Maandblad van en voor de aannemer en de installateur Uitgave van Embuild • Kunstlaan 20, 1000 Brussel • afgiftekantoor Gent X • 6 euro
www.BouwForumConstruction.be
PROGRAMMA
3 workshops over AI, cyberveiligheid en biosourced bouwmaterialen. Plenaire sessie met Georges-Louis Bouchez (voorzitter MR) als keynote spreker.
Ons BouwForum wordt afgesloten met een gratis lunch en een netwerkgelegenheid voor bouwprofessionals.
De bouw brokkelt af
Voor het eerst in tien jaar telt de Belgische bouw- en installatiesector netto minder bedrijven. Een pijnlijk dieptepunt dat, jammer genoeg, niet echt uit de lucht komt vallen. In 2025 verdwenen er per saldo 1.402 ondernemingen, blijkt uit cijfers van handelsinformatiekantoor Trends Business Information. Minder starters, meer stopzettingen en vooral een forse stijging van het aantal faillissementen tekenen een sector die stilaan door zijn fundamenten zakt.
In woningbouw en renovatie is de klap het hardst: het aantal starters daalde daar met 29%, precies in de segmenten die essentieel zijn voor betaalbaar wonen en de energietransitie. Tegelijk steeg het aantal faillissementen in de niet-residentiële bouw met 17% en zelfs met 36% in de infrasector. Scholen, ziekenhuizen, andere gebouwen en allerhande infrastructuur voelen de impact van uitgestelde investeringen, trage procedures en aanhoudende onzekerheid.
Deze terugval past in een bredere trend van stagnatie die al sinds 2022 aansleept. De bouwsector kreunt onder hoge kosten, vertraagde vergunningen en het ontbreken van een voorspelbaar investeringsklimaat. Dat ondernemers afhaken, is dan ook geen toeval maar een jammerlijk gevolg van politici die de bouw onvoldoende inzetten als motor van vooruitgang.
Toch zijn er signalen dat het ergste hopelijk achter ons ligt. We verwachten in 2026 immers een lichte toename in de woningrenovatie (+1%) en een iets min-
der scherpe krimp in de woningbouw. Dat is hoopgevend, maar wel nog onvoldoende om de zegebulletins al boven te halen.
Wat nodig is, is duidelijk: stabiel beleid, snellere vergunningen, aantrekkelijke premies en investeringszekerheid. Enkel dan kunnen we het ondernemerschap in de sector opnieuw zuurstof geven. Laat 2026 daarom geen jaar van oplapwerk zijn, maar het begin van heropbouw. Zowel in bakstenen als in beleid.
Niko Demeester
CEO Embuild
" 2026 moet het jaar van heropbouw worden. Zowel in bakstenen als in beleid. "
DE MODERNISERING VAN BELGIË ALS HOOFDTHEMA VAN HET BOUWFORUM 2026
3 ● Edito
De bouw brokkelt af.
7 ● Regionaal standpunt Nu doorpakken om vergunningenrevolutie waar te maken.
EVENEMENT
8 ● Batibouw
Batibouw mikt hoog en wil de opwaartse trend van 2025 voortzetten.
9 ● BouwForum
De modernisering van België als hoofdthema.
BOUWBELANGEN
10 ● Asbest
Nieuw KB Asbest.
12 ● LIFE BE FREE
Welke resultaten hebben de rondetafels in 2025 opgeleverd?
15 ● Re-integratietraject Nieuwe regels voor de re-integratie van arbeidsongeschikte werknemers.
DOSSIER
17 ● Inleiding
Van sloop naar ontwikkeling en hergebruik.
18 ● Context
Van sloop tot ontmanteling.
Dit jaar vindt ons traditionele BouwForum plaats op vrijdag 13 februari in Paleis 10 van Brussels Expo. Het thema van deze editie, in het kader van 80 jaar Embuild, is Rebuild Belgium, de grootste moderniseringsuitdaging in ons land sinds de Tweede Wereldoorlog. Dit evenement is ook hét moment om samen de acht decennia van onze beroepsorganisatie te vieren en meer te ontdekken over de toekomstige projecten van Embuild.
17
DOSSIER : VAN SLOOP NAAR ONTWIKKELING EN HERGEBRUIK
Voor afbraak en de heropbouw van woningen heeft de federale regering vorig jaar uiteindelijk definitief besloten om hiervoor een verlaagd btw-tarief van 6% toe te passen. Vandaar dat de redactie besloten heeft om het eerste dossier van 2026 van het magazine Embuild aan de thematiek van afbraak-, sloop- en ontmantelingswerken te wijden.
MET HERVORMING IBO OPNIEUW ACTIVEREN
Met een IBO (Individuele Beroepsopleiding in de Onderneming) kan je op jouw bouwplaats of in jouw atelier zelf een werkzoekende (laten) opleiden. Nog op haar laatste zitting van 2025 heeft de Vlaamse regering het IBO-stelsel hervormd.
GROOTSCHALIG WOONPROJECT EINDELIJK UIT DE STARTBLOKKEN IN GENT
Het terrein langs de sporen gelegen tussen het station van Sint-Pieters in Gent en de Leie is in totaal ongeveer 8 hectare groot. Gelegen vlak bij het drukst bezochte spoorwegstation van Vlaanderen is deze zone een ideale plek voor hoogbouw met een mix van functies (wonen, werken en winkelen). Het RUP (Ruimtelijk Uitvoeringsplan) voor dit terrein dateert al van 2006 en de architectuurwedstrijd voor de zone die het dichtst bij de Leie aanleunt, Rinkkaai genaamd, werd al in 2015 afgerond. Toch heeft het dan nog tien jaar geduurd vooraleer de aannemers van start zijn kunnen gaan met de bouw van dit project voor 304 wooneenheden.
20 ● De Meuter
Meer dan halve eeuw ervaring in sloopwerken.
22 ● Getuigenissen
Ondanks kritische bedenkingen juichen bouwbedrijven verlaagd btw-tarief van 6% toe.
24 ● Project
Aanbevelingen en tools van Living Lab Circulaire Sloopteams.
SECTOR & BEROEPEN
27 ● IBO
Met hervorming IBO opnieuw activeren.
28 ● BouwForce
Aandachtspunten voor een vlotte samenwerking tussen hoofd- en onderaannemer.
30 ● Cordeel Group
Cordeel Group bundelt verschillende entiteiten onder Cordeel Belgium.
32 ● Build Circular.Brussels
Steeds meer bedrijven doen mee.
34 ● Buildwise
• Hoe XL- en XXL-tegels plaatsen voor een duurzaam resultaat?
• Tips voor de stabiele plaatsing van een douchebad.
PROJECTEN & BEDRIJVEN
38 ● Project
Grootschalig woonproject eindelijk uit de startblokken in Gent.
42 ● Ledenvoordelen
Uw lidmaatschap rendeert!
45 ● Bouwmarkt
• Renson
46 ● Markant
• Vlaamse regering maakt geld vrij voor WorldSkills.
• Cijfer van de maand.
Fjord, ruw en ongerept
De Fjord collectie heeft een krachtige en karaktervolle look, met een sprekende diepte en textuur. De kracht van de natuur en de nieuwste innovatieve technologieën ontmoeten elkaar in deze collectie, meer speci ek in het proces van digitaal engoberen. Een dunne kleilaag (engobe) wordt digitaal op de gevelstenen aangebracht die zorgt voor een unieke uitstraling. Dankzij deze geavanceerde techniek wordt een afwerking gecreëerd die perfect de natuurlijke gelaagdheid en kleuren van een fjordlandschap nabootst. Deze gevelstenen worden aangeboden in 5 kleuren in het slankere Eco-brick formaat, een duurzame keuze voor zowel nieuwbouw als renovatie.
wienerberger.be/fjord
Slanke gevelsteen
Meer ruimte voor isolatie
Duurzame keuze
Nu doorpakken om vergunningenrevolutie waar te maken
Net voor de kerstvakantie heeft de Vlaamse regering de knoop doorgehakt en het vernieuwde vergunningenbeleid bekrachtigd. Die hervorming is hoognodig om Vlaanderen opnieuw in staat te stellen om te bouwen. Want vandaag lopen heel wat maatschappelijk cruciale projecten vast in een kluwen van beroepen en klachten. Denk maar aan de processie van Echternach waarin onze mobiliteit en energietransitie, de bouw van scholen en zorginstellingen enz. zijn terechtgekomen.
Na maanden van overleg en voorbereiding heeft de Vlaamse regering de 45 adviezen en 140 voorstellen van de Gemengde Commissie Vergunningen omgezet in een concreet actieprogramma met maatregelen. Dit moet leiden tot een robuuster vergunningenbeleid, met beter voorbereide aanvragen, vlottere procedures en beslissingen die juridisch standhouden. We hebben als sector onze terreinkennis kunnen inbrengen en zwaar kunnen wegen op de voorstellen en op het goedgekeurde actieprogramma. Maar het werk is verre van af.
Zo moet het actieprogramma nu snel en concreet worden omgezet in ministeriële besluiten en decreten. Want heel Vlaanderen heeft er baat bij dat de eerste tastbare resultaten vóór de zomer zichtbaar worden. Ook zijn er minstens twee bijkomende werven even dringend en noodzakelijk om de vergunningenproblematiek op te lossen.
Ten eerste moeten de lokale wildgroei aan regelgevingen en verordeningen en de versnippering van bevoegdheden rond vergunnen en bouwen worden aangepakt. Anders zal men op elk bouwpro-
ject kritiek kunnen blijven leveren en een reden vinden om ertegen in beroep te gaan.
Daarnaast is er nood aan een doorgedreven digitalisering van het bouw- en vergunningenproces. Dit vereist een omvangrijke investering vanuit de Vlaamse overheid, maar betaalt zichzelf terug in termen van efficiëntie; ook bij de administraties die vergunningsaanvragen moeten behandelen.
Afgelopen jaar werd met de Gemengde Commissie Vergunningen en de Vlaamse regering intensief gewerkt om eindelijk hardnekkige blokkades in het vergunningensysteem weg te werken. Dit jaar moeten we doorpakken en vastberaden dit traject voortzetten om de vergunningenrevolutie effectief te kunnen waarmaken.
Caroline Deiteren
Directeur-generaal van Embuild Vlaanderen " Het door de Vlaamse regering goedgekeurde actieprogramma moet leiden tot een robuuster vergunningenbeleid, met beter voorbereide aanvragen, vlottere procedures en beslissingen die juridisch standhouden."
Batibouw mikt hoog en wil de opwaartse trend van 2025 voortzetten
Dit jaar vindt Batibouw plaats van 7 tot 15 februari in Brussels Expo. Ondanks enkele moeilijke edities in het kielzog van de coronapandemie, toonden de organisatoren zich optimistisch bij de voorstelling van het bekende evenement. “De trend lijkt gekeerd en we zijn ervan overtuigd dat Batibouw ook in de komende jaren hét belangrijkste trefpunt blijft van en voor de Belgische bouwsector,” klonk het.
De voorstelling van de 67e editie van Batibouw vond in december 2025 plaats in Cinedoc (Brussels Expo). CEO Joan Condijts nam daarbij geen blad voor de mond. Na de coronapandemie kende Batibouw enkele minder succesvolle edities, maar met de editie van 2025 lijkt het herstel ingezet. In 2022 kwamen slechts 116.000 bezoekers naar de beurs, tegenover 257.000 in 2019. De voorbije jaren steeg dat aantal opnieuw gestaag tot 203.685 bezoekers in 2025. Dat is nog niet het niveau van vóór corona, maar het komt al aardig in de buurt.
PRAKTISCHE INFO
BATIBOUW 2026
• Van zaterdag 7 tot zondag 15 februari 2026
• Open van 10u tot 18u30
Nocturnes
• Donderdag 12 februari: voor professionals
• Vrijdag 13 februari: voor consumenten
Business Insights
11 februari in Paleis 10
Nieuwe aanpak werpt vruchten af
Het herstel is te danken aan verschillende factoren, maar vooral het nieuwe management en het driejarenplan van CEO Joan Condijts lijken hun vruchten af te werpen.
In 2026 wil Batibouw die ingeslagen weg verder bewandelen. Dat betekent opnieuw twee weekends, een nocturne voor professionals op donderdag en voor consumenten op vrijdag, én namiddagtickets met korting. Vanaf 15 uur betalen bezoekers 50% minder. Batibouw herneemt ook het Business Insights-evenement, bedoeld voor beslissingsnemers en belangrijke spelers in de bouwsector. Dit jaar ligt de focus van het B2B-evenement op de haalbaarheid van nieuwbouw in België.
Grote namen keren terug
Hoewel de bouwsector moeilijke tijden doormaakt, is CEO Joan Condijts optimistisch over de editie van 2026. Verschillende grote fabrikanten zoals Velux, Eggo, AEG en Harol keren terug na enkele jaren afwezigheid. “We willen dat Batibouw in de komende jaren hét belangrijkste trefpunt wordt voor de Belgische bouw. Elk jaar is dit een unieke periode waarin alle ogen op de sector gericht zijn, en daar profiteert de hele sector van,” aldus Condijts.
INFO : fair.batibouw.com
De modernisering van België als hoofdthema van het BouwForum 2026
Dit jaar vindt ons traditionele BouwForum plaats op vrijdag 13 februari in Paleis 10 van Brussels Expo. Het thema van deze editie, in het kader van 80 jaar Embuild, is Rebuild Belgium, de grootste moderniseringsuitdaging in ons land sinds de Tweede Wereldoorlog. Dit evenement is ook hét moment om samen de acht decennia van onze beroepsorganisatie te vieren en meer te ontdekken over de toekomstige projecten van Embuild.
Na innovatie vorig jaar, staat nu de modernisering van België centraal. Voor haar 80e verjaardag koos onze beroepsorganisatie een thema dat voor bouw- en installatiebedrijven bijzonder relevant is. Onze woningen zijn immers verouderd en onze infrastructuur kan de tand des tijds niet meer doorstaan. Maar de ambities van de sector zijn groter dan ooit. We bouwen anders. Slimmer. Duurzaam. Modulair. Technologiegedreven. Met één doel: de toekomst van België in de steigers zetten.
Georges-Louis Bouchez
Deze uitdaging – de modernisering van ons land – komt aan bod tijdens een rondetafelgesprek met Virginie Dufrasne (Lixon), Vicky Dethier (Dethier), Wiet Vande Velde (Energy King) en Gérard Sevrin (Macors). De keynote speaker die dit thema verder zal uitdiepen, is Georges-Louis Bouchez, voorzitter van de MR. Over de toekomst van onze organisatie en het plan Embuilding the Future vertellen Tom Willemen (Willemen Group) en Christophe Cardinael (DHERTE nv). Al deze gesprekken worden gemodereerd door Hanne Decoutere, journaliste bij de VRT.
Net als vorig jaar kunnen deelnemers in het eerste deel van het BouwForum verschil-
PRAKTISCHE INFO
● Wanneer?
Vrijdag 13 februari van 09u30 tot 12u30 (deuren open om 08u30).
● Info en inschrijvingen: http://www.bouwforumconstruction.be
● Networking:
Na het forum is er een gezellig netwerkmoment met een gratis walking dinner. Deelnemers krijgen bovendien een gratis ticket voor Batibouw.
lende workshops volgen over AI, cybersecurity en biogebaseerde bouwmaterialen.
Een rijk en gevarieerd programma dus. Zin om deze boeiende gesprekken mee te volgen en samen met ons 80 jaar Embuild te vieren? Je weet wat je te doen staat!
PROGRAMMA
● 08u30 – 10u15: ontvangst
● 09u30 – 10u / 10u20 – 10u50: 3 workshops. Je kiest uit drie workshops, elk in twee opeenvolgende tijdsloten. Zo kun je aan twee van de drie deelnemen.
→ WORKSHOP 2: Tooli, de eerste AI-tool speciaal voor de bouwsector (Evelyn Meysman, Buildwise en Thijs Eeckhaut, Embuild).
→ WORKSHOP 3: Cybersecurity: hack de hacker – leer denken als een hacker en bescherm je bedrijf (Mathias Vissers, Federale Verzekering).
● 11u15 – 12u30: plenaire zitting: Welkomstwoord en introductie door Karl Neyrinck (voorzitter Embuild) Panelgesprek over het thema van de dag Keynote door Georges-Louis Bouchez Slotwoord door Niko Demeester (CEO Embuild)
● 12u30 – 14u: networking & walking dinner
Nieuw KB Asbest
Sinds 22 december 2025 is de regelgeving op de beroepsmatige blootstelling aan asbest een stuk strenger geworden. Op de voorlaatste dag van het jaar is in het Belgisch Staatsblad immers het Koninklijk Besluit van 19/12/25 verschenen dat -met terugwerkende kracht- de Europese Richtlijn 2023/2668 heeft omgezet.
Een KB dat voor een aantal ingrijpende wijzigingen zorgt.
Deze situeren zich o.m. in een verlaging van de grenswaarden bij blootstelling, het invoeren van scherpere meettechnieken met behulp van elektronenmicroscopie, een verplichte elektronische registratie via de website van FOD WASO voor de techniek van 'Eenvoudige Handelingen' en strengere erkenningsprocedures en controles op het vlak van de verplichte opleidingen.
Verlaging limietwaarden
Eerste belangrijke nieuwigheid is een stapsgewijze maar forse verlaging van de grenswaarden bij blootstelling aan asbest. Tot 21 december 2025 bedroeg deze 0,1 vezel/cm³.
Van 22/12/25 tot 21/12/29 ligt de limiet op 0,01 vezel/cm³, om dan vanaf 21/12/29 nog verder te zakken naar 0,002 vezel/cm³.
Dit betekent dat de huidig toegelaten limiet nog slechts 1/10 mag bedragen van de vroegere. Het begrip 'actiewaarde' blijft eveneens weerhouden en ook deze schuift steeds verder op richting grenswaarde. Wat de asbestverwijderaars verplicht om ook al bij lagere concentraties preventieve maatregelen te treffen.
Er worden ook kwaliteitsvereisten ingevoerd voor expert-asbestinventariseerders en bij het beheer van aanwezig asbest wordt expliciet benadrukt dat verwijdering prioriteit krijgt.
Overstap naar elektronenmicroscopie
Om die veel scherpere waarden afdoende te kunnen meten, zal er vanaf 21 december 2027 volledig moeten worden overgeschakeld
naar 'scanning elektronenmicroscopie' (SEM), een meer performante techniek dan de momenteel gebruikte lichtmicroscopie.
De invoering van de nieuwe grenswaarden en meetmethode vereist ook verdere aanpassingen in de regelgeving, onder meer rond persoonlijke beschermingsmiddelen en meet-technische aspecten.
Volgelaatmaskers
Wat die PBM’s betreft, is er bij de procedure 'Eenvoudige Handelingen' niet langer sprake van FFP 3-maskers maar van ademhalingsapparatuur. Wat betekent dat er voortaan een volgelaatmasker moet worden gedragen, zoals dit o.m. in Frankrijk al enkele jaren het geval is. Op dit masker dient een 'kwantitatieve fit test' te gebeuren bij de eerste ingebruikname en daarna jaarlijks. Daarenboven dient de drager een 'fit check' te doen vóór elk gebruik.
Bij dit soort ademhalingsbescherming is een strakke gezichtsaansluiting cruciaal. FOD WASO geeft in zijn 'guidelines' dan ook mee dat deze vereiste 'niet compatibe' is met gezichtsbeharing. Baarden en snorren zullen dus niet meer kunnen. Uit medische rapporten blijkt immers dat een volgelaatmasker bij iemand met een baard nog slechts 70% bescherming biedt.
In geval van zware littekens in het aangezicht kan voor een minstens evenwaardig alternatief worden gekozen, bijvoorbeeld een volledige hoofdbescherming, zoals in de metaalindustrie.
Bovendien moeten de asbestverwijderaars een afdoende 'ontsmettingsprocedure' invoeren. Wat inhoudt dat er douches zullen moeten worden voorzien, tenzij via de risi-
coanalyse kan worden aangetoond dat zulks niet noodzakelijk is.
Geen Kinney-methode meer
En voor het opmaken van die risicoanalyse, zal Toezicht Welzijn op het Werk de Kinney-methode niet langer aanvaarden in het kader van werkzaamheden waarbij het gevaar op blootstelling aan asbest bestaat. TWW vindt Kinney geschikt voor acute risico’s, zoals arbeidsongevallen, maar niet voor gezondheidseffecten op lange termijn.
Voorts omvat de online-toelichting die FOD WASO half januari op zijn website publi-
ceerde, ook uitgebreide instructies voor het opstellen van een werkplan. Dat is nodig voor alle werken waarbij verwacht wordt dat de grenswaarde inzake blootstelling aan asbest kan worden overschreden.
Zelfstandigen zonder personeel
De guidelines geven ook een wat soepelere interpretatie dan in het eerdere Ontwerp-KB voor de zelfstandigen zonder personeel (ZZPers). Zij moeten de elektronische aanmelding voor 'Eenvoudige Handelingen' op de online-lijst bij FOD WASO enkel doen als er werknemers van collega-aannemers kunnen worden blootgesteld. Zowel indien deze simultaan op de werf actief zijn als wanneer ze er nadien aan de slag zouden gaan.
Kwaliteitsvolle opleidingen
Het KB omvat ook een niet onbelangrijk luik over opleidingen. Die zullen kwalitatief moeten zijn en verplicht gevolgd moeten worden vóór aanvang van de blootstelling.
Daarna volgt een jaarlijkse opfrissing met voldoende aandacht voor zowel theorie als praktijk en met een afstemming op de veelal uitgevoerde taken (bijvoorbeeld focus op dakwerkers, op slopers, op firma’s in de isolatie van leidingen enz.).
De opleidingscentra zullen over een erkenning moeten beschikken en de ingezette lesgevers zullen blijk moeten geven van een doorgedreven kennis en praktijkervaring.
Overgangsperiode
Gezien de impact van het KB aanzienlijk is, heeft Toezicht Welzijn op het Werk beloofd om een overgangsperiode in acht te zullen nemen, waarin haar inspecteurs louter corrigerend en coachend zullen optreden.
Welke resultaten hebben de rondetafels van het LIFE BE FREE-project in 2025 opgeleverd?
De vierde nationale rondetafel van LIFE BE FREE vond plaats op 11 december 2025 in Maison de la Poste (Tour & Taxis). Het thema was: “Pitch.Connect.Renovate –Samen versnellen we de renovatiegolf!”. Meer dan 60 actoren uit de academische wereld, bedrijven, financiële instellingen en lokale overheden namen deel. Tijdens het evenement werden de resultaten van de thematische tafels van 2025 gepresenteerd. Keynotespreker van de dag was Fedra Vanhuyse, hoogleraar aan de universiteit van Uppsala in Zweden.
Ter herinnering: het LIFE BE FREE-project, waarbij Embuild betrokken is, werd gelanceerd in oktober 2023 en heeft als doel financieringsoplossingen voor de energetische renovatie van gebouwen in België te promoten. Het loopt tot september 2026, met de ambitie om te verlengen tot 2028. In 2025 werden negen thematische tafels georganiseerd rond drie thema’s, telkens met drie sessies.
Thema 1: Wijkgerichte renovatietrajecten of wijkrenovatie
Er bestaan daartoe drie pilootprojecten per gewest. De belangrijkste vaststellingen zijn:
● Warmtenetten zijn de locomotief voor de decarbonisatie van wijken.
● Renovatiehubs en lokale aannemers trekken de wijken mee in hun kielzog.
● Minstens 25% van het Europees Sociaal Klimaatfonds zou moeten worden gereserveerd voor wijkgerichte programma’s.
● De oprichting van een taskforce 'Fossiele wijken' om steden en gemeenten te ondersteunen, zou nuttig zijn.
Een garantie- en investeringsfonds om de risico’s van onderbenutting en de financiering van warmtenetten te verlichten, zou ook nuttig zijn.
" In 2025 werden negen thematische rondetafels georganiseerd rond drie thema’s, telkens met drie sessies."
De inspanningen rond de tax shift moeten worden voortgezet.
Thema 2: Sociaal krediet
Hier kwamen vooral knelpunten naar voren:
● Het beheer van dit krediettype verschilt per gewest; nationale structurering is nodig.
● Europese fondsen zijn beschikbaar, maar worden nauwelijks benut door gebrek aan nationale coördinatie.
● Bovendien is ongeveer een kwart van de bevolking uitgesloten van klassiek krediet en de huidige systemen beantwoorden niet aan de diverse behoeften.
● Andere obstakels voor de toegang tot deze kredietvorm: instabiele regelgeving, administratieve complexiteit, gebrek aan coördinatie, strikte leenvoorwaarden, geen aangepaste verzekeringen en onvoldoende bekendheid van de bestaande regelingen.
Thema 3: Energetische renovatie van het huurpatrimonium
Ook hier kwamen de institutionele versnippering en de complexe regelgeving naar voren plus financiële en fiscale hindernissen (lage rendabiliteit, weinig stimulerende fiscaliteit, gebrek aan aangepaste financierings-
oplossingen, onzekerheid over rendement).
De deelnemers wezen ook op de technische, administratieve en sociale beperkingen en op de nood aan persoonlijke begeleiding via coaching en één centraal aanspreekpunt (onestopshop).
Er werden ook voorstellen geopperd:
● De ontwikkeling van innovatieve financiële prikkels (bonus/malus op de onroerende voorheffing, derdepartijfinanciering).
● Bescherming van huurders, vereenvoudiging van procedures en versterking van de samenwerking tussen publieke, private en sociale actoren.
Het Zweedse voorbeeld uiteengezet
Keynotespreker van de dag Fedra Vanhuyse, hoogleraar aan de universiteit van Uppsala in Zweden, schetste de Zweedse aanpak van klimaatverandering en gebouwbeheer.
Wat betreft de structuur van woningen, energieverbruik en bestuur verschilt Zweden sterk van België:
● In Zweden woont 51% van de bevolking in een huis en 48% in een appartement, vaak beheerd door of eigendom van professionele actoren (gemeentelijke woningbedrijven, private eigenaars, verenigingen van mede-eigenaars met een collectieve schuld).
● Het energieverbruik in woningen ligt relatief laag: ongeveer tussen 130 en 150 kWh/
een van de zes partners van het consortium
m² per jaar, waarbij de meeste gebouwen aangesloten zijn op stadsverwarming die steeds meer koolstofarm is.
België daarentegen heeft een meer versnipperd woningbestand: 77% van de bevolking woont in een huis en het gemiddelde energieverbruik van woningen bedraagt ongeveer 348 kWh/m² per jaar, wat ongeveer 70% meer is dan het EU-gemiddelde. Dit maakt renovatie en energie-efficiëntie bijzonder dringend, maar ook complexer om te organiseren en te financieren.
Volgens Vanhuyse zijn er twee belangrijke klimaatrisico’s die vastgoed aantasten:
1 “Transitierisico’s: de transitierisico’s vloeien voort uit strenger klimaat- en energiebeleid, technologische veranderingen en gewijzigde marktvoorkeuren. Hierdoor kunnen gebouwen duurder in exploitatie worden, minder aantrekkelijk voor huurders of zelfs onverhuurbaar.
2 Fysieke risico’s: de fysieke risico’s zijn het gevolg van meer en zwaardere klimaatgebeurtenissen zoals overstromingen, hittegolven, stormen, aardverschuivingen. Dit leidt tot hogere herstelkosten, meer onderbrekingen van werkzaamheden, duurdere verzekeringspremies of verlies van verzekerbaarheid.”
Als reactie hebben de Zweedse actoren een aantal maatregelen genomen. Bij de vermindering van de transitierisico’s wordt gefocust op de ingrijpende energetische renovatie, isolatie, vervanging van verwarmingssystemen, elektrificatie, ventilatie met warmteterugwinning, ter plaatse opgewekte zonne-energie, bouwmaterialen met lage emissies zoals melamine en klimaatvriendelijk beton. De vermindering van de fysieke risico’s omvat de bescherming tegen overstromingen, het beheer van regenwater, hitte-adaptatie en klimaatbestendige stedenbouw.
"Zweden scoort relatief goed op het gebied van het koolstofarm maken van energiesystemen in gebouwen, met name dankzij stadsverwarming, professioneel vastgoedbeheer en toegang tot groene financiële instrumenten zoals groene obligaties, groene leningen, leningen voor duurzame ontwikkeling en groene hypotheken. Steden als Göteborg, Jönköping, Malmö, Helsingborg en Västerås illustreren hoe verschillende financiële instrumenten een energie-efficiënte en klimaatvriendelijke vastgoedontwikkeling kunnen ondersteunen", aldus Fedra Vanhuyse.
Daniel Kryszkiewiez van Febelfin (de Belgische federatie van de financiële sector),
Zoals de hoogleraar echter uitlegde, renoveert Zweden niet snel genoeg om aan de afspraken van het Akkoord van Parijs te voldoen. Uit recent onderzoek blijkt dat het tempo van de renovaties achterblijft bij wat nodig is voor een klimaatneutraal gebouwenbestand. Dit wijst op aanhoudende problemen: hoge initiële investeringskosten, coördinatieproblemen, onzekerheid over fysieke risico's, het 'freeriderprobleem' en de lage prijszetting voor klimaatrisico's.
Hoewel de vastgoedsector een cruciale rol speelt bij het beperken van en aanpassen aan klimaatverandering, is dit niet het enige onderdeel van het stedelijk systeem dat moet veranderen. Energiesystemen, vervoer, afvalbeheer, waterinfrastructuur en stedenbouw zijn allemaal nauw verbonden met gebouwen. Daarom worden Zweedse klimaatmaatregelen niet alleen op het niveau van individuele panden genomen, maar ook in het kader van algemene strategieën op stadsniveau.
“Het programma 'Viable Cities' vormt in dit verband een centraal platform. 48 gemeenten, die ongeveer goed zijn voor 50% van de Zweedse bevolking, hebben zich ertoe verbonden om tegen 2030 klimaatneutraal te worden. De deelnemende steden stellen jaarlijkse klimaatverplichtingen, actieplannen en investeringsplannen op die verschillende sectoren bestrijken, waaronder huisvesting, mobiliteit, energie en openbare infrastructuur. In elke stad brengen 'transitiearena's' gemeentelijke diensten, lokale bedrijven, onderzoekers, investeerders en overheidsinstanties samen om de klimaatmaatregelen te coördineren. In dit proces speelt het financiële dashboard van 'Viable Cities' een belangrijke rol. Met behulp van het dashboard kunnen gemeenten portefeuilles met klimaatmaatregelen samenstellen en de kosten, verwachte voordelen, risico's, haalbaarheid en financieringsmogelijkheden daarvan systematisch evalueren", legde zij uit.
Ondanks deze vooruitgang blijven er nog grote uitdagingen over. De financiering van klimaatmaatregelen, of het nu gaat om de renovatie van gebouwen, bescherming tegen overstromingen of koolstofarme infrastructuur, roept fundamentele vragen op over toegankelijkheid en rechtvaardigheid. De belangrijkste vraag is: wie moet leidinggeven, wie moet betalen en wie moet de risico's dragen? “De financiering van klimaatmaatregelen is niet alleen een technische kwestie van
" 48 gemeenten, die samen goed zijn voor ongeveer 50% van de Zweedse bevolking, hebben
zich ertoe verbonden om tegen 2030 klimaatneutraal te worden. "
het kiezen van het juiste financiële instrument. Het is een bredere uitdaging op het gebied van bestuur en rechtvaardigheid, waarbij een evenwicht moet worden gevonden tussen klimaatdoelstellingen en sociale inclusie, toegankelijkheid van huisvesting en financiële stabiliteit”, concludeerde Fedra Vanhuyse.
Na de presentatie van Fedra Vanhuyse konden de deelnemers aan de namiddag ideeen uitwisselen met de coördinatoren van de volgende 8 projecten: F5D - First 5 Fossil – Free Districts 2030; EGIED; NOVA CASTA VESTA; Reno+; Leg-Up; Ecoboostlening; Renovatiestrategie op private huurmarkt in Gent en Rad/La Roue.
Conclusie
We nemen drie kernboodschappen mee van de organisatoren van deze rondetafel. Dat zijn ter herinnering: Febelfin, Embuild, VVSG, Wattson, The Shift en Idea Consult: ● Klimaatrisico’s zijn financiële risico’s (de fysieke risico’s en de transitierisico’s bei nvloeden de vastgoedwaarde en de investeringen).
● Renovatie is teamwork: techniek alleen volstaat niet, samenwerking en toegankelijkheid zijn cruciaal.
● Niets doen is geen optie meer: de kosten van de klimaatverandering stijgen, proactief handelen is cruciaal.
Met dank aan hoogleraar Fedra Vanhuyse voor haar bijdrage aan dit artikel.
● Vooruitblik 2026: in 2026 komen er rondetafels over openbare gebouwen en ESCO’s (energiedienstenbedrijven). Het slotevenement van LIFE BE FREE zal worden georganiseerd op 17 september 2026 (onder voorbehoud).
Nieuwe regels voor de re-integratie van arbeidsongeschikte werknemers
De regering De Wever heeft van het terugdringen van het exponentieel gestegen aantal langdurig zieken, een absolute prioriteit gemaakt. In dat kader is in het bijzonder goed gevulde Belgisch Staatsblad van 30 december jl. ook het KB van 17/12/25 verschenen dat met ingang van 1 januari 2026 de Codex Welzijn wijzigt op het vlak van de re-integratie van arbeidsongeschikte werknemers en de preventie van langdurige afwezigheid.
We zetten de voornaamste elementen van het 'Reintegratietraject 3.0' voor jou op een rijtje.
Onder het motto “voorkomen is beter dan genezen”, krijgt de werknemer die zich niet lekker in zijn vel voelt en dreigt arbeidsongeschikt te worden, voortaan de mogelijkheid om aan zijn werkgever aanpassingen te vragen, door de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg omschreven als het preventief traject. Dit kan gaan om aanpassingen van de werkpost maar bijvoorbeeld ook om een verzoek om -al dan niet tijdelijk- een aantal dagen per week te mogen telewerken.
Aanpassing AR
Het KB voert de verplichting in om in het arbeidsreglement een procedure op te nemen voor het onderhouden van contact met arbeidsongeschikte werknemers. De Studiedienst van Embuild heeft hiervoor een model uitgewerkt, dat kan geraadpleegd worden op het ledenportaal van de website. FOD WASO wijst erop dat je voor de opname van deze clausule, de officiële procedure voor aanpassing van het Arbeidsreglement moet volgen.
TRIO-platform
Na een maand arbeidsongeschiktheid, kan de preventieadviseur-arbeidsarts, naast de reeds verplichte informatie over de re-integratiemogelijkheden, de werknemer nu ook een gesprek voorstellen.
De informatie-uitwisseling tussen de arbeidsarts, de behandelend arts en de adviserend arts van het ziekenfonds over de gezondheidstoestand van een arbeidsongeschikte werknemer met het oog op zijn terugkeer naar het werk, verloopt
voortaan via het elektronisch TRIO-platform.
Het KB voorziet ook een 'Informeel traject’, waarin de werkgever een bezoek voorafgaand aan de werkhervatting kan vragen. Voorheen bestond deze mogelijkheid enkel voor de werknemer.
Arbeidspotentieel
Het RIT 3.0 introduceert ook een totaal nieuw begrip: na elke arbeidsongeschiktheid van ten minste 8 weken, is de werkgever verplicht het 'arbeidspotentieel' van de betrokken werknemer te laten inschatten door de arbeidsarts of zijn verpleegkundig personeel, die hiertoe een gestandaardiseerde werkwijze zullen toepassen. Bedoeling is te peilen naar het veronderstelde vermogen van een arbeidsongeschikte werknemer om een aangepast of ander werk te verrichten.
Opstart RIT
De werkgever heeft voortaan de mogelijkheid om een re-integratietraject te starten vanaf het begin van de arbeidsongeschiktheid.
Als de werknemer effectief arbeidspotentieel heeft, kan de werkgever een bezoek voorafgaand aan de werkhervatting vragen of een formeel re-integratietraject opstarten. Wanneer er arbeidspotentieel is, is de werkgever die 20 of meer werknemers tewerkstelt, verplicht een formeel re-integratietraject op te starten uiterlijk 6 maanden na het begin van de arbeidsongeschiktheid. Uitnodigingen van de arbeidsarts voor een re-integratieonderzoek moeten per aangetekende zending worden verstuurd en de adviserend arts van de mutualiteit wordt op de hoogte gebracht als de werknemer niet op de uitnodiging van de arbeidsarts voor het re-integratieonderzoek is ingegaan. Op die manier kan de werknemer gesanctioneerd worden in het kader van de uitkeringsverzekering voor arbeidsongeschiktheid.
Einde RIT
Bij beëindiging van het re-integratietraject en wanneer de werknemer definitief ongeschikt is voor het overeengekomen werk, is er een doorverwijzing naar de bevoegde regionale diensten met het oog op begeleiding naar werkhervatting (VDAB, Forem, Actiris).
De termijn om de beëindiging van de arbeidsovereenkomst wegens medische overmacht in te roepen, wordt verkort van 9 naar 6 maanden arbeidsongeschiktheid.
Van sloop naar ontwikkeling en hergebruik
Voor afbraak en de heropbouw van woningen heeft de federale regering vorig jaar uiteindelijk definitief besloten om hiervoor een verlaagd btw-tarief van 6% toe te passen.
Vandaar dat de redactie besloten heeft om het eerste dossier van 2026 van het magazine Embuild aan de thematiek van afbraak-, sloop- en ontmantelingswerken te wijden. We vroegen aan een toonaangevend sloopbedrijf hoe zij de sloopmarkt zien evolueren en aan drie bouwbedrijven hoe zij de impact van de btw-verlaging op hun opdrachten inschatten. En tenslotte peilden wij naar wat er verder kan gebeuren met het bouw- en slooppuin. Komt het terug in de kringloop van de bouw en op welke manier, met het sloopteam als nuttig samenwerkingsinstrument?
Van sloop tot ontmanteling
Momenteel geldt voor de afbraak en heropbouw van een woning een verlaagd btwtarief van 6%. Vorig jaar heeft Embuild er met succes voor gepleit om dit verlaagd tarief niet te verhogen en bovendien om het uit te breiden naar de verkoop van woningen door sleutel-op-de-deur bedrijf en projectontwikkelaars. Embuild heeft daarbij het economische en ecologische belang van sloop- en heropbouwwerken beklemtoond. Daar gaan wij nu in dit inleidend artikel dieper op in.
Toepassing van verlaagd btw-tarief
Wanneer je een oud gebouw afbreekt en vervangt door een nieuwe woning is dit in principe nieuwbouw. Maar door een specifieke regeling voor afbraak en heropbouw is ook hiervoor het verlaagd btw-tarief van 6% mogelijk. Die regeling werd vorig jaar herzien en vervangen door een definitieve maatregel met de mogelijkheid om 6% btw toe te passen in vier situaties:
● bij afbraak en de heropbouw van een woning door een bouwheer die een natuurlijk persoon is en die zelf de nieuwe woning zal bewonen. Het moet dan om de enige eigen woning gaan;
● voor afbraak en de heropbouw van een woning door een bouwheer (een rechtspersoon of een natuurlijk persoon) die de nieuwe woning rechtstreeks gedurende minstens 15 jaar zal verhuren aan een natuurlijk persoon die er zonder uitstel zijn domicilie zal hebben;
● voor afbraak en heropbouw van een woning door een bouwheer (een rechtspersoon of een natuurlijk persoon) die de nieuwe woning voor minstens 15 jaar zal verhuren aan een sociaal verhuurkantoor of aan een sociale huisvestingsmaatschappij;
● voor de verkoop van een woning na afbraak en heropbouw door een rechtspersoon of een natuurlijk persoon (bijvoorbeeld een projectontwikkelaar, sleutel-op-de-deur bedrijfof investeerder) die de heropgerichte woning zal verkopen:
• hetzij aan een natuurlijk persoon die de nieuwe woning zelf zal bewonen;
• hetzij aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon die de nieuwe woning langdurend (minstens 15 jaar lang) privé zal verhuren aan een natuurlijk persoon die er zonder uitstel zijn domicilie zal hebben.
Deze regeling is niet meer beperkt tot een aantal steden maar geldt voortaan voor het volledige Belgische grondgebied. Embuild hoopt dat deze definitieve regeling de afbraak en heropbouw nog extra zal bevorderen.
Toenemend aantal sloopwerken
Het aantal sloopwerken is de laatste jaren fors toegenomen. In 2018 werden in België nog maar voor circa 15.000 gebouwen (woon- en niet-woongebouwen samen) een sloopvergunning toegekend. In 2019 steeg dit aantal tot bijna 20.000 en tijdens de jaren daarop bedroeg dit aantal steeds meer dan 20.000. Voor Vlaanderen beschikken wij naast cijfers over het aantal ook over cijfers over het volume van de vergunde sloopwerken. In 2018 bedroeg dit volume nog 43 miljoen m³. In 2024 was dit gestegen tot 70 miljoen m³.
De stijging van het aantal sloopwerken is dus ontegensprekelijk. Nadat de energie-eisen voor nieuwbouwwoningen vanaf 2006 almaar strenger zijn geworden, leggen de regionale overheden nu ook aan bestaande gebouwen almaar stengere energie-eisen op. Zo geldt in Vlaanderen reeds sedert 1 januari 2023 een renovatieverplichting voor energieverspillende woningen en appartementen. En vanaf 2026 hebben de eigenaars in het Brussels Gewest twintig jaar de tijd om ervoor te zorgen dat hun woning het EPB-doel 150 bereikt, d.w.z. een energieprestatie van maximaal 150 kWh/m²/jaar.
Recentelijk heeft ook Wallonië een kalender voor renovatieverplichtingen aangekondigd. Vanaf 2028 zullen kopers van woningen vijf jaar de tijd krijgen om werken uit te voeren die de woning naar een bepaald EPC-label brengen (om te beginnen met een D-label) en vanaf 2031 zal eveneens voor bestaande woningen een minimale energieprestatie moeten worden bereikt (om te beginnen met het F-label).
Nieuwbouw zonder extra ruimtebeslag
Maar soms is een renovatie niet meer haalbaar omdat de kwaliteit van de oude woning totaal ontoereikend is. Door een woning te slopen en er een nieuwe voor in de plaats te zetten krijg je probleemloos een woning die voldoet aan de hoogste energienormen. Die vervanging zal bovendien gebeuren zonder braakliggende bouwgrond te moeten aansnijden.
Dat speelt met name in Vlaanderen een belangrijke rol omdat de overheden daar aansturen op 0 hectare extra ruimtebeslag tegen 2040. Het leeuwendeel van de vergunde sloopwerken vindt trouwens in Vlaanderen plaats. Hun aantal ligt veel hoger dan bijvoorbeeld in Wallonië waar hun aantal de laatste jaren beperkt bleef tot circa 2.000 gebouwen per jaar.
Hefbomen voor sloopwerken
Maar ook buiten de woningbouw zien wij een tendens naar meer sloop. Logistieke centra die veel hoger worden dan de oudere depots en daardoor ook minder ruimte in beslag nemen, nieuwe ziekenhuiscomplexen aan de stadsrand die in de plaats komen van totaal verouderde hospitalen in de stadscentra, kantoorgebouwen die veel efficiënter met de beschikbare ruimte omgaan dan oudere kantoren, verlaten industriepanden en kloostergebouwen in de steden die daar hun functie verliezen, scholen die fusioneren, en hun vroegere versnipperde locaties verlaten: dat zijn allemaal hefbomen die aanleiding geven tot extra sloopwerken.
Ook op het vlak van infrastructuur wordt er heel wat gesloopt omdat nogal wat infrastructuren van de jaren 60 en 70 intussen helemaal aan het einde van hun levenscyclus zijn gekomen. De sloopbeheerorganisatie Tracimat die in Vlaanderen via sloopopvolgingsplannen de sloopwerken opvolgt, registreerde de laatste drie jaren meer tonnen sloopafval uit infrastructuur (3,8 miljoen ton in 2023, 4,2 miljoen ton in 2024 en 3,2 miljoen ton in 2025) dan uit gebouwen (2 miljoen ton in 2023, 2,3 miljoen ton in 2024 en 2,5 miljoen ton in 2025). Het is wel zo dat sloopopvolgingsplannen enkel bij de afbraak van grotere gebouwen verplicht zijn.
Recylage van granulaten
Uit de sloopwerken komen hoe langer hoe meer gecertificeerde gerecycleerde granulaten voort. Die zijn hoofdzakelijk afkomstig van het breken en zeven van het bouw- en slooppuin
dat bij de afbraak van een gebouw of de opbraak van een weg vrijkomt.
COPRO, de onpartijdige instelling voor de controle en certificatie in de bouw, registreerde in 2024 voor Vlaanderen 13,8 miljoen ton van dergelijke granulaten. Dat aantal ligt al sedert 2015 jaarlijks boven de 13 miljoen ton maar bedroeg tien jaar daarvoor amper 5 tot 7 miljoen ton per jaar. België was reeds één van de koplopers in Europa op het vlak van gerecycleerde granulaten, zo besluit COPRO, en bleef deze positie behouden in 2024.
Aanvankelijk lag een belangrijke focus bij de uitvoering van sloopwerken op het weren van gevaarlijke en asbesthoudende stoffen. Uit de sloopopvolgingsplannen van Tracimat blijkt dat die stoffen ongeveer 1% van het gesloopte volume in infrastructuur en gebouwen vertegenwoordigen. Die scheiding wordt trouwens uitdrukkelijk afgedwongen door de wetgeving, in Vlaanderen met name door het Vlarema (Vlaams Reglement betreffende het duurzaam beheer van Materiaalkringlopen en Afvalstoffen). Het recycleerbaarheidspotentieel van het bouw- en slooppuin is dus zeer groot.
Op weg naar urban mining
Nu komt het erop aan een volgende stap te zetten. Zo wordt 95% van het steenpuin gerecycleerd tot bijvoorbeeld de fundering bij wegenwerken. Maar volgens Embuild Vlaanderen moet binnen de vijf jaar de helft van die laagwaardige toepassingen ingewisseld worden voor hoogwaardige toepassingen. Dat kan onder meer gaan over het recycleren van gevelstenen voor nieuwe gebouwen. Nog beter is het demonteren en hergebruik van bouwelementen. Dit staat evenwel in zijn kinderschoenen: slechts 1% wordt momenteel gedemonteerd en hergebruikt.
Maar dat vergt een fundamentele omslag in de manier van werken. Het slopen maakt meer en meer plaats voor het ontmantelen in de bouw d.w.z. het gecontroleerd en selectief verwijderen van constructies, materialen en installaties uit een gebouw met het doel om deze zoveel mogelijk te hergebruiken. Dit wordt ook 'circulair oogsten' of 'urban mining' genoemd. De Vlaamse en Brusselse overheden willen dat hun regio’s ook daarin koplopers worden.
Het bedrijf De Meuter is in België al meer dan een halve eeuw actief op het vlak van grond- en afbraakwerken maar intussen ook specialist in asbestsanering, grondreiniging en afvalrecyclage. Het bedrijf heeft de evolutie in deze nichemarkten van zeer nabij meegemaakt. In Brussel heeft De Meuter de ‘viaduct van Koekelberg’ afgebroken en daarna op dezelfde plaats tunnels uitgegraven, de Martini-, Lotto-, Financie- en Madou-torens gesloopt of ontmanteld en meer recentelijk onder meer de afbraakwerken van Parking 58, voor het Belpaire- en het Oxy-gebouw en voor de hoofdzetel van BNP Paribas Fortis gerealiseerd. Maar welke lessen kunnen wij uit dit lange traject trekken? We vroegen het aan bestuurder Sven De Meuter.
Vooreerst wil hij drie misverstanden op het vlak van sloopwerken rechtzetten. “Zo worden wij nog altijd geassocieerd met dynamiet maar in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest krijgen wij daarvoor al geen vergunning meer en in de andere gewesten wel, mits een behoorlijk lange vergunningsprocedure. Wij dynamiteren dus nog zelden.”
Ook de sloopbal werd lange tijd met het sloopwerk geassocieerd. “Maar ook die wordt nog zelden gebruikt. Met de sloopbal moet men al zeer goed kunnen mikken om de juiste kolom of balk te treffen en het instorten is dan ook moeilijker te controleren. Zo’n 35 jaar geleden zijn wij al begonnen met de inschakeling van kranen met langere gieken. De kranen werden ook zwaarder waarop dan beton- en ijzerscharen konden worden gemonteerd. Tegelijk kwamen minikranen op de markt die we met torenkranen en liften op de af te breken verdiepingen konden hijsen. En intussen maken wij gebruik van op afstand bediende kranen en van robots.”
Een derde misverstand is dat wij gebouwen en infrastructuren zomaar neersmijten. Sven: “Bij de sloop van een gebouw moet je er rekening mee houden dat het skelet van muren en vloeren ongeveer 95% van het gewicht vertegenwoordigt en dat dit perfect recycleerbaar is. Daarvan staal en hout afscheiden doen wij al jaren. Reeds tegen het einde van de jaren 80 zijn wij met brekers gestart. En om tot gerecycleerde granulaten te komen
komt het er op aan om bijvoorbeeld het hout maximaal uit het sloopafval te verwijderen.”
Verregaand sorteren aan de bron
Maar op dit ogenblik gaat de overheid wel zeer ver in het verplicht sorteren aan de bron (d.w.z. op de bouwplaats). Sven: “Nu al gaat een aanzienlijk deel van het bouw- en sloopafval naar brekers. Waarom de beperkte resterende fractie dan op de bouwplaats nog verder laten scheiden? Particulieren kunnen voor de verwijdering van hun afval hun ophaalbeurt afwachten. Maar op bouwplaatsen moet het afval zo snel mogelijk weg kunnen. Daar is ook vaak geen plaats voor de uitbouw van een containerpark.
De overheid houdt bovendien te weinig rekening met de toegenomen performantie en efficiëntie van de huidige sorteerinstallaties in de diverse sorteercentra. Die kunnen voor een aantal materiaalstromen perfect het sorteren overnemen en ervoor zorgen dat de sloopmedewerkers op de bouwplaats zich kunnen concentreren op de uitvoering van de werken.
Voor particulieren gaat de Ovam (Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij) ervan uit dat zij 20% van het PMD verkeerd sorteren. Maar die krijgen daar geen boetes voor. Aannemers daarentegen wel. Tenslotte geldt de sorteerplicht niet alleen voor sloopmaar ook voor (kleinere) renovatiewerken. Zeker voor die werken moeten uitzonderingen komen op een doorgedreven scheiding
Afbraak van de liftentoren van de Financietoren.
Afbraak van het CNN aan het Noordstation te Brussel.
BEDRIJVEN
Afbraakwerken in actie.
van afvalstromen aan de bron. Die gaan nu nog niet ver genoeg.”
Stijgende vraag naar sloopwerken
In het algemeen verwacht Sven De Meuter een toename van het aantal sloopwerken. Zo heeft de instorting van de Morandi-brug in Genua als een ‘wake-up call’ gewerkt. “Overal zijn de overheden in Europa strenger gaan toezien op de actuele staat van bruggen en wegen. Ook in België zijn de regionale overheden hun toestand beter beginnen in te schatten. Daarbij zijn zij tot de vaststelling gekomen dat een groot aantal kunstwerken zodanig verouderd zijn dat zij zich nu in de ‘eindeleven’-fase bevinden en daardoor alleen nog maar kunnen worden afgebroken.”
Ook logistieke centra zien er nu anders uit dan voorheen. Vroeger waren zij standaard 5 à 8 meter hoog maar nu worden zijn veel hoger gebouwd dankzij geautomatiseerde stockagetechnieken. Ook het ruimtebeslag van die gebouwen vermindert daardoor sterk. Afbraak van de oude centra is vaak de enige oplossing om deze gewijzigde manier van werken mogelijk te maken.
Verouderde kantoor- en woongebouwen
Kantoorgebouwen worden nu anders ingedeeld dan voorheen. Voor deze gebouwen gelden nu ook de nieuwste klimaatnormen en opteren de opdrachtgevers voor een efficiënter ruimtegebruik. Illustratief is het voormalige Boudewijngebouw dat drie decennia lang diensten van de Vlaamse overheid huisvestte en omwille van zijn ruime inkomhal ‘De Schans’ werd genoemd. Sven: “Structureel voldeed dit gebouw nog maar het verspilde zoveel energie en ruimte dat de afbraak en de vervanging door het viertorencomplex Quatuor de enige oplossing was.”
Tenslotte zijn er de talrijke woningen die structureel zo slecht zijn dat zij niet meer naar de huidige klimaatnormen kunnen worden gerenoveerd. Bovendien wil de overheid de bebouwing van nog braakliggende terreinen beperken. Vandaar de tendens om aan oude binnenstedelijke industriepanden een nieuwe functie te geven. Ook daardoor wordt nu vaker gesloopt.
Toenemende complexiteit
Tegelijk zal het sloopwerk in de toekomst complexer worden. Sven: “Recentere gebouwen bevatten veel meer installaties dan vroeger. Bij de afbraak van nieuwere gebouwen zullen wij ook met een grotere complexiteit van materialen worden geconfronteerd. Al de materialen zijn ook meer aan elkaar gelijmd terwijl de eisen voor recyclage strenger zullen worden en er veel minder storende stoffen zullen worden toegelaten. Kortom: door de manier waarop nu wordt gebouwd, zal het slopen in de toekomst moeilijker verlopen.”
De Meuter telt momenteel ongeveer 270 werknemers, iets minder dan voorheen wegens het gebrek aan opdrachten in het Brussels Gewest door het ontbreken van een Brusselse regering. Daarnaast werkt De Meuter met een 100-tal onderaannemers. Het bedrijf realiseert jaarlijks een omzet van 100 miljoen euro.
Op-en-top familiebedrijf
Sven: “Wij zijn nog echt een familiebedrijf. Ook van onze huidige arbeiders heb ik vaak nog de vader of de oom gekend. Maar nieuwe arbeidskrachten aantrekken blijft moeilijk. Bedienden vinden is evenmin evident. Bovendien wordt het administratieve werk bemoeilijkt doordat diverse instanties (Grondbank, Copro, Ovam voor het materialeninformatiesysteem Matis en het kwaliteitsborgingssysteem KBS, Tracimat, departement Omgeving voor het Integraal Milieujaarverslag enz.) verschillende platformen gebruiken die niet compatibel zijn. De data waarover wij beschikken, moeten onze bedienden dus telkens in andere formaten overmaken. Ik vergelijk hen met de middeleeuwse monniken die steeds opnieuw boeken kopieerden. Ook per type van activiteit (sloop, asbestverwijdering, sorteren) moet de rapportage anders. Dat is vooral vervelend voor een bedrijf zoals het onze dat al deze activiteiten onder één dak groepeert.”
Ondanks kritische bedenkingen juichen bouwbedrijven verlaagd btw-tarief van 6% toe
Wat denken de bouwbedrijven over het onderwerp van dit dossier? Om het te weten te komen hebben wij drie leden uit de drie regio’s van ons land ondervraagd over hun standpunt, meer in het bijzonder over de uitbreiding van het verlaagd tarief tot de verkoop vansleutel-op-de-deur woningen. Zij formuleren hierover enkele kritische opmerkingen maar stellen toch dat het in het algemeen over een gunstige maatregel gaat.
A" Voor projecten waarbij een gebouw wordt gesloopt, is het positief. Maar voor projecten waarvoor dat niet geldt, is het niet positief, want het leidt tot nieuwe concurrentie. "
AUBRY
LEFEBVRE
ubry Lefebvre, CEO van Thomas & Piron Bâtiment, blikt terug op de zomermaanden van 2025 en de “moeilijke” start van de invoering van deze maatregel. “In juli-augustus geraakten we er niet meer uit: was dit nu een voorlopige of een definitieve maatregel? Het was zowel voor ons als voor onze klanten moeilijk om er wijs uit te raken. Het definitieve tarief van 6% is uiteindelijk goed nieuws voor de bestaande klanten die dreigden 21% te moeten gaan betalen,” zegt hij.
Maar hij nuanceert toch het positieve verhaal van die 6% bij wederverkoop. “Voor projecten waarbij een gebouw wordt gesloopt, is het positief. Maar voor projecten waarvoor dat niet geldt, is het niet positief, want het leidt tot nieuwe concurrentie. Neem een projectontwikkelaar die een woning verkoopt tegen bijvoorbeeld 300.000 euro exclusief btw. De koper betaalt dan 318.000 euro, btw 6% inbegrepen, als het gebouw werd opgetrokken op een terrein waarop vroeger al iets stond. Maar hij betaalt 363.000 euro, btw 21% inbegrepen, als diezelfde woning op een onbebouwd perceel werd gebouwd. Dat is bijna 50.000 euro verschil, wat neerkomt op ongeveer 300 euro extra per maand voor een lening op 20 jaar. Wat de betaalbaarheid van huisvesting betreft, een thema dat Embuild erg nauw aan het hart ligt, is dat helemaal niet positief. En vooral: het kan tot concurrentie leiden tussen projectontwikkelaars binnen éénzelfde gebied. Wie bouwt op een onbebouwd perceel zal zijn prijzen
moeten verlagen om zich te kunnen aligneren op een sloop-heropbouwproject, waardoor hij zijn volledige winstmarge verliest en dus geen nieuwe investeringen meer kan doen,” legt Aubry Lefebvre uit.
Gaan ontwikkelaars zich dan massaal storten op percelen met een gebouw dat kan worden gesloopt en heropgebouwd? “Nee, dat denk ik niet. Want de administratieve procedures om een vergunning te krijgen, en eventuele beroepen van buurtbewoners, nemen gemiddeld drie jaar in beslag. Zal de maatregel tegen dan nog bestaan om de meerkosten van dit duurdere type project te compenseren?”
De CEO van Thomas & Piron Bâtiment wijst ook op een ander punt: het verschil in btw-tarief op één en hetzelfde perceel. “Op hetzelfde terrein kan je een onbebouwd stuk hebben waar je tegen 21% bouwt, en er vlak naast een deel waar eerst moet worden gesloopt waardoor je tegen 6% moet verkopen. Leg dat verschil maar eens uit aan je klant!”
Het is duidelijk: Aubry Lefebvre is zeer genuanceerd over deze maatregel. “Ik herhaal: hij is positief voor ontwikkelaars die veel van dit soort projecten in hun portefeuille hebben. Voor de anderen veel minder. En wat met de duurzaamheid van de maatregel op lange termijn?”
Toepassen op ingrijpende renovaties
Alexandre De Cesco is gedelegeerd bestuurder van het Brusselse bedrijf Socatra. Als voorzitter van Embuild.Brussels is hij dan ook de ideale persoon om zijn mening te geven over deze maatregel voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. “Op nationaal niveau
heeft de recente enquête van Embuild opnieuw aangetoond dat er tegen 2030 jaarlijks 75.000 extra woningen moeten worden gebouwd. Het is dus een goede maatregel”, zegt hij. “Wat Brussel betreft, hebben we de bijzonderheid dat we zeer sterk inzetten op circulaire renovatie. Daarom zou onze vraag zijn dat het btw-tarief van 6% voor wederverkoop na een sloop heropbouw ook kan worden toegepast op ingrijpende renovaties. Momenteel bestaat er hierover een juridische onduidelijkheid. Het is vrij willekeurig en wij vragen duidelijkheid. In de meeste gevallen wordt een tarief van 21% toegepast”, aldus Alexandre De Cesco.
Een andere specifieke vraag van de Brusselse bouwsector: rekening houden met de bodemsanering. “Bij dit soort projecten saneren we vaak de bodem van een terrein, omdat de normen voor woningbouw zeer streng zijn. Dat is dus een dienst die wij ‘gratis’ verlenen aan het Gewest. Men zou daar dus rekening mee moeten houden, ofwel door het btw-tarief te verlagen, ofwel door de lasten te verminderen.”
Over die lasten gesproken: volgens de gedelegeerd bestuurder van Socatra zijn het onder meer deze lasten die huisvesting in Brussel zo duur maken. “Men zegt vaak dat vastgoed hier zeer duur is. Maar het is het Gewest waar de meeste lasten en belastingen bestaan, onder meer voor innames van de openbare weg, én administratieve verplichtingen. Veel meer dan elders in België. Dat moet je weten! En sinds eind vorig jaar zijn alle projecten op industriële brownfields van meer dan 50 are geblokkeerd. Dat is een bijkomende beperking.”
Wat de uitspraken van Sven De Meuter betreft, die stelt dat sloopprojecten steeds schaarser worden in de hoofdstad, onder meer bij gebrek aan een regering, bevestigt hij dat. “Dat klopt. Sommige overheidsopdrachten worden afgeblazen en andere worden eerst opgestart en vervolgens stopgezet. Dat is onder meer het geval voor het project ‘Baden van Brussel’. Wij hadden de opdracht voor dit zwembad ter waarde van 17 miljoen euro binnengehaald, en het is, als ik mij zo mag uitdrukken, in het water gevallen. Ik ben nog steeds boos over die beslissing”, besluit Alexandre De Cesco.
Positief voor binnenstedelijke ontwikkelingen
Bouwgroep Van Roey legt zich al decennialang toe op binnenstedelijke ontwikkelingen en heeft op dit vlak gepionierd. Vandaar dat wij ook hun standpunt over de toepassing van een verlaagd tarief van 6% op sloop en
heropbouw hebben gevraagd. Filip Deprez, algemeen directeur van Van Roey Vastgoed, bevestigt het belang van deze maatregel voor de groep: “Wij ontwikkelen bij voorkeur op verdichtingslocaties in de kernen van steden en dorpen. Onze projecten hebben dan ook zo goed als allemaal rechtstreeks of onrechtstreeks met afbraak en heropbouw te maken.”
Hoe staat Van Roey tegenover de toepassing van 6% voor sloop en heropbouw en de uitbreiding ervan tot de projectontwikkelaars? Filip Deprez stelt dat Vlaanderen voor de grote uitdaging staat om én meer huishoudens te gaan huisvesten én het bestaande gebouwde patrimonium klaar te maken voor de toekomst. “Projectontwikkelaars kunnen daarbij een grote rol spelen. Het kwam dan ook vreemd over dat zij eerst uitgesloten werden van het 6% regime. Wanneer de lasten op deze woonprojecten dalen, zal dit uiteindelijk de kopers ten goede komen. De inkomensdoelgroep voor de verschillende woonproducten wordt zo groter, en dus ook het aantal economisch haalbare ontwikkelingsprojecten.”
Gaat deze maatregel nu al nieuwe kansen scheppen? Daarop antwoordt Filip bevestigend. “Dit gaat rechtstreeks over de koopkracht van onze klanten. Daarom zal het btw-regime in de acquisitiefase vaak een zeer grote rol spelen: en dat kan het verschil maken.”
Nog een laatste vraag betreft de opmerking van Thomas & Piron dat de 6% voor sloop en heropbouw projecten benadeelt op nog braakliggende terreinen waarvoor 21% btw blijft gelden. In welke mate kan Van Roey zich terugvinden in deze kritiek?
Filip Deprez: “Wij ontwikkelen enkel op plekken die verant woord zijn en snijden dus bij voorkeur geen greenfields aan. Waar we wel volgen is dat het onverstandig zou zijn om twee verschillende tarieven te gaan hanteren binnen één projectsite. Helaas is dat soms het geval.”
" Onze vraag zou zijn dat het btw-tarief van 6% voor wederverkoop na een sloop en heropbouw ook kan worden toegepast op ingrijpende renovaties."
ALEXANDRE DE CESCO
" Wanneer de lasten op deze woonprojecten dalen, zal dit uiteindelijk de kopers ten goede komen."
FILIP DEPREZ
Aanbevelingen en tools van Living Lab Circulaire Sloopteams
Het project Living Lab Circulaire Sloopteams had een duidelijke ambitie: van Vlaanderen dé urban mining regio van de toekomst maken. Eind 2025 werd het project afgesloten met een slotevent bij Buildwise in Zaventem. Samen met Embuild Vlaanderen als lead partner werkten ook Buildwise, NAV, stad Mechelen, Tracimat, Aclagro, Rockwool en Resulation aan Circulaire Sloopteams. Die samenwerking vertrok vanuit een centrale overtuiging: om circulair te slopen moet je al van bij het begin van een slooptraject opdrachtgevers, ontwerpers, aannemers en leveranciers rond de tafel brengen. Het slotevent was dé gelegenheid om de opgedane ervaringen te delen en uitgewerkte tools toe te lichten.
In haar inleiding wees Caroline Deiteren, directeur-generaal van Embuild Vlaanderen, op onze huidige afhankelijkheid van primaire grondstoffen. Volgens haar is het dan ook noodzakelijk om bij sloopprojecten meer in te zetten op demontage en hergebruik en bouwafval van laagwaardige naar hoogwaardige toepassingen te laten evolueren.
Tools voor een nauwere samenwerking
Dirk Mattheeuws, voorzitter van het Netwerk Architecten Vlaanderen (NAV), benadrukte dat de volledige keten van de bouwsector nodig is om na sloop of ontmanteling materialen in een kringloop te houden. Vanuit die overtuiging focuste het Living Lab op de optimale voorwaarden voor een nauwere samenwerking, de ontwikkeling van standaarddocumenten en het detecteren van nieuwe recuperatiestromen.
Het project leidde onder meer tot de gids Samen circulair slopen, aangevuld met downloadbare sjablonen zoals de samenwerkingsschijf. Daarnaast werden lessen getrokken uit een aantal pilootprojecten en die werden omgezet in praktische aanbevelingen. Een belangrijke conclusie daarbij is het belang van een vast kernteam bij complexe sloop- en bouwprojecten: het sloopteam. Zo’n team bewaakt van begin tot einde de urban mining-ambities, zorgt voor kennisdeling en beheert de risico’s die eigen zijn aan urban mining.
Afbraak beter voorbereiden
Volgens Charlotte Cambier, projectcoördinator Circulair & Energiezuinig Bouwen bij Embuild Vlaanderen, staat de traditionele manier van slopen steeds meer ter discussie: “Tot voor kort moest de afbraak zo snel en efficiënt mogelijk gebeuren, wat uiteindelijk leidde tot verspilling van waardevol materiaal en een hoge milieubelasting. Zelfs wanneer de opdrachtgevers circulaire ambities hadden, ontbrak daartoe vaak de nodige voorbereiding. De uitvoerder kreeg onvoldoende tijd en middelen, waardoor de ambities gaandeweg geminimaliseerd werden tot ‘ad hoc’-oplossingen; meestal met discussies, vertragingen en meerkosten tot gevolg.
Een betere voorbereiding zou een hele stap vooruit zijn. Dat begint met een betere inschatting van het hergebruikpotentieel van de aanwezige materialen (zowel technisch als commercieel). Daarnaast is een beter overzicht nodig van de vrijkomende elementen en materiaalstromen en hun mogelijke marktwaarde. Ook een realistische planning voor de ontmanteling, de opslag en de logistiek is cruciaal. Dat zal uiteindelijk tot een correctere budgetinschatting en tot meer haalbare circulaire ambities leiden.”
Van scan tot gunning
Maar wat houdt een goede voorbereiding nu juist in? Sien Cornillie, adviseur bij NAV, lichtte toe welke stappen daarbij komen kijken. Is er een ‘quick scan’ uitgevoerd op basis van
Het slotevent van het project Living Lab Circulaire Sloopteams vond plaats in de lokalen van Buildwise in Zaventem.
INFO : https://www.buildwise. be/nl/themas/duurzaambouwen/circulaireeconomie/circulair-slopen/ living-lab-circulairesloopteams/
Met gids, sjablonen, podcasts en living labprojecten
reeds beschikbare tools (zoals de hergebruiken recyclagefiches van Tracimat), werd een ontmantelingsproef uitgevoerd, werd naar de interesse op de hergebruikmarkt gepeild, werd onderzocht of de recycleerbare stromen aan de acceptatiecriteria van de afzetkanalen beantwoorden?
Bij de selectie van het geschikte team speelt de opdrachtgever een sleutelrol. Maar bij de gunning mag de opdrachtgever niet enkel focussen op de (laagste) prijs. Ook kwaliteit, timing en vooral het plan van aanpak op het vlak van circulariteit moeten volwaardig meewegen. Daarbij maakte Thieme Engelborghs, onderzoeker bij Buildwise, een belangrijke randbemerking: een plan van aanpak schetst het potentieel van een kandidaat maar is niet afdwingbaar. Wil je zeker zijn dat de werken volgens de principes van urban mining worden uitgevoerd? Maak ze dan afdwingbaar via de technische en contractuele bepalingen. De gids Samen circulair slopen reikt daarvoor concrete mogelijkheden aan.
Wanneer werken met een sloopteam?
Deze vraag kan beantwoord worden aan de hand van een checklist uit de gids Samen circulair slopen. Bij voorkeur bevindt het project zich nog in de voorbereidingsfase en is een sloopopvolgingsplan verplicht. Belangrijk is ook een voldoende hoog recyclage- en hergebruikpotentieel en de beschikbaarheid van afnemers. Check eveneens het aanwezige draagvlak (ook bij de overheid). Weeg tot slot de voordelen van een sloopteam af tegen de eventuele meerkosten.
Urban mining via een sloopteam brengt ook nieuwe (circulaire) taken met zich mee, zoals het identificeren van het hergebruikspotentieel, het zoeken van een afzetmarkt enz. Het bundelen van deze taken leidt dan weer tot nieuwe functies in het team. Denk bijvoorbeeld aan een procesregisseur, een sloopcoördinator en een materiaalmakelaar. Om deze nieuwe taken en verantwoordelijkheden duidelijk te kunnen verdelen onder de partijen, is een samenwerkingsschijf ontwikkeld. Op basis daarvan is het mogelijk de eventuele hiaten bij de uitvoering te detecteren.
Toekomstige evoluties
Bart Bergen, teamverantwoordelijke voor de bouw bij Ovam (de Openbare Vlaamse Af-
valstoffenmaatschappij), gaf een vooruitblik op de verdere evolutie van urban mining in Vlaanderen. Ovam benadrukte dat het Circulaire Sloopteams-onderzoek intern bekeken en meegenomen wordt. Ovam werkt nu aan een herziening van het standaardbestek 210 voor sloopwerken, aan een gebruiksvriendelijkere template voor afvalbebeerplannen, aan een update van de website www.bouwensloopafval. be en aan een studie over de mogelijkheden om licht bouw- en sloopafval te compacteren.
Volgens Dino Hendrickx, voorzitter van de VSOR (Vereniging van Sloop-, Ontmantelingsen Recyclingbedrijven), zijn wij kampioen op het vlak van recyclage maar hebben wij op het vlak van hergebruik nog heel wat stappen te zetten: “Er zijn nog te veel ad hoc-initiatieven. Een bundeling van data op één overkoepelend platform is hard nodig. Dan kunnen gebruikers op een gestructureerde en uniforme manier beschikbare materialen opzoeken en matchen met hun behoefte.
Naast studiewerk moet je af te toe ook zaken concreet en kleinschalig opstarten, zonder op voorhand alles te hebben uitgezocht. Sta ook open voor hoe onze buurlanden het aanpakken. In Nederland bestaat bijvoorbeeld een certificatieprocedure voor circulair slopen. Sloopbedrijven die niet over zo’n certificaat beschikken, kunnen of mogen niet deelnemen aan bepaalde projecten. Zo creëer je een gelijk speelveld.”
Circulair slopen verankeren
Het slotevent maakte duidelijk dat circulair slopen meer voorbereiding, andere rollen en nieuwe vormen van samenwerking vergt, vaak met een hogere kost op korte termijn. Maar tegelijk tonen de pilootprojecten aan dat die extra inspanning kan leiden tot meer materiaalbehoud, minder afval en een betere afstemming tussen sloop en heropbouw. De uitdaging ligt nu in de toepassing op grotere schaal: niet wachten tot alles perfect is, maar stap voor stap ervaring opbouwen en zo circulair slopen verankeren als een volwaardig onderdeel van de bouwpraktijk.
Y o u r p a r t n e r i n H R I
Ee n m e n s e l i jke p a r t n e r v o o r b e d ri j v e n e n z e l f s t a n d i g e n d i e o p
z o e k z i j n n a a r d o e l t re f fe n d e HR-o p l o s s i n g e n e n o n d e r s te u n i n g
Hu lp no di g b i j het b e he re n van je lone n?
Group S i s al me e r dan 8 0 jaar exp e r t e n ne e mt alle s vo or z i jn re ke nin g: lone n, p e rsone e l e n so ciaaljuridi sch a dvie s.
Op zo e k naar me e r f lexib i lite it in ve rlonin g?
Met on s c afetariap lan kunne n je me dewe rke rs e e n de e l van hun lo on aanpas se n, zon de r ext ra kosten vo or jou.
Plannin ge n b e he re n?
Maak het p lanne n van we rkure n e n payroll e e nvou di g met on ze han di ge to ols.
Ee n HR-me dewe rke r af wez i g?
On ze HR-con s u ltants staan klaar om je team te ve rste rke n.
w w w.g ro u p s.b e
Aan het re krute re n?
Met Group S Se le ct ne me n w i j het volle di ge p ro ce s van
A tot Z vo or on ze re ke nin g.
Je team op le ide n?
Ontde k de op le idin ge n die b e schikbaar z i jn via on ze
Ac a de my.
Be n je ze l fstan di g?
Wi j b e ge le ide n je vanaf de star t via on s
On de rne min g s loket e n on ze
So ciale Ze ke rhe id s kas.
Group S NV, maatschap p e lijke zete l Urs uline n st raat 2, 1 0 0 0 Bru s se l BTW BE 0 45 6.6 81.5 42, RPR Bru s se l
Met hervorming IBO opnieuw activeren
Met een IBO (Individuele Beroepsopleiding in de Onderneming) kan je op jouw bouwplaats of in jouw atelier zelf een werkzoekende (laten) opleiden. Nog op haar laatste zitting van 2025 heeft de Vlaamse regering het IBO-stelsel hervormd, met als voornaamste veranderingen: een andere berekening van de IBO-premie die opnieuw meer rekening houdt met het startloon in de sector en de rechtstreekse betaling van deze premie door het bedrijf aan de cursist in plaats van de betaling van een vast, maandelijks bedrag van het bedrijf aan VDAB.
De hervorming was nodig want de laatste jaren was het aantal IBO’s er fors op achteruitgegaan. Tien jaar geleden startten in Vlaanderen nog ongeveer 15.000 IBO’ers per jaar. In 2024 waren ze nog maar met 6.500. Met de hervorming mikt de Vlaamse regering opnieuw op een verdubbeling, zo stelde Vlaams minister van Werk Zuhal Demir onlangs in het Vlaams parlement.
De voornaamste wijzigingen van deze hervorming van de IBO zijn de volgende:
1 De IBO-premie wordt niet langer bepaald op basis van het GGMMI (Gewaarborgd Gemiddeld Minimummaandinkomen) maar op basis van het loon dat de werkzoekende na aanwerving zal verdienen. Maar zoals vroeger behoudt de werkzoekende zijn vervangingsinkomen. De werkgever vult alleen maar aan.
2 De berekening van het bedrag van de IBO-premie gebeurt met de volgende rekensleutel: ((brutoloon na aanwerving – RSZ-bijdrage ten laste van de werknemer) –vervangingsinkomen) X percentage – bedrijfsvoorheffing. De IBO-
werkgever kan voor het percentage in de formule kiezen tussen 70%, 80%, 90% en 100%. De IBO-werkgever kiest dit voor de start van de IBO en het blijft ongewijzigd gedurende de volledige duur van de IBO.
3 De betaling van de IBO-premie gebeurt door de IBO-werkgever. VDAB komt hier niet meer tussen. De IBO-werkgever betaalt wat zijn eigen IBO-cursist krijgt en niet langer een forfait. Dit wil zeggen dat de IBO-werkgever zowel de IBO-premie als de verplaatsingsvergoedingen rechtstreeks aan de IBO-cursist betaalt. Voor een IBO-plus is het wel nog steeds VDAB die de IBO-plus-premie en de verplaatsingsvergoedingen aan de IBO-cursist betaalt.
4 De doelgroep van de IBO-plus verschilt van de doelgroep die tot voor kort gold. De formule is niet langer toegankelijk voor alle langdurig werkzoekenden maar enkel nog voor gedetineerden niet-werkende werkzoekenden die beperkte detentie of elektronisch toezicht hebben en voor personen met een (indicatie van) arbeidsbeperking. De premie voor een IBO-plus wordt bepaald op basis van een rekensleutel met 70% als vast percentage.
5 Doordat door de hervorming veel financiële en administratieve taken wegvallen, kan de IBO-bemiddelaar van VDAB zich voortaan volledig focussen op zijn kerntaken, namelijk de inschatting, de inhoudelijke opvolging en de begeleiding van de IBO-cursist op de werkvloer. Daarbij kan het bijvoorbeeld gaan om de coaching van attitudes en om taalcoaching.
6 Tenslotte voorziet de hervorming in een flexibelere methode om de IBO voortijdig te beëindigen, zowel na de start (binnen de 14 dagen) als bij een aanwerving.
De hervorming grijpt deels terug naar de aanpak van voor 2018. Een nadeel is wel dat de premie voor de werkgever opnieuw hoger zal liggen. Maar de premie lag sedert 2018 zo laag dat veel kandidaten met voldoende potentieel niet meer in een IBO-systeem wilden stappen en dat bouwbedrijven hen dan onmiddellijk aanwierven, zonder IBO-periode, zeker in tijden van acute arbeidskrapte. Voor kandidaten met minder potentieel en een hoger risico op uitval liggen de premies dan wellicht te hoog. Bekijk dus goed bij de start met de IBO-bemiddelaar wat je van een kandidaat precies kan verwachten en stem de IBO-overeenkomst hierop af.
Aandachtspunten voor een vlotte samenwerking tussen hoofd- en onderaannemer (ketenpartners)
Als aannemer weet je hoe belangrijk een goede samenwerking met ketenpartners is om projecten op tijd en binnen budget af te ronden. Toch loopt het in de praktijk vaak mis: vertragingen, kwaliteitsproblemen en extra kosten komen regelmatig voor. Hoe komt dat en wat kunnen partners doen om hier verandering in te brengen?
Binnen het BouwForce-project wordt onderzoek gedaan naar praktische tools die kunnen helpen bij een efficiëntere samenwerking.
In maart 2026 worden de eerste 2 praktijkcases opgestart:
● hoe kan de relatie ‘klant-aannemer’ uitgebouwd worden op basis van heldere en tijdige klantkeuzes;
● hoe kan verdere optimalisering van de samenwerking tussen de werkvoorbereiding en de uitvoering bereikt worden .
In afwachting van de bevindingen tijdens deze en de daaropvolgende praktijkcases, kunnen we alvast aandacht geven aan volgende kernpunten om een vlotte ketensamenwerking te bevorderen.
Een greep uit de aandachtspunten
Aandachtspunten hierbij zijn :
● tijdige selectie en betrokkenheid van partners geeft meer ruimte voor een optimale voorbereiding;
● respecteren van uitvoeringsplannen bevordert kwaliteit en efficiëntie;
● balans tussen prijs en kwaliteit zorgt voor duurzame samenwerking en betere communicatie;
● snelle en transparante offerteprocessen helpen om de planning stabiel te houden;
● focus op kwaliteit – waterdichting, afwerking en netheid – voorkomt vertragingen;
● strikte opvolging van planning minimaliseert extra werk en kosten;
● de droom van de klant als basis gebruiken, kan leiden tot duidelijke doelen en afspraken.
Waarom is dit belangrijk?
● Heldere communicatieketens vermijden misverstanden en zorgen voor een vlotte samenwerking.
● Duidelijke afspraken over de volgorde van werken voorkomen conflicten en inefficientie.
● Formele contracten bieden houvast voor kwaliteit, orde en verantwoordelijkheid.
Hoe pakken we dit samen
aan?
BouwForce heeft als doel een toolkit aan te reiken om tal van veel voorkomende aandachtspunten gemakkelijker in de praktijk om te zetten. Ook kleinere bouwbedrijven hebben baat bij het aanpakken van onnodige faalkosten. De toolkit zal helpen om knelpunten in het bouwproces te detecteren, aan te pakken en uit te vlakken, zodat projecten op tijd en binnen budget kunnen worden afgerond.
Voor aannemers is het cruciaal om niet alleen op prijs te selecteren, maar ook op betrouwbaarheid, communicatie en kwaliteit. Door structureel samen te werken, digitale tools in te zetten en duidelijke contracten af te sluiten, bouw je niet alleen betere projecten, maar ook sterke, duurzame relaties.
In november 2025 kwam de begeleidingsgroep voor de derde keer samen. Gesprekken rond de aandachtspunten en luisteren naar elkaars visies, meningen en standpunten leidde tot openheid om efficiënter te gaan samenwerken.
Samenwerken stimuleren is cruciaal
Een ding staat echter nu al als een paal boven water: of praktische LEAN-tools op maat van de betrokken actoren voor de gewenste verandering zorgen, kan niet los gezien worden van tal van menselijke factoren
Krijg inzicht in de drie niveaus van de schaal van samenwerking.
● Ofwel OVERLEEF je en ervaar je weerstand. Dit leidt tot gevecht. De bom barst. We beschadigen elkaar of er komt conflict waardoor partijvorming, wij-zij denken en doordrukken als gedrag ontstaat. Of er is kritiek : de ander doet het fout met irritaties alom. DRUK veroorzaakt TEGENDRUK en leidt tot oordelen, beschuldigen en boosheid.
● Ofwel ONTLOOP je wat tot afstand leidt. Praten over onder de vorm van klagen en roddelen of op jezelf terugplooien door voor jezelf te werken of je in te houden of enkel praten met elkaar, waar vrijblijvende hints uitgesproken worden. Onder DRUK AFSCHUIVEN leidt tot overwegen, gedo-
gen en overleggen.
● Ofwel WERK JE SAMEN, wat commitment creëert en leidt tot flow. Duidelijkheid creëer je door transparantie, nieuwgierigheid en gelijkwaardigheid, Feedback geven laat je veilig leren, vragen en accepteren. Met als laatste factor het borgen , waardoor een topteam specialiseert en presteert. Bij DRUK top presteren hoort ERKENNEN, OPPAKKEN en WAARDEREN.
Meer informatie over de schaal van samenwerking vind je op www.schaalvansamenwerking.nl
INFO :
Meer info over het Lean-project BouwForce vind je op de website van Embuild Vlaanderen. We werken samen aan een lean toolbox voor kmo’s binnen de bouwketen. Geïnteresseerd om aan te sluiten bij de begeleidingsgroep en praktijkcases? Mail naar Freija.Jongbloet@embuild.be.
Derde bijeenkomst van de begeleidingsgroep.
Cordeel Group bundelt verschillende entiteiten onder Cordeel Belgium
Cordeel Zetel Temse en Cordeel Zetel Hoeselt bundelen hun krachten om vanaf 2026 door het leven te gaan als Cordeel Belgium. Samen met Bernard Construction ontstaat zo een eensgezind aannemerscollectief met nationale slagkracht. Doel van deze krachtenbundeling: een nog prominentere rol opnemen in de Belgische bouwsector. Om die doelstelling kracht bij te zetten stelt de nieuw samengestelde entiteit bovendien Thomas De Loof aan als co-CEO, naast de huidige CEO Kevin De Hainaut.
Het idee achter de vereenvoudiging van de organisatie van het bouwbedrijf is duidelijk: de krachten bundelen om samen sneller, slimmer en duurzamer te bouwen. “Met Cordeel Belgium zetten we een beslissende stap richting een toekomst waarin we als één geïntegreerd bouwbedrijf niet alleen sneller, slimmer en duurzamer bouwen, maar ook doelgerichter en wendbaarder kunnen inspelen op de uitdagingen van morgen. Door onze entiteiten te verbinden, creëren we meer dan schaal: we versterken onze strategische slagkracht door talent, expertise en innovatiekracht samen te brengen.” Zo licht Pascale Van Damme het toe, zij is CEO van Cordeel Group.
Thomas De Loof (links) met Kevin De Hainaut (rechts)
“Met Cordeel Belgium bouwen we verder aan een decennialange ambitie: een sterk bouwbedrijf vormen dat in elke stap van het proces waarde toevoegt.” Zo geeft Filip Cordeel mee, voorzitter van Cordeel Group.
Eén krachtige organisatie
Zoals de CEO van de groep het stelt: “Dit is geen fusie van structuren, maar een versnelde beweging richting één krachtige organisatie die klaar is voor de toekomst.” En om deze transformatie tot een goed einde te brengen, kiest de groep voor het co-CEO-model om Cordeel Belgium te leiden. Om huidig CEO Kevin De Hainaut daarin te ondersteunen, wordt Thomas De Loof aangesteld als co-CEO. Hij komt over van Dell Technologies en was ook aan de slag bij IBM. Hij zal de ruggengraat van de organisatie vormen, met in zijn takenpakket de interne structuur, financiële slagkracht, processen en digitalisering. “Als co-CEO start ik met een duidelijke ambitie: Cordeel nóg sterker maken. Ik breng een sterke focus mee op structuur, rendement en kwaliteit, met blijvende aandacht voor mensen en samenwerking”, zegt Thomas De Loof.
Kevin De Hainaut blijft als vertrouwd gezicht het boegbeeld naar klanten en projecten toe. Hij stuurt de commerciële tak aan, leidt preconstructie en aanbestedingen met de nadruk op de bouwteamwerking en Design & Build. Zo verzekert hij een gezonde en strategisch juiste projectinstroom en vertegenwoordigt hij Cordeel Belgium in de markt.
Thomas De Loof en Kevin De Hainaut zullen strategische beslissingen in onderling overleg nemen, samen met COO Matias Raymaekers die de dagelijkse werking opvolgt, net als de verdere digitalisering.
Bouwen aan een
leefbare samenleving, klaar voor de toekomst.
Dankzij het engagement van de Belgische cementproducenten voor decarbonisatie wordt koolstofneutraal bouwen steeds meer realiteit, met cement en beton voor aannemers.
Gallery Xavier Hufkens, Brussel, Robbrecht en Daem architecten
Het jaarlijkse evenement vond plaats in Bassin, een bar gelegen op het Sint-Katelijneplein.
Build Circular.Brussels : steeds meer bedrijven doen mee
In december 2025 organiseerde het team van Build Circular.Brussels zijn jaarlijkse evenement in Bassin, een bar vlak bij de levendige kerstmarkt op het Sint-Katelijneplein. Doel van de avond: bedrijven uit de bouwsector en partners actief in circulair bouwen samenbrengen om hun banden te versterken en een prijs uit te reiken aan ondernemingen die zich bijzonder inzetten voor het programma.
Het programma Build Circular. Brussels, sinds september 2020 geleid door Embuild.Brussels, wil bouwbedrijven begeleiden in hun transitie naar een circulaire economie. Elke onderneming die actief is op het Brusselse grondgebied kan aansluiten en gratis opleidingen en persoonlijke begeleiding krijgen. In vijf jaar tijd groeide het aantal deelnemende bedrijven aanzienlijk: van 170 eind 2020 tot 760 vandaag.
96% van het bouw- en sloopafval wordt gerecycleerd
De cel duurzaam en circulair bouwen van Embuild.Brussels telt 12 geëngageerde en gepassioneerde medewerkers die elke dag werken aan de transitie van de Brusselse bouwsector. Voor een zestigtal aanwezigen in Bassin benadrukte manager Aymé Argeles: “Al het werk dat jullie samen met ons doen, werpt zijn
" Sinds 2018 is de productie van bouw- en sloopafval met 32% verminderd en 96% van dat afval wordt gerecycleerd "
vruchten af. Sinds 2018 is de productie van bouw- en sloopafval met 32% verminderd en 96% van dat afval wordt gerecycleerd.”
Argeles stelde ook drie projecten voor die hem bijzonder na aan het hart liggen: “We zijn heel trots op het hergebruiknetwerk AD VITAM MATERIAL, dat in Brussel werd gelanceerd maar de drie gewesten bestrijkt. Dan is er ReloAD, de dienst die het sorteren van bouwafval op werven wil verbeteren via modulaire sorteerstations aangepast aan de realiteit op het terrein. En tot slot het Label Ecodynamische Onderneming, gelanceerd samen met Leefmilieu Brussel.”
Nathan Castagne, circulair adviseur, gaf nog mee dat “Leefmilieu Brussel duurzame praktijken wil erkennen bij alle Brusselse bedrijven.” Daarbij benadrukte hij dat Build Circular.Brussels bedrijven ook helpt bij het invullen van het formulier om het label te verkrijgen. “We hebben net een nieuw refe-
rentiekader voor de bouw gelanceerd, dat alle werfpraktijken omvat. Het label geeft toegang tot verhogingen op bepaalde premies en regionale steun. Zo krijgen alle premies van Brussel Economie-Werkgelegenheid een verhoging van 10 tot 40%. Dat is niet te onderschatten.”
Awards en favoriet van de jury
Ook dit jaar reikte het team drie awards uit. De prijs voor de kmo met de grootste inzet ging naar Asmâa Bouziar, oprichter van een jonge algemene bouwonderneming die hergebruik en biogebaseerde materialen centraal stelt in haar businessmodel. “Dit is het kleine bedrijf dat dit jaar de meeste acties samen met ons heeft ondernomen. Asmâa, je nieuwsgierigheid, je vermogen om je nieuwe economische modellen eigen te maken en je wil om duurzame praktijken vanaf de basis in je onderneming te verankeren, maken van jou een bijzonder inspirerende partner,” aldus Castagne. “Je bent altijd bereid om bij te leren, te testen en vooruit te gaan, je hebt in recordtijd deelgenomen aan verschillende begeleidingen: businessmodel, hergebruik, duurzame materialen... We zijn verheugd om de evolutie van je onderneming te volgen,” benadrukte Nathan Castagne, die de trofeeën mocht overhandigen.
Feedback
De prijs voor de grote onderneming ging naar Louis De Waele, een historische pijler van Build Circular.Brussels. “We willen vandaag de voortdurende inzet van Marc Vanderick, QHSE-verantwoordelijke, in de kijker zetten. Zijn energie en beschikbaarheid hebben onze gemeenschappelijke werkzaamheden regelmatig een duwtje in de rug gegeven. In 2025 speelde Louis De Waele een sleutelrol in verschillende structurele initiatieven voor de sector, zoals de co-creatie van het ReloAD-project, actieve deelname aan werkgroepen over biodiversiteit op werven en bijdragen aan reflecties rond bouwplaatslogistiek. Dankzij je feedback, je ideeën en je blik vanop het terrein geef je al lang input aan de programmadynamiek.”
De juryfavoriet, natuurlijk een subjectief gegeven, ging naar de coöperatie So.Rénovation, waar Jérôme Weemaels en Carlos Delgado hun expertise in vastgoedrenovatie inbrengen. “Door jullie regelmatige aanwezigheid op evenementen, jullie nieuwsgierigheid, jullie
De prijs voor de kmo met de grootste inzet voor het programma ging naar Asmâa Bouziar.
De prijs voor de grote onderneming werd toegekend aan Louis De Waele, een van de historische pijlers van Build Circular.Brussels. Op deze foto: Marc Vanderick, QHSEverantwoordelijke van het bedrijf.
De favoriet van het team was de coöperatie So.Rénovation, waar Jérôme Weemaels en Carlos Delgado hun expertise in vastgoedrenovatie inbrengen.
" De klant moet financieel erbij winnen, zodat er geen economische blokkade meer is bij de keuze voor milieuvriendelijkheid en duurzaamheid. "
bereidheid om altijd bij te leren over de kringloopeconomie, jullie openheid voor nieuwe ontwikkelingen in de sector, jullie snelheid om nieuwe praktijken te testen en jullie pragmatische aanpak dragen jullie bij aan de groei van de circulaire dynamiek,” besloot Castagne.
Samenwerken in een groeiend ecosysteem
Asmâa Bouziar, die haar traject pas in juli 2025 begon met steun van Baticréa (de bouwtak van JobYourself), is vastberaden: “Ik wil een ecologisch product aanbieden, schoner en gezonder voor de klant, tegen dezelfde prijs als traditionele producten. De klant moet financieel erbij winnen, zodat er geen economische blokkade meer is bij de keuze voor milieuvriendelijkheid en duurzaamheid”, zei ze.
Voor Marc Vanderick, QHSE-verantwoordelijke bij Louis De Waele, is het duidelijk: “Het feit dat Build Circular bestaat, dat we samen oplossingen zoeken voor de werven van morgen en dat we op één lijn zitten met andere spelers in de sector, bewijst dat we dit alleen samen kunnen realiseren.”
Ook Jérôme Weemaels haalt veel inspiratie uit de seminaries: “En uit de ontmoetingen met andere vakmensen en aannemers zoals wij, die soms dezelfde uitdagingen hebben. Samen vinden we oplossingen waar we niet aan hadden gedacht. Hoe meer we zien dat er een ecosysteem ontstaat, hoe meer deuren er opengaan en hoe groter onze goesting om mee te doen!”
Hoe XL- en XXL-tegels plaatsen voor een duurzaam resultaat?
Grote tegels, XL (≥ 1 m2) of XXL (≥ 3 m2), vereisen bijzondere aandacht voor de vlakheid van de ondergrond, de dimensionale toleranties van de tegels, de keuze van de lijm, de uitvoering en de minimale voegbreedte.
Voorbereiding van de ondergrond
De ondergrond moet proper, droog en samenhangend zijn en mag geen gebreken vertonen. Voor vloeren en muren gelden strengere vlakheidstoleranties: maximaal 3 mm onder een lat van 2 m. Gebruik een geschikt egalisatieproduct om aan deze toleranties te voldoen.
Bij traditionele cementgebonden dekvloeren wacht je voor de plaatsing best één week per centimeter dekvloerdikte, met een minimum van 28 dagen. Controleer met de carbidefles dat het vochtgehalte niet hoger is dan 2,5 %. Als het om een anhydrietdekvloer gaat (calciumsulfaat), mag het massavochtgehalte maximaal 0,5 % bedragen. Een te hoog vochtgehalte kan immers een ongewenste chemische reactie veroorzaken waardoor de tegels kunnen loskomen. Plaats XL- en XXL-tegels dus nooit op een verse dekvloer.
Vermijd de plaatsing van XL- en XXL-tegels op parket of houten draagconstructies omwille van de dimensionale bewegingen.
Voor een toepassing op een oude betegeling moet je ervoor zorgen dat de bestaande tegels goed hechten aan de ondergrond. Schuur het oppervlak van oude geëmailleerde tegels grof op om de hechting te bevorderen en reinig en ontvet de tegelvloer altijd grondig. Het aanbrengen van een primer voor ‘gesloten’ ondergronden vormt een extra troef voor een goede plaatsing.
Tegels
De voorkeur gaat uit naar tegels met betere dimensionale toleranties dan vereist door de norm NBN EN 14411. Technische Voorlichting (TV) 237 raadt een maximale fabricagetolerantie van 0,2 % aan.
Zeer dunne tegels (minder dan 5 mm) zijn zeer gevoelig voor doorponsing en zijn daarom enkel geschikt voor gebruik op muren, niet op vloeren.
Afb. 1
Rechtlijnige dubbele verlijming.
De plaatsing van XL- en XXL-tegels wordt ook afgeraden in buitentoepassingen.
Lijm
Gebruik een flexibele mortellijm van het type C2S1 of C2S2, eventueel met aanvullende eigenschappen (F, T of E). Op absorberende ondergronden is het vaak praktischer om een snelhardende mortel van het type F te hanteren voor een snellere toepassing.
Controleer altijd of de mortellijm geschikt is voor toepassing op een anhydrietdekvloer.
Verlijming
Voor XL- en XXL-tegels is de dubbele verlijming de enige geschikte techniek om een verlijmingsoppervlak van bijna 100 % te verkrijgen. Breng de lijm rechtlijnig aan, met lijm rillen in dezelfde richting op de ondergrond en de onderzijde van de tegels, en zorg ervoor dat de randen en hoeken goed bedekt zijn (zie afbeelding 1).
De voegen moeten minstens 3 mm breed zijn, wat dimensionale afwijkingen van maximaal ± 1,5 mm toelaat. Bij grotere maatverschillen moeten de voegen breder zijn. XL- en XXL-tegels worden liefst uitgevoerd met brede voegen (> 6 mm) omdat dit het risico op niveauverschillen vermindert. Om dezelfde reden is een plaatsing met verspringende voegen afgeraden.
Controleer regelmatig de vlakheid en gebruik nivelleerblokjes en eventueel kruisjes die geschikt zijn voor grote formaten. Elk niveauverschil moet onmiddellijk gecorrigeerd worden voordat de lijm definitief uithardt.
Voegwerken
Laat de mortellijm na het leggen van de tegels uitharden gedurende de door de fabrikant voorgeschreven tijd (minstens 24 uur). Het is aanbevolen om een voegmortel van het type CG2 te gebruiken.
Samenvatting van een artikel, verschenen op de pagina’s 8-9 van het Buildwise Magazine 2025/06. Enkel het originele Buildwise-artikel, opgesteld in het kader van de Normen-Antenne ‘Afwerkingen’, gesubsidieerd door het NBN, geldt als referentie.
Tips voor de stabiele plaatsing van een douchebak
Wanneer de randen van een douchebak bij belasting kunnen bewegen (zakken of doorbuigen), zal de soepele voeg tussen de betegeling en de douchebak herhaaldelijk uitrekken en weer samengedrukt worden. Dit kan na verloop van tijd leiden tot een breuk, waardoor er vocht achter deze soepele voeg terecht kan komen. Een goede ondersteuning van de douchebak is dus essentieel.
Om vochtdoorslag doorheen de betegelde muren van een douche te vermijden, moet je achter de betegeling een waterwerende cementering of een dichtingssysteem (zie Buildwise-artikel 2024/03.06) aanbrengen. Zorg daarnaast voor een duurzame waterdichte aansluiting tussen dit dichtingssysteem en de douchebak door deze laatste goed te ondersteunen en in een aparte dichtingsstrook te voorzien. Het is ook belangrijk om de soepele voegen tussen de betegeling en de douchebak jaarlijks te onderhouden, aangezien ze de eerste barrière tegen vocht vormen. Bij schade moeten ze tijdig vervangen worden (zie ook TV 227 en Buildwise-artikel 2022/03.07).
Plaatsingsmethoden van douchebakken
OPBOUW MET VOLLEDIGE ONDERSTEUNING OF VERHOOGDE OPBOUW
Bij deze traditionele plaatsing wordt de douchebak rechtstreeks op een stabiele ondergrond geplaatst waarbij hij enkele centimeter uitsteekt boven de naastliggende vloerafwerking. De bak moet dan over de volledige onderzijde contact maken met de vloer. Vaak wordt de bak hiervoor op een laag flexibele mortel of lijm geplaatst. De randen van de bak moeten doorlopend ondersteund worden, bijvoorbeeld door middel van metalen profielen, die bevestigd worden in de muren van de douche (zie afbeelding 1). De
randen die niet aan muren grenzen, kunnen ondersteund worden door blokken (bv. bakstenen of cellenbetonblokken).
INBOUW
Een ingebouwde plaatsing bestaat erin de douchebak (bijna) volledig in de vloer te verzinken, zodat de bovenzijde gelijk ligt met de badkamervloer (inloopdouche). Deze
Afb. 1 Plaatsing in opbouw met volledige ondersteuning.
Tabel A Voor- en nadelen van de verschillende plaatsingsmethoden.
methode vereist een uitsparing in de dekvloer ter grootte van de bak met ruimte voor de afvoer eronder.
PLAATSING MET MONTAGEFRAME EN/OF OP POTEN
Hierbij wordt de douchebak op verstelbare poten of een montageframe geplaatst. Dit frame bestaat uit horizontale profielen die ondersteund worden door verticale steunen in de hoeken en op vaste afstanden, opgegeven in de montagevoorschriften van de fabrikant (bv. om de 50 cm). Dit creëert ruimte voor de sifon en afvoerleidingen onder de bak zonder de vloer open te moeten breken.
Voldoende stijve douchebakken kunnen ook uitsluitend met poten ondersteund worden, zonder horizontaal montageframe. Hierbij is het cruciaal dat de bak waterpas staat en stabiel op alle poten rust.
Voorschriften voor
de plaatsing
In functie van het type douchebak kunnen de plaatsingsvoorschriften en de noodzaak voor ondersteuning verschillend zijn. Het is steeds aanbevolen de voorschriften van de fabrikant te volgen. Douchebakken uit acryl zijn bijvoorbeeld licht en enigszins flexibel, waar-
door ze een goede ondersteuning vereisen. Dit kan met behulp van een montageframe dat de volledige rand draagt. Douchebakken uit staal of email zijn stijver en moeten op minder punten ondersteund worden.
Houten vloeren (houten balklaag met planken/OSB) zijn gevoeliger voor doorbuiging. Een bijkomende versteviging kan noodzakelijk zijn.
Soms wordt een douchebak op een bestaande tegelvloer geplaatst. Hoewel tegels hard en stabiel kunnen zijn, moet je zeker zijn dat de tegels goed hechten en de onderlaag stevig is.
Een douchebak mag nooit rechtstreeks op een onverharde ondergrond, zoals zand, geplaatst worden.
Samenvatting van een artikel, verschenen op de pagina’s 10-11 van het Buildwise Magazine 2025/04. Enkel het originele Buildwise-artikel geldt als referentie.
OTTO Office biedt ondernemingen alles op het gebied van kantoorartikelen en -inrichting. Het complete assortiment vindt u op otto-office.com
Na de éénmalige registratie wordt uw korting bij elke bestelling automatisch verrekend.
Vraag nu uw registratieformulier aan
Klantendienst OTTO Office 070 234 000 • service@otto-office.be
Edenred Eco Promocode EC2601CSTR93 -35%*
Edenred Maaltijd Promocode TR2601CST39 -20%*
Edenred Geschenk Promocode TC2601CSTR67 -20%*
Informatie en bestellingen op edenred.be Vragen? federations-BE@edenred.com
Embuild & Edenred, een solide partnerschap! Jouw kortingen als lid: * Korting berekend op de basisprestatievergoeding.
Edenred Sport & Cultuur Promocode SC2601CSTR94 -20%*
PROMO VAN DE MAAND FEBRUARI 2026
Dagboek der Werken
Het Dagboek der Werken (opgemaakt conform aan de eisen van de overheid), wordt bijgehouden op elke bouwplaats door de afgevaardigde van de aanbestedende overheid. Dagelijks worden alle aanduidingen in verband met de uitvoering van de werken vermeld.
Het dagboek der werken geeft een stand van zaken van de werken weer en een samenvatting van de genomen beslissingen en aangegane overeenkomsten, evenals de bevelen van het bestuur en van de ontwerper.
Het dagboek der werken wordt permanent bewaard op de bouwplaats tot aan de voorlopige oplevering van de opdracht.
Het bestuur, de aannemer en de ontwerper ontvangen meestal wekelijks een afschrift van de aantekeningen die in de afgelopen week werden opgemaakt.
Het dagboek der werken is in de eerste plaats bedoeld voor de overheidsopdrachten maar kan ook nuttig zijn voor private werken.
Speciale verkoopprijs enkel voor de maand februari 2026
Ledenprijs voor deze publicatie:
€ 18,00 (exclusief BTW)
Niet-ledenprijs voor deze publicatie: € 21,00 (exclusief BTW)
Deze uitgave kan besteld worden via de website www.embuild.be, e-shop, categorie juridisch of door een mail te sturen naa r bestellingen@embuild.be
Embuild Magazine is het maandblad van de vzw Embuild, Kunstlaan 20, 1000 Brussel
Verantwoordelijke uitgever: Filip Coveliers, Kunstlaan 20, 1000 Brussel Afgiftekantoor: Gent X
Redactie: Gerrit De Goignies. marc.gueret@embuild.be tel. 02 545 57 31
Leden van Embuild: begrepen in het lidgeld Niet-leden: € 137,80 (incl. BTW en portkosten) / buitenland: € 300 (incl. btw en portkosten)
Lid van de Unie van de Uitgevers van de Periodieke Pers
Grootschalig woonproject eindelijk uit de startblokken in Gent
Het terrein langs de sporen gelegen tussen het station van Sint-Pieters in Gent en de Leie is in totaal ongeveer 8 hectare groot. Gelegen vlak bij het drukst bezochte spoorwegstation van Vlaanderen is deze zone een ideale plek voor hoogbouw met een mix van functies (wonen, werken en winkelen). Het RUP (Ruimtelijk Uitvoeringsplan) voor dit terrein dateert al van 2006 en de architectuurwedstrijd voor de zone die het dichtst bij de Leie aanleunt, Rinkkaai genaamd, werd al in 2015 afgerond. Toch heeft het dan nog tien jaar geduurd vooraleer de aannemers van start zijn kunnen gaan met de bouw van dit project voor 304 wooneenheden.
De terreinen van Rinkkaai zijn eigendom van sogent, het autonome stadsontwikkelingsbedrijf van de stad Gent. Voor de ontwikkeling ervan heeft sogent een beroep gedaan op private partners en daarvoor een wedstrijd georganiseerd. Drie teams van ontwikkelaars en ontwerpers kregen de kans om hun project verder uit te werken. Uit deze wedstrijd is het team van Alides en CORES Development samen met hun ontwerpers KCAP, OM/AR, evr-architecten en Omgeving in 2015 als winnaar uit de bus gekomen.
Tien jaar procederen
Vanaf dan is de procedureslag van start gegaan met een pingpong tussen stad, deputatie, de Vlaamse regering en diverse tussenkomsten van de Raad voor Vergunningsbetwistingen. Rikkert Leeman, CEO van Alides, de vastgoedonderneming van de familie Maes getuigt: “Het buurtcomité Buitensporig stond zeer negatief tegen veranderingen in de omgeving. Maar in een stad waar de noden voor huisvesting en de druk op de woonmarkt zo hoog zijn, kan je toch niet verwachten dat op een centrale locatie met zulke kansen voor verdichting, een braakliggend terrein wordt
behouden. Hiervoor is het maatschappelijk belang gewoonweg te groot. Het buurtcomité had vooral bezwaren tegen de hoogte van onze woontorens. Door de ligging langsheen de sporen en aan de Leie zijn er rondom het project maar een beperkt aantal woningen. De schaduwimpact blijft dus beperkt. Het goedgekeurde RUP voorzag in woongebouwen tot 90 meter hoog voor onze zone. Om draagvlak te vinden bij de buurt werd de hoogte van de gebouwen finaal beperkt tot 68 meter hoog. Het volle potentieel van de site is hierdoor niet kunnen worden benut. Op basis van het RUP was het mogelijk geweest om op een kwalitatieve manier nog 75 wooneenheden extra te realiseren. In een stad met een hoge woonnood, was dit perfect legitiem geweest en had dit voor 75 extra gezinnen een oplossing kunnen bieden.
Toekomstbestendig ontwerp
Het project dat meer dan tien jaar geleden werd ontworpen, oogt nog steeds hedendaags. Het oorspronkelijke ontwerp is toekomstbestendig gebleken en is nog altijd ‘top notch’ op het vlak van duurzaamheid. Intussen zijn de EPB-eisen veranderd, werden verschillende regels (onder meer de brandveiligheidsnormen) voor hoogbouw bijgestuurd, wijzigde de
Het Rinkkaaiproject in opbouw.
stad haar algemeen bouwreglement en werd de sector met fors hogere materiaalprijzen geconfronteerd. Desondanks zijn de hoofdlijnen van de plannen nagenoeg ongewijzigd kunnen blijven.
Het project bestaat uit zes woonpaviljoenen van uiteenlopende hoogte en met een mix aan woontypologieën: van kleinere units tot luxueuze penthouses maar ook met budgetvriendelijke wooneenheden en aangepaste appartementen die levensloopbestendig zijn en toegankelijk voor andersvaliden.
steenarchitectuur. Tegelijk krijgt elk gebouw zijn unieke identiteit, bijvoorbeeld door eigen kleurenschakeringen. Ook de ruime terrassen zijn in elk gebouw anders vormgegeven. Het eerste gebouw zal tegen medio 2027 klaar zijn en de rest in de loop van 2028.
‘Top notch” op vlak
van duurzaamheid
Het woongebouwenproject Rinkkaai wordt bijna-energieneutraal en de wijk wordt volledig gasloos. Een systeem van geothermische warmtepompen, gekoppeld aan een BEOveld, zorgt niet alleen voor warmte in de " Door de ligging langsheen de sporen en aan de Leie zijn er rondom het project maar een beperkt aantal woningen. De schaduwimpact blijft dus beperkt."
Het ontwerpteam liet zich voor die woongebouwen inspireren door traditionele bak-
Het project omvat zes woonpaviljoenen van uiteenlopende hoogte.
winter maar ook voor passieve koeling in de zomer. Voor het resterende energiegebruik doen de appartementen een beroep op zonnepanelen.
Elke woonentiteit krijgt een individueel ventilatiesysteem met warmterecuperatie. Hemel- en afvalwater worden hergebruikt en vertraagd afgevoerd. Douchewater wordt rechtstreeks gezuiverd en opnieuw gebruikt voor onder meer de toiletspoeling. Een aantal wadi’s op de site laten het overtollige regelwater infiltreren en verdampen.
Doorheen de site bevinden zich talrijke groene zones. Langs de zuidrand van de site komt dan nog eens een biodivers park met speelzone. Een pad doorkruist de site en leidt enerzijds naar de nog aan te leggen fiets- en wandelbrug over de Leie naar het groene recreatiegebied van de Blaarmeersen en anderzijds naar het nieuwe Rijsenbergpark en verderop naar het station Sint-Pieter. Het parkeren gebeurt op twee ondergrondse verdiepingen.
Uitdagingen bij de uitvoering
Twee Oost-Vlaamse bouwbedrijven slaan nu de handen in elkaar om de bouwwerken te realiseren: Juri uit Zele en Mevaco uit Aalter. Wouter Rogiers, commercieel directeur bij Juri legt uit: “De uitvoering berust bij de Tijdelijke Maatschap van Juri en Mevaco samen. In onderaanneming van de TM voert Juri de volledige ruwbouw uit. Juri doet dit hoofdzakelijk met eigen mensen: wij beschikken zelf over een 100-tal arbeiders. De technieken en de afwerking worden door beide firma’s samen uitgevoerd. Ook werd de volledige kopersbegeleiding mee overgedragen aan de TM Juri-Mevaco, waarbij Juri dit voor zijn rekening neemt. Op dit ogenblik zijn de twee ondergrondse verdiepingen die onder het volledige terrein
doorlopen, nagenoeg af en zitten wij aan de tweede bovengrondse verdieping van De Kaai, de woontoren vlakbij de Leie. Van bemaling naar de uitvoering van de grondwerken, de aanleg van de geothermie, de paalfundering en dan de ruwbouw: het basisprincipe is dat de werken steeds doorschuiven van aan de Leie en dan in de richting van het station Sint-Pieters. Iedereen is dus tegelijk bezig. En wat we aan de éne kant nu nog uitgraven, gebruiken wij om aan de Leiekant aan te vullen. Want op de bouwplaats is onvoldoende plaats om die grond te stockeren.
Voor de bemaling hebben wij het principe van de retourbemaling moeten toepassen zodat het nabijgelegen Elzenbos en de privatieve kavels blijvend van water worden voorzien. Tegelijk hebben wij voor de buurtbewoners en de landbouwers uit de buurt in de droge zomer 2025 een aftappunt geïnstalleerd. Een belangrijke uitdaging wordt nog de realisatie van de terrassen voor De Kaai die verschuiven langs de gevel en dus niet netjes onder elkaar liggen. Dat betekent dat wij ze niet zomaar kunnen doorstempelen maar elk terras vanop de grond moeten ondersteunen via onze gevelstellingen.”
Nood aan verdichting en grootschaligheid
Rikkert Leeman besluit: “Als investeerder of ontwikkelaar mikken wij voor onze residentiële en kantoorprojecten op sterke stedelijke locaties in België en Polen. Het grootschalige stadsontwikkelingsproject Rinkkaai ligt in het verlengde van andere gebiedsontwikkelingen zoals Elysia Park (in Edegem) en Gulledelle (in Woluwe). Dergelijke ontwikkelingen zijn cruciaal om in grotere steden tot betaalbare en energievriendelijke woningen te komen.”
" Op dit ogenblik zijn de twee ondergrondse verdiepingen die onder het volledige terrein doorlopen, nagenoeg af en zitten wij aan de tweede bovengrondse verdieping van De Kaai, de woontoren vlakbij de Leie."
Eenvoudige en modulaire totaaloplossing
Warmtepomp, warmtepompboiler, warmwatertank én automatisering
Tijdswinst, installatiegemak en overzicht via Installer App & Portal
Training en ondersteuning via ‘service hotline’
DIG I T ALISERING IS ESSENTIEEL VOOR AANNEMERS DIE ZICH
W I LLEN PROFESSIONALISEREN EN EMBUILD MOET HEN DAAROP VOORBEREIDEN.
Renson lanceert het nieuwe Linarte ventilatieprofiel
De strakke Linarte gevelafwerking met haar verticale lijnen is tijdloos. Om het ritme van zo’n gevel niet te moeten doorbreken op plaatsen waar normaal een muurrooster of andere opening nodig is voor de ventilatie van technische installaties of voor nachtventilatie, ontwikkelde Renson
het nieuwe ventilatieprofiel Linarte BLOCK 25 FLOW.“Tot nu toe konden we enkel geventileerde zones creëren in gevels bekleed met Linius, ons horizontale gevelbekledingssysteem, of via roosters die geïntegreerd waren in de Linarte gevelbekleding,” legt Jan Van Hecke, productmanager,
De Fixscreen Go nu ook voor inbouw
De windvaste doekzonwering
Fixscreen Go biedt optimale efficiëntie voor elk budget. Naast voorbouw is deze screen voortaan
ook beschikbaar voor inbouw, met een vlotte plaatsing en een optimale integratie in de gevel in beide gevallen. Zo dekt het gamma doekzonwering van Renson nu een nog bredere waaier aan projecten af.
In 2024 lanceerde Renson met de Fixscreen Go een instapmodel van hun voorzetscreen. Een selectie aan opties maakte de duurzame, kwalitatieve zonwering toegankelijk voor elk budget. Binnen deze ‘Go’ productfamilie is nu, na de Solar variant van de voorbouwscreen, een derde screen beschikbaar: de Fixscreen Go MS 7. Deze leent zich tot inbouw in de gevel en maakt daarmee een perfecte integratie in de architectuur mogelijk, met een
uit. “Het was dus logisch dat we nadachten over een gelijkaardige oplossing voor de verticale Linarte bekleding. De BLOCK 25 FLOW lamel combineert perfect Rensons expertise in gevelbekleding en ventilatie.”
Dankzij dit nieuwe Linarte profiel is het voortaan perfect mogelijk om de elegante Linarte gevelbekleding door te trekken ter hoogte van de ventilatieopeningen in de gevel. “Deze lamel is zo ontwikkeld dat hij naadloos geïntegreerd kan worden met alle andere Linarte profielen en afwerkingsopties,” vervolgt Jan. “Bovendien zijn deze nieuwe ventilerende lamellen, zoals gebruikelijk binnen het hele Linarte gamma, individueel uitklikbaar en vervangbaar.”
INFO : www.renson.net
groot installatiegemak.
Met afmetingen tot 3 meter breed en 2,60 meter hoog, diverse motoren, vier doektypes en alle mogelijke Renson-kleuren stel je eenvoudig een Fixscreen Go voor inbouw samen op maat van jouw project. Een voetplaat met een helling van 5 graden wordt automatisch meegeleverd. A- of B-montage gebeurt met dezelfde zijgeleiders, waardoor ombouwen op de werf in nood toch nog mogelijk is zonder een nieuwe bestelling te hoeven plaatsen.
INFO : www.renson.net
Vlaamse regering maakt geld vrij voor WorldSkills
Op haar laatste zitting van 2025 heeft de Vlaamse regering een subsidie van 1,5 miljoen euro toegekend aan de vzw Connectief voor de organisatie in 2026 en 2027 van een Vlaamse deelname aan de WorldSkills-competitie. De middelen zullen worden ingezet voor de organisatie van preselecties, opleidingen en begeleidingstrajecten met Nederlandstalige leermaterialen. Dit zal gebeuren in nauwe samenwerking met scholen en opleidingsverstrekkers en het bedrijfsleven.
Lawrence Steen, directeur van Embuild Connect, is alvast enthousiast. "We steunen met onze beroepenfederaties al langer de kandidaten die uitgestuurd worden, maar dat waren in het
verleden haast allemaal Franstalige kandidaten. Het is goed dat ook Vlaanderen nu jongeren aanmoedigt om deel te nemen. Initiatieven als deze kunnen op termijn leiden tot meer waardering voor vakopleidingen en de jongeren enthousiasmeren om voor een bouwopleiding te kiezen.”
Ook Veerle Desutter, beleidsverantwoordelijke onderwijs en arbeidsmarkt bij Embuild Vlaanderen, reageert opgetogen. “Wedstrijden en skills-trajecten zijn veel meer dan een leermoment: ze verbinden scholen met werkgevers, openen deuren naar stages en mentorschap, en
tonen jongeren dat hun technische talent ertoe doet. Die erkenning werkt enorm motiverend.”
In 2026 vinden in Shanghai de Worldskills plaats en in 2027 in Düsseldorf de Euroskills. Op deze competities komen een tiental bouwberoepen aan bod.
Statbel heeft de mediaanprijzen voor woningen in het derde kwartaal van 2025 bekendgemaakt, op basis van officieel geregistreerde verkoopakten bij de FOD Financiën. Uit deze gegevens blijkt dat de mediaanprijs voor een gesloten of halfopen bebouwing in België op 280.000 euro ligt; voor een open bebouwing is dit gemiddeld 390.000 euro. In het Waals Gewest zijn deze woningen het gunstigst geprijsd: respectievelijk 197.000
euro en 330.000 euro. Het Vlaams Gewest kent hogere prijzen, namelijk 317.500 euro voor gesloten of halfopen bebouwingen en 430.000
Jakob Depoortere, een van de weinige Vlaamse medaillewinnaars op Worldskills Belgium, met zijn leraar van VTI Roeselare.
euro voor open bebouwingen. Brussel is het duurste gewest, met mediaanprijzen van 525.000 euro voor gesloten of halfopen bebouwing en 1.112.500 euro voor open bebouwing. Vlaams-Brabant en Waals-Brabant vormen de top als duurste provincies, terwijl West-Vlaanderen en Henegouwen het meest betaalbaar zijn. Lasne geldt als de duurste gemeente voor woonhuizen, Erquelinnes als de goedkoopste.