Skip to main content

Embuild Magazine NL april 2026

Page 1


APRIL 2026

ONTDEK ONZE AI-ASSISTENT VANAF 13 APRIL OP HET LEDENPORTAAL

Maandblad van en voor de aannemer en de installateur Uitgave van Embuild • Kunstlaan 20, 1000 Brussel • afgiftekantoor Gent X • 6 euro

DOSSIER : DE VERSTERKING VAN HET ELEKTRICITEITSNETWERK

EMBUILD FOUNDATION

Voorbereiding van de awards 2026

JARIGE EMBUILD

80 jaar sociaal overleg in de bouw

VERENIGINGSLEVEN

Lawrence Steen volgt Dirk Van Kerckhove op als directeur van Embuild Connect

Nieuwe verplichting maaltijdcheques?

Stijgende brandstofprijzen?

Als Embuild-lid bespaar je meteen

Nieuwe regels en hogere kosten drukken op je marge — en je kan ze niet altijd doorrekenen.

Gelukkig hoef je dat als Embuild-lid niet alleen op te vangen.

Profiteer van je lidmaatschap:

● Maaltijdcheques aan voordelige voorwaarden

● Tankkaarten met korting op diesel én benzine

● Ondersteuning die je tijd en administratie bespaart

Je bent lid. Maak er gebruik van.

MEER INFO? Check je ledenportaal.

De crisis te veel?

De Belgische woningmarkt staat op een kantelpunt. Wat vandaag zichtbaar wordt in cijfers en waarschuwingen, dreigt morgen uit te monden in een structurele wooncrisis. Bouwen wordt almaar duurder en tegelijk steeds minder haalbaar. En dat terwijl er zich na covid en Oekraïne alweer een nieuwe crisis aandient met de oorlog in het Midden-Oosten. De derde crisis al in 5 jaar. Dat is voor iedereen slikken, niet in het minst voor onze sector.

Nieuwbouw is voor veel gezinnen financieel onbereikbaar geworden. Meer dan de helft van de totale kost vloeit rechtstreeks naar de overheid via btw en andere heffingen. Tegelijk stapelen bijkomende lasten zich op: strengere normen, duurdere materialen, hogere lonen en gestegen rente. Het resultaat laat zich raden. Kandidaten haken af en zoeken hun toevlucht tot de huurmarkt, waar het aanbod structureel tekortschiet.

Met soms tientallen kandidaten voor één huurwoning komt het recht op wonen onder druk te staan. Ondertussen zakt ook het aantal bouwvergunningen naar historische dieptepunten, wat het toekomstige aanbod verder hypothekeert.

Alsof dat nog niet volstaat, dreigt de internationale context de situatie verder te verergeren. De oorlog in het Midden-Oosten, hoe onvoorspelbaar ook, jaagt de onzekerheid opnieuw de hoogte in. Bouw- en installatiebedrijven verwachten nieuwe prijsstijgingen en mogelijke bevoorradingsproblemen. Opvallend is dat aanzienlijk wat ondernemingen die kosten voorlopig niet willen doorrekenen, uit bezorgdheid om hun klantenrelaties. Dat siert de sector, maar het legt tegelijk extra druk op de rendabiliteit en de continuïteit van bedrijven, terwijl we al jaren stagneren. Daarom raadt Embuild sowie-

so altijd aan om een prijsherzieningsclausule op te nemen in elk contract. Liever het zekere voor het onzekere.

De combinatie van structurele kostenstijgingen en geopolitieke schokken maakt duidelijk dat wachten geen optie meer is. Een gerichte ingreep kan het verschil maken. Een verlaagd btw-tarief voor de enige en eigen woning, eventueel mits oppervlaktebeperking, is een hefboom die op korte termijn effect kan hebben. Het kan nieuwbouw opnieuw betaalbaar maken en het aanbod vergroten. Het spreekt voor zich dat we tegelijkertijd ook woningrenovaties moeten blijven aanmoedigen via een aantrekkelijke fiscaliteit en heldere premies die niet, slag om slinger, aangepast worden.

Gezien de volatiele situatie en het onvoorspelbaar beleid van de Verenigde Staten weten we niet in welke zin het zal evolueren. Het kan, zelfs nu het lente is, met andere woorden vriezen of dooien. Onze boodschap aan de consument is dan ook helder: het heeft absoluut geen zin om bouw- of renovatieprojecten uit te stellen. Zelfs ‘Madame Soleil’ weet vandaag de dag niet wat morgen brengt.

Niko Demeester

CEO Embuild " Een verlaagde btw op nieuwbouw en duidelijke ondersteuning voor renovaties zijn meer dan ooit nodig om een wooncrisis af te wenden."

EMBUILD FOUNDATION BEREIDT DE AWARDS VAN 2026 VOOR

3 ● Edito

De crisis te veel?

7 ● Regionaal standpunt Willen we in een land wonen van verloederde huizen en fossiele brandstoffen?

EVENEMENT

8 ● Embuild Foundation Embuild Foundation bereidt de awards van 2026 voor.

BOUWBELANGEN

10 ● Rebuild Belgium Focus op openbare gebouwen.

12 ● Verjaardag Embuild 80 jaar sociaal overleg in de bouw.

DOSSIER

15 ● Inleiding

De versterking van het elektriciteitsnet.

16 ● Context

Waarom is ons elektriciteitsnet verzadigd en wat zijn de oplossingen?

18 ● ORES

“Het net telt 70.000 elektrische circuits en 10.000 daarvan zijn kwetsbaar”.

20 ● Fluvius

Met extra investeringen en flexibele oplossingen congestie tegengaan.

Sinds 2011 beloont Embuild het maatschappelijke engagement van bouw- en installatiebedrijven via zijn stichting van openbaar nut, die vandaag door het leven gaat als Embuild Foundation (vroeger Aedificas). Na de onderbreking tijdens de covidcrisis heeft de stichting haar activiteiten weer voluit hervat. Onder haar nieuwe naam organiseerde ze al met succes de edities 2024 en 2025, en intussen werkt ze volop aan de editie 2026.

DOSSIER : DE VERSTERKING VAN HET ELEKTRICITEITSNET

De versterking van het elektriciteitsnet is cruciaal om de energietransitie en de elektrificatie van toepassingen mogelijk te maken. De actualiteit heeft echter aangetoond dat het net verouderd is en niet aangepast om de toename van de vraag en om de integratie van hernieuwbare energie op te vangen. Daarom is het cruciaal om het te moderniseren. Dat zal onvermijdelijk investeringen van de netbeheerders vergen. 15

DIRECTEURSWISSEL BIJ EMBUILD CONNECT

Na 21 jaar bij Embuild Connect te hebben gewerkt (eerst als technisch adviseur en nadien als directeur) gaat Dirk Van Kerckhove op 1 mei met pensioen. Als directeur wordt hij opgevolgd door Lawrence Steen. Naar aanleiding van deze directiewissel hadden wij een dubbelinterview over het verleden maar ook over de toekomst van Embuild Connect.

VOORGEVEL VAN BRUSSELS JUSTITIEPALEIS HERSTELD IN VROEGERE GRANDEUR

Het Justitiepaleis te Brussel werd opgetrokken tussen 1866 en 1883 maar staat al ongeveer 40 jaar in de stellingen. De restauratie van dit kolossaal gebouw (groter nog dan de Sint-Pietersbasiliek in Vaticaanstad) vormt dan ook een enorme opdracht. Maar nu is het menens om het gebouw in zijn vroegere grandeur te herstellen en het tegelijk aan de moderne eisen van justitie aan te passen. Eind 2023 ging de eerste restauratiefase van start en zou tegen de zomervakantie van 2026 moeten zijn afgerond. Die restauratie wordt uitgevoerd door de TM Artes Woudenberg-Artes Roegiers.

22 ● Elia

Elia over capaciteit en aansluitingen op het elektriciteitsnet.

24 ● Genetec

“De distributienetbeheerders zoeken duurzame oplossingen.”

SECTOR & BEROEPEN

26 ● Energiecongres

17e energiecongres focust op fossielvrij bouwen.

28 ● Flanders Build

Facilitator van jouw bedrijfsinnovaties.

31 ● AI-opleidingen

Embuild organiseert opleidingen over duurzame integratie van AI.

32 ● Directeurswissel bij Embuild Connect

Lawrence Steen volgt Dirk Van Kerckhove op als directeur van Embuild Connect.

36 ● OCW als partnerorganisatie

“Het Opzoekingscentrum voor de Wegenbouw draagt bij tot een innovatieve, dynamische en gezonde sector.”

38 ● Buildwise

• Binnenisolatie van gevels: waarom een grondig vooronderzoek cruciaal is.

• Nieuwe TV over binnenisolatie.

PROJECTEN & BEDRIJVEN

42 ● Project

Voorgevel van Brussels Justitiepaleis hersteld in vroegere grandeur.

46 ● Ledenvoordelen

Uw lidmaatschap rendeert!

48 ● Bouwmarkt

• Demo Days

• Onzo

• Wienerberger

50 ● Markant

• Valérie Beaumont is de nieuwe directeur-generaal van Prométhéa.

• Cijfer van de maand.

Word exposant op Digital Construction Day

Dinsdag 13 oktober 2026

Brussels Gate

Bereik in één dag meer dan 1.300 professionals actief op zoek naar digitale oplossingen in de bouwsector

● Versterk uw zichtbaarheid naast 50+ innovatieve spelers én profiteer van een bewezen succesformule (75% keert terug)

● Leg waardevolle contacten met beslissingsnemers, partners en potentiële klanten in een sterke B2B-omgeving

● Geniet van maximale netwerkkansen in een inspirerende setting met seminaries, demo’s en informele ontmoetingsmoment

Digital Construction Day = dé plek om uw digitale oplossingen in de kijker te zetten. www.digitalconstructionday.be

RESERVEER JE STAND BIJ STEVE

Willen we in een land wonen van verloederde huizen en fossiele brandstoffen?

Dit voorjaar zijn de ogen van de wereld gericht op het conflict met Iran en de grillige energieprijzen. Het recente energiecongres van de bouw- en installatiesector werd ingehaald door deze nieuwe crisis. Het centrale thema was ‘RenoveerKracht dankzij fossielvrij bouwen’. Want geen beter antwoord op hoge gas- en olieprijzen dan bouwen, isoleren en het installeren van fossielvrij warmen en koelen.

Alleen de fossielvrije transitie biedt een duurzaam antwoord op de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen van onvoorspelbare buitenlandse regimes. De overheid doet er goed aan om huishoudens en bedrijven te helpen zo snel mogelijk van het gas of de stookolie af te gaan. Het potentieel is er om een sprong voorwaarts te maken. Bijna de helft van de woningen is warmtepompklaar en bij appartementen ligt dat aandeel nog een stuk hoger.

Toch blijft de overstap vaak uit. Elke investering naar een hoger EPC-label levert op, tot je je gasketel vervangt door een warmtepomp. Dan gaat je energiefactuur omhoog in plaats van omlaag. In de praktijk houden verbouwers vast aan een gasketel. Dat is problematisch, want we verliezen tijd in de overstap naar fossielvrij. Terwijl je mensen die voor de keuze staan, nú moet overtuigen van een warmtepomp. De sector is voorbereid. Meer dan 90% van de verwarmingsinstallateurs heeft al ervaring met het installeren van warmtepompen.

Maar daar stopt het niet. Tegen 2050 dienen alle woningen een label A te hebben. Dat betekent dat het renovatietempo in Vlaanderen moet verviervoudigen van 81 naar 325 renovaties per dag. Maar het af-

gelopen jaar zijn de spelregels met regelmaat van de klok veranderd. Toen de renovatieplicht korte tijd in volle kracht was, daalden energieverslindende panden in prijs. Een goed signaal, want er is nu eenmaal veel werk aan die woningen.

Maar door de renovatieplicht af te zwakken en renovatiepremies af te bouwen, geeft de overheid het signaal dat de klimaatdoelstellingen toch niet meer zo belangrijk zijn en renoveren dat ook niet is. Terwijl het gaat om oude, energieverslindende woningen die niet meer voldoen aan de normen. Dat die panden opnieuw stijgen in prijs, betekent dat kopers minder budget overhouden om een grondige renovatie uit te voeren.

De perfectie zullen we wellicht nooit bereiken, maar er moet een duidelijk pad zijn als je tegen 2050 een fossielvrije samenleving wil. Het is niet alleen een kwestie van klimaatnormen. De vraag is: willen we in een land wonen waar de huizen compleet verloederd zijn? Of willen we in kwalitatieve woningen leven? Nog heel wat werk op de plank. Afspraak op het energiecongres in 2027.

Caroline Deiteren

Directeur-generaal van Embuild Vlaanderen

" Alleen de fossielvrije transitie biedt een duurzaam antwoord op de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen van onvoorspelbare buitenlandse regimes."

Embuild Foundation bereidt de awards van 2026 voor

Sinds 2011 beloont Embuild het maatschappelijke engagement van bouw- en installatiebedrijven via zijn stichting van openbaar nut, die vandaag door het leven gaat als Embuild Foundation (vroeger Aedificas). Na de onderbreking tijdens de covidcrisis heeft de stichting haar activiteiten weer voluit hervat. Onder haar nieuwe naam organiseerde ze al met succes de edities 2024 en 2025, en intussen werkt ze volop aan de editie 2026.

De stichting van openbaar nut werd in 2011 opgericht door de toenmalige Confederatie Bouw en de PDOK (Patronale Dienst voor Organisatie en Kontrole van de Bestaanszekerheidsstelsels). Het doel was – en is nog altijd – om de bouwsector warm te maken voor maatschappelijk verantwoord ondernemen. Hoe? Door lidbedrijven in de kijker te zetten, via awards, die zich samen met een externe sociale of culturele organisatie inzetten voor mensen, erfgoed of cultuur.

Eén op twee Belgische bedrijven doet aan mecenaat

“In België doet één bedrijf op twee vandaag aan mecenaat, al dan niet gecombineerd met sponsoring. 83% van de ondernemingen investeert in één of andere vorm van steun van het type mecenaat of sponsoring,” zegt Francis Carnoy, algemeen adviseur bij Embuild, op basis van een recente studie van Prométhéa en het Observatorium voor Cultuurbeleid.

Het gaat dan niet alleen om grote spelers maar ook om kmo's. De thema’s die het meest gesteund worden?

● sociale projecten (63%);

● culturele projecten (inclusief erfgoedprojecten) (61%);

● sport (54%);

● onderwijs en onderzoek (elk 47%).

“Veel bouwbedrijven doen aan maatschappelijk mecenaat, en precies dat wil de Embuild Foundation via haar awards extra in de kijker zetten. Dit type engagement past bovendien

" We worden vaak gezien als een wereld van beton en staal, een harde omgeving, maar onze echte drijvende kracht zijn onze mensen. "

perfect binnen de 17 Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen van de VN, en binnen de bredere context van ESG en maatschappelijk verantwoord ondernemen,” benadrukt Carnoy.

Vijf prioritaire pijlers

Michel Vanderstraeten, de nieuwe voorzitter van de stichting (en opvolger van Jef Lembrechts), bevestigt de vijf prioriteiten: gezondheid en welzijn verbeteren; strijd tegen schooluitval via onderwijs en beroepsopleiding; herinschakeling in het arbeidsproces en integratie van kansarmen in de samenleving; instandhouding en opwaardering van cultureel of architecturaal erfgoed.

“De institutionele partners waarmee de bouw- en installatiebedrijven kunnen samenwerken in het kader van hun maatschappelijk engagement zijn nu ruimer gedefinieerd: het kan gaan om elke publieke of private instelling met maatschappelijk engagement, al blijven sociale en culturele vzw’s de kern van het project,” zo licht de voorzitter toe.

Acht genomineerden, vier laureaten aangeduid door de jury

Voor de edities 2024 en 2025 werden telkens zo’n twintig projecten ingediend, telkens een duo van een bouw- of installatiebedrijf (lid van Embuild) en een maatschappelijke partner naar keuze. De jury selecteerde per editie acht genomineerde duo’s, waaruit vier laureaten gekozen werden.

De winnaars ontvingen tijdens een onvergetelijke ceremonie aan het einde van het jaar een cheque van 10.000 euro én een uniek kunstwerk van een Belgische kunstenaar. In 2024 was dat werk van Bob van der Auwera, in

2025 van Tania Wolski.

De jury voor 2026 bestaat uit: Robert de Mûelenaere, Bruno Vandenwijngaert, Solange Berger, Els Jonckheere, Anne-Laure Lejeune en Katrien Van Rompay. Het schema voor de selectie door de nieuwe jury wordt nog uitgewerkt, maar één ding staat al vast: ook de trofeeën van 2026 zullen van de hand van Tania Wolski zijn.

“Ons hart is minstens zo groot als onze bouwplaatsen”

Volgens Niko Demeester, gedelegeerd bestuurder van Embuild, tonen de ingezonden projecten telkens opnieuw wie we écht zijn als sector.

“We worden vaak gezien als een wereld van beton en staal, een harde omgeving. Maar onze echte kracht zit in onze mensen. Zij

" Veel bouwbedrijven doen aan maatschappelijk mecenaat, en precies dat wil de Embuild Foundation met haar awards extra in de kijker zetten."

tonen dat we niet alleen sterk zijn in wat we bouwen, maar ook in wat we betekenen voor anderen. Ons hart is minstens zo groot als onze bouwplaatsen. Elk van onze kandidaten verdient respect: hun verhalen tonen warmte, creativiteit en échte betrokkenheid.”

Demeester is er zeker van dat dit in 2026 niet anders zal zijn. “Daarom moedig ik je aan om mee te doen en je projecten in te dienen. Dat kan tot 15 september 2026, maar inschrijven kan nu al.”

INFO: https://embuildfoundation.be en foundation@embuild.be

Rebuild Belgium : focus op openbare gebouwen

Herinner je je nog dat Embuild, naar aanleiding van zijn 80e verjaardag, een grootschalige enquête organiseerde om de staat van woningen, openbare gebouwen en infrastructuur in België in kaart te brengen? Begin februari vond daarover een persconferentie plaats in de HUBB, ons hoofdkantoor. In de maarteditie van Embuild Magazine zoomden we al in op de cijfers over woningen. In deze editie richten we de spotlights op de openbare gebouwen.

Tijdens de persconferentie benadrukte de CEO van Embuild Niko Demeester:

“Renovatie houdt niet op bij particuliere woningen. Ook onze openbare gebouwen zijn verouderd. Scholen, woonzorgcentra, ziekenhuizen, gevangenissen enzovoort hebben allemaal nood aan een grondige modernisering. De gemiddelde leeftijd van die gebouwen is 50 jaar en 95% moet worden gerenoveerd omdat ze niet voldoen aan de energienormen van 2050.”

We bekijken eerst de scholen. België telt 7.123 school-, hogeschool- en universiteitsgebouwen. Daarvan moeten 6.767 gebouwen, goed voor 95%, worden gerenoveerd. Opvallend: er is tegen 2050 geen enkele extra school nodig.

“Dat heeft alles te maken met de demografie,” legt Niko Demeester uit. Het aantal jongeren van 3 tot 25 jaar daalt immers met 4%, zo’n 120.000 jongeren minder. Daardoor zal het gemiddeld aantal leerlingen per school dalen van 435 nu naar 418 in 2050.

Als tweede type openbare gebouwen werden de woonzorgcentra onderzocht. Ons land telt 1.523 woonzorgcentra in totaal. 1.447 daarvan, of 95%,moeten worden gerenoveerd om klaar te zijn voor de energienormen van 2050.

Zoals we al schreven in de maarteditie over woningen, gaf onze CEO aan: de bevolking van 65 jaar en ouder zal in de komende 25 jaar met een derde stijgen, en de bevolking van 80 jaar en ouder zal verdubbelen.

Vandaag wonen 120.000 ouderen in een woonzorgcentra in ons land. Door de vergrijzing zullen er tegen 2050 38.000 extra plaat-

sen nodig zijn. Als de gemiddelde grootte van de woonzorgcentra gelijk blijft, betekent dat dat er 476 extra woonzorgcentra moeten worden gebouwd:

● 268 in Vlaanderen; ● 162 in Wallonië; ● 45 in Brussel.

Wat is vervolgens de toestand bij de ziekenhuizen?

België telt 103 ziekenhuizen. 98 daarvan, of 95%, moeten worden gerenoveerd.

“Ook hier zullen er extra gebouwen nodig zijn: in totaal zes nieuwe ziekenhuizen, vijf in Vlaanderen en één in Wallonië,” aldus de CEO van Embuild. Dat heeft niet alleen te maken met de vergrijzing, maar ook met de algemene bevolkingsgroei van 6% tegen 2050. Ten slotte bekijken we de gevangenissen. De actualiteit toont het al vaak: de overbevolking en de vervallen gebouwen blijven een groot probleem. De cijfers uit onze enquête bevestigen dat. België telt 39 gevangenissen (20 in Vlaanderen, 16 in Wallonië, en 3 in Brussel). “37 van die gevangenissen, of 95%, moeten worden gerenoveerd om te voldoen aan de energienormen van 2050,” legt Niko Demeester nog uit.

Omdat de volwassen bevolking tegen 2050 met 9% groeit en om de overbevolking aan te pakken, zijn 9 extra gevangenissen nodig:

● 6 in Vlaanderen;

● 3 in Wallonië.

WALLONIE

3.022 scholen

In de Franstalige gemeenschap

woonzorgcentra ziekenhuizen gevangenissen

BRUSSEL

3.022 scholen

In de Franstalige gemeenschap

woonzorgcentra ziekenhuizen gevangenissen

VLAANDEREN

4.101 scholen

woonzorgcentra ziekenhuizen gevangenissen

80 jaar sociaal overleg in de bouw

In 1945 kregen de paritaire comités een wettelijk statuut. De arbeids- en bezoldigingsvoorwaarden die zij onderling overeenkwamen en die voortvloeiden uit de aanbevelingen van een nationale arbeidsconferentie, kregen daardoor een bindend karakter. 80 jaar Embuild valt daardoor samen met 80 jaar sectoraal sociaal overleg. Hendrik De Wit werkt nu al sedert 1991 bij Embuild en is momenteel senior sociaal-juridisch adviseur. Hij heeft 35 jaren van dit sociaal overleg van dichtbij kunnen meemaken. Vandaar dit interview met hem in het kader van onze artikelenreeks over 80 jaar Embuild.

In welke mate verlopen de sociale onderhandelingen in de bouw anders dan in andere sectoren?

Alhoewel de bouw een grote sector met zeer diverse beroepen is, zijn wij er altijd in geslaagd voor al die beroepen dezelfde loonen arbeidsvoorwaarden af te spreken, zonder aparte afspraken per beroep, behalve dan voor de betoncentrales.

Nog een bijzonder kenmerk voor de bouw is dat ook de werkgeversorganisaties hun eigen eisen naar voor brengen. In andere sectoren leggen alleen de vakbonden een eisenbundel neer waarbij de werkgevers dan te kennen geven welke eisen zij kunnen aanvaarden en welke niet. De invoering van een basisopleiding veiligheid voor alle bouwarbeiders was bijvoorbeeld een van onze eisen.

In het kader van KB 213 zijn wij met de vakbonden voor de sector een regeling op de overuren overeengekomen waarbij netto gelijk staat met bruto: deze gunstige regeling voor de bouw werd nadien zelfs uitgebreid naar andere sectoren.

Welke zijn de voornaamste onderwerpen van het sectoraal sociaal overleg van de voorbije 80 jaren geweest?

De uitbouw van het sociaal statuut van de bouwarbeider was en is nog altijd een cruciaal onderhandelingsthema. De invoering van een fonds voor de vorstverletregeling als compensatie van verloren uren wegens het slechte winterweer was na de oorlog een eerste resultaat van dit overleg. Wegens het grote aantal arbeiders in de bouw is het nuttig om voordelen te collectiviseren.

Maar in het begin van de jaren 80 gingen in de bouw circa 100.000 jobs verloren. Het Fonds voor Bestaanszekerheid leed toen (in franken) miljardenverliezen. De situatie is nu minder dramatisch. Toch zien wij het aantal Belgische bouwarbeiders continu dalen. De uitgaven van Constructiv in evenwicht brengen met de dalende inkomsten wordt een belangrijke uitdaging.

Vroeger gingen de cao’s ook vooral over de lonen maar sinds de invoering van de loonnorm verminderde de onderhandelingsruimte daarvoor. Momenteel blokkeert deze norm zelfs elke loonsverhoging (bovenop de indexaanpassing). De discussie verschoof dan naar de toekenning van premies (zoals de coronapremie en de koopkrachtpremie in bedrijven die nog winst maakten) en van maaltijdcheques.

Een ander heikel punt is de mobiliteit: de vakbonden willen van de reistijd meer arbeidstijd maken terwijl de werkgevers erop staan dat per dag 8 uur effectief wordt gewerkt. Een onafhankelijke studie over het ganse spectrum van de mobiliteitsproblematiek is nu afgerond. Het is aan de sociale partners om daaruit oplossingen te distilleren.

In de bouw hebben wij via onze cao’s gedetailleerder dan in andere sectoren het te volgen opleidings- en tewerkstellingsbeleid vorm gegeven. Daaruit is ook de promotiecampagne De bouw kijkt verder voortgevloeid. Met als nieuwste idee de aanduiding van jobcoaches die retentie moeten bevorderen en moeten helpen bij de heroriëntering van bestaande arbeidskrachten.

"Uiteindelijk zijn wij altijd met de vakbonden tot een akkoord gekomen, ook al vergde dit vaak overleg tot in de vroege uurtjes."

Welke zijn de voornaamste resultaten die Embuild via het sectoraal overleg heeft geboekt?

Bij de uitbouw van de sectorfondsen heeft Embuild ervoor geijverd dat die tevens voordelen voor de werkgevers bevatten. Zo ondersteunt Constructiv ook de werkgevers op het vlak van opleidingen, zowel financieel als adviserend. Weinig sectoren beschikken over een eigen veiligheidsinstituut. Op dat vlak kunnen bedrijfsleiders uit de bouw eveneens terugvallen op medewerkers die zich momenteel als adviseurs eerder dan als controleurs opstellen.

Wij hebben ook altijd kunnen vermijden dat in de bouwbedrijven sociale verkiezingen moeten plaatsvinden. In de bouw duiden de vakbonden délégués aan op basis van hun aantal leden.

Zowel voor arbeiders als voor bedienden in de bouw beschikken wij nu over een eigen systeem van aanvullend pensioen. Pensio B krijgt awards omwille van haar goed beheer. Andere sectoren moeten daarvoor (duurdere) verzekeringsmaatschappijen inschakelen.

Tenslotte hebben wij via een bouw-cao uitzendarbeid in de bouwsector mogelijk gemaakt. Wij vonden dat de sector niet van dit instroomkanaal mocht uitgesloten blijven. We hebben er wel voor gezorgd dat bouwuitzendkrachten nagenoeg dezelfde voordelen krijgen als de bouwarbeiders.

Op welke eisen van de vakbonden wil Embuild niet toegeven?

Bij de werknemersorganisaties heeft een belangrijke fusiebeweging plaatsgevonden. Daardoor bestaan geen aparte vakbonden voor arbeiders meer. Vandaar dat de vraag naar een harmonisering van arbeiders- en bediendenstatuten steeds meer ter sprake komt.

Het gevaar bestaat dat de werknemers in de bouw van het beste van de twee werelden zullen kunnen genieten. Dat hebben wij tot nu toe kunnen afhouden. In een cao voor het paritair comité 124 willen wij alleen arbeidersaangelegenheden bespreken. De loon- en arbeidsvoorwaarden voor de bedienden kunnen enkel in het paritair comité 200 aan bod komen.

Vakbonden en patronale organisaties hebben elkaar gevonden in de bestrijding van illegale tewerkstellingscircuits. Hebben die gemeenschappelijke acties tot effect geleid?

Van de antikoppelbazenwetgeving in de jaren 90 tot de sociale dumping nu hebben vak-

bonden en werkgevers een gemeenschappelijk belang: oneerlijke concurrentie tegengaan. Zo hebben zij gezamenlijk met de federale overheid het Plan Eerlijke Concurrentie afgesloten.

Maar je kan werkgevers niet voor alles aansprakelijk stellen. Ook arbeiders en zelfstandigen moeten hierbij worden betrokken. En aannemers kunnen niet aansprakelijk worden gesteld voor wat zij niet kunnen controleren. De bestrijding van oneerlijke concurrentie mag geen boetemachine worden of hun als een zwaard van Damocles boven het hoofd hangen.

In welke mate hebben de sectorale caoonderhandelingen uiteindelijk voor sociale vrede gezorgd?

Sedert de tweede wereldoorlog heeft nooit een staking specifiek voor de bouwsector plaatsgehad. Zelfs van intersectorale stakingen is de impact op de bouw altijd relatief beperkt gebleven, tenzij wanneer industrieterreinen worden afgezet.

Door de besprekingen met de vakbonden te centraliseren en uit te diepen op sectorniveau vermijden wij een tweede onderhandelingsloket op ondernemingsvlak. In de bouw bestaan haast geen bedrijfs-cao’s, behalve in de wegenbouw voor de regeling van dringend werk op onregelmatige uren.

Uiteindelijk zijn wij altijd met de vakbonden tot een akkoord gekomen, ook al vergde dit vaak overleg tot in de vroege uurtjes. Bij de onderhandelingen proberen wij op bepaalde dagen bepaalde thema’s af te handelen. Maar uiteindelijk geldt voor alle partijen de regel ‘le tout est dans le tout’. Er is pas een akkoord als er over alles een akkoord is.

Bij de cao-onderhandelingen in de bouw engageren werkgevers en vakbonden zich om wat werd overeengekomen, niet opnieuw ter discussie te stellen. Een belangrijk voordeel voor onze sector is ook dat wij met Constructiv tussen de tweejaarlijkse cao-onderhandelingen over een permanent ontmoetingsforum beschikken. Als we tijdens die onderhandelingen niet verder geraken dan een principieel akkoord, vragen wij aan Constructiv om dit tussentijds verder uit te werken.

HENDRIK DE WIT

ALTIJD MEE, PRO EN PRIVÉ

Je bent je eigen baas en je werkt elke dag hard voor je klanten. Je verwacht terecht ook het beste van je partners. Bij Federale Verzekering zetten we ons al meer dan 100 jaar in voor ondernemers zoals jij. We beschermen kostbare en onmisbare machines, maar ook je aansprakelijkheid. Een aanvullend pensioen? Daar hebben we de oplossingen voor. En natuurlijk ben je niet enkel ondernemer. We beschermen dan ook je gezinswoning en je familie... en we zorgen voor het spaarpotje voor je oogappel!

Federale Verzekering. Altijd mee, pro en privé. Meer info op federale.be

FEDERALE Verzekering – V.U: Tom De Troch – Stoofstraat 12 – 1000 Brussel  - www.federale.be Onderlinge verzekeringsvereniging - RPR Brussel BTW BE 0403.274.332

De versterking van het elektriciteitsnet

De energietransitie staat hoog op de maatschappelijke agenda en laat zich bijzonder sterk voelen in de bouw- en installatiesector. Die transitie gaat gepaard met heel wat uitdagingen.

Een daarvan is de elektrificatie van toepassingen, onder meer via hernieuwbare energiebronnen.

Die elektrificatie vergt een aangepast en voldoende robuust net, dat zowel de toenemende elektriciteitsvraag als de groeiende productie aankan. De actualiteit heeft echter aangetoond dat het net verouderd is en het steeds moeilijker krijgt om die belasting te dragen. Daarom is het cruciaal om het te moderniseren en aan te passen. Dat zal onvermijdelijk investeringen vergen van de netbeheerders. In het dossier dat volgt, lichten we deze problematiek verder toe.

Waarom is ons elektriciteitsnet verzadigd en wat zijn de oplossingen?

De voorbije weken is de verzadiging van ons elektriciteitsnet, vooral in Wallonië, uitgebreid aan bod gekomen in het nieuws. Bouwprojecten die geblokkeerd of opgeschort worden, bedrijventerreinen die verzadigd zijn en geen nieuwe ondernemingen meer kunnen ontvangen … Deze problematiek remt de ontwikkeling van onze economie sterk af, en in het bijzonder die van onze sector. Maar wat is er precies aan de hand en hoe zijn we in deze situatie beland? Uitleg en mogelijke oplossingen met Jean-Bernard Cuvelier, Strategy Manager & Renewables Manager bij Techlink.

Als cruciale speler in de energietransitie volgt onze beroepsvereniging van installatiebedrijven en ondernemingen in speciale technieken de actualiteit rond de verzadiging van het elektriciteitsnet op de voet. Volgens Jean-Bernard Cuvelier zijn er twee hoofdoorzaken.

“We zijn getuige van een sterke paradigmaverschuiving. Historisch gezien is het net ontworpen om elektriciteit die in grote centrales werd geproduceerd, te verdelen naar de verbruikers. Vandaag zien we een snelle groei van lokale spelers die elektriciteit op het net injecteren, onder meer via zonnepanelen. Tegelijk stijgt de vraag naar elektriciteit door de elektrificatie van toepassingen: warmtepompen, laadpalen voor elektrische voertuigen, de elektrificatie van de industrie en de ontwikkeling van datacenters en batterijopslagparken. Al die elementen samen leiden tot een onevenwicht op het net, vooral aan Waalse zijde. In Vlaanderen is het probleem minder algemeen en meer lokaal dan in Wallonië. Netbeheerder Fluvius heeft met investeringen beter geanticipeerd en beschikt over een dichter net, dat daardoor minder gevoelig is voor verzadiging. Ook in Brussel is het net dichter en blijft de verzadiging voorlopig beperkt.”

Net niet aangepast

Volgens ORES, de beheerder van het gas- en elektriciteitsnet in Wallonië, is het gevraagde vermogen voor snellaad-infrastructuur de voorbije 18 maanden ontploft.

“Het net is niet ontworpen om zoveel nieuwe

elektrische toepassingen op te vangen”, verduidelijkt Jean-Bernard Cuvelier. “Bovendien veroorzaakt de herinjectie van elektriciteit lokale netcongesties, met name ter hoogte van elektriciteitsstations of op de interface tussen het transmissienet van Elia en de distributienetten. Metaforisch uitgedrukt kan ik je het volgende zeggen: de leidingen zijn te klein en onvoldoende aangepast om al dit elektriciteitstransport vlot te laten verlopen.”

Op het net zijn een aantal zones verzadigd en beschikken andere zones maar over een beperkte capaciteit, met een risico op verzadiging tegen 2030. “Die spanningen op het net kunnen zich onder meer vertalen in beperkingen bij aansluitingen of in moeilijkheden om alle geproduceerde elektriciteit te injecteren”, benadrukt de Strategy Manager & Renewables

"De volledige keten van het elektriciteitssysteem moet evolueren, van het transmissienet tot de eindgebruikers."
JEAN-BERNARD CUVELIER

Manager bij Techlink. Nog een al even opvallend cijfer: momenteel wachten meer dan 400 klanten op een aansluiting op het net, tegenover 70 bij RESA, de netbeheerder in de provincie Luik.

Drie oplossingen

Gelukkig bestaan er oplossingen voor dit probleem. Jean-Bernard Cuvelier schuift er drie naar voren. “Die oplossingen berusten niet op één enkele actor. De volledige keten van het elektriciteitssysteem moet evolueren, van het transmissienet tot de eindgebruikers”, stelt hij.

“De eerste oplossing bestaat uit massale investeringen van de netbeheerders in hun infrastructuur. In Wallonië plant Elia ongeveer 2,2 miljard euro aan investeringen tussen 2025 en 2030, onder meer om de hoogspanningsstations te versterken. ORES voorziet op zijn beurt in ongeveer 2,5 miljard euro aan investeringen tussen 2025 en 2029 om het distributienet aan te passen en te versterken. Helaas nemen die investeringen tijd in beslag, onder meer door administratieve procedures, de toegang tot gronden en de beschikbaarheid van bepaalde uitrusting.”

Een tweede oplossing is het ontwikkelen van flexibiliteit in het netbeheer om verbruikspieken te verminderen.

“De distributienetbeheerders zouden niet langer overal en altijd 100% elektriciteit mogen beloven. Op een bepaald moment krijgt een actor dan een lager percentage van het beschikbare elektrische vermogen dan het maximale vermogen dat hem door de netbeheerder werd toegezegd. Dat veronderstelt onder meer flexibele aansluitingen, een beter beheer van verbruiks- of injectiepieken via aangepaste tariefstructuren en het gebruik van digitale oplossingen, zoals slimme meters, waarmee het net dynamischer aangestuurd kan worden. Het doel is de bestaande netcapaciteit beter te benutten en tegelijk bepaalde lokale congesties te voorkomen.”

De derde oplossing ligt bij de eindgebruiker, met een flexibeler en slimmer verbruik.

“In gebouwen betekent dat slimme verbruik de ontwikkeling van energiebeheersystemen (EMS) die automatisch de fotovoltaïsche productie, thuisbatterijen, warmtepompen en elektrische toepassingen in het gebouw aansturen. Die technologieën maken het mogelijk het zelfverbruik te optimaliseren en het verbruik af te stemmen op de momenten waarop

elektriciteit beschikbaar is op het net.”

Ook elektrische voertuigen spelen een rol in dat slimme verbruik. “Je moet pieken in het verbruik voorkomen. Zo hoeft niet iedereen zijn wagen op te laden wanneer hij om 18 uur thuiskomt, maar kan dat bijvoorbeeld ’s nachts gebeuren. Elektrische voertuigen kunnen ook intelligent worden opgeladen, naargelang de netcapaciteit of de beschikbare hernieuwbare productie. Bovendien kan de elektrische wagen tijdelijk fungeren als batterij om een gebouw van stroom te voorzien of het net te ondersteunen, volgens het principe van vehicle to building of vehicle to grid.”

Uitdaging en opportuniteit voor Techlink

Zoals je ziet, heeft de hele keten een rol te spelen.

“We hebben de neiging om enkel naar de netbeheerders te wijzen. Maar dat klopt niet: ook al zullen zij een cruciale rol spelen in de aanpassing van het net, iedereen kan en moet op zijn niveau handelen: de energieleverancier, de netbeheerders en de tussentijdse en eindgebruikers. Dat is heel belangrijk om te benadrukken.”

En hij besluit: “Deze verzadiging van het net mag de ambitieuze doelstellingen inzake decarbonisatie zeker niet afremmen, vooral niet in de huidige geopolitieke context met de oorlog die onlangs in het Midden-Oosten is uitgebroken. De ontwikkeling van lokale productiecapaciteiten voor hernieuwbare elektriciteit, met name fotovoltaïsche energie, vormt een cruciaal element van de energietransitie. Die transitie vergt een ingrijpende transformatie van het elektriciteitssysteem. Netbeheerders moeten de infrastructuur versterken en moderniseren, terwijl technische bedrijven en installateurs de technologieën uitrollen die gebouwen en energiesystemen slimmer maken. Voor Techlink betekent deze evolutie tegelijk een uitdaging en een opportuniteit: technische bedrijven staan centraal in deze transformatie door oplossingen te installeren die een efficiënte integratie van hernieuwbare energie, de elektrificatie van toepassingen en energieflexibiliteit mogelijk maken. Het welslagen van de energietransitie zal dan ook afhangen van een nauwe coördinatie tussen netbeheerders, technische bedrijven, overheden en consumenten.”

“Het net telt 70.000 elektrische circuits en 10.000 daarvan zijn kwetsbaar”

De distributienetbeheerders staan in voor de exploitatie, het onderhoud en de uitbouw van het elektriciteits- en gasdistributienet. Zij zullen de komende jaren een sleutelrol spelen in het versterken en moderniseren van dat net. Om een beeld te krijgen van de huidige toestand en de projecten en investeringen die eraan komen, spraken we met Annabel Vanbéver, woordvoerder van ORES, de Waalse netbeheerder. Gesprek. (© Foto's : Ores)

Kunt u eerst het net schetsen: de omvang en de huidige toestand?

Voor elektriciteit zijn wij de energiedistributeur voor 199 Waalse gemeenten, goed voor 75% van Wallonië. Het elektriciteitsnet dat ORES beheert is meer dan 55.000 km lang en we bevoorraden ongeveer 1.400.000 klanten. Het net raakt op sommige plekken en bepaalde momenten verzadigd, maar je moet twee zaken onderscheiden.

Er is een probleem op hoogspanningsniveau op het transportnet dat door Elia wordt beheerd: een tekort aan vermogen voor de industrie en grote bedrijven, of ze nu rechtstreeks op het net van Elia zijn aangesloten

of via dat van ORES.

Wat laagspanning betreft, zijn er overspanningsproblemen ontstaan door de steile toename van het aantal zonnepanelen. Tussen begin en eind 2023 steeg het aantal PV installaties van 180.000 naar 280.000: meer dan 100.000 in één jaar. Dat is gigantisch! Als die energie niet meteen wordt verbruikt, gaat ze het net op en raakt dat verzadigd. We zien ook een ander laagspanningsprobleem opduiken: onderspanning, wanneer iedereen tegelijk verbruikt, typisch tijdens de 'avondpiek'. De opmars van laadpalen voor elektrische wagens, die evenveel vermogen vragen als een volledige woning, versterkt dat fenomeen dat we beginnen waar te nemen.

Om het net aan te passen, zijn wel degelijk investeringen gepland. Kunt u die toelichten?

Het investeringsplan van ORES omvat 2,1 miljard euro in elektriciteit voor 2025-2029. Het net telt 70.000 elektrische circuits en 10.000 daarvan zijn kwetsbaar door de opmars van nieuwe types verbruik.

Met die investeringen willen we elk jaar 1.200 tot 1.300 circuits moderniseren: nieuwe kabels leggen, nieuwe cabines bouwen… Dat soort werken vraagt tijd: je moet gronden vinden, toelatingen krijgen voor het openbreken van de openbare weg en de nodige vergunningen in orde brengen. Iedereen moet dus mee instappen in dit grootschalige project, ook de overheid.

Naast die investeringen rolt ORES ook oplossingen uit die eerder de korte termijn beogen, zoals de plaatsing van automatische spanningsregelaars op het net waarmee de spanning op het net automatisch geregeld kan worden.

Hoeveel klanten wachten op een aansluiting of op extra vermogen?

Voor het hoogspanningsnet, en dan gaat het om klanten die via ORES worden aangesloten, zijn er 400 dossiers in behandeling die niet kunnen worden uitgevoerd omdat er momenteel onvoldoende vermogen beschikbaar is. Dat kunnen bedrijven zijn die zich willen vestigen of hun processen willen elektrificeren.

Hoe sterk is het aantal verbruikers met zeer hoge vermogensvraag gestegen de afgelopen twee jaar?

Aansluitingsaanvragen voor wat vermogen betreft voor snelladers en batterijparken zijn maal vier gegaan in minder dan anderhalf jaar, van april 2024 tot juli 2025.

Welke flexibiliteitsoplossingen stelt u voor en welke impact heeft dat op de tarieven?

Een decreet, dat eind 2025 in werking trad, maakt het mogelijk dat ORES flexibele aansluitcontracten aanbiedt voor klanten op het hoogspanningsnet.

Concreet: bedrijven kunnen vermogen krijgen om aangesloten te worden op het net, maar dat vermogen is niet 24/7 beschikbaar. Er bestaan verschillende vormen van flexi-

biliteit.

Een voorbeeld: exploitanten van elektrische schoolbussen kunnen een contract krijgen waarbij het vermogen ’s nachts beschikbaar is, wanneer ze laden, niet overdag, wanneer de bussen rijden.

Dit zou ook betrekking hebben op snellaadstations voor elektrische voertuigen waarvan het beschikbare vermogen 'gemoduleerd' kan worden, bijvoorbeeld tijdens de avondspits (het moment waarop veel energie door iedereen tegelijk wordt afgenomen), om die piek te kunnen opvangen. Dat betekent wel dat auto’s iets trager laden op dat moment.

De modaliteiten van deze flexibele contracten zijn aan de regulator voorgelegd en deze contracten worden binnen enkele maanden aangeboden aan klanten die vandaag niet kunnen worden aangesloten door een tekort aan vermogen.

Voor laagspanning zorgen de incentivetarieven sinds 1 januari ervoor dat klanten besparen wanneer zij verbruiken op momenten dat er veel energie beschikbaar is.

Klanten kunnen nu kiezen uit 3 tarieven:

● het tweevoudig tarief met een onderscheid tussen piekuren (7–11 u en 17–22 u) en daluren (11–17 u en 22–7 u);

● het incentivetarief: interessant voor zware verbruikers die hun verbruik kunnen verschuiven naar “zonne-uren”, dus overdag, of ’s nachts. Een typisch voorbeeld van zo een zwaar verbruik is het opladen van een elektrisch voertuig;

● het enkelvoudig tarief heeft dan weer altijd dezelfde prijs, van maandag tot zondag, zonder onderscheid tussen dag en nacht.

Nog een laatste woord ter afsluiting?

Gezien de versnelling van de aanvragen en wat eraan komt, zijn investeringen cruciaal en moeten we het tempo nog opvoeren: ze vormen echt de ruggengraat van het systeem. Daarnaast is flexibiliteit, zowel bij hoog- als laagspanning, heel belangrijk. We moeten iedereen overtuigen dat het belangrijk is om gewoontes aan te passen: het net wordt een schaars goed dat we samen moeten delen en daarbij moet iedereen zijn rol vervullen.

"Met deze investeringen willen we elk jaar tussen 1.200 en 1.300 circuits moderniseren: nieuwe kabels leggen, nieuwe cabines bouwen."
ANNABEL VANBÉVER

Met extra investeringen en flexibele oplossingen congestie tegengaan

Naast ORES voor Wallonië hadden wij ook een gesprek met Fluvius, die momenteel voor gans Vlaanderen het distributienet beheert. Peter De Pauw is bij Fluvius Head of strategy and business development. Op het 17e energiecongres van Embuild Vlaanderen en Flux50 legde hij uit hoe Fluvius de komende jaren congestieproblemen op het net gaat voorkomen. Nadien hadden wij een gesprek om die oplossingen verder uit te diepen met ongeveer dezelfde vragen die wij aan ORES hebben gesteld.

Hoe groot is het netwerk dat Fluvius momenteel beheert?

Het distributienetwerk voor elektriciteit, aardgas, riolering en warmte dat Fluvius beheert, is in totaal 208.000 km lang. Dit netwerk telt 6,8 miljoen aansluitingspunten. Verder beheert Fluvius 1,2 miljoen openbare verlichtingspunten in opdracht van de lokale besturen. En in 2024 voerde Fluvius voor 1,7 miljard euro investeringen uit.

Welke zijn de geplande investeringen tegen 2035?

Het investeringsplan 2026-2035 voorziet tot 2032 boven de reguliere investeringen van 7 miljard euro in 4 miljard euro extra investeringen omwille van de energietransitie. Van deze 4 miljard euro extra investeringen gaat 2,8 miljard naar het laagspannings- en 1,2 miljard naar het middenspanningsnet. Alles samen komt dit neer op 1,2 tot 1 miljard euro investeringen per jaar.

Het is de bedoeling om 40% van de laagspanningskabels te versterken (wat neerkomt op 30.000 km), 21% van de huisaansluitingen aan te passen (in totaal 750.000), 15% van de middenspanningskabels aan te pakken (7.500 km) en 1 op de 4 distributiecabines te versterken (18.000 in totaal). De investeringen in de installatie van digitale meters lopen intussen ten einde. Tegen 2029 zullen die afgerond zijn.

Bij de recentste herziening van het investeringsplan in 2025 werd 200 miljoen euro verschoven van laagspannings- naar

middenspanningsinvesteringen, net om de sterkere elektrificatie van de bedrijven te ondersteunen. We maken zo’n investeringsplan om de twee jaar en telkens tien jaar vooruit. Wij kunnen dus geen exacte investeringscijfers voor de periode na 2035 geven.

Graag een overzicht van uw klanten en vooral van de klanten die wachten op een aansluiting of die wachten op een verhoging van hun vermogen?

Gezinnen kunnen ‘gewoon’ aansluiten, zonder extra technische studies of onderzoeken. Dat is niet zo voor industriële klanten. Begin maart had Fluvius zo’n 1.800 dossiers van bedrijven te behandelen. Ongeveer 30% van deze dossiers zullen kunnen rekenen op een normale aansluiting. Voor 70% van de dossiers zal enkel een flexibele aansluiting mogelijk zijn.

De helft van deze aanvragen komen van batterijparken. De andere helft zijn klassieke afnamevragen van het bedrijfsleven. We weigeren echter niemand. Alle wachtenden hebben een perspectief op een aansluiting, al is er soms nog een wijziging in de beleidsregels nodig alvorens we die flexibiliteit effectief mogen aanbieden.

Hoeveel zones van het distributienet zijn nu al overbelast en voor hoeveel zones verwacht Fluvius congestieproblemen tegen 2035?

Het aandeel van de netten met congestieproblemen blijft vooralsnog zeer beperkt. Van overbelasting is op het distributienet vandaag eigenlijk amper sprake. Voor gezin-

Peter De Pauw op het 17e energiecongres van Embuild Vlaanderen en Flux50

FLUVIUS AAN DE SLAG

MET ENQUÊTERESULTATEN OVER AANSLUITING VAN BOUWPLAATSEN

In het najaar van 2024 organiseerde Embuild Vlaanderen in samenwerking met de Vlaamse Nutsregulator (VNR) een bevraging rond de dienstverlening van Fluvius voor aansluitingsaanvragen voor bouwplaatsen. De respondenten gaven heel wat positieve feedback maar legden de vinger ook op een aantal verbeterpunten. Fluvius heeft deze vastgepakt en gaf eind 2025 een (tussentijdse) status.

Op korte termijn zet Fluvius in op de volgende actiepunten, met als gezamenlijk doel om de wachttijd op vragen te verbeteren: het verhogen en uniformiseren van de bereikbaarheid van de back-offices over heel Vlaanderen, proactieve contacten met de klanten om de wachttijd bij offertes te verminderen, een betere afstemming met de aanvrager rond gewenste en haalbare aansluittermijnen en een proactieve communicatie bij de uitvoering, zowel in aanloop naar de werken als duidelijke info bij het beëindigen ervan. Daarnaast is Fluvius een fundamenteel transformatieprogramma gestart om de operationele processen te herdenken vanuit de verwachtingen van de klanten in een snel veranderende context. En dit dan te vertalen naar toekomstgerichte digitale tools en services. Een eerste stap in het voorjaar van 2026 is een nieuw dossierbeheer voor aansluitingsaanvragen boven 100 kVA.

nen is er geen probleem, op lokale problematieken van uitvallende PV-omvormers na. Maar die problemen hebben we de voorbije jaren al teruggedrongen met een actieplan en lokale investeringen.

Wat bedrijven betreft moeten we voorzichtiger zijn. In één kleiner zogenaamd ‘stroombekken’ van een transformatorstation in de buurt van Oostende lopen we vandaag tegen de technische limieten aan en moeten we extra voorzichtig zijn in de uitbating. Voor de rest verwachten we, op basis van het aantal aanvragen dat we ontvangen, vooral verder vollopende netten richting 2035.

Het is dus belangrijk dat wij én Elia (dat de transformatorstations beheert) volop blijven investeren, en dat we de nog beschikbare capaciteit op het distributienet zo efficiënt mogelijk benutten en toewijzen. Vandaar de beslissing om in de meeste gebieden in Vlaanderen voor vormen van flexibele aansluitingen te gaan. Hierbij krijgt een industriële klant wel degelijk zijn aansluiting, maar onder vooraf afgesproken voorwaarden: bij zeer uitzonderlijke pieken op het net, kan zijn vermogen dan tijdelijk worden teruggeschroefd.

Wat wordt precies met deze flexibiliteit bedoeld en welk is de impact op de tarieven?

Flexibiliteit wordt het nieuwe normaal voor het aansluiten van (zeer) hoge vermogens. Met flexibiliteit vanwege de aanvragers gaat Fluvius op zoek naar het gericht sturen van de belasting van het net. Fluvius plaatst een vraag voor flexibiliteit in bepaalde omstandigheden en bedrijven bieden hun flexibiliteit aan. Wie de laagste prijs biedt, mag de flex leveren. Dat heet het ‘Fallback flex’-principe.

Het bedrijf past dan het verbruik of de productie aan om overbelasting van het net te vermijden. Of het bedrijf geeft reactief vermogen af om de spanning op het net te verhogen, of neemt reactief vermogen op om de spanning op het net te verlagen. Enkele concrete voorbeelden van flexibiliteit zijn: een batterij stopt even met laden

of geeft stroom terug, of een laadplein voor elektrische auto’s verlaagt tijdelijk de laadsnelheid, of een industrieel proces wordt kort onderbroken.

Om op industriële vragen te antwoorden werkt Fluvius op drie vlakken: op extra investeringen zoals die blijken uit het investeringsplan 2026-2035, op flexibiliteit vanwege de aanvragers maar ook aan een aanpassing van het reglementair kader waarbij het principe van ‘first come, first served’ door de overheid wordt vervangen door systemen van prioterisering en van aansluitingen op basis van maturiteitscriteria.

In welke mate ziet u het aantal grootgebruikers de jongste 2 à 5 jaar toenemen? Hoe gaat u daar concreet mee om?

We zagen het aantal aanvragen van grootverbruikers de voorbije jaren sterk stijgen. We spreken van een vervijfvoudiging tegenover het jaar 2020. Het toenemend aantal aanvragers voor grote vermogens heeft enerzijds te maken met de toenemende elektrificatie van de industrie, maar ook met de opkomst van nieuwe technologie zoals het aanzuigeffect van de zeer grote datacenters.

Net daarom is verder overleg met de overheid en de energieregulator zo belangrijk. Nu moeten we nog via de oude, klassieke regels werken waarbij ‘first come, first served’ geldt: de eerste aanvrager moet het beschikbare vermogen krijgen indien beschikbaar. Waardoor een datacenter voorrang zou kunnen hebben op bijvoorbeeld een ziekenhuis. De overheid is zich hiervan bewust, en denkt na over andere spelregels zoals die ook in bijvoorbeeld Nederland recent gewijzigd zijn.

Elia over capaciteit en aansluitingen op het elektriciteitsnet

Ook Elia ziet het aantal aanvragen voor nieuwe aansluitingen en vermogensverhogingen sterk toenemen. In sommige buurlanden, zoals Nederland, leidt die druk inmiddels tot een brede aansluitingsproblematiek, zelfs voor residentiële klanten. In België is er vandaag geen algemene aansluitingsproblematiek voor residentiële klanten. De uitdaging situeert zich vandaag vooral bij grotere vermogens, waar de beschikbare netcapaciteit niet overal gelijktijdig kan inspelen op de sterk toegenomen vraag. Wij hadden hierover een gesprek met James Matthys-Donnadieu, Chief Customers, Markets & System Officer bij Elia.

Hoe groot is het netwerk van Elia en welke rol speelt Elia in onze elektriciteitsvoorziening?

Elia beheert het Belgische hoogspanningsnet van 30.000 tot 400.000 volt en bouwt en onderhoudt de infrastructuur die onze elektriciteitsvoorziening mogelijk maakt. Via meer dan 8.900 km aan luchtlijnen en ondergrondse en onderzeese kabels zorgt Elia voor het transport van elektriciteit doorheen het land. Voor bouwondernemingen is Elia vooral relevant als beheerder van het hoogspanningsnet waarop grotere projecten, bedrijventerreinen en industriële sites worden aangesloten.

Tegelijk bewaakt de netbeheerder 24/7 het evenwicht tussen productie en verbruik, zodat het systeem stabiel blijft en stroomonderbrekingen worden vermeden. Elia vervult ook een sleutelrol als marktfacilitator door de toegang tot het net te organiseren en de energiemarkt te ondersteunen. Door de energietransitie en de sterk groeiende elektriciteitsvraag staat het hoogspanningsnet vandaag voor ingrijpende uitdagingen.

Welke investeringen plant Elia om het transmissienet te versterken?

De investeringen voor de periode 20242034 voor het transmissienet zijn vastgelegd in het Federaal Ontwikkelingsplan, dat werd

goedgekeurd door de federale overheid. Elia stelt dit plan op in nauwe samenwerking met de overheid en de regulatoren en actualiseert het elke vier jaar. Intussen lopen de voorbereidende werkzaamheden voor de volgende editie (2028-2038), die dit najaar in publieke consultatie gaat.

Concreet investeert Elia in de periode 2024-2028 maar liefst 9,4 miljard euro in het Belgische elektriciteitsnet – een programma van ongeziene omvang. De versterking en uitbreiding van het 380 kV-net, de ruggengraat van het elektriciteitssysteem, is daarbij cruciaal. Sleutelprojecten zoals Ventilus in West-Vlaanderen en Boucle du Hainaut in Henegouwen spelen hierin een centrale rol.

Daarnaast ligt de focus op de uitbouw en integratie van een elektriciteitsnet op zee met het Prinses Elisabeth Eiland. Ook internationale verbindingen (interconnecties) blijven belangrijk: ze versterken de bevoorradingszekerheid en netstabiliteit, ondersteunen de integratie van hernieuwbare energie en dragen bij tot een goed functionerende elektriciteitsmarkt.

Tegelijk vergroot Elia de onthaalcapaciteit voor nieuwe netgebruikers via bijkomende transformatorstations, nieuwe koppelpunten met de distributienetten en de versterking van bestaande infrastructuur. Tot slot wordt ook het verticale net uitgebreid en verzwaard, zodat de verschillende spanningsniveaus

Hoogspanningsnetwerk van Elia

" In 2025 werden bij Elia 280 aansluitings aanvragen ingediend. Dat is een verviervoudiging ten opzichte van 2020.

JAMES MATTHYS DONNADIEU "

klaar zijn voor de snelgroeiende elektriciteitsvraag.

Graag een overzicht van uw klanten en vooral van de klanten die wachten op een aansluiting of die wachten op een verhoging van hun vermogen?

In 2025 werden bij Elia 280 aansluitingsaanvragen ingediend. Dat is een verviervoudiging ten opzichte van 2020. Indien we alle aansluitingsaanvragen op het hoogspanningsnet optellen, komen we aan 56 GW. Ter vergelijking: alle aanvragen samen zijn goed voor vier keer het huidige maximale elektriciteitsverbruik van België (14 GW).

Dat illustreert hoe groot de spanning op het net vandaag is. Er is een spectaculaire toename van aanvragen voor datacenters en batterijen (een verviervoudiging voor batterijen en een vernegenvoudiging voor datacenters sinds 2022). Niet al deze aanvragen zijn reële projecten; ze zijn vaak voorlopig of exploratief, maar ze reserveren wel capaciteit op het net die dan niet meer beschikbaar is voor andere projecten.

De sterke stijging van de aanvragen leidt vandaag tot een opeenstapeling van aansluitstudies en langere doorlooptijden van de studies. Niets doen is geen optie en daarom werken we samen met de netbeheerders, overheid, regulatoren en industrie aan een structurele aanpak die bestaat uit verschillende pijlers: fors blijven investeren in de uitbreiding en versterking van het net, flexibele aansluitingen en marktmechanismen inzetten om meer capaciteit vrij te maken en pieken op te vangen en tenslotte ook slimmer omgaan met gereserveerde capaciteit.

Gezien de grote volumes aan gereserveerde capaciteit is een strikter wachtrijbeheer noodzakelijk. Door maturiteitscriteria en het principe ‘gebruik op tijd of raak het kwijt’ toe te passen, vermijden we dat speculatieve of niet-rijpe aanvragen de wachtrij blokkeren en waardevolle capaciteit innemen. Daarnaast zijn maatschappelijke keuzes rond capaciteitstoewijzing nodig.

In welke zones is momenteel nog capaciteit op het transmissienet beschikbaar en in welke mate?

Om hier een antwoord op te geven ontwikkelden we een ‘onthaalcapaciteitskaart’.

Deze kaart geeft een beeld van de capaciteit, die vandaag al gereserveerd (of toegewezen) is voor verschillende types van bijkomend netgebruik, alsook van de onthaalcapaciteit die nog overblijft naast die al gereserveerde/ toegewezen capaciteit. Er werd bij de berekening ook rekening gehouden met toekomstige ontwikkelingen op het gebied van warmtepompen en elektrische voertuigen op laagspanning, alsook met andere productieen verbruiksinstallaties op laag-, midden –en hoogspanning.

Deze kaart die op de site van Elia staat, geeft netgebruikers een eerste, indicatief overzicht van de beschikbare onthaalcapaciteit bovenop reeds toegewezen capaciteit. Voor elk concreet project blijven de gebruikelijke oriëntatie- en aansluitingsstudies noodzakelijk.

De distributiemaatschappijen opteren voor flexibele oplossingen. In welke mate kan Elia hiertoe bijdragen?

Waar vroeger bijna iedereen automatisch een vaste aansluiting kreeg — met altijd hetzelfde vermogen beschikbaar — wordt vandaag vaker gekeken naar flexibele oplossingen. Dat betekent dat grote verbruikers hun verbruik tijdelijk aanpassen wanneer het net onder druk staat, bijvoorbeeld op heel drukke momenten. Zo kan Elia meer klanten aansluiten zonder dat de betrouwbaarheid van het elektriciteitsnet in het gedrang komt. Er is geen aansluitingsstop, en die wordt ook niet verwacht, maar flexibiliteit wordt steeds vaker een deel van de oplossing. Denk aan een bedrijf dat tijdelijk minder vermogen mag afnemen op piekmomenten, maar daardoor wel sneller aangesloten kan worden en zijn project kan laten doorgaan.

Op koppelpuntniveau (aansluiting tussen distributienet en transmissienet) zien we dat de druk sterk is toegenomen. Samen met de distributienetbeheerders werken we daarom aan oplossingen zodat we een positief antwoord kunnen geven op elke aansluitingsaanvraag en waar nodig onder de modaliteit van flexibiliteit.

“De distributienetbeheerders zoeken duurzame oplossingen”

Een van de activiteiten van ons lid Genetec is het beheer en het onderhoud van distributienetten. Dat maakt het bedrijf een ideale gesprekspartner om de huidige situatie en de lopende projecten op het Waalse net toe te lichten. Embuild Magazine sprak met Gregory Goossens, werfleider op het bovengrondse en ondergrondse elektriciteitsnet. (© Foto's : Genetec)

Gregory Goossens is al 18 jaar actief op het elektriciteitsnet: eerst vijf jaar bij ORES (de Waalse tegenhanger van Fluvius) en daarna dertien jaar bij Genetec. “In onze dagelijkse werking voelen we die problematische verzadiging al een hele tijd. Tegelijk stellen we vast dat de netbeheerders, waaronder ORES, op zoek zijn naar duurzame oplossingen om het net te stabiliseren en in goede staat te houden”, zegt Gregory Goossens.

Hij verduidelijkt wat hij precies bedoelt met “duurzaam”. “Vroeger deed ORES een interventie bij één specifieke klant op een bepaalde locatie. Vandaag zie je dat projecten veel breder worden aangepakt: studies worden voorbereid en uitgevoerd om te beantwoorden aan de noden van een volledige wijk. Zo kunnen bestaande klanten bediend blijven én kan er ingespeeld worden op de vraag van de vele nieuwe klanten. Daar zit een goed doordachte strategie achter. Je voelt dat er echt een actieplan is. De distributienetbeheerders denken nu na over collectieve oplossingen, en niet langer over individuele oplossingen.”

De werfleider bij Genetec bevestigt dat het net niet is aangepast aan alle nieuwe toepassingen: zonnepanelen, warmtepompen, elektrische voertuigen… “De voorbije maanden hebben we een echte explosie gezien van al die nieuwe toepassingen. ORES moet daardoor vaak dringende situaties aanpakken en snel ingrijpen waar nodig. Het net moderniseren, versterken en aanpassen vraagt tijd. Dat is allesbehalve eenvoudig. En daarbovenop komt nog eens de uitrol van glasvezel.”

Markt explodeert

De modernisering en versterking van het

net vergen grote investeringen. “ORES plant er heel wat en we voelen vandaag al de impact. Sinds twee jaar explodeert de markt echt, met veel contracten die bij hen vertrekken en een sterke vraag om alles sneller te laten verlopen. Maar daar moet je natuurlijk ook in kunnen volgen…”, zegt Gregory Goossens. Genetec werkt als onderaannemer voor de netbeheerder en voert deze werken uit. “Ons werk bestaat onder meer uit het vervangen van elektriciteitskabels, wat we ‘kabelvoeringen’ noemen. Bij laagspanning bovengronds gaan we van 95 naar 150 mm² en ORES bekijkt om ondergronds van 150 naar 240 mm² te gaan. Voor hoogspanning, ook ondergronds, schakelen we over van kabels van 95 naar 240 mm². Bovengronds moeten we daarnaast ook de betonnen palen vervangen die al die kabels dragen, door stevigere exemplaren. Dat is allemaal behoorlijk intensief werk. Terwijl we vroeger nog rustige periodes kenden, werken we nu non-stop, van 1 januari tot 31 december.”

Aanpassing van het bedrijf

Al die werken vragen ook een aanpassing van het bedrijf, met hier en daar wat moeilijkheden. “Het gaat om nieuwe opdrachten, nieuw materiaal, nieuwe voertuigen en aanzienlijke kosten. Er komen ook nieuwe leveranciers op de markt en het geleverde materiaal is soms onvoldoende van kwaliteit of voldoet niet aan de normen van de distributienetbeheerders. Dat materiaal mag dan niet op het net geplaatst worden en wordt in quarantaine gezet. Dat vertraagt projecten, maar het grote publiek is zich daar niet van bewust”, legt Gregory Goossens uit.

Het bedrijf moet zich dus aanpassen, nieuwe problemen opvangen en tegelijk ook inzetten op opleiding. “Dat is absoluut nodig

" Mensen willen stroom, maar wanneer de netbeheerder werken moet uitvoeren in nieuwe verkavelingen, stuit dat soms op verzet van omwonenden."

om zulke grote werven tot een goed einde te brengen. Het plan van ORES is ambitieus en de vraag is enorm. Die investeringen betekenen dat we extra mensen moeten aanwerven om onze ploegen op het terrein te versterken. Alleen is dat niet evident: het is zwaar werk, we werken in weer en wind en het hele jaar door. Net zoals in de rest van de sector hebben we het moeilijk om mensen te vinden. Bovendien bestaat er geen specifieke opleiding voor bovengrondse werken bij de distributienetbeheerders, waardoor we op de arbeidsmarkt geen gekwalificeerd personeel vinden. Interne opleiding is dus onze enige optie, maar die is lang en relatief duur.

Daar komt nog bij dat onze technici een opleiding moeten volgen en hun bekwaamheid moeten laten erkennen door ORES om op het net te mogen werken. De wachttijden voor

opleidingen en examens zijn echter erg lang, waardoor het veel tijd kost vooraleer nieuw personeel volledig zelfstandig aan de slag kan. Soms gebeurt het ook dat de netbeheerder onze mensen wegplukt. Intern zorgen onze meest ervaren medewerkers voor de opleiding van de jongeren, maar dat betekent wel dat zij minder beschikbaar zijn op de werf. Acties zoals gerichte knelpuntinitiatieven samen met Forem en andere partners zijn dan ook bijzonder interessant.”

Alles is bezig, dus geduld…

Gregory Goossens pleit dan ook voor geduld. Zoals het spreekwoord zegt: Rome is niet op één dag gebouwd. Dat geldt ook voor de 'update' van het net. “Ik herhaal het: alles is volop bezig en het tempo gaat omhoog. ORES zet echt alles in beweging met strategische investeringen, dat kan ik je verzekeren, maar het vraagt tijd”, zegt hij.

“Een grond vinden en een vergunning krijgen voor een nieuwe cabine duurt ook ontzettend lang. Mensen willen stroom, maar wanneer de netbeheerder werken moet uitvoeren in nieuwe verkavelingen, stuit dat soms op verzet van omwonenden. Dat is ook een realiteit die we moeten benoemen. Je leest vaak dat projecten geblokkeerd raken, maar voor hoogspanning is ORES ook afhankelijk van Elia. Er zijn dus meerdere spelers betrokken. Soms heb ik het gevoel dat men natrapt, terwijl iedereen te maken heeft met de verzadiging van het net. De investeringen zijn er, het aantal projecten explodeert en de bedrijven hebben hun tempo voor dit soort werken fors opgedreven.”

17e energiecongres focust op fossielvrij bouwen

Met de recente oorlog in Iran en de prijsstijgingen voor fossiele brandstoffen die daaruit voortvloeien, is het thema van een fossielvrijere wereld letterlijk en figuurlijk brandend actueel. Het 17e energiecongres, een gezamenlijk initiatief van Embuild Vlaanderen en Flux50, telde andermaal circa 250 deelnemers. De plenaire zitting van het energiecongres peilde naar de beleidsperspectieven, de evolutie van de distributienetcapaciteit en de technische mogelijkheden voor fossielvrij bouwen.

In haar inleidende speech herinnerde Caroline Deiteren, directeur-generaal van Embuild Vlaanderen, aan eerdere prijsstijgingen omwille van oorlogen: Jom Kipoer in 1973, de Iraanse revolutie in 1979 en de inval in Oekraïne in 2022. Vandaar het belang om voor energie minder afhankelijk te zijn van het buitenland, enerzijds door minder energie te gebruiken en anderzijds door meer te elektrificeren. Met als pluspunt dat hernieuwbare energie goedkoper wordt naarmate de capaciteit hiervoor toeneemt.

Overlevingspakket met PV-panelen

Maar die omslag vergt eerst extra investeringen. Het renovatieritme zou 4% van het woningbestand per jaar moeten bedragen: nu bedraagt dit amper 1%. In oorlogstijden wordt aangeraden om een overlevingspakket aan te leggen. Met de huidige oorlog moet dit pakket met name uit PV-panelen en batterijen bestaan.

Uit een enquête van Embuild Vlaanderen is gebleken dat 47% van de Vlamingen bereid zijn om te renoveren. De overheid moet dan wel een toekomstperspectief bieden, een beter inzicht in de effectieve renovatiekosten en tegelijk kandidaat-verbouwers extra begeleiden.

Bijna-energieneutrale nieuwbouw

Samir Louenchi, administrateur-generaal van het VEKA (Vlaams Energieen Klimaatagentschap), blikte eerst te-

rug op 20 jaar regelgeving van de EPB (energieprestaties en binnenklimaat) in Vlaanderen. Energiezuinig bouwen werd de standaard, waarbij de markt quasi systematisch beter heeft gepresteerd dan de opgelegde eis. Tegen 2030 is dat zero-energie voor nieuwbouw, een eis die nu al bijna realiteit is in Vlaanderen: nagenoeg de helft van de nieuwbouwwoningen haalt vandaag al een E-peil lager dan E0.

Naast een energie-efficiënte gebouwschil, bleek ook nog uit de presentatie van Samir Louenchi dat in nieuwe woningen nu bijna standaard een luchtdichtheidstest wordt uitgevoerd en projecten met vergunningsaanvraag van 2023 hebben voor 98% zonnepanelen en voor 86% warmtepompen. De Vlaamse nieuwbouw is dus klaar voor de toekomst.

Geen trendbreuk in de renovatiegraad

Dé uitdaging ligt volgens Louenchi bij het bestaande woningenbestand: een derde beschikt nauwelijks over isolatie of efficiënte energietechnieken en haalt daardoor maar een E- of F-label.

De renovatiestrategie 2020 en de beleidsinstrumenten die nadien werden ingevoerd, zoals de renovatieverplichting, de minimale energienormen in de Codex Wonen en stimuli zoals de EPC-labelpremie en een voordelige Mijn VerbouwLening, hebben nog onvoldoende geleid tot een trendbreuk in de renovatiegraad. Het nog op te maken Gebouw-

renovatieplan 2050 moet wel voor een ommekeer zorgen.

Dit plan zal rekening moeten houden met de nieuwe Europese EPB-richtlijn. Heel wat elementen uit deze richtlijn gelden nu al in Vlaanderen. Vlaanderen was de eerste regio die een renovatieverplichting invoerde en vanuit de energieprestatiedatabank zijn nu al linken mogelijk naar een woning- of gebouwenpas. Daarnaast bereidt de Vlaamse regering de regelgeving voor om het indexatieverbod voor verhuurders met woningen onder label D vanaf 2028 opnieuw in te voeren.

Op weg naar 2050

Tegen 2050 zal de doelstelling erin bestaan om naar een energie-efficiënt en fossielvrij gebouwenbestand te gaan. Het VEKA denkt daarbij aan een instrumentenmix: minimale labelpaden voor zowel residentiële als niet-residentiële gebouwen, de rentabilisering van hernieuwbare energie (waarbij de nakende taxshift een belangrijke hefboom wordt), nog betere informatieverstrekking en een doelgerichte ondersteuning (met bijvoorbeeld Mijn VerbouwLening niet alleen voor de lage maar ook voor middeninkomens).

Tegen 2030 zal het VEKA, onder Europese impuls, de energielabels herzien. Dat wordt ook het moment om de berekeningsmethodiek aan te passen, om te vereenvoudigen en om (met name EPB en EPC) te integreren. Het EPC is intussen een determinerende factor ge-

worden: voor de verkoopprijs van woningen en tegelijk voor de kredietvoorwaarden van een lening.

Extra vraag naar netcapaciteit

Peter De Pauw, Head of strategy and business development bij distributienetbeheerder Fluvius, sprak vervolgens over het investeringsplan 2026-2035 van Fluvius. Hij ging dieper in op de factoren die deze investeringen aanzwengelen: de snellere omschakeling van de professionele personenvoertuigen naar elektrificatie maar tegelijk een vertraging van de overstap op de particuliere markt, de versnelde elektrificatie van het zware vrachtvervoer (naar 32.500 elektrisch aangedreven vrachtwagens in 2035), de volledige elektrificatie van de bussen bij De Lijn tegen 2035, de trager dan verwachte voortgang van de woningrenovaties maar de installatie van meer hybride en zwaardere warmtepompen.

Voor zonnepanelen gaat Fluvius uit van een toename van 480 MW per jaar op laagspanning. Tegelijk vraagt de industrie meer netcapaciteit door de elektrificatie van de bedrijfsprocessen (bijvoorbeeld door stoomproductie via e-boilers) en door de uitbouw van datacenters omwille van AI (Artificiële Intelligentie) met regelgeving die eist dat data in Europa worden opgeslagen.

Congestieproblemen oplossen

Momenteel zijn er haast nog geen acute congestieproblemen voor laagspanning maar dat zou veranderen tegen 2035 als Fluvius onvoldoende investeert. Vandaar dat Fluvius bovenop de reguliere investeringen van 7 miljard euro tot 2032 4 miljard euro extra investeert omwille van de energietransitie. Maar flexibiliteit zal hoe dan ook het nieuwe normaal worden, met name voor hoge vermogens. Peter De Pauw vergeleek deze situatie met onze huidige mobiliteit: “Je kan nog altijd op autowegen rijden, maar niet op elk moment tegen 120 km per uur.” Tegelijk vergt dit een aanpassing van het reglementair kader omdat dit nu te strikt is om op de toegenomen industriële vragen in te gaan.

Integratie van systemen

Tot slot van de plenaire zitting sprak prof. Lieve Helsen van de KU Leuven die ook verbonden is aan Energyille. Wij moeten tegelijk de energievraag verminderen en decarboniseren. Om deze balans op een betaalbare manier te realiseren pleitte zij in gebouwen voor systemen van systemen en raadde zij af om te ver te gaan in één specifieke maatregel.

Dat wil zeggen dat wij niet uitsluitend mogen focussen op de realisatie van één doel (zoals een A-label) maar

open moeten staan voor maatwerk in doelen en oplossingen en dus moeten durven diversifiëren, zonder de uiteindelijke doelstellingen af te zwakken en zonder te vervallen in lock-ins. Daarvoor heeft prof. Helsen met haar team een systeemintegrator ontwikkeld: de MPC (Model Predictive Control of modelgebaseerde voorspellende regeling).

Tot 35% minder kosten

Dit algoritme bepaalt automatisch optimale regelacties en kan dankzij de kennis van het gebouwgedrag en van voorspellingen van storingen (zowel van het weer als van gebruikers) anticiperend werken. Meerdere componenten in een hybride systeem kunnen zo optimaal samenwerken. Ter illustratie haalde Lieve Helsen zes projecten aan waarop de MPC werd toegepast. De totale kost kon daarbij tot 35% worden verlaagd. Een combinatie van technieken leidde bijvoorbeeld tot minder pieken waardoor kleinere warmtepompen volstonden.

Daarop volgde nog een rijk gevuld namiddagprogramma waar 18 experten aan het woord kwamen over drie verschillende thema’s: fossielvrije woningen, fossielvrije collectieve en tertiaire gebouwen en fossielvrije bouwplaatsen. Tegelijk was er ruim gelegenheid tot netwerking op basis van de ‘conversation starter tool’.

Panelgesprek met v.l.n.r. Peter De Pauw, Lieve Helsen en Goedele Wachters

Flanders Build als facilitator van jouw bedrijfsinnovaties

Momenteel bestaan in Vlaanderen al een aantal innovatie bevorderende speerpuntclusters (onder meer voor de chemie, maritieme ontwikkeling, voeding, energie, logistiek en gezondheidszorg), maar nog niet voor de bouw. Nochtans is in de bouw doorgedreven innovatie noodzakelijk omwille van marges die steeds meer onder druk staan, een historisch laag vergunningenniveau en een almaar scherpere problematiek van betaalbaarheid. En juist nu gaat de Vlaamse overheid de bestaande speerpuntclusters hervormen en mogelijks nieuwe erkennen. Embuild Vlaanderen en Buildwise werken momenteel aan de realisatie van de bouwgerichte speerpuntcluster Flanders Build.

Kurt Scherpereel is sedert augustus 2025 manager van Flanders Build, een ambitieus lange-termijn project dat werd gelanceerd in 2024. Hij is een spilfiguur bij de indiening van het subsidiedossier voor de speerpuntcluster voor de bouw. Door zijn veelzijdige achtergrond is hij daarvoor de geknipte persoon.

Veelzijdige achtergrond

Kurt Scherpereel: “Ik studeerde af als burgerlijk ingenieur bouwkunde aan de KU Leuven en heb nadien gedurende 24 jaar bij TUC Rail gewerkt. Bij TUC Rail heb ik projecten geleid zoals de aanleg van de tunnel tussen Berchem en Antwerpen-Centraal en de Diabolo-verbinding aan de luchthaven van

Zaventem. Vervolgens werd ik bij TUC Rail verantwoordelijk voor de projecten in Vlaanderen.”

Uiteindelijk keerde hij terug naar het departement Burgerlijke Bouwkunde bij de KU Leuven, voornamelijk in een managementfunctie, na verloop van tijd in combinatie met consultancy-opdrachten, waaronder de leiding van een innovatiecel bij TUC Rail. “De sprong naar manager van Flanders Build lag duidelijk in het verlengde daarvan. Mijn huidige functie is een rol waar precies al de werelden waarin ik heb vertoefd, samenkomen: de vormgeving van innovatieprocessen en de realisatie van innoverende bouwprojecten met bedrijven, de connectie met de kenniscentra en de academische wereld, en de contacten met de industrie.”

Zijn rol bij Flanders Build bestaat erin om de kandidatuur voor de speerpuntcluster voor te bereiden en stapsgewijze klaar te stomen voor finale indiening. De ambitie is om een eerste versie van het dossier voor de zomervakantie van 2026 op tafel te leggen. Doel is dat VLAIO (Agentschap voor Innoveren en Ondernemen) het ingediende dossier in het najaar kan evalueren. Als het dossier positief wordt geëvalueerd, zal de speerpuntcluster Flanders Build normaliter vanaf begin 2027 van start kunnen gaan.

Van gedachten wisselen over de mogelijke partners bij de speerpuntcluster

SECTOR & BEROEPEN

Cruciale input van bedrijven

Van groot belang is dat de speerpuntcluster voor de bouw een bedrijfsgestuurd samenwerkingsplatform voor innovatie wordt. Concreet betekent dit dat de innovatieprojecten vanuit de bedrijven komen. Deze bedrijven dragen niet enkel inhoudelijk bij, ze leveren ook een financiële input. Bedrijven die deel willen uitmaken van Flanders Build, zullen een ledenbijdrage moeten betalen.

De werking van een speerpuntcluster zoals Flanders Build wordt gefinancierd volgens het 1 euro/1 euro-principe: voor elke bijdrage van een lid zal de Vlaamse overheid evenveel bijleggen. Met deze middelen kan de speerpuntcluster met de bedrijven aan de slag gaan om onderzoeks- en innovatieprojecten te genereren, in te dienen en te begeleiden.

Voor die bedrijfsprojecten van Flanders Build worden op basis van vooraf vastgelegde roadmaps jaarlijks VLAIO-middelen gereserveerd. Er is dan geen concurrentie meer met andere sectoren. Dit vormt een stevige hefboom om de innovatiecapaciteit bij de bouwbedrijven en -professionelen te laten groeien. Flanders Build is voor bedrijven met innovatieprojecten op die manier zowel een facilitator als een accelerator.

Brainstormen over knelpunten en opportuniteiten in de bouwcluster op de voorbereidende workshops

Geen verdere inkrimping van de marges

Kurt Scherpereel: “De bouwsector innoveert al wel, maar we moeten verbreden én versnellen. We hebben meer innovatietrekkers nodig. Alle bedrijven in de waardeketen hebben daarin uiteraard hun steentje bij te dragen. Maar als het bijvoorbeeld over procesinnovatie gaat die inzet op productiviteitswinsten, zijn bouw- en installatiebedrijven betrokken partij. De speerpuntcluster bouw die wij beogen, heeft precies tot doel om innovatie-initiatieven van bouw- en installatiebedrijven te stimuleren, te bundelen en te versnellen, door waar nodig ook in samenwerking te voorzien met andere actoren uit de waardeketen en met kennisinstellingen. We zijn actief in gesprek gegaan met bouwbedrijven en de waardeketen, via een reeks workshops en aanvullende bilaterale overlegmomenten. Bedrijven zijn vragende partij voor een transformatie van het bouwproces. De huidige manier van werken, met te kleine marges voor veel actoren in de waardeketen, moet worden doorbroken. Het platform in wording zal dus zeker inzetten op productiviteitsgroei en meer efficiëntie in de bouwketen. Het verhogen van de productiviteit is trouwens ook een belangrijke

beleidsdoelstelling van de Vlaamse regering.”

Bedrijven, netwerken én bouwplaatsen van de toekomst

Via deze interacties werden drie thema’s gedefinieerd waarrond lange-termijn roadmaps zullen worden ontwikkeld. Vooreerst het thema van de bouwbedrijven van de toekomst: hoe zullen zij kunnen omgaan met nieuwe technologieën en producten en in welke mate zullen hun medewerkers andere of betere vaardigheden moeten ontwikkelen?

Het tweede thema betreft de uitbouw van een sterkere waardeketen. Geïntegreerde samenwerkingsvormen (co-design), een betere data-overdracht doorheen de keten, de ontwikkeling en toepassing van digitale oplossingen en tools voor een efficiënter proces en het integreren van een life-cycle benadering in de waardeketen maken er onder andere deel van uit.

Een derde thema gaat over de bouwplaats van de toekomst rond aspecten zoals industrialisering en off site-productie, datagedreven bouw, robotisering op de bouwplaats en emissieloze werven. De bouwplaats van de toekomst zal er anders uitzien dan vandaag, maar zonder bouwplaats zijn er geen gebouwen noch infrastructuur.

Focus op procesinnovatie

Flanders Build zal dus focussen op de transformatie van de sector en legt daarbij het accent op de processen. Kurt Scherpereel: “Procesinnovatie binnen de waardeketen staat centraal, wat niet wegneemt dat uit de nieuwe manier van werken ook nieuwe producten zullen voortvloeien. We bouwen hierbij verder op een historische sterkte: het is niet overal even bekend, maar de Belgische bouw is nu al een ‘frontrunner’ op het vlak van productiviteit. Naarmate die productiviteit van onze bedrijven verder verbetert, zullen ook onze exportmogelijkheden toenemen. Ook dat is een belangrijk aandachtspunt van de Vlaamse overheid voor de ondersteuning van speerpuntclusters.

Tenslotte is er het feit dat naarmate wij intelligenter bouwen, wij de kennis van onze eigen (vooral hooggeschoolde) werkkrachten extra zullen kunnen valoriseren en minder van de inbreng van buitenlandse arbeidskrachten zullen afhangen. We versterken

hiermee onze lokale economie en tewerkstelling. Ook deze overweging is een belangrijk argument ten gunste van het dossier van Flanders Build.”

Wie moet meedoen?

Welke bedrijven wil Flanders Build precies aantrekken? Kurt Scherpereel: “We beogen een ecosysteem te verzamelen van bedrijven die innovatieambities hebben. Dit zijn bedrijven die zelf al innovatie-ideeën hebben en deze makkelijker via een speerpuntcluster kunnen realiseren, maar evengoed gelijkgestemde bedrijven die zelf nog geen concreet innovatietraject voor ogen hebben, maar overtuigd zijn van het belang van een transformatie. Deelnemen aan Flanders Build kan hen juist aanmoedigen om van hun voornemen effectief werk te maken.

Wij willen voor onze speerpuntcluster zeker niet alleen grote spelers aanspreken, maar ook kmo’s en meer in het bijzonder start-ups en scale-ups. Uiteindelijk willen we een ecosysteem creëren van alle relevante spelers in de waardeketen. Naast de bouw- en installatiebedrijven moeten ook alle nodige partners voor de innovatieprojecten, de opdrachtgevers en ontwerpers, de kennisinstellingen, de IT-leveranciers en de materiaal/ materieelproducenten, in de speerpuntcluster aanwezig zijn.

Flanders Build zal een vliegwiel zijn. Wij willen vooruitgang boeken vanuit een sterk ecosysteem van de bouw en van al de bouwverwante bedrijven en betrokken partijen in de bouwketen samen. Flanders Build vertaalt en concretiseert de doelstellingen rond samenwerking, innovatie en waardencreatie, maar het is en blijft een initiatief van, voor en dóór de bedriiven. Het is cruciaal dat de deelnemende bedrijven expliciet hun steun en interesse om deel te nemen bevestigen. Dit kan door een mandaatbrief te bezorgen die wij vervolgens bij het in te dienen dossier voegen.”

MEER INFORMATIE

Geïnteresseerd? Mail dan jouw naam, naam van jouw bedrijf en jouw contactgegevens (mailadres, telefoon- of gsm-nummer) met vermelding van jouw interesse om deel te nemen naar kurt.scherpereel@flandersbuild.be.

"Wij willen voor onze speerpuntcluster zeker niet alleen grote spelers aanspreken, maar ook kmo’s en meer in het bijzonder start-ups en scale-ups"

KURT SCHERPEREEL

Embuild organiseert opleidingen over duurzame integratie van AI

AI (Artificiële Intelligentie) zorgt voor een revolutie in de sector door bouwbedrijven slimmer, sneller en innovatiever te maken. De vraag is: hoe speel jij hierop in? Onder de benaming ‘Bouwrevolutie’ bieden al de lokale Embuild-verenigingen in Vlaanderen twee praktische opleidingen aan die ondernemers, projectleiders en managers helpen bij het bepalen en uitwerken van de AI-toekomst van hun bedrijf.

Bouwrevolutie 1: de kracht van AI in de bouwsector

De opleiding Bouwrevolutie 1 brengt voornamelijk een inleiding tot AI in de bouw. Je krijgt een aantal basisinzichten en een helder beeld van de impact van generatieve AI op jouw organisatie en klanten. Je krijgt ook zicht op de mogelijke opportuniteiten voor jouw bedrijf, op de applicaties die hiervoor bestaan, en op de volgende stappen die je zal kunnen nemen.

De opleiding richt zich tot beslissingsnemers die zoeken naar de meerwaarde van AI binnen hun bedrijf: bedrijfsleiders, directieleden en alle andere personen in het bouwbedrijf die mee verantwoordelijk (zullen) zijn voor het maken van de juiste keuzes in AI. Het niveau van de deelnemers gaat van basis tot intermediate. Bouwrevolutie 1 bestaat uit een masterclass van één dag, gevolgd door een webinar van drie uur. De masterclass gaat dieper in op de strategische mogelijkheden en uitdagingen van generatieve AI voor Vlaamse bouwbedrijven, verkent een aantal voorbeeldcases en vertaalt deze inzichten in een workshop. In deze workshop werk je een plan uit om meerwaarde te creëren met generatieve AI in jouw bouwbedrijf. Na de masterclass volgt een webinar die de juridische

en ethische aspecten van generatieve AI belicht.

Bouwrevolutie 2: van AIambitie naar strategie tot een werkend plan

Bouwrevolutie 2 focust op de strategische integratie van AI binnen de organisatie. Deze opleiding richt zich tot beslissingsnemers die al experimenteren met AI en hierin strategische keuzes moeten maken. Het niveau gaat van intermediate tot advanced.

Veel bouwbedrijven experimenteren vandaag al met AI. Vaak gaat het om laagdrempelige tools die inzetbaar zijn voor uiteenlopende uitdagingen (zoals ChatGPT, Perplexity, NotebookLM, …). Dat levert snel oplossingen op maar al even snel botsen bedrijven op de grenzen van deze aanpak. Zonder strategie eindigen bedrijven met een gebrek aan integratie, een wildgroei aan tools en moeilijk beheersbare processen. Het louter ‘gebruiken’ van AI leidt niet altijd tot een competitief voordeel.

De opleiding Bouwrevolutie 2 reikt via interactieve workshops praktische instrumenten aan om gefundeerde strategische keuzes te maken. Die passen we meteen toe op bouw-specifieke use cases. Zo helpen we bedrijfsleiders om AI

niet ad hoc maar duurzaam te integreren, met een structurele meerwaarde voor de organisatie.

Deze opleiding bestaat uit een masterclass van één dag en uit drie modules: een praktijkgericht lab dat focust op de strategische randvoorwaarden voor adoptie van AI, een deep dive waarin de link tussen AI-technologie en bedrijfsstrategie centraal staat, en een workshop die deelnemers voorbereidt om weloverwogen AI-aankopen te doen. Op basis van die opleiding kom je tot een concreet stappenplan waarmee je direct aan de slag kan.

In alle Vlaamse provincies

Al de lokale Embuild-verenigingen in Vlaanderen bieden in de loop van 2026 zowel Revolutie 1 als Revolutie 2 aan. Bouwrevolutie 1 en 2 zijn twee verschillende opleidingen die los van elkaar kunnen worden gevolgd. Bouwrevolutie 1 vormt wel een sterke basis die het gemakkelijker zal maken om Bouwrevolutie 2 te volgen. De gedetailleerde opleidingskalender staat op https://bouwrevolutie.be/.

Deze opleidingen kwamen tot stand in samenwerking met het Vlaams Agentschap Innoveren en Ondernemen (VLAIO).

Krachtiger en communicatiever naar de toekomst

Na 21 jaar bij Embuild Connect te hebben gewerkt (eerst als technisch adviseur en nadien als directeur) gaat Dirk Van Kerckhove op 1 mei met pensioen. Als directeur wordt hij opgevolgd door Lawrence Steen. Naar aanleiding van deze directiewissel hadden wij een dubbelinterview over het verleden maar ook over de toekomst van Embuild Connect.

Dirk Van Kerckhove: “Ik was een van de eerste afgestudeerden van de graduaatsopleiding bouwtechnologie (nu bachelor bouw) van de Katholieke Hogeschool Sint-Lieven in Aalst (nu deel van Odisee). In 1985 begon ik mijn loopbaan bij Protector Belgium. Dat bedrijf was gespecialiseerd in de bestrijding van opstijgend vocht, zwambestrijding en houtbescherming. Daarna werd ik projectleider bij Altri Tempi dat deel uitmaakte van de groep Monument. Daar legde ik mij toe op schilder-, stuc- en staffrestauratie.

Lawrence Steen (links) volgt in 2026 Dirk Van Kerckhove (rechts) op als directeur van Embuild Connect

Onder de koepel van Embuild (toen nog de Confederatie Bouw) werkte ik eerst voor Bevad (de Belgische Vereniging van Aannemers van Dichtingswerken) die toen als een aparte federatie functioneerde en zelfs over een eigen kantoortje beschikte, in opvolging van Johan Wauman. Die federatie maakte uiteindelijk deel uit van de Confederatie Bouw Afwerking die nadien Embuild Connect werd.

Verbonden beroepen

Al de beroepen van onze cluster zijn uiteindelijk nauw met elkaar verbonden. De stukadoor en de schilder hebben veel met elkaar te maken, zoals ook de dakdekker en de daktimmerman en de schrijnwerker en de glazenmaker. Het woord ‘connect’ in Embuild Connect verwijst juist naar die verbindingen en daar werken wij als cluster ook sterk aan.”

De vader van Dirk was ruwbouwaannemer. De vader van zijn opvolger Lawrence Steen was dakdekker. Beide hebben dus roots in de bouw. Lawrence: “Na mijn studies aan de KU Leuven ben ik eerst in het ouderlijk bedrijf terechtgekomen. Tussendoor heb ik nog een diploma als gerechtsdeskundige behaald maar ook de cursus van specialist in hellend dak bij Embuild Roofers en van platte dakspecialist bij Bevad gevolgd. Via deze weg heb ik Dirk ontmoet.

Vanaf 2023 werd ik manager van Embuild Roofers in opvolging van Selim Couez. De dakfederatie is dan deel gaan uitmaken van Embuild Connect. Daar ben ik dan adjunct-directeur geworden. Ik heb dus drie jaar lang nauw met Dirk kunnen samenwerken en samen met hem mijn weg gevonden in de verschillende geledingen van Embuild. Daardoor ben ik goed voorbereid op mijn nieuwe job.”

Minder lokaal verenigingsleven

DUURZAME VERWARMING & KOELING

 Eenvoudige en modulaire totaaloplossing

 Warmtepomp, warmtepompboiler, warmwatertank én automatisering

 Tijdswinst, installatiegemak en overzicht via Installer App & Portal

 Training en ondersteuning via ‘service hotline’

bouwbedrijf.

Embuild_90x128_Warmtepomp_NL_1025.indd 1

Hoe is de cluster gedurende de laatste 20 jaar geëvolueerd? Dirk: “Vroeger was de organisatie in belangrijke mate gestoeld op de werking van lokale verenigingen. Een bepaald bouwberoep uitvoeren beschouwden de aannemers als een erezaak. Zij waren fier op hun beroep en hielden ervan om samen met vakgenoten hun beroepsspecifieke belangen te verdedigen en met hen geregeld samen te komen in de toenmalige kamers van het

Maar dat lokale verenigingsleven is intussen in sommige regio’s afgekalfd. De interesse hiervoor is sterk verminderd. Voorzitters en bestuursleden vinden geen jonge opvolgers meer. Een aantal provinciale Embuilds hebben het aantal verenigingen gereduceerd of stopgezet. En lokale medewerkers vinden of krijgen niet meer de tijd om de nachtelijke zittingen van die verenigingen te ondersteunen.

Van interieuravonden tot beurzen

Onder impuls van Filip Coveliers die mij als manager van de afwerkingscluster is voorgegaan, hebben wij dan een aantal federatie-overschrijdende initiatieven genomen. Voor de afwerkingsberoepen hebben wij druk bezochte interieuravonden georganiseerd en familiedagen. Verder zijn wij 16 jaar geleden begonnen met de Dag van de Afwerking voor schilders en stukadoors en 15 jaar geleden

08/10/2025 08:12

"Al de beroepen van onze cluster zijn uiteindelijk nauw met elkaar verbonden. Het woord ‘connect’ in Embuild Connect verwijst juist naar die verbindingen en daar werken wij als cluster ook sterk aan."

"Zoals

ik met Embuild Connect meer jongeren bij hun beroepskeuze wil beïnvloeden, wil ik ook onze eigen bestuursorganen uitbreiden en verjongen."

LAWRENCE

STEEN

met de Dag van het Dak. Die beroepseigen beurzen blijven trouwens een succes, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Batibouw die sinds de coronacrisis sterk is afgezwakt en zich nog voornamelijk tot de consumenten richt en veel minder tot de professionelen.”

Ook op nationaal vlak werkt de cluster nu helemaal anders dan vroeger. Dirk: “Ik heb nog de tijd meegemaakt dat wij 11 vzw’s moesten beheren. Dat betekent 11 keer per jaar algemene vergaderingen organiseren, balansen opmaken, statuutwijzigingen publiceren enz. Een beheeropdracht die telkens heel wat nutteloos administratief werk vergde. Dat was nog tot vorig jaar het geval.

Beroepsstuurgroepen in plaats van vzw’s

Maar op 20 jaar tijd is het me dus gelukt, met de steun van de federatievoorzitters, om bijna al die vzw’s te ontbinden. We spreken nu over beroepsstuurgroepen in plaats van vzw’s. En de voorzitters van die groepen vormen ons bestuurscomité. Op die manier kunnen zij beter dan voorheen de lobbyactiviteiten van de cluster mee bepalen.

Binnen Embuild wordt momenteel het project Embuilding The Future uitgerold. Maar eigenlijk werkt Embuild Connect nu al conform de principes van dat project op het vlak van 'shared services'. Concreet ontzorgt Embuild de cluster op diverse vlakken zoals bedrijfswagenregeling, IT-infrastructuur, financieel beheer en personeelsbeleid. Zo kunnen wij ons concentreren op de verdediging van onze beroepsbelangen. Uiteindelijk vertegenwoordigen wij ongeveer een derde van de leden van Embuild. En wij doen dit met een team van slechts 5 medewerkers.”

Input voor technisch bouwonderzoek

Lawrence Steen beklemtoont het belang van Embuild Connect voor Buildwise: “In de technische comités van Buildwise duiden wij de aannemers aan. Zij voeden in die comités het debat, wijzen op de voorliggende problemen en vragen dan aan de Buildwise-experten om die verder te onderzoeken. Zo kregen verschillende van onze leden recentelijk te maken met problematische isolatiematerialen: het ging concreet over het verschuiven

van de dakopstand door het isolatiemateriaal van het dak. Het was een probleem dat de volledige cluster aanbelangde. Op onze vraag heeft Buildwise hier een grondig onderzoek aan gewijd.

Aannemers moeten kwaliteit kunnen blijven garanderen. Met de huidige snelle evolutie van de materialen is dit een belangrijke uitdaging geworden. Aannemers moeten die materialen met vertrouwen kunnen verwerken. Wij beklemtonen dan altijd dat producten over een ATG-keuring moeten beschikken. Maar tegelijk zien wij erop toe dat de plaatsingsrichtlijnen bij zo’n keuring niet te uitvoerig worden en voor de aannemer behapbaar blijven.”

En Dirk voegt hieraan toe dat leden van de technische comités ook vaker bereid zijn om aan onderzoeksprojecten mee te werken. Deze eigen input van bedrijven is belangrijk voor de subsidieerbaarheid van projecten. “Embuild Connect heeft steeds goede contacten gehad met de animatoren van de technische comités. Daaruit zijn continu gedegen richtlijnen voor afwerkingsdetails voortgevloeid, onder meer voor het dak.”

Sterker communiceren

Voor de toekomst wil Lawrence Steen communicatief nog sterker naar buiten treden naar de leden en naar jongeren. Dat zal gebeuren via de eigen website maar ook meer en meer via sociale media, zoals LinkedIn, Facebook, Instagram en zelfs TikTok (dat nu al werd gebruikt voor het evenement Krak van het Dak), maar verder via de diverse magazines van de cluster. De bestuurders hebben intussen laten weten dat zij die magazines blijvend willen laten drukken. Lawrence: “Verder wil ik blijven werken aan de verbetering van het imago van de sector via initiatieven zoals de Vlaamse Houtproef en Krak van het Dak. Intussen heb ik een mandaat vanuit Embuild bij Constructiv. Via dat kanaal wil ik met Constructiv dezelfde goede contacten opbouwen als wij momenteel met Buildwise onderhouden. En zoals ik met Embuild Connect meer jongeren bij hun beroepskeuze wil beïnvloeden, wil ik ook onze eigen bestuursorganen uitbreiden en verjongen.”

Word exposant op Dag van de Afwerking

Vrijdag 16 oktober 2026

Brussels Gate

● Het netwerkmoment voor duizenden professionals uit de sector: (voor schrijnwerkers, parketplaatsers, schilders, stukadoors, glazeniers en vloerders.)

● De kans om innovaties en nieuwe producten aan vaklui te tonen

● De sterkste manier om leads face-to-face te genereren

● Nieuwe formule: in combinatie Belgian Roof Day, dus veel volk www.dagvandeafwerking.be

RESERVEER JE STAND BIJ STEVE

“Het

Opzoekingscentrum voor de Wegenbouw draagt bij tot een innovatieve, dynamische en gezonde sector”

Sedert een aantal maanden beschikt het OCW (Opzoekingscentrum voor de Wegenbouw) over een nieuwe algemeen directeur: Eva Van den Bossche. Embuild Magazine heeft van de gelegenheid gebruik gemaakt om met haar kennis te maken en om de taken van deze organisatie te verduidelijken.

Mevrouw Van den Bossche, kan u ons eerst uitleggen wat het OCW is en welke rol het in de bouwsector vervult?

Het OCW werd opgericht in 1952 door en voor de wegenbouwaannemers. Op basis van de wet De Groote konden industrietakken een kennis -en onderzoekinstelling creëren dat ze zelf financierden. Zo werd het OCW opgericht, met als ressorterende leden de aannemers die werken uitvoerden voor de bouw en het onderhoud van het wegenpatrimonium.

Onze scope is niet alleen de wegen, maar ook de voet- en fietspaden, de kunstwerken, …, alles wat samenhangt met de weg dus. Ook de verhardingen van de luchthavens behoren tot onze expertise.

Omdat het wegpatrimonium voor het overgrote deel beheerd wordt door openbare besturen (gewesten, lokale besturen, intercommunales, …), zijn ook de wegbeheerders leden van OCW. Wij staan dus vooral ten dienste van de wegenbouwaannemers en de wegbeheerders. Maar uiteraard werken wij ook samen met andere kenniscentra, universiteiten, OCCN, Buildwise, …

Onze dienstverlening is vooral op onze leden gericht maar studiebureaus, certificatie-instellingen, producenten … kunnen ook op onze diensten een beroep doen. We brengen alle spelers in de Belgische wegensector samen om oplossingen te vinden voor actuele thema’s en maatschappelijke uitdagingen. Bij de ontwikkeling van onze diensten streven wij naar pragmatische en realistische aanbevelingen voor iedereen over de volledige levenscyclus van weginfrastructuur.

Welk parcours hebt u voorheen afgelegd en waarom bent bij OCW gaan werken?

Na een 8-tal jaar in de privé gewerkt te heb-

ben, stapte ik in 2007 over naar het Agentschap Wegen en Verkeer (AWV) als projectleider verantwoordelijk voor een deel van Vlaams-Brabant. Dat was voor mij de kennismaking met de wonderwereld van de infrastructuur. In 2010 trad ik bij AWV toe tot de directieraad (als eerste vrouw ooit) en leidde ik eerst een expertiseafdeling en vanaf 2015 de afdeling Wegen en Verkeer Antwerpen. Ik leidde daar een sterk team en we werkten aan mooie, nuttige en grote projecten. Maar toch had ik na 17 jaar bij AWV zin in een nieuwe uitdaging. En die vond ik bij OCW.

U wil een nieuw elan geven aan het OCW, een toch nog tamelijk onbekende actor in de bouw. Waarom en vooral hoe daar verandering in brengen?

Toen bekend werd dat ik AWV zou verlaten om het OCW te leiden, merkte ik dat het OCW een wat ‘stoffig’ imago had. Er was duidelijk erkenning voor de kennis en expertise binnen OCW maar OCW kwam er te weinig mee naar buiten.

Daarom startte ik samen met mijn Technical Director, Alain Leuridan, een ronde van onze belangrijkste leden om te luisteren naar hun noden en verwachtingen. Het was snel duidelijk dat we sterk moesten inzetten op informeren en communiceren. Luisteren naar onze leden en hen ook vertellen waar we mee bezig zijn. Oude gewoontes durven veranderen, want de sector verandert en wij moeten mee om relevant te blijven.

De roep naar de wintercursus was groot en ik ben dan ook blij dat we die de afgelopen winter opnieuw georganiseerd hebben hier bij ons in Sterrebeek. Maar we organiseren nu ook opleidingen in samenwerking met Embuild in verschillende provinciale afdelingen om zo dichter bij onze leden te staan. Ook onze website werd volledig vernieuwd.

"

Een van die belangrijke beslissingen was om de toekomstige positie van OCW veel meer klantgericht te maken."

U hebt een concreet plan voor 2026 en een meerjarenplan voor 2026-2030. Welke zijn uw ambities ?

Sinds mijn aanstelling als directeur-generaal hebben we ons managementteam volledig herschikt. Een nieuwe organisatiestructuur werd uitgewerkt en is in voege sinds begin 2025. In diezelfde dynamiek hebben we ook onze strategie voor de volgende vijf jaar volledig herbekeken. Met behulp van panelgesprekken hebben we onze leden en stakeholders bevraagd. Daar hebben we zeer interessante feedback uit gehaald die mee ons strategisch plan heeft vorm gegeven.

Een van die belangrijke beslissingen was om de toekomstige positie van OCW veel meer klantgericht te maken. Onze missie, visie en ambitie werden opnieuw geformuleerd om beter aan te sluiten bij de behoeften van de sector en onze leden. Verder hebben we bij deze strategische oefening onze strategische pijlers en doelstellingen en onze waarden vastgelegd.

Ons plan is zeer ambitieus, dat weten we, maar het is essentieel dat onze organisatie een antwoord biedt aan de uitdagingen van vandaag en morgen. Als OCW willen we de kennisinstelling zijn waar de Belgische wegenbouwsector op kan rekenen voor technische opleiding, ondersteuning, onderzoek en onpartijdig, deskundig advies. We nemen de rol van wegwijzer op, durven risico’s benoemen en nemen onderbouwde standpunten in over bestaande en nieuwe vraagstukken.

De samenwerking met al de leden en de sector en een goede communicatie zullen essentieel zijn om dit plan te concretiseren. Hoe gaat u dit aanpakken?

Daar noemt u inderdaad de drie sleutelelementen voor het slagen van ons strategisch plan: een nauwe en continue samenwerking met onze leden, onze stakeholders et de andere actoren in de wegenbouwsector. Een communicatiestijl en nieuwe communicatiemiddelen moeten uitgewerkt en versterkt worden. En tenslotte een verandering van onze attitude: van een reactieve houding naar een proactieve.

Wij zien veel wegenwerken in ons land. Zij zijn cruciaal om onze infrastructuren up to date te houden.

Meerdere factoren spelen een rol als je naar de staat van ons wegennet kijkt. Een groot deel van het Belgisch wegennet dateert van de naoorlogse periode. De Belgische autosnelwegen met al hun kunstwerken werden gebouwd in de

jaren 60 en 70. Het is dus helemaal normaal dat ze een grote renovatie nodig hebben. Bovendien is het wegverkeer veel intensiever geworden de laatste 20 jaar. Ook de transportmiddelen zijn sterk geëvolueerd in die periode, denk bijvoorbeeld aan de elektrische voertuigen die zwaarder zijn en dus een grotere impact hebben op ons wegennet.

Welke zijn de nieuwigheden op het vlak van klimaatadaptatie, innovatie, digitalisering …?

Een van de uitdagingen waar onze weginfrastructuur voor staat met de klimaatverandering, is zeker het probleem van water. We zien ons meer en meer geconfronteerd met overstromingen en waterbommen, ook onze weginfrastructuur moet zich daaraan aanpassen. Samen met onze partners helpen we mee zoeken naar een goed evenwicht tussen captatie en buffering, infiltratie en afvoer van hemelwater. En voor de uitvoering en het onderhoud ervan zoeken we praktische en geschikte oplossingen die de beheerders kunnen toepassen.

OCW heeft al meerdere digitale tools ontwikkeld in het verleden die de aannemers en wegbeheerders helpen bij het ontwerp of de uitvoering van weginfrastructuur. Maar het is duidelijk dat we hier nu veel meer op inzetten. Nieuwe technologieën en AI geven ons nu nog meer mogelijkheden om tools te ontwikkelen die onmiddellijk en praktisch inzetbaar zijn. We investeren zelf ook in dergelijke systemen en kunnen ook tussenpersoon spelen bij de ontwikkeling ervan door derden doordat we de sector en alle spelers goed kennen.

Ziet u een sterke vraag naar opleidingen over deze onderwerpen? Wat stelt u voor?

Ons opleidingsprogramma van de Belgian Road Academy (BRAc) met 120 opleidingen komt hier al grotendeels aan tegemoet. Maar het is duidelijk dat we dit aanbod nog moeten versterken en uitbreiden voor die nieuwe thema’s. We werken aan opleidingsformats die toegankelijk en praktisch zijn en vooral die beantwoorden aan de behoeften van de actoren in de wegenbouwsector. Het gebruik van AI zal ons hierbij zeker helpen.

Een laatste woord tot besluit.

Wij bij OCW dragen bij aan een innovatieve, dynamische en gezonde wegensector.

In een veranderende wereld streven wij samen met de Belgische wegensector naar infrastructuur die voldoet aan de verwachtingen van alle gebruikers.

Binnenisolatie van gevels: waarom een grondig

vooronderzoek cruciaal is

De binnenisolatie van bestaande gevels is een slimme zet voor energiezuinigheid en comfort. Maar bij een onzorgvuldige aanpak kan deze ingreep later voor vochtproblemen of schade zorgen. Een correct uitgevoerd vooronderzoek brengt in kaart of de gevel geschikt is, dan wel of er bijkomende maatregelen vereist zijn.

Afb 1. Hoeveelheid slagregen op een gevel in functie van de oriëntatie.

Vooronderzoek: cruciaal voor een duurzame binnenisolatie

Binnenisolatie brengt specifieke risico’s met zich mee. Het toevoegen van isolatie aan de binnenzijde zorgt er immers voor dat de bestaande muur voor het grootste deel van het jaar kouder zal worden en minder gemakkelijk kan drogen dan voordien. Als het gebouw dus al vochtproblemen heeft (bv. opstijgend grondvocht, insijpelend water via een lekkende dakgoot of infiltraties door de gevel), dan

kunnen die erger worden. Deze bestaande problemen moeten daarom steeds op voorhand opgelost worden.

Er bestaan bovendien situaties waarin nieuwe problemen zouden kunnen ontstaan. Neem bijvoorbeeld houten vloerbalken die tot in de gevel doorlopen. Vóór het isoleren bevonden deze zich wellicht in een droog deel van de gevel. Door de tragere uitdroging kan dat deel nu vochtiger worden, waardoor de balken zouden kunnen gaan rotten.

Blootstelling aan regen: een bepalende factor

De hoeveelheid regen hangt vooral af van de oriëntatie van de gevel (zie afbeelding 1). Bepaalde geveltypes (bv. betonnen gevels of spouwmuren) of buitenafwerkingen (bv. bepleisteringen) kunnen de gevel beschermen tegen regen. Gevels die sterk aan slagregen blootgesteld zijn, moeten extra aandacht krijgen tijdens het vooronderzoek. De belangrijkste te controleren zaken en de maatregelen die getroffen moeten worden, zijn opgenomen in tabel A.

Tabel A : Te controleren elementen voor het vooronderzoek en aanbevolen maatregelen.

Samenvatting van een artikel, verschenen op de pagina’s 24-25 van het Buildwise Magazine 2025/05 (september-oktober). Enkel het originele Buildwise-artikel geldt als referentie.

Nieuwe TV over binnenisolatie

De nieuwe Technische Voorlichting van Buildwise (TV 300) gaat over de binnenisolatie van bestaande gevels uit baksteen en beton met een maximale hoogte van 25 meter. Deze techniek verbetert niet alleen de energie-efficiëntie van de gebouwen, maar ook het thermische en akoestische comfort van de bewoners.

Hoewel de buitenisolatie van gevels doorgaans de voorkeur geniet, kan een binnenisolatie volgens de TV 300 een interessante optie vormen voor gebouwen waarvan het uitzicht van de gevel niet kan of mag gewijzigd worden. Deze manier van werken verbetert het thermische comfort in de winter, maar vermindert de thermische inertie van het gebouw.

Vooronderzoek

Vooraleer men overgaat tot het isoleren van een gevel langs de binnenzijde moet men nagaan of deze schade vertoont en dient men de oorzaak hiervan te achterhalen (opstijgend vocht). Men dient ook de blootstelling aan slagregen te bepalen, de vorstbestendigheid van het metselwerk te controleren, de aanwezigheid van dampremmende materialen in de gevel op te sporen (bv. buitenverven) en na te gaan of er houten of metalen elementen ingewerkt zijn in de gevel (bv. vloerbalken of lateien). Na het aanbrengen van een binnenisolatie kan het risico op een degradatie van deze materialen (bv. door houtrot of corrosie) immers toenemen.

Types binnenisolatiesystemen

In functie van de bevestigingswijze wordt er in de TV 300 een onderscheid gemaakt tussen:

● systemen met een bijkomende draagstructuur, waarbij de isolatie zich tussen een houten of metalen stijl- en regelwerk bevindt en de luchtdichtheid verzekerd wordt door een membraan of plaatmateriaal ● systemen zonder draagstructuur, waarbij

de isolatie tegen de muur bevestigd wordt met behulp van een hechtingsmiddel en/ of mechanische bevestigingen en de luchtdichtheid tot stand gebracht wordt door de binnenafwerking.

Op hygrothermisch vlak maakt de TV een onderscheid tussen:

● dampremmende systemen, waarbij de dampdiffusie doorheen de gevel beperkt wordt

● dampopen hygroscopische systemen, waarbij het damptransport niet verhinderd wordt en het vocht tijdelijk opgenomen wordt dankzij de hygroscopische eigenschappen van de isolatie.

Welk systeem kiezen?

Bij de keuze van een binnenisolatiesysteem komen verschillende criteria kijken. In de TV 300 wordt de aandacht toegespitst op de technische criteria zoals de staat van de ondergrond, de draagkracht van het isolatiesysteem, de beschikbare plaats en het respect voor het milieu. Wat dit laatste punt betreft: zelfs als er rekening gehouden wordt met de impact van de productie en het transport van de materialen, zorgt een binnenisolatie voor een aanzienlijke vermindering van de milieu-impact van de gebouwen door het warmteverlies doorheen de gevels te beperken. In de TV 300 wordt er ook gekeken naar biogebaseerde materialen, afkomstig uit gerecycleerde materialen of bijproducten uit de landbouw. Zo wordt benadrukt dat 'biogebaseerd' niet noodzakelijk synoniem is met een lage impact over de totale levenscyclus van het gebouw. Afb. 1 Na-isolatietechnieken voor gevels.

Hygrothermisch ontwerp

Systeem zonder draagstructuur, waarbij de isolerende blokken op basis van extra licht cellenbeton tegen de muur verlijmd worden. (Foto : © Xella)

Het hygrothermische ontwerp heeft als oogmerk om de eigenschappen vast te leggen waaraan de componenten van het isolatiesysteem moeten voldoen teneinde de gewenste thermische prestaties te behalen, zonder risico op schade (bv. condensatie). Het desbetreffende hoofdstuk van de TV gaat dieper in op de bepaling van de vereiste isolatiedikte, de bepaling van de slagregenbelasting (verwaarloosbaar, laag, hoog), de bepaling van de binnenklimaatklasse en het hygrothermische ontwerp op basis van de drie voormelde factoren.

De TV 300 bevat ook een aantal dimensione-

ringstabellen voor de verschillende binnenisolatiesystemen.

Bouwdetails

De bouwdetails hebben een sterke invloed op de thermische prestaties van een binnenisolatiesysteem. Een slecht ontwerp kan leiden tot een daling van de oppervlaktetemperatuur, wat gepaard kan gaan met het optreden van condensatie of de ontwikkeling van schimmels. De behandeling van de bouwdetails kan soms echter een aantal moeilijkheden met zich meebrengen (bijkomende werkzaamheden, beperkingen op het vlak van ruimte). Daarom stelt de TV 300 een pragmatische benadering voor, meer bepaald de behandeling van bepaalde details op een minder optimale, maar in de praktijk haalbare manier. Deze benadering is doeltreffender dan een totaal gebrek aan isolatie.

Controle en onderhoud

De controle van de uitvoering is uiterst belangrijk: luchtdichtheid, gebreken in de isolatie (bv. verzakkingen), thermische prestaties ... Tot slot moeten de bewoners het binnenisolatiesysteem ook goed onderhouden. Hiertoe dienen ze het binnenklimaat te beheersen, de luchtdichtheid te garanderen, de karakteristieken van het isolatiesysteem in aanmerking te nemen en over te gaan tot een regelmatige controle van het gebouw.

Voorgevel van Brussels Justitiepaleis hersteld in vroegere grandeur

Het Justitiepaleis te Brussel werd opgetrokken tussen 1866 en 1883 maar staat al ongeveer 40 jaar in de stellingen. De restauratie van dit kolossaal gebouw (groter nog dan de Sint-Pietersbasiliek in Vaticaanstad) vormt dan ook een enorme opdracht. Maar nu is het menens om het gebouw in zijn vroegere grandeur te herstellen en het tegelijk aan de moderne eisen van justitie aan te passen. Eind 2023 ging de eerste restauratiefase van start en zou tegen de zomervakantie van 2026 moeten zijn afgerond. Die restauratie wordt uitgevoerd door de TM Artes Woudenberg-Artes Roegiers.

Jan De Moor, algemeen directeur van Artes Woudenberg, situeert eerst zijn bedrijf: “De firma Woudenberg is ontstaan als een Belgische vestiging van het Nederlandse bedrijf Koninklijke Woudenberg maar heeft zich nadien verzelfstandigd om dan vanaf 2011 deel uit te maken van Artes Group.

De toenmalige zaakvoerder, Michel Vancompernolle, heeft na de overname door Artes, me tijdens een inloopperiode klaargestoomd om de firma te leiden en verder uit te bouwen, nadat ikzelf de passie en het vak van restaureren had meegekregen bij de firma Denys die ook nu nog actief is in de restauratie van beschermde gebouwen. Artes Woudenberg was toen nog een kmo die vooral in West-Vlaanderen actief was. Wij zijn intussen uitgegroeid tot een belangrijke speler in de restauratiesector, tellen een 100-tal arbeiders en een 40-tal bedienden en restaureren vooral in Vlaanderen én in Brussel.”

Veelzijdige restauratieopdracht

De eerste fase van de restauratie van het Justitiepaleis – de restauratie van de voorgevel aan het Poelaertplein – werd voor 26,2 miljoen euro (zonder btw) aan Artes Woudenberg gegund. Artes Woudenberg gaat daarbij vooral de gevels in natuursteen reinigen, de voegen herstellen, alsook de stabiliteit in de 3 grote portieken van de voorgevel terug-

Reeds herstelde fase van de voorgevel
" Na zovele jaren achterstallig onderhoud moeten nu uiteindelijk zo’n 10.000 stenen worden vervangen. "
Zicht op het peristylium

brengen. Er wordt maximaal behoud van de bestaande materialen vooropgesteld. Toch is het noodzakelijk gebleken alleen al voor de voorgevel ongeveer 500 m³ natuursteen te vervangen.

Daarnaast moet Artes Woudenberg het bestaande schrijnwerk restaureren, met integratie van moderne securitycomponenten en nieuwe isolerende beglazing. Artes Woudenberg restaureert ook de dakstructuur en de zinken daken boven de peristylia, alsook de meer dan 10.000 m2 gedecoreerde pleisterwerkplafonds en -wanden van deze peristylia. Ook de vloeren en trappen in natuursteen ondergaan een zorgvuldige restauratie. Ondertussen heeft Artes Woudenberg eveneens de stelling rondom de immense koepel van het gebouw hersteld, die de firma Artes destijds nog heeft gebouwd, meer dan 40 jaar terug, wat meteen ook de weg vrijmaakt voor de volgende restauratiefasen. Tot slot zal Artes Woudenberg de erekoer voor het Justitiepaleis heraanleggen met nieuw hekwerk naar historisch model eromheen. Deze opsomming maakt alvast duidelijk welke veelzijdige taken deze eerste restauratiefase omvat.

10.000 stenen vervangen

Aan deze restauratie zijn een aantal bijzondere uitdagingen verbonden. Jan De Moor: “In het verleden werden geregeld her en der herstellingen uitgevoerd maar de restauratie ten gronde bleef 40 jaar achterwege. Na zovele jaren achterstallig onderhoud moeten nu uiteindelijk zo’n 10.000 stenen worden vervangen. Het gebouw is opgetrokken uit blauwe steen (uit België) en witte steen (meer bepaald uit zeven verschillende steensoorten uit Frankrijk). Voor hun vervanging gebruiken wij stenen die wij uit de originele steengroeves moeten gaan halen.

Een tweede uitdaging is dat de voorgevel van het Justitiepaleis, zoals destijds een Griekse tempel, uit een hecht raamwerk van zeer grote blokken bestaat. Maar bij de restauratie gaan wij ze niet opnieuw stapelen. Wij moeten de stenen die wij moeten vervangen, er zorgvuldig uithalen, de nieuwe er dan opnieuw inschuiven en tegelijk het evenwicht van het geheel in stand houden. Dat vergt de inschakeling van bijzondere schoringstechnieken. Het grootste probleem is niet de stabiliteit na de werken maar wel de stabiliteit te kunnen garanderen tijdens de werken.

Een derde uitdaging was van logistieke aard. De aanvoer van de vele leveringen, zoals van natuursteen en andere bouwmaterialen, het afvalbeheer en het verticaal en horizontaal transport op de stellingen is zeer complex en intensief en wordt steeds onderschat in de aanbestedingsfase. Ook het managen van een 150-tal vakmensen, allen met een specifieke taak en plaats op de immense gevel, is een grote uitdaging gebleken.”

Arbeidsintensief proces

Vaak wordt geklaagd over de hoge kost van restauratiewerken maar Jan De Moor weerlegt die: “Voor de uitvoering van deze werken moeten wij bijna drie jaar lang zo’n 150 arbeiders inschakelen. Restauratie blijft een arbeidsintensief proces. Het is niet mogelijk vereenvoudigingen of standaardisaties door te voeren zoals je bij een nieuwbouw soms wel kan.

Stenen verwijderen moet volledig manueel gebeuren met hamer en beitel. Het kan niet pneumatisch omwille van het risico van barsten in de aanliggende stenen. En een restauratie stoot ook vaak op onverwachte tegenvallers. Zo bleken de zeer sterk uitstekende frontons zo sterk beschadigd door de waterinslag dat zij volledig moesten worden geschoord, verankerd en heropgebouwd. Vooral in die zones was er enorm veel vervanging van natuursteen.”

Robotisering en digitalisering

Toch doet Artes Woudenberg voor de restauratie van het Justitiepaleis tegelijk een

beroep op de modernste bouwtechnieken, voor de aanmaak van nieuwe stenen bijvoorbeeld op hun robot Roberto. De programmatie daarvoor verloopt nu veel sneller dan voorheen. Maar dan nog vergt de finale afwerking nog altijd handenarbeid van een ervaren steenkapper.

Daarnaast heeft Artes Woudenberg gebruik gemaakt van BIM op een schaal die nooit eerder voor een restauratiewerk werd toegepast. Artes Group heeft daarvoor in 2024 de Belgian BIM Award gewonnen. Artes Woudenberg kon voor deze toepassing een beroep doen op de BIM-cel van Artes Roegiers.

Jan De Moor: “De ontwerper had de voorgevel laten inscannen. Op basis hiervan hebben wij zelf een ‘digital twin’ gemaakt. De voorgevel is dus volledig gedigitaliseerd. Per steen bestaat in BIM een volledig schade- en herstelbeeld. En deze informatie zal de opdrachtgever in de toekomst kunnen blijven raadplegen. Ook voor de kwaliteitscontrole en opvolging (via Aproplan) hebben wij gebruik gemaakt van de knowhow van de Artes group.

Maar restaureren blijft vaak improviseren. Alhoewel deze restauratie geen Design & Build-opdracht betrof, is het om efficiëntieredenen wel belangrijk dat wij beslissingen rond schoring en vervanging telkens kunnen uitvoeren in bouwteam, in nauwe samenwerking met opdrachtgever en ontwerper.”

" Het managen van een 150-tal vakmensen, allen met een specifieke taak en plaats op de immense gevel, is een grote uitdaging gebleken."

UW MAATSCHAPPELIJK

ENGAGEMENT LOONT

Doe jij aan maatschappelijk verantwoord ondernemen? De Embuild Foundation Awards erkennen de maatschappelijke betrokkenheid van bouwbedrijven die samenwerken met externe partners die actief zijn op maatschappelijk gebied.

Schrijf je in op embuildfoundation.be

PROMO VAN DE MAAND APRIL 2026

Pollyboot Polly Pro bouwlaars

Werk in alle omstandigheden met de juiste bescherming aan uw voeten. Ontdek de Pollyboot Polly Pro bouwlaars, speciaal ontworpen voor professionals die veiligheid, comfort en duurzaamheid centraal stellen!

• PU-kwaliteit: tot 40% lichter dan PVC of rubber

• Hoog draagcomfort, zelfs bij langdurig gebruik

• Lange levensduur en slijtvast

• Blijft soepel bij koude temperaturen

• Stalen tussenzool en neus voor optimale bescherming

• Voldoet aan norm EN ISO 20345 S5

Kleur: zwart

Maten: 36 t.e.m. 49

Speciale verkoopprijs enkel voor de maand april 2026

Ledenprijs: € 45,00 excl. btw

Niet-ledenprijs: € 52,00 excl. btw

Deze bouwlaars kan besteld worden via de website www.embuild.be, e-shop, categorie veiligheid of door een mail te sturen naar bestellingen@embuild.be

Bouw loonpakketten met Edenred

Embuild & Edenred, een solide partnerschap! Jouw kortingen als lid:

Edenred Maaltijd Promocode TR2601CST39 -35%*

Edenred Eco Promocode EC2601CSTR93 -35%*

Edenred Geschenk Promocode TC2601CSTR67 -20%*

Informatie en bestellingen op edenred.be Vragen? federations-BE@edenred.com

* Korting berekend op de basisprestatievergoeding.

Embuild Magazine is het maandblad van de vzw Embuild, Kunstlaan 20, 1000 Brussel

Verantwoordelijke uitgever: Filip Coveliers, Kunstlaan 20, 1000 Brussel Afgiftekantoor: Gent X

Redactie: Gerrit De Goignies. marc.gueret@embuild.be tel. 02 545 57 31

Vormgeving: nikka.cuypers@embuild.be abder-razzaaq.boujdaini@embuild.be

Druk: Graphius

Reacties - vragen: communicatie@embuild.be

Met de medewerking van: de studiedienst van Embuild tel. 02 545 56 36 officeteam@embuild.be

• Embuild Vlaanderen johan.walewijns@embuild.be tel. 02 545 57 49

• Embuild.Brussels morgane.cendoya@embuild.be tel. 02 545 58 29

• Embuild Wallonie justine.danis@embuild.be tel. 02 545 58 29

Edenred Sport & Cultuur Promocode SC2601CSTR94 -20%*

Abonnementen: charlotte.joppart@embuild.be tel. 02 545 57 21

Reclame: steve.caufriez@embuild.be tel. 0486 587 191

Prijs jaarabonnement

Leden van Embuild: begrepen in het lidgeld

Niet-leden: € 137,80 (incl. BTW en portkosten) / buitenland: € 300 (incl. btw en portkosten)

Lid van de Unie van de Uitgevers van de Periodieke Pers

eSafe wordt ONZO en lanceert voor het eerst tuin- en toegangspoorten

De poorten van ONZO (zustermerk van Renson) – voorheen eSafe – combineren een minimalistisch design met intelligente functionaliteit in een modulair en gepatenteerd concept. Ze worden vervaardigd uit hoogwaardig aluminium en getuigen tot in elk detail van duurzaam vakmanschap. Omdat het volledige traject, van productie tot afwerking, in eigen beheer gebeurt, garandeert ONZO een verfijnd visueel resultaat met naadloos geïntegreerde technologie. Leon Renson, zaakvoerder van ONZO, licht toe: “De introductie van onze poorten past binnen onze ambitie om een groter verhaal te schrijven vanuit onze visie: function made beautiful.” De lancering van dit nieuwe gamma onderstreept de focus op harmonie rond de woning. Het is een belangrijke stap in de missie van ONZO om zowel esthetische als functionele oplossingen aan te bieden, samengebracht in een coherente en harmonieuze buitenomgeving.

INFO: www.onzo.world

De

Passaqua

De Demo Days vinden plaats op 4, 5 en 6 september in Boussu

Zet het nu al in je agenda! De 4e editie van de Demo Days vindt plaats op 4, 5 en 6 september 2026 op de Terril SaintAntoine in Boussu (provincie Henegouwen). Ter herinnering: het gaat om een tweejaarlijks evenement, georganiseerd door het team achter Matexpo, dat volledig in het teken staat van demonstraties en tests van machines in werking en rijdende staat.

Demo Days richt zich specifiek tot professionele gebruikers van machines uit verschillende sectoren: machinisten, operatoren, werkplaatsverantwoordelijken, aankopers, technisch directeurs en overheidsdiensten. Je ontdekt er de nieuwste machines, technieken en uitrustingen uit de bouwsector: zware machines voor wegenbouw en burgerlijke bouwkunde, werfvoertuigen, vrachtwagens, kippers, accessoires en andere apparatuur.Er worden doorlopend demonstraties en tests georganiseerd met meer dan 100 werfmachines.

Kleine tip: zorg voor aangepaste uitrusting, zoals laarzen of veiligheidsschoenen! Het terrein is zeer uitgestrekt en heeft geen afgepijlde wandelpaden. Het bezoekersparcours is bijna 3 km lang en bevat hellingen op rotsachtige ondergrond tot 20%.

Schrijf je online in en je ticket is gratis en drie dagen geldig. Koop je je ticket ter plaatse zonder code, dan betaal je 25 euro.

INFO: www.demodays2026.be

kleiklinker van Wienerberger: getest en goedgekeurd

Na een geslaagde test bevestigt Wienerberger de duurzame prestaties van zijn waterpasserende kleiklinker. De resultaten tonen aan dat de Passaqua ook na tien jaar nog steeds voldoet aan de strenge normen inzake waterinfiltratie. Dat blijkt uit recente metingen die het Opzoekingscentrum voor de Wegenbouw (OCW) uitvoerde op de parkeerplaats van de Duurzame Wijk in Waregem. Het OCW testte de doorlatendheids-coëfficiënt op twee meetpunten van de parkeerplaats, waar de Passaqua klinkers in 2015 werden gelegd.

De Passaqua is een strengpers kleiklinker met geïntegreerde afstandshouders die bij plaatsing

automatisch voegen van 6 mm breed creëren. Het hemelwater kan via deze brede voegen naar de aangepaste fundering en vervolgens de ondergrond infiltreren. Het voegaandeel bedraagt meer dan 10% van de totale verharde oppervlakte, wat de minimale eis is om als waterdoorlatende verharding te worden beschouwd. Deze slimme oplossing biedt een drievoudige troef: duurzaamheid, esthetiek en ecologie. Dankzij de waterpasserende voegen vloeit het water snel weg, waardoor er minder kans is op de groei van algen, mossen of onkruid. Regenwater infiltreert ter plaatse in de bodem, de grondwatervoorraad blijft zo beter op peil en het overstromingsrisico wordt ingeperkt.

De Passaqua is verkrijgbaar in negen kleuren en twee hoogtes (60 en 80 mm) en dat zowel in ongetrommelde als getrommelde retro-uitvoering. Deze kleiklinker is geschikt voor tuinpaden, terrassen, opritten, parkeerplaatsen en openbare ruimtes.

INFO : www.wienerberger.be

Build Your Home helpt bouwers en verbouwers de vakman vinden die ze nodig hebben om hun droomhuis te realiseren.

Vul je gegevens op Build Your Home aan, zodat (ver)bouwers je bedrijf vinden en zien wat jij in je mars hebt. Pak uit met je mooiste realisaties en overtuig de klant van je vakmanschap. Het kost je maar enkele minuten en is helemaal gratis bovendien!

Een volledig profiel betekent:

 Meer zichtbaarheid

 Meer vertrouwen bij klanten

 Meer kans op nieuwe opdrachten

 Gratis reclame voor je bedrijf

Valérie Beaumont is de nieuwe CEO van Prométhéa

Prométhéa, de vzw die zich inzet voor de ontwikkeling van mecenaat door bedrijven in de sector van cultuur en erfgoed, kondigt de benoeming aan van Valérie Beaumont als nieuwe CEO. Beaumont behaalde een masterdiploma in Toegepaste Economische Wetenschappen (UAntwerpen), is drietalig en kan terugvallen op een ruime ervaring op het snijpunt van de private sector, de culturele wereld en het verenigingsleven. Met die expertise wil ze een duidelijke ambitie waarmaken: het netwerk van mecenas-bedrijven uitbreiden en hen sterker mobiliseren rond culturele projecten met een grote maatschappelijke impact. Daarbij kan ze bouwen op het bestaande part-

nerschap tussen Prométhéa en de overheden (Federatie Wallonië-Brussel, Brussels Hoofdstedelijk Gewest, COCOF en het Waals Gewest). Deze publiek-private samenwerking geldt als model om het netwerk van mecenas-bedrijven voor cultuur en erfgoed verder uit te bouwen. In datzelfde kader opent ook het sterke partnerschap tussen de Nationale Loterij en Prométhéa nieuwe perspectieven, onder meer richting Vlaanderen. “Cultuur is geen luxe”, zegt Valérie Beaumont. “Ze is een essentiële hefboom voor samenhang, creativiteit en innovatie en versterkt de veerkracht van bedrijven. Mijn ambitie is om die overtuiging om te zetten in concrete acties door duurzame

bruggen te bouwen tussen de economische wereld en de culturele sector.”

Francis Carnoy, algemeen adviseur bij Embuild en vertegenwoordiger van onze federatie binnen Prométhéa, is verheugd over deze benoeming. Volgens hem zal ze Prométhéa in staat stellen

het mecenaat door bedrijven in België verder uit te breiden, alle betrokken actoren te verenigen rond betekenisvolle projecten en bestaande samenwerkingen te versterken, waarvan vele worden ondersteund door ondernemingen en organisaties uit de bouwsector.

De nieuwe CMK-indexen voor 2026 zijn gepubliceerd. De CMK2003-index bedraagt nu 150,3 punten. Voor de oudere versies gelden de volgende waarden: 174,0 punten voor de CMK93-versie en 231,7 punten voor de CMK83-versie.

De CMK is een materieelbarema voor

bouwmachines en wordt gebruikt om de vergoeding van de materieelkosten te berekenen. Hiermee kunnen zowel de terbeschikkingstellingskosten van machines op de werf als de vergoeding voor stillegging worden berekend. De berekeningsmodaliteiten van de

CMK-vergoeding worden onder meer voor overheidsopdrachten vastgelegd via de CMKomzendbrieven.

Dit barema is verkrijgbaar via Embuild. Leden kunnen daarnaast een gratis Excelbestand verkrijgen voor de berekening van deze kosten.

150,3 punten

Fjord, ruw en ongerept

De Fjord collectie heeft een krachtige en karaktervolle look, met een sprekende diepte en textuur. De kracht van de natuur en de nieuwste innovatieve technologieën ontmoeten elkaar in deze collectie, meer speci ek in het proces van digitaal engoberen. Een dunne kleilaag (engobe) wordt digitaal op de gevelstenen aangebracht die zorgt voor een unieke uitstraling. Dankzij deze geavanceerde techniek wordt een afwerking gecreëerd die perfect de natuurlijke gelaagdheid en kleuren van een fjordlandschap nabootst. Deze gevelstenen worden aangeboden in 5 kleuren in het slankere Eco-brick formaat, een duurzame keuze voor zowel nieuwbouw als renovatie.

wienerberger.be/fjord

Slanke gevelsteen

Meer ruimte voor isolatie

Duurzame keuze

Vrijdag 16 oktober 2026

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook