Skip to main content

Halfjaarlijks financieel verslag 2026 van Elia Transmission Belgium

Page 1


Halfjaarlijks Financieel Verslag 2026

Inhoudstafel

1.

1.1. Geconsolideerde resultaten en financiële positie van Elia Transmission Belgium voor de eerste zes maanden van 2026

2. Verklaring over het getrouwe beeld van de verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële overzichten en het getrouwe overzicht in het tussentijdse jaarverslag

3. Verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële staten

4. Toelichting bij de verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële overzichten

5. Verslag van het college van commissarissen aan het bestuursorgaan van Elia Transmission Belgium NV omtrent de beoordeling van de tussentijdse verkorte geconsolideerde financiële informatie over de periode van zes maanden afgesloten op 30 juni 2026

6. Alternatieve prestatiemaatstaven

1. Beoordeling van de bedrijfsprestaties

1.1. Geconsolideerde resultaten en financiële positie van Elia Transmission Belgium voor de eerste zes maanden van 2026

Eigen vermogen toe te rekenen aan de eigenaars van de vennootschap per aandeel (€)

Zie de verklarende woordenlijst voor definities Vergelijkende cijfers voor Totaal activa, RAB investeringsuitgaven, Eigen vermogen en Netto financiële schuld hebben betrekking op 31/12/2025

Kerncijfers

In overeenstemming met IFRS 8 heeft de groep de volgende bedrijfssegmenten bepaald: Elia Transmission (België), dat de gereguleerde activiteiten omvat in België (d.w.z. de gereguleerde activiteiten van Elia Transmission Belgium);

Internationale & holdingactiviteiten, dat bestaat uit de niet-gereguleerde activiteiten binnen Elia Transmission Belgium en Nemo Link.

Het segment dat tot en met 31 december 2025 werd aangeduid als “Niet-gereguleerd segment en Nemo Link” werd vanaf 2026 hernoemd tot “Internationale & holdingactiviteiten”. Deze wijziging heeft geen impact op de afbakening van het segment, maar beoogt een betere weerspiegeling van de aard van de uitgevoerde activiteiten, met inbegrip van de internationale activiteiten en de holdingfuncties van de Groep.

Afronding – Alle cijfers in dit rapport werden afgerond. De gerapporteerde varianties werden berekend op basis van de brongegevens vóór afronding, wat betekent dat er varianties kunnen afwijken.

1.1.1. Segment Elia Transmission België

Hoogtepunten

Op koers om investeringen te realiseren die de betrouwbaarheid van het elektriciteitsnet en duurzame elektrificatie in België ondersteunen.

De (adjusted) winst over de periode bedroeg €163,3 miljoen, dankzij de activagroei, een hogere risicovrije rentevoet en een groter eigen vermogen, en solide prestaties op het vlak van de incentives.

De netto financiële schuld kende een toename tot €4.417,0 miljoen, als gevolg van de uitvoering van het investeringsprogramma en de gedeeltelijke aanwending van de verworven middelen uit de kapitaalverhoging van vorig jaar.

Kerncijfers

Bedrijfsopbrengsten, overige bedrijfsopbrengsten en netto inkomsten (kosten) afrekeningsmechanisme

inkomsten (kosten) van het afrekeningsmechanisme

Aandeel in resultaat van investeringen opgenomen volgens vermogensmutatiemethode (na belastingen)

Zie de verklarende woordenlijst voor definities

Vergelijkende cijfers voor Totaal activa, RAB investeringsuitgaven, Eigen vermogen en Netto financiële schuld hebben betrekking op 31/12/2025

Vergelijkende cijfers voor Vrije kasstroom hebben betrekking op 30/06/2025

Financieel

In de eerste helft van 2026 rapporteerde Elia Transmission opbrengsten, overige inkomsten en nettoinkomsten (of -uitgaven) uit het verrekeningsmechanisme van €796,2 miljoen, dat een stijging van 4,3% betekent ten opzichte van dezelfde periode in 2025, toen de omzet € 763,0 miljoen bedroeg. De evolutie weerspiegelt een stijging van de bruto-omzet met €141,3 miljoen (van €802,1 miljoen naar €943,4 miljoen), voornamelijk gedreven door de geplande tariefstijging die in 2026 werd toegepast en door een hogere bijdrage van de internationale activiteiten (+€117,4 miljoen), wat aanhoudende congestie-inkomsten op de grensoverschrijdende interconnecties weerspiegelt. Het deel van deze inkomsten dat het in het tariefvoorstel voorziene niveau overschrijdt, wordt overgedragen naar toekomstige tarieven via het regulatorisch afrekeningsmechanisme, wat resulteert in een hogere netto ast uit het afrekeningsmechanisme van €208,7 miljoen ten opzichte van €101,0 miljoen in het eerste semester van 2025.

opbrengsten (kosten) van het afrekeningsmechanisme

Opbrengsten, overige inkomsten en netto-inkomsten (of -uitgaven) uit het verrekeningsmechanisme

De (adjusted) nettowinst steeg met 25,8% tot €163,3 miljoen, voornamelijk dankzij de volgende elementen:

1. Een hogere billijke vergoeding (+€21,1 miljoen) door een groeiende activabasis en de volledige vergoeding van de kapitaalinjectie van vorig jaar ter waarde van €1,05 miljard. ETB profiteert ook van een hogere vergoeding van het eigen vermogen in vergelijking met vorig jaar, als gevolg van een stijging van de onderliggende Belgische OLO op 10 jaar (3,4% tegenover 3,1%).

2.Een lichte toename van de incentives (+€2,4 miljoen) als gevolg van aanhoudend sterke operationele prestaties.

3.Hogere gekapitaliseerde financieringskosten (+€6,5 miljoen) door een toename van de activa in aanbouw en een lichte stijging van de gemiddelde kostprijs van de schuld.

4.Lagere regulatoire afrekeningen na de herziening van de saldi 2025 (+€4,3 miljoen).

5.Overige effecten (-€0,8 miljoen), voornamelijk bestaande uit tariefcompensatie voor uitgiftekosten in verband met de heropneembare kredietfaciliteit van ETB, afgeschreven over de looptijd van het instrument (+€4,8 miljoen), lagere schade aan het elektriciteitssysteem (+€5,6 miljoen) en de activering van software- en hardwarekosten (+€0,8 miljoen), gedeeltelijk geneutraliseerd door het ontbreken van de eenmalige tariefdekking van vorig jaar voor de kosten in verband met de kapitaalverhoging van ETB (-€9,9 miljoen) en de effecten van uitgestelde belastingen (-€3,0 miljoen).

De netto financiële schuld steeg tot €4.417,0 miljoen (+14,7%), onder impuls van de voortzetting van het investeringsprogramma van ETB (€688,4 miljoen). Deze investeringen werden gefinancierd uit de operationele kasstroom (€263,1 miljoen) en de in het voorgaande jaar opgebouwde liquiditeit. Daarnaast loste ETB een obligatie van €500 miljoen af die begin 2026 zou vervallen en die al in de tweede helft van 2025 was geherfinancierd. Na deze transacties stegen de gemiddelde kosten van de schuld tot 2,78% (+25 basispunten). ETB blijft een evenwichtig maturiteitsprofiel van de schuld handhaven, waarbij alle uitstaande schuld een vaste coupon heeft. Bovendien versterkte ETB zijn liquiditeitspositie door een nieuwe, aan duurzaamheid gekoppelde RCF (€2,0 miljard) af te sluiten. Zowel deze RCF als het handelspapier (€700 miljoen) waren per 30 juni 2026 nog volledig ongebruikt. ETB kreeg van Standard & Poors de rating BBB+ met een stabiele outlook.

1.1.2. Internationale & holdingactiviteiten Kerncijfers

Internationale & holdingactiviteiten

Aandeel in resultaat van investeringen opgenomen volgens vermogensmutatiemethode (na belastingen)

financiële positie (in miljoen €)

Vergelijkende cijfers voor Totaal activa en Netto financiële schuld hebben betrekking op 31/12/2025

De omzet steeg naar €31,0 miljoen, vergeleken met €27,4 miljoen in de eerste helft van 2025, omdat ETB meer diensten aan andere dochterondernemingen van de Elia Groep levert (voornamelijk 50Hertz en Elia Group).

Deelnemingen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode droegen €15,4 miljoen bij aan het resultaat van de Groep, dat vrijwel volledig toe te schrijven is aan Nemo Link. Dit betekent een daling van €0,1 miljoen ten opzichte van 2025, aangezien Nemo de limiet heeft bereikt.

De EBIT daalde tot €12,6 miljoen (-€1,5 miljoen). Dit werd voornamelijk veroorzaakt door de lagere bijdrage van de geassocieerde onderneming Nemo Link.

De netto financieringskosten bleven stabiel op -€1,2 miljoen, voornamelijk kosten gerelateerd aan de private plaatsing van Nemo Link.

De nettowinst daalde met €1,2 miljoen tot €12,3 miljoen, in lijn met de hierboven genoemde effecten.

De totale activa stegen tot €286?3,9 miljoen (1,1%), terwijl de netto financiële schuld €144,3 miljoen bedraagt (+3,5%).

2. Verklaring over het

getrouwe beeld van de verkorte

geconsolideerde tussentijdse financiële overzichten en het getrouwe overzicht in het tussentijdse jaarverslag

De ondergetekende voorzitter van de raad van bestuur Christophe Peeters en Chief Executive Officer Frédéric Dunon verklaren voor zover hen bekend dat: a de verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële overzichten, die zijn opgesteld in overeenstemming met IAS 34 Tussentijdse Financiële Verslaggeving zoals aanvaard binnen de Europese Unie, een getrouw beeld geven van het vermogen, de financiële positie en de financiële prestaties van de vennootschap en de gezamenlijke in de consolidatie opgenomen ondernemingen b Het tussentijds jaarverslag bevat een getrouw overzicht van de informatie vereist krachtens artikel 13, paragrafen 5 en 6 van het Koninklijk Besluit van 14 november 2007 betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt.

Brussel, 23 juli 2026

Frédéric Dunon

Chief Executive Officer

Christophe Peeters

Voorzitter van de raad van bestuur

3. Verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële staten

Verkort geconsolideerd overzicht van de financiële positie

(in miljoen €) - Per

Investeringen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode

en overige financieringsverplichtingen

Over te dragen opbrengsten en toe te rekenen kosten (4.20)

De toelichtingen maken integraal deel uit van deze verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële overzichten.

Verkorte geconsolideerde resultatenrekening

miljoen €) - Periode eindigend op 30 juni

en hulpstoffen

Netto opbrengsten (kosten) van het afrekeningsmechanisme

en diverse goederen

en waardeverminderingen

in voorzieningen

Aandeel in resultaat van investeringen opgenomen volgens vermogensmutatiemethode (na belastingen)

Winst toe te rekenen aan: Eigenaars van gewone aandelen van de moedermaatschappij

Winst per aandeel (in €)

Voor een opdeling van de bedrijfsopbrengsten verwijzen we naar hoofdstuk 1 Beoordeling van de Bedrijfsprestaties.

De toelichtingen maken integraal deel uit van deze verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële overzichten.

Verkorte geconsolideerde overzicht van gerealiseerde en nietgerealiseerde resultaten

(in miljoen €) - Periode eindigend op 30 juni

Winst over de verslagperiode

Niet-gerealiseerde resultaten

Elementen die zijn of kunnen overgeboekt worden naar de winst- en verliesrekening:

Effectief deel van aanpassingen in de reële waarde van kasstroomafdekkingen

Belastingimpact op deze elementen

Elementen die nooit naar de winst- en verliesrekening worden overgeboekt:

Herwaarderingen van verplichtingen voor vergoedingen na uitdiensttreding

Niet-gerealiseerde resultaten over de verslagperiode, na

Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten over de verslagperiode

Winst toe te rekenen aan:

Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten over

De toelichtingen maken integraal deel uit van deze verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële overzichten.

Verkort geconsolideerd overzicht van mutaties in het eigen vermogen

(in miljoen €) - Periode eindigend op 30 juni

Totaal gerealiseerde en nietgerealiseerde

bijdragen van en uitkeringen

Transacties met eigenaars, rechtstreeks verwerkt in het eigen vermogen Uitgifte gewone aandelen

Kosten mbt op aandelen gebaseerde betalingen

naar wettelijke

Totaal bijdragen van en uitkeringen aan

per 30 juni 2026

De toelichtingen maken integraal deel uit van deze verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële overzichten.

Verkort geconsolideerd kasstroomoverzicht

miljoen €) − periode eindigend per 30 juni

voor:

Aandeel in resultaat van investeringen verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode, na belasting

en waardeverminderingen

Verlies / (opbrengst) op verkoop van materiële en immateriële activa

Mutatie van waardering naar reële waarde van financiële activa via resultaat

handels- en overige vorderingen

van materiële activa

uit de verkoop van materiële vaste activa

gebruikt bij investeringsactiviteiten

Opbrengst uit de uitgiften van aandelenkapitaal

Kosten verbonden bij uitgifte van aandelenkapitaal

Betaald dividend (-)

Aflossing van opgenomen leningen (-) (4.14)

Overige kasstromen uit financieringsactiviteiten

Nettokasstroom uit (gebruikt bij) financieringsactiviteiten

Netto-toename (afname) van geldmiddelen en kasequivalenten

Geldmiddelen en kasequivalenten per 1 januari

Netto-mutaties in geldmiddelen en kasequivalenten (1.142,8)

De toelichtingen maken integraal deel uit van deze verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële overzichten.

4. Toelichting bij de verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële overzichten

4.1. Algemene informatie

Elia Transmission Belgium NV/SA (hierna « Elia » of de « Vennootschap ») is gevestigd in België, met haar hoofdkantoor aan de Keizerslaan 20, B-1000 Brussel. De verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële staten voor de eerste zes maanden van 2026 omvatten die van Elia Transmission Belgium NV/SA en haar dochterondernemingen (hierna gezamenlijk de « Groep » of de « Elia Transmission Belgium Groep » genoemd), evenals het belang van de Groep in joint ventures en geassocieerde deelnemingen.

De kernactiviteit van Elia bestaat uit het beheren, onderhouden en ontwikkelen van zeer hoogspanningsnetten (380 kV, 220 kV en 150 kV) en hoogspanningsnetten (70 kV, 36 kV en 30 kV). Elia is verantwoordelijk voor het transport van elektriciteit van de producenten in België naar hun afnemers, in het bijzonder de distributiebedrijven en de grote industriële verbruikers.

De Groep heeft eveneens een belang van 50 % in Nemo Link Ltd, dat een elektrische interconnector heeft gebouwd tussen het Verenigd Koninkrijk en België: de Nemo Link-interconnector. Nemo Link Ltd is een joint venture met National Grid Ventures (UK) en is op 30 januari 2019 commercieel in bedrijf gegaan, met een transportcapaciteit van 1 000 MW.

De verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële staten werden goedgekeurd door de Raad van Bestuur van Elia Transmission Belgium NV/SA op 23 juli 2026

4.2. Basis voor de opmaak

en wijziging van de grondslagen voor financiële verslaggeving van de groep

Basis voor de voorbereiding

Deze verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële overzichten zijn opgesteld in overeenstemming met IAS 34 Tussentijdse financiële verslaggeving, gepubliceerd door de International Accounting Standards Board (IASB) zoals goedgekeurd door de Europese Unie.

Deze verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële overzichten bevatten niet alle informatie en toelichtingen die zijn vereist voor een volledige jaarrekening volgens IFRS boekhoudnormen en dienen in combinatie met de laatste geconsolideerde jaarrekening van de Groep voor het jaar eindigend op 31 december 2025 te worden gelezen. Deze verkorte overzichten bevatten geselecteerde toelichtingen om gebeurtenissen en transacties toe te lichten die belangrijk zijn in termen van wijzigingen in de positie en prestaties van de groep die zich hebben voorgedaan sinds de publicatie van de laatste geconsolideerde jaarrekening.

De bestuurders herbeoordeelden de continuïteitsveronderstelling van de Vennootschap en gingen er bij de goedkeuring van de jaarrekening van uit dat de Groep voldoende middelen had om zijn operationele activiteiten in de afzienbare toekomst voort te zetten. De bestuurders zullen daarom bij het opstellen van de jaarrekening het continuïteitsbeginsel blijven toepassen.

Er hebben zich geen wijzigingen voorgedaan in de grondslagen voor de financiële verslaggeving van de groep ten opzichte van het Jaarverslag 2025. Voor een gedetailleerd overzicht van de toegepaste waarderingsregels wordt verwezen naar Toelichting 3 van het Jaarverslag 2025

Nieuwe standaarden, interpretaties en wijzigingen toegepast door de groep

De grondslagen toegepast bij het opstellen van deze verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële overzichten zijn consistent met de grondslagen gebruikt bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening van de groep voor het jaar eindigend op 31 december 2025

De standaarden, interpretaties en wijzigingen die vanaf 1 januari 2026 van kracht zijn, kunnen als volgt worden samengevat:

Aanpassingen aan IFRS 9 en IFRS 7 Classificatie en waardering van financiële instrumenten (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2026, goedgekeurd binnen de Europese Unie op 27 mei 2025);

Jaarlijkse Verbeteringen – Volume 11 (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2026, goedgekeurd binnen de Europese Unie op 9 juli 2025);

Aanpassingen aan IFRS 9 en IFRS 7 Contracten met betrekking tot natuurafhankelijke elektriciteit (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2026, goedgekeurd binnen de Europese Unie op 30 juni 2025);

Deze nieuwe wijzigingen hadden geen materiële impact op de geconsolideerde verkorte tussentijdse financiële overzichten van de Groep.

Standaarden die zijn uitgevaardigd maar nog niet van kracht zijn

De onderstaande standaarden en interpretaties zijn gepubliceerd maar zijn nog niet van toepassing op de jaarperiode beginnend op 1 januari 2026:

IFRS 18 Presentatie en toelichting in de jaarrekening (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2027, goedgekeurd binnen de Europese Unie op 13 februari 2026);

IFRS 19 Dochterondernemingen zonder publieke verantwoordingsplicht – Toelichtingen (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2027 maar nog niet goedgekeurd binnen de Europese Unie);

Aanpassingen aan IFRS 19 Dochterondernemingen zonder publieke verantwoordingsplicht –Toelichtingen (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2027 maar nog niet goedgekeurd binnen de Europese Unie);

Aanpassingen aan IAS 21 De gevolgen van wisselkoerswijzigingen – Vertaling naar een presentatiemunteenheid van een hyperinflatoire economie (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2027 maar nog niet goedgekeurd binnen de Europese Unie)

IFRS 20 – Reguleringsactiva en reguleringsverplichtingen (gepubliceerd op 27 mei 2026, toepasbaar voor boekjaar vanaf 1 januari 2029, maar nog niet goedgekeurd binnen de Europese Unie)

Wijzigingen aan de Fair Value Option in IAS 28 Investeringen in geassocieerde deelnemingen en joint ventures (uitgegeven op 26 juni 2026 en van toepassing op jaarlijkse verslagperioden die aanvangen op of na 1 januari 2027, maar nog niet goedgekeurd door de Europese Unie).

De Groep verwacht niet dat de hierboven vermelde standaarden en wijzigingen een materiële impact zullen hebben op haar geconsolideerde jaarrekening, met uitzondering van IFRS 18 en IFRS 20. Hieronder lichten wij de impact toe van de toepassing van beide standaarden zoals geïdentificeerd op de datum van dit verslag.

IFRS 18 Presentatie en toelichtingen in de jaarrekening

Wij verwijzen naar de informatie opgenomen in ons Jaarverslag 2025 (Toelichting 2.1).

IFRS 20 Reguleringsactiva en reguleringsverplichtingen

In mei 2026 heeft de IASB IFRS 20 “Regulatory Assets and Regulatory Liabilities” gepubliceerd. Deze norm is nog niet goedgekeurd door de Europese Unie.

IFRS 20 voert een omvattend boekhoudkundig model in voor activiteiten die onderworpen zijn aan tariefregulering. De norm vereist dat ondernemingen reguleringsactiva en reguleringsverplichtingen opnemen om de timingverschillen weer te geven tussen de levering van goederen of diensten en de recuperatie van de bijbehorende vergoeding via gereguleerde tarieven. IFRS 20 heeft bijgevolg tot doel het gerapporteerde resultaat in overeenstemming te brengen met de totale toegestane vergoeding voor de periode door de overeenkomstige gereguleerde opbrengsten en kosten te verwerken.

IFRS 20 vervangt noch wijzigt de toepassing van bestaande IFRS-standaarden. De norm introduceert daarentegen aanvullende vereisten om regulatoire rechten en verplichtingen weer te geven, wat leidt tot nieuwe timingverschillen tussen de IFRS-boekhouding en de toepasselijke regulatoire kaders. Na de publicatie van de norm heeft de Groep een gedetailleerde beoordeling van de standaard opgestart. Gezien de omvang en complexiteit van de nieuwe vereisten vereist de toepassing ervan een grondige analyse van zowel het conceptuele kader als de interactie met de bestaande grondslagen voor financiële verslaggeving en de regulatoire kaders van de Groep. Op dit ogenblik onderzoekt de Groep nog steeds de potentiële impact op haar geconsolideerde jaarrekening en is zij bijgevolg nog niet in staat een betrouwbare inschatting van deze impact te verstrekken, in het bijzonder vanwege de noodzaak om gedetailleerde kwalitatieve en kwantitatieve analyses uit te voeren.

Eventuele gevolgen zullen derhalve voortvloeien uit de toepassing van de nieuwe boekhoudkundige vereisten, zonder dat de onderliggende economische realiteit van de Groep hierdoor wijzigt. Het doel van IFRS 20 is net om bepaalde boekhoudkundige verschillen tussen IFRS en de regulering te verminderen en aldus een financiële prestatie weer te geven die beter aansluit bij de economische realiteit van de gereguleerde activiteiten van de Groep.

De Groep zal haar beoordeling de komende maanden voortzetten. Naarmate de analyse vordert, zal de Groep evalueren of aanvullende informatie dient te worden opgenomen in haar jaarafsluitingsrapportering.

4.3. Gebruik van ramingen en beoordelingen

De verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële staten voor de eerste helft van 2026 zijn opgesteld op basis van schattingen en beoordelingen zoals aangegeven in toelichting 2.5 bij de geconsolideerde jaarrekening van de groep vanaf en voor het jaar eindigend op 31 december 2025

De Groep blijft de geopolitieke ontwikkelingen, met inbegrip van de conflicten in Oekraïne en Iran, nauw opvolgen. De activiteiten van de Groep worden niet rechtstreeks beïnvloed door deze gebeurtenissen, gelet op de aard en de locatie van haar activiteiten en het ontbreken van zakelijke relaties in deze landen. Per 30 juni 2026 werd geen significante impact op de financiële positie of prestaties van de Groep vastgesteld.

4.4. Dochterondernemingen, joint ventures en geassocieerde deelnemingen

Structuur van de groep

De onderstaande tabel geeft een overzicht van onze belangrijkste dochterondernemingen, joint ventures, geassocieerde ondernemingen en andere deelnemingen binnen de groep. De groepsstructuur is ook beschikbaar op onze website.

Participatie percentage juni 2026 31 december 2025

Dochteronderneminge

n

Elia Asset NVBelgiëKeizerslaan 20, 1000 Brussel99,9999,99

Elia Engineering NVBelgiëKeizerslaan 20, 1000 Brussel100,00100,00

Elia Re SALuxemburgRue de Merl 65, 2146 Luxemburg100,00100,00

Deelnemingen verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode - Joint ventures

Nemo Link Ltd,Verenigd KoninkrijkStrand 1-3 - Londen WC2N 5EH50,0050,00

Deelnemingen verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode – Geassocieerde ondernemingen

H.G.R.T S.A.S.Frankrijk1 Terrasse Bellini, 92919 La Défense Cedex17,0017,00 Coreso NVBelgiëKortenberglaan 71, 1000 Brussel15,8415,84

Investeringen verwerkt volgens IFRS9 - Overige participaties

JAO SALuxemburg2 Rue de Bitbourg, 1273 Luxemburg-Hamm3,853,85

Er was geen wijziging in de consolidatiekring tijdens de eerste helft van 2026

Naam Land van vestiging
Maatschappelijke zetel

4.5. Aansluiting segment rapportering

Raadpleeg hoofdstuk 1 voor een gedetailleerde beschrijving van de prestaties van elk segment. In de onderstaande tabel wordt de aansluiting van de segmenten weergegeven.

Groepsresultaten (in miljoen €) − periode eindigend per 30 juni

Bedrijfsopbrengsten, overige bedrijfsopbrengsten en netto inkomsten (kosten) afrekeningsmechanisme796,233,3829,5

Opbrengsten943,431,0974,3

Overige bedrijfsopbrengsten61,42,363,8

Netto inkomsten (kosten) van het afrekeningsmechanisme(208,7)—(208,7)

Diensten en diverse goederen(263,2)(27,0)(290,1)

Personeelskosten(133,7)(8,9)(142,6)

Afschrijvingen en waardeverminderingen(145,5)(0,1)(145,6)

Resultaat uit bedrijfsactiviteiten

Aandeel in resultaat van investeringen opgenomen volgens vermogensmutatiemethode, na belastingen2,815,418,2 EBITDA396,912,8409,7 EBIT251,412,6264,1 Nettofinancieringskosten(37,0)(1,2)(38,2) Financieringsbaten9,1—9,0 Financieringslasten(46,1)(1,2)(47,3) Winstbelastingen(51,1)0,9(50,2)

Winst over de verslagperiode toe te rekenen aan de eigenaars van de vennootschap

Geconsolideerde financiële positie (in miljoen €)

Totaal activa10.824,3286,311.110,6 RAB Investeringsuitgaven688,4n.a688,4 Netto financiële schuld4.417,0144,34.561,2

Groepsresultaten (in miljoen €) − periode eindigend per 30 juni

Bedrijfsopbrengsten, overige bedrijfsopbrengsten en netto inkomsten (kosten) afrekeningsmechanisme763,029,1792,1 Opbrengsten802,127,4829,5

Overige bedrijfsopbrengsten61,91,763,5

Netto inkomsten (kosten) van het afrekeningsmechanisme(101,0)—(101,0)

Diensten en diverse goederen(280,5)(21,5)(301,9) Personeelskosten(116,9)(9,1)(126,0)

Afschrijvingen en waardeverminderingen(129,2)—(129,2)

Resultaat uit bedrijfsactiviteiten

Aandeel in resultaat van investeringen opgenomen volgens vermogensmutatiemethode, na belastingen1,815,517,3 EBITDA333,214,1347,3 EBIT204,014,1218,1

Nettofinancieringskosten(35,1)(1,3)(36,4)

Financieringsbaten12,9(0,1)12,8

Financieringslasten(47,9)(1,2)(49,2) Winstbelastingen(39,1)0,7(38,4)

Winst toe te rekenen aan de Eigenaars van de Vennootschap

Totaal activa11.400,0283,111.683,0 RAB Investeringsuitgaven1.399,6n.a1.399,6

4.6. Inkomsten, netto-inkomsten (kosten) uit het

afrekeningsmechanisme en andere inkomsten

Netto opbrengsten (kosten) van het afrekeningsmechanisme

Overige bedrijfsopbrengsten

Intern geproduceerde vaste activa36,437,1

Optimaal gebruik van activa7,47,7

Overige beheersbare inkomen18,817,2

Overige niet-beheersbare inkomen0,81,3

Meerwaarde op realisatie MVA0,30,3

Totaal opbrengsten, diverse bedrijfsopbrengsten en netto opbrengsten (kosten) van het afrekeningsmechanisme

De Totaal opbrengsten, diverse bedrijfsopbrengsten en netto opbrengsten (kosten) van het afrekeningsmechanisme stegen met 4,7% tot €829,5 miljoen.

Het segment Elia Transmission België rapporteerde een totale omzet, overige baten en netto-inkomsten (lasten) uit het afrekeningsmechanisme van €796,2 miljoen (Sectie 1.1.1). Het Internationale & holdingactiviteiten segment rapporteerde een omzet en overige baten van €33,3 miljoen (Sectie 1.1.2).

De omzet steeg met 17,4% tot €974,3 miljoen, voornamelijk als gevolg van de tariefverhoging, die de hogere gereguleerde activabasis (RAB) en de hogere billijke vergoeding weerspiegelt (gedreven door een hogere OLO en een grotere eigenvermogensbasis). Deze stijging werd grotendeels gecompenseerd door een overeenkomstige netto last uit het netto opbrengsten (kosten) van het afrekeningsmechanisme van €208,7 miljoen (tegenover €101,0 miljoen in het eerste semester van 2025), aangezien opbrengsten die boven het toegestane gereguleerde rendement worden geïnd, via het regulatoire afwikkelingsmechanisme worden doorgeschoven naar toekomstige tarieven.

De overige opbrengsten bleven stabiel ten opzichte van de voorgaande periode. Er wordt geen verdere geografische informatie verstrekt aangezien inkomsten worden gegenereerd in de landen waar de netwerkinfrastructuur zich bevindt, wat grotendeels overeenkomt met de hierboven genoemde segmenten.

Intern geproduceerde vaste activa van de groep heeft betrekking op de tijd besteed aan investeringsprojecten door medewerkers van de groep.

We verwijzen naar de segmentrapporten (1.1.1 Segment Elia Transmission België en 1.1.2 Internationale en holdingactiviteiten) voor meer details over de erkende omzet van de Groep op segmentniveau.

4.7. Verwerving en buitengebruikstelling van (im)materiële vaste activa

Elia Transmission Belgium investeerde in de eerste helft van 2026 een netto bedrag van €688,4 miljoen (€0,0 miljoen voor Internationale & holdingactiviteiten segment).

Dit bedrag omvat de aanschaf van immateriële vaste activa ter waarde van €67,8 miljoen (voornamelijk licenties en software) en materiële vaste activa ter waarde van €620,6 miljoen (voornamelijk kabels, bovengrondse leidingen en andere apparatuur gerelateerd aan het elektriciteitsnet).

In België boekte de Groep verdere vooruitgang met het project Prinses Elisabeth Eiland. In lijn met het strategisch investeringsplan voor België zal de kapitaaluitgaven naar verwachting in de tweede helft van het jaar verder toenemen. Na de goedkeuring van alle milieuvergunningen voor het Ventilus-project op 27 april 2026 zullen de werkzaamheden naar verwachting in de tweede helft van 2026 van start gaan.

In 2026 heeft de Groep €1,2 miljoen aan onderzoeks- en ontwikkelingskosten geboekt.

4.8. Handels- en overige vorderingen

Langlopende handels- en overige vorderingen

De langlopende handels- en overige vorderingen zijn gedaald van €2,3 miljoen per 31 december 2025 naar €0,0 miljoen per 30 juni 2026. Het saldo per jaareinde 2025 bestond uit het resterende langlopende deel van de te ontvangen kapitaalsubsidie in het kader van het herstel- en veerkrachtplan voor de bouw van het Prinses Elisabeth Eiland Project.

Kortlopende handels- en overige vorderingen

(in miljoen €) 30 juni 2026

De kortlopende handels- en overige vorderingen zijn stabiel gebleven op €561,9 miljoen per 30 juni 2026, tegenover €561,9 miljoen per 31 december 2025.

Ondanks de stabiliteit van het totale saldo deden zich binnen deze rubriek verschillende belangrijke bewegingen voor die elkaar compenseerden: een daling van de btw-vorderingen met €17,6 miljoen; een daling van de heffingsvorderingen met €16,9 miljoen; gedeeltelijk gecompenseerd door een stijging van de handelsvorderingen met €6,4 miljoen als gevolg van een timingeffect en een stijging van de overige vorderingen met €27,5 miljoen. De stijging van de overige vorderingen houdt voornamelijk verband met de evolutie van de vordering met betrekking tot de kapitaalsubsidie in het kader van het herstel- en veerkrachtplan voor het Prinses Elisabeth Eiland Project, die tijdens de periode met €32,1 miljoen is toegenomen.

Evolutie van de vordering met betrekking tot de kapitaalsubsidie voor het Prinses Elisabeth Eiland Project

Zoals toegelicht in de jaarrekening 2025 werd het oorspronkelijk verwachte subsidiebedrag van €99,7 miljoen in 2025 teruggebracht tot €47,4 miljoen (vóór belastingen en inclusief €2,2 miljoen exploitatiesubsidies), rekening houdend met de onzekerheden omtrent de voltooiing van het project tegen de oorspronkelijke deadline van het herstel- en veerkrachtplan van 30 juni 2026. Tijdens de eerste helft van 2026 hebben de besprekingen met de Federale Overheidsdienst geleid tot een prorata-mechanisme waarbij het subsidiebedrag wordt bepaald op basis van de werkelijke voortgang van de werken. Op 30 juni 2026 werd een addendum bij het protocol ondertekend dat dit mechanisme formaliseert. Hierbij werd een eerste referentiedatum vastgelegd op 15 juli 2026, met een beperkte

bijkomende aanvaardingsperiode tot 20 augustus 2026, onder voorbehoud van certificering en goedkeuring door de bevoegde overheden.

Op basis van het aantal geïnstalleerde caissons op de referentiedatum (20 van de 23 caissons) heeft de Groep haar inschatting van het subsidiebedrag herzien tot ongeveer €77,2 miljoen (vóór belastingen). Dit vertegenwoordigt een stijging van €30,1 miljoen ten opzichte van het bedrag dat per 31 december 2025 werd opgenomen.

De overeenkomstige vordering bedraagt €72,5 miljoen, na aftrek van de reeds ontvangen bedragen, en wordt volledig opgenomen als kortlopende vordering aangezien de inning ervan binnen de komende twaalf maanden wordt verwacht. Bijgevolg werd het bedrag van €2,3 miljoen dat voordien was opgenomen als langlopende handels- en overige vordering geherclassificeerd naar de kortlopende handels- en overige vorderingen.

De voortgang van de resterende werken en de mogelijke impact ervan op de definitieve toekenning van de subsidie (caissons 21 tot en met 23) worden verder opgevolgd en zullen, indien van toepassing, verwerkt worden bij de afsluiting van het boekjaar 2026.

De overeenkomstige opname van de kapitaalsubsidie onder de overige langlopende verplichtingen, samen met het gerelateerde effect van de uitgestelde belastingen, wordt verder toegelicht in Toelichting 4.18

4.9.

(in

Overige financiële activa

Beleggingen die voor verkoop beschikbaar zijn7,77,7

Het totaal van de overige financiële vaste activa bleef stabiel met een lichte daling van €1,4 miljoen ten opzichte van de vorige verslagperiode. Deze variatie is voornamelijk het gevolg van de daling van de restitutierechten.

Overige deelnemingen bestaan uit een belang van 3,85% in JAO Joint Allocation Office SA. Deze belegging wordt gewaardeerd tegen reële waarde via OCI.

4.10. Afgeleide instrumenten

Per 30 juni 2026 en per 31 december 2025 beschikt de groep niet over afgeleide instrumenten. Alle derivaten werden afgewikkeld en enkel de resterende hedge reserve blijft nog bestaan.

Afdekkingsreserve

De afdekkingsreserve omvat het effectieve deel van de cumulatieve nettowijziging in de reële waarde van kasstroomafdekkingsinstrumenten.

(In miljoen €) - Aandeel Groep

BE - CFH - Green Bond 202324,326,0(1,7)

BE - CFH - Green Bond 20246,87,1(0,3)

Totaal

BE - Belastingsimpact(7,8)(8,3)0,5

Afdekkingsreserve - na

In het eerste semester van 2026 daalde de afdekkingsreserve van €24,8 miljoen naar €23,3 miljoen, als gevolg van het recycleren van de afdekkingsreserve (-€1,6 miljoen netto van belastingen) voortvloeiend uit de derivaten (IRS 2023 en 2024).

4.11. Uitgestelde belastingvorderingen enverplichtingen

De netto uitgestelde belastingverplichtingen stegen van €70,5 miljoen per 31 december 2025 naar €84,8 miljoen per 30 juni 2026, waarvan €8,2 miljoen in de winst-en-verliesrekening en €1,3 miljoen in nietgerealiseerde resultaten.

Per 1 januari 2026

Opgenomen in de resultatenrekening

Opgenomen in de nietgerealiseerde resultaten Andere

Per 30 juni 2026

1H 2026

Materiële activa(81,0)(6,2)——(87,2)

Immateriële activa(0,6)——(0,6)

Rentedragende leningen en overige langlopende financieringsverplichtingen6,8(1,5)——5,3

Personeelsvoordelen(2,6)(0,1)0,8—(1,9)

Derivaten(8,3)—0,5—(7,8)

Voorzieningen2,6(0,1)——2,4

Anticiperende verplichtingen39,31,5——40,9

Uitgestelde belastingschuld op kapitaalsubsidies(15,0)——(7,4)(22,3) Overige(11,8)(1,9)——(13,7)

Materiële activa(68,7)(12,3)——(81,0) Immateriële activa(0,7)0,1——(0,6)

Rentedragende leningen en overige langlopende financieringsverplichtingen6,60,2——6,8 Personeelsvoordelen(1,0)(0,3)(1,3)—(2,6) Derivaten(9,3)—1,1—(8,3) Voorzieningen3,9(1,3)——2,6

Anticiperende verplichtingen33,65,7——39,3

Uitgestelde belastingschuld op kapitaalsubsidies(28,7)——13,7(15,0) Overige(10,5)(1,4)——(11,9) Totaal

4.12. Geldmiddelen en kasequivalenten

Kortetermijndeposito’s314,51.449,0 Banksaldi46,654,8

De liquide middelen zijn met € 1.142,8 miljoen gedaald. De afwijking wordt toegelicht in het geconsolideerde kasstroomoverzicht.

Liquiditeitsrisico

Het management volgt de liquiditeitspositie van de Groep nauwgezet op aan de hand van regelmatige kasstroomprognoses en liquiditeitsplanningsprocessen, om ervoor te zorgen dat voldoende financiële middelen beschikbaar zijn om aan de verplichtingen te voldoen wanneer deze vervallen.

De Groep verwacht haar kortetermijnverplichtingen te kunnen nakomen dankzij kasstromen uit operationele activiteiten, beschikbare kasmiddelen en gecommitteerde financieringsfaciliteiten. In het bijzonder beschikt Elia Transmission Belgium NV/SA over een gecommitteerde sustainability-linked revolving credit facility van €2,0 miljard voor algemene bedrijfsdoeleinden, die op 30 juni 2026 volledig

(in miljoen €)
(in miljoen €)

niet opgenomen was en daardoor een aanzienlijke liquiditeitsbuffer biedt. Deze faciliteit wordt aangevuld door een commercialpaperprogramma van €700 miljoen ter ondersteuning van de kortetermijnliquiditeitsbehoeften. De combinatie van beschikbare kasmiddelen, verwachte operationele kasstromen, de niet-opgenomen revolving credit facility en de toegang tot kortetermijnfinanciering via het commercialpaperprogramma verschaft de Groep een aanzienlijke liquiditeitsbuffer. Op basis van deze beschikbare financieringsbronnen en haar huidige prognoses is het management van oordeel dat de Groep over voldoende liquiditeiten beschikt om aan haar verplichtingen te voldoen wanneer deze vervallen.

4.13. Aandeelhouders

Aantal aandelen

Aantal uitgegeven aandelen op het begin van de periode282.411.235226.590.833

Uitgegeven tegen betaling in contanten33.62355.820.402

Aantal uitgegeven aandelen op het einde van

Aantal eigen aandelen op het einde van de periode

Aantal uitstaande aandelen op het einde van de periode

Kapitaalverhoging

Na de tweede tranche van de kapitaalverhoging die is gereserveerd voor de werknemers van Elia Group en haar Belgische dochterondernemingen, die Elia Group op 23 april 2026 heeft afgerond voor een bedrag van €722.200, heeft Elia Group besloten om een overeenkomstige kapitaalverhoging door te voeren in Elia Transmission Belgium SA/NV voor hetzelfde bedrag (push-down).

Dividenden

Op 26 maart 2026 hebben de aandeelhouders de uitbetaling van een bruto dividend van €0,66 per aandeel goedgekeurd, wat overeenkomt met een totaal bruto dividend van €186,4 miljoen. Dit bedrag is volledig uitbetaald op 21 mei 2026 aan Elia Group SA/NV.

4.14. Leningen en overige financieringsverplichtingen

De leningen per 30 juni 2026 omvatten het volgende:

Uitgiften van obligatieleningen 2013 / 15 jaar2028Op de

Uitgiften van obligatieleningen 2013 / 20 jaar2033Op de vervaldag201,13,50

Uitgiften van obligatieleningen 2014 / 15 jaar2029Op de vervaldag351,23,00

Uitgiften van obligatieleningen 2017 / 10 jaar2027Op de vervaldag250,51,38

Uitgiften van obligatieleningen 2020 / 10 jaar2030Op de vervaldag796,30,88

Uitgifte van green bond 2023 / 10 jaar2033Op de vervaldag505,93,63

Aflossende obligatie - 7,7 jaar2028Lineair16,71,56

Aflossende obligatie - 23,7 jaar2044Lineair133,51,56

Uitgifte van green bond 2024 / 12 jaar2036Op de vervaldag809,33,75%

Uitgifte van green bond 2025 / 10 jaar2035Op de vervaldag506,33,50%

Totaal van obligaties inclusief opgebouwde rente

4.124,3

Termijnlening2033Lineair111,91,80%

Europese Investeringsbank2039Lineair651,52,94%

Totaal bankleningen

763,4

Leasingschulden34,6

Totaal leningen (lopend en langlopend)

4.922,3

Het totaal van de leningen daalden van €5.492,5 miljoen (31 december 2025) naar €4.922,3 miljoen (30 juni 2026).

Deze variatie wordt voornamelijk verklaard door: de nominale terugbetaling van €500,0 miljoen van de Eurobond 2019 (7 jaar);

€22,3 miljoen aan kapitaalaflossing van de aflossingsvrije obligatie in het segment Internationale & holdingactiviteiten;

€5,4 miljoen aan aflossing voor leasing.

Over deze financiële schulden werd gedurende de periode €115,6 miljoen aan rente betaald.

Duurzaamheidsgerelateerde en groene financieringsinstrumenten

Als onderdeel van haar duurzame financieringsstrategie heeft de Groep diverse groene obligaties uitgegeven en duurzaamheidsgerelateerde kredietfaciliteiten afgesloten.

In overeenstemming met IFRS 9 heeft de Groep beoordeeld of deze instrumenten contractuele kenmerken bevatten die hun contractuele kasstromen koppelen aan duurzaamheidsgerelateerde prestatiedoelstellingen en bijgevolg variabiliteit introduceren in de geschatte toekomstige kasstromen van de onderliggende financiële verplichting.

De resultaten van deze beoordeling zijn als volgt:

Groene obligaties uitgegeven door de Groep (inclusief de nieuwe groene obligatie van €500 miljoen met een looptijd van 10 jaar, uitgegeven door Elia Transmission Belgium in het laatste kwartaal van 2025): de opbrengst is contractueel bestemd voor in aanmerking komende groene projecten, maar de contractuele coupon en kasstromen zijn niet gekoppeld aan een duurzaamheidsprestatiedoelstelling. Deze instrumenten leiden daarom niet tot variabiliteit in de contractuele kasstromen die gekoppeld zijn aan ESG-prestaties.

Duurzaamheidsgerelateerde doorlopende kredietfaciliteit (RCF) van Elia Transmission Belgium: deze faciliteit van €2 miljard, die in maart 2026 is afgesloten met een consortium van acht banken en op 30 juni 2026 nog niet is opgenomen, bevat een prijsmechanisme dat de toepasselijke rentemarge koppelt aan het behalen van vooraf gedefinieerde ESG-prestatiedoelstellingen. Dit is momenteel het enige financiële instrument binnen de Groep waarvan de contractuele kasstromen afhankelijk zijn van duurzaamheidsprestaties

Beschrijving en impact van het ESG-prijsmechanisme (RCF)

De RCF wordt jaarlijks beoordeeld aan de hand van drie duurzaamheidsdoelstellingen (Sustainability

Performance Targets, SPT's):

de SF6 Leak Rate, het totale aantal registreerbare ongevallen en de “Ecological Forest Corridor Rate”.

Het behalen van deze ESG-doelstellingen kan leiden tot een aanpassing van de contractuele rentemarge van +3 basispunten tot –3 basispunten per jaar.

Voor de beoordeling met betrekking tot boekjaar 2025 werden twee van de drie SPT's behaald. Als gevolg hiervan werd de rentemarge met 1,5 basispunten (0,015%) verlaagd met ingang van 15 juni 2026. Deze verlaging van de marge vermindert de toekomstige kasuitstroom aan rentekosten in verband met de RCF tot de volgende jaarlijkse duurzaamheidsbeoordeling.

Aangezien de RCF op 30 juni 2026 volledig ongebruikt was, heeft deze aanpassing geen invloed op de jaarrekening van het eerste halfjaar van 2026, maar zal deze in toekomstige perioden worden weerspiegeld voor zover de faciliteit wordt gebruikt.

Uitgiften van obligatieleningen 2013 / 15 jaar2028Op de

Uitgiften van obligatieleningen 2013 / 20 jaar2033Op de

Uitgiften van obligatieleningen 2014 / 15 jaar2029Op de vervaldag356,33,00

Uitgiften van obligatieleningen 2017 / 10 jaar2027Op de vervaldag252,11,38

Uitgiften van obligatieleningen 2019 / 7 jaar2026Op de vervaldag506,61,38

Uitgiften van obligatieleningen 2020 / 10 jaar2030Op de vervaldag799,20,88

Uitgifte van green bond 2023 / 10 jaar2033Op de vervaldag514,93,63

Aflossende obligatie - 7,7 jaar2028Lineair25,31,56%

Aflossende obligatie - 23,7 jaar2044Lineair134,51,56%

Uitgifte van green bond 2024 / 12 jaar2036Op de vervaldag824,33,75%

Uitgifte van green bond 2025 / 10 jaar2035Op de vervaldag497,33,50%

Totaal van obligaties inclusief opgebouwde rente

4.677,6

Termijnlening2033Lineair127,11,80%

Europese Investeringsbank2039Lineair651,62,94%

Totaal bankleningen

778,7

Leasingschulden36,2

Totaal leningen (lopend en langlopend)

5.492,5

4.15. Voorzieningen en personeelsvoordelen

(in miljoen €)

Lange termijn

30 juni 2026

31 december 2025

Personeelsbeloningen23,221,3

Voorzieningen34,250,2

Korte termijn

Voorzieningen1,61,7

De groep heeft verschillende wettelijke en beperkende verplichtingen:

Verplichtingen na uitdiensttreding, inclusief toegezegde bijdrageregelingen, toegezegde pensioenregelingen en andere personeelsverplichtingen: de verplichting is in de loop van de periode toegenomen. Deze stijging wordt voornamelijk veroorzaakt door ervaringsverschillen (experience effects), die de gunstige impact van de hogere disconteringsvoeten meer dan compenseren. Voor meer informatie verwijzen wij naar toelichting 6.15 bij de geconsolideerde jaarrekening per en voor het jaar eindigend op 31 december 2025

Voorzieningen die de volgende posten dekken:

Omgeving

Elia Re

Ontmantelingsverplichtingen

Overige, met inbegrip van voorzieningen voor contractuele risico's en geschillen, ter dekking van waarschijnlijke betalingen wanneer gerechtelijke procedures door derden tegen de Groep zijn ingesteld of wanneer de Groep zelf betrokken is bij juridische geschillen.

Mutaties gedurende de periode

De algemene afname van de voorzieningen tijdens het eerste semester van 2026 wordt voornamelijk verklaard door de terugname van de voorziening van €14,0 miljoen die bij de afsluiting van het boekjaar 2025 werd opgenomen naar aanleiding van de afbakening van de scope van het project Princess Elisabeth Island (PEI).

Zoals toegelicht in de geconsolideerde jaarrekening 2025 werd deze voorziening aangelegd om de contractuele risico’s te dekken die voortvloeiden uit de beslissing van de overheid om de scope van het PEI-project te beperken, met name de opschorting van het HVDC-gedeelte en het stopzetten van twee daarmee verbonden AC-modules. Dit leidde tot de beëindiging van bepaalde contracten met leveranciers en tot de inschatting van mogelijke beëindigingsvergoedingen en commerciële afwikkelingsonderhandelingen.

Tijdens het eerste semester van 2026 heeft de Groep meer duidelijkheid verkregen over zowel de uitstapvoorwaarden van de HVDC-contracten als de aard van de bedragen die in het kader van het PEIproject aan leveranciers verschuldigd zijn. Bijgevolg werd de voorziening van €14,0 miljoen die op het einde van 2025 was opgenomen, teruggenomen.

Voor meer informatie verwijzen wij naar toelichting 6.16 van de geconsolideerde jaarrekening per en voor het jaar eindigend op 31 december 2025. Meer informatie over voorwaardelijke verplichtingen vindt u in toelichting 4.26

4.16. Financiële instrumenten

De onderstaande tabel bevat een vergelijking van de boekwaarde en de reële waarde van de financiële instrumenten per 30 juni 2026 en per 31 december 2025 :

Reële waarde via resultatenrekeni ng Reële waarde via niet- gerealiseerde resultaten Geamortiseerde kostprijs

Stand per 31 december 2025

Overige financiële vaste activa

Eigenvermogensinstrumenten tegen reële waarde via niet-gerealiseerde resultaten—0,4—0,4——0,40,4

Eigenvermogensinstrumenten tegen reële waarde via de winst- of verliesrekening7,7——7,77,7——7,7

Restitutierechten——31,131,1

Handels- en overige vorderingen (lang en kortlopende)

Contractvorderingen (lang en kortlopende)

Geldmiddelen en kasequivalenten

Leningen en financieringsverplichtingen (lang en kortlopende)

Niet door zakelijke zekerheid gedekte obligaties——(4.585,0)(4.585,0)(4.503,0)——(4.503,0)

Niet door zakelijke zekerheid gedekte bankleningen en andere leningen——(775,3)(775,3)————

Leaseverplichting——(36,2)(36,2)————

Toe te rekenen interest——(96,0)(96,0)————

Overige lang- en kortlopende verplichtingen

Contractverplichtingen (lang en kortlopende)

Handelsschulden en overige schulden

Totaal

Stand per 30 juni 2026

Overige financiële vaste activa

(45,2) (45,2)

Eigenvermogensinstrumenten tegen reële waarde via niet-gerealiseerde resultaten—0,4—0,4——0,40,4

Eigenvermogensinstrumenten tegen reële waarde via de winst- of verliesrekening7,7——7,77,7——7,7

Restitutierechten——29,729,7

Handels- en overige vorderingen (lang en kortlopende)

Contractvorderingen (lang en kortlopende)

Geldmiddelen en kasequivalenten

Leningen en financieringsverplichtingen (lang en kortlopende)

Niet door zakelijke zekerheid gedekte obligaties——(4.078,3)(4.078,3)(3.996,8)——(3.996,8)

Niet door zakelijke zekerheid gedekte bankleningen en andere leningen——(761,3)(761,3)————

Leaseverplichting——(34,5)(34,5)————

Toe te rekenen interest——(48,2)(48,2)————

Overige lang- en kortlopende verplichtingen

Contractverplichtingen (lang en kortlopende)

Handelsschulden en overige schulden

(67,3)

De bovenstaande tabellen bevatten geen informatie over de reële waarde van geldmiddelen en kasequivalenten, handels- en overige vorderingen, of handels- en overige schulden, aangezien hun boekwaarde een redelijke benadering is van de reële waarde. De reële waarde van financiële

Boekwaarde
Reële waarde
(in miljoen €)

leaseverplichtingen en opgelopen rente is niet opgenomen omdat er geen vereiste bestaat om dit openbaar te maken.

Hiërarchie van reële waarden

De reële waarde is het bedrag waarvoor een actief kan worden geruild of een verplichting kan worden afgewikkeld in een zakelijke transactie. IFRS 7 vereist dat voor financiële instrumenten die worden gewaardeerd in het overzicht van de financiële positie tegen reële waarde en voor financiële instrumenten gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs waarvoor de reële waarde is vermeld, de waardering van de reële waarde per niveau wordt vermeld in de volgende waarderingshiërarchie van de reële waarde:

Niveau 1: De reële waarde van een financieel instrument dat verhandeld wordt op een actieve markt, wordt gewaardeerd op basis van genoteerde (niet-aangepaste) prijzen voor identieke activa of verplichtingen. Een markt wordt beschouwd als actief indien er op eenvoudige en regelmatige wijze genoteerde prijzen beschikbaar zijn, afkomstig van een beurs, handelaar, makelaar, sectorgroep, 'pricing service' of regelgevende instantie, en deze prijzen ontleend zijn aan daadwerkelijke en regelmatig uitgevoerde markttransacties tussen onafhankelijke partijen;

Niveau 2: De reële waarde van financiële instrumenten die niet worden verhandeld op een actieve markt, wordt bepaald met behulp van waarderingstechnieken. Deze waarderingstechnieken maken zoveel mogelijk gebruik van waarneembare marktinformatie wanneer die beschikbaar is en steunen zo weinig mogelijk op ramingen die specifiek zijn voor de entiteit. Indien alle belangrijke inputs die nodig zijn om de reële waarde van een instrument te bepalen, ofwel rechtstreeks (d.w.z. als prijzen), ofwel onrechtstreeks (d.w.z. afgeleid van prijzen) waarneembaar zijn, wordt het instrument opgenomen in niveau 2; Niveau 3: Als een of meerdere belangrijke gegevens gebruikt voor de toepassing van de waarderingstechniek niet gebaseerd is op waarneembare marktdata, dan wordt het financieel instrument opgenomen in niveau 3. Het bedrag van de reële waarde opgenomen onder ‘Overige financiële activa’ is bepaald op basis van ofwel: (i) recente transactieprijzen, bekend bij de Groep; voor vergelijkbare financiële activa of (ii) waarderingsrapporten uitgegeven door derden.

De reële waarde van overige financiële activa, niet getoond in deze tabel, benaderen hun nominale waarde vanwege hun kortlopend karakter.

Overige financiële activa

De boekwaarde van de overige financiële activa is gedaald met €1,4 miljoen in vergelijking met vorig jaar.

Dit komt voornamelijk door de restitutierechten.

De reële waarde van de SICAV wordt genoteerd op niveau 1, oftwel de waardering is gebaseerd op de genoteerde markt prijs op een actieve markt met soortgelijke instrumenten

Leningen en overige financieringsverplichtingen

De reële waarde van de bankleningen en obligaties daalde met €506,2 miljoen voornamelijk als gevolg van de evolutie van de Leningen en overige financieringsverplichtingen (zie toelichting 4.14). De reële waarde werd bepaald op basis van gepubliceerde prijsnoteringen in een actieve markt (geclassificeerd als niveau 1 in de reële-waardehiërarchie).

De reële waarde van andere bankleningen benadert hun boekwaarde, grotendeels als gevolg van de korte looptijden van deze instrumenten.

4.17. Handels- en overige schulden

De lopende handels- en overige schulden daalden ten opzichte van 2025 met €239,3 miljoen, van €971,3 miljoen op 31 december 2025 naar €732,0 miljoen op 30 juni 2026. Deze evolutie wordt voornamelijk verklaard door een daling van de handelsschulden met €275,6 miljoen als gevolg van de spreiding van leveranciersfacturen en betalingen over de verschillende rapporteringsperiodes, gedeeltelijk gecompenseerd door een stijging van de heffingen met €48,1 miljoen.

4.18. Overige verplichtingen

(in miljoen €)

30 juni 2026 31 december 2025

Kapitaalsubsidies67,345,2

Totaal langlopende overige verplichtingen

De overige langlopende verplichtingen omvatten het uitgestelde gedeelte van de kapitaalsubsidie ontvangen in het kader van de Recovery and Resilience Facility (RRF) voor het Prinses Elisabeth Eiland project.

Naar aanleiding van het addendum dat op 30 juni 2026 werd ondertekend en de herziene inschatting gebaseerd op 20 in aanmerking komende caissons (zie Toelichting 4.8), werd de kapitaalsubsidie naar boven bijgesteld tot ongeveer €77,2 miljoen (vóór belastingen), wat neerkomt op een bruto stijging van €30,1 miljoen ten opzichte van 31 december 2025. Rekening houdend met de uitgestelde belastingen resulteerde deze stijging in een toename van de overige langlopende verplichtingen met €22,5 miljoen.

4.19. Contractvorderingen/verplichtingen

Contractvorderingen hebben voornamelijk betrekking op transmissiewerken die voor derden werden uitgevoerd. Per 30 juni 2026 beliepen de contractvorderingen €2,6 miljoen (31 december 2025: €2,5 miljoen).

Contractverplichtingen omvatten langlopende bijdragen voor grote infrastructuurprojecten, betalingen in het kader van ‘last-mile’-aansluitingen en kortlopende voorschotten voor kleinere werkzaamheden Zij omvatten eveneens vooruitbetalingen voor werken in uitvoering (WIP) wanneer de klant vooraf heeft betaald. De contractverplichtingen zijn met €73,8 miljoen gestegen. Per 30 juni 2026 bedroegen de contractverplichtingen €235,5 miljoen (31 december 2025: €161,7 miljoen).

De opbrengsten worden erkend naarmate de Groep haar prestatieverplichtingen vervult, overeenkomstig IFRS15. Voor ‘last-mile’-aansluitingen wordt de omzet in de tijd erkend, op lineaire basis, over de periode waarin het gerelateerde actief ter beschikking wordt gesteld van de klant. Voor projecten wordt de omzet in de tijd erkend op basis van het voltooiingspercentage, dat de mate van de tot op heden geleverde diensten weerspiegelt.

4.20. Over te dragen opbrengsten en toe te rekenen kosten

(in miljoen €)

30 juni 2026 31 december 2025

Over te dragen opbrengsten en toe te rekenen kosten104,0198,7

Gereguleerde overlopende rekening van het afrekeningsmechanisme België450,9239,4

Totaal 554,9 438,1

De overlopende rekeningen en uitgestelde opbrengsten zijn gestegen van €438,1 miljoen op 31 december 2025 naar €554,9 miljoen op 30 juni 2026.

Deze evolutie wordt hoofdzakelijk verklaard door twee bewegingen.

De overlopende rekening van het afrekeningsmechanisme (€450,9 miljoen) is gestegen ten opzichte van eind 2025 (€239,4 miljoen). In 2026 heeft Elia Transmission Belgium netto-uitgaven uit het afrekeningsmechanisme van €208,7 miljoen geregistreerd. Deze evolutie is het gevolg van hogere gerealiseerde opbrengsten en lagere gerealiseerde kosten dan voorzien in het tariefvoorstel 2026. Overeenkomstig het Belgische regulatoire kader wordt dit overschot niet door de Groep behouden, maar uitgesteld en doorgerekend in toekomstige tarieven via het afrekeningsmechanisme (zie Toelichting 4.6).

De overige overlopende rekeningen en uitgestelde opbrengsten zijn gedaald tot €104,0 miljoen op 30 juni 2026. Deze daling wordt voornamelijk verklaard door de afname van de opgelopen intresten op obligatieleningen ten opzichte van eind 2025, als gevolg van de terugbetaling van de obligatielening van €500 miljoen uitgegeven in 2019 in januari 2026 en de normale halfjaarlijkse opbouw van intresten op de resterende schuldportefeuille.

4.21. Netto financieringskosten

De nettofinancieringskosten zijn licht gestegen met €1,8 miljoen ten opzichte van de eerste helft van 2025, van -€36,4 miljoen naar -€38,2 miljoen.

Deze evolutie is het gevolg van twee bewegingen: een daling van de financieringsopbrengsten met €3,8 miljoen, van €12,8 miljoen naar €9,0 miljoen, voornamelijk als gevolg van lagere gemiddelde beschikbare kasmiddelen voor beleggingen in vergelijking met de eerste helft van 2025; gedeeltelijk gecompenseerd door een daling van de financieringskosten met €1,9 miljoen, van €49,2 miljoen naar €47,3 miljoen.

De evolutie van de financieringskosten is het resultaat van twee tegengestelde effecten. Enerzijds zijn de bruto interestkosten gestegen ten opzichte van de eerste helft van 2025 als gevolg van de herfinancieringsoperaties die tijdens de voorbije twaalf maanden werden uitgevoerd. De obligatielening van €500 miljoen uitgegeven in 2019, met een looptijd van 7 jaar en een coupon van 1,375%, werd in januari 2026 terugbetaald. Deze terugbetaling werd reeds in oktober 2025 geanticipeerd door de uitgifte van een nieuwe Europese groene obligatie van €500 miljoen onder de EU Green Bond Regulation, met een looptijd van 10 jaar, een vaste jaarlijkse coupon van 3,50% en een vervaldag op 8 oktober 2035. Het gemiddelde niveau van de uitstaande schuld bleef hierdoor globaal stabiel ten opzichte van de eerste helft van 2025, maar tegen een hogere gemiddelde kost.

Anderzijds werd deze stijging meer dan gecompenseerd door hogere gekapitaliseerde financieringskosten van €22,5 miljoen tegenover €15,8 miljoen in de eerste helft van 2025, zijnde een stijging van €6,7 miljoen. Dit is in lijn met het toegenomen volume aan activa in aanbouw, voornamelijk binnen het Prinses Elisabeth Eiland project.

4.22. Winstbelastingen

Met uitzondering van het aandeel in het resultaat van deelnemingen verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode, bedraagt het effectieve belastingtarief voor het semester afgesloten op 30 juni 2026 24,2 %, tegenover 24,1 % voor het semester afgesloten op 30 juni 2025 Gedurende de periode evolueerde de fiscale positie van de Groep van een netto belastingvordering van €24,9 miljoen op 31 december 2025 naar een netto belastingschuld van €37,9 miljoen op 30 juni 2026. Deze wijziging van €62,8 miljoen wordt voornamelijk verklaard door de volgende bewegingen: de betaling van €18,9 miljoen gedurende de periode met betrekking tot de definitieve belastingaangiften voor boekjaar 2025 (inkomstenjaar 2024), naar aanleiding van de inkohiering van de overeenkomstige belastingaanslagen; de terugbetaling van €11,0 miljoen met betrekking tot voorafgaande belastingbetalingen (VA1) in excess die voordien als een vordering waren opgenomen; en de netto beweging in de verschuldigde belasting van €32,9 miljoen voor boekjaar 2026, die een actuele belastingkost van ongeveer €41,9 miljoen voor de periode weerspiegelt, gedeeltelijk gecompenseerd door €8,0 miljoen aan voorafbetalingen verricht in het eerste semester van 2026 (rekening houdend met €16,5 miljoen aan voorafbetalingen overgedragen uit voorgaande jaren) en door recupereerbare roerende voorheffing.

4.23. Afrekeningsmechanisme (regelgevend kader)

De afrekening die voortvloeit uit het tariefreguleringsmechanisme voor het boekjaar 2025 werd in juni 2026 gefinaliseerd door de CREG en werd geboekt in de periode eindigend op 30 juni 2026, waardoor de nettowinst voor de periode met €2,4 miljoen daalde.

Voor meer detail met betrekking tot het regulatoire mechanisme van toepassing in 2025, verwijzen we naar toelichtingen 9.1 en 9.2 bij de geconsolideerde jaarrekeningen eindigend op 31 december2025

4.24. Verbonden partijen

Controlerende entiteiten

De referentieaandeelhouder van Elia Transmission Belgium is nog steeds Elia group SA/NV. Met uitzondering van de dividendbetaling (Toelichting 4.13), vonden er geen transacties plaats met de referentieaandeelhouder in het eerste semester van 2026

Transacties met personeelsleden in invloedrijke bestuursfuncties

Tot de managers met een sleutelpositie behoren de Raad van Bestuur van Elia en het directiecomité van Elia, die beide een aanzienlijke invloed hebben op de hele Elia Groep. Managers op sleutelposities hebben geen aandelenopties, speciale leningen of andere voorschotten van de Groep ontvangen gedurende het periode.

In de eerste helft van 2026 waren er geen transacties van betekenis met entiteiten waarin leden van het directiecomité of leden van de Raad van Bestuur van Elia een invloed van betekenis uitoefenen (bv. door functies als CEO, CFO of leden van het directiecomité te bekleden).

Transacties met joint ventures en geassocieerde ondernemingen

Details van de transacties met joint ventures en geassocieerde ondernemingen worden hieronder weergegeven:

Transacties met andere verbonden partijen

Daarnaast ging het directiecomité van Elia ook na of er transacties plaatsvonden met entiteiten waarin zij of leden van de Raad van Bestuur een invloed van betekenis uitoefenen (bv. functies als CEO, CFO, vicevoorzitters van het directiecomité, enz...)

Er waren enkele transacties met partijen waarin deze sleutelpersonen een invloed van betekenis hebben. Al deze transacties vonden plaats in het kader van de normale bedrijfsuitoefening van Elia. Er waren kosten voor een totaal bedrag van €9,0 duizend en inkomsten voor €15,6 duizend en een uitstaande vordering van € 26,5 duizend op 30 juni 2026

Verder vermelden we hier de transacties van de periode tussen Elia Transmission Belgium en het Duitse segment (Eurogrid GmbH en haar dochterondernemingen) : verkopen van €31,2 miljoen en aankopen van €26,9 miljoen die resulteren in een open positie van €9,8 miljoen te ontvangen en €4,6 miljoen te betalen per 30 juni 2026

4.25. Seizoenschommelingen

Een deel van de inkomsten van de groep volgt een seizoensgebonden patroon, voornamelijk door de grotere volumes verbruikte elektriciteit in de winter die door de netbeheerder van de elektriciteitsproducenten naar de distributeurs en de grote industriële afnemers moeten worden getransporteerd en door de impact van hernieuwbare energiebronnen, die zeer gevoelig zijn voor weersomstandigheden en bijgevolg een aanzienlijke impact hebben op de inkomsten en het verloop van de activiteiten.

4.26. Verplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen

Belangrijkste toezeggingen en garanties

Verplichting met betrekking tot aankoopcontracten voor materiële vaste activa4.184,94.572,1

Verplichting met betrekking tot aankoopcontracten voor algemene kosten, onderhoud en reparatiekosten468,1385,8

Ontvangen garanties(386,6)(364,5)

Gegeven garanties191,4187,9

Per 30 juni 2026 had de Groep rechten en verplichtingen die niet in de overzicht van de financiële positie waren opgenomen, voor een totaal van €4.457,8 miljoen.

Deze hadden voornamelijk betrekking op aankoopcontracten voor de installatie van materiële vaste activa, algemene kosten, onderhoud en reparatiekosten. Evenals diverse garanties gegeven aan leveranciers of overheidsinstanties ("prestatieborgtochten", "contractuele garanties",...) en ontvangen van klanten (contractuele garanties, vooral met BRP's).

Voorwaardelijke verplichtingen

Zoals vermeld in Toelichting 4.15 verdedigt de groep geschillen met betrekking tot bedrijfsonderbrekingen, contractuele vorderingen of geschillen met derden. Over het algemeen, in overeenstemming met goed zakelijk gebruik, neemt de groep geen lopende procedures op die nog niet zijn afgewikkeld en/of waarbij de waarschijnlijkheid van bestaande of toekomstige blootstelling onwaarschijnlijk is, waarbij de financiële impact niet kan worden ingeschat en waarvoor geen voorwaardelijke verplichtingen kunnen worden gekwantificeerd.

Desalniettemin kan het eind van juni 2026 relevant zijn om op te merken dat de Groep, in verband met een lopende procedure, een vonnis heeft ontvangen, in 2023, dat ertoe zou kunnen leiden dat de Groep een schadevergoeding van ongeveer €14,0 miljoen moet betalen. De Groep heeft besloten in beroep te gaan tegen de uitspraak van de rechtbank. De groep en haar advocaten vertrouwen erop dat hun argumenten zullen worden gehoord. De kans op een kasuitstroom wordt klein geacht en er is geen voorziening opgenomen in verband met deze rechtszaak. Per 30 juni 2026 loopt de procedure nog.

Andere voorwaardelijke verplichtingen en toezeggingen

Projectrisico's en daarmee samenhangende onvoorziene omstandigheden

Per 30 juni 2026 blijft de situatie met betrekking tot het project Princess Elisabeth Island globaal ongewijzigd ten opzichte van de informatie die eind december 2025 werd verstrekt.

De bouw van de funderingen van het kunstmatige eiland en de uitvoering van de eerder ondertekende contracten voor hoogspanningswisselstroom (HVAC) vorderen verder, hoewel nog steeds bepaalde uitvoeringsvertragingen worden vastgesteld, die zich in de loop van de verdere projectuitvoering sterker kunnen manifesteren. Zoals toegelicht in toelichtingen 4.8 en 4.18, werd de potentiële impact van deze vertragingen op de investeringssubsidie die aan de Groep werd toegekend in het kader van de Recovery and Resilience Facility verwerkt in de tussentijdse financiële staten, op basis van het gewijzigde protocol dat op 30 juni 2026 werd ondertekend en de huidige beste inschatting van het aantal in aanmerking komende caissons.

De besprekingen met betrekking tot het door een aannemer ingediende en door de Groep verworpen wijzigingsverzoek (“variation request”) werden tijdens het eerste semester van 2026 voortgezet, zonder

(in miljoen €)
30 juni 2026 31 december 2025

dat de partijen tot een onderling akkoord zijn gekomen. Overeenkomstig de contractuele bepalingen is de procedure overgegaan naar de volgende fase, namelijk een expertise door een onafhankelijke derde voor een panel van deskundigen, buiten enige gerechtelijke procedure.

De procedure is lopende en er wordt geen beslissing verwacht voor 2027.

De risico-inschatting van de Groep blijft ongewijzigd ten opzichte van 31 december 2025. Hoewel het dossier complex blijft, verwacht Elia momenteel geen significante impact op haar financiële staten. Een eventuele impact die uit deze procedure voortvloeit, zal naar verwachting geactiveerd worden als onderdeel van de kostprijs van het project.

4.27. Gebeurtenissen na balansdatum

Er hebben zich na het afsluiten van de jaarrekening per 30 juni 2026 geen belangrijke gebeurtenissen voorgedaan die tot aanpassing van de jaarrekening zouden leiden.

4.28. Regelgevend kader

4.28.1

Regelgevend kader in België

In 2026 waren er geen belangrijke wijzigingen aan het regelgevend kader dat van toepassing is voor de regelgevende periode 2024-2027 in België (zoals beschreven in toelichting 9.1 bij de geconsolideerde jaarrekening per en voor het jaar afgesloten op 31 december 2025).

4.28.2 Regelgevend kader voor de Nemo Link interconnector

In 2026 waren er geen belangrijke wijzigingen in het regelgevend kader voor de Nemo Link interconnector. (zoals beschreven in toelichting 9.2 bij de geconsolideerde jaarrekening per en voor het jaar eindigend op 31 december 2025).

5. Verslag van het college van commissarissen aan het bestuursorgaan van Elia Transmission Belgium NV omtrent de beoordeling

van de tussentijdse verkorte geconsolideerde financiële informatie over de periode van zes maanden afgesloten op 30 juni 2026

Inleiding

Wij hebben de beoordeling uitgevoerd van het bijgevoegde verkort geconsolideerd overzicht van de financiële positie van Elia Transmission Belgium NV per 30 juni 2026, alsmede van de verkorte geconsolideerde winst-en-verliesrekening, verkorte geconsolideerde winst-en-verliesrekening en nietgerealiseerde resultaten, het verkorte geconsolideerde overzicht van mutaties in het eigen vermogen en het verkort geconsolideerde kasstroomoverzicht over de periode van zes maanden die op die datum is beëindigd, evenals van de toelichtingen (“de tussentijdse verkorte geconsolideerde financiële informatie”). Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen en het weergeven van de tussentijdse verkorte geconsolideerde financiële informatie in overeenstemming met IAS 34 “Tussentijdse Financiële Verslaggeving” zoals goedgekeurd door de Europese Unie. Het is onze verantwoordelijkheid een conclusie te formuleren bij de tussentijdse verkorte geconsolideerde financiële informatie op basis van onze beoordeling.

Reikwijdte van een beoordeling

We hebben onze beoordeling uitgevoerd overeenkomstig ISRE 2410, “Beoordeling van tussentijdse financiële informatie, uitgevoerd door de onafhankelijke auditor van de entiteit”. Een beoordeling van tussentijdse financiële informatie bestaat uit het vragen van inlichtingen, hoofdzakelijk aan financiële en boekhoudkundige verantwoordelijken, en het uitvoeren van cijferanalyses en andere beoordelingsprocedures. De reikwijdte van een beoordeling is aanzienlijk geringer dan die van een controle uitgevoerd in overeenstemming met de Internationale Controlestandaarden (ISA). Om die reden stelt de beoordeling ons niet in staat de zekerheid te verkrijgen dat wij kennis hebben van alle aangelegenheden van materieel belang die naar aanleiding van een controle mogelijk worden geïdentificeerd. Bijgevolg brengen wij dan ook geen controle-oordeel tot uitdrukking.

Conclusie

Op basis van onze beoordeling is niets onder onze aandacht gekomen dat ons er toe aanzet van mening te zijn dat de bijgevoegde tussentijdse verkorte geconsolideerde financiële informatie over de periode van zes maanden afgesloten op 30 juni 2026 niet in alle van materieel belang zijnde opzichten is opgesteld in overeenstemming met IAS 34 “Tussentijdse Financiële Verslaggeving” zoals goedgekeurd door de Europese Unie.

Brussel, 24 juli 2026

Het college van commissarissen

BDO Réviseurs d’Entreprises SRL / Bedrijfsrevisoren BV vertegenwoordigd door

Michaël Delbeke*

Partner

*Handelend namens een BV/SRL

EY Réviseurs d’Entreprises SRL / Bedrijfsrevisoren BV vertegenwoordigd door

Frédéric De Mee*

Partner

*Handelend namens een BV/SRL

6. Alternatieve prestatiemaatstaven

Het halfjaarlijks financieel verslag bevat bepaalde financiële prestatie-indicatoren die niet gedefinieerd zijn door IFRS boekhoudnormen en die door het management worden gebruikt om de financiële en operationele prestaties van de Groep te beoordelen. De belangrijkste alternatieve prestatie-indicatoren die door de groep worden gebruikt, worden in dit document toegelicht en/of aangesloten met onze IFRSindicatoren (geconsolideerde jaarrekening).

De volgende APM's die in het halfjaarlijks financieel verslag zijn opgenomen, worden in deze bijlage toegelicht:

RAB CAPEX (Kapitaaluitgaven)

EBIT

EBITDA

Vrije kasstroom

Nettofinancieringskosten

Netto financiële schuld

Eigen vermogen toe te rekenen aan de eigenaars van de vennootschap (per aandeel)

Gewone winst per aandeel (in €) (deel Elia)

RAB CAPEX (Kapitaaluitgaven)

De investeringsuitgaven vertegenwoordigen de waarde van de investeringen die door de Groep zijn gerealiseerd voor de aankoop, bouw, modernisering, vernieuwing en het onderhoud van materiële vaste activa en immateriële vaste activa die in aanmerking komen voor opname in de gereguleerde activabasis (Regulated Asset Base – RAB).

Zij weerspiegelen de economische waarde van de investeringen die in de RAB worden opgenomen, onafhankelijk van de IFRS-boekhoudkundige verwerking, en sluiten bijgevolg de effecten van IFRS-boekhoudkundige aanpassingen uit (IAS 23 – Leenkosten, IFRS 15 – Opbrengsten uit contracten met klanten en IFRS 16 – Leasing). In België worden deze investeringen voorgesteld na aftrek van klantenbijdragen, aangezien dergelijke bijdragen niet onderhevig zijn aan een gereguleerde vergoeding en niet in de RAB worden opgenomen.

De RAB-CAPEX is een belangrijke prestatie-indicator voor de Groep, aangezien de gereguleerde activabasis de basis vormt voor de berekening van de gereguleerde vergoeding.

EBIT

EBIT (Earnings Before Interest and Taxes) = resultaat uit bedrijfsactiviteiten, dat wordt gebruikt voor de operationele prestaties van de groep. De EBIT wordt berekend als de totale opbrengsten verminderd met de kosten van grondstoffen, hulpstoffen en goederen voor wederverkoop, diensten en andere goederen, personeelskosten en pensioenen, afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen plus veranderingen in voorzieningen en andere bedrijfskosten en vermeerderd met het aandeel van de investeringen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode.

Resultaat uit bedrijfsactiviteiten245,9200,8

Aandeel in resultaat van investeringen opgenomen volgens vermogensmutatiemethode (na belastingen)18,217,3

EBITDA

EBITDA (Earnings Before Interest, Taxes, Depreciation and Amortisations) = resultaat uit bedrijfsactiviteiten plus afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen plus aandeel in de winst van investeringen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode. EBITDA wordt gebruikt als maatstaf voor de operationele prestaties van de groep, waarbij het effect van afschrijvingen en waardeverminderingen van de groep wordt geëxtrapoleerd. De EBITDA is exclusief de kosten van kapitaalinvesteringen zoals materiële vaste activa.

(in miljoen €) − periode eindigend per 30 juni

Plus:

Afschrijvingen en waardeverminderingen145,6129,2

Aandeel in resultaat van investeringen opgenomen volgens vermogensmutatiemethode (na

Vrije kasstroom

Vrije kasstroom = Kasstromen uit operationele activiteiten minus kasstromen uit investeringsactiviteiten. De vrije kasstroom geeft een indicatie van de kasstromen die door de groep worden gegenereerd.

Kasstroom

Nettofinancieringskosten

Vertegenwoordigt het netto financieel resultaat (financieringskosten minus financieringsbaten) van de Groep.

Netto financiële schuld

Netto financiële schuld = lang- en kortlopende rentedragende leningen (incl. leaseverplichting onder IFRS 16) min geldmiddelen en kasequivalenten. De netto financiële schuld is een indicator van het bedrag aan rentedragende schulden van de groep dat er overblijft als de direct beschikbare geldmiddelen en kasinstrumenten zouden worden gebruikt om de bestaande schulden af te lossen.

30 juni 2026

31 december 2025

(in miljoen €)

Langlopende verplichtingen:

Leningen en overige langlopende financieringsverplichtingen4.450,9141,04.591,94.715,1149,34.864,4

Plus:

Kortlopende verplichtingen:

Leningen en overige financieringsverplichtingen321,19,3330,4617,510,6628,1

Min:

Geldmiddelen en kasequivalenten355,16,0361,11.483,420,51.503,9

miljoen €) Elia Transmissie

Eigen vermogen toe te rekenen aan de eigenaars van de vennootschap (per aandeel)

(in miljoen €)

30 juni 2026 30 juni 2025

Eigen vermogen toe te rekenen aan gewone aandelen4.416,54.255,3

Gedeeld door:

Aantal uitstaande aandelen (einde periode)282.444.858282.087.662

Eigen

Gewone winst per aandeel (in €)

(in miljoen €)

juni 2026 30 juni 2025

Winst over de verslagperiode toe te rekenen aan eigenaars van gewone aandelen175,7143,3

Gedeeld door:

Gewogen gemiddeld aantal aandelen (einde periode)282.415.104239.210.660 Gewone winst

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook