Skip to main content

KNOV De Verloskundige2026#3

Page 1

2026 | 7E JAARGANG | NUMMER 3

De Verloskundige Een goed gesprek over de transitie in de geboortezorg ‘Blijf vragen stellen’ Achter de schermen bij NPO-serie De verloskundigen

Een nieuw vertrekpunt


Foliumzuur of actief folaat (5-MTHF)

WAAROM DE VORM ERTOE DOET Foliumzuur is een vast onderdeel van het advies bij kinderwens en zwangerschap, met als doel het tijdig opbouwen van een adequate folaatstatus. Een lage maternale folaatstatus is namelijk een risicofactor voor neuralebuisdefecten. Foliumzuur heeft hierin een bewezen rol, maar onderzoek laat zien dat ook de gekozen folaatvorm invloed heeft op de snelheid en mate waarin de folaatstatus wordt opgebouwd.

RBC-folaat (nmol/L)

5-MTHF is de biologisch actieve folaatvorm. Foliumzuur moet eerst via meerdere stappen worden omgezet voordat het in deze actieve vorm beschikbaar is. Klinische studies laten zien dat 5-MTHF bij een dagelijkse dosering van 400 microgram leidt tot een hogere folaatstatus dan foliumzuur. Een hogere folaatstatus hangt samen met een lager risico op neurale buisdefecten.

5-MTHF zorgt voor een hogere folaatstatus over tijd Bij de adviesdosering van 400 mcg per dag leidt 5-MTHF over tijd tot een hogere folaatstatus dan foliumzuur.

Een goede folaatstatus is idealiter al voor de conceptie opgebouwd, omdat de neurale buis zich in de eerste weken van de zwangerschap sluit.

Bij veel vrouwen verloopt de omzetting van foliumzuur naar 5-MTHF minder efficiënt, waardoor de folaatstatus gemiddeld lager blijft. 5-MTHF hoeft deze omzettingsstap niet te doorlopen en is direct beschikbaar als biologisch actieve folaatvorm.

5-MTHF Foliumzuur

1600 1400 1200 1000 WHO-richtwaarde 906 nmol/L

800

Geassocieerd met het laagste risico op neurale-buisdefecten.

600 400

Start

4

8

12

16

20

Meer weten over foliumzuur, folaat en 5-MTHF? Scan de QR-code en lees het volledige artikel.

24

Tijd (weken)

vitakruid.nl/folaat


Voorwoord

Hebben we efficiëntie verward met kwaliteit? In de supermarkt rekenen we af met de zelfscan, op een terras bestellen we via een app en organisaties leiden ons via keuzemenu’s en chatbots door processen. Wat ooit gold als vooruitgang en efficiëntie, kent inmiddels ook een keerzijde. Contact verloopt steeds vaker via schermen en systemen. Een spontaan gesprek is niet meer vanzelfsprekend en de eenzaamheid neemt toe. Ook in de zorg zien we deze ontwikkeling. Afspraken worden online gemaakt, uitslagen digitaal gedeeld en patiënten melden zich aan via een zuil. Natuurlijk bieden technologie en digitalisering veel voordelen. Maar wanneer efficiëntie het belangrijkste doel wordt, verdwijnt iets wezenlijks naar de achtergrond: de menselijke relatie. We hebben veel geoptimaliseerd, maar wat zijn we onderweg kwijtgeraakt?

Marieke Smith Bestuurder KNOV

Het is duidelijk dat binnen de geboortezorg de balans zoek is. Het denken vanuit enkel het biomedisch model en de industriële kijk op zorg leiden tot overmedicalisering, angst onder zwangeren en angst onder verloskundigen. Voor verloskundigen is dat geen nieuw inzicht. In het rapport van onderzoeksinstituut DRIFT staat wat wij verloskundigen altijd al wisten: de medicalisering van de afgelopen 20 jaar is niet gestoeld op onderbouwd beleid (pagina 7). Gelijktijdig groeit steeds breder het besef dat gezondheid meer is dan het voorkomen of behandelen van ziekte. Het gaat ook over vertrouwen, veerkracht, eigen regie en het vermogen van mensen om gezonde keuzes te maken. Dat vraagt om zorgverleners die mensen kennen, begrijpen en met hen optrekken. Verloskundige zorg is relationele zorg. Goede geboortezorg ontstaat in het contact tussen vrouwen en de verloskundige. Als we elkaar kennen, naar elkaar luisteren en samen beslissingen nemen. Dit is goed zichtbaar in de serie De verloskundigen. Een interview met onze collega’s die hierin te zien zijn, vind je vind je op pagina 62. De waarde van relationele zorg laat zich niet altijd eenvoudig vangen in spreadsheets, productiecijfers of prestatie-indicatoren. Maar die waarde is wel voelbaar. Voor zwangeren. Voor gezinnen. En voor zorgverleners zelf. Hierop inzetten vraagt bestuurlijke moed. Moed om bestaande systemen kritisch te bekijken. Moed om verder te kijken dan kortetermijnresultaten. En moed om relationele zorg als uitgangspunt te nemen bij de inrichting van de geboortezorg. Daarom zetten we ons als KNOV-bestuur dagelijks in voor een sterke beroepsgroep met een stevig onderbouwd kwaliteitsbeleid. Zo willen we de positie van de verloskundige als poortwachter, in zowel de eerste als de tweede lijn, weer vanzelfsprekend maken. Zodat vrouwen krijgen waar ze recht op hebben: relationele zorg die hen beschermt tegen onder- én overbehandeling.

De Verloskundige

3


Colofon Redactieraad Kristi Francken en Manon Abbel (KNOV), Yvette Hoogenboom en Mirjam Streefkerk (Vrhl Content en Creatie), Simone Valk Grafische vormgeving en druk Elma Media B.V. www.elma.nl Acquisitie Elma Media B.V. Silvèr Snoek: s.snoek@elma.nl 0226 - 33 16 00

7 Een nieuw vertrekpunt: over de transitie in de geboortezorg ‘We moeten de coalities veranderen’

Vormgeving, redactie en fotografie Vrhl Content en Creatie in opdracht van Elma Media B.V.

Inhoud

Aan dit nummer werkten mee: Myra Langenberg, Eline Wortman, Jan de Gier, Linda Nuis, Ine Kaaijk, Natascha van der Steen, Iris Kroon

43

Abonnementen, personalia en adreswijzigingen KNOV Postbus 2001 3500 GA Utrecht abonnementen@knov.nl

Blijf vragen stellen ‘Transitie gaat altijd gepaard met onzekerheid’

Abonnementsprijzen Abonnementsprijzen voor niet-leden van de KNOV (inclusief portokosten) voor 4 nummers per jaar: Nederland € 123 Binnen Europa € 153 Buiten Europa € 178 Privacy Op de verwerking van persoonsgegevens van abonnees is het privacy statement van Elma Media van toepassing. De Verloskundige is het ledenblad van de KNOV en verschijnt vier keer per jaar. ©2026 Koninklijke Nederlandse Organisatie van Verloskundigen Mercatorlaan 1200, 3528 BL Utrecht Oplage 5.000 ISSN 0348-1925

62 Achter de schermen bij NPO-serie De verloskundigen ‘De acht bevlogen collega’s blikken terug’

De 4 Verloskundige


TRANSITIE

7 Een nieuw vertrekpunt In gesprek met transitieonderzoekers Derk Loorbach en Sien Beckers

INNOVEREN

KNOV

18

35

13

‘Zelf de koers bepalen’

Klimaatverandering en verloskunde (Engelstalig)

Q&A Klachten en geschillen

Wetenschap

15

Interview met nieuwe KNOV-bestuurder Samie Zijlstra

20

50

Het geheugen van de verloskunde

Blijven leren

Onder collega’s

Scholing Het verloskundig kompas

Bijzondere momenten uit het werk en leven van vakgenoten

Over de Commissie Catharina Schrader

53

17

26

Wat vinden verloskundig zorgverleners van het 41-wekenbeleid?

Een nieuw digitaal landschap Knov.nl wordt vernieuwd

Wetenschap

25

Leren, ontmoeten en inspireren Een terugblik op het ICM-congres in Lissabon

60

43

Samen naar meer uniformiteit

Blijf vragen stellen

Het nieuwe Platform Protocollen

Interview met Bahareh Goodarzi en Jolanda Liebregts

49

72 Geslaagd! De nieuwe lichting verloskundigen

Media Luister KNOV - de podcast

40 Update KNOV Ontwikkeling richtlijnen en kwaliteitsdocumenten

Terugschakelen

69

Column Maike van Eijndthoven

Update

62 Op tv Achter de schermen bij NPO-serie De verloskundigen

Nieuws

71 Lid worden

De Verloskundige

5


Tekst Mirjam Streefkerk | Vrhl Content en Creatie Beeld De Beeldredacteur

‘Geen verdere optimalisatie, maar een nieuw vertrekpunt’ KNOV-bestuurder Marieke Smith in gesprek met transitieonderzoekers Sien Beckers en Derk Loorbach De geboortezorg is in transitie. Dat voelt ongemakkelijk, onzeker en soms ronduit chaotisch. Maar volgens transitieonderzoekers Sien Beckers en Derk Loorbach is die onrust ook een teken dat het bestaande systeem begint te kantelen en dat er ruimte is om de geboortezorg fundamenteel te verbeteren. KNOV-bestuurslid Marieke Smith gaat met de onderzoekers in gesprek: over de disbalans in de geboortezorg, de transitiepijn die daarbij hoort en wat er nodig is om verder te komen.

I

n opdracht van het Zorginstituut onderzocht het Rotterdamse onderzoeksinstituut DRIFT afgelopen jaar de staat van de Nederlandse geboortezorg. DRIFT-onderzoeker Sien Beckers analyseerde beleidsstukken, rapporten, evaluaties, position papers, opiniestukken en nieuwsartikelen en sprak met tal van mensen die betrokken zijn bij de geboortezorg. Zowel vernieuwers als meer behoudende stemmen. Ook faciliteerde DRIFT verschillende sessies waarin professionals uit de geboortezorg met elkaar in gesprek gingen over de analyse van de onderzoekers. ‘Wat mij in het onderzoek het meest verraste was de bereidheid van iedereen om met ons in gesprek te gaan’, vertelt Sien. ‘Over de hele linie voelen mensen dat de druk oploopt en dat het anders moet.’

‘Over de hele linie voelen mensen dat de druk oploopt en dat het anders moet’

Sien zit samen met DRIFT-directeur Derk Loorbach aan een picknicktafel op de campus van de Erasmus Universiteit Rotterdam, waar onderzoeksinstituut DRIFT is gevestigd. De twee gaan in gesprek met Marieke Smith, die de uitkomsten van het onderzoek volledig herkent: de geboortezorg is uit balans, doorgeschoten in medicalisering en risicobenadering. ‘Wij zijn blij dat we niet de enige roepende in de woestijn meer zijn’, zegt Marieke. ‘Toen we als bestuur net begonnen, klopten we overal aan met de vraag: zien jullie dan niet dat we steeds meer interventies doen, zonder dat de cijfers, over bijvoorbeeld mortaliteit en morbiditeit, verbeteren? Toch bleef het gaan over systeemoptimalisatie, en efficiëntere organisatie zoals inleidingen strakker plannen en kraamhotels. Terwijl wij denken: dat is precies de verkeerde kant op.’ Marieke is dan ook blij dat een externe, neutrale partij nu met de boodschap komt dat de geboortezorg te ver doorschiet in medicalisering, marktwerking en toenemende organisatiedruk. En bovendien ook taal geeft die de KNOV en verloskundigen kan helpen het gesprek over deze ontwikkeling beter te voeren.

De Verloskundige

7


‘Dit onderzoek haalt het gesprek los van de tegenstelling tussen beroepsgroepen. In die groef zijn we al te vaak beland. Het onderzoek laat zien dat de geboortezorg niet verder geoptimaliseerd moet worden, maar een nieuw vertrekpunt nodig heeft.’

Transitiedenken DRIFT, het Dutch Research Institute for Transitions, onderzoekt hoe maatschappelijke systemen veranderen wanneer de historisch gegroeide manieren van denken, doen en organiseren niet meer goed aansluiten bij de werkelijkheid. De KNOV had een paar jaar geleden ook al contact met het instituut. Derk werd toen uitgenodigd op het bureau om met medewerkers in gesprek te gaan over verandering. De nieuwe koers die het bestuur wilde varen zorgde destijds voor onrust. Het transitieperspectief gaf daar een goede verklaring voor, vertelt Marieke. ‘Veel mensen ervoeren die ontwikkeling als chaos. En toen zei Derk: dat klopt. Dat hoort bij een transitie. Je kunt niet met drie mensen in transitie zijn; het hele bureau moet mee en dat kan even chaotisch voelen en pijn doen. Die wetenschap gaf rust: je begrijpt beter waar je doorheen gaat en dat je daar niet omheen kunt.’ Terug naar de geboortezorg. Het DRIFT-onderzoek noemt de risico-regelparadox. Elke keer dat er iets misgaat, volgen er nieuwe protocollen en regels om herhaling te voorkomen. Het systeem wordt complexer, duurder en logger, tot het punt waarop dat enorm complexe systeem zelf een risico wordt. Derk: ‘In de afgelopen twintig tot vijfentwintig jaar is er een verschuiving geweest naar het benoemen van steeds kleinere risico’s. En als je die risico’s gaat benoemen, leg je de verantwoordelijkheid eigenlijk bij de moeder neer.’ Marieke: ‘En bij de verloskundige’. Derk: ‘Terwijl er vaak geen handelingsperspectief is.’

De 8 Verloskundige

KNOV-bestuurder Marieke Smith (midden) in gesprek met transitieonderzoekers Sien Beckers en Derk Loorbach.

Geen onderbouwing Het viel Derk in het onderzoek op dat de beweging richting een steeds biomedischer systeem vaak als vanzelfsprekend evidence-based wordt beschouwd. ‘Maar er is eigenlijk nergens een goede onderbouwing en kosten-batenanalyse van die ontwikkeling op systeemniveau te vinden.’ Derk verwijst naar het invloedrijke adviesrapport Een goed begin, van de door het ministerie ingestelde Stuurgroep Zwangerschap en geboorte, uit 2009. ‘Dat zorgde voor een enorme toename van interventies, kosten en overhead, maar na een aanvankelijke daling in de sterftecijfers liggen die inmiddels weer hoger dan toen. Los van waar je staat in de discussie moet je je dan afvragen: is de richting die we zijn ingeslagen nog wel de juiste?’ Marieke sluit zich aan bij die vraag. ‘Als wij ons verhaal doen krijgen wij vaak te horen, ja, maar jullie willen


In het onderzoek Staat van transitie geboortezorg zoomt DRIFT uit naar de oorsprong van de huidige geboortezorg: hoe is het huidige systeem ontstaan, welke (maatschappelijke) dynamieken liggen hieraan ten grondslag en hoe kan dit diepere begrip ons helpen om de toenemende druk en spanningen in de sector in een ander licht te zien? Het stuk is bedoeld om inzicht te bieden in de transitiedynamiek in de sector en om daarmee het gesprek aan te jagen over de richting, snelheid en vorm van de veranderingen die nodig zijn om samen betere en meer toekomstbestendige zorg te geven aan kinderen en ouders. Meer weten? Het rapport Staat van transitie geboortezorg kun je vinden op de website van het DRIFT. gewoon je praktijken houden. Kom maar met een goede onderbouwing. Maar andersom wordt diezelfde vraag veel minder gesteld: waarop baseren we eigenlijk dat meer ingrijpen tot betere zorg leidt?’ Er is zelfs toenemend bewijs dat overbodige interventies ook nevenschade kunnen hebben, voegt Sien toe. Als voorbeeld noemt ze een UMCG-onderzoek dat aantoont dat medische interventies tijdens een ongecompliceerde bevalling op de langere termijn gevolgen kunnen hebben voor de gezondheid van moeder en kind. Derk: ‘Wat wij met dit onderzoek proberen te doen, is de toon en de richting van het gesprek veranderen. Uiteindelijk wil je dat de regels van het spel worden aangepast, maar daarvoor heb je eerst een ander gesprek nodig.’ Dat gesprek moet volgens Sien en Derk niet beginnen bij de vraag welke bestaande afspraak, interventie of organisatievorm net iets slimmer

kan worden ingericht, maar bij een fundamentelere vraag: wat is goede geboortezorg? Vertrekt die vanuit zwangerschap en geboorte als natuurlijk proces, waarbij medische expertise beschikbaar is als dat nodig is? Of vanuit het biomedische model gebaseerd op diagnose en behandeling van risico’s? De KNOV en haar leden zetten zich in voor dat eerste. Zij zien dagelijks wat dat biomedische vertrekpunt doet met de praktijk. Met de manier waarop zwangere vrouwen worden geïnformeerd. Met de rust of onrust tijdens een baring. Met de ruimte die er is om af te wachten. En met de positie die verloskundigen innemen

De Verloskundige

9


‘Een transitie begint juist in de praktijk. Zoek bondgenoten, ook buiten de eigen beroepsgroep’ aan overlegtafels waar protocollen en regionale afspraken worden gemaakt. Sien: ‘Er zijn mensen die graag weer meer sociale elementen in de geboortezorg terugbrengen. Niet alleen verloskundigen, maar ook gynaecologen, cliënten en kraamverzorgers. Tegelijkertijd is er ook een groep die het huidige systeem verder wil optimaliseren en de oplopende druk binnen het huidige systeem met organisatorische aanpassingen probeert te bevechten.’

‘Vooruit naar vroeger’ In het gesprek gebruikt Derk de uitdrukking ‘vooruit naar vroeger’. Die wordt vaker gebruikt in het gesprek over transities. In de landbouw bijvoorbeeld, waar na decennia van schaalvergroting en intensivering opnieuw aandacht ontstaat voor lokale ketens, kringlopen en balans met de natuur. Niet omdat vroeger alles beter was, maar omdat waarden die in de loop van de tijd naar de achtergrond verdwenen, opnieuw richtinggevend kunnen worden. Het onderzoek adviseert dat de geboortezorg een vergelijkbare beweging inzet. ‘We moeten af van zo’n dominante focus op risico’s: verschuif het doel van de geboortezorg van “ten koste van alles levend geboren worden” naar “gezond geboren worden”’, zo luidt een van de conclusies. ‘Niemand aan tafel wil terug naar een tijd waarin vrouwen en baby’s minder veilig waren. Maar duidelijk is dat de balans is doorgeslagen’, zegt Derk. ‘Je kunt niet terug. Je moet door. Maar je wilt dat doen met behoud van de vooruitgang die is geboekt.’ Voor Marieke is dit een belangrijk onderscheid.

De 10 Verloskundige

Sien Beckers.

De beweging die verloskundigen willen, is geen nostalgisch verlangen naar vroeger. Het is een nieuwe transitie, zegt ze. ‘In de transitie naar het biomedische model, die afgelopen twintig jaar plaatsvond, hebben verloskundigen vaak remmend achter de kar gehangen: dit gaat niet goed, er komen steeds meer interventies. Dat heeft ons veel energie gekost, veel verloskundigen zijn hierdoor gestopt met hun werk. Wij zijn inmiddels een nieuwe richting ingeslagen en zijn blij met bredere gesprek in de sector.’

Transitiepijn Transities kunnen pijn doen. Er ontstaat bij verschillende groepen ongemak wanneer een systeem kantelt en professionele identiteit, overtuigingen en routines onder druk komen te staan. Het bekendste voorbeeld hiervan zijn misschien wel de boerenprotesten waarvan we er in de afgelopen jaren veel hebben gezien. Voor veel boeren voelt de benodigde omslag naar een duurzamere landbouw niet alleen als een verandering van regels, maar als een aantasting van hun vakmanschap en identiteit. Veel verloskundigen ervaren die pijn ook al enige tijd:


Samenwerken met andere disciplines Hoe werk je samen met andere disciplines zonder je eigen professionele identiteit te verliezen? In aflevering 9 van KNOV - de podcast gaan Ruth Evers en Suzanne Thompson in gesprek met socioloog Raymond de Vries en promovenda Jolanda Liebregts over gelijkwaardigheid, autonomie, risicodenken en de kracht van fysiologische en relationele zorg.

Derk Loorbach.

Marieke Smith.

ze hebben gevoel dat hun vak en deskundigheid jarenlang zijn gemarginaliseerd. Maar ook bij andere geboortezorgprofessionals is er transitiepijn, benadrukt Derk. Ook gynaecologen en andere zorgprofessionals ervaren dat het systeem waarin zij werken is vastgelopen. Marieke vindt dat belangrijk om te benoemen. ‘Ik spreek genoeg gynaecologen die ook vinden dat het anders moet. Ik hoop heel erg dat dit onderzoek helpt om het gesprek te verdiepen. Dat het niet meer gaat over wat de verschillende beroepsgroepen, maar wat de geboortezorg nodig heeft.’ Het rapport van DRIFT wordt onderdeel van de gesprekken aan de landelijke tafels, waarin wordt gewerkt aan een generiek kompas voor de geboortezorg. Maar wat kun jij als verloskundige ondertussen zelf doen met deze visie op de veranderingen in de geboortezorg? Marieke ziet het rapport als een prettige rugdekking. ‘In VSV’s wordt na een enkel incident soms meteen nieuw beleid gemaakt. Maar niet elke verdrietige uitkomst vraagt om een nieuw protocol. Met het rapport kun je laten zien dat er meer perspectieven zijn dan verdere systeemoptimalisatie. Dat het

niet alleen je gevoel is.’ Derk adviseert om vooral niet te wachten tot alle landelijke kaders zijn aangepast; dat kan immers nog wel even duren. ‘Een transitie begint juist in de praktijk. Zoek bondgenoten, ook buiten de eigen beroepsgroep. Er zijn veel meer mensen die verlangen naar een geboortezorg waarin gezondheid, vertrouwen en het natuurlijke proces weer meer centraal staan. Die beweging is er al. Jij kunt die helpen groter maken.’ Sien moedigt verloskundigen en de geboortezorg aan om ook buiten de sector relaties aan te gaan; iets wat sommige praktijken al veelvuldig doen. ‘Armoede, stress, luchtkwaliteit en sociale ongelijkheid bepalen in belangrijke mate hoe gezond een zwangerschap verloopt. Daarom is het belangrijk om je ook buiten dat biomedische model te organiseren en de verbinding met gemeenten en het sociaal domein te zoeken.’ Ook Marieke ziet daarin een logische volgende stap. ‘Als gezondheid echt het vertrekpunt wordt, moeten ook de coalities veranderen. Nu zijn VSV’s nog sterk rondom ziekenhuizen georganiseerd. Dat past bij de transitie die we achter ons hebben. Maar de volgende stap vraagt om een veel bredere samenwerking.’

De Verloskundige

11


Is jouw praktijk écht 24/7 bereikbaar? Met onze gratis telecomscan ontdek je of jouw telefonie en internet nog helemaal up-to-date zijn. We laten vrijblijvend zien welke slimme technieken jouw praktijk beter en continu bereikbaar maken.

Benieuwd of jouw praktijk klaar is voor de toekomst? Scan de QR-code en stuur ons een WhatsApp-bericht.

Je ontvangt gratis advies op maat, zonder verplichtingen.

MT-Professional Devices B.V. | adviseurs door heel Nederland @: info@mt-pd.nl | Tel: 0528 – 217 217

1-2_175x116mm_A.indd 1

06-08-2026 09:25

GRA TIS

Bestel ze nu! Brochures over gezond eten voor zwangeren en baby’s Jong geleerd is oud gedaan! Met deze praktische brochures help je (aanstaande) ouders om van zwangerschap tot dreumes de juiste keuzes te maken.

De beste start

Meer smaken en structuren

Go voor ed jou je ba én by!

Vana f 6 mnd

Vanaf zes maanden kun k je meerdere smaken in een hapje combineren. Gladde hapjes en worden geprakte maaltjes ma uiteindelijk stukjes. Dagritme vanaf 6 maanden Als je je baby borstvoeding geeft, kun

Ontbijt

je dat natuurlijk blijven doen. Als je fles-

≥ Pap van borstvoeding

voeding geeft, kies je vanaf 6 maanden

of opvolgmelk

voor opvolgmelk. Je kunt nu ook pap

Tussendoor

van fijne granen geven, in een fles of

≥ Fruithapje

met een lepeltje. Die pap maak je aan

Lunch

met borstvoeding of opvolgmelk.

≥ Borstvoeding of opvolgmelk,

Lichtb Licht ruin brood bevat beva ongeve 4,5 gr er gram vezels per 100 1 gram

stukjes brood Tussendoor ≥ Borstvoeding of opvolgmelk Avondeten ≥ Groentehapje van 1 eetlepel groente, 1 eetlepel aardappel, rijst of pasta en 1 theelepel olie

Een E en goed goe begin

Op stukjes brood of een broodkorst

Van 0 tot 2 jaar

of zachte margarine

kan je baby lekker sabbelen. Door te

Toetje

sabbelen, leert je baby kauwen en dat

≥ Borstvoeding of opvolgmelk

helpt hem ook om goed te leren praten. De darmen van je baby moeten nog wel wennen aan vezels. Begin daarom met lichtbruin brood. Vanaf 1 jaar kun je volkorenbrood geven.

Eerste tandje in zicht? Begin dan met poetsen. Doe dat één keer per dag met een tandenborstel en fluoridetandpasta voor baby’s. Geef je nog nachtvoeding?

• Gezond eten als je zwanger bent Heldere adviezen over voedingsstoffen, do’s & don’ts en gezonde keuzes. • Gezond eten voor je baby en dreumes Van eerste hapjes tot mee-eten: praktische tips en inspiratie voor een gezonde start.

Bouw dat nu liever af, om de tandjes te beschermen. En poets ná de laatste avondvoeding.

Aah...

Lief hè!

Een gezonde boterham en een lekker toetje met Boterham en ead zuivelspr paprika

Wat oi een mo buikje!

Lekker veel groente Dat groente en fruit gezond zijn, weten we allemaal. Twee stuks fruit lukt meestal wel, maar elke dag 250 gram groente is best een uitdaging. Met groente bij de lunch of als

Kwark met mango, nootjes en abrikozen jam

tussendoortje ben je al snel goed op weg! Kies bijvoorbeeld voor:

natuurlijk aan. Wat voor jou een goede gewichtstoename is, weet je verloskundige het beste.

zuivelspread of hummus;

Direct bestellen? Scan hier de QR code!

175x116mm_A.indd 4873524-NZO-Advertentie 1 gezond eten 175x116 mm-v2.indd 1

Het is vooral belangrijk dat je

komkommer of wortel met een

gezond aankomt. Dus vervang

lekkere yoghurt-dip als tussendoortje.

zoete tussendoortjes door wat fruit of yoghurt en kies bij

Gezonde boterham

Voor gezondheidszorgprofessionals om mee te geven in de praktijk.

Als je zwanger bent, kom je

plakjes tomaat, komkommer of paprika op je boterham met kaas,

Vergeet de groente niet te wassen

Gratis te bestellen

Gezond aankomen

een goed gevulde groentesoep bij de lunch;

Lekker toetje (2 personen)

en dompel kiemgroenten, zoals

Besmeer een bruine (volkoren)

Snij een rijpe mango in blokjes.

taugé, even in kokend water (5 sec.)

boterham met zuivelspread.

Hak 75 gram ongezouten

of bak ze in de wok.

Beleg de boterham met reepjes

nootjes in stukjes.

rode paprika en strooi er even-

Neem een halve beker magere

tueel een beetje peper op.

kwark en meng hierdoor

Ook lekker erbij: plakjes

2 eetlepels abrikozenjam,

komkommer, snoeptomaatjes,

hartige trek liever voor kaas of ongezouten noten.

Hoeveel weegt...

2/3 van de mango en

of wat druiven.

2/3 van de nootjes.

Drink er een groot glas thee,

Verdeel over 2 glazen en

een beker melk of een koffie

garneer met de rest van

verkeerd bij.

de mango en nootjes.

broccoli (3 roosjes) ca. 140 gram

1 hele paprika ca. 130 gram

kwart komkommer ca. 90 gram

1 wortel ca. 70 gram

1 tomaat ca. 100 gram

Gebaseerd op richtlijnen van o.a. de Gezondheidsraad, het Voedingscentrum en het Nederlands Centrum voor Jeugdgezondheid. Een uitgave van de Nederlandse Zuivel Organisatie (NZO).

17-04-2026 16:39 30-04-2026 09:27


Q&A

Goed geregeld na je afstuderen De medewerkers van het KNOV-bureau krijgen allerlei vragen van verloskundigen. In deze rubriek lichten we veelgestelde of opvallende vragen uit. Dit keer:

Ik ben afgestudeerd als verloskundige. Moet ik iets regelen voor de Geschilleninstantie en een klachtenfunctionaris? Ja. Op grond van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) moet iedere zorgaanbieder een klachtenregeling hebben voor cliënten. Ben je lid van de KNOV? Dan ben je via het KNOV-lidmaatschap automatisch aangesloten bij de Geschilleninstantie Verloskunde (SGV). Een klachtenfunctionaris moet je wel zelf regelen.

Op de website van de KNOV lees je meer over de klachtenregeling van de KNOV. Scan hiervoor de code.

Nog geen lid van de KNOV? In overleg met de KNOV heeft het Centraal Bureau Klachtenmanagement in de Zorg (CBKZ) speciaal voor KNOV-leden het abonnement Klachtenfunctionaris ontwikkeld. Hiermee voldoe je eenvoudig aan deze wettelijke verplichting. Je kunt het abonnement online afsluiten. Meer weten hierover? Scan de code.

Ontdek wat een KNOV-lidmaatschap je oplevert, zoals de automatische aansluiting bij de Geschilleninstantie Verloskunde (SGV). Meer informatie: knov.nl/ledenvoordeel of kijk op pagina 71.

Heb je ook een vraag? Stel hem via MijnHelpdesk door in te loggen op knov.nl. Je vraag wordt dan zo snel mogelijk beantwoord.

De Verloskundige

13


Onder collega’s In de rubriek Onder collega’s delen we bijzondere momenten uit het werk en leven van verloskundigen: een jubileum, een afscheid, een geboorte of een andere mijlpaal.

Geboortegolf bij de KNOV Wat is een leukere manier om deze nieuwe rubriek af te trappen dan met mooi nieuws van het bureau van de KNOV? Met wel zeven zwangere en net bevallen Vlnr: Annemieke, Sophie en Sabine. Merel. collega's is er sprake van een heuse geboortegolf. We wensen onze KNOV-collega's een voorspoedige en gezonde zwangerschap en een fijne kraamtijd. En we feliciteren ze met hun pasgeborenen! Zoveel zwangeren betekent natuurlijk wel iets voor de bezetting van het bureau. Houd de komende maanden rekening met tijdelijk wat andere namen en gezichten.

‘Ze sprong over schepen’

40 jaar in het vak

Op 21 april overleed Mia Boersma (1930-2026), voormalig verloskundige, instructie-vroedvrouw en hoofd van de verloskundeopleiding in Heerlen. Na haar opleiding begon zij in 1960 een solopraktijk in Stein, waar zij jarenlang met grote toewijding gezinnen begeleidde. ‘Als vroedvrouw was ze letterlijk dag en nacht in touw; ze sprong over schepen in de haven en trotseerde gladheid om nieuw leven ter wereld te helpen’, zo staat er op haar gedachtenisprentje. Later zette zij zich in voor de opleiding van nieuwe generaties verloskundigen en speelde zij een belangrijke rol in de ontwikkeling van het vak. Voor haar grote verdiensten voor de geboortezorg werd zij benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. De KNOV wenst haar nabestaanden veel sterkte met dit verlies.

Haar collega’s van praktijk Verloskundigen Oosterhout willen het niet ongemerkt voorbij laten gaan: op 30 juni was Monique Klerkx precies 40 jaar verloskundige In 1986 studeerde ze af in Heerlen. Na een kort uitstapje naar de tweede lijn is ze al ruim 37 jaar het gezicht van de eerstelijnsverloskunde in Oosterhout. ‘Met haar opvallende bruine krullen en haar lengte is Monique een bekende verschijning in Oosterhout’, vertelt haar collega Marieke Klapwijk. ‘Daadkrachtig als het moet, rustig als het kan en altijd van het doorpakken en organiseren. Haar ervaring, vakkennis en doortastende blik maken haar een verloskundige waar je als zwangere, maar ook als collega blind op kunt vertrouwen. Lieve Monique, namens al je collega’s: gefeliciteerd met dit bijzondere jubileum!’

Deel jouw nieuws Ken je een collega die in het zonnetje mag worden gezet, wil je stilstaan bij een afscheid of is er een andere bijzondere gebeurtenis die je met vakgenoten wil delen? Mail je verhaal en foto dan naar redactie@knov.nl.

De Verloskundige

15


Ontwikkeld met zorg CE MD

Natuurlijke pijnverlichting

KipKep Lexie ³ÆŐħŞìĞţŖŖìĨ ŖōìâċÆÆġ ŸĮĮŐ ĈìŞ ŸŐĮţŹìĨġċâĈÆÆħ

WARMTE DIE ONDERSTEUNT

?ìŐċâĈŞì ŹÆŐħŞì áċě ħìĨŖŞŐţÆŞċìʫ ƈŹÆĨĂìŐŖâĈÆōʫ ġÆĂì ŐţĂōċěĨʫ ĨìĞ˅ ìĨ ŖâĈĮţèìŐĞġÆâĈŞìĨ

KipKep Lexie en Woller zijn de ħìèċŖâĈì ĂìâìŐŞċƏâììŐèì ŹÆŐħŞìĞţŖŖìĨŞěìŖʲ &ì [ìžċì áċìèŞ ŹÆŐħŞì Įā ĞĮţèì Įō èì ōġìĞĞìĨ ŹÆÆŐ ŸŐĮţŹìĨ ĈìŞ ĨĮèċĂ ĈìááìĨʲ ²ìċġċĂʫ ìƌìâŞċìā ìĨ ĮĨŞŹĮŐōìĨ ŸĮĮŐ ĂìáŐţċĞ ŞċěèìĨŖ èì ƈŹÆĨĂìŐŖâĈÆōʫ ĞŐÆÆħŞċěè ìĨ èÆÆŐĨÆʲ &ì ³ĮġġìŐ áŐìĨĂŞ ŐţŖŞ ìĨ ĮĨŖŞōÆĨĨċĨĂ áċě áÆáſːŖ ìĨ áċìèŞ ōċěĨŸìŐġċâĈŞċĨĂ áċě èÆŐħĞŐÆħōěìŖʲ

hĨŞŖōÆĨŞ ŖōċìŐìĨ ìĨ ŸìŐġċâĈŞ ōċěĨ Įō ììĨ ĨÆŞţţŐġċěĞì ħÆĨċìŐ ġċěāŞ ƈÆâĈŞ ìĨ Ɛìžċáìġ èĮĮŐ ĨÆŞţţŐġċěĞì ŸţġġċĨĂ ŸÆĨ ŸġÆŖƈÆÆèʲ ġċěāŞ ʏʍ˅ʐʍħċĨ ŹÆŐħ Įā ĞĮţè ˀţċŞ èì ŸŐċìƈìŐˁ ³ÆŐħŞìĞĮħōŐìŖʪ ħÆĂĨìŞŐĮĨ ʸ ĮŸìĨˁ YĮţèìĞĮħōŐìŖʪ ŸŐċìƈìŐˁ ³ÆŖáÆŐì ĈĮìŖ ŸÆĨ ĞÆŞĮìĨŸìġĮţŐ Įā Şìèèſ ˀŐ ìŞˁ

KipKep Woller ³ÆŐħŞìĞţŖŖìĨ ŸĮĮŐ èì áÆáſ ŸĮĮŐ ĞŐÆħōěìŖ ìĨ ĮĨŐţŖŞʲ ²ÆĨÆā ĂìáĮĮŐŞì ˅ ʖʖ˱ >ĮŐħ >ĮġġĮŹŖ >ţĨâŞċĮĨʲ ²ĮŐħ ŖōìâċƏìĞ ĮĨŞŹċĞĞìġè ŸĮĮŐ ĈìŞ áÆáſáţċĞěì ŐìĨĂŞ ŐţŖŞ ìĨ ĮĨŞŖōÆĨĨċĨĂ ?ìŸţġè ħìŞ ƈÆâĈŞ ŸġÆŖƈÆÆèʲ ÂĮŹìġ ŹÆŐħ ÆġŖ ĞĮţè Şì ĂìáŐţċĞìĨ ³ÆŐħŞìĞĮħōŐìŖʪ ħÆĂĨìŞŐĮĨ ʸ ĮŸìĨˁ YĮţèìĞĮħōŐìŖʪ ŸŐċìƈìŐˁ

2ĎPXGTNKEJVKPI QR GGP PCVWWTNĎM GP XGKNKIG OCPKGT Dagelijks gebruiken meer dan 100 zorgprofessionals onze warmtekussens.

Medisch hulpmiddel YġÆŖŖì H

³ÆŖáÆŐì ĈĮìŖ ŸÆĨ ĞÆŞĮìĨŸìġĮţŐ Įā Şìèèſ ˀŐ ìŞˁ

Meer informatie, praktische tips, studies of wil je een sample ontvangen? Mail naar: info@kipkep.com

1-2_175x116mm_A.indd 1

06-08-2026 09:17

VerloskundigenPolis ABN AMRO Verzekeringen Samen met ABN AMRO hebben wij de Verloskundigenpolis ontwikkeld. Dit is een modulair verzekeringspakket speciaal voor verloskundigen. U kiest zelf welke dekkingen u hiervan wilt afsluiten. Natuurlijk kan MBV u hierover adviseren. Beroepsaansprakelijkheid Bedrijfsaansprakelijkheid Rechtsbijstand Verlostas Bedrijfsschade WEGAM

175x116mmKNOV L.indd 1

Waarom MBV? Onafhankelijk advies Transparante beloning Breed aanbod verzekeraars Vast aanspreekpunt Alles onder één dak

t 033 456 51 47 info@mbv-fa.nl 06-08-2026 09:15


Achter de schermen werkt het KNOV-bureau hard aan een nieuw, overzichtelijk en gebruiksvriendelijk digitaal landschap: een samenhangende digitale omgeving waarin informatie, kennis en dienstverlening logisch met elkaar verbonden zijn. De eerste stap hierin is de ontwikkeling van een vernieuwde website en een nieuwe, besloten ledenomgeving.

Een nieuwe website in ontwikkeling Bouwen aan een gebruiksvriendelijk en toekomstbestendig digitaal landschap

De nieuwe website samengevat • Gebruiksvriendelijk • Richtlijnen, kwaliteitsdocumenten en tools die eenvoudig te vinden zijn • Missie en visie KNOV zichtbaar • Een duidelijke plek voor de KNOV-academie

Van losse systemen naar een samenhangende digitale ervaring Het digitale landschap van de KNOV bestaat straks uit de vernieuwde website, Mijn KNOV, de KNOV-academie, het Kwaliteitsregister, Platforms/Comtoo en sociale media. Naar verwachting wordt het vernieuwde knov.nl in de eerste helft van volgend jaar gelanceerd. Een belangrijk uitgangspunt bij de ontwikkeling van het digitale landschap is eenvoud. Geen losse systemen of verschillende inlogomgevingen meer, maar een centrale plek waar je eenvoudig toegang hebt tot alle relevante informatie en diensten. Je hoeft straks maar één keer in te loggen om Mijn KNOV, de KNOV-academie en het Kwaliteitsregister te bezoeken.

Daarnaast zijn richtlijnen, kwaliteitsdocumenten, praktische tools en handige documenten straks sneller en gemakkelijker terug te vinden. Ook krijgen de missie en visie van de KNOV een prominente plek, zodat bezoekers direct zien waar wij als beroepsvereniging voor staan.

Gebruikersonderzoek en actualisering content Om de juiste keuzes te maken, is eerst onderzocht welke communicatiebehoeften er leven binnen de KNOV. Deze inzichten, samen met de behoeften van de leden, vormen de basis voor de ontwikkeling van de digitale omgeving. In de zomer van 2026 is gestart met de bouw van de nieuwe website. Tegelijkertijd wordt de bestaande content opgeschoond, geactualiseerd en gebruiksvriendelijk ingericht. Na een uitgebreide testfase wordt toegewerkt naar een zorgvuldig voorbereide livegang in 2027.

Overzicht, gemak en ontwikkeling De website biedt ruimte voor verdere ontwikkeling, zoals betrouwbare contact- en chatmogelijkheden binnen de diverse KNOV-platforms. Zo bouwen we stap voor stap aan een omgeving die met de organisatie mee kan groeien.

‘Eenvoud is een belangrijk uitgangspunt bij de ontwikkeling van het digitale landschap’

Oproep Om te zorgen dat we straks een zo gebruiksvriendelijk mogelijke website opleveren, is jouw input nodig. Vind jij het leuk om mee te denken over de nieuwe website? Laat het weten via communicatie@knov.nl. Veel kennis van websites is niet nodig.

De Verloskundige

17


Tekst Eline Wortman | Vrhl Content en Creatie Beeld LEVL Fotografie

Nieuw bestuurslid Samie Zijlstra wil de verbinding terugbrengen naar de kern van het vak

‘We moeten weer zelf de koers bepalen’ Wie Samie Zijlstra spreekt, merkt al snel dat één thema steeds terugkomt: verbinding. Met zwangeren, collega’s en met haar vak. Na bijna vijftien jaar in de eerstelijnspraktijk, een master Verloskunde en onderzoek aan het Amsterdam UMC trad ze in juni toe tot het KNOV-bestuur. Ze stapt in op een moment waarop zowel het vak als de vereniging in beweging zijn. ‘Ik geloof dat we mogen terugkeren naar waar het werkelijk om draait: relationele zorg, gezondheidsbevordering en de moed hebben om daarvoor te gaan staan.’

H

oe belangrijk die verbinding is, ervoer Samie (42) tijdens haar eerste eigen bevalling. Toen ze zich door haar eerste verloskundige niet gehoord voelde, vroeg ze een collega-vriendin haar bevalling over te nemen. ‘Ik wist als vroedvrouw al hoe belangrijk communicatie is, maar tijdens mijn bevalling ervoer ik aan den lijve hoe gevoelig die communicatie kan zijn. Toen voelde ik nog sterker: het maakt uit hoe iemand tegen je praat en hoe iemand naast je staat. Dat relationele stuk wil ik blijven voeden, ook binnen de KNOV.’

Van overleven naar richting geven Jarenlang werkte Samie als praktijkhouder in Amsterdam. Met veel plezier, maar ook onder steeds grotere druk. Persoonlijke verliezen, personeelstekorten, capaciteitsproblemen in de geboortezorg

De 18 Verloskundige

en een zorgsysteem dat voortdurend om improvisatie vroeg, begonnen hun tol te eisen. ‘Ik had het gevoel dat ik alleen maar brandjes aan het blussen was. We reageerden voortdurend op wat er gebeurde, maar kwamen nauwelijks toe aan de vraag: welke kant willen we eigenlijk op?’ De master Verloskunde bleek een keerpunt. ‘Ik nam een sabbatical voor de master en ineens kreeg ik weer ruimte om na te denken over de toekomst van ons vak, in plaats van alleen maar te overleven.’ Haar masteronderzoek naar de inzet van twee verloskundigen tijdens thuisbevallingen kreeg een vervolg bij de vakgroep Verloskundige Wetenschap van Amsterdam UMC, waar ze nu als onderzoeker aan verbonden is. ‘Dat onderzoek gaat voor mij niet alleen over een andere organisatie van zorg. Het gaat ook over elkaar ondersteunen. We hoeven het niet altijd alleen te doen, we moeten het samen dragen.’

Een vereniging die richting geeft Juist daarom spreekt de huidige koers van de KNOV haar aan. ‘Wat mij aantrekt, is dat de KNOV niet alleen reageert op ontwikkelingen, maar eerst teruggaat naar de basis. Wie zijn wij eigenlijk als verloskundigen? Wat is onze maatschappelijke opdracht?’ Die beweging sluit volgens haar naadloos aan bij de nieuwe Beroepsidentiteit van de Verloskundige, waarin verbinden, gezondheid en moed centraal staan. ‘Die drie kernwaarden voelen voor mij heel vanzelfsprekend. Verbinding gaat niet alleen over de relatie met cliënten, maar ook over hoe we elkaar als collega’s ondersteunen.’


‘Het maakt uit hoe iemand tegen je praat en hoe iemand naast je staat’ Ze ziet daarin ook een belangrijke opdracht voor de beroepsvereniging: de brug slaan tussen beleid en praktijk. ‘Documenten als de beroepsidentiteit en het beroepsprofiel vormen de basis, maar verloskundigen moeten er in de dagelijkse praktijk ook iets aan hebben. Hoe helpt het je als je vannacht in gesprek bent met een cliënt of een discussie voert met een gynaecoloog? Die vertaalslag moeten we steeds blijven maken.’

Samen de KNOV zijn Samie Zijlstra.

Voor Samie draait het daarbij vooral om gezondheidsbevordering. ‘We mogen veel meer kijken naar wat mensen gezond houdt. Natuurlijk moeten we risico’s herkennen en op tijd verwijzen. Maar soms zijn we zo bezig met alles wat mis kan gaan, dat we vergeten gezondheid te versterken. We zijn steeds meer dingen “voor de zekerheid” gaan doen, terwijl we ons juist vaker zouden moeten afvragen: wat draagt écht bij aan gezondheid? Een goede bevalervaring heeft een enorme impact op een vrouwenleven, maar we kijken naar mijn idee nog te veel naar kortetermijnuitkomsten.’

Als nieuw bestuurslid wil Samie vooral bijdragen aan meer verbinding tussen leden en vereniging. ‘Ik hoop dat meer verloskundigen zich herkennen in de KNOV. Dat vraagt om betrokken leden, maar ook om een bestuur dat blijft luisteren naar wat er leeft in de praktijk.’ Daarnaast ziet ze kansen om thema’s als duurzame inzetbaarheid, werkplezier, vrouwenrechten en vrouwengezondheid nadrukkelijker op de agenda te zetten. ‘Verloskundigen krijgen energie van het contact met cliënten, niet van administratieve lasten. We moeten ervaren collega’s koesteren en hun kennis behouden, ook als ze niet meer praktiseren als verloskundige.’

Moed om opnieuw te kiezen Voor Samie vraagt de huidige transitiefase vooral om moed. ‘Het vraagt moed om opnieuw te kijken naar alles wat we zijn gaan doen. Niet alles wat ooit is geïmplementeerd, is automatisch nog zinvol. Dat geldt voor protocollen, maar ook voor hoe we met elkaar werken en hoe we de zorg organiseren.’

Over vier jaar hoopt ze vooral dat de verbinding sterker is geworden. ‘Dat we als beroepsgroep samen deze transitie dragen, zodat meer zwangeren relationele zorg krijgen. Dat we als verloskundigen iets minder reactief zijn geworden en meer zelf richting geven aan ons vak. Uiteindelijk zijn wíj de KNOV.’

De Verloskundige

19


Tekst Lidewijde Jongmans en Loes Schultz Beeld Commissie Catharina Schrader

Het geheugen van de verloskunde In 1850 schreef een verloskundige in opleiding een bevallingsverslag dat je ook nu nog de adem beneemt: een vernauwd bekken, een uitgezakte navelstreng en een schijndood kind dat ‘in het leven werd teruggebragt’. De Commissie Catharina Schrader zorgt ervoor dat dit verhaal en de vele andere verhalen uit het erfgoed van de Nederlandse verloskunde bewaard blijven. De verloskunde is altijd in beweging geweest. Wat vandaag vanzelfsprekend lijkt, was ooit onderwerp van debat of pionierswerk. Wie weet waar het vak vandaan komt, kan beter bepalen waar het naartoe gaat. Daarom houdt de Commissie Catharina Schrader de verloskundige geschiedenis levend.

T

ransities in de verloskunde zijn niet nieuw. Al eeuwenlang verandert het vak. Wie zich verdiept in die geschiedenis, stapt even in de schoenen van eerdere generaties. Je ontdekt hoe zij dachten, waarop zij hun handelen baseerden en met welke maatschappelijke opvattingen en machtsverhoudingen zij te maken hadden. Tegelijkertijd realiseer je je dat je op hun schouders staat. Veel van wat verloskundigen nu gewoon vinden, zoals hun deskundigheid, autonomie en positie binnen de geboortezorg, is door voorgangers opgebouwd en bevochten.

De 20 Verloskundige

Kennis van de historie van het vak is niet voor niets een fundamenteel onderdeel van de Beroepsidentiteit van de Verloskundige. Wie weet waar het beroep vandaan komt, begrijpt beter hoe de huidige positie van de verloskundige is ontstaan. Waarom is het in Nederland in 2026 nog steeds gebruikelijk om thuis te bevallen? Waarom kent ons land, anders dan veel omringende landen, zo’n sterke eerstelijnsverloskunde? Historisch bewustzijn helpt ook om het heden niet als eindpunt te beschouwen. Werkwijzen en overtuigingen die nu vanzelfsprekend lijken, kunnen over enkele decennia heel anders worden beoordeeld. Zoals verloskundigen nu soms met verbazing naar het handelen van hun voorgangers kijken, zullen toekomstige collega’s dat waarschijnlijk ook doen naar de zorg van vandaag. Daarom is het werk van de KNOV-commissie Catharina Schrader zo belangrijk.

Bewaren en beschermen De Commissie Catharina Schrader is sinds 2021 onderdeel van de KNOV. De commissie bewaart, beschermt en ontsluit het erfgoed van de Nederlandse verloskunde, zodat oude documenten en voorwerpen ook voor nieuwe generaties betekenis houden. Van 1981 tot en met 2020 werd het verloskundig erfgoed beheerd door een zelfstandige stichting met dezelfde naam. De collectie wordt bewaard in het Trefpunt Medische Geschiedenis Nederland (TMGN) op Urk.


Zo legden poliklinisch verloskundigen in 1850-1851 hun bevallingen vast.

E-learning Historie van de verloskunde De KNOV-academie biedt de e-learning Historie van de verloskunde – In goede handen. Hoe is de Nederlandse verloskunde geworden zoals die nu is? In deze e-learning duik je in de geschiedenis van het vak. Je ontdekt hoe de rol van verloskundigen zich door de tijd heeft ontwikkeld en hoe veranderingen in zorg, samenleving en beleid de geboortezorg hebben gevormd. Als onderdeel van de e-learning is een mini-documentaire opgenomen waarin inspirerende vroedvrouwen hun verhaal delen: Beatrijs Smulders, Marian van Huis, Gré Keijzer en Tante Ger. Zij nemen je mee in hun visie op het vak en hun ervaringen in de praktijk.

Dat is een kennis-, documentatie- en erfgoedcentrum voor niet-universitair onderzoek naar de geschiedenis van de geneeskunde, gezondheidszorg, verpleegkunde, farmacie, tandheelkunde en paramedische vakken. De commissie is vernoemd naar Catharina Schrader, die van 1693 tot 1745 vroedvrouw was in Dokkum en omgeving en wordt gezien als een van de grondleggers van de verloskunde. Haar dagboek, Het Memory boeck van de vrouwens, is onderdeel van de erfgoedcollectie. Net als een groot deel van de nalatenschap van professor en gynaecoloog G.J. Kloosterman (1915-2004). Verder bevat de collectie audio- en video-opnamen, documenten en klassieke instrumenten.

De Verloskundige

21


Bevallingsverslag uit 1850. Hierboven het oorspronkelijke, handgeschreven verslag; hieronder de uitgeschreven tekst, getranscribeerd door de commissie.

Deze vrouw had volgens haar zeggen haar eerste kind dat klein en weinig ontwikkelend nog natuurlijk gebaard, het tweede ondanks hulp toch doodgeboren hierop volgde voor de derde maal abortus waarop zij nog driemaal baarde doch maar bij deze drie kinderen die thans nog in leven zijn door middel van den tang geboren moesten worden. 4 feb des middags 4 ½ uur werd onze hulp bij deze vrouw ingeroepen. Het uitwendig onderzoek leerde Navel verstreken de Fundus leken 2 vingers breed boven de Navel helling der buik (gaf mate van hangbuik aan met daarbij de te verwachten indalingsproblemen, onze interpretatie) sterk de hartslag rechts en onder. Inwendige gen(italien)… nagenoeg verstreken, er had zich een grote vochtblaas gevormd. Het hoofd lag daar hoog en beweeglijk op den bekkeningang en de navelstreng goed

De 22 Verloskundige

uitgezakt en klopte duidelijk zeer krachtig. Het promotorium was nu gemakkelijk met de wijsvinger te bereiken, de conjugata vera werd op 3 inch geschat. Na een half uur werd bij het onderzoek nu gevonden dat een oor en iets later dat er na regts en achteren de bovenrand van de linker oogkuil te voelen was. Er werd nu besloten de Kering te bewerkstelligen daar er zeker veronderstelt kon worden dat het kind om bestaande bekkenvernauwing de minder gunstige stand van het hoofd en de uitzakkende navelstreng al werd dit kind natuurlijk geboren stellig tijdens de baring zou sterven. De vrouw werd nu op haar rug geplaatst (dwarsbed) daar men meende dat links de voeten in het achterste gedeelte der baarmoeder moesten gebracht worden de hand in de baarmoeder gebragt zijnde overtuigde men zich dat het aangezicht meer naar voren gericht was. De vliezen werden nu gebroken maar nu had zich tevens het hoofd dat zoo bewegelijk op den bekkeningang lag verplaatst en lag de linkerschouder daar. De voeten konden onmogelijk bereikt worden hierom werd nu de vrouw op de regterzijde gelegd en nu zonder moeite een voet aangevat die later bleek de linker te zijn en de kering bewerkstelligt. Het kind werd nu zonder tegenstand tot aan het hoofd uitgehaald, de linkerarm bleef naast de tronk (romp) liggen, de regter die omgeslagen was werd ontwikkeld, er werden pogingen gedaan het hoofd met de hand te ontwikkelen doch te vergeefs want het hoofd bleef met het aangezigt naar regts en achteren op den ingang liggen. Nu werd de tang aangelegd en daarmede het hoofd over de regter regio…? En linker voorhoofdknobbel gevat. Een tractie bragt het hoofd door de vernauwde bekkeningang een tweede door de genitaliën: Het kind werd schijndood geboren, doch na vlijtig aanwenden van afwisselend warme en koude baden, aether enzovoorts in het leven teruggebragt. Het kind had het linkerwandbeen een diepe indruk niet alleen van de zachte delen maar van her been zelf, welke indruk… ontstaan te zijn van het langdurig aandringen van het hoofd op het promotorium onder krachtige weeën. De baarmoeder had zich goed zaamgetrokken, het verwijderen van het secundinae leverde geen bezwaar.


‘Help je mee het erfgoed van de Nederlandse verloskunde te bewaren?’ De Commissie Catharina Schrader wordt regelmatig benaderd door mensen die op een zolder van een overleden familielid verloskundige documenten of spullen hebben gevonden. Een van de laatste giften aan de collectie erfgoed verloskunde is van een mevrouw uit Den Haag: het zijn zo’n dertig bevallingsverhalen uit 1850, gebundeld onder de titel Verloskundige polikliniek Cursus 1850-1851. Een van die verhalen staat hiernaast afgebeeld, met daarbij de vertaling van de commissie. ‘Het kind werd schijndood geboren, doch na vlijtig aanwenden van afwisselend warme en koude baden, aether enzovoorts in het leven teruggebragt.’ Het verslag laat zien dat er misschien verloskundig-inhoudelijk veel veranderd is in 176 jaar, maar ook dat in 1850 verslaglegging al zeer serieus werd genomen. De commissie is er dan ook heel blij mee dat dit soort pareltjes niet bij het oud papier belanden en dat mensen de moeite nemen om contact met ze op te nemen.

Help je mee? Wil jij meehelpen het erfgoed van de Nederlandse verloskundige geschiedenis te bewaren? De commissie is op zoek naar enthousiaste nieuwe leden. Of je nog werkt of al gepensioneerd bent maakt niet uit.

Verder luisteren In aflevering 3 van KNOV - de podcast gaat het over de historie van verloskunde en de invloed daarvan op vandaag. Weet jij waar we vandaan komen als verloskundigen en wat we kunnen leren van ons verleden? Aan het woord zijn professor en oud-lector Marianne Nieuwenhuijze en Hieke Huistra, historica en universitair docent. Er komt veel leuks langs over de geschiedenis van ons vak. Denk aan de rol van vaders in de thuisbevalling, de mondige cliënt van begin 20ste eeuw en de moedige vroedvrouwen die de basis hebben gelegd voor onze huidige positie. Te beluisteren via Spotify.

Als commissielid ben je aanspreekpunt voor iedereen die op zoek is naar informatie of juist wat te schenken heeft. Er is een reiskostenvergoeding en een vrijwilligersvergoeding. Je wordt lid voor drie jaar en kunt daarna je lidmaatschap verlengen met nog eens drie jaar. Voor meer informatie of vragen kun je mailen naar Bianca Winants (directiesecretaris KNOV) bwinants@knov.nl of naar Lidewijde Jongmans (curator Commissie Catharina Schrader), LJ.Jongmans@ziggo.nl.

Uitnodiging minisymposium op Urk Op 4 november 2026 organiseert de Commissie Catharina Schrader van 10.00 – 16.30 uur een minisymposium op Urk waar het Trefpunt Medische Geschiedenis Nederland is gevestigd. Een dag met inspirerende sprekers voor (gepensioneerde) verloskundigen met als onderwerp ‘Passie voor het vak’. Inschrijven per mail vóór 1 oktober 2026 via Claire Kroon: clairekroon@hotmail.com. Het aantal plaatsen is beperkt.

De Verloskundige

23


°° ě ě

OãGU9v

-¯ O-§tUvG ‫ ۂ‬tF §½

vU-ÄÝ

vU-ÄÝ

-ƲǾ ɶǛɅƣƇƫ ƣƲɥȉȯƫƲȯɅ ƫƲ ǕɬǍǛƾǾƲ ƲǾ ǕƲɅ ƤȉǼnjȉȯɅ ɥƇǾ ǕƲɅ ȬƲȯǛǾƲɍǼ ǾƇ ƫƲ ƣƲɥƇdzdzǛǾǍ‫ؘ‬ -ȬȷȉǼɶȉɍɅ ƲǾ ǛǾǍȯƲƫǛƾǾɅƲǾ ɥƇǾ ǾƇɅɍɍȯdzǛǬǯƲ ȉȉȯȷȬȯȉǾǍ ǕƲdzȬƲǾ ǕƲɅ ǕƲȯȷɅƲdz ƲǾ ƫȯƇǍƲǾ ƣǛǬ ƇƇǾ ƲƲǾ ƣƲɅƲȯƲ ǍƲǾƲɶǛǾǍ‫ؘ‬

%Ʋ ƲȷȷƲǾɅǛƾdzƲ ƇǾɅǛ‫ع‬dzƲǯǯƇǍƲ ǯǛɅ ɥȉȉȯ ƫƲ ƲƲȯȷɅƲ ɦƲƲǯ ǾƇ ƫƲ ƣƲɥƇdzdzǛǾǍ‫ؘ‬ -ƲǾ ƤȉǼȬdzƲɅƲ ǯǛɅ ɥȉȉȯ ǼƲƲȯ ǍƲǼȉƲƫȷȯɍȷɅ‫ ׆ֿ ؚ‬ƲɫɅȯƇ ƇƣȷȉȯƣƲȯƲǾƫƲ ǯȯƇƇǼɥƲȯƣƇǾƫƲǾ‫ ׄ ؙ‬ȬȉȷɅȬƇȯɅɍǼ ȷdzǛȬȷ ƲǾ ׂ ǼƇɅȯƇȷȉǾƫƲȯdzƲǍǍƲȯȷ‫ؘ‬

ě

Ü-§jU O½UvG GƲnjȉȯǼɍdzƲƲȯƫ ǼƲɅ ƣǛȉdzȉǍǛȷƤǕƲ ɅȉɥƲȯǕƇɶƲdzƇƇȯ‫ ؙ‬ƣǛȉdzȉǍǛȷƤǕƲ ǯƇǼǛdzdzƲ ƲǾ ƣǛȉdzȉǍǛȷƤǕ ǯȉǼǯȉǼǼƲȯƲɫɅȯƇƤɅ‫ؘ‬ GƲƲnjɅ ƫǛȯƲƤɅ ƲƲǾ ɥƲȯnjȯǛȷȷƲǾƫ ƲǾ ƤȉǼnjȉȯɅƇƣƲdz ǍƲɥȉƲdz ƲǾ ǕƲdzȬɅ ɶȉ ȬǛǬǾ ƲǾ ȉǾǍƲǼƇǯ ɅƲ ɥƲȯɶƇƤǕɅƲǾ‫ؘ‬


Media

Tien gesprekken die je anders naar je vak laten kijken Gun jezelf af en toe een moment om stil te staan bij je vak. In KNOV – de podcast gaan Ruth Evers en Suzanne Thompson van de KNOV in gesprek met collega’s, onderzoekers, docenten en andere experts over keuzes, overtuigingen en ervaringen die de verloskunde vormen, gezien in het licht van de beroepsidentiteit. In tien afleveringen inspireren ze je en dagen ze je uit om eerlijk en open naar ons vak te kijken. Ze nemen je mee langs vragen die je misschien niet dagelijks stelt, maar die wel bepalen hoe we ons vak uitoefenen. Aflevering 1 Onze beroepsidentiteit; wat is het en wat kan je ermee? Michelle ten Berge en Carien Baas → Wat maakt jou tot de verloskundige die je bent (geworden)? Ontdek waarom een sterke beroepsidentiteit richting geeft aan de keuzes die je elke dag maakt. Aflevering 2 Onze kernwaarden onder de loep: verbinding, gezondheid en moed Rachèl Reintjes en Nathalie Hagen → Moed, verbinding en gezondheid klinken mooi, maar hoe helpen deze waarden je juist op de moeilijke momenten? Aflevering 3 Onze historie en de invloed daarvan op vandaag Marianne Nieuwenhuijze en Hieke Huistra → Ons vak heeft een rijke geschiedenis. Welke lessen uit het verleden helpen ons vooruit? Aflevering 4 Ons specialistisch kennisgebied en wat ons onderscheidt van andere beroepen Marianne Prins en Miran Gerritsen → Wat maakt de verloskundige uniek? Over de kennis, expertise en meerwaarde van ons vak.

Aflevering 5 Onze maatschappelijke rol Bahareh Goodarzi en Inge van Nistelrooij → Je bent meer dan zorgverlener. Welke rol vervult de verloskundige in de samenleving van vandaag? Aflevering 6 Een gevoel van gemeenschap, samen dragen we dit vak Marieke Smith en Maaike van Rijn → Samen vormen we een beroepsgroep. Hoe houden we de verbinding met elkaar in een tijd van transitie in de zorg? Aflevering 7 Professionaliteit en autonomie Alieke de Roon en Job Paulus → Professionele ruimte krijg je niet alleen, die neem je ook. Wat betekent autonomie in de dagelijkse praktijk van de verloskundige?

Aflevering 8 Persoonlijke ontwikkeling en zelfreflectie Julia Bloeming en Suzanne Thompson → Hoe blijf je met plezier groeien? Over leren, reflecteren en ontwikkelen. Aflevering 9 Samenwerken met andere disciplines Raymond de Vries en Jolanda Liebregts → Goede geboortezorg vraagt om samenwerking. Hoe werk je samen met andere disciplines en behoud je tegelijkertijd je eigen professionele identiteit? Aflevering 10 Ruth en Suzanne blikken terug Suzanne Thompson en Ruth Evers → Wat leverden de gesprekken over de beroepsidentiteit op? Ruth en Suzanne kijken terug op de belangrijkste inzichten uit de serie en delen hun visie op de toekomst van de verloskunde.

Luister waar en wanneer het jou uitkomt KNOV – de podcast is gratis te beluisteren via Spotify. Luister onderweg, tijdens een wandeling of tussen je afspraken door.

De Verloskundige

25


Tekst Marije Lolkema, Mirjam van Oosten en Zoë Bronnewasser, vierdejaarsstudenten verloskunde Beeld ICM

Leren, ontmoeten en inspireren in Lissabon Verslag van het 32ste ICM-congres One Million More Midwives: dat was het thema van het 32ste congres van de International Confederation of Midwives. In Lissabon kwamen duizenden verloskundigen uit alle hoeken van de wereld samen om kennis te delen, onderzoek te presenteren en van elkaar te leren. Maar ook om te vieren wat hen verbindt: de dagelijkse impact op het leven van vrouwen, baby’s en gezinnen.

W

ereldwijd zijn er naar schatting één miljoen extra verloskundigen nodig, zo luidde de belangrijke boodschap van het congres. Ernstig bloedverlies na de baring is wereldwijd nog steeds de belangrijkste directe doodsoorzaak van moedersterfte. Voldoende goed opgeleide verloskundigen zijn onmisbaar om deze sterfte terug te dringen. Meer verloskundigen opleiden is dan ook hard nodig. Maar tussen de gesprekken over personeelstekorten, kwaliteit van zorg en het terugdringen van moedersterfte kwam ook steeds een andere boodschap naar voren: de toekomst van de verloskunde hangt niet alleen af van het opleiden van nieuwe collega’s, maar ook van het behouden van de verloskundigen die er al zijn.

Passie aanwakkeren Dat begint bij iets wat misschien verrassend eenvoudig klinkt: het plezier in het vak terugvinden. Want alleen wanneer verloskundigen zich gewaardeerd voelen, met energie kunnen werken en verbonden blijven met hun beroep, kunnen zij

De 26 Verloskundige

Bij de KNOV-netwerkbijeenkomst.

ook op de lange termijn het verschil blijven maken voor vrouwen en hun gezinnen. Het ICM-congres zorgde daarvoor. Vier dagen vol ontmoetingen, inspiratie en verhalen uit alle hoeken van de wereld lieten weer eens zien waarom de verloskunde zo’n bijzonder vak is. Het congres is een plek waar de passie voor het vak opnieuw wordt aangewakkerd.


‘Nog voor aanvang zat de zaal al vol en op de hele gang stonden nog mensen die wilden meedoen’

Zoë Bronnewasser.

Trots en verbondenheid

De KNOV-workshop over de Beroepsidentiteit van de Verloskundige.

Het congres begon zondag met een feestelijke openingsceremonie, inclusief een indrukwekkende vlaggenparade. Elk deelnemend land werd vertegenwoordigd door een vlaggendrager. Voor Nederland was die eer weggelegd voor Zoë Bronnewasser, bijna afgestudeerd verloskundige. Vanaf de eerste minuut was de sfeer voelbaar: trots, verbondenheid en enthousiasme. Met duizenden verloskundigen uit alle hoeken van de wereld vierden we niet alleen ons vak, maar ook de impact die verloskundigen dagelijks hebben op het leven van vrouwen, baby’s en gezinnen. De boodschap was duidelijk: verloskundigen zijn onmisbaar. Na een dag vol inspirerende sessies sloten we op maandag af met de KNOV-netwerkbijeenkomst. In een ontspannen en gezellige sfeer kwamen veel Nederlandse verloskundigen samen om de indrukken van het congres te delen en na te praten over alles wat ze die dag hadden gehoord en beleefd. Een mooie afsluiting van een waardevolle eerste congresdag!

Dinsdag organiseerde de KNOV de workshop over de Beroepsidentiteit van de Verloskundige. Al ruim voor aanvang zat de zaal vol en ook de hele gang stond nog vol met mensen die nog hadden willen meedoen. Ook tijdens de workshop werd duidelijk dat weten wie je bent, waar je van bent en waar je voor staat een onderwerp is dat wereldwijd sterk leeft. Nadat Suzanne Thompson en Ruth Evers hadden gepresenteerd hoe en waarom de beroepsidentiteit door de KNOV en haar leden is vormgegeven, gingen de deelnemers zelf aan de slag. Verloskundigen van over de hele wereld gingen aan de slag met een Beroepsidentiteit van de Verloskundige voor hun eigen land. Welke culturele perspectieven en welke kernwaarden zouden voor hen van belang zijn? Aan het einde van de workshop kregen ze een handleiding om hier verder mee te gaan. De workshop werd afgesloten met enthousiaste reacties uit de zaal. De uitwisseling van ervaringen en ideeën werd door de deelnemers als waardevol ervaren.

De Verloskundige

27


Vlnr Marije, Zoe en Mirjam, vierdejaars studenten en auteurs van dit artikel.

Verloskundigen vullen de lege tegels in het kunstwerk met oproepen, verbindende woorden en hun liefde voor het vak.

Het congresdiner.

Na een volle congresdag konden we dinsdag tijdens het congresdiner heerlijk ontspannen op een prachtige locatie aan de rand van Lissabon. Onder het genot van lekker eten en drinken was er volop gelegenheid om na te praten, ervaringen uit te wisselen en elkaar ook buiten de congreszalen beter te leren kennen. De gezellige sfeer zat er goed in en na het diner gingen de voetjes zelfs nog even van de vloer! Op donderdag, met ons hoofd vol inspiratie, gepresenteerde onderzoeken, nieuwe ideeën en alle ervaringen die we hebben opgedaan, sloten we de congresweek af met de afsluitingsceremonie. Tijdens deze ceremonie werd het nieuwe ICMbestuur voorgesteld, werden prijzen uitgereikt voor de beste presentaties en werden veel mensen bedankt voor hun bijdrage aan het congres. Ook werd bekendgemaakt waar het ICM-congres over drie jaar zal plaatsvinden (Abu Dhabi, UAE) en werd er nog één keer fanatiek meegedanst op het congreslied. Wij kijken terug op een fantastische week vol inspiratie, ontmoetingen en mooie ervaringen, die nog lang zullen blijven hangen.

De 28 Verloskundige

Het ICM-congres bood een rijk programma met bijna 250 lezingen, workshops en seminars. Van obstetrisch geweld en discriminatie tot duurzame inzetbaarheid en humanitaire crises: KNOV-deelnemers bezochten uiteenlopende sessies en delen hieronder de inzichten die hen het meest opvielen.

Obstetrisch geweld Spreker: Frida Viirman (Zweden) De enige beschermende factor in het voorkomen van obstetrisch geweld is het hebben van een bekende vroedvrouw. Dat is de belangrijkste uitkomst in het Zweedse onderzoek dat Frida Viirman presenteerde. Overige factoren, zoals een epiduraal of een geplande sectio, bleken juist bij te dragen aan obstetrisch geweld. In dit onderzoek zijn naast fysieke vormen van obstetrisch geweld ook verbale uitspraken meegenomen als vormen van geweld. Zo rapporteerde een vrouw verwezen te zijn naar een psycholoog nadat zij VT’s had geweigerd, en had een ander na tien keer vragen gecapituleerd voor een behandeling waarna ‘consent’ in het dossier werd genoteerd.


Duurzame inzetbaarheid Sprekers: diverse sprekers uit Australië, Brazilië, Nederland, Zweden en Noorwegen ‘We leveren nieuwe verloskundigen af aan het werkveld, het water wat een bad doet volstromen. Echter zijn we vergeten de stop in het bad te doen.’ Deze metafoor van Ingegerd Hildingsson uit Zweden leidde tot reflectie op de factoren die bijdragen aan uitstroom in het beroep en de vraag wat nodig is om jonge, bevlogen verloskundigen te behouden. Daarbij werd benadrukt dat het essentieel is om te onderzoeken welke ‘stop’ ontbreekt en welke maatregelen binnen het werkveld kunnen bijdragen aan duurzame inzetbaarheid en werkplezier.

Verloskundigen als weerspiegeling van de samenleving Spreker: Shirdell Mattox (Verenigde Staten) Ongelijke toegang tot zorg tussen witte en zwarte zwangeren in de Verenigde Staten blijft een groot probleem, met significant slechtere uitkomsten voor zwarte moeders en baby’s. In de vier zuidelijke staten Alabama, Louisiana, Mississippi en Tennessee is er naast grote armoede en sociale problematiek een gebrek aan zorgvoorzieningen voor zwangeren. Deze ‘midwifery deserts’ (verloskundige woestijnen) gaan gepaard met hoge maternale en perinatale sterftecijfers. De afgelopen jaren zijn er daarom opleidingen gestart en geaccrediteerd waarmee studenten worden opgeleid tot Certified Professional Midwife. Dit komt voort uit de van oudsher zwarte ‘granny midwives’ die de zwarte gemeenschap dienden, en direct-entry, dus zonder eerst een bachelor of Nursing en daarna Master of Midwifery om Certified Nurse-Midwife te worden. De opleiding vindt grotendeels plaats binnen de eerstelijns zorg en in de wijk, omdat juist in deze zuidelijke staten herkend wordt dat verloskundige zorg in de wijk tot betere uitkomsten leidt.

Abortuszorg Spreker: Ulrika Rehnstrom Loi (WHO) ‘It is not only about having one million more midwives, it’s about enabling them to work to their full scope of practice.‘ Met deze boodschap van Scoviah Masudio (Oeganda) werd het belang benadrukt van het optimaal benutten van de expertise van verloskundigen. In deze sessie stond de vernieuwde richtlijn van de WHO over veilige abortuszorg centraal. Daarin wordt aanbevolen om verloskundigen een grotere rol te geven in de begeleiding van het proces rondom abortus. Verloskundigen kunnen een bijdrage leveren aan counseling, begeleiding en in sommige gevallen ook aan medicamenteuze abortuszorg. Daarmee wordt de toegankelijkheid van zorg vergroot en kan de zorg dichter bij de cliënt worden georganiseerd. In Nederland is deze rol voor verloskundigen niet mogelijk binnen het huidige wettelijke kader. Abortuszorg valt hier onder specifieke medische wetgeving en is bovendien strafrechtelijk gereguleerd, waardoor deze zorg is voorbehouden aan daartoe bevoegde artsen en instellingen. In onder meer Zweden is de rol van verloskundigen verder ontwikkeld. Daar maken zij, ook al voordat de wetgeving werd aangepast, onderdeel uit van de uitvoering en begeleiding van abortuszorg. Dit draagt bij aan een toegankelijker en meer geïntegreerd zorgaanbod.

De Verloskundige

29


Genitale verminking Workshopleiders: Janet Mathilda Fyle, Juliet Albert (Verenigd Koninkrijk) en Marie Jones (Australië) Bijna zes procent van de vrouwelijke wereldbevolking leeft met een vorm van vrouwelijke genitale verminking. De workshop werd geopend door een vrouw die haar persoonlijke verhaal deelde. Ze groeide op in een Afrikaans land en werd op haar veertiende besneden. Indrukwekkend was dat ze vertelde als meisje naar de besnijdenis te hebben uitgekeken. Het hoorde erbij. Het was een feestelijke gebeurtenis en ze wilde niets liever dan, net als de andere vrouwen, onderdeel zijn van de gemeenschap. De werkelijkheid bleek onvoorstelbaar anders. Zonder verdoving werd zij vastgehouden door meerdere vrouwen terwijl de ingreep werd uitgevoerd. Ze beschreef de intense pijn, de angst en de machteloosheid die ze voelde. De fysieke klachten hielden jarenlang aan. Pas nadat ze naar Engeland verhuisde, ontdekte ze dat wat haar was overkomen

geen vanzelfsprekendheid was. Ze vond hulp bij een gespecialiseerde organisatie en onderging uiteindelijk een hersteloperatie. Met zichtbare emotie vertelde ze dat ze daardoor niet alleen minder pijn ervaart, maar ook voor het eerst in haar leven seksualiteit als iets positiefs heeft leren kennen. Een van de aanwezige seksuologen vulde haar verhaal treffend aan: ‘De hersenen zijn ons grootste seksuele orgaan.’ Ondanks het blijvende trauma is herstel lichamelijk én emotioneel mogelijk. Ze droeg oorbellen in de vorm van een clitoris: een krachtig symbool. Ze legde uit dat haar clitoris niet verdwenen is; alleen het uitwendige deel is verwijderd. De oorbellen waren een statement van veerkracht en eigenaarschap over haar eigen lichaam. Aan het einde van de workshop was de emotie in de zaal voelbaar. Veel aanwezigen hadden tranen in hun ogen. Juist daarom

besloten de sprekers dat het tijd was om de zwaarte even los te laten. De muziek ging aan en de hele zaal danste mee. Niet om het verdriet te vergeten, maar om stil te staan dat er steeds meer aandacht is voor vrouwelijke genitale verminking, dat vrouwen hun verhaal durven te vertellen en dat er hoop is op verandering. Het was een onverwacht, maar prachtig en verbindend moment. Haar laatste boodschap was misschien wel de belangrijkste voor ons als verloskundigen. ‘Geen enkel verhaal is hetzelfde. Vraag daarom niet alleen wat er is gebeurd, maar vooral hoe iemand haar ervaring heeft beleefd. Achter elke vorm van vrouwelijke genitale verminking schuilt een uniek verhaal en vaak ook een diep trauma. Juist door zonder aannames te luisteren, kunnen wij de zorg bieden die deze vrouwen verdienen.’

De thuisbaring Spreker: Violet Clapham (Nieuw-Zeeland) Voor het behalen van haar Master of Midwifery deed eerstelijnsverloskundige Violet Clapham onderzoek naar de (postnatale) uitkomsten van thuis baren in Nieuw-Zeeland. Hiervoor gebruikte zij vragenlijstdata van 90 vrouwen die thuis hun baby baarden, plus een focusgroep-discussie met acht deelnemers. Een opvallende bevinding, in vergelijking met de Nederlandse thuisbaring, was het gemiddeld aantal minuten ononderbroken huid-op-huidcontact na de baring: maar liefst 127 minuten! Daarnaast bedroeg de gemiddelde gewichtsafname van de baby in de eerste levensweek slechts 0,5%. Hierdoor startte in de zaal een discussie over wat wij verstaan onder fysiologie. Is tot 7% afvallen in de eerste week eigenlijk wel fysiologie? Zien wij daarin in Nederland verschil tussen baby’s die thuis zijn geboren of baby’s die langdurig huid-op-huidcontact hebben gehad en baby’s die in een ziekenhuissetting worden geboren? En wat kunnen we ervan leren? Ten slotte benoemde Violet het loslaten van richtlijnen en voedingsschema’s als succesfactor in het starten en volhouden van succesvolle borstvoeding: ‘Go with the flow and trust in mother’s and babies’ instincts.’

De 30 Verloskundige


Een plateaufase of een niet-vorderende baring? Workshopleiders: Laura Iannuzzi (Verenigd Koninkrijk), Anna Maria Rosetti (Italië), Marina Weckend (Duitsland)

Verloskundigen in tijden van humanitaire crises Workshopleiders: Liselotte Kweekel en Neha Mankani (ICM) De workshop werd geopend door vier verloskundigen die kort maar aangrijpend vertelden over hun ervaringen met werken in humanitaire crisisomstandigheden. Clemence Chbat (Libanon), verloskundige en adviseur vrouwengezondheid bij Artsen Zonder Grenzen, vertelde over haar werk in onder meer Zuid-Sudan. Daar hielp zij bij het opzetten van een noodkliniek voor moeder- en kindzorg om te voorzien in de behoefte van een grote stroom vluchtelingen die plots op gang kwam. Cherolyn Polomon (Papoea-Nieuw-Guinea) vertelde geëmotioneerd over het moment dat zij met een barende vrouw bij een rivierovergang stond waar zojuist de enige brug was ingestort. De vrouw op tijd in het ziekenhuis krijgen werd een uitdaging op leven en dood. Jacquelyn Ingram (Verenigde Staten) woont en werkt als verloskundige op Hawaï en was één van de eersten om ter plaatse te gaan en zwangeren te ondersteunen na de verwoestende natuurbranden in 2023. Ximena Rojas Garcia (Mexico) werkte als holistisch verloskundige in Mexico toen niet ver van haar huis honderden mensen vast kwamen te zitten voor de grens met de Verenigde Staten. Ze startte zo goed en snel als zij kon zorg op, met haar verlostas in de hand, de achterbank van haar auto als onderzoeksbank en haar woonkamer als veilige haven om te bevallen. Inmiddels runt zij de stichting Partería y Medicinas Ancestrales, die gratis verloskundige zorg biedt aan vluchtelingen, gedeporteerden, ontheemden en zwangeren die leven in extreme armoede. Aan het einde van de workshop konden deelnemers rondlopen en vragen stellen aan verschillende organisaties. In dit gedeelte was ook ruimte voor Pashtoon Azfar Zyaee van de Afghan Midwives Association (AMA) en Sanna Veenstra-Kwakkel van de KNOV om te vertellen over het samenwerkingsproject tussen AMA en KNOV in 2024.

Vanuit hun eigen expertise deden deze drie onderzoekers onderzoek naar plateaus tijdens de baring en hoe je als verloskundige goed het onderscheid kunt maken tussen een fysiologisch plateau (een pauze tijdens de baring in ontsluiting en/of weeën die vanzelf weer voorbijgaat) en een daadwerkelijke, mogelijk pathologische, stagnatie van de baring. Watchful attendance is hierbij de belangrijkste vaardigheid: zien, horen en voelen wat er gebeurt, en beoordelen of moeder en kind beiden in goede conditie zijn. Is dit het geval, dan zal de baring bijna altijd vanzelf weer continueren. Lijkt dit niet het geval, dan kun je de verschillende oorzaken afpellen als een ui. In de eerste (buitenste laag) de factoren die het parasympathisch zenuwstelsel beïnvloeden. Voelt de barende zich veilig? Is de omgeving rustig? Zijn de lichten gedimd? De tweede laag is het autonome zenuwstelsel. Hierop heb je minder directe invloed, maar deze kan in werking zijn gezet door de buitenste laag. Hierdoor kan een situatie ontstaan waarin de uterus hypoxisch wordt en de weeën niet meer effectief bijdragen aan indaling en ontsluiting. De derde laag zijn de zachte weefsels, waaronder de bekkenbodemspieren. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om een disbalans in bepaalde spiergroepen waardoor baarmoeder en kind niet goed kunnen samenwerken om het kind de juiste richting op te ‘duwen’. Hierbij kunnen interventies zoals Spinning Babies, ook al tijdens de zwangerschap, uitkomst bieden. De hele workshop in een paar zinnen samenvatten is bijna onmogelijk. Wil je meer weten over dit interessante onderwerp, kijk dan vooral op de website childbirthresearch.com voor meer informatie.

De Verloskundige

31


Professionele ontwikkeling – identiteit Sprekers: Emily Gillard (McMaster University, Ontario, Canada), Rachel Warren en Alexa Minichiello (Association of Ontario Midwives (AOM), Canada) Deze bijeenkomst, met in totaal drie sprekers, stond in het teken van beroepsidentiteit. Een onderwerp dat niet alleen in Nederland leeft, maar zeker ook onder de andere landen. Tijdens het ICM-congres waren er meerdere bijeenkomsten die gingen over onze identiteit, waarbij deze eruit sprong op toepasbaarheid voor de Nederlandse situatie. Vooral de twee presentaties van de Canadese vroedvrouwen (alle drie uit Ontario) spreken aan. Ontario lijkt op Nederland qua grootte en opbouw, en ook qua geboortezorgsysteem met zelfstandige vroedvrouwen.

De kunst van de vroedvrouwerij Emily Gillard vertelde over haar antropologische promotieonderzoek, waarin zij belangrijke ‘niet-klinische’ vaardigheden van verloskundigen toonde en analyseerde, waaronder diep luisteren, aanwezigheid, flexibiliteit en een ‘ja’-mentaliteit. Het onderzoek richt zich erop om die onzichtbare set van vaardigheden van verloskundigen daadwerkelijk te zien, en om te zien hoe deze vaardigheden worden toegepast, in stand gehouden en onderwezen. Emily hoopt dat het zichtbaar maken van deze verloskundige vaardigheden de eerste stap is naar het waarderen en leidend maken van vaardigheden die onderwijs, praktijk en beleid op het gebied van geboortezorg ingrijpend kunnen veranderen. Emily liet zien hoe gemakkelijk het is om de klinische vaardigheden van verloskundigen te zien: het monitoren van de gezondheid van moeder en kind, baby’s opvangen, hechten en medicatie toedienen. Dit zijn vaardigheden die worden afgemeten aan technische nauwkeurigheid en tastbare resultaten. Vaardigheden en resultaten die kunnen worden ingezet als leiderschap in de verloskunde en breder in de gezondheidszorg. Het lijkt logisch dat dit soort vaardigheden prioriteit krijgt in de opleiding en professionele ontwikkeling van verloskundigen. Wat gemakkelijk te zien is, is ook gemakkelijk te tonen en te waarderen, zowel individueel, professioneel als systemisch. Maar dat is niet het enige wat vroed-

De 32 Verloskundige

vrouwen brengen. En misschien zelfs niet eens het belangrijkste. De kunst van de vroedvrouwerij (‘the art of midwifery’) is juist die andere set van vaardigheden: diep luisteren, actieve en intentionele aanwezigheid, emotieregulatie, empathie, flexibiliteit, vindingrijkheid en het hebben van een ‘ja’-mentaliteit. Deze vaardigheden worden meer gevoeld dan gezien, en Emily ziet het als haar opdracht om dat meer zichtbaar te maken, zodat het net zo goed individueel, professioneel en systemisch te waarderen wordt. Juist deze vaardigheden maken de vroedvrouw bij uitstek geschikt om te werken aan geïnformeerde keuzes, vertelde Emily., De continuïteit van zorgverlener is daarbij essentieel om het ouderschap te versterken. Vooral roept zij op om de vrouw te zien als mens: alleen dan kan de vrouw op haar beurt ook de vroedvrouw als mens zien, in plaats van enkel als zorgverlener. Met haar bijzondere skillset creëert de vroedvrouw de ruimte voor die wederzijdse erkenning. Dat kan ook heel praktisch: Emily vertelde beeldend over hoe handwerken, en vooral breien, de nodige rust en tijd geeft voor vrouw én vroedvrouw om deze niet-klinische vaardigheden in te zetten. En dat kan meteen na afloop: als cadeautje had ze een eenvoudig breipatroon van een babymutsje voor haar toehoorders. Belangrijk onderzoek om mee te nemen in het binnenkort te ontwikkelen opleidingsprofiel!

Beantwoorden van vroedvrouwelijke vragen – Richtlijnen van de AOM Rachel Warren (verloskundige en beleidsadviseur bij de AOM) en Alexa Minichiello (directeur van de afdeling richtlijnontwikkeling bij de AOM) vertelden hoe zij de afgelopen jaren hebben gewerkt aan professionalisering van de Ontariaanse verloskundigen, onder meer met eigen richtlijnen. Verloskundigen stellen namelijk andere vragen dan medisch specialisten, en dus vraagt hun zorg om andere antwoorden. Toch golden lange tijd alleen


de richtlijnen van medisch specialisten, omdat verloskundigen geen eigen richtlijnen hadden. Ontario kent sinds de jaren ‘90 een gezondheidszorgstelsel waarin verloskundigen, vergelijkbaar met Nederland, als zelfstandige zorgverleners werken, met vergaande verantwoordelijkheden en de geïnformeerde keuze van de zwangere als leidend principe. Vanuit het streven om recht te doen aan vroedvrouwelijke zorg en die geïnformeerde keuze, besloot de AOM zelf richtlijnen te ontwikkelen. Dat laten ze zien aan de hand van de richtlijn over VBAC (vaginale geboorte na eerdere sectio). En ja, het advies is om thuis te bevallen! De beschikbare evidence over VBAC is voor gynaecologen en verloskundigen gelijk. De methodologie om die evidence te wegen is ook gelijk, namelijk de GRADE-systematiek. Dat is overigens ook de methode die de KNOV hanteert bij de richtlijnontwikkeling. Toch zijn de uitkomsten anders, omdat vooraf andere vragen worden gesteld én omdat de conclusies achteraf anders worden gewogen. En dat sluit weer mooi aan bij het onderzoek van Emily Gillard hierboven. Bij het stellen van de vragen vooraf kijken verloskundigen naar wat gezondheidsbevorderend werkt en kijken medisch specialisten vooral naar risicomijding. Bij de duiding achteraf spelen ethische en waarde- en haalbaarheidsafwegingen mee die raken aan vroedvrouwelijke zorg en de geïnformeerde keuze van de vrouw. Interessant om te zien is dat de AOM zichzelf dezelfde vragen heeft gesteld als de KNOV: welke vragen willen wíj beantwoord zien? Hoe ontwikkelen we goede richtlijnen voor verloskundigen? De uitkomst is bij beide vergelijkbaar: een procedure die recht doet aan vroedvrouwelijke vragen én vroedvrouwelijke duiding, waarbij conclusies worden gewogen langs ethische normen en waarden (beroepsidentiteit!), haalbaarheid en geïnformeerde keuze (passende zorg!). Wie weet wat dat in de toekomst betekent voor de VBAC in Nederland!

Tijdens het congresdiner.

Omgaan met data over ongelijkheid Workshopleider: Benash Nazmeen (Verenigd Koninkrijk) Belangrijke onderwerpen, maar beladen en daardoor lastig om over in gesprek te gaan: ongelijkheid, discriminatie en racisme. In deze workshop gaf Benash Nazmeen ruimte aan alle gevoelens die over dit onderwerp kunnen leven, zoals de angst om iets verkeerd te zeggen, verdriet, schaamte of de drang om jezelf te verdedigen. En tegelijkertijd: opluchting en blijdschap dat dit onderwerp besproken wordt. Een korte documentaire over kinderen in het Verenigd Koninkrijk maakte indruk en benadrukte het belang van dit onderwerp. De belangrijke tip uit de workshop was het creëren van een veilige setting waarin dit onderwerp besproken wordt. Ter ondersteuning hiervan kun je bijvoorbeeld een ‘blob tree’-oefening doen. Daarnaast is openen met een persoonlijk verhaal of anekdote een goed middel om de luisteraar, of dat nu studenten of beleidsmakers zijn, mee te nemen in het onderwerp. Hiermee voorkom je dat de statistieken tegen dovemansoren gericht zijn, omdat mensen blijven hangen in vooraf aangenomen oordelen en waarheden. Bekijk de korte documentaire via de code hiernaast.

De Verloskundige

33


Veilig slapen, vanaf de eerste nacht.

De AeroSleep® 3D-topper: Comfort voor elke baby Ademende 3D-laag De innovatieve 3D-technologie creëert een zachte luchtlaag waar de baby heerlijk op kan slapen.

Super absorberend Houdt het kindje en het matras fris en droog. Matrastopper ook apart verkrijgbaar

+

Hygiënisch & wasbaar

steeds inclusief 3D-topper

LS

OF

VO L E N D R

PR

Ontdek alle matraspakketten van AeroSleep®

BE

OO

A AN

Snel te wassen en weer droog, een schoon bedje opmaken is zo gedaan!

ESSION

A


Tekst Jutharat Attawet PhD Beeld Shutterstock

Wetenschap

Climate Change and Midwifery Is the Profession Ready? Climate change is no longer a distant environmental concern: heatwaves, air pollution and extreme weather events are increasingly affecting pregnancy and birth outcomes. But are midwives prepared for this emerging challenge? Jutharat Attawet and her team reviewed the global evidence on midwives’ climate-related knowledge and preparedness. Their conclusion: awareness is growing, but much more is needed in education, clinical guidance and organisational support.

C

limate change is no longer a future environmental challenge1; it is a current and growing threat to maternal and newborn health. Across the world, rising temperatures, prolonged heatwaves, worsening air quality, floods, bushfires and other extreme weather events are increasingly affecting pregnancy, birth and the delivery of maternity care. As these environmental changes become more frequent, they are creating new responsibilities for healthcare professionals, particularly midwives, who provide continuity of care throughout pregnancy, birth and the postnatal period.

Pregnant women and newborns are among the populations most vulnerable to climate-related health risks. Physiological changes during pregnancy reduce the body’s ability to regulate heat, while the developing fetus is particularly sensitive to environmental exposures2. A growing body of evidence has linked extreme heat with adverse pregnancy outcomes, including preterm birth, hypertensive disorders of

pregnancy, low birth weight and stillbirth3. Exposure to poor air quality, including bushfire smoke and urban air pollution, has also been associated with fetal growth restriction and preterm birth4. Climate-related disasters may further disrupt access to maternity services, delay antenatal care and increase psychological stress for women and families5. Recognising these risks, the World Health Organization has identified climate change as one of the greatest threats to global health and has called for climateresilient health systems that protect vulnerable populations, including pregnant women and newborns5-7. The Lancet Countdown on Health and Climate

‘A growing body of evidence has linked extreme heat with adverse pregnancy outcomes’ De Verloskundige

35


De 36 Verloskundige


‘Effective climate-responsive maternity care also requires appropriate knowledge, resources and supportive healthcare systems’ Change has similarly highlighted the growing health impacts of climate change and the urgent need for health professionals to support adaptation and resilience8. For midwives, climate change represents more than an environmental issue; it is becoming part of everyday clinical practice. Women are increasingly seeking advice about staying safe during heatwaves, reducing exposure to poor air quality and planning maternity care during extreme weather events. Supporting women to manage these risks is a natural extension of midwifery’s role in health promotion and disease prevention. However, this raises an important question: are midwives adequately prepared to respond?

Looking beyond pregnancy outcomes Much of the existing research has focused on how climate change affects pregnancy and newborn health. While this evidence is essential, considerably less attention has been paid to whether the maternity workforce has the knowledge, confidence and organisational support needed to respond to these emerging challenges. To address this gap, our research team conducted a scoping review, recently published in Women and Birth9, to map the available evidence on midwives’ preparedness for climate change and maternal and child health. Following the Joanna Briggs Institute methodology, we systematically searched six international databases for studies examining midwives’ knowledge and preparedness related to climate change.

What did our review find? Our scoping review identified only five studies10-14 examining midwives’ preparedness for climate change,

highlighting a significant gap in the evidence. Although research increasingly demonstrates the effects of climate change on maternal and newborn health, much less attention has been given to whether the maternity workforce is equipped to respond. Across the included studies, midwives consistently recognised climate change as an emerging maternal and newborn health issue and acknowledged their professional responsibility to support women and families. However, preparedness was variable. Participants reported barriers including limited climate-related education, insufficient continuing professional development, inconsistent access to clinical guidance and variable organisational support. These findings suggest that awareness alone is insufficient; effective climate-responsive maternity care also requires appropriate knowledge, resources and supportive healthcare systems. The review also revealed important inconsistencies in how climate change-related events were defined across the literature. Terms such as ‘heatwave’, ‘extreme heat’ and other climate-related hazards were described using different criteria and thresholds, reflecting variations in local climate, geography and policy. While these differences may be appropriate for individual settings, the absence of globally consistent definitions makes it difficult to compare findings across studies, synthesise evidence and establish a clear understanding of climate-related risks during pregnancy. This inconsistency also has downstream implications for research, education and clinical practice. Without common definitions, developing standardised educational content, comparing workforce preparedness across countries and producing evidence-based clinical guidelines becomes more challenging. Consequently,

De Verloskundige

37


healthcare professionals may receive inconsistent recommendations about when climate-related events pose significant risks to pregnant women and what actions should be taken. Establishing internationally agreed definitions and reporting standards, while allowing flexibility for local implementation, would strengthen future research and provide a more robust foundation for climate-responsive maternity care. At the same time, the review demonstrated that preparedness cannot rely on a one-size-fits-all approach. The climate-related challenges faced by midwives differed according to local environmental conditions, healthcare systems and population needs. For example, some studies focused on the effects of extreme heat, whereas others emphasised air pollution, food insecurity or disaster preparedness. These differences suggest that climate-responsive maternity care requires both internationally consistent evidence and locally relevant implementation. Establishing shared competencies for climate-related maternal health, while allowing flexibility to address local priorities, may provide a stronger foundation for education, clinical practice and future research.

Moving from evidence to action The findings of this review have important implications for the future of midwifery practice. As climate-related events become more frequent, midwives will increasingly be expected to support women in managing environmental health risks during pregnancy. Preparing the workforce therefore requires coordinated action

across education, clinical practice and policy. Climate change should be embedded within undergraduate education and continuing professional development to ensure that all midwives develop core knowledge and skills in climate-related maternal and newborn health. This should be supported by evidence-based clinical guidelines, patient education resources and organisational policies that enable climate-related discussions to become part of routine maternity care rather than exceptional circumstances. Professional organisations, healthcare services and researchers also have important roles in strengthening climate-responsive maternity care. Future work should focus not only on improving workforce preparedness but also on developing more consistent approaches to defining climate-related hazards, evaluating educational interventions and translating evidence into clinical practice. Strengthening the evidence base in these areas will help ensure that midwives are equipped with practical, reliable and contextually relevant guidance. For Dutch midwives, these findings are particularly timely. Europe is experiencing increasingly frequent heatwaves and other climate-related events, making environmental health an increasingly important aspect of maternity care15,16. By strengthening climate literacy and integrating climate-responsive care into existing models of woman-centred practice17, the profession can continue to play a leading role in protecting the health of women, newborns and families in a changing climate.

Conclusion

‘Preparing the workforce therefore requires coordinated action across education, clinical practice and policy’ De 38 Verloskundige

Climate change is reshaping maternity care, and midwives will increasingly play a central role in helping women and families adapt to its health impacts. Our scoping review demonstrates that although midwives recognise climate change as an important maternal and newborn health issue, preparedness remains variable and is influenced by education, organisational support and the availability of clinical guidance.


‘Climate change is reshaping maternity care’ Strengthening workforce preparedness requires more than increasing awareness. It calls for consistent educational standards, evidence-based clinical resources and policies that support climate-responsive maternity care while remaining adaptable to local contexts. By investing in these areas, the midwifery profession will be better equipped to protect the health of women, newborns and future generations in a changing climate.

Dit artikel is een bewerkte versie van Attawet, J., Bhandari, P., Lewis, T., Wang, C., & Qiu, Y. (2025). Midwives’ preparedness for climate change impacts on maternal and child health: A scoping review. Women and Birth, 38(6), 102112.

References 1. Islam MS, Fang T, Oldfield C, Larpruenrudee P, Beni HM, Rahman MM, et al. Heat wave and bushfire meteorology in New South Wales, Australia: air quality and health impacts. International journal of environmental research and public health. 2022;19(16):10388. 2. Fan W, Zlatnik MG. Climate Change and Pregnancy: Risks, Mitigation, Adaptation, and Resilience. Obstetrical & Gynecological Survey. 2023;78(4). 3. Chersich MF, Pham MD, Areal A, Haghighi MM, Manyuchi A, Swift CP, et al. Associations between high temperatures in pregnancy and risk of preterm birth, low birth weight, and stillbirths: systematic review and meta-analysis. bmj. 2020;371. 4. Bekkar B, Pacheco S, Basu R, DeNicola N. Association of air pollution and heat exposure with preterm birth, low birth weight, and stillbirth in the US: a systematic review. JAMA network open. 2020;3(6):e208243. 5. World Health Organization (WHO). Climate change: WHO; 2023 [Available from: who.int/news-room/fact-sheets/detail/climate-change-and-health. 6. World Health Organization (WHO). Experts warn of serious health impacts from climate change for pregnant women, children, and older people: WHO; 2024 [Available from: who.int/news/item/05-06-2024-experts-warn-of-serious-healthimpacts-from-climate-change-for-pregnant-women--children--and-older-people. 7. World Health Organization (WHO). WHO calls for global expansion of midwifery models of care: WHO; 2025 [Available from:who.int/news/item/18-06-2025-whocalls-for-global-expansion-of-midwifery-models-of-care?. 8. Romanello M, Walawender M, Hsu S-C, Moskeland A, Palmeiro-Silva Y, Scamman D, et al. The 2024 report of the Lancet Countdown on health and climate change: facing record-breaking threats from delayed action. The Lancet. 2024;404(10465):1847-96. 9. Attawet J, Bhandari P, Lewis T, Wang C, Qiu Y. Midwives’ preparedness for climate change impacts on maternal and child health: A scoping review. Women and Birth. 2025;38(6):102112. 10. Nantanda R, Buteme S, van Kampen S, Cartwright L, Pooler J, Barton A, et al. Feasibility and acceptability of a midwife-led health education strategy to reduce exposure to biomass smoke among pregnant women in Uganda, A FRESH AIR project. Global Public Health. 2019;14(12):1770-83. 11. Cartwright LL, Callaghan LE, Jones RCM, Nantanda R, Fullam J. Perceptions of long-term impact and change following a midwife-led biomass smoke education program for mothers in rural Uganda: A qualitative study. Rural and Remote Health. 2022;22(1):1-15. 12. Baharav Y, Nichols L, Wahal A, Gow O, Shickman K, Edwards M, et al. The Impact of Extreme Heat Exposure on Pregnant People and Neonates: A State of the Science Review. Journal of Midwifery & Women’s Health. 2023;68(3):324-32. 13. Monteblanco AD, Vanos JK. Community-based maternal health workers’ perspectives on heat risk and safety: a pilot qualitative study. Health Care for Women International. 2021;42(4-6):657-77. 14. Dağlı E, Reyhan FA, Kırca AŞ. Midwives’ views about the effects of climate change on maternal and child health: A qualitative study. Women and Birth. 2024;37(2):451-7. 15. Ballester J, Quijal-Zamorano M, Méndez Turrubiates RF, Pegenaute F, Herrmann FR, Robine JM, et al. Heat-related mortality in Europe during the summer of 2022. Nature Medicine. 2023;29(7):1857-66. 16. Smid M, Russo S, Costa AC, Granell C, Pebesma E. Ranking European capitals by exposure to heat waves and cold waves. Urban Climate. 2019;27:388-402. 17. Brady S, Gibbons KS, Bogossian F. Defining woman-centred care: A concept analysis. Midwifery. 2024;131:103954.

De Verloskundige

39


Tekst Eline Wortman | Vrhl Content en Creatie

Update KNOV: Meer duidelijkheid over richtlijnen en kwaliteitsdocumenten Wat hoort bij de professionele standaard van de verloskundige en wat niet? De KNOV maakt daarin voortaan scherpere keuzes met een nieuwe autorisatiestatus en meer transparantie over de afwegingen. Hierdoor krijgen verloskundigen beter inzicht in welke kwaliteitsdocumenten richtinggevend zijn voor de dagelijkse praktijk.

Die duidelijkheid is belangrijk, want het aantal richtlijnen, handreikingen, standpunten en factsheets blijft groeien. Al deze kwaliteitsdocumenten ondersteunen verloskundigen bij het bieden van goede, veilige en passende zorg. Maar niet elk document heeft dezelfde betekenis voor de dagelijkse praktijk of maakt onderdeel uit van de professionele standaard. Daarom scherpt de KNOV haar manier van beoordelen en communiceren verder aan. Kwaliteitsdocumenten worden nu bijvoorbeeld nadrukkelijker beoordeeld vanuit de vraag: draagt dit document daadwerkelijk bij aan het verloskundig handelen? Daarbij vormen de onlangs vastgestelde beroepsidentiteit, de fysiologie en passende zorg belangrijke uitgangspunten. Dat betekent niet dat de KNOV minder kwaliteitsdocumenten ontwikkelt of beoordeelt. Wel wordt bewuster gekeken welke documenten daadwerkelijk richting geven aan het verloskundig handelen. Niet elk kwaliteitsdocument heeft immers directe gevolgen voor de dagelijkse praktijk.

Nieuwe autorisatiestatus Om dat onderscheid duidelijker te maken, introduceert de KNOV een nieuwe autorisatiestatus: de verklaring van geen bezwaar. Daarmee ontstaat naast ‘geautoriseerd’ en ‘niet geautoriseerd’ een derde mogelijkheid. Een verklaring van geen bezwaar betekent dat de KNOV een document niet formeel autoriseert voor de verloskundige beroepsgroep, maar geen bezwaar heeft tegen het gebruik ervan door andere disciplines. Het document krijgt

De 40 Verloskundige

daarmee geen juridische status als professionele standaard voor verloskundigen, omdat de inhoud buiten de verantwoordelijkheid of het werkterrein van de beroepsgroep valt. Een voorbeeld is de multidisciplinaire richtlijn Dreigende vroeggeboorte, waarvan sommige modules een ‘verklaring van geen bezwaar’ hebben vanwege het specialistische karakter en dus geen directe implicaties hebben voor het verloskundig handelen. Een ander voorbeeld van een besluit om een kwaliteitsdocument niet te autoriseren is de module Intensieve gedragsmatige stoppen-met-rokenbegeleiding uit de richtlijn Tabaks- en nicotineverslaving. De KNOV besloot deze niet te autoriseren, omdat binnen de verloskunde al twee bewezen stoppen-met-rokenmethoden leidend zijn, namelijk de VMIS en de VBA+. Een extra richtlijn zou voor verloskundigen weinig toevoegen aan de praktijk en vooral zorgen voor onnodige stapeling van documenten.

Meer transparantie Het kwaliteitslandschap blijft volop in beweging. Nieuwe richtlijnen, herzieningen en standpunten volgen elkaar snel op. Via de vernieuwde overzichtspagina (scan hiervoor de code) blijven verloskundigen op de hoogte van de actuele stand van zaken en van de keuzes die de KNOV daarbij maakt. Zo weten verloskundigen niet alleen welke kwaliteitsdocumenten nieuw zijn, maar ook welke betekenis ze hebben voor de dagelijkse praktijk.


Stand van zaken kwaliteitsdocumenten De KNOV werkt continu aan de ontwikkeling, beoordeling en implementatie van kwaliteitsdocumenten, zoals richtlijnen, standpunten, handreikingen en factsheets.

Nieuw: drie autorisatiestatussen Bij elk kwaliteitsdocument kent de KNOV een autorisatiestatus toe: - Geautoriseerd: onderdeel van de professionele standaard voor verloskundigen. - Niet geautoriseerd: geen onderdeel van de professionele standaard. - Verklaring van geen bezwaar (nieuw): geen professionele standaard voor verloskundigen, maar de KNOV heeft geen bezwaar tegen gebruik door andere beroepsgroepen.

Recent beoordeeld Geautoriseerd - Protocol Datering van de zwangerschap - Leidraad Erytrocytenimmunisatie - Leidraad Gynaecologische echografie - Leidraad Plotselinge en onverwachte postnatale collaps - Richtlijn Infectiepreventie in de huisartsenen verloskundigenpraktijk - Richtlijn Niet-vorderende baring (EAPM) - Standpunt Intermitterende auscultatie Alle kwaliteitsdocumenten zijn te vinden op knov.nl. Niet geautoriseerd - Richtlijn Tabaks- en nicotineverslaving > de KNOV houdt vast aan reeds beschikbare stoppen-met-rokenmethoden (VMIS/VBA+) omdat die al leidend zijn in de praktijk. Verklaring van geen bezwaar - Richtlijn Dreigende vroeggeboorte > Heeft een specialistisch karakter en geen directe implicaties voor het verloskundig handelen.

‘Niet elke (multidisciplinaire) richtlijn hoeft onderdeel te zijn van de verloskundige professionele standaard’

De Verloskundige

41


JHDFFUHGLWHHUGH QDVFKROLQJ

85x116mm_KNOV_E.indd 1

1-4_85x116mm_J.indd 28-01-2025 10:37 1

7HDPFRDFKLQJ LQ GH ]RUJ

([FHVVLHI KXLOHQ ELM EDE\ V

3V\FKLDWULH ]ZDQJHUVFKDS

/HHU SDWURQHQ KHUNHQQHQ EHQRHPHQ HQ WHDPFRDFKWHFKQLHNHQ WRHSDVVHQ

'H PHGLVFKH HQ SV\FKRORJLVFKH LPSDFW YDQ IHUWLOLWHLWVWUDMHFWHQ

$OV GH UR]H ZRON VFKXLOJDDW DFKWHU GRQNHUH ZRONHQ

'ULHGDDJVH FXUVXV VWDUW QRYHPEHU RI LQ

&XUVXV RS QRYHPEHU

6\PSRVLXP RS IHEUXDUL

/D 9LH 8WUHFKW

/D 9LH 8WUHFKW

1+ +RWHO $PHUVIRRUW

3( SXQWHQ

3( SXQWHQ

3( SXQWHQ

$OV WHDPFRDFK KHOS MH KHW WHDP RP RS HHQ FRQVWUXFWLHYH PDQLHU KHW JHVSUHN DDQ WH JDDQ 0DDU KRH SDN MH GLW DDQ" :HONH KRXGLQJ HQ URO ]LMQ JHZHQVW" +RH PDDN MH GH RQGHUOLQJH SDWURQHQ YDQ KHW WHDP ]LFKWEDDU HQ KRH JD MH RP PHW FRQIOLFWHQ WXVVHQ FROOHJD V"

1-2_175x116mm_B.indd 1

([FHVVLHI KXLOHQ LV HHQ YHHOYRRUNRPHQGH KXOSYUDDJ LQ GH HHUVWH OHYHQVPDDQGHQ /HHU PHGLVFKH RRU]DNHQ HQ DODUPVLJQDOHQ KHUNHQQHQ RXGHUV GHVNXQGLJ EHJHOHLGHQ HQ SDVVHQGH LQWHUYHQWLHV LQ]HWWHQ RP RQQRGLJH YHUZLM]LQJHQ HQ RQ]HNHUKHLG WH YRRUNRPHQ

06-08-2026 09:39

.ULMJ GH NHQQLV HQ WRROV GLH MH QRGLJ KHEW RP ]ZDQJHUH YURXZHQ PHW SV\FKLDWULVFKH DDQGRHQLQJHQ RSWLPDDO WH RQGHUVWHXQHQ /HHU RPJDDQ PHW FRPSOH[H VLWXDWLHV ZDDUELM ]RZHO GH JHHVWHOLMNH JH]RQGKHLG YDQ GH PRHGHU DOV GH YHLOLJKHLG YDQ KHW RQJHERUHQ NLQG FHQWUDDO VWDDQ

10-08-2026 09:49


Tekst Myra Langenberg | Vrhl Content en Creatie

‘Blijf vragen stellen’ Waarom doen we de dingen zoals we ze doen? Dit lijkt een eenvoudige vraag, maar voor Bahareh Goodarzi en Jolanda Liebregts vormt die de rode draad van hun loopbaan. Allebei werkten ze jarenlang als verloskundige. En allebei liepen ze tegen hetzelfde aan: in de geboortezorg gebeurt veel volgens een vast, ingesleten patroon. Op de vraag waarom dat zo is, kwam vaak geen antwoord. Daarom gingen ze zelf op zoek.

H

un nieuwsgierigheid bracht ze bij de wetenschap. Niet om fulltime onderzoeker te worden, maar om bepaalde zaken beter te kunnen begrijpen. Waarom zien we bepaalde keuzes, praktijken en werkwijzen als vanzelfsprekend, terwijl niemand meer weet waar ze vandaan komen? En waarom zijn sommige patronen zo moeilijk te veranderen?

Van lastpak naar onderzoeker Als kind vond Bahareh al veel dingen raar. ‘Ik wilde vaak begrijpen waarom iets zo was, maar kreeg bijna altijd dezelfde boodschap: stel niet zoveel vragen en doe wat er wordt gezegd. Pas tijdens

‘Wat als “vanzelfsprekend” gewoon betekent: nooit ter discussie gesteld?’

mijn master Zorgmanagement aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam ontdekte ik dat vragen stellen niet lastig was, maar juist de basis kon zijn van verandering. Toen ik me later bij de KNOV bezighield met beleid en kwaliteit, merkte ik hoe ingewikkeld het is om veranderingen te realiseren als de onderliggende aannames niet zijn onderzocht.’ Een ontmoeting met socioloog en hoogleraar verloskunde Raymond de Vries gaf haar het laatste zetje richting onderzoek. Hij zei tegen haar: ‘Ik heb de antwoorden niet, maar ik wil je helpen om vragen te stellen en de antwoorden te vinden.’ Die vragen leidden uiteindelijk tot Baharehs promotieonderzoek naar risicoselectie in de geboortezorg en haar proefschrift Putting risk in its place: the complexity of risk selection in maternal and newborn care in 2023.

Verwondering Ook voor Jolanda was verwondering de aanleiding. Ze werkte twaalf jaar als verloskundige en kreeg steeds meer verantwoordelijkheden.

De Verloskundige

43


Als regiomanager bij de KNOV en bestuurder van onder andere een VSV en samenwerkingsverband zag ze hoe professionals met hetzelfde doel toch regelmatig tegenover elkaar kwamen te staan. ‘We wilden allemaal betere geboortezorg. Waarom lukte het ons dan niet om gelijkwaardig samen te werken? Waarom bleven we dezelfde discussies voeren? Als ik wilde begrijpen waarom verandering zo moeilijk is, moest ik niet nóg een vergadering bijwonen, maar onderzoeken hoe het systeem werkt.’ Ze kreeg de kans om promotieonderzoek te doen naar de organisatie van integrale geboortezorg. ‘Ik kon onderzoeken op welke manier de organisatie van de geboortezorg invloed heeft op de uitkomsten voor moeder en kind. Maar minstens zo belangrijk was mijn vraag hoe professionals zich tot elkaar verhouden. We zeggen dat we gelijkwaardig samenwerken, maar soms gebruiken we nog steeds taal die oude verhoudingen in stand houdt. Bijvoorbeeld wanneer we aangeven dat een verloskundige iets “mag” van een andere discipline. Zo bepaalt taal hoe we onszelf positioneren.’

‘Onderzoek helpt om zichtbaar te maken wat we anders niet zien’ samenleving hebben, betekent dezelfde zorg niet automatisch dezelfde uitkomst. Als we alleen kijken naar medische factoren, missen we een groot deel van het verhaal.’ Ze ziet dat de geboortezorg sterk gericht is op het opsporen van risico’s, het voorkomen en behandelen van ziekte en het voorkomen van sterfte. Dat heeft veel gebracht, benadrukt ze. Maar het kan ook betekenen dat andere factoren minder aandacht krijgen. ‘Wat als het probleem niet zit in het lichaam van iemand, maar in hoe wij als samenleving met mensen omgaan? Hier zit de kracht van wetenschap. Onderzoek helpt om zichtbaar te maken wat we anders niet zien.’ Mede daarom vindt ze andere wetenschapsgebieden zo waardevol. ‘Binnen de medische antropologie en sociologie worden andere vragen gesteld. Niet alleen: werkt iets? Maar ook: waarom vinden we dit normaal? Wie bepaalt wat goede zorg is? En voor wie werkt het systeem eigenlijk?’

De waarde van wetenschap Volgens Bahareh is onderzoek ideaal om aannames te toetsen, machtsstructuren bloot te leggen en verandering te initiëren en onderbouwen. Haar onderzoek laat zien dat zwangeren en baby’s in de categorie niet-westerse migratieachtergrond vaker te maken krijgen met ziekte en sterfte rond de zwangerschap en geboorte. Maar voor Bahareh gaat dat onderzoek niet alleen over cijfers. We zeggen vaak: iedereen krijgt dezelfde zorg. Maar als mensen niet dezelfde positie in de

De 44 Verloskundige

Nieuwe inzichten Voor Jolanda is die bredere blik net zo essentieel. Tijdens haar onderzoek ontdekte ze dat andere vakgebieden de geboortezorg kunnen verrijken. ‘Ik kwam bijvoorbeeld organisatiewetenschappers, sociologen en economen tegen die woorden hadden voor patronen die ik in de praktijk al jaren zag, maar nog niet goed kon benoemen. Begrippen als machtsdynamiek, grenzenwerk en netwerkmakelaars hielpen om beter te begrijpen wat er gebeurt.’


Dr. Bahareh Goodarzi is verloskundige en universitair docent. Ze promoveerde in 2023 op risicoselectie in de geboortezorg en doet nu onderzoek naar diversiteit, inclusie en rechtvaardigheid. Samen met journalist Daan Borrel schreef ze in 2024 het boek Baren buiten de box.

gezondheid ontstaat. Dit betekent niet dat medische expertise minder belangrijk wordt: als poortwachter signaleert de verloskundige tijdig wanneer een andere zorgverlener passender is. De vraag is dan: hoe organiseren we die samenwerking? Niet vanuit een hiërarchie, maar vanuit verschillende deskundigheden die elkaar aanvullen.’

Relationele zorg

Volgens haar hoeven we binnen de geboortezorg dan ook niet alle oplossingen zelf te bedenken of in ons eigen domein te zoeken. ‘Door samen te werken met andere disciplines ontstaan nieuwe inzichten. Dat helpt ook om onze eigen positie opnieuw te bekijken. We zijn als verloskundigen soms bezig met onszelf bewijzen. Bijvoorbeeld om te laten zien dat wij bepaalde medische handelingen ook kunnen verrichten. Maar misschien ligt onze grootste expertise ergens anders: in de wijk, dicht bij mensen, in het kennen van de context waarin

Bahareh is het met Jolanda eens. ‘Als we kijken naar de geschiedenis van de verloskunde, dan denk ik dat we zijn vergeten waar we vandaan komen. Verloskunde is het oudste ‘medische zorg’-beroep, veel ouder dan de geneeskunde. Het is ontstaan vanuit de wens van vrouwen elkaar te helpen en geholpen te worden, lang voordat er ziekenhuizen en universiteiten waren. Vroedvrouwen hadden de kennis, de ervaring en het vertrouwen van de buurt. Geboorte vond plaats binnen de gemeenschap. Met de ontwikkeling van de moderne geneeskunde veranderde dat. Het lichaam werd steeds meer technisch en robotachtig; iets wat je kon meten, controleren en opdelen in onderdelen. Soms vergeten we dat zwangerschap en geboorte ook menselijke gebeurtenissen zijn. Verloskundigen komen uit – én zijn er voor – de gemeenschap.

De Verloskundige

45


Jolanda Liebregts MSc is verloskundige, ontwikkelingspsycholoog en promovendus aan Amsterdam UMC. Ze onderzoekt hoe de organisatie van integrale geboortezorg samenhangt met kosten, uitkomsten en ervaringen van zorgverleners en ouders. Ze werkt vanuit systeemdenken aan duurzame, gelijkwaardige en mensgerichte geboortezorg.

Zij kennen de mensen, de context en het verhaal van de zwangere. Dat maakt ons vak uniek. We hebben onszelf jarenlang gevangengezet in tegenstellingen. Fysiologie tegenover pathologie. Thuis tegenover ziekenhuis. Verloskundige tegenover gynaecoloog. Dit doet geen recht aan ons vak. Onze kracht zit niet alleen in fysiologie, maar ook in relationele zorg.’ Jolanda vult aan: ‘Juist daarom moeten we onze geschiedenis kennen. Dan begrijpen we ook beter waarom bepaalde machtsverhoudingen zijn ontstaan én waarom het nodig is dat verloskundigen een gelijkwaardige positie opeisen.’

Verandering De geboortezorg bevindt zich volgens beide onderzoekers midden in een grotere maatschappelijke verandering. Jolanda: ‘Het oude systeem is nog dominant. We geloven nog sterk in maakbaarheid, controle en steeds meer interventies. Tegelijkertijd voelen we steeds vaker dat dit systeem niet voldoende antwoord geeft op de uitdagingen waar we voor staan.’ Bahareh ziet hetzelfde. ‘De wetenschap kan

De 46 Verloskundige

hierbij helpen om beter te begrijpen wat er speelt en wat nodig is. Hier hoort ook zelfreflectie bij. Onderzoek doen betekent soms ontdekken dat je zelf onderdeel bent van een systeem dat ongelijkwaardigheid in stand houdt. Dat is ongemakkelijk, maar wel de eerste stap naar verandering.’ Jolanda gebruikt het perspectief van systeemdenken: ‘Een systeem kan heel lang stabiel lijken. Mensen weten hoe dingen gaan, organisaties zijn daarop ingericht. Dat geeft rust. Tot het moment waarop steeds meer mensen voelen: dit past niet meer bij


‘Verandering ontstaat wanneer professionals zelf zeggen: wij willen dit anders’ wat nodig is. In die fase zitten we nu. Een transitie gaat altijd gepaard met onzekerheid. Met zoeken. En met momenten waarop je denkt: waar gaan we heen? Hier is wetenschap nodig. Niet om alle onzekerheid weg te nemen, maar om goede vragen te blijven stellen.’

Anders kijken Kun je als individuele verloskundige ook een steentje bijdragen aan verandering? Volgens Bahareh kan dat zeker. ‘Blijf vragen stellen. Zeker wanneer je weerstand voelt. Dit betekent vaak dat je zit te porren in wat belangrijk is. Kijk ook kritisch naar je eigen handelen. Als je ontdekt dat je iets anders had kunnen doen, dan betekent dat niet dat je een slechte zorgverlener bent, maar dat je groeit.’ Jolanda sluit zich hierbij aan. ‘Wees je bewust van de woorden die je gebruikt en van de verhalen die we over onszelf vertellen. Verandering begint niet bij een nieuw protocol, maar bij een andere manier van kijken. Bij iedere keuze zou dezelfde vraag centraal mogen staan: voor welk probleem is dit eigenlijk de oplossing? Draagt dit bij aan relationele zorg? Helpt dit vrouwen en gezinnen? En helpt dit ons als beroepsgroep om beter te doen waar we goed in zijn? Want verandering ontstaat niet alleen aan bestuurstafels, maar wanneer professionals zelf zeggen: wij willen dit anders. Uiteindelijk is echte verandering een samenspel tussen praktijk, beleid en wetenschap.’

Meer vertrouwen Een duidelijk voorbeeld daarvan ziet Bahareh in de ontwikkeling van de rol van verloskundigen binnen de abortuszorg. ‘Collega’s zeiden: waarom hoort dit niet bij onze zorg? Wij hebben de kennis, de vaardigheden én de relatie met deze mensen. Een groep verloskundigen pakte dit vervolgens op. We hoeven niet altijd te wachten tot iemand anders zegt dat we iets mogen doen. Als verloskundigen hebben we soms geleerd om onszelf klein te maken. Alsof onze zorg minder belangrijk is omdat die minder technisch zichtbaar is. Maar de relationele, continue begeleiding is een essentieel onderdeel van gezondheid. Zorg voor mensen is niet alleen wat je kunt meten. Het is ook hoe iemand zich gezien voelt. En hierin kunnen wij veel betekenen. Laten we meer vertrouwen op onze eigen kennis en ervaring.’

Luister verder in KNOV – de podcast Benieuwd naar meer? Zowel Bahareh Goodarzi als Jolanda Liebregts zijn te gast in KNOV – de podcast. Luister naar aflevering 5: Onze maatschappelijke rol met Bahareh en aflevering 9: Samenwerken met andere disciplines met Jolanda.

De Verloskundige

47


De Gezondheidsraad adviseert vrouwen die (pre-)zwanger zijn elkedag extra foliumzuur en vitamineD te suppleren Dagelijks 400 mcg exttra foliumzuur tijdens de (pre e-)zwangerschap is belangrijk voor de groei en werking van het licha aam, de aanmaak van witte en rode bloe edcellen en voor de vroege on ntwikkeling van het ongeboren kind. Bij ij een tekort aan foliumzuur kan a bloedarmoede ontstaan. Bij het ongeboren kind is er een ve erh rhoogde kans op de ontwikkeling g van neurale buisdefecten. Da Daarnaast is dagelijks 10 mcg extra vitamine D belangrijk voor een goed e e botopbouw van de ongeboren baby. Er zijn aanwijzingen dat hett sl s ikken van extra vitamine ne D de kans op zwangerschapsdiabetes en ee en baby met een laag geboo oortegewicht verkleint. Daarbij verlaagt g het de kans dat een kind d op o latere leeftijd astma-achtige symptome m n ontwikkelt. Ook omega a-3 vetzuren EPA en DHA uit vis((ol olie ie)) zijn belangrijk. Ze zijn nodig voor o de ontwikkeling van het netvlies en de hersenen van de baby. Daarnaa aast hebben ze een beschermend effect op het risico van vroeggeboortte.

Davitamon zwangerschap vitamines Ons lichaam heeft elke dag vitamines en mineralen nodig om goed te blijven functioneren. De zwangerschap vitamines van Davitamon zijn speciaal afgestemd op de behoefte van vrouwen tijdens de (pre-)zwangerschap. Met Davitamon kies je al sinds 1928 voor een betrouwbaar voedingssupplement van de hoogste kwaliteit. Op basis van de meest recente wetenschappelijke inzichten.

Ӿ 400 mcg foliumzuur

Ӿ 400 mcg foliumzuur

Ӿ 400 mcg foliumzuur

Ӿ 10 mcg vitamine D3

Ӿ 10 mcg vitamine D3

Ӿ 10 mcg vitamine D3

Ӿ 22 essentiële vitamines en mineralen

Ӿ 22 essentiële vitamines en mineralen Ӿ 200 mg Omega-3 vetzuur DHA


Column uit de praktijk

Terugschakelen Geïrriteerd toeter ik naar de auto voor me. ‘Het is groen!’ Appje van mijn dochter: ‘Kan ik de training skippen vanavond, het is Sint-Maarten?’ ‘Hoezo? Je bent 14!’ Geen zin om te reageren, helemaal nergens zin in op dit moment. Ik ben onderweg naar het bos. De week was vol en spannend. Als kersverse verloskundige zit mijn hoofd continu vol. Twijfels of ik de juiste inschatting maak. Ben ik goed genoeg voorbereid op alles? Waarom ben ik zo traag? Mijn collega’s zijn zo snel en soepel, zo zeker en rustig. Ik moet overal over nadenken, loop continu achter de feiten aan.

Maike van Eijndthoven studeerde in 2025 af als verloskundige. Ze is 45 jaar, woont met haar man en drie kinderen in Utrecht. Ze werkt in de eerste lijn en neemt je mee in haar leven als

Vandaag ben ik vrij. Een beetje geforceerd heb ik mezelf naar het bos gedirigeerd met mijn mountainbike. Want ik weet dat ik ook moet ontspannen. Weer iets dat moet. Met lichte tegenzin stap ik op de fiets. Het is stil en koud. Het bos is mooi. Langzaam voel ik alle gebeurtenissen van de afgelopen week van me afglijden. De ouders die met dertig weken een IUVD te verwerken kregen, de zwangere van wie de man een nare diagnose kreeg. Mijn allereerste CP-groep om te begeleiden. Maar ook de boze vader die een uur lang tegen me tekeer ging omdat hij vond dat de bevalling van zijn partner niet goed was begeleid. Ik zag hem voor het eerst, was niet bij de bevalling. Ik vind het soms wonderlijk hoe mensen ‘de zorgverlener’ als één entiteit lijken te zien.

startende verloskundige.

In het bos is het herfst, de bomen zijn gekleurd, er zijn al paddenstoelen. De zon piept door de bomen. Het voelt alsof ik met elke kilometer weer een gedachte, een casus, een consult achter me laat. Ja, het ging goed, ik heb geen rare dingen gedaan of gezegd. Maar het gaat nog niet vanzelf. Zoveel handelingen, keuzes en verantwoordelijkheid. Alle administratie, alle protocollen, een eindeloos zorglandschap waar ik soms nog in verdwaal. Thuis merken ze ook dat er in mijn hoofd weinig ruimte overblijft. Kids en manlief hebben aan mij niet de gezelligste als ik thuiskom na de dienst of na mijn spreekuur. Daar voel ik me dan weer verantwoordelijk voor: thuis moet ik ook nog leuk zijn. In elke editie laten we een andere collega aan het woord. Ook een column insturen? Dat kan via redactie@knov.nl.

Maar vandaag ben ik vrij. De kids zijn op school, man aan het werk, ik ben vrij. Soms is de stilte nodig. Even niks en niemand. Mijn handen zijn koud, mijn hoofd is leeg, de rust is terug. Als ik terugrijd naar huis, zing ik mee met de radio en geniet van de mooie herfstkleuren om me heen. Achter me toetert een auto. Oh ja, groen. En ik app kindlief terug. ‘Ja prima, gezellig, kunnen we samen snoep uitdelen.’

De Verloskundige

49


Tekst Yvette Hoogenboom | Vrhl Content en Creatie Beeld Aangeleverd

‘Je moet eerst weten waar je vandaan komt’ Goede keuzes voor de toekomst beginnen met weten waar je vandaan komt. Daarom volgde zorggroep VIDA uit de regio Amersfoort de scholing Het verloskundig kompas van de KNOV-academie. De scholing bracht collega’s met verschillende achtergronden dichter bij elkaar en gaf nieuwe inzichten voor de toekomst. Paule Korlaar-Dijkhuizen vertelt wat dat haar en haar collega’s opleverde.

‘E

r komen veel ontwikkelingen op ons af binnen het verloskundig samenwerkingsverband (VSV). Dat vraagt om het maken van keuzes. Maar als je niet weet waar je vandaan komt, weet je ook niet goed waar je naartoe gaat. Hoe is ons vak ontstaan? Wat kunnen we leren van de verloskundigen die ons zijn voorgegaan? En vinden we die dingen nog steeds belangrijk? Pas daarna kun je met elkaar bepalen welke koers je wilt varen. We merkten binnen de zorggroep dat we die stap terug moesten doen om verder te komen.’

Terug naar de basis ‘In onze zorggroep werken verloskundigen met verschillende achtergronden. Sommigen zijn net afgestudeerd, anderen zitten al dertig jaar in het vak. Er zijn ook collega’s die in België zijn opgeleid. Iedereen brengt daardoor een eigen perspectief mee. Dan merk je dat niet iedereen dezelfde geschiedenis kent. Collega’s die pas kort werken, weten soms niet waarom bepaalde keuzes ooit zijn gemaakt. Terwijl juist die achtergrond helpt om te begrijpen hoe uniek ons vak is. Tegelijkertijd is de frisse blik van jonge collega’s weer heel inspirerend. Die combinatie van ervaring en nieuwe ideeën maakte de gesprekken heel praktisch.’

De 50 Verloskundige

De volgende stap ‘De scholing was speciaal voor onze zorggroep op maat gemaakt. Vooraf konden we ons voorbereiden met video’s, podcasts en achtergrondinformatie. Dat vind ik echt een meerwaarde van de KNOVacademie: je kunt de stof lezen, bekijken of beluisteren. Daardoor kon iedereen zich op een goede manier voorbereiden. Tijdens de eerste bijeenkomst deden we verschillende oefeningen rond onze beroepsidentiteit en de kernwaarden van de verloskunde. Een van die oefeningen liet mooi zien dat iedereen iets anders nodig heeft om een volgende stap te zetten. Daardoor werd ook zichtbaar waarom collega’s soms verschillend naar dezelfde ontwikkeling kijken. Dat zorgde voor mooie gesprekken. Je merkt hoeveel je van elkaar kunt leren als je echt de tijd neemt om naar elkaars perspectief te luisteren.’

Meer begrip voor elkaar ‘Tijdens een gewone vergadering bespreek je vooral de praktische zaken. Bij de scholing hadden we de tijd om in te zoomen. Het was fijn om gezamenlijk het gesprek aan te gaan. Zo kregen we meer begrip voor elkaar en voor de verschillende perspectieven binnen de groep. Ik denk dat het ook veel toegevoegde waarde kan hebben om tweedelijnsverloskundigen bij de scholing aan te laten haken.’


‘Het bleef niet bij één inspirerende bijeenkomst’ Het gesprek gaat verder

Paule Korlaar-Dijkhuizen (rechts) met twee collega’s.

Scholing Het verloskundig kompas Duur Twee dagdelen Opleider KNOV-academie Deelnemer Paule Korlaar-Dijkhuizen, eerstelijnsverloskundige in Bunschoten en voorzitter van zorggroep VIDA

Benieuwd of Het verloskundig kompas ook iets voor jou en je collega’s is? Of wil je een andere scholing van de KNOVacademie volgen? Scan de code en ontdek meer over het aanbod.

‘Na de eerste bijeenkomst stopte het gesprek niet. Tijdens onze algemene ledenvergadering kwamen de onderwerpen terug. De reacties waren heel positief en collega’s wilden er graag mee verder. We hebben samen gekeken: hoe willen we hier nu verder mee? We spraken af om een KNOV-webinar te bekijken, een online bijeenkomst te plannen en tijdens de tweede scholingsdag verder te werken aan onze gezamenlijke koers. Ook kwam het idee om de geschiedenis van ons VSV eens in kaart te brengen. Dat helpt nieuwe collega’s om beter te begrijpen waarom bepaalde keuzes in het verleden zijn gemaakt. Dat deden we echt voor onszelf als zorggroep. We wilden niet wachten tot er een ingewikkelde vraag op ons afkwam, maar juist nu met elkaar bepalen welke kant we op willen. De scholing gaf ons handvatten om dit gesprek te voeren. Het bleef dus niet bij één inspirerende bijeenkomst, maar werd echt het begin van een gezamenlijk proces.’

Goed voorbereid zijn ‘We hebben deze scholing niet gevolgd omdat er iets mis was of omdat we een probleem wilden oplossen. Juist niet. We wilden ons als zorggroep goed voorbereiden op de stappen die de komende jaren op ons afkomen. De scholing is heel enthousiast ontvangen en gaf ons niet alleen handvatten voor dit vraagstuk, maar ook voor andere onderwerpen waarover je als zorggroep met elkaar in gesprek wilt. Voor mij is dat de kracht van de scholing: je voert het goede gesprek voordat je voor lastige keuzes komt te staan. Zo bereid je je samen voor op de toekomst van de verloskunde.’

De Verloskundige

51


Tekst Anna Seijmonsbergen-Schermers Beeld Aangeleverd

Wat vinden verloskundig zorgverleners van het beleid bij 41 weken? In 2021 werd de landelijke multidisciplinaire richtlijn Beleid zwangerschap vanaf 41 weken gepubliceerd1. Sindsdien wordt geadviseerd om vanaf 41 weken een inleiding van de baring aan te bieden, naast de mogelijkheid om af te wachten. Aanbevolen wordt om deze keuze middels uitgebreide counseling aan te bieden aan zwangere vrouwen met een eenling in hoofdligging. Maar wat vinden verloskundig zorgverleners in Nederland van dit beleid en in hoeverre wordt dit beleid nageleefd?

V

an november 2023 tot en met juni 2024 werd in Nederland een grote vragenlijst uitgezet, waarmee de mening van zorgverleners over de richtlijn en de naleving van de aanbevelingen werden onderzocht. Daarnaast werd de ervaren impact van de richtlijn geïnventariseerd.

De vragenlijst bestond uit 7 delen: 1. Algemene informatie over het onderzoek, de richtlijn en toestemming. 2. Bekendheid met het bestaan van de aanbevelingen in de richtlijn. 3. Mening over en naleving van de aanbevelingen in de richtlijn. 4. Gezamenlijke besluitvorming: naleving van de aanbevelingen over gezamenlijke besluitvorming in de richtlijn en de inhoud van de gesprekken. 5. Verwachte uitkomsten en impact van de aanbevelingen op de praktijk. 6. Kenmerken van de deelnemers. 7. Algemene houding ten opzichte van bevallen als natuurlijk of medisch proces, gemeten met de gevalideerde Birth Beliefs Scale (BBS)².

De Verloskundige

53


Aanbevelingen in de richtlijn Beleid zwangerschap vanaf 41 weken: R1.1)

Bied de zwangere vrouw met een éénling in hoofdligging de mogelijkheid van inleiding van de baring aan vanaf 41 weken (287 dagen amenorrhoe) naast de mogelijkheid om af te wachten. R1.2a) Counsel met behulp van de bij de module behorende keuzekaarten. R1.2b) Benoem de effecten op perinatale uitkomsten zoals perinatale sterfte en NICU-opnames. R1.2c) Benoem het mogelijk verhoogde risico voor nullipara ten opzichte van multipara. R1.2d) Hierbij dienen de voor- en nadelen van zowel inleiding als afwachtend beleid te worden besproken. R2.1) Bespreek met de zwangere vrouw de beperkingen van de foetale bewaking bij 41 weken als zij wenst af te wachten. R2.2) Benoem hierbij dat het CTG en de echo bij afwachtend beleid na 41 weken geen goede voorspellende waarde heeft voor zwangerschapsuitkomsten.

Overeenstemming en naleving De vragenlijst werd door 643 zorgverleners voor minstens 25% ingevuld, waarvan 497 de lijst volledig invulden. Van de 643 zorgverleners was 53% eerstelijnsverloskundige, 29% gynaecoloog/ arts-assistent en 19% klinisch verloskundige. Zij vertegenwoordigden 11,6% van alle werkende gynaecologen en 11,2% van alle werkende verloskundigen in Nederland.

De 54 Verloskundige

‘Gynaecologen hadden over het algemeen een hogere overeenstemming met en naleving van de aanbevelingen’ Over het algemeen was het merendeel van de zorgverleners het eens met de aanbevelingen uit de richtlijn (zie figuur 1). Gynaecologen waren het meest positief over de aanbevelingen, gevolgd door klinisch verloskundigen en daarna eerstelijnsverloskundigen (zie figuur 2). Er was 72% overeenstemming met en 87% naleving van de eerste aanbeveling uit de richtlijn: ‘Bied de mogelijkheid van inleiding aan vanaf 41 weken naast de mogelijkheid om af te wachten’. Ook was 92% het eens met de aanbeveling ‘bespreek de voor- en nadelen’ en paste 89% deze aanbeveling toe in de praktijk. Met de aanbeveling ‘benoem de effecten op perinatale uitkomsten zoals perinatale sterfte en NICU-opnames’ was slechts 67 procent het eens en 63% was het eens met de aanbeveling ‘benoem het mogelijk verhoogde risico voor nullipara ten opzichte van multipara’. De naleving van deze aanbevelingen was ook lager, respectievelijk 59% en 43%. Terwijl 56% het eens was met de aanbeveling om keuzekaarten te gebruiken, leefde 40% deze aanbeveling ook daadwerkelijk na. Terwijl 92% bekend was met module 1 van de richtlijn (R1.1 en R1.2), was slechts 68% bekend met module 2 (R2.1 en R2.2). De naleving van deze aanbevelingen over monitoring was dan ook lager, respectievelijk 49% en 44%.


Aan de 172 zorgverleners die het niet eens waren met de eerste aanbeveling werd gevraagd wat hun voorkeur zou zijn (tabel 1). Dit waren voornamelijk eerstelijnsverloskundigen, waarbij vaak voorkeur uitging naar afwachtend beleid tot 42+0 weken.

Geassocieerde factoren Vervolgens werd onderzocht welke factoren samenhangen met de overeenstemming en naleving van de aanbevelingen. Professie, de Birth Beliefs Scale en de algemene houding van zorgverleners tegenover richtlijnen hingen het

sterkst samen met de overeenstemming met de aanbevelingen. Voor de naleving van de aanbevelingen waren dat professie, de algemene houding van zorgverleners tegenover richtlijnen en bekendheid met de richtlijn. Gynaecologen hadden over het algemeen een hogere overeenstemming met en naleving van de aanbevelingen. Zorgverleners die in het algemeen positief staan tegenover richtlijnen, bleken het vaker eens te zijn met de aanbevelingen en deze ook vaker na te leven. Ongeacht de professie bleek ook een medische opvatting over zwangerschap en

Variables

Total n (%)

Obstetrician/ obstetric resident, n (%)

Hospitalbased midwife, n (%)

Primary care midwife, n (%)

Total

172

10 (6)

17 (10)

145 (84)

Advice for induction at 41+0 weeks to all women

5 (3)

3 (30)

1 (6)

1 (1)

Offering induction at other time point

25 (15)

2 (20)

1 (6)

22 (15)

Expectant management until 42+0 weeks

121 (70)

1 (10)

7 (41)

113 (78)

Expectant management without boundary

25 (15)

1 (10)

1 (6)

23 (16)

Offering induction at 41+0 weeks only to nulliparous women.

20 (12)

0 (0)

3 (18)

17 (12)

All women offered induction at 41 weeks, but advice to nulliparous women

10 (6)

4 (40)

3 (18)

3 (2)

Other

11 (6)

0 (0)

3 (18)

8 (6)

39+0 40+0 41+3 41+5

* Total number can exceed 100%, because more than one answer option was possible.

Tabel 1. Preferred policy option of care providers who disagreed with offering induction at 41 weeks, stratified by profession (n=172)

De Verloskundige

55


Agree with "offer induction at 41wk" (R1.1)* Agreement

Agree with "counsel using choice cards" (R1.2a)* Agree with "specify perinatal outcomes" (R1.2b)* Agree with "specify nulliparous vs multiparous" (R1.2c)* Agree with "discuss (dis)advantages" (R1.2d)* Agree with "discuss limitations monitoring" (R2.1)* Agree with "specify poor predictive value" (R2.2)* Adhere to "offer induction at 41wk" (R1.1)* Adherence

Adhere to "counsel using choice cards" (R1.2a)* Adhere to "specify perinatal outcomes" (R1.2b)* Adhere to "specify nulliparous vs multiparous" (R1.2c)* Adhere to "discuss (dis)advantages" (R1.2d)* Adhere to "discuss limitations monitoring" (R2.1)* Adhere to "specify poor predictive value" (R2.2)* Following recommendations results in my practice/hospital in: improved outcomes for women at 41 weeks Expected implications

improved outcomes for babies at 41 weeks increased client-centered care improvement for organisation of maternity care for women at 41 weeks changes on care for women not being 41 weeks (changes: improvement) (changes: deterioriation) increased anxiety of women and/or less confidence increased medicalisation (more) problems with capacity Impact and other

Capacity to induce all women who prefer this at 41 weeks in region Significant personal changes in work (positive experience of these changes) Confidence in guideline working group 10%

0%

Strongly disagree or disagree / Never or rarely

20%

Neutral / Sometimes

30%

40%

50%

60%

70%

80%

Agree or strongly agree / Often or always

Figuur 1. Agreement, adherence, opinions, and experiences of care providers on late-term management, rated with a 5-point Likert Scale (n=643) geboorte (gemeten met de Birth Beliefs Scale) samen te hangen met meer overeenstemming met de aanbevelingen. Bekendheid met de richtlijn en het zorgvuldig lezen ervan worden geassocieerd met een betere naleving van de aanbevelingen.

Ervaren impact Er was aanzienlijke onzekerheid onder de zorgverleners (45%) over de voordelen van de richtlijn voor moeders en neonaten. Slechts 17% geloofde

De 56 Verloskundige

in maternale voordelen en 20% in neonatale oordelen (figuur 1). Over het algemeen waren eerstelijnsverloskundigen het meest negatief over de impact, gevolgd door klinisch verloskundigen. Gynaecologen waren het meest positief (figuur 2). De meeste zorgverleners (64%) zagen voordelen van de richtlijn voor cliëntgerichte zorg en 42% zag organisatorische voordelen. Aan de andere kant rapporteerde 47% een toegenomen mate van angst en/of minder vertrouwen bij vrouwen.

90%

Unsure

100%


Ook gaf 63% aan dat de richtlijn leidt tot meer medicalisering en 57% tot meer capaciteitsproblemen. Deze meningen waren prominenter aanwezig bij eerstelijnsverloskundigen en veel minder bij gynaecologen. Ondanks deze ervaren impact gaf de meerderheid (61%) aan dat de regionale capaciteit voldoende was om deze zorg te kunnen bieden. Eerstelijnsverloskundigen gaven het vaakst aan capaciteitsproblemen te ervaren. Ook gaf 48% van de zorgverleners aan dat ze veranderingen in de zorg ervoeren voor vrouwen die nog niet 41 weken zwanger waren: verloskundigen ervoeren hier vaker een verslechtering en gynaecologen vaker een verbetering. Ook ervoer 31% persoonlijke impact door de richtlijn, waarbij deze impact bij de meesten negatief was. Het vertrouwen in de richtlijnwerkgroep was hoog onder alle drie de groepen (72%).

Interpretatie en conclusie Ondanks aanzienlijke onzekerheid onder zorgverleners over de positieve uitkomsten van de aanbevelingen voor vrouwen en baby’s, stemde het merendeel van de zorgverleners in met het aanbieden van inleiding van de baring bij 41 weken naast de optie van expectatief beleid. De grote meerderheid hield zich aan deze aanbeveling. De implementatie van specifieke aspecten van de richtlijn in de dagelijkse praktijk was echter opvallend lager bij alle zorgverleners. Denk hierbij aan het gebruik van keuzehulpen, het gedetailleerd bespreken van perinatale uitkomsten, differentiatie naar pariteit en de beperkingen van monitoring. Het beroep van de zorgverlener was de meest bepalende factor voor de mate van overeenstemming met en naleving van de aanbevelingen. Over het algemeen uitten eerstelijnsverloskundigen minder gunstige opvattingen over de richtlijn en de verwachte impact ervan, wat resulteerde in een

‘Slechts 67% ondersteunde het specificeren van perinatale uitkomsten’ lagere nalevingsgraad. Klinisch verloskundigen volgden een vergelijkbare trend, zij het in mindere mate. Gynaecologen daarentegen hadden de meest positieve houding tegenover en de hoogste nalevingsgraad van de richtlijn. Daarnaast beïnvloedden opvattingen over bevallen als natuurlijk dan wel medisch proces de mate van overeenstemming met de aanbevelingen, ongeacht de professionele achtergrond. Tot slot werd het zorgvuldig lezen van de richtlijn positief geassocieerd met de naleving ervan. De resultaten suggereren dat het type aanbeveling invloed had op de naleving. De aanbeveling om keuzeopties aan te bieden is relatief eenvoudig te implementeren en de naleving is zichtbaarder voor de omgeving. Naleving van de meer gedetailleerde aanbevelingen over gezamenlijke besluitvorming is tijdrovender en minder zichtbaar voor de omgeving. Hoewel vrijwel alle deelnemers het erover eens waren dat de voor- en nadelen van de keuzemogelijkheden besproken dienen te worden, steunde slechts 67% het specificeren van perinatale uitkomsten. Uit de literatuur over risicocommunicatie blijkt dat het presenteren van numerieke gegevens het begrip van kansen vergroot en overschatting van risico’s vermindert, vergeleken met het gebruik van kwalitatieve beschrijvingen3. Het gebruik van keuzehulpen en het specificeren van perinatale uitkomsten per keuzeoptie worden aanbevolen in de richtlijn om de duidelijkheid te vergroten en geïnformeerde besluitvorming te ondersteunen. Daarnaast uitte 45% van alle deelnemers onzekerheid over de vraag of de richtlijn leidt tot verbeterde maternale of perinatale uitkomsten, wat mogelijk

De Verloskundige

57


Agree with "offer induction at 41wk" (R1.1)*

De 58 Verloskundige

Agreement

Adherence

Expected implications

Figuur 2. Agreement, adherence, opinions, and experiences of care providers on late-term management (mean score on a 5-point Likert Scale), stratified by profession (n=643)

Impact and other

Confidence in guideline working group (S)

(positive experience of these changes) (S)

Significant personal changes in work (S)

Hospital-based midwife

Capacity to induce all women who prefer this at 41 weeks in region (F)

(more) problems with capacity

increased medicalisation

increased anxiety of women and/or less confidence

(changes: deterioriation)

(changes: improvement)

changes on care for women not being 41 weeks

improvement for organisation of maternity care for women at 41 weeks

increased client-centered care

improved outcomes for babies at 41 weeks

improved outcomes for women at 41 weeks

Following recommendations results in my practice/hospital in: (S)

Adhere to "specify poor predictive value" (R2.2)*

Adhere to "discuss limitations monitoring" (R2.1)*

Adhere to "discuss (dis)advantages" (R1.2d)*

Adhere to "specify nulliparous vs multiparous" (R1.2c)*

Adhere to "specify perinatal outcomes" (R1.2b)*

Adhere to "counsel using choice cards" (R1.2a)*

Adhere to "offer induction at 41wk" (R1.1)*

Agree with "specify poor predictive value" (R2.2)*

Agree with "discuss limitations monitoring" (R2.1)*

Agree with "discuss (dis)advantages" (R1.2d)*

Agree with "specify nulliparous vs multiparous" (R1.2c)*

Agree with "specify perinatal outcomes" (R1.2b)*

Agree with "counsel using choice cards" (R1.2a)*

Obstetrician/ obstetric resident Primary care midwife

5 Strongley agree/always

4,5

4

3,5

3

2,5

2

1,5

1 Strongley disagree/never


verklaard wordt door de tegenstrijdige resultaten in de literatuur. De onderzoekers adviseren om de verschuiving in het beleid rondom 41 weken verder te evalueren, met als doel om meer inzicht te krijgen in de daadwerkelijke impact van deze nationale beleidswijziging en zorgverleners meer zekerheid te bieden over het meest optimale beleid.

Wat betekent dit voor jou? Als verloskundige heb je te maken met de richtlijn Beleid zwangerschap vanaf 41 weken. Het is belangrijk om deze multidisciplinaire landelijke richtlijn na te leven. Dat betekent echter niet alleen dat je zwangeren de mogelijkheid biedt om ingeleid te worden bij 41 weken. Het betekent ook dat er een gedegen counselingsgesprek plaatsvindt, waarbij alle relevante informatie expliciet en volledig aan de orde komt. Daarbij gaat het om het gebruik van de keuzekaarten, het concretiseren van de cijfers over perinatale uitkomsten per keuzeoptie, het bespreken van de voor- en nadelen van de keuzeopties, en het differentiëren tussen nulliparae en multiparae. Ook is het belangrijk om de kanttekeningen bij foetale monitoring te bespreken.

oplossingen te kijken. Wees tot slot alert op veranderingen in de zorg vóór 41 weken, omdat zorgverleners een verslechtering signaleerden in de zorg voor vrouwen die nog geen 41 weken zwanger zijn. In de tussentijd onderzoeken onderzoekers verder wat de invloed van dit beleid is op maternale en neonatale uitkomsten en op de zorgcapaciteit, zodat dit in een herziening van de richtlijn meegenomen kan worden.

Anna Seijmonsbergen-Schermers is verloskundige en onderzoeker bij Amsterdam UMC en de Academie Verloskunde Amsterdam Groningen. Dit artikel is een bewerkte en vertaalde versie van Seijmonsbergen-Schermers AE, Hammiche F, de Klerk H, Keulen JKJ, Bax CJ, Peters LL, Verhoeven CJ. Maternity care providers’ perspectives on late-term gestation management (LATE-study): A cross-sectional survey. PLOS ONE 2025; 20(8): e0329843. doi.org/10.1371journal.pone.0329843

Omdat vooral module 2 bij velen onbekend is, is het aan te bevelen om de richtlijn nog eens goed te lezen, met extra aandacht voor de wat meer onderbelichte aanbevelingen. Wees je daarnaast bewust van de invloed van je eigen opvattingen op naleving van de aanbevelingen en daarmee ook op de zorg die je aan de cliënt biedt. Het is verstandig om hier transparant over te zijn. Als je toegenomen capaciteitsproblemen ervaart als gevolg van de richtlijn, is het goed om dit bespreekbaar te maken binnen de beroepsvereniging en het VSV en om naar gezamenlijke

Bronnen 1. Federatie Medisch Specialisten. Beleid zwangerschap vanaf 41 weken 2021. Available from: https://richtlijnendatabase.nl/richtlijn/beleid_zwangerschap_ 41_weken/beleid_zwangerschap_vanaf_41_weken.html. 2. Zondag DC, van Haaren-Ten Haken TM, Offerhaus PM, Mestdagh E, Scheepers HCJ, Nieuwenhuijze MJ. Validation of the Birth Beliefs Scale for maternity care professionals in The Netherlands. J Psychosom Obstet Gynaecol. 2024;45(1):2392160. 3. Zipkin DA, Umscheid CA, Keating NL, Allen E, Aung K, Beyth R, et al. Evidence-based risk communication: a systematic review. Ann Intern Med. 2014;161(4):270–80.

De Verloskundige

59


Tekst Eline Wortman | Vrhl Content en Creatie

Samen werken aan meer uniformiteit Platform Protocollen moet verloskundigen verbinden en ondersteunen Hoe zorg je ervoor dat regionale protocollen beter aansluiten op landelijke richtlijnen? En hoe zorg je ervoor dat niet elke regio opnieuw hetzelfde protocol ontwikkelt? Met het nieuwe Platform Protocollen wil de KNOV verloskundigen verbinden, kennis bundelen en signalen uit de praktijk vertalen naar landelijk beleid.

H

et idee voor het Platform Protocollen ontstond tijdens de Algemene Ledenvergadering van de KNOV in november 2024. Een lid stelde daar een vraag die bij veel collega’s herkenning opriep: is het niet mogelijk om regionale protocollenwerkgroepen met elkaar te verbinden? Zo zouden verloskundigen minder dubbel werk hoeven doen en sneller van elkaar kunnen leren. Die vraag bleek breed te leven. De KNOV organiseerde in 2025 een webinar voor verloskundigen die betrokken zijn bij protocolontwikkeling. Daar deelden verloskundigen hun ervaringen en uitdagingen.

De 60 Verloskundige

Volgens KNOV-beleidsadviseur richtlijnontwikkeling Sophie Dekker ontstond het platform vanuit een duidelijke behoefte van leden. ‘Zij gaven aan dat ze elkaar willen kunnen vinden en ondersteunen bij protocolontwikkeling.’

Bevorderen van de regionale samenwerking De KNOV wil voorkomen dat regio’s onnodig van elkaar gaan verschillen. Door kennis en protocollen te delen én de verbinding met landelijke richtlijnen te leggen, kunnen regionale afspraken beter op elkaar aansluiten en ontstaat meer uniformiteit. ‘Verloskundigen die protocollen ontwikkelen, ervaren vaak een toenemende werkdruk. We hopen te voorkomen dat iedereen steeds opnieuw het wiel moet uitvinden. Misschien heeft een andere regio hetzelfde vraagstuk allang opgelost. Dan is het zonde als je daar opnieuw veel tijd in steekt’, vertelt Sophie. Het doel van het platform is om leden met elkaar te verbinden, zodat zij elkaar kunnen vinden en ondersteunen bij protocollenontwikkeling. Het platform is meer dan een plek om protocollen te delen. Door ervaringen uit de praktijk samen te brengen, wordt ook zichtbaar waar kennishiaten zijn en waarover landelijke


richtlijnen ontbreken of waar richtlijnen niet-toereikend zijn. ‘Als er hiaten zijn in het andelijke beleid, horen we dat graag. Dan kunnen wij bekijken of daar op termijn landelijke richtlijnontwikkeling nodig is, in plaats van dat elke regio zelf oplossingen gaat bedenken.’ Zo helpt het platform verloskundigen elkaar te ondersteunen en levert het waardevolle input voor de verdere ontwikkeling van landelijk beleid.

Door kennis te delen, hoeven regio’s minder zelf uit te zoeken en ontstaat meer uniformiteit. Volgens Sophie versterkt dat uiteindelijk ook de positie van verloskundigen in de geboortezorg.’ ‘Als je steviger staat in de protocollen die je gebruikt of ontwikkelt, ben je ook een sterkere gesprekspartner voor andere partijen in de geboortezorg. Dat komt de professionele autonomie uiteindelijk ten goede.’

Verbinding facilliteren Het nieuwe Platform Protocollen bouwt voort op de bestaande digitale KNOV-platforms. Waar die vooral zijn ingericht rond werksettings, zoals praktijkhouders, klinisch verloskundigen en studenten, is dit platform juist inhoudelijk van aard. Iedere verloskundige kan aansluiten, ongeacht de werksetting. Leden kunnen er vragen stellen rondom protocollen en ervaringen delen. De KNOV deelt er bovendien updates over landelijke kwaliteitsdocumenten. Ook worden bijeenkomsten rond actuele thema’s georganiseerd. De vereniging beoordeelt of accordeert gedeelde protocollen niet. Sophie: ‘Het platform is van de verloskundigen zelf. Wij faciliteren de verbinding en leggen de link met het landelijke beleid.’ Juist die ruimte stimuleert verloskundigen om kennis met elkaar te delen.

‘Het platform is ontstaan vanuit een behoefte van leden’ Het platform is inmiddels beschikbaar en in de komende maanden wordt de eerste platformbijeenkomst gepland. De ambitie is om zoveel mogelijk verloskundigen aan te laten sluiten en actief kennis te laten delen. Sophie hoopt dat verloskundigen elkaar over een jaar goed kunnen vinden rondom protocolontwikkeling. ‘Er is al ontzettend veel kennis aanwezig. Het zou mooi zijn als iemand in Friesland straks eenvoudig gebruik kan maken van een oplossing die collega’s in Noord-Brabant al hebben bedacht.’

Sterker in de regio Verloskundigen lopen regelmatig tegen dezelfde vragen aan. Hoe houd je protocollen actueel? Hoe zorg je dat regionale afspraken aansluiten bij landelijke richtlijnen? En hoe voorkom je dat er een wirwar aan werkafspraken ontstaat? Daarnaast verschillen interpretaties van wetenschappelijk onderzoek soms tussen disciplines, bijvoorbeeld tussen verloskundigen en medisch specialisten. Dat maakt gezamenlijke protocolontwikkeling niet altijd eenvoudig.

Als KNOV-lid heb je gratis toegang tot het Platform Protocollen. Aanmelden kan door te mailen naar platforms@knov.nl.

De Verloskundige

61


Tekst Jan de Gier | Vrhl Content en Creatie Beelden Elvin Boer | KRO-NCRV

Achter de schermen

van de verloskunde In de KRO-NCRV-serie De verloskundigen volgen kijkers acht bevlogen verloskundigen uit verschillende regio’s van Nederland. Van thuisbevallingen en ziekenhuiszorg tot gezinnen in kwetsbare situaties en de druk op de geboortezorg: de serie laat zien hoe intens, veelzijdig en betekenisvol het vak is. De deelnemers blikken terug op hun ervaring voor de camera en vertellen waarom zij het belangrijk vonden om hun werk, met alle vreugde, onzekerheid en menselijkheid die daarbij hoort, aan heel Nederland te laten zien.

‘Er zijn niet veel mannen in het vak, volgens mij minder dan veertig. Dat is heel gering en ook wel de reden om mee te doen aan het programma. Dat moedigt wellicht andere mannen aan om de opleiding te gaan doen, want het is een heel mooi beroep. Door het te laten zien wordt het normaler. Het werkt ook echt in mijn voordeel, merk ik al. Voorheen keken mensen soms gek op als ik binnenkwam. Ik merk door de serie dat ze me herkennen en dat het minder raar wordt. Dat is heel positief. Een ander doel is ook om het ziekenhuis wat beter in beeld te krijgen. Het is de laatste jaren al een stuk minder, maar er heerste wel een taboe op.

De 62 Verloskundige

Niels Gout is klinisch verloskundige. Hij is getrouwd met een verloskundige en staat in de serie op het punt vader te worden.

Mensen hoorden toch vooral horrorverhalen waar ze een beetje bang van werden. Ik kan nu laten zien dat het ziekenhuis ook leuk, lief en aardig kan zijn, en dat het hier gezellig is. En vooral dat er ook gewoon mensen werken. Als er medische redenen zijn, dan ben je hier in goede handen. Tijdens een dienst van acht uur leer je mensen echt goed kennen en als je dienst erop zit vinden ze het zelfs jammer dat je weggaat.’


Met haar 25 jaar is

Aalayah Rustenberg de jongste deelnemer van het programma. De camera volgt haar tijdens het werken in Amsterdam-Zuidoos

‘Ik heb een groter publiek gekregen, dat is een gek idee’ ‘Voor mij draait het om meer dan alleen verloskunde. Ik houd van mijn werk omdat het ook heel erg over het sociale gaat. Juist hier in AmsterdamZuidoost, waar je veel negatiefs over hoort, zorgen we veel voor elkaar. Dat wilde ik graag laten zien. Het past ook helemaal bij mij. Ik zie regelmatig ongedocumenteerde vrouwen en zwangeren uit het asielzoekerscentrum. Dat betekent dat ik vaak babyspullen moet regelen voor deze zwangeren, dat zie je ook terug in de serie. Ik laat ook graag zien dat je dit vak ook heel goed kunt uitoefenen als je nog jong bent. Dat was ook de reden dat ik al langere tijd bezig ben met vloggen op Instagram. Met de serie heb ik wel een wat groter publiek gekregen ineens, dat is wel een gek idee. Ik krijg nu veel terug dat mensen me professioneel vinden, ondanks mijn jonge leeftijd, en dat ik rust uitstraal. Daarin heb ik mezelf ook wel verrast, als ik zo terugkijk. De komende tijd wil ik nog meer focus leggen op de eerste 1.000 dagen en beter worden in coaching en begeleiding. Ik wil me heel graag inzetten voor gezond zwanger worden en een kansrijke start. Hoe dit er precies uit gaat zien, weet ik nog niet, maar daar ga ik graag weer de schoolbanken voor in.’

De Verloskundige

63


Caseload-verloskundige

Loïs Witmond deed met veel plezier mee aan de serie. Wel is er een minpuntje: het ziekenhuis waarmee ze fijn samenwerkt, wilde niet meedoen.

‘Ik ben heel trots op de bevallingen die te zien zijn’ ‘Bij ons thuis zijn werk en privé helemaal verweven. Mijn partner is geboortefotograaf en heeft ook met bevallingen te maken. Daar draait het thuis gewoon veel om. Ik werk een-op-een met zwangeren en leer hen goed kennen, en zij mij. Het krijgen van een kind is het puurste wat er is en heel persoonlijk. Dus ik vind het ook heel normaal dat mijn persoonlijk leven er zo op aansluit. Het is fijn om mensen zo diep te begeleiden in deze rol, maar ook als mens en als moeder. Door die relationele zorg heb ik veel passie voor het vak. Zwangeren zijn meer tevreden bij een-op-eenbegeleiding en uit onderzoek blijkt dat deze groep minder vaak pijnstilling wil, meer thuis wil bevallen en dat dit ook vaker lukt. Ze worden meer gezien en gehoord. Het is een stukje medisch, maar het is ook de transitie naar ouderschap: je

De 64 Verloskundige

hele leven staat op z’n kop. Daar horen wij in te begeleiden. Ik ben heel trots op de bevallingen die te zien zijn. Het enige wat ik jammer vind is dat het ziekenhuis waarmee ik heel fijn samenwerk, niet wilde meedoen aan de serie. Je hoort veel geklaag over geboortezorg en dit was een mooie kans om te laten zien dat ziekenhuisbevallingen ook geweldig kunnen zijn.’


‘Het mooie en sterke vind ik dat je alle facetten uit het werk ziet’ ‘Ik vind het belangrijk om te laten zien wat een verloskundige precies doet. Zelfs m’n eigen familie en vrienden hebben soms geen idee. Mijn man heeft mij nog nooit een bevalling zien doen, die zat hier met natte oogjes naast me op de bank. De insteek was ook echt een mooi programma maken, dat is volgens mij goed gelukt. De werkmomenten vond ik makkelijker om te filmen dan de privémomenten. Spontane gesprekken voeren met je man op commando, dat is toch wat lastiger. Wel merkte ik tijdens consulten dat mensen wat minder zeggen met een camera erbij.

Ik ben dan geneigd stiltes op te vullen en veel te snel te praten. Dat zag ik wel een beetje terug, maar ik vond het uiteindelijk wel meevallen. Het mooie en sterke van de serie vind ik dat je alle facetten van het werk te zien krijgt. In de afleveringen bevallen veel mensen in bad, wat prachtig is, maar in de praktijk bij ons is het niet de hoofdmoot. Daarom is het ook mooi dat de serie laat zien dat zorg overgedragen wordt aan het ziekenhuis als er bijvoorbeeld pijnstilling nodig is. Het fijne is wel dat er veel thuisbevallingen te zien zijn, dat is natuurlijk uniek voor Nederland.’

Dankzij de serie weet de omgeving van

Jef Mennens nu eindelijk wat zijn werk precies inhoudt. Het programma geeft wat hem betreft een realistisch beeld van het vak.

De Verloskundige

65


Collega’s

Lonneke Greten en Maud van Woerdekom zie je vaak samen: in het verloskundig centrum in Heerlen, in de serie op tv en natuurlijk ook in dit tijdschrift.

‘Onze cliënten zeggen: dit is precies hoe jullie zijn. De serie geeft het goed weer. Maar belangrijker nog: mensen zien wat er allemaal gebeurt en wat we allemaal doen. En dat is meer dan alleen medische zorg. We zijn als ondernemers in de vrouwenzorg bezig met een missie: we willen de zorg anders vormgeven omdat dit noodzakelijk is. Daarbij hoort verder kijken dan de grenzen van ons vakgebied. We anticiperen erop als een vrouw meer nodig heeft en maken gebruik van ons netwerk dat we hebben opgebouwd. De geboortezorg piept en kraakt aan alle kanten en we weten met z’n allen wat voor impact het heeft als iemand met een slechte start wordt geboren. We hebben er met heel Nederland wat aan als ieder kind kansrijk wordt geboren en opgroeit. Daar zijn we mee bezig. Hier in Heerlen-Noord spelen de ziekenhuissluitingen enorm. Dat brengt soms boosheid bij mensen, maar er is meer begrip door de uitzending. Mensen zien dat wij ook met de rug tegen de muur staan. Dat het ziekenhuis verplaatst naar een ander gebied, daarover trekken we onze mond open. Voor de mensen hier is het heel lastig en iedereen heeft er stress van. Vroeger begon je een dienst met ‘wie gaat er bevallen, wat leuk, en wie ik ga zien?’. Nu begin je met ‘welk ziekenhuis gaat er nu weer sluiten en wie kan ik als achterwacht inzetten?’. De serie laat goed zien wat de gevolgen zijn, daar zijn we blij mee. We willen een stem zijn voor de mensen hier. We hebben een hele gevarieerde populatie: van de meest schrijnende gevallen tot onderzoekers, artsen en politici. De meest

Lonneke Greten (l) en Maud van Woerdekom (r).

kwetsbare dames laten we niet op tv komen. Zeker als er gevaarlijke situaties spelen met toxische exen of intieme terreur. De mensen die we wel gevraagd hebben, vonden het leuk om mee te doen. We willen ook echt laten zien dat het in dit gebied niet alleen kommer en kwel is. Met elkaar zijn we hier keihard aan het werk voor betere kansen voor de komende generatie. We hebben ook veel lol. Humor hoort erbij en is een goede tool om situaties luchtiger te maken. Dat zie je gelukkig ook goed terug in de serie.’

‘We willen een stem zijn voor de mensen hier’

De 66 Verloskundige


‘Doe maar gewoon, laat de natuur haar gang gaan’ ‘Ik had al mijn cliënten gevraagd of ze mee wilden doen en daar kwamen verrassend veel positieve reacties op. Het levert natuurlijk unieke beelden van je bevalling op. Een cliënte uit aflevering drie deelde het zelfs op haar socials en vond het prachtig om terug te zien. Zelf moest ik even wennen, maar het was erg leuk om mezelf aan het werk te zien. Van veel cliënten hoor ik: ‘Jij bent op tv precies zoals in het echt.’ De serie laat die typische Betuwse mentaliteit mooi zien: doe maar gewoon, laat de natuur haar gang gaan en thuis bevallen is heel normaal. Ik hoop dat

kijkers zien hoe hard we werken en dat daar een passende vergoeding tegenover mag staan. Wij begeleiden mensen bij de grootste verandering in hun leven. Helaas zie ik veel collega’s al na gemiddeld zeven jaar stoppen. Ze beginnen vol enthousiasme, maar de combinatie met een gezin en de impact op je eigen gezondheid is zwaar. Om mensen voor het vak te behouden moet er veel veranderen: je zou met minder cliënten een norminkomen moeten kunnen verdienen. Dat geeft ook meer waardevolle tijd voor elke zwangere, wat enorm zou helpen.’

Margretha van Riemsdijk is verloskundige in Geldermalsen. Met haar deelname aan het tv-programma wil ze vooral de Betuwse nuchterheid een podium geven.

De Verloskundige

67


In Drenthe volgt de serie

Sanne Brons, een caseload-verloskundige met een holistische benadering. Dat ze een beetje beroemd geworden is, vindt ze allerminst een probleem.

‘Ik werk een-op-een en ben altijd oproepbaar voor m’n cliënten. Ik voel me heel betrokken. Ook bij bevallingen in het ziekenhuis zorg ik dat ik in de buurt ben, dat vind ik belangrijk. In mijn werk heb ik een wat meer holistische benadering. Een zwangere is niet alleen maar haar zwangerschap, maar onderdeel van een groter systeem. Ik ga ervan uit dat energetische voorlijnen, voorouders, ook invloed hebben op nu. Ik doe ook aan energetische coaching. Hoe komt iemand aan een blokkade op overgave of aan (irreële) angsten? Ik wilde dat niet laten filmen, want zoiets is meer privé dan een bevalling. Hoe gek dat ook klinkt. Ik zou het nu overigens wel aandurven, omdat ik gezien heb hoe zorgvuldig het programma gemaakt is. Met elkaar geven we een goed beeld van onze veelzijdigheid, hoe mooi het vak is én dat een ouwe rot zoals ik het al heel lang met plezier doet. M’n 1.500ste baby is gefilmd, de diploma-uitreiking van m’n dochter: allemaal mooie momenten. Voor mij persoonlijk vind ik deelname ook leuk omdat ik altijd al beroemd wilde worden. Dat komt denk ik omdat ik vroeger veel gepest ben met mijn schisis. Ik zal jullie allemaal een poepie laten ruiken, denk ik nu. Kijk eens hoe ver ik het geschopt heb.’

‘Ik voel me heel betrokken’

De serie De verloskundigen bracht het werk van verloskundigen onder de aandacht van een breed publiek. De KNOV greep dit maatschappelijke momentum aan om de betekenis van het vak verder te duiden. Na elke aflevering verscheen een LinkedIn-post waarin een actueel thema uit de geboortezorg centraal stond, zoals thuisbevalling, passende zorg, landelijk kwaliteitsbeleid, de klinisch verloskundige en capaciteitsvraagstukken. Daarbij vormden de kernwaarden Verbinding, Gezondheid en Moed steeds de rode draad. De serie liet zien wat verloskundigen doen. De KNOV voegde daar context en duiding aan toe: waarom deze thema’s ertoe doen, welke maatschappelijke waarde verloskundigen toevoegen en hoe zij bijdragen aan toegankelijke, passende en toekomstbestendige geboortezorg. De serie De verloskundigen kijk je via NPO Start.

De 68 Verloskundige


Update NZa wijst bijna alle bezwaren tegen verloskundetarieven 2026 af: de KNOV gaat in beroep De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) heeft op 1 juli 2026, na een wachtperiode van ruim tien maanden, haar oordeel geveld over de bezwaren van de KNOV op de tariefbeschikking 2026. De NZa is het niet eens met de bezwaren van de KNOV en heeft ze bijna allemaal afgewezen. Tegen deze uitspraak gaat de KNOV in beroep bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb). De KNOV heeft namens verloskundigen bezwaar gemaakt op de maximumtarieven verloskunde 2026. Het bezwaar richt zich op de weging van uren van de praktijkhouder, het normatief inkomensdeel (normatieve arbeidskostencomponent, NAC) en het feit dat verloskundigen structureel meer uren dan voltijd werken. De NZa geeft aan op één onderdeel wel mee te gaan in het bezwaar van de KNOV. De hoogte van het inkomensdeel wordt iets aangepast, omdat de NZa erkent dat bij het werken als verloskundige ook zwaar getild moet worden. Naar aanleiding van deze uitspraak worden de tarieven voor 2026 met terugwerkende kracht gewijzigd. De aangepaste tarieven kunnen nog niet worden gedeclareerd: de systemen van zorgverzekeraars zijn hier nog niet op ingesteld. Declareer je wel, dan wordt de declaratie waarschijnlijk automatisch afgewezen.

Aantekening Basisechoscopie live! De aantekening met herregistratie-eis Basisechoscopie is beschikbaar in het Kwaliteitsregister Verloskundigen. Hiermee maken we de borging van de kwaliteit van basisechoscopie weer onderdeel van de eigen beroepsvereniging. Je kunt de aantekening verkrijgen door in te loggen in PE-online en je aan te melden. Hiernaast is het mogelijk om – voor verzekeraars die de aantekening in 2026 erkennen (a.s.r. en ONVZ) – declaraties in te dienen op basis van de aantekening, met terugwerkende kracht tot de datum van verkrijging (vanaf 1 januari 2026). Deze ontwikkeling draagt bij aan een toekomstbestendig systeem van passende kwaliteit en passende verantwoording voor iedereen die werkzaam is in de geboortezorg. Door heldere registratie- en herregistratieeisen wordt de deskundigheid van verloskundigen zichtbaar en geborgd, terwijl de administratieve lasten beperkt blijven. Scan de code en log in bij PE-online.

Internationale verloskunde De Nederlandse verloskunde is internationaal gezien uniek. Het is interessant om te weten hoe de geboortezorg in andere landen georganiseerd is en hoe we van elkaar kunnen leren en internationaal kunnen samenwerken. Daarvoor heeft de KNOV-academie twee microlearnings ontwikkeld over internationale verloskunde. In de microlearning Global Midwifery ontdek je hoe verloskundige zorg wereldwijd is ingericht, hoe verloskundigen internationaal samenwerken en welke invloed Nederland heeft op ontwikkelingen binnen het vak. In de tweede microlearning staan wereldwijde geboortezorg en de aanpak van moedersterfte centraal.

In korte, inspirerende interviews delen Barbara Kwast en Thomas van den Akker vanuit hun internationale ervaring indrukwekkende verhalen en inzichten. Voor de KNOV is internationale samenwerking belangrijk om de positie van verloskundigen wereldwijd te versterken met als doel dat alle zwangeren toegang hebben tot deskundige, relationele zorg waarbij er oog is voor de fysiologie. De microlearnings sluiten daarmee mooi aan bij het ICM-verslag in dit tijdschrift (zie pagina 26).

De Verloskundige

69


SUD-NL-01152. KOAG-KAG 2977-0625-1569


Als lid versterk je niet alleen je eigen positie, maar ook die van alle verloskundigen in Nederland. Door als collectief op te treden, staan we sterk en kunnen we breed gedragen stappen zetten richting een nog betere geboortezorg.

Word lid van de KNOV Ledenvoordeel • Je kunt meedenken over en bijdragen aan de inhoud van het vak. • Je hebt toegang tot handige documenten over waarneming, praktijkvoering, overname, tariefbepaling, toelatingscontracten, etc. • Als je lid bent van de KNOV ben je automatisch ook aangesloten bij de geschilleninstantie. • Als klinisch verloskundige heb je via de KNOV toegang tot juridische ondersteuning door vakbond FBZ. • Je krijgt toegang tot de KNOV-helpdesk. • Je hebt toegang tot het online inspiratienetwerk, waar meer dan 2.400 verloskundigen met elkaar in gesprek gaan en elkaar helpen. • Je ontvangt vier keer per jaar het tijdschrift De Verloskundige. • Je krijgt toegang tot de platforms voor verschillende werksettings. • Je krijgt korting op de tarieven van tolkendienst Global Talk. • Je kunt gebruikmaken van een vertrouwenspersoon die jou bijstaat als je een klacht krijgt of dreigt te krijgen.

Het KNOV-lidmaatschap De KNOV behartigt jouw belangen aan landelijke tafels. We staan voor je klaar met informatie en advies over de inhoud en organisatie van verloskundige zorg. Al meer dan 125 jaar.

‘Als verloskundigen zijn wij samen de KNOV. Die verbondenheid vind ik belangrijk. De kracht van onze vereniging zit in de veelkleurigheid van leden. Door elkaar te ontmoeten, kennis en ervaringen te delen en met elkaar in gesprek te blijven, leren we van elkaar. Ik neem na een ontmoeting altijd weer nieuwe inzichten mee terug naar mijn eigen praktijk.’ Paule Korlaar-Dijkhuizen, eerstelijnsverloskundige

Sinds april heb je ook toegang tot de nieuwe KNOV-academie! Lees meer hierover op pagina 16.

Lid worden of meer weten? Kijk op knov.nl/ledenvoordeel of scan de code.

De Verloskundige

71


Geslaagd! In het studiejaar 2025-2026 is een nieuwe lichting verloskundigen afgestudeerd. Van harte gefeliciteerd met deze prestatie en welkom in ons mooie vak!

Academie Verloskunde – Amsterdam en Groningen (AVAG)

v

7ĺğęĀęøäę

Rozemarijn

Anne

Marjolein

Irene

Iris

Emma

Noa

Élise

Ruth

Femke

Romy

Linde

Nynke

Ilse

Anne

Hilde

Demi

Charity

Yentl

Lisanne

Miriam

Wivineke

Laura

Susan

Iza

Renske

India

Anna

Hannah

Loïs

Lotte

Carolien

Annefleur

Isabel

Lidewij

Femke

Sophie

Madou

Babet

Annelies

Mirthe

Noa

Franca

Pascalle

Lisa

Marit

Dorien

Marit

Lynn

Annelies

Femke

Sterre

Femke

Kyla

Florien

Simone

Heidy

Lina

De 72 Verloskundige

Femke

ĘľŅäĺàÂĘ

Larissa

Judith

Denise

Jamie

Renee

Lexi

Sophie

Britt

Kinza

Luca

Luca

Brigith

Inge

Maryse

Madelief

Chantal

Fenna

Ramona

Vera

Isa

Loena

Stassy

Bente

Puck

Anouk

Wendy

Tosca

Melissa

Fleur


Verloskunde Academie Rotterdam (VAR) Indira

Germainy

Sophie

Eva

Saskia

Marlinde

Emma

Anouk

Eva

Wendy

Rianke

Deyanira

Elise

Anika

Nursena

Yvana

Rhodé

Jinaan

Laura

Linsey

Francis

Academie Verloskunde Maastricht (AVM) Britte

Mirre

Saskia

Aimée

Sterre

Jade

Lianne

Beti

Lisa

Emma

Britt

Talitha

Maria

Marja

Wydiënne

Floor

Lola

Pam

Fleur

Sandra

Esmée

Nina

Lotte

Lauren

Dieuwke

Helen

Soleil

Floor

Melanie

Kayleigh

Fjenne

Desiree

Jade

Liv

Aniek

Bente

Saffrijn

Rhodé

Rhona

Latifa

Anouk

Merel

Sabrina

Aya

Anouk

Belle

Zoe

Fee

Femke

Juliëtte

Sterre

Lieke

Rebecca

Lianne

Maud

Suzanne

Iris

Tara M

Finette

Madelief

Laura

Jessica

Fatma

Marly

Julia

Tess

Morsal

Chiara

Neeltje

Janneke

Anne-Sophie

Fee

Esmee

Eva

Tessel

Juul

Claudia

Anna

Inge

Paula

Tinka

Miranda

Sophie

Laukje

Silke

Paula

Sabine

Dyonne

Fleur

Anne Roos

Marieke

Vivian

Rian

Joyce

Roos

Julia

Evi

Erna

Melanie

Vera

Marjolein

Sophie

Merel

Bente

Felicia

Sylvie

Margot

v

De Verloskundige

73


Turning Science into Care

Wetenschappelijk onderbouwde oplossingen voor borstvoeding. U steunt moeders, wij steunen u. Pijnlijke tepels

Tepelkloven

en droge huid 1

door problemen met aanleggen 1

Purelan™ lanolinezalf 100 % zuivere lanoline van medische kwaliteit Biedt verzachtende verzorging en bescherming Ondersteunt hydratatie van de huid en versterkt de huidbarrière

Hydrogel Pads Verzacht en verkoelt 2,3 Beschermende barrière tegen irritatie en wrijving Creëert een vochtige wondomgeving om genezing te ondersteunen 4

Uitdagingen bij het aanleggen

Lekkende melk

wanneer borstvoeding pijnlijk is door geïrriteerde, platte of ingetrokken tepels 5,6

wanneer de melk “op gang komt” en de melkproductie zich stabiliseert 7

Contact™ tepelhoedjes Beschermt pijnlijke tepels en bevordert het genezingsproces Unieke vorm voor maximaal huid-op-huidconta Ultradunne silicone voor optimale stimulatie van de tepel

Ultra-ademende zoogkompressen Absorbeert tot 50 keer zijn eigen gewicht Superzacht, discreet en comfortabel Beschermt tegen vettige vlekken in de beha

Referenties: 1 Shetty AP et al. Matern Child Health J. 2024; 28(12):2013–2025. 2 Eaglstein WH. Dermatol Surg. 2001;27(2):175–181. 3 Broussard KC, Powers JG. Am J ClinDermatol. 2013; 14(6):449–459. 4 Nuutila K, Eriksson E. AdvWound Care (New Rochelle). 2021; 10(12):685–698. 5 Kronborg H et al. Matern Child Nutr. 2017; 13(1). 6 Coentro VS et al. J Obstet Gynecol Neonatal Nurs. 2022; 51(1):73–82. 7 LauwersJ, Swisher A. 6th ed. Sudbury, MA: Jones &Bartlett; 2016. 377-378p.

Scan om meer te weten te komen


30 mg Sucrosomiaal® IJzer + 70 mg vitamine C per capsule 1 capsule per dag

Tijdens Zwangerschap

Tijdens borstvoeding

Bij aangetoond ijzertekort

Ondersteunt bij de verhoogde IJzerbehoefte tijdens de zwangerschap. (3, 4, 6)

Ook tijdens de borstvoedingsperiode (1)

Voor vrouwen met een verhoogde ijzerbehoefte. (2,6)

Sucrosomiaal® IJzer

Gunstige gastro-intestinale tolerantie

SiderAL® Forte bevat ferripyrofosfaat omhuld door een fosfolipidenlaag en een sucrester-matrix (Sucrosomiaal® technologie)

De specifieke coating volgens de Sucrosomiaal® technologie beschermt het ijzer tegen maagzuur en maakt gebruik van een alternatieve absorptieroute. (2)

Hierdoor wordt het IJzer beschermd tegen maagzuur en maakt het gebruik van een alternatieve absorptieroute via enterocyten en M-cellen. (1, 6)

Is op ieder moment van de dag in te nemen (2)

Referenties:

Biologische beschikbaarheid

1. Antoine E, e.a. Sucrosomial® iron effectiveness in recovering from mild and moderate iron-deficiency anemia in the postpartum period. BMC Pregnancy Childbirth. 2023 May 17;23(1):360. doi: 10.1186/s12884-023-05658-7.

De biologische beschikbaarheid is ongeveer 30-35%. (2, 6)

2. Gómez-Ramírez S, e.a. Sucrosomial® Iron: A New Generation Iron for Improving Oral Supplementation. BMC Pregnancy Childbirth. 2023 May 17;23(1):360. doi: 10.1186/s12884023-05658-7.

Geen metaalsmaak, geen verkleuring van de tanden

3. Parisi, F.; e.a. Effects of different regimens of iron prophylaxis on maternal iron status and pregnancy outcome: A randomized control trial. J. Matern. Fetal Neonatal Med. 2017, 30, 1787–1792.

Geeft geen nare nasmaak. (2)

4. Manfredi, G.Oral Sucrosomial® iron to prevent iron deficiency and hemoglobin drop during pregnancy: A case series in support of effectiveness and compliance. Blood Transfus. 2023, 21 (Suppl. S1), S26–S27

Eenvoudig in gebruik

5. Pérez-Silvestre, L.e.a. Study of the tolerability of Sucrosomial® iron in comparison with ferrous sulfate in pregnant women with iron deficiency anemia: A randomized controlled trial.Blood Transfus. 2023, 21 (Suppl. S1), S29. [CrossRef]

Slechts 1 capsule per dag. Na openen capsule is poeder ook op te lossen in water.

6. Gómez-Ramírez S,e.a. Sucrosomial® Iron: A New Generation Iron for Improving Oral Supplementation. Pharmaceuticals (Basel). 2018 Oct 4;11(4):97. doi: 10.3390/ph11040097.

Nikkelstraat 21, 1411 AE Naarden

020 262 0252

info@glnp.nl

glutenvrij

lactose vrij

Vraag samples aan of stel je vraag via Whatsapp


happy earth, happy baby!

100% NATUURLIJKE BABYVERZORGING | MICROPLASTICVRIJ

THE WORLD’S PUREST BABY WIPES

het puurste babydoekje ter wereld Puurder dan katoen & water 100% plantaardige doekjes 99,9% water met een druppeltje fruitextract 0% kunstmatige geuren kleurstoffen Geschikt voor pasgeborenen en gevoelige huid


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook