liggen er 10 in de provincie Namen (Namen, Sambreville, Gembloux, Ciney, Mettet, Beauraing, Yvoir, Assesse, Hastière en Viroinval) en 10 in de provincie Henegouwen (Bergen, Doornik, Moeskroen, Ath, Dour, Enghien, Beloeil, Jurbise, Silly en Pecq). "We hopen dat onze geïnteresseerde leden meedoen aan deze testfase in de betrokken gemeenten. Dat ze niet aarzelen om hun opmerkingen door te geven aan Embuild Wallonië!"

Deze testfase wordt in 2027 uitgebreid naar alle gemeenten voor gewestelijke vergunningen. Een tweede proeffase, gepland voor het voorjaar van 2027, zal betrekking hebben op alle stedenbouwkundige vergunningen (inclusief vergunningen die onder een gemeentelijk besluit vallen). De digitalisering voor iedereen staat gepland voor 2028.

Christophe Martin, directeur vastgoedontwikkeling bij Blavier.

"HET IS MEER EEN VEREENVOUDIGING VOOR DE OVERHEID DAN VOOR DE AANVRAGER. "

CHRISTOPHE MARTIN is de directeur van de vastgoedontwikkeling bij Blavier. Hij houdt dus goed in de gaten hoe het zit met het aanvragen van bouwvergunningen. "De laatste tijd worden er steeds meer instanties geraadpleegd voor een vergunning en vragen ze ons om meer of gedetailleerdere studies. Daardoor is er een hoop meer papierwerk bijgekomen", zo stelt hij vast.

Heeft hij gemerkt dat het proces vlotter verloopt sinds het besluit van de Waalse regering van 1 oktober over de vereenvoudiging van de aanvraagformulieren? Zoals hij ons zal uitleggen: ja en nee. "Ik zou eerder spreken van een verandering dan van een vereenvoudiging. Het positieve is dat voortaan duidelijk wordt aangegeven hoeveel documenten van elk type nodig zijn. Zo wordt bijvoorbeeld voorkomen dat er tien exemplaren worden gevraagd voor de EPB-haalbaarheid, zoals vroeger in sommige gemeenten het geval was. Deze formulieren zijn ook didactischer en praktischer, vooral voor bepaalde architecten die moeite hadden met de oude formulieren", legt Christophe Martin uit, verwijzend naar het positieve aspect van deze nieuwe wetgeving.

Aan de andere kant heeft hij ook wat kritiek op deze nieuwe formulieren. "We moeten realistisch blijven, het is meer een vereenvoudiging voor de overheid dan voor de aanvrager. Zo is bijvoorbeeld het kader 'juridische situatie van het onroerend goed' geschrapt, maar dat hebben we nodig en het onderzoek wordt toch uitgevoerd. Er is een vakje toegevoegd over ruimteoptimalisatie, waar je de kadastrale aard van een terrein moet invullen. Daarvoor moet je naar de notaris of de AGDP, de Algemene Administratie van Patrimoniale Documentatie. Dat is dus helemaal geen vereenvoudiging", benadrukt hij. "En als we het hebben over de impact op de hoeveelheid papier, die is er niet. Je moet nog steeds alles afdrukken! Er wordt al jaren gepraat over digitalisering. Het lijkt er eindelijk op dat het gaat gebeuren..."

Blavier doet niet mee aan het proefproject in de 20 gemeenten, omdat het bedrijf alleen voor privéprojecten werkt. Maar Christophe Martin is benieuwd naar de resultaten, want volgens hem heeft digitalisering veel voordelen. "We zouden beter op de hoogte kunnen blijven van het proces. Als het advies van een geraadpleegde instantie op elk moment beschikbaar is op het platform en een wijziging van het dos-

sier vereist, zouden we daarop kunnen anti ciperen. Bovendien hebben de gemeenten het vaak erg druk. Deze digitalisering zou hen kostbare tijd moeten besparen op logistiek vlak, die ze dan meer zouden kunnen besteden aan de behandeling van de vergunningen zelf of aan de communicatie met de aanvragers."

Wat betreft de beroepen, een punt dat momenteel actueel is in Vlaanderen, legt hij uit dat dit probleem in Wallonië minder belangrijk is. "In het Waals Gewest is het vaak zo dat wanneer een beslissing is genomen, die ook wordt uitgevoerd. En ik denk dat de Walen minder vaak beroep aantekenen. Een procedure voor de Raad van State blijft erg duur en Vlaanderen is dichter bevolkt, met kortere afstanden tussen buren, wat zeker tot meer betwistingen leidt."

Termijnen

Christophe Martin wil ook even praten over de problemen met de termijnen, die om allerlei redenen steeds langer worden. "In Wallonië hebben we strikte termijnen, die kunnen oplopen tot 115 dagen. Maar als er iets verandert aan de gemeentewegen, schort het decreet over de wegen deze strikte termijn op, zonder beperking. Dat is een probleem; een wetswijziging zou een welkome verbetering zijn. Het is altijd beter om eerst goed met de gemeente te praten voordat je een bouwvergunning aanvraagt. Maar de laatste jaren duren die onderhandelingen steeds langer", zegt Christophe Martin. "Als je een project hebt van meer dan 1 hectare, moet je ook eerst advies krijgen van Erfgoed voordat je een bouwvergunning kan aanvragen. Het kan 45 dagen duren voordat je dit advies krijgt. Waarom zou je het niet tijdens de procedure aanvragen? En tot slot moedigt het ruimtelijk ontwikkelingsplan, het SDT, gemeenten aan om hun gemeentelijk ontwikkelingsplan, het SDC, op te stellen of te updaten. Daardoor hebben sommige gemeenten een moratorium ingesteld op vergunningsaanvragen voor grote projecten. Het zou een groot probleem zijn als deze praktijk algemeen zou worden! Vooral omdat er volgens Embuild Wallonie tegen 2050 280.000 extra woningen nodig zijn", besluit de directeur vastgoedontwikkeling bij Blavier.

VAPZ, IPT of via pijler 3: een aanvullend pensioen opbouwen

als zelfstandige

Vandaag genieten van fiscale voordelen* en morgen van een welkome pensioenreserve: tijdig het pad van het aanvullend pensioen inslaan, heeft tal van voordelen. Met zowel het pensioen- en langetermijnsparen uit pijler 3 als het VAPZ en de IPT uit pijler 2, zijn er zeker voor zelfstandigen ruim voldoende opties.

Veel zelfstandigen realiseren zich te laat dat hun wettelijk pensioen alleen niet volstaat om hun levensstandaard te behouden na hun actieve loopbaan. En dat ze voor de opbouw van hun aanvullend pensioen zelf actie moeten ondernemen. Gelukkig bestaan daar heel wat interessante instrumenten voor.

DE VIER PENSIOENPIJLERS

Het is eerst en vooral belangrijk om te weten dat de Belgische pensioenopbouw op vier pijlers steunt. Een overzicht:

» Pijler 1: het wettelijk pensioen dat u ontvangt van de overheid.

» Pijler 2: het aanvullend pensioen dat u - als zelfstandige - zelf opbouwt via uw professionele activiteiten. Voor zelfstandigen zijn er oplossingen zoals het VAPZ en de IPT.

» Pijler 3: het pensioen- en langetermijnsparen via individuele fiscaal voordelige producten.

» Pijler 4: alles wat u zelf spaart voor uw pensioen, zoals beleggingen, vastgoed, kunst, …

AANVULLEND PENSIOEN VIA EEN VAPZ (PIJLER 2)

Zelfstandigen kijken best eerst naar pijler 2. Daar is de populairste keuze het Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen, het VAPZ. In de meest optimale omstandigheden kan het fiscaal rendement oplopen tot wel 60%*, afhankelijk van de persoonlijke situatie van de zelfstandige.

AANVULLEND PENSIOEN VIA EEN IPT (PIJLER 2)

Voor zelfstandigen met een vennootschap is er met de Individuele Pensioentoezegging (IPT) nog een tweede piste. Bij die formule is het de vennootschap die instaat voor de storting van de premies –die volledig aftrekbaar zijn als beroepskost en de belastbare winst dus laten dalen.

AANVULLEND PENSIOEN VIA PENSIOENSPAREN OF LANGETERMIJNSPAREN (PIJLER 3)

Waar de formules binnen pijler 2 direct te maken hebben met de beroepsactiviteit van de zelfstandige, staat pijler 3 daar los van. Zelfstandigen zijn natuurlijk ook particulieren en in die hoedanigheid kunnen ze besluiten om net als werknemers of ambtenaren (ook) aan pensioen- of langetermijnsparen* te doen. Ook hier kan je je premies in mindering brengen van je belastingen.

* De fiscale behandeling hangt af van de individuele situatie van de klant en kan in de toekomst wijzigen. Iedere beslissing tot intekening op pensioenspaarverzekering, een vrij aanvullend pensioen voor zelfstandigen of een individuele pensioentoezegging moet gebaseerd zijn op een uitgebreid onderzoek van de precontractuele documenten, waaronder de financiële infofiches, infofiche 2de pijler, het Essentiële-Informatiedocument, de sfdr fiche, en de algemene voorwaarden.

Ontdek de oplossingen om uw aanvullend pensioen als zelfstandige op te bouwen.

Met Embuild Vlaanderen ‘on the road’ door Nederland

De bouwsector staat voor ongeziene uitdagingen: een krappe arbeidsmarkt, scherpere duurzaamheidsdoelstellingen, digitalisering en industrialisering die razendsnel evolueren. Tegelijk is dit een periode van unieke kansen voor wie bereid is over de grenzen heen te kijken. Tijdens een tweedaagse reis heeft Embuild Vlaanderen een 30-tal bedrijfsleiders en managers van Belgische en Vlaamse bouwbedrijven laten kennismaken met koplopers in Nederland op het vlak van hoogbouw, circulair en modulair bouwen, robotisering en digitale transformatie.

Torenbouw zonder steigers

Benedikt Declercq, projectcoördinator Innovatie en Technologie bij Embuild Vlaanderen, werkte het programma voor deze reis uit. “Wij begonnen de eerste dag met een bezoek aan The Ensemble in Amsterdam. Dit nieuwbouwproject bestaat uit twee woontorens van ongeveer 120 en 100 meter hoog, deels met Vlaamse inbreng. Het project werd immers gebouwd door VOF Cordeel Zetel Temse-Cordeel Nederland.

Zij hebben daarbij geen gebruik gemaakt van steigers maar van C-fast, een innovatief bouwsysteem van Cordeel in prefabbeton met slimme koppelingen. De prefabsandwichwanden kwamen kant-en-klaar aan op de bouwplaats, voorzien van gevelbekleding en kozijnen en konden meteen op hun plek worden gehesen.” Het project werd voorgesteld door Jorden Goossenaert (CONIX RDBM Architects) en Jeroen Van Mullem (Cordeel).

Innovatieve woonwerkgebouwen

Vervolgens bezocht het gezelschap de projecten TopUp en Patch22, twee innovatieve woon-werkgebouwen in Amsterdam Noord. Benedikt Declercq: “Patch22 staat bekend als het hoogste houten gebouw van Nederland. De constructie bestaat uit een houten draagstructuur in combinatie met een betonnen kern en is ontworpen om makkelijk te wijzigen of op te splitsen naar nieuwe functies in de toekomst. Bovendien werd het gebouw ontwikkeld

volgens ‘open building’-principes. Dat betekent dat de bewoners konden meedenken over de indeling en inrichting van hun appartement, waardoor elke unit uniek is.

Het nabijgelegen TopUp-gebouw is een hybride hout-betonconstructie en bijna volledig demontabel. Ook hier is het casco zo ontworpen dat bewoners voor hun appartement een volledige indelingsvrijheid hebben.”

Met robots op de bouwplaats

De eerste dag werd afgesloten met een bezoek aan Monumental, een technologiebedrijf dat zich toelegt op het automatiseren van bouwprocessen door middel van robotica en software. Monumental ontwikkelt robots en besturingssystemen die efficiënt en duurzaam metselwerk op bouwlocaties mogelijk maken.

Dat gebeurt door middel van meerdere, kleine robots die samenwerken en zelfstandig over de bouwplaats rijden. Camera’s en kunstmatige intelligentie registreren de directe omgeving en anticiperen wanneer de werkelijkheid niet geheel overeenkomt met het BIM-model. Benedikt Declercq: “Wij kregen een rondleiding waarbij we de metselrobot live aan het werk zagen, en ook een software demo waarbij de bouwplaats digitaal in kaart werd gebracht.”

Een van de deelnemers, Stijn D’hoore, co-CEO van Furnibo, was zeer onder de indruk: “De durf achter Monumental vond ik ‘te zot voor woorden’. Hoe dat team omging met de uitdaging om het bouwen van gevelmetselwerk proberen op te lossen was heel inspirerend! Ook al had ik zelf veel vraagtekens bij de gekozen methodieken, toch had ik heel veel respect voor de wilskracht en inspanning (ook in euro’s

Bij de metselrobot van Monumental

door investeerders) die in deze start-up werden gestoken. Daar kunnen we in België zeker iets van leren, waar we wel innoveren, maar vanuit een heel conservatieve gedachtegang.”

Demontage en industriële nieuwbouw

De tweede dag begon met een bezoek aan het Student Experience Center Zuidas. Dit studentencomplex werd circa 10 jaar geleden gebouwd door bouwbedrijf Jan Snel, vandaag Daiwa House Modular Europe, maar moet plaats ruimen voor een hoger wooncomplex. Het studentencomplex zal daarbij niet worden gesloopt maar gedemonteerd en elders terug opgebouwd.

Vervolgens bezocht het gezelschap Daiwa House Modular Europe zelf, een onderdeel van de Japanse Daiwa House Group, wereldwijd marktleider in industrieel bouwen. De woningfabriek van Daiwa House Modular Europe in Montfoort is een ultramoderne productiefaciliteit waar per jaar circa 2.000 modules en ongeveer 1.000 modulaire woningen kunnen worden geproduceerd. De nieuwe fabriek is uitgerust met vaste werkstations voor specifieke taken en maakt voluit gebruik van automatiserings- en robotiseringstechnieken. Zo rijden de modules op ‘automated guided vehicles’ langs 17 werkstations, met 45 minuten tacttijd per werkstation.

Stijn D’hoore: “De nieuwe fabriek van Daiwa House was de moeite om te zien. Heel wat anders dan de klassieke prefabbouwers die moeite hebben om

efficiënt volume te draaien en daardoor niet doorbreken op de markt in België, uitgezonderd voor specifieke doeleinden zoals bijvoorbeeld bijgebouwen.”

Innovatie- en ontwikkelhub

Tenslotte bezocht de groep Hive, de innovatie- en ontwikkelhub van bouwgroep Heijmans, een toonaangevende speler in de Nederlandse bouw- en infrastructuursector.

Van circulair bouwen en hergebruik van materialen tot energieneutrale woningen en klimaatadaptieve infrastructuur: door slim te ontwerpen, duurzaam te bouwen en verantwoord te onderhouden zoekt Heijmans voortdurend naar manieren om de ecologische voetafdruk te verkleinen. Door gestandaardiseerd en gedigitaliseerd te ontwerpen en vervolgens geïndustrialiseerd te bouwen, kan het bedrijf met minder mensen meer realiseren. Dit komt niet alleen de efficiëntie ten goede, maar ook de kwaliteit en betaalbaarheid van woningen en infrastructuur.

Enthousiaste deelnemers

De deelnemers reageerden alvast enthousiast op deze groepsreis: “top organisatie, leerrijke uitstap” (Thomas Buyse, algemeen directeur van STiDO), “zeer interessant en inspirerend, met een goede mix van innovatieve onderwerpen" (Peter Winters, CEO van AB-Eiffage), “zowel de bezoeken als de vele aangename gesprekken op de bus waren bijzonder leerrijk." (Dirk Evenepoel, gedelegeerd bestuurder van BATO).

“Wat ik vooral geleerd heb is dat in Nederland meer durf is om het bouwproces snel te laten evolueren naar een toekomst van efficiëntie, prefabricatie, circulariteit, duurzaamheid, enz., ondersteund door overheden die meedenken in deze transitie”, besloot Stijn D’hoore.

Fundamenteel anders bouwen

Véronique Houben, gedelegeerd bestuurder van Houben, verwoordde haar ervaring als volgt: “Wat we bezochten en zagen, ging niet enkel over prefab of standaardisatie, maar over een fundamenteel andere manier van kijken naar bouwen: procesmatig, industrieel en toekomstgericht. Het zette mij sterk aan het denken over wat in België wél en vooral niet mogelijk is.

Onze werven zijn vandaag te vaak conflictmodellen: discussies over technische fiches, interpretaties, aansprakelijkheden en een complexe administratieve flow die alle partijen gebruiken om zich juridisch in te dekken. We zouden architecten en projectleiders veel meer moeten inzetten waar ze echte meerwaarde creëren: aan de voorkant van het proces, in conceptontwikkeling, bij systeemkeuzes en in langetermijnvisie. De vergelijking met Nederland maakt pijnlijk duidelijk dat het ook anders kan. Niet omdat men daar ‘slimmer’ bouwt, maar omdat het kader toelaat om bouwen te organiseren als een industrieel proces in plaats van als een opeenvolging van juridische en administratieve afschermingen.”

Enthousiaste deelnemers aan de innovatietrip

Bouw schreeuwt om vaklui en technici

Ook in 2026 zullen leerlingen en leerkrachten de VRT-werf bezoeken op de Open Wervendag voor scholen

Uit de VDAB-knelpuntberoepenlijst van 2026 blijkt dat bijna een derde van de knelpuntberoepen uit de bouw- en installatiesector afkomstig is. Meer nog, de helft van de top tien van grootste knelpunten bestaat uit beroepen die een knelpunt vormen in de bouw: calculator, werfleider, technicus werfmachines, insteller-opsteller verspaningen (CNC-operator) en vrachtwagenchauffeur.

Hoewel het momenteel minder goed gaat met de sector, blijft het aantal vacatures hoog. Het afgelopen jaar waren er in Vlaanderen bijna 18.000 bouwvacatures. Daarvan staan er zo’n 5.000 langdurig open. Het gaat om 11% van alle openstaande vacatures. In tegenstelling tot heel wat andere sectoren gingen de bouwvacatures het afgelopen jaar in stijgende lijn.

Nood aan wake-up call

“Deze cijfers zijn een wake-up call. We weten dat de bouw veel werk wacht om onder meer de woon- en renovatienoden te beantwoorden. Daarin zullen we enkel slagen als de sector transformeert en inzet op innovatie om met minder handen meer te kunnen doen. Maar vakmanschap en technische kennis blijven we onveranderd nodig hebben. Daarom roepen we de Vlaamse regering op om samen met ons meer jongeren en volwassenen naar de bouw te krijgen. Op korte termijn kijken we eveneens naar arbeidsmigratie om de grootste knelpunten in te vullen”, zegt Caroline Deiteren, directeur-generaal van Embuild Vlaanderen.

Tussen 2024 en 2025 steeg het aantal vacatures in de bouw met 3,5%. Andere stijgers waren bouwverwante sectoren zoals de vervaardiging van bouwmaterialen (15,2%),

de hout-en meubelindustrie (10,7%) en transport en logistiek (5,9%). Het aantal vacatures daalde daarentegen in de metaalsector (-9,3%) en bij de chemiebedrijven (-11,4%), alsook in de sector van energie, water en afvalverwerking (-31,7%). Daarbij viel op dat het aantal vacatures ook zwaar achteruitging in de (ooit beloftevolle) informaticasector (-23%) en bij de financiële dienstverlening (-34,7%).

Bijna niets anders dan knelpuntberoepen

70 van de in totaal 227 knelpuntberoepen op de VDAB-lijst komen uit de bouw- en installatiesector. Dat is bijna een op drie. Hoewel het totaal aantal knelpuntberoepen in Vlaanderen vermindert, blijft het aantal knelpuntberoepen in de bouw- en installatiesector hoog. Dit stemt overeen met de zopas geschetste evolutie op het vlak van vacatures.

VDAB signaleert knelpunten over quasi de volledige bouwketen, zowel bij de studie, voorbereiding en leiding van bouwprojecten (met beroepen zoals bouwkundig tekenaar, bodemonderzoeker, landmeter en project- en werfleider bouw) als bij ruwbouw en afwerking (met beroepen zoals metselaar, bekister-betonneerder, schrijnwerker, dakwerker, vloerder-tegelzetter, stukadoor en natuursteenbewerker).

Voor de installatiesector rekende VDAB

de elektrisch installateur, de HVAC- en koeltechnicus, de technicus hernieuwbare energietechnieken en de brandertechnicus tot de knelpuntberoepen. Verder kwamen uit de statistieken van VDAB ook nog de asbestverwijderaar, de wegenwerker, de bediener van bouwplaatsmachines en de kraanbestuurder als knelpuntberoep naar voor.

Stijgers en dalers in het bouwonderwijs

Voor heel wat knelpuntberoepen in de bouw worden leerlingen klaargestoomd via een zevende jaar van het secundair onderwijs. Denk maar aan wegenwerkers, vaktechnici voor installatietechnieken, dakwerkers, tegelzetters, CNC-operatoren enz. Maar dit schooljaar is het aantal leerlingen in de zevende jaren voor de bouw bijna gehalveerd: van 2.440 in het schooljaar 2024-2025 naar 1.340 in 2025-2026.

De grote daling kwam er omdat het volgen van een zevende jaar in Vlaanderen sinds kort niet meer noodzakelijk is om een diploma te halen. Een aantal jongeren dat vroeger voor een zevende specialisatiejaar zou kiezen, stroomt daardoor onmiddellijk door naar de arbeidsmarkt. Bouwbedrijven moeten hen dan extra (laten) opleiden, zelf of met andere opleidingspartners. Het is nog afwachten of het zopas hervormde systeem van de IBO (Individuele Beroepsopleiding in de Onderneming) hier soelaas kan bieden.

Naast het zware verlies in het zevende jaar, zagen we ook de tweede graad met iets meer dan 2% achteruitgaan. Maar de derde graad ging er met ongeveer 7% op vooruit: van 7.262 leerlingen in het schooljaar 2024-2025 naar 7.834 leerlingen in het schooljaar 20252026. De derde graad bepaalt uiteindelijk het aantal afgestudeerden in de bouwopleidingen. Deze stijging is een beloftevolle evolutie die Constructiv en Embuild aanmoedigt om hun promotiecampagnes onverminderd voort te zetten.

Toename in graduaats- en bacheloropleidingen

Sommige leerlingen zullen na hun zesde jaar in het secundair bouwonderwijs een graduaatsopleiding in de bouw beginnen. Ook op dat vlak merken wij een positieve evolutie. Aan de vier graduaatsopleidingen voor werforganisatie (AP in Antwerpen, HOGent in Gent, Odisee in Aalst en PXL in Diepenbeek) steeg de totale instroom van studenten van

Co-creatienamiddag met studenten van Thomas More in de Hubb van Embuild

Ook de instroom van studenten in de professionele bacheloropleidingen voor de bouw lag in 2025 uitzonderlijk hoog: het ging om 414 studenten. En het aantal studenten in de bacheloropleiding voor bouwkundig tekenen steeg van 238 in 2021 naar 336 in 2025. Deze cijfers zijn dan weer hoopvol voor de invulling van de grootste knelpuntberoepen zoals calculator en project- en werfleider.

MEER INFO

Veerle Desutter (veerle.desutter@embuild.be) Freija Jongbloet (freija.jongbloet@embuild.be)

BIJNA 1.000 DEELNEMERS AAN OPEN WERVENDAG VOOR SCHOLEN

Embuild Vlaanderen blijft intussen niet bij de pakken zitten en stelt dit jaar voor de derde keer leerlingen uit het secundair onderwijs en hun leerkrachten in staat om op de vrijdag voor de Open Wervendag op die werven een ‘sneak preview’ te krijgen.

Intussen hebben al 980 deelnemers zich hiervoor ingeschreven: 883 leerlingen en 97 leerkrachten. Die leerlingen komen uit diverse studierichtingen van de tweede en de derde graad van het secundair onderwijs: niet alleen uit bouwafdelingen maar ook uit hout- en installatie-afdelingen en zelfs uit het algemeen secundair onderwijs. Embuild Vlaanderen zorgt voor het contact met de scholen en het vervoer van en naar de werf. De Open Wervendag voor scholen vindt dit jaar plaats op 29 mei.

Daarnaast organiseert Embuild Vlaanderen gastlezingen in scholen of in bouwbedrijven voor leerlingen van de eerste graad van het secundair onderwijs om hen kennis te laten maken met de bouwsector. Daarvoor zoekt Embuild Vlaanderen nog altijd gastlesgevers die de bouwsector belichten en vertellen over hoe zij hun droomjob in de bouw hebben gevonden, hoe ondernemen vandaag werkt en welke (positieve) impact de sector heeft op ons leven en het klimaat. Wanneer mogelijk neem je de leerlingen mee op bedrijfs- of werkbezoek in de buurt van de school, zodat ze jouw verhaal ook in het echt zien! Geïnteresseerd? Meld je kandidatuur dan bij freija.jongbloet@embuild.be.

Tenslotte neemt Embuild Vlaanderen deel aan het Vlaams-Nederlands Interreg-project Be-Hot. Het project wil bij middelbare scholieren het inzicht in en de waardering voor duurzame bouwpraktijken verdiepen. In dit kader wordt in Kamp C in Westerlo een belevingscentrum ontwikkeld waar jongeren in contact komen met biobased materialen en circulair bouwen. Er wordt ook in een mobiele unit voorzien die scholen kunnen boeken om (samen met een gastlesgever) deze nieuwe wereld te ontdekken.

130 in 2021 naar 219 in 2025.

Thomas & Piron, al 50 jaar helemaal mee met de tijd

Thomas & Piron, in 1976 opgericht in Our door twee vastberaden mannen, is een familiebedrijf dat zich internationaliseert met een duidelijke en zelfbewuste strategische visie, waarbij het zich voortdurend flexibel aanpast aan de veranderende vraag. Om te praten over de geschiedenis en de ontwikkeling van het bedrijf, hebben we François Piron, de uitvoerend voorzitter, en Olivier Beguin, de kersverse CEO van de groep, ontmoet.

"Het bedrijf is in 1976 opgericht door mijn vader, Louis-Marie Piron, en Charles Thomas, de metselaar van het dorp. Ze namen eigenlijk alle kleine klussen aan die niemand anders wilde doen", vertelt François Piron, uitvoerend voorzitter. "En door hard te werken, professioneel vertrouwen en kwaliteit heeft het bedrijf zich geleidelijk ontwikkeld in alle sectoren van de bouw. Dat gaat natuurlijk van huizen tot grote gebouwen, van renovaties van gezinswoningen tot de renovatie van grote complexen, en van openbare tot particulie-

" Vandaag de dag is Thomas & Piron een holding met 10 entiteiten, meer dan 3.000 medewerkers en cijfers die nauwelijks veranderen."

re werken. Daarnaast zijn we ook actief in vastgoedontwikkeling, burgerlijke bouwkunde, renovatie van historische monumenten... In de loop der tijd hebben we ons door diversificatie kunnen uitbreiden naar alle sectoren, maar altijd met als belangrijkste doel onze klanten tevreden te stellen, of ze nu publiek of particulier zijn. Het zit in ons DNA om ons aan te passen aan de veranderende vraag en om ondanks de omvang van de groep heel flexibel te blijven. Vandaag de dag is Thomas & Piron een holding met 10 entiteiten, meer dan 3.000 medewerkers en cijfers die maar weinig veranderen.”

Werving en energiecrisis

Net als de hele sector heeft de groep te maken gehad met allerlei uitdagingen. Ten eerste was het lastig om mensen te vinden, omdat er een tekort was aan bouwvakkers. "Voor de coronacrisis was dit tekort een rem op onze groei. We konden amper het natuurlijke verloop van het personeel opvangen. Nu we langzaam uit de crisis komen, wordt dit weer een groot probleem. Het feit dat we ons eigen personeel hebben, niet uitbesteden en tijdens de crisis niemand hebben ontslagen, is onze kracht. Maar in een context van tekorten kan dit ook een beetje onze zwakte zijn. Door onze eigen mensen voorrang te geven in de hele groep, zowel in België als in het Groothertogdom, zelfs als dat ten koste gaat van onze winst, om ons imago, onze service en onze kwaliteit te behouden, hebben we ingezet op de toekomst, op het herstel. Nu zijn we blij dat we dat gedaan hebben.”

Een andere kracht van de groep is wendbaarheid. De energiecrisis heeft Thomas & Piron bijvoorbeeld ertoe aangezet om het renovatiesegment uit te breiden. "We hopen en verwachten een toename van de renovatie van eengezinswoningen, maar ook van grote openbare gebouwen, scholen, hotels...", zegt Olivier Beguin, die op 5 januari 2026 CEO van de groep werd. "De renovatie van eengezinswoningen en grote gebouwen is nu goed voor 6 tot 7% van de omzet van de groep. In vergelijking met

Links Olivier Beguin, de nieuwe CEO van de groep, en rechts François Piron, de uitvoerend voorzitter en zoon van oprichter Louis-Marie Piron.

de bouwmarkt, die volwassen is en niet meer zal groeien, zou renovatie al snel meer dan 10% van de omzet moeten uitmaken", zo gaat de nieuwe CEO verder. Hij studeerde af aan de UCL, het ICHEC en de Vlerick Business School en begon zijn carrière bij Fortis en daarna bij Arcelor. In 2006 werd hij CEO van Equilis, een Europese referentie op het gebied van vastgoedontwikkeling die residentiële projecten, gemengde projecten en stadsvernieuwing combineert. Met deze mooie ervaring op zak bekleedt hij vandaag de functie van CEO bij Thomas & Piron.

Van kopen op plan naar de markt van het onmiddellijk beschikbare nieuwbouwvastgoed

Olivier Beguin kijkt naar de vastgoedmarkt en stelt vast: "Kopers willen nu onmiddellijk beschikbaar nieuwbouwvastgoed. Ze willen niet drie jaar vooruitplannen en dat zal ons waarschijnlijk dwingen om onze gewoontes aan te passen. Vroeger verkregen we een vergunning en verkochten we op plan. Als we een bepaald niveau van verkoop op plan hadden bereikt, steunde de bank ons en konden we beginnen met de bouw van die 40 appartementen. Tegenwoordig willen mensen zich veel later vastleggen." "Het aandeel volledig afgewerkte woningen dat wordt verkocht, is inderdaad veel groter", voegt François Piron toe. Tussen 2013 en 2020 maakte de groep een enorme externe en interne groeifase door. Toen het team vanaf 2020 een consolidatiefase wilde ingaan, moest het eerst drie opeenvolgende crisissen in de sector aanpakken. François Piron vindt dat het tussen 2021 en 2025 vooral belangrijk was om deze crisissen zo goed mogelijk te beheersen. "Vandaag is de crisis nog niet helemaal voorbij, maar we hebben de tijd om ons te richten op deze consolidatiefase en op ons nieuwe bestuur. We willen ons voorbereiden op een nieuwe groeifase in de komende jaren."

Nieuw bestuur

"We komen uit een model dat natuurlijk gedurende meerdere decennia supergoed heeft gewerkt, anders zouden we hier nu niet zijn, maar het was een model van hypergroei. Mijn vader, die de gedelegeerd bestuurder was van heel Thomas & Piron, was de enige 'baas'. Eén 'baas' die alle beslissingen nam. Het was een sterk patriarchaal, sterk hiërarchisch, top-downmodel, maar hij nam ook alle

" Het bedrijf is in 1976 opgericht door mijn vader, Louis-Marie Piron, en Charles Thomas, de metselaar van het dorp. Ze namen eigenlijk alle kleine klussen aan die niemand anders wilde doen."

verantwoordelijkheid op zich. Er was moed en een enorme werklust voor nodig om dat model tot 2013 vol te houden. Daarna bleef de groep groeien, diversifiëren en internationaliseren. Van een sterk hiërarchisch, top-down-managementmodel zijn we vandaag geëvolueerd naar een veel meer collaboratief model, waarin we de gedelegeerd bestuurders per entiteit en per activiteit meer verantwoordelijkheid hebben gegeven. We identificeren de resultaten beter, we dagen de mensen beter uit, we geven hun veel meer verantwoordelijkheid. De holding, die in 2016 werd opgericht met als belangrijkste taak het consolideren van informatie, is geëvolueerd en evolueert nog steeds. We konden niet langer op gevoel werken en overal aanwezig zijn. Als je in verschillende landen actief bent, in verschillende sectoren, heb je op een gegeven moment een holding nodig die een kader vaststelt, die een scope definieert die veel dichter bij de praktijk staat, zodat de genomen beslissingen door de entiteiten worden gedragen.

François Piron heeft Olivier aangesteld om deze holding te leiden. "Olivier heeft veel ervaring in de vastgoedmarkt, kan enorm veel werk verzetten en staat dicht bij de mensen. We hebben een visie die vrijwel gelijkloopt en dagen elkaar uit."

EEN STRIPVERHAAL OM DE GELEGENHEID TE VIEREN

Om zijn 50-jarig bestaan te vieren, heeft Thomas & Piron TJ Editions gevraagd om een stripverhaal te maken over het leven van Louis-Marie Piron, "een visionair ondernemer".

Van links naar rechts: Pamela Dominguez (BPC), François Thonnart (Vanheede), Marion Anbergen (Embuild. Brussels), Gilles Godissart (Vanheede) en William Dockx (Shipit).

Eerste ReloADsorteerstation ingehuldigd op pilootwerf van BPC

Op 22 januari 2026 werd het eerste ReloAD-sorteerstation ingehuldigd op de werf BPC Campus 2 in Anderlecht. Partners, producenten en spelers uit de bouwsector kwamen er samen om deze circulaire oplossing, die in reële omstandigheden wordt getest, te ontdekken. Dit sectorinitiatief, dat wordt ondersteund door Embuild. Brussels en tot doel heeft het afval op bouwplaatsen beter te sorteren, is het resultaat van jarenlang overleg met de hele waardeketen van het afvalbeheer.

De Brusselse bouwsector produceert 1.297.000 ton afval per jaar. Hoewel 96 % van dit volume wordt gerecycleerd, wordt meer dan 50.000 ton licht materiaal (isolatiemateriaal, plastic of polystyreen) nog niet gevaloriseerd en belandt het vaak in containers voor gemengd afval. Dit materiaal is verontreinigd en kan niet meer worden gebruikt voor hoogwaardige recyclage.

Het ReloAD-project wil dit probleem oplossen. Het gaat om een innovatieve dienst die de sortering van bouwafval rechtstreeks op de bouwplaatsen wil verbeteren. Het project werd eind vorig jaar gelanceerd en wordt gedragen door Shipit, Vanheede en SmartLife, met de steun van Embuild.Brussels, Build-

wise, Louis De Waele, Leefmilieu Brussel en Valipac. Het project voorziet in de plaatsing van sorteerstations die zijn aangepast aan de realiteit op het terrein en in de inzameling via omgekeerde logistiek.

De werf BPC Campus 2 is dus de eerste bouwplaats waar een ReloAD-sorteerstation wordt geplaatst voor een nieuwbouwproject van studentenwoningen. Er werd een analyse gemaakt van de afvalstromen die de bouwplaats tijdens de afwerkingsfase zal genereren. Het sorteerstation werd gedimensioneerd op basis van de lijst van gebruikte materialen, hun hoeveelheid en hun leveringsfrequentie. Er werden 19 afvalstromen geïdentificeerd, waaronder PU-spuitbussen, transparante zachte kunststoffen, gekleurde zachte kunststoffen, harde kunststoffen, geëxpan-

deerd polystyreen, XPS (geëxtrudeerd polystyreen), papier en karton, metalen, textieltapijten, PUR/PIR-isolatiemateriaal en omsnoeringsbanden, bakstenen, inert materiaal, gips, enz.

Testfase van drie maanden

De testfase van dit project zal minimaal drie maanden duren. Deze eerste werf zal het mogelijk maken om de processen en het economische model, dat concurrerend wil zijn ten opzichte van de huidige markt, te valideren. Regelmatige feedback uit de praktijk zal het mogelijk maken om de dienst te verfijnen, zodat deze zo goed mogelijk aansluit bij de werfbehoeften.

Het verzamelen van gegevens vormt een centraal onderdeel van het project. Het doel is om aannemers en producenten een beter inzicht te geven in de hoeveelheden bouwafval die op werven worden gegenereerd. Dit werk maakt deel uit van het ReloAD-project en wordt ondersteund door Innoviris.

Ten

dienste van bouwplaatsen

ReloAD is bedoeld als aanvulling op de leveringsdienst in bouwpakketten (kitting) van het Brussels Construction Consolidation Centre (BCCC), dat wordt beheerd door Shipit, en optimaliseert de bestaande logistiek. De vrachtwagens die de materialen leveren, vertrekken weer met gesorteerd afval van de bouwplaatsen, waardoor een regelmatige inzameling op het tempo van de leveringen wordt gegarandeerd.

Door de hoge ophaalfrequentie kunnen er meer kleinere containers worden geplaatst, zoals bigbags of vuilnisbakken. De oppervlakte van de bouwplaats die bestemd is voor afvalbeheer wordt verkleind en het afval wordt gebundeld in het BCCC. Dankzij dit systeem kunnen bouwplaatsen met weinig ruimte een ambitieuze bronscheiding van bouwafval doorvoeren. Momenteel kunnen meer dan 25 afvalstromen worden gesorteerd.

Het is niet langer nodig om te wachten tot een container volledig gevuld is om een keten te activeren. ReloAD zorgt voor de opleiding van de ploegen, de inzameling, de bundeling buiten de bouwplaats, de monitoring van het geproduceerde afval, het transport naar het geschikte recyclagetraject en het traceerbaarheidsrapport. Zo wordt dus gewaarborgd dat het afval van bouwplaatsen wordt gerecycleerd, zonder administratieve en organisato-

rische rompslomp.

Er kan dan ook voor een bouwplaats een beroep worden gedaan op Shipit voor alleen kitting of kitting in combinatie met ReloAD om afval te sorteren.

Op de best mogelijke manier recycleren

Er bestaat een hiërarchie in de soorten valorisatie van materialen en afval, weergegeven door de Ladder van Lansink. Deze laat zien dat er vier soorten recyclage zijn: gesloten kringlooprecyclage (het materiaal wordt oneindig hergebruikt om hetzelfde product te maken zonder kwaliteitsverlies); open kringlooprecyclage (het materiaal wordt gerecycleerd om producten van een andere aard te maken, waarbij vaak nieuwe grondstoffen worden toegevoegd); downcycling/recyclage met waardeverlies (een soort open kringloop waarbij het gerecycleerde materiaal van mindere kwaliteit is dan het oorspronkelijke materiaal, zoals bakstenen die worden gebruikt als onderlaag voor wegen) en ten slotte upcycling (het materiaal van een product wordt omgezet in een nieuw product met een hogere of gelijke waarde).

ReloAD wil een gesloten kringlooprecyclage-oplossing bieden voor zoveel mogelijk bouwmaterialen.

Betrokkenheid van materiaalproducenten

Om recyclage in een gesloten kringloop mogelijk te maken, hebben producenten schoon afval nodig. Daarom is correcte bronscheiding van bouwafval van cruciaal belang. ReloAD is daarom partnerschappen aangegaan met tal van materiaalproducenten die toegang willen krijgen tot hun post-consumentenafval. De dienst vormt de schakel tussen afvalbeheer en de ontwikkeling van materialen uit gerecycleerde grondstoffen.

Tot deze producenten behoren Knauf, Xella, Sto, Pierret, Deceuninck, Wienerberger, Reynaers Aluminium en AGC, maar ook de Valipac-trajecten voor verpakkingsafval en andere trajecten van de Vanheede Group.

Oproep voor andere pilootwerven

Voor de testfase is ReloAD op zoek naar andere bouwplaatsen die willen experimenteren met levering via kitting in combinatie met het ReloAD-afvalophaalsysteem.

" Het sorteerstation is gedimensioneerd op basis van de lijst van gebruikte materialen, hun hoeveelheid en hun leveringsfrequentie."

INFO : marion.anbergen@ embuild.be en planning. bru@shipit.be

UW MAATSCHAPPELIJK

ENGAGEMENT LOONT

Doe jij aan maatschappelijk verantwoord ondernemen? De Embuild Foundation Awards erkennen de maatschappelijke betrokkenheid van bouwbedrijven die samenwerken met externe partners die actief zijn op maatschappelijk gebied.

Schrijf je in op embuildfoundation.be

Word Laureaat van de Arbeid

Het Royal Work Honors Institute nodigt je uit om deel te nemen aan de selectieprocedure om Laureaat van de Arbeid te worden.

Achter elk succesvol project staan mensen met engagement en vakmanschap. Zij versterken onze economie en dragen bij tot de uitstraling van een sector die een motor van vooruitgang is. Hun professionele inzet verdient een erkenning van het hoogste niveau: een titel toegekend door Zijne Majesteit de Koning als blijvende erkenning voor hun bijdrage aan de bouwsector en aan de samenleving.

WAT BETEKENT DIT VOOR JOU?

Een officiële nationale erkenning, een ereteken (brons, zilver of goud), een plechtige ceremonie met professionals van de bouwsector uit heel België en een officieel brevet, uitgereikt door jouw burgemeester.

VOOR WIE IS DEZE ERKENNING BESTEMD?

Iedereen die actief is in de bouwsector komt in aanmerking, ongeacht anciënniteit of statuut. Wat telt, is je vakmanschap en engagement. Je kan jezelf kandidaat stellen of een collega voordragen met een opmerkelijke professionele of sociale loopbaan. Daarnaast zijn ook collectieve kandidaturen welkom. Heeft jouw team een bijzonder project gerealiseerd? Heeft jouw onderneming bijgedragen aan innovatie, duurzaamheid, opleiding of maatschappelijke meerwaarde binnen de bouw? Dan kan jullie gezamenlijke inzet erkend worden.

WAAROM ZOU JE DEELNEMEN?

Erkend worden is gewaardeerd worden. Het is een bekroning van vakmanschap en ondernemerschap. Deze titel geeft een boost aan je carrière en straalt positief af op je organisatie. Het leidt tot een waardevolle vermelding op je cv, LinkedIn-profiel of in je bedrijfscommunicatie en tegelijk bouw je mee aan de erkenning van de sector.

KANDIDEER DUS VOOR DE ERKENNING VAN LAUREAAT VAN DE ARBEID. Inschrijven kan tot en met 15 mei 2026. Kandidaturen indienen kan eenvoudig en digitaal via: https://bekrown.be/ nl/inschrijving/. Ontdek inspirerende getuigenissen van eerdere Laureaten op https://bekrown.be/nl/getuigenissen/. Voor vragen: info@bekrown.be, 02 233 88 91.

Ruimte tussen buitentegels en gevel: simpele afwerking of essentieel detail?

Terrassen op tegeldragers worden vaak gekozen om een continuïteit te creëren tussen de binnen- en buitenbekleding. Deze aansluiting vereist echter bijzondere aandacht. De ruimte tussen de tegels, de gevel en de dorpels bepaalt namelijk niet alleen het uitzicht, maar ook de waterdichtheid en de duurzaamheid van het geheel. Een slecht ontwerp kan aanleiding geven tot infiltraties of meer onderhoud vergen.

Ruimte tussen de tegels en de gevel

Volgens Technische Voorlichting (TV) 244 voorzie je best minstens 2 cm ruimte tussen de eerste tegel en de gevelvoet om:

● de ophoping van vuil te voorkomen

● een goede waterafvoer te garanderen

● het onderhoud van de muurvoeten en het terras te beperken.

Dankzij deze ruimte kan je ook de opstand van de afdichting beperken tot 5 cm boven de tegels, in plaats van de gebruikelijke 15 cm. Zorg er wel steeds voor dat de afstand tussen de bovenkant van de opstand en de ondergrond van de tegels op tegeldragers minstens 15 cm bedraagt.

Ruimte tussen de tegels en de dorpels

De dorpels van ramen en deuren zijn gevoelige zones. Ook hier raadt TV 244 aan om een ruimte van 2 cm en een opstand van minstens 5 cm boven het peil van de tegels aan te houden.

In de praktijk wordt deze afstand vaak verkleind om de doorgang voor personen te vergemakkelijken. Wil je esthetiek, toegankelijkheid en drainage verzoenen, dan kan je gebruikmaken van roosters tussen de tegels en het raam-kader (of de dorpel) (zie Bouwdetailfiche 1347: ‘Spouwmuur: aansluiting met een dakterras met betegeling of op tegeldragersverbeterde toegankelijkheid’).

Vermindering van de ruimte tussen de tegels en de gevel

De gebruikers verkiezen vaak een vlakke

Afb. 1 : Aansluiting tussen buitentegels op tegeldragers en de gevel bij een dakterras.

en doorlopende afwerking tussen de binnenen buitenomgeving. Deze wijziging brengt echter bepaalde risico’s met zich mee, zoals:

● de ophoping van vuil (bladeren, takjes, stof ...)

● een groter risico op de omzeiling van de afdichting en dus op waterinfiltraties

● een bevochtiging die de duurzaamheid en het uitzicht van de muurvoet kan beïnvloeden.

Welke oplossing je ook kiest, het blijft essentieel om voldoende ruimte te laten tussen de tegels en de muurvoet en zo direct contact te vermijden.

Betrouwbare en gebruiksklare bouwdetails

• meer dan 500 details, gevalideerd door de Buildwiseexperts en de werkgroepen van de Technische Comités

• conforme oplossingen, aangepast aan elk type bouwplaats

• DWG-bestanden, aanpasbaar aan jouw specifieke situatie

• een handig hulpmiddel om je werven foutloos te ontwerpen, voor te bereiden en uit te voeren.

Download gratis je technische details

Belang van de stabiliteit van de tegels

De ruimte tussen de eerste tegels en de gevel heeft alleen zin als de tegels stabiel liggen. Elke beweging kan immers ongemakken veroorzaken bij gebruik. Plaats daarom altijd een geschikte spie tussen de muurvoet en de tegel. Controleer vooraf ook steeds de uitlijning van de muur, want deze zal een invloed hebben op de uitlijning van de tegels. Zorg er ook voor

dat de tegels nooit rechtstreeks in contact komen met de gevelplint of het raamkader om hun uitzetting toe te laten.

Comfort en duurzaamheid verzoenen: essentiële punten

Terrassen op tegeldragers bieden veel ontwerpvrijheid en voldoen aan de groeiende vraag naar continuïteit tussen de binnen- en buitenomgeving. Toch blijft het belangrijk om de fundamentele technische regels na te leven. Met 2 cm afstand tussen de tegels en de gevel en een verticale opstand van minstens 5 cm boven de tegels, voorkom je doorgaans problemen zoals infiltraties en esthetische gebreken. De verkleining van deze afstand vereist een analyse van de detail van de muurvoet (opstand van de afdichting), de keuze van geschikte materialen en bijzondere aandacht voor het onderhoud. Analyseer de situatie dus grondig vóór de uitvoering en overleg met alle betrokken partijen.

Samenvatting van een artikel, verschenen op de pagina’s 10-11 van het Buildwise Magazine 2025/06 (november-december). Enkel het originele Buildwise-artikel geldt als referentie.

Afb. 2
Voorbeeld van een onstabiele tegel.

Afb. 2 Uitvoering van een bakgoot.

Renovatie van een spouwmuur met een ETICS: aansluiting met een hellend dak

Om de thermische prestaties van een bestaande spouwmuur te verbeteren met behulp van een ETICS (zie TV 295), is het essentieel rekening te houden met een aantal aanbevelingen voor de aansluiting met een hellend dak. Deze laten immers toe om de continuïteit van de isolatie en de water- en luchtdichtheid te garanderen, de warmteverliezen ter hoogte van de aansluiting te beperken en het risico op condensatie te verkleinen.

Renovatiestrategie

Een goede coördinatie van de gevel- en dakwerken is van essentieel belang. Over het algemeen wordt eerst het dak gerenoveerd en daarna de gevel. Hierbij moet je erop toezien dat de isolatielagen goed aansluiten.

Bepaalde keuzes en oplossingen hangen af van het feit of de dakbedekking vervangen wordt of niet. Dit artikel behandelt de situatie waarbij het dak langs binnen geïsoleerd wordt zonder vervanging van de dakpannen. In elk geval moeten koudebruggen vermeden worden (zie Buildwise-artikel 2024/02.03), omdat ze aanleiding geven tot een toename van de warmteverliezen en een groter risico op schimmelvorming.

De dakranden moeten aangepast worden om de nodige bescherming boven het ETICS te bieden en de bouwknoop correct aan te pakken. Eén of meer rijen dakpannen zullen hiervoor herplaatst moeten worden.

Dakvoet

De continuïteit van de thermische isolatie aan de dakvoet moet gegarandeerd worden

door tussen de dak- en gevelisolatie een geschikte isolatie te plaatsen (zie afbeelding 1).

Deze moet aangebracht worden door de persoon die ook instaat voor de aanpassing van de dakvoet. Het onderdak moet verlengd worden, bij voorkeur tot in de goot.

De hanggoot kan herontworpen worden zoals in de bestaande situatie (zie afbeelding 1B op de vorige pagina). Voor de goede aansluiting van de dak- en gevelisolatie, moet het dakvlak verlengd worden en de goot horizontaal verplaatst worden over een afstand van ongeveer 15 cm (12 cm voor het ETICS en minstens 3 cm voor de dakoversteek). Bij een dakhelling van 45° moet de goot ook verticaal over dezelfde afstand verplaatst worden. Het gevelmetselwerk moet dan op gelijke hoogte afgeslepen worden om de continuïteit van de isolatie te garanderen.

Het is ook mogelijk om een bakgoot te ontwerpen (zie afbeeldingen 1C op de vorige pagina en 2 hierboven), waardoor de hoogte van de gevel en de goot behouden kan worden. Om het risico op een latere beschadiging van het ETICS door een gebrekkige waterdichtheid

Afb. 3

Aansluiting tussen de isolatie van een hellend dak en die van een gevel (verticale snedes).

Afb. 1 : Aansluiting tussen de isolatie van een hellend dak en die van een gevel (verticale snedes).

van de bakgoot te vermijden, moet onder de bekleding van deze goot een dampopen onderdakfolie aangebracht worden (zie afbeelding 1C).

Zijrand

Aan de zijrand van het dak moeten koudebruggen vermeden worden door de muurkop te isoleren (zie afbeelding 4).

De eerste oplossing is om de muurkop te isoleren zonder afslijping (zie afbeelding 3).

In dat geval moet er een uitbreiding van het dak-timmerwerk (dakladder) ontworpen en uitgevoerd worden om de muurkap te ondersteunen. De isolatie van deze constructie moet voldoende dik zijn en moet de isolatie tussen de kepers van het hellende dak over minstens de helft van de dikte van de dakrandisolatie overlappen (zie afbeelding 4B).

De tweede optie bestaat erin om de muurkop te isoleren met afslijping. In deze configuratie wordt de muurkop (dragend metselwerk en gevelmetselwerk) afgeslepen om de dakbedekking tot boven het ETICS te kunnen verlengen (zie afbeelding 4C).

Afb. 4 : Aansluiting tussen de isolatie van een hellend dak en die van een gevel aan de zijrand (verticale snedes).

Samenvatting van een artikel, verschenen op de pagina’s 6-7 van het Buildwise Magazine 2025/03 (mei-juni). Enkel het originele Buildwise-artikel geldt als referentie.

Het oude voetbalstadion van Waver wordt de Belfius Hockey Arena

Van 15 tot 30 augustus 2026 is er het WK hockey voor mannen en vrouwen in Nederland en België. Twee steden zijn gastheer: Amsterdam en Waver. In deze gemeente in Waals-Brabant is het oude Justin Peeters-stadion helemaal opgeknapt en groter gemaakt voor de competitie. Ons lid Socatra is er aan het werk. Het resultaat: een prachtig stadion met 4.000 zitplaatsen dat nu de 'Belfius Hockey Arena' heet. Dit nieuwe nationale stadion wordt op 1 april geopend.

In Waver werd het Justin Peeters-stadion gebouwd in 1923. De infrastructuur was verouderd en bood nog steeds onderdak aan de lokale voetbalclub die in de provinciale competities speelt, voor een paar toeschouwers op een tribune met 2.800 plaatsen. Daarnaast beschikte de snelgroeiende hockeyclub LARA niet over infrastructuur die aansloot bij haar ambities. De stad Waver besloot daarom twee vliegen in één klap te slaan: een nieuw stadion dat geschikt is voor internationale wedstrijden en het hele jaar door gebruikt kan worden door de lokale hockeyclub en de Belgische hockeybond.

De opdrachtgever is de Régie Communale Autonome Wavrienne des Sports. Het architectenbureau is CERAU en Sweco is het studiebureau. We noemen ook het bedrijf Ventair, dat verantwoordelijk was voor de speciale technieken, het bedrijf Alloson voor de elektriciteit in het gebouw en het bedrijf LEXAR voor de verlichting rond het veld.

Van droog

naar nat veld

De werken zijn in het najaar van 2023 begonnen. "In eerste instantie wilde de Internationale Hockeyfederatie een droog veld. Daarna kwam ze op haar besluit terug en koos ze voor een nat veld. Voor ons als aannemer veranderde dat alles, want we moesten een systeem voor regenwateropvang en besproeiing ontwikkelen, een van de grote uitdagingen van dit project",

legt Amadéo Danielis, de werfleider, uit. "We hebben twee onderling verbonden watertanks van elk ongeveer 50 m³ gebouwd onder de twee uitbreidingen van de tribunes. Dankzij een drainagesysteem onder het terrein en een nieuwe afwatering komt het regenwater via een opvoerput in deze reservoirs terecht en voedt het de 8 sproeiers aan weerszijden van het speelveld, dat tijdens wedstrijden regelmatig moet worden besproeid. Dat geeft dit project een 'kringloopeconomie'-tintje", zo gaat de werfleider verder. "We hebben ook het dak van de tribune vernieuwd en een systeem voor het opvangen van regenwater (pluvia) geïnstalleerd, dat vanaf het dak door het hele gebouw loopt en uiteindelijk in de tanks terechtkomt, zodat deze kunnen worden gevuld."

Aan de andere kant, voor als er niet genoeg water is, wat best kan gebeuren omdat het WK in augustus is, hebben de ploegen van Socatra een artesische put gebouwd. "Via een grondwaterinlaat op zo'n 30 meter diepte in de ondergrond kan met deze installatie water uit de watervoerende laag worden gehaald om de reservoirs met een snelheid van 6 m³/u te vullen en het besproeiingssysteem te voeden, wat erg belangrijk is op dit soort terrein."

Greppel en talud

Zoals je begrijpt, is waterbeheer de grote uitdaging van dit project, maar daar blijft het niet bij. "Het stadion ligt vlak naast de Dijle. Om te voorkomen dat de rivier bij hevige regenval

De inrichting van het terrein achter het doel en de schockpad/e -layer onder het kunstgras.

De gronden van de werf werden gebruikt voor de aanleg van een talud dat als fundering dient voor een nieuwe tribune tegenover de bestaande tribune, die plaats biedt aan ongeveer 1.200 personen.

overstroomt, hebben we achter een van de doelen een greppel aangelegd. Dat is een begroeide ruimte die is ontworpen om regenwater door te laten voordat het in de grond verdwijnt of naar het riool wordt afgevoerd als de greppel te vol raakt. Het overtollige water uit de tanks wordt ook rechtstreeks in deze greppel geloosd", zegt Amadéo Danielis.

Voor al deze werkzaamheden moest veel grond worden verzet. De architecten hebben de wedstrijd trouwens gewonnen omdat het project geen grondafvoer voorzag, alle grond werd hergebruikt. Deze grond, in totaal 3.500 m³, werd gebruikt voor de aanleg van een talud dat als fundering dient voor een nieuwe tribune tegenover de bestaande tribune, die plaats biedt aan ongeveer 1.200 personen. "Hierdoor kan de capaciteit van het stadion worden vergroot van 2.800 naar 4.000 plaatsen. De organisatoren zijn ook van plan om tribunes in de vorm van steigers toe te voegen, zowel aan de zijkant als achter de twee doelen. De Belfius Hockey Arena zal dus een capaciteit hebben van 10.000 plaatsen voor de wedstrijden van het WK."

Gelijkvloerse verdieping gesloopt

Naast al deze aanpassingen voor het waterbeheer heeft het bedrijf ook de gelijkvloerse verdieping, onder de hoofdtribune, opnieuw ingericht. "We hebben alles gesloopt en heropgebouwd: nieuwe kleedkamers, nieuwe clubhuizen, een fitnessruimte... Alles is nieuw, met als bijzonderheid dat alle speciale technieken zichtbaar zijn. De helft van de ruimte wordt gebruikt door de Belgische hockeybond en de andere helft door de lokale club LARA. Er was ook geen ontvangstruimte in deze hoofdtribune. Daarom hebben we er een gebouwd van ter plaatse gestort beton van 7 meter hoog met een vliesgevel om het licht door te laten, zodat de toeschouwers in goede omstandigheden kunnen worden ontvangen."

Zodra je als toeschouwer door deze nieuwe ontvangstruimte bent, kan je plaatsnemen

op de hoofdtribune. "We hebben de bestaande tribune richting het veld uitgebreid met twee nieuwe aanbouwen met ongeveer 500 zitplaatsen, waardoor de capaciteit is toegenomen van 2.300 naar 2.800 zitplaatsen. Aan beide uiteinden van deze tribune hebben we ook twee nieuwe bijgebouwen voor de toiletten gebouwd. Oude groene bekledingsplaten zijn vervangen door bekleding in houtlook. Een Spaans bedrijf heeft nieuwe stoelen geplaatst in de kleuren van de Belgische vlag. Van bovenaf gezien lijkt het op een golf", zegt de werfleider.

Vanaf deze hoofdtribune heb je een geweldig uitzicht op het blauwe veld. Zoals ze zeggen: het is indrukwekkend! "Wist je dat vogels dit soort velden vaak verwarren met water en er dan op neerstorten? Hier is dat gelukkig nog niet gebeurd", vertelt Amadéo Danielis als anekdote.

Blauw kunstgras

Ter info: ons lid heeft niet meegewerkt aan het ontwerp van het kunstgrasveld, dat waterdoorlatend is. Het is ontworpen door het Belgische bedrijf LESUCO en het Duitse bedrijf POLYTAN, die gespecialiseerd zijn in het aanleggen van sportvelden. "Het rust op een fundering van bijna 60 cm steenslag, bedekt met 10 cm poreus asfalt. De laag onder het kunstgras is een zogenaamde schockpad/e-layer van 1,5 cm dik, ter plaatse gestort met vastgelijmde rubberkorrels. Dit zijn oppervlakken die onder sportvloeren worden gebruikt om schokken op te vangen. Een nieuw blauw kunstgras van het type 'wet look' vormt de zichtbare toplaag."

Finale mannen

De bouwwerkzaamheden aan het stadion zijn bijna klaar. De opening, en dat is geen grap, staat gepland voor 1 april, met een wedstrijd tussen de nationale mannen- en vrouwenteams van België en Nederland. Daarna is het tijd voor het WK. Laten we hopen dat onze Red Lions en Red Panthers geweldige prestaties kunnen neerzetten in dit prachtige, vernieuwde en gloednieuwe stadion. De finale van de mannen wordt trouwens gespeeld in de 'Belfius Hockey Arena'. Duimen maar! "Het is een uniek project. Het was niet makkelijk, vooral door die grote uitdaging met het waterbeheer. Maar het eindresultaat is geslaagd. Tot in augustus voor de aftrap!", zegt Amadéo Danielis.

De vernieuwde tribune is die van het voormalige stadion
Justin Peetes van Waver gebouwd in 1923.
De schikking van de stoelen ziet eruit als een golf.

PROMO VAN DE MAAND MAART 2026

B-Seen Europa pilotjack

Op zoek naar een comfortabele en veelzijdige signalisatiejas? Ontdek het B-Seen Europa pilotjack. Ideaal voor professionals die zichtbaarheid en comfort willen combineren!

● Afritsbare mouwen - eenvoudig om te vormen tot bodywarmer

● Uitneembare fleecevoering voor extra warmte

● Zakje op linkermouw

● Telefoonzakje op rechterborst

● 2 zijzakken onder klep

● 2 steekzakken

● Elastiek aan mouwen en in de lenden voor optimale pasvorm

● Uitneembare kap in de kraag met aantrekkoord

● Ritssluiting

Kleuren: fluo-oranje/marine, fluogeel/marine

Maten: S t.e.m. 5XL

Speciale verkoopprijs enkel voor de maand maart 2026

Ledenprijs: € 70,00 excl. btw

Niet-ledenprijs: € 82,00 excl. btw

Deze pilotjack kan besteld worden via de website www.embuild.be, e-shop, categorie veiligheid of door een mail te sturen naar bestellingen@embuild.be

PROGRESS. TOGETHER.

16.000 BOUWBEDRIJVEN

Daar kan je niet omheen

16.000 bouwondernemers in héél België rekenen op ons. Klein en groot. Actief in alle activiteiten en technieken van de brede bouwsector. Embuild is hun stem en partner. Wij verdedigen hun belangen en promoten hun innovatief vakmanschap.

Samen Bouwen, Samen groeien.

Embuild Magazine is het maandblad van de vzw Embuild, Kunstlaan 20, 1000 Brussel

Verantwoordelijke uitgever: Filip Coveliers, Kunstlaan 20, 1000 Brussel Afgiftekantoor: Gent X

Redactie: Gerrit De Goignies. marc.gueret@embuild.be tel. 02 545 57 31

Vormgeving: nikka.cuypers@embuild.be abder-razzaaq.boujdaini@embuild.be

Druk: Graphius

Reacties - vragen: communicatie@embuild.be

Met de medewerking van: de studiedienst van Embuild tel. 02 545 56 36 officeteam@embuild.be

• Embuild Vlaanderen johan.walewijns@embuild.be tel. 02 545 57 49

• Embuild.Brussels morgane.cendoya@embuild.be tel. 02 545 58 29

• Embuild Wallonie justine.danis@embuild.be tel. 02 545 58 29

Abonnementen: charlotte.joppart@embuild.be tel. 02 545 57 21

Reclame: kristel.dekempeneer@embuild.be tel. 02 545 56 99

Prijs jaarabonnement

Leden van Embuild: begrepen in het lidgeld

Niet-leden: € 137,80 (incl. BTW en portkosten) / buitenland: € 300 (incl. btw en portkosten)

Lid van de Unie van de Uitgevers van de Periodieke Pers

De Flux Wall Compact van Renson: het kleinste ventilatietoestel met warmteterugwinning in zijn klasse

De Flux Wall Compact van Renson is een compacte en slimme ventilatie-unit, ideaal voor kleinere ruimtes. Met een hoogte van amper 55 cm en een gewicht van 19 kg levert hij toch een debiet tot 350 m³/u. Perfect om te plaatsen waar er weinig ruimte is zoals in een kast of boven een wasmachine.

Dankzij ingebouwde sensoren meet het toestel continu de binnenluchtkwaliteit (CO 2 , vluchtige organische stoffen (VOS) en vochtigheid) en past het automatisch het ventilatieniveau aan. Wordt er een kritische waarde gemeten? Dan schakelt het toestel

tijdelijk hoger om de luchtkwaliteit snel weer op peil te brengen. Daarna gaat het automatisch terug naar een lager debiet om energie te besparen. Met een warmteterugwinrendement tot 89% is dit toestel bovendien erg energiezuinig.

De unit is makkelijk te integreren in verschillende ruimtes en zorgt voor optimaal comfort zonder storend geluid. Via de mobiele app kan je de werking opvolgen en krijg je meldingen voor onderhoud. Filter vervangen? De app laat het je weten.

INFO : www.renson.net

Wienerberger: twee nieuwe kleuren voor de tegelpan

Elfino van Koramic

Bij Wienerberger wordt het gamma van de tegelpannen Elfino van Koramic uitgebreid met twee nieuwe kleuren: Duinzand licht (948) en Duinzand donker (949). Deze kleuren vullen het bestaande gamma aan, dat nu vijf kleuren telt: Agaatgrijs, Antraciet mat, Blauw gesmoord en de twee nieuwe Duinzandvarianten.

Eén van de unieke kenmerken van de twee nieuwe kleuren is dat ze perfect samen verwerkt kunnen worden op één dak. Door Duinzand licht en Duinzand donker te mengen, creëer je als dakwerker een modulair beige patchwork-effect met een moderne, dynamische uitstraling. Het resultaat oogt tegelijk harmonieus en natuurlijk.

De Elfino is makkelijk te leggen. Dankzij de doorlopende ophangneus bovenaan hoeft de dakwerker niet elke pan afzonderlijk te bevestigen. Hierdoor gaat het leggen makkelijker gaat en verhoogt de legsnelheid. Tegelijkertijd worden de geldende bevestigingsnormen nageleefd. Met haar slanke en hedendaagse vormgeving past de Elfino perfect bij zowel nieuwbouwprojecten

als renovaties. Daarenboven biedt die vormgeving architecten en aannemers maximale creatieve vrijheid.

INFO : www.wienerberger.be

Schrijf je in voor Open Wervendag!

SCHRIJF JEIN

Dit jaar is het op zondag 31 mei Open Wervendag. Op die dag stellen Embuild en zijn leden de bouw- en installatiesector open voor het grote publiek. Voor jou, beste lid, is dit een unieke kans om je vakmanschap te laten zien aan veel bezoekers, van alle leeftijden. Het is de enige dag van het jaar waarop iedereen echt kan begrijpen hoe het er op een werf aan toe gaat. Door je werf open te stellen voor het publiek, help je namelijk mee om een realistisch beeld van onze sector te schetsen.

Bezoekers zien met eigen ogen hoe complex en boeiend het werk is, waarom het soms voor overlast zorgt en vooral hoe indrukwekkend het eindresultaat is. Deze dag zorgt voor meer begrip en waardering. En wie weet vind je zelfs nieuwe collega's.

Wil je meedoen aan dit belangrijke evenement van onze beroepsorganisatie? Aarzel niet en meld je werf aan bij onze collega's!

Meer weten? owd@embuild.be

13,1 miljoen

Belgen in 2080

Uit de meest recente bevolkingsprognoses van het Federaal Planbureau, gepubliceerd in februari dit jaar, blijkt dat België in 2080 naar verwachting 13,1 miljoen inwoners zal tellen, tegenover 11,8 miljoen in 2025. Hoewel de bevolking blijft groeien, gaat dit trager dan voorheen en is deze groei volledig te wijten aan bijkomende inwoners door internationale migratie. Het natuurlijke saldo blijft negatief voor de periode 2025 tot 2080: er worden minder kinderen geboren dan dat er mensen overlijden. De vergrijzing zet bovendien versneld door; vooral het aandeel 80-plussers groeit sterk. In 2080 zal de levensverwachting fors toenemen tot gemiddeld 90 jaar voor vrouwen en 89,2 jaar voor mannen. Wat het aantal huishoudens betreft telt België in 2080 6,17 miljoen huishoudens met een gemiddelde huishoudgrootte van 2 personen, tegenover 5,2 miljoen huishoudens in 2025 met een gemiddelde van 2,2 personen per huishouden.

GO DIGITAL!

DIG I T ALISERING IS ESSENTIEEL VOOR AANNEMERS DIE ZICH

W I LLEN PROFESSIONALISEREN EN EMBUILD MOET HEN DAAROP VOORBEREIDEN.

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook