Skip to main content

Geïntegreerd jaarverslag 2025 van Elia Transmission Belgium

Page 1


Time to deliver

Elia Transmission Belgium

Geïntegreerd jaarverslag 2025

Inhoud

Strategie

1. Interview

2. Elia Transmission Belgium in een oogopslag

3. Elia Transmission Belgium in een snel veranderende context

4. Onze missie, visie en strategie

5. Ons bedrijfsmodel

6. Onze performantie

7. Vooruitblik op 2026

Duurzaamheid

1. Algemene toelichtingen

2. Milieu-informatie

3. Sociale informatie

4. Governance-informatie

5. Bijlagen

Geconsolideerde jaarrekening

1. Verslaggevende entiteit

2. Basis voor presentatie

3. Woordenlijst Elia Transmission Belgium Geïntegreerd Jaarverslag 2025

Governance en risico

1. Corporate governance verklaring

2. Interne controle en risicobeheer

5. Elementen van de geconsolideerde winst-en verliesrekening en niet-gerealiseerde resultaten

6. Elementen van de geconsolideerde balans

7. Structuur van de Groep

8. Andere toelichtingen

9. Regelgevend kader en tarieven

Bijlagen

1. Geïntegreerd extern verificatieverslag

2. Acroniemen

3. Belangrijke grondslagen voor financiële verslaggeving

4. Rapportering per segment

Strategie

Geen transitie zonder transmissie. Onze strategische investeringen zijn essentieel om de elektrificatie te faciliteren, aan de groeiende vraag naar elektriciteit te voldoen en meer hernieuwbare energiebronnen in het net te integreren. We handelen in het belang van de samenleving en zetten ons in voor een duurzame en betrouwbare energietoekomst voor iedereen.

1. Interview

Ga naar het hoofdstuk

30

5. Ons bedrijfsmodel

Ga naar het hoofdstuk

7

2. Elia Transmission Belgium in een oogopslag

Ga naar het hoofdstuk 21

3. Elia Transmission Belgium in een snel veranderende context

Ga naar het hoofdstuk

39 6. Onze performantie

Ga naar het hoofdstuk

48 7. Vooruitblik op 2026

Ga naar het hoofdstuk

25

4. Onze missie, visie en strategie

Ga naar het hoofdstuk

1.Interview

2025 was voor Elia Transmission Belgium een jaar vol uitdagingen.

De energietransitie is volop aan de gang. De motivatie van onze teams bleef hoog en onze organisatie heeft nog eens getoond hoe veerkrachtig ze is. De resultaten spreken voor zich: de eerste caissons van het Prinses

Elisabeth Eiland zijn in de Noordzee geplaatst en samen met de verschillende overheden zijn we gestart met een grondige herziening van de aansluitingsregels op het net. Ook de digitalisering gaat onverminderd door.

V: Het Prinses Elisabeth Eiland heeft dit jaar echt vorm gekregen op zee. Iets om - ondanks de discussies van het voorbije jaar - toch trots op te zijn?

We zijn ontzettend trots op dit project. Het biedt België de best mogelijke oplossing op technisch én economisch vlak. Technisch gezien loopt alles zoals gepland: in 2025 werden al 11 van de 23 caissons succesvol geïnstalleerd. De plaatsing gebeurt tot op de centimeter nauwkeurig. Dat is een indrukwekkende technische prestatie. Voor het HVDCgedeelte van het project, meer bepaald de interconnector met Engeland, liggen nog verschillende scenario’s op tafel. De interconnector heeft een duidelijke meerwaarde: hij versterkt de bevoorradingszekerheid van ons land en zorgt voor lagere energiekosten. We werken nauw samen met alle stakeholders, zodat de minister een weloverwogen beslissing kan nemen.

V: Het HVDC-gedeelte van het project staat voorlopig ‘on hold’, omdat de kosten fors zijn gestegen door schaarste in de toeleveringsketen. Is die situatie al veranderd?

Dat is moeilijk te zeggen. Omdat sommige projecten in Europa en de Verenigde Staten vertraging hebben opgelopen, neemt de druk op de toeleveringsketen wat af. De prijzen voor elektrisch materiaal lijken zich daardoor te stabiliseren, maar we zien nog geen echte daling. Een aangepast ontwerp van de interconnector, met minder functies, kan de projectkosten wel verlagen.

V: In 2025 rondde Elia Group, het moederbedrijf van Elia Transmission Belgium, met succes een kapitaalverhoging af.

Deze uitzonderlijke transactie is de grootste plaatsing van aandelen op Euronext Brussel sinds 2009. Voor de Belgische activiteiten resulteerde dit in een kapitaalinjectie van circa 1 miljard euro, wat de ratio schuld/eigen vermogen verbetert en onze CAPEX veiligstelt. Dankzij Elia Group heeft Elia Transmission Belgium vlotter toegang tot financiering en profiteren we van extra synergieën, vooral op het vlak van procurement en IT.

V: De eerste effecten van de energietransitie zijn duidelijk merkbaar. In 2025 schoot het aantal aansluitingsaanvragen de hoogte in. Hoe pakt Elia dat aan?

Onze teams hebben samen met de distributienetbeheerders, overheden en regulatoren nauw samengewerkt. En dat werk gaat onverminderd door. We identificeerden flexibiliteit als een van de de eerste oplossingspistes. Tegelijk digitaliseren we onze processen en passen we onze manier van werken aan, zodat we het toenemende aantal projecten kunnen realiseren. We verwachten dat het aantal lokale netversterkingsprojecten de komende vijf jaar zal verdubbelen. We hebben ons CAPEX-plan herzien en 200 extra projecten aan onze investeringsportefeuille toegevoegd. Daarnaast werken we samen met de verschillende overheden om het wetgevend kader aan te passen. Zowel in Vlaanderen als in Wallonië werd al een eerste decreet goedgekeurd. En ook op federaal niveau zijn de technische regels aangepast. In 2026 willen we vastleggen wat onze flexibele aansluitproducten precies inhouden en mechanismen opzetten voor het prioritair toewijzen van capaciteit en het beheer van de wachtrijen. Daarmee voeren we ingrijpende veranderingen door in de bestaande kaders. Dit bewijst opnieuw dat de energietransitie in volle gang is!

“Vooruitdenken blijft essentieel, zeker in een sector als de onze. De wereld wordt steeds meer onvoorspelbaar. Om ons daarop voor te bereiden moeten we scenario’s of mogelijke toekomstbeelden uitwerken.”

Frédéric Dunon

CEO van Elia Transmission Belgium

V: Welke lessen kunnen we uit dit dossier trekken?

Vooruitdenken blijft essentieel, zeker in een sector als de onze. De wereld wordt steeds meer onvoorspelbaar. Om ons daarop voor te bereiden moeten we scenario’s of mogelijke toekomstbeelden uitwerken. Dat is in onze sector extra belangrijk, omdat de doorlooptijden lang zijn: tussen idee en implementatie kan veel tijd zitten. Dit dossier zorgt ervoor dat de overheden ook beter beseffen hoe dringend sommige zaken zijn geworden. Als we andere grote projecten, zoals Boucle du Hainaut, niet versnellen, kan dat op langere termijn tot netcongestie leiden en de industriële ontwikkeling in Henegouwen en in de provincie Antwerpen belemmeren. Daarom stel ik het engagement van de overheden om actie te ondernemen erg op prijs.

V: Heeft de black-out in Spanje hier ook een rol in gespeeld?

Wat er in Spanje is gebeurd, benadrukt vooral hoe belangrijk interconnectoren zijn en hoe noodzakelijk het is om onze kennis en aanpak rond het dynamisch beheer van elektriciteitsnetten verder te ontwikkelen. De definitieve conclusies van de studie van ENTSO-E zullen aanbevelingen geformuleerd worden die we ook bij ons moeten doorvoeren. Sommige investeringen zijn al opgenomen in ons ontwikkelingsplan, zoals shuntreactoren. Net zoals andere TNB’s in Europa zoeken wij voortdurend naar manieren om onze kennis en vaardigheden rond nieuwe elektriciteitsfenomenen te vergroten. We beschikken al over heel wat expertise, maar die willen we verder uitbouwen. Daarnaast moet de manier waarop nieuwe technologieën worden ingezet in het systeembeheer mee evolueren, of het nu gaat om hernieuwbare productie of om batterijparken.

V: Eind 2025 vonden niet alleen diverse droneincidenten plaats, maar waren er ook cyberaanvallen. Hierbij werden de websites van energieleveranciers, als ook Elia, geviseerd.

Bij cyberaanvallen moeten we een onderscheid maken tussen onze bedrijfsapplicaties en onze kritieke applicaties. Tijdens de recente aanvallen werd onze website getroffen, maar onze kritieke infrastructuren bleven volledig operationeel. In de huidige internationale context is cyberveiligheid een van onze topprioriteiten. Daarom investeren we sterk in een nauwere samenwerking met publieke en private partners, waaronder het leger, het Ministerie van Defensie en het kabinet van de minister van Binnenlandse Zaken. We zorgen daarbij voor heldere afspraken over de verantwoordelijkheden van Elia en die

van de overheid. Neem nu het probleem van drones die over onze sites vliegen: we hebben systemen om drones te detecteren, maar samen met Defensie bekijken we momenteel welke acties er mogelijk zijn na de detectie en het signalering van drones.

V: Wat zijn de prioriteiten voor 2026 ?

—Onze eerste prioriteit is de realisatie van het CAPEX-plan. In 2026 plannen we 1,7 miljard euro te investeren in het elektriciteitsnet. We doen er alles aan om dit binnen de afgesproken timing en budgetten waar te maken.

—We starten in 2026 ook met de voorbereiding van het Federaal Ontwikkelingsplan, dat in 2027 ter goedkeuring zal worden voorgelegd. Dit plan moet aan de verwachtingen voldoen en voldoende robuust zijn, ondanks de onzekerheden rond het energieverbruik en de productiecapaciteit. Daarnaast verliezen we ook de regionale plannen niet uit het oog, want deze worden steeds belangrijker.

—In 2026 zetten we onze inspanningen verder om de regels voor aansluiting te herzien, zodat we zo snel mogelijk nieuwe klanten kunnen aansluiten en we zullen de implementatie van onze investeringsprojecten versnellen.

—2026 wordt bovendien een cruciaal jaar voor het tariefvoorstel. We leggen dan de tariefmethodologie vast voor de periode 2028-2031. Die zal onder andere de remuneratie van ETB en de te overwegen tariefstructuur in het ontwerp van het tariefvoorstel in 2027 bepalen.

1.1. Over dit verslag

In het jaarverslag van Elia Transmission Belgium wordt uitgelegd wie we zijn en wat we doen, wat onze strategie is en welke vooruitgang we hebben geboekt om onze doelstellingen te bereiken. Het beschrijft ook de risico's en kansen die verbonden zijn aan onze activiteiten, onze corporate governance, en omvat de duurzaamheids- en financiële verslagen.

In 2024 voldeden we aan alle vereisten van de CSRD (‘Corporate Sustainability Reporting Directive’): we hebben onze financiële en duurzaamheidsinformatie geïntegreerd volgens het principe van dubbele materialiteit en onze controleprocessen werden verder aangescherpt. Het ETBverslag kreeg datzelfde jaar ook een grondige make-over qua vormgeving, en die vernieuwing zetten we dit jaar voort.

Voortbouwend op de solide basis van de voorbije jaren hebben we ons verslag verder verbeterd door enkele belangrijke hoofdstukken toe te voegen, de presentatie van onze gegevens te verfijnen en zowel financiële als duurzaamheidsinformatie verder te integreren. Zo tonen we opnieuw dat we belang hechten aan duidelijke en verantwoorde verslaggeving.

Opmerking: ‘Elia Transmission Belgium NV’ en ‘Elia Group NV’ worden in dit document gebruikt om te verwijzen naar de wettelijke namen van elke onderneming, terwijl de volgende worden gebruikt om naar hun handelsnamen te verwijzen: ‘Elia Transmission Belgium’ of ‘ETB’ en ‘Elia Group’.

2. Elia Transmission Belgium in een oogopslag

Elia Transmission

2.1. Wie zijn we en wat doen we?

energyRe

Elia Transmission Belgium

Elia Transmission Belgium is de beheerder van het Belgische transmissienet voor elektriciteit. We beheren het Belgische hoogspanningsnet (30 kV tot 400 kV) dat uit meer dan 8.851 km aan lijnen en ondergrondse kabels bestaat. Met een betrouwbaarheidsgraad van 99,99% geven we de samenleving een robuust elektriciteitsnet, wat belangrijk is voor de socio-economische welvaart. We zorgen dat productie en verbruik op elk moment in balans zijn. ETB bereidt zich actief voor op een verwachte stijging van het elektriciteitsverbruik met 50% tegen 2032.

Integraal onderdeel van Elia Group

Elia Transmission Belgium maakt deel uit van Elia Group, een internationale energiegroep die gespecialiseerd is in transmissiesystemen. Elia Group voorziet 30 miljoen eindverbruikers van elektriciteit en heeft filialen in België (Elia Transmission Belgium) en het noorden en oosten van Duitsland (50Hertz). Naast activiteiten als transmissienetbeheerder levert Elia Group ook consultancydiensten aan internationale klanten via haar dochterondernemingen Elia Grid International en WindGrid.

Elia Group is een beursgenoteerde onderneming waarvan de referentieaandeelhouder tot 20 maart 2025 de gemeentelijke holding Publi-T was. Sindsdien is NextGrid Holding NV de nieuwe referentieaandeelhouder. Publi-T bezit de meerderheid van de aandelen van NextGrid Holding NV en is de enige controlerende aandeelhouder.

2.2. Kerncijfers

Financiële key performance indicatoren

€300,7 miljoen

Nettowinst

€1,4 miljard

Totale investeringen

6,8%

ROE (adj.)

/ stabiel vooruitzicht

€7,8 miljard

RAB

Niet-financiële

key performance indicatoren

2.014

Aantal medewerkers

4,4

8.851

Total Recordable Injury Rate (TRIR) bij eigen personeel km

Totale lengte van het hoogspanningsnet

0,13%

SF6-lekkage

>99%

Betrouwbaarheid van het net (weerbaarheid)

28%

122

Aandeel hernieuwbare energie in het elektriciteitsverbruik in België km

Lengte van nieuwe en versterkte lijnen

80,1

kt CO2e

Scope 1- en Scope 2-emissies

2.3. Voornaamste projecten

In 2025 bleef ETB investeren in haar onshore en offshore infrastructuur. Deze investeringen zijn bedoeld om de kern van het net te versterken, de capaciteit voor aansluitingen op het net te vergroten, hernieuwbare energiebronnen te integreren en de interconnecties te verbeteren. Al deze aspecten zijn essentieel voor een betaalbare, veilige en duurzame energietransitie.

Enkele belangrijke projecten:

—Het Prinses Elisabeth Eiland wordt het eerste kunstmatige energie-eiland ter wereld. Het zal de kabels van de windparken van de tweede Belgische offshore windzone bundelen om de elektriciteit die daar wordt opgewekt aan land te brengen. Het zal ook fungeren als aanlandingspunt voor interconnectoren tussen België en andere Europese landen, waaronder Nautilus, een mogelijke tweede offshore verbinding met het Verenigd Koninkrijk, naast de bestaande Nemo Link.

—De projecten Ventilus en Boucle du Hainaut, twee belangrijke ontbrekende schakels in de ruggengraat van het Elia-net, worden voortgezet. Deze twee projecten zullen de netcapaciteit en de bevoorradingszekerheid verhogen, de integratie van grote volumes offshore windenergie mogelijk maken, aansluitingscapaciteit creëren en twee bijkomende 380 kV-lussen in het net realiseren

—Een groot deel van het investeringsbudget is toegewezen aan het onderhoud en de versterking van de bestaande infrastructuur. ETB versterkt namelijk voortdurend haar 380 kV-net door bestaande corridors uit te rusten met performantere geleiders en de elektriciteitsuitwisseling met de buurlanden te verhogen. Zo versterkt het Brabo-project het net in de Antwerpse regio, waardoor de havenindustrie verder kan elektrificeren en er makkelijker stroom kan worden uitgewisseld met Nederland. Daarnaast zal het Baekeland-project het net in de Gentse Zeehaven versterken met een nieuw 380 kV- en 150 kVhoogspanningsstation. Er zijn verschillende versterkingswerkzaamheden gepland of in uitvoering aan bestaande corridors, onder andere tussen Antwerpen en Brussel, Antwerpen en Van Eyck, en Van Eyck en Luik.

ETB bereidt ook het Federaal Ontwikkelingsplan 2028-2038 voor, dat in 2027 ter goedkeuring aan de minister van Energie zal worden voorgelegd. In 2025 lag de focus op de uitwerking van meerdere mogelijke scenario’s voor de toekomst, rekening houdend met verschillende trends en ambities. Dit jaar focust ETB op het uitwerken van oplossingen die deze trends en ambities mogelijk maken.

2.4. Hoogtepunten

Elia voor achtste jaar op rij ‘Top Employer’

Voor het achtste jaar op rij behoort Elia tot de beste werkgevers van België. Deze keer behaalden het bedrijf een algemene score van 90,87%. De grootste vooruitgang is geboekt op vlak van ‘People Strategy’, ‘Digital HR’ en ‘Employee Listening’.

Elia en Fluvius versterken actieplan tegen netcongesties

Alsmaar meer bedrijven elektrificeren. Daardoor neemt ook het aantal aanvragen voor grote capaciteiten voor datacentra en industriële batterijen zienderogen toe. Het is niet mogelijk om al deze aanvragen onmiddellijk goed te keuren. Daarom hebben Elia en Fluvius een gezamenlijk actieplan uitgewerkt dat op korte termijn een flexibele aansluiting op het net mogelijk maakt. Voor oplossingen op langere termijn zijn echter politieke beslissingen nodig over hoe de capaciteit wordt toegewezen en hoe de backlog wordt beheerd.

April

Kapitaalverhoging van Elia Group verbetert schuldratio van ETB

Elia Group, het moederbedrijf van ETB, heeft met succes een kapitaalverhoging van €2.2 miljard afgerond. Deze uitzonderlijke combinatie van een private plaatsing van €850 miljoen en een aandelenuitgifte met voorkeurrechten van €1,35 miljard was de grootste plaatsing van aandelen op Euronext Brussel sinds 2009. Ongeveer €1 miljard vloeide door naar ETB, wat haar schuldgraad aanzienlijk heeft verbeterd en tegelijk bijdraagt aan de verdere financiering van het CAPEX-programma.

Eerste bouwstenen van Prinses Elisabeth Eiland met succes in Noordzee geplaatst

Na een geslaagd transport op zee zijn in april 2025 de eerste twee van in totaal 23 caissons op hun finale locatie afgezonken. In de loop van het jaar zijn er nog negen caissons geïnstalleerd in de Noordzee, waardoor het totaal op elf kwam. Deze imposante betonnen bouwblokken, die elk tot wel 22.000 ton kunnen wegen, zullen de buitenmuren vormen van ’s werelds eerste kunstmatige energie-eiland.

Door aan dit Europese platform deel te nemen, kan Elia tertiaire reserves met andere landen uitwisselen, waardoor het net betrouwbaarder wordt en de onevenwichtskosten dalen. Mei

Elia treedt toe tot MARI-platform voor mFRR-balanceringsenergie

Januari
Maart

Nicolas Pire benoemd tot CFO

van ETB

Nicolas startte zijn loopbaan bij Elia in 2007, waar hij aan de slag ging binnen het departement Operations en later bij Elia Grid International. Vervolgens werd hij verantwoordelijk voor de aankoop van elektrische uitrusting. In 2020 werd hij benoemd tot Head of Controlling bij Elia.

Juni

HVAC-werken voor Prinses Elisabeth Eiland van start gegaan

De bouw van de HVAC-infrastructuur (hoogspanningswisselstroom) is officieel gestart met een ceremonie voor de eerste staalsnede op de werf van HSM Offshore Energy in Schiedam (Nederland). De HVAC-modules, waaronder hoogspanningsstations en een ondersteuningsmodule, komen op de offshore energiehub.

Juli

ETB verzekert commercial paperprogramma voor €700 miljoen

ETB verhoogt het oorspronkelijke bedrag van €300 miljoen tot maximaal €700 miljoen. Zo beschikt het bedrijf over een flexibel en kostenefficiënt instrument om in haar liquiditeitsnoden op korte termijn te voorzien.

Elia stelt nieuwe adequacy- en flexibiliteitsstudie voor België voor (2026-2036)

Elia waarschuwt dat de vraag naar elektriciteit vanaf 2028 groter zal zijn dan de beschikbare capaciteit. In haar studie pleit Elia voor een verdere implementatie van het CRM, een versnelde ontwikkeling van flexibiliteit en duidelijkheid over de energiemix op lange termijn.

Laatste hoogspanningsmast van Brabo III geplaatst

Elia’s Brabo-project is in drie fasen uitgevoerd en nadert na tien jaar zijn voltooiing. Het project versterkt zowel het hoogspanningsnet in en rond de haven van Antwerpen als de verbinding met Nederland. In totaal zijn 58 masten vervangen, waardoor de verbinding tot 20% meer elektriciteit kan vervoeren.

September

België voert granulariteit van 15 minuten in voor toewijzing van grensoverschrijdende capaciteit

De succesvolle overstap naar Single Day-Ahead Coupling (SDAC) brengt de day-aheadhandel in lijn met de intraday- en balanceringsmarkten, waardoor de flexibiliteit toeneemt en de integratie van hernieuwbare energie wordt versneld.

Oktober

ETB plaatst met succes Europese groene obligatie van €500 miljoen

Deze belangrijke transactie weerspiegelt het sterke vertrouwen van investeerders en onderstreept het duidelijke engagement voor transparante financiering van kritieke netinfrastructuur.

Twee transformatoreenheden veilig aangekomen in het hoogspanningsstation van Achêne

Met elk een gewicht van meer dan 500 ton was hun vervoer een zorgvuldig geplande logistieke operatie. Met de nieuwe PST’s (Phase Shifting Transformers), gebouwd door Hitachi Energy, kunnen we zowel de richting als het volume van het vermogen op de elektriciteitslijnen moduleren. Ze zijn essentieel voor de optimalisering van de elektriciteitstransmissie, want ze voorkomen overbelasting, versterken de stabiliteit van het net en faciliteren de uitwisselingen tussen ïntergeconnecteerde netten, meer bepaald tussen België en Frankrijk.

Elia organiseert drie CRM-veilingen (capaciteitsvergoedingsmechanisme) tegelijkertijd

Door deze veilingen is de bevoorradingszekerheid voor het leveringsjaar 2026-2027 volledig verzekerd en zijn tegelijkertijd sterke fundamenten gelegd voor de daaropvolgende leveringsjaren. De drie veilingen, elk met hun eigen focus en tijdshorizon, verliepen vlot en volgens planning. In totaal werd er voor 2026-2027 4.556 MW gecontracteerd tegen aanzienlijk lagere kosten. Voor 2027-2028 werd er 2.177 MW aan nieuwe capaciteit gecontracteerd.

Claire Tomasina benoemd tot CHRO van ETB

Claire Tomasina volgt Peter Michiels op als CHRO van Elia Transmission Belgium. Ze startte haar carrière bij Elia in 2007 en bekleedde sindsdien verschillende HR-functies, waarna zij in 2020 werd aangesteld als HR Manager.

Strategische rondetafel over maritieme veiligheid in aanwezigheid van Koning Filip en Koningin Mathilde

Tijdens de rondetafel gingen de veiligheidsexperts van Elia Group in gesprek met vertegenwoordigers uit de overheid en de sector. Samen bespraken ze hoe kritieke offshore infrastructuur beter kan worden beschermd.

November

Publieke raadpleging over Ventilus

De openbare raadpleging volgt op de omgevingsvergunningsaanvragen van Elia, die door de bevoegde administratie als volledig en ontvankelijk zijn beoordeeld. Ventilus is een nieuwe hoogspanningsverbinding tussen Zeebrugge en Avelgem. Het project is cruciaal om de nieuwe windenergie uit de Noordzee aan land te brengen en het elektriciteitsnet te versterken. Dat is noodzakelijk voor een betrouwbare bevoorrading en de verdere industriële ontwikkeling van West-Vlaanderen.

Nieuwe ENGIE-centrale in Flémalle aangesloten op Belgische hoogspanningsnet

Deze nieuwe gas- en stoomcentrale met gecombineerde cyclus versterkt de bevoorradingszekerheid van het land. Het project vergde intensieve voorbereiding en nauwgezette coördinatie tussen de teams van ENGIE en Elia Transmission Belgium.

Voor ETB betekende dit ook dat er in korte tijd verschillende belangrijke netversterkingen gerealiseerd moesten worden.

December

Eerste spadesteek voor Baekeland

Het hoogspanningsstation, goed voor een investering van €400 miljoen, wordt een belangrijk knooppunt in de ruggengraat van het Belgische elektriciteitsnet. Dankzij Baekeland krijgen de haven in Gent (North Sea Port) en de omliggende industriezones meer en betere toegang tot elektriciteit om zo de energietransitie te ondersteunen.

2.5. Waardeketen

We zijn de schakel tussen productie en verbruik

Productie

Transmissie

Verbruik

Hernieuwbare energie

Aansluiting van offshore wind Netontwikkeling

Conventionele energie

Interconnectie over grenzen heen Vier

Infrastructuur beheer Systeemevenwicht Marktwerking Trusteeship

Verbruikers

Industriële klanten

Stakeholders

Aanwezigheid in de volledige waardeketen

Stakeholders

Upstream

Elektriciteitsproducenten (klassiek of hernieuwbaar)

Coreso

Leveranciers van diensten, zoals consultants of software

Fabrikanten van netapparatuur en bijhorende toeleveringsketen

Systeembeheer Transmissiebeheer

Upstream-activiteiten

—Opleiding van medewerkers

—Elektriciteitsproductie

—Verlening van ondersteunende diensten en congestiebeheersdiensten

—Productie van assets voor het elektriciteitsnet

—Logistiek en transport

—Herverzekering

Overheden en regulatoren Aandeelhouders en investeerders

Stakeholders

Eigen activiteiten

Medewerkers

(ingenieurs, technici, data-analisten, projectmanagers, ondersteunend personeel, enz.)

Directie en managers

Verantwoordelijk voor de strategische planning, besluitvorming en de algemene activiteiten van de TNB.

Media en publiek Europese netbeheerder Lokale gemeenschappen

Eigen activiteiten

—Beheer van het elektriciteitssysteem

—Ontwikkeling en beheer van de on- en offshore elektriciteitstransmissieinfrastructuur

—Marktwerking

—Geselecteerde trusteeship-activiteiten

Stakeholders

Distributienetbeheerders Leveranciers van energiediensten

Energieleveranciers

Eindverbruikers

Industriële klanten

Systeembeheer

Downstream-activiteiten

—Elektriciteitsdistributie

—Elektriciteitsverbruik

—Elektriciteitsproductie

—Activiteiten in andere energiesectoren (gas, verwarming, enz.)

—Recyclage van materiaal

2.6. Interacties met stakeholders

We onderhouden een open en voortdurende dialoog met onze stakeholders. Hun inzichten helpen ons bij het nemen van beslissingen: we luisteren naar hun verwachtingen, houden rekening met hun feedback in ons dagelijks werk en zorgen ervoor dat onze activiteiten zo goed mogelijk aansluiten bij hun noden. Zie sectie 'SBM 2 - Belangen en opvattingen van stakeholders' in het duurzaamheidsverslag voor meer informatie.

Publieke en maatschappelijke stakeholders

—Lokale gemeenschappen

—Media en publiek

—Federaties, ngo’s en academici

Operationele en commerciële omgeving

—Netbeheerders

—Medewerkers en hun vertegenwoordigers

—Leveranciers

—Energieproducenten

—Overheidsinstanties

—Klanten en verbruikers

Financiële stakeholders

—Aandeelhouders en schuldinvesteerders

2.7. Geïnstalleerde capaciteit

Elia Transmission Belgium*

2.8. Trends in elektriciteitsproductie en -verbruik

Productie

In 2025 werden in België opnieuw records gevestigd op het vlak van zonne-energie: in totaal werd 10,1TWh geproduceerd (+21% ten opzichte van 2024). Deze groei is te verklaren door een uitbreiding van de geïnstalleerde capaciteit met 10% en een uitzonderlijk zonnig jaar. De sterke groei van de zonne-energie bracht de totale hernieuwbare productie op een recordniveau van 22,4TWh, goed voor 34% van de elektriciteitsmix. Dit ondanks een lichte daling van de windproductie door minder gunstige windomstandigheden.

De gezamenlijke productie van zonne- en windenergie in België bereikte op 4oktober 2025 een nieuw record van 9.957MW. Daarmee werd op dat moment 90% van de totale vraag gedekt. In 2025 werd ook 16,2% van de tijd meer dan de helft van het Belgische verbruik gedekt door hernieuwbare energiebronnen. Ondanks de sluiting van drie kernreactoren, bedraagt het aandeel kernenergie in de Belgische productiemix nog steeds 34%. De gasproductie bleef aan de lage kant (12,6 TWh), onder meer door gunstige import, hoge gasprijzen en de toename van hernieuwbare productie.

Elektriciteitsmix van ETB in 2025

Verbruik

In 2025 bedroeg het elektriciteitsverbruik 80,1 TWh (tegenover 81 TWh in 2024). Hoewel dit nog altijd minder is dan het gemiddelde van de referentieperiode 2017–2021, ligt het wel hoger dan het verbruik in 2023 (78,9 TWh). Dit is echter een tijdelijk fenomeen. In de komende jaren verwachten we een sterke stijging van het elektriciteitsverbruik door de elektrificatie van de samenleving. Volgens verschillende studies zou het elektriciteitsverbruik tegen 2050 kunnen verdubbelen.

Jaarlijkse evolutie van het elektriciteitsverbruik in België*

Eenheid: TWh

Kernenergie

Gas

Offshore

Onshore

Zonneenergie

Andere

2.9. In- en uitvoer van elektriciteit

Interconnectoren zorgen ervoor dat elektriciteit over de landsgrenzen heen wordt verhandeld, wat de bevoorradingszekerheid verbetert en de prijzen in evenwicht houdt. Ze ondersteunen de integratie van hernieuwbare energie in het systeem, omdat ze de verhandeling van overtollige duurzame energie mogelijk maken. Interconnectoren dragen bij tot een geïntegreerd Europees elektriciteitsnet en een geïntegreerde markt, zodat de EU haar energie- en klimaatdoelstellingen kan waarmaken.

3. Elia Transmission Belgium in een snel veranderende context

3.1. Het strategische landschap

Het energiesysteem ondergaat momenteel een grondige transformatie, aangewakkerd door wereldwijde ontwikkelingen die elkaar beïnvloeden en met elkaar verbonden zijn (‘megatrends’). Hoewel de maatschappelijke kerntaak van transmissienetbeheerders niet verandert, evolueert de context waarin ze actief zijn razendsnel. Hierdoor moeten we onze strategie voortdurend aanpassen, zodat we adequaat kunnen inspelen op de toenemende complexiteit, de groeiende onzekerheden en de veranderende verwachtingen vanuit de samenleving.

1. Decarbonisatietraject dat meer concurrentiekracht, onafhankelijkheid en veerkracht weerspiegelt

De energietransitie wordt niet langer enkel gezien als een klimaatnoodzaak. Ze is uitgegroeid tot de hoeksteen van industriële concurrentiekracht, energieonafhankelijkheid en veerkracht van de infrastructuur. De energiecrisis van 2022 onderstreepte het strategische belang van elektrificatie en de integratie van hernieuwbare energiebronnen om de prijzen te stabiliseren en onze afhankelijkheid van instabiele fossiele brandstofmarkten te verkleinen.

Europa koppelt zijn klimaatdoelstellingen steeds meer aan een brede industriële strategie, met als doel kritieke toeleveringsketens en belangrijke technologieën te beschermen. Deze benadering bepaalt de agenda van de nieuwe Europese Commissie, die daarmee inspeelt op wereldwijde geopolitieke ontwikkelingen en het belang van strategische internationale partnerschappen onderstreept.

Grensoverschrijdende samenwerking blijft essentieel om de koolstofuitstoot efficiënt en op grote schaal terug te dringen. In België draagt Elia Transmission Belgium bij aan een betaalbare en duurzame energietransitie. Het bedrijf zorgt ervoor dat elektriciteit efficiënt zijn weg vindt naar de verbruikscentra en ondersteunt tegelijk de ontwikkeling van digitale en energie-intensieve industrieën.

2. Het toenemende belang van flexibiliteit

De transitie naar een energiesysteem dat steunt op hernieuwbare energiebronnen maakt het systeembeheer complexer en uitdagender. Om het energiesysteem adequaat, betrouwbaar en efficiënt te houden, is het belangrijk om flexibiliteit te ontsluiten in het hele elektriciteitssysteem: van producenten en opslagproviders tot de industrie, kmo’s, huishoudens en consumenten.

Naarmate het aandeel hernieuwbare energie groeit, is er steeds meer flexibiliteit nodig om een efficiënt en veilig net te beheren. Oplossingen zoals batterijopslag, de omzetting van elektriciteit naar warmte, evenals elektrolyse zijn essentieel om de variabiliteit te beheersen en overtollige productie op te vangen, met name tijdens pieken in zonneproductie. De markt en de technische kaders moeten daarop worden afgestemd.

Waar flexibiliteit traditioneel werd geleverd door grote industriële spelers via ondersteunende diensten, ontstaan nu nieuwe use cases op kleinere schaal, ondersteund door een verbeterd marktontwerp en geavanceerdere digitale tools. Verbruikers nemen hierbij een steeds actievere rol op, door flexibiliteit aan het energiesysteem te leveren en hun verbruik, vooral tijdens prijspieken, aan te passen.

Flexibel verbruik draagt ook bij aan de bevoorradingszekerheid, verlaagt de systeemkosten en maakt extra assets minder noodzakelijk. Naadloze en bijna-realtime toegang tot gegevens is een cruciale hefboom om deze bijdragen tussen alle marktdeelnemers te coördineren.

3. Snellere digitalisering door de integratie van AI in bedrijfsprocessen

De digitalisering en opkomende technologieën veranderen de elektriciteitssector en versnellen de integratie ervan met andere sectoren, zoals verwarming, transport en industrie. Om de groeiende complexiteit het hoofd te bieden, zijn er slimmere systemen nodig en moeten operationele en digitale experts nauwer samenwerken. Artificiële intelligentie speelt hierin een steeds belangrijkere rol.

Dankzij slimme netten, ondersteund door het Internet of Things, de convergentie van IT en OT en AI-gestuurde

analyses, kunnen we onze assets beter beheren, het net efficiënter aansturen en onze marktactiviteiten optimaliseren. Door data centraal te stellen in het besluitvormingsproces, kunnen we sneller reageren op incidenten, onderhoud beter voorspellen en risico’s beperken. Zo wordt het energiesysteem uiteindelijk veerkrachtiger.

In deze context is het essentieel om over nauwkeurige, veilige en realtime data te beschikken, zodat het elektriciteitssysteem ook in de toekomst betrouwbaar en efficiënt kan blijven werken.

4. Uitdagingen in de toeleveringsketen

Naarmate de energietransitie in Europa vordert, komen de toeleveringsketens voor essentiële componenten steeds meer onder druk te staan. De markt heeft een kentering doorgemaakt als gevolg van de stijgende wereldwijde vraag, geopolitieke spanningen en hogere assetkosten. Waar de kopers vroeger het overwicht hadden, hebben leveranciers nu de touwtjes in handen.

Om ervoor te zorgen dat de netinvesteringen tijdig plaatsvinden, past Elia Transmission Belgium haar aankoopbeleid aan door zo vroeg mogelijk bestellingen te plaatsen, standaardisatie te bevorderen en duurzame strategische partnerschappen met leveranciers aan te gaan. Het verhogen van de veerkracht van de toeleveringsketen is een volwaardige strategische prioriteit geworden.

5. Meer regionale samenwerking om de transitie te versnellen

De energietransitie beïnvloedt elk aspect van onze samenleving, van de economie en de huishoudens tot de onderlinge verhoudingen tussen landen en regio’s. Terwijl Europa hierin verdere stappen zet, wordt elk land geconfronteerd met zijn eigen specifieke situatie en prioriteiten. Toch tonen steeds meer voorbeelden hoe regionale samenwerking nationale inspanningen kan aanvullen en voor iedereen meerwaarde kan creëren. Door over de landsgrenzen heen samen te werken, kunnen we de bestaande infrastructuur beter benutten, het systeem slimmer beheren en de totale kosten voor de samenleving en de industrie verlagen. Een gezamenlijke

aanpak voorkomt dubbele investeringen en zorgt ervoor dat alle partners profiteren van efficiëntere oplossingen. Het bundelen van nationale krachten en het versterken van de regionale coördinatie stelt ons in staat om onze gezamenlijke doelstellingen voor de energietransitie sneller, duurzamer en tegen lagere kosten te realiseren.

De strategische

respons van de EU op de megatrends

In het licht van deze wereldwijde trends heeft de Europese Unie haar aanpak van het energietrilemma (bevoorradingszekerheid, betaalbaarheid en duurzaamheid) herzien, en dit centraal gesteld in haar strategisch beleid. Dit trilemma vormt de leidraad voor de ontwikkeling van robuuste, inclusieve en klimaatvriendelijke energiesystemen in de verschillende lidstaten.

–Bevoorradingszekerheid: de netinfrastructuur versterken, de energiebronnen diversifiëren en de regionale interconnectiviteit bevorderen om de veerkracht te vergroten en de afhankelijkheid te verminderen. Instrumenten zoals de TEN-E-verordening over transEuropese energienetten en grensoverschrijdende projecten van gemeenschappelijk belang (PCI’s) spelen hierbij een centrale rol.

–Energiegelijkheid: ervoor zorgen dat iedereen toegang heeft tot betaalbare energie, met een beleid dat inzet op een rechtvaardige transitie. Dit omvat mechanismen zoals het Sociaal Klimaatfonds en gerichte steun aan kwetsbare verbruikers.

–Milieuduurzaamheid: de decarbonisatie bevorderen via de Europese Green Deal, het ‘Fit for 55’-pakket en het RePowerEU-plan, met duidelijke doelstellingen op het vlak van hernieuwbare energie, energie-efficiëntie en het verminderen van de uitstoot.

De strategische respons van ETB

De strategie van Elia Transmission Belgium sluit naadloos aan bij het Europese beleid en is gericht op het aanpakken van het energietrilemma. Daarbij versterken we onze rol als sleutelactor, als beheerder van het elektriciteitssysteem en als facilitator van de energietransitie.

Elia Transmission Belgium blijft haar kerntaken als TNB versterken door de betrouwbaarheid van het systeem te waarborgen en de realisatie van de nationale en Europese klimaat- en energiedoelstellingen te ondersteunen. Onze samenwerking met onze stakeholders steunt op een constructieve dialoog met de regulatoren en op een actieve samenwerking met de beleidsmakers, de industrie en het bredere energie-ecosysteem. Zo kunnen we investeringen aantrekken, het beleid op elkaar afstemmen en samen het maximale uit de energietransitie halen.

Tegelijkertijd bouwen we verder aan het net door gericht te investeren in veerkrachtige en toekomstgerichte infrastructuur, zodat we hernieuwbare energie beter kunnen integreren en de verdere elektrificatie van de samenleving en de industrie, inclusief het koppelen van verschillende sectoren, mogelijk maken. Met onze initiatieven willen we ervoor zorgen dat de energietransitie vlot verloopt, met aandacht voor technische haalbaarheid, economische efficiëntie en sociale inclusie. Innovatie en digitalisering staan hierbij centraal: met behulp van AI, data-analyse en automatisering kunnen we het net beter beheren, voorspellingen nauwkeuriger maken en de cyber- en systeemveiligheid versterken.

Elia Transmission Belgium bevordert actief regionale samenwerking, een geharmoniseerd marktontwerp en een efficiënt beheer van grensoverschrijdende energiestromen. Gecoördineerde oplossingen zijn daarbij essentieel om de energietransitie zo betaalbaar mogelijk te maken voor de samenleving.

3.2. Wijzigingen in de regelgeving

In België zijn begin 2026 de gesprekken gestart om het regelgevend kader voor de volgende periode te bepalen. Dit gebeurt via een gestructureerd en duidelijk gepland traject in samenwerking met de Commissie voor de Regulering van Elektriciteit en Gas (CREG). In januari werden de eerste gesprekken gevoerd over de tariefmethodologie, die de grote lijnen van het kader vastlegt. Nadien volgt een publieke consultatie, zodat stakeholders input kunnen geven. Zo wordt niet alleen transparantie gegarandeerd, maar wordt ook rekening gehouden met de ruimere noden van het systeem. Volgens de huidige planning zal de CREG de definitieve tariefmethodologie tegen het einde van het tweede kwartaal van 2026 goedkeuren.

We verwachten dat de Belgische regulator blijft inzetten op stabiliteit en voorspelbaarheid. Gezien de volwassenheid van het regelgevend kader en de langetermijninvesteringsnoden van het systeem, zijn we ervan overtuigd dat de CREG vasthoudt aan een kost-plus-model, aangevuld met een reeks stimuleringsmechanismen. Die aanpak sluit aan bij de historische voorkeur van de regulator. In dat verband verwachten we dat de parameters voor de vergoeding zullen worden geanalyseerd en geactualiseerd, zodat deze afgestemd blijven op de marktomstandigheden en de beleidsdoelstellingen. We gaan dan ook uit van een verdere evolutie van het huidige kader in plaats van een grondige hertekening, waarbij stimuleringsmechanismen een belangrijke rol blijven spelen in het bevorderen van de bedrijfsprestaties en de afstemming op beleidsdoelstellingen.

Tegelijkertijd wordt er voortgewerkt aan het nieuwe Federaal Ontwikkelingsplan. In het tweede kwartaal van dit jaar wordt een eerste versie verwacht. Tegen het einde van het jaar volgt een bijgewerkte versie, waarin de feedback van stakeholders en de nieuwste systeemevaluaties zijn verwerkt.

4. Onze missie, visie en strategie

4.1. Onze visie en missie

Visie

Missie

Een wereld waarin iedereen toegang heeft tot betaalbare en duurzame energie.

De energietransitie realiseren door betrouwbare, kostenefficiënte en toekomstbestendige elektriciteitssystemen te ontwerpen, te bouwen, te beheren en door hierover te adviseren, over grenzen en sectoren heen.

4.2. Onze strategie

Elia Transmission Belgium, als cruciaal onderdeel van Elia Group, zet zich in voor het bieden van een betrouwbaar transmissienet dat klaar is voor een toekomst waarin de elektriciteitsvraag tegen 2032 met 50% zal toenemen. Elia Transmission Belgium profiteert van de gezamenlijke expertise en middelen van Elia Group, waardoor we beter kunnen inspelen op de veranderende uitdagingen in de energiesector. Elia

Strategie van Elia Group

1. De infrastructuur op tijd klaar hebben voor de elektrificatie

Om in te spelen op de snelle toename van de elektriciteitsvraag, gedreven door de elektrificatie van de mobiliteit en de industriële en verwarmingsprocessen, versterkt en vernieuwt Elia Transmission Belgium het transmissienet. Binnen dit snel evoluerende elektriciteitssysteem, zorgt het bedrijf ervoor dat het klanten op een efficiënte manier kan aansluiten.

3. De flexibiliteit aan de consumentenzijde ontsluiten om de schommelingen van hernieuwbare energiebronnen beter te beheren

Elia Transmission Belgium speelt een sleutelrol in het ontsluiten van deze flexibiliteit, onder meer door middel van elektriciteitsmarkten, balanceringsmechanismen, energieopslag en vraagsturing. Door ervoor te zorgen dat het systeem zich in real time kan aanpassen aan schommelingen in de hernieuwbare productie, ondersteunt ETB de energietransitie.

2. De bevoorradingszekerheid garanderen

Elia Transmission Belgium zorgt ervoor dat vraag en aanbod van elektriciteit 24/7 in balans zijn.

4.3. Duurzaamheid staat centraal in onze strategie

Met ons ActNow-programma verankeren we duurzaamheid in onze bedrijfsstrategie en alle activiteiten van onze entiteiten. Daarin stellen we duidelijke en meetbare doelstellingen voorop die Elia Group moet behalen.

Deze doelstellingen worden gerealiseerd door specifieke activiteiten binnen elke entiteit. Zoals de figuur hieronder weergeeft, richt ActNow zich op vijf dimensies die zijn opgesteld op basis van de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen (‘Sustainable Development Goals’ of SDG’s) van de VN.

Strijden tegen klimaatverandering Milieubescherming en circulaire economie

Veiligheid en gezondheid

Diversiteit, gelijke kansen en inclusie

Bedrijfsvoering en dialoog

01 02 03 04 05

We dragen bij aan de decarbonisatie van het elektriciteitssysteem en verkleinen onze ecologische voetafdruk. We beperken de ecologische voetafdruk van onze activiteiten tot een minimum.

We garanderen de veiligheid, de gezondheid en het welzijn van onze werknemers en aannemers.

We streven naar een diverse en inclusieve werkomgeving waar iedereen gelijke kansen krijgt.

We bereiden onze organisatie voor op de toekomst en voeren onze dagelijkse activiteiten op een verantwoorde en ethische manier uit, in nauwe dialoog met de samenleving.

In 2025 bereikte Elia Transmission Belgium verschillende

belangrijke mijlpalen binnen ActNow, het duurzaamheidsprogramma van Elia Group.

In lijn met onze ActNow-roadmap hebben we een doelstelling vastgelegd voor het verminderen van de intensiteit van onze Scope 3-emissies. We zijn via ons moederbedrijf Elia Group het traject gestart om deze te laten valideren door het Science Based Targets initiative (SBTi), waarvoor we een formele verbintenis zijn aangegaan.

Elia Transmission Belgium heeft de scope van haar ISO 14001-certificaat voor milieubeheer aanzienlijk uitgebreid van vijf naar achttien sites. Deze nieuwe certificering onderstreept onze inzet voor energie-efficiëntie op al onze operationele sites. Met het oog op synergieën werd dit volledig geïntegreerd in onze bestaande systemen voor milieubeheer en voor veiligheid en gezondheid op het werk. Daardoor beschikken we over een robuust en uniform managementsysteem.

In 2025 heeft Elia Transmission Belgium ook met succes obligaties uitgegeven in overeenstemming met de nieuwe Europese norm voor groene obligaties. Deze belangrijke transacties onderstrepen onze voortdurende inzet voor duurzame financiering.

Elia test nieuw systeem om luchtlijnen beter zichtbaar te maken

Voor het eerst in Europa heeft Elia speciale UV-spots geïnstalleerd op een hoogspanningsmast op de luchtlijn Brugge-Slijkens. De spots projecteren UVlicht op de luchtlijn waardoor sommige vogels deze ‘s  nachts beter kunnen zien, maar mensen niet. De hoop is om het aantal botsingen van vogels tegen luchtlijnen te verminderen. De test kadert in het project SafeLines4Birds. Dat is een zesjarig, door de EU gecofinancierd, LIFE-project dat ook extra vogelbebakening zal voorzien op verschillende lijnen in België.

Dwarsregeltransformator uit hoogspanningsstation van Zandvliet krijgt tweede leven

In januari 2025 brak er brand uit in het hoogspanningsstation van Zandvliet, waardoor een van de vier dwarsregeltransformatoren (‘phaseshifting transformers’ of PST’s) zwaar beschadigd raakte. Deze transformatoren zijn van groot belang voor de uitwisseling van elektriciteit tussen België en Nederland. Door het incident als een kans voor innovatie te zien, bundelde een interdisciplinair team van Elia de krachten met Hitachi Energy. Samen gingen ze aan de slag om materialen, zoals koper en staal, uit de PST terug te winnen en te gebruiken voor een nieuwe transformator. Hiermee geven we concreet invulling aan de doelstellingen van ons ActNow-duurzaamheidsprogramma.

5. Ons bedrijfsmodel

5.1. Ons bedrijfsmodel

Input Cijfers ETB 2025

Financieel

–Inkomsten van DNB’s, klanten die rechtstreeks op ons net zijn aangesloten, energieverhandelaars, eindverbruikers en derden

–Financieringsmiddelen via aandeelhouders, investeerders en financiële instellingen

Assets

–Onshore en offshore assets, waaronder lijnen, kabels, hoogspanningsstations en interconnectoren

–Bedrijfs-, industriële en opslagsites

Intellectueel

–TNB-licenties

–Kennis over de energiesector, eerdere studies en onderzoek

Medewerkers en aannemers

–Expertise op een groot aantal gebieden, van netontwikkeling tot wettelijke en regelgevende kaders

–Een divers personeelsbestand geeft ons kracht en zorgt voor innovatie

Sociaal en relaties

–Informatie van peers, partners en netwerken over energiestromen binnen en buiten onze grenzen –Interacties met lokale gemeenschappen in een vroeg stadium van onze projecten

Milieu

–Groene ruimtes, fauna en flora

–We maken gebruik van grondstoffen zoals koper en staal gedurende de hele levenscyclus van onze assets

Output

ten voordele van verbruikers en stakeholders presterende mensen, organisatie en cultuur

02 Betrouwbare, duurzame en efficiënte werking en digitalisering

04 Sterke en robuuste financiën en prestaties

–Socio-economische welvaart genereren voor lokale

–De opbrengsten worden geherinvesteerd om onze financiële soliditeit te verhogen

Cijfers ETB 2025

€1,4 miljard netinvesteringen

–Ons net en onze assets maken we veerkrachtiger, efficiënter en

2.262 MW aangesloten offshore productiecapaciteit

122 km aan lijnen in gebruik genomen

1 visienota

–We delen onze kennis en expertise, die voorvloeit uit bedrijfservaring, opleidingen en networking, met elkaar in de

Medewerkers en aannemers

–Diepgaande expertise op een groot aantal gebieden, van netontwikkeling tot wettelijke en regelgevende kaders

–Een divers personeelsbestand geeft ons kracht en zorgt voor

Sociaal en relaties

–Het licht de klok rond laten branden en een betrouwbare stroomvoorziening voor de samenleving voorzien

–De merkbekendheid versterken voor stevigere partnerschappen

–Biodiversiteitsaspecten pakken we aan door middel van mitigatieen compensatiemaatregelen

–We meten en werken aan de vermindering van de klimaatimpact van ons bedrijf

4,4 TRIR

23;2% vrouwen in totale personeelsbestand

80,1 kt CO2 eq totaal scope 1 en scope 2

AAA MSCI
ESG-rating (leader)
Van Elia Group

5.2. De middelen waarop we steunen

Volgens het <IR>-kader hebben we deze omschreven als de ‘kapitalen’.

We vertrouwen op zes middelen (input) om onze activiteiten uit te oefenen.

Financieel

We zijn afhankelijk van cashflow uit een aantal bronnen, zoals:

Inkomsten van:

—DNB’s en andere partijen die toegang hebben tot ons net;

—klanten die rechtstreeks zijn aangesloten op ons net; —energieverhandelaars, voor volumes die worden in- of uitgevoerd via interconnectoren; —eindverbruikers, afkomstig van de nettarieven; —derdepartijen, voor consultancy- en andere energiegerelateerde diensten.

Financieringsmiddelen:

—aandeelhouders en investeerdersbasis; —schuldbeleggers; —financiële instellingen. We zijn ook verantwoordelijk voor de verwerking van financiële stromen (wat deel uitmaakt van onze rol als trustees in België).

Medewerkers en aannemers

Onze medewerkers en aannemers hebben de juiste vaardigheden, een solide kennis en expertise in een ruime waaier van vakgebieden, zoals:

—wettelijke en regelgevende kaders waarbinnen we werken;

—maatschappelijke, politieke en technologische trends; —(Europese) energiemarkten; —financiële, risico- en projectbeheer; —geavanceerde technologieën en digitale tools; —noden van de consument en de samenleving; —stakeholder engagement.

Assets

We kopen en gebruiken de volgende vervaardigde assets:

—elektriciteitsinstallaties en -infrastructuur, waaronder het net, de hoogspanningsstations, lijnen en kabels; —technologie, van zware machines tot digitale apparatuur;

—bedrijfs-, industriële en opslaggebouwen en -sites; —bouwwerktuigen en -uitrustingen;

—publieke infrastructuur en privé-installaties zoals afvalverwerkingsinstallaties;

Intellectueel

Het collectieve intellectuele kapitaal van onze organisatie omvat:

—onze TNB-licenties die ons het mandaat verlenen om onze activiteiten uit te oefenen in België;

—onze voorbije studies en onderzoeken waarmee we heel wat kennis hebben verzameld over specifieke domeinen gelinkt aan het energiesysteem;

—onze processen, methodes en systemen die de kwaliteit en uniformiteit van onze manier van werken waarborgen.

Sociaal en relaties

We staan midden in de samenleving en gaan regelmatig in gesprek met onze stakeholders. Voorbeelden van de stakeholderinput waarop we ons baseren, zijn:

—bijna constante updates en informatie over de energiestromen binnen en buiten de grenzen;

—toekomstige elektriciteitsnoden en socio-economische ontwikkelingen;

—kennis en begrip van technologie, de energiemarkt, en digitale innovaties en veranderingen;

—kennis en expertise om onze studies, onderzoeken en praktijken op het gebied van netontwikkeling vorm te geven;

—lokale noden en verwachtingen om ons net te ontwerpen en te bouwen in overeenstemming met de noden van de samenleving.

Milieu

Bij het ontwerpen en bouwen van onze netinstallaties, gebruiken we de volgende natuurlijke middelen:

—grondstoffen, inclusief water, mineralen, metalen, gassen en hout;

—groene ruimtes en woningen, ook landbouwgronden, bossen en mariene milieus.

5.3. Onze bedrijfsactiviteiten

Dimensie

Groei die waarde creëert ten voordele van verbruikers en stakeholders

Systeemplanning

We plannen een betrouwbaar net voor de toekomst dat klaar is voor hernieuwbare energie System Planning zorgt voor de integratie van hernieuwbare energie, ondersteunt snelle elektrificatie, faciliteert de bevoorradingszekerheid en doet aanbevelingen over het marktontwerp om deze wijzigingen te ondersteunen. De focus ligt op drie activiteiten:

—Scenario’s - toekomstige scenario’s voor het energiesysteem bepalen en onderzoeken op basis van maatschappelijke en infrastructurele wijzigingen.

—Net- en systeemplanning - Robuuste en kostenefficiënte netinvesteringsplannen ontwikkelen om te garanderen dat het net tegemoetkomt aan de maatschappelijke noden en een betrouwbaar beheer mogelijk maakt.

—Adequacy-studies - De productie-, opslag- en reservecapaciteit beoordelen en overheden adviseren. Bij deze activiteiten ligt de focus op de beschikbaarheid en betrouwbaarheid van het elektriciteitsnet. We houden

rekening met de veranderingen in het energielandschap. Onze planning is proactief en we breiden ons net uit om tijdig tegemoet te komen aan de maatschappelijke noden. Ons engagement ten aanzien van onze stakeholders is transparant, zodat we hen effectieve en efficiënte aanbevelingen bezorgen.

Infrastructuurontwerp en bouw

We ontwerpen en bouwen toekomstbestendige assets die de elektrificatie en een veilig net mogelijk maken

Infrastructure ontwerpt en levert de assets die de elektrificatie mogelijk maken, hernieuwbare energie integreren en de bevoorradingszekerheid in België handhaven terwijl we toewerken naar een klimaatneutrale samenleving. De focus ligt op drie activiteiten:

—Projecten clusteren – Projecten groeperen op basis van haalbaarheid, toestand van de assets en toekomstige systeemnoden.

—Ontwerpen en vergunningen verkrijgen – Projecten plannen en ontwerpen, vergunningen verkrijgen en op een transparante manier stakeholders erbij betrekken om optimale oplossingen te vinden op het gebied van technologie, routes en milieu.

—Bouwen en realiseren – Toezien op de uitvoering via sterke governance om ervoor te zorgen dat we de projecten tijdig klaar krijgen, binnen budget uitvoeren, aan hoge vereisten voldoen en tegelijk aan mogelijke risico’s en toeleveringsproblemen het hoofd bieden.

De rode draad in deze activiteiten is onze inzet voor veiligheid en gezondheid, kwaliteitsvolle assets, kostenefficiëntie, naleving van de regelgeving, duurzaamheid en stakeholderbetrokkenheid in een vroeg stadium, wat de realisatie van een veerkrachtig en toekomstbestendig net garandeert.

Eigenaarschap

We nemen de verantwoordelijkheid, de zorg en aansprakelijkheid op ons voor de netassets die we in eigendom hebben

Eigenaarschap bij Elia Transmission Belgium is geënt op het inzicht dat eigenaarschap een verplichting inhoudt om verantwoord en transparant te handelen ten aanzien van de samenleving. We doen al het nodige om te garanderen dat we de transmissieassets van ETB efficiënt beheren vanuit financieel, wetgevend en strategisch oogpunt. De kerntaken omvatten:

—Beheren van het eigendom van de assets – Toezien op de naleving van de wet, registratie van de assets en de eigendomsdocumentatie voor transmissieinfrastructuur (lijnen, kabels, hoogspanningsstations, interconnectoren en offshore assets).

—Behouden en verhogen van de waarde – De waarde van assets beschermen door te zorgen voor passende verzekeringen, bescherming tegen risico’s en mogelijkheden voor upgrades of herbestemming te onderzoeken.

—Betrekken van stakeholders en regulatoren – Met stakeholders, regulatoren en overheden overleggen om continue naleving van de regelgeving, vernieuwing van vergunningen en integratie van nieuwe assets te waarborgen.

Deze activiteiten zorgen ervoor dat we volledig onze verantwoordelijkheid als eigenaars nemen en ondersteunen onze aansprakelijkheid, onze transparantie en de creatie van duurzame waarde voor het transmissienet gedurende de volledige levenscyclus.

Systeembeheer

Betrouwbare, duurzame en efficiënte werking en digitalisering

Netbeheer en -onderhoud

We zorgen voor een betrouwbaar en veerkrachtig net via slimme monitoring en onderhoud

Grid Operations & Maintenance staat in voor de veilige, betrouwbare en efficiënte werking van het transmissiesysteem, zodat het voldoet aan de noden van de gebruikers. De focus ligt op drie activiteiten:

—Assettracering – De toestand, prestaties en risico’s van de bovengrondse lijnen, kabels, hoogspanningsstations, interconnectoren en offshore assets monitoren tijdens hun levenscyclus.

—Assetbeheer – Het gebruik van de assets en hun levensduur optimaliseren, kosten en risico’s beheren en garanderen dat de vereisten inzake duurzaamheid en regelgeving worden nageleefd.

—Assetonderhoud – Preventief en correctief onderhoud uitvoeren met gebruik van innovatieve tools en digitale technologieën, zoals AI-gestuurd predictief onderhoud, om stroomonderbrekingen te voorkomen en incidenten snel op te lossen.

Bij al deze activiteiten staan flexibele assets en medewerkers centraal; we trekken getalenteerde en competente medewerkers aan en implementeren slimmere en geautomatiseerde operationele procedures, tools en systemen.

We zorgen ervoor dat het licht de klok rond blijft branden door een stabiel en betrouwbaar systeem te garanderen

System Operations houdt het net continu in evenwicht en stabiel, en laat het licht branden bij meer dan 11 miljoen mensen in België.

De focus ligt op drie activiteiten:

—Balancering van het systeem – In real time in evenwicht houden van de vraag naar en het aanbod van elektriciteit in onze regelzones.

—Systeemstabiliteit – Spanningsniveaus beheren, congestie elimineren, veilig onderhoud en aanleg mogelijk maken en tegelijk nieuwe klanten aansluiten.

—Noodplanning en -reactie – Snel reageren op incidenten om cascade-effecten te voorkomen en de operationele veerkracht van een alsmaar complexer systeem te garanderen.

Deze activiteiten worden aangestuurd door kosten- en procesefficiëntie, naleving van de regelgeving, transparante coördinatie tussen TNB’s en DNB’s, het gebruik van innovatieve digitale tools om de toenemende complexiteit te beheren en hernieuwbare energie te integreren.

Marktwerking - We staan in voor het ontwerp en de integratie van de markt om hernieuwbare energie te faciliteren en de verbruikers te empoweren

Market Facilitation draagt bij aan een geïntegreerde Europese energiemarkt met meer bevoorradingszekerheid en met eerlijke prijzen voor de verbruikers. Deze aanpak helpt om een robuust en betaalbaar evenwicht te behouden tussen vraag en aanbod in onze regelzones. De focus ligt op drie activiteiten:

—Marktontwerp en belangenbehartiging – Pleiten voor een stabiel kader dat investeringen aantrekt, de elektrificatie ondersteunt en de integratie van hernieuwbare energie en flexibiliteit aan de vraagzijde mogelijk maakt.

—Systeemdiensten – De markten voor balancerings- en ondersteunende diensten uitbreiden en verbeteren door nieuwe types van assets te integreren en zo de liquiditeit en efficiëntie van deze markten te garanderen.

—Marktintegratie - De koppeling van nationale en Europese markten bevorderen om de elektriciteitsstromen over de grenzen heen te verhogen, de bevoorradingszekerheid te verbeteren, eerlijke prijzen voor de consumenten te bewerkstelligen en consumenten de mogelijkheid te bieden om hun flexibele toepassingen maximaal te valoriseren.

Deze activiteiten worden aangestuurd door onze inzet om de regelgeving na te leven, de positie van de verbruiker te versterken en innovatieve digitale oplossingen in te voeren, zodat de markten zich ontwikkelen in lijn met de energietransitie.

Daarnaast zorgt trusteeship voor de toepassing en afhandeling van wettelijke heffingssystemen die worden gebruikt voor het bevorderen van milieuvriendelijke technologieën, zoals bepaald door de wetgevers. Onze taak als trustee impliceert het innen van heffingen en het vergoeden van producenten die elektriciteit opwekken uit hernieuwbare energie, alsook van een aantal warmtekrachtkoppelingscentrales en marktpartijen die capaciteit leveren.

Innovatie

Gezonde en goed presterende mensen, organisatie en cultuur

Human Resources

We leveren competenties en loopbaantrajecten voor een duurzaam energiesysteem

HR zorgt ervoor dat Elia Transmission Belgium de talenten aantrekt, ontwikkelt en behoudt die ze nodig heeft om de energietransitie waar te maken. De activiteiten waarop we focussen, zijn:

—Rekrutering – Competente professionals aanwerven en hun onboarding versterken via de Elia Group Academy, zodat ze zich vlot kunnen integreren.

—Performantiebeheer – Medewerkers ondersteunen om strategische doelen te bereiken en een groeicultuur stimuleren.

—Leren en zich ontwikkelen – Opleidingen aanbieden voor technische vaardigheden en over veiligheid en strategische thema’s, zoals offshore ontwikkeling, leiderschap, en diversiteit, gelijke kansen en inclusie (DEI), samen met mentoringprogramma’s voor een snellere loopbaanontwikkeling.

Door te investeren in mensen en vaardigheden, zorgt HR ervoor dat onze medewerkers worden klaargestoomd om de toekomstige uitdagingen aan te pakken en de strategische doelstellingen van de Groep te realiseren.

We zetten uitdagingen om in opportuniteiten via baanbrekende innovatie

Innovation zorgt ervoor dat Elia Transmission Belgium een koploper blijft op het gebied van technologische vooruitgang door de uitdagingen van de energietransitie aan te pakken en deze om te zetten in opportuniteiten. De activiteiten waarop we focussen, zijn:

—Onderzoek en ontwikkeling – Investeren in opkomende technologieën, zoals AI, cyberveiligheid, robotica, drones, sensoren en nieuwe materialen om oplossingen te ontwikkelen die onze kernactiviteiten versterken.

—Moonshot-programma – Baanbrekende innovaties uitwerken om de meest dringende uitdagingen in de energiesector aan te pakken, zoals het optimaliseren van complexe offshore assets, door meetbare doelstellingen vast te stellen en visionaire oplossingen te leveren binnen een versnelde timing.

—Samenwerking en ecosystemen – Partnerschappen sluiten met peers uit de sector, academische instellingen, start-up- en ecosystemen om kennis te delen, onderzoek te doen en de energietoekomst van Europa vorm te geven. We bevorderen het leren bij onze medewerkers en versnellen de invoering van innovatieve oplossingen via ecosystemen, zoals InterOPERA en onze academische raden in België.

—Innovatie aangestuurd door de medewerkers - Een innovatieve cultuur bevorderen en medewerkers de nodige tools en vaardigheden geven om hun ideeën vorm te geven via onze interne incubator (The Nest), ondersteund door agile coaches en ontwikkelaars om snelle implementatie mogelijk te maken.

Door te investeren in geavanceerde technologieën en samenwerking te stimuleren, zorgt Innovation ervoor dat ETB klaar is om een betrouwbaar, duurzaam elektriciteitssysteem te leveren en haar strategische doelen te realiseren.

Digitale transformatie

We versterken agility, kwaliteit en efficiëntie via digitale oplossingen

Digital Transformation zorgt ervoor dat ETB technologie en agility benut om de bedrijfsvoering te optimaliseren, innovatie te bevorderen en waarde te leveren aan de klanten. De activiteiten waarop we focussen, zijn:

—Digitalisering en agility verankeren – De fundamenten leggen voor de transformatie door digitale praktijken en een agile manier van werken te integreren in de organisatie.

—Productorganisatiemodel – Specialisten van ons bedrijf en IT-specialisten samenbrengen in crossfunctionele teams om digitale oplossingen uit te werken die waarde creëren voor zowel interne als externe klanten.

—Cultuurverandering en talenten aantrekken – Een mentaliteitsverandering aansturen om innovatie te bevorderen en competente professionals aan te trekken die de digitale transformatie zullen versnellen.

Door digitalisering en agility te omarmen, zorgt Digital Transformation dat Elia Transmission Belgium klaar is om efficiënt te werken, continu te innoveren en op de toekomstige uitdagingen in te spelen.

Strategie

We geven de toekomst vorm door strategisch vooruit te blikken, proactief samen te werken en te zorgen voor evenwichtige focus

Strategy ziet uitdagingen en opportuniteiten die zich aandienen, stuurt voortdurend de richting die ETB uitgaat bij, om zich af te stemmen op de maatschappelijke noden en de prioriteiten van het bedrijf, en tegelijk de voornaamste strategische prioriteiten in evenwicht te brengen met de verantwoordelijkheden van elke dag. Door trends te analyseren, de horizon te scannen en sleutelinzichten te vertalen naar vijfjarige bedrijfsstappenplannen maakt het departement de strategie operationeel, stuurt het

transformatieprogramma’s aan, ondersteunt het geïnformeerde besluitvorming en versterkt het de veerkracht ten aanzien van politieke, wetgevende, maatschappelijke en technologische veranderingen. De voornaamste focusdomeinen zijn:

—De synergieën in het ecosysteem van Elia Transmission Belgium benutten om de betaalbaarheid van energie te ondersteunen en competitieve internationale groei te stimuleren.

—Proactief strategische partnerschappen beheren en transformatie-initiatieven tussen bedrijven aansturen om de langetermijnprestaties te garanderen.

Via deze activiteiten, zorgt Strategy ervoor dat Elia Transmission Belgium kritieke thema’s aanpakt, het evenwicht houdt tussen strategische ambitie en essentiële operationele activiteiten, en paraat blijft voor nieuwe ontwikkelingen.

Communicatie

We connecteren en bouwen vertrouwen via heldere, consistente en toegankelijke communicatie

Communications zorgt voor vertrouwen en betrokkenheid door heldere informatie te delen, de reputatie van Elia Transmission Belgium te beheren en de relaties met de medewerkers en stakeholders te versterken. Via interne updates en evenementen, transparantie over de projecten ten aanzien van de buitenwereld en proactieve samenwerking met partners, zorgt Communications ervoor dat het doel en de activiteiten van ETB worden begrepen en omarmd.

Sterke

en robuuste financiën en prestaties

Procurement

We realiseren de energietransitie door veerkrachtige en strategische aankopen Procurement voert een strategische transformatie door om op lange termijn waarde te creëren voor Elia Transmission Belgium. Hierbij wordt een veerkrachtige toeleveringsketen opgebouwd die de energietransitie ondersteunt, waarbij rekening wordt gehouden met de pijlers van het energietrilemma (betaalbaarheid, bevoorradingszekerheid en duurzaamheid).

In 2025 boekte het team aanzienlijke vooruitgang op de volgende vier prioritaire domeinen:

We drijven de transitie aan via robuuste, verantwoordelijke financiering

Finance zorgt ervoor dat Elia Transmission Belgium over de nodige middelen en financiële stabiliteit beschikt om zowel haar dagelijkse activiteiten als de langetermijninvesteringen die de energietransitie bevorderen te ondersteunen. Ons werk focust op:

—Schatkist- en liquiditeitsbeheer – De nodige middelen veiligstellen om de liquiditeit te behouden en ons investeringsprogramma te ondersteunen.

—Boekhouding, controle en risicobeheer – Zorgen voor efficiëntie, naleving van de regelgeving en waardecreatie, terwijl het risicoprofiel sterk blijft.

—Duurzaam financieren – Onze financieringsstrategie afstemmen op ActNow en de EU-taxonomie via beleidskaders voor groene financiering, zoals Europese groene obligaties, zodat investeringen gericht zijn op projecten met duidelijke milieudoelstellingen.

—Financiële prestaties en kredietwaardigheid– Sterke financiële prestaties waarborgen en een solide kredietrating handhaven om altijd toegang te hebben tot kapitaal voor ons investeringsprogramma.

Door onze solide financiële praktijken en duurzaamheidsengagementen blijven we een betrouwbare partner voor onze stakeholders en een aantrekkelijke investering voor de markt.

—Categoriestrategie – Kritieke aankopen afstemmen op geharmoniseerde inkoopprioriteiten om de kostenefficiëntie te optimaliseren, met aandacht voor duurzaamheid en bevoorradingszekerheid.

—Data-analyse – Inzicht bieden in en prognoses maken over uitgaven, om bij te dragen aan kostenbeheersing en inkoopplanning.

—Supplier Relationship Management (SRM) – De samenwerking met leveranciers versterken om de prijs- en bevoorradingszekerheid te waarborgen in een steeds complexere, leveranciersgedreven markt.

—Beheer van contracten en klachten – Geharmoniseerde kaders en tools toepassen om de compliance en financiële voorspelbaarheid te verbeteren.

In de toekomst zal Procurement deze initiatieven blijven uitbreiden door categoriestrategieën uit te rollen over alle belangrijkste uitgavenposten, de analysecapaciteiten (inclusief AI) verder te ontwikkelen en de kaders en tools voor SRM en contractbeheer volledig te implementeren, met het oog op een sterker leveranciersbeheer. Deze inspanningen positioneren Procurement als een sleutelbijdrager aan de strategische doelstellingen van ETB en zullen op lange termijn waarde creëren voor de aandeelhouders.

Juridisch

We ondersteunen de energietransitie met heldere en betrouwbare juridische expertise Legal verleent tijdig en praktisch advies aan de teams en zorgt ervoor dat de activiteiten van Elia Transmission Belgium volledig in overeenstemming zijn met de relevante wet- en regelgeving in de verschillende rechtsgebieden waarin zij actief is. Het departement ondersteunt ook de teams bij het beheer van allerlei contracten, ondersteunt hen om de wijzigingen in de wetten en regelgeving die een impact zouden kunnen hebben op ETB te begrijpen, begeleidt hen bij vergunningsprocedures en behandelt juridische kwesties of vragen die kunnen rijzen.

5.4. De output van onze activiteiten

Financieel

Onze investeerders voorzien Elia Group van het kapitaal dat nodig is om ons langetermijninvesteringsprogramma waar te maken en zo bij te dragen aan de decarbonisatie en de verdere elektrificatie van de samenleving. Dit gereguleerde kader zorgt voor een stabiele waardecreatie op lange termijn en waarborgt tegelijk een efficiënte toegang tot kapitaal. Investeerders die ons via onze financieringsinstrumenten financieren, profiteren van de veerkracht en voorspelbaarheid die in ons bedrijfsmodel verankerd zijn.

Assets

Wanneer we onze activiteiten uitvoeren, versterken we ons net en onze assets en maken we ze veerkrachtiger, efficiënter en duurzamer. Zo integreren we de snel toenemende volumes hernieuwbare energie in het systeem en komen we tegemoet aan de vraag van de samenleving om te elektrificeren. We zorgen ervoor dat het net en onze assets robuuster worden gelet op de klimaatverandering. De negatieve effecten op de on- en offshore omgeving beperken we tot het minimum. We moedigen via ons werk de ontwikkeling en het gebruik van technologieën aan die aan de nieuwe en toenemende eisen van het systeem voldoen.

Medewerkers

en aannemers

Via onze activiteiten faciliteren we de ontplooiing van ons personeel. In uiteenlopende vakgebieden kunnen onze medewerkers hun vaardigheden en kennis ontwikkelen en verdiepen. Dit wordt nog ondersteund door het inzetten van onderaannemers. Het vergemakkelijkt het uitwisselen van nieuwe vaardigheden en best practices tussen organisaties en binnen de sector. Onze medewerkers moeten hun vaardigheden uitbreiden. Door hun grote verantwoordelijkheid is dit een moeilijke opgave. We trachten die druk te beheersen met duidelijke gezondheids- en veiligheidsmaatregelen.

Sociaal en relaties

We bezorgen de samenleving een veilig en betrouwbaar net dat hernieuwbare energiebronnen (HEB) in het systeem integreert en de socio-economische welvaart ondersteunt. We polsen geregeld bij onze stakeholders om zo de positieve impact van onze activiteiten te maximaliseren, de risico’s en onderbrekingen van het systeem tot een minimum te beperken en marktspelers de mogelijkheid te bieden om in te spelen op de noden op het vlak van technologie, capaciteit en flexibiliteit. Onze netprojecten stoten soms op weerstand bij de lokale gemeenschap. We zorgen ervoor dat we hun bezorgdheden en de mogelijke nadelen voor de gemeenschap en de omgeving aanpakken.

Intellectueel

De ontwikkelde kennis en vaardigheden worden binnen de teams en departementen gedeeld, zodat onze gezamenlijke expertise, organisatieprocessen en systemen continu worden verfijnd en geharmoniseerd.

Deze gezamenlijke kennis maakt dat Elia Transmission Belgium in een aantal technologische domeinen koploper is.

Milieu

Onze infrastructuur kan de omgeving waarin ze wordt gebouwd schaden, waardoor bredere onderhoudswerken nodig kunnen zijn. Met innovaties en een reeks mitigatie- en compensatiemaatregelen willen we deze effecten maximaal beperken. We werken hiervoor vaak samen met lokale partners en nietgouvernementele organisaties (ngo’s) om de maatregelen zo effectief mogelijk te maken en te kunnen opschalen.

6. Onze performantie

In het huidige, dynamische bedrijfslandschap hebben wij de opdracht gekregen om het voortouw te nemen in de decarbonisatie van de samenleving en ervoor te zorgen dat onze activiteiten bijdragen aan klimaatneutraliteit.

Om deze uitdagingen en opportuniteiten efficiënt aan te pakken, hebben we drie categorieën key performance indicatoren (KPI’s) bepaald: financieel, duurzaamheid en operationeel. Deze KPI’s zullen als basisprincipes fungeren die ons helpen om weloverwogen beslissingen te nemen om onze groei te ondersteunen.

6.1. Financiële performantie KPI’s

Als we de uitdagingen van vandaag bekijken en ons traject naar een duurzame toekomst uitstippelen, is onze financiële performantie een onmisbaar kompas voor onze activiteiten. Een robuuste financiële performantie blijft cruciaal om de nodige middelen aan te trekken om onze groei te financieren. Onze financiële stabiliteit zal ons in de mogelijkheid stellen om ons CAPEXplan te realiseren en zal ons bedrijf aantrekkelijk maken voor potentiële beleggers en partners. In dit hoofdstuk komen de drie essentiële KPI’s aan bod die de financiële strategie van Elia Transmission Belgium samenvatten. Raadpleeg de verklarende woordenlijst voor de definities van de gebruikte termen. De cijfers die worden weergegeven, zijn geconsolideerd voor Elia Transmission Belgium.

Gereguleerd actief (RAB)

Eenheid: €

€7,8 miljard

Nettowinst

Eenheid: €

ROE (adj.)

Eenheid: %

€300,7 miljoen 6,8%

Analyse van de trend

Het RAB van ETB kende een stijging van 12,9% in 2025, gedreven door de uitvoering van ons investeringsprogramma. We verwachten een jaarlijkse RAB-groei van ~17% van eind 2023 tot eind 2028. Deze groei zal worden aangedreven door een investeringsplan (CAPEX) van €6,1 miljard in België tot 2028.

Analyse van de trend

De nettowinst van ETB steeg in 2025 met 22,7%, als gevolg van de uitbreiding van onze activabasis, een hogere risicovrije rente, een toename van het eigen vermogen dankzij de kapitaalverhoging en sterke prestaties voor incentives.

Analyse van de trend

Het rendement op het eigen vermogen (ROE) van ETB daalde in 2025 met ~90 basispunten ten opzichte van 2024. Dit weerspiegelt de substantiële versterking van de balans na een kapitaalinjectie van €1,05 miljard in het kader van de kapitaalverhoging in 2025.

6.2. Duurzame performantie KPI’s

Zoals ActNow duidelijk maakt, gaat ons werk op het gebied van duurzaamheid verder dan het decarboniseren van de energiesector. We zetten ons in om onze activiteiten CO2neutraal te maken, onze bedrijfsprocessen duurzamer te maken en een divers personeelsbestand op te bouwen met een hoog welzijnsniveau dat wordt ondersteund door duidelijke organisatiestructuren en -procedures. Dit zal ons werk in het belang van de samenleving verbeteren, ons personeelsbestand versterken en stakeholders laten zien dat we een partner zijn die het waard is om in te investeren. De volgende dertien KPI’s volgen daarom de vooruitgang die we hebben geboekt op het gebied van duurzaamheid.

SF6-lekpercentage

Eenheid: %

Analyse van de trend

SF6 is door zijn uitstekende elektrische eigenschappen een essentieel isolatie- en blusgas voor veel van onze assets. Het aardopwarmingspotentieel van SF6 is echter 24.300 keer hoger dan CO2. Elia Transmission Belgium zet daarom alles op alles om SF6-lekkages zoveel mogelijk te beperken en het gebruik ervan in nieuwe installaties te verminderen. Tegen 2026 willen we het geconsolideerde SF6-lekpercentage onder 0,2% houden. Dat is ambitieuzer dan de eerdere drempel van 0,25% (tegen 2030), waar we ruimschoots onder zitten.

ETB bereikte een lichte daling van het lekpercentage ten opzichte van 2024 dankzij de lopende initiatieven om het gebruik van SF6 te verminderen en alle actieve SF6-compartimenten van nabij te monitoren.

Scope 1-emissies

Eenheid: ktCO2e

Scope 2-emissies

Eenheid: ktCO2e

Analyse van de trend

Bij ETB daalden de belangrijkste rechtstreekse emissies (zowel van SF6 als van fossiele brandstoffen gebruikt door de vloot) ten opzichte van 2024. Hoewel het geïnstalleerde SF6-volume blijft stijgen, hebben de verbeteringen die op het gebied van lekkagebeheer werden aangebracht, de absolute SF6-emissiecijfers doen dalen. Het voorbije jaar daalde het fossiele brandstofverbruik voor de bedrijfsvoertuigen met 50% ten gevolge van de verdere elektrificatie van de vloot. Deze vooruitgang werd deels tenietgedaan door het gestegen verbruik van de utilitaire vloot die nu meer voertuigen telt, waarvan sommige pas begin 2026 op elektriciteit zullen rijden. Desondanks zijn de totale Scope 1-emissies bij ETB in 2025 met 10% gedaald.

Analyse van de trend

De Scope 2-emissies zijn in 2025 bij ETB licht gestegen. Positief is dat, in tegenstelling tot de verwachtingen, de netverliezen (die goed zijn voor meer dan 95% van de Scope 2-emissies) licht zijn gedaald in België.

De voorgaande dalende trend in de emissiefactoren voor de energiemix zette zich echter niet voort. Dit is toe te schrijven aan een lager aandeel kernenergie in de elektriciteitsproductie in België. Daarnaast is het eigen elektriciteitsverbruik licht toegenomen als gevolg van de continue operationele groei.

Biodiversiteit: hoogspanningslijnen waar vogels een hoog aanvliegrisico hebben, werden uitgerust met bakens die het risico verminderen

Eenheid: km

Biodiversiteit: ecologische corridors gerealiseerd in bossen

2024 2023

Analyse van de trend

Vogelbescherming bleef een belangrijke prioriteit in 2025. We zetten onze inspanningen voort om de lijnen van ons net met het hoogste aanvliegrisico met vogelbakens uit te rusten. We hebben in 2025 op 19 km van onze lijnen vogelbakens geplaatst. Voor het eerst in Europa hebben we speciale UVspots geïnstalleerd op een hoogspanningsmast op de luchtlijn Brugge-Slijkens.

Eenheid: %

Analyse van de trend

In 2025 hebben we in België nog nieuwe ecologische corridors aangelegd door de vegetatie in onze boscorridors te wijzigen. Als de eerste interventie klaar is, wordt de beplanting ecologisch beheerd. Er werden meer dan 40 nieuwe hectares onder bestaande bovengrondse lijnen ontwikkeld. Tegen 2030 willen we met ons programma voor de aanleg van ecologische corridors 90% van de gebieden onder onze bovengrondse lijnen dekken. We zijn op schema om die doelstelling te behalen.

1 Vergelijkbare data zijn niet beschikbaar vanwege wijzigingen in de berekeningsmethode die onder de CSRD is gehanteerd

Total Recordable Incident Rate (TRIR) voor eigen personeel

Eenheid: #

Analyse van de trend

In 2025 handhaafde Elia Transmission Belgium een TRIR van 4,4, wat ruim onder de huidige drempel van 6,15 ligt en in lijn is met het nog lagere streefcijfer van 5,20 tegen 2030. Dit resultaat onderstreept de doeltreffendheid van onze veiligheidsinitiatieven. Door de toegenomen bouwactiviteiten en risicovolle projecten streven we naar continue verbetering van onze veiligheid. Veiligheid staat centraal in ons ActNowduurzaamheidsprogramma. Vandaar dat we bij onze projecten en actieplannen ernaar streven om de gezondheids- en veiligheidsrisico’s en ongevallen tot een minimum te reduceren. Deze focus wordt des te belangrijker nu het personeelsbestand van Elia Transmission Belgium blijft groeien.

Gezondheidspercentage Personeelsverloop

%

Eenheid: %

Analyse van de trend

Het doel van Elia Transmission Belgium is om het gezondheidspercentage boven de 95% te houden. In 2025 behaalden we een percentage van 96,3%. Dit cijfer is één van de beste in jaren en ligt ruim boven ons streefdoel en het sectorgemiddelde. De verbetering ten opzichte van 2024 wordt aangestuurd door de daling van de langdurige afwezigheden. We investeren voortdurend in het welzijn van onze medewerkers en blijven ons hiervoor inzetten, gezien de uitdagingen die onze aanzienlijke investeringsplannen en onze ambities op het gebied van digitale transformatie met zich meebrengen. Mentale gezondheid en welzijn maken een wezenlijk deel uit van het ActNowduurzaamheidsprogramma en zijn opgenomen in het globaal preventieplan en de jaarlijkse veiligheidsactieplannen.

Analyse van de trend

Het personeelsverloop blijft heel laag en daalde licht ondanks het feit dat we in 2025 meer dan 311 nieuwe medewerkers hebben aangeworven. Opdat onze nieuwe medewerkers zich welkom voelen en goed op hun functie voorbereid zijn, bieden we een intensief onboardingtraject aan, waarin de strategie, cultuur, veiligheid en andere aspecten aan bod komen. We bieden alle medewerkers verschillende ontwikkelingsmogelijkheden en groeikansen aan, alsook een stevig opleidingsprogramma via ons ‘My Academy’-platform, interne mobiliteitsmogelijkheden en mentoring. We zetten bij ETB ook communities op, waar nieuwkomers de kans krijgen om elkaar te ontmoeten. Het nieuw aangestelde management ontmoet ook geregeld nieuwkomers, om naar hun feedback en eerste indrukken te polsen.

Vrouwen in leidinggevende posities9

Vrouwen in het totale personeelsbestand9

Op de ecologische EU-taxonomie afgestemde CAPEX

ESG-rating (van Elia Group)2

Eenheid: % Eenheid: % Eenheid: % Eenheid: #

Analyse van de trend

Bij ETB werd er een lichte daling waargenomen in 2025. We blijven onze vrouwelijke collega’s echter ondersteunen, zodat ze hun mogelijkheden volledig kunnen ontwikkelen. Dat doen we via rolmodellen, coaching, mentoringprogramma’s en een vrouwennetwerk, zowel voor medewerkers als leidinggevenden.

Analysing the trend

Het aandeel vrouwelijke medewerkers in 2025 bedroeg 23,2%, een verbetering ten opzichte van 2024. Deze vooruitgang weerspiegelt de impact van verschillende initiatieven: ons positioneren als een aantrekkelijke werkgever voor vrouwen, deelnemen aan forums die door potentiële vrouwelijke kandidaten worden bezocht, genderinclusieve taal gebruiken in onze vacatures, enz.

Analyse van de trend

De transmissie van elektriciteit is een bedrijfsactiviteit die de energietransitie helpt realiseren. Aangezien deze activiteit deel uitmaakt van de kernactiviteiten van Elia Transmission Belgium, is ons afstemmingspercentage dan ook zeer hoog. Het aandeel van de CAPEX dat is afgestemd op de duurzaamheidsdoelstellingen is ook dit jaar hoog en zal naar verwachting ook in de komende jaren hoog blijven. Alle details zijn beschikbaar in de duurzaamheidsverklaringen (m.b.t. EU-taxonomie).

Analyse van de trend

Elia Group heeft haar AAA-score behouden volgens de ESG-rating van MSCI, de hoogst mogelijke score. Deze geeft aan dat de Groep uitstekend presteert in het beheren van milieugerelateerde, sociale en governance-risico’s. MSCI bevestigt dat Elia Group vooroploopt wat betreft haar praktijken voor biodiversiteits- en koolstofbeheer, dat het een robuust beleid voert rond talentontwikkeling en een sterk governance-beleid, en noteert dat het bedrijf niet betrokken is geweest bij belangrijke controverses. Het bedrijf behoort daardoor tot de toppresteerders in de mondiale nutssector.

2 De MSCI-rating wordt toegekend op basis van het moederbedrijf en is dus ook van toepassing op ETB (als volwaardige dochteronderneming)

3 Vergelijkbare data zijn niet beschikbaar vanwege wijzigingen in de berekeningsmethode die onder de CSRD is gehanteerd

6.3. Operationele performantie KPI’s

We ontwikkelen en bouwen robuuste, betrouwbare en innovatieve netinfrastructuur die miljoenen consumenten van elektriciteit voorziet en België zal helpen om klimaatneutraal te worden. Ons hoge niveau van operationele prestaties en sectorspecifieke kennis (geïllustreerd door de zeven operationele prestatie KPI’s hieronder) maakt ons een aantrekkelijke partner voor andere TNB’s, overheden, ngo’s en daarbuiten.

Netbetrouwbaarheid (gebaseerd op onderbrekingstijd)

Eenheid: %

Analyse van de trend

In 2025 handhaafde ETB een hoge betrouwbaarheidsgraad voor haar net. Eén belangrijk incident had een grote impact op het jaarlijkse betrouwbaarheidspercentage van het net dat voor meer dan de helft van de netonderbrekingen zorgde die dit jaar werden genoteerd. Hoewel het niet mogelijk is om incidenten te voorspellen, streven we ernaar om onderbrekingen tot 0 te beperken.

Totale investeringen

Eenheid: € miljard

Analyse van de trend

In 2025 investeerde ETB in totaal €1,4 miljard. De CAPEX is een belangrijke maatstaf voor ETB, aangezien het een impact heeft op het RAB dat de basis vormt voor haar regulatoire vergoeding. Voor de periode 2026-2028 plant ETB om €6,1 miljard te investeren in netinfrastructuur.

Lengte van nieuwe en versterkte lijnen

Eenheid: km

Analyse van de trend

In België kwam de teller in 2025 uit op een totaal van 122 km aan nieuwe en versterkte lijnen. Dit cijfer omvat zowel nieuwe bovengrondse lijnen als de versterking van bestaande lijnen met HTLS-geleiders (‘high-temperature low-sag’). Het grootste project in 2025 was de HTLS-upgrade van twee circuits van de verbinding Massenhoven-Meerhout, over een afstand van 32 km. Voor 2026 zijn er 128 km versterkingen en nieuwe verbindingen gepland.

Aandeel hernieuwbare

energie in het elektriciteitsverbruik in België

Eenheid: %

Aangesloten offshore productiecapaciteit

Eenheid: MW

Analyse van de trend

In België nam het aandeel hernieuwbare energie ten opzichte van 2024 toe tot 28%, voornamelijk door de hogere hernieuwbare energieproductie en het stabiele elektriciteitsverbruik. De productie van zonne-energie in het bijzonder steeg met 21% door het zeer zonnige weer. Ondanks de geleidelijke uitfasering van drie kernreactoren in 2024 bedroeg het aandeel kernenergie in de elektriciteitsmix in België nog 34%.

Analyse van de trend

In België zal ETB haar offshore capaciteit uitbreiden met de eerste fase van het Prinses Elisabeth Eiland. De bouw van het energie-eiland vordert goed: in 2025 zijn 11 van de 23 caissons geplaatst en de plaatsing zal naar verwachting helemaal klaar zijn tegen eind 2026. Er wordt ook gewerkt aan de AC-infrastructuur om de eerste 2,1GW aan windenergie aan te sluiten op het net. In de volgende fase ligt de focus op de hybride interconnector

Nautilus die bijkomende windenergie in het Belgische net moet integreren. België en het Verenigd Koninkrijk bekijken momenteel hoe het ontwerp eenvoudiger en goedkoper kan, zonder dat de belangrijkste voordelen van het project verloren gaan.

Kosten congestiebeheer (redispatching)

Congestiebeheer volumes (redispatching)

Eenheid: € miljoen

Eenheid: GWh

Analyse van de trend

De redispatchingvolumes en de kosten die eraan verbonden zijn, hangen af van uiteenlopende factoren. Bij ETB zijn we erin geslaagd de volumes en kosten van congestiebeheer te verlagen, ondanks een zeer intensief programma van geplande snijdingen in het kader van het CAPEX-programma voor infrastructuur en het onderhoudsplan. De congestiekosten bij ETB hangen doorgaans samen met specifieke, geplande snijdingen op het net, vaak in combinatie met uitzonderlijke gebeurtenissen in het systeem. In 2025 werd de frequentere redispatching van offshore windenergie vooral veroorzaakt door een uitgebreid onderhoudsplan voor de transformatoren van de Stevin-as. Daarnaast leidden hoge zomertemperaturen tot extra redispatchmaatregelen, omdat de thermische limieten van de assets dan lager liggen.

7. Vooruitblik op 2026

Vooruitblik op 2026

2026 wordt een beslissend jaar voor Elia Transmission Belgium. Het is immers een jaar waarin we ons investeringsprogramma realiseren, gesprekken over het wettelijke kader voeren, het ontwerp van het Federaal Ontwikkelingsplan 2027-2037 starten en onze activiteiten verder digitaliseren. Zo bereiden we het energielandschap van België voor op de toekomst.

Infrastructuurontwikkeling

Dit jaar plannen we 1,7 miljard euro te investeren in ons net en in de komende tien jaar zal dit oplopen tot 20 miljard euro. Dit is een mijlpaal in de geschiedenis van ons bedrijf. Dankzij onze ervaring hebben we er alle vertrouwen in dat we deze nieuwe investeringen voor de samenleving kunnen realiseren. We zetten tevens onze inspanning verder om het wettelijke kader te herzien om nieuwe klanten zo snel mogelijk aan te sluiten op het net. We zetten alles op alles om onze toeleveringsketen te versterken.

Ontwikkelen van het kader voor de toekomst

In 2026 starten de gesprekken over het wettelijke kader voor de periode 2028- 2031. Twee belangrijke doelstellingen staan hierbij centraal: enerzijds ervoor zorgen dat marktactoren over de juiste middelen beschikken voor de efficiënte ontwikkeling en uitbating van het energiesysteem. Anderzijds, ervoor zorgen dat Elia over de nodige financiële middelen en mankracht beschikt om de plannen die door de overheid werden goedgekeurd uit te rollen.

Het ontwerp van het Federaal Ontwikkelingsplan 2027-2037 zal de aandacht opeisen van de overheden. Het zal de krijtlijnen bepalen hoe ons toekomstig energie, industrie en economisch beleid eruit zal zien.

Ontwikkelingsplannen werden in het verleden gezien als een administratie proces. Nu begrijpt men dat het de basis is voor de Belgische samenleving voor de komende jaren. Dit is niet alleen het geval op federaal niveau, ook voor de regio’s wint het ontwikkelingsplan aan belang.

Belangrijke te verwachten beslissingen

2026 wordt ook een cruciaal jaar voor het ontwerp van het HVDC-gedeelte van het Prinses Elisabeth Eiland. Federaal minister van Energie, Mathieu Bihet, zal binnenkort beslissen of de tweede interconnector met het Verenigd Koninkrijk er komt. Bovendien zal hij de openbare aanbestedingsprocedure voor het eerste offshore windpark in de Prinses Elisabeth-zone heropstarten. Dit is belangrijk voor de Belgische markt. Daarnaast werken we hard aan het bekomen van de vergunningen voor Ventilus en Boucle du Hainaut.

Digitalisering

De digitalisering en automatisering staan centraal in onze objectieven om onze operationele efficiëntie te versterken. Kunstmatige intelligentie wordt steeds belangrijker en helpt ons om onze activiteiten te optimaliseren, of het nu gaat om dispatching, engineering, het beheer van onze assets of onze corporate functies. Daarnaast heeft de overstap naar cloudoplossingen die geschikt zijn voor een kritieke sector zoals de onze een belangrijke strategische focus. In dit kader zou ons voorstel om een eigen hybride cloud te ontwikkelen, waarvoor we nu de steun krijgen van de overheid, de aanzet kunnen geven tot een gereguleerd model voor digitale diensten die het hele Belgische ecosysteem ten goede komen.

Veiligheid altijd op de eerste plaats

Het waarborgen van de lichamelijke veiligheid en het mentale welzijn van onze medewerkers is van cruciaal belang, zeker in het licht van ons omvangrijke CAPEXprogramma. In 2026 blijft Elia Transmission Belgium bouwen aan een diverse, inclusieve en duurzame werkplek waar teams het beste uit zichzelf kunnen halen. We zijn ervan overtuigd dat dit essentiële factoren zijn om het juiste talent te blijven aantrekken. In het huidige internationale klimaat besteden we ook extra aandacht aan de beveiliging van onze infrastructuur, met

cyberveiligheid als een van onze belangrijkste aandachtspunten. We bouwen daarbij ook onze samenwerking met de overheid en private partners verder uit.

Governance & risico

Geen transitie zonder transmissie. Onze strategische investeringen zijn essentieel om de elektrificatie te faciliteren, aan de groeiende vraag naar elektriciteit te voldoen en meer hernieuwbare energiebronnen in het net te integreren. We handelen in het belang van de samenleving en zetten ons in voor een duurzame en betrouwbare energietoekomst voor iedereen.

Governance & risico

1.Corporate Governance Verklaring

Ga naar het hoofdstuk

2.Internal control en risicobeheer

Ga naar het hoofdstuk

1. Corporate Governance Verklaring

Deze corporate governance verklaring bevat de belangrijkste aspecten van het corporate governance beleid van Elia Transmission Belgium NV (hierna ook de “Vennootschap”), inclusief alle relevante informatie over gebeurtenissen die de governance van Elia Transmission Belgium NV tijdens het boekjaar 2025 hebben beïnvloed.

Wat de samenstelling van de organen van Elia Transmission Belgium NV betreft, weerspiegelt deze corporate governance verklaring de situatie binnen de vennootschap op 31 december 2025.

Elia Transmission Belgium NV voldoet aan specifieke verplichtingen betreffende transparantie, neutraliteit en niet-discriminatie ten opzichte van alle stakeholders die betrokken zijn bij haar activiteiten.

Bij Elia Transmission Belgium NV is de corporate governance in 2025 gebaseerd op de statuten van Elia Transmission Belgium NV4, het (Belgische) Wetboek van vennootschappen en verenigingen5, alsook op de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en het koninklijk besluit van 3 mei 1999 betreffende het beheer van het transmissienet voor elektriciteit6

In overeenstemming met de Corporate Sustainability Reporting Directive (‘CSRD’) en de implementatie ervan in de Belgische wetgeving, is Elia Transmission Belgium NV verplicht om een uitgebreid duurzaamheidsverslag op te stellen dat voldoet aan de European Sustainability Reporting Standards (‘ESRS’) vanaf het geconsolideerd jaarverslag over boekjaar 2024. Deze standaarden zijn van toepassing op o.a. governance aspecten en vergoedingsaspecten.

4 De statuten van Elia Transmission Belgium NV zijn beschikbaar op de website van Elia Transmission Belgium NV (https://www.elia.be/en/company/corporate-governance/document-library).

5 Het (Belgische) Wetboek van vennootschappen en verenigingen is beschikbaar op de website van de FOD Justitie (http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi_loi/wet.pl).

6 De wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en het koninklijk besluit van 3 mei 1999 betreffende het beheer van het transmissienet voor elektriciteit wet beschikbaar op de website van de FOD Justitie (http:// www.ejustice.just.fgov.be/cgi_loi/wet.pl).

1.1. Samenstelling van de bestuursorganen op 31 december 2025

In 2025 werden er 3 nieuwe bestuurders, zijnde Nadine Lemaitre-Rozencweig, Fabienne Bozet en Astrid Pieron, benoemd door de Gewone Algemene Vergadering op 20 mei 2025, en werd één nieuwe bestuurder, namelijk Christophe Peeters, gecoöpteerd door de Raad van Bestuur op 11 december 2025.

Na het overlijden van de Voorzitter van de Raad van Bestuur, Geert Versnick, op 8 november 2025, werd Bernard Thiry, Ondervoorzitter van de Raad van Bestuur, op 27 november 2025 met onmiddellijke ingang door de Raad van Bestuur benoemd tot Voorzitter ad interim Bernard Thiry nam de verantwoordelijkheden van het voorzitterschap op zich tot de benoeming van Pieter De Crem tot Voorzitter van de Raad van Bestuur op 2 februari 2026.

Op 11 december 2025 werd Christophe Peeters gecoöpteerd als niet-uitvoerend bestuurder, benoemd op voordracht van NextGrid Holding NV, in opvolging van Geert Versnick. De heer Peeters is Schepen van de stad Gent.

Volgend op het vrijwillige ontslag van Catherine Vandenborre, die de functies van Voorzitster van het College van dagelijks bestuur en Chief Financial Officer van de Vennootschap uitoefende, werd Frédéric Dunon, Chief Executive Officer, op 8 april 2025 door de Raad van Bestuur benoemd tot Voorzitter van het College van dagelijks bestuur met ingang van 15 april 2025, en werd Nicolas Pire op 8 april 2025 door de Raad van Bestuur benoemd tot Chief Financial Officer en Ondervoorzitter van het College van dagelijks bestuur met ingang van 15 april 2025.

Pascale Fonck, die de functie van Chief Public & Regulatory Affairs & External Relations Officer uitoefende, heeft met ingang van 1 oktober 2025 vrijwillig ontslag als lid van het College van dagelijks bestuur genomen.

Claire Tomasina werd op 25 september 2025 door de Raad van Bestuur benoemd tot Chief Human Resources Officer en lid van het College van dagelijks bestuur met ingang van 1 oktober 2025. Volgend op zijn vrijwillig ontslag, treedt Peter Michiels op als Co-Chief Human Resources Officer vanaf 1 oktober 2025. Peter Michiels zal de Vennootschap ten laatste op 31 maart 2026 verlaten.

Raad van Bestuur7

Voorzitter (ad interim)

—Bernard Thiry, niet-uitvoerend bestuurder benoemd op voorstel van NextGrid Holding NV8

Bestuurders

—Pieter De Crem, niet-uitvoerend bestuurder benoemd op voorstel van NextGrid Holding NV9

—Roberte Kesteman, niet-uitvoerend onafhankelijk bestuurder10

—Dominique Offergeld, niet-uitvoerend bestuurder benoemd op voorstel van NextGrid Holding NV11

—Saskia Van Uffelen, niet-uitvoerend onafhankelijk bestuurder12

—Interfin CV, met als vast vertegenwoordiger Thibaud Wyngaard, niet-uitvoerend bestuurder benoemd op voorstel van NextGrid Holding NV13

—Els Neirynck, niet-uitvoerend onafhankelijk bestuurder14

—Eddy Vermoesen, niet-uitvoerend bestuurder benoemd op voorstel van NextGrid Holding NV15

—Fabienne Bozet, niet-uitvoerend onafhankelijk bestuurder16

—Nadine Lemaitre-Rozencweig, niet-uitvoerend onafhankelijk bestuurder17

—Astrid Pieron, niet-uitvoerend onafhankelijk bestuurder18

—Christophe Peeters, niet-uitvoerend bestuurder benoemd op voorstel van NextGrid Holding NV19

7 De Raad van Bestuur van Elia Transmission Belgium NV was per 31 december 2025 samengesteld uit 12 niet-uitvoerende bestuurders. De Raad van Bestuur bevat geen vertegenwoordiging van werknemers of arbeiders. De werknemers en arbeiders zijn behoorlijk en adequaat vertegenwoordigd in de ondernemingsraad die werd opgericht in overeenstemming met het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en de Belgische wet van 20 september 1948 houdende organisatie van het bedrijfsleven.

8 Geboren in 1955, behaalde dhr. Thiry in 1979 een Masterdiploma economie aan de Universiteit van Luik. Hij studeerde af aan de Stanford University (VS) en behaalde vervolgens in 1985 een doctoraat in de economie aan de Universiteit van Luik. In 1989 begon hij zijn academische carrière aan de Universiteit van Luik, die hij voortzette als professor aan de HEC-ULg School of Management (momenteel als professor emeritus). Hij was directeur van de CREG, Voorzitter van het management comité van Forem en Voorzitter van de Union nationale des mutualités socialistes. Van 2008 tot 2016 was hij CEO van Ethias. Dhr. Thiry is momenteel bestuurder van o.a. Publi-T CV, Publipart, NextGrid Holding NV (sinds januari 2025), SOCOFE, Solidaris Assurances en Intégrale Luxembourg. Dhr. Thiry werd op 27 november 2025 met onmiddellijke ingang benoemd tot Voorzitter ad interim door de Raad van Bestuur. 9 Pieter De Crem begon zijn politieke loopbaan in 1989 als kabinetsattaché van Eerste Minister Wilfried Martens. In 1994 werd hij burgemeester van Aalter, een functie die hij heeft uitgeoefend tot oktober 2025. In 1995 werd hij voor het eerst verkozen voor het Belgisch Federaal Parlement. Hij nam de functie van voorzitter van CD&V waar in de Kamer van Volksvertegenwoordigers (2003-2007) en was in 2007 voorzitter van de Commissie voor Binnenlandse Zaken. Mr. De Crem was Minister van Defensie (2007-2014), Staatssecretaris voor Buitenlandse Handel (2014-2020) en Minister van Binnenlandse Zaken en Veiligheid (2018-2020). Hij was ook vicepremier (2013-2014) en speciaal gezant van de federale regering voor het MYRRHAonderzoeksproject verbonden aan het Studiecentrum voor Kernenergie (2017-2018). Mr. De Crem is geboren in 1962. Hij behaalde een Master in de Romaanse filologie aan de Katholieke Universiteit Leuven (KUL), een Master in Internationaal en Europees recht aan de Vrije Universiteit van Brussel (VUB) en volgde een AMP (“Advanced Management Program”) aan de Harvard Business School.

10 Mevr. Kesteman is de voormalige CEO (2008-2012), CFO en HR Director (2002-2008) van Nuon Belgium NV. Ze is de voormalige Voorzitster van FEBEG. Geboren in 1957, behaalde mevr. Kesteman een Master in Handelswetenschappen aan de Vlaamse Economische Hogeschool Brussel en volgde zij de International Corporate Finance opleiding aan INSEAD (Frankrijk).

11 Mevrouw Offergeld is Chief Financial Officer van ORES BV (sinds 2008). Ze is Vice-Voorzitter van de Raad van Bestuur van Publi-T CV en bestuurder van NextGrid Holding NV sinds januari 2025. Ze bekleedde de functie van adjunct-kabinetschef van de Minister van Mobiliteit (2014-2016) en van de Minister van Energie (2004-2008). Ze was General Counsel bij de NMBS Holding (2005-2008) en tevens Voorzitter van de Raad van Bestuur (2004-2005). Ze heeft de functie uitgeoefend van expert bij twee Vice-Ministers van het Waals Gewest (1999-2001) en van de Federale Staat (2001-2004), alsook van kredietanalist bij de Generale Bank (BNP Paribas Fortis) (1988-1999). Ze werd ook benoemd tot Regeringscommissaris bij Belgocontrol (2014-2016), tot Vice-Voorzitter van het “Institut des Radio Eléments” (IRE) (2005-2013) en tot Regeringscommissaris bij Fluxys (2004-2008). Geboren in 1963, heeft mevr. Offergeld een Masterdiploma economie en sociale wetenschappen behaald bij de Universiteit van Namen, een General Management certificaat bij INSEAD (Frankrijk) en een Corporate Governance certificaat bij Guberna. 12 Saskia Van Uffelen startte in 1984 haar carrière in de IT-sector en vervulde diverse rollen in verschillende IT-bedrijven zoals Xerox, Compaq Computer, Hewlett-Packard Belux en NorthgateArinso. Ze werd in 2008 CEO van Bull Belux en was CEO van Ericsson Belux tussen 2014 en 2019. Zij is bestuurder van onder andere Axa Belgium, mtech+, Cyber Security Coalition VZW en Keolis. Zij is voorzitter van de Raad van Bestuur van Flanders Future Techfund, Media Invest Vlaanderen en Digital Platform Attorneys CV. Ze is Digital Manager van Agoria VZW en bestuurder van Cyber Security Coalition VZW. Als Belgian Digital Skills Lead vertegenwoordigt ze België bij het DG Connect van de Europese Commissie. Mevr. Van Uffelen werd in 2011 uitgeroepen tot ICT-vrouw van het jaar. Ze is geboren in 1961 en studeerde af aan het Hoger Pedagogisch Instituut en het Hoger Instituut voor Lichamelijke Opvoeding in Antwerpen. 13 Dhr. Wyngaard is eerste schepen van Openbare Werken, Mobiliteit, Parkeren en Sport in Ukkel. Hij was voorafgaandelijk aan zijn politieke mandaten werkzaam bij de Juridische Dienst van de Koninklijke Belgische Voetbalbond (2006-2008). Hij werkte als assistent en onderzoeker aan het Centrum voor Publiek Recht van de Université Libre de Bruxelles (2008-2010), waar hij momenteel assistent is aan de rechtsfaculteit. Hij was politiek secretaris van de Ecolo fractie in het Brussels Hoofdstedelijk Parlement (2010-2018). Hij was voorzitter van de Haven van Brussel (2013-2014). Hij is Vice-Voorzitter van de Raad van Bestuur en het Directiecomité van Sibelga. Hij is ook Voorzitter van het auditcomité van Sibelga. Hij is bestuurder (lid van het Bureau) van Interfin en Publi-T CV en bestuurder van NextGrid Holding NV sinds januari 2025. Geboren in 1983, behaalde dhr. Wyngaard een Masterdiploma rechten met een major publiek recht aan de Universiteit van Brussel (ULB) en een aanvullende Master in milieurecht en in publiek vastgoedrecht aan de University Faculty van Saint-Louis.

14 Els Neirynck heeft uitgebreide ervaring als Chief Financial Officer (CFO) bij diverse bedrijven. Zij is Chief Financial Officer van Lineas NV. Voorafgaand aan deze functie was mevrouw Neirynck CFO van verschillende bedrijven, zoals Haudecoeur Group (2023-2025), Joris Ide Group (2009 – 2018) en Vitalo Group (2005 – 2008) en was zij interim-CFO van Beltaste (Van Reusel) (in 2018) en Atos Origin Benelux (2008 – 2009). Geboren in 1967, behaalde mevrouw Neirynck een Masterdiploma in economie aan de Universiteit van Gent (1989), een Master na Master inCorporate Tax (1991), een Master in Corporate Finance aan EHSAL Brussel (1997) en een Master in ‘Mergers and Acquisitions’ aan de London Business School. 15 Geboren in 1952, volgde Eddy Vermoesen een academische opleiding aan de Koninklijke Militaire Academie en de School voor Militaire Directeurs. Aan de KU Leuven behaalde hij een Masterdiploma overheidsmanagement en bestuurskunde. Binnen Defensie was hij budgetverantwoordelijke van de Medische Dienst en later administratief directeur van het Militair Hospitaal in Neder-over-Heembeek. Hij was ook lid van de raad van censoren van de Nationale Bank van België. Momenteel is hij bestuurder van Publi-T CV en bestuurder sinds januari 2025 van NextGrid Holding NV, en Vice-Voorzitter van IGEAN (autonoom overheidsbedrijf actief in de ondersteunende diensten), en Vice-Voorzitter van FINEG (Financieringsholding voor Elektriciteits- en aardgasverkoop).

16Mevrouw Bozet werd benoemd tot niet-uitvoerend onafhankelijk bestuurder door de gewone algemene vergadering van 20 mei 2025. Mevr. Bozet heeft uitgebreide ervaring in leidinggevende functies binnen de industriële sector en bekleedt momenteel verschillende onafhankelijke bestuursfuncties. Zij is lid van de Raad van Bestuur en het Audit- en risicocomité van SES Satellites, evenals lid van de Raad van Bestuur, het Audit- en risicocomité en het Vergoedingscomité van FN Browning Group. Fabienne Bozet heeft een Masterdiploma in Business Engineering van HEC Liège en voltooide het INSEAD International Directors Programme.

17 Mevrouw Lemaitre-Rozencweig werd benoemd tot niet-uitvoerend onafhankelijk bestuurder door de gewone algemene vergadering van 20 mei 2025. Mevrouw Lemaitre-Rozencweig is een ervaren bestuurder, gespecialiseerd in governance, strategie en human resources. Zij was lid van de raden van bestuur van VOO NV, Orange Belgium en Atenor NV en was voorzitster van de Raad van Bestuur van het Erasmusziekenhuisl. Mevrouw Lemaitre-Rozencweig richtte ENGIE University op en leidde deze gedurende 17 jaar. Nadine Lemaitre-Rozencweig behaalde een doctoraat in toegepaste economie aan de Solvay Business School (ULB), waar ze meer dan 30 jaar lesgaf en talrijke studies over strategisch human resources management publiceerde.

18 Mevrouw Pieron werd benoemd tot niet-uitvoerend onafhankelijk bestuurder door de gewone algemene vergadering van 20 mei 2025. Mevrouw Pieron is een vooraanstaand expert in audit, fiscaliteit en risicobeheer en is momenteel onafhankelijk bestuurder en voorzitster van het Audit- en risicocomité bij FN Browning Group. Voorheen was zij actief als Partner en Special Counsel bij het internationale advocatenkantoor Mayer Brown in Brussel. Daarvoor was mevrouw Pieron Partner bij Deloitte Belgium. Astrid Pieron heeft een Masterdiploma in rechten van UCL en een International Directors Programme-certificaat van INSEAD.

19 De heer Christophe Peeters werd op 11 december 2025 door de Raad van Bestuur gecoöpteerd als niet-uitvoerend bestuurder, benoemd op voordracht van NextGrid Holding NV in opvolging van de heer Geert Versnick. De benoeming van Christophe Peeters als niet-uitvoerend bestuurder door de Raad van Bestuur moet worden bevestigd door de gewone algemene vergadering die op 19 mei 2026 zal plaatsvinden. Dhr. Peeters is Schepen van de stad Gent met een portefeuille die bestaat uit Financiën, Stedenbouw, Erfgoed en Administratieve Vereenvoudiging. Hij heeft in deze rol door de jaren heen een indrukwekkend en consistent staat van dienst opgebouwd. Hij is sinds 2017 vicevoorzitter en lid van het strategisch comité bij Eandis/Fluvius, sinds 2019 voorzitter van de Vlaamse Energieholding, sinds 2025 voorzitter van Publi-T en sinds 2025 bestuurder bij NextGrid Holding NV. Christophe Peeters behaalde een diploma Burgerlijk Ingenieur aan de Universiteit van Gent.

2025

Vertegenwoordigers van de federale regering met adviserende rol

—Pierre Brassinne20

—Sofie Defour21

Adviserende comités van de Raad van Bestuur

Corporate governance comité

—Roberte Kesteman, Voorzitster

—Pieter De Crem

—Nadine Lemaitre-Rozencweig

—Dominique Offergeld

—Saskia Van Uffelen

Corporate governance comité ad hoc

—Roberte Kesteman

—Nadine Lemaitre-Rozencweig

—Saskia Van Uffelen

Auditcomité

—Fabienne Bozet, Voorzitster

—Els Neirynck

—Roberte Kesteman

—Bernard Thiry

—Eddy Vermoesen

Vergoedingscomité

—Dominique Offergeld, Voorzitster

—Pieter De Crem

—Roberte Kesteman

—Nadine Lemaitre-Rozencweig

—Saskia Van Uffelen

College van Commissarissen

—BDO Bedrijfsrevisoren BV, vertegenwoordigd door Michaël Delbeke

—EY Bedrijfsrevisoren BV, vertegenwoordigd door

Frédéric De Mee22

College van dagelijks bestuur23

—Frédéric Dunon, Voorzitter en Chief Executive Officer24

—Nicolas Pire, Ondervoorzitter en Chief Financial Officer25

—Markus Berger, Chief Infrastructure Officer

—David Zenner, Chief Assets Officer

—James Matthys-Donnadieu, Chief Customers, Markets & System Officer

—Claire Tomasina, Chief Human Resources Officer26

—Peter Michiels, Co-Chief Human Resources Officer27

Secretaris-Generaal

—Marie Deneve

20 Pierre Brassinne is bij Koninklijk Besluit van 17 oktober 2025 benoemd tot vertegenwoordiger van de regering voor de Franstalige taalrol in de Raad van Bestuur van Elia Transmission Belgium NV ter vervanging van Maximilien Ralet. Hij heeft een adviserende rol in de Raad van Bestuur van Elia Transmission Belgium NV, zoals vastgelegd in de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt.

21 Sofie Defour is bij Koninklijk Besluit van 17 oktober 2025 benoemd tot vertegenwoordiger van de regering voor de Nederlandse taal rol in de Raad van Bestuur van Elia Transmission Belgium NV ter vervanging van Nele Roobrouck. Zij heeft een adviserende rol in de Raad van Bestuur van Elia Transmission Belgium NV, zoals voorgeschreven in de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt.

22 Vanaf 8 mei 2025 treedt Frédéric De Mee, Partner bij EY Bedrijfsrevisoren BV, op als vaste vertegenwoordiger van EY Bedrijfsrevisoren BV in de uitoefening van het mandaat als statutair commissaris voor het boekjaar eindigend op 31 december 2025, ter vervanging van Paul Eelen.

23 Pascale Fonck heeft met ingang van 1 oktober 2025 vrijwillig ontslag genomen als Chief Public & Regulatory Affairs & External Relations Officer en lid van het College van dagelijks bestuur.

24 Frédéric Dunon, Chief Executive Officer, werd door de Raad van Bestuur van 8 april 2025 benoemd tot Voorzitter van het College van dagelijks bestuur met ingang van 15 april 2025.

25 Nicolas Pire werd door de Raad van Bestuur benoemd op 8 april 2025 tot Chief Financial Officer en Ondervoorzitter van het College van dagelijks bestuur met ingang van 15 april 2025.

26 Claire Tomasina, Chief Human Resources Officer, werd door de Raad van Bestuur van 25 september 2025 benoemd tot Chief Human Resources Officer en lid van het College van dagelijks bestuur met ingang van 1 oktober 2025.

27 Na zijn vrijwillig ontslag treedt Peter Michiels vanaf 1 oktober 2025 op als Co-Chief Human Resources Officer. Peter Michiels zal de Vennootschap uiterlijk op 31 maart 2026 verlaten.

1.2. Raad van Bestuur

Op 31 december 2025 bestonden de Raden van Bestuur van Elia Transmission Belgium NV en Elia Asset NV uit twaalf (12) bestuurders die geen uitvoerende functie vervullen bij deze twee vennootschappen.

Dezelfde bestuurders zetelen in de Raden van Bestuur van Elia Transmission Belgium NV en Elia Asset NV.

Zes bestuurders zijn onafhankelijke niet-uitvoerende bestuurders in de zin van artikel 7:87 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, artikel 2, 30° van de Wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en de statuten van Elia Transmission Belgium NV. Zij hebben een gunstig eensluidend advies (“avis conforme”) over hun onafhankelijkheid ontvangen van de CREG. De andere zes niet-uitvoerende bestuurders zijn niet-onafhankelijke bestuurders, benoemd door de algemene vergadering op voorstel van Publi-T CV, op grond van de huidige samenstelling van het aandeelhouderschap en in overeenstemming met artikel 12.5 van de statuten van Elia Transmission Belgium NV. Overeenkomstig de wettelijke en statutaire bepalingen, worden de Raden van Bestuur van Elia Transmission Belgium NV en Elia Asset NV ondersteund door drie adviserende comités: het Corporate governance comité , het Auditcomité en het Vergoedingscomité, waarvan de samenstelling identiek is voor Elia Transmission Belgium NV en Elia Asset NV. Zoals beschreven in artikel 13.5.1 van de statuten, heeft de Raad van Bestuur van Elia Transmission Belgium NV een Corporate governance comité ad hoc opgericht specifiek voor alle aspecten die verband houden met het mandaat dat de Vennootschap op zich neemt als beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit in de zin van artikel 4.1.2 van het Vlaams Decreet van 8 mei 2009 houdende algemene bepalingen betreffende het energiebeleid. Dit Corporate governance comité ad hoc bestaat uitsluitend uit drie onafhankelijke bestuurders.

De Raden van Bestuur zien erop toe dat deze comités efficiënt functioneren.

Bernard Thiry
Voorzitter ad interim
Pieter De Crem
Els Neirynck
Roberte Kesteman
Fabienne Bozet Eddy Vermoesen Astrid Pieron Saskia van Uffelen
Nadine Lemaitre-Rozencweig Dominique Offergeld Thibaud Wyngaard Christophe Peeters

1.3. Diversiteit binnen de Raad van Bestuur

Aantal bestuurders van Elia

Transmission Belgium NV per 31 december 2025

Mannen

Vrouwen

35 - 54 jaar 2 ≥ 55 jaar 3

35 - 54 jaar / ≥ 55 jaar 7

Overeenkomstig artikel 9, § 2 van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, artikel 7:86 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en artikel 12.6 van de statuten van Elia Transmission Belgium NV en Elia Asset NV moet minstens één derde (1/3) van de leden de Raad van Bestuur van het andere geslacht zijn.

In overeenstemming met de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en de statuten, is de samenstelling van de Raad van Bestuur verder gebaseerd op genderdiversiteit en diversiteit in het algemeen, alsook complementariteit van bekwaamheden, ervaringen en kennis. Daarnaast dient er bij de hernieuwing van de mandaten van de leden van de Raden van Bestuur op worden toegezien dat een taalevenwicht wordt bereikt en behouden binnen de groep van bestuurders met de Belgische nationaliteit.

1.4. Bekwaamheden van het Auditcomité

Krachtens artikel 3:6, §1, 9° van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en overeenkomstig het huishoudelijk reglement van het Auditcomité, moet het jaarverslag de verantwoording bevatten van de onafhankelijkheid en van de deskundigheid op het gebied van boekhouding en audit van ten minste één lid van het Auditcomité.

De ervaring van Fabienne Bozet, Voorzitster van het Auditcomité, en van Els Neirynck, lid van het Auditcomité, wordt hieronder gedetailleerd beschreven.

Fabienne Bozet (niet-uitvoerend onafhankelijk bestuurder van Elia Transmission Belgium NV en Elia Asset NV en Voorzitster van het Auditcomité sinds 20 mei 2025) behaalde een Master in handelsingenieur aan de HEC te Luik. Zij werkte eerst als Chief Financial Officer bij Circuit Foil in Luxemburg en later als Chief Executive Officer van 2016 tot eind 2022, een periode waarin het bedrijf een aanzienlijke internationale groei kende. Fabienne bekleedt verschillende onafhankelijke bestuursmandaten, zoals bestuurder en lid van het Audit & Risicocomité van SES

Satellites, een beursgenoteerde wereldleider in satelliettelecommunicatie en lid van de Raad van Bestuur en van het Audit & Risicocomité van de FN Browning Group, een toonaangevend bedrijf in de defensie- en veiligheidssector.

Els Neirynck (niet-uitvoerend onafhankelijk bestuurder van Elia Transmission Belgium NV en Elia Asset NV en lid van het Auditcomité sinds 2023) heeft verschillende universitaire diploma’s. Zij behaalde een Master in economie aan de Universiteit Gent, een Master-na-Master in corporate tax en in corporate finance aan EHSAL Brussel en een Master in fusies & overnames aan de London Business School. Zij werkt al vele jaren als Chief Financial Officer. Els heeft ruime ervaring als Chief Financial Officer in verschillende bedrijven, zoals Haudecoeur group (2023-2025), Joris Ide Group (2009-2018) en Vitalo Group (2005-2008). Momenteel is zij Chief Financial Officer van Lineas NV.

1.5. College van dagelijks bestuur

Diversiteit binnen het College van dagelijks bestuur

Aantal leden van het College van dagelijks bestuur van Elia Transmission Belgium NV per 31 December 2025

De samenstelling van het College van dagelijks bestuur is gebaseerd op diversiteit in het algemeen, evenals op de complementariteit van vaardigheden, ervaring en kennis.

De leden van het College van dagelijks bestuur worden gekozen op basis van hun competentie, ervaring en onafhankelijkheid, wat hen geschikt maakt om het transmissiesysteem te beheren op technisch, financieel, menselijk en strategisch gebied.

Bij het zoeken naar en benoemen van nieuwe leden van het College van dagelijks bestuur wordt speciale aandacht besteed aan diversiteitsparameters op het gebied van leeftijd, geslacht, taalkundige balans en complementariteit.

Frédéric Dunon Chief Executive Officer
Nicolas Pire Chief Financial Officer
David Zenner Chief Assets Officer
James Matthys-Donnadieu Chief Customers, Markets and System Officer
Peter Michiels Co-Chief Human Resources Officer
Markus Berger Chief Infrastructure Officer
Claire Tomasina Chief Human Resources & Internal Communication Officer

1.6. Structuur van het aandeelhouderschap op de afsluitingsdatum

2. Interne controle en risicobeheer

2.1 Beheerssysteem voor risico’s en opportuniteiten

Bij Elia Transmission Belgium NV (ETB) is bedrijfsrisicobeheer (‘Enterprise Risk Management’ of ERM) niet louter een functionele eenheid, maar een proces dat onze medewerkers die in hun dagelijks werk met risico’s en opportuniteiten te maken hebben met de bestuursorganen van ons bedrijf verbindt. Onze medewerkers streven allemaal hetzelfde doel na, meer bepaald redelijke garanties bieden dat de strategie en doelstellingen op het gebied van activiteiten, rapportering en compliance worden uitgevoerd.

Onze organisatie heeft, zoals de reguleringsnormen en bedrijfscodes dat voorschrijven, een effectief systeem voor interne controle opgezet waarin alle onderdelen van het ERM op een geïntegreerde manier samenwerken.

2.1.1 Ons geïntegreerd kader

Ons bedrijfsrisicobeheer (‘Enterprise Risk Management’ of ERM) bestaat uit een geïntegreerd kader van interne controles dat ervoor zorgt dat we risico’s identificeren, beoordelen en beheren, zodat we onze activiteiten op een gecontroleerde, efficiënte en duurzame manier kunnen uitvoeren.

Dit kader is een concrete toepassing van het ‘3-lines model’ dat door het IIA (Instituut van Internal Auditors) werd ontwikkeld en uit volgende lagen bestaat:

1ste verdedigingslinie - Bedrijfsactiviteiten: deze leveren producten en diensten aan onze klanten en worden op dagelijkse basis met risico’s geconfronteerd. Hier gaat het om de primaire verantwoordelijkheid voor het beheren van organisatorische risico’s; hiervoor moeten passende risicobeperkende controles worden ontworpen en ingevoerd.

2de verdedigingslinie - Advies verlenen en toezicht houden i.v.m. de risico’s: deze rapporteren aan het senior management. Deze tweede verdedigingslinie omvat risicobeheers- en compliancefuncties die helpen om de eerste verdedigingslinie op te bouwen en/of erop toe te zien. Zij beoordelen activiteiten en belangrijke risico’s om ervoor te zorgen dat deze in lijn zijn met de bedrijfsdoelstellingen, de wet- en regelgeving en onze strategische doelstellingen.

3de verdedigingslinie - Onafhankelijke zekerheid: de interne audit zorgt voor onafhankelijke zekerheid over de toereikendheid en doeltreffendheid van ons bedrijfsrisicobeheer en onze bredere interne controleomgeving.

Dit kader omvat de essentiële bestanddelen waaruit ons ERM moet bestaan en is conform de reguleringsnormen en bedrijfscodes. Het is bedoeld om systematisch goed geproportioneerde ‘checks and balances’ in te voeren die de risicoblootstelling van ETB verminderen.

Dankzij dit ERM-kader is ETB een betrouwbaar bedrijf dat met zorg de risico’s op alle organisatieniveaus tijdig, geproportioneerd en transparant beheert met de hulp van haar hiërarchische georganiseerde bestuursorganen. Dankzij dit systeem waarmee we risico’s en opportuniteiten beheren, kunnen we het effect van onzekerheden op het behalen van onze doelstellingen identificeren, begrijpen en beheren.

Er is een sterke link tussen ons bedrijfsrisicobeheer en de dubbele materialiteitsbeoordeling die volgens de richtlijn inzake duurzaamheidsverslaggeving voor bedrijven (‘Corporate Sustainability Reporting Directive’ of CSRD) wordt uitgevoerd. Het resultaat van deze beoordeling wordt teruggekoppeld naar het beheersproces van onze risico’s en opportuniteiten. En ook omgekeerd vormen de effecten, risico’s en opportuniteiten die tijdens het jaar zijn geïdentificeerd de input voor de jaarlijkse materialiteitsbeoordeling. Dit wijst erop dat de aanpak van ETB gebaseerd is op geïntegreerd denken, wat op zijn beurt ETB helpt om op termijn toegevoegde waarde te creëren en te behouden.

Belangrijkste punten van ons governancekader voor het beheer van bedrijfsrisico’s:

Referentiekader risico’s/ documenten

Risicobeleid Risicoverslag

Risicobeleid Risicoverslag

Risicoregister van het bedrijf bijhouden

Betrokken actoren Actie

Beheer van bedrijfsrisico’s Plannen inzake bedrijfscontinuïteit

Register bedrijfsrisico’s bijhouden

Resultaat

Raad van bestuur & Auditcomité Toetsen van risicoverslaggeving Toezicht door de top van de organisatie Richting aangeven

College van dagelijks bestuur Toetsen van risicoverslaggeving Valideren van risicobereidheid van de organisatie

Definiëren van de strategie

Risk-departementen Verwerking van contextuele informatie

Voorbereiding van risicoverslaggevingsoefening

Ondersteuning voor risicobeoordeling

Advies aan de business

Monitoren van vorderingen actieplannen

Verantwoordelijke directeurs en senior management Vertalen van strategie in stappenplannen

Overzicht van bedrijfsrisico’s

Input voor risicoverslaggeving

Coördineren van actieplannen

Toezicht door de top Richting aangeven

Holistische kijk op risico’s en onzekerheden

Consistente risicobeoordeling

Veerkrachtigere processen

Action Owners Uitvoeren van actieplannen Risicobeperking

2.1.2 Risico-identificatie

Het identificeren van de risico’s gebeurt op verschillende niveaus van de organisatie.

Op operationeel niveau maken de risico’s m.b.t. de bedrijfsactiviteiten deel uit van onze dagelijkse activiteiten. Hier moeten opkomende en veranderende risico’s in een zeer dynamische bedrijfsomgeving worden geïdentificeerd. Het management zorgt ervoor dat de bedrijfsactiviteiten worden gemonitord, de interne controles doeltreffend zijn en lacunes die deze interne controles moeten versterken, worden aangepakt. Risicobeheer moet ervoor zorgen dat deze taken deel uitmaken van een bottom-up-aanpak, zodat de bestuursorganen van ons bedrijf een waarheidsgetrouw en eerlijk beeld van de risico’s krijgen.

Op strategisch niveau identificeren we voortdurend nieuwe bedreigingen voor de uitvoering van onze strategie of onvoorziene obstakels die de voortgang van onze risicobeperkende plannen in gevaar brengen. De Risk Manager en het college van dagelijks bestuur houden elkaar op de hoogte en zijn alert voor veranderingen die een eventuele aanpassing van de risicobeoordeling en de daaraan verbonden actieplannen vereisen. Deze dialoog maakt deel uit van het risicobeheersproces en vindt meestal plaats wanneer de risicoverslagen worden voorgesteld of ad-hoc-risico-oefeningen worden uitgevoerd. Binnen deze top-down-aanpak moet het risicobeheer ervoor zorgen dat strategische acties op de juiste manier worden vertaald naar de bedrijfsactiviteiten.

Door het gelijktijdig hanteren van een top-down- en bottom-up-aanpak kan ETB nieuwe bedreigingen identificeren en, in de mate van het mogelijke, hierop anticiperen. Daarnaast kan ze op eventuele incidenten reageren, zowel buiten als binnen de organisatie, die de realisatie van de doelstellingen zouden kunnen beïnvloeden.

2.1.3 Risicobeoordeling

Risicodimensies: potentiële schade wordt uitgedrukt in termen van bevoorradingscontinuïteit, veiligheid & gezondheid, reputatie, winst & verlies of cashflow.

De kriticiteit van het risico is een afweging van de waarschijnlijkheid dat het zich voordoet en de impact ervan. Waarschijnlijkheid dat een risico zich voordoet:

Beoordeling van het effect van de risico’s volgens verschillende tijdschema’s (in jaren)

Vanaf Tot Voorbeelden:

Kortetermijnrisico’s

5 Bijna zeker Er is > 80% kans dat het voorval zich één keer per jaar zal voordoen

4 Waarschijn lijk Er is > 80% kans dat het voorval zich één keer om de drie jaar zal voordoen

3 Mogelijk Er is > 80% kans dat het voorval zich één keer om de tien jaar zal voordoen

2 Laag Er is een kans van 20 tot 80% dat het voorval zich één keer om de tien jaar zal voordoen

1 Geen Er is minder dan 20% kans dat het voorval zich één keer om de tien jaar zal voordoen

Impact (in de praktijk wordt de schaal vertaald in specifieke criteria voor elke risicodimensie):

5 Levensbedreigend

4 Hoog

3 Gemiddeld

2 Laag

1 Geen

We beoordelen ook wanneer een risico kan ontstaan, zoals in de onderstaande tabel is aangegeven. Daarbij beoordelen we de tijd voordat er materiële schade wordt ondervonden: Nu, korte (< één jaar), middellange (< vijf jaar) of lange termijn (> vijf jaar).

Middellangeter mijnrisico’s

Langetermijnrisico’s

0 1 Operationele risico’s omtrent de bevoorradingszekerheid en cyberaanvallen zouden zich over een jaar of twee kunnen voordoen. Uitzonderingen: extreme weersomstandigheden en klimaatrisico’s. Hun terugkeerfrequentie ligt doorgaans in de grootteorde van 1 op 100 jaar. Dit rechtvaardigt de verruiming van het tijdskader voor kortetermijnrisico’s: tussen 0 en 5 jaar.

2 5 De tariefmethodologieën worden vastgelegd voor periodes van 4 jaar in België en 5 jaar in Duitsland. Uitzondering: voor klimaatrisico’s wordt een andere grootteorde gebruikt van 5 tot 10 jaar.

6 10 De netontwikkelingsplannen die beschrijven welke investeringen er nodig zijn voor de nationale transmissienetten hebben een termijn van tien en twintig jaar. Onze duurzaamheidsdoelstellingen, beschreven in ons ActNowprogramma, omvatten de doelen die we nastreven tegen 2030 en 2040. Uitzondering: aangezien we verschillende klimaatscenario’s onderzoeken en kwetsbaarheidsbeoordelingen uitvoeren, nemen we langere tijdshorizonten in aanmerking: 2050 en 2085. Deze horizonten zijn afgestemd op de levensduur van grote investeringen en nieuwe assets. Dit rechtvaardigt het hanteren van een uitgebreider tijdskader voor wat wij als de ‘lange termijn’ beschouwen: tussen tien en 80 jaar.

2.1.4 Risicobeheer

Risicobeheerders beoordelen samen met de betrokken interne stakeholders de kriticiteit van elk substantieel risico. De kriticiteit is een afweging tussen de waarschijnlijkheid dat het risico zich voordoet, de geschatte impact van het risico en de doeltreffendheid van de controle- en risicobeperkende maatregelen die de waarschijnlijkheid en/of de impact zouden verminderen.

We beoordelen ook het substantiële karakter van deze risico’s door te evalueren hoe hun kriticiteit ten opzichte van het vorige rapport veranderd is.

Risicodimensies

Continuïteit van de bevoorrading

Reputatie

Waarden die het substantiële karakter van risico’s aangeven

Aantal mensen die worden getroffen door de verstoringen in de bevoorrading. Een drempel van 250 duizend mensen wordt als substantieel beschouwd.

Een voorbeeld van een aanzienlijk effect op de reputatie is het niet tijdig leveren van transmissie-infrastructuur ter ondersteuning van de integratie van hernieuwbare energie.

Cashflow Risico’s die, indien ze zich voordoen, ertoe zouden leiden dat ten minste 10% van onze totale beschikbare liquiditeit wordt aangetast.

Winst en verlies

veiligheid en gezondheid

Een bedreiging voor de uitvoering van onze strategie of voor de waardecreatie

Risico’s, die indien ze zich zouden voordoen, een impact van 1,5% op onze winst en verlies zouden hebben.

Risico’s die, indien ze zich voordoen, letsels bij het personeel en/of werkverzuim zouden teweegbrengen.

Elke bedreiging, die indien ze zich voordoet, een schadelijk effect kan hebben op de uitvoering van onze strategie. Bijvoorbeeld een bedreiging voor de waardecreatie zoals uitgestippeld in onze voornaamste strategische initiatieven m.b.t. de netten, het systeembeheer, de marktfacilitering of de ondersteuning van de energietransitie en in het bijzonder de decarbonisatie.

Het resultaat van de risicobeoordeling wordt vergeleken met onze risicobereidheid, het risiconiveau dat we bereid zijn om te aanvaarden bij het nastreven van onze doelstellingen, én voordat er actie nodig wordt geacht om het risico te beperken.Als de impact van risico’s groter is dan onze risicobereidheid, worden er actieplannen doorgevoerd om de risico’s te beperken, zodat hun impact afneemt tot een aanvaardbaar niveau. Er worden risicomatrixen ontwikkeld per risicodimensie om deze beoordeling te vergemakkelijken. De departementen vertalen deze risicomatrixen naar hun eigen bedrijfscontext om een consistent en transparant risicobeheer te garanderen.

De risicoverslagen werden in 2025 tweemaal beoordeeld door de raad van bestuur en het auditcomité en ook door het college van dagelijks bestuur. Samen met het college van dagelijks bestuur droegen zij bij aan de beoordeling van de maatregelen die werden aangenomen om op uiteenlopende risico’s te reageren. Wanneer er sprake was van mogelijke bedreiging of opportuniteiten, werden actieplannen of specifieke, themagerelateerde risicobeoordelingen uitgevoerd.

ETB evalueert continu of haar aanpak omtrent risicobeheer adequaat is. De evaluatieprocedures omvatten naast controleactiviteiten (die worden uitgevoerd als een onderdeel van onze normale bedrijfsactiviteiten) ook specifieke ad-hoc-beoordelingen van geselecteerde thema’s. Het interne auditteam speelt een belangrijke rol in deze controleactiviteiten, aangezien het onafhankelijke evaluaties uitvoert van belangrijke financiële en operationele procedures, alsook van risicobeperkende maatregelen. De resultaten van deze reviews worden aan het auditcomité gerapporteerd. Zo ondersteunen ze het auditcomité in het uitvoeren van zijn opdracht, namelijk het toezicht op de efficiëntie van de interne controlesystemen, het risicobeheer en de processen voor de duurzaamheidsverslaggeving van de onderneming.

2.1.5 Risico’s

Overzicht

Impacttermijn Bedrijfsactiviteiten

# Risico’s Kriticiteit Nu Korte termijn Middellange termijn Kernactiviteiten Transversale activiteiten 1 Elektrificatie

2

6 Veiligheid en gezondheid

7 Infrastructuurprojecten

8 Toeleveringsketen

9 Bevoorradingszekerheid

10 Regelgevend kader

Legende

Kriticiteit: het belang van opportuniteiten op basis van impact en waarschijnlijkheid

Impacttermijn: Hoe lang duurt het voordat er materiële schade optreedt? Korte termijn beslaat hier een periode van minder dan één jaar en middellange termijn een periode van minder dan vijf jaar.

Kernactiviteiten

Systeemplanning

Ontwerp en bouw van infrastructuur

Netbeheer enonderhoud

Systeembeheer

Marktwerking

Trusteeship

Transversale activiteiten

Diensten ter bevordering van de elektrificatie

Facilitators voor de bedrijfsactiviteiten

Elektrificatie

De snelle elektrificatie brengt aanzienlijke uitdagingen met zich mee voor de verdere ontwikkeling van ons net. De huidige infrastructuurplannen kunnen mogelijk niet inspelen op de snel groeiende vraag, die bovendien onzeker is en lastig te voorspellen blijft. Zonder proactieve maatregelen dreigt Elia Transmission Belgium een bottleneck te worden in de energietransitie. Vooral de sterke stijging van het aantal netaansluitingsaanvragen, onder meer voor batterijen, datacenters, legt een aanzienlijke druk op de bestaande processen en middelen.

Hoofdoorzaak

1.Stijging van het aantal aansluitingsaanvragen

Het aantal aansluitingsaanvragen groeit snel door de elektrificatie van residentiële, industriële en opkomende sectoren. Dit geldt vooral voor batterijen en datacenters.

2.Beperkte investeringscapaciteit

De bestaande middelen zijn grotendeels ingezet voor de lopende projecten, waardoor er weinig ruimte overblijft om nieuwe aanvragen te behandelen of op onverwachte noden in te spelen.

3.Tekort aan gespecialiseerd talent

Het blijft een uitdaging om over de nodige kritieke expertise te beschikken, waardoor de oplevering van infrastructuurprojecten niet altijd volgens planning verloopt.

4.Complexe en langdurige aansluitingsprocedures

De huidige procedures voor aansluitings- en systeemstudies bestaan uit verschillende stappen en zijn sterk gereguleerd. Dit kan de implementatie vertragen en de algemene efficiëntie verminderen.

5. Starre aanpak voor aansluitingen

Het huidige principe ‘first come, first served’ biedt weinig flexibiliteit. Daardoor worden projecten die voldoende zijn voorbereid en klaar staan om te worden uitgevoerd, niet altijd als eerste opgepakt.

Wat doet ETB?

Residueel risico

Als beheerder van het hoogspanningsnet spelen we een sleutelrol in de energietransitie in België en Europa. We streven ernaar dat de ontwikkeling van het net gelijke tred houdt met de toenemende elektrificatie, zonder dat dit ten koste gaat van betrouwbaarheid, efficiëntie of duurzame waardecreatie.

Elia Transmission Belgium gaat deze uitdaging aan met operationele verbeteringen gecombineerd met strategische initiatieven:

Het aansluitingsproces versnellen via digitalisering, hosting capacity maps en snellere studies, om doorlooptijden te verkorten en de klantervaring te verbeteren.

Prioriteringsmechanismen invoeren die verder gaan dan het principe ‘first come, first served’, zodat kritieke projecten, zoals batterijen en datacenters, efficiënter kunnen worden geïntegreerd.

Flexibele aansluitingen aantrekkelijker maken door tijdelijke oplossingen aan te bieden waarmee sneller extra capaciteit beschikbaar wordt, zonder daarbij de kosten of complexiteit uit het oog te verliezen.

Zorgen voor meer flexibiliteit in onze portefeuille via dynamische investeringsplanning en een geoptimaliseerde toewijzing van middelen.

Bestaande netcapaciteit maximaliseren door geavanceerde technologieën in te zetten, zoals Dynamic Line Rating en op AI gebaseerde voorspellingen.

Risicodimensies:

Veiligheid en gezondheid

Continuïteit van de bevoorrading

Reputatie

Winst en verlies

Cashflow

Kriticiteit

Impacttermijn

Betaalbaarheid

De betaalbaarheid van de energietransitie is een belangrijke strategische prioriteit voor Elia Transmission Belgium. De overgang naar een meer geëlektrificeerd en duurzaam energiesysteem zal ons veerkrachtiger maken en helpen om op lange termijn minder gevoelig te zijn voor schommelende energieprijzen. Tegelijk is het essentieel om de investeringskosten efficiënt te beheren, zodat we het vertrouwen van onze stakeholders behouden en het draagvlak in de samenleving blijven verzekeren.

Hoofdoorzaak

1.Stijgende investeringsnoden

De snelle ontwikkeling van de infrastructuur zet de financiële en operationele middelen onder druk, waardoor het moeilijker wordt om flexibel in te spelen op onverwachte noden.

2.Coördinatie van complexe projecten

Door veranderingen in de regelgeving wordt de integratie van offshore en onshore projecten steeds complexer, wat op termijn kan leiden tot hogere kosten.

3.Beperkingen binnen de toeleveringsketen

Doordat er veel vraag is naar kritieke materialen en diensten en er slechts een beperkt aantal leveranciers is, stijgen de kosten en zijn de levertijden moeilijk te voorspellen.

4.Strikte normen en marktbelemmeringen

Wanneer technische vereisten en kwalificatieprocessen voortdurend veranderen, kan dit innovatie en concurrentie belemmeren, waardoor de algemene betaalbaarheid in het gedrang kan komen.

5.Verschuivingen in de leveringsprioriteiten

Plotselinge wijzigingen in projectplanningen of kostendoelstellingen, zonder dat hierover voldoende afstemming is, kunnen leiden tot inefficiënties bij de leveranciers en de interne teams.

Wat doet ETB?

Residueel risico

Elia Transmission Belgium wil de energietransitie betaalbaar houden en levert daarbij de nodige infrastructuur voor een betrouwbaar en duurzaam elektriciteitssysteem. Om dat waar te maken, hebben we concrete maatregelen genomen, waarbij we inzetten op kostenbeheersing, innovatie en transparantie tegenover alle stakeholders.

Een strategisch CAPEX-beheer zorgt ervoor dat er op een doordachte manier wordt geïnvesteerd. Door duidelijke grenzen te stellen en kosten beter op te volgen, kunnen middelen op een efficiënte manier worden toegewezen.

De transformatie van onze aankoopmethoden maakt ons veerkrachtiger door ons leveranciersbestand uit te breiden en de kwalificatiecriteria te harmoniseren, wat de concurrentie bevordert en het risico op afhankelijkheid vermindert.

Technische standaardisatie maakt processen eenvoudiger door technische vereisten zoveel mogelijk op elkaar af te stemmen. Dit vermindert de complexiteit en kosten gedurende de hele levenscyclus en ondersteunt tegelijkertijd marktgedreven oplossingen.

De TOTEX-benadering zorgt ervoor dat de totale kosten vanaf het begin worden meegenomen in de project- en aankoopplanning, zodat beslissingen consistenter zijn en gericht op kostenefficiëntie op lange termijn.

Een betere communicatie en versterkt stakeholdermanagement scheppen vertrouwen door een transparante dialoog met beleidsmakers, leveranciers en gemeenschappen, waarbij keuzes en afwegingen duidelijk worden toegelicht.

Prioriteren van investeringen op basis van risico’s die we bepalen aan de hand van scenarioplanning en risicomodellen, maar waarbij we blijven focussen opbetaalbaarheid en betrouwbaarheid.

Risicodimensies:

Veiligheid en gezondheid

Continuïteit van de bevoorrading

Reputatie

Winst en verlies Cashflow

Kriticiteit

Impacttermijn

Bedrijfscontinuïteit

Onze bedrijfscontinuïteit wordt steeds vaker op de proef gesteld door allerlei soorten incidenten, zoals sabotage, diefstal, cyberaanvallen en extreme weersomstandigheden. Door geopolitieke spanningen en de toegenomen digitalisering van het net nemen deze risico’s nog verder toe. Hierdoor is het belangrijker dan ooit om goede beveiligingsmaatregelen te nemen en nauw samen te werken met alle stakeholders. Veerkracht is daarbij essentieel om de betrouwbaarheid van het elektriciteitssysteem te garanderen en het vertrouwen van consumenten, investeerders en de samenleving in zijn geheel te behouden.

Hoofdoorzaak

Wat doet ETB?

1.Fysieke en hybride bedreigingen

Overal ter wereld zien we een toename van vandalisme, agressie tegen medewerkers en het gebruik van drones. Dit komt vaak voort uit geopolitieke spanningen.

2.Risico’s op het vlak van cyberveiligheid

Gerichte cyberaanvallen op operationele en IT-systemen neemt toe, als reactie op verscherpte controles en voortdurende veranderende eisen in de regelgeving waaraan bedrijven moeten voldoen.

3.Extreme weersomstandigheden en klimaatverandering

Frequentere en hevigere weersomstandigheden vormen een risico voor onze infrastructuur en de stabiliteit van het elektriciteitsnet.

4.Digitale afhankelijkheid en soevereiniteit

Onze toenemende afhankelijkheid van digitale systemen en grensoverschrijdende datastromen maakt ons kwetsbaarder en roept vragen op over soevereiniteit.

5.Beperkt wettelijk kader en onvoldoende samenwerking

Doordat er geen duidelijk juridisch kader is en de samenwerking tussen de publieke en private sector onvoldoende gestructureerd is, kunnen we minder doeltreffend inspelen op nieuwe dreigingen.

Als kritieke beheerder van transmissienetten voor elektriciteit hanteert Elia Transmission Belgium een proactieve aanpak om haar systemen te beschermen en de continuïteit van de dienstverlening te garanderen, zelfs bij onverwachte gebeurtenissen. Onze aanpak combineert verschillende aspecten:

De beveiliging en IT-bescherming verbeteren via gevanceerde monitoring- en vroegtijdige detectiesystemen, ondersteund door een Cyber Security Operations Centre dat 24/7 actief is. Geregeld kwetsbaarheidsbeoordelingen uitvoeren, firmwareupdates doorvoeren en verplichte opleidingsprogramma’s aanbieden om voorbereid te blijven op nieuwe bedreigingen.

Kritieke sites segmenteren en beveiligen, zodat onze kritieke infrastructuren altijd beschermd zijn met actuele procedures en strikte toegangscontroles.

Het juridische en governancekader versterken via formele overeenkomsten en compliancemaatregelen die de verantwoordelijkheden verduidelijken en de coördinatie verbeteren.

De samenwerking tussen de publieke en private sector versterken en de crisisparaatheid verbeteren door gestructureerde partnerschappen en gezamenlijke oefeningen, zodat we bij incidenten snel en efficiënt kunnen reageren.

Onze infrastructuur versterken en de klimaatbestendigheid verhogen via klimaatrisicoanalyses, scenarioplanning en strenge ontwerpnormen, zodat ze bestand is tegen extreme weersomstandigheden.

Residueel risico

Risicodimensies:

Veiligheid en gezondheid

Continuïteit van de bevoorrading

Reputatie

Winst en verlies

Cashflow

Kriticiteit

Impacttermijn

Nu 1 jaar 5 jaar

Digitalisering

Elia Transmission Belgium zet haar digitale transformatie voort om de operationele uitmuntendheid te versterken en de energietransitie te ondersteunen. De toenemende complexiteit van het IT-landschap en steeds strengere eisen vragen om meer integratie, governance en innovatie. Door onze digitale vaardigheden te versterken en onze strategieën binnen de hele organisatie op elkaar af te stemmen, willen we veilige, efficiënte en toekomstbestendige oplossingen aanbieden.

Hoofdoorzaak

Wat doet ETB?

1.Governance en coördinatie

Verschillende prioriteiten binnen de entiteiten kunnen leiden tot inconsistente benaderingen en gemiste synergieën.

2.Capaciteitsbeperkingen bij IT/OTconvergentie

Voor de integratie van IT- en OT-technologieën zijn extra middelen en expertise nodig om de schaalbaarheid en beveiliging te waarborgen.

3.Concentratie in de digitale industrie (Hyperscaler)

Een sterke afhankelijkheid van een klein aantal (voornamelijk niet-Europese) cloudproviders roept vragen op over digitale soevereiniteit en de naleving van de veranderende regelgeving.

4.Regulatoire vereisten

Nieuwe regels vragen om strengere veiligheids- en compliancemaatregelen.

5.Organisatorische beperkingen

Traditionele opleveringsmodellen en een tekort aan de juiste vaardigheden belemmeren de overstap naar agile en innovatieve oplossingen.

Elia Transmission Belgium versnelt haar digitale transformatie om de energietransitie te realiseren en operationele uitmuntendheid te bereiken. We investeren volop in een robuuste en geïntegreerde digitale omgeving, zodat we bij de uitvoering van al onze activiteiten efficiënter kunnen werken, de beveiliging opvoeren en veerkrachtiger worden.

Om deze doelstellingen te bereiken, gaat ETB gericht aan de slag:

De mensen en de processen om de IT-projecten te ontwikkelen, op te leveren en te beheren versterken door de kernverantwoordelijkheden te verduidelijken, zodat de digitale programma’s efficiënt en consistent worden geïmplementeerd.

Innovatie bevorderen via artificiële intelligentie en strategische partnerschappen om nieuwe opportuniteiten te creëren op het vlak van operationele uitmuntendheid en klantgerichte oplossingen.

Een gestructureerd change management implementeren, waardoor digitale initiatieven naadloos aansluiten bij de prioriteiten van het bedrijf en vlot geïntegreerd worden in de organisatie.

Cyberveiligheid en compliancekaders (NIS2) verder versterken, om onze processen te beveiligen en te kunnen inspelen op veranderingen in de regelgeving. Dit versterkt niet alleen het vertrouwen, maar maakt ETB ook veerkrachtiger.

Residueel risico

Risicodimensies:

Veiligheid en gezondheid

Continuïteit van de bevoorrading

Reputatie

Winst en verlies

Cashflow

Kriticiteit Impacttermijn

5 jaar

Financiering

Elia Transmission Belgium speelt een sleutelrol in de energietransitie door het elektriciteitsnet verder uit te bouwen en te versterken. Om dit mogelijk te maken, zijn er grote investeringen nodig. Het is daarbij van belang dat deze investeringen de financiële stabiliteit waarborgen en waarde op lange termijn bieden voor zowel de maatschappij als de stakeholders. Tegelijkertijd moet er rekening worden gehouden met voortdurend veranderende regelgevende kaders en marktomstandigheden.

Hoofdoorzaak Wat doet ETB?

1.Evoluerende criteria van ratingbureaus

Ratingbureaus passen hun ratingmethodologieën regelmatig aan. Dit kan invloed hebben op ons kredietprofiel en onze financieringsvoorwaarden, en dus mogelijk ook op de financieringskosten en de toegang tot de markt.

2.Regulatoire onzekerheid en afhankelijkheid van het kader

De financieringsvoorwaarden zijn afhankelijk van tijdige regulatoire beslissingen die voldoende rendement op de investeringen waarborgen. Aankomende veranderingen in de regelgeving kunnen een impact hebben op de financieringsvoorwaarden. Daarom is het belangrijk om proactief te zijn.

3.Langetermijninvesteringen

Grote infrastructuurprojecten vragen investeringen die zich over meerdere jaren uitstrekken. Dit maakt het niet altijd eenvoudig om prioriteiten bij te stellen wanneer de omstandigheden veranderen.

4.Cash flow en projectplanning

Een goede afstemming tussen de inkomende kasstromen en de belangrijkste projectmijlpalen is essentieel om de liquiditeit te verzekeren en financieel veerkrachtig te blijven gedurende de hele investeringscyclus.

Elia Transmission Belgium streeft bij de financiering van haar ambitieuze investeringsprogramma naar het behoud van financiële stabiliteit en duurzame waardecreatie voor alle stakeholders. We nemen proactieve maatregelen om de nodige middelen te verkrijgen en flexibel te blijven in een omgeving die voortdurend in verandering is.

Onze aanpak bestaat uit een constructieve dialoog met de regulatoren, een grondige planning van onze investeringen en een brede waaier aan financieringsmogelijkheden, zodat we kritieke infrastructuurprojecten succesvol kunnen realiseren:

Voortdurend in dialoog gaan met de overheden, om duidelijke kaders te bewerkstelligen, zodat we tijdig kunnen investeren en een billijk rendement garanderen.

Een strikte CAPEX-discipline hanteren, waarbij projecten worden geprioriteerd en verbintenissen worden aangegaan om flexibiliteit en kostenefficiëntie binnen de portefeuille te behouden.

Een gediversifieerde financieringsstrategie toepassen waarbij verschillende financieringsinstrumenten worden gecombineerd om de kapitaalstructuur te optimaliseren en de organisatie niet afhankelijk te maken van één financieringsbron.

Focussen op de projectuitvoering, zodat het tijdschema voor de investeringen aansluit op de planning van de kasstromen en projecten efficiënt kunnen worden gerealiseerd.

Op een transparante manier communiceren met stakeholders (investeerders, ratingbureaus en financiële partners) om het vertrouwen te versterken en de continue toegang tot kapitaal veilig te stellen.

Residueel risico

Risicodimensies:

Veiligheid en gezondheid

Continuïteit van de bevoorrading

Reputatie

Winst en verlies

Cashflow

Kriticiteit

Impacttermijn

1 jaar 5 jaar

Veiligheid en gezondheid

Bij Elia Transmission Belgium staat het welzijn, de veiligheid en de gezondheid van medewerkers, aannemers en partners altijd op de eerste plaats. Het beheer en onderhoud van kritieke infrastructuren gaat gepaard met inherente risico’s. ETB doet er alles aan om deze te beperken, door in te zetten op strenge veiligheidsnormen, onze processen voortdurend te verbeteren en aan een sterke veiligheidscultuur te bouwen.

Hoofdoorzaak

Wat doet ETB?

1.Veiligheidsrisico

Incidenten kunnen ontstaan door menselijke fouten, niet goed afgestemde veiligheidspraktijken of doordat teams op een verschillende manier omgaan met risico’s.

2.Welzijn van medewerkers

Hoge werkdruk en maatschappelijke verwachtingen kunnen leiden tot burn-outs en conflicten.

3.Complexe activiteiten

De invoering van nieuwe technologieën en het toenemende aantal werven vergroten het risico op incidenten.

4.Toezicht op aannemers

Omdat we afhankelijk zijn van externe partners, is een goede coördinatie en de naleving van gezamenlijke veiligheidsnormen cruciaal.

5.Vaardigheden en opleidingshiaten

Onvoldoende opleiding of ervaring kan de operationele risico’s verhogen.

6.Fysieke dreiging

Het aantal veiligheidsincidenten en gevallen van agressie tegen onze medewerkers en aannemers neemt toe.

Gezondheid en veiligheid vormen een integraal onderdeel van al onze activiteiten. We zetten sterk in op preventie en voortdurende verbetering om mensen te beschermen en de veerkracht van onze organisatie te waarborgen. Dit komt tot uiting in verschillende initiatieven:

Onze veiligheidscultuur versterken via sensibiliseringscampagnes, opleidingsprogramma’s en initiatieven zoals Safety Flashes en gerichte actieplannen voor risicovolle situaties.

Risico’s beter beheersen, via gestructureerde processen voor het toezicht op aannemers, specifieke actieplannen met regelmatige opvolging en speciale veiligheidsdagen voor aannemers.

Welzijn centraal stellen met initiatieven die mentale gezondheid bevorderen en betrokkenheid binnen teams stimuleren.

Internationale normen naleven en transparantie garanderen door de Safety Culture Ladder te beklimmen en ons engagement verder te versterken met audits en duidelijke rapporten.

Onze rapporten verbeteren door onze processen te verfijnen en extra aandacht te besteden aan de analyse van bijna-ongevallen, om zo toekomstige incidenten te voorkomen.

Residueel risico

Risicodimensies:

Veiligheid en gezondheid

Continuïteit van de bevoorrading

Reputatie

Winst en verlies

Cashflow

Kriticiteit

Infrastructuurprojecten

Het is essentieel dat we onze infrastructuurprojecten op tijd, binnen budget en met hoge kwaliteit voltooien, zodat we de energietransitie kunnen ondersteunen en onze strategische ambities waarmaken. Omdat projecten steeds groter en complexer worden, moeten we ze zorgvuldig plannen en de risico’s proactief beheren om vertragingen en extra kosten te voorkomen. Op deze manier versterken we onze reputatie, behouden we het vertrouwen van onze stakeholders, verbeteren we onze financiële prestaties en garanderen we de bevoorradingszekerheid.

Hoofdoorzaak

1.Volatiliteit van de portefeuille en prioritering van projecten

Soms veranderen de scope of de planning van projecten, bijvoorbeeld bij vervangingsprojecten of BAU-initiatieven. Hierdoor wordt het beheer van de projectportefeuille een stuk complexer.

2.Uitdagingen i.v.m. de planning en toeleveringsketen

Omdat leveranciers soms onvoldoende capaciteit hebben en bepaalde kritieke onderdelen traag geleverd worden, kan dit gevolgen hebben voor de planning en is een proactieve coördinatie noodzakelijk.

3.Operationele en asset-gerelateerde risico’s

Door vervangingsprojecten uit te stellen, groeit het risico dat assets defect raken. Daarom zijn er extra mitigatiemaatregelen en noodplannen nodig.

4.Vergunningsaanvragen en lokale betrokkenheid

Omdat de vergunningsprocedures vaak ingewikkeld zijn en de betrokkenheid van lokale stakeholders vereist is, kunnen projecten, zeker die met een impact op het milieu, vertraging oplopen.

Wat doet ETB?

Elia Transmission Belgium wil haar infrastructuurprojecten tijdig en binnen budget realiseren om de energietransitie te ondersteunen.

Om dit doel te bereiken, hebben we een reeks maatregelen genomen om de planning te versterken, de coördinatie te verbeteren en ervoor te zorgen dat de projecten in onze portefeuille efficiënt worden uitgevoerd:

De portefeuille en projecten beter monitoren door de trackingsystemen te verbeteren en te focussen op de vervangingsnoden, zodat de projecten blijven vooruitgaan en geen vertragingen oplopen.

Beslissings- en arbitragecriteria toepassen om een transparante en evenwichtige prioritering te verzekeren, zodat we projecten tijdig kunnen uitvoeren en middelen efficiënt toewijzen.

Beter plannen en risico’s beperken met behulp van geavanceerde planningtools, risicomodellen en proactieve maatregelen om vertragingen en extra kosten zoveel mogelijk te voorkomen.

Ons middelen- en stakeholdermanagement verbeteren door duidelijke rollen te definiëren, de coördinatie te versterken en stakeholders actief te betrekken. Zo zorgen we voor tijdige goedkeuringen en een goede afstemming.

Maatregelen nemen gericht op de planning en de toeleveringsketen, met het uittesten van een nieuwe aanpak, het veiligstellen van kritieke middelen en het implementeren van noodplannen om mogelijke verstoringen in de toelevering op te vangen.

Residueel risico

Risicodimensies:

Veiligheid en gezondheid

Continuïteit van de bevoorrading

Reputatie

Winst en verlies

Cashflow

Kriticiteit

Impacttermijn

1 jaar 5 jaar

Toeleveringsketen

Elia Transmission Belgium is actief in een complexe omgeving, waar de beschikbaarheid van kritieke elektrische installaties en gespecialiseerde diensten van groot belang is voor de betrouwbaarheid van het systeem. Door de wereldwijde dynamiek rond de energietransitie, gecombineerd met de marktdruk en de steeds strengere duurzaamheidsvereisten, wordt het steeds moeilijker om deadlines te respecteren.

Hoofdoorzaak Wat doet ETB?

1.Concentratie van leveranciers

Voor bepaalde kritieke onderdelen zijn we afhankelijk van een beperkt aantal leveranciers, waardoor onze flexibiliteit in het inkoopproces beperkt is.

2.Vereisten voor nieuwe leveranciers

Strikte technische en conformiteitsnormen, waaronder duurzaamheidscriteria, kunnen het voor nieuwe leveranciers moeilijk maken om de markt te betreden.

3.Kostendynamiek

De wereldwijde inflatietrends en schommelingen in de grondstofprijzen beïnvloeden de aankoopkosten en de contractuele prijsmechanismen.

4.Regelgevende en marktcomplexiteit

Veranderingen in de (Europese) regelgeving en geopolitieke ontwikkelingen kunnen een invloed hebben op de toeleveringsketen en de planning.

5.Plannings- en databeperkingen

De voorspellings- en planningsprocessen kunnen worden beïnvloed door de versnippering van data en de complexiteit van langlopende infrastructuurprojecten.

Een veerkrachtige toeleveringsketen is essentieel om onze doelstellingen te behalen. In een snel veranderende markt richten we ons op het versterken van onze veerkracht en flexibiliteit. Dit doen we via gerichte initiatieven die onze partnerschappen versterken, onze planning optimaliseren en ons voorbereiden op de uitdagingen van morgen.

Ons leveranciersbestand uitbreiden door samen te werken met nieuwe, ook internationale, partners en door meertalige communicatie te bevorderen, om zo flexibeler en minder afhankelijk te worden.

Onze voorspellings- en planningsfunctionaliteiten verbeteren door gebruik te maken van geavanceerde tools en dashboards. Zo krijgen we beter zicht op de vraag en de timing, waardoor we onze procurementstrategieën op tijd kunnen bijsturen.

Samenwerken met industriële stakeholders, zoals andere TNB’s en DNB’s, om kennis uit te wisselen en gezamenlijke oplossingen te verkennen voor kritieke onderdelen. Op die manier versterken we het ecosysteem van onze leveranciers.

Standaardisatie en innovatie bevorderen door technische specificaties te harmoniseren en een innovatieve aanpak toe te passen om de processen te vereenvoudigen en de efficiëntie te verhogen.

De data verbeteren en de governance versterken door een centraal systeem voor het leveranciersbeheer (‘Supplier Relationship Management’ of SRM) te ontwikkelen en door de planningscycli van aankopen, assets, infrastructuur en engineering te integreren, met als doel de coördinatie, transparantie en besluitvorming te verbeteren.

Residueel risico

Risicodimensies:

Veiligheid en gezondheid

Continuïteit van de bevoorrading

Reputatie

Winst en verlies

Cashflow

Kriticiteit Impacttermijn

1 jaar 5 jaar

Bevoorradingszekerheid

Het Belgische elektriciteitssysteem verandert in snel tempo door de elektrificatie en de integratie van hernieuwbare energiebronnen. Tegelijk worden conventionele productie-eenheden geleidelijk buiten dienst gesteld. Deze ontwikkelingen zorgen voor nieuwe uitdagingen om het systeem voldoende ‘adequaat’ en flexibel te houden. Hoewel de bevoorradingszekerheid op korte termijn verzekerd is, vraagt de veranderende markt en het regelgevend kader om blijvende investeringen in productie, flexibiliteit en netinfrastructuur. Zo kunnen we ook op lange termijn de bevoorradingszekerheid garanderen.

Hoofdoorzaak

1.Elektrificatie en hernieuwbare groei

De snelle elektrificatie en het grotere aandeel hernieuwbare energie zetten het elektriciteitssysteem onder druk en bemoeilijken het in evenwicht houden van het systeem.

2.Netcapaciteit en congestie

De beperkte onthaalcapaciteit van het net en de toename van het aantal aansluitingsaanvragen voor batterijen en datacenters vergroten het risico op congestie.

3.Afhankelijkheid van externe capaciteit

Grensoverschrijdende capaciteit blijft belangrijk om het systeem ‘adequaat’ te houden, maar onze afhankelijkheid van import maakt ons gevoelig voor de invloeden van externe markten.

4.Regulatoire en economische onzekerheid

Wijzigingen in de regelgeving en marktmechanismen kunnen invloed hebben op de investeringssignalen en op de adequacy-planning op lange termijn.

Wat doet ETB?

Residueel risico

Om een betrouwbare elektriciteitsvoorziening te garanderen in een snel veranderend energielandschap, neemt Elia Transmission Belgium proactief maatregelen. We versterken de bevoorradingszekerheid, of de ‘adequacy’ van het systeem, vergroten de flexibiliteit en ondersteunen de verdere ontwikkeling van de markt. Zo speelt ETB in op de noden van morgen.

Het marktontwerp verder ontwikkelen via initiatieven die consumentgerichte modellen en flexibiliteit bevorderen, zodat hernieuwbare energie vlotter kan worden geïntegreerd.

Het net- en congestiebeheer optimaliseren door geavanceerde monitoringtools, digitale oplossingen en flexibiliteitsplatforms in te zetten, om zo het netgebruik te verbeteren en bottlenecks te verminderen.

Streven naar operationele uitmuntendheid door middel van verbeterde voorspellingen, scenarioanalyses en dynamische adequacy-beoordelingen, om zo beter te kunnen anticiperen op toekomstige vereisten.

Actief in dialoog gaan met regulatoren om de juridische kaders af te stemmen op de veranderende adequacy- en flexibiliteitsnoden.

Flexibiliteit ontsluiten via oplossingen voor gebruikers (EV’s, warmtepompen, decentrale productie). Daarnaast helpen batterijen en offshore interconnectoren om de kans op capaciteitstekorten en de kosten te beperken.

Risicodimensies:

Veiligheid en gezondheid

Continuïteit van de bevoorrading

Reputatie

Winst en verlies

Cashflow

Kriticiteit

Impacttermijn

Nu 1 jaar 5 jaar

Regelgevend kader

De tariefmethodologie voor 2028-2031, die door de regulator wordt vastgelegd, bepaalt hoe de tarieven voor het transmissienet worden berekend. Deze methodologie is essentieel om ervoor te zorgen dat we voldoende kunnen investeren, financieel stabiel blijven en mee evolueren met de energietransitie. Om het net verder uit te bouwen, is er een evenwichtige aanpak nodig, met aandacht voor de betaalbaarheid en de concurrentiekracht voor onze gebruikers. Een minder gunstig kader kan investeringssignalen verzwakken en de adequaatheid op lange termijn in het gedrang brengen.

Hoofdoorzaak

Wat doet ETB?

1.Regulatoire onzekerheid

Toekomstige tariefbeslissingen kunnen een impact hebben op het rendement van investeringen en de toewijzing van kapitaal op lange termijn beïnvloeden.

2.Evolutie van de incentivestructuur

Als de incentives zouden worden aangepast, kan dat investeringen in de toekomst minder aantrekkelijk maken.

3.Betaalbaarheid en concurrentiekracht

Een van de grootste uitdagingen bij het bepalen van de tarieven is zorgen dat deze betaalbaar blijven voor consumenten, ondanks de stijgende kosten.

4.Europese centralisatie

De nieuwe Europese wetgeving zou ervoor kunnen zorgen dat sommige verantwoordelijkheden op Europees niveau worden gebundeld. Dit zou nieuwe compliancevereisten met zich kunnen meebrengen en invloed hebben op hoe transmissienetbeheerders in Europa samenwerken onder één gezamenlijke regelgeving.

Elia Transmission Belgium bereidt zich proactief voor op het volgende tariefkader, zodat dit de adequacy van het systeem, het investeringsvermogen en de energietransitie ondersteunt. Daarbij combineren we strategisch engagement, benchmarking en scenarioplanning:

Grondige voorbereiding op de tariefmethodologie voor 2028-2031 door gespecialiseerde teams die instaan voor financiering, stimulansen, de kostenstructuur en stakeholderbetrokkenheid.

Transparante en constructieve dialoog met de regulator om de doelstellingen op elkaar af te stemmen en een stabiel en toekomstgericht kader te creëren.

Internationale vergelijkende analyses om onze werkwijzen te vergelijken met die van andere Europese transmissienetbeheerders en onze concurrentiekracht te behouden.

Scenarioanalyse en impactstudies om mogelijke uitkomsten in kaart te brengen en zo de juiste investeringskeuzes te maken.

Nationale en Europese belangenbehartiging om de belangen van het transmissiesysteem aan te kaarten en ervoor te zorgen dat de regelgevende kaders ook op lange termijn voor voldoende flexibiliteit en adequacy zorgen.

Residueel risico

Risicodimensies:

Veiligheid en gezondheid

Continuïteit van de bevoorrading

Reputatie

Winst en verlies

Cashflow

Kriticiteit Impacttermijn

2.2 Intern controlesysteem

2.2.1 Organisatie van het intern controlesysteem

Het intern controlesysteem van ETB ondersteunt de borging van risicoprocessen van de onderneming en berust op duidelijk omschreven rollen en verantwoordelijkheden op alle niveaus van de organisatie. Overeenkomstig de statuten van ETB richtte de raad van bestuur een college van dagelijks bestuur en uiteenlopende comités op om te helpen bij de uitoefening van zijn verantwoordelijkheden: het auditcomité, het strategisch comité, het vergoedingscomité en het benoemingscomité. Het auditcomité is, overeenkomstig artikel 7:99 van het Belgische Wetboek van vennootschappen en verenigingen en de statuten, in het bijzonder belast met punten (ii), (iii), (iv), (v). Het auditcomité werd door de raad belast met volgende hoofdtaken:

—controleren van de rekeningen en controle uitoefenen op het budget;

—controleren van het financiële verslaggevingsproces;

—controleren van de efficiëntie van de interne controleen risicobeheerssystemen van het bedrijf;

—controleren van het interne auditproces en zijn efficiëntie;

—controleren van de statutaire audit van de jaarlijkse en geconsolideerde rekeningen, inclusief de follow-up van kwesties die worden aangekaart of aanbevelingen die worden gemaakt door externe auditors;

—beoordelen en controleren van de onafhankelijkheid van externe auditors;

—een voorstel uitwerken om aan de raad van bestuur voor te leggen m.b.t. de (her)benoeming van de statutaire auditors, alsook aanbevelingen formuleren voor de raad van bestuur m.b.t. hun aanstellingsvoorwaarden;

—controleren van de aard en de omvang van de nietauditdiensten verleend door de statutaire auditors;

—beoordelen van de efficiëntie van het externe auditproces.

Het auditcomité komt in principe om de drie maanden bijeen.

2.2.2 Voornaamste controleactiviteiten

ETB heeft interne controlemechanismen ingevoerd op verschillende organisatieniveaus om de naleving te waarborgen van normen en interne procedures die erop gericht zijn om de geïdentificeerde risico’s op de juiste manier te beheren. Enkele voorbeelden:

—een duidelijke taakverdeling om te vermijden dat één enkele persoon een transactie initieert, goedkeurt en registreert; met het oog daarop werden beleidslijnen voor de toegang tot de informatiesystemen opgesteld en bevoegdheden gedelegeerd;

—een auditspoor wordt in de interne processen geïntegreerd om de eindresultaten te kunnen linken met de onderliggende transacties;

—gegevensbeveiliging en -integriteit door een correcte toekenning van rechten;

—gepaste documentatie van de procedures via de intranetapplicatie ‘Business Process Excellence’ die het beleid en de procedures centraliseert. De departementsverantwoordelijken moeten ervoor zorgen dat controleactiviteiten geïmplementeerd worden met betrekking tot de inherente risico’s van hun departement.

2.2.3 Integriteit en ethiek

De integriteit en ethiek van ETB maken wezenlijk deel uit van haar interne controleomgeving. De raad van bestuur en het college van dagelijks bestuur communiceren en herzien deze principes geregeld om de wederzijdse rechten en plichten van de onderneming en haar medewerkers te verduidelijken. Deze voorschriften worden aan alle nieuwe medewerkers meegedeeld en de naleving ervan is formeel opgenomen in de arbeidsovereenkomsten.

De Ethische Code (de ‘Ethische Code’) definieert wat EBT als correct ethisch ondernemen beschouwt, en bepaalt het beleid en een aantal principes om belangenconflicten te vermijden. Integer en onafhankelijk handelen met alle stakeholders is een essentieel uitgangspunt voor het handelen van onze medewerkers. De Ethische Code stelt

uitdrukkelijk dat omkoping in welke vorm dan ook, alsook misbruik van voorkennis en marktmanipulatie, verboden zijn. Dit wordt ook ondersteund door de Gedragscode (de ‘Gedragscode’) die bovendien als doel heeft om te voorkomen dat medewerkers inbreuken plegen op de Belgische wetgeving omtrent het gebruik van voorkennis of marktmanipulatie.

Het senior management ziet er continu op toe dat de medewerkers de interne waarden en procedures naleven en neemt, indien nodig, de vereiste maatregelen, zoals beschreven in het bedrijfsreglement en in de arbeidsovereenkomsten. ETB en haar medewerkers maken geen gebruik van geschenken of entertainment om concurrentievoordeel te behalen. Facilitaire betalingen zijn niet toegestaan door ETB. Het verhullen van geschenken of entertainment als liefdadigheidsgiften is evenzeer een schending van de Ethische Code. De ethische code verbiedt elke vorm van racisme en discriminatie, promoot gelijke kansen voor alle werknemers en verzekert de bescherming en het vertrouwelijk gebruik van IT-systemen.

Iedereen die specifiek bij het aankoopproces betrokken is, moet zich houden aan de ‘Gedragscode voor leveranciers’ betreffende aankopen en alle regels die daaruit voortvloeien. De Gedragscode voor leveranciers bevat internationaal goedgekeurde principes inzake ethisch gedrag, de bescherming van de mensenrechten, gezondheid en veiligheidspraktijken alsook milieu- en maatschappelijke beschouwingen. Om dit geheel van principes toe te passen om onze toeleveringsketen positief te beïnvloeden, werd een risicoaanpak ingevoerd. Voor alle aankoopcategorieën beoordelen we de risico’s op basis van de traditionele risico’s en duurzaamheidsrisico’s van de toeleveringsketen.

ETB biedt haar medewerkers de mogelijkheid om hun bezorgdheid over mogelijke inbreuken op de Ethische Code te uiten zonder vrees voor negatieve gevolgen of oneerlijke behandeling. Bezorgdheden kunnen ook worden gemeld aan de lokale managementteams, HR en de Compliance Officer. Naast de interne meldingskanalen bestaan er externe meldingssystemen voor interne medewerkers en externe stakeholders om anoniem via een daartoe bestemd platform (‘Ethics Alert’) hun vermoeden te melden van mogelijke inbreuken op de Ethische Code die de reputatie en/of de belangen van ETB zouden kunnen schaden. Alle gemelde problemen worden objectief en in vertrouwen behandeld, in

overeenstemming met de klokkenluidersregeling die werd uitgewerkt volgens de EU-richtlijn 2019/1937 en de omzetting ervan in nationaal recht.

Het interne auditteam integreert in zijn jaarprogramma een aantal acties en controleaudits om specifieke preventie tegen fraude te ontwikkelen. Eventuele vaststellingen worden gerapporteerd aan het auditcomité. In 2025 werd in de audits in het kader van het jaarlijkse auditplan geen melding gemaakt van belangrijke bevindingen met betrekking tot financiële fraude.

2.3 Intern controle- en risicobeheerssysteem betreffende het financiële verslaggevingssproces

De financiële verslaggevingsdoelstellingen van ETB zijn:

—waarborgen dat de financiële rekeningen conform zijn met de algemeen aanvaarde boekhoudprincipes;

—waarborgen dat de informatie die in de financiële resultaten wordt weergegeven transparant en juist is; —boekhoudprincipes gebruiken die gepast zijn voor de sector en de transacties van de onderneming; —Instaan voor de juistheid en betrouwbaarheid van de financiële resultaten.

2.3.1 Rollen en verantwoordelijkheden

Het departement ‘Accounting & Finance’ is belast met de statutaire financiële en fiscale verslaggeving en consolidatie van ETB. Het departement ‘Finance’ ondersteunt het college van dagelijks bestuur door tijdig de correcte en betrouwbare financiële informatie ter beschikking te stellen die nodig is voor de besluitvorming (wat betreft de opvolging van de rentabiliteit van de activiteiten) en het efficiënt beheer van de financiële diensten van de onderneming. De externe financiële verslaggeving waaraan ETB is onderworpen, omvat (i) de statutaire financiële en fiscale verslaggeving, (ii) de geconsolideerde financiële verslaggeving, en (iii) de specifieke verslaggevingssverplichtingen van een beursgenoteerd bedrijf. Het departement ‘Controlling’

staat in voor de prestaties van ETB. Wat het proces van financiële verslaggeving betreft, zijn de taken en verantwoordelijkheden van iedere medewerker van het departement ‘Accounting & Finance’ duidelijk omlijnd, om te waarborgen dat de financiële resultaten de financiële transacties van ETB exact en eerlijk weergeven. De belangrijkste controles en het tijdschema voor de realisatie van deze taken en controles werden geïdentificeerd en opgenomen in een gedetailleerd kader van taken en verantwoordelijkheden. Alle entiteiten van de consolidatiekring hebben een IFRS-boekhoudhandleiding geïmplementeerd. Die geldt als referentie voor de boekhoudkundige principes en procedures, om zo coherentie en vergelijkbaarheid te verzekeren, alsook een correcte boekhouding en verslaggeving. Het departement ‘Accounting & Finance’ beschikt over de nodige instrumenten, zoals IT-tools, voor de uitvoering van zijn taken. Alle entiteiten van de consolidatiekring gebruiken dezelfde Enterprise Resource Planning-software, die diverse geïntegreerde controles bevat en een gepaste taakverdeling ondersteunt. De rollen en verantwoordelijkheden van alle medewerkers worden duidelijk gedefinieerd overeenkomstig de methodologie van Business Process Excellence.

ETB heeft een gestructureerde aanpak ontwikkeld, die bijdraagt tot de volledigheid en exactheid van de financiële informatie en rekening houdt met de termijnen voor de controle van de activiteiten en de interventie van de voornaamste betrokkenen, om zo adequate processen voor de controles en rekeningen te waarborgen.

2.3.2 Risicobeheer

De voornaamste stappen in de beoordeling van de financiële risico’s zijn:

1.het identificeren van de doorslaggevende elementen van de financiële verslaggeving en de doelstellingen ervan;

2.het identificeren van de belangrijke risico’s in de realisatie van de doelstellingen;

3.het identificeren van de controlemechanismen van de risico’s waar mogelijk.

2.3.3 Controleactiviteiten

Voor elk belangrijk risico rond financiële verslaggeving past ETB adequate controlemechanismen toe om de kans op fouten tot een minimum te beperken. Er zijn duidelijk omlijnde rollen en verantwoordelijkheden voorhanden voor de afsluitingsprocedure voor de financiële resultaten. Er zijn maatregelen die ervoor zorgen dat iedere stap juist wordt opgevolgd en dat er een gedetailleerde agenda van alle activiteiten wordt gepubliceerd. Er worden ook controleactiviteiten uitgevoerd om de kwaliteit en de conformiteit met de interne en externe vereisten en aanbevelingen te waarborgen. Tijdens de financiële afsluitingsperiode wordt een specifieke test uitgevoerd om ervoor te zorgen dat alle ongebruikelijke en belangrijke transacties, boekhoudkundige controles en aanpassingen en bedrijfstransacties en kritieke ramingen onder controle zijn. De combinatie van al deze elementen biedt voldoende zekerheid dat de financiële resultaten betrouwbaar zijn. Regelmatige interne en externe audits dragen ook bij aan de kwaliteit van de financiële verslaggeving. Bij het identificeren van de risico’s die de realisatie van de doelstellingen van de financiële verslaggeving kunnen beïnvloeden, houdt het college van dagelijks bestuur rekening met de mogelijkheid van foute verklaringen als gevolg van fraude en neemt het de nodige maatregelen indien de interne controle moet worden versterkt. Het interne auditteam voert specifieke audits uit, op basis van de evaluatie van de mogelijke frauderisico’s, om fraude te vermijden en te voorkomen.

2.3.4 Informatie en communicatie

De medewerkers die instaan voor de financiële verslaggeving komen geregeld samen met de andere interne departementen (operationele en controledepartementen) om de informatie betreffende de financiële verslaggeving te identificeren. Zij valideren en documenteren de voornaamste assumpties die aan de basis liggen van de registratie van de reserves en de rekeningen van de vennootschap.

2.3.5 Controle

Controleactiviteiten in het proces van de financiële verslaggeving zijn:

(i)de maandelijkse rapportering van strategische indicatoren aan het college van dagelijks bestuur en het management;

(ii)opvolging van belangrijke operationele indicatoren op het niveau van de departementen;

(iii)een maandelijks financieel rapport, inclusief een beoordeling van de afwijkingen ten opzichte van het budget, vergelijkingen met de vorige periodes en gebeurtenissen die de kostenbeheersing zouden kunnen beïnvloeden.

De feedback van derden wordt eveneens in rekening genomen op basis van diverse bronnen, zoals:

(i)de beursindexen en de rapporten van de ratingbureaus;

(ii)de rapporten van de federale en regionale regulatoren over de naleving van het wettelijk en regelgevend kader;

(iii)de rapporten gepubliceerd door financiële analisten en verzekeringsbedrijven.

Door de gegevens afkomstig van externe bronnen met de intern gegenereerde gegevens te vergelijken en aan de hand van de daaruit voortvloeiende analyses kan ETB zich continu verbeteren.

Naast de activiteiten uitgevoerd door het interne auditteam dat de efficiëntie van het interne controle- en risicobeheerssysteem van het financiële verslaggevingsproces verzekert, zijn de wettelijke entiteiten van ETB onderworpen aan externe audits. Deze houden over het algemeen een beoordeling in van de interne controleprocessen en toelichtingen bij de (jaarlijkse en trimestriële) statutaire en geconsolideerde financiële resultaten. De externe auditors doen aanbevelingen om de interne controlesystemen te verbeteren. Deze aanbevelingen, de actieplannen en hun implementatie zijn het voorwerp van een jaarlijkse rapportering aan het auditcomité, wat betreft de entiteiten die beschikken over een dergelijk orgaan. Het auditcomité rapporteert aan de raad van bestuur betreffende de onafhankelijkheid van de statutaire auditor of het auditkantoor en bereidt een ontwerp van resolutie voor de aanduiding van de externe auditors voor.

2.4

Intern controle- en risicobeheerssysteem betreffende het nietfinanciële verslaggevingsproces

ETB heeft een intern controle- en risicobeheerssysteem uitgewerkt voor het proces van de duurzaamheidsverslaggeving. Het risicobeheer en de interne controles van het duurzaamheidsverslag zijn een kritiek element voor een verslag conform de CSRDrichtlijn.

Interne controle betreffende de duurzaamheidsverslaggeving

Het team dat instaat voor de duurzaamheidsverslaggeving volgens de ESRS (‘European Sustainability Reporting Standards’ of Europese richtlijnen voor duurzaamheidsverslaggeving) definieert wat er nodig is voor de verslaggeving. Ze verzamelen, controleren de input, consolideren, verifiëren en compileren de duurzaamheidsinformatie.

Voor de belangrijke en materiële ESRS-meetwaarden heeft het team samen met de business een gestandaardiseerd documentatiepakket aangelegd dat werd gebundeld in de handleidingen voor niet-financiële rapportering (‘Nonfinancial Accounting Manuals’), waarin de gegevensbronnen, berekeningsmethodes, assumpties, rollen en verantwoordelijkheden en interne controles worden beschreven. Het team werkt voortdurend aan een betere verslaggeving, onder andere door de aanbevelingen van interne en externe auditoren op te volgen.

Er wordt voortdurend samengewerkt en overlegd met belangrijke bedrijfsfuncties: Sustainability, Internal Audit & Risk Management, Strategy, Controlling. Toch blijft de rol van Business Owners als centrale stakeholders essentieel vanwege de transversale aard van duurzaamheidskwesties, waarbij zij gedeelde verantwoordelijkheid en controletaken hebben.

De kwantitatieve gegevens zijn voornamelijk afkomstig van verschillende interne IT-systemen. Voor sommige

gegevensbronnen is de interne controle van de kwaliteit van de gegevens ingebouwd, maar voor het merendeel van de gegevens is een manuele verificatie nodig om onjuistheden te detecteren en de juistheid ervan te waarborgen. De bevestiging van alle kwalitatieve gegevens wordt uitgevoerd door de interne stakeholders, die verantwoordelijk zijn voor elke duurzaamheidskwestie.

Voor alle belangrijke risico's op het gebied van duurzaamheidsrapportage hanteert ETB passende controlemechanismen om de kans op fouten tot een minimum te beperken. Voorbeelden hiervan zijn redelijkheidstoetsen, variantieanalyse, afstemming tussen gegevensbronnen, vier-ogenbeoordeling, enzovoort.

De invoering van dit verslaggevingsproces werd gedefinieerd in nauwe samenwerking met de bestuursorganen inzake duurzaamheid beschreven in het deel ESRS 2 GOV 1 - Die rol van de administratieve, beheers- en toezichtsorganen. De bevindingen die voortvloeien uit het voorbereidingsproces en de status van de ESRS werd elk trimester aan het Sustainability Office gerapporteerd.

ETB blijft zich inzetten om haar interne controleomgeving verder te versterken en te verbeteren. In de toekomst voeren we geleidelijk een kader in voor interne controle inzake duurzaamheidsverslaggeving (COSO ICSR) voor onze interne en externe duurzaamheidsverslaggeving.

Risicobeoordeling

We hebben de duurzaamheidsrisicobeoordeling opgenomen in het kader voor het bedrijfsrisicobeheer. Dit omvat ook de identificatie en het beheer van de duurzaamheidsverslaggevingsrisico’s.

Bij de risicobeoordelingen van de duurzaamheidsverslaggeving gaat het in de eerste plaats om het identificeren van:

1.Doorslaggevende gegevens van de duurzaamheidsverslaggeving en de doelstellingen ervan;

2.Belangrijke risico’s in de realisatie van de doelstellingen;

—Gegevens die voortkomen uit uiteenlopende systemen en gegevensbronnen, juistheid en volledigheid van de waarden;

—Juiste interpretatie van de ESRS;

—ESG-doelstellingen (milieu, maatschappij en governance) in overeenstemming brengen met de ESRS-definitie;

—Geoptimaliseerde interne controlemechanismen.

3.Controlemechanismen van de risico’s waar mogelijk.

Voor elk belangrijk risico inzake duurzaamheidsverslaggeving past ETB adequate controlemechanismen toe om de kans op fouten tot een minimum te beperken. Er zijn duidelijk omlijnde rollen en verantwoordelijkheden voorhanden voor de afsluitingsprocedure voor de duurzaamheidsverslaggeving.

Duurzaamheidsverslag

Geen transitie zonder transmissie. Onze strategische investeringen zijn essentieel om de elektrificatie te faciliteren, aan de groeiende vraag naar elektriciteit te voldoen en meer hernieuwbare energiebronnen in het net te integreren. We handelen in het belang van de samenleving en zetten ons in voor een duurzame en betrouwbare energietoekomst voor iedereen.

Overzicht

Duurzaamheid

84

1. Algemene toelichtingen

Ga naar het hoofdstuk 108

Milieuinformatie

Ga naar het hoofdstuk 147 3. Sociale informatie

Ga naar het hoofdstuk

170 4. Governanceinformatie

Ga naar het hoofdstuk

177 5. Bijlagen

Ga naar het hoofdstuk

Inhoudstafel

2.1. In aanmerking komen voor en afstemmen op de

2.2.

3.2.

4.1.

5.1.

5.2 Lijst van datapunten in dwarsdoorsnijdende en thematische standaarden die voortkomen uit andere EU-wetgeving (ESRS2 Bijlage B)

1. Algemene toelichtingen

1.1. Grondslag voor het opstellen van informatie

BP-1 - Algemene grondslag voor het opstellen van het duurzaamheidsverslag

De duurzaamheidsverklaringen van Elia Transmission België voor de periode van 1 januari 2025 tot 31 december 2025 zijn afgestemd op de European Sustainability Reporting Standards (ESRS) en zijn in overeenstemming met de Europese Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD). Ze werden extern geverifieerd door de commissarissen van Elia Transmission België, zoals beschreven in Geïntegreerd extern verificatieverslag.

Reikwijdte van de rapportage

Deze duurzaamheidsverklaringen hebben betrekking op de volledige waardeketen van Elia Transmission België.

De duurzaamheidsrapportage van Elia Transmission België werd voorbereid op geconsolideerde basis en in overeenstemming met de scope van de geconsolideerde jaarrekening.

In de duurzaamheidsverklaringen verwijst de naam Elia Transmission België NV/SA naar de gereguleerde en niet-gereguleerde activiteiten van de Belgische transmissienetbeheerder (TNB).

De overeenstemming met de financiële consolidatie kan in de onderstaande tabel worden bekeken. Het niet-gereguleerde segment wordt in de onderstaande tabel weergegeven met als doel de afstemming op de financiële rapportage, maar het heeft op geen enkele manier invloed op de duurzaamheidsrapportage.

Transmission België

Elia Transmission België

De gereguleerde activiteiten van Elia Transmission België NV/SA Alle activiteiten van Elia Transmission België NV/ SA

Elia Engineering NV/SA Elia Engineering NV/SA Elia Asset NV/SA Elia Asset NV/SA

Elia Re NV Elia Re NV

HGRT SAS en Coreso NV/SA Niet inbegrepen. Ze worden aangemerkt als investeringen verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode in de geconsolideerde financiële jaarrekening.

Overige participaties Niet inbegrepen. Ze worden aangemerkt als investeringen verwerkt volgens IFRS 9 in de geconsolideerde jaarrekening.

Niet-gereguleerd segment en Nemo Link Niet-gereguleerd segment

De niet-gereguleerde activiteiten van Elia Transmission België NV/SA

Nemo Link Ltd.

Inbegrepen in het segment Elia Transmission België

Niet inbegrepen. Ze worden aangemerkt als investeringen verwerkt volgens de 'vermogensmutatiemethode' in de geconsolideerde jaarrekening.

Een overzicht van de ESRS die als materieel voor Elia Transmission België werden bevonden, is beschikbaar in SBM-3 - Materiële impacts, risico’s en kansen en de wisselwerking daarvan met strategie en businessmodel. De lijst van rapportage-eisen die aansluiten op elk van deze materiële thematische standaarden en die zijn opgenomen in de verklaringen is beschikbaar in 5.1. ESRS-inhoudsopgave.

Er zijn geen weglatingen gemaakt met betrekking tot materiële thematische standaarden om redenen van intellectueel eigendom of innovatieresultaten.

Ingefaseerde maatstaven

Voor de duurzaamheidsverklaringen van 2025 werden ingefaseerde bepalingen uit de Europese ‘Quick Fix’-richtlijn in beschouwing genomen en toegepast.

Veranderingen aan de presentatie van de duurzaamheidsinformatie

In vergelijking met de duurzaamheidsverklaring van Elia Transmission België voor 2024 werd de tekst herzien om deze te vereenvoudigen en herhaling van informatie te vermijden.

Meetbasis

De maatstaven voor 2025 worden gerapporteerd. Vergelijkbare waarden voor 2024 worden ook aangegeven en werden vorig jaar ook onderworpen aan een beperkte assurancebeoordeling. Waar dit het geval is, werden correcties van cijfers onder de respectievelijke tabellen aangeduid in de hoofdstukken gewijd aan thematische ESRSstandaarden.

Rapporteringsfouten uit de vorige periode

De volgende datapunten werden gecorrigeerd wegens fouten:

E5-4 - Materiaalinstromen: 2024 data voor staalinstromen

E5-5 - Materiaaluitstromen: 2024 data voor afval gegenereerd

Elia
Financiële jaarrekening Duurzaamheidsverklaringen
Financiële jaarrekening Duurzaamheidsverklaringen

BP-2 - Rapportage over specifieke omstandigheden

Tijdshorizonten

In deze verklaring worden tijdshorizonten (korte, middellange en lange termijn) gebruikt op basis van hun definities uit ESRS 1.

Doelstellingen

Bij het verschaffen van toekomstgerichte informatie is het essentieel om de inherente onzekerheid te erkennen. Dit soort informatie brengt prognoses of verwachtingen met zich mee over toekomstige gebeurtenissen en de mogelijke acties die een bedrijf eventueel onderneemt. Omwille van de onvoorspelbare aard van de toekomst is het echter mogelijk dat deze veronderstelde gebeurtenissen en acties zich niet voordoen zoals verwacht.

Dubbele materialiteitsproces

Verwijzingen naar het ‘projectteam’ verwijzen overal naar het multidisciplinaire karakter van het team dat de dubbele materialiteitsanalyse uitvoerde en de hier inbegrepen toelichtingen voorbereidde.

Elia Transmission België zal regelmatig het proces van de dubbele materialiteitsanalyse (DMA) op de proef stellen, dat in de loop der tijd kan veranderen door nieuwe inzichten, sectorspecifieke discussies en ontwikkelingen. Merk op dat drempelwaarden en beoordelingen tijdens dit proces werden en zullen worden gebruikt.

Financiële middelen voor essentiële duurzaamheidsacties

Significante financiële middelen die tijdens 2025 werden toegewezen aan acties met betrekking tot 'E1 Klimaatverandering', 'E4 Biodiversiteit en ecosystemen' en 'E5 Materiaalgebruik en circulaire economie' worden in de respectievelijke secties gepresenteerd. De analyse voor de overige standaarden werd ingefaseerd.

Schattingen en onzekerheden

In onderstaande tabel wordt vermeld dat sommige van de in deze verklaringen verschafte gegevens gebaseerd zijn op schattingen en aannames.

Kwantitatieve datapunten waarvoor aannames of schattingen worden gebruikt Afdeling

Elektriciteitsverbruik in de hoogspanningsstations

Scope 3

Noemer van het aandeel ecologische corridors

Materiaalinstromen

E1-5 - Energieverbruik en energiemix

E1-6 - Bruto scope 1-, 2-, 3-emissies en totale BKG-emissies

Niveau van meetonzeker heid Niveau van nauwkeurig heid Bronnen van meetonzekerheid

Laag Hoog Metergegevens niet beschikbaar

Laag Hoog Gebruik van aannames gebaseerd op uitgaven

E4-4 Doelen wat betreft biodiversiteit en ecosystemen

Laag Hoog

Het variabel loon steunt op de beloningsmaatstaven

E5-4Materiaalinstromen

Totaal registreerbare letsels (TRIR, total recordable injury rate) voor aannemers

S1-16Beloningsmaatstaven

S1-14 - Veiligheids- en gezondheidsmaatstaven

Het gebruik van een gemiddelde breedte voor de boscorridors.

Laag Hoog De gegevens voor de instroom van staal werden berekend op aannames gebaseerd op uitgaven

Hoog Laag

Voor werknemers wordt een gemiddeld percentage gebruikt. Voor directiecomité leden worden prognoses gebruikt.

Hoog Laag De noemer van gewerkte uren wordt berekend op basis van aannames die uitgaan van het soort werk.

Een laag niveau van meetonzekerheid en een resulterend hoog niveau van nauwkeurigheid betekenen dat er geen materiële impact is op de gegevens ten gevolge van het gebruik van aannames en schattingen.

Opname door middel van verwijzingen

ESRS rapportage-eis

GOV-1 - De rol van de bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen

Door middel van verwijzing opgenomen datapunten Verslag en afdeling voor de opname door middel van verwijzingen

21 a - c 1.1. Samenstelling van de bestuursorganen op 31 december 2025

21 d 1.3. Diversiteit binnen de Raad van Bestuur en 1.5. College van dagelijks bestuur

21 e 1.2. Raad van bestuur

22 a 1.2. Raad van bestuur

23 a en b 1.2. Raad van bestuur 1.3. Diversiteit binnen de Raad van Bestuur en 1.4. Bekwaamheden van het Auditcomité

Overige certificeringen

Om te garanderen dat onze beheersystemen internationale standaarden naleven, werkt Elia Transmission België met externe auditors voor analyses en certificeringen. Elia Transmission België gebruikt het criterium “milieubeheer” en is gecertificeerd volgens ISO 14001. De bijbehorende beheersystemen worden geïmplementeerd en opnieuw gecertificeerd in overeenstemming met hun auditprogramma's.

Geen van de cijfers uit deze duurzaamheidsverklaringen werden onderworpen aan validatie door een externe instantie behalve dan door de gezamenlijke auditoren. De financiële cijfers van 2025 die werden gebruikt om bepaalde duurzaamheidsdatapunten te berekenen (GHG-intensiteit, Taxonomie afstemming) werden gevalideerd door dezelfde gezamenlijke auditoren.

Gebruikte kaders voor duurzaamheidsrapportage

Elia Transmission België begon in 2019 over haar duurzaamheidsinformatie te rapporteren, en sinds 2024 past het het ESRS-kader toe.

GOV-5 - Risicobeheersing en interne controles voor duurzaamheidsrapportag e

36 a - e 2.4. Interne controle- en risicobeheerssystemen betreffende het niet-financiële rapportageproces

SBM-1 - Strategie, businessmodel en waardeketen

SBM-2 - Belangen en opvattingen van stakeholders

G1-5 - Politieke invloed en lobbyactiviteiten

40 a-i en ii 4.2. Onze strategie

42 a en b 5. Ons bedrijfsmodel

5.2. De middelen waarop we steunen

5.4. De output van onze activiteiten

42 c 2.5. Waardeketen

40 e 4.3 Duurzaamheid staat centraal in onze strategie

45 b 2.6. Interacties met stakeholders

30 1.1. Samenstelling van de bestuursorganen op 31 december 2025

1.2. Governance

GOV-1 - De rol van de bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen

Duurzaamheid is ingebed in de bedrijfsactiviteiten van Elia Transmission België. Ons ActNow programma draagt hier verder aan bij door duurzaamheid expliciet te verankeren in onze strategie en activiteiten.

Specifieke duurzaamheidsgerelateerde rollen en verantwoordelijkheden, die in onderstaande tabel worden uiteengezet, werden toegewezen. Verantwoordelijkheid voor duurzaamheidszaken is verdeeld over verschillende bestuurslichamen: De Raad van bestuur valideert de strategie en voorziet advies, het directiecomité van Elia Groep (het ExCo) overziet de duurzaamheidsprestaties en implementeert de strategie, en het duurzaamheidscomité (Group Sustainability Committee) van de Groep stuurt op groepsbrede doelen en sleutelambitie.

De Group Sustainability Committee geeft het duurzaamheidsprogramma ActNow vorm en zorgt ervoor dat de onder Elia Group werkzame bedrijven er constante en consistente vooruitgang in boeken door middel van lokale roadmaps. Daaronder heeft Elia Transmission België haar eigen duurzaamheidsdepartement en Sustainability Committee, die verantwoordelijk zijn voor de toepassing van ActNow op lokaal niveau zowel als voor de controle van de vooruitgang ten opzichte van de doelstellingen.

Voor informatie over de samenstelling en diversiteit van de raad van bestuur, zie 1.1. Samenstelling van de bestuursorganen op 31 december 2025 en 1.5. College van dagelijks bestuur in het Governance & risicoverslag. 1.2. Raad van bestuur bevat informatie over de vaardigheden en expertise van deze op het gebied van duurzaamheid. Voor informatie over de vertegenwoordiging van werknemers en hun interacties met leidinggevende organen, zie S1-2 - Processen om met het eigen personeel en werknemersvertegenwoordigers te overleggen over impacts.

Elia Transmission Belgium

Raad van bestuur Elia Transmission België

Auditcomité

Elia Transmission België ExCo

Duurzaamheidssponsoring: CEO

Raad van bestuur van Elia Group

Auditcomité

Elia Group ExCo

Sponsoring voor ActNow

Elia Group Sustainability Committee

Duurzaamheidsmanager

Local Sustainability Committee

Groepsstrategie

Lokale Sustainability Managers Verschillende Groepsfuncties

Duurzaamheid bij dochterondernemingen

Dimensies

Strijden tegen klimaatverandering Milieu & circulaire economie

Gezondheid & veiligheid

Raad van toezicht

Auditcomité

50Hertz Transmission Duitsland ExCo

Duurzaamheidssponsoring: CEO

Duurzaamheidsmanager

Local Sustainability Committee

van het ActNow duurzaamheidsprogramma 01 02 03 04 05

Diversiteit, Gelijke Kansen & Inclusie

Zakelijk gedrag & dialoog

Groepsniveau
Lokaal niveau

Niveau Bestuursorgaan

Groep Raad van bestuur (RvB) // Auditcomité

Elia Group Management Board (EGMB of ExCo)

Rollen voor het beheer van duurzaamheidskwesties

–Is verantwoordelijk voor de validatie van de duurzaamheidsstrategie van de Groep

–Is verantwoordelijk voor de validatie van het businessplan van de Groep en het lokale businessplan en van het geïntegreerd jaarverslag

–Is verantwoordelijk voor algemene aanbevelingen en advies

Group Sustainability Committee (GSC)

–Is verantwoordelijk voor duurzaamheidsprestaties en -reputatie

–Is verantwoordelijk voor de validatie van het ActNow programma op jaarbasis (dimensies, doelstellingen, belangrijkste resultaatgebieden en ambities van de Groep)

–Rapporteert aan de Raad van Bestuur en de comités ervan

–Is verantwoordelijk voor de sponsoring van de duurzaamheidsstrategie

ActNow Dimensie Leiders

–Is verantwoordelijk voor de beslissing over duurzaamheidskwesties voor de Groep (die volgens de statuten niet relevant zijn voor de EGMB)

–Is verantwoordelijk voor het definiëren van de belangrijkste resultaatgebieden en ambities van de Groep

–Is verantwoordelijk voor het volgen van duurzaamheidstrends, regelgeving en risico’s verbonden aan de realisering van de duurzaamheidsstrategie

–Is verantwoordelijk voor het ontwikkelen van gerichte benaderingen/standpunten om te reageren en anticiperen op wetsvereisten, richtlijnen voor rapportage, de toepassing van vrijwillige raamwerken, etc

–Is verantwoordelijk voor de afstemming op Groepsniveau aan de hand van lokale, op elkaar afgestemde roadmaps

–Rapporteert via de CFO aan de EGMB over de vooruitgang van ActNow

–Is verantwoordelijk voor de aansturing van en het toezicht op algemene, groepsbrede duurzaamheidsdoelstellingen, inclusief de vooruitgang op het vlak van de belangrijkste Groepsambities

–Wordt geraadpleegd voor communicatie over duurzaamheid

–Wordt door het team Groep duurzaamheidsrapportage op de hoogte gesteld over ontwikkelingen in de CSRD-wetgeving

Elke ActNow-dimensie wordt lokaal door een Leider beheerd. Een van hen draagt ook de verantwoordelijkheden voor de Groep, zoals: –doelstellingen, belangrijkste resultaatgebieden en ambities voor de Groep voorstellen –de doelstellingen van de Groep aan de hand van de lokale roadmaps stroomlijnen en hun onderlinge samenhang garanderen om deze te behalen

Frequentie en duurzaamheidsgerelateerde agenda

Frequentie: 10 keer

Kernthema’s op de agenda

–Toegang tot betaalbare en koolstofarme energie

–Opvolging van CSRD- en duurzaamheidsverslag

–Toezichthoudende rol op ESG-prestaties

–Duurzame financiering

–Naleving van de milieuwetgeving

–Interne audit van het ActNow programma

Frequentie: minstens elke 2 weken

Kernthema’s op de agenda

–Dubbele materialiteitsoefening van Elia Group

–Collectieve doelstellingen voor 2025 en 2026 (inclusief ESG)

–Leiderschap & talentbeheer

–Optimalisering van de organisatie van beveiliging

–Mobiliteitsbeleid

–Resultaten van de interne audit van het ActNow programma

–Betaalbaarheid van de energietransitie

Frequentie: per kwartaal

Kernthema’s op de agenda

–Regelmatige updates over CSRD-implementatie

–ActNow communicatie en verbeteringen op het vlak van governance

–Stakeholderverwachtingen en update van ActNow ambities, vooral voor Dimensie 5

–Validatie van de doelen voor het SF6-lekpercentage en scope 3doelen

–Strategie inzake circulariteit

Er vindt een maandelijkse uitwisseling plaats tussen alle Dimensie Leiders en de Duurzaamheidsmanagers

Lokaal Raad van bestuur (RvB) of Raad van toezicht // auditcomité

College van dagelijks bestuur (ExCo)

–Is verantwoordelijk voor de validatie van de lokale duurzaamheidsstrategie

–Is verantwoordelijk voor de validatie van het lokale businessplan en het lokale jaarverslag

–Is verantwoordelijk voor algemene aanbevelingen en advies

Local Sustainability Committee (LSC)

–Is verantwoordelijk voor de validatie van de belangrijkste lokale ambities

–Is verantwoordelijk voor de validatie van de lokale roadmap en gepaste middelen

–Is verantwoordelijk voor de validatie van lokale prestaties en rapportage aan de GSC

–Is verantwoordelijk voor het oplossen van lokale problemen waarover de Local Sustainability Committee niet kan beslissen

–Is verantwoordelijk voor alle beslissingen over duurzaamheidskwesties die volgens de statuten niet door het ExCo moeten worden genomen

–Is verantwoordelijk voor de afstemming van de definitie en uitvoering van de lokale roadmap met het Groepsniveau

–Is verantwoordelijk om algemene aanbevelingen te doen en advies en ondersteuning te geven bij lokale duurzaamheidskwesties

–Is verantwoordelijk voor het definiëren van de belangrijkste lokale ambities

–Is verantwoordelijk voor de rapportage van de lokale prestaties aan het ExCo

Duurzaamheidsmanager –Is verantwoordelijk voor de aansturing van de Local Sustainability Committee

–Is verantwoordelijk voor de afstemming van de definitie en uitvoering van de lokale roadmap met het Groepsniveau. Is verantwoordelijk voor het toezicht op de uitvoering van de lokale roadmap en gegevensverzameling

–Is verantwoordelijk voor de rapportage van prestaties aan de LSC en GSC

–Wordt geraadpleegd en biedt ondersteuning aan Groep Dimensie Leiders bij het definiëren van doelstellingen, de belangrijkste resultaatgebieden en lokale ambities voor de Groep –Wordt geraadpleegd over de organisatie van interne en externe communicatiecampagnes

Frequentie en duurzaamheidsagenda

Frequentie: 10 keer

Kernthema’s op de agenda

–De uitgifte van de Europese groene obligaties

–Geïntegreerd jaarverslag

–Interne audit van het kader voor veiligheid

–Interne audit van de fysieke veiligheid

–Update over ontwikkelingen in de CSRD-wetgeving

Frequentie: elke twee weken

Kernthema’s op de agenda

–De niet-bestraffende cultuur of ‘just culture’ in de context van het

Go4Zero-programma (veiligheid en gezondheid op het werk)

–DEI-rapportage

–ISO14001-certificering

–Opvolging van de Quick Pulse Check-enquête

Frequentie: 5 keer

Kernthema’s op de agenda

–Vooruitgang inzake ActNow prestatie-indicatoren

–Milieubeheersysteem - ISO14001-auditresultaten –Aanbevelingen voor de CSRD-audit

Operationele interacties vinden regelmatig plaats met de Dimensie Leiders en met leden van de GSC of LSC.

Niveau Bestuursorgaan Rollen voor het beheer van duurzaamheidskwesties

GOV-2 - Informatie verschaft aan en omgang met duurzaamheidsthema’s door bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen van de onderneming

Voor een overzicht van de duurzaamheidsgerelateerde kwesties die in 2025 door de verschillende bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen van de Groep en op lokaal niveau werden behandeld, zie de laatste kolom in GOV-1 - De rol van de bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen

GOV-3 - Integratie van duurzaamheidsprestaties in beloningsregelingen

Het remuneratiebeleid, zoals goedgekeurd door de Algemene Vergadering van Elia Transmission België NV in mei 2024, is gericht op het aantrekken, behouden en belonen van de beste talenten zodat de onderneming haar strategische doelstellingen op korte en lange termijn kan bereiken, rekening houdend met de risicobereidheid en gedragsnormen van het bedrijf. De hoogte van de vergoeding moet de vennootschap in staat stellen de betrokkenheid van de bestuurders en leden van het College van dagelijks bestuur te waarborgen en te zorgen voor de juiste combinatie van deskundigheid en diversiteit. Op deze manier draagt het remuneratiebeleid bij aan de bedrijfsstrategie, het waarborgen van langetermijnbelangen en het versterken van de duurzaamheid van de onderneming.

De vergoeding van de leden van het College van dagelijks bestuur wordt bepaald door de Raad van Bestuur op aanbeveling van het Vergoedingscomité en omvat een vaste verloningscomponent en een variabele verloningscomponent die gekoppeld is aan specifieke doelstellingen.

Wat de toekenning van de variabele verloning betreft, worden financiële en niet-financiële prestatiecriteria gedefinieerd, evenals een toelichting op de wijze waarop deze criteria bijdragen tot de bedrijfsstrategie, haar langetermijnbelangen en de duurzaamheid ervan.

In 2025 werd de variabele vergoeding van de leden van het College van dagelijks bestuur gekoppeld aan duurzaamheidskwesties, aangezien deze gekoppeld is aan de individuele kortetermijn- en de collectieve korte- en langetermijndoelstellingen die de strategische ambities van de vennootschap vertalen, zijnde:

a.Financiële prestatie (o.a. nettowinst en groene obligatielening)

b.Duurzame groei (o.a. de realisatie van de belangrijkste mijlpalen in infrastructuurprojecten en het behoud van het CAPEX-budget)

c.Duurzame operaties (o.a. kwaliteit van het net, veiligheid en diversiteit/vrouwelijke aanstellingen)

d.Transformatie en cultuur (o.a. het waarborgen van kritieke uitrusting, het beheer van flexibiliteit en digitalisering, het verbeteren van de prestaties en het reputatiemanagement).

De variabele verloningscomponent wordt berekend in functie van de mate waarin elk van de bovengenoemde doelstellingen is verwezenlijkt.

De realisatie van de bovengenoemde doelstellingen wordt opgevolgd door de Raad van Bestuur van Elia Transmission België NV.

De bestuurders van Elia Transmission België NV ontvangen een vaste vergoeding. Dit vergoedingsbeleid is gericht is op het aantrekken van personen die, door de combinatie van hun ervaring, kennis en vaardigheden, de Raad van Bestuur in staat stellen zijn rol te vervullen, namelijk het nastreven van duurzame waardecreatie door het bepalen en volgen van de strategie van de onderneming, het bieden van ethisch, verantwoordelijk en effectief leiderschap en het monitoren van de prestaties van de onderneming.

De leden van de Raad van Bestuur van Elia Transmission België NV ontvangen geen variabele vergoeding.

GOV-4 - Due-diligenceverklaring

Elia Transmission België voert due diligence uit als een doorlopende praktijk; de kernelementen van dit proces en de sectie waarin deze zijn beschreven in deze verklaringen, zijn opgelijst in onderstaande tabel. Voor de beschrijving van het specifieke due-diligenceproces voor de leveranciers in de upstream waardeketen, zie G1-2 - Beheer van relaties met leveranciers.

De kernelementen van due diligence zijn terug te vinden in deze verklaringen, in lijn met de volgende tabel:

Kernelementen van due diligence Sectie in de duurzaamheidsverklaringen

Due diligence verankeren in bestuur, strategie en bedrijfsmodel

Getroffen stakeholders betrekken bij alle belangrijke stappen van het due-diligenceproces

GOV-2

GOV-3

SBM-3

GOV-2

SBM-2

IRO-1

S1-2 - Processen om met het eigen personeel en werknemersvertegenwoordigers te overleggen over impacts

S2-2 - Processen om met werknemers in de waardeketen te overleggen over impacts

S3-2 - Processen om met getroffen gemeenschappen te overleggen over impacts

MDR-P weergegeven in:

E1-2 Beleid ten aanzien van mitigatie van en adaptatie aan het klimaat

E4-2 - Beleid ten aanzien van biodiversiteit en ecosystemen

E5-1 - Beleid ten aanzien van materiaalgebruik en circulaire economie

S1-1 - Beleid ten aanzien van eigen personeel

S2-1- Beleid inzake werknemers in de waardeketen

S3-1 - Beleid ten aanzien van getroffen gemeenschappen

G1-1 - Beleid ten aanzien van zakelijk gedrag en bedrijfscultuur

GOV-5 - Risicobeheersing en interne controles voor duurzaamheidsrapportage

Zie 2.4. Interne controle en risicobeheerssysteem betreffende het niet-financiële rapportage in het Governance & risicoverslag.

1.3.

Strategie

SBM-1

- Strategie, businessmodel en waardeketen

Businessmodel en waardeketen

Zie 4.2. Onze strategie, 5.1. Ons bedrijfsmodel en 2.5. Waardeketen voor een overzicht van elk. De activiteit van transmissie van elektriciteit geeft vorm aan het businessmodel van Elia Transmission België en haar belangrijkste waardeketen.

Secties 5.2. De middelen waarop we steunen en 5.4. De output van onze activiteiten beschrijven de middelen die worden gebruikt om onze bedrijfsactiviteiten te ondersteunen.

Nadelige gevolgen identificeren en beoordelen

Acties ondernemen om deze negatieve gevolgen aan te pakken

IRO-1

SBM-3

MDR-A, weergegeven in:

E1-3 - Maatregelen en middelen wat betreft beleid ten aanzien van klimaatverandering

E4-3 - Maatregelen en middelen wat betreft biodiversiteit en ecosystemen

E5-2 - Beleid en middelen wat betreft materiaalgebruik en circulaire economie

S1-4 - Acteren op materiële impacts, risico’s en kansen met betrekking tot eigen personeel

S2-4 - Acteren op materiële impacts, risico's en kansen met betrekking tot werknemers in de waardeketen

S3-4 - Acteren op materiële impacts, risico's en kansen met betrekking tot getroffen gemeenschappen De effectiviteit van deze inspanningen bijhouden en communiceren

MDR-M, weergegeven in:

E1-5 tot E1-8;

E4-5 - Impactmaatstaven wat betreft biodiversiteit en ecosystemen

E5-4 en E5-5

S1-9 tot S1-17

MDR-T, weergegeven in:

E1-4 - Doelen inzake klimaatmitigatie en klimaatadaptatie

E4-4 - Doelen wat betreft biodiversiteit en ecosystemen

E5-3 - Doelen wat betreft materiaalgebruik en circulaire economie

S1-5 - Doelen ten aanzien van eigen personeel

S2-5 - Doelen wat betreft werknemers in de waardeketen

S3-5 - Doelen ten aanzien van getroffen gemeenschappen

De specifieke geografische kenmerken van België, waar Elia Transmission België actief is, worden geanalyseerd en in uitvoering gebracht via de lokale beslissingsorganen, zoals uitgelegd in sectie GOV-1 - De rol van de bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen.

Duurzaamheidsdoelstellingen en geografische gebieden

In 4.3 Duurzaamheid staat centraal in onze strategie en in GOV-1 - De rol van de bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen wordt uitgelegd dat het ActNow programma ervoor zorgt dat duurzaamheid stevig in de strategie en al de bedrijfsactiviteiten zijn ingebed. Zie S1-6 - Kenmerken van de werknemers van de onderneming voor de details over het eigen personeel in België.

De duurzaamheidsdoelstellingen die in ActNow opgenomen zijn, worden beschreven in:

E1-4 - Doelen inzake klimaatmitigatie en klimaatadaptatie

E4-4 - Doelen wat betreft biodiversiteit en ecosystemen

E5-3 - Doelen wat betreft materiaalgebruik en circulaire economie

S1-5 - Doelen ten aanzien van eigen personeel

S2-5 - Doelen wat betreft werknemers in de waardeketen

Bedrijfsactiviteiten en daarmee verband houdende

opbrengsten

De activiteiten van Elia Transmission België zijn niet gerelateerd aan chemische productie, controversiële wapens of tabak. Minder dan 1 % van de totale jaaropbrengsten komen voort uit de directe aansluiting van krachtcentrales die op fossiele brandstoffen draaien op haar net. 2.1. Ontvankelijkheid voor en overeenstemming met de EU-taxonomieverordening geeft informatie over de opbrengsten uit op de EU Taxonomie afgestemde economische activiteiten.

SBM-2 - Belangen en opvattingen van stakeholders

Het overzicht van de stakeholders van Elia Transmission België is beschikbaar in 2.6

Interacties met stakeholders, terwijl onderstaande tabel details verschaft over hoe de Groep met hen samenwerkt en over de uitkomsten van deze interacties.

Stakeholdersgroep Waarom hebben we interactie

Klanten en consumenten

–De betrouwbare, efficiënte en betaalbare transmissie van elektriciteit verzekeren en de naadloze integratie van de energienoden van onze rechtstreeks aangesloten klanten faciliteren

–Ervoor zorgen dat onze bedrijfspraktijken open en transparant zijn en tegemoetkomen aan de noden van de consumenten en klanten

–Bijkomende flexibiliteit in het systeem vanuit de industrie en de huishoudens vrijmaken

Belangrijkste interactie doorheen de waardeketen

Uiteindelijk versterken de continue interacties van Elia Transmission België met haar stakeholders de Groepsstrategie, de beveiliging en effectiviteit van haar infrastructuur en de ruimere energiesystemen waarin ze actief is.

–Rechtstreeks contact via de departementen systeemplanning en consumenten

–Consumentenenquêtes

–Werkgroepen

–Projectspecifieke meetings

–Op vraag van rechtstreeks aangesloten klanten

–1 à 2 keer per jaar tijdens conferenties en informatiesessies

Netbeheerders

Energieproducenten

–Het systeem stabiel houden door onze activiteiten af te stemmen op die van naburige distributienetbeheerders (DNB’s) en transmissienetbeheerders (TNB’s)

–Gezamenlijke oplossingen ontwikkelen voor het (Europese) net, het systeem en de markten naarmate de elektrificatie toeneemt

–De bevoorradingszekerheid bevorderen, de betrouwbaarheid van het systeem waarborgen en de levering van systeemdiensten coördineren

–Hen aansluiten op het net

–Rechtstreeks contact via controle- en regionale centra

–Lidmaatschap van verenigingen

–Conferenties en evenementen

–Dagelijks via de medewerkers van systeembeheer

–Regelmatige interacties

–1 à 2 keer per jaar tijdens grote evenementen

Resultaten van de interactie

–De noden van de consumenten en klanten begrijpen, betekent dat bedrijfsactiviteiten hier vroeg aan kunnen voldoen, wat bijdraagt tot een efficiënte en doeltreffende netplanning, de socioeconomische welvaart en een sterkere reputatie

–Flexibiliteit vrijmaken in het systeem ondersteunt het evenwicht van het net

–De stabiliteit van ons net wordt in real time en 24/7 gehandhaafd

–Onze activiteiten op het gebied van systeembeheer zijn verbeterd, vooral gezien de alsmaar grotere volumes hernieuwbare energie

–Rechtstreeks contact via controle- en regionale centra

–Werkgroepen

–Informatiesessies

–Conferenties en evenementen

–Dagelijks via de medewerkers van systeembeheer

–1 à 2 keer per jaar tijdens grote evenementen

–De stabiliteit van ons net wordt in real time en 24/7 gehandhaafd

–Hun noden worden al vroeg in de planning van het systeem en de uitbreiding van het net in overweging genomen

–Betere exploitatie van het systeem en het net, bv. betrouwbaarheid verzekeren, uitvaltijden tijdens onderhoud inkorten

Hoe hebben we interactie
Methoden Frequentie

Stakeholdersgroep Waarom hebben we interactie

Aandeelhouders en investeerders

–De toekomstige groei en expansie van Elia Transmission België veiligstellen

Medewerkers

–De samenwerking vergroten en doeltreffendheid verbeteren

–Ervoor zorgen dat iedereen achter onze doelstellingen staat en dat het belang van onze rol in de energietransitie duidelijk is

Leveranciers

Lokale gemeenschappen

–Ervoor zorgen dat we toegang hebben tot kwalitatief hoogstaande en betaalbare materialen, tools en diensten

–Voldoen aan de toekomstige behoeften aan nieuw materiaal en nieuwe tools

–Bij het ontwerp van projecten rekening houden met de behoeften en belangen van lokale gemeenschappen

–Lokale gemeenschappen op de hoogte houden van de status van projecten en hun relevantie voor de energietransitie

Overheidsinstanties en publieke autoriteiten

–Onze activiteiten afstemmen op het overheidsbeleid en optreden als een betrouwbare adviseur voor beleidsmakers –Ervoor zorgen dat de regelgevende kaders waarde creëren voor de consument en onze investeerders een billijk rendement opleveren

Belangrijkste interactie doorheen de waardeketen

Hoe hebben we interactie

Methoden Frequentie

–Externe publicaties –Meetings en evenementen met investeerders

–Prestatiebeheer en opleidingssessies

–Interne

communicatiecampagnes

–Interne evenementen

–Enquêtes (‘Pulse’, welzijn, enz.)

–Rechtstreekse interacties, onder meer via aanbestedingen en contracten

–Vergaderingen

–Fysieke en virtuele informatieen overlegsessies tijdens projecten

–Specifieke projectwebsites en externe publicaties

–Regelmatig via het Investor Relations Team –Op regelmatige basis, afhankelijk van de externe publicatiedata (d.w.z. driemaandelijks, jaarlijks)

–1 à 2 keer per jaar tijdens grote evenementen

–Dagelijks

Resultaten van de interactie

–De nodige financiering om onze bedrijfsactiviteiten uit te voeren en de verwezenlijking van investeringsprojecten veilig te stellen

–Regelmatig via het inkoopteam en onze projectteams

–Regelmatig via de projectcommunicatieteams

–Onze medewerkers geloven in een gezamenlijk doel, wat hun werk ten goede komt

–Ze zetten zich in voor en dragen bij tot de prestaties van Elia Transmission België

–Toegang hebben tot de benodigde technologie op het moment dat deze nodig is en aan een betaalbare prijs

–Onze upstream waardeketen wordt duurzamer

–Bij het uitvoeren van onze activiteiten houden we rekening met de feedback van de betrokken lokale gemeenschappen

–Door regelmatig met lokale gemeenschappen te communiceren, begrijpen zij de maatschappelijke waarde van onze activiteiten beter

–Meetings met regelgevende instanties en beleidsmakers

–Publicaties en studies

–Frequent

–Overheidsinstanties en regelgevende instanties krijgen betrouwbaar advies over en doen onderzoek naar de decarbonisatie en het energiesysteem –Hun feedback wordt meegenomen en geïntegreerd in de activiteiten van de onderneming

Media en het grote publiek

–Op één lijn blijven met de belangen van de samenleving en updates geven over de voortgang

–Het publieke debat informeren over de beste methoden om netto nul te bereiken

Verenigingen, ngo’s en academici

–Ervoor zorgen dat ons onderzoek zo rigoureus mogelijk is en innovatieve technologie en benaderingen testen

–Oplossingen verkennen om de negatieve impacts van onze activiteiten tot een minimum te beperken

–Persconferenties en bezoeken ter plaatse

–Externe publicaties

–Digitale kanalen

–Lidmaatschap van organisaties en daaraan gekoppelde vergaderingen

–Specifieke projecten en studies

–Dagelijks contact met de media via rechtstreeks contact met het externe communicatieteam of via digitale kanalen

–Regelmatige publicaties

–Dagelijks contact tijdens specifieke projecten

–Maandelijkse of kwartaal vergaderingen met leden of partners

–Het grote publiek wordt op de hoogte gehouden van onze activiteiten en onze rol in de energietransitie. Hierdoor staat het achter onze missie

–Onze activiteiten worden verbeterd door te innoveren

–Meer expertise en een breder perspectief door middel van cocreatie en uitwisselingen

SBM-3 - Materiële impacts, risico’s en kansen en de wisselwerking daarvan met strategie en businessmodel

De ESRS die via de dubbele materialiteitsanalyse als materieel voor Elia Transmission België werden bepaald, zijn beschikbaar in onderstaande grafiek. De evolutie in vergelijking met 2024 wordt in de matrix getoond.

De beschrijving van de dubbele materialiteitsanalyse (DMA) en de verklaring van de evolutie in vergelijking met 2024 kan worden geraadpleegd in IRO-1 - Beschrijving van de processen om materiële impacts, risico’s en kansen in kaart te brengen en te analyseren.

Evolutie van materialiteit voor ESRS tussen 2024 en 2025

Standaard Materieel

Klimaatverandering Ja

Vervuiling Nee

Water en mariene hulpbronnen N.v.t

Biodiversiteit en ecosystemen Ja

Materiaalgebruik en circulaire economie Ja

Eigen personeel Ja

Werknemers in de waardeketen Ja

Getroffen gemeenschappen Ja

Consumenten en eindgebruikers Nee

Zakelijk gedrag Ja

Materialiteitsdrempel

Huidige financiële effecten

In 2025 genereerden losstaande duurzaamheidsgerelateerde risico’s geen financiële impact die aanpassingen aan de financiële rapportage en prestaties van Elia Transmission België vereisten.

Tijdshorizonten

Tijdens de dubbele materialiteitsanalyse bleken de impacts, risico’s en kansen die op de volgende pagina’s in detail worden beschreven op korte, middellange en lange termijn van materiële aard te zijn. De weinige uitzonderingen hierop zijn aangegeven in de tabel.

Beheer van materialiteitsthema’s

De impacts, risico’s en kansen (impacts, risks and opportunities, IRO’s) van Elia Transmission België die overeenstemmen met elke ESRS worden beheerd aan de hand van beleid, doelen, maatregelen en maatstaven. Omwille van hun overkoepelende aard kan een enkele beleidslijn representatief zijn voor meerdere materiële thema’s en/of meerdere IRO’s. De gedragscode voor leveranciers (Supplier Code of Conduct, SCoC) is bijvoorbeeld relevant voor het beheer van “broeikasgasemissies” - een materieel thema voor E1 Klimaatverandering - “arbeidsomstandigheden” - een materieel thema voor S2 Werknemers in de waardeketen - en “afval” - een materieel thema voor E5 Materiaalgebruik en circulaire economie.

De weinige uitzonderingen van de IRO’s die niet door een formele beleidslijn worden gedekt, werden transparant aangeduid.

De volgende tabellen tonen een overzicht voor een selectie van de belangrijkste acties, doelen, maatstaven en beleidsdocumenten. Voor een compleet begrip, zie de respectievelijke thematische hoofdstukken.

E1 Aan klimaatverandering

gerelateerde materiële impact, risico's en kansen

Materialiteits

thema’s

Impact +

Energietransitie

Uitstoot van broeikasgassen

Transitie naar een koolstofarme economie

Klimaatverandering en fysieke adaptatie

—Klimaatambities leiden tot een aanzienlijk investeringsprogramma om de energietransitie te realiseren, met inbegrip van investeringen in het net waar de samenleving tientallen jaren profijt van zal hebben.*

—Door proactief een net te plannen en te bouwen dat bestand is tegen extreme weersomstandigheden, helpt Elia Transmission België om een betrouwbare elektriciteitstransmissie te blijven garanderen en beperkt ze potentiële verstoringen ten gevolge van klimaatverandering tot een minimum.*

—In de elektriciteitssector speelt het transmissienet een cruciale rol bij het benutten van het potentieel van hernieuwbare energiebronnen die zich vaak ver van de verbruikscentra bevinden. Dit omvat de noodzaak om offshore te gaan, maar ook om sterkere interconnecties met buurlanden te ontwikkelen om de intermitterende aard van de belangrijkste hernieuwbare energiebronnen op te vangen en de bevoorrading met groene energie goedkoper en veiliger te maken..*

—Stakeholders overtuigen om de efficiëntie te verhogen en meer flexibiliteit in het elektriciteitssysteem vrij te maken om de totale transitiekost voor de samenleving te verlagen.*

Impact - —De klimaatambities leiden tot een aanzienlijk investeringsprogramma om de energietransitie te realiseren, inclusief investeringen in het elektriciteitsnet die via de transmissietarieven een onmiddellijke impact hebben op de elektriciteitsfactuur. Dit leidt tot terechte bezorgdheid bij onze eindgebruikers.*

—Indirecte uitstoot van broeikasgassen die opgewekt worden binnen de waardeketen van Elia Transmission België (scope 3) met betrekking tot onze bouw- en onderhoudswerkzaamheden op het net.

—Broeikasgasemissies die het gevolg zijn van netverliezen (scope 2) tijdens de elektriciteitstransmissie gekoppeld aan de activiteiten van Elia Transmission België op het gebied van systeembeheer.

—Broeikasgasemissies die voortkomen uit de eigen activiteiten van Elia Transmission België, d.w.z. auto’s, verwarming, SF6-lekkage en back-upsystemen (scope 1).

Waardeketen

Risico’s

—De omvang van het lokale netontwikkelingsplan in België stellen de haalbaarheid van zijn tijdige oplevering in vraag, net als het vermogen van Elia Transmission België om een gezonde balans te behouden.*

—Het optreden van extreme weersomstandigheden zoals stormen, koudegolven, hittegolven, overstromingen, droogte en bosbranden kunnen leiden tot schade aan assets en het activeren van noodmaatregelen voor bedrijfscontinuïteit.*

—Marktverstoring ten gevolge van het mechanisme voor koolstofgrenscorrectie (Carbon Border Adjustment Mechanism, CBAM) die offshore en grensoverschrijdende projecten in gevaar brengt.*

—De kosten voor technische assets zijn aanzienlijk gestegen door een krappe leveranciersmarkt, hoge inflatie, de stijging van de rentetarieven en schaarste aan grondstoffen (ook in de toeleveringsketen).*

—Financieringsrisico: het vermogen van Elia Transmission België en haar dochterondernemingen om toegang te krijgen tot wereldwijde financieringsbronnen en zo hun financieringsbehoeften te kunnen dekken om hun plannen te financieren en hun bestaande schulden te herfinancieren, is een belangrijk onderdeel van ons bedrijfs- en strategische plan.*

—Regelgevingsrisico: het toegestane rendement op eigen vermogen (ROE, Return on Equity) om investeringsplannen te realiseren is niet noodzakelijk een weerspiegeling van, of anticipatie op, de macro-economische omgeving.*

—Risico op vertraging van de ontwikkeling en oplevering van verschillende grote projecten met betrekking tot infrastructuur, marktontwikkeling en systeembeheer om de klimaatdoelstellingen te halen.*

—Stakeholders overtuigen om de efficiëntie te verhogen en meer flexibiliteit in het elektriciteitssysteem vrij te maken om onze netbelastingscapaciteit te verhogen.*

—Innovatieve oplossingen ontwikkelen, waaronder voorstellen om de totale netkosten te verlagen.**

—Aantonen hoe een systeem kan worden beheerd waarin de variabele productie van hernieuwbare energie domineert (aantonen dat regio's met een hoge HEBinjectie aantrekkelijk zijn voor toekomstbestendige bedrijven).**

Kansen

Beleidslijnen

Uitstoot van broeikasgassen

–Aankoopvoorwaarden

–Gedragscode voor leveranciers

–Algemene veiligheids-, gezondheids- en milieuvoorschriften voor aannemers die werk uitvoeren voor Elia Transmission België

–Asset management beleid voor hoogspanningsstations

Maatregelen

Energietransitie

–Ontwikkeling van het net en integratie van hernieuwbare energie

–Marktontwikkeling en systeembeheer

–Elektrificatie en sectorkoppeling

Uitstoot van broeikasgassen

–Vermindering van aan netverliezen gerelateerde broeikasgasemissies

–Koolstofarme technologieën voor SF6

–Koolstofarme mobiliteit

–Vaker een interne koolstofbeprijzing

(Internal Carbon Price, ICP) toepassen(ICP)

Doelstellingen

Uitstoot van broeikasgassen

—SBTi

—Koolstofarme mobiliteit

—SF6-lekpercentage

Veerkracht van het bedrijfsmodel

De veerkracht van ons bedrijfsmodel werd in 2024 geanalyseerd aan de hand van een robuust raamwerk voor de analyse van klimaatscenario’s. De uitkomst van deze oefening, waarbij werd gekeken hoe goed het bedrijf zich zou kunnen aanpassen aan risico’s op basis van verschillende risicobeperkende maatregelen, gaf aan dat klimaatgerelateerde fysieke risico’s geen significante impact zouden hebben op onze activiteiten.

Belangrijkste maatstaven

Energietransitie

–Op de EU Taxonomie afgestemde CAPEX

Uitstoot van broeikasgassen

–SF6-lekpercentage

–Scope 1-, 2-, 3-broeikasgasemissies

Klimaatverandering en fysieke adaptatie

–CAPEX toegewezen aan projecten om de veerkracht van het net te verbeteren

Elia Transmission België beschikt over een rigoureus systeem om klimaatgerelateerde risico’s te analyseren, ervoor te plannen, ze te beheren en zich eraan aan te passen; daarom worden de relevante beleidslijnen en actieplannen ook regelmatig geüpdatet. In geval van onverwachte incidenten pakt Elia Transmission België deze prioritair aan om de veerkracht van haar bedrijfsmodel te garanderen.

E4 Materiële impacts, risico’s en kansen met betrekking tot biodiversiteit en ecosystemen

Materialiteitsthema’s

Impact +

Impact -

Klimaatverandering

Verandering in gebruik land, zoet water en zee

Bodemafdekking

Impact op toestand soorten

—Elia Transmission België vergemakkelijkt de integratie van hernieuwbare energie en kan zo bijdragen tot de mitigatie van klimaatverandering, wat op lange termijn de biodiversiteit ten goede komt.

—Door middel van meervoudige investeringen met verschillende partners in langdurige projecten op het land en op zee (inclusief onderzoek en studies naar de impact op biodiversiteit en landschappen) kan Elia Transmission België een positieve nettobijdrage leveren aan zowel de biodiversiteit als de ecosystemen die haar infrastructuur omringen.

—Biodiversiteit en ecosystemen worden beïnvloed door de aanwezigheid van onze netinfrastructuur, bv. vogels door luchtlijnen of het mariene milieu door offshore kabel- en platforminstallaties. We maken gebruik van de principes van natuurinclusief design om onze netinfrastructuur te ontwikkelen, wat een positief effect heeft op de biodiversiteit.

—Mijnbouwactiviteiten om metalen en mineralen te winnen voor netcomponenten (bijv. koper, aluminium) kunnen natuurlijke habitats vernietigen en dus een impact hebben op het leven van planten en dieren.*

—De uitstoot van broeikasgassen die wordt gegenereerd binnen de waardeketen van Elia Transmission België heeft een indirect effect op de biodiversiteit.

—De bouw en aanwezigheid van netinfrastructuur kan leiden tot habitatverlies en -fragmentatie, wat een negatieve impact heeft op de biodiversiteit.

—Hoogspanningsstations bouwen of uitbreiden kan de doorlaatbaarheid van oppervlakten verminderen. Op sommige locaties worden (omwille van dwingende verplichtingen) oplossingen voor hergebruik en infiltratiemethoden getest die de negatieve impact op biodiversiteit kunnen verminderen/verzachten.

Risico’s —Projectvertragingen: vertragingen bij de vergunning kunnen de bouwstart uitstellen, vooral als er bezwaren worden ingediend of milieugerelateerde tijdvensters niet worden gehaald (bijv. start van het broedseizoen voor vogels).

Beleidslijnen

—Purchasing conditions

—Gedragscode voor leveranciers

—Algemene veiligheids-, gezondheidsen milieuvoorschriften voor aannemers die werk uitvoeren voor Elia Transmission België

—Assetmanagementbeleid voor sites en gebouwen en luchtlijnen

—Vogelmarkeringsbeleid

—Mariene net verklaring

Maatregelen

Klimaatverandering

–Duurzame hoogspanningsstations

Verandering in gebruik land, zoet water en zee

–Ecologisch beheer van boscorridors

Bodemafdekking

–Vegetatiebeheer in hoogspanningsstations

Impact op toestand soorten

–Vogelbakens op luchtlijnen

–Compensatiemaatregelen die door vergunningen worden opgelegd

Doelstellingen

—Ecologische corridors %

Waardeketen

Belangrijkste maatstaven

—Sites in/nabij beschermde gebieden

Veerkracht van het bedrijfsmodel

Om projecten te kunnen uitvoeren, moeten deze worden goedgekeurd door de relevante vergunningsverlenende instanties.

In dit kader analyseert Elia Transmission België continu de impact van haar activiteiten op het milieu en verzekert ze dat deze de relevante wetten en regelgeving naleven.

In geval van onverwachte incidenten pakt Elia Transmission België deze prioritair aan om de veerkracht van haar bedrijfsmodel te garanderen.

Kansen —n.v.t.

E5

Materiële impacts, risico's en kansen in verband met materiaalgebruik en circulaire economie

Materialiteitsthema’s

Impact +

Materiaalinstromen

Afval(stoffen)

—Als assets/materialen buiten gebruik worden gesteld, wordt in een magazijn beoordeeld of deze in andere bedrijfsstromen kunnen worden hergebruikt. Dit leidt tot het vermijden van aankoop van nieuwe materialen en draagt bij aan de maatschappelijke ontwikkeling (door een gereduceerde netvergoeding voor elektriciteitstransmissie).

—Toepassing van principes van de circulaire economie, zoals het vermijden, hergebruiken en recyclen van afval; innovatie in materiaalontwerp voor een langere levensduur en capaciteit van recycling; en samenwerking met partners om afval effectiever te beheren.

Impact - —De activiteiten van Elia Transmission België steunen op niet-hernieuwbare bronnen, waarvan de beschikbaarheid onderhevig is aan een bepaalde mate van onzekerheid, en de winning ervan zal het gebruik van energie naar verwachting verhogen. Circulaire strategieën werden ontwikkeld om het gebruik van materiaal in de waardeketen te verminderen en deze potentiële impact op de uitputting van materialen te beperken.*

—De bouw- en onderhoudsactiviteiten van Elia Transmission België genereren afval (dat het milieu kan schaden indien het niet naar behoren wordt behandeld).

Risico’s —Gelijktijdige klimaatactie (en verwante netinvesteringen) stellen de beschikbaarheid van de grondstoffen die nodig zijn voor de transmissie-infrastructuur in vraag, wat de druk op de prijzen en dus de kosten van uitrusting kan verhogen.

Kansen —Toepassing van principes van de circulaire economie, zoals het vermijden, hergebruiken en recyclen van afval; innovatie in materiaalontwerp voor een langere levensduur en capaciteit van recycling; en samenwerking met partners om afval effectiever te beheren.

Beleidslijnen

—Aankoopvoorwaarden voor elektrische apparatuur en werken

—Gedragscode voor leveranciers

—Algemene veiligheids-, gezondheids- en milieuvoorschriften voor aannemers die werk uitvoeren voor Elia Transmission België

—Asset management beleid voor netapparatuur

—Afvalbeheerprocedure

Maatregelen

Materiaalinstromen

–Netoptimalisering

–Preventief onderhoud

–Toestandsafhankelijk onderhoud van assets

Afval

–Evaluatie van aannemers

Doelstellingen

Materiaalinstromen

–% gerecycleerd staal in hoogspanningsmasten

Afval

–% gerecycleerd afval

Veerkracht van het bedrijfsmodel

Waardeketen

Belangrijkste

maatstaven

Materiaalinstromen

–Instroomvolumes

Afval

–Afvalvolumes

De principes van circulaire economie zijn verankerd in onze bedrijfspraktijken.

Na de validatie van haar strategie inzake circulariteit in 2025 focust Elia Transmission België op het verminderen van de milieu-impact van haar infrastructuurnoden via netontwerp, onderhoud en verbeteringen in de toeleveringsketen.

Door de levensduur van infrastructuur te verlengen en het gebruik van gerecycleerde materialen zoals staal en koper te stimuleren, garandeert Elia Transmission België de efficiëntie van middelen en het vermogen om zich aan te passen aan risico’s en kansen met betrekking tot materialen op lange termijn, en als dusdanig de veerkracht van haar bedrijfsmodel.

S1 Materiële impacts, risico’s en kansen met betrekking tot eigen personeel

Materialiteitsthema’s

Impact +

Arbeidsomstandigheden

Veiligheid en gezondheid

Gelijke behandeling en kansen voor iedereen

—Elia Transmission België is toegewijd aan het aantrekken, ontwikkelen en behouden van toptalent. We brengen optimale oplossingen tot stand die de ambities van de mensen koppelen met de behoeften van de onderneming en tegelijkertijd een cultuur van veiligheid, welzijn en innovatie bevorderen.

—Rekening houdend met de energietransitie en digitale transformatie van het bedrijf, voorziet Elia Transmission België verschillende bijscholingskansen om de medewerkers bij hun nieuwe activiteiten te ondersteunen, of bij verschillende activiteiten via de lokale Academies en een focus op de groep Academy.*

—Elia Transmission België heeft een positieve impact op bepaalde sociale categorieën (diverse nationaliteiten, etniciteiten, ...) door hen aan te werven en gelijke kansen aan te bieden en is toegewijd om inclusie en diversiteitsacties te ondernemen die verder gaan dan enkel naleving van de wet.**

—Veiligheidscultuur: Elia Transmission België geeft prioriteit aan veiligheid en streeft naar nul ongevallen, wat in het voordeel is van zowel het eigen personeel als het publieke vertrouwen.

Impact - — Elia Transmission België heeft een sterke focus op techniek met een overwegend mannelijk personeelsbestand, waardoor het bereiken van genderdiversiteit een uitdaging is.

—Werken met hoogspanningsapparatuur, op hoogte en in offshore omgevingen stelt medewerkers bloot aan mogelijke ongevallen en verwondingen (fysieke veiligheidsrisico’s).

Risico’s

Waardeketen

Kansen

Beleidslijnen

–Mensenrechtenbeleid

–Globaal preventieplan

–DEI-charter

–Arbeidsreglement

–Ethische code

–Raamwerk voor klokkenluiders

—Door ongeschikte arbeidsomstandigheden riskeert Elia Transmission België lopende activiteiten te vertragen en het mentale welzijn van onze medewerkers negatief te beïnvloeden.

—Gebeurtenissen op het gebied van veiligheid en gezondheid kunnen activiteiten op bouw- en operationele sites vertragen of onderbreken, gewerkte projecturen uitbreiden, infrastructuur beschadigen en stevige schade toebrengen aan medewerkers, dewelke negatieve financiële effecten kunnen veroorzaken.

—Aantrekken en behouden van talent: als de onboarding niet efficiënt gebeurt, riskeert Elia Transmission België lopende activiteiten te vertragen en het mentale welzijn van de werknemers negatief te beïnvloeden.

—n.v.t.

Maatregelen

Gelijke behandeling en kansen voor iedereen

–Bewustmakingscampagnes en -opleidingen

–Interne netwerken

–Partnerschappen

Veiligheid en gezondheid

–Bewustmakingscampagnes

–Persoonlijke beschermingsmiddelen

–Opleidingen

Doelstellingen

Gelijke behandeling en kansen voor iedereen

–Totaal aandeel vrouwelijke werknemers

–Instroom van vrouwen

Veiligheid en gezondheid

–Total Recordable Injury Rate - Werknemers

–Gezondheidspercentage

Belangrijkste

maatstaven

Gelijke behandeling en kansen voor iedereen

–Aantal werknemers/gender

–Genderverdeling op het hoogste managementniveau

Veiligheid en gezondheid

–Total Recordable Injury RateWerknemers

Arbeidsomstandigheden

–Werknemers onder collectieve arbeidsovereenkomsten

Veerkracht van het bedrijfsmodel

Elia Transmission België investeert in haar personeelsbestand om ervoor te zorgen dat ze over de juiste vaardigheden beschikt om een alsmaar complexer elektriciteitssysteem te beheren.

Naast regelmatige leer- en ontwikkelingskansen bevordert Elia Transmission België een ondersteunende omgeving en een sterke organisatiecultuur die focust op veiligheid en gezondheid, diversiteit, gelijke kansen en inclusie.

In geval van onverwachte incidenten pakt Elia Transmission België deze prioritair aan om de veerkracht van haar bedrijfsmodel te garanderen.

S2 Materiële impacts, risico’s en kansen met betrekking tot werknemers in de waardeketen

Materialiteitsthema’s

Impact +

Impact -

Risico’s

Arbeidsomstandigheden in de waardeketen

Veiligheid en gezondheid

Gelijke behandeling en kansen voor iedereen

—Elia Transmission België past een gedragscode voor leveranciers toe (Supplier Code of Conduct, SCoC), die de naleving van internationale normen voor ethisch gedrag en veiligheid en gezondheid vereist. Daarnaast spoort ze leveranciers aan om de EcoVadis-certificering te verkrijgen. Deze maatregelen bevorderen een verantwoordelijke toeleveringsketen die veilige arbeidsomstandigheden promoot.**

—De veiligheidscultuur van Elia Transmission België, de focus op de veiligheid van aannemers en het doel van nul ongevallen voor alle medewerkers dragen bij aan verbeterde veiligheidsnormen doorheen de waardeketen.

—Elia Transmission België past een gedragscode voor leveranciers toe (Supplier Code of Conduct, SCoC), die de naleving van internationale normen voor ethisch gedrag en sociale aspecten vereist.**

—Het verhoogde risico op werkgerelateerde letsels en sterfgevallen voor medewerkers doorheen de waardeketen als gevolg van werken met hoogspanningsapparatuur of werken op hoogte.

—Gebeurtenissen op het gebied van veiligheid en gezondheid kunnen schade toebrengen aan aannemers van Elia Transmission België.

—Gebeurtenissen op het gebied van veiligheid en gezondheid kunnen ertoe leiden dat aannemers zich terugtrekken uit projecten. Bijgevolg zouden infrastructuurprojecten en/of onderhoudswerkzaamheden vertraging kunnen oplopen en/of geschrapt worden.**

Kansen —n.v.t.

Beleidslijnen

—Gedragscode voor leveranciers

—Mensenrechtenbeleid

—Ethische code

—Algemene veiligheids-, gezondheids- en milieuvoorschriften voor aannemers die werk uitvoeren voor Elia Transmission België

—Algemene aankoopvoorwaarden

Maatregelen

Veiligheid en gezondheid –Operationele monitoring

–Externe certificeringen

–Bewustmakingscampagnes

Doelstellingen

Veiligheid en gezondheid –Total Recordable Injury Rate - Aannemers

Waardeketen

Belangrijkste

maatstaven

Veiligheid en gezondheid

–Total Recordable Injury Rate - Aannemers

Veerkracht van het bedrijfsmodel

Elia Transmission België werkt in het kader van haar bedrijfsactiviteiten samen met verschillende aannemers.

Zoals uiteengezet in 4.1 G1 Zakelijk gedrag, garandeert het bedrijf dat personen die betrokken zijn bij haar activiteiten in de toeleveringsketen, beschermd en eerlijk behandeld worden, en dat de normen die in haar gedragscode voor leveranciers worden vermeld, worden nageleefd. Het veiligheids- en gezondheidsbeleid voor het eigen personeel van het bedrijf is ook van toepassing op aannemers die op de sites werken.

Elia Transmission België evalueert en updatet dit beleid regelmatig om te garanderen dat het afgestemd is op de meest recente wetten en normen voor beproefde methoden. In geval van onverwachte incidenten pakt het bedrijf deze prioritair aan om de veerkracht van haar bedrijfsmodel te garanderen.

Elia Transmission Belgium Geïntegreerd Jaarverslag 2025

S3 Materiële impacts, risico’s en kansen met betrekking tot getroffen gemeenschappen

Materialiteitsthema’s

Impact op gronden

Burgerlijke en politieke rechten van gemeenschappen - vrijheid van meningsuiting

Impact + —De ontwikkeling van een duurzame infrastructuur komt de lokale waardeketen en de economische groei ten goede.*

—Stakeholder engagement: Elia Transmission België is voortdurend in gesprek met de overheid en regelgevende instanties om te zorgen voor de juridische omgeving en het regelgevend kader dat nodig is om haar klimaatdoelstellingen te behalen.

Impact - —Aangezien het transmissienet van Elia Transmission België door bewoond gebied loopt, heeft de fysieke voetafdruk ervan een groot aantal lokale impacts (waaronder landgebruik, lawaai, visuele impact...).

Risico’s —Risico’s met betrekking tot vergunningen: de tijdige goedkeuring van vergunningen is een belangrijke uitdaging voor de uitvoering van projecten die de energietransitie ondersteunen. De uitrol van infrastructuur is sterk afhankelijk van de steun van de getroffen gemeenschappen.

Kansen

—Nauwe samenwerking met lokale gemeenschappen en industriële spelers zorgt voor een beter begrip van en anticipatie op de behoeften en maakt een snellere ontwikkeling van het net en de identificatie van groeikansen mogelijk.**

Beleidslijnen

—Beleid met betrekking tot engagement

—Compensatiebeleid

—Strategieën voor netontwikkeling: luchtlijnen versus ondergrondse kabels

—EMV-protocol

Maatregelen

—Gemeenschapsengagement en projectcommunicatie

—Compensatiemaatregelen en risicobeperkende maatregelen

Doelstellingen

n.v.t.

Belangrijkste

maatstaven

n.v.t. * Deze IRO wordt niet formeel door een beleidslijn gedekt.

Deze IRO is materieel vanaf de middellange/lange termijn.

Waardeketen

Veerkracht van het bedrijfsmodel

Als deel van de wettelijke verplichtingen en de maatschappelijke rol van Elia Transmission België om het elektriciteitsnet te bouwen, onderhouden en beheren, moet ze transparant in contact treden met de gemeenschappen die getroffen worden door de netinfrastructuur.

De verantwoordelijke projectteams streven ernaar om gedurende het hele project zo vroeg mogelijk vertrouwensrelaties op te bouwen met lokale gemeenschappen.

Elia Transmission België overlegt op regelmatige basis met getroffen gemeenschappen om de zich eventueel voordoende problemen te anticiperen en aan te pakken, en de veerkracht van het bedrijfsmodel te garanderen.

G1

Materiële impacts, risico’s en kansen met betrekking tot zakelijk gedrag

Materialiteitsthema’s

Impact +

Beheer van relaties met leveranciers

Bescherming van klokkenluiders

Bedrijfscultuur

Politieke invloed en lobbyactiviteiten

Corruptie en omkoping - preventie en opsporing, inclusief opleiding

—Goed bestuur en naleving: Goede corporate governance is gericht op het waarborgen van een verantwoorde uitvoering van bedrijfszaken en een verantwoord beheer van middelen.

Impact - —De aankoop van apparatuur en diensten is essentieel om het onderhoud en de uitbreiding van het net te garanderen die nodig zijn om onze strategische doelstellingen te bereiken. De hevige concurrentie van Europese TNB’s en andere industrieën die gelijkaardige uitbreidingsplannen hebben, leidt tot hogere prijzen voor kritieke apparatuur, wat de kost van de energietransitie voor de samenleving verhoogt.

—Gebrek aan strenge preventieve maatregelen en klokkenluidersbescherming kan leiden tot corrupte praktijken binnen de organisatie.

—Het wordt van Elia Transmission België verwacht dat ze haar politieke bijdragen en lobbyactiviteiten openbaar maakt, wat ervoor zorgt dat deze acties in overeenstemming zijn met haar duurzaamheidsdoelen en ethische normen.

—Een gebrek aan strenge preventieve en opsporingsmaatregelen (zoals opleiding, communicatiecampagnes enz.) kan leiden tot corrupte praktijken binnen de organisatie.

Waardeketen

Risico’s

Kansen

—De huidige concurrentie en de hoge druk op de toeleveringsketen (apparatuur voor grote infrastructuurprojecten van TNB’s) leidt bijgevolg tot langere levertijden en beperkte onderhandelingsruimte, die op hun beurt de prijzen opdrijven. Alles samen kan dit de oplevering van de projectenportefeuille beïnvloeden en de uitvoering van het investeringsplan.

—n.v.t.

Beleidslijnen

—Ethische code

—Anti-omkopings- en anticorruptiebeleid

—Mensenrechtenbeleid

—Gedragscode

—Gedragscode voor leveranciers

—Aankoopvoorwaarden

—Algemene veiligheids-, gezondheids- en milieuvoorschriften voor aannemers die werk uitvoeren voor Elia Transmission België

—Raamwerk voor klokkenluiders

Maatregelen

Bedrijfscultuur

—Opleiding van medewerkers

—Interne auditprocedures

Beheer van relaties met leveranciers

—Due diligence voor leveranciers

—Maatregelen tegen corruptie en omkoping

Doelstellingen

n.v.t.

Resilience of the business model

Zie 4.1 G1 Zakelijk gedrag voor hoe de governance regelingen, interne controles, interne en externe audits, beleidslijnen en medewerkersopleidingen van Elia Transmission België ervoor zorgen dat ze de wettelijke, regelgevende en interne vereisten naleeft en tegelijkertijd fraude voorkomt en transparantie handhaaft.

Belangrijkste maatstaven

—Fraude, corruptie en inbreuken op naleving

—Indirecte politieke bijdragen

Elia Transmission België evalueert en updatet regelmatig waar nodig alle bovenstaande informatie om te garanderen dat deze afgestemd is op de wetten en normen voor beproefde methoden.

In geval van een onverwacht incident pakt het bedrijf dit prioritair aan om de veerkracht van haar bedrijfsmodel te garanderen.

1.4. Impact-, risico- en kansenmanagement

IRO-1 - Beschrijving van het proces om materiële impacts, risico’s en kansen in kaart te brengen en te analyseren Overzicht

De kernactiviteit van Elia Transmission België is de transmissie van elektriciteit in België. Bijgevolg zijn de meeste materiële impacts, risico’s en kansen (IRO’s) gerelateerd aan de activiteit van elektriciteitstransmissie.

De belangrijkste waardeketen van Elia Transmission België wordt voorgesteld in sectie 2.5. Waardeketen.

Analyse van impacts, risico’s en kansen

De dubbele materialiteitsanalyse (DMA) voor 2025 werd uitgevoerd volgens de in 2024 opgestelde methodologie.

De analyse volgde de onderstaande stappen:

1.Definitie van de reikwijdte: de grenzen en doelstellingen verduidelijken;

2.Waardeketen: garanderen dat alle duurzaamheidsimpacts en afhankelijkheden gedekt zijn;

3.Identificatie van thema’s: een lijst samenstellen van mogelijk materiële duurzaamheidskwesties met als uitgangspunt de risico’s en kansen die werden geïdentificeerd aan de hand van het ERM-systeem (Enterprise Risk Management).

Terwijl de identificatie van materiële duurzaamheidsthema's geïnitieerd werd door gebruik te maken van de risico's en opportuniteiten uit het ERM systeem, heeft Elia Transmission België een bijkomende volledigheidscheck uitgevoerd om zeker te zijn dat de belangrijkste impacts die niet naar voren kwamen als ERM risico's, ook werden meegenomen. Voorbeelden van bijkomende uitgevoerde checks zijn stakeholder input, vergelijkingen met peers, impact screening van de waardeketen en interne workshops die gehouden werden met duurzaamheidsexperts. Deze bijkomende analyse verzekert dat de DMA alle relevante impacts meeneemt, ongeacht of deze op het huidige moment een risico of opportuniteit genereren.

Daarnaast werd er een benchmarkoefening uitgevoerd voor de sector om de resultaten met betrekking tot materialiteit te vergelijken, wat voor waardevolle context en validatie zorgt.

Terwijl de methodologie om een score toe te wijzen onveranderd blijft in vergelijking met vorig jaar, werd er nu een grotere nadruk gelegd op het verzekeren van een consistente

toepassing op alle thema’s. Dit leidde tot meerdere kleinschalige aanpassingen van de uiteindelijke output.

De impacts werden ingeschat en gescoord volgens de volgende parameters

Ernst X Waarschijnlijkheid

Schaal Reikwijdte onomkeerbaarheid (alleen voor negatieve impacts)

De 'Ernst' parameter werd berekend als het gemiddelde van de 'Schaal', 'Reikwijdte', en 'Onomkeerbaarheid'. De vermenigvuldiging van de 'Ernst' en 'Waarschijnlijkheid' parameters leidde tot een score op de impact dimensie voor elke impact.

De risico en opportuniteiten werden ingeschat en gescoord op basis van twee parameters: 'Financiële effect' en 'Waarschijnlijkheid'. Drie schalen - Winst en verlies (P&L), Investeringen (CAPEX), en Gezondheid en Veiligheid (H&S) - werden gebruikt om de 'Financiële effect' te meten. Afhankelijk van de aard van het risico of de opportuniteit, werd de meest toepasselijke schaal gekozen.

Financiële effect (P&L, CAPEX, H&S) X Waarschijnlijkheid

Het vermenigvuldigen van de bovenstaande parameters gaf een score op de financieële dimensie voor elk risico en elke opportuniteit.

De materialiteit van elk duurzaamheidsthema werd bepaald op basis van de maximumscores voor de IRO’s van dezelfde ESRS. Deze hoogste scores bepalen ook de positie van de overeenkomstige ESRS in de dubbele materialiteitsmatrix.

Elke score van elke IRO uit elke dimensie - impact/risico en kansen - werd vergeleken met de bepaalde drempel (>10) om de materialiteit van de IRO en de materiële duurzaamheidskwesties te constateren. De drempelwaarde werd op 10 gezet om de samenhang met vorig jaar en met andere bedrijfspraktijken te behouden.

Het projectteam gebruikte dezelfde schalen en drempelwaarden voor de analyse van duurzaamheidsgerelateerde risico’s als voor andere risicotypes.

Stakeholder engagement

Elia Transmission België treedt regelmatig in contact met haar stakeholders om inzicht te krijgen in hun bekommernissen en behoeften en deze mee te nemen. Voor meer informatie over hoe Elia Transmission België interageert met stakeholders, zie sectie SBM-2 - Belangen en opvattingen van stakeholders. Door het natuurlijke proces waarbij de opvattingen van externe stakeholders via vertegenwoordigers van interne departementen mee worden genomen, is de dubbele materialiteitsmatrix die in dit rapport wordt weergegeven, enkel gebaseerd op inzichten van interne stakeholders.

Gedurende het jaar werden er gerichte verbeteringen doorgevoerd in de betrokkenheid van experts bij een aantal thema’s: biodiversiteit, vervuiling en circulaire economie. Het doel was om de conclusies van de DMA van vorig jaar in vraag te stellen en inzichten te verzamelen die de argumentering ervoor kunnen verdiepen en verbeteren of ondersteunen.

Goedkeuring en managementbeoordeling

De uitkomst van de dubbele materialiteitsoefening werd goedgekeurd door de Elia Transmission België Sustainability Committee en college van dagelijks bestuur (ExCo).

Integratie in het algemene managementproces

We verankerden de thema’s van de dubbele materialiteitsoefening in de huidige managementpraktijken van Elia Transmission België.

De belangrijkste impacts, risico's en opportuniteiten die uit de dubbele materialiteitsoefening naar voren kwamen, zijn via de strategische bedrijfsbeoordelingsoefening ingebed in onze bedrijfsstrategie en in de managementpraktijken.

Belangrijkste bevindingen en evolutie

Elia Transmission België publiceert sinds 2022 een dubbele materialiteitsmatrix, en sinds 2024 is deze aangepast om de ESRS-richtlijnen te volgen. Een vergelijking is dus enkel mogelijk met de matrix van vorig jaar.

De lijst van materiële en niet-materiële ESRS is stabiel en in lijn met de benchmark onder sectorgenoten. Omwille van de erkenning van bedreigde diersoorten als een kritieke factor voor Elia Transmission België was er een toename in materialiteit voor E4 'Biodiversiteit en ecosystemen'. Deze toename houdt rechtstreeks verband met vergunningsprocedures en de uitvoering van infrastructuurprojecten, en werd onderbouwd door gerichte interviews met experts.

Andere kleine aanpassingen zijn het gevolg van een betere samenhang in de lijst met IRO’s, toewijzingsfouten, correcties en opmaak.

IRO-2 - Rapportage-eisen in ESRS opgenomen in het duurzaamheidsverslag van de onderneming

De lijst van rapportage-eisen die als materieel werden beoordeeld op basis van de dubbele materialiteitsanalyse is beschikbaar in sectie 5.1. ESRS-inhoudsopgave.

Voor een verklaring van hoe de te rapporteren materialiteitsthema’s werden geïdentificeerd en welke grenswaarden gebruikt werden, zie sectie IRO-1 - Beschrijving van de processen om materiële impacts, risico’s en kansen in kaart te brengen en te analyseren.

De volgende normen en hun overeenkomstige duurzaamheidsthema’s werden door de dubbele materialiteitsanalyse als “niet materieel” beoordeeld.

E2 Verontreiniging De IRO’s met betrekking tot verontreiniging werden dit jaar opnieuw geanalyseerd in het kader van een gerichte en bredere oefening. Ze werden als “niet-materieel” beoordeeld.

E3 Water en mariene hulpbronnen

S4 Consumenten en eindgebruikers

De activiteiten van Elia Transmission België omvatten geen wateronttrekking, -lozing, of -verbruik. De hoofdrol van Elia Transmission België als transmissienetbeheerder heeft geen directe impact op mariene hulpbronnen.

Omwille van de specifieke activiteit van elektriciteitstransmissie omvatten de activiteiten van Elia Transmission België geen direct contact met eindgebruikers.

De lijst met datapunten waarover in deze duurzaamheidsverklaring gerapporteerd wordt en die voortkomen uit andere EU-wetgeving kan worden geraadpleegd in sectie 5.2. Lijst van datapunten in dwarsdoorsnijdende en thematische standaarden die voortkomen uit andere EU-wetgeving.

Standaard Verklaring

2. Milieuinformatie

2.1. In aanmerking komen voor en afstemmen op de EU Taxonomie wetgeving

2.1.1

Context

De EU Taxonomie Verordening 2020/852 bepaalde een Europees classificatiesysteem dat definieert welke economische activiteiten een wezenlijke bijdrage aan het milieu kunnen leveren.

De EU Taxonomie - en de bijbehorende rapportage-eisen - stellen financiële en nietfinanciële ondernemingen in staat om een gezamenlijke definitie van ecologisch duurzame economische activiteiten te delen. Enerzijds biedt ze bedrijven de kans om aan te tonen dat hun economische activiteiten overeenstemmen met de Europese doelstellingen inzake decarbonisatie en dat ze op de lange termijn veerkrachtig zijn. Anderzijds stelt ze investeerders in staat om geïnformeerde investeringsbeslissingen te nemen over wat ecologisch duurzame economische activiteiten zijn. Het doel van de Taxonomie is om kapitaalstromen te heroriënteren naar dergelijke economische activiteiten.

2.1.2 Elia Transmission België, een "early adopter"

Elia Transmission België volgde de ontwikkeling van de EU Taxonomie nauw op en besliste al voor de vereiste deadline over te stappen naar rapportage in overeenstemming met de vereisten ervan. In 2021 publiceerde Elia Transmission België haar EU Taxonomy Case Study, die onderzocht in hoeverre onze activiteiten waren afgestemd op de EU Taxonomie, en maakte ze vrijwillig haar bijbehorende methodologie en implementatieproces openbaar.

Sindsdien behield Elia Transmission België haar inzet voor hoogkwalitatieve rapportage op het gebied van Taxonomie en bleef ze haar methodologie en aanpak verbeteren. Dit deel van de duurzaamheidsverklaring is bedoeld om stakeholders een update te geven van de mate waarin de Groep in aanmerking komt voor, en afgestemd is op, de EU Taxonomie, en om het onderbouwende bewijs voor de afstemming te leveren.

In aanmerking komende KPI’s van Elia Transmission België in 2025

Voor de Taxonomie in aanmerking komende omzet

Voor de Taxonomie in aanmerking komende CAPEX

Afgestemde KPI’s van Elia Transmission België in 2025

Voor de Taxonomie in aanmerking komende OPEX

Op de Taxonomie afgestemde omzet

Afgestemd op Taxonomie CAPEX

Afgestemd op Taxonomie OPEX

De gedetailleerde rapportage van Elia Transmission België met betrekking tot de EU Taxonomie voor 2025 wordt toegelicht aan het einde van dit hoofdstuk.

2.1.3 Ons proces

De beoordelingen van de ontvankelijkheid voor en afstemming op de EU Taxonomie van Elia Transmission België werden voorbereid op basis van de volgende verordeningen:

—de EU Taxonomie Verordening 2020/852 van 18 juni 2020, de Gedelegeerde Verordening klimaat (Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/213 van de Commissie) en de wijzigingen daarop (Gedelegeerde Verordening (EU) 2023/2485 van de Commissie);

—de aanvullende Gedelegeerde Verordening klimaat (Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/1214 van de Commissie);

—de Gedelegeerde Verordening milieu (Gedelegeerde Verordening (EU) 2023/2486);

—de Gedelegeerde Verordening rapportage (Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2178 van de Commissie van 6 juli 2021);

—het Rapport over minimale sociale waarborgen, gepubliceerd op het Platform on Sustainable Finance in juli 2022;

—een reeks FAQ-documenten van de EU Commissie over de EU Taxonomie (laatste versie: maart 2025).

—vanaf financieel jaar 2025 heeft Elia Transmission België ook de 'Cut the Red Tape Gedelegeerde Verordening' (Gedelegeerde Verordening (EU) 2026/73) en de daarbij horende Annexen van 4 juli 2025 opgenomen in haar analysekader ter aanvulling van de EU Taxonomie, klimaat en milieu Gedelegeerde Verordeningen.

De beoordeling van de ontvankelijkheid voor en afstemming op de EU Taxonomie omvat de hieronder beschreven aanpak in zes stappen. Economische activiteiten die voldoen aan de in de eerste vijf stappen beschreven vereisten, worden beschouwd als zijnde

"afgestemd" op de EU Taxonomie. Stap zes van de beoordeling is de berekening van de KPI’s voor de EU Taxonomie (omzet, CAPEX, OPEX).

Methodologie – aanpak in zes stappen

1.Nagaan welke activiteiten de ‘de minimis drempelwaarde’ van 10% overschrijden (in lijn met de ‘Cut the Red Tape Gedelegeerde Verordening’) en kunnen meegenomen worden als 'in aanmerking komende voor' of 'afgestemd op' de EU Taxonomie.

2.Ontvankelijkheidsanalyse: de economische activiteiten van Elia Transmission België worden beoordeeld om te controleren of ze “in aanmerking komen voor de Taxonomie”. Om in aanmerking te komen, moeten activiteiten voldoen aan de definitie van een of meerdere activiteiten beschreven in de Gedelegeerde Verordeningen. De activiteiten die in de Gedelegeerde Verordeningen worden beschreven, houden verband met een van de volgende zes milieudoelstellingen:

a.klimaatmitigatie;

b.adaptatie aan klimaatverandering;

c.het duurzaam gebruik en de bescherming van water en mariene hulpbronnen;

d.de transitie naar een circulaire economie;

e.preventie en bestrijding van verontreiniging;

f.de bescherming en het herstel van de biodiversiteit en ecosystemen.

3.Substantiële bijdrage: de economische activiteiten van Elia Transmission België worden geanalyseerd om te controleren dat ze een “substantiële bijdrage” leveren aan de relevante milieudoelstelling(en).

4.Analyse “Do No Significant Harm” (DNSH, “geen ernstige afbreuk doen aan”): er wordt beoordeeld of de economische activiteiten van Elia Transmission België die in aanmerking komen geen ernstige afbreuk doen aan een van de andere milieudoelstellingen terwijl ze aan een substantiële bijdrage leveren aan één ervan.

5.Inachtneming van minimumgaranties: er wordt beoordeeld of de economische activiteiten van Elia Transmission België de minimumgaranties uit de Taxonomieverordening respecteren.

6.KPI-berekening: de verhouding van de ecologisch duurzame economische activiteiten van Elia Transmission België (geïdentificeerd in stappen 1-5) wordt vervolgens berekend door de omzet, CAPEX en OPEX te identificeren die in aanmerking komen voor en zijn afgestemd op de Taxonomie.

2.1.4. Economische activiteiten die wel of niet in aanmerking komen voor de Taxonomie

Beslissingen betreffende het al dan niet in aanmerking komen van de economische activiteiten van Elia Transmission België worden genomen door de economische activiteiten van elke entiteit van Elia Transmission België in het kader van de Taxonomieverordening te vergelijken met de definitie van de activiteiten beschreven in de

Gedelegeerde Verordeningen van de EU Taxonomie. Opmerking: sectie 7. Structuur van de Groep van het financieel verslag geeft een beeld van de juridische structuur van Elia Transmission België.

Deze oefening werd gemaakt met betrekking tot de dochterondernemingen waarover verslag werd uitgebracht in de verschillende segmenten zoals uitgelegd in sectie 4. Rapportering per segment van het financieel verslag. Op basis van de Taxonomierichtlijnen en -mededelingen die door de Europese Commissie worden gepubliceerd, werden de rechtspersonen Nemo Link, JAO, HGRT SAS en Coreso niet meegenomen in de beoordelingsoefening (noch de tellers noch de delers van de KPI’s), omdat ze gekwalificeerd worden als investeringen opgenomen in de geconsolideerde financiële verklaringen volgens de vermogensmutatiemethode (joint ventures en geassocieerde ondernemingen) of de International Financial Reporting Standard 9.

De ontvankelijkheidsanalyse van de entiteiten die werden beoordeeld, toonde aan dat de economische hoofdactiviteit van Elia Transmission België - “transmissie van elektriciteit”ontvankelijk is voor de Taxonomie, meer bepaald voor activiteit “4.9 Transmissie en distributie van elektriciteit” onder de milieudoelstellingen voor de mitigatie van klimaatverandering (Climate Change Mitigation, hierna CCM) en adaptatie aan klimaatverandering (Climate Change Adaptation, hierna CCA).

In overeenstemming met art. 1.2.2.2. van de Gedelegeerde Verordeningen over rapportage: “indien een economische activiteit aan meerdere milieudoelstellingen bijdraagt, moeten niet-financiële ondernemingen [...] de omzet [red. en CAPEX of OPEX] uit die activiteit slechts eenmaal opnemen in de teller van de KPI’s in punt 1.1 van deze bijlage [I], om dubbeltelling te voorkomen.”

Elia Transmission België wil dubbeltelling van milieudoelstellingen vermijden, dus wijst ze al haar omzet en overeenkomstige CAPEX en OPEX toe aan de doelstelling “mitigatie van klimaatverandering”.

Met betrekking tot de KPI “CAPEX” kan er in sommige gevallen een onderscheid gemaakt worden tussen de aard en reikwijdte van CAPEX in een activiteit die substantieel bijdraagt tot CCM en CAPEX die deze activiteit aangepast maakt aan klimaatverandering. Dit zou het geval kunnen zijn in situaties waarin de adaptatie oplossing losstaat van de op CCM afgestemde asset (m.a.w. een maatregel/project die/dat apart identificeerbaar is en geïmplementeerd werd) of de oplossing vermeld wordt in het adaptatieplan van de bestaande activiteit/asset. Er moet bijvoorbeeld een verschil worden gemaakt tussen de CAPEX om een nieuwe HTLS-lijn te bouwen om het geïntegreerde net te versterken, wat in Elia Transmission België’s geval kan worden beoordeeld voor CCM, en de CAPEX die specifiek is toegewezen aan de versteviging van de masten om bestand te zijn tegen toekomstig hogere windsnelheden, wat kan worden beoordeeld voor CCA.

Elia Transmission België onderscheidt een klein deel van haar CAPEX dat onder CCM behoort als zijnde ontvankelijk onder CCA. Dit is de CAPEX die gelinkt is aan de aspecten van adaptatie aan klimaatverandering die ingebed zijn in de bouw van haar infrastructuur volgens de beoordeling van de kwetsbaarheid voor en het risico van klimaatverandering. Aspecten van adaptatie aan klimaatverandering zijn ingebed in de bouw van de netten van Elia Transmission België, en dit vanaf de ontwerpfases, om hun betrouwbaarheid te vergroten. Elia Transmission België identificeerde alle CAPEX die is verbonden met mastverstevigingsprojecten die de bestendigheid van het net tegen stormweer en krachtige wind vergroten, wat overeenstemt met een waarde van €33,2 miljoen. Daarnaast

identificeert Elia Transmission België ook de CAPEX die gerelateerd is aan het bestendiger maken van haar assets tegen overstromingsrisico’s. Door dit bedrag toe te voegen aan de totale CAPEX die gelinkt is aan mastverstevigingen, krijgen we een totaal CAPEX-bedrag van €33,2 miljoen gelinkt aan CCA.

Entiteit NACE-code / omschrijving Omschrijving van de activiteit

–Elia Transmission België NV/SA –Elia Asset NV/ SA 35120 Transmissie van elektriciteit

Elia Transmission België NV/SA en Elia Asset NV/SA vormen de Belgische transmissienetbeheerder voor elektrische zeer hoge- en hoogspanning.

–Elia RE SA 65200 Herverzekeringen Elia RE NV is een verzekeringscaptive.

–Elia Engineering NV/SA 71121

Ingenieurs en aanverwante technische adviseurs, exclusief landmeters

Ingenieurs- en technische consultancy-activiteiten

2.1.5 Substantiële bijdrage aan de mitigatie van de klimaatverandering (SC)

Zoals hierboven beschreven, vereist de Taxonomieverordening van niet-financiële ondernemingen dat ze beoordelen of hun ontvankelijke economische activiteiten een “substantiële bijdrage” leveren aan een of meer van de zes milieudoelstellingen zonder schade toe te brengen aan een van de andere vijf.

De hoofdactiviteit van Elia Transmission België – de transmissie van elektriciteit – komt in aanmerking voor milieudoelstellingen voor CCM en CCA en wordt voor afstemming beoordeeld onder de CCM-doelstelling voor de activiteit 4.9 “Transmissie en distributie van elektriciteit”.

Substantiële bijdrage aan de mitigatie van de klimaatverandering

De bijdrage die de transmissie van elektriciteit maakt aan de mitigatie van klimaatverandering wordt beoordeeld aan de hand van de relevante criteria in Bijlage I van de Gedelegeerde Handeling klimaat28 .

Hierin wordt in overweging genomen dat de transmissie van elektriciteit een substantiële bijdrage levert aan de mitigatie van de klimaatverandering als de “transmissie -en distributie infrastructuur -of uitrusting zich in een elektriciteitssysteem bevindt dat voldoet aan ten minste één van de volgende criteria:

Overeenstemming met de gedelegeerde handelingen klimaat

Beslissing over ontvankelijkheid (Ja / Nee)

4.9 “Transmissie en distributie van elektriciteit” Ja

Geen perfecte overeenkomst met de activiteiten beschreven in de Gedelegeerde Verordening over Klimaat

Geen perfecte overeenkomst met de activiteiten beschreven in de Gedelegeerde Verordening over Klimaat

Nee

a.het systeem is het Europese stelsel van systemen, dat wil zeggen de gekoppelde regelzones van de lidstaten, Noorwegen, Zwitserland en het Verenigd Koninkrijk, alsook de ondergeschikte systemen ervan;

b.meer dan 67 % van de nieuw geactiveerde productiecapaciteit in het systeem bevindt zich onder de productiedrempelwaarde van 100 g CO2e/kWh, gemeten op basis van de levenscyclus overeenkomstig criteria voor elektriciteitsopwekking, gedurende een voortschrijdende periode van vijf jaar;

c.de gemiddelde netemissiefactor, berekend als de totale jaarlijkse emissies uit aan het systeem gekoppelde elektriciteitsopwekking gedeeld door de totale jaarlijkse nettoelektriciteitsproductie in dat net, ligt onder de drempelwaarde van 100 g CO2e/kWh, gemeten op basis van de levenscyclus overeenkomstig criteria voor elektriciteitsopwekking, gedurende een voortschrijdende periode van vijf jaar.”

De transmissieactiviteiten van Elia Transmission België voldoen aan criterium (a).

Interconnectoren die energietransmissienetten in verschillende landen met elkaar verbinden, dragen bij aan de duurzaamheid van de Europese energiesector door de handel in energie mogelijk te maken en de energie-efficiëntie te verhogen. Interconnectoren doen dit door de kosten om aan de elektriciteitsvraag tegemoet te komen, te verlagen en tegelijkertijd de bevoorradingszekerheid te verbeteren en de kostenefficiënte integratie van het toenemende aantal hernieuwbare energiebronnen in het systeem te vergemakkelijken.

Bovendien benadrukt de Gedelegeerde Verordening klimaat twee bijkomende punten: 1) “Infrastructuur die is bestemd voor het creëren van een directe verbinding of de uitbreiding van een bestaande verbinding tussen een hoogspanningsstation of netwerk en

Nee

een elektriciteitsproductie-installatie die broeikasgasintensiever is dan 100 g CO2e/kWh, gemeten op basis van de levenscyclus, voldoet niet.”

Er werd geoordeeld dat de omzet, CAPEX en OPEX van Elia Transmission België die verband houden met deze geïdentificeerde verbindingsinstallaties geen substantiële bijdrage leveren aan de milieudoelstelling “mitigatie van klimaatverandering”; bijgevolg werden deze tijdens het beoordelingsproces uit de tellers van de afstemming ('alignment') KPI’s geschrapt.

2) “De installatie van meetinfrastructuur die niet aan de eisen voor slimme meter systemen van artikel 20 van Richtlijn (EU) 2019/944 voldoet, voldoet niet.” De bedrijfsactiviteiten van Elia Transmission België voor elektriciteitstransmissie in België leven de Europese en nationale wetsvereisten na met betrekking tot de uitrol van slimme meters en voldoen aan de criteria voor substantiële bijdragen.

Op basis van het bovenstaande dragen alle activiteiten van Elia Transmission België substantieel bij tot CCM voor de activiteit “4.9 Transmissie en distributie van elektriciteit”, behalve de omzet uit directe verbindingen met vervuilende elektriciteitscentrales die broeikasgasintensiever zijn dan 100 gCO2e/kWh, gemeten op basis van de levenscyclus, en de CAPEX en OPEX die gelinkt is aan deze activiteiten.

2.1.6 Geen ernstige

afbreuk doen aan (“do no significant harm” of “DNSH”)

Voor de activiteiten van Elia Transmission België die bevestigd werden als “substantieel bijdragend” aan de mitigatie van de klimaatverandering, moet Elia Transmission België evalueren of ze bij het maken van haar substantiële bijdrage geen afbreuk doet aan de andere milieudoelstellingen.

Merk op dat er voor de transmissie en distributie van elektriciteit geen DNSH-criteria voor de milieudoelstelling “het duurzaam gebruik en de bescherming van water en mariene hulpbronnen” werden gedefinieerd; deze werden bijgevolg niet geëvalueerd.

Adaptatie aan klimaatverandering

Om ervoor te zorgen dat er geen afbreuk wordt gedaan aan de milieudoelstelling “adaptatie aan klimaatverandering” (CCA), moet Elia Transmission België evalueren hoe haar activiteiten beïnvloed kunnen worden door fysieke klimaatrisico’s en hoe ze plant om deze risico’s te beperken door aanpassingsmaatregelen te formuleren en implementeren.

Om te voldoen aan dit DNSH-criterium werd er een beoordeling van de kwetsbaarheid voor en het risico van klimaatverandering uitgevoerd in overeenstemming met de vereisten van Appendix A in Bijlage I van de Gedelegeerde Verordening klimaat. Deze beoordeling benadrukte het mogelijke schadelijke effect van hittegolven, koudegolven/ winterincidenten, stormen, overstromingen, droogtes en bosbranden. Met de steun van klimatologen van de Universiteit van Hamburg (Hereon Climate Research Centre) werden er voor België lokale klimaatscenario’s op de middellange en lange termijn ontwikkeld voor RCP 2.6 en RCP 8.5. Meer informatie over de scenario’s en de getrokken conclusies is te vinden in sectie IRO-1 - Beschrijving van de processen om materiële impacts, risico’s en kansen in kaart te brengen en te analyseren.

Alle geïdentificeerde fysieke klimaatrisico's zijn acute fysieke risico’s die kunnen leiden tot minder gunstige bedrijfsomstandigheden voor de assets van Elia Transmission België of tot schade. Dergelijke omstandigheden kunnen een verstoring van de bedrijfscontinuïteit teweegbrengen en het kan nodig zijn om noodplannen te activeren. Gezien de kritieke aard van de infrastructuur van Elia Transmission België en het feit dat de assets verspreid zijn over een groot territorium (met name de luchtlijninfrastructuur), worden de assets van Elia Transmission België beschouwd als uiterst kwetsbaar voor fysieke klimaatrisico’s, zoals dat ook het geval is voor andere netbeheerders en nutsbedrijven. Elia Transmission België bepaalde individuele en lokale aanpassingsmaatregelen voor deze fysieke klimaatrisico’s om de robuustheid van haar assets tegen de meest acute fysieke klimaatrisico’s te garanderen. Meer concreet bestaan deze maatregelen (onder meer) uit:

—mastverstevigingen;

—beschermingsmaatregelen tegen overstromingen;

—strenge klimaatparameters definiëren in specificaties voor elektrische uitrusting;

—het ontwikkelen van verbeterde klimaatscenario's voor beoordelingen van toekomstige net- en marktbehoeften;

—afstemmen met het 'Risk Preparedness Plan' voor de elektriciteitssector en met preventieve, voorbereidende en crisismaatregelen (plan voor bedrijfscontinuïteit en herstelplan);

—regelmatige crisisoefeningen uitvoeren.

Elia Transmission België zorgt ervoor dat ze paraat is voor risico’s die verband houden met de adaptatie aan klimaatverandering door continue nieuwe fysieke klimaatrisico’s die van invloed kunnen zijn op haar activiteiten op te volgen en specifieke en algemene aanpassingsmaatregelen voortdurend te bewaken.

Transitie naar een circulaire economie

Om de naleving van dit DNSH-criterium te garanderen, moet Elia Transmission België beschikken over een afvalbeheersplan en het maximaal hergebruiken en recyclen van materialen binnen haar waardeketen verzekeren.

Er werden afvalbeheerpraktijken ingevoerd met betrekking tot de scheiding van (niet-)gevaarlijke stoffen en de herbruikbaarheid en recycleerbaarheid van materialen in de waardeketen. De TNB werkt met geregistreerde afvalinzamelaars en gebruikte het raamwerk van de ISO 14001-norm als referentie bij het opstellen van deze beleidslijnen. Elia Transmission België respecteert relevante wetten in haar regelzones en de afvalhiërarchie (zie E5 Materiaalgebruik en circulaire economie).

Preventie en bestrijding van verontreiniging

Om te voldoen aan het DNSH-criterium voor de preventie en bestrijding van verontreiniging, moeten de hoogspanningslijnen afgestemd zijn op de algemene milieu-, gezondheids- en veiligheidsrichtlijnen van de International Finance Corporation (IFC), en moet Elia Transmission België de wettelijk toegelaten blootstelling aan elektromagnetische velden respecteren en mag ze geen polychloorbifenylen (PCB’s) gebruiken tijdens haar activiteiten.

De TNB heeft haar systemen voor milieu, gezondheid en veiligheid geïmplementeerd, en via haar certificering (ISO 14001) wordt de naleving van de richtlijnen van de IFC en wettelijke vereisten bevestigd.

Voor elektromagnetische velden (EMV) voldoen de activiteiten van Elia Transmission België aan de toepasselijke normen en regelgeving om de effecten van elektromagnetische straling op de menselijke gezondheid te beperken. Dankzij de criteria die bij het ontwerpen van de assets werden toegepast, blijven de niveaus van elektrische en magnetische velden onder de door de wetgeving en regelgeving aanbevolen niveaus.

Ten slotte bevatten de assets van Elia Transmission België geen PCB’s, en dus wordt aan alle criteria voor dit DNSH-criterium voldaan.

Bescherming en herstel van de biodiversiteit en ecosystemen

Voor deze milieudoelstelling moet Elia Transmission België rekening houden met de mogelijk negatieve impact die ze tijdens haar activiteiten op de natuur en het milieu kan hebben. Zoals omschreven in het hoofdstuk over biodiversiteit, wil Elia Transmission België de biodiversiteit beschermen en behouden, en de impact van haar activiteiten op het milieu matigen en compenseren.

In het algemeen voert Elia Transmission België in de vroege stadia van infrastructuurprojecten milieueffectbeoordelingen (MEB’s) uit als onderdeel van de vergunningsaanvragen en projectplanning. Dit proces maakt ook de systematische identificatie, voorspelling en analyse mogelijk van de potentiële impacts en bedreigingen voor de fysieke omgeving en biodiversiteit tijdens zowel de bouw- als exploitatiefase.

Voor meer details over de biodiversiteitsinspanningen van Elia Transmission België, zie E4-3 - Maatregelen en middelen wat betreft biodiversiteit en ecosystemen.

2.1.7 Vereisten van de sociale minimumgaranties

Zoals omschreven in G1-1 - Beleid ten aanzien van zakelijk gedrag en bedrijfscultuur en G1-2 - Beheer van relaties met leveranciers zijn de beleidslijnen van Elia Transmission België afgestemd op nationale en internationale richtlijnen, zoals:

—de fundamentele arbeidsnormen van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO: C87, C98 en C135);

—de rechten van werknemers volgens de UN Global Compact; —de ethische code van de Groep, de gedragscode voor leveranciers, het mensenrechtenbeleid, belastingrichtlijnen en corporate governance zijn online beschikbaar.

Strategische leveranciers die nieuwe raamovereenkomsten aangaan, moeten een EcoVadis-rating hebben. Deze rating beoordeelt hoe goed een bedrijf de principes van duurzaamheid en maatschappelijk verantwoord ondernemen in zijn bedrijfsactiviteiten heeft geïntegreerd. Het aankoopbeleid wordt ook ontwikkeld in overeenstemming met de

basisprincipes van het UN Global Compact met betrekking tot mensenrechten, arbeidsvoorwaarden en anti-corruptie.

Daarnaast ontwikkelde Elia Transmission België de nodige processen op het gebied van due diligence om integriteit en mensenrechten te waarborgen, zowel voor haar eigen activiteiten als in haar relaties met derden.

Er is een due-diligenceproces voor leveranciers gedefinieerd om te streven naar afstemming met de minimumgaranties en de mogelijke vereisten van de toekomstige zorgvuldigheidsplicht-richtlijn (CSDDD). Het bestaat uit een risicobeoordeling van het leveranciersbestand op basis van externe indicatoren en interne parameters. Alle leveranciers die als gevolg van dit screeningsproces als “potentieel hoog risico” worden aangemerkt, worden vervolgens verder geëvalueerd door de verantwoordelijke koper. Als hun hoge risicostatus wordt bevestigd, zullen er in de volgende rapportageperiodes maatregelen worden genomen in overeenstemming met een mitigatieplan en opvolging. Voor meer informatie over due diligence voor leveranciers, zie het overeenkomstige punt onder G1-2 - Beheer van relaties met leveranciers.

Vergelijkbare inspanningen worden ook geleverd voor de eigen werknemers van Elia Transmission België en de werknemers in de waardeketen (aannemers) om ervoor te zorgen dat aan dezelfde normen wordt voldaan. Zie S1-1 - Beleid ten aanzien van eigen personeel en S2-1 - Beleid ten aanzien van werknemers in de waardeketen voor meer informatie.

Elia Transmission België bevestigde dat ze praktijken voor goed bestuur toepast, meer bepaald met betrekking tot:

—managementstructuren, zoals beschreven op de pagina "Corporate Bodies" op haar website;

—relatie met de medewerkers: Elia Transmission België zet zich in voor vrijheid van vereniging, collectieve arbeidsovereenkomsten en de bescherming van werknemersvertegenwoordigers - bijzondere nadruk wordt gelegd op vertrouwen en voortdurende samenwerking met alle vakbonden;

—naleving van de belastingwetgeving en transparantie inzake belastingen zoals omschreven in de belastingrichtlijnen van de onderneming, met bijzondere nadruk op een risicomijdende belastingstrategie, die altijd wordt afgestemd op onze algemene bedrijfsvoering.

2.1.8 KPI’s en boekhoudmethoden met betrekking tot de Taxonomie

De boekhoudmethodes voor de berekening van de percentages van de ontvankelijke en afgestemde activiteiten waren gebaseerd op de bepalingen uit Bijlage 1 van Gedelegeerde Verordening 2178/2021.

De concepten "teller" en "deler" zijn als volgt van toepassing: als X/Y, dan X = teller en Y = deler.

Een dubbele telling in de toewijzing van omzet, CAPEX en OPEX van economische activiteiten werd vermeden aangezien elke entiteit enkel één economische activiteit uitvoert. Bijgevolg dekken de omzet, OPEX en CAPEX economische activiteiten die ofwel volledig in aanmerking komen voor de Taxonomie of helemaal niet.

Omzet

De omzet die gebruikt werd in de berekening van de KPI’s is gebaseerd op de grondslagen voor financiële verslaggeving vermeld in 3.4.1 Opbrengsten (IFRS 15 Opbrengsten) van de geconsolideerde jaarrekeningen en de geconsolideerde balans waarover werd gerapporteerd onder 4.4. Aansluiting van de informatie over te rapporteren segmenten met IFRS-bedragen, die rapporteren over de opbrengsten, waarbij de volgende items in beschouwing werden genomen: Teller (*) Deler

Opbrengsten (inclusief opbrengsten uit de nettarieven, last-mile verbindingen en overige opbrengsten) Ja Ja

Netto-inkomsten (kosten) uit het afrekeningsmechanisme Ja Ja

(*) De teller is aangepast aan de rechtspersonen/activiteiten die niet in aanmerking komen voor de taxonomie en voor de rechtspersonen/activiteiten die in aanmerking komen voor de taxonomie maar niet op de taxonomie zijn afgestemd. Bijgevolg bedroeg de totale beschouwde omzet in 2025 die inbegrepen is in de deler van de omzet KPI €1.506,5 miljoen.

CAPEX

De CAPEX die in de berekening van de KPI’s werd gebruikt, is gebaseerd op algemene boekhoudkundige beleidslijnen die worden vermeld onder 3.3.1 Materiële vaste activa (IAS 16), 3.3.2 Immateriële vaste activa (IAS 38) en 3.3.17 Leaseovereenkomsten (IFRS 16) van deel IV Geconsolideerde jaarrekeningen.

De mutaties die verband houden met deze activa worden bekendgemaakt in 6.1. Materiële vaste activa en 6.2. Immateriële activa van het financiële verslag onder de hoofding "Kapitaaluitgaven" en worden zoals hieronder beschreven in de berekening opgenomen:

Teller (*) Deler

Toevoegingen aan de materiële vaste activa (inclusief leaseovereenkomsten) Ja Ja

Toevoegingen aan de immateriële vaste activa (inclusief leaseovereenkomsten) Ja Ja

(*) De teller is aangepast aan de rechtspersonen/activiteiten die niet in aanmerking komen voor de taxonomie en voor de rechtspersonen/activiteiten die in aanmerking komen voor de taxonomie maar niet op de taxonomie zijn afgestemd.

De totale beschouwde CAPEX die is inbegrepen in de deler van de CAPEX-KPI, bedroeg in 2025 €1.469,5 miljoen.

In 2025 waren er geen investeringen die door de uitgifte van een groene obligatie werden gefinancierd, bijgevolg wordt er ook geen aangepaste, op de EU Taxonomie afgestemde CAPEX KPI gerapporteerd.

OPEX

De OPEX omvat rechtstreekse niet-gekapitaliseerde kosten die verband houden met onderzoek en ontwikkeling, maatregelen voor de renovatie van gebouwen, leaseovereenkomsten van korte duur, onderhoud en reparatie, en alle andere directe uitgaven in verband met het dagelijkse onderhoud van materiële vaste activa die nodig zijn voor een continu en doeltreffend functioneren van dergelijke activa.

De deler van de OPEX-KPI bedroeg in 2025 €164,3 miljoen.

2.1.9 Uitsplitsing van de KPI’s van Elia Transmission België voor ontvankelijkheid

voor en afstemming met de EU Taxonomie in 2025

De laatste stap die werd genomen als deel van de Taxonomie analyse was de berekening van de KPI’s: Omzet, CAPEX en OPEX die in aanmerking komen voor en zijn afgestemd op de Taxonomie.

Een top-down benadering werd toegepast bij de berekening van de KPI’s. Met andere woorden, omzet, CAPEX en OPEX die niet in aanmerking komen en niet zijn afgestemd, werden niet meegerekend in de totaalcijfers die in de financiële verklaringen werden vrijgegeven.

Een correspondentietabel is hieronder beschikbaar.

Deler

Omzet 2025 Elia Transmission België

Sectie van de geconsolideerde jaarrekeningen Reconciliatie

5.1. Bedrijfsopbrengsten, nettoinkomsten (kosten) uit het afrekeningsmechanisme en overige bedrijfsopbrengsten

CAPEX 2025 Elia Transmission België

6.1. Materiële vaste activa en 6.2. Immateriële activa

Netto opbrengsten (kosten) van het afrekeningsmechanisme aftrekken van de opbrengsten

Som van de totale toevoegingen aan materiële vaste activa en toevoegingen aan de immateriële activa

De afstemming van Elia Transmission België op de SC, de DNSH-criteria en minimumgaranties leidt tot de conclusie dat de afstemming van Elia Transmission België vooral beïnvloed wordt door de niet-afstemming van de ontvankelijke elektriciteitstransmissieactiviteiten, wat met name te wijten is aan de bestaande rechtstreekse verbindingen met elektriciteitscentrales die niet voldoen aan de TSC’s.

De KPI's werden vroeger voorbereid in overeenstemming met de rapportage vereisten van de Gedelegeerde Verordening Rapportage die van toepassing waren voordat de amendementen door de Omnibus Gedelegeerde Verordening in voege traden. Elia Transmission België heeft ervoor gekozen om deze amendementen al in het financiële jaar 2025 door te voeren.

Rapportagejaar 2025

Uitsplitsing naar milieudoelstellingen van op Taxonomie afgestemde activiteiten

PI T otaal (miljoen €)

Omzet Elia Transmission België

Rapportagejaar 202529 Milieudoelstelling van op Taxonomie afgestemde activiteiten

Transmissie van elektriciteit in België

CAPEX Elia Transmission België30

Rapportagejaar 2025 Milieudoelstelling van op Taxonomie afgestemde activiteiten

conomische activiteiten

van op de Taxonomie afgestemde activiteiten per milieudoelstelling

Zie hieronder een overzicht van het aandeel van de in aanmerking komende CAPEX en de afgestemde CAPEX per objectief31

Doelstellingen In aanmerking komend per doelstelling Afgestemd per doelstelling

30 F: faciliterend; T: transitioneel; CCM: mitigatie van klimaatverandering, CCA: adaptatie aan klimaatverandering

31 CCM: mitigatie van klimaatverandering; CCA: adaptatie aan klimaatverandering; WTR: water en mariene hulpbronnen; CE: circulaire economie; PPC: preventie en bestrijding van verontreiniging; BIO: biodiversiteit en ecosystemen.

Aandeel van CAPEX/Totale CAPEX

Rapportagejaar 2025 Milieudoelstelling van op Taxonomie afgestemde activiteiten

van op de Taxonomie afgestemde activiteiten per milieudoelstelling

32 F: faciliterend; T: transitioneel; CCM: mitigatie van klimaatverandering, CCA: adaptatie aan klimaatverandering

2.2. E1 Klimaatverandering

De bedrijfsactiviteit van Elia Transmission België is wezenlijk verweven met de energietransitie en het klimaat. We spelen een leidende rol in het verkleinen van de koolstofvoetafdruk (de decarbonisatie) van de samenlevingen waarin we actief zijn door hernieuwbare energiebronnen (HEB’s) in het elektriciteitssysteem te integreren. We ondersteunen een bredere elektrificatie (via grote investeringen in netontwikkeling) en werken mee aan het ontwerpen van nieuwe markten.

E1-1 - Transitieplan voor klimaatmitigatie

Elia Group heeft zich als doel gesteld om haar eigen activiteiten tegen 2030 te decarboniseren, wat betekent dat ze haar scope 1- en scope 2 broeikasgasemissies (BKG's) tegen deze datum wil vermijden, beperken of compenseren, exclusief netverliezen. Ze heeft zich ook verbonden om de absolute scope 1- en scope 2 (locatiegebaseerde) broeikasgasemissies, inclusief netverliezen, tegen hetzelfde jaar met 28 % te verlagen (in vergelijking met 2019). Deze doelstelling is in overeenstemming met een “ruim onder 2°C”traject (zie E1-4 - Doelen inzake klimaatmitigatie en klimaatadaptatie ) en werd gevalideerd door het Science Based Targets initiative (SBTi). Daarnaast streeft de Groep ernaar om haar systeemactiviteiten tegen 2040 koolstofneutraal maken. Opmerking: de klimaatstrategie wordt ontwikkeld op het niveau van Elia Group en wordt doorgewerkt naar de dochterondernemingen, waaronder Elia Transmission België.

Netverliezen vertegenwoordigen veruit het grootste deel van de koolstofvoetafdruk van de Groep in scope 2. Deze verliezen gebeuren omdat enige elektrische energie onvermijdelijk verloren gaat bij de transmissie van elektriciteit via het net, voornamelijk in de vorm van warmte die verloren gaat wanneer de geleiders opwarmen door de stroom die er doorheen vloeit. Bijgevolg levert het systeem minder energie dan het ontvangt, een verschil dat wordt benoemd als “netverlies”. Om deze verliezen te compenseren moet er extra elektriciteit worden opgewekt, wat tot de uitstoot van broeikasgassen (BKG’s) leidt indien er voor de productie fossiele brandstoffen worden gebruikt. De totale uitstoot hangt dus af van de koolstofintensiteit van de verbruiksmix van elektriciteit, die bepaald wordt door de mix van gebruikte energiebronnen en buiten het verantwoordelijkheidsgebied van een TNB valt33. In absolute waarden nemen de netverliezen (gemeten in GWh) toe naarmate het net wordt uitgebreid en grotere volumes van geografisch verspreide hernieuwbare energie over langere afstanden transporteert. Naarmate de verbruiksmix van elektriciteit “vergroent”, neemt de totale uitstoot uit netverliezen af.

Op korte termijn is het echter niet aannemelijk dat de toenemende netverliezen voldoende zullen worden gecompenseerd door een afname in de CO2-intensiteit van de verbruiksmix van elektriciteit, wat betekent dat nog ambitieuzere doelstellingen voor de decarbonisatie van de Groep, zoals een SBTi-traject van 1,5 °C, (nog) niet kunnen worden gesteld.

De koolstofvoetafdruk van de Groep is echter relatief laag in vergelijking met de emissies die worden bespaard via haar projecten, bijvoorbeeld door een nieuwe offshore verbinding in gebruik te nemen of extra hernieuwbare energiebronnen in het systeem te integreren door de transformatorcapaciteit te vergroten. Bovendien zal de emissiefactor van de verbruiksmix van elektriciteit blijven dalen naarmate er meer HEB’s in het systeem worden geïntegreerd en de waarden voor absolute netverliezen stabieler zullen blijven, zodat de koolstofvoetafdruk van netverliezen op de middellange tot lange termijn zal krimpen (zie E1-3 - Maatregelen en middelen wat betreft beleid ten aanzien van klimaatverandering hieronder).

Wat betreft de scope 3-broeikasgasemissies, zie E1-3 - Maatregelen en middelen wat betreft beleid ten aanzien van klimaatverandering en E1-4 - Doelen inzake klimaatmitigatie en klimaatadaptatie voor informatie over de doelstelling van de Groep voor scope 3 en de verbeteringen die haar leveranciers zullen toepassen op hun CO2-accounting methodes.

Ons transitieplan (inclusief hefbomen)

De onderstaande tabel geeft een overzicht van de doelstellingen die de Groep zichzelf heeft gesteld als deel van Dimensie 1 van ActNow – Klimaatverandering, die zowel de eerste als de meest ingrijpende dimensie van het duurzaamheidsprogramma is (zie 4.3 Duurzaamheid staat centraal in onze strategie in het strategisch verslag). Zie E1-3Maatregelen en middelen wat betreft beleid ten aanzien van klimaatverandering voor meer details over de maatregelen.

33 Sinds de goedkeuring van het derde energiepakket door Europa in 2009 en de ontvlechting van energieproductie- en transmissieactiviteiten, zijn TNB’s niet langer verantwoordelijk voor de elektriciteitsmix.

Doelstellingen

van het

ActNow-programma - Dimensie 1 Strijden tegen klimaatverandering

Onze maatschappelijke

uitdaging

Decarbonisatie van de elektriciteitssector

Doelstelling 01

De decarbonisatie van de elektriciteitssector versnellen

Onze uitdaging als bedrijf

Decarbonisatie van onze eigen activiteiten

Doelstelling 02

Ervoor zorgen dat ons systeembeheer koolstofneutraal wordt tegen 2040

Doelstelling 03

Ervoor zorgen dat de eigen activiteiten koolstofneutraal worden tegen 2030

Doelstelling 04

Evolueren naar een koolstofneutrale waardeketen voor assets en werkzaamheden

Doelstelling 05

Klimaatbestendigheid vergroten

Milieudoelstelling Mitigatie van klimaatverandering Adaptatie aan klimaatverandering

Materieel onderwerp —Energietransitie —Transitie naar een koolstofarme economie

Acties —Ontwikkeling van het net en integratie van HEB’s —Marktontwikkeling en systeembeheer —Elektrificatie en sectorkoppeling

Doelstellingen —Federale ontwikkelingsplannen voor België en Duitsland Power Flex

—Uitstoot van broeikasgassen

—Vermindering van met broeikasgasemissies gerelateerde netverliezen

SBTi-afstemming <2 °C (-28 % tegen 2030) (scope 2, locatie gebaseerd)

—SF6-mitigatie

—Duurzame hoogspanningsstations

—Koolstofarme mobiliteit

—SF6-lekpercentage (< 0,25 % jaarlijks)

—Zonnepanelen en de verwarmings-/koelinstallatie regelen (Scope 2) (voor Elia Transmission België: resp. 4,6 ha en 4,3 ha in 2030)

—Vermindering van wagenpark gerelateerde broeikasgasemissies (scope 1) (-90 % in 2030)

Engagement van leveranciers —Specifiek CO2accountingplatform voor leveranciers

—Internal Carbon Price (ICP, interne koolstofbeprijzing)

Scope 3-intensiteitsvermindering van bijkomende transformatorcapaciteit (scope 3) /

Klimaatverandering en fysieke adaptatie

Institutionalisering van klimaatrisicobeheer en integratie van klimaatadaptatie in processen.

Locked-in broeikasgasemissies

Voor locked-in broeikasgasemissies die verband houden met netverliezen, zie hierboven.

Vanwege de lange levensduur van de gasgeïsoleerde schakelapparatuur (GIS, Gas Insulated Switchgear) zal de onderneming in 2030, 2040 en daarna nog altijd SF6-gas gebruiken. Aangezien SF6 het krachtigste broeikasgas (BKG) is, richt onze SF6-strategie zich op lekkagebeheer en het beperken van het geïnstalleerd volume (zie E1-3 - Maatregelen en middelen wat betreft beleid ten aanzien van klimaatverandering hieronder).

Locked-in BKG-emissies die verband houden met het elektriciteitsverbruik van de hoogspanningsstations (elementen die het mogelijk maken om het net te beheren) zullen mettertijd worden verlaagd naarmate energie-efficiëntiemaatregelen en HEB-productie worden geïmplementeerd (zie E1-3 - Maatregelen en middelen wat betreft beleid ten aanzien van klimaatverandering hieronder). Uiteindelijk zal, net als bij netverliezen, de vermindering gelinkt aan de hoogspanningsstations samenvallen met het koolstofvrij maken van de verbruiksmix van elektriciteit.

Financiële middelen

De activiteiten van Elia Transmission België zijn in zeer hoge mate afgestemd op de EUtaxonomie; zie 2.1 Ontvankelijkheid voor en overeenstemming met de EUtaxonomieverordening voor details. Het CAPEX-plan voor België bedraagt €7,5 miljard voor de periode van 2025-2028. In 2025 zijn er geen significante CAPEX-bedragen (<1 %) geïnvesteerd in economische activiteiten gerelateerd aan kolen, olie en gas.

Het transitieplan inbedden in onze algemene strategie en financiële planning

Elia Transmission België valt niet onder de uitsluiting voor op de Overeenkomst van Parijs afgestemde EU-benchmarks34 .

Aangezien de kernactiviteit van Elia Transmission België verbonden is met de energietransitie, liggen de verantwoordelijkheden op het gebied van duurzaamheid en klimaat bij haar uitvoerende organen: zij sturen de uitvoering van haar strategie, inclusief ActNow, aan en houden toezicht op haar vooruitgang. Zoals beschreven in GOV-1 - De rol van de bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen, GOV-2 - Informatie verschaft aan en omgang met duurzaamheidsthema’s door bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen en GOV-3 - Integratie van duurzaamheidsprestaties in beloningsregelingen, zorgen specifieke governance structuren ervoor dat ActNow maatregelen in de hele organisatie zijn ingebed, dat de overeenkomstige vooruitgang wordt bijgehouden en dat de bijbehorende doelstellingen worden behaald.

Elia Group presenteerde ActNow en haar klimaattransitieplan voor het eerst aan haar stakeholders tijdens de Capital Markets Day in 2021. Sindsdien verzamelde de Groep feedback van en verschafte ze updates over ActNow aan haar verschillende stakeholdergroepen tijdens de talrijke online en fysieke evenementen (waaronder de jaarlijkse algemene vergaderingen (AV’s) en jaarlijkse online evenementen van het uitvoerend management voor de beleggersgemeenschap).

We hebben processen en controles ingesteld die regelmatige monitoring, meting, validatie en rapportage verzekeren. Daarnaast presenteert het uitvoerend management van Elia Group tijdens de Capital Markets Day de duurzaamheidsstrategieën van de Groep aan de aandeelhouders.

Op de vooruitgang die wordt geboekt bij de implementatie van het transitieplan wordt toegezien door de Group Sustainability Committee en de lokale Sustainability Committee bij Elia Transmission België. De vooruitgang wordt ook bijgehouden aan de hand van KPI’s.

Zie E1-4 - Doelen inzake klimaatmitigatie en klimaatadaptatie voor informatie over de vooruitgang op het gebied van ActNow doelstellingen.

SBM-3 - Materiële

impacts, risico’s en kansen en de wisselwerking daarvan met strategie en businessmodel

Elia Transmission België analyseerde haar risico’s en kansen op het vlak van klimaatverandering. Informatie over de processen om deze impacts, risico's en kansen in kaart te brengen en te analyseren is beschikbaar inIRO-1 - Beschrijving van de processen om materiële impacts, klimaatgerelateerde risico's en kansen in kaart te brengen en te analyseren

De materiële impacts, risico’s en kansen op het gebied van klimaatverandering die werden geïdentificeerd in 1.3. Strategie - “Energietransitie”, “Broeikasgasemissies” en “Transitie naar een koolstofarme economie” - worden allemaal beschouwd als klimaatgerelateerde transitierisico’s. Enkel de klimaatveranderingsgerelateerde materiële impact “Klimaatverandering en fysieke adaptatie” wordt beschouwd als een fysiek klimaatrisico.

De reikwijdte van de analyse met betrekking tot de veerkracht van onze strategie en bedrijfsmodel in verband met fysieke klimaatrisico’s omvat de TNB-activiteiten van Elia Transmission België.

Deze analyse, de zogenaamde kwetsbaarheidsbeoordeling, werd in 2023 uitgevoerd - en daarna geüpdatet - zoals beschreven in IRO-1 - Beschrijving van de processen om materiële impacts, klimaatgerelateerde risico's en kansen in kaart te brengen en te analyseren. De fysieke klimaatgerelateerde risico's waaraan de TNB onderhevig is, vallen in twee categorieën uiteen: chronisch en acuut. Deze beoordeling benadrukte het mogelijke schadelijke effect van hittegolven, koudegolven/winterincidenten, stormen, overstromingen en bosbranden.

Betreffende de klimaat opportuniteit “Energietransitie" die werd geïdentificeerd in 1.3. Strategie, deze werd geëvalueerd in de netontwikkelingsplannen die regelmatig worden gepubliceerd zoals beschreven in IRO-1 - Beschrijving van de processen om materiële impacts, klimaatgerelateerde risico's en kansen in kaart te brengen en te analyseren. Het resultaat van deze oefening is het ontwikkelingsplan, dat een gedetailleerde schatting bevat van de behoeften op het vlak van transmissievermogen, waarbij de onderliggende uitgangspunten worden vermeld, en beschrijft het investeringsprogramma waartoe de netbeheerder zich verbindt om aan deze behoeften te voldoen.

34 In overeenstemming met de uitsluitingscriteria vermeld in artikel 12.1 (d) tot (g) 53 en 12.2 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1818 van de Commissie (Verordening wat betreft normen voor klimaatbenchmarks).

IRO-1 - Beschrijving van de processen om materiële klimaatimpacts, -risico’s en -kansen in

kaart te brengen en te analyseren

Fysieke klimaatrisico’s

Alle landen in de Centraal-Europese systeembeheerregio (inclusief België) werken nauw samen aan het Risk Preparedness Plan voor de energiesector. Er werd een lijst opgesteld met 31 scenario’s voor regionale elektriciteitscrisissen, inclusief scenario’s voor extreme weersomstandigheden. De beoordeling benadrukte specifiek de mogelijke impacts van hitte- en koudegolven, winterincidenten, stormen, overstromingen en bosbranden — die allemaal geïdentificeerd werden als acute fysieke risico’s.

De assets en bedrijfsactiviteiten van Elia Transmission België werden grondig geanalyseerd om hun blootstelling aan en kwetsbaarheid voor deze geïdentificeerde klimaatrisico’s te beoordelen, rekening houdend met dergelijke factoren als waarschijnlijkheid, omvang en duur. In overeenstemming met de criteria voor afstemming op de EU Taxonomie voerde Elia Transmission België een klimaatrisico- en kwetsbaarheidsbeoordeling uit voor haar kernactiviteit “Transmissie van elektriciteit”. De inzichten uit deze beoordeling werden gebruikt als input voor de identificatie van fysieke klimaatrisico’s. Met de steun van het Duitse Climate Service Center GERICS, een onafhankelijk instituut van het HelmholtzZentrum Hereon, werden lokale klimaatscenario’s voor België ontwikkeld gebaseerd op tijdhorizonten 2050 en 2085, met strategische planningshorizonten en kapitaaltoewijzingsplannen afgestemd op de verwachte levensduur van haar assets. Er werden twee state-of-the-art klimaatscenario's beschouwd: RCP35 2.6 en RCP 8.5. RCP 2.6 vertegenwoordigt een scenario met lage emissies en streng beleid, terwijl RCP 8.5 een scenario met hoge emissies en het minst strenge beleid vertegenwoordigt.

Klimaatgerelateerde transitierisico’s en -kansen

Klimaatverandering en de daaropvolgende energietransitie vertegenwoordigen een kans voor Elia Transmission België omdat de integratie van hernieuwbare energie zowel on- als offshore aanzienlijke netversterking en -uitbreiding vereist. Voor de TNB materialiseert deze kans zich op korte termijn voor en zet deze zich voort op lange termijn, aangezien zij verantwoordelijk is voor de afstemming van haar activiteiten op de ambities van de Belgische overheid (de zogenaamde Nationally Determined Contributions), zoals weerspiegeld in het Federale Ontwikkelingsplan voor België. Dit plan wordt op regelmatige tijdstippen gepubliceerd36. Tegelijkertijd is de TNB nauwere uitwisselingen gestart met ontwikkelaars van HEB's en de industrie om beter te kunnen anticiperen op haar netbehoeften, die vaak sneller werkelijkheid worden dan de streefdata van het netontwikkelingsplan.

Om een elektriciteitsnet te ontwikkelen dat geschikt is voor de toekomstige uitdagingen, werden er meerdere scenario's geanalyseerd om de impact op het net beter te begrijpen

en om beter te kunnen voorspellen welke investeringen nodig zijn. De scenario's voor Elia Transmission België omvatten diegene die werden ontwikkeld door ENTSO-E & ENTSO-G, de Europese vereniging van transmissiesysteembeheerders voor elektriciteit (en gas), in het kader van het tienjarenplan voor netontwikkeling TYNDP (Ten-Year Network Development Plan), die worden ondersteund door toekomstige klimaatprojecties, waarbij twee mogelijke scenario's voor 2050 worden overwogen: RCP 4.5 en RCP 8.5.

35 RCP staat voor “Representative Concentration Pathways”, dit zijn klimaatveranderingsscenario’s om toekomstige broeikasgasconcentraties te voorspellen.

36 België: Federaal Ontwikkelingsplan 2024-2034

E1-2 - Beleid ten aanzien van klimaatmitigatie en klimaatadaptatie

Elia Transmission België ontwikkelde de volgende beleidslijnen voor klimaatverandering en past ze ook toe. Merk op dat alle beleidslijnen ter beschikking worden gesteld van de medewerkers van de onderneming via haar intranet en, waar relevant, aan aannemers, leveranciers en externe stakeholders via haar website of andere elektronische tools.

Beleid

Aankoopvoorwaarden

Gedragscode voor leveranciers

Algemene veiligheids-, gezondheids- en milieuvoorschriften voor aannemers die werk uitvoeren voor Elia Transmission België

Contractuele overeenkomst

Jaarlijkse risicoanalyse door het departement Inkoop en bewaking van de naleving van de processen door Interne Audit

Operationele monitoring

Assetmanagementbeleid voor hoogspanningsstations Indicatoren voor de staat en het einde van de levensduur

Beleid gericht op onze leveranciers

Verschillende beleidslijnen zijn gericht op de leveranciers (de upstream waardeketen) en omvatten aspecten m.b.t. klimaatmitigatie:

—De “Aankoopvoorwaarden voor elektrische apparatuur en werken”: deze documenten beschrijven de voorwaarden die van toepassing zijn op leveranciers voor specifieke aankoopcategorieën. In de aankoopcategorieën voor elektrische apparatuur en werken formuleren Elia Transmission België wat ze verwacht van haar leveranciers wat betreft de vermindering van de milieu-impact van de uitstoot van broeikasgassen als gevolg van hun diensten.

—De “Gedragscode voor leveranciers” lijst een reeks duurzame principes op waarvan de TNB verwacht dat haar leveranciers deze volgen, inclusief rationeel energiegebruik en het verminderen van de broeikasgasemissies.

—Het “Algemeen veiligheids-, gezondheids- en milieureglement voor aannemers bij de uitvoering van opdrachten”: dit document is gericht op leveranciers die werk uitvoeren voor de TNB of in haar infrastructuur. Zo moeten ze rationeel gebruik maken van energie, hun broeikasgasemissies verminderen en minder energie gebruiken.

Deze vereisten zijn een integraal onderdeel van elk contract dat Elia Transmission België sluit met haar leveranciers.

Zie G1-1 - Beleid ten aanzien van zakelijk gedrag en bedrijfscultuur voor een meer gedetailleerde beschrijving van de bovengenoemde documenten.

Assetmanagementbeleid voor hoogspanningsstations

Wat onze eigen activiteiten betreft, omvat het “Assetmanagementbeleid voor hoogspanningsstations”, de besluitvorming rond assetonderhoud en -vervanging en aspecten van de vermindering van energieverbruik die verband houden met de emissiereductiedoelen.

E1-3 - Maatregelen en middelen wat betreft beleid ten aanzien van klimaatverandering

E1-4 - Doelen inzake klimaatmitigatie en klimaatadaptatie beschrijft hoe deze acties werden vertaald in doelen.

Activiteiten met betrekking tot de kernactiviteit van Elia Transmission België

Maatregel

Ontwikkeling van het net en integratie van HEB’s

Marktontwikkeling en systeembeheer

Elektrificatie en sectorkoppeling

Gerelateerd beleidsobjectief of doel Scope Termijn

Doorlopende maatregel

Doorlopende maatregel

Doorlopende maatregel

Het is de kernactiviteit van Elia Transmission België en de maatschappelijke opdracht van de TNB’s om de elektriciteitssector en bijgevolg de emissiefactor van de verbruiksmix van elektriciteit (downstreamwaardeketen) koolstofvrij te maken.

Ontwikkeling van het net en integratie van HEB’s

Dit omvat het anticiperen van toekomstige ontwikkelingen in de energiesectoren van België en Europa, de noden van het elektriciteitssysteem in kaart brengen, en assets ontwerpen en bouwen die meer hernieuwbare energie in het systeem kunnen integreren.

Marktontwikkeling en systeembeheer

Dit omvat het vergemakkelijken van flexibiliteit aan de vraagzijde en het invoeren van nieuwe digitale tools die de toenemende complexiteit van elektriciteitssystemen met een hoog aandeel hernieuwbare energie aankunnen.

Elektrificatie en sectorkoppeling

Dit omvat anticiperen op toekomstige ontwikkelingen in de energiesector, zoals digitale en technologische veranderingen doorheen de industrie en de samenleving, en veranderingen in de vraag naar elektriciteit, inclusief de vraag van de directe klanten van de TNB.

Noch de bereikte, noch de verwachte broeikasgasemissiereducties die resulteren uit deze maatregelen werden al berekend.

Voor meer details, zie 2.1. Ontvankelijkheid voor en overeenstemming met de EUtaxonomieverordening.

Klimaatmaatregelen voor eigen activiteiten en waardeketen

Maatregel

Vermindering van aan broeikasgasemissies gerelateerde netverliezen

SF6 -mitigatie

Duurzame hoogspanningsstations

Gerelateerd beleidsobjectief of doel Scope Termijn

Vermindering van aan netverliezen gerelateerde broeikasgasemissies (Scope 2 locatie gebaseerd)

SF6-lekpercentage (Scope 1)

–Installatie van zonnepanelen (Scope 2)

–Slimme koel-/ verwarmingsinstallatie (Scope 2)

Koolstofarme mobiliteit

Specifiek koolstofboekhoudingsplatform voor leveranciers

Internal Carbon Price (ICP, interne koolstofbeprijzing)

Groene werken

Eigen activiteiten

Vermindering van wagenparkgerelateerde broeikasgasemissies (scope 1)

Intensiteitreductie van scope 3 per bijkomende transformer capaciteit (Scope 3)

2030

Doorlopende maatregel

Vermindering van aan broeikasgasemissies gerelateerde netverliezen

Zoals hierboven uitgelegd zijn netverliezen — de elektriciteit die verloren gaat tijdens de transmissie door stroomnet — onvermijdelijk bij, en eigen aan de transmissie van elektriciteit. Zie E1-1 - Transitieplan voor klimaatmitigatie voor een gedetailleerde verklaring van hoe het vaststellen van strenge reductiepaden in strijd is met de rol van een TNB om de samenleving koolstofvrij te maken door elektrificatie en de integratie van hernieuwbare energie in het systeem, en sterk afhankelijk is van nationale beleidsbeslissingen over de elektriciteitsmix.

Zie E1-4 - Doelen inzake klimaatmitigatie en klimaatadaptatie voor gegevens over de bereikte en verwachte BKG-uitstootreducties.

SF6 -mitigatie

Zoals hierboven omschreven gebruikt Elia Transmission België SF6 in haar assets omdat het uitstekende elektrische eigenschappen heeft, niet giftig is en stabiel is in chemisch opzicht. Het gas heeft echter een erg hoog aardopwarmingsvermogen. De TNB heeft nieuwe asset-beleidslijnen ontworpen en goedgekeurd die de voorkeur geven aan

alternatieven voor SF6.-middelen worden toegewezen aan pilootprojecten om deze alternatieven te testen.

Op lange termijn zal Elia Transmission België het gebruik van SF6 in nieuwe installaties volledig stopzetten in overeenstemming met de EU Verordening betreffende Gefluoreerde Broeikasgassen. In 2025 blijven SF6-vrije opties voor elektrische assets beperkt en zijn deze nog niet beschikbaar voor de hoogste spanningsniveaus. De TNB is actief betrokken bij onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma’s om deze alternatieven te bevorderen. Omwille van het lopende debat over een mogelijk PFAS-verbod op Europees niveau, prioriteert Elia Transmission België PFAS-vrije oplossingen in haar R&D-activiteiten en koos ze ervoor om in sommige gevallen geen PFAS-gebaseerde alternatieven in te voeren.

Voor bestaande assets die SF6 bevatten worden verbeterde monitoringsystemen geïmplementeerd om lekken sneller op te kunnen sporen. Specifieke middelen werden toegewezen om de installatie van sensoren in alle relevante SF6-systemen te ondersteunen.

Omwille van bovenstaande redenen en het feit dat SF6-lekkages onvoorspelbaar zijn, kunnen noch de bereikte, noch de verwachte broeikasgasemissiereducties van een uitfasering van SF6 worden berekend. Desondanks streeft Elia Transmission België ernaar om het SF6-lekpercentage onder de in E1-4 - Doelen inzake klimaatmitigatie en klimaatadaptatie vermelde grens te houden.

Duurzame hoogspanningsstations

Elia Transmission België heeft nieuwe bouwnormen ontwikkeld om haar hoogspanningsstations energiezuiniger te maken, met de nadruk op verwarming en koeling. Tegelijkertijd worden er renovatie-inspanningen gedaan om de efficiëntie van bestaande gebouwen in hoogspanningsstations te verbeteren. In België worden middelen toegewezen aan de installatie van 70 MW aan zonnepanelen tegen 2030 en de implementatie van op afstand bediende verwarmingscontrolesystemen in ongeveer 600 hoogspanningsstations, wat neerkomt op een totaal verwarmd oppervlak van ongeveer 130.000 m².

Noch de bereikte, noch de verwachte BKG-emissiereducties die resulteren uit deze maatregelen werden berekend; de vooruitgang van de hieronder genoemde installaties wordt opgevolgd in E1-4 - Doelen inzake klimaatmitigatie en klimaatadaptatie

De efficiëntie van de netten optimaliseren door middel van geavanceerde temperatuurbewaking

De TNB werkt eraan de efficiëntie van haar net te verbeteren, bijvoorbeeld door de temperatuur van specifieke netelementen te bewaken en de energiestromen door het net te optimaliseren wanneer de temperatuursomstandigheden gunstig zijn. Uiteindelijk ondersteunt dit de stabiliteit en functionering van het net.

Noch de bereikte, noch de verwachte BKG-emissiereducties die resulteren uit deze maatregelen werden berekend.

Koolstofarme mobiliteit

Elia Transmission België is haar bedrijfswagens en technische wagens momenteel aan het elektrificeren. Er werd een budget toegewezen voor de vervanging van de voertuigen en de installatie van laadpunten op de technische sites en bij de medewerkers thuis.

Zie E1-4 - Doelen inzake klimaatmitigatie en klimaatadaptatie voor bereikte en verwachte

BKG-emissiereducties met betrekking tot het wagenpark van Elia Transmission België.

Engagement van leveranciers

Specifiek CO2-accountingplatform voor leveranciers

BKG-emissies uit nieuwe assets en bouwwerkzaamheden in de upstream waardeketen worden gecategoriseerd onder Scope 3, categorie 1 (gekochte goederen en diensten) en categorie 2 (kapitaalgoederen). Nauwkeurige gegevens voor deze categorieën verzamelen is uitdagend, omdat hiervoor gedetailleerde informatie rechtstreeks van leveranciers moet worden verkregen.

Eind 2023 lanceerde de onderneming een op leveranciers gericht CO2-accountingplatform (genaamd “Upstream”) om de datamaturiteit van haar Scope 3 broeikasgasemissies in nauwe samenwerking met leveranciers te vergroten. Zo kan Elia Transmission België de inspanningen van haar leveranciers om minder broeikasgassen uit te stoten bij het ontwerpen, de productie en uitvoering van projecten effectiever analyseren, net als de resulterende impact op Scope 3 emissies inschatten en de voornaamste hefbomen voor verbetering identificeren. De doelstelling voor broeikasgasemissies in Scope 3 zoals beschreven in E1-4 - Doelen inzake klimaatmitigatie en klimaatadaptatie is gebaseerd op deze informatie. De middelen die aan deze maatregel werden toegewezen, houden verband met de ontwikkeling van de softwareoplossing.

Internal Carbon Price (ICP, interne koolstofbeprijzing)

Zie E1-8 - Interne koolstofbeprijzing

Groene werken

Om de gegevens die via Upstream werden verzameld aan te vullen, deed Elia Transmission België een oefening met meerdere van haar leveranciers die infrastructuurwerken uitvoeren om de uitstoot gerelateerd aan de verschillende soorten bouwwerkzaamheden beter te kwantificeren en de beste manieren te identificeren om deze te verlagen.

Projecten die de belangrijkste soorten infrastructuurwerken van Elia Transmission België omvatten, werden geselecteerd als proefproject en er werd een grote hoeveelheid gegevens verzameld over alles gaande van afval tot transport. De belangrijkste drijfveren voor de scope 3 emissies werden vervolgens geïdentificeerd en er worden pilootprojecten ontwikkeld om te bekijken hoe ze op de beste manier kunnen worden verlaagd.

De drie hierboven beschreven maatregelen maken het mogelijk om de broeikasgasemissies die verband houden met de toeleveringsketen nauwkeuriger in te schatten als eerste stap om mogelijke emissiereducties na te streven.

Gerelateerde middelen

Dit jaar verfijnde Elia Transmission België haar methodologie om de significante operationele uitgaven (OPEX) en/of kapitaaluitgaven (CAPEX) te bepalen die gelinkt zijn aan haar actieplannen voor duurzaamheid.

De analyse was gefocust op de acties die deel uitmaken van de lokale roadmap van de TNB en die bijdragen aan het ActNow-programma. CAPEX en OPEX gekoppeld aan een 'significante actie' werden als materieel beschouwd als deze uitgaven de drempelwaarde

zoals beschreven in de dubbele materialiteitsoefening overschrijden (0,5% van de total CAPEX of total OPEX).

De analyse toonde aan dat de acties die relevant waren voor 'E1 Klimaatverandering' en deze drempel overschreden, bijdragen aan de grotere veerkracht van het net.

Actie Beschrijving

Klimaat weerbaarheid

Investeringen gerelateerd aan projecten die de weerbaarheid van Elia Transmission België's infrastructuur tegen klimaatverandering versterken.

CAPEX/OPEX Bedrag (€miljoen)

CAPEX

€33,2

Zie 2.1.4. Economische activiteiten die wel of niet in aanmerking komen voor de Taxonomie voor meer informatie over de adaptatie aan klimaatverandering en de middelen (CAPEX) die aan deze acties zijn toegewezen.

Elia Transmission België zal haar acties voor het ActNow programma opvolgen en geüpdatete conclusies en andere acties rapporteren als ze de gedefinieerde materialiteitsdrempels zouden overschrijden.

E1-4 - Doelen inzake klimaatmitigatie en klimaatadaptatie

Zie bovenstaande informatie over ons ActNow programma om te begrijpen hoe deze doelen verband houden met de ActNow doelstellingen.

Vermindering van aan netverliezen gerelateerde broeikasgasemissies (scope 2)

Vermindering van wagenparkgerelateerde broeikasgasemissies (scope 1)

Elia Transmission België, 50Hertz Transmission Duitsland

Vergroening van de energiemix door versterking en uitbreiding van het net

Elia Transmission België

Elektrificatie van het wagenpark (bedrijfswagens en technische wagens)

SF6-lekpercentage (scope 1) Elia Transmission België

Scope 3 intensiteitsvermindering per bijkomende transformatorcapaciteit (Scope 3)

Installatie van zonnepanelen (scope 2) Elia Transmission België Duurzame hoogspanningsstations

Slimme koel-/ verwarmingsinstallatie (scope 2) Elia Transmission België

Merk op dat de grenzen van het doel voor broeikasgasemissiereductie dezelfde zijn als die in E1-6 - Bruto scope 1-, 2-, 3-emissies en totale broeikasgasemissies

Merk op: aangezien ActNow in 2019 tot stand werd gebracht, en zowel 2020 als 2021 atypisch waren omwille van de COVID-19-pandemie, werd 2019 gekozen als basisjaar voor alle onderstaande doelen, behalve de laatste drie.

Zowel interne stakeholders — inclusief asset- en netontwikkelingsexperts en de aankoopdienst — als externe stakeholders, zoals het SBTi en onze regulatoren, werden bij het doelstellingsproces betrokken.

Vermindering bereikt door voortdurende verbeteringen in netverliezen, ondanks een hogere Belgische elektriciteitsmix als gevolg van een lagere nucleaire bijdrage.

De algehele daling bleef gehandhaafd door de elektrificatie van de vloot, hoewel gedeeltelijk gecompenseerd door de groei van de vloot.

Het lage niveau bleef behouden ondanks een voortdurende toename van het totale geïnstalleerde volume, dankzij effectieve inspanningen voor emissiereductie.

toepassing (de eerste ontwikkelingen vinden plaats in 2025)

Tenzij anders vermeld, worden de doelen zowel door de Group Sustainability Committee als de lokale Sustainability Committee via de jaarlijkse koolstofboekhouding van de Groep opgevolgd.

Naam van het doel Scope
Gerelateerd beleid 2025
Meeteenheid Nulmeting Basisjaar Streefwaarde Streefjaar Prestatie

Vermindering van aan netverliezen

gerelateerde BKG-emissies

Zoals beschreven in E1-1 - Transitieplan voor klimaatmitigatie heeft Elia Group zich ertoe verbonden om haar absolute (locatiegebaseerde) Scope 1- en 2 emissies tegen 2030 met 28 % te verlagen (in vergelijking met 2019). De doelstelling werd bepaald volgens de SBTimethodologie, die is afgestemd op de beproefde methode van klimaatwetenschap en werd gevalideerd in overeenstemming met het “ruim onder 2 °C”-traject. Het doel wordt op het niveau van Elia Group bewaakt, waarbij rekening wordt gehouden met de consolidatie van de duurzaamheidsrapportagesegmenten. Daarom wordt het doelwit niet op lokaal niveau gecascadeerd.

Vermindering van wagenparkgerelateerde BKG-emissies

Dit doel heeft betrekking op de hierboven beschreven maatregel “koolstofarme mobiliteit” (zie E1-3 - Maatregelen en middelen wat betreft beleid ten aanzien van klimaatverandering). We mikken op een verlaging van 90% van de Scope 1 broeikasgasemissies gerelateerd aan het benzine- en dieselverbruik door het wagenpark tegen 2030, voornamelijk door de elektrificatie van onze voertuigen. Het doel werd gedefinieerd op basis van een haalbaar elektrificatietempo en houdt rekening met de praktische personeelsvereisten.

SF6-lekpercentage

De hoeveelheid gelekt SF6 gedurende een jaar wordt berekend op basis van de gewichtsregistratie van SF6-flessen en -containers wanneer wijzigingen (bv. navullingen) gebeuren. Het lekpercentage wordt berekend door de hoeveelheid gelekt SF6 gedurende een jaar te delen door de gemiddelde hoeveelheid SF6-gas dat in assets is opgeslagen. De streefgrens is gebaseerd op de grenswaarde van de industrie. Deze wordt bij Elia Transmission België gecontroleerd door het Asset Lifecycle Committee. De TNB onderzoekt ook alternatieven voor SF6-apparatuur door deel te nemen aan pilootprojecten om SF6-vrije oplossingen te testen.

Scope 3-intensiteitsvermindering

Elia Group verbindt er zich toe de scope 3 broeikasgasuitstoot tegen 2035 met 66,4 % per megavolt-ampère (MVA) aan bijkomende transformatorcapaciteit te verlagen, met 2024 als basisjaar. Deze doelstelling dekt 67 % van de referentie Scope 3 broeikasgasuitstoot. De vooruitgang zal gemeten worden door de scope 3 broeikasgasemissies uit categorieën 1 en 2 die (deels) als significant voor onze activiteiten werden geïdentificeerd, te delen door de bijkomende transformatorcapaciteit. Transformatorcapaciteit dient als betekenisvolle indicator van de elektrificatiecapaciteit en ondersteunt onze decarbonisatie inspanningen in de toeleveringsketen. Als basisjaar werd 2024 gekozen omdat het Upstream-platform voldoende robuuste gegevens begon aan te leveren om streefdoelen te bepalen. Elia Group heeft zich verbonden om op korte termijn emissiereducties voor het hele bedrijf vast te stellen in lijn met klimaatwetenschap van het SBTi; de voorbereidingen voor het validatieproces zijn nog gaande Het doel wordt op het niveau van Elia Group bewaakt, waarbij rekening wordt gehouden met de consolidatie van de duurzaamheidsrapportagesegmenten. Daarom wordt het doelwit niet op lokaal niveau gecascadeerd.

Installatie van zonnepanelen en slimme koel-/verwarmingssystemen

Deze twee doelen werden in 2022 gesteld als deel van het programma voor duurzame hoogspanningsstations dat bij Elia Transmission België wordt uitgerold. Voor de laatste twee doelen werd 2024 gekozen als basisjaar, aangezien dit het jaar was waarin het programma voor duurzame hoogspanningsstations in werking trad. Deze weerspiegelen de vooruitgang die werd gemaakt bij de overgang naar het gebruik van hernieuwbare energie in hoogspanningsstations en de verbetering van de energie-efficiëntie door een slim verwarmings-/koelsysteem met centrale monitoring en controle in te voeren. De beoogde uitstoot is Scope 2 uitstoot.

Opmerking: De basiswaarde is herzien om rekening te houden met implementatiestappen die in 2024 hebben plaatsgevonden, terwijl de initiële waarde aan het begin van het jaar nul was; De streefwaarde is bijgewerkt, aangezien het gepubliceerde cijfer van vorig jaar alleen het jaarlijkse doel weergaf in plaats van de algemene doelstelling.

Met betrekking tot de gepubliceerde doelwitten uit de vorige periode, werden in 2025 geen veranderingen op het vlak van doelstellingen, maatstaven, meetmethodes, belangrijke veronderstellingen, beperkingen, bronnen of processen voor gegevensverzameling gemaakt.

E1-5 - Energieverbruik en energiemix

(1) Brandstofverbruik steenkool en steenkoolproducten (MWh)

(2) Brandstofverbruik aardolie en petroleumproducten (MWh)

(3) Brandstofverbruik aardgas (MWh)

(4) Brandstofverbruik andere fossiele bronnen (MWh)

(5a) Verbruik van gekochte of verkregen elektriciteit uit fossiele bronnen (MWh)

(5b) Verbruik van gekochte of verkregen warmte/stoom/koeling uit fossiele bronnen (MWh)

(6) Totaal verbruik van fossiele energie (MWh) (berekend als de som van regel 1 tot en met 5)

Aandeel van fossiele bronnen in het totale energieverbruik

(7) Verbruik uit nucleaire bronnen (MWh)

Aandeel van het verbruik uit nucleaire bronnen in het totale energieverbruik

(8) Brandstofverbruik voor hernieuwbare bronnen, inclusief biomassa (waaronder ook industrieel en huishoudelijk afval van biologische oorsprong, biogas, hernieuwbare waterstof enz.) (MWh)

(9) Verbruik van gekochte of verkregen elektriciteit, warmte, stoom en koeling uit hernieuwbare bronnen (MWh)

(10) Het verbruik van zelf opgewekte, niet als brandstof gebruikte hernieuwbare energie (MWh)

(11) Totaal verbruik van hernieuwbare en koolstofarme energie (MWh) (berekend als de som van regel 8 tot 10)

Aandeel van hernieuwbare en koolstofarme bronnen in het totale energieverbruik

Totaal energieverbruik (MWh) (berekend als de som van regel 6, 7 en 11)

Niet van toepassing Niet van toepassing

van toepassing

Niet van toepassing Niet van toepassing

Berekeningsmethode

De benzine- en dieselverbruiksniveaus zijn omgezet naar MWh met behulp van conversiefactoren uit de 'IEA Statistics Manual'.

Een locatiegebaseerde aanpak werd gehanteerd voor het opsplitsen van de elektriciteit aangezien deze methodologie het best overeenstemt met de rol en verantwoordelijkheid van een TNB.

Voor Elia Transmission België is het elektriciteitsverbruik gebaseerd op het geschatte verbruiksniveau en (in mindere mate) fysieke waarden. Het geschatte niveau van het elektriciteitsverbruik houdt verband met het verbruik van 447 hoogspanningsstations die niet zijn uitgerust met meters. Voor 2025 werd de schatting aangepast op basis van veranderingen aan deze hoogspanningsstations (bv. installatie van batterijen, toename in oppervlakte en aantal veldkasten).

Opmerking: De methodologie voor aardgas- en elektriciteitsverbruik is aangepast geweest om een nauwkeurigere schatting te voorzien voor de maanden waar de data voor de verzamelingsperiode nog niet voorhanden was.

Energie-intensiteit op basis van netto-opbrengst

Energie-intensiteit

Totaal energieverbruik van activiteiten in sectoren met een grote impact op het klimaat per netto-opbrengst uit activiteiten in sectoren met een grote impact op het klimaat (MWh/€ miljoen)

Netto-opbrengst uit activiteiten in sectoren met een grote impact op het klimaat (€ miljoen)

Netto-opbrengst (overige) (€ miljoen) 0,0 0,0

Totale netto-opbrengst (jaarrekeningen) (€ miljoen)

De activiteit die door Elia Transmission België wordt uitgevoerd is de transmissie van elektriciteit, wat betekent dat ze in de categorie sectoren met een grote impact op het klimaat behoort.

De netto omzet die in bovenstaande berekeningen werd gebruikt, is gebaseerd op de boekhoudkundige beleidslijnen beschreven in 3.4.1 Opbrengsten en de geconsolideerde resultaten gerapporteerd in 5.1. Bedrijfsopbrengsten, netto inkomten (kosten) van het afrekeningsmechanisme en overige bedrijfsopbrengsten” in het financieel verslag.

Sectorspecifieke energiegerelateerde maatstaven

Definities en berekeningsmethodes

Scope 1-broeikasgasemissies

Zoals beschreven in E1-4 - Doelen inzake klimaatmitigatie en klimaatadaptatie wordt de hoeveelheid gelekte SF6 gedurende een jaar berekend op basis van de gewichtsregistratie van SF6-flessen en -containers wanneer wijzigingen (bv. navullingen) gebeuren.

De volgende emissiefactoren werden in de berekeningen gebruikt:

—SF6: Intergouvernementele Werkgroep inzake klimaatverandering (IPCC), zesde evaluatierapport, 2024 (AR6)

—Elia Transmission België: verliezen van benzine, diesel, aardgas, airconditioning – Bilan GES Ademe

E1-6 - Bruto scope 1-, 2-, 3-emissies en totale

broeikasgasemissies

Opmerking: Er zijn geen biogene CO2-emissies uit de verbranding of biologische afbraak van biomassa te rapporteren.

Scope 1-, 2-, en 3-broeikasgasemissies

De Scope 1-, 2- en 3 broeikasgasemissies worden gekwantificeerd volgens de methodologie van het Greenhouse Gas Protocol. Voor Scope 1 en 2 worden de activiteitsgegevens verzameld en omgerekend in CO2-equivalenten aan de hand van relevante emissiefactoren. Voor scope 3 worden gegevens uit verschillende bronnen verzameld, waarna gepaste emissiefactoren worden toegepast om de CO2-equivalenten te schatten.

Opmerking: De methodologie voor het aardgas- en elektriciteitsverbruik is aangepast om een nauwkeurigere schatting te geven voor maanden waarin gegevens op het moment van verzameling nog niet beschikbaar waren.

Scope 2 broeikasgasemissies

—Locatiegebaseerde Scope 2 broeikasgasemissies worden berekend met behulp van de emissiefactoren op basis van de jaarlijkse verbruiksmix van elektriciteit van België, die werd gepubliceerd op het Green Grid Compass.37

—Marktgebaseerde Scope 2 broeikasgasemissies worden berekend aan de hand van de emissiefactoren van de AIB European Residual Mixes voor België. Merk op dat de emissiefactoren van vorig jaar werden gebruikt omdat de restemissiefactoren voor 2025 niet tijdig door AIB werden gepubliceerd.

Merk op: de Groep maakt gebruik van certificaten (“bundled”) voor de aankoop van energie voor haar sites waar fysieke waarden worden verzameld in België en voor haar administratieve sites in Duitsland.

Alleen regionale netverliezen worden in rekening gebracht. Federale netverliezen worden niet meegerekend, in overeenstemming met artikel 104 van de gedragscode die door de Belgische toezichthouder voor de elektriciteitssector (CREG) werd gepubliceerd.

BKG-emissies die verband houden met het elektriciteitsverbruik zijn gebaseerd op het geschatte verbruiksniveau en (in mindere mate) fysieke waarden. Het geschatte niveau van het elektriciteitsverbruik houdt verband met het verbruik van 447 hoogspanningsstations die niet zijn uitgerust met meters. Voor 2025 werd de schatting aangepast op basis van veranderingen aan deze hoogspanningsstations (bv. installatie van batterijen, toename in oppervlakte en aantal veldkasten).

37 Het Green Grid Compass is een gezamenlijk project van transmissienetbeheerders 50Hertz Transmission Duitsland en TenneT en het onderzoeksinstituut “Forschungsstelle für Energiewirtschaft e.V. (FfE)”. De bedoeling is om vrije informatie te verschaffen over de productie en het verbruik van elektriciteit en de overeenkomstige CO₂-uitstoot in Europese biedzones. Bij het opstellen van dit rapport, werden de emissiefactoren opgehaald uit een CSV bestand van de GGC website, aangezien zekere berekeningsaanpassingen nog steeds verwerkt werden.

Scope 3-broeikasgasemissies

Drie categorieën van Scope 3 broeikasgasemissies worden als significant voor de activiteiten van Elia Transmission België beschouwd: “Aangekochte goederen en diensten”, “Kapitaalgoederen” en "Brandstof -en energie gerelateerde activiteiten (niet opgenomen in Scope 1 of 2) (FERA)”. De laatste categorie werd geïdentificeerd als significant door toedoen van herberekeningen en wordt vanaf deze rapporteringsperiode mee opgenomen en gepubliceerd. De motivatie voor de niet-gerapporteerde Scope 3 categorieën wordt in de tabel hieronder gespecificeerd.

De eerste twee categorieën van Scope 3 broeikasgasemissies worden berekend met twee methoden: ten eerste deop uitgaven gebaseerde methodologie met externe, categoriespecifieke emissiefactoren wanneer er geen leveranciersgegevens beschikbaar zijn, en ten tweede, een methode die fysieke waarden gebruikt op basis van informatie afkomstig van leveranciers.

De emissie gerelateerd aan de FERA categorie zijn berekend op basis van verzamelde activiteiten data, vermenigvuldigt met bron tot tank ('well-to-tank'WTT) emissiefactoren.38

Momenteel wordt 29,0 % van onze Scope 3 broeikasgasemissies berekend aan de hand van primaire gegevens.

De 2024 Scope 3 broeikasgasemissies voor de eerste twee categorieën werden geüpdatet op basis van nieuwe informatie die de nauwkeurigheid van de datapunten verbeterd.

Niet-gerapporteerde scope 3-categorieën Motivatie

[Optionele subcategorie: Cloudcomputing en datacentradiensten]

Niet van toepassing

Upstreamvervoer en -distributie Er zijn geen significante upstreamvervoer- en distributieactiviteiten.

Afval geproduceerd bij activiteiten

Zakenreizen

Woon-werkverkeer medewerkers

Dit is geen significante Scope 3 BKGemissiecategorie voor onze activiteiten.

Dit is geen significante Scope 3 BKGemissiecategorie voor onze activiteiten.

Dit is geen significante Scope 3 BKGemissiecategorie voor onze activiteiten.

Upstream geleasede activa Er werden geen upstream geleasede assets geïdentificeerd.

Downstream vervoer en -distributie Er konden geen downstreamvervoer -en distributieactiviteiten worden geïdentificeerd. We verkopen geen fysieke producten die niet via het elektriciteitsnet worden gedistribueerd.

Verwerking verkochte producten

Gebruik verkochte producten

End-of-life-verwerking verkochte producten

Downstream geleasede activa

Franchises

Investeringen

Onze activiteiten omvatten niet de verkoop van producten. De getransporteerde elektriciteit wordt rechtstreeks gebruikt zonder verdere verwerking.

Onze activiteiten omvatten niet de verkoop van producten.

Onze activiteiten omvatten niet de verkoop van producten.

Er zijn geen downstream geleasede assets binnen onze financiële controlegrenzen waarvoor emissies kunnen worden geïdentificeerd.

Er zijn geen franchises binnen onze financiële controlegrenzen waarvoor emissies kunnen worden geïdentificeerd.

Dit is geen significante Scope 3 BKGemissiecategorie voor onze activiteiten.

38 Een landengemiddelde wordt gebruikt voor de niet-berekende verliezen gekoppeld aan upstream elektriciteit en distributie, aangezien deze een verwaarloosbaar aandeel van deze emissies vertegenwoordigen.

Uitstoot van broeikasgassen

Scope 1-broeikasgasemissies

Bruto scope 1 broeikasgasemissies (ton CO2eq) Totaal bruto scope 1-broeikasgasemissies (ton

Percentage scope 1-broeikasgasemissies van gereglementeerde emissiehandel

Scope 2-broeikasgasemissies

Bruto locatiegebaseerde scope 2broeikasgasemissies (ton CO2-eq)

Totaal bruto locatiegebaseerde scope 2-broeikasgasemissies (ton CO2-eq)

Bruto marktgebaseerde scope 2broeikasgasemissies (ton CO2-eq)

Totaal marktgebaseerde bruto scope 2-broeikasgasemissies (ton CO2-eq)

Significante scope 3-broeikasgasemissies

Totaal bruto indirecte (scope 3) broeikasgasemissies (ton CO2-eq)

Gekochte goederen en diensten

Activiteiten op het gebied van brandstof en energie (niet opgenomen in Scope 1 of Scope 2) (FERA) Fysieke waarde

Retrospectief

Totale uitstoot van broeikasgassen (scope 1, scope 2, scope 3)

BKG-intensiteit op basis van netto-opbrengst

Netto-opbrengst gebruikt voor de berekening van de BKG-intensiteit (€

De opbrengst die in bovenstaande berekeningen werd gebruikt, is gebaseerd op de boekhoudkundige beleidslijnen beschreven in 3.4.1 Opbrengsten en 5.1. Bedrijfsopbrengsten, netto inkomten (kosten) van het afrekeningsmechanisme en overige bedrijfsopbrengsten in het financieel verslag.

E1-7 - Broeikasgasverwijderingen en projecten voor broeikasgasmitigatie gefinancierd uit carbon credits

Elia Transmission België onderneemt geen broeikasgasverwijdering (en bijgevolg geen heropname) en -opslag als deel van projecten die binnen de reikwijdte van haar eigen activiteiten vallen of in haar upstream en downstream waardeketens.

Elia Transmission België koopt 'carbon credits' van hoge kwaliteit op projectbasis op de vrijwillige markt in overeenstemming met haar eigen compensatieprincipes.

—status quo-model voor hoogspanningsapparatuur: de CO2-voetafdruk wordt in gunningscriteria als surplus beprijsd en de leverancier moet een gecertificeerde schatting van de voetafdruk indienen.

—een anticiperend model voor grote infrastructuurprojecten: leveranciers beprijzen hun CO2-voetafdruk tijdens het aanbestedingsproces en leveren werkelijke cijfers nadat het contract aan hen werd toegewezen en ze het project in kwestie uitvoerden, wat resulteert in een financiële bonus of malus.

Opmerkingen: momenteel kunnen er geen gegevens worden gerapporteerd over de door het ICP gedekte Scope 1-, 2- en 3 emissievolumes. In onze financiële jaarrekening wordt er geen ICP gebruikt.

Totaal (tCO2-eq) verwijderd door broeikasgasverwijderingen en projecten voor broeikasgasmitigatie gefinancierd uit carbon

Aandeel van verwijderingsprojecten

kwaliteitsstandaard Gold Standard

Aandeel van projecten in de EU (%)

Aandeel carbon credits dat kwalificeert als Corresponding Adjustment (%)

E1-8 - Interne koolstofbeprijzing

Elia Transmission België gebruikt een mechanisme voor interne koolstofbeprijzing (Internal Carbon Price, ICP) voor interne beslissingen aangaande:

—investeringen: bij de ontwikkeling van interne beleidslijnen en -normen wordt rekening gehouden met de CO2-impact door ICP in de relevante kosten-batenanalyses te integreren;

—haar toeleveringsketen: voor aanbestedingen voor elektrische apparatuur en grote infrastructuurprojecten (met uitzonderingen); de ICP beïnvloedt de Total Cost of Ownership (TCO), wat op zijn beurt de rangschikking van de leveranciers kan beïnvloeden.

Elia Transmission België gebruikt schaduwprijzen die zijn afgestemd op de prijs van emissierechten in het kader van het emissiehandelssysteem van de EU, en de maatschappelijke kosten van koolstof. De activiteiten van de TNB worden gedekt door haar ICP-mechanisme, wat betekent dat het de Scope 1-, 2- en 3 emissies dekt. Elia Transmission België heeft ervoor gekozen om een “vlak” prijsmodel te hanteren dat een constante prijs (na actualisatie van toekomstige kosten) hanteert, wat overeenkomt met €200/tCO2-eq).

Momenteel worden er twee modellen gebruikt:

2.3. E4 Biodiversiteit en ecosystemen

Elia Transmission België draagt voortdurend bij aan de realisering van de energietransitie door het hoogspanningsnet uit te breiden en te versterken. Deze activiteiten en assets hebben een impact op de biodiversiteit en de ecosystemen van de natuurlijke omgeving waarin ze zich bevinden. Het ActNow duurzaamheidsprogramma van de onderneming is bedoeld om de biodiversiteit te beschermen en behouden.

E4-1 - Transitieplan en meeweging van biodiversiteit en ecosystemen in strategie en businessmodel39

De bouw, de verbetering en het beheer van het net van de TNB — alsook de aanwezigheid van deze infrastructuur — kan de biodiversiteit en ecosystemen aantasten.

Elia Transmission België voerde een materialiteitsanalyse uit om haar impacts op biodiversiteit in kaart te brengen, zoals aangegeven in onderstaande tabel. Informatie over de processen om deze impacts, risico's en kansen in kaart te brengen en te analyseren is beschikbaar in IRO-1 - Beschrijving van processen om materiële impacts, risico's en kansen met betrekking tot biodiversiteit en ecosystemen in kaart te brengen en te analyseren

39 Het is het vermelden waard dat de in dit punt gerapporteerde informatie verband houdt met de meeweging van biodiversiteit en ecosystemen in strategie en bedrijfsmodel. Informatie met betrekking tot het transitieplan voor biodiversiteit is een vrijwillige rapportage-eis in de ESRS. Toch koos het rapportageteam ervoor om de volledige titel van de rapportage-eis te behouden.

Impact driver op biodiversiteitsverlies Gerelateerd site type Scope

Klimaatverandering —Onshore en offshore hoogspanningsstations

—Luchtlijnen en kabels

Verandering in landgebruik, zoet-en zeewater

—Onshore en offshore hoogspanningsstations

Bodemafdekking —Onshore hoogspanningsstations

Impact op toestand soorten —Onshore en offshore hoogspanningsstations

—Luchtlijnen

De aspecten van impact door klimaatverandering worden al in de vorige sectie besproken, zie 2.2. E1 Klimaatverandering. Het gebruik van land en zee door de TNB is afhankelijk van de politieke beslissingen over de energietransitie en de aansluitende netontwikkeling die de Belgische overheid neemt, wat bijgevolg ook bodemafdekking tot gevolg kan hebben. Tijdens de bouw en operaties van transmissie-infrastructuur, kunnen de biodiversiteit en ecosystemen een negatieve impact ondervinden, wat kan leiden tot de verstoring van habitats en een potentiële bedreiging van soorten. Specifieke impacts op siteniveau worden ook geïdentificeerd in het kader van de milieueffectbeoordelingen (MEB’s) die voor infrastructuurprojecten worden uitgevoerd.

De afhankelijkheden die voor de activiteiten van de TNB worden geïdentificeerd zijn diensten om de impact van overstromingen en onweer op zowel onshore en offshore assets te beperken, en massastabilisatie en erosiecontrole voor luchtlijnen, kabels en hoogspanningsstations. De geïdentificeerde afhankelijkheden zijn inherent aan de TNBactiviteit en moeten aan de hand van specifieke operationele gegevens worden bevestigd.

Onze biodiversiteitsstrategie

Doelstellingen om de impact van TNB-activiteiten op biodiversiteit en ecosystemen te beperken, vormen een integraal deel van Dimensie 2 – “Circulaire economie en milieubescherming” binnen het ActNow programma (zie 4.3 Duurzaamheid staat centraal in onze strategie). De overkoepelende doelstelling is om ecosystemen en biodiversiteit te behouden en te versterken aan de hand van twee hoofdbenaderingen. Ten eerste door de impact van onze activiteiten op soorten en habitats te verkleinen, en ten tweede door biodiversiteit op door Elia Transmission België beheerde percelen actief te verbeteren.

De TNB past vermijdings-, mitigatie- en compensatiemaatregelen toe om de negatieve gevolgen van haar projecten en activiteiten aan te pakken. Deze acties omvatten het herstel van habitats, herbeplanting, de aanleg van ecologische corridors en de installatie van vogelbakens. Wanneer getroffen soorten op een site worden waargenomen, worden er gerichte maatregelen toegepast, zoals het aanpassen van projecttijdlijnen om gevoelige broedseizoenen te vermijden en habitats na de bouw in hun oorspronkelijke staat te herstellen. Om negatieve impacts verder te beperken, probeert Elia Transmission België

bodemafdekking tijdens de bouw van infrastructuur te beperken door waar mogelijk doorlaatbare oppervlakten te integreren, aangezien het gebruik van niet-doorlaatbare materialen (zoals beton in hoogspanningsstations) de plaatselijke hydrologie kan beïnvloeden. Voor gedetailleerde informatie, zie E4-3 - Maatregelen en middelen wat betreft biodiversiteit en ecosystemen

De biodiversiteitsstrategie werd afgestemd op de visie en doelen van het KunmingMontreal Global Biodiversity Framework (GBF) en het daarvan afgeleide Belgische biodiversiteitsbeleid. De specifieke GBF-doelen40 die overeenstemmen met onze huidige acties worden vermeld in sectie E4-3 - Maatregelen en middelen met betrekking tot biodiversiteit en ecosystemen.

SBM-3 - Materiële

impacts, risico’s en kansen en de wisselwerking daarvan met strategie en businessmodel

De biodiversiteitsimpacts- en afhankelijkheden van Elia Transmission België worden in de vorige sectie toegelicht. Deze gelden in gelijke mate voor alle onshore en offshore sites in bezit van de onderneming, ongeacht of ze nabij, of door biodiversiteitsgevoelige gebieden of beschermde gebieden lopen. De enige drukfactor ('impact driver') voor biodiversiteitsverlies die niet relevant is wanneer specifieke biodiversiteitsgevoelige gebieden in beschouwing worden genomen, is klimaatverandering, aangezien dit een globale impact is en geen specifieke impact voor Elia Transmission België. Informatie over de vestigingen van de TNB in of nabij gebieden die gevoelig zijn voor biodiversiteit is beschikbaar in E4-5 - Impactmaatstaven wat betreft biodiversiteit en ecosystemen

Elia Transmission België erkent dat haar activiteiten kunnen bijdragen aan landdegradatie en bodemafdekking, vooral tijdens de bouw van nieuwe infrastructuur en hoogspanningsstations. Bodemafdichting en vegetatieverwijdering kunnen immers leiden tot erosie of een lagere bodemkwaliteit, terwijl het gebruik van niet-doorlaatbare materialen (bv. beton) de plaatselijke hydrologie kan beïnvloeden. Verwoestijning daarentegen werd niet geïdentificeerd als een materieel risico voor de activiteiten van de TNB. In sommige gevallen kunnen bedreigde soorten en hun habitats worden beïnvloed, afhankelijk van de locatie van onze sites. Deze impacts worden op site-niveau geïdentificeerd.

IRO-1 - Beschrijving van processen om voor biodiversiteit en ecosystemen materiële impacts, risico’s en kansen in kaart te brengen en te

analyseren

Identificatie- en analyseprocessen

De op biodiversiteit gerichte materialiteitsanalyse vertrouwt op sectorgegevens uit relevante gegevensbanken zoals ENCORE om waarschijnlijke impacts en afhankelijkheden te identificeren op basis van de activiteiten en waardeketen van Elia Transmission België. Daadwerkelijke en potentiële impacts op biodiversiteit en ecosystemen door de eigen sites van de TNB worden ook structureel geanalyseerd aan de hand van milieueffectbeoordelingen (MEB’s), die verplicht zijn voor vergunningsaanvragen. Dit omvat een bijkomende analyse van veranderingen in landgebruik, de nabijheid tot beschermde gebieden en biodiversiteitsgerelateerde elementen.

Elia Transmission België heeft evaluaties uitgevoerd om transitie- en fysieke risico's en kansen met betrekking tot biodiversiteit en ecosystemen te identificeren. Transitierisico's worden geïdentificeerd door toezicht te houden op de regelgeving inzake de bescherming van biodiversiteit, met als doel de ecologische voetafdruk van infrastructuurprojecten te verkleinen. Daarnaast worden stakeholders geraadpleegd en wordt er samengewerkt met milieuexperts, lokale beschermingsinstanties en ngo’s om de naleving van biodiversiteitsverordeningen en de afstemming op prioriteiten inzake instandhouding te verzekeren. Fysieke risico's worden geïdentificeerd op basis van afhankelijkheden.

Elia Transmission België erkent de impact van systemische risico’s op de energiesystemen. Om deze onderling verbonden risico’s aan te pakken, neemt Elia Transmission België deel aan wereldwijde deskundigenforums in de elektriciteitstransmissiesector (bv. CIGRE41) over de impact van de klimaatverandering op de energiesystemen, en ondersteunt ze zo de energietransitie om de druk op het milieu te verlichten.

Overleg met getroffen gemeenschappen

Elia Transmission België zorgt ervoor dat de gemeenschappen die door haar activiteiten getroffen zijn, worden benaderd en geraadpleegd in het kader van hun duurzaamheidsbeoordelingen. Zie S3 Getroffen gemeenschappen voor meer informatie.

Opmerking: de boordelingen strekken zich momenteel niet uit over de productie en aankoop van grondstoffen (upstream waardeketen).

Sites in of nabij biodiversiteitsgevoelige gebieden

Elia Transmission België beheert sites in of nabij gebieden die gevoelig zijn voor biodiversiteit en heeft deze locaties geïdentificeerd aan de hand van geospatiale analyses; gedetailleerde informatie over het proces en de resultaten ervan zijn beschikbaar in E4-5 Impactmaatstaven wat betreft biodiversiteit en ecosystemen

41 CIGRE staat voor Conseil International des Grands Réseaux Electriques of internationale raad voor grote elektriciteitssystemen.

E4-2 - Beleid ten aanzien van biodiversiteit en ecosystemen

Elia Transmission België heeft een aantal beleids- en richtlijnen met betrekking tot biodiversiteit en ecosystemen. Zie E1-2 Beleid ten aanzien van klimaatmitigatie van en klimaatadaptatie voor kwesties met betrekking tot klimaatveranderinggerelateerde impacts. Merk op dat alle beleidslijnen ter beschikking worden gesteld van de

Aankoopvoorwaarden

Gedragscode voor leveranciers

Algemene veiligheids-, gezondheids- en milieuvoorschriften voor aannemers die werk uitvoeren voor Elia Transmission België

Milieubeheersysteem Natuurbeleid

Assetmanagementbeleid voor sites en gebouwen en luchtlijnen

Vogelbakenbeleid

Contractuele overeenkomst

Jaarlijkse risicoanalyse door het departement

Aankoop en bewaking van de naleving van de processen door Interne Audit

Operationele monitoring;

Contractuele overeenkomst en toewijzing van een score na ondertekening van het contract

Milieubeheersystemen

Monitoring door intern comité

Specifieke acties verbonden met KPI’s

Marine Grid Declaration (externe verklaring) niet van toepassing

Beleid gericht op onze leveranciers

Verschillende beleidslijnen zijn gericht op de leveranciers (de upstream waardeketen) en omvatten aspecten m.b.t. biodiversiteit en ecosystemen:

—De aankoopvoorwaarden voor elektrische apparatuur en werken: deze documenten beschrijven de voorwaarden die van toepassing zijn op leveranciers voor specifieke aankoopcategorieën. De algemene aankoopvoorwaarden: dit document beschrijft de verwachtingen die Elia Transmission België heeft tegenover het milieubeheer van onze leveranciers, inclusief biodiversiteitsaspecten. In de aankoopcategorieën voor elektrische apparatuur en werken formuleert Elia Transmission België wat ze verwachten van haar leveranciers wat betreft de vermindering van de milieu-impact van de uitstoot van broeikasgassen als gevolg van hun diensten, inclusief de vereiste om de impact van hun diensten op de biodiversiteit te verkleinen en op te volgen.

—De gedragscode voor leveranciers lijst een reeks duurzame principes op waarvan de TNB verwacht dat haar leveranciers deze volgen, inclusief aandacht besteden aan de impact op biodiversiteit en natuurlijke habitats en deze controleren.

“Het algemeen veiligheids-, gezondheids- en milieureglement voor aannemers bij de uitvoering van opdrachten”: Dit document is gericht op leveranciers die werk uitvoeren voor de TNB of in haar infrastructuur. Dit bepaalt de

medewerkers van Elia Transmission België via haar intranet en, waar relevant, aan aannemers, leveranciers en externe stakeholders via haar website of andere elektronische tools.

Chief Procurement Officer niet van toepassing

Chief Procurement Officer niet van toepassing

Head of Health, Safety & Security niet van toepassing

Head of Sustainability ISO 14001 norm voor milieubeheer

Chief Assets Officer Partnerschap met ecologische consultants

Chief Assets Officer Partnerschap met organisaties voor natuurbehoud

(Hoger management) Het Renewables Grid Initiative (RGI) is een samenwerking tussen ngo’s en transmissienetbeheerders (TNB’s).

milieubeschermingsregels die leveranciers moeten volgen, te beginnen met de volledige naleving van alle regionale milieuwetten. Dit omvat specifieke vereisten met betrekking tot biodiversiteit en het melden van milieu-incidenten. Voor Elia Transmission België omvatten de vereiste inspanningen een verbod op het gebruik van herbiciden, het gebruik van lokale soorten voor herbeplanting, het herstellen van groene gebieden in hun oorspronkelijke staat en het vermijden van activiteiten tijdens het broedseizoen.

Deze vereisten zijn een integraal onderdeel van elk contract dat Elia Transmission België sluit met haar leveranciers.

Zie G1-1 - Beleid ten aanzien van zakelijk gedrag en bedrijfscultuur voor een gedetailleerde beschrijving van de hierboven vermelde documenten.

Verplichte en locatiegebonden beleidslijnen

In de gebieden waarin we als TNB actief zijn, maakt een milieueffectbeoordeling (MEB) deel uit van de vergunningsaanvragen en wordt deze in de beginfase van infrastructuurprojecten uitgevoerd. Dit proces identificeert, voorspelt en analyseert systematisch potentiële impacts op het milieu en de biodiversiteit tijdens de bouw en werking. Vergunningen omvatten verplichte locatiegebonden biodiversiteitsmaatregelen voor zowel de bouwfase als de voortdurende werking, die moeten worden toegepast. Voor sites nabij of in beschermde of biodiversiteitsgevoelige gebieden die in bezit zijn, worden

Beleid Monitoringsproces
Scope
Verantwoordelijke functie Verwante raamwerken

geleased of beheerd, is de naleving van wettelijke vereisten verplicht. Bij Elia Transmission België wordt natuurbeheer aangepakt in de “milieubeheersystemen Natuurbeleid”. Daarnaast moet er een gepaste effectbeoordeling worden uitgevoerd voor luchtlijn -of kabelprojecten in Natura 2000-gebieden. Deze moet dan bij de MEB-studie worden gevoegd. Voor grote infrastructuurprojecten wordt er een expert aangesteld om toezicht te houden op de toepassing van milieuaanbevelingen tijdens de bouwfase. De toepassing ervan is dus een wettelijke vereiste die door de onderneming wordt gecontroleerd.

Beleid met betrekking tot duurzame bodempraktijken en de impact op soorten

Met betrekking tot onze eigen activiteiten zijn duurzame bodempraktijken ingebed in de volgende beleidslijnen.

—Het “Assetmanagementbeleid voor luchtlijnbeheer” omvat het beheer van ecologische corridors, een concept dat in partnerschap met ecologische consultants werd ontwikkeld om de vegetatie te onderhouden en ontbossing aan te pakken. Hun expertise ondersteunt ook het implementatieproces (voor meer informatie, zie E4-3Maatregelen en middelen wat betreft biodiversiteit en ecosystemen).

—Het “Assetmanagementbeleid voor sites en gebouwen” een verbod op het gebruik van pesticiden.

—Elia Transmission België heeft ook beleidslijnen die de plaatsing van vogelbakens specificeren.

Offshore beleid

Voor onze offshore activiteiten volgen we praktijken voor het duurzaam beheer van oceanen en zeeën door middel van de volgende beleidslijn.

—Elia Transmission België onderschrijft ook de “Marine Grid Declaration”, een vrijwillig beleid dat de sleutelprincipes oplijst voor het respecteren van het mariene milieu — beschikbaar via het Renewables Grid Initiative (RGI), een samenwerking tussen TNB’s en NGO’s.

Geen van de beleidslijnen ondersteunen de traceerbaarheid van producten, onderdelen en grondstoffen met significante daadwerkelijke of potentiële impacts op biodiversiteit en ecosystemen doorheen de waardeketen. Geen ervan richt zich op de productie, de aankoop of het verbruik uit ecosystemen die beheerd worden om de omstandigheden voor biodiversiteit te behouden of te verbeteren.

Opmerking: voor beleidslijnen die de maatschappelijke gevolgen van impact op de biodiversiteit en ecosystemen voor lokale gemeenschappen aanpakken, zie S3-1 - Beleid ten aanzien van getroffen gemeenschappen.

E4-3 - Maatregelen en middelen wat betreft biodiversiteit en ecosystemen

De biodiversiteits- en ecosysteemgerelateerde maatregelen die door Elia Transmission België wordt genomen, worden in onderstaande tabel toegelicht.

Maatregel

Gerelateerd beleidsobjectief of doel Scope Tijdshorizon

Maatregelen ten aanzien van klimaatverandering Zie E1-3 - Maatregelen en middelen wat betreft beleid ten aanzien van klimaatverandering 8

Vogelbescherming Vogelbakenbeleid

Ecologische corridors Zie E4-4 - Doelen wat betreft biodiversiteit en ecosystemen

Vegetatiebeheer in hoogspanningsstations

Assetmanagementbeleid voor sites en gebouwen

Compensatiemaatrege len/ door de vergunning opgelegde maatregelen (inclusief offshore)

Naleving van de vergunningsvoorwaarden

doelstelling

Doorlopende maatregel 1, 4

Doorlopende maatregel

2, 3, 10, 11

Doorlopende maatregel 1, 2, 12

Doorlopende maatregel 1, 2, 3, 4, 10, 11, 12

Geen enkele van de hieronder beschreven maatregelen maakt gebruik van biodiversiteitscompensaties.

Maatregelen ten aanzien van klimaatverandering

Zie E1-3 - Maatregelen en middelen wat betreft beleid ten aanzien van klimaatverandering

Vogelbescherming

Luchtlijnen vormen een aanvliegrisico voor vogels. Met de hulp van lokale en Europese milieuorganisaties stelde Elia Transmission België een ‘risicokaart voor vogels’ op, waarin aanvliegrisiconiveaus werden toegewezen aan verschillende netgebieden in haar regelzones. Deze risicokaart voor vogels is de basis voor de geleidelijke uitrusting van deze delen met vogelbakens waar dit technisch mogelijk is. In overeenstemming hiermee rust Elia Transmission België luchtlijnen geleidelijk uit met vogelbakens. Daarnaast worden er nestkastjes voor verschillende soorten op masten geplaatst.

Beheer van ecologische corridors

Onder onze luchtlijnen die bosgebieden overspannen, passen we gerichte beheerpraktijken toe om de veilige werking van het net te garanderen. De traditionele wijze om de vegetatie in deze corridors te verwijderen, was mulchen - alles binnen een

specifieke bufferzone onder een luchtlijn werd tot op de grond gesnoeid - wat leidde tot biodiversiteitsverlies.

Sinds 2012 past Elia Transmission België een “ecologisch beheer” benadering toe, waarbij bepaalde en bijzonder hoge bomen worden gerooid of open habitats worden gecreëerd (door middel van begrazing of maaien). Hiervoor moet de ruimte onder de luchtlijn eerst omgevormd worden tot een open habitat of beplant worden met struiken. De aanpak werd ingevoerd als deel van een zeven jaar durend LIFE-project. Het project42 werd in 2018 zonder subsidies voortgezet.

Voor informatie over hoe deze maatregelen worden vertaald in specifieke doelstellingen, zie E4-4 Doelen wat betreft biodiversiteit en ecosystemen.

Vegetatiebeheer in hoogspanningsstations

We bevorderen groene gebieden in en rond onze bestaande assets om hun negatieve impact op het milieu te beperken en biodiversiteit te ondersteunen. Sinds 2022 verboden we het gebruik van alle soorten herbiciden op onze sites in België. Uitzonderingen zijn enkel toegelaten omwille van overwegingen met betrekking tot bedrijfsveiligheidsregels en/of bouwactiviteiten.

Compensatiemaatregelen / door de vergunning opgelegde maatregelen (inclusief

offshore)

Zoals vermeld in E4-2- Beleid ten aanzien van biodiversiteit en ecosystemen, moeten de vergunningsaanvragen voor de projecten van Elia Transmission België locatiegebonden maatregelen omvatten die gericht zijn op het vermijden en beperken van de impact van haar activiteiten op de biodiversiteit. Deze maatregelen kunnen een uiteenlopende reeks van acties omvatten, zoals de invoering van ecologische elementen (bv. vijvers, takkenhopen), de installatie van vogelbakens, of het plannen van bouwactiviteiten buiten de broed- en migratieseizoenen van specifieke soorten.

Mitigerende maatregelen die als deel van onze offshore projecten worden geïmplementeerd, worden vooral tijdens de bouwfase doorgevoerd, bijvoorbeeld om het mariene leven tijdens de bouw van onze assets op een afstand te houden.

Elia Transmission België paste een “nature-inclusive design” benadering (NID) toe op het energieknooppunt van het Prinses Elisabeth Eiland in de Noordzee; dit betekent dat het kunstmatige eiland zodanig wordt gebouwd dat de kenmerken ervan de biodiversiteit versterken en het mariene leven errond bevorderen. De benadering werd ontwikkeld in samenwerking met deskundigen op het gebied van natuurbehoud en het mariene milieu. Het NID-partnerschap is ook bedoeld om de wetenschappelijke kennis op dit gebied te vergroten. Een overzicht van de beoogde biodiversiteitsmaatregelen is beschikbaar op onze website

Andere maatregelen

In de toekomst zal het engagement van leveranciers versterkt worden voor een beter begrip van biodiversiteitsgerelateerd herstel.

Gerelateerde middelen

Dit jaar verfijnde Elia Transmission België haar methodologie om de significante operationele uitgaven (OPEX) en/of kapitaaluitgaven (CAPEX) te bepalen die gelinkt zijn aan haar actieplannen voor duurzaamheid.

De analyse was gefocust op de acties die deel uitmaken van de lokale roadmap van de TNB en die bijdragen aan het ActNow-programma. CAPEX en OPEX gekoppeld aan een 'significante actie' werden als materieel beschouwd als deze uitgaven de drempelwaarde zoals beschreven in de dubbele materialiteitsoefening overschreed (0.5% van de total CAPEX of total OPEX).

De analyse toonde aan dat geen van de voor E4 “Biodiversiteit en ecosystemen” relevante maatregelen deze drempel overschreden.

Elia Transmission België zal haar acties voor het ActNow programma opvolgen en geüpdatete conclusies en andere acties rapporteren als ze de materialiteitsdrempels zouden overschrijden.

E4-4

-

Doelen wat betreft biodiversiteit en ecosystemen

We hebben momenteel één biodiversiteitsdoel dat is afgestemd op de in sectie E4-3Maatregelen en middelen wat betreft biodiversiteit en ecosystemen beschreven maatregelen.

Naam doelstelling

In bossen gecreëerde ecologische corridors

Impacts, risico’s en kansen voor biodiversiteit Scope

Verandering in landgebruik

Geografische reikwijdte

Respectievelijke netgebieden

Tijdens deze processen werden er noch ecologische drempels, noch biodiversiteitscompensaties gebruikt.

bij

hiërarchie

Het beheer van ecologische corridors is afgestemd op het Kunming-Montreal Global Biodiversity Framework (zie E4-3 - Maatregelen en middelen wat betreft biodiversiteit en ecosystemen voor het in kaart brengen van de GBF-doelstellingen) en de afgeleide Belgische biodiversiteitskader.

Indeling
stap van mitigatie-
Herstel

Definitie en berekeningsmethode

In bossen gecreëerde ecologische corridors (op basis van projecten)

Onze milieudeskundige partners voeren locatiegebaseerde studies uit om maatregelen ter verbetering van de biodiversiteit te bepalen en in te leiden. De vooruitgang in vergelijking met de doelstellingen wordt berekend door de totale oppervlakte van gerealiseerde ecologische corridors te delen door de totale potentiële oppervlakte van corridors in bosgebieden onder luchtlijnen. In 2025 werd het laatste element - de deler die gebruikt wordt om het percentage te berekenen - geüpdatet op basis van een geospatiale analyse die de huidige staat van het netwerk weerspiegelt.

2019 werd gekozen als basisjaar voor de doelstelling om af te stemmen op het ActNow programma.

Ecologische corridors geïmplementeerd in bossen (op basis van projecten) (%) 54,3 % 73,9 % 77,3 % 90,0 % Gestage vooruitgang en op weg om doelstelling te bereiken

De waarde van de voor Elia Transmission België in bossen gecreëerde ecologische corridors voor 2024 werd dit jaar aangepast aangezien er in 2025 een update aan de noemer van de berekening van de doelstelling43 is doorgevoerd.

E4-5

- Impactmaatstaven

wat betreft biodiversiteit en ecosystemen

Sites in of nabij biodiversiteitsgevoelige gebieden

De sites die de TNB exploiteert zijn verspreid over haar netgebied in België en omvatten zowel hoogspanningsstations als luchtlijnen. Gezien hun aantal wordt er hier geen volledige lijst gegeven van alle sites en biodiversiteitsgevoelige gebieden die door haar activiteiten worden beïnvloed, maar wordt er de voorkeur gegeven aan een uitsplitsing per type site in plaats van per site.

Definitie en berekeningsmethode

Elia Transmission België heeft alle sites waar ze de operationele controle over heeft, uitgebreid in kaart gebracht, inclusief hoogspanningslijnen- en stations, samen met de bijbehorende gegevens over landgebruik. Om sites in of nabij biodiversiteitsgevoelige gebieden te identificeren, gebruikt de TNB een geografisch informatiesysteem (GIS) om lagen die verschillende soorten beschermd gebied vertegenwoordigen, over haar netkaart te leggen.

De 'nabij beschermde gebieden' werden gedefinieerd door een buffer van 30 meter rondom hoogspanningslijnen (de gemiddlede veiligheidsafstand) en 500 meter rond hoogspanningsstations te bepalen.

De beschermde gebieden waar rekening mee werd gehouden zijn:

—Internationaal: Natura 2000-netwerk, Ramsar, UNESCO wereld natuurerfgoed

—Vlaams Gewest: historisch permanente graslanden (HPG) en andere permanente graslanden in Vlaanderen die beschermd worden door de natuurwetgeving, natuurreservaten, het Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN/IVON-gebieden), openbare bossen en natuurdomeinen die door het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) in naam van de Vlaamse Overheid worden beheerd, het Duinendecreet en gebieden gedekt door vogel- en habitatrichtlijnen

—Waals Gewest: waterrijke gebieden van biologisch belang, staatsnatuurreservaten, erkende natuurreservaten, ondergrondse grotten van wetenschappelijk belang (cavités souterraines d’intérêt scientifique, CSIS), bosreservaten, natuurparken

—Brussels Hoofdstedelijk Gewest: natuur- en bosreservaten

—Offshore: natuurgebieden in het Belgische deel van de Noordzee

De resultaten van de oefening zijn inbegrepen in onderstaande tabel.

Sites in of nabij biodiversiteitsgevoelige gebieden

Onshore hoogspanningsstations

Aantal sites (#) 43,0 152,0

Oppervlakte van sites (ha)

Offshore hoogspanningsstations

Aantal sites (#)

Oppervlakte van sites (ha)

Luchtlijnen (lengte in km)

995,2 126,8

Onshore kabels (lengte in km) 758,7 362,3

Offshore kabels (lengte in km) 65,2 1,0

Opmerking: Hoogspanningsstations met onderdelen "in" en "nabij" worden als "in" geteld.

Uitgangsjaar

Andere maatstaven

De toepassing van ecologische corridors in bosgebieden is een resultaatgebonden doel (zie E4-4 - Doelen wat betreft biodiversiteit en ecosystemen), wat de effectieve monitoring van de toepassing ervan ter plaatse mogelijk maakt. De effecten van dergelijke corridors zijn enkel waarneembaar op middellange tot lange termijn. Sinds de invoering ervan in 2012 volgde Elia Transmission België de veranderingen op siteniveau op door biomonitoringstudies uit te voeren44 .

Samen met milieuexperts voert de TNB momenteel onderzoek om geschikte impactmaatstaven te identificeren. Elia Transmission België ontwikkelt momenteel een indicator om de impact van haar ecologisch beheer op nationaal niveau nauwkeurig te evalueren. Deze indicator zal de TNB in staat stellen om de kwaliteit van de biodiversiteit in habitats gelegen in de corridors op verschillende tijdstippen te evalueren (bv. voor- en na de invoering van ecologische praktijken). Zodra deze indicator gevalideerd is en de uitgangswaarde gekend is, is het de bedoeling om de indicator te gebruiken als informatie over de kwaliteit van biodiversiteit in onze boscorridors.

2.4. E5 Materiaalgebruik en circulaire economie

De principes van circulariteit zijn al sinds lang geïntegreerd in de bedrijfspraktijken van Elia Transmission België, aangezien netoptimalisering en de betrouwbaarheid van de apparatuur essentieel zijn voor de zekerheid van de elektriciteitstoevoer. Circulaire praktijken ondersteunen ook klimaatmaatregelen, natuurbehoud en de veerkracht van de toeleveringsketen voor strategische materialen waarvoor schaarste een risico is.

IRO-1 - Beschrijving van de processen om voor materiaalgebruik en circulaire economie materiële impacts, risico’s en kansen in kaart te brengen en te analyseren

Doelstellingen om de impact van TNB-activiteiten op materiaalgebruik te beperken, vormen een integraal deel van Dimensie 2 – “Circulaire economie en milieubescherming” binnen het ActNow programma (zie 4.3 Duurzaamheid staat centraal in onze strategie). De overkoepelende doelstelling is om de milieu-impact van onze assetnoden te verminderen.

Om een circulariteitsprogramma op te stellen voerde Elia Transmission België een diepgaande screening uit van activiteiten doorheen de waardeketen, waarbij interne experts risico's en kansen identificeerden op basis van een marktanalyse om de circulariteit binnen haar activiteiten te vergroten. Voortbouwend op de bestaande aanpak blijft Elia Transmission België het net optimaliseren door middel van een doordachte benadering bij het ontwerp, de bouw en de werking door kernprincipes op de besluitvorming toe te passen en behoudt ze haar focus op het verlengen van de levensduur van assets door middel van robuuste onderhoudspraktijken. Daarnaast wordt er nu bijzondere aandacht besteed aan het beperken van de impact van de toeleveringsketen op het milieu.

Zie E5-2 - Maatregelen en middelen wat betreft beleid ten aanzien van materiaalgebruik en circulaire economie voor meer details over de maatregelen met betrekking tot deze doelstelling en E5-3 - Doelen wat betreft materiaalgebruik en circulaire economie voor de doelstelling.

De beoordeling steunde op de input van interne experts in de materie die goed geïnformeerd zijn en ervaring hebben in het begrijpen van de bezorgdheden van stakeholders en de gerelateerde impact van de onderneming. Daarnaast nemen interne experts deel aan CIGRE45-werkgroepen om de implementatie van ecodesign voor assets te verduidelijken en te ondersteunen.

44 Biologische monitoring wordt op de herstelde sites ingevoerd, gericht op een brede waaier aan dier- en plantensoorten, om het resultaat van het nieuwe beheer te evalueren.

45 CIGRE staat voor Conseil International des Grands Réseaux Electriques of internationale raad voor grote elektriciteitssystemen.

E5-1 - Beleid ten aanzien van materiaalgebruik en circulaire economie

Elia Transmission België ontwikkelde de volgende beleidslijnen voor praktijken inzake materiaalgebruik en circulaire economie en past ze ook toe. Merk op dat alle beleidslijnen ter beschikking worden gesteld van de medewerkers van Elia Transmission België via haar intranet en, waar relevant, aan aannemers, leveranciers en externe stakeholders via haar website of andere elektronische tools.

Aankoopvoorwaarden

Gedragscode voor leveranciers

Algemene veiligheids-, gezondheids- en milieuvoorschriften voor aannemers die werk uitvoeren voor Elia Transmission België

Assetmanagementbeleid voor netapparatuur

Afvalbeheerprocedure

Contractuele overeenkomst Post contract beoordeling

Jaarlijkse risicoanalyse door het departement Inkoop en bewaking van de naleving van de processen door Internal Audit.

Toewijzing van een score na ondertekening van het contract.

Bezoeken aan sites

Operationele monitoring; Contractuele overeenkomst Post contract beoordeling

Indicatoren voor de staat (van apparatuur) en het einde van de levensduur

Milieubeheersysteem

Beleid gericht op onze leveranciers

Meerdere beleidslijnen beschrijven de praktijken inzake materiaal- en afvalstoffenbeheer waaraan de leveranciers van Elia Transmission België - onze upstream waardeketen - zich moeten houden.

—De ‘Gedragscodes voor leveranciers’ lijsten een reeks duurzame principes op waarvan de TNB verwacht dat haar leveranciers deze volgen, inclusief afvalbeperking en het bevorderen van recycling en circulaire modellen.

—De “Aankoopvoorwaarden voor elektrische apparatuur en werken” omschrijven de verwachtingen van de TNB op het vlak van naleving van de wetgeving rond afvalstoffenbeheer door leveranciers.

—Het “Algemeen veiligheids-, gezondheids- en milieureglement voor aannemers bij de uitvoering van opdrachten” vereist van leveranciers dat ze de wetgeving rond afvalstoffenbeheer naleven, de afvalhiërarchie toepassen en aandacht besteden aan het gebruik van gerecycleerde materialen of materialen met een lange levensduur.

Verantwoordelijke

Chief Procurement Officer Toepasselijke wetgeving inzake afval

Chief Procurement Officer Toepasselijke wetgeving inzake afval

Head of Health, Safety & Security Toepasselijke wetgeving inzake afval

Head of Asset niet van toepassing

Head of Sustainability Toepasselijke wetgeving inzake afval ISO 14001 norm voor milieubeheer

Deze elementen maken integraal deel uit van elk contract dat de TNB met haar leveranciers sluit. Zie G1-1 - Beleid ten aanzien van zakelijk gedrag en bedrijfscultuur voor een gedetailleerde beschrijving van de hierboven vermelde documenten.

Op het einde van projecten door een van de aannemers van Elia Transmission België wordt hen een interne score toegekend die rekening houdt met hun naleving van de milieuwetgeving.

Assetmanagementbeleid

Het assetmanagementbeleid van Elia Transmission België geeft een hogere prioriteit aan de vermijding en minimalisering van afval dan aan de verwerking ervan om kostenoptimalisering, operationele uitmuntendheid en veiligheid te bevorderen, met circulariteitsvoordelen als extra bonus.

Voor de rol die Elia Transmission België speelt in de bevoorradingszekerheid, is het essentieel om te garanderen dat haar assets betrouwbaar functioneren. Storingen moeten worden voorspeld, onderhoud en herstellingen moeten gepland worden, en specifieke

Beleid

aandacht wordt besteed aan het einde van de levensduur van een asset en hoe deze kan worden verlengd. Zie E5-2 - Beleid en middelen wat betreft materiaalgebruik en circulaire economie.

Bovendien leeft de TNB de wetten en regelgeving rond afvalstoffenbeheer na die in haar regelzones gelden. Ze past de afvalhiërarchie toe en verwijdert, sorteert en zorgt voor de ophaling van het afval dat ze produceert. Dit dekt zowel de eigen activiteiten van Elia Transmission België als een deel van haar upstream waardeketen: haar bouwplaatsen, waar aannemers verantwoordelijk zijn voor het verwijderen van afval.

Afvalrichtlijnen en -procedures in het milieubeheersysteem van Elia Transmission België

Procedures en verantwoordelijkheden voor afvalvermijding en -verwijdering volgens de toepasselijke wetgeving worden beschreven in de “Afvalbeheerprocedure” van Elia Transmission België. Het raamwerk van de ISO 14001 norm werd gebruikt als referentie voor deze beleidslijn.

Voorafgaand aan infrastructuurbouwprojecten worden er oefeningen uitgevoerd om de afvalvolumes in te schatten. Afvalinzamelaars verschaffen informatie over de manier waarop afval ofwel wordt teruggewonnen of verwijderd, alsook de relevante certificaten. In sommige gebieden in haar regelzones moet de TNB ook haar jaarlijkse hoeveelheden van specifieke afvalsoorten aan de lokale autoriteiten rapporteren.

Geen enkele van de beleidslijnen is gericht op de overgang weg van het gebruik van ongebruikte ('virgin') materialen of duurzame, hernieuwbare of gerecycleerde materialen. Desondanks is het gebruik van gerecycleerde materialen toegestaan voor de meeste materialen, op voorwaarde dat de transmissie van elektriciteit en de mechanische weerstand gegarandeerd zijn. De markt hiervoor is nog niet zo rijp dat de onderneming er een beleidsnota over moet publiceren.

E5-2 - Beleid en middelen inzake materiaalgebruik en circulaire economie

Maatregel

Gerelateerd beleidsobjectief of doel

Netoptimalisering Onze kernactiviteiten

Preventief onderhoud

Asset onderhoud afhankelijk van toestand

Intensiever gebruik van bestaande assets

Beheer van de wisselstukkenvoorraad

Assetmanagementbeleid

Assetmanagementbeleid

Assetmanagementbeleid

Assetmanagementbeleid

Evaluatie van aannemers Beleid gericht op aannemers

Netoptimalisering

Scope Termijn

Doorlopende maatregel

Doorlopende maatregel

Doorlopende maatregel

Doorlopende maatregel

Doorlopende maatregel

Doorlopende maatregel

De voornaamste aanpak om materiaalgebruik te verminderen is om de focus te leggen op netoptimalisering bij het ontwerpen, bouwen en beheren. Dit houdt de toepassing in van het NOVA-principe — assets optimaliseren vooraleer ze te versterken, en ze versterken vooraleer nieuwe te bouwen — de herziening van investeringen wanneer belangrijke parameters veranderen, en de continue verbetering van planningsprocessen. De naleving van deze principes wordt jaarlijks gecontroleerd.

Maatregelen met betrekking tot assetmanagement

Elia Transmission België past circulaire bedrijfspraktijken toe op het beheer van kabels, lijnen en andere hoogspanningsassets en optimaliseerde haar aanpak voor hun vervanging. Zoals eerder vermeld is de voornaamste reden voor deze praktijken de kostenefficiëntie. Ze zijn ook gericht op het geïdentificeerde gebrek aan materialen door de vraag voor nieuwe materialen te verkleinen en de druk op de toeleveringsketen te verlagen. Bijgevolg zijn deze activiteiten volledig geïntegreerd in de assetmanagementactiviteiten, dus worden er geen bijkomende middelen aan toegewezen.

Preventief onderhoud:

De assetmanagementteams volgen de staat van de assets van Elia Transmission België nauwgezet op aan de hand van de gezondheidsindicatoren en passen hun levensduur aan in overeenstemming met de gegevens.

Toestandsafhankelijk onderhoud van assets:

Aan de assets van Elia Transmission België worden netwerk impactscores toegewezen die het overeenkomstige risiconiveau weerspiegelen, en storingspercentages voor apparatuur

die in gebruik is worden nauwlettend in de gaten gehouden zodat de meest geschikte maatregelen op het juiste moment kunnen worden genomen. Deze praktijken maken het mogelijk om assets met hoge scores langer in gebruik te houden en beslissingen over onderhoud en vervanging te maken.

Intensiever gebruik van bestaande assets:

Wanneer assets van Elia Transmission België het einde van hun levensduur bereiken, bekijken de onderhoudsteams of deze kan worden verlengd door een retrofit46 of upgrade47 uit te voeren. De TNB gebruikt ook digitale technologieën om haar assets in bijna real time te controleren en zo hun efficiëntie te maximaliseren.

Beheer van de wisselstukkenvoorraad:

Functionele onderdelen van assets die uit dienst werden genomen, net als volledige assets, worden opgeslagen en ter beschikking gesteld voor gebruik in andere assets.

Andere maatregelen

Evaluatie van aannemers:

Op het einde van elk project worden aannemers geëvalueerd op de correcte naleving van de milieuwetgeving, inclusief afvalstoffenbeheer; deze informatie wordt mee overwogen tijdens latere aanbestedingsprocedures.

In de toekomst zal het Upstream-platform dat in E1-3 - Maatregelen en middelen wat betreft beleid ten aanzien van klimaatverandering wordt vermeld, uitgebreid worden met de volumes van materiaalinstromen.

Gerelateerde middelen:

Dit jaar verfijnde Elia Transmission België haar methodologie om de significante operationele uitgaven (OPEX) en/of kapitaaluitgaven (CAPEX) te bepalen die gelinkt zijn aan haar actieplannen voor duurzaamheid.

De analyse was gefocust op de acties die deel uitmaken van de lokale roadmap van de TNB en die bijdragen aan het ActNow-programma. CAPEX en OPEX gekoppeld aan een 'significante actie' werden als materieel beschouwd als deze uitgaven de drempelwaarde zoals beschreven in de dubbele materialiteitsoefening overschreed (0.5% van de total CAPEX of total OPEX).

De analyse toonde aan dat geen van de voor E5 “Materiaalgebruik en circulaire economie” relevante maatregelen deze drempel overschreden.

Elia Transmission België zal haar acties voor het ActNow-programma opvolgen en geüpdatete conclusies en andere acties rapporteren als ze de materialiteitsdrempels zouden overschrijden.

E5-3 - Doelen

wat betreft materiaalgebruik en circulaire economie

Voor dimensie 2 van het ActNow-duurzaamheidsprogramma met betrekking tot milieu en circulaire economie werden de volgende vrijwillige doelen gesteld.

Naam van het doel

Materiaalgebruik en circulaire economie: impacts, risico’s en kansen Laag in de afvalhiërarchie Scope Beschrijving

Gerecycleerd staal Instromen - graad van circulair materiaalgebruik

Gerecycleerd koper Instromen - graad van circulair materiaalgebruik

Afvalstoffenbeheer Uitstromenafvalstoffenbeheer

Hergebruik

Hergebruik

Recyclen

Ten minste 39 % gerecycleerd staal in nieuwe assets halen tegen 2030

Doel voor verhoogd gebruik van gerecycleerd koper in assets tegen 2030

Restafval terugbrengen tot onder 21 % tegen 2030

Merk op dat de grenzen van de doelen dezelfde zijn als die in E5-4 - Materiaalinstromen en E5-5 Materiaaluitstromen.

De doelstellingen zijn gebaseerd op een analyse van bestaande gegevens, de marktrealiteit en toekomstverwachtingen — inclusief vraag, aanbod en prijzen. We hebben ervoor gekozen ons aanvankelijk te focussen op koper en staal, terwijl we ook het nu al hoge percentage voor afvalrecycling verder aanhouden om de veerkracht van de toeleveringsketen te ondersteunen en onze koolstofvoetafdruk te verkleinen.

Gerecycleerde materialen

Het percentage gerecycleerde materialen verschilt per type asset en leverancier. Om het totale recyclingpercentage voor een bepaald materiaal te bepalen, beginnen we op het meest granulaire niveau, waarbij het gerecycleerde gehalte van elke asset wordt berekend en vervolgens het totaal gerecycleerd materiaal te delen door de totale materiaalinstroom. Informatie verzamelen over de percentages gerecycleerd materiaal is een traag en complex proces omwille van de enorme hoeveelheid en granulariteit van de benodigde gegevens. Deze informatie inwinnen vraagt een aanzienlijke inspanning van de onderneming en actieve betrokkenheid met haar leveranciers. Om doeltreffend vooruitgang te maken is de gegevensverzameling momenteel gericht op de meest relevante materialen die in assets met een hoog verbruik worden gebruikt. Dit is de reden

46 Retrofitting houdt in dat oude of versleten onderdelen (luchtlijnen en transformators) worden vervangen door nieuwere, meestal met behulp van recentere technologie, terwijl dezelfde functie behouden blijft.

47 Een upgrade omvat de aanpassing van bestaande infrastructuur om meer stroom te kunnen transporteren.

waarom in dit rapport enkel het gerecycleerd staal in hoogspanningsmasten zal worden gepubliceerd (zie onderstaande tabel).

Het percentage gerecycleerd koper zal worden berekend als deel van toekomstige inspanningen om gegevens te verzamelen.

Naam van het doel

Gerecycleerd staal in hoogspanningsmasten

Afvalstoffenbeheer

Uitgangsjaar 2024 2025

Streefwaarde voor 2030

Het uiteindelijke afvalpercentage is het percentage niet-gerecycleerd afval (zie E5-5Materiaaluitstromen). Dit wordt berekend door het totale gewicht van het nietgerecycleerd afval te delen door het totale afvalgewicht.

Naam van het doel

Uitgangsjaar 2024 2025

E5-4 - Materiaalinstromen

Definitie en berekeningsmethode

Streefwaarde voor 2030

Materiaalinstromen bestrijken het gewicht aan grondstoffen, uitgedrukt in ton, die worden gebruikt voor de elektrische onderdelen en assets die tijdens infrastructuurprojecten in het net van Elia Transmission België worden geïntegreerd. De belangrijkste assets die de TNB nodig heeft en die dus het zwaartepunt vormen voor deze berekeningen, zijn transformators, geleiders, kabels, vakwerkmasten en gasgeïsoleerde schakelapparatuur. De voornaamste materialen betreffen hier metalen (aluminium, koper en staal).

Leveranciers van Elia Transmission België bezorgen hen informatie over de cijfers met betrekking tot het gewicht van de grondstoffen die worden gebruikt in de assets die de TNB aankoopt. Deze gegevens worden gehaald uit directe metingen, zijnde de facturen van de in ontvangst genomen assets en de informatiebladen van de oorspronkelijke fabrikanten (Original Equipment Manufacturers, OEM’s).

Deze cijfers wordt dan vermenigvuldigd met het aantal assets dat door elke leverancier tijdens de rapportageperiode werd geleverd.

48 Onze kernactiviteit is elektriciteitstransmissie. Elia Transmission België vermarkt geen materiële producten.

Materiaalinstroom (in ton)

Opmerkingen:

—Zoals hierboven beschreven in E5-3 - Doelen wat betreft materiaalgebruik en circulaire economie, is het momenteel niet mogelijk om het gewicht of het percentage te berekenen van secundaire hergebruikte of gerecycleerde onderdelen die worden gebruikt om de instromen in alle assets te vervaardigen. Er is bijgevolg geen overlapping tussen de categorieën “hergebruikt” en “gerecycleerd” te rapporteren. Momenteel kan enkel het percentage gerecycleerd staal in hoogspanningsmasten worden gerapporteerd.

—Elia Transmission België gebruikt geen biologische materialen (of voor nietenergiedoeleinden gebruikte biobrandstoffen). Het percentage biologische materialen (en voor niet-energiedoeleinden gebruikte biobrandstoffen) is daarom gelijk aan 0 %.

—De instroom van staal voor 2024 werd dit jaar aangepast door de latere ontdekking dat een deel van het geleverde staal niet meegenomen was in de vorige rapporteringsoefening.

Zoals hierboven vermeld, zal het Upstream-platform dat in E1-3 - Maatregelen en middelen wat betreft beleid ten aanzien van klimaatverandering wordt vermeld, in de toekomst worden uitgebreid met de volumes van de materiaalinstromen die door bouwwerkzaamheden worden gegenereerd.

E5-5 - Materiaaluitstromen

Elia Transmission België genereert geen andere uitstromen dan afval uit haar administratieve, technische en infrastructuursites48. Infrastructuurprojecten creëren de grootste afvalvolumes, waarbij de niet-gevaarlijke afvalstromen voornamelijk bestaan uit uitgegraven grond, beton, sloopafval en (in mindere mate) metalen; gevaarlijke afvalstromen bestaan voornamelijk uit grond, puin en afval van elektrische en elektronische apparatuur.

Definitie en berekeningsmethode

Elia Transmission België verzamelt haar gegevens via directe metingen van afvalinzamelaars en aannemers.

Gevaarlijke en niet-gevaarlijke afvalstoffen worden geïdentificeerd op basis van hun EURAL/CED-categorie, wat bij wet op de relevante afvalinzamelingsdocumenten moet worden vermeld. Afvalinzamelaars en aannemers zijn verantwoordelijk voor de offsite terugwinning en/of verwijdering en voor de registratie van hun handelingen. Ze moeten de absolute waarden en percentages van niet-gerecycleerd afval rapporteren.

Uitstoot van hulpbronnen: afval (in ton)

Gevaarlijk afval omgeleid van verwijdering ter voorbereiding voor hergebruik

naar verwijdering

gerecycleerd

Radioactief afval

Opmerking: Na een herverdeling van de categorieën voor terugwinning en verwijdering zijn de cijfers voor 2024 voor niet-gerecycleerd afval—en dus het percentage nietgerecycleerd afval—opnieuw vastgesteld.

3. Sociale informatie

3.1. S1 Eigen Personeel

Het personeelsbestand van Elia Transmission België zal de komende jaren aanzienlijk groeien; dit jaar steeg het met 10,8% door organische groei. De TNB versterkt haar onboarding-, betrokkenheids- en ontwikkelingsprocessen om een sterk, gedeeld begrip van haar cultuur, operationele procedures en compliance-kader te bevorderen – wat uiteindelijk helpt haar strategie te realiseren en toekomstige uitdagingen het hoofd te bieden.

SBM-3 - Materiële impacts, risico’s

en kansen en de wisselwerking daarvan met strategie en businessmodel

Het gehele eigen personeelsbestand van Elia Transmission België - zowel de medewerkers in loondienst als de medewerkers niet in loondienst - is onderhevig aan materiële impact. Het personeel van Elia Transmission België werkt in het gereguleerde segment van het bedrijf als volgt:

—werken aan de constructie en het onderhoud van het transmissienet, op technische sites, in hoogspanningsstations en in de onmiddellijke omgeving daarvan;

—werken aan het operationele beheer en de ontwikkeling van het transmissienet van de TNB, zorgen ervoor dat het elektriciteitsnet altijd in evenwicht is en ontwerpen de infrastructuur en de assets;

—werken in de Corporate Service departementen, gaande van Human Resources tot Finance, IT, Communicatie en Risk & Governance.

Positieve materiële impact

De fysieke veiligheid van haar werknemers is een topprioriteit voor Elia Transmission België. De onderneming handhaaft een sterke veiligheidscultuur op al haar sites via regelmatige interne bewustmakingscampagnes, feedback- en trainingssessies. Haar medewerkers krijgen ook een brede waaier aan mogelijkheden voor continue professionele ontwikkeling, zoals trainingssessies, workshops en online cursussen. Elia Transmission België bevordert bovendien goede arbeidsomstandigheden, ontwikkelingsmogelijkheden en een positieve en inclusieve werkomgeving voor haar personeel. Zo zorgt de onderneming ervoor dat de werknemers hun talenten en vaardigheden volledig kunnen ontplooien.

Negatieve materiële impact

De medewerkers die betrokken zijn bij het ontwerp en de constructie van infrastructuur en bij het beheer en onderhoud van het net werken in een omgeving met inherente veiligheids- en gezondheidsrisico’s. Die risico’s zijn niet systeemgebonden, maar hebben eerder betrekking op individuele incidenten.

De activiteiten van Elia Transmission België vereisen vooral personeel met een achtergrond of kwalificaties op het gebied van wetenschap, technologie, techniek of wiskunde (STEM, Science, Technology, Engineering & Mathematics) – gebieden waarin vrouwen ondervertegenwoordigd zijn geweest en nog steeds zijn. Dit heeft een impact op de gendergelijkheid en betekent dat de talentenpool van de onderneming beperkter is.

Risico's, kansen en afhankelijkheden van het personeel

Afhankelijkheden die voortvloeien uit negatieve impacts op het gebied van veiligheid en gezondheid zijn het meest relevant voor personeel dat betrokken is bij het ontwerpen en bouwen van infrastructuur en bij activiteiten voor de exploitatie en het onderhoud van het elektriciteitsnet.

De groei van Elia Transmission België en van de energiesector in het algemeen heeft geleid tot een schaarste aan geschoolde kandidaten. Dat kan op zijn beurt de versnelde oplevering van het net vertragen.

ActNow, het duurzaamheidsprogramma van de Groep, omvat vijf dimensies. Twee daarvan, namelijk ‘veiligheid & gezondheid’ en ‘diversiteit, gelijke kansen & inclusie’, behandelen gebieden die worden beschouwd als gebieden met materiële impact, risico's en kansen voor het personeel van Elia Transmission België.

De activiteiten van de TNB houden geen significant risico op dwangarbeid, verplichte arbeid of kinderarbeid in.

S1-2 - Processen om met het eigen personeel en werknemersvertegenwoordigers te overleggen over impacts en S1-4 - Acteren op materiële impacts, risico’s en kansen die eigen personeel betreffen geven een overzicht van hoe bepaalde personeelsleden een groter risico op schade kunnen lopen.

Geconsolideerde

S1-1 - Beleid ten aanzien van eigen personeel

Voor kwesties die verband houden met het eigen personeel ontwikkelde en past Elia Transmission België de volgende beleidslijnen toe. Merk op dat alle beleidslijnen ter beschikking worden gesteld van de medewerkers van de onderneming via haar intranet en, waar relevant, aan aannemers, leveranciers en externe stakeholders via haar website of andere elektronische tools.

Beleid Monitoringsproces Scope

Globaal preventieplan + veiligheids- en gezondheidsrichtlijnen voor specifieke activiteiten

Charter voor Diversiteit, Gelijke Kansen en Inclusie

Arbeidsreglement /

Mensenrechtenbeleid

Operationele monitoring; Veiligheids- en gezondheidsdoelstelling (zie S1-5 - Doelen ten aanzien van eigen personeel)

Bedrijfsdoelstelling (zie S1-5 - Doelen ten aanzien van eigen personeel)

Zie G1-1 - Beleid ten aanzien van zakelijk gedrag en bedrijfscultuur

Ethische code

Klokkenluidersraamwerk

Zie G1-1 - Beleid ten aanzien van zakelijk gedrag en bedrijfscultuur

Zie G1-1 – Beleid ten aanzien van zakelijk gedrag en bedrijfscultuur

Verantwoordelijke functie Verwante raamwerken

Head of Health, Safety and Security –Geldende veiligheids- en gezondheidsregels

Group Chief Human Resources Officer /

Chief Human Resources Officer —Geldende sociale wetgeving

Group Chief Human Resources Officer —Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en de twee verdragen die deze toepassen —Verklaring van de Internationale Arbeidsorganisatie over de Fundamentele Principes en Rechten op het Werk —United Nations Global Compact

Group Chief Human Resources Officer /

Compliance Officer —Toepasselijke wet tot omzetting van Richtlijn (EU) 2019/1937 —De wet inzake Corporate Due Diligence in de toeleveringsketens (Lieferkettensorgfaltspflichtengesetz, LkSG)

Veiligheids- en gezondheidsbeleid

Veiligheid en gezondheid zijn belangrijke onderwerpen voor Elia Transmission België en de onderneming heeft hierover duidelijke richtlijnen.

Globaal preventieplan

Het ‘Globaal Preventieplan’ van Elia Transmission België wordt in overleg met Senior Managers en het preventiedepartement opgesteld. Het schetst alle gezondheids- en veiligheidsrisico’s en bedrijfsprioriteiten voor de komende vijf jaar en omvat risicoanalyses, doelstellingen, preventiemaatregelen en ingevoerde maatregelen en tools. De focus ligt op het waarborgen van de fysieke veiligheid van de medewerkers, hun mentale gezondheid en welzijn, de veiligheidscultuur en de naleving van de wet- en regelgeving op het gebied van gezondheid en veiligheid.

Beleid inzake diversiteit, gelijke kansen en inclusie

In overeenstemming met conventie 111 van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) zet Elia Transmission België zich in om diversiteit te bevorderen en veroordeelt ze elke discriminerende handeling op het werk ten strengste.

Charter voor Diversiteit, Gelijke Kansen en Inclusie

In het charter wordt uiteengezet hoe Elia Transmission België zich inzet om ervoor te zorgen dat alle medewerkers in hun ontwikkeling worden ondersteund om bij te dragen aan het duurzame succes van de onderneming, ongeacht hun gender, land van herkomst, leeftijd, etniciteit, religie en seksuele oriëntatie; de personeelsleden worden enkel en alleen geëvalueerd op basis van hun prestaties, leiderschap, gedragingen, vaardigheden en competenties. Zie S1-4 - Acteren op materiële impacts, risico’s en kansen die eigen personeel betreffen voor meer informatie over hoe discriminatie binnen Elia Transmission België wordt voorkomen.

Ook de ethische code van Elia Group benadrukt trouwens dit engagement (zie G1-1 - Beleid ten aanzien van zakelijk gedrag en bedrijfscultuur voor meer informatie).

Beleid rond arbeidsomstandigheden

Het beleid rond arbeidsomstandigheden is uitgewerkt om een veilige, inclusieve en ondersteunende omgeving te garanderen voor alle medewerkers.

Arbeidsreglement

In het arbeidsreglement van Elia Transmission België wordt uiteengezet op welke manier het personeel werkt en met de werkgever interageert. Ze bevatten details over de interacties tussen het senior management, de werknemersvertegenwoordiging en de collectieve arbeidsovereenkomsten van de sector.

Het arbeidsreglement van Elia Transmission België zorgt voor gelijke kansen en gelijke beloning voor mannelijke en vrouwelijke werknemers. Het document stelt ook dat jobs openstaan voor en toegankelijk zijn voor elk gender en dat het bedrijf gelijke behandeling biedt aan alle kandidaten op het gebied van werving, beloning, promoties en functies.

Beleid voor ethisch gedrag en mensenrechten

Zie ook G1-1 - Beleid ten aanzien van zakelijk gedrag en bedrijfscultuur voor een omschrijving van de ethische code, het klokkenluidersraamwerk en het mensenrechtenbeleid van Elia Group.

S1-2 - Processen om met eigen personeel en werknemersvertegenwoordigers te overleggen over impacts

Collectieve arbeidsovereenkomst

Elia Transmission België zet zich in voor vrijheid van vereniging, collectieve arbeidsovereenkomsten en de bescherming van werknemersvertegenwoordigers. De nadruk wordt gelegd op vertrouwen en onafgebroken samenwerking met alle vakbonden.

Overleg en onderhandeling met en informatie van medewerkers over organisatorische veranderingen

Informatie over relevante impacts wordt gedeeld met het personeel via directe kanalen (intranet en e-mailcampagnes) en via de werknemersvertegenwoordigers, die deel uitmaken van de ondernemingsraden, namelijk de algemene ondernemingsraad bij Elia Transmission België.

De werknemersvertegenwoordigers komen regelmatig bijeen met het senior management om ervoor te zorgen dat beslissingen met betrekking tot tewerkstelling op een onpartijdige en niet-discriminerende manier worden genomen. De Chief Human Resources Officer van Elia Transmission België is verantwoordelijk voor het faciliteren van deze samenwerking.

Naast deze formele organen en werknemersvertegenwoordigingen die hieronder worden toegelicht, bestaan er doorheen Elia Transmission België verschillende netwerken (met de focus op diversiteit, gelijke kansen & inclusie, de vertegenwoordiging van vrouwen en mensen met een beperking). De leden van deze netwerken komen regelmatig samen om operationele, management- en leiderschapsthema’s te bespreken.

Meer informatie over de interactie tussen Elia Transmission België en haar personeel vindt u in SBM-2 - Belangen en opvattingen van stakeholders.

Ondernemingsraad bij Elia Transmission België

Collectieve onderhandelingen en sociale dialoog vinden via de hieronder beschreven organen plaats in overeenstemming met de regelgeving ter zake. De praktijken van Elia Transmission België op dit gebied worden regelmatig doorgelicht door de federale overheid:

—De ondernemingsraad is het orgaan waarlangs de werkgever economische en financiële informatie communiceert.

—Het Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk ziet toe op het welzijn en de veiligheid van het personeel.

—De werkgeversvertegenwoordiging voert overleg en onderhandelt over collectieve arbeidsovereenkomsten (met betrekking tot voordelen, naleving van wetgeving, enz.).

Werknemersvertegenwoordigers zijn betrokken bij de definitie en monitoring van de prestaties van het bedrijf met betrekking tot niet-financiële bedrijfsdoelstellingen die gekoppeld zijn aan collectieve beloningsregelingen voor het personeel; bijvoorbeeld de TRIR (zie S1-5 - Doelen ten aanzien van eigen personeel). Naast de wettelijk bepaalde niveaus van betrokkenheid van vertegenwoordigers worden de werknemersvertegenwoordigers bovendien proactief betrokken bij belangrijke projecten, zodat hun feedback zo vroeg mogelijk verwerkt kan worden.

Zoals beschreven in S1-1 - Beleid ten aanzien van eigen personeel bevatten de beleidslijnen die met de werknemersvertegenwoordigers worden besproken (bijv. het arbeidsreglement) artikelen die gericht zijn op het bevorderen van een inclusieve werkplek voor de meer kwetsbare personeelsleden.

Door de jaren heen zijn er maar weinig stakingen georganiseerd door werknemersvertegenwoordigers, en er worden regelmatig cao's gesloten.

Andere richtlijnen

Elia Transmission België houdt zich aan internationaal vastgestelde richtlijnen, zoals de arbeidsnormen en -rechten van de Internationale Arbeidsorganisatie IAO en het VNwereldwijd pact. Elia Transmission België is toegewijd aan de bevordering van diversiteit uit overtuiging en in overeenkomst met IAO-conventie 111. Alle medewerkers beloven deze normen en principes na te leven bij de ondertekening van hun arbeidscontract.

S1-3

-

Processen voor herstel van negatieve impacts en kanalen voor eigen personeel om zorgen kenbaar te maken

Integriteitsschendingen

Zie G1-1 - Beleid ten aanzien van zakelijk gedrag en bedrijfscultuur voor meer informatie over het klokkenluidersraamwerk van Elia Group.

Veiligheids- en gezondheidsthema's

Voor specifieke negatieve impacts met betrekking tot veiligheid en gezondheid kunnen de medewerkers van Elia Transmission België gebruik maken van een specifiek tool om incidenten of risicosituaties te melden aan het lokale health & safety-team. Dankzij dit tool kan de TNB nauwkeurige verslagen bijhouden van veiligheidskwesties, eventuele trends monitoren en waar nodig gepaste maatregelen nemen.

Dergelijke impacts kunnen ook door de werknemersvertegenwoordigers aangekaart worden, met name wanneer ze betrekking hebben op de arbeidsomstandigheden. Zie S1-2

- Processen om met eigen werknemers en werknemersvertegenwoordigers te overleggen over impacts.

S1-4 - Acteren op materiële impacts, risico's en kansen die eigen personeel betreffen

Het duurzaamheidsprogramma ActNow biedt een raamwerk voor maatregelen rond duurzaamheidsthema’s. Zoals eerder vermeld hebben twee dimensies van het ActNow programma - ‘veiligheid & gezondheid’ en ‘diversiteit, gelijke kansen & inclusie’betrekking op het personeel van Elia Transmission België.

Maatregelen

Veiligheid en gezondheid

Bewustmakingscampagnes

Persoonlijke beschermingsmiddelen

Veiligheids- en gezondheidsprojecten

Welzijnsprojecten

Gezondheids- en veiligheidstraining

Gerelateerd beleidsobjectief of doel Scope Tijdshorizonten

Zie de doelstellingen voor veiligheid en gezondheid in punt S1-5 - Doelen ten aanzien van eigen personeel

Diversiteit, gelijke kansen en inclusie

Bewustmakingscampagnes en opleidingen

Interne netwerken

Partnerschappen

Zie de doelstellingen voor diversiteit, gelijke kansen en inclusie in punt S1-5 - Doelen ten aanzien van eigen personeel

Maatregelen voor veiligheid en gezondheid

Doorlopende maatregel

Doorlopende maatregel

Deze dimensie is van cruciaal belang, aangezien de hoofdactiviteiten van Elia Transmission België werken op hoogte, aan elektrische apparatuur en in mariene omgevingen met zich meebrengen. Het doel is om nul ongevallen op haar sites te hebben, een sterke veiligheidscultuur binnen de organisatie te behouden en de gezondheid en het welzijn van het personeel te beschermen.

Ontwikkelingen in de aanpak van de TNB op het gebied van veiligheid en gezondheid kunnen worden getriggerd door ad-hoc-incidenten die worden gemeld en opgevolgd, suggesties van deskundige managers, site-audits, structurele risicobeoordelingen die worden uitgevoerd voordat een project wordt gestart, wijzigingen in projecttaken en werkgroepen die verantwoordelijk zijn voor specifieke projecten. Zie ook S1-2 - Processen om met eigen werknemers en werknemersvertegenwoordigers te overleggen over impacts.

Elia Transmission België publiceert een jaarlijks actieplan voor veiligheids- en gezondheidskwesties. Het gaat om een wettelijk verplicht document dat is afgestemd op het ‘Globaal preventieplan’ dat de voorziene preventieactiviteiten voor vijf jaar omschrijft. De jaarlijkse plannen geven duidelijke doelstellingen weer, alsook de maatregelen, methoden en middelen om deze te bereiken. De TNB volgt in samenwerking met het comité voor preventie en bescherming op het werk regelmatig de efficiëntie op van de toegepaste veiligheids- en gezondheidsmaatregelen en toetst deze aan de veiligheids- en gezondheidsdoelstelling (zie punt S1-5 - Doelen ten aanzien van eigen personeel)

Bewustmakingscampagnes over veiligheid en gezondheid

De TNB lanceert regelmatig bewustmakingscampagnes over veiligheid en gezondheid op het werk. Het departement health & safety van Elia Transmission België organiseert bijvoorbeeld twee veiligheidsweken per jaar, telkens met de focus op specifieke thema’s die aansluiten bij het jaarlijkse actieplan.

Persoonlijke beschermingsmiddelen

Elia Transmission België heeft strenge richtlijnen voor het dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen. Van de technische teams wordt verwacht dat ze risicoanalyses doorvoeren om duidelijk te kunnen bepalen welke persoonlijke beschermingsmiddelen moeten worden gedragen tijdens het werk.

Veiligheids- en gezondheidsprojecten

De TNB voert doorheen het jaar specifieke veiligheids- en gezondheidsprojecten uit. Elia Transmission België organiseert dergelijke projecten als onderdeel van het 'Go for Zer0'programma, dat in 2015 gelanceerd werd en zich richt op drie pijlers: continue verbetering, vaardigheden en gedrag.

Welzijnsprojecten en -initiatieven

Elia Transmission België organiseert het hele jaar door welzijnsprojecten zoals “Care4Energy”-challenges die de mentale, fysieke, emotionele en persoonlijke ontwikkeling van de medewerkers bevorderen. De onderneming organiseert ook regelmatig praatsessies over het voorkomen van burn-out. Personeelsleden die langere tijd niet hebben kunnen werken, krijgen ondersteuning voor hun mentale welzijn. De medewerkers worden ook uitgenodigd om regelmatig een psychosociale enquête in te vullen die tot doel heeft hun mentale en emotionele behoeften te begrijpen.

Opleiding

Alle nieuw aangenomen medewerkers moeten een training over veiligheid en gezondheid volgen, waarbij aan de werknemers extra trainingsniveaus worden aangeboden gedurende hun carrière, afhankelijk van hun rol en blootstelling aan risico's. Bovendien worden extra opleidingen aangeboden wanneer de verantwoordelijkheden van een medewerker veranderen, wanneer een arbeidsongeval of bijna-ongeval heeft plaatsgevonden of wanneer personeelsleden zich niet aan de veiligheidsvoorschriften hebben gehouden.

Maatregelen voor diversiteit, gelijke kansen en inclusie

Dimensie 4 van het ActNow programma is essentieel om ervoor te zorgen dat Elia Transmission België over de vakkundige medewerkers beschikt die ze nodig heeft om de energietransitie te stimuleren: de dimensie ‘Diversiteit, gelijke kansen & inclusie’ (DEI,

Diversity, Equity & Inclusion) houdt in dat een inclusieve werkplek wordt ontwikkeld die diversiteit bevordert en gelijke kansen biedt voor alle personeelsleden. Het DEI-charter van Elia Group behandelt leeftijd, etnische achtergrond en nationaliteit, genderidentiteit, fysieke en mentale vaardigheden, religie en seksuele oriëntatie.

De DEI-acties worden bepaald door interne experts die door externe adviesteams worden ondersteund. Informatie over de DEI-doelstellingen en hun effectiviteit vindt u in S1-5Doelen ten aanzien van eigen personeel.

Bewustmakingscampagnes en -opleidingen

Elia Transmission België bevordert het bewustzijn rond diversiteit, gelijke kansen & inclusie (DEI, Diversity, Equity & Inclusion) door regelmatige trainingssessies en workshops, communicatiecampagnes en ad-hoc-evenementen te organiseren. De onderneming ontwikkelde tevens een DEI-scholingsprogramma dat alle medewerkers verplicht moeten volgen.

Interne netwerken

Binnen Elia Transmission België zijn er verschillende DEI-gerelateerde netwerken. Het DEInetwerk bijvoorbeeld bestaat uit ambassadeurs die DEI promoten en regelmatig vergaderen om manieren te bespreken waarop het DEI-beleid verder kan worden ontwikkeld. Het netwerk biedt aan de medewerkers de mogelijkheid om hun persoonlijke ervaringen te delen over werken bij Elia Transmission België.

Bovendien heeft Elia Transmission België haar eigen vrouwennetwerk om alle vrouwen van de onderneming te stimuleren, ondersteunen en inspireren om te slagen. De Women’s Network van Elia Transmission België komt één of twee keer per jaar samen.

Medewerkers die vertrouwelijke informatie over hun ervaringen willen bespreken, kunnen contact opnemen met leden van een specifiek netwerk van vertrouwenspersonen bij Elia Transmission België. Indien nodig kunnen deze personen ook optreden als tussenpersoon.

Partnerschappen

De TNB heeft nauwe partnerschappen gesloten met externe organisaties om haar DEImaatregelen te optimaliseren.

Elia Transmission België werkt samen met organisaties die jongeren aanmoedigen om een actieve interesse te tonen in STEM-vakken en de energiesector en is betrokken bij het initiatief 'A Seat at the Table', dat CEO's en jonge studenten samen aan tafel brengt. Via Elia Group neemt Elia Transmission België deel aan het ‘Equality platform for the energy sector’, dat in 2021 is opgericht door de Europese Commissie.

S1-5 - Doelen ten aanzien van eigen personeel

Diversiteit, gelijke kansen en inclusie

Voor Dimensie 4 van het duurzaamheidsprogramma ActNow met betrekking tot diversiteit, gelijke kansen en inclusie werden de volgende doelstellingen bepaald voor de medewerkers van Elia Group:

aandeel vrouwelijke werknemers

het aandeel van vrouwen in de groep gestegen tot boven de doelstelling van 2028, gedreven door een sterke instroom van vrouwelijk personeel

Deze doelstellingen worden op het niveau van Elia Group gemonitord, waarbij rekening wordt gehouden met de consolidatie van de duurzaamheidsrapportagesegmenten. Daarom worden deze doelenstellingen niet op lokaal niveau gezet.

Deze doelstellingen zijn door het management van Elia Group vastgelegd en zijn bedoeld om het evenwicht tussen mannelijke en vrouwelijke medewerkers te verbeteren. De waarde van het doel werd bepaald op basis van de historische prestatie, de context van een traditioneel door mannen gedomineerde industrie en de prestatie van sectorgenoten. De prestatie van Elia Group op dit vlak wordt streng gecontroleerd door de business en gerapporteerd aan het senior management.

Definitie en berekeningsmethode

Elia Group = Elia Transmission België, 50Hertz Transmission Duitsland, Elia Group NV/SA, Elia Grid International NV/SA, Elia Grid International GmbH, Eurogrid International NV/SA en WindGrid NV/SA

–Totaal aandeel vrouwelijke werknemers = (vrouwelijke contractuele personeelsbezetting/totale contractuele personeelsbezetting)

Personeelsbezetting = de totale contractuele personeelsbezetting op 31 december van het verslagjaar. Contractuele personeelsbezetting verwijst naar de totale telling van personen met een actief contract binnen een organisatie op een bepaalde datum, en omvat alle medewerkers, inclusief degenen met ziekteverlof en directeuren, maar geen geschorste contracten om dubbele telling te voorkomen. Het gebruikte gender is datgene dat zelf door de medewerker wordt aangegeven.

–Instroom van vrouwen = (nieuw aangeworven vrouwelijke medewerkers/ totaal nieuw aangeworven werknemers)

Nieuw aangeworven werknemers = werknemers die in dienst zijn getreden bij een entiteit binnen het rapportagebereik in de loop van het rapportagejaar. Nieuw aangeworven werknemers worden op hun startdatum geregistreerd.

Veiligheid en gezondheid

Voor dimensie 3 van ons ActNow programma met betrekking tot veiligheid en gezondheid werden de volgende doelstellingen bepaald voor de medewerkers van Elia Group.

Totaalpercentage van registreerbare verwondingen (TRIR) bij medewerkers

Totaalpercentage van registreerbare verwondingen (TRIR) bij niet-medewerkers

Totaalpercentage van registreerbare verwondingen (TRIR) bij medewerkers, nietmedewerkers en contractanten

Elia Group Veiligheids- en gezondheidsrichtlijnen en globaal preventieplan

Elia Transmission België Veiligheids- en gezondheidsrichtlijnen en globaal preventieplan

Elia Group Veiligheids- en gezondheidsrichtlijnen en globaal preventieplan

Gezondheidspercentage Elia Group Veiligheids- en gezondheidsrichtlijnen en globaal preventieplan

Deze doelstellingen worden op het niveau van Elia Group gemonitord, waarbij rekening wordt gehouden met de consolidatie van de duurzaamheidsrapportagesegmenten. Daarom worden deze doelenstellingen niet op lokaal niveau gezet.

Deze doelstellingen zijn door het management van Elia Group vastgelegd. Ze zijn gebaseerd op historische prestaties, de context van activiteiten, toenemende CAPEX en personeelsbezetting. De doelstellingen kunnen en zullen worden beoordeeld voor de periode na 2030. De prestatie van Elia Group op dit vlak wordt streng gecontroleerd door de business en gerapporteerd aan het senior management. Daarnaast wordt het TRIR maandelijks gerapporteerd aan het veiligheidscomité en elk kwartaal aan de respectievelijke directies.

Definitie en berekeningsmethode

Elia Group = Elia Group NV/SA, Elia Transmission België en 50Hertz Transmission Duitsland

Elia Transmission België = Elia Group NV/SA, Elia Transmission België NV/SA, Elia Asset NV/SA, Elia Engineering NV/SA

(Wordt momenteel gedefinieerd)

In 2025 bleef Elia Group's TRIR onder de limiet, hetgeen de effectiviteit van de veiligheidsinitiatieven aantoont temidden van toenemende projectactiviteit en groeiend werknemersbestand.

(wordt momenteel gedefinieerd)

In 2025 heeft Elia Group een sterk gezondheidspercentage behaald, boven de doelstelling, door een daling van langdurige afwezigheden en aanhoudende welzijnsinvesteringen.

TRIR = [(totaal aantal registreerbare arbeidsongevallen/aantal gewerkte uren) x 1.000.000]

Registreerbare verwonding = elke werkgerelateerde verwonding of ziekte die meer dan eerste hulp vereist en/of een beperking van de beweeglijkheid tot gevolg heeft die noodzakelijk is voor het werk.

Gezondheidspercentage = 1 - verzuimpercentage

Het verzuimpercentage meet voor alle actieve werknemers de niet-gewerkte uren vanwege ziekte en arbeidsongevallen ten opzichte van het theoretische aantal werkuren. Het theoretische aantal werkuren wordt gedefinieerd als contractuele uren zonder overwerk.

Verzuimpercentage = Aantal niet-gewerkte uren / Theoretisch aantal werkuren.

Meer informatie over hoe het eigen personeel en hun vertegenwoordigers betrokken zijn bij het bepalen en controleren van de doelstellingen zowel als bij het voorstellen en identificeren van verbeteringen vindt u in sectie S1-2 - Processen om met eigen werknemers en werknemersvertegenwoordigers te overleggen over impacts

S1-6 - Kenmerken van de werknemers van de onderneming

Aantal medewerkers (personeelsbezetting) per gender

Alleen mannelijke en vrouwelijke geslachten kunnen aan werknemers worden toegewezen, aangezien de wet geen andere opties vereist. Dit impliceert dat de gegevens die betrekking hebben op 'Overig' als niet-beschikbaar worden gemarkeerd voor die entiteiten.

Aantal medewerkers (personeelsbezetting) per land

Definitie en berekeningsmethode

Gender wordt opgegeven door de medewerkers zelf.

Personeelsbezetting = de totale contractuele personeelsbezetting op 31 december van het verslagjaar. Contractuele personeelsbezetting verwijst naar de totale telling van personen met een actief contract binnen een organisatie op een bepaalde datum, en omvat alle medewerkers, inclusief degenen met ziekteverlof en directeuren, maar geen geschorste contracten om dubbele telling te voorkomen.

Uitsplitsing van type medewerkers per gender

Definitie en berekeningsmethode

Personeelsbezetting = de totale contractuele personeelsbezetting op 31 december van het verslagjaar. Contractuele personeelsbezetting verwijst naar de totale telling van personen met een actief contract binnen een organisatie op een bepaalde datum, en omvat alle medewerkers, inclusief degenen met ziekteverlof en directeuren, maar geen geschorste contracten om dubbele telling te voorkomen.

Aantal tijdelijke werknemers

Aantal oproepkrachten Niet van toepassing Niet van toepassing Niet beschikbaar Niet van toepassing

Definitie en berekeningsmethode

Personeelsbezetting = de totale contractuele personeelsbezetting op 31 december van het verslagjaar. Contractuele personeelsbezetting verwijst naar de totale telling van personen met een actief contract binnen een organisatie op een bepaalde datum, en omvat alle medewerkers, inclusief degenen met ziekteverlof en directeuren, maar geen geschorste contracten om dubbele telling te voorkomen.

van toepassing

van toepassing Niet beschikbaar Niet van toepassing

Er werken geen niet-gegarandeerde werknemers voor de entiteiten van Elia Transmission België binnen de reikwijdte van de rapportage. Alle gerelateerde gegevens worden dus als niet van toepassing gemarkeerd voor die categorie.

Personeelsverloop

Definitie en berekeningsmethode

De methodologie omvat werknemers die een entiteit in de geconsolideerde scope hebben verlaten, zonder onderscheid te maken tussen werknemers die vertrekken of gewoon naar een andere entiteit gaan. Als er mensen zijn die binnen het bedrijf overstappen, moet elke juridische entiteit deze categoriseren als in- of uitstroom. De veroorzaakte onnauwkeurigheid wordt verwaarloosbaar en onbelangrijk geacht.

Formule: Personeelsverloop (%) = (totaal aantal vertrekkers) / ((aantal medewerkers aan het begin van het jaar + aantal medewerkers op het einde van het jaar)/2) * 100

Waarbij het jaarlijkse aantal vertrekkers betrekking heeft op alle medewerkers (gedefinieerd als contractuele personeelsbezetting van 1 januari tot 31 december) die het bedrijf verlaten als gevolg van vrijwillige en onvrijwillige redenen - ontslag nemen, einde tijdelijk contract, ontslag krijgen, pensionering of overlijden - voor 1 januari tot 31 december van het verslagjaar. Medewerkers worden als vertrekkers geteld op de eerste kalenderdag na de laatste dag van hun arbeidsovereenkomst.

Waarbij aantal medewerkers begin van het jaar = contractuele personeelsbezetting op 1 januari van het rapportagejaar

Waarbij aantal medewerkers einde van het jaar = contractuele personeelsbezetting op 31 december van het rapportagejaar

Uitsplitsing van type medewerkers per regio

Aantal oproepkrachten Niet van toepassing Niet van toepassing

Definitie en berekeningsmethode

Personeelsbezetting = de totale contractuele personeelsbezetting op 31 december van het verslagjaar. Contractuele personeelsbezetting verwijst naar de totale telling van personen met een actief contract binnen een organisatie op een bepaalde datum, en omvat alle medewerkers, inclusief degenen met ziekteverlof en directeuren, maar geen geschorste contracten om dubbele telling te voorkomen.

Er werken geen niet-gegarandeerde werknemers voor de entiteiten van Elia Transmission België binnen de reikwijdte van de rapportage. Alle gerelateerde gegevens worden dus als niet van toepassing gemarkeerd voor die categorie.

Personeelsbezetting per contracttype, uitgesplitst per regio

Definitie en berekeningsmethode

Personeelsbezetting = de totale contractuele personeelsbezetting op 31 december van het verslagjaar. Contractuele personeelsbezetting verwijst naar de totale telling van personen met een actief contract binnen een organisatie op een bepaalde datum, en omvat alle medewerkers, inclusief degenen met ziekteverlof en directeuren, maar geen geschorste contracten om dubbele telling te voorkomen.

S1-8 - Cao-dekkingsgraad en sociale dialoog

100 % van de medewerkers van Elia Transmission België vallen onder een collectieve arbeidsovereenkomst en sociale dialoog volgens de geldende wetgeving. Alle medewerkers van Elia Transmission België NV/SA en Elia Asset NV/SA werken onder de collectieve arbeidsovereenkomsten die in paritair comité 326 voor gas en elektriciteit werden gesloten. Alle medewerkers van Elia Engineering NV/SA werken onder de collectieve arbeidsovereenkomsten die in paritair comité 200 voor bedienden werden gesloten.

Dekkingsgraad

0-19 %

20-39 %

40-59 %

60-79 %

Collectieve arbeidsovereenkomst Sociale dialoog

Medewerkers Personeelsvertegenwoordiging

80-100 % België België

Voor meer informatie over collectieve onderhandelingen en processen met betrekking tot de sociale dialoog bij Elia Transmission België, inclusief de vertegenwoordiging van werknemers door een Europese ondernemingsraad, zie punt S1-2 - Processen om met het eigen personeel en werknemersvertegenwoordigers te overleggen over impacts

S1-9 - Diversiteitsmaatstaven

Genderverdeling op het hoogste managementniveau

Definitie en berekeningsmethode

Personeelsbezetting = de totale contractuele personeelsbezetting op 31 december van het verslagjaar. Contractuele personeelsbezetting verwijst naar de totale telling van personen met een actief contract binnen een organisatie op een bepaalde datum, en omvat alle medewerkers, inclusief degenen met ziekteverlof en directeuren, maar geen geschorste contracten om dubbele telling te voorkomen.

Bij Elia Transmission België bestaat het topmanagement, dat één niveau lager ligt dan de bestuurs- en toezichtsorganen van de entiteiten, uit de directeurs die door de raad van bestuur zijn aangesteld. De managementlaag twee niveaus onder de bestuurs- en toezichthoudende organen bestaat uit de senior managers. Leidinggevende functies zijn functies die worden uitgeoefend door medewerkers binnen één van deze twee managementlagen.

Alleen mannelijke en vrouwelijke geslachten kunnen aan werknemers worden toegewezen, aangezien de wet geen andere opties vereist. Dit impliceert dat de gegevens die betrekking hebben op 'Overig' als niet-beschikbaar worden gemarkeerd voor die entiteiten.

Leeftijdsverdeling onder medewerkers

Definitie en berekeningsmethode

Personeelsbezetting = de totale contractuele personeelsbezetting op 31 december van het verslagjaar. Contractuele personeelsbezetting verwijst naar de totale telling van personen met een actief contract binnen een organisatie op een bepaalde datum, en omvat alle medewerkers, inclusief degenen met ziekteverlof en directeuren, maar geen geschorste contracten om dubbele telling te voorkomen.

S1-10 - Leefbare lonen

Alle medewerkers van Elia Transmission België krijgen een leefbaar loon voor hun werk, in overeenstemming met nationale en sectorspecifieke maatstaven. De nationale maatstaf houdt rekening met het bedrag van het gegarandeerde minimumloon op nationaal

niveau en de sectorspecifieke maatstaven hebben betrekking op het minimale loonpeil bepaald door collectieve onderhandelingen voor elke sector waarin we actief zijn.

S1-14 - Veiligheids- en gezondheidsmaatstaven

Medewerkers

Gezondheids- en veiligheidsbeheersysteem

Percentage medewerkers dat onder het gezondheids- en veiligheidsbeheersysteem valt

Sterfgevallen

Totaal aantal sterfgevallen

Sterfgevallen als gevolg van arbeidsongevallen

Sterfgevallen als gevolg van beroepsziekte

TRIR-percentage (Total Recordable Injury Rate)

Aantal te registreren arbeidsongevallen (TRI)

te

Ziekte

Aantal gevallen van registreerbare beroepsziekte

Verzuimdagen

Totaal aantal verzuimdagen

Aantal verzuimdagen door arbeidsongevallen

Aantal verzuimdagen door beroepsziekte

Medewerkers niet in loondienst

TRIR-percentage (Total Recordable Injury Rate)

Aantal te registreren arbeidsongevallen (TRI)

Aannemers

Sterfgevallen

Totaal aantal sterfgevallen

Sterfgevallen als gevolg van arbeidsongevallen

Sterfgevallen als gevolg van beroepsziekte

TRIR-percentage (Total Recordable Injury Rate)

Aantal te registreren arbeidsongevallen (TRI)

Het moet worden opgemerkt dat gegevens voor Elia Group SA/NV zijn geconsolideerd in het segment Elia Transmission België om in lijn te blijven met interne bedrijfsrapportages

en de methodologie die wordt gebruikt voor het stellen van de gerelateerde doelen die worden gepresenteerd in S1-5 - Doelen ten aanzien van eigen personeel personeel.

Definitie en berekeningsmethode

TRIR = aantal registreerbare letsels*1.000.000/aantal gewerkte uren.

Registreerbare verwonding = elke werkgerelateerde verwonding of ziekte die meer dan eerste hulp vereist en/of een beperking van de beweeglijkheid tot gevolg heeft die noodzakelijk is voor het werk.

S1-16 - Beloningsmaatstaven

(loonkloof en totale beloning)

Loonkloof man-vrouw

Definitie en berekeningsmethode

Het verschil in loon tussen mannen en vrouwen (loonkloof) wordt gerapporteerd voor alle werknemers met een actief contract aan het einde van het jaar, inclusief directeurs.

Dit betekent dat werknemers met langdurig ziekteverlof of volledige schorsing niet worden meegeteld omdat ze aan het einde van het jaar niet actief zijn in de loonsystemen.

Het betekent ook dat nieuwe werknemers die per 31 december actief zijn, in de omvang van het datapunt zijn opgenomen. Hun loon wordt geëxtrapoleerd naar een volledig jaar. Dit is een verandering ten opzichte van vorig jaar. De nieuwe werknemers werden toen niet meegeteld.

Het loonniveau op individueel niveau omvat de vaste en variabele beloning. Bij Elia Transmission België wordt de variabele beloning individueel berekend op basis van een percentage boven op de vaste beloning. Dit percentage is verkregen op basis van de analyse van historische boekhoudgegevens, met een uitsplitsing per paritair comité en type werknemer (vrijgesteld/niet-vrijgesteld). De methodologie houdt rekening met de beloning voor voltijdse en deeltijdse contracten.

De waarde voor de loonkloof tussen mannen en vrouwen voor 2024 werden aangepast dit jaar door een verandering in de berekeningsmethode.

Formule: loonkloof man-vrouw = ((gemiddeld bruto uurloon van mannelijke medewerkers – gemiddeld bruto uurloon van vrouwelijke medewerkers)/ gemiddeld bruto uurloon van mannelijke medewerkers)*100

Verhouding van de jaarlijkse totale verloning

Definitie en berekeningsmethode

De verhouding van de jaarlijkse totale verloning wordt gerapporteerd voor alle werknemers met een actief contract aan het einde van het jaar, inclusief directeurs.

Dit betekent dat werknemers met langdurig ziekteverlof of volledige schorsing niet worden meegeteld omdat ze aan het einde van het jaar niet actief zijn in de loonsystemen.

Het betekent ook dat nieuwe werknemers die per 31 december actief zijn, in de omvang van het datapunt zijn opgenomen. Hun loon wordt geëxtrapoleerd naar een volledig jaar. Dit is een verandering ten opzichte van vorig jaar. De nieuwe werknemers werden toen niet meegeteld.

De totale beloning op individueel niveau omvat vaste en variabele beloning. Bij Elia Transmission België wordt de variabele beloning individueel berekend op basis van een percentage boven op de vaste beloning. Dit percentage is verkregen op basis van de analyse van historische boekhoudgegevens, met een uitsplitsing per paritair comité en type werknemer (vrijgesteld/niet-vrijgesteld). De methodologie houdt rekening met de beloning voor voltijdse en deeltijdse contracten.

De waarde voor de totale jaarlijkse remuneratieratio voor 2024 werd aangepast dit jaar door een verandering in de berekeningsmethode.

Formule: Verhouding van de jaarlijkse totale verloning = verhouding tussen de meest betaalde persoon/mediaan individuele jaarlijkse totale verloning exclusief de meest betaalde persoon.

S1-17

- Incidenten, klachten en ernstige impacts op het gebied van mensenrechten

Dit punt biedt inzicht in de mate waarin werkgerelateerde incidenten en ernstige impacts op het gebied van mensenrechten invloed hebben op ons personeel.

discriminatievoorvallen

Aantal klachten die werden ingediend via kanalen voor eigen personeel om hun bezorgdheden te uiten 1

Totaalbedrag van boetes, sancties en schadevergoedingen voor discriminatievoorvallen

Aantal ernstige incidenten op het gebied van mensenrechten

Uitsplitsing van de inbreuken

Richtsnoeren van de VN inzake bedrijven en mensenrechten (UN Guiding Principles on Business and Human Rights)

Verklaring van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) betreffende de fundamentele principes en rechten op het werk

OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen

Totaalbedrag van boetes, sancties en schadevergoedingen voor ernstige incidenten op het gebied van mensenrechten

Aantal klachten die werden ingediend via kanalen voor eigen personeel om hun bezorgdheden te uiten

Totaalbedrag van boetes, sancties en schadevergoedingen voor discriminatievoorvallen

Aantal ernstige incidenten op het gebied van mensenrechten

Uitsplitsing van de inbreuken

Richtsnoeren van de VN inzake bedrijven en mensenrechten (UN Guiding Principles on Business and Human Rights)

Verklaring van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) betreffende de fundamentele principes en rechten op het werk

OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen

Totaalbedrag van boetes, sancties en schadevergoedingen voor ernstige incidenten op het gebied van mensenrechten

3.2. S2 Werknemers in de waardeketen

Het garanderen van veilige en eerlijke arbeidsomstandigheden in onze upstream waardeketen is cruciaal voor de realisatie van de projectactiviteiten van de onderneming.

SBM-3 - Materiële impacts, risico’s en kansen en de wisselwerking daarvan met strategie en businessmodel

Volgens de ESRS-nomenclatuur zijn er twee groepen werknemers in de waardeketen bij Elia Transmission België:

(i)werknemers in de waardeketen die rechtstreeks betrokken zijn bij de sites van Elia Transmission België maar die geen deel uitmaken van haar eigen personeelsbestand, in het bijzonder met betrekking tot het ontwerp en de bouw van infrastructuur en de exploitatie en het onderhoud van het net (of aannemers);

(ii)werknemers in de waardeketen die werken voor entiteiten in de upstream waardeketen van Elia Transmission België (upstream werknemers).

Negatieve materiële impact

De medewerkers die betrokken zijn bij het ontwerp en de constructie van infrastructuur en bij het beheer en onderhoud van het net werken in een industriële omgeving met inherente veiligheids- en gezondheidsrisico’s. Die risico’s zijn niet systeemgebonden, maar hebben eerder betrekking op individuele incidenten.

Positieve materiële impact

De veiligheidscultuur die Elia Transmission België uitdraagt, strekt zich ook uit tot de werknemers in de waardeketen. Zie G1-2 - Beheer van relaties met leveranciers voor meer informatie over de gedragscode voor leveranciers (Supplier Code of Conduct, SCoC) van de Groep en het EcoVadis-ratingsysteem.

Risico’s, kansen en afhankelijkheden voor werknemers in

de waardeketen

Afhankelijkheden die voortvloeien uit negatieve impacts op het gebied van veiligheid en gezondheid zijn het meest relevant voor personeel dat betrokken is bij het ontwerpen en bouwen van infrastructuur en bij activiteiten voor de exploitatie en het onderhoud van het elektriciteitsnet.

De activiteiten van Elia Transmission België houden geen significant risico in op dwangarbeid, verplichte arbeid of kinderarbeid.

S2-2 - Processen om met werknemers in de waardeketen te overleggen over impacts en S2-4 - Acteren op materiële impacts, risico’s en kansen met betrekking tot werknemers in de waardeketen geven een overzicht van hoe bepaalde personeelsleden een groter risico op schade kunnen lopen. De geïdentificeerde materiële risico's hebben betrekking op de TNB-activiteiten van Elia Transmission België en niet op een specifieke groep werknemers in de waardeketen.

S2-1 - Beleid ten aanzien van werknemers in

de waardeketen

Tenzij anders vermeld, zijn de in deze sectie beschreven beleidslijnen van toepassing op aannemers die taken uitvoeren op de sites van Elia Transmission België.

Het veiligheids- en gezondheidsbeleid dat voor de eigen werknemers van Elia Transmission België werd ontwikkeld, is ook van toepassing op haar aannemers (zie S1-1Beleid ten aanzien van eigen personeel).

Voor werknemers in de waardeketen heeft Elia Transmission België de volgende beleidslijnen ontwikkeld en past ze toe:

Verantwoordelijke

Gedragscode voor leveranciers Risicoanalyse door het departement Inkoop en controle op naleving van processen door Interne Audit. Zie S2-3Herstelprocessen voor negatieve impacts en kanalen voor werknemers in de waardeketen om zorgen kenbaar te maken.

Mensenrechtenbeleid

Ethische code

Algemene veiligheids-, gezondheidsen milieuvoorschriften voor aannemers die werk uitvoeren voor Elia Transmission België

Zie S2-3 - Herstelprocessen voor negatieve impacts en kanalen voor werknemers in de waardeketen om zorgen kenbaar te maken

Zie S2-3 - Herstelprocessen voor negatieve impacts en kanalen voor werknemers in de waardeketen om zorgen kenbaar te maken.

Operationele monitoring; Zie S2-5 - Doelstellingen met betrekking tot werknemers in de waardeketen

Aankoopvoorwaarden Operationele monitoring; Zie S2-5 - Doelstellingen met betrekking tot werknemers in de waardeketen

Beleid voor ethisch gedrag en mensenrechten

Zie G1-1 - Beleid ten aanzien van zakelijk gedrag en bedrijfscultuur en G1-2 - Beheer van relaties met leveranciers voor meer informatie over de ethische code, het mensenrechtenbeleid en de gedragscode voor leveranciers van Elia Group.

Beleid inzake veiligheid en gezondheid

Chief Procurement Officer

Group Chief Human Resources Officer

—Tien principes van de United Nations Global Compact;

—De richtsnoeren van de VN inzake bedrijven en mensenrechten (Guiding Principles on Business and Human Rights);

—OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen over verantwoord ondernemen;

—De wet inzake Corporate Due Diligence in de toeleveringsketens (Lieferkettensorgfaltspflichtengesetz, LkSG);

—Richtlijn (EU) 2022/2464 met betrekking tot duurzaamheidsrapportering door ondernemingen.

—Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en de twee verdragen die deze toepassen;

—Verklaring van de Internationale Arbeidsorganisatie over de Fundamentele Principes en Rechten op het Werk;

—United Nations Global Compact.

Group Chief Human Resources Officer /

Head of Health, Safety & Security —Geldende sociale en milieureglementering —Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties (SDG).

Chief Procurement Officer —Geldende wetgeving

Zie G1-1 - Beleid ten aanzien van zakelijk gedrag en bedrijfscultuur voor informatie over de 'Algemene veiligheids-, gezondheids- en milieuvoorschriften voor aannemers die werken uitvoeren voor Elia Transmission België'.

Zie G1-2 - Beheer van relaties met leveranciers voor meer informatie over de vereisten op het vlak van veiligheid en gezondheid die zijn opgenomen in de aankoopvoorwaarden voor contracten met leveranciers die voor heel Elia Group van toepassing zijn. Meer informatie over de algemene aanpak van Elia Transmission België om met werknemers in de waardeketen te overleggen vindt u in sectie S2-2 - Processen om met werknemers in de waardeketen te overleggen over impacts S2-3 - Herstelprocessen voor negatieve impacts en kanalen voor werknemers in de waardeketen om zorgen kenbaar te maken behandelt maatregelen om negatieve impacts met betrekking tot mensenrechten te remediëren.

Beleid Monitoringsproces
functie Verwante raamwerken

In 2025 werden door de TNB geen meldingen gedaan van niet-naleving van de richtlijnen van de VN inzake bedrijven en mensenrechten (UN Guiding Principles on Business and Human Rights), de Verklaring van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) inzake de fundamentele principes en rechten op het werk of de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen, ten opzichte van leveranciers.

De methodologie van Elia Group is bij Elia Transmission België toegepast om een hogere maturiteit in de due-diligencepraktijken voor de toeleveringsketen te ontwikkelen.

S2-2 - Processen om met werknemers in de waardeketen te overleggen over impacts

Veiligheid en gezondheid

Elia Transmission België overlegt als volgt in het kader van haar projecten en op regelmatige basis met haar werknemers in de waardeketen: dagelijks de TNB verzamelt feedback van de eigen teams over de gezondheids- en veiligheidspraktijken op haar sites; wekelijks de TNB stelt voor elk van zijn projecten externe veiligheids- en gezondheidscoördinatoren aan, die (zoals wettelijk vereist) wekelijks vergaderen met zijn aannemers om hen aanbevelingen te doen over hun werk. Deze coördinatoren rapporteren vervolgens aan de TNB over gezondheids- en veiligheidsaspecten op alle sites, waarbij ze op basis van hun expertise en inzichten over de ontwikkeling van het gezondheids- en veiligheidsbeleid informeren. Tijdens de wekelijkse vergaderingen verzamelen ze bovendien feedback van de aannemers;

driemaandelijks Elia Transmission België deelt ook algemene informatie over veiligheid en gezondheid met aannemers via regelmatige nieuwsbrieven;

regelmatig het veiligheidsdepartement van de TNB voert audits uit om ervoor te zorgen dat de veiligheidsvereisten ter plaatse worden gerespecteerd;

jaarlijks in 2025 organiseerde de onderneming de tweede 'Contractors Safety Day'. Gedurende deze dag werden processen besproken, best practices gedeeld, werd er over bepaalde kwesties gedebatteerd en feedback verzameld van de aannemers;

ad hoc het departement health & safety van Elia Transmission België grijpt in wanneer er ongewenste veiligheids- en gezondheidsincidenten zoals risicovol gedrag of arbeidsongevallen plaatsvinden of herhaaldelijk worden waargenomen op de sites. Het departement werkt vervolgens samen met de aannemers om hun werkpraktijken te verbeteren;

doorgaand projectleiders of andere vertegenwoordigers van Elia Transmission België kunnen gebruikmaken van het veiligheidsen gezondheidsmanagementsysteem van het bedrijf (SMASH) om hun bezorgdheid over situaties met betrekking tot veiligheid en gezondheid met betrekking tot aannemers te uiten;

Voor aannemers past Elia Transmission België een kwalificatiesysteem toe dat veiligheidscontroles en audits van het veiligheids- en gezondheidsbeheersysteem van de kandidaat omvat. De Chief Assets Officer draagt de eindverantwoordelijkheid voor het operationeel maken van deze gezondheids- en veiligheidsaspecten.

Duurzame aankoop

De duurzaamheidspraktijken van strategische leveranciers worden beoordeeld door een externe dienstverlener, namelijk EcoVadis. Zie sectie G1-2 - Beheer van relaties met leveranciers voor meer informatie over de diensten van EcoVadis.

S2-3 - Herstelprocessen voor negatieve impacts en kanalen voor werknemers in de waardeketen om zorgen kenbaar te maken

Integriteitsschendingen

Werknemers in de waardeketen kunnen hun bezorgdheid uiten over een negatieve materiële impact of een vermeende schending van de ethische code of het mensenrechtenbeleid van Elia Group of de toepasselijke wet- en regelgeving, zonder represailles en/of oneerlijke behandeling te vrezen. Zie G1-1 - Beleid ten aanzien van zakelijk gedrag en bedrijfscultuur voor meer informatie over de klokkenluidersregeling en de online tool EthicsAlert.

Veiligheid en gezondheid

De gedragscode voor leveranciers (Supplier Code of Conduct) van Elia Group beschrijft de algemene principes voor aannemers met betrekking tot impacts op gezondheid en veiligheid. Er kunnen sancties worden opgelegd wanneer er inbreuken op de veiligheidsen gezondheidsregels worden vastgesteld. Vervolgens worden maatregelen en actieplannen geïmplementeerd om dergelijke risico’s te vermijden, voornamelijk via gesprekken met de betrokken partners. Meer informatie over het beleid en de acties die zijn ondernomen om veiligheids- en gezondheidsrisico’s voor aannemers te beperken vindt u in S2-1 - Beleid ten aanzien van werknemers in de waardeketen en S2-4 - Acteren

op materiële impacts, risico's en kansen met betrekking tot werknemers in de waardeketen.

Elia Transmission België beschikt over duidelijke procedures wanneer zich een ongeval op het werk voordoet. Ze zet een reactief proces in gang om ieder ongeval te begrijpen en te rapporteren. De lessen die hieruit worden getrokken, worden gebruikt om gerelateerde maatregelen te onderbouwen.

S2-4 - Acteren op materiële impacts, risico's en kansen met betrekking tot werknemers in de waardeketen

Maatregelen Gerelateerd beleidsobjectief of doel Scope Tijdshorizonten

Operationele monitoring

Externe certificeringen

Veiligheids- en gezondheidsprogramma's

Bewustmaking scampagnes

Zie veiligheids- en gezondheidsdoelstellingen in sectie S2-5 - Doelstellingen met betrekking tot werknemers in de waardeketen

Zie veiligheids- en gezondheidsdoelstellingen in sectie S2-5 - Doelstellingen met betrekking tot werknemers in de waardeketen

Zie veiligheids- en gezondheidsdoelstellingen in sectie S2-5 - Doelstellingen met betrekking tot werknemers in de waardeketen

Zie veiligheids- en gezondheidsdoelstellingen in sectie S2-5 - Doelstellingen met betrekking tot werknemers in de waardeketen

Doorlopende maatregel

Doorlopende maatregel

Doorlopende maatregel

Doorlopende maatregel

De effectiviteit van de in dit gedeelte beschreven acties wordt uiteindelijk beoordeeld aan de hand van de prestatie van de indicator ‘TRIR contractors’ zoals beschreven in S2-5Doelstellingen met betrekking tot werknemers in de waardeketen.

Operationele monitoring

Bij Elia Transmission België is een speciaal team voor de veiligheid van aannemers verantwoordelijk voor het ondersteunen, inspireren en verbeteren van de veiligheidsprestaties van aannemers. Het team gaat in gesprek met en coacht aannemers, met name in het geval van ongewenste veiligheids- en gezondheidsincidenten. Elia

Transmission België heeft een proces opgestart om het monitoren van aannemers (algemeen beheer, training en toegang) te integreren en te digitaliseren in één systeem. Zie S2-2 - Processen om met werknemers in de waardeketen te overleggen over impacts

voor meer informatie over hoe de operationele processen van aannemers worden gemonitord en verbeterd.

Externe certificeringen

Elia Transmission België gebruikt de methode van de “Safety Culture Ladder” (veiligheidsladder) om het niveau van bewustzijn rondom veiligheid en gezondheid in de organisatie te beoordelen. Dankzij die methode kunnen de beste praktijken op het gebied van veiligheid en gezondheid verankerd worden in de bedrijfscultuur. Elia Transmission België heeft een niveau 3-certificaat op de schaal van de Safety Culture Ladder voor haar maturiteit op het vlak van veiligheid. De onderneming promoot het 'Safety Culture Ladder'-raamwerk in de interacties met haar leveranciers.

Veiligheids- en gezondheidsprogramma's

Het groepsbrede project “Safety with Contractors” heeft als doel om ervoor te zorgen dat de visie en beheerstrategie van het bedrijf met betrekking tot de aanpak van aannemers op het gebied van veiligheids- en gezondheidsaspecten binnen Elia Group op één lijn liggen.

Bewustmakingscampagnes

Naast de campagnes die worden genoemd in S1-4 - Acteren op materiële impacts, risico’s en kansen die eigen personeel betreffen, organiseert het health & safety-team van de TNB regelmatig bewustmakingscampagnes over de gezondheid en veiligheid voor aannemers.

S2-5 - Doelstellingen met betrekking tot werknemers in de waardeketen

Elia Group heeft zichzelf een doel gesteld met betrekking tot de Total Recordable Injury Rate (TRIR) van haar aannemers. De prestaties van de ‘TRIR contractors’ dient als kompas om de evolutie van de doeltreffendheid van het veiligheids- en gezondheidsbeleid, de processen en de acties ter bescherming van de aannemers op te volgen.

De doelstelling voor ‘TRIR contractors’ wordt door het senior management bepaald, samen met de health & safety-teams. Deze laatste werken nauw samen met de projectteams en ondersteunen hen regelmatig om hun aanpak van veiligheids- en gezondheidskwesties te verbeteren (zie S2-2 - Processen om met werknemers in de waardeketen te overleggen over impacts en S2-4 - Acteren op materiële impacts, risico's en kansen met betrekking tot werknemers in de waardeketen). De prestaties worden jaarlijks gemeten op basis van gegevens die van aannemers worden verzameld. Aannemers zijn niet betrokken bij het vaststellen of het aansturen van de TRIR-doelstelling.

Naam van het doel Scope

Totaalpercentage van registreerbare verwondingen (TRIR) bij contractors

Gerelateerd beleid

Elia Group —Gedragscode leveranciers; —Algemeen veiligheids-, gezondheidsen milieureglement voor contractanten bij de uitvoering van opdrachten voor Elia Transmission België.

Definitie en berekeningsmethode

Elia Group = Elia Group NV/SA, Elia Transmission België, en 50Hertz Transmission Duitsland

TRIR = aantal registreerbare verwondingen*1.000.000/aantal gewerkte uren.

Opmerking: een 'registreerbaar letsel' is elke werkgerelateerde verwonding of ziekte die meer dan eerste hulp vereist en/of een beperking van de beweeglijkheid tot gevolg heeft die noodzakelijk is voor het werk.

Voor aannemers worden de gewerkte uren geschat op basis van werkelijke facturen en een verdeelsleutel voor loonkosten en een maandelijks geïndexeerd uurtarief (gemiddeld tarief voor financieel jaar 2025: € 65,75/uur).

3.3. S3 Getroffen gemeenschappen

Elia Transmission België zet zich in om de energietransitie te bevorderen op een manier die ten goede komt aan de samenleving als geheel, en tegelijk de potentiële impact van haar activiteiten, projecten en assets proactief beheert.

SBM-3 - Materiële impacts, risico’s en kansen en de wisselwerking daarvan met strategie en businessmodel

“Getroffen gemeenschappen” zijn gemeenschappen die in de nabijheid van de elektrische operationele sites en faciliteiten van Elia Transmission België wonen en werken. Ze kunnen worden onderverdeeld in de volgende categorieën:

—Omwonenden: personen die in de buurt van infrastructuurprojecten wonen en die impact kunnen ondervinden van bouw- of operationele activiteiten.

Uitgangswaarde van 2023 Tussentijds doel voor 2025 Streefwaarde voor 2030 Prestatie

In 2025 heeft de TRIR prestatie een continue dalende trend blijven vertonen

—Land- en bosbouwgemeenschap: landbouwers en landeigenaars van wie het land en de activiteiten kunnen worden beïnvloed door de ontwikkeling van de infrastructuur.

—Bedrijven: ondernemingen die actief zijn in de omgeving van infrastructuurprojecten en wiens activiteiten door deze projecten verstoord kunnen worden.

—Lokale gemeenschappen: gemeenschappen in de buurt van infrastructuurprojecten die impact kunnen ondervinden van bouw- of operationele activiteiten.

Geen van deze gemeenschappen loopt een groter risico op schade dan de andere.

Positieve materiële impacts

Door de verdere ontwikkeling van het transmissienet om de toenemende hoeveelheid hernieuwbare energie in het systeem te integreren, zorgt Elia Transmission België ervoor dat regio’s binnen haar netgebied aantrekkelijk zijn voor industriële spelers. De TNB stimuleert daarnaast de groei door aannemers te contracteren voor het uitvoeren van een deel van haar bouwwerkzaamheden. Zoals hieronder wordt beschreven gaat de TNB bovendien proactief in gesprek met de getroffen gemeenschappen over haar projecten om ervoor te zorgen dat hun feedback wordt meegenomen.

Negatieve materiële impacts

De infrastructuur van Elia Transmission België beslaat grote gebieden in België. Aangezien de TNB haar net in de toekomst moet versterken en uitbreiden, en ondanks het doel om bestaande infrastructuur te gebruiken bij de uitbreiding van haar net, zullen meer gemeenschappen worden getroffen door haar activiteiten. De negatieve impact van de infrastructuur van Elia Transmission België blijft bestaan nadat de projecten zijn afgerond: haar elektriciteitsassets kunnen het landgebruik beïnvloeden, geluidshinder veroorzaken, landschappen visueel beïnvloeden, en ze zouden gezondheidsproblemen kunnen opleveren. De onderneming streeft ernaar om deze impacts te beperken en te compenseren en werkt hiervoor nauw samen met de getroffen gemeenschappen.

Risico’s, kansen en afhankelijkheden ten aanzien van getroffen gemeenschappen

De bouw van elektriciteitsinfrastructuur is sterk afhankelijk van de steun van de getroffen gemeenschappen, vooral in de vergunningsfase. De tijdige toekenning van vergunningen voor infrastructuurprojecten is voor de TNB van essentieel belang. Er zijn geen materiële risico's of kansen geïdentificeerd die verband houden met een specifieke groep getroffen gemeenschappen.

S3-1 - Beleid ten aanzien van getroffen gemeenschappen

Elia Transmission België ontwikkelde de volgende beleidslijnen met betrekking tot de getroffen gemeenschappen en past ze ook toe.

Beleid met betrekking tot engagement Er zijn meerdere indicatoren (bijv. het aantal openbare informatiesessies, publicaties, vragen en antwoorden, enz.).

Compensatiebeleid Categorie- en kostenrapportage zijn aanwezig.

Strategieën voor netontwikkeling: luchtlijnen versus ondergrondse kabels

Keuzes en samenhang met strategieën voor de ontwikkeling van het net worden gecontroleerd door het IPC (Infrastructure Portfolio Committee) bij het valideren van projectscopes (in aanwezigheid van Head of Community Relations).

EMV-protocol Gecontroleerd door de Vlaamse overheid in elk project. Er is geen gedetailleerd protocol in Wallonië.

De planning en bouw van assets voor het zeer-hoge-spanningsnet zijn onderworpen aan strikte wettelijke vereisten, die variëren naargelang het land (of de regio) waar het project wordt gerealiseerd.

Stakeholderdialoog

Elia Transmission België is ervan overtuigd dat het vroegtijdig betrekken van verschillende stakeholders bij haar projecten essentieel is om de impact van haar activiteiten op de getroffen gemeenschappen te minimaliseren, om ervoor te zorgen dat haar projecten succesvol zijn en uiteindelijk om de energietransitie vooruit te helpen.

Elia Transmission België communiceert transparant met de getroffen gemeenschappen in overeenstemming met de wettelijke vereisten in België en met de ethische code en het mensenrechtenbeleid van de Groep (zie G1-1 - Beleid ten aanzien van zakelijk gedrag en bedrijfscultuur).

Elia Transmission België behoort tot de stichtende leden van het Renewables Grid Initiative (RGI) en zorgt ervoor dat de beste praktijken die via RGI worden gedeeld, worden opgenomen in haar aanpak om een eerlijke, transparante en duurzame ontwikkeling van het net te bevorderen. Verder erkent Elia Transmission België haar verantwoordelijkheid met betrekking tot het respect voor de mensenrechten en de rechten van haar getroffen gemeenschappen. Het mensenrechtenbeleid van Elia Group specificeert deze doelstelling en zet de onderliggende kaders uiteen. Deze omvatten de tien principes van de UN Global Compact, de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van de Verenigde Naties en het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten.

De TNB heeft een speciaal departement die verantwoordelijk is voor het relatiebeheer met getroffen gemeenschappen en voor het verhogen van de publieke acceptatie van haar projecten. Bij Elia Transmission België is de Chief Infrastructure Officer de

Head of Community Relations Wet op de elektriciteitsvoorziening van 1925, rapporteringsverplichting aan de CREG volgens de tariefmethodologie

Head of Grid Development

Geldende regelgeving in Wallonië met betrekking tot het gewestelijk ontwikkelingsplan

Environment

eindverantwoordelijke voor het overleg met de getroffen gemeenschappen, en het departement Community Relations heeft een ‘Community Relations Plan’ en een vijfstappen-methode voor projectcommunicatie ontwikkeld.

Zie S3-2 - Processen om met getroffen gemeenschappen te overleggen over impacts voor meer informatie.

Elektromagnetische velden (EMV) en geluidsnormen

In België worden de aanbevolen waarden voor EMV bepaald door decreten. Elia Transmission België houdt zich aan de grenzen voor elektromagnetische velden door de waarden te respecteren die in de regionale decreten zijn opgenomen. Ze bepaalt hoe de aanbevelingen van volksgezondheid over blootstelling aan EMV’s moeten worden toegepast in projecten. Hoewel er geen rechtstreeks oorzakelijk verband kan worden vastgesteld tussen de blootstelling aan EMV’s en de menselijke gezondheid, bestudeert Elia Transmission België elk netproject zorgvuldig en steunt het wetenschappelijke studies die het inzicht in dit domein verbeteren.

Elia Transmission België is uitmuntend in het ontwikkelen en versterken van het elektriciteitsnet. Kwesties met betrekking tot gezondheid vallen echter buiten ons expertisegebied en worden behandeld door de juiste instanties of gekwalificeerde specialisten.

Bovendien moet de TNB zich houden aan de milieureglementering, die voorschrijft dat ze geen geluidsoverlast mag veroorzaken. Transformatoren zijn de belangrijkste bron van geluidsoverlast voor de onderneming; daarom nemen we geluidsisolerende maatregelen tijdens de ontwerpfase van projecten, zodat onze assets voldoen aan de geluidsnormen.

Head of Community Relations & Head of
/
Beleid Monitoringsproces
Scope
Verantwoordelijke functie
Verwante raamwerken
Head of Community Relations Geldende reglementering betreffende publieke participatie

Maximaal gebruik van bestaande infrastructuur

Elia Transmission België geeft prioriteit aan projectbenaderingen die haar impact op getroffen gemeenschappen, landschappen en het milieu zoveel mogelijk beperken; dit betekent dat nieuwe infrastructuur pas wordt gebouwd nadat alle andere opties voor het vergroten van de capaciteit van het net zijn uitgeput. Bovendien streeft de TNB ernaar om bij de aanleg van eventueel benodigde nieuwe infrastructuur bestaande corridors te gebruiken of nieuwe secties te bouwen op dezelfde plaats als de oude.

Compensatiemaatregelen

De TSO neemt mitigatie- en compensatiemaatregelen voor haar projecten en activiteiten in gevallen waarin de impact onvermijdelijk is. Als netbeheerder streeft Elia Transmission België ernaar om er eerst en vooral voor te zorgen dat haar activiteiten in het kader van infrastructuurprojecten geen enkele impact hebben. Als dit niet mogelijk is, proberen we de impact te minimaliseren. Aangezien mitigatie soms niet mogelijk is, heeft Elia Transmission België een compensatiebeleid ontwikkeld. Financiële compensatiemaatregelen worden genomen in overeenstemming met de verordening inzake de elektriciteitsnettarieven (Stromnetzentgeltverordnung). Zie S3-4 - Acteren op materiële impacts, risico's en kansen met betrekking tot getroffen gemeenschappen

S3-2 - Processen om met getroffen gemeenschappen te overleggen over impacts

Zoals eerder vermeld communiceert Elia Transmission België systematisch met de getroffen gemeenschappen over haar netontwikkelings- en bouwprojecten. Dit gebeurt vanaf een vroeg stadium om ervoor te zorgen dat rekening wordt gehouden met hun feedback en bezorgdheden en dat deze worden gebruikt om strategische en operationele beslissingen aan te sturen. Wederzijds begrip dat stoelt op open gesprekken is van essentieel belang.

Methode en frequentie van de communicatie

De TNB gebruikt een mix van klassieke en digitale communicatiekanalen, gaande van fysieke informatiesessies, nieuwsbrieven en een infobus die ter plaatse komt tot en met webinars, virtuele één-op-één-consultatiesessies, 3D-modellen en digitale kaarten. Op die manier wilt ze ervoor zorgen dat de toegankelijkheid en participatie zo groot mogelijk zijn. De website van Elia Transmission België biedt gedetailleerde informatie over haar lopende projecten.

Tot 10 jaar voor haar implementatie worden er publieke consultaties gehouden over haar netontwikkelingsplan. Naarmate de projecten in dit plan concretiseren, worden er informatie- en dialoogbijeenkomsten georganiseerd voor de lokale burgers en gemeenschappen over deze projecten en de bijbehorende resultaten van de milieueffectbeoordeling. Deze laatste bevat informatie over de impacts van een project en de voorziene mitigatie- en compensatiemaatregelen.

In een zeer vroeg stadium van de ontwerpfase van een project werkt de TNB samen met het maatschappelijk middenveld, lokale overheden, NGO's en vertegenwoordigers van de academische wereld aan haar plan.

In de loop van de projectwerkzaamheden houdt de TNB de getroffen gemeenschappen op de hoogte over eventuele geluidshinder en over de impact op de transportinfrastructuur en het milieu.

Elia Transmission België monitort de effectiviteit van haar communicatie met de verschillende stakeholders van haar infrastructuurprojecten. Deze evaluatie wordt zowel intern tijdens de reguliere projectvergaderingen als in rechtstreeks contact met specifieke stakeholders uitgevoerd. De resultaten worden gebruikt om de communicatieaanpak voor volgende projecten te verfijnen.

S3-3 - Herstelprocessen voor negatieve

impacts en kanalen voor getroffen gemeenschappen

om zorgen kenbaar te maken

Naast de methodes die in het vorige gedeelte zijn beschreven, heeft Elia Transmission België specifieke maatregelen en herstelprocessen om getroffen gemeenschappen aan te moedigen eventuele behoeften of bezorgdheden te melden en om de gevolgen van haar activiteiten aan te pakken.

De TNB overlegt proactief met landeigenaars van wie het land tijdelijk wordt gebruikt tijdens de bouw of voor de verplaatsing van de infrastructuur op lange termijn. Dit overleg vindt zowel voor als na de projectwerkzaamheden plaats om de impact te beoordelen en een eerlijke behandeling te garanderen.

Getroffen gemeenschappen kunnen hun bezorgdheden of behoeften kenbaar maken tijdens publieke informatiesessies, via een specifiek (gratis) telefoonnummer en emailadres van het project of door te bellen of e-mailen met de contactpersoon die is aangesteld voor elk project. Bovendien kunnen stakeholders overtredingen van wetten, regelgeving of de ethische code van de Groep melden via de meldingstool EthicsAlert.

Meer informatie over EthicsAlert en het klokkenluidersraamwerk van Elia Group vindt u in sectie G1-1 - Beleid ten aanzien van zakelijk gedrag en bedrijfscultuur. De gegevens worden verzameld en gecentraliseerd voor elk project en besproken tijdens interne vergaderingen.

Elia Transmission België houdt de kwesties die via de bovenstaande kanalen worden aangekaart nauwlettend in de gaten en maakt gebruik van tools voor mediamonitoring om op de hoogte te blijven van de bekommernissen van de gemeenschap en het publiek.

Daarnaast analyseert een sociale media team dagelijks online conversaties om inzicht te krijgen in de perspectieven van de gemeenschap.

S3-4 - Acteren op materiële impacts, risico's en kansen met betrekking tot getroffen gemeenschappen

Zie de bovenstaande secties voor informatie over hoe Elia Transmission België op een proactieve en open manier met de getroffen gemeenschappen communiceert over haar projecten en de daarmee gepaard gaande mogelijke negatieve impacts. Elia Transmission België publiceert op dit moment nog geen externe indicator om de effectiviteit van haar maatregelen en initiatieven bij het leveren van de beoogde resultaten te volgen.

Maatregelen Gerelateerd beleidsobjectief of doel Scope Termijn

Publieke informatiesessies

Wederzijds begrip bereiken en de potentiële impact van nieuwe infrastructuurprojecten beperken door een transparante, duidelijke en constructieve dialoog aan te gaan met onze stakeholders

Compensatiemaatregelen Getroffen gemeenschappen (land- en vastgoedeigenaren, landbouwers, andere bedrijven en gemeenschappen/gemeenten) compenseren voor negatieve impact als gevolg van nieuwe infrastructuurprojecten

Maatregelen inzake landschapsintegratie Getroffen gemeenschappen (land- en vastgoedeigenaren, landbouwers, andere bedrijven en gemeenschappen/gemeenten) compenseren voor negatieve impact als gevolg van nieuwe infrastructuurprojecten

Risicobeperkende maatregelen

Doorlopende maatregel

Compensatiemaatregelen

In overeenstemming met haar compensatiebeleid (zie hierboven) neemt de TNB passende maatregelen voor verschillende getroffen stakeholders, waaronder landeigenaren, bewoners, landbouwers, bosbezitters en lokale autoriteiten, en neemt ze ook zogenaamde ‘nature-based’ compensatiemaatregelen. Teams communiceren proactief met personen die in aanmerking komen voor compensatie. Factoren zoals de nabijheid van luchtlijnen, het spanningsniveau, het type project en de waarde van het onroerend goed, worden geëvalueerd door een erkende schatter. Elia Transmission België biedt vergoedingen aan om het volledige verlies aan eigendomswaarde te dekken ten gevolge van visuele en andere impacts die verband houden met haar infrastructuurprojecten.

Specifiek voor landbouw- en commerciële activiteiten worden mogelijke impacts beoordeeld door experts in het kader van een relevante raamovereenkomst.

In België schetst deze overeenkomst compensatiemaatregelen voor eigenaren van landbouwgrond met betrekking tot gebruik van (inkomensverlies), schade aan en herstel van deze grond.

Doorlopende maatregel

Doorlopende maatregel

Elia Transmission België streeft ernaar de impact van haar projecten en assets op de getroffen gemeenschappen te minimaliseren door deze binnen het kader van de toepasselijke regelgeving zo ver mogelijk van bewoonde of beschermde gebieden te bouwen en door bestaande infrastructuurcorridors te gebruiken. Interne en externe experts wegen verschillende opties tegen elkaar af en identificeren passende mitigatiemaatregelen.

Om de visuele impact van haar assets te beperken, doet Elia Transmission België beroep op een landschapsdeskundige om de luchtlijnen in het omringende landschap te integreren. In overleg met lokale stakeholders bepaalt deze expert de maatregelen die genomen moeten worden. Elia Transmission België beslist vervolgens over de definitieve maatregelen die samen met de lokale autoriteit moeten worden genomen, waarbij uiteindelijk heggen, rijen bomen of struiken op geschikte locaties worden geplant.

Elia Transmission België biedt financiële steun voor zogenaamde ‘nature-based’ compensatiemaatregelen in gebieden waar bouwwerkzaamheden plaatsvinden en in gebieden waar door projecten met een grote impact verstoringen zijn ontstaan. In het eerste geval ondersteunt Elia Transmission België burgerprojecten die, in samenwerking met Be Planet, de ecologische transitie steunen; in het tweede geval draagt het bedrijf financieel bij aan lokale gemeenschapsfondsen, waardoor het de creatie van duurzame leefomgevingen ondersteunt.

Vaststellingen en inbreuken 2025

In het rapportagejaar 2025 werden geen ernstige mensenrechtenkwesties of incidenten met betrekking tot getroffen gemeenschappen gemeld.

Elia Transmission België maakte geen melding van gevallen van niet-naleving t.o.v. de richtlijnen van de VN inzake bedrijven en mensenrechten (UN Guiding Principles on Business and Human Rights), de Verklaring van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) inzake de fundamentele principes en rechten op het werk of de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen waarbij getroffen gemeenschappen binnen haar eigen activiteiten betrokken waren. Bovendien werd de naleving van deze richtlijnen geëvalueerd in het kader van de EU Taxonomie beoordeling.

In het kader van de vereisten van de minimumgaranties (EU Taxonomie Verordening) zal een due-diligence beoordeling worden uitgevoerd om te controleren op incidenten met betrekking tot mensenrechten in de toeleveringsketen van Elia Transmission België. Meer details vindt u in sectie G1-2 - Beheer van relaties met leveranciers

Elia Transmission Belgium Geïntegreerd Jaarverslag 2025

S3-5 - Doelen ten aanzien van getroffen gemeenschappen

Elia Transmission België heeft tot nu toe geen meetbare, tijdgebonden en resultaatgerichte doelstellingen bepaald met betrekking tot de getroffen gemeenschappen.

Zie S3-3 - Herstelprocessen voor negatieve impacts en kanalen voor getroffen gemeenschappen om zorgen kenbaar te maken voor informatie over de manier waarop Elia Transmission België de effectiviteit van het overleg met getroffen gemeenschappen opvolgt.

4. Governanceinformatie

4.1. G1 Zakelijk gedrag

Elia Transmission België verbindt zich ertoe om in al haar operaties integer zaken te doen en te handelen in overeenstemming met alle wetten en regelgeving. We streven er voortdurend naar om ons compliance programma te verbeteren en moedigen onze eigen werknemers en aannemers, evenals leveranciers, aan om dezelfde boodschap uit te dragen.

G1-1 - Beleid ten aanzien van zakelijk gedrag en bedrijfscultuur

Elia Transmission België hanteert hoge professionele en ethische normen voor de manier waarop haar medewerkers hun activiteiten uitvoeren en omgaan met partners en stakeholders. Als onderdeel hiervan zorgt - naast de solide governance structuur - de interne controle, de auditprocedures en het risicobeheer ervoor dat de onderneming werkt volgens de interne, wettelijke en regelgevende vereisten.

Als onderdeel van Elia Group is Elia Transmission België gebonden aan een aantal groepsbrede beleidsregels op het gebied van bedrijfsvoering. Deze beleidsmaatregelen worden ontwikkeld, beheerd en gemonitord op het niveau van Elia Group.

In de volgende secties worden de relevante documenten vermeld. Tenzij anders vermeld, zijn deze documenten voor de medewerkers van Elia Transmission België beschikbaar op het intranet of voor de medewerkers en externe stakeholders via de website.

Beleid Monitoringsproces Scope Verantwoordelijke functie Verwante raamwerken

Gedragscode De naleving van de gedragscode door onze medewerkers wordt vooral gecontroleerd door Interne Audit van Elia Group en door de secretaris-generaal als proceseigenaar.

Ethische code De naleving van de ethische code door onze medewerkers wordt vooral door Interne Audit van Elia Group gecontroleerd.

Mensenrechtenbeleid De naleving van het mensenrechtenbeleid door onze medewerkers wordt vooral door Interne Audit van Elia Group gecontroleerd.

Klokkenluidersraamwerk De processen worden bewaakt door de respectievelijke klokkenluiderscomités.

Gedragscode voor leveranciers Jaarlijkse risicoanalyse door het departement Inkoop van Elia Group en bewaking van de naleving van de processen door Interne Audit van Elia Group.

Aankoopvoorwaarden Contractuele overeenkomst op Elia Transmission België-niveau.

Algemene veiligheids-, gezondheids- en milieuvoorschriften voor aannemers die werk uitvoeren voor Elia Transmission België

Operationele monitoring

Anti-omkopings- en anticorruptiebeleid De bewaking van de naleving van het anti-omkopings- en anticorruptiebeleid door onze medewerkers gebeurt voornamelijk door Internal Audit van Elia Group.

Secretaris-generaal /

Group Chief Human Resources Officer /

Group Chief Human Resources Officer

–Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en de twee verdragen die deze toepassen; –Verklaring van de Internationale Arbeidsorganisatie over de Fundamentele Principes en Rechten op het Werk; –United Nations Global Compact.

Compliance Officer –Toepasselijke wet tot omzetting van Richtlijn (EU) 2019/1937

Chief Procurement Officer –Tien principes van de "United Nations Global Compact"; –Britse omkopingsverordering; –Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie; –Principes van de OESO tegen corruptie en omkoping; –Principes en verdragen van de Verenigde Naties op het vlak van mensenrechten en eerlijk werk; –IAO-verdrag voor het verbod op kinder- en dwangarbeid.

Chief Procurement Officer Geldende wetgeving.

Head of Health, Safety & Security –Geldende sociale en milieureglementering; –Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties (SDG).

Head of Internal Audit & Risk Management

Anti-omkopings- en anticorruptiewetten zoals de Amerikaanse Foreign Corrupt Practices Act, de Britse Bribery Act en alle andere geldende wetgeving (de Belgische en Duitse strafwetboeken) vormen de basis voor ons beleid.

De volgende beleidslijnen zijn ook inbegrepen in andere thematische standaarden. Zie het transversaal overzicht hieronder:

Beleid Verwijzing naar thematische standaard

Aankoopvoorwaarden

Gedragscode voor leveranciers

Mensenrechtenbeleid

Algemene veiligheids-, gezondheids- en milieuvoorschriften voor aannemers die werk uitvoeren voor Elia Transmission België

E1 Klimaatverandering

E4 Biodiversiteit en ecosystemen

E5 Materiaalgebruik en circulaire economie

S2 Werknemers in de waardeketen

E1 Klimaatverandering

E4 Biodiversiteit en ecosystemen

E5 Materiaalgebruik en circulaire economie

S2 Werknemers in de waardeketen

S1 Eigen personeel

S2 Werknemers in de waardeketen

E1 Klimaatverandering

E4 Biodiversiteit en ecosystemen

E5 Materiaalgebruik en circulaire economie

S2 Werknemers in de waardeketen

Het Corporate Governance Charter van Elia Group

Dit document schetst de structuur en organisatie, de aandeelhoudersstructuur, de Raad van Bestuur, de adviserende comités en het college van dagelijks bestuur van Elia Group en haar verplichtingen als beursgenoteerd bedrijf. (Voor meer informatie hierover zie hoofdstuk 2. Elia Transmission België in een oogopslag).

Het engagement van de Groep voor verantwoorde corporate governance praktijken wordt ook beschreven in haar ActNow duurzaamheidsprogramma (zie 1.2 Governance).

Gedragscode en wettelijke bepalingen

Als transmissienetbeheerder is Elia Transmission België in België onderworpen aan een groot aantal wettelijke en regulatoire voorwaarden. Ze leggen drie fundamentele principes vast waaraan haar personeel zich moet houden:

—niet-discriminerend gedrag;

—vertrouwelijke behandeling van informatie;

—transparantie tegenover alle elektriciteitsmarktdeelnemers met betrekking tot nietvertrouwelijke marktinformatie.

Ethische code

De ethische code van de Groep is gebaseerd op de fundamentele arbeidsnormen van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) en de tien principes van de UN Global Compact

(UNGC), waarvan Elia Transmission België lid is. Het document schetst wat aanvaardbaar zakelijk gedrag is en benadrukt de naleving van de wet en een nultolerantiebeleid ten aanzien van corruptie. Er is een speciaal e-learningprogramma ontwikkeld en in 2025 gelanceerd om het personeel en langdurige aannemers te trainen in de kernprincipes van haar gedragscode en de belangrijkste beleidslijnen.

Mensenrechtenbeleid

Dit document omschrijft het engagement van Elia Group om de mensenrechten te handhaven en te bevorderen, inclusief de bijbehorende wetten en regelgeving, bij het uitvoeren van haar activiteiten. Het is opgesteld op basis van de UN Global Compact (UNGC).

Het mensenrechtenbeleid geeft onze steun weer voor internationale principes, zoals de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en aanvullende verdragen, en de Verklaring van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) over de Fundamentele Principes en Rechten op het Werk. Het schetst ook onze prioriteitsgebieden, die verband houden met ons ActNow programma: gezondheid & veiligheid, diversiteit, gelijke kansen & inclusie en zakelijk gedrag & dialoog (zie 4.3 Duurzaamheid staat centraal in onze strategie voor meer informatie).

Voor meer informatie over de maatregelen van Elia Transmission België met betrekking tot het bieden of mogelijk maken van oplossingen voor impacts op de mensenrechten, zie S1-3 - Herstelprocessen voor negatieve impacts en kanalen voor eigen werknemers om zorgen kenbaar te maken. Bovendien biedt S1-2 - Processen om met eigen werknemers en werknemersvertegenwoordigers te overleggen over impacts informatie over hoe Elia Transmission België haar eigen werknemers betrekt.

Raamwerk voor klokkenluiders

Het klokkenluidersraamwerk van Elia Group schetst de aanpak van de Groep om interne en externe stakeholders in staat te stellen hun bekommernissen te uiten over vermeende schendingen van haar ethische code en mensenrechtenbeleid, zonder represailles en/of oneerlijke behandeling te vrezen. Deze procedure is volledig in overeenstemming met de Europese en nationale wetgeving49 .

Waar mogelijk moedigt Elia Transmission België stakeholders aan om bekommernissen over vermeende inbreuken te uiten bij hun directe leidinggevende, de lijnmanager, HR Business Partner of lokale interne auditor. Als dit niet mogelijk is, of als de klokkenluider vindt dat de discussie niet leidt tot een aanvaardbaar verloop, wordt hij uitgenodigd om het meldingsplatform EthicsAlert te gebruiken. Dit externe systeem, dat wordt beheerd door een onafhankelijke derde, stelt zowel interne als externe stakeholders in staat om eender welke inbreuk op wetten, verordeningen of de ethische code vertrouwelijk en veilig te melden. Meldingen kunnen anoniem worden ingediend en klokkenluiders worden beschermd tegen represailles en/of oneerlijke behandeling.

Nadat een melding werd ingediend, worden de geldigheid en ernst ervan geëvalueerd. Onontvankelijke meldingen worden met opgave van duidelijke redenen verworpen. Niet relevante meldingen worden naar het juiste kanaal doorgestuurd. Geldige meldingen worden officieel aanvaard, waarna er meer informatie over wordt verzameld. De melding

Richtlijn (EU) 2019/1937 en haar omzetting in Belgische en Duitse wetgeving en de Duitse wet inzake Corporate Due Diligence in de toeleveringsketens (Lieferkettensorgfaltspflichtengesetz).

en de bijbehorende vervolgacties kunnen worden toegewezen aan een andere relevante eenheid, bijvoorbeeld aan een van de interne auditteams. Ook het auditcomité kan erbij betrokken worden. Wanneer een melding dringende actie vereist, worden er meteen preventieve of remediërende maatregelen genomen. Het klokkenluiderscomité geeft de klokkenluider, tenzij het een anonieme melding betreft, binnen drie maanden na de ontvangstbevestiging schriftelijk feedback over de opvolging van de melding, over de genomen of geplande acties en maatregelen en de belangrijkste redenen voor deze acties en maatregelen.

De status van grondige onderzoeken wordt bijgehouden, omdat deze volgens de wettelijke verplichtingen over het algemeen binnen de drie maanden moeten zijn afgerond. Alle eindrapporten moeten worden geanonimiseerd. Vervolgens worden ze ingediend bij het senior managementteam, dat dan op basis van de resultaten van het onderzoek de nodige acties uitvoert. Bovendien publiceert Elia Transmission België jaarlijkse KPI's die het aantal ontvangen meldingen en de resultaten ervan omvatten. De eindrapporten worden ook besproken met de ondernemingsraden van Elia Transmission België.

Interne controle

Elia Transmission België heeft een aantal mechanismen geïmplementeerd waardoor onwettig gedrag of acties die in strijd zijn met de bovenstaande beleidsregels kunnen worden geïdentificeerd, gemeld of onderzocht. Naast de klokkenluidersprocedure is het naleven van de richtlijnen betreffende zakelijk gedrag een vast onderdeel van de auditprocedures die worden uitgevoerd door de interne auditteams van Elia Group. Deze teams rapporteren aan de auditcomité, om mogelijke invloed van het college van dagelijks bestuur (ExCo) te vermijden. Afhankelijk van de aard en/of complexiteit van de onderzochte incidenten kunnen deze teams ervoor kiezen om hulp in te schakelen van externe experts.

Bedrijfscultuur

Elia Group heeft in het kader van het programma ‘Make a Difference’ (MAD) zes gedragsankers bepaald die zijn ingebed in haar HR-processen (inclusief aanwervingen en functioneringsgesprekken). Ze zijn gericht op het bevorderen van een gemeenschappelijke cultuur binnen het hele bedrijf en het faciliteren van de uitvoering van de groepsstrategie. De zes gedragingen zijn:

—Vereenvoudiging;

—Impact;

—De toekomst co-creëren;

—Eén stem;

—Eén bedrijf;

—Feedback.

Elia Group wil ook een cultuur creëren waarin mensen zich veilig voelen om hun mening te uiten.

Trainingssessies rond beleidsregels en bewustwording

De wederzijdse rechten en plichten van Elia Transmission België en haar personeel worden (regelmatig) gecommuniceerd aan nieuwe en bestaande werknemers en zijn opgenomen in arbeidsovereenkomsten.

Er is een groepsbreed opleidingsprogramma beschikbaar waarin de gedragscode en de belangrijkste beleidsregels die in dit hoofdstuk worden vermeld, aan bod komen. Het voltooien van dit programma is verplicht voor alle nieuwkomers. Bovendien moeten werknemers en langdurige aannemers van de Groep het jaarlijks volgen.

G1-2 - Beheer van relaties met leveranciers

Van leveranciers en aannemers wordt vereist dat ze verschillende voorwaarden naleven, zowel wanneer ze meedingen om werkzaamheden uit te voeren voor Elia Transmission België als wanneer ze officieel een contract krijgen toegekend.

Aankoopfase

Aanbestedingscriteria

Leveranciers en aannemers moeten aan de volgende criteria voldoen om werk uit te voeren voor Elia Transmission België:

—Doorslaggevende criteria voor milieu, veiligheid en gezondheid maken deel uit van het pre-kwalificatieformulier dat geïnteresseerde partijen moeten invullen zodat hun geschiktheid kan worden beoordeeld voorafgaand aan de door Group Procurement beheerde aanbestedingsprocessen.

—Milieu- en/of sociale criteria maken vaak deel uit van offerteaanvragen waar Group Inkoop op toeziet. Het Group Inkoop team wordt gevraagd om antwoorden op dergelijke aanvragen te beoordelen en er een score aan toe te wijzen indien er milieucriteria bij betrokken zijn.

—Interne koolstofbeprijzing (Internal Carbon Pricing, ICP) wordt beschouwd als een deel van de gunningscriteria of is inbegrepen als een contractuele vereiste voor projecten die door het Group Inkoop team worden beheerd. Zie E1-8 - Interne koolstofbeprijzing voor meer informatie.

Due diligence in de toeleveringsketen

Elia Transmission België heeft een due-diligence proces voor de toeleveringsketen ontwikkeld dat tot doel heeft te voldoen aan de EU Taxonomie regelgeving. De Due Diligence analyse in de toeleveringsketen omvat een jaarlijkse analyse van alle leveranciers van Elia Transmission België.

Het due-diligence proces bestaat uit een risicobeoordeling van het leveranciersbestand op basis van externe indicatoren en interne parameters. De meeste leveranciers van Elia Transmission België zijn gevestigd binnen de EU, wat meestal leidt tot een lager risico op schendingen van mensen- en arbeidsrechten en milieuovertredingen. De risicobeoordeling identificeert vier risicogebieden met betrekking tot de directe toeleveringsketen: milieu en veiligheid op het werk; milieubescherming en gezondheid;

tewerkstelling en arbeidsomstandigheden; en vrijheid van vereniging en van meningsuiting. De risico-inventarisatie bestaat uit een beoordeling van deze risicogebieden samen met een analyse van de EcoVadis ratings (indien beschikbaar). Alle leveranciers die als gevolg van dit screeningsproces als “potentieel hoog risico” worden aangemerkt, worden vervolgens verder geëvalueerd door de verantwoordelijke koper. Als hun risicostatus wordt bevestigd, worden er maatregelen genomen in overeenstemming met een mitigatieplan dat vanaf 2025 werd geïmplementeerd en dat onder andere het volgende omvat:

—leveranciers vragen om zich te verbinden tot een bindende gedragscode voor ze met hun taak beginnen;

—leveranciers vragen een zelfverklaring af te leggen;

—om een EcoVadis-rating vragen;

—het uitvoeren van een bijkomende risicobeoordeling;

—het uitvoeren van inspecties (van incidenten) ter plaatse.

Op basis hiervan werden 3,5 % van leveranciers van Elia Transmission België verder geanalyseerd: deze werden toegewezen aan de relevante Inkoop teams, die een meer gedetailleerde risicobeoordeling uitvoeren en de leveranciers op een hersteltraject met risicobeperkende maatregelen zetten. Elk jaar worden de risicobeperkende maatregelen per leverancier met een hoog risico geëvalueerd om te bekijken of de leverancier de maatregel effectief heeft toegepast. Indien niet, dan is er een escalatieprocedure om dit aan te pakken op basis van het risicoprofiel van de leverancier.

Voor meer informatie over risico's en kansen met betrekking tot de toeleveringsketen, zie 2. Interne controle en risicobeheer.

Contractuitvoeringsfase

Gedragscode voor leveranciers

De gedragscode voor leveranciers van Elia Group (Supplier Code of Conduct), gebaseerd op de United Nations Global Compact (UNGC), stelt de vereisten vast die alle leveranciers moeten ondertekenen en naleven bij ontvangst van een contract met Elia Transmission België. Nieuwe leveranciers moeten ook hun naleving van de gedragscode bevestigen wanneer ze zich via het systeem van de Groep registreren.

Het document omvat details over de lokale en internationale wettelijke kaders voor antiomkoping- en -witwasmaatregelen, belangenconflicten, vertrouwelijkheid van informatie, eerlijke concurrentie, en de gepaste omgang met intellectuele eigendomsrechten. Het vermeldt ook uitdrukkelijk het verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie, zowel als de relevante principes omschreven door de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling.

Wat betreft sociale overwegingen moeten leveranciers relevante plaatselijke wetgeving en internationale principes naleven, inclusief diegene met betrekking tot mensenrechten en eerlijk werk. Bij gebrek aan plaatselijke wetgeving moeten leveranciers de normen van de Internationale Arbeidsorganisatie naleven. Leveranciers moeten er ook voor zorgen dat hun aannemers dezelfde regels volgen.

Wat betreft veiligheids- en gezondheidsoverwegingen omvat de gedragscode voor leveranciers duidelijke richtlijnen die ons doel van nul ongevallen ondersteunen. Leveranciers met uitstekende veiligheidsprestaties en gerelateerde beheersystemen worden zeer gewaardeerd.

Leveranciers van Elia Transmission België moeten locatiegebonden en milieuvoorschriften naleven in de gebieden waarin ze actief zijn. Daarnaast worden leveranciers sterk aangemoedigd om hun milieu-impacts te beperken en beheersystemen in te voeren om deze te meten, beheren en rapporteren (bv. ISO 14001, EMAS of gelijkaardig). Merk op dat Elia Transmission België momenteel haar huidige leveranciers aan het vragen is om een CO2-paspoort in te vullen via het Upstream-platform; zie E1-3 - Maatregelen en middelen wat betreft beleid ten aanzien van klimaatverandering.

Elia Transmission België mag de relatie met een leverancier die de gedragscode niet naleeft of wiens blootstelling aan risico’s op basis van het due-diligence proces in de toeleveringsketen als te hoog wordt beschouwd stopzetten. Vaak zal Elia Transmission België met hen een actieplan met duidelijke deadlines opzetten om met hen te blijven werken.

Aankoopvoorwaarden

De vereisten van de gedragscode zijn geïntegreerd in de groepsbrede aankoopvoorwaarden. De betalingstermijnen voor alle onze leveranciers en laattijdige betalingen zijn gedefinieerd in de algemene voorwaarden van Elia Transmission België (General Terms and Conditions) of in individuele bestellingen; we hebben een beleid met een betalingstermijn van 30 dagen.

De aankoopvoorwaarden omvatten onder andere ook vereisten op het vlak van veiligheid en gezondheid, milieu, vergunningen en vertrouwelijkheid voor contractpartijen.

Veiligheid en gezondheid

Aannemers die voor Elia Transmission België werken, moeten het “Algemeen veiligheids-, gezondheids- en milieureglement” van de onderneming naleven, dat van toepassing is op alle externe ondernemingen. Dit reglement is een aanvulling op de aankoopvoorwaarden van Elia Group. Elia Transmission België beheert een uitgebreide digitale bibliotheek met alle procedures, risicoanalyses en relevante documenten die alle medewerkers, medewerkers niet in loondienst en aannemers moeten naleven, en stelde deze ter beschikking.

G1-3 - Preventie en opsporing van corruptie of omkoping

Zoals eerder in deze sectie beschreven, zorgde Elia Transmission België voor kanalen die interne en externe stakeholders kunnen gebruiken om inbreuken te melden op richtlijnen die in de ethische code, de gedragscode en het mensenrechtenbeleid worden uiteengezet. De Compliance Officer voert onderzoek over meldingen door klokkenluiders (zie “Klokkenluidersraamwerk” hierboven) die vermeende inbreuken op ons anti-omkopingsen anticorruptiebeleid betreffen, en is voorzitter van het klokkenluiderscomité. De Compliance Officer is onafhankelijk van de operationele hiërarchie van de onderneming:

de Officer, die in naam van Elia Transmission België optreedt, maakt deel uit van het departement Interne Audit en Risicobeheersing; op zijn beurt rapporteert het hoofd van dit departement aan de voorzitter van het auditcomité van Elia Group.

De Compliance Officer is ook verantwoordelijk voor het updaten van het auditcomité over het soort meldingen met betrekking tot vermeende corruptie en omkoping – maar alleen de informatie over het geval zelf kan worden gecommuniceerd, zonder de identiteit van de melder te onthullen.

De volgende rollen en departementen lopen het grootste risico op corruptie en omkoping:

—senior managers van Elia Transmission België;

—het departement Procurement;

—het departement Community Relations;

—het departement Public and Regulatory Affairs;

—EU & International Public & Policy Affairs van de Groep; —klantenbeheerrollen;

—individuen die commerciële posities bekleden binnen de niet-gereguleerde dochterondernemingen.

De e-learning 'Ethische code', die ook gaat over de onderwerpen omkoping en corruptie, richt zich tot alle werknemers en langdurige aannemers die in deze risicofuncties werken.

Er zijn in 2025 geen overtredingen van ons anti-omkopings- en anticorruptiebeleid gemeld met betrekking tot Elia Transmission België of haar werknemers. Verder zijn er geen leverancierscontracten beëindigd of herzien in verband met dergelijke kwesties.

Zoals vermeld in G1-1 - Beleid ten aanzien van zakelijk gedrag en bedrijfscultuur heeft Elia

Transmission België een interactief opleidingsprogramma ontwikkeld, dat alle werknemers en lange-termijn aannemers die in risicofuncties werken dekt. Deze training die verschillende thema’s met betrekking tot zakelijk gedrag behandelt, waaronder antiomkoping en anticorruptie, werd door 79% van alle risicofuncties gevolgd.

G1-5 - Politieke invloed en lobbyactiviteiten

Als houder van een wettelijk gereguleerd monopolie met een belangrijke publieke verantwoordelijkheid binnen haar geografische gebied is Elia Transmission België verantwoordelijk voor het uitvoeren van onderzoek en het bijdragen aan debatten over ontwikkelingen in de energiesector. Daarbij worden de belangen van de samenleving steeds voor ogen gehouden. Onze ethische code stelt: “Wij zorgen ervoor dat wij een volledig inzicht hebben in elk van onze verschillende stakeholders en [...] vragen ons voortdurend af wat de samenleving wil en welke waarden wij haar bieden.” Elia

Transmission België staat in het transparantieregister van de EU. De opgenomen gegevens vindt u hier. De standpunten van Elia Transmission België worden transparant gecommuniceerd op de respectievelijke website.

De activiteiten worden geleid door de departementen Group Communication & Reputation, Group EU & International Public & Policy Affairs. Ze bouwen sterke relaties op met externe stakeholders, houden de ontwikkelingen op het gebied van wetgeving en regelgeving nauwlettend in de gaten en publiceren regelmatig standpunten en onderzoeksrapporten om de positie van de Groep als toonaangevend Europees energiebedrijf te verstevigen.

Deze departementen organiseren ook regelmatig paneldiscussies of bieden informatiestands aan tijdens externe evenementen die door verenigingen worden georganiseerd en waaraan de medewerkers van de hele Groep kunnen deelnemen. Het publiek bij dergelijke evenementen bestaat over het algemeen uit vertegenwoordigers uit de politieke of zakenwereld.

Thema Hoofdstandpunten

Internationale offshore samenwerking

Belgische energievisie op lange termijn

Flexibel verbruik

Fraude, niet-naleving van interne beleidslijnen en procedures

van

en reglementering

Digitale soevereiniteit

Internationale samenwerking en innovatieve oplossingen voor offshore windenergie en netontwikkeling ondersteunen om de doelstellingen van de Europese Green Deal te behalen

De ontwikkeling van een energiestrategie op lange termijn aansporen om energiecrises te vermijden en de nodige investeringen te waarborgen.

Deelname van gezinnen en bedrijven in energieflexibiliteit bevorderen om kosten doeltreffend te beheren

De nood aan robuust digitaal infrastructuurbeheer en wettelijke bescherming benadrukken

In de loop van 2025 heeft Elia Transmission België geen directe financiële bijdragen geleverd aan politieke partijen.

1.1. Samenstelling van de bestuursorganen op 31 december 2025 bevat informatie over de nieuw benoemde leden van de raad van bestuur en het auditcomité van de Groep gedurende 2025 en hun eerdere functies.

5. Bijlagen

5.1. ESRS-inhoudsopgave

In de onderstaande tabellen staan de ESRS rapportage-eisen die deze duurzaamheidsverklaring naleeft, overeenkomstig het resultaat van de materialiteitsanalyse en de sectie waar deze te vinden zijn als ze materieel zijn.

Dwarsdoorsnijdende standaarden

ESRS 2 Algemene toelichtingen

BP-1 Algemene grondslag voor het opstellen van de duurzaamheidsverslagen

BP-2 Rapportage over specifieke omstandigheden

GOV-1 De rol van de bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen

GOV-2 Informatie verschaft aan en omgang met duurzaamheidsthema’s door bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen van de onderneming

GOV-3 Integratie van duurzaamheidsprestaties in beloningsregelingen

GOV-4 Due-diligenceverklaring

GOV-5 Risicobeheersing en interne controles voor duurzaamheidsrapportage

SBM-1

Strategie, businessmodel en waardeketen

SBM-2 Belangen en opvattingen van stakeholders

SBM-3

IRO-1

IRO-2

Milieustandaarden

Materiële impacts, risico’s en kansen en de wisselwerking daarvan met strategie en businessmodel

Beschrijving van de processen om materiële impacts, risico's en mogelijkheden in kaart te brengen en te analyseren

Rapportage-eisen in ESRS opgenomen in het duurzaamheidsverslag van de onderneming

Klimaatverandering

E1-1

ESRS 2 SBM-3

ESRS 2 IRO-1

E1-2

E1-3

E1-4

E1-5

E1-6

E1-7

E1-8

E1-9

Transitieplan voor klimaatmitigatie

Materiële impacts, risico’s en kansen en de wisselwerking daarvan met strategie en businessmodel

Beschrijving van de processen om materiële klimaatimpacts, -risico’s en -kansen in kaart te brengen en te analyseren

Beleid ten aanzien van klimaatmitigatie en klimaatadaptatie

Maatregelen en middelen wat betreft beleid ten aanzien van klimaatverandering

Doelen inzake klimaatmitigatie en klimaatadaptatie

Energieverbruik en -mix

Bruto scope 1-, 2-, 3-emissies en totale broeikasgasemissies

Broeikasgasverwijderingen en projecten voor broeikasgasmitigatie gefinancierd uit carbon credits

Interne koolstofbeprijzing

Beoogde financiële effecten van materiële fysieke en transitierisico’s en potentiële klimaatkansen

- inbegrepen in het hoofdstuk Algemene toelichtingen

Neen, het wordt gefaseerd ingevoerd in de ESRS

Opgenomen (Ja/Deels/Neen en commentaar)

E2 Verontreiniging

ESRS 2 IRO-1

E2-1

E2-2

E2-3

E2-4

E2-5

E2-6

Beschrijving van de processen om materiële verontreinigingsimpacts, -risico’s en -kansen in kaart te brengen en te analyseren

Beleid ten aanzien van verontreiniging

Maatregelen en middelen wat betreft verontreiniging

Doelen wat betreft verontreiniging

Verontreiniging van lucht, water en bodem

Zorgwekkende stoffen en zeer zorgwekkende stoffen

Beoogde financiële effecten van impacts, risico’s en kansen wat betreft verontreiniging

Opgenomen (Ja/Deels/Neen en commentaar)

Neen, dit thema is niet materieel

Neen, dit thema is niet materieel

Neen, dit thema is niet materieel

Neen, dit thema is niet materieel

Neen, dit thema is niet materieel

Neen, dit thema is niet materieel

Neen, dit thema is niet materieel

E3-1

E3-2

E3-3

E3-4

E3-5

water en mariene hulpbronnen materiële impacts, risico’s en kansen in kaart te brengen en te analyseren

Beleid ten aanzien van water en mariene hulpbronnen

Maatregelen en middelen met betrekking tot water en mariene hulpbronnen

Doelen wat betreft water en mariene hulpbronnen

Waterverbruik

Beoogde financiële effecten van impacts, risico’s en kansen wat betreft water en mariene hulpbronnen

E4 Biodiversiteit en ecosystemen

E4-1

ESRS 2 SBM-3

ESRS 2 IRO-1

E4-2

E4-3

E4-4

Transitieplan en meeweging van biodiversiteit en ecosystemen in strategie en businessmodel

Materiële impacts, risico’s en kansen en de wisselwerking daarvan met strategie en businessmodel

Beschrijving van de processen om voor biodiversiteit en ecosystemen materiële impacts, risico’s en kansen in kaart te brengen en te analyseren

Neen, dit thema is niet materieel

Neen, dit thema is niet materieel

Neen, dit thema is niet materieel

Neen, dit thema is niet materieel

Neen, dit thema is niet materieel

Neen, dit thema is niet materieel

Opgenomen (Ja/Deels/Neen en commentaar)

Ja - inbegrepen in het hoofdstuk Algemene toelichtingen

Beleid ten aanzien van biodiversiteit en ecosystemen Ja

Maatregelen en middelen wat betreft biodiversiteit en ecosystemen

Doelen wat betreft biodiversiteit en ecosystemen

E4-5 Impactmaatstaven wat betreft biodiversiteit en ecosystemen

E4-6

Beoogde financiële effecten van risico’s en kansen met betrekking tot biodiversiteit en ecosystemen

E5 Materiaalgebruik en circulaire economie

ESRS 2 IRO-1

E5-1

E5-2

E5-3

E5-4

E5-5

E5-6

Beschrijving van de processen om voor materiaalgebruik en circulaire economie materiële impacts, risico’s en kansen in kaart te brengen en te analyseren

Beleid ten aanzien van materiaalgebruik en circulaire economie

Neen, dit wordt gefaseerd ingevoerd in de ESRS

Opgenomen (Ja/Deels/Neen en commentaar)

Ja - inbegrepen in het hoofdstuk Algemene toelichtingen

Beleid en middelen wat betreft materiaalgebruik en circulaire economie Ja

Doelen wat betreft materiaalgebruik en circulaire economie

Materiaalinstromen

Materiaaluitstromen

Beoogde financiële effecten van impacts, risico’s en kansen wat betreft materiaalgebruik en circulaire economie

Deels, enkel afval

Neen, dit wordt gefaseerd ingevoerd in de ESRS

E3 Water en mariene hulpbronnen
Opgenomen (Ja/Deels/Neen en commentaar)
ESRS 2 IRO-1
Beschrijving van de processen om voor

Sociale standaarden

S1 Eigen personeel

ESRS 2 SBM-2 Belangen en opvattingen van stakeholders

ESRS 2 SBM-3 S1

S1-1

Opgenomen (Ja/Deels/Neen en commentaar)

Ja - inbegrepen in het hoofdstuk Algemene toelichtingen

Materiële impacts, risico’s en kansen en de wisselwerking daarvan met strategie en businessmodel Ja

Beleid ten aanzien van eigen personeel Ja

S1-2 Processen om met eigen werknemers en werknemersvertegenwoordigers te overleggen over impacts Ja

S1-3 Processen voor herstel van negatieve impacts en kanalen voor eigen personeel om zorgen kenbaar te maken Ja

S1-4

Acteren op materiële impacts op eigen personeel, en benaderingen om wat eigen personeel betreft materiële risico’s te beheersen en materiële kansen te benutten, en de effectiviteit van die maatregelen Ja

S1-5 Doelen wat betreft het beheersen van materiële negatieve impacts, het bevorderen van positieve impacts en het beheersen van materiële risico’s en kansen Ja

S1-6 Kenmerken van de werknemers van de onderneming

S1-7 Kenmerken van medewerkers niet in loondienst onder het eigen personeel van de onderneming

Ja

Neen, dit wordt gefaseerd ingevoerd in de ESRS

S1-8 Cao-dekkingsgraad en sociale dialoog Ja

S1-9 Diversiteitsmaatstaven Ja

S1-10 Leefbare lonen Ja

S1-11

S1-12

Sociale bescherming

Mensen met een beperking

S1-13 Maatstaven voor opleiding en ontwikkeling van vaardigheden

Neen, dit wordt gefaseerd ingevoerd in de ESRS

Neen, dit thema is niet materieel

Neen, dit wordt gefaseerd ingevoerd in de ESRS

S1-14 Veiligheids- en gezondheidsmaatstaven Ja

S1-15 Maatstaven voor werk-privébalans

S1-16 Beloningsmaatstaven (loonkloof en totale beloning)

S1-17 Incidenten, klachten en ernstige impacts op het gebied van mensenrechten

Neen, dit wordt gefaseerd ingevoerd in de ESRS

Ja

Ja

S2 Werknemers in de waardeketen

ESRS 2 SBM-2 Belangen en opvattingen van stakeholders

ESRS 2 SBM-3 S2 Materiële impacts, risico’s en kansen en de wisselwerking daarvan met strategie en businessmodel

S2-1 Beleid ten aanzien van werknemers in de waardeketen

S2-2 Processen om met werknemers in de waardeketen te overleggen over impacts

S2-3 Herstelprocessen voor negatieve impacts en kanalen voor werknemers in de waardeketen om zorgen kenbaar te maken

S2-4 Acteren op materiële impacts op werknemers in de waardeketen, en benaderingen om wat betreft werknemers in de waardeketen materiële risico’s te beheersen en materiële kansen te benutten, en de effectiviteit van die maatregelen

S2-5 Doelen wat betreft het beheersen van materiële negatieve impacts, het bevorderen van positieve impacts en het beheersen van materiële risico’s en kansen

Opgenomen (Ja/Deels/Neen en commentaar)

Ja - inbegrepen in het hoofdstuk Algemene toelichtingen

Algemene toelichtingen

ESRS 2 SBM-3 S3 Materiële impacts, risico’s en kansen en de wisselwerking daarvan met strategie en businessmodel

S3-1

Beleid ten aanzien van getroffen gemeenschappen

S3-2 Processen om met getroffen gemeenschappen te overleggen over impacts

S3-3 Herstelprocessen voor negatieve impacts en kanalen voor getroffen gemeenschappen om zorgen kenbaar te maken

S3-4

Acteren op materiële impacts op getroffen gemeenschappen en benaderingen om wat betreft getroffen gemeenschappen materiële risico’s te beheersen en materiële kansen te benutten, en de effectiviteit van die maatregelen

S3-5 Doelen wat betreft het beheersen van materiële negatieve impacts, het bevorderen van positieve impacts en het beheersen van materiële risico’s en kansen

S4 Consumenten en eindgebruikers

ESRS 2 SBM-2

S4-1

Materiële impacts, risico’s en kansen en de wisselwerking daarvan met strategie en businessmodel

Beleid ten aanzien van consumenten en eindgebruikers

S4-2 Processen om met consumenten en eindgebruikers te overleggen over impacts

S4-3

S4-4

S4-5

Herstelprocessen voor negatieve impacts en kanalen voor consumenten en eindgebruikers om zorgen kenbaar te maken

Acteren op materiële impacts op consumenten en/of eindgebruikers en benaderingen om met betrekking tot consumenten en eindgebruikers materiële risico’s te beheersen en materiële kansen te benutten, en de effectiviteit van die maatregelen

Doelen wat betreft het beheersen van materiële negatieve impacts, het bevorderen van positieve impacts en het beheersen van materiële risico’s en kansen

Neen, dit thema is niet materieel

Neen, dit thema is niet materieel

Neen, dit thema is niet materieel

Neen, dit thema is niet materieel

Neen, dit thema is niet materieel

Neen, dit thema is niet materieel

S3 Getroffen gemeenschappen
Opgenomen (Ja/Deels/Neen en commentaar)
ESRS 2 SBM-2 Belangen en opvattingen van stakeholders
Ja - inbegrepen in het hoofdstuk
Opgenomen (Ja/Deels/Neen en commentaar)

Governance standaarden

G1 Zakelijk gedrag

ESRS 2 GOV-1 De rol van de bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen

ESRS 2 IRO-1

Beschrijving van de processen om materiële impacts, risico's en mogelijkheden in kaart te brengen en te analyseren

G1-1 Beleid ten aanzien van zakelijk gedrag en bedrijfscultuur

Opgenomen (Ja/Deels/Neen en commentaar)

Ja - inbegrepen in het hoofdstuk Algemene toelichtingen

Ja - inbegrepen in het hoofdstuk Algemene toelichtingen

Ja

G1-2 Beheer van relaties met leveranciers Ja

G1-3 Preventie en opsporing van corruptie of omkoping Ja

G1-4 Incidenten van corruptie of omkoping

G1-5 Politieke invloed en lobbyactiviteiten

G1-6

Betalingspraktijken

Neen, dit thema is niet materieel

Deels, politieke invloed is geen materieel thema voor het segment Elia Transmission België

Neen, dit thema is niet materieel

5.2 Lijst van datapunten in dwarsdoorsnijdende en thematische standaarden die voortkomen uit andere EU-wetgeving (ESRS2

Bijlage B)

In de onderstaande tabel staan de datapunten die voortvloeien uit andere EU-wetgeving zoals vermeld in ESRS 2, bijlage B, met vermelding van de plaats waar deze in het jaarverslag te vinden zijn en welke datapunten tijdens de dubbele materialiteitsanalyse als ‘niet materieel’ werden beschouwd.

Referentie

Verordening

Rapportage-eis Datapunt en beschrijving

Duurzaamheids informatie (SFDR) Pijler 3referentie

ESRS 2 GOV-1 alinea 21(d) – Genderdiversiteit raad van bestuur X

ESRS 2 GOV-1 alinea 21(e) – Percentage onafhankelijke bestuurders

Referentie benchmark verordening

Referentie EUKlimaatwet Sectie waar het datapunt vermeld wordt

governance verslag / 1.2. Raad van bestuur en 1.3 Diversiteit binnen de Raad van Bestuur

verslag / 1.2. Raad van bestuur

ESRS 2 GOV-4 alinea 30 – Due-diligenceverklaring X GOV-4 - Due-diligenceverklaring

ESRS 2 SBM-1 alinea 40(d) i. – Betrokkenheid bij activiteiten m.b.t. activiteiten fossiele brandstoffen

ESRS 2 SBM-1 alinea 40(d) ii. – Betrokkenheid bij activiteiten m.b.t. chemische productie X

ESRS 2 SBM-1 alinea 40(d) iii. – – Betrokkenheid bij activiteiten m.b.t. controversiële wapens

ESRS 2 SBM-1 alinea 40(d) iv. – Betrokkenheid bij activiteiten m.b.t. teelt en productie tabak

ESRS E1-1 alinea 14 – Transitieplan om tegen 2050 klimaatneutraliteit te bereiken

ESRS E1-1 alinea 16(g) – Ondernemingen uitgesloten van op Overeenkomst van Parijs afgestemde benchmarks

ESRS E1-4 alinea 34 – Doelen BKG-emissiereductie

ESRS E1-5 alinea 38 – Totaal energieverbruik uit hernieuwbare bronnen, uitgesplitst naar bronnen (alleen sectoren met grote klimaatimpact)

ESRS E1-5 alinea 37 – Energieverbruik en -mix

ESRS E1-5 alinea’s 40-43 – Energie-intensiteit activiteiten in sectoren met grote klimaatimpact

ESRS E1-6 alinea 44 – Bruto scope 1-, 2-, 3-emissies en totale broeikasgasemissies

ESRS E1-6 alinea’s 53-55 – Intensiteit bruto-BKG- emissies

Negatieve verklaring in SBM-1 - Strategie, businessmodel en waardeketen

Negatieve verklaring in SBM-1 - Strategie, businessmodel en waardeketen

Negatieve verklaring in SBM-1 - Strategie, businessmodel en waardeketen

Negatieve verklaring in SBM-1 - Strategie, businessmodel en waardeketen

X E1-1 - Transitieplan voor klimaatmitigatie

Negatieve verklaring in E1-1 - Transitieplan voor klimaatmitigatie

E1-4 - Doelen inzake klimaatmitigatie en klimaatadaptatie

De segment van Elia Transmission België uit de tabel bij E1-5 - Energieverbruik en energiemix

E1-5 - Energieverbruik en energiemix

Energie-intensiteit op basis van netto-opbrengst

E1-6 - Bruto scope 1-, 2-, 3-emissies en totale BKG-emissies

BKG-intensiteit op basis van netto-opbrengst

ESRS E1-7 alinea 56 – BKG-verwijderingen en carbon credits X E1-7 - Broeikasgasverwijderingen

Rapportage-eis Datapunt en beschrijving

ESRS E1-9 alinea 66 – Blootstelling benchmarkportefeuille aan fysieke klimaatrisico’s

ESRS E1-9 alinea 66 – Blootstelling benchmarkportefeuille aan fysieke klimaatrisico’s

ESRS E1-9 alinea 66(a) – Uitsplitsing geldbedragen in acuut en chronisch fysiek risico

ESRS E1-9 alinea 67(c) – Uitsplitsing boekwaarde vastgoedactiva naar energie-efficiëntieklasse

ESRS E2-4 alinea 28 – Hoeveelheid emissies naar lucht, water en bodem van elke verontreinigende stof in bijlage II bij EPRTR- verordening (Europees register uitstoot en overbrenging verontreinigende stoffen)

ESRS E3-1 alinea 9 – Water en mariene hulpbronnen

ESRS E3-1 alinea 13 – Specifiek beleid

ESRS E3-1 alinea 14 – Duurzame oceanen en zeeën

ESRS E3-4 alinea 28(c) – Totale hoeveelheid gerecycleerd en hergebruikt water

ESRS E3-4 alinea 29 – Totale waterverbruik in m³ per netto-opbrengst eigen activiteiten

ESRS 2 SBM-3 E4 alinea 16(a)

Referentie

Verordening

Duurzaamheids informatie (SFDR) Pijler 3referentie

Referentie benchmark verordening

Referentie EUKlimaatwet Sectie waar het datapunt vermeld wordt

Dit datapunt wordt gefaseerd ingevoerd volgens de ESRS.

datapunt wordt gefaseerd ingevoerd volgens de ESRS.

datapunt wordt gefaseerd ingevoerd volgens de ESRS.

datapunt wordt gefaseerd ingevoerd volgens de ESRS.

De E2-standaard is niet materieel voor Elia Transmission België

De E3-standaard is niet materieel voor Elia Transmission België

De E3-standaard is niet materieel voor Elia Transmission België

De E3-standaard is niet materieel voor Elia Transmission België

De E3-standaard is niet materieel voor Elia Transmission België

De E3-standaard is niet materieel voor Elia Transmission België

SBM-3 – Materiële impacts, risico’s en kansen en de wisselwerking daarvan met strategie en businessmodel

ESRS 2 SBM-3 E4 alinea 16(b) X

ESRS 2 SBM-3 E4 alinea 16(c) X

ESRS E4-2 alinea 24(b) – Praktijken of beleid duurzaam beheer bodem / duurzame landbouw X

ESRS E4-2 alinea 24(c) – Praktijken of beleid duurzaam beheer oceanen / zee X

ESRS E4-2 alinea 24(d) – Beleid tegen ontbossing X

ESRS E5-5 alinea 37(d) – Niet-gerecycleerd afval X

ESRS E5-5 alinea 39 – Gevaarlijk afval en radioactief afval X

ESRS 2- SBM3 – S1 alinea 14(f) – Risico incidenten gedwongen arbeid X

ESRS 2- SBM3 – S1 alinea 14(g) – Risico incidenten kinderarbeid X

SBM-3 – Materiële impacts, risico’s en kansen en de wisselwerking daarvan met strategie en businessmodel

SBM-3 – Materiële impacts, risico’s en kansen en de wisselwerking daarvan met strategie en businessmodel

Geen materieel thema

Geen materieel thema

E4-2 - Beleid ten aanzien van biodiversiteit en ecosystemen

E5-5 - Materiaaluitstromen

E5-5 - Materiaaluitstromen

Geen geïdentificeerd risico

Geen geïdentificeerd risico

Rapportage-eis

Datapunt en beschrijving

ESRS S1-1 alinea 20 – Toezeggingen op gebied van mensenrechtenbeleid

ESRS S1-1 alinea 21 – Due-diligencebeleid rond kwesties aan de orde in fundamentele verdragen 1 t/m 8 van Internationale Arbeidsorganisatie

Referentie

Verordening

Duurzaamheids informatie (SFDR) Pijler 3referentie

Referentie benchmark verordening

Referentie EUKlimaatwet Sectie waar het datapunt vermeld wordt

S1-1 - Beleid ten aanzien van eigen personeel

S1-1 - Beleid ten aanzien van eigen personeel

ESRS S1-1 alinea 22 – Procedures en maatregelen ter voorkoming van mensenhandel X Geen geïdentificeerd risico

ESRS S1-1 alinea 23 – Beleid of beheersysteem ter voorkoming van arbeidsongevallen

ESRS S1-3 alinea 32(c) – Klachtenregelingen X

ESRS S1-14 Alinea’s 88(b) en (c) – Aantal sterfgevallen en aantal en aandeel arbeidsongevallen

ESRS S1-14 alinea 88(e) – Aantal verzuimdagen als gevolg van letsel, ongevallen, dodelijke ongevallen of ziekte

ESRS S1-16 alinea 97(a) – Niet-gecorrigeerde loonkloof man-vrouw

ESRS S1-16 alinea 97(b) – Ratio buitensporige beloning CEO X

ESRS S1-17 alinea 103(a) – Gevallen van discriminatie

ESRS S1-17 alinea 104(a) – Niet-nakoming ‘UNGPs on Business and Human Rights’ en OESO-richtlijnen

ESRS 2- SBM3 – S2 alinea 11(b) – Aanzienlijk risico kinderarbeid of gedwongen arbeid in waardeketen

ESRS S2-1 alinea 17 – Toezeggingen op gebied van mensenrechtenbeleid

ESRS S2-1 alinea 18) – Beleid ten aanzien van werknemers in de waardeketen

ESRS S2-1 alinea 19 – Niet-nakoming ‘UNGPs on Business and Human Rights’ en OESO-richtlijnen

ESRS S2-1 alinea 19 – Due-diligencebeleid rond kwesties aan de orde in fundamentele verdragen 1 t/m 8 van Internationale Arbeidsorganisatie

ESRS S2-4 alinea 36 – Mensenrechtenproblemen en -incidenten m.b.t. upstream- en downstreamwaardeketen

ESRS S3-1 alinea 16 – Toezeggingen op gebied van mensenrechtenbeleid

ESRS S3-1 alinea 17 – Niet-nakoming ‘UNGPs on Business and Human Rights’, IAO-beginselen en/of OESO- richtlijnen

S1-1 - Beleid ten aanzien van eigen personeel

S1-3 - Herstelprocessen voor negatieve impacts en kanalen voor eigen werknemers om zorgen kenbaar te maken

S1-14 - Veiligheids- en gezondheidsmaatstaven

S1-14 - Veiligheids- en gezondheidsmaatstaven

S1-16 - Beloningsmaatstaven

S1-16 - Beloningsmaatstaven

S1-17 - Incidenten, klachten en ernstige impacts op het gebied van mensenrechten

S1-17 - Incidenten, klachten en ernstige impacts op het gebied van mensenrechten

Geen geïdentificeerd risico

S2-1- Beleid inzake werknemers in de waardeketen

S2-1- Beleid inzake werknemers in de waardeketen

S2-1- Beleid inzake werknemers in de waardeketen

S2-1- Beleid inzake werknemers in de waardeketen

S2-4 - Acteren op materiële impacts, risico's en kansen met betrekking tot werknemers in de waardeketen

S3-1 - Beleid ten aanzien van getroffen gemeenschappen

S3-1 - Beleid ten aanzien van getroffen gemeenschappen

Rapportage-eis Datapunt en beschrijving

Referentie

Verordening

Duurzaamheids informatie (SFDR) Pijler 3referentie

ESRS S3-4 alinea 36 – Mensenrechtenproblemen en -incidenten X

ESRS S4-1 alinea 16 – Beleid ten aanzien van consumenten en eindgebruikers X

ESRS S4-1 alinea 17 – Niet-nakoming ‘UNGPs on Business and Human Rights’ en OESO-richtlijnen

ESRS S4-4 alinea 35 – Mensenrechtenproblemen en -incidenten X

ESRS G1-1 §10b) – Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie X

ESRS G1-1 §10d) – Bescherming van klokkenluiders X

Referentie benchmark verordening

Referentie EUKlimaatwet Sectie waar het datapunt vermeld wordt

S3-4 - Acteren op materiële impacts, risico's en kansen met betrekking tot getroffen gemeenschappen

De S4-standaard is niet materieel voor Elia Transmission België

De S4-standaard is niet materieel voor Elia Transmission België

De S4-standaard is niet materieel voor Elia Transmission België

G1-1 - Beleid ten aanzien van bedrijfscultuur en zakelijk gedrag

G1-1 - Beleid ten aanzien van zakelijk gedrag en bedrijfscultuur

ESRS G1-4 alinea 24(a) – Geldboeten voor overtredingen wetgeving tegen corruptie en omkoping X X Geen materieel thema

ESRS G1-4 alinea 24(b) – Normen bestrijding corruptie en omkoping X Geen materieel thema

Geconsolideerde jaarrekening

Geen transitie zonder transmissie. Onze strategische investeringen zijn essentieel om de elektrificatie te faciliteren, aan de groeiende vraag naar elektriciteit te voldoen en meer hernieuwbare energiebronnen in het net te integreren. We handelen in het belang van de samenleving en zetten ons in voor een duurzame en betrouwbare energietoekomst voor iedereen.

Inhoudstafel

Sectie

Geconsolideerde jaarrekening

Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening

1. Verslaggevende entiteit

2. Basis voor presentatie

2.1. Verkaring van naleving

2.2. Functionele en presentatievaluta

2.3. Waarderingsgrondslag

2.4. Continuïteit

2.5. Gebruik van ramingen en beoordelingen

2.6. Verklaring van de verantwoordelijke personen

3. Belangrijke grondslagen voor financiële verslaggeving

3.1. Consolidatiegrondslag

3.2. Omrekeningsverschillen

3.3. Overzicht van de financiële positie

3.3.1 Materiële vaste activa

3.3.2 Immateriële vaste activa

3.3.3 Goodwill

3.3.4 Handels-en overige schulden

3.3.5 Voorraden

3.3.6 Geldmiddelen en kasequivalenten

3.3.7 Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa

3.3.8 Financiële activa

3.3.9 Afgeleide financiële instrumenten en hedge accounting

3.3.10 Eigen vermogen

3.3.11 Financiële verplichtingen

3.3.12 Personeelsbeloningen

3.3.13 Voorzieningen

3.3.14 Handels-en overige schulden

Pagina

3.3.15 Overige langlopende verplichtingen

3.3.16 Contractvorderingen/verplichtingen

3.3.17 Leaseovereenkomsten

3.3.18 Gereguleerde overlopende rekeningen

3.4. Posten in de resultatenrekening

3.4.2

3.5. Overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten en mutatie van het eigen vermogen

4.3 Niet-gereguleerd segment en Nemo Link

4.4 Aansluiting van de informatie over te rapporteren segmenten met IFRS-bedragen

5. Elementen van de geconsolideerde winst-en verliesrekening en niet-gerealiseerde resultaten

5.1. Bedrijfsopbrengsten, netto inkomten (kosten) van het afrekeningsmechanisme en overige bedrijfsopbrengsten

5.2. Bedrijfskosten

5.3. Nettofinancieringskosten

5.4. Winstbelastingen

5.5. Winst per aandeel (WPA)

5.6. Niet-gerealiseerde resultaten

6. Elementen van de geconsolideerde balans

6.1. Materiële vaste activa

6.2. Immateriële vaste activa

6.3. Goodwill

6.4. Langlopende handels- en overige vorderingen

6.5. Investeringen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode

6.5.1 Joint ventures

Sectie Pagina

6.6. Overige financiële vaste activa

6.7. Afgeleide instrumenten

6.8. Uitgestelde belastingvorderingen en - verplichtingen

6.9. Voorraden

6.10. Kortlopende handels- en overige vorderingen, over te dragen kosten en verkregen opbrengsten

6.11. Actuele belastingvorderingen en - verplichtingen

6.12. Geldmiddelen en kasequivalenten

6.13. Eigen vermogen

6.13.1. Eigen vermogen toe te rekenen aan de eigenaars van de vennootschap

6.14. Rentedragende leningen en financieringsverplichtingen

6.15. Personeelsbeloningen

6.16. Voorzieningen

6.17. Contractvorderingen/verplichtingen

6.18. Overige langlopende verplichtingen

6.19. Handels- en overige schulden

6.20. Financiële instrumenten - reële waarden

6.21. Leasing

6.22. Over te dragen opbrengsten en toe te rekenen kosten

7. Structuur van de Groep

8. Andere toelichtingen

8.1. Beheer van financiële risico's en derivaten

8.2. Toezeggingen en voorwaardelijke verplichtingen

8.3. Verbonden partijen

8.4. Gebeurtenissen na balansdatum

8.5. Macro-economische, geopolitieke en klimaatgerelateerde aspecten

8.6. Diensten verleend door de commissarissen

9. Regelgevend kader en tarieven

9.1. Regelgevend kader in België

9.1.1 Federale wetgeving

9.1.2 Gewestelijke wetgeving

9.1.3 Regelgevende instanties

9.1.4 Tariefbepaling

9.2. Regelgevend kader voor Nemo Link interconnector 261

Informatie met betrekking tot de moedervennootschap

Financiële termen of Alternatieve prestatiemaatstaven 265

Geconsolideerde jaarrekening

Geconsolideerde winst- en verliesrekening (in miljoen €) - Periode eindigend op 31 december

vóór winstbelastingen

Winst toe te rekenen aan:

Eigenaars van gewone aandelen van de moedermaatschappij

Minderheidsbelangen

Winst per aandeel (in €)

De Toelichtingen (1-9) maken integraal deel uit van deze geconsolideerde jaarrekening. Afronding – Alle cijfers in dit rapport werden afgerond. De gerapporteerde varianties werden berekend op basis van de brongegevens vóór afronding, waardoor varianties ogenschijnlijk kunnen afwijken.

Geconsolideerde winst- en verliesrekening en andere niet-gerealiseerde resultaten

(in miljoen €) - Periode eindigend op 31 december

Winst over de verslagperiode

Niet-gerealiseerde resultaten

Elementen die zijn of kunnen overgeboekt worden naar de winst- en verliesrekening:

Effectief deel van aanpassingen in de reële waarde van kasstroomafdekkingen

Belastingimpact op deze elementen

Elementen die nooit naar de winst- en verliesrekening worden overgeboekt:

Herwaarderingen van verplichtingen voor vergoedingen na uitdiensttreding

op deze elementen

Niet-gerealiseerde resultaten over de verslagperiode, na belastingen

Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten over

Winst toe te rekenen aan:

gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten over de verslagperiode

De Toelichtingen (1-9) maken integraal deel uit van deze geconsolideerde jaarrekening. Afronding – Alle cijfers in dit rapport werden afgerond. De gerapporteerde varianties werden berekend op basis van de brongegevens vóór afronding, waardoor varianties ogenschijnlijk kunnen afwijken.

Geconsolideerde financiële positie

(in miljoen €) - Per Toelichting 31 december 2025 31 december 2024

De Toelichtingen (1-9) maken integraal deel uit van deze geconsolideerde jaarrekening. Afronding – Alle cijfers in dit rapport werden afgerond. De gerapporteerde varianties werden berekend op basis van de brongegevens vóór afronding, waardoor varianties ogenschijnlijk kunnen afwijken. Een nieuwe post, "Contractvorderingen", is toegevoegd ten opzichte van het jaarverslag van 2024. Het bedrag dat als vergelijkende cijfers per 31 december 2024 wordt gepresenteerd, was voorheen opgenomen onder "Handels- en overige vorderingen".

Eigen vermogen en verplichtingen

te rekenen aan de eigenaars van de Vennootschap

Minderheidsbelang

opbrengsten en toe te rekenen kosten

De Toelichtingen (1-9) maken integraal deel uit van deze geconsolideerde jaarrekening. Afronding – Alle cijfers in dit rapport werden afgerond. De gerapporteerde varianties werden berekend op basis van de brongegevens vóór afronding, waardoor varianties ogenschijnlijk kunnen afwijken. Een nieuwe post, "Contractverplichtingen", is toegevoegd ten opzichte van het jaarverslag van 2024. Het bedrag dat als vergelijkende cijfers per 31 december 2024 wordt gepresenteerd, was voorheen opgenomen onder de langlopende "Overige verplichtingen

Geconsolideerd overzicht van mutaties in het eigen vermogen

(in miljoen €) - Periode eindigend op 31 december

Aandelenkapitaal Uitgiftepremie

Afdekkings -reserves Reserves Ingehouden winst

Nettowinst toe te rekenen aan eigenaars van gewone aandelen Minderheids belang Totaal eigen vermogen

Transacties met eigenaars, rechtstreeks verwerkt in het eigen vermogen

Transacties met eigenaars, rechtstreeks verwerkt in het eigen vermogen

per 31 december 2025

*Vanaf 2025 worden de transactiekosten in mindering gebracht van de uitgiftepremies (voorheen in mindering gebracht van het aandelenkapitaal). De emissiekosten van eerdere jaren zijn eveneens opnieuw geclassificeerd en worden nu weergegeven onder de lijn “Andere”

De Toelichtingen (1-9) maken integraal deel uit van deze geconsolideerde jaarrekening. Afronding – Alle cijfers in dit rapport werden afgerond. De gerapporteerde varianties werden berekend op basis van de brongegevens vóór afronding, waardoor varianties ogenschijnlijk kunnen afwijken.

Geconsolideerde

Geconsolideerd kasstroomoverzicht

(in miljoen €) − periode eindigend per 31 december

Kasstroom uit bedrijfsactiviteiten

over de verslagperiode

Aanpassing voor:

Aandeel in resultaat van investeringen verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode, na belasting

en waardeverminderingen

Verlies / (opbrengst) op verkoop van materiële en immateriële activa

Bijzondere waardeverminderingen op vlottende activa

Mutatie van waardering naar reële waarde van financiële activa via resultaat

Toelichting 2025 2024

Verwerving van immateriële activa

Verwerving van materiële activa

Nettokasstroom investeringsactiviteiten

De Toelichtingen (1-9) maken integraal deel uit van deze geconsolideerde jaarrekening. Afronding – Alle cijfers in dit rapport werden afgerond. De gerapporteerde varianties werden berekend op basis van de brongegevens vóór afronding, waardoor varianties ogenschijnlijk kunnen afwijken.

(in miljoen €) − periode eindigend per 31 december

Opbrengst uit de uitgiften van aandelenkapitaal

Kosten verbonden bij uitgifte van aandelenkapitaal (6.13) (9,7)

Kosten verbonden bij investeringsactiviteiten (3,3)

Betaald dividend (-) (6.13)

(40,8) Aflossing van opgenomen leningen (-)

van opgenomen leningen (+)

Non-controlling interests

Nettokasstroom uit (gebruikt bij) financieringsactiviteiten

Netto-toename (afname) van

en kasequivalenten

De Toelichtingen (1-9) maken integraal deel uit van deze geconsolideerde jaarrekening. Afronding – Alle cijfers in dit rapport werden afgerond. De gerapporteerde varianties werden berekend op basis van de brongegevens vóór afronding, waardoor varianties ogenschijnlijk kunnen afwijken.

Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening

1. Verslaggevende entiteit

Elia Transmission Belgium NV/SA (de ‘Vennootschap’ of ‘Elia’) is gevestigd in België en heeft haar maatschappelijke zetel te Keizerslaan 20, B-1000 Brussel. De geconsolideerde jaarrekening voor het boekjaar 2025 omvat de jaarrekening van Elia Transmission Belgium NV/SA en haar dochterondernemingen (hierna aangeduid als de ‘Groep’ of ‘Elia Transmission Belgium Group’) en het belang van de Groep in joint ventures en geassocieerde ondernemingen.

De Vennootschap is een naamloze vennootschap en is een dochtervennootschap van Elia Group NV/SA, waarvan de aandelen genoteerd staan op Euronext Brussels, onder de kenletters ELI en waarvan de referentieaandeelhouder NextGrid Holding is, een samenwerkingsverband dat in januari 2025 is opgericht tussen Publi-T SCRL/CVBA en de internationale industriële groep Fluxys SA/NV.

Elia Transmission Belgium NV/SA is aangewezen als Belgische transmissienetbeheerder voor elektriciteit (TNB) en moet voldoen aan het reglementair kader/de wetgeving die van toepassing is voor de TNB. (zie deel 9).

De Groep heeft ook een belang van 50% in Nemo Link Ltd., dat een elektrische interconnector heeft gebouwd tussen het VK en België die bekend staat als de Nemo Linkinterconnector. Nemo Link Ltd. is een joint venture met National Grid Ventures (VK) en begon zijn commerciële activiteiten op 30 januari 2019 met een uitwisselingscapaciteit van 1.000 MW.

Elia Transmission Belgium heeft ongeveer 2.000 werknemers en een transmissienet verspreid over heel België van hoogspanningsverbindingen die 11 miljoen consumenten bedienen. De Elia groep zorgt voor efficiënt, betrouwbaar en veilig transport van de elektriciteit van de producenten naar de distributienetbeheerders en de grote industriële gebruikers, alsook voor de in- en uitvoer van elektriciteit van en naar de buurlanden. De Groep is een drijvende kracht in de ontwikkeling van de Europese elektriciteitsmarkt en de integratie van hernieuwbare energie. De missie van Elia is het realiseren van de klimaatambities van de Europese Green Deal. De energietransitie is een uitdaging, maar biedt ook kansen.

2. Basis voor presentatie

2.1. Verkaring van naleving

De geconsolideerde jaarrekening werd opgesteld in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS), zoals aangenomen voor gebruik in de Europese Unie. Daarbij heeft de Groep alle door de International Accounting Standards Board (IASB) gepubliceerde nieuwe en herziene standaarden en interpretaties toegepast die gelden voor het boekjaar beginnend op 1 januari 2025 en die toepasselijk zijn voor de activiteiten van de Groep.

Nieuwe en herziene standaarden en interpretaties

De hieronder opgesomde standaarden, wijzigingen en interpretaties traden in werking in 2025, met weinig of beperkte impact op de Groep:

–Aanpassingen aan IAS 21 De gevolgen van wisselkoerswijzigingen: Gebrek aan inwisselbaarheid

De nieuwe en gewijzigde standaarden en interpretaties die zijn uitgegeven, maar nog niet van kracht zijn op de datum van publicatie van de geconsolideerde financiële staten van de Groep, worden hieronder toegelicht. De Groep is van plan deze nieuwe en gewijzigde standaarden en interpretaties, indien van toepassing, toe te passen zodra ze van kracht worden.

—IFRS 18 Presentatie en toelichting in de jaarrekening (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2027, goedgekeurd binnen de Europese Unie op 13 februari 2026);

—IFRS 19 Dochterondernemingen zonder publieke verantwoordingsplicht – Toelichtingen (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2027 maar nog niet goedgekeurd binnen de Europese Unie);

—Aanpassingen aan IFRS 19 Dochterondernemingen zonder publieke verantwoordingsplicht – Toelichtingen (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2027 maar nog niet goedgekeurd binnen de Europese Unie);

—Aanpassingen aan IFRS 9 en IFRS 7 Classificatie en waardering van financiële instrumenten (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2026, goedgekeurd binnen de Europese Unie op 27 mei 2025);

—Jaarlijkse Verbeteringen – Volume 11 (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2026, goedgekeurd binnen de Europese Unie op 9 juli 2025);

—Aanpassingen aan IFRS 9 en IFRS 7 Contracten met betrekking tot natuurafhankelijke elektriciteit (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2026, goedgekeurd binnen de Europese Unie op 30 juni 2025);

—Aanpassingen aan IAS 21 De gevolgen van wisselkoerswijzigingen – Vertaling naar een presentatiemunteenheid van een hyperinflatoire economie (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2027 maar nog niet goedgekeurd binnen de Europese Unie)

De Groep verwacht niet dat de hierboven vermelde standaarden en wijzigingen een materiële impact zullen hebben op haar geconsolideerde financiële staten, met uitzondering van IFRS 18. Hieronder hebben wij de geïdentificeerde impact van de toepassing van IFRS 18 op de datum van dit verslag toegelicht.

De Groep heeft de mogelijke impact van de nieuwe IFRS Accounting Standards en gerelateerde wijzigingen van andere toepasselijke IFRS Accounting Standards op onze financiële staten bij een eerste toepassing beoordeeld.

IFRS 18 introduceert een nieuw classificatiesysteem dat de presentatie van de geconsolideerde resultatenrekening als volgt zal beïnvloeden:

–De operationele categorie zal alle opbrengsten en kosten omvatten die niet in één van de vier andere categorieën kunnen worden ingedeeld. De meeste posten die momenteel in onze EBIT zijn opgenomen, zullen aan deze operationele categorie worden toegewezen.

–De investeringscategorie zal voornamelijk opbrengsten en kosten omvatten voortvloeiend uit investeringen die volgens de vermogensmutatiemethode worden verwerkt, evenals

uit liquide middelen en kasequivalenten. Deze posten worden momenteel opgenomen in het financieel resultaat en zullen naar de investeringscategorie worden overgeheveld.

–De financieringscategorie zal hoofdzakelijk opbrengsten en kosten omvatten die voortvloeien uit transacties die uitsluitend betrekking hebben op het aantrekken van financiering, of posten die voortkomen uit transacties die niet uitsluitend betrekking hebben op het aantrekken van financiering. Dit betreft voornamelijk posten die momenteel in ons financieel resultaat worden gepresenteerd, zoals rentelasten op converteerbare obligaties en leaseverplichtingen.

Valutaverschillen (momenteel opgenomen in het financieel resultaat) zullen op basis van de aard van het onderliggende element worden toegewezen:

–Valutaverschillen (opbrengsten en kosten) die verband houden met financieringsposten zullen worden gepresenteerd in de financieringscategorie;

–Valutaverschillen met betrekking tot liquide middelen en kasequivalenten zullen worden gepresenteerd in de investeringscategorie;

–Valutaverschillen met betrekking tot handelsvorderingen of handelsschulden zullen worden geclassificeerd in de operationele categorie.

De categorie inkomstenbelastingen zal de posten omvatten die momenteel onder inkomstenbelastingen worden gepresenteerd.

Dit alles zal resulteren in drie nieuwe subtotalen:

–Het operationeel resultaat zal alle opbrengsten en kosten omvatten die in de operationele categorie zijn ingedeeld;

–Het resultaat vóór financiering en rentelasten zal alle opbrengsten en kosten omvatten die in de operationele of investeringscategorie zijn ingedeeld. Dit stemt niet overeen met onze EBIT aangezien bepaalde posten van het financieel resultaat naar de operationele of investeringscategorie zullen worden overgeheveld;

–Het subtotaal winst of verlies, dat gelijk is aan onze nettowinst/-verlies van de periode.

Nieuwe toelichtingen zullen worden toegevoegd:

–Door het management gedefinieerde prestatiemaatstaven

–Specificatie van kosten naar aard wanneer de kosten worden gepresenteerd volgens functie in de operationele categorie van de winst-en-verliesrekening

Daarnaast zullen wijzigingen in IAS 7 een impact hebben op het geconsolideerde kasstroomoverzicht. Volgens de indirecte methode zal de kasstroom uit operationele activiteiten niet langer gebaseerd zijn op de nettowinst/-verlies van de periode, maar op het nieuwe subtotaal operationeel resultaat. Bovendien zullen betaalde en ontvangen interesten, die momenteel uitsluitend worden gepresenteerd in de kasstroom uit operationele activiteiten, worden geherclassificeerd naar kasstromen uit financieringsactiviteiten (betaalde interest) of kasstromen uit investeringsactiviteiten (ontvangen interesten en dividenden). Als gevolg hiervan zal de vrije kasstroom, die is gebaseerd op de kasstroom uit operationele activiteiten, worden beïnvloed.

De Groep zal IFRS 18 en de gerelateerde wijzigingen van andere standaarden toepassen voor het boekjaar dat begint op 1 januari 2027. De standaard zal retrospectief worden toegepast overeenkomstig IAS 8, wat een reconciliatie vereist voor elke lijn van de vergelijkende periode die zal worden opgenomen in het jaarverslag 2027. De tussentijdse financiële staten voor het boekjaar 2027 zullen eveneens worden opgesteld in overeenstemming met de nieuwe standaard.

De verwachte impact is gebaseerd op redelijke informatie die beschikbaar was voordat dit jaarverslag werd goedgekeurd voor publicatie. Deze kan evolueren op basis van nieuwe informatie die later beschikbaar komt.

Daarnaast volgt de Groep nauwlettend de ontwikkelingen met betrekking tot de aankomende IFRS 20 standaard voor activiteiten onder tariefregulering (rate regulated activities). De definitieve standaard wordt verwacht in het tweede kwartaal van 2026.

2.2. Functionele en presentatievaluta

De geconsolideerde jaarrekening wordt gepresenteerd in miljoen euro, afgerond op het dichtstbijzijnde honderdduizendtal, tenzij anders vermeld.

2.3. Waarderingsgrondslag

Algemeen beschouwd is de geconsolideerde jaarrekening opgesteld op basis van historische kosten. De volgende categorieën wijken echter af van deze algemene regel:

—Dochterondernemingen: overnames worden verantwoord volgens de aanschaffingswaarde methode, waarbij de aankoopprijs wordt toegewezen aan de geïdentificeerde verworven activa en overgenomen verplichtingen op basis van de reële waarde en het resterende deel als goodwill wordt erkend.

—Investeringen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode: de vermogensmutatiemethode werd toegepast om de waarde te bepalen van een participatie waarin de Groep een invloed van betekenis heeft. Bij een eerste opname wordt de investering in een geassocieerde deelneming of joint venture opgenomen tegen kostprijs;

—Overige participaties: entiteiten waarin de Groep een participatie heeft, maar waarop hij geen significante invloed heeft, werden gewaardeerd tegen reële waarde door middel van niet-gerealiseerde resultaten;

—Personeelsbeloningen werden gewaardeerd aan de huidige waarde van de toegezegdpensioenverplichtingen, minus de reële waarde van de fondsbeleggingen (zie ook Toelichting 6.15);

—Afgeleide financiële instrumenten werden gewaardeerd tegen reële waarde via de nietgerealiseerde resultaten of de resultatenrekening, afhankelijk van de vraag of het afgeleide instrument als een afdekkingsinstrument kan worden bestempeld (zie ook Toelichting 6.7);

—Voorzieningen voor ontmanteling werden gewaardeerd aan de huidige waarde (zie ook Toelichting 6.16).

2.4. Continuïteit

De bestuurders her beoordeelden de continuïteitsveronderstelling van de Vennootschap en gingen er bij de goedkeuring van de jaarrekening van uit dat de Groep voldoende middelen had om haar operationele activiteiten in de afzienbare toekomst voort te zetten. De bestuurders zullen daarom bij het opstellen van de jaarrekening het continuïteitsbeginsel blijven toepassen.

In de huidige context van inflatie en de volatiele marktsituatie heeft de Groep bijzondere aandacht besteed aan een adequate weergave van de huidige en verwachte impact van de situatie op de financiële positie, prestaties en kasstromen van de Vennootschap, waarbij de IFRS-boekhoudprincipes consequent worden toegepast. Aangezien de Groep handelt in overeenstemming met de regelgeving in België, worden de winstgevendheid en de financiële positie van de Groep in het algemeen niet beïnvloed.

2.5. Gebruik van ramingen en beoordelingen

De opstelling van de geconsolideerde jaarrekening in overeenstemming met IFRS vereist dat het management beoordelingen, schattingen en veronderstellingen maakt die een impact kunnen hebben op de gerapporteerde bedragen van activa en passiva en baten en lasten. De schattingen en onderliggende veronderstellingen zijn gebaseerd op ervaringen uit het verleden en diverse andere factoren die gegeven de omstandigheden redelijk geacht worden, en waarvan de resultaten de basis vormen voor de beoordeling van de boekwaarde van activa en passiva. De uiteindelijke resultaten kunnen verschillen van deze schattingen. De schattingen en onderliggende veronderstellingen worden voortdurend herzien. Herzieningen van boekhoudkundige schattingen worden opgenomen in de periode waarin de schatting wordt herzien indien de herziening enkel die periode beïnvloedt, of in de periode van de herziening en toekomstige periodes indien de herziening zowel huidige als toekomstige periodes beïnvloedt.

De volgende rubrieken bevatten informatie over belangrijke punten van schattingsonzekerheden en kritische oordelen bij de toepassing van de grondslagen die het meest van invloed zijn op de bedragen opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening:

—De totale toegestane vergoeding voor de rol van de Groep als TNB in het Belgische segment wordt vooral bepaald door berekeningsmethoden die zijn vastgesteld door de Belgische federale regulator (de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas of CREG). In deze context is de opname van gereguleerde overlopende rekeningen ook gebaseerd op de verschillende regelgevende kaders. Voor bepaalde berekeningen moet een zeker professioneel oordeel worden toegepast. Meer informatie hierover is te vinden in de Toelichtingen 6.22 en 9.1.4.

—Entiteiten waarin de Groep minder dan 20% van de stemrechten bezit, maar een invloed van betekenis heeft, worden opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode. Volgens de richtlijnen van IAS 28 beoordeelt de Groep of zij aanzienlijke invloed heeft op haar geassocieerde ondernemingen, en of zij deze bijgevolg volgens de vermogensmutatiemethode moet opnemen (in plaats van IFRS 9 toe te passen), en her beoordeelt zij dit in elke verslagperiode (zie ook Toelichting 6.5).

—Uitgestelde belastingvorderingen worden opgenomen voor het overdragen van ongebruikte fiscale verliezen en ongebruikte belastingvoordelen, in de mate dat het waarschijnlijk is dat toekomstige belastbare winsten beschikbaar zullen zijn waartegen deze ongebruikte fiscale verliezen en ongebruikte belastingvoordelen kunnen worden aangewend. Bij de beoordeling houdt het management rekening met elementen zoals de bedrijfsstrategie op lange termijn en mogelijkheden van belastingplanning op lange termijn (zie Toelichting 6.8).

—Kredietrisico ten opzichte van klanten: het management controleert nauwgezet de uitstaande handelsvorderingen en houdt hierbij ook rekening met de ouderdom van de vordering, de betalingshistoriek en de dekking van kredietrisico’s (zie Toelichting 8.1). —Personeelsbeloningen inclusief restitutierechten – zie Toelichting 6.15:

–De Groep beschikt over toegezegd-pensioenregelingen en bijdrageregelingen, die behandeld worden in Toelichting 6.15. De berekening van de activa en verplichtingen met betrekking tot deze regelingen is gebaseerd op actuariële en statistische veronderstellingen. Dat is bijvoorbeeld het geval voor de huidige waarde van toekomstige pensioenverplichtingen. De huidige waarde wordt onder meer beïnvloed door veranderingen in disconteringsvoeten en financiële veronderstellingen zoals toekomstige loonstijgingen. Daarnaast wordt de huidige waarde van toekomstige pensioenverplichtingen ook beïnvloed door demografische veronderstellingen, zoals de gemiddelde veronderstelde pensioenleeftijd.

–Bij het bepalen van de gepaste disconteringsvoet gebruikt het management de rentevoeten van bedrijfsobligaties in dezelfde valuta als deze gebruikt voor de verplichting tot vergoedingen na uitdiensttreding, d.w.z. de euro, met een minimale rating AA, zoals bepaald door minstens één groot ratingbureau, en geëxtrapoleerd volgens de rendementscurve om in lijn te zijn met de verwachte termijn van de toegezegd-pensioenverplichting. Obligaties met een hogere en lagere rentevoet worden uitgesloten bij het bepalen van de gepaste rendementscurve.

–Om de overeenkomstige huidige waarde te berekenen, worden de rentevoeten van de rendementscurve toegepast op de geraamde kasstroom van elke regeling. Vervolgens wordt één disconteringsvoet vastgesteld die dezelfde huidige waarde oplevert. De uiteindelijke disconteringsvoet weerspiegelt dus zowel het huidige renteklimaat als de specifieke kenmerken van de verplichtingen.

—Voorzieningen voor milieusaneringskosten: op het einde van elk jaar wordt een schatting gemaakt van de toekomstige kosten met betrekking tot bodemsanering op basis van het advies van een deskundige. De omvang van deze saneringskosten hangt af van een beperkt aantal onzekerheden, met inbegrip van de identificatie van nieuwe bodemverontreinigingen (zie Toelichting 6.16).

—Overige voorzieningen zijn bepaald op basis van de waarde van de ingestelde vorderingen of het geschatte bedrag van de risicoblootstelling. De verwachte timing van de bijbehorende uitgaande kasstromen is afhankelijk van de voortgang en duur van de bijbehorende processen of procedures (zie Toelichting 6.16).

—Bij het bepalen van de gepaste disconteringsvoet om de toekomstige verplichting tot ontmanteling te disconteren, gebruikt het management de rentevoeten van bedrijfsobligaties in euro met een minimale rating AA, zoals bepaald door minstens één groot ratingbureau, en geëxtrapoleerd volgens de rendementscurve om in lijn te zijn met de verwachte termijn van de verplichting tot ontmanteling. Er wordt een gevoeligheidsanalyse uitgevoerd om de impact van een verschillende disconteringsvoet te meten.

—Onderzoek op waardevermindering op goodwill: de Groep analyseert de waardevermindering op goodwill en kasstroomgenererende eenheden (KGE) op de verslagdatum, en wanneer er indicaties zijn dat de boekwaarde mogelijk hoger is dan de realiseerbare waarde. Deze analyse is gebaseerd op veronderstellingen over onder andere geschatte investeringsplannen, vergoedingen gedefinieerd binnen de

regelgevende kaders, de evolutie van de markt, het marktaandeel, de evolutie van de marge en disconteringvoeten (zie Toelichting 6.3).

—Op elke jaarlijkse rapporteringsdatum, en telkens wanneer er aanwijzingen van bijzondere waardevermindering worden vastgesteld, beoordeelt het management of de boekwaarde van de deelnemingen in geassocieerde ondernemingen — met inbegrip van eventuele goodwill die in hun waarde is begrepen — hoger is dan hun realiseerbare waarde, overeenkomstig de vereisten van IAS 28 en IAS 36. In het kader van deze beoordeling identificeert het management zowel externe als interne indicatoren die erop kunnen wijzen dat een specifieke investering aan een bijzondere waardevermindering onderhevig is (bijvoorbeeld ongunstige marktontwikkelingen, belangrijke wijzigingen in het regelgevend kader, materiële onderprestaties ten opzichte van goedgekeurde prognoses, enz.). Wanneer dergelijke indicatoren aanwezig zijn, wordt de realiseerbare waarde van de investering geraamd. De bedrijfswaarde wordt bepaald op basis van de meest recente kasstroomprognoses, afgeleid van actuele ondernemingsplannen die door het management zijn goedgekeurd en, waar relevant, kritisch werden beoordeeld door onafhankelijke externe deskundigen. De belangrijkste onderliggende veronderstellingen — zoals markttrends, verwachte groei, toegepaste disconteringsvoeten en vooruitzichten voor de sector — worden systematisch getoetst aan interne en externe deskundige analyses om de robuustheid en betrouwbaarheid van de gehanteerde scenario’s te waarborgen. Overeenkomstig de IFRS wordt goodwill die deel uitmaakt van de boekwaarde van de investering niet afzonderlijk getest, maar maakt zij integraal deel uit van de globale beoordeling van een eventuele bijzondere waardevermindering van de geassocieerde onderneming. Indien de realiseerbare waarde, bepaald als de hoogste van de bedrijfswaarde of de reële waarde verminderd met verkoopkosten, lager is dan de boekwaarde, wordt het verlies uit bijzondere waardevermindering onmiddellijk in de winst- en verliesrekening opgenomen (zie Toelichting 6.5).

—Waardering tegen reële waarde van financiële instrumenten: wanneer de reële waarde van financiële activa en financiële passiva in de balans niet kan worden bepaald op basis van genoteerde prijzen op actieve markten, wordt hun reële waarde bepaald met behulp van waarderingstechnieken. Voor deze waarderingstechnieken wordt, waar mogelijk, gebruikgemaakt van gegevens uit waarneembare markten. Wanneer dit niet mogelijk is, is enige mate van professioneel oordeel noodzakelijk om de reële waarde te bepalen. Veranderingen in de reële waarde van een afgeleid afdekkingsinstrument dat is aangemerkt als een kasstroomafdekking, worden rechtstreeks opgenomen als nietgerealiseerde resultaten, voor zover de afdekking effectief is. Het niet-effectieve deel wordt in de winst- en verliesrekening opgenomen (zie Toelichting 6.20).

—De gebruiksduur van de vaste activa wordt bepaald op basis van de werkelijke afschrijving van elk actief. De afschrijvingen van materiële vaste activa worden voornamelijk berekend op basis van de gebruiksduur bepaald door het regelgevend kader in België, wat wordt beschouwd als de best mogelijke benadering van de werkelijke gebeurtenissen op het vlak van economisch gebruik. (zie Toelichting 3.3.1 en 6.1).

—De Groep heeft gebruikgemaakt van praktische hulpmiddelen bij de toepassing van IFRS 16 (Leaseovereenkomsten):

–De Groep past één disconteringsvoet toe per type contracten, samengevat per looptijd. Er werd verondersteld dat deze leaseovereenkomsten gelijkaardige kenmerken hebben. De gebruikte disconteringsvoet is de beste raming van de

Groep van de gewogen gemiddelde marginale rentevoet. Elke leaseovereenkomst wordt geclassificeerd in een looptijdklasse (< 5 jaar, tussen 5 en 10 jaar ...) waarvoor een rentevoet wordt afgeleid die gelijk is aan de rentevoet van een verhandelde obligatie met dezelfde rating als Elia Group NV/SA in dezelfde sector met een gelijkaardige looptijd. De rentevoet wordt vastgelegd over de looptijd van de leaseovereenkomst.

–De Groep heeft de niet-opzegbare periode van elk van de contracten beoordeeld in het kader van IFRS 16. Dit omvat de periode die wordt gedekt door een optie om de leaseovereenkomst te verlengen, indien de leasingnemer redelijk zeker is dat hij die optie kan uitoefenen. Zeker wanneer het gaat om kantoorhuurcontracten heeft de Groep haar beste raming gemaakt van de niet-opzegbare periode op basis van alle beschikbare informatie (zie Toelichting 6.21).

2.6. Verklaring van de verantwoordelijke personen

Op 26 maart 2026 heeft de Raad van Bestuur deze geconsolideerde jaarrekening goedgekeurd voor publicatie.

De ondergetekenden verklaren, voor zover hen bekend, dat:

—de jaarrekening, die werd opgesteld overeenkomstig de toepasselijke standaarden voor jaarrekeningen, een getrouw beeld geeft van het vermogen, van de financiële toestand en van de resultaten van Elia en de in de consolidatie opgenomen ondernemingen; —het jaarverslag een getrouw overzicht geeft van de ontwikkeling en de resultaten van het bedrijf en van de positie van Elia en de in de consolidatie opgenomen ondernemingen, alsmede een beschrijving van de voornaamste risico’s en onzekerheden waarmee zij geconfronteerd worden.

Brussel, 26 maart 2026

Frédéric Dunon Pieter De Crem

Chief Executive Officer Voorzitter van de Raad van Bestuur

3. Belangrijke grondslagen voor financiële verslaggeving

3.1. Consolidatiegrondslag

Dochterondernemingen

Een dochteronderneming is een entiteit die door Elia Transmission Belgium wordt gecontroleerd. De Groep controleert een entiteit wanneer zij blootgesteld is aan, of rechten heeft op variabele winsten vanwege haar betrokkenheid bij de entiteit en zij de bevoegdheid heeft om via haar zeggenschap over de entiteit die opbrengsten te beïnvloeden. De jaarrekening van dochterondernemingen is opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening vanaf de datum dat de zeggenschap aanvangt tot de datum dat ze ophoudt. De grondslagen voor financiële verslaggeving van dochterondernemingen worden, waar nodig, gewijzigd om ze overeen te laten komen met de grondslagen die de Groep toepast. Verliezen die toepasbaar zijn op de minderheidsbelangen in een dochteronderneming worden aan de minderheidsbelangen toegeschreven, zelfs als de minderheidsbelangen hierdoor een negatief saldo op de balans krijgen. Wijzigingen in het belang van de Groep in een niet 100%-dochteronderneming die niet leiden tot een verlies van zeggenschap, worden geboekt als transacties van eigen vermogen.

Geassocieerde ondernemingen

Een geassocieerde onderneming is een entiteit waarin de Vennootschap een invloed van betekenis maar geen zeggenschap heeft over de financiële en operationele beleidslijnen. Investeringen in geassocieerde ondernemingen worden in de geconsolideerde jaarrekening opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode. Ze worden initieel tegen kostprijs in de geconsolideerde balans opgenomen, inclusief alle transactiekosten verbonden aan de overname en daarna aangepast om het aandeel van de Groep in de winst of het verlies en de niet-gerealiseerde resultaten van de geassocieerde onderneming op te nemen. Deze verwerking volgens de vermogensmutatiemethode vindt plaats vanaf de datum waarop de invloed van betekenis aanvangt tot de datum waarop de invloed van betekenis ophoudt. Wanneer het aandeel van de Groep in de verliezen haar participatie in een geassocieerde deelneming overschrijdt, wordt de boekwaarde van de entiteit verminderd tot nul en worden verdere verliezen niet langer opgenomen, behalve in de mate dat de Groep een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting is aangegaan of betalingen heeft verricht in naam van een geassocieerde onderneming.

Belangen in joint ventures

Een joint venture is een overeenkomst waarbij de Groep gezamenlijke zeggenschap uitoefent en rechten heeft op de netto activa van de overeenkomst, dit in tegenstelling tot gezamenlijke activiteiten waarbij de Groep rechten heeft op de activa en verplichtingen voor haar passiva. Belangen in joint ventures worden geboekt volgens de vermogensmutatiemethode. Ze worden initieel verwerkt tegen kostprijs, inclusief alle transactiekosten verbonden aan de overname. Na de eerste opname wordt het aandeel van de Groep in de totale opgenomen winsten en verliezen van joint ventures volgens de

vermogensmutatiemethode geboekt in de geconsolideerde jaarrekening, vanaf de datum dat de gezamenlijke zeggenschap aanvangt tot de datum waarop ze ophoudt. Wanneer het aandeel van de Groep in de verliezen haar participatie in een joint venture overschrijdt, wordt de boekwaarde verminderd tot nul en worden verdere verliezen niet langer opgenomen, behalve in de mate dat de Groep een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting is aangegaan of betalingen heeft verricht in naam van een joint venture.

Minderheidsbelangen

Minderheidsbelangen worden gewaardeerd tegen hun evenredige deel van de identificeerbare netto activa van de overgenomen partij op de aankoopdatum.

Eliminatie van intragroepstransacties

Intragroepssaldi en niet-gerealiseerde winsten en verliezen of baten en lasten die voortvloeien uit intragroepstransacties, worden geëlimineerd bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening.

Niet-gerealiseerde winsten die voortvloeien uit transacties met geassocieerde ondernemingen, worden geëlimineerd in overeenstemming met het belang dat de Groep in de entiteit heeft. Niet-gerealiseerde verliezen worden geëlimineerd op dezelfde wijze als niet-gerealiseerde winsten, maar enkel in de mate dat er geen bewijs voorhanden is van een bijzondere waardevermindering.

3.2. Omrekeningsverschillen

Transacties en saldi in vreemde valuta

Transacties in vreemde valuta worden omgerekend naar de functionele valuta van de Vennootschap tegen de wisselkoers die geldt op de datum van de transactie. Monetaire activa en passiva aangeduid in vreemde valuta op balansdatum worden omgerekend tegen de wisselkoers die geldt op die datum. Verschillen die ontstaan bij de omrekening van vreemde valuta worden opgenomen in de winst- en verliesrekening.

Niet-monetaire activa en passiva die in vreemde valuta op basis van historische kosten worden gewaardeerd, worden omgerekend tegen de wisselkoers op datum van de transactie.

Buitenlandse bedrijfsactiviteiten

Een buitenlandse activiteit is een entiteit die een dochteronderneming, geassocieerde deelneming, een belang in een joint venture of filiaal van de verslaggevende entiteit is en waarvan de activiteiten zijn gebaseerd of worden uitgevoerd in een ander land dan het land van de verslaggevende entiteit of in een andere valuta dan de valuta van de verslaggevende entiteit.

De financiële verslaggeving van alle entiteiten van de Groep met een functionele valuta die verschilt van de presentatievaluta van de Groep wordt als volgt omgerekend naar de presentatievaluta:

—activa en passiva worden omgerekend tegen de wisselkoers op de verslagdatum; —inkomsten en uitgaven worden omgerekend tegen de gemiddelde wisselkoers van het jaar.

Verschillen die ontstaan bij de omrekening van de netto-investering in buitenlandse dochterondernemingen, belangen in joint ventures en geassocieerde ondernemingen tegen de wisselkoersen bij de sluiting van het boekjaar, worden opgenomen in het eigen vermogen onder niet-gerealiseerde resultaten.

Bij de (gedeeltelijke) verkoop van buitenlandse dochterondernemingen, joint ventures en geassocieerde ondernemingen worden de gecumuleerde omrekeningsverschillen (gedeeltelijk) opgenomen in de winst of het verlies als onderdeel van winst/verlies uit de verkoop.

3.3. Overzicht van de financiële positie

3.3.1 Materiële vaste activa

De Groep heeft gekozen voor het historische kostprijs model. Afschrijvingen worden in de winst- en verliesrekening opgenomen volgens de lineaire methode over de geschatte gebruiksduur van elk bestanddeel van een materieel vast actief. De gebruiksduur wordt bepaald door de regelgevende kaders in België en wordt beschouwd als de best mogelijke benadering van de verwachte economische levensduur in het licht van de huidige gebeurtenissen.

De Groep neemt in de boekwaarde van een materieel vast actief de daaropvolgende kosten op van het vervangen van een deel van dat actief wanneer die kosten worden gemaakt, maar alleen wanneer het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen met betrekking tot het actief aan de Groep zullen toekomen en de kostprijs van het actief betrouwbaar kan worden bepaald. Alle andere kosten, zoals herstellings- en onderhoudskosten, worden als ten laste opgenomen in de resultatenrekening wanneer zij worden gemaakt.

Administratieve gebouwen

Industriële gebouwen

Terreinen en gebouwen 1.67 – 2.00%

Terreinen en gebouwen 2.00 – 4.00%

Luchtlijnen Machines en uitrusting 2.00 – 4.00%

Ondergrondse kabels

Onderstations

Afstandsbediening

Dispatching

Machines en uitrusting 2.00 – 5.00%

en uitrusting 2.50 – 6.67%

en uitrusting 3.00 – 12.50%

en uitrusting 4.00 – 10.00%

Andere MVA (uitrusting van gehuurde gebouwen Overige contractuele periode

Voertuigen

Gereedschap en kantoormeubilair

Hardware apparatuur

Meubilair en voertuigen 6.67 – 20.00%

Meubilair en voertuigen 6.67 – 20.00%

Meubilair en voertuigen 20.00 – 33.00%

Activa met gebruiksrechten Leasing contractuele periode

Deze verschillende soorten activa zijn onderverdeeld in zes hoofdcategorieën: (i) Terreinen en gebouwen, (ii) Machines en uitrusting, (iii) Meubilair en voertuigen, (iv) Leasing, (v)

Overige materiële activa en (vi) Activa in aanbouw.

Financieringskosten die direct toerekenbaar zijn aan de bouw van het in aanmerking komende actief worden geactiveerd als onderdeel van de kostprijs van dat actief.

Wanneer de entiteit een bestaande, in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting heeft om het actief te ontmantelen of de locatie te herstellen, omvat de initiële kostprijs van het materieel vast actief overeenkomstig IAS 16 een eerste schatting van de kosten van ontmanteling en verwijdering van het actief en van het herstel van de locatie waar het actief zich bevindt. Een overeenkomstige voorziening voor deze verplichting wordt opgenomen voor het bedrag van de actiefcomponent (het ontmantelingsactief) en afgeschreven over de volledige gebruiksduur van het actief (zie ook 3.3.13 Voorzieningen).

Verwijderd uit de balans

Een actief wordt niet langer opgenomen wanneer het wordt buitendienst gesteld of wanneer er geen toekomstige economische voordelen van het gebruik of van de buitendienstname worden verwacht. Winsten of verliezen die voortvloeien uit het niet langer opnemen van het actief in de balans (bepaald als het verschil tussen de nettoopbrengst bij afstoting en de boekwaarde van het actief) worden opgenomen in de winsten-verliesrekening, onder overige baten of overige lasten, gedurende het jaar waarin het actief niet langer in de balans wordt opgenomen.

3.3.2 Immateriële vaste activa

Computersoftware

De Groep activeert ontwikkelingskosten in verband met intern gegenereerde immateriële activa, met name software, in overeenstemming met IAS 38 Immateriële Activa.

Ontwikkelingskosten worden geactiveerd alle volgende voorwaarden zijn voldaan:

—Technische haalbaarheid: De voltooiing van de software is technisch haalbaar, waardoor de software beschikbaar is voor gebruik of verkoop.

—Intentie tot voltooiing en gebruik of verkoop: de Groep heeft de intentie om de software te voltooien voor gebruik of verkoop.

—Mogelijkheid tot gebruik of verkoop: de voltooide software kan worden gebruikt of verkocht.

—Beschikbaarheid op de markt of intern nut: Er bestaat bewijs van een markt voor de software of, indien voor intern gebruik, wordt de software nuttig geacht.

—Beschikbaarheid van middelen: Er zijn voldoende technische, financiële en andere middelen beschikbaar om de ontwikkeling te voltooien.

—Meting van de kosten: De kosten voor de ontwikkeling van de software kunnen op betrouwbare wijze worden gemeten.

Geactiveerde ontwikkelingskosten worden lineair afgeschreven over de geschatte gebruiksduur vanaf de datum dat de software beschikbaar is voor gebruik. Geactiveerde ontwikkelingskosten voor software hebben uitsluitend betrekking op activiteiten die bestaande software verbeteren of bijdragen aan nieuwe functionaliteiten. Deze kosten worden enkel geactiveerd wanneer wordt voldaan aan de erkenningscriteria voor immateriële vaste activa en worden afgeschreven zodra de betrokken ontwikkelingen

operationeel worden, hetzij bij de voltooiing van een levensvatbaar product, hetzij als onderdeel van verdere verbeteringen aan een reeds in gebruik genomen oplossing.

Kosten in verband met cloud computing-overeenkomsten worden geactiveerd als de Groep de controle heeft over de software. Deze zeggenschap kan blijken uit het recht om de software in bezit te nemen of uit het hebben van exclusieve gebruiksrechten. Configuratie- of maatwerkkosten in het kader van dergelijke overeenkomsten worden uitsluitend geactiveerd indien zij leiden tot het ontstaan van een afzonderlijk immaterieel vast actief of indien zij een bestaand afzonderlijk immaterieel vast actief verbeteren.

Kosten die worden gemaakt voordat aan de activeringscriteria is voldaan, worden als kosten opgenomen in de periode waarin ze worden gemaakt. Evenzo worden kosten die verband houden met onderhoud of service van ontwikkelde software opgenomen als kosten wanneer ze worden gemaakt.

Licenties, patenten en vergelijkbare rechten

Verworven softwarelicenties, patenten en vergelijkbare rechten worden geactiveerd en lineair afgeschreven over de eventuele contractperiode of de geschatte gebruiksduur.

Licenties kunnen gekoppeld zijn aan software voor administratief beheer of, in de meeste gevallen, aan instrumenten die verband houden met de kernactiviteiten van de Groep.

Overige immateriële activa

De Groep ontwikkelt ook innovatieve instrumenten, buiten haar kernactiviteiten om, op energiegerelateerde gebieden om bedrijven te helpen hun energiegerelateerde gegevens optimaal te benutten.

Onderzoekskosten worden in de resultatenrekening opgenomen wanneer ze worden gemaakt.

Ontwikkelingskosten worden geactiveerd wanneer wordt voldaan aan de criteria voor het opnemen van activa zoals uiteengezet in IAS 38. Geactiveerde ontwikkelingskosten worden afgeschreven wanneer ze worden gemaakt en afgeschreven over de gebruiksduur van het immaterieel actief.

Afschrijving

De geschatte gebruiksduur is als volgt:

De afschrijvingsmethoden, de resterende levensduur, alsook de eventuele restwaarde van de immateriële activa worden jaarlijks geëvalueerd en in voorkomend geval prospectief aangepast.

Verwijderd uit de balans

Een immaterieel actief wordt uit de balans verwijderd bij buitendienststelling of wanneer er geen toekomstige economische voordelen worden verwacht van het gebruik of van de buitendienststelling . Alle winsten of verliezen die voortvloeien uit de verwijdering van het actief worden opgenomen in het overzicht van winst of verlies.

3.3.3 Goodwill

Goodwill wordt opgenomen tegen kostprijs minus gecumuleerde waardeverminderingen. Goodwill is toegewezen aan kasstroomgenererende eenheden en wordt niet afgeschreven, maar jaarlijks getest op bijzondere waardeverminderingen (zie deel 3.3.7 ‘Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa’). In geval van geassocieerde ondernemingen wordt de boekwaarde van de goodwill inbegrepen in de boekwaarde van de investering in de geassocieerde onderneming.

3.3.4 Handels-en overige schulden

Heffingen

In haar rol als netbeheerder is Elia onderworpen aan verschillende openbare dienstverplichtingen die worden opgelegd door de overheid en/of reguleringsmechanismen. Zij leggen openbare dienstverplichtingen vast in verschillende domeinen (zoals promotie van hernieuwbare energie, sociale steun, vergoedingen voor het gebruik van het publieke domein, offshore verplichtingen) die door de TNB’s moeten worden vervuld. De kosten die door de TNB’s worden gemaakt bij de uitvoering van deze verplichtingen worden volledig gedekt door de tarifaire ‘heffingen’ zoals goedgekeurd door de regulator. De uitstaande bedragen (deficit) worden opgenomen als handels- en overige vorderingen.

Aangezien de TNB’s agenten zijn, heeft de Groep in dit proces gekozen voor een netto presentatie zowel bij winst of verlies als op balansniveau. Deze transacties worden volledig ‘doorgerekend’.

Zie ook Toelichting 9.1.4.

3.3.5 Voorraden

Voorraden (reserveonderdelen) worden uitgedrukt aan hun kostprijs of hun nettoopbrengstwaarde indien deze lager is. De netto-opbrengstwaarde is de geschatte verkoopprijs, verminderd met de geschatte kosten van voltooiing en verkoopkosten. De kostprijs van voorraden is gebaseerd op de waarderingsregel van de gewogen gemiddelde kostprijs. De kostprijs van voorraden omvat de initiële aankoopprijs vermeerderd met andere directe aanschaffingskosten gerelateerd aan de levering en het operationeel maken.

Waardeverminderingen van voorraden aan netto-opbrengstwaarde worden geboekt in de periode waarin de waardevermindering zich voordoet.

3.3.6 Geldmiddelen en kasequivalenten

Geldmiddelen en kasequivalenten omvatten kassaldi, banksaldi, handelspapieren en direct opvraagbare deposito’s. Kaskredieten die direct opeisbaar zijn en die integraal deel uitmaken van het thesauriebeheer van de Groep, maken in het kasstroomoverzicht deel uit van kasequivalenten en geldmiddelen.

3.3.7 Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa

De boekwaarde van de activa van de Groep, met uitzondering van voorraden en uitgestelde belastingen, wordt op elke balansdatum herzien om vast te stellen of er enige aanwijzing is voor een bijzondere waardevermindering. Indien zulke aanwijzing bestaat, wordt de realiseerbare waarde van het actief geschat.

De realiseerbare waarde van goodwill wordt geschat aan het einde van elke verslagperiode. Een bijzondere waardevermindering wordt opgenomen telkens als de boekwaarde van een actief of kasstroomgenererende eenheid de realiseerbare waarde ervan overschrijdt.

Bijzondere waardeverminderingen worden opgenomen in de winst- en verliesrekening. Opgenomen bijzondere waardeverminderingen met betrekking tot kasstroomgenererende eenheden worden eerst toegerekend om de boekwaarde te verminderen van aan kasstroomgenererende eenheden toegewezen goodwill en dan om de boekwaarde te verminderen van de andere activa in de eenheden op een pro-ratabasis.

Na de opname van een bijzondere waardevermindering zullen de afschrijvingskosten voor het actief aangepast worden voor toekomstige periodes.

Berekening van de realiseerbare waarde

De realiseerbare waarde van immateriële activa en materiële vaste activa is gelijk aan de reële waarde verminderd met de verkoopkosten en de bedrijfswaarde indien deze hoger is.

Bij het beoordelen van de bedrijfswaarde worden de verwachte toekomstige kasstromen verdisconteerd tot hun actuele waarde aan de hand van een disconteringvoet vóór belasting die een weerspiegeling is van de huidige marktbeoordeling van de tijdswaarde van geld en de risico’s eigen aan het actief.

De activa van de Groep genereren geen kasstromen die onafhankelijk zijn van andere activa. De realiseerbare waarde is bijgevolg bepaald voor de kasstroomgenererende eenheid (d.w.z. het gehele hoogspanningsnet) waartoe de activa behoren. Dit is tevens het niveau waarop de Groep haar goodwill beheert en economische voordelen bekomt van de verworven goodwill.

Terugneming van bijzondere waardeverminderingen

Er gebeuren geen terugnemingen van bijzondere waardeverminderingen met betrekking tot goodwill. Met betrekking tot andere activa wordt een bijzondere waardevermindering teruggenomen indien er een wijziging is geweest in de schattingen die gebruikt worden om de realiseerbare waarde vast te stellen.

Een bijzondere waardevermindering wordt slechts teruggenomen in de mate dat de boekwaarde van het actief niet hoger is dan de boekwaarde, na aftrek van afschrijvingen of

waardevermindering, die zou zijn vastgesteld indien geen bijzondere waardevermindering was opgenomen.

3.3.8 Financiële activa

Eerste opname en waardering

De classificatie van financiële activa bij de eerste opname hangt af van de kenmerken van de contractuele kasstroom van de financiële activa en het bedrijfsmodel van de Groep voor het beheer ervan. De Groep waardeert een financieel actief aanvankelijk tegen reële waarde plus transactiekosten.

Latere waardering

Voor de latere waardering worden financiële activa ingedeeld in een van de volgende drie categorieën:

—financiële activa tegen geamortiseerde kostprijs (schuldinstrumenten)

—financiële activa aangewezen als gewaardeerd tegen reële waarde via de nietgerealiseerde resultaten (eigenvermogensinstrumenten)

—financiële activa aangewezen als gewaardeerd tegen reële waarde via de winst -en verliesrekening

Financiële activa tegen geamortiseerde kostprijs

Financiële activa tegen geamortiseerde kostprijs worden beheerd met het oog op het aanhouden van deze activa tot de vervaldag en het ontvangen van contractuele kasstromen. De financiële activa die aanleiding geven tot kasstromen zijn uitsluitend betalingen van hoofdsom en rente op de uitstaande hoofdsom.

Financiële activa tegen geamortiseerde kostprijs worden gewaardeerd aan de hand van de methode van de effectieve rentevoet en zijn onderhevig aan bijzondere waardeverminderingen. Winst en verlies worden opgenomen in de winst- en verliesrekening wanneer het actief uit de balans wordt verwijderd, gewijzigd of een bijzondere waardevermindering heeft ondergaan.

Financiële activa aangewezen als gewaardeerd tegen reële waarde via de niet-gerealiseerde resultaten (eigenvermogensinstrumenten)

Bij de eerste opname classificeert de Groep zijn beleggingen in eigen vermogen onherroepelijk als eigenvermogensinstrumenten gewaardeerd tegen reële waarde via de niet-gerealiseerde resultaten wanneer de Groep geen belangrijke invloed heeft en de activa niet worden aangehouden voor handelsdoeleinden. Deze classificatie wordt per instrument bepaald.

Winsten en verliezen op deze financiële activa komen nooit terecht in de winst- en verliesrekening. Dividenden worden opgenomen als overige opbrengsten in de winst- en verliesrekening wanneer het recht op betaling is vastgesteld, behalve wanneer de Groep voordeel haalt uit dergelijke opbrengsten als compensatie voor een deel van de kosten van het financieel actief. In dat geval worden dergelijke winsten opgenomen in de nietgerealiseerde resultaten. Eigenvermogensinstrumenten, die worden aangewezen als gewaardeerd tegen reële waarde via de niet-gerealiseerde resultaten, zijn niet onderworpen aan een beoordeling op bijzondere waardevermindering.

De Groep heeft ervoor gekozen om niet-beursgenoteerde deelnemingen waarop ze geen significante invloed uitoefent, onherroepelijk te classificeren.

Financiële activa gewaardeerd tegen reële waarde via de resultatenrekening Alle financiële activa die niet zijn aangewezen als gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs of tegen reële waarde via de niet-gerealiseerde resultaten, zoals hierboven beschreven, worden gewaardeerd tegen reële waarde via de winst-en-verliesrekening.

Bijzondere waardevermindering van financiële activa

De Groep neemt een vergoeding op voor verwachte kredietverliezen (VKV’s) voor haar schuldinstrumenten. Zie Toelichting 8.1 ‘Kredietrisico’ voor een gedetailleerde beschrijving van de benadering.

3.3.9 Afgeleide financiële instrumenten en hedge accounting

Afgeleide financiële instrumenten

De Groep maakt soms gebruik van afgeleide financiële instrumenten om de valuta- en renterisico’s af te dekken die voortvloeien uit bedrijfs-, financierings- en investeringsactiviteiten. In overeenstemming met het thesauriebeleid houdt de Groep geen derivaten aan voor handelsdoeleinden en geeft de Groep deze ook niet uit. Derivaten die echter niet in aanmerking komen voor hedge accounting worden verwerkt als instrumenten aangehouden voor handelsdoeleinden.

Afgeleide financiële instrumenten worden bij de eerste opname gewaardeerd tegen reële waarde. De winst of het verlies uit fluctuaties van de reële waarde wordt onmiddellijk in de winst- en verliesrekening opgenomen. Indien derivaten voor hedge accounting in aanmerking komen, is de opname van een resulterende winst of een resulterend verlies afhankelijk van de aard van de post die wordt afgedekt.

De reële waarde van renteswaps is het geschatte bedrag dat de Groep zou ontvangen of betalen om de swap aan het einde van de verslagperiode te beëindigen, rekening houdend met de actuele rente en de actuele kredietwaardigheid van de tegenpartijen van de swaps en de Groep. De reële waarde van valutatermijncontracten is hun genoteerde marktprijs aan het einde van de verslagperiode, d.w.z. de contante waarde van de genoteerde termijnkoers.

Voor afdekking gebruikte derivaten

Kasstroomafdekkingen

Veranderingen in de reële waarde van een afgeleid afdekkingsinstrument dat is aangemerkt als een kasstroomafdekking, worden rechtstreeks opgenomen als nietgerealiseerde resultaten, voor zover de afdekking effectief is. Het niet-effectieve deel wordt als last in de winst- en verliesrekening opgenomen.

De Groep gebruikt valutatermijncontracten als afdekkingen van haar blootstelling aan het valutarisico bij voorspelde transacties en andere vaste toezeggingen. De Groep wijst enkel het contante element van termijncontracten aan als afdekkingsrisico. Het termijnelement wordt beschouwd als afdekkingskosten, wordt geboekt in de niet-gerealiseerde resultaten

en geaccumuleerd als een afzonderlijke component op de balans, onder afdekkingsreserves.

Indien een afdekkingsinstrument niet langer voldoet aan de voorwaarden voor ‘hedge accounting’, afloopt of wordt verkocht, beëindigd of uitgeoefend, wordt de afdekking prospectief beëindigd. De cumulatieve winst die (of het cumulatieve verlies dat) eerder in de niet-gerealiseerde resultaten was opgenomen, blijft daar onderdeel van uitmaken tot de verwachte transactie heeft plaatsgevonden. Als het afgedekte element een niet-financieel actief betreft, wordt het onder de niet-gerealiseerde resultaten opgenomen bedrag overgeboekt naar de boekwaarde van het actief wanneer dit verantwoord is. In andere gevallen wordt het onder de niet-gerealiseerde resultaten opgenomen bedrag overgeboekt naar de winst- en verliesrekening in dezelfde periode waarin het afgedekte element van invloed is op de winst- en verliesrekening.

Cumulatieve winsten en verliezen met betrekking tot reeds afgelopen derivaten of beëindigde afdekkingsrelaties blijven verwerkt als onderdeel van de niet-gerealiseerde resultaten zolang het waarschijnlijk is dat de afgedekte transactie zich zal voordoen. Indien de afgedekte transactie niet langer waarschijnlijk is, worden de gecumuleerde winsten of verliezen onmiddellijk vanuit de niet-gerealiseerde resultaten naar de winst- en verliesrekening overgebracht.

De kritieke ‘term match’ methode meet effectiviteit. Als de waarderingsrelevante parameters van de afgedekte post en het afdekkingsinstrument overeenkomen, wordt aangenomen dat er een effectieve afdekkingsrelatie bestaat en dat waardeveranderingen van beide posten elkaar compenseren. De Groep streeft naar volledige prijsafdekking van het verwachte volume aan energie uit netverlies (afdekkingsverhouding 1:1).

Afdekking van monetaire activa en passiva

Hedge accounting wordt niet toegepast op afgeleide instrumenten die in economische zin worden gebruikt als afdekking van in vreemde valuta’s luidende activa en verplichtingen. Veranderingen in de reële waarde van dergelijke derivaten worden als onderdeel van de valutakoerswinsten en -verliezen, in de winst- en verliesrekening opgenomen.

3.3.10 Eigen vermogen

Aandelenkapitaal - transactiekosten

Tot en met 2025 werden transactiekosten tengevolge van kapitaalverhogingen in mindering gebracht van het geplaatst kapitaal. Indien nodig konden deze kosten worden overgedragen en in een latere periode opgenomen worden van zodra de kapitaalverhoging definitief was afgerond.

In het kader van de kapitaalverhogingen in 2025 heeft de Groep haar boekhoudkundige grondslag met betrekking tot de verwerking van transactiekosten voor kapitaalverhogingen herzien en aangepast. Als gevolg hiervan werden de transactiekosten (zowel die van 2025 als die van voorgaande jaren) geherklasseerd van geplaatst kapitaal naar uitgiftepremies. Voortaan zullen transactiekosten die verband houden met kapitaalverhogingen worden gepresenteerd als vermindering van de uitgiftepremies en niet langer als vermindering van geplaatst kapitaal.

Dividenden

Dividenden worden opgenomen als een schuld in de periode waarin zij vastgesteld zijn (zie Toelichting 6.13.1).

3.3.11 Financiële verplichtingen

Financiële verplichtingen bestaan uit rentedragende leningen en financieringsverplichtingen in de Groep. Ze worden initieel verwerkt tegen reële waarde, verminderd met toerekenbare transactiekosten. Na de eerste opname worden rentedragende leningen gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, waarbij elk verschil tussen het bedrag bij de eerste opname en het aflossingsbedrag op basis van de effectieverentemethode in de winst- en verliesrekening wordt opgenomen over de looptijd van de leningen.

Een financiële verplichting wordt uit de balans verwijderd wanneer de verplichting uit hoofde van het passief wordt voldaan of opgezegd of vervalt.

3.3.12 Personeelsbeloningen

Toegezegde-bijdrageregelingen

In België worden op bijdragen gebaseerde pensioenvoorzieningen, die in de Belgische pensioenwetgeving als toegezegde-bijdrageregelingen worden aangeduid, voor boekhoudkundige doeleinden geclassificeerd als toegezegd-pensioenregelingen vanwege het minimumrendement dat de werkgever wettelijk moet waarborgen.

Tot 1 januari 2016 was het wettelijk gegarandeerd rendement 3,75% op werknemersbijdragen, 3,25% op werkgeversbijdragen en 0% voor de uit dienst getreden pensioendeelnemers.

Sinds 1 januari 2016 is het wettelijk gegarandeerd rendement variabel tussen 1,75% en 3,75%. De rentevoet wordt elk jaar op 1 januari automatisch aangepast gebaseerd op de gemiddelde 10-jarige OLO-rente over de voorbije 24 maanden, met 1,75% als minimale interestvoet. Sinds 1 januari 2016 is het wettelijk gegarandeerd rendement 1,75% op werknemers -en werkgeversbijdragen en 0% voor de uit dienst getreden pensioendeelnemers. Met ingang van 1 januari 2025 steeg dit minimumrendement tot 2,5% voor zowel werknemers- als werkgeversbijdragen, terwijl het 0% bleef voor inactieve deelnemers.

Aangezien de pensioenplannen door pensioenfondsen gefinancierd worden, wordt de verticale methode gebruikt, wat wil zeggen dat 2,5% op alle reserves wordt toegepast.

De werkgever moet ervoor zorgen dat tekorten die kunnen ontstaan door de WAP (‘Wet op de Aanvullende Pensioenen’) steeds voldoende gefinancierd zijn voor de werknemerscontracten en in geval de verworven reserves getransfereerd worden door vertrek, pensionering of afwikkeling van het pensioen voor het werkgeverscontract.

De reële waarde van de activa komt voor elke regeling overeen met de som van de (eventuele) opgebouwde individuele reserves en de waarde van de (eventuele) collectieve fondsen.

De verplichting uit hoofde van toegezegde-bijdrageregelingen wordt bepaald volgens de Projected Unit Credit (PUC)-methode. De formule van het plan (al dan niet backloaded) bepaalt of de premies geprojecteerd worden.

De berekening wordt uitgevoerd door een erkende actuaris.

Toegezegde-pensioenregelingen

Voor toegezegd-pensioenregelingen worden de pensioenkosten jaarlijks afzonderlijk geschat op basis van de PUC-methode door erkende actuarissen. Er wordt een schatting gemaakt van de pensioenrechten die werknemers hebben opgebouwd in ruil voor hun diensten in het boekjaar en voorafgaande periodes; deze pensioenrechten worden verdisconteerd om de huidige waarde ervan vast te stellen en de reële waarde van de fondsbeleggingen wordt hiervan afgetrokken. De disconteringsvoet is de rentevoet op balansdatum op hoogwaardige obligaties met vervaldata die de termijnen van de verplichtingen van de Groep benaderen en die uitgedrukt zijn in de valuta waarin de beloningen naar verwachting zullen worden betaald.

Wanneer de pensioenrechten van een regeling verbeterd worden, wordt het gedeelte van de verbeterde pensioenrechten dat betrekking heeft op diensten door werknemers verricht in het verleden, als een uitgave opgenomen in de winst- en verliesrekening op de vroegste van deze twee data:

—wanneer de aanpassing of beperking van de regeling gebeurt; of —wanneer de entiteit de gerelateerde herstructureringskosten onder IAS 37 of de ontslagvergoedingen opneemt.

Waar de berekening in een voordeel voor de Groep resulteert, wordt het opgenomen actief beperkt tot de huidige waarde van toekomstige terugbetalingen van de regeling of kortingen in toekomstige bijdragen tot de regeling.

Herwaarderingen – bestaande uit actuariële winsten en verliezen, het effect van het activaplafond (met uitsluiting van bedragen die opgenomen zijn in de netto rentekosten op de netto toegezegde pensioenverplichting) – worden onmiddellijk opgenomen in de balans met een overeenkomend debet of credit op de ingehouden winsten via de nietgerealiseerde resultaten in de periode waarin ze verschijnen. Herwaarderingen worden niet geherklasseerd als winst of verlies in latere periodes.

Restitutierechten België

Restitutierechten worden opgenomen als aparte activa als en alleen als het bijna absoluut zeker is dat een andere partij (een deel van) de uitgaven zal betalen om de betreffende bruto verplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten te vereffenen. De restitutierechten worden voorgesteld als vaste activa, onder andere financiële activa, en worden gewaardeerd tegen reële waarde. Deze rechten volgen dezelfde behandeling als de daarmee overeenstemmende toegezegde pensioenrechten. Wanneer de wijzigingen in de periode het gevolg zijn van wijzigingen in de financiële veronderstellingen, of van ervaringsaanpassingen of wijzigingen in de demografische veronderstellingen, dan wordt het actief aangepast via de niet-gerealiseerde resultaten. De componenten van de kosten uit hoofde van de toegezegde pensioenregeling worden opgenomen zonder de bedragen die verband houden met veranderingen in de boekwaarde van de restitutierechten.

Andere lange termijn personeelsbeloningen

De netto verplichting van de Groep met betrekking tot andere personeelsbeloningen op lange termijn dan pensioenregelingen wordt jaarlijks berekend door erkende actuarissen. De netto verplichting wordt berekend via de ‘Projected Unit Credit’-methode en is het bedrag van de toekomstige beloning dat werknemers verdiend hebben in ruil voor hun diensten in de lopende en voorafgaande periodes. De verplichting wordt verdisconteerd tot de huidige waarde ervan en de reële waarde van eventuele daarop betrekking hebbende activa wordt in mindering gebracht. De disconteringsvoet is het rendement op balansdatum op hoogwaardige obligaties met vervaldata die de termijnen van de verplichtingen van de Groep benaderen en uitgedrukt zijn in de valuta waarin de beloningen naar verwachting zullen worden betaald.

Korte termijn personeelsbeloningen

Korte termijn personeelsbeloningen worden op een niet-verdisconteerde basis gewaardeerd en opgenomen wanneer de daarmee verband houdende dienst wordt verricht. Er wordt een verplichting in de balans opgenomen voor het bedrag dat naar verwachting ten gevolge van een korte termijn bonus in contanten of een winstdelingsregeling zal worden uitbetaald indien de Groep een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting heeft als gevolg van verstreken diensttijd van werknemers en indien deze verplichting betrouwbaar kan worden bepaald.

3.3.13 Voorzieningen

Een voorziening wordt in de balans opgenomen wanneer de Groep een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting heeft als gevolg van een gebeurtenis uit het verleden en het waarschijnlijk is dat een uitstroom van economische voordelen – waarvan een betrouwbare schatting kan worden gemaakt – vereist zal zijn om de verplichting af te wikkelen. Indien het effect wezenlijk is, worden voorzieningen vastgesteld door de verwachte toekomstige kasstromen te verdisconteren aan een verdisconteringvoet vóór belasting die een afspiegeling is van de huidige marktbeoordeling van de tijdswaarde van geld en, waar aangewezen, de risico’s eigen aan de verplichting.

De voornaamste lange termijn voorzieningen van de Groep zijn voorzieningen voor ontmantelingsverplichtingen. De huidige waarde van de verplichting op het moment van inbedrijfstelling vertegenwoordigt het initiële bedrag van de voorziening voor ontmanteling met, als tegenpost, een actief voor hetzelfde bedrag, dat is opgenomen in de boekwaarde van de gerelateerde materiële vaste activa en wordt afgeschreven over de volledige gebruiksduur van het actief.

Factoren die een significante invloed hebben op het bedrag van de voorzieningen zijn onder meer:

—kostenraming; —het tijdstip van de uitgaven; en —de disconteringsvoet toegepast op kasstromen.

Deze factoren zijn gebaseerd op informatie en schattingen die de Groep op dit moment het meest geschikt acht.

Als het effect van de tijdswaarde van geld materieel is, worden voorzieningen gedisconteerd op basis van een huidig tarief vóór belastingen dat, in voorkomend geval, de

specifieke risico’s van de verplichting weerspiegelt. Indien het bedrag verdisconteerd wordt, wordt de toename in de voorziening wegens het verstrijken van de tijd verantwoord als financieringskosten.

3.3.14 Handels-en overige schulden

Handels- en overige schulden worden uitgedrukt tegen geamortiseerde kostprijs.

Heffingen

In haar rol als netbeheerder is Elia onderworpen aan verschillende openbare dienstverplichtingen die worden opgelegd door de overheid en/of reguleringsmechanismen. Zij leggen openbare dienstverplichtingen vast in verschillende domeinen (zoals promotie van hernieuwbare energie, sociale steun, vergoedingen voor het gebruik van het publieke domein, offshore verplichtingen) die door de TNB’s moeten worden vervuld. De kosten die door de TNB’s worden gemaakt bij de uitvoering van deze verplichtingen worden volledig gedekt door de tarifaire ‘heffingen’ zoals goedgekeurd door de regulator. De uitstaande bedragen (overschot) worden opgenomen als handels- en overige schulden.

In dit proces koos de Groep, aangezien de netbeheerders agenten zijn, voor een netto presentatie zowel bij winst of verlies als op balansniveau. Deze transacties worden volledig ‘doorgerekend’.

Zie ook Toelichting 9.1.4.

3.3.15 Overige langlopende verplichtingen

Overheidssubsidies

Overheidssubsidies worden opgenomen wanneer het redelijkerwijs zeker is dat de Groep de subsidie zal ontvangen en dat aan alle onderliggende voorwaarden is voldaan. Subsidies die aan een actief zijn verbonden, worden onder overige verplichtingen opgenomen en worden systematisch in de resultatenrekening opgenomen tijdens de verwachte gebruiksduur van het bijbehorende actief. Subsidies die aan uitgavenposten zijn verbonden, worden in de resultatenrekening opgenomen in dezelfde periode als de uitgave waarvoor de subsidie werd ontvangen. Overheidssubsidies worden als overige bedrijfsopbrengsten opgenomen in de resultatenrekening.

3.3.16 Contractvorderingen/verplichtingen

Een contractvorderingen vertegenwoordigt het recht van een entiteit op een vergoeding in ruil voor goederen of diensten die aan een klant zijn overgedragen, maar waarvoor de betaling nog niet opeisbaar is of afhankelijk is van het vervullen van een specifieke voorwaarde zoals vastgelegd in het contract. Wanneer een bedrag opeisbaar wordt, wordt het overgeboekt naar de handelsvorderingen.

Een contractverplichting vertegenwoordigt de verplichting van een entiteit om goederen of diensten over te dragen aan een klant waarvoor de entiteit reeds een vergoeding van de klant heeft ontvangen. De verplichting wordt gedebiteerd op het moment dat de overeenkomstige opbrengst wordt erkend.

De belangrijkste contractvorderingen en contractverplichtingen van de Groep vloeien voort uit de “last-mile” overeenkomsten. De vergoeding voor de “last mile connection” wordt vooraf betaald, terwijl de opbrengst wordt erkend over de gebruiksduur van het onderliggend actief. De opbrengsten die in de toekomst erkend worden, worden in dit gedeelte weergegeven. Zie ook Toelichting 3.4.1.

3.3.17 Leaseovereenkomsten

Bij het aangaan van een contract beoordeelt de Groep of een contract een lease is of bevat. Een contract is of bevat een lease als het contract een recht bevat om over een gedefinieerd actief controle uit te oefenen en dit voor een welbepaalde periode in compensatie voor een vergoeding. Om te beoordelen of een contract het recht geeft om over een gedefinieerd actief controle uit te oefenen, gebruikt de Groep de definitie van een leaseovereenkomst in IFRS 16.

De groep als leasingnemer

De Groep neemt op de aanvangsdatum van de leaseovereenkomst een gebruiksrecht en een leaseverplichting op. Activa en verplichtingen die voortvloeien uit een leaseovereenkomst worden aanvankelijk gewaardeerd aan de huidige waarde en verdisconteerd op basis van de beste raming van de Groep voor de gewogen gemiddelde marginale rentevoet, ingeval de impliciete rentevoet van de leaseovereenkomst niet gemakkelijk kan worden bepaald. De Groep past één disconteringsvoet toe per groep vergelijkbare contracten, samengevat per looptijd.

De leasebetalingen die in de waardering van de leaseverplichting zijn opgenomen, omvatten vaste betalingen, inclusief ‘in-substance’ vaste bedragen. Variabele leasebetalingen worden als last opgenomen wanneer ze zich voordoen. In de praktijk wordt geen onderscheid gemaakt tussen lease- en niet-leasecomponenten. Componenten die geen goederen of diensten overdragen (initiële directe kosten, vooruitbetalingen) worden niet in de leaseprijs opgenomen.

De activa met gebruiksrechten worden vervolgens verminderd met de cumulatieve afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen, en worden eventueel aangepast naar aanleiding van de herwaardering van de leaseverplichting. Deze activa worden afgeschreven volgens de lineaire methode vanaf de ingangsdatum van de leaseovereenkomst tot het einde van de leaseperiode, tenzij de leaseovereenkomst het eigendom van de onderliggende activa aan de Groep overdraagt voor het einde van de leaseperiode of wanneer de kosten verbonden aan het gebruiksrecht aangeven dat de Groep een aankoopoptie zal uitoefenen. In dit geval zal het gebruiksrecht van het actief afgeschreven worden over de gebruiksduur van het onderliggend actief. Hiervoor wordt dezelfde basis als deze voor materiële vaste activa gehanteerd.

De leaseverplichting wordt vervolgens verhoogd met de rentekosten op de leaseverplichting en verlaagd met de betaalde leasebetalingen. Ze wordt geherwaardeerd wanneer er een wijziging is in toekomstige leasebetalingen als gevolg van een wijziging in een index of rentevoet, een wijziging in de schatting van het bedrag dat naar verwachting uit hoofde van een restwaardegarantie verschuldigd zal zijn, een wijziging in de aankoop- of verlengingsoptie die met redelijke zekerheid kan worden uitgeoefend, of een wijziging in een beëindigingsoptie die niet langer kan worden uitgeoefend.

De Groep presenteert de activa met gebruiksrechten onder ‘materiële vaste activa’ en leaseverplichtingen onder ‘leningen en overige financieringsverplichtingen’(kortlopende en langlopende) in de balans.

De Groep heeft ervoor gekozen om geen activa met gebruiksrechten en leaseverplichtingen op te nemen voor leaseovereenkomsten van activa met lage waarde en kortlopende leaseovereenkomsten, inclusief IT-apparatuur. De leasebetalingen in verband met deze leaseovereenkomsten worden door de Groep lineair over de leaseperiode opgenomen als last.

3.3.18 Gereguleerde overlopende rekeningen

De Groep werkt in een gereguleerde omgeving die stelt dat tarieven bedoeld zijn om totale opbrengsten te realiseren die bestaan uit:

—een billijk rendement op het geïnvesteerde kapitaal;

—alle niet-onredelijke kosten die door de Groep worden gemaakt.

Aangezien de tarieven gebaseerd zijn op ramingen, is er altijd een verschil tussen de tarieven die effectief worden aangerekend en de tarieven die hadden moeten worden aangerekend (tariefbepaling afgesproken met regulator) om alle redelijke kosten van de netbeheerder te dekken, met inbegrip van een billijke vergoeding voor de aandeelhouders.

Indien de toegepaste tarieven resulteren in een overschot of tekort op het einde van het jaar, impliceert dit dat de tarieven aangerekend aan de eindgebruikers respectievelijk lager of hoger hadden moeten zijn (en omgekeerd). Dit overschot of tekort wordt daarom geboekt in de gereguleerde overlopende rekening.

De vrijgave van de gereguleerde overlopende rekening zal een impact hebben op de toekomstige tarieven: de opgelopen gereguleerde schulden zullen de toekomstige tarieven verlagen, terwijl de opgelopen gereguleerde activa de toekomstige tarieven zullen verhogen.

Bij gebrek aan een IFRS-standaard die specifiek van toepassing is op de verwerking van deze gereguleerde overlopende rekeningen verwijst het management van Elia naar de vereisten van IFRS 14 en het conceptueel kader voor financiële verslaggeving samen met de laatste evoluties van het IASB-project inzake Rate-regulated Activities om de volgende grondslag voor financiële verslaggeving in dat verband te ontwikkelen:

—een verplichting wordt opgenomen in de balans en gepresenteerd als onderdeel van de ‘over te dragen opbrengsten en toe te rekenen kosten’ met betrekking tot de verplichting van de Elia groep om een bedrag in mindering te brengen op de tarieven die in toekomstige perioden aan de klanten moeten worden aangerekend, omdat de totale toegestane vergoeding voor reeds geleverde goederen of diensten lager is dan het bedrag dat reeds aan de klanten is aangerekend, of omdat er meer inkomsten zijn gegenereerd als gevolg van hogere volumes dan initieel geschat (gereguleerde verplichting);

—een actief wordt opgenomen in de balans met betrekking tot het recht van de Elia groep om een bedrag toe te voegen aan de tarieven die in toekomstige perioden aan de klanten moeten worden aangerekend, omdat de totale toegestane vergoeding voor reeds geleverde goederen of diensten hoger is dan het bedrag dat reeds aan de klanten is aangerekend, of omdat er een tekort aan inkomsten is ontstaan als gevolg van lagere volumes dan initieel geschat (gereguleerd actief); en

—de netto beweging in de gereguleerde overlopende rekeningen voor de periode wordt afzonderlijk opgenomen in de winst- en verliesrekening binnen de lijn ‘netto gereguleerde opbrengsten (kosten)’.

Het bedrag op de gereguleerde overlopende rekeningen wordt jaarlijks gerapporteerd en beoordeeld door de regulator.

De som van de opbrengsten van contracten met klanten (zoals gedefinieerd in IFRS 15), overige opbrengsten en de netto-opbrengsten (kosten) van het afrekeningsmechanisme wordt eveneens opgenomen als een subtotaal ‘Omzet, overige opbrengsten en netto opbrengsten (kosten) van het afrekeningsmechanisme’, aangezien dit in wezen de opbrengsten vertegenwoordigt die economisch verdiend worden tijdens de periode, rekening houdend met de gereguleerde omgeving waarin de Elia groep actief is. Het effect van de verdiscontering wordt weergegeven in het financieel resultaat. Zie Toelichting 9.

3.4. Posten in de resultatenrekening

3.4.1 Opbrengsten

Opbrengsten

De belangrijkste inkomsten van de Groep worden gerealiseerd door transmissienetbeheerders (TNB’s) die werken binnen een regelgevend kader en die de facto/juridische monopolies hebben. De toepasselijke kaders in de belangrijkste landen worden in detail beschreven in Toelichting 9 ‘Regelgevend kader en tarieven’.

Voor gereguleerde activiteiten is elke dienst gebaseerd op een standaardcontract met de klant, met meestal een vooraf bepaald gereguleerd tarief (eenheidsprijs vermenigvuldigd met het volume (injectie of afname) of de reservecapaciteit (afhankelijk van het type dienst)), zodat de prijsstelling niet variabel is. De toewijzing van de transactieprijs over de verschillende prestatieverplichtingen is dus eenvoudig (één-op-één-relatie). De meeste van deze contracten worden afgesloten voor onbepaalde duur, met algemene betalingsvoorwaarden van 15-30 dagen.

Gelet op de activiteiten van Elia Group zijn er geen relevante rechten op teruggave en garantieverplichtingen.

Voor alle diensten die door de Groep worden geleverd, is Elia de enige en voornaamste verantwoordelijke voor de uitvoering van de dienst en dus de opdrachtgever.

In haar rol als TNB is Elia onderworpen aan openbare dienstverplichtingen die worden opgelegd door de overheid en/of reguleringsmechanismen. Deze verplichtingen hebben voornamelijk betrekking op financiële steun voor de ontwikkeling van hernieuwbare energieën. Voor deze activiteiten treden de TNB’s op als agent en aangezien de uitgaven/ inkomstenstromen volledig worden gedekt door de tarieven is er geen impact op de winsten verliesrekening. We verwijzen naar ‘Heffingen’ in Toelichting 3.3.14 voor meer informatie over de grondslagen voor financiële verslaggeving.

De belangrijkste prestatieverplichtingen / type contracten van de Groep, hun prijsstelling en de methode van omzetverantwoording voor 2024 kunnen als volgt worden samengevat:

Opbrengsten per categorie voor Elia Transmission Belgium

Opbrengstenstroom Aard, klant en timing van de tevredenheid over de prestatieverplichtingen

Netwerkopbrengsten

Aansluitingen Technische studies die worden uitgevoerd op verzoek van de netgebruikers, rechtstreeks aangesloten op het net, om een nieuwe of een wijziging van een bestaande aansluiting te krijgen. De opbrengsten worden erkend op het moment waarop de studie wordt opgeleverd.

Last-mileverbinding is een onderdeel van het aansluitingscontract. Op vraag van een toekomstige netgebruiker bouwt Elia een specifieke fysieke aansluiting, een zogenaamde last-mileverbinding, om de infrastructuur van de klant met Elia’s netwerk te verbinden. Hoewel de controle over het actief niet als dusdanig wordt overgedragen aan de netgebruiker, krijgt deze wel een rechtstreekse toegang tot het hoogspanningsnet. Dit toegangsrecht dat door Elia wordt overgedragen, is waardevol voor de netgebruiker, en daarom compenseert de netgebruiker Elia in cash. Aangezien de netgebruiker tegelijkertijd een verbindingscontract afsluit, zijn beide activiteiten (toegangsrecht en de aansluitingsdiensten) niet gescheiden. Ze vormen één enkele prestatieverplichting en er is onderlinge afhankelijkheid tussen deze contracten. De totale opbrengsten uit deze ene prestatieverplichting die de aansluitingsdiensten omvat, worden opgenomen over de levensduur van de activa, aangezien deze contracten geen specifieke einddatum hebben. Dit onderdeel van het aansluitings-/netgebruikerscontract wordt afzonderlijk gepresenteerd (niet als onderdeel van de netaansluiting/opbrengsten binnen de inkomstenlimiet), aangezien de tariefbepaling vanuit regelgevend oogpunt zeer specifiek is.

De vergoedingen die aan de netgebruikers/distributienetbeheerders (DNB’s) worden aangerekend, dekken de onderhouds- en operationele kosten van de specifieke aansluitingsfaciliteiten. Opbrengsten worden in de tijd erkend, aangezien deze dienst een doorlopende prestatie is gedurende de hele looptijd van het contract.

Contract - Prijsstelling

Contract en tarief goedgekeurd door de regulator. Vast bedrag per type studie.

Standaardcontract goedgekeurd door de regulator, maar de prijsstelling is gebaseerd op het budget voor de realisatie van de aansluiting.

Beheer en ontwikkeling van de netwerkinfrastructuur

Dit onderdeel van het toegangscontract dat met de toegangshouders/DNB’s wordt ondertekend, heeft betrekking op de ontwikkeling en het beheer van het net om te voorzien in de behoefte aan capaciteit en de vraag naar elektriciteitstransmissie. Opbrengsten worden in de tijd erkend, aangezien het leveren van voldoende capaciteit en een veerkrachtig net een doorlopende prestatie is gedurende de hele looptijd van het contract.

Beheer van het elektrisch systeem Dit onderdeel van het toegangscontract met de toegangshouders/DNB’s heeft betrekking op het beheer en de exploitatie van het elektriciteitssysteem en de afname van extra reactieve energie met betrekking tot Elia’s netwerk (verschillend van de aansluitingsactiva). Opbrengsten worden in de tijd erkend, aangezien het leveren van deze diensten een doorlopende prestatie is gedurende de hele looptijd van het contract.

Marktintegratie Dit onderdeel maakt deel uit van het toegangscontract dat met de toegangshouders/DNB’s is gesloten en dat betrekking heeft op (i) diensten om de energiemarkt te faciliteren, (ii) de ontwikkeling en verbetering van de integratie van een effectieve en efficiënte elektriciteitsmarkt, (iii) het beheer van de interconnecties en de coördinatie met de buurlanden en de Europese autoriteiten, en (iv) de publicatie van gegevens zoals vereist door de verplichtingen inzake transparantie. Opbrengsten worden in de tijd erkend, aangezien het leveren van deze diensten een doorlopende prestatie is gedurende de hele looptijd van het contract.

Compensatie van onevenwichten

Zoals bepaald in het contract met de balanceringsverantwoordelijke heeft de balanceringsverantwoordelijke zich ertoe verbonden te zorgen voor een perfect evenwicht tussen afname en injectie in het net. In geval van een onevenwicht wordt een vergoeding gefactureerd om de extra kosten te dekken die Elia oploopt bij de activering van de ondersteunende diensten. De omzet wordt erkend op het moment dat een onevenwicht optreedt.

Contract en tarief goedgekeurd door de regulator. Het tarief wordt bepaald per type activa (veld, km kabel ...).

Contract en tarief goedgekeurd door de regulator. EUR per kW/kVA voor de jaarlijkse/maandelijkse piek en het vermogen dat beschikbaar is op het toegangspunt.

Contract en tarief goedgekeurd door de regulator. EUR per kW/ kVArh op het toegangspunt.

Contract en tarief goedgekeurd door de regulator. EUR per kW op het toegangspunt.

Contract en tarief/mechanisme goedgekeurd door de regulator. Gebaseerd op marktprijzen, EUR per kW onevenwicht op het toegangspunt.

Internationale inkomsten Het gebruik van het net langs de grenzen wordt georganiseerd door middel van halfjaarlijkse, driemaandelijkse, maandelijkse, wekelijkse, weekend-, dagelijkse en intradayveilingen. Elia en de regulatoren beslissen welke veilingen langs elke grens worden uitgevoerd. De veiling wordt georganiseerd via een veilingkantoor, dat als agent optreedt. Het veilingkantoor int de opbrengsten die door de Europese energietraders worden betaald. Die opbrengsten worden uiteindelijk onder de naburige TNB’s verdeeld op basis van de ingevoerde/uitgevoerde volumes op de grens. De omzet wordt erkend op het moment dat een import-/exportactiviteit plaatsvindt. Raamovereenkomst met partijen en veilingkantoor. De prijsstelling is gebaseerd op het prijsverschil in de grensoverschrijdende marktprijzen.

Overige bedrijfsopbrengsten

Opbrengstenstroom Aard en timing van de tevredenheid over de prestatieverplichtingen

Overige bedrijfsopbrengsten

Andere Hieronder vallen voornamelijk andere diensten dan hierboven beschreven. De opbrengsten worden opgenomen op het moment dat de dienst gepresteerd werd.

Alle componenten van de bedrijfsopbrengsten bevatten bijgevolg opbrengsten uit contracten met klanten, d.w.z. partijen die lopende contracten hebben met de Groep voor het krijgen van diensten die voortvloeien uit de gewone activiteiten van de Groep in ruil voor een vergoeding.

Overige bedrijfsopbrengsten

Overige bedrijfsopbrengsten worden opgenomen wanneer de relevante dienst gepresteerd werd en er geen verdere prestatieverplichtingen meer zullen zijn.

Netto opbrengsten (kosten) van het afrekeningsmechanisme

Aangezien de tarieven gebaseerd zijn op ramingen, is er altijd een verschil tussen de tarieven die effectief worden aangerekend en de tarieven die hadden moeten worden aangerekend (tariefbepaling afgesproken met de regulator) om alle redelijke kosten van de netbeheerder te dekken, met inbegrip van een billijke vergoeding voor aandeelhouders.

Indien de toegepaste tarieven resulteren in een overschot of tekort op het einde van het jaar, impliceert dit dat de tarieven aangerekend aan de gebruikers/het publiek lager of hoger hadden kunnen zijn. Dit overschot of tekort wordt daarom geboekt in de gereguleerde overlopende rekening van het afrekeningsmechanisme.

De vrijgave van deze gereguleerde overlopende rekening zal een impact hebben op de toekomstige tarieven: de opgelopen gereguleerde schulden zullen de toekomstige tarieven verlagen, de opgelopen gereguleerde activa zullen de toekomstige tarieven verhogen. De netto beweging in de gereguleerde overlopende rekeningen voor de periode wordt afzonderlijk opgenomen in de winst- en verliesrekening binnen de lijn ‘Netto-inkomsten (kosten) van het afrekeningsmechanisme’. Zie ook Toelichting 3.3.18.

3.4.2 Kosten

Overige bedrijfskosten

Eigendomsbelastingen worden onmiddellijk volledig opgenomen zodra het eigendomsrecht vaststaat (gewoonlijk op 1 januari van het betrokken jaar). Deze kosten, die worden gekwalificeerd als niet-beheersbare kosten binnen het regelgevend kader, worden evenwel opgenomen als opbrengsten door het afrekeningsmechanisme voor hetzelfde bedrag, wat resulteert in een nul impact op de winst- en verliesrekening.

Financieringsbaten en -lasten

Contract - Prijsstelling

De financieringslasten omvatten interesten op leningen (berekend volgens de effectieve rentevoet methode), rente op leaseverplichtingen, wisselkoersverliezen, winsten uit muntafdekkingen die wisselkoersverliezen compenseren, resultaten uit de afdekkingen van renterisico’s, verliezen op afdekkingsinstrumenten die niet worden gebruikt in het kader van een afdekkingstransactie, verliezen op voor handelsdoeleinden aangehouden financiële activa en waardeverminderingen op financiële activa, alsook verliezen uit afdekkingseffectiviteit.

Financieringsbaten omvatten rentebaten op bankdeposito’s, die in de winst- en verliesrekening worden opgenomen aan de hand van de methode van de effectieve rente naarmate ze oplopen.

Financieringslasten die niet direct toewijsbaar zijn aan de aankoop, bouw of productie van een in aanmerking komend actief worden in de winst- en verliesrekening opgenomen aan de hand van de methode van de effectieve rente.

Winstbelastingen

De winstbelastingen omvatten de over de verslagperiode verschuldigde en uitgestelde belasting. De winstbelasting wordt opgenomen in de winst- en verliesrekening behalve wanneer zij betrekking heeft op posten die rechtstreeks worden opgenomen in het eigen vermogen.

De over de verslagperiode verschuldigde belasting is de verwachte te betalen belasting op de belastbare winst voor het jaar, met toepassing van belastingtarieven die zijn vastgesteld of grotendeels zijn vastgesteld aan het einde van de verslagperiode en alle aanpassingen aan de te betalen belasting in verhouding tot vroegere jaren.

Uitgestelde belastingverplichtingen worden verwerkt op basis van de balansmethode, op tijdelijke verschillen die ontstaan tussen de boekwaarde van activa en verplichtingen ten behoeve van de financiële verslaggeving en de fiscale boekwaarde van die posten. Uitgestelde belastingen worden niet verwerkt voor de volgende tijdelijke verschillen: de eerste opname van activa of verplichtingen in een transactie die geen bedrijfscombinatie betreft en noch de commerciële noch de fiscale winst in de voorzienbare toekomst zullen beïnvloeden, en verschillen die verband houden met investeringen in dochterondernemingen en joint ventures terwijl het waarschijnlijk is dat deze in de voorzienbare toekomst niet zullen worden afgewikkeld. Voor tijdelijke verschillen die voortvloeien uit de eerste opname van goodwill worden geen uitgestelde belastingverplichtingen opgenomen. Uitgestelde belastingverplichtingen worden gewaardeerd met behulp van de belastingtarieven die naar verwachting van toepassing zullen zijn bij terugname van de tijdelijke verschillen, op basis van de wetten die per

verslagdatum zijn vastgesteld of materieel zijn vastgesteld. Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen worden gesaldeerd indien er een wettelijk afdwingbaar recht bestaat om de verschuldigde belastingvorderingen en -verplichtingen te salderen en de uitgestelde posten samenhangen met door dezelfde belastingautoriteit opgelegde winstbelasting aan dezelfde belastingplichtige entiteit, dan wel aan verschillende belastingplichtige entiteiten die de bedoeling hebben om de verschuldigde belastingvorderingen en -verplichtingen te salderen of waarvan de belastingvorderingen en -verplichtingen gelijktijdig worden gerealiseerd.

Een uitgestelde belastingvordering wordt slechts opgenomen in de mate dat het waarschijnlijk is dat toekomstige belastbare winsten beschikbaar zullen zijn waartegen de actiefpost kan worden aangewend. Uitgestelde belastingvorderingen worden verminderd in de mate waarin het niet langer waarschijnlijk is dat het daarmee samenhangende belastingvoordeel gerealiseerd zal worden.

Bijkomende winstbelastingen die voortvloeien uit de uitkering van dividenden worden tezelfdertijd opgenomen als de verplichting om het betrokken dividend te betalen.

3.5. Overzicht van gerealiseerde en niet-

gerealiseerde resultaten en mutatie van het eigen vermogen

Het overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten geeft een beeld van alle in de geconsolideerde winst- en verliesrekening en het geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen opgenomen opbrengsten en lasten. De Groep heeft ervoor gekozen de gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten weer te geven met behulp van de tweeledige methode: de winst- en verliesrekening wordt onmiddellijk gevolgd door het overzicht van de niet-gerealiseerde resultaten. Daardoor bevat het mutatieoverzicht van het eigen vermogen alleen wijzigingen die betrekking hebben op de aandeelhouders.

4. Rapportering per segment

4.1 Basis voor segmentrapportering

De Groep heeft gekozen voor segmentrapportering in overeenstemming met de verschillende regelgevende kaders die momenteel bestaan in de Groep. Dergelijke rapportering geeft beter de operationele activiteiten van de Groep weer en is ook in overeenstemming met de interne rapportering van de Groep aan de Chief Operating Decision Maker (CODM) waardoor de CODM de prestaties en activiteiten van de Groep beter en op een transparante manier kan evalueren en beoordelen.

In overeenstemming met IFRS 8 heeft de Groep de volgende bedrijfssegmenten bepaald op basis van de eerder vermelde criteria:

—Elia Transmission België, dat de activiteiten omvat die uitgevoerd worden in overeenstemming met het Belgisch regelgevend kader: de gereguleerde activiteiten van Elia Transmission Belgium NV/SA, Elia Asset NV/SA, Elia Engineering NV/SA, Elia Re

SA, HGRT SAS en Coreso NV/SA, waarvan de activiteiten rechtstreeks verbonden zijn met de rol van Belgisch transmissienetbeheerder en zijn onderworpen aan het in België geldende regelgevend kader – zie deel 9.1.4.

—Het niet-gereguleerde segment en Nemo Link die bestaan uit: –de holdingactiviteiten in Nemo Link Ltd. Dit bedrijf omvat en beheert de Nemo Linkinterconnector die het VK en België verbindt met behulp van hoogspanningselektriciteitskabels, waardoor er elektriciteit tussen de twee landen kan worden uitgewisseld en waarvoor een specifiek regelgevend kader is opgezet –Zie Deel 9.2 voor meer details; –De niet-gereguleerde activiteiten van het segment Elia Transmission België. Met ‘niet-gereguleerde’ activiteiten worden activiteiten bedoeld die niet rechtstreeks verband houden met de rol van een TNB – Zie Deel 9.1;

De CODM werd door de Groep geïdentificeerd als de Raden van Bestuur, de CEO’s en directiecomités van elk segment. De CODM beoordeelt periodiek de prestatie van de segmenten van de Groep aan de hand van verschillende indicatoren zoals opbrengst, EBITDA en resultaat uit bedrijfsactiviteiten.

De informatie die aan de CODM wordt voorgelegd, volgt de IFRS-grondslagen voor financiële verslaggeving van de Groep, dus hoeven er geen reconciliatieposten te worden vermeld.

4.2 Elia Transmission België

De tabel hieronder geeft de geconsolideerde resultaten over 2025 van Elia Transmission België weer.

Resultaten Elia Transmission (in miljoen €) − periode eindigend per 31 december

Bedrijfsopbrengsten, overige bedrijfsopbrengsten en netto inkomsten (kosten) afrekeningsmechanisme

inkomsten van het afrekeningsmechanisme

en waardeverminderingen

Aandeel in resultaat van investeringen opgenomen volgens vermogensmutatiemethode (na winstbelastingen)

voor afschrijvingen, waardeverminderingen, intresten en belastingen (EBITDA)*

* Wijzigingen in de voorzieningen zijn nu opgenomen in de EBITDA, waarbij 2024 overeenkomstig is aangepast ** De definitie en tabel met reconciliatie naar de hoofdtabellen zijn te vinden in de sectie Financiële Termen of Alternatieve Prestatiemaatstaven.

De tariefmethodologie die de CREG op 29 februari 2024 goedkeurde, werd in 2024 van kracht. De methodologie is van toepassing voor een periode van vier jaar (2024 - 2027). Zie Toelichting 9.1 voor meer informatie over het regelgevende kader.

Financieel

De nettowinst steeg met 27,3% tot €272,1 miljoen, voornamelijk dankzij de volgende elementen:

1.Een hogere billijke vergoeding (+€40,0 miljoen) door een groeiende activabasis en de versterkte vermogenspositie na de kapitaalsverhoging van €1,05 miljard. ETB profiteerde ook van een hogere vergoeding van het eigen vermogen in vergelijking met vorig jaar , als gevolg van een stijging van de onderliggende risicovrije rentevoet (3,19% tegenover 2,91% in 2024)

2.Een lichte toename van de incentives (+€1,1 miljoen) geeft de aanhoudend sterke operationele prestaties weer.

3.Hogere gekapitaliseerde financieringskosten (+14,3 miljoen) door een toename van de activa in aanbouw en een lichte stijging van de gemiddelde kostprijs van schuld.

4.Een éénmalige tariefcompensatie voor de financiële kosten van de kapitaalsverhogingen die in 2025 werden doorgevoerd (+7,6 miljoen), inclusief de kapitaalsverhoging voor het personeel.

Deze effecten werden gedeeltelijk gecompenseerd door:

5.Regulatoire afrekeningen na de herziening van de saldi 2024 (-2,0 miljoen).

6.Overige elementen (-€2,6 miljoen), waaronder een negatief effect van uitgestelde belastingen (-€3.3 miljoen), lagere bijdragen in verband met personeelsbeloningen (-€1.7 miljoen), lagere activeringskosten voor langlopende uitgiftekosten (-€1.6 miljoen), gedeeltelijk gecompenseerd door de activering van software en hardware (+3,2 miljoen).

De netto financiële schuld daalde tot €3.849,3 miljoen (-11,8%), als gevolg van een verbeterde liquiditeit na de push-down van €1,05 miljard naar ETB uit de kapitaalsverhoging van €2.2 miljard (inclusief personeelstranche). Die daling ging gepaard met sterke operationele kasstromen (+€948,9 miljoen die de CAPEX-uitgaven van het jaar (€1,4 miljard) overtrof.

Gedurende het jaar bleef ETB actief aanwezig van de kapitaalmarkten, en gaf het een nieuwe Europese groene obligatie uit ter waarde van €500 miljoen met een looptijd van 10 jaar en een coupon van 3,50% om een obligatie met vervaldatum in 2026 te herfinancieren. Daarnaast heeft het bedrijf een EIB-lening van €100 miljoen terugbetaald. Na deze transactie stegen de gemiddelde kosten van schuld tot 2.53% (+13 basispunten). ETB blijft een evenwichtig maturiteitsprofiel van de schuld handhaven, waarbij alle uitstaande schuld een vaste coupon heeft. De aan duurzaamheid gekoppelde heropneembaar kredietfaciliteit (€1.260 miljoen) en het handelspapier (€700 miljoen) bleven eind 2025 volledig ongebruikt.

Elia Transmission Belgium kreeg van Standard & Poor's een BBB+ kredietbeoordeling met een stabiel vooruitzicht.

De onderstaande tabel geeft meer details over veranderingen in de componenten van de opbrengsten:

Beheer en ontwikkeling van de netwerkinfrastructuur

opbrengsten (kosten) van het afrekeningsmechanisme

Opbrengsten, overige inkomsten en nettoinkomsten (of -uitgaven) uit het verrekeningsmechanisme

4.3

Niet-gereguleerd

segment en Nemo Link

In onderstaande tabel staan de geconsolideerde resultaten van 2025 voor het nietgereguleerde segment en Nemo Link’:

Resultaten niet-gereguleerd segment en NemoLink (in miljoen €) − periode eindigend per 31 december

en waardeverminderingen

uit bedrijfsactiviteiten

Aandeel in resultaat van investeringen opgenomen volgens vermogensmutatiemethode (na winstbelastingen)

voor intrest en belastingen

Resultaten voor afschrijvingen, waardeverminderingen, intresten en belastingen (EBITDA)*

Geconsolideerde financiële positie (in miljoen €)

* Wijzigingen in de voorzieningen zijn nu opgenomen in de EBITDA, waarbij 2024 overeenkomstig is aangepast ** De definitie en tabel met reconciliatie naar de hoofdtabellen zijn te vinden in de sectie Financiële Termen of Alternatieve Prestatiemaatstaven.

Investeringen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode droegen €30,6 miljoen bij aan het resultaat van de Groep, dat bijna volledig toe te schrijven is aan Nemo Link. De sterke operationele prestaties van Nemo Link werden mede mogelijk gemaakt door inkomsten boven het plafond. De daling van de congestie-inkomsten ten opzichte van 2024, als gevolg van lagere spreads, werd vrijwel volledig gecompenseerd door de toename van de capaciteitsmarkt en aanvullende diensten. In 2025 handhaafde de interconnectie een sterke beschikbaarheidsgraad van 98,7%. Ondanks deze sterke operationele prestaties was de bijdrage van Nemo Link (€30,6 miljoen) iets lager dan in 2024 (-€1,2 miljoen),

voornamelijk vanwege rente over het plafond die, samen met het overschot op het plafond zelf, na de beoordelingsperiode (2024-2028) aan de toezichthouders moet worden betaald.

De EBIT daalde tot €30,6 miljoen (-€3,3 miljoen). Deze daling was voornamelijk het gevolg van de hogere bijdrage van Nemo Link.

De netto financieringskosten bleven redelijk stabiel op €2,5 miljoen.

De nettowinst daalde met €2,6 miljoen tot €28,6 miljoen, voornamelijk als gevolg van de lagere bijdrage van Nemo Link.

De totale activa bleven redelijk stabiel in vergelijking met vorig jaar.

4.4 Aansluiting van de informatie over te rapporteren segmenten met IFRSbedragen

Groepsresultaten (in miljoen €) − periode eindigend per 31 december

inkomsten (kosten) van het

en waardeverminderingen

Aandeel in resultaat van investeringen opgenomen volgens vermogensmutatiemethode,

Resultaten voor afschrijvingen, waardeverminderingen, intresten en belastingen

Winst toe te rekenen aan de eigenaars van de Vennootschap

Geconsolideerde financiële positie (in miljoen €) 31

* Wijzigingen in de voorzieningen zijn nu opgenomen in de EBITDA, waarbij 2024 overeenkomstig is aangepast ** De definitie en tabel met reconciliatie naar de hoofdtabellen zijn te vinden in de sectie Financiële Termen of Alternatieve Prestatiemaatstaven.

Groepsresultaten (in miljoen €) − periode eindigend per 31 december

bedrijfsopbrengsten

Netto inkomsten (kosten) van het afrekeningsmechanisme

Afschrijvingen en waardeverminderingen

uit bedrijfsactiviteiten

Aandeel in resultaat van investeringen opgenomen volgens vermogensmutatiemethode, na belastingen

voor intrest en belastingen (EBIT)

Resultaten voor afschrijvingen, waardeverminderingen, intresten en belastingen (EBITDA)*

Winst toe te rekenen aan de eigenaars van de Vennootschap

Geconsolideerde financiële positie (in miljoen €)

* Wijzigingen in de voorzieningen zijn nu opgenomen in de EBITDA, waarbij 2024 overeenkomstig is aangepast

** De definitie en tabel met reconciliatie naar de hoofdtabellen zijn te vinden in de sectie Financiële Termen of Alternatieve Prestatiemaatstaven.

Er zijn geen belangrijke intersegment transacties.

De Groep heeft geen concentratie van klanten in een van de bedrijfssegmenten.

5. Elementen van de geconsolideerde winst-en verliesrekening en nietgerealiseerde resultaten

Er waren geen wijzigingen in de basis voor presentatie. Bijgevolg waren er geen herwerkingen nodig van cijfers van vorige jaren.

5.1. Bedrijfsopbrengsten,

netto inkomten (kosten) van het afrekeningsmechanisme en overige bedrijfsopbrengsten

De hogere netwerkopbrengsten zijn vooral toe te schrijven aan een prijseffect, in lijn met de verwachtingen binnen het Belgische tariefkader voor het financiële jaar. Daarnaast namen de internationale (grensoverschrijdende) inkomsten toe in de context van een steeds meer gekoppelde elektriciteitsmarkt.

Deze ontwikkeling wordt grotendeels verklaard door hogere congestievergoedingen aan de zuidelijke grens, wat een bredere prijsspread met Frankrijk weerspiegelt als gevolg van de hoge beschikbaarheid van het Franse nucleaire park.

Er wordt geen verdere geografische informatie verstrekt, aangezien de opbrengsten worden gerealiseerd in de landen waar de netinfrastructuur zich bevindt, wat grotendeels overeenstemt met de hierboven genoemde segmenten.

De eigen productie van de Groep heeft betrekking op investeringsprojecten door eigen personeel van de Groep (infrastructuur en IT-projecten). De stijging van de eigen productie is in lijn met de succesvolle uitvoering van het ambitieuze investeringsplan van de Groep.

De overige beheersbare inkomen hebben betrekking op verschillende terugvorderingen (verlaging van de roerende voorheffing, terugvordering van kosten in verband met heffingsbeheer, ...).

In 2025 rapporteert de Groep overige niet-beheersbare inkomen die voornamelijk voortvloeien uit verzekeringsuitkeringen en uit het cap en "cap en floor" surplus van de huidige tariefperiode, betaald door Nemo Link aan Elia Transmission Belgium in 2025 (€20,0 miljoen versus €40,0 miljoen in 2024). De verzekeringsuitkeringen in 2025 waren te wijten aan een aantal technische incidenten die hebben geleid tot de tussenkomst van verzekeringsmaatschappijen waarvan de terugvorderingen in 2025 zijn gematerialiseerd

(kosten) van

Totaal opbrengsten, diverse bedrijfsopbrengsten en netto opbrengsten (kosten) van het afrekeningsmechanisme

Het segment Elia Transmission België rapporteerde opbrengsten en overige bedrijfsopbrengsten van €1.603,9 miljoen (Toelichting 4.2), terwijl het niet-gereguleerde segment en Nemo Link opbrengsten rapporteerde van €64,6 miljoen (Toelichting 4.3). De totaal gerapporteerde opbrengsten (inclusief netto opbrengsten (kosten) van het afrekeningsmechanisme) en overige bedrijfsopbrengsten bedroegen €1.668,5 miljoen.

De stijging van de omzet van ETB over de periode wordt voornamelijk gedreven door de toename van de netwerkopbrengsten, die zijn gestegen van €1,3 miljard naar €1,7 miljard, wat neerkomt op een groei van ongeveer 33%. De andere omzetcomponenten bleven over de periode heen grotendeels stabiel.

De Groep heeft in de verslagperiode €5,9 miljoen aan opbrengsten opgenomen die aan het begin van de periode was inbegrepen in het saldo van de contractverplichtingen (€134,5 miljoen). Aanvullende informatie wordt verstrekt in Toelichting 6.17. De Groep heeft in de verslagperiode geen substantiële opbrengsten opgenomen met betrekking tot prestatieverplichtingen uit voorgaande periodes.

5.2. Bedrijfskosten

Grond - en hulpstoffen, diensten en diverse goederen

(in miljoen €)

Grond- en hulpstoffen

Aankoop van ondersteunende diensten

Diensten en diverse goederen (excl. aankoop van ondersteunende diensten)

Totaal

8,5 6,9

De kosten van de Groep voor ‘Grondstoffen, hulpstoffen, diensten en diverse goederen’ zijn gestegen tot €8,5 miljoen voor het boekjaar 2025.

De aankoop van ondersteunende diensten omvat de kosten voor diensten die de Groep in staat stellen de productie met de vraag in evenwicht te brengen, constante spanningsniveaus te handhaven en congestie op haar netten te beheren. De kosten zijn in

2025 gedaald tot €212,9 miljoen (tegenover €400,8 miljoen in 2024. Deze daling is voornamelijk toe te schrijven aan de ingebruikname van het Europese PICASSO-platform, dat een efficiëntere grensoverschrijdende balancering mogelijk heeft gemaakt en heeft bijgedragen aan lagere kosten voor de aankoop van aFRR (activated Frequency Restoration Reserve). Daarnaast hebben verbeterde prestaties en een toegenomen deelname van batterijopslagsystemen kostenefficiënte flexibiliteitsoplossingen geboden, wat verder heeft bijgedragen aan de algemene daling van de kosten voor ondersteunende diensten.

‘Diensten en diverse goederen’ heeft betrekking op het onderhoud van het net, diensten van derden, verzekeringen en consultancyvergoedingen, en andere. De kosten hiervoor stegen met €2,1 miljoen (+0,5%) tot €433,2 miljoen.

Personeelskosten

De personeelskosten stegen met €38,2 miljoen in 2025 als gevolg van de indexering en de aanhoudende groei van het personeelsbestand. Elia Transmission België zag een groei van het aantal voltijdse equivalenten om de versnelling te ondersteunen van de energietransitie en de ontwikkelingsopportuniteiten als gevolg van de uitbreiding van de internationale offshore activiteiten.

Zie Toelichting 6.15 - ‘Personeelsbeloningen’ voor meer informatie over pensioenkosten en personeelsbeloningen.

Afschrijvingen en waardeverminderingen (in miljoen €)

Nettoverandering in afwaarderingen van voorraden en handelsvorderingen

en waardeverminderingen

Het totaal ‘afschrijvingen en waardeverminderingen’ nam toe van €243,7 miljoen in 2024 naar €266,9 miljoen in 2025, voornamelijk door een stijging in afschrijvingen van materiële activa als gevolg van gestegen vaste activa.

Een uitgebreide beschrijving en een schema van bewegingen wordt gegeven in andere hoofdstukken over immateriële vaste activa (zie Toelichting 6.2) en materiële vaste activa (zie Toelichting 6.1).

Wijzigingen in voorzieningen

(in miljoen €)

Provisie voor juridische geschillen 0,8

op voorzieningen

De wijzigingen in de voorzieningen zijn gestegen van €1,0 miljoen in 2024 tot €19,3 miljoen in 2025. De toename van de overige voorzieningen weerspiegelt eveneens de opname van een projectgerelateerde voorziening (Prinses-Elisabeth-eiland) voor contractuele besprekingen met leveranciers (€14,0 miljoen), evenals hogere milieuverplichtingen.

Voor verdere toelichting wordt verwezen naar noot 6.16 “Voorzieningen.

Overige bedrijfskosten

(in miljoen €)

Belastingen andere dan winstbelastingen 13,2 13,6 Minderwaarde op verkoop, buitendienststellingen materiële activa 36,2 7,3

Belastingen andere dan winstbelastingen bestaan hoofdzakelijk uit eigendomsbelastingen.

In 2025 bedroeg het aandeel van Elia Transmission Belgium in de overige bedrijfskosten €49,4 miljoen (€21,0 miljoen in 2024).

De verliezen op de verkoop van materiële vaste activa bedroeg €36,2 miljoen voor Elia Transmission Belgium, tegenover €7,3 miljoen in 2024. Deze stijging is voornamelijk toe te schrijven aan de impact van overheidsbeslissingen die in 2025 werden genomen om de ontwikkeling van de integratie van een HVDC-converter op het Prinses-Elisabeth-eiland niet verder te zetten (€9,0 miljoen), evenals om de wisselstroomcapaciteit (AC – Alternating Current) te verminderen (€15,4 miljoen). Deze strategische aanpassingen hebben geleid tot de uitboeking van eerder geactiveerde activa die verband houden met deze componenten, wat heeft bijgedragen aan de toename van de in het boekjaar geboekte verliezen op verkoop.

Het bedrag van waardeverminderingen op handelsvorderingen wordt verklaard in Toelichting 8.1 ‘Beheer van financiële risico's en derivaten’.

5.3. Nettofinancieringskosten

5.4. Winstbelastingen

Opgenomen in de winst-

en verliesrekening

De geconsolideerde resultatenrekening omvat de volgende inkomstenbelastingen:

(in miljoen €)

Huidig boekjaar 69,6 62,9

Aanpassingen m.b.t. voorgaande jaren (0,8) (0,4)

Totaal kortlopende verschuldigde winstbelastingen 68,8 62,5

Ontstaan en terugname van tijdelijke verschillen 9,3 5,1

Herclassificatie van niet-gerealiseerde resultaten betreffende afgeleide

De financieringsopbrengsten stegen van €26,3 miljoen in 2024 naar €29,8 miljoen in 2025. Deze variatie is het gevolg van rentebaten op geldmiddelen en kasequivalenten, en wordt verklaard door hogere rentevoeten en een overschot aan geldmiddelen gedurende het jaar.

De financieringskosten stegen eveneens tegenover vorig jaar. Zie Toelichting 6.14 voor uitvoerige informatie over de uitstaande leningen en de betaalde rente in 2025.

De rentekosten op leaseovereenkomsten bleven stabiel tegenover vorig jaar.

De overige financiële kosten daalde van €8,4 miljoen in 2024 naar €5,3 miljoen in 2025 vanwege lagere bankkosten.

Zie Toelichting 6.14 voor meer details over nettoschulden en leningen.

Totaal uitgestelde winstbelastingen 9,3 5,1

Totaal van winstbelastingen en uitgestelde belastingen opgenomen in de winst- en verliesrekeningen 78,0 67,6

De totaal verschuldigde winstbelastingen waren in 2025 hoger dan in 2024. De stijging van de winstbelastingen wordt voornamelijk gedreven door de hogere winst die in België is gegenereerd tegen een iets lagere effectieve belastingvoet (20,6% in 2025 versus 21,7% in 2024).

Aansluiting van effectief belastingtarief

De belasting op de winst (het verlies) vóór belastingen van de Groep verschilt van het theoretische bedrag berekend op basis van de wettelijke aanslagvoet in België en de werkelijke winsten (verliezen) van de geconsolideerde vennootschappen:

Verschuldigde winstbelastingen met toepassing van het lokaal belastingtarief (94,7) (78,1)

Effect van belastingtarief in buitenland (0,6)

Belastingimpact resultaat van deelnemingen verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode 8,6 8,8

Verworpen uitgaven (3,2) (3,2)

Aanpassingen m.b.t. voorafgaande jaren 0,8 0,4

Belastingkrediet en overige belastingsverminderingen 8,8 4,7

Overige 2,2

Totaal van winstbelastingen en uitgestelde belastingen opgenomen in de winst- en verliesrekeningen (78,0) (67,6)

In 2025 lag de belastinglast lager dan de theoretische belastinglast (berekend op basis van het nominale belastingtarief), voornamelijk als gevolg van het effect van de innovatie-inkomstenaftrek, opgenomen onder de rubriek « Belastingkredieten en andere belastingverminderingen ».

Uitgestelde winstbelastingen worden verder besproken in Toelichting 6.8.

5.5. Winst per aandeel (WPA)

Gewone WPA

De gewone winst per aandeel wordt berekend door de nettowinst die is toe te schrijven aan de aandeelhouders van de Vennootschap (€300,7 miljoen) te delen door het gewogen gemiddelde van het aantal gewone uitstaande aandelen doorheen het jaar.

toe te rekenen aan

van verwateringspotentieel van gewone aandelen

Uitgegeven

Effect van verwateringspotentieel van gewone aandelen

Gewogen gemiddelde van uitstaande gewone aandelen

Verwaterde WPA

De verwaterde winst per aandeel wordt berekend door de winst die of het verlies dat kan worden toegekend aan de aandeelhouders en het gewogen gemiddeld aantal gewone uitstaande aandelen te corrigeren voor de gevolgen van alle potentiële gewone aandelen die tot verwatering zullen leiden en die bestaan uit aandelenopties en converteerbare obligaties.

De verwaterde winst per aandeel is gelijk aan de gewone winst per aandeel, aangezien er geen converteerbare obligaties noch aandelenopties bestaan.

5.6. Niet-gerealiseerde resultaten

Het totaalresultaat omvat zowel het resultaat van de periode dat wordt opgenomen in de winst- en verliesrekening als de andere elementen van het totaalresultaat die rechtstreeks in het eigen vermogen worden verwerkt. De « andere elementen van het totaalresultaat » omvatten alle mutaties in het eigen vermogen, met uitzondering van mutaties die verband houden met transacties met de aandeelhouders, welke worden opgenomen in het overzicht van mutaties in het eigen vermogen.

Het totaal van de andere elementen van het totaalresultaat voor het boekjaar 2025 bedraagt een positief effect van €0,8 miljoen, wat een aanzienlijke daling vertegenwoordigt ten opzichte van het voorgaande boekjaar (positief effect van €12,7 miljoen). De belangrijkste drijfveren worden hieronder toegelicht.

Herwaarderingen van verplichtingen voor vergoedingen na uitdiensttreding

De andere elementen van het totaalresultaat met betrekking tot verplichtingen inzake vergoedingen na uitdiensttreding hadden een positief effect van €5,2 miljoen. Dit effect is voornamelijk toe te schrijven aan de stijging van de disconteringsvoet en het positieve rendement op de fondsbeleggingen. Zie toelichting 6.15 voor meer details.

Het hiermee samenhangende fiscale effect bedraagt €1,3 miljoen.

Kasstroomafdekkingen

In 2025 hebben de andere elementen van het totaalresultaat met betrekking tot kasstroomafdekkingen een negatief effect van €4,2 miljoen, als gevolg van de recyclage van de afdekkingsreserve (-€4,2 miljoen) die voortvloeit uit de derivaten (IRS 2023 en 2024). Voor meer details wordt verwezen naar toelichtingen 6.20 en 6.7.

Het hiermee samenhangende fiscale effect bedraagt €1,1 miljoen.

6. Elementen van de geconsolideerde balans

6.1. Materiële vaste activa

(in miljoen €)

Aankoopwaarde

Boekwaarde

In België staan er grootschalige (onshore en offshore) infrastructuurprojecten in de steigers. Deze projecten focussen op de versterking van het Belgische net, de ontwikkeling van de nodige offshore infrastructuur die de integratie van steeds meer hernieuwbare energie in het net mogelijk maakt en de digitalisering van de infrastructuur. De versnelling van de energietransitie en de huidige inflatoire omgeving vormen de drijvende kracht achter de investeringen van Elia Transmission België.

Elia Transmission investeerde in totaal €1.301,6 miljoen in materiële vaste activa. De nadruk bleef vooral liggen op de versterking en uitbreiding van het 380 kV-net, het leggen van de basis voor de uitbreiding van het offshore netwerk en de naadloze integratie van hernieuwbare energie. Er werd een bedrag van ca. €484,8 miljoen toegewezen aan offshore ontwikkelingen, €816,8 miljoen aan regionale netversterkingen, aansluitingen met klanten en vervangingsprojecten in het hele Belgische net.

In 2025 werd €31,5 miljoen aan financieringslasten geactiveerd op activa in aanbouw, op basis van een gemiddelde rentevoet van 2,53% (€17,7 miljoen tegen 2,37% in 2024).

Er waren geen hypotheken, panden of andere zekerheden op materiële vaste activa met betrekking tot leningen.

Openstaande investeringsverplichtingen worden beschreven in Toelichting 8.2. De analyse van leaseverplichtingen wordt voorgesteld in Toelichting 6.21.

6.2. Immateriële vaste activa

(in miljoen €)

Aankoopwaarde

Boekwaarde

Software omvat zowel IT-toepassingen die door de Vennootschap worden ontwikkeld voor het beheer van het net als software voor de normale bedrijfsactiviteiten van de Groep.

Intern gegenereerde immateriële activa met een boekwaarde van €138,8 miljoen worden gerapporteerd onder "Ontwikkelingskosten van software" (vorig jaar: €65,3 miljoen).

De Groep heeft voor een totaalbedrag van €110,7 miljoen geïnvesteerd in intern ontwikkelde immateriële vaste activa. Deze bestonden voornamelijk uit de ontwikkeling van het hybride cloudplatform (EDP-project) en de ontwikkeling van een systeemplatform voor de controle en exploitatie van het elektriciteitsnet (GridFlex).

In de loop van 2025 werd een bedrag van €4,1 miljoen financieringslasten geactiveerd op software in ontwikkeling (tegenover €2,2 miljoen in 2024), op basis van een gemiddelde rentevoet van 2,53% (2,37% in 2024).

De Groep beschikt over de volgende immateriële activa: het ERP-systeem (€7,2 miljoen met een resterende nuttige levensduur van 5 jaar - tot 2030). Daarnaast is een bedrag van €12,3 miljoen toe te schrijven aan intern ontwikkelde systeemplatformen voor de besturing en exploitatie van het elektriciteitsnet en aan private cloudoplossingen (€101,8 miljoen), die per 31 december 2025 nog in ontwikkeling zijn.

6.3. Goodwill

Er waren geen wijzigingen in de goodwill tijdens de jaren 2024-2025. De boekwaarde bedroeg:

Toetsing op bijzondere waardevermindering voor de kasstroomgenererende eenheid die goodwill bevat

Volgens de IFRS-standaarden moet de goodwill minstens op jaarbasis of bij het optreden van een gebeurtenis worden getoetst op bijzondere waardeverminderingen. De goodwill wordt voor de toetsing op bijzondere waardeverminderingen toegerekend aan de kasstroomgenererende eenheid Elia Transmission. Kasstroomgenererende eenheden waaraan goodwill is toegekend, worden minstens jaarlijks op bijzondere waardevermindering getoetst.

Het recupereerbare bedrag aan kasstroomgenererende eenheden wordt bepaald op basis van een bedrijfswaarde die wordt berekend op basis van verschillende methodes (Discounted Cash Flow and Discounted Dividend Model) aan de hand van kasstroomprognoses opgesteld op basis van de herprognose van 2025 en het ondernemingsplan 2026-2030, zoals goedgekeurd door het Directiecomité en de Raad van Bestuur, en op geëxtrapoleerde kasstromen na dat tijdsbestek.

De in het referentiescenario opgenomen prognoses en projecties werden bepaald op basis van de geraamde investeringsplannen, de in de regelgevingskaders vastgestelde beloning, de marktevolutie, het marktaandeel en de marge-evolutie. Aangezien de activabasis van de Groep bestaat uit activa met een lange levensduur, is de projectieperiode van het ondernemingsplan zo bepaald dat deze de komende twee tariefperiodes omvat.

De gebruikte disconteringsvoeten stemmen overeen met de gewogen gemiddelde kapitaalkosten, die worden aangepast om het bedrijfs-, markt-, land- en valutarisico met betrekking tot elke beoordeelde goodwill-kasstroomgenererende eenheid te weerspiegelen. De gebruikte disconteringsvoeten komen overeen met de beschikbare externe informatiebronnen.

De groeicijfers die verbonden zijn aan de eindwaarden overschrijden niet het inflatiepercentage of het gemiddelde groeicijfer op lange termijn voor de markt waarvoor de KGE zich engageert.

Meer details worden hierna gegeven per KGE.

De goodwill heeft betrekking op de volgende bedrijfscombinaties en is toegewezen aan de kasstroomgenererende eenheid (KGE) Elia Transmission voor de verwerving van Elia Asset en Elia Engineering:

Verwerving van Elia Asset en Elia Engineering

De verwerving van Elia Asset (in 2002) en van Elia Engineering (in 2004) door de Vennootschap resulteerde in een positief consolidatieverschil van respectievelijk €1.700,1 miljoen en €7,7 miljoen die niet konden worden toegewezen aan specifieke activa. Dit verschil werd bijgevolg opgenomen als goodwill toegewezen aan de gereguleerde activiteit in België.

Sinds 2004 werden jaarlijks toetsingen op bijzondere waardeverminderingen uitgevoerd die niet resulteerden in de opname van enige waardeverminderingsverliezen. De toetsing op bijzondere waardeverminderingen werd gedaan door een onafhankelijk expert. Deze toetsing op bijzondere waardeverminderingen is gebaseerd op de waarde in gebruik en maakt gebruik van twee belangrijke waarderingsmethoden om de realiseerbare waarde te schatten: 1) discontering van toekomstige kasstromen (DCF-model) en 2) discontering van toekomstige dividenden (DDM-model) die beide verder worden losgekoppeld in waarderingsvarianten afhankelijk van de eindwaardeberekening.

De toekomstige kasstromen en dividenden zijn gebaseerd op een ondernemingsplan voor de periode 2025-2035. Dit ondernemingsplan is opgesteld op basis van aannames die door de Raad van Bestuur zijn goedgekeurd. Aangezien de activabasis van de Groep bestaat uit activa met een lange gebruiksduur, werd de projectieperiode van het ondernemingsplan zo vastgesteld dat zij de komende twee regulatoire periodes omvat. Er dient opgemerkt te worden dat het regulatoire kader waarin Elia actief is wordt gekenmerkt door een toegelaten-inkomstenmodel dat is opgebouwd rond twee pijlers: (1) een billijke vergoeding van de gereguleerde activabasis; en (2) incentive-mechanismen om de continuïteit van de bevoorrading te waarborgen en de efficiëntie te verbeteren. Aangezien de regulator een billijke vergoeding van de gereguleerde activabasis toestaat die in lijn ligt met de marktverwachtingen, kan de geraamde gereguleerde activabasis voor het laatste prognosejaar worden beschouwd als een indicatie van de terminale waarde. Deze benadering houdt geen rekening met potentiële kasstromen die voortvloeien uit het behalen of overtreffen van toekomstige efficiëntiedoelstellingen.

De waarderingsmethoden zijn onderhevig aan verschillende veronderstellingen, waarvan de belangrijkste hieronder worden beschreven.

1. Discontering van toekomstige kasstromen (DCF-modellen):

—Kosten van eigen vermogen van 7,6%;

–Risicovrije rentevoet: 3,2%

–Bèta 1,06

–Marktrisico eigen vermogen 5,0%

–Risicopremie land 0,7%

–Premie klein bedrijf 0,0%

–Premie voor operationele risico’s van -1,7%

–Kosten van schulden vóór belastingen van 3,9%;

–Vennootschapsbelastingtarief van 25%;

–Beoogde gearing (D/(D+E)): 60%;

–WACC na belastingen: 4,8%.

—Residuele waarde gebaseerd op twee varianten:

–Residuele waarde op basis van een 1,14x RAB multiple in 2035.

Noot: de RAB zelf houdt geen rekening met de bijdrage van de incentive vergoeding aan het waardecreatieproces.

—Residuele waarde op basis van een onafgebroken groei van 3,5%. Deze langetermijngroei is hoger dan de op lange termijn verwachte inflatie om de opbrengsten van de aanzienlijke investeringen in het ondernemingsplan te benutten.

2. Discontering van toekomstige dividenden (DDM-modellen):

—Disconteringsvoet:

–Kosten van eigen vermogen van 7,6%

—Residuele waarde gebaseerd op twee varianten:

–Residuele waarde op basis van een 1,14x RAB multiple in 2035.

Noot: de RAB zelf houdt geen rekening met de bijdrage van de incentive vergoeding aan het waardecreatieproces.

—Residuele waarde op basis van een onafgebroken groei van 3,5%. Deze methode gaat ervan uit dat de restwaarde bestaat uit de winst na belastingen minus de investeringen, en houdt rekening met de nettoleningen (in verhouding tot de investeringen). De winst en dus ook de dividenduitkeringen in boekjaar 2035 omvatten echter waarschijnlijk nog niet het (positieve) effect van de geplande investeringen in de boekjaren 2028-2035.

Besluit:

—De onafhankelijke analyse, die was gebaseerd op een middelpunt van (€6.067,0 miljoen) van de verschillende toegepaste waarderingsbenaderingen en -varianten, heeft niet geleid tot de vaststelling van een bijzondere waardevermindering van goodwill in het boekjaar 2025. Daarnaast werden markt­multiples (gebaseerd op actuele ondernemingswaarden en actuele/verwachte EBITDA) toegepast ter plausibiliteitscontrole.

—Aangezien de mediaan en het gemiddelde van de hierboven voorgestelde methoden relatief ver uit elkaar lagen (€6.127,0 miljoen respectievelijk €5.888,0 miljoen), voornamelijk als gevolg van verschillen in aannames met betrekking tot de terminale waarde, is het door de expert gehanteerde middelpunt gebaseerd op een weging van 75 % van de mediaan en 25 % van het gemiddelde. Daarbij werd onder meer rekening gehouden met het feit dat de mediaan op zichzelf mogelijk geen passend beeld geeft van de impact van incentive-gerelateerde vergoedingen op de terminale waarde (zie hierboven voor meer details).

—In vergelijking met 2024 werden de methode en de veronderstellingen consistent toegepast. De besprekingen over de tariefmethodologie (2024-2027) hebben geleid tot een mechanisme dat is ontworpen om het ROE te beschermen tegen een stijging van de rentevoeten. In de methodologie is een aanvullende vergoeding voorzien in functie van het OLO-niveau. Het feit dat het gereguleerde rendement op het eigen vermogen nu rechtstreeks gekoppeld is aan de evolutie van de risicovrije rente, leidt tot de toepassing van een negatieve operationele risicopremie. Deze negatieve premie vloeit voort uit het verschil tussen het gemiddelde ROE en de kost van het eigen vermogen, rekening houdend met de bèta afgeleid van de peergroep (0,77 = marktvisie) en deze kost van het eigen vermogen.

—Rekening houdend met deze evolutie en met het gereguleerde karakter van de activiteiten die binnen de KGE zijn gegroepeerd, zou een redelijke wijziging van eender welke waarderingsinput niet leiden tot bijzondere waardeverminderingsverliezen. Niettemin heeft de Groep een reeks gevoeligheidsanalyses uitgevoerd om de impact van de belangrijkste factoren op de waarde van het eigen vermogen te beoordelen: –DCF/DDM met resterende waarde gebaseerd op RAB

–Terminale waarde op basis van een RAB-multiple: de EV/RAB-multiples die op de markt worden waargenomen voor TNB’s liggen tussen 1,18x en 1,35x, met een mediaan van 1,27x (er wordt gebruikgemaakt van 1,14x, zijnde de mediaan tussen 1,00x en 1,27x). De toepassing van 1,27x op de RAB in de restwaarde leidt tot een stijging van de waarde van het eigen vermogen met 35,9 % (DCF) of 17,2 % (DDM).

De toepassing van een lagere multiple (1,00x) zou leiden tot een daling van respectievelijk:

– -35,9 % en een negatieve headroom van €0,1 miljoen voor het DCF-model;

– -17,3 % en een negatieve headroom van €0,7 miljoen voor het DDM-model;

–De waarde van het eigen vermogen is slechts marginaal gevoelig voor redelijkerwijs mogelijke wijzigingen in de aannames inzake kapitaaluitgaven en heeft geen invloed op de conclusie dat geen bijzondere waardevermindering vereist is;

–DCF/DDM met resterende waarde gebaseerd op levenslang bezit

–Groei­percentage: een daling van 0,25 % van het groeipercentage van 3,5 % zou resulteren in een respectieve variatie van -53,9 % (DCF) en -7,5 % (DDM). Deze wijziging zou leiden tot een waardevermindering volgens de DCF-methode, maar niet tot een waardevermindering volgens de DDM-methode.

6.4. Langlopende handels- en overige vorderingen

De langlopende handels- en overige vorderingen zijn aanzienlijk gedaald, van €55 miljoen per 31 december 2024 tot €2,3 miljoen per 31 december 2025. De vordering met betrekking tot de kapitaalsubsidie in het kader van de Faciliteit voor Herstel en Veerkracht (RRF) voor het project Prinses-Elisabeth-eiland is sterk gedaald, van €55 miljoen per 31 december 2024 tot €2,3 miljoen per 31 december 2025. Deze daling weerspiegelt de neerwaartse aanpassing van het totale verwachte subsidiebedrag als gevolg van projectvertragingen en de herziening van het Belgische herstel- en veerkrachtplan.

Het totale subsidiebedrag, oorspronkelijk vastgesteld op €99,7 miljoen, werd na een prudente herbeoordeling met €52,7 miljoen verlaagd tot €47 miljoen, wegens het risico dat de oorspronkelijke projecttiming niet wordt gehaald.

Deze daling van de vordering uit hoofde van de kapitaalsubsidie wordt meer dan gecompenseerd door de recent toegekende projectlening, wat resulteert in een aanzienlijke totale stijging van de vorderingen. De vordering uit hoofde van de kapitaalsubsidie per 31 december 2025 is thans opgesplitst in €2,3 miljoen als langlopende vordering en €40 miljoen als kortlopende vordering, tegenover respectievelijk €55 miljoen en €40 miljoen in de voorgaande periode. Het totale herziende subsidiebedrag van €47 miljoen wordt gepresenteerd onder overige langlopende verplichtingen, samen met de overeenstemmende vorderingen. De invorderbaarheid van zowel de subsidie als de lening is contractueel gewaarborgd, waarbij voor de langlopende gedeelten geen kredietrisico wordt aangenomen.

6.5. Investeringen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode

De mutaties in de deelnemingen volgens de vermogensmutatiemethode worden als volgt samengevat:

(in

Investeringen vermogensmutatiemethode (opening)

Winst over het boekjaar

Ontvangen dividenden (33,1) (33,6)

Investeringen vermogensmutatiemethode (eindsaldo)

Waarvan joint ventures

Waarvan geassocieerde ondernemingen 19,4 18,6

Details zijn te vinden in de onderstaande subsecties.

6.5.1 Joint ventures

Nemo Link Ltd

Op 27 februari 2015 hebben Elia System Operator en National Grid samen een jointventureovereenkomst afgesloten met betrekking tot de bouw van de Nemo Link Interconnector tussen België en het VK. Dat project bestaat uit onderzeese en ondergrondse kabels die verbonden zijn met een conversiestation en een hoogspanningsstation in beide landen, waardoor elektriciteit in beide richtingen kan worden vervoerd tussen de twee landen, en het VK en België een meer betrouwbare en beter toegankelijke toegang tot elektriciteit en duurzame elektriciteitsproductie krijgen. Elke aandeelhouder heeft een belang van 50% in Nemo Link Ltd, een Brits bedrijf. De interconnectie werd eind januari 2019 in gebruik genomen.

Om het project te financieren, hebben beide aandeelhouders sinds 2016 financiering verleend aan Nemo Link Ltd via inbreng in het eigen vermogen en leningen (verdeling op 50/50 basis). In juni 2019 werden de leningen opgenomen in het aandelenkapitaal (lening geherkwalificeerd naar eigen vermogen).

In 2025 keerde Nemo Link Ltd in totaal €60,0 miljoen aan dividenden uit aan zijn aandeelhouders (€61,7 miljoen in 2024).

De joint ventures hadden geen voorwaardelijke verplichtingen of significante kapitaalverplichtingen per 31 december 2025 en 2024.

De volgende tabel geeft een overzicht van de financiële informatie van de joint venture op basis van zijn IFRS-jaarrekening en de aansluiting met de boekwaarde van het belang van de Groep in de geconsolideerde jaarrekening.

miljoen €)

Geldmiddelen en kasequivalenten

verplichtingen

Waarvan: Langlopende financieringsverplichtingen (exclusief handelsschulden, overige schulden te betalen posten en voorzieningen)

van de investering van de Groep

Afschrijvingen en waardeverminderingen, wijzigingen in voorzieningen

Totaal van winstbelastingen en uitgestelde belastingen opgenomen in de winst- en verliesrekeningen

Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten over het boekjaar

Aandeel van de Groep in de winst over het boekjaar

6.5.2 Geassocieerde ondernemingen

Sinds 31 december 2025 heeft de Groep 2 geassocieerde ondernemingen, allebei opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode.

—De Groep heeft een belang van 15,84% in Coreso NV/SA. Coreso NV/SA is een vennootschap die coördinatiediensten levert om de veilige uitbating van het hoogspanningsnet in verschillende Europese landen te vergemakkelijken.

—De Groep heeft een belang van 17,0% in HGRT. HGRT SAS is een Franse vennootschap met een belang van 49,0% in Epex Spot, de elektriciteitsbeurs in Duitsland, Frankrijk, Oostenrijk, Zwitserland, Luxemburg en (via 100 % geassocieerde onderneming APX) het VK, Nederland en België. Als een van de stichtende vennoten van HGRT heeft de Groep een ‘gouden aandeel’, waardoor hij een minimaal aantal vertegenwoordigers heeft in de Raad van Bestuur van HGRT. Dat vormt een invloed van betekenis en daarom wordt HGRT via de vermogensmutatiemethode in de boeken opgenomen. In 2025 ontving de Groep van HGRT een dividend van €3,1 miljoen (€2,7 miljoen in 2024).

Geen enkele van deze vennootschappen is beursgenoteerd.

Net als in 2024 zijn er geen scopewijzigingen te melden in 2025.

De geassocieerde ondernemingen hadden geen voorwaardelijke verplichtingen of significante kapitaalverplichtingen per 31 december 2025 en 2024.

Overzicht van de financiële informatie

De volgende tabel geeft een overzicht van de financiële informatie van de investering van de Groep in deze vennootschappen op basis van hun respectieve jaarrekeningen die zijn opgesteld in overeenstemming met de IFRS-standaarden.

van de investering van de Groep

Afschrijvingen en waardeverminderingen, wijzigingen in voorzieningen (2,2)

Overige bedrijfskosten (37,7) (0,1)

Nettofinancieringskosten (0,4)

Aandeel in resultaat van deelnemingen verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode —

Winst voor belastingen 1,9 18,4

Totaal van winstbelastingen en uitgestelde belastingen opgenomen in de winst- en verliesrekeningen (0,7) (0,2)

Winst over het boekjaar 1,2 18,3

Niet-gerealiseerde resultaten

Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten over het boekjaar 1,2 18,3

Aandeel van de Groep in de winst over het boekjaar 0,2 3,1 Ontvangen dividenden 2,7

(in miljoen €)

en waardeverminderingen, wijzigingen in voorzieningen

Aandeel in resultaat van deelnemingen verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode

Totaal van winstbelastingen en uitgestelde belastingen opgenomen

en verliesrekeningen

Aandeel van de Groep in de winst over het boekjaar

6.6. Overige financiële vaste activa

Het totaal van vaste overige financiële activa kende een daling met €3,2 miljoen tegenover vorig jaar.

Beleggingen die voor verkoop beschikbaar zijn worden gewaardeerd tegen reële waarde. Het risicoprofiel van deze beleggingen wordt besproken in Toelichting 8.1. De waarde per 31 december 2025 is stabiel ten opzichte van 2024.

Restitutierechten houden verband met de verplichtingen voor (i) de gepensioneerde werknemers die onder specifieke uitkeringsregelingen vallen (Regeling B - nietgefinancierde regeling) en voor (ii) het medisch plan en de voordelige energieprijzen voor gepensioneerde personeelsleden. Zie Toelichting 6.15. Personeelsbeloningen.

De restitutierechten zijn te recupereren via de gereguleerde tarieven. Het volgende principe is van toepassing: alle opgelopen pensioenkosten voor gepensioneerde werknemers met ‘regime B’ en de kosten gerelateerd aan gezondheidszorg en voordelige energieprijzen voor gepensioneerde personeelsleden van Elia worden vastgelegd door de regulator (CREG) als niet-beheersbare kosten die via de regelgevende tarieven te recupereren zijn. De daling van de boekwaarde van dit actief wordt beschreven in Toelichting 6.15: ‘Personeelsbeloningen’ en is voornamelijk te verklaren door de wijziging van de disconteringsvoet. Gezien de aard (reglementaire activa) van deze financiële activa, worden ze niet beschouwd als risico op bijzondere waardevermindering.

Overige participaties bestaan uit een belang van 3,85% in JAO Joint Allocation Office SA. Deze investering wordt gewaardeerd tegen reële waarde via de niet-gerealiseerde resultaten.

6.7. Afgeleide instrumenten

Afgeleide instrumenten gewaardeerd tegen reële waarde in de geconsolideerde financiële positie

Per 31 december 2025 en per 31 december 2024 had de Groep geen derivaten die zijn aangewezen als afdekkingsinstrumenten.

Kasstroomafdekkingen - financiële derivaten

De Groep maakt gebruik van, als kasstroomafdekking aangemerkte, derivatencontracten om toekomstige financiële transacties af te dekken en om rente- of valutarisico's te beheren. Deze financiële derivaten worden gewaardeerd tegen reële waarde in nietgerealiseerde resultaten en worden opgenomen in niveau 1 op basis van de ‘market-tomarket' waarde. Deze afdekkingsreserves worden gerecycleerd tot winst en verlies over de levensduur van het onderliggende afgedekte instrument:

—In 2022 sloot de Groep ook renteswaps af als pre-hedge voor waarschijnlijke te verwachte schuldtransacties. Het doel van deze instrumenten was de rentevoet vast te leggen waartegen de Groep zal lenen in de context van toekomstige obligatie-uitgiften die in 2023 en 2024 gepland zijn. Bij de afwikkeling van de transacties, werd de winst uit de afdekking opgenomen binnen afdekkingsreserves voor een totaal van respectievelijk €36,5 miljoen (in 2023) en €8,4 miljoen (in 2024). De resterende reserve per 31 december 2025 bedroeg €33,1 miljoen (zie Toelichting 6.13 - Afdekking reserve).

Al deze instrumenten zijn afgesloten met voorwaarden die perfect overeenkomen met die van het afgedekte item. Per 31 december 2025 is er geen ineffectiviteit ontstaan uit de financiële derivaten.

Inkomsten

en uitgaven van financiële

instrumenten

opgenomen in de geconsolideerde winst-enverliesrekening en in de niet-gerealiseerde resultaten

Inkomsten en uitgaven van financiële instrumenten die in de niet-gerealiseerde resultaten zijn opgenomen:

Herclassificatie van niet-gerealiseerde resultaten betreffende afgeleide financiële instrumenten, toegewezen aan de relatie met kasstroomafdekkingen

Effectief deel van veranderingen in de reële waarde van kasstroomafdekkingen

Nominale bedragen

Er zijn geen kasstroomafdekkingen openstaand per einde 2025. Daarom zijn er geen nominale bedragen en geen vervaldata van kasstroomafdekkingen te rapporteren.

6.8. Uitgestelde belastingvorderingen enverplichtingen

In de balans opgenomen uitgesteld belastingvorderingen en -verplichtingen

leningen en overige langlopende

(in miljoen €)

De wijzigingen in uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen kunnen als volgt worden voorgesteld:

Wijzigingen in de uitgestelde beastingsvorderingen en -verplichtingen ten gevolge van mutaties in de tijdelijke verschillen gedurende het boekjaar

De uitgestelde belastingverplichting op activa met gebruiksrechten uit leaseovereenkomsten volgens IFRS 16 wordt getoond onder materiële vaste activa, terwijl de uitgestelde belastingvordering op financiële leaseverplichtingen wordt getoond onder rentedragende leningen en overige langlopende financieringsverplichtingen.

Niet in de balans opgenomen uitgestelde belastingvorderingen of -verplichtingen

Er zijn geen niet in de balans opgenomen uitgestelde belastingvorderingen enverplichtingen op 31 december 2025.

(in miljoen €)
Per

6.9. Voorraden

De artikelen in het magazijn zijn hoofdzakelijk wissel- en reservestukken voor het onderhoud en de herstellingswerken aan de hoogspanningsstations, luchtlijnen en ondergrondse kabels van de Groep.

De waarde van de voorraden zijn gestegen in vergelijking met 31 december 2024 (+€3,7 miljoen).

Waardeverminderingen worden geboekt vanaf het moment waarop voorraadartikelen op basis van de onderliggende rotatie niet langer worden gebruikt. Deze zijn lichtjes hoger dan in 2024 (€1,2 miljoen als last tijdens de periode).

6.10. Kortlopende handels- en overige vorderingen, over te dragen kosten en verkregen opbrengsten

De overige vorderingen hebben voornamelijk betrekking op vergoedingen die moeten worden ontvangen van verzekeringsmaatschappijen.

De blootstelling van de Groep aan krediet- en valutarisico’s en verliezen als gevolg van waardeverminderingen die verbonden zijn aan handelsvorderingen, wordt getoond in Toelichting 8.1.

Op 31 december 2025 is de ouderdomsanalyse van de handelsvorderingen als volgt:

minder dan 30 dagen

Vervallen tussen 31 en 60 dagen

Vervallen tussen 61 dagen en één jaar

Vervallen tussen één jaar en twee jaren

Totaal (excl. waardevermindering)

vorderingen

Geboekte waardevermindering

(0,8) Toelage voor verwachte kredietverliezen

Zie Toelichting 8.1. voor een gedetailleerde analyse van het kredietrisico opgelopen in verband met deze handelsvorderingen.

Rekening houdend met de aard (als gereguleerde activa) en/of het risicoprofiel van de tegenpartijen (Belgische staat) van de belangrijkste andere vorderingen, is er een laag risico op bijzondere waardeverminderingen en is het niet nodig om een voorziening voor verliezen te boeken.

6.11. Actuele belastingvorderingen enverplichtingen

(in miljoen €)

Kortetermijndeposito’s

Actuele belastingsverplichtingen

De totale kortlopende handels- en overige vorderingen, overlopende rekeningen en nog te ontvangen opbrengsten stegen met €9,7 miljoen in vergelijking met vorig jaar. Handelsvorderingen brengen geen interest op en zijn gewoonlijk betaalbaar op 15 tot 30 dagen.

De heffingen zijn gestegen ten opzichte van 2024. De daling weerspiegelt voornamelijk een prijseffect, in het bijzonder voor de federale heffingen in België, die in 2025 evolueerden van een vorderingspositie naar een schuldenpositie, mede gedreven door lagere kosten dan oorspronkelijk verwacht.

46,2

46,2

De netto belastingpositie ging van €46,2 miljoen actief naar €24,9 miljoen actief. De daling wordt voornamelijk verklaard door een betaling die in 2025 werd ontvangen voor het voorgaande fiscale jaar.

6.12. Geldmiddelen en kasequivalenten

(in

De geldmiddelen en kasequivalenten stegen met €890,4 miljoen. De variatie wordt toegelicht in het geconsolideerde kasstroomoverzicht.

Kortetermijndeposito's worden belegd voor periodes die variëren van enkele dagen of weken tot enkele maanden (meestal niet langer dan 3 maanden), afhankelijk van de onmiddellijke behoefte aan kasmiddelen, en ontvangen rente volgens de rentevoeten van de kortetermijndeposito's.

Op de banktegoeden wordt interest uitbetaald of ingehouden tegen variabele rentevoeten op basis van de dagelijkse bankdepositorente. Het renterisico van de Groep voor financiële activa en verplichtingen worden besproken in Toelichting 8.1.

De geldmiddelen en kasequivalenten die hierboven en in het kasstroomoverzicht worden vermeld, omvatten €2,2 miljoen die in handen zijn van Elia Re.

6.13. Eigen vermogen

6.13.1. Eigen vermogen toe te rekenen aan de eigenaars van de vennootschap

Aandelenkapitaal en uitgiftepremie

Aantal uitgegeven aandelen op het begin van het jaar

Uitgegeven tegen betaling in contanten

Aantal uitgegeven aandelen op het einde van het jaar

Aantal eigen aandelen op het einde van het jaar —

Aantal uitstaande aandelen op het einde van het jaar

In 2025 heeft Elia Transmission Belgium (“ETB”) twee belangrijke kapitaalverhogingen doorgevoerd: de eerste in het kader van de financieringstransactie die door de Elia Groep werd afgerond, en de tweede als onderdeel van de eerste tranche van een kapitaalverhoging ten behoeve van de werknemers, goedgekeurd door de Buitengewone

Algemene Vergadering van Aandeelhouders van de Elia Groep.

1. Injectie na de kapitaalverhoging van Elia Group (april 2025)

Na de kapitaalverhoging die Elia Group in april 2025 voltooide, werd een totaalbedrag van €1.050 miljoen in ETB geïnvesteerd.

Dit bedrag werd als volgt verdeeld:

—€554,97 miljoen naar de rekening "Ingeschreven kapitaal",

—€495,03 miljoen naar de rekening "Agio".

Deze transactie resulteerde in de uitgifte van 55.496.829 nieuwe aandelen.

2. Kapitaalverhoging voorbehouden aan het personeel (december 2025)

Daarnaast werd in december 2025 een eerste schijf van de voor werknemers voorbehouden kapitaalverhoging afgerond, overeenkomstig de machtiging verleend door de Buitengewone Algemene Vergadering van 20 mei 2025.

Deze Vergadering keurde een voor werknemers voorbehouden kapitaalverhoging goed voor een totaalbedrag van €8,0 miljoen, die in twee schijven moet worden uitgevoerd:

—€7,0 miljoen (eerste tranche),

—€1,0 miljoen (tweede tranche).

De eerste tranche, uitgevoerd in 2025, resulteerde in een totaalbedrag van €7,0 miljoen aan inschrijvingen, als volgt verdeeld:

—€3,2 miljoen naar de rekening "Aandelenkapitaal",

—€3,7 miljoen naar de rekening "Uitgiftepremies".

Deze transactie resulteerde in de uitgifte van 323.573 nieuwe aandelen.

In overeenstemming met IFRS 2 Aandelenbetaling werd het voordeel dat aan werknemers werd toegekend, het verschil tussen de marktwaarde van het aandeel van de Vennootschap op de inschrijvingsdatum en de door werknemers betaalde gereduceerde inschrijvingsprijs, als een in aandelen afgewikkelde aandelenbetaling binnen het aandelenpremie-inkomen gerapporteerd. Dit voordeel bedroeg €2,1 miljoen.

Er vonden in 2024 geen aandelentransacties plaats.

Reserves

Volgens de Belgische wetgeving moet elk jaar 5% van de statutaire nettowinst van de Vennootschap worden overgedragen naar de wettelijke reserve tot die wettelijke reserve 10% van het kapitaal bedraagt. Van de statutaire nettowinst van 2024 werd €12,0 miljoen overgedragen naar de wettelijke reserve in 2025.

De Raad van Bestuur kan aan de aandeelhouders de uitkering van een dividend voorstellen tot een maximumbedrag van de beschikbare reserves en van de overgedragen winst van vorige boekjaren van de Vennootschap, inclusief de winst van het boekjaar dat eindigde op 31 december 2025. De aandeelhouders moeten het dividendbedrag goedkeuren tijdens de jaarlijkse algemene aandeelhoudersvergadering.

Afdekkingsreserve

De afdekkingsreserve bestaat uit het effectieve deel van de cumulatieve nettomutatie in de reële waarde van kasstroomafdekkingsinstrumenten met betrekking tot afgedekte transacties die nog niet hebben plaatsgevonden.

miljoen €)

In 2025 daalde de afdekkingsreserve van €28 miljoen naar €24,8 miljoen vanwege de wijziging in de reële waarde van de IRS (Interest Rate Swap). Zie toelichting 6.7 voor meer details.

Dividend

Na de rapporteringsdatum deed de Raad van Bestuur het onderstaande dividendvoorstel. Dividend

Tijdens de Algemene Vergadering die werd bijeengeroepen om de jaarrekening van Elia Transmission Belgium NV/SA voor het boekjaar eindigend op 31 december 2024 goed te keuren, werd voorgesteld en goedgekeurd om een dividend van €0,44 per aandeel uit te keren, goed voor een totale uitbetaling van €99,7 miljoen.

Tijdens de vergadering van de Raad van Bestuur van 26 maart 2026 werd een brutodividend van €0,66 per aandeel voorgesteld voor 2025. Op basis van het aantal uitstaande aandelen op 26 maart 2026 bedraagt het totale dividend €186,4 miljoen.

Het dividendbedrag is onder voorbehoud van goedkeuring door de aandeelhouders tijdens de jaarlijkse algemene vergadering op 19 mei 2026, en werd niet opgenomen als een verplichting in de geconsolideerde jaarrekening van de Groep.

6.14. Rentedragende leningen en financieringsverplichtingen

(in miljoen €)

Onderstaande tabellen geven een overzicht van de mutaties in de verplichtingen van de Groep die het gevolg zijn van financieringsactiviteiten, met inbegrip van zowel mutaties die voortvloeien uit kasstromen als mutaties anders dan in geld.

(in miljoen €)

Kasstroom: aflossing van opgenomen leningen

Kasstroom: ontvangsten van opgenomen leningen

De leningen en overige financieringsverplichtingen zijn gestegen van €5.113,8 miljoen (31 December 2024) tot €5.492,5 miljoen (31 December 2025). Deze variatie wordt voornamelijk verklaard door :

—de uitgifte door Elia Transmission Belgium NV/SA van een groene obligatie van €492,4 miljoen met een looptijd van 10 jaar en een couponrente van 3,50%;

De stijging wordt gecompenseerd door aflossingen van leningen en overige financieringsverplichtingen voor een bedrag van €132,5 miljoen, waarvan:

—Terugbetaling van €100 miljoen van een Europese investeringslening (Elia Transmission Belgium SA/NV);

—Kapitaalaflossing van €8,4 miljoen op de aflossende obligatie in het niet-gereguleerde segment en Nemo Link;

—Terugbetaling van het nominale bedrag van €14,0 miljoen van de aflossende lening

—€10,1 miljoen aan lease betalingen;

Wijzigingen in ‘Andere’ bestaan hoofdzakelijk uit de overdracht van langlopende verplichtingen naar kortlopende verplichtingen en de mutaties in leaseverplichtingen als gevolg van het aangaan van nieuwe leasecontracten en de afstoting ervan door beëindiging van leasecontracten.

De informatie over de algemene voorwaarden van uitstaande rentedragende leningen en financieringsverplichtingen wordt hieronder toegelicht:

31 December 2025:

Uitgiften van obligatieleningen

Uitgiften van obligatieleningen

Uitgiften van obligatieleningen

Uitgiften van obligatieleningen

Uitgifte van green bond 2023 / 10 jaar

Uitgifte van green bond 2024 / 12 jaar

Uitgifte van green bond 2025 / 10 jaar 2035 Op

Totaal van obligaties inclusief opgebouwde

Totaal bankleningen 778,7

Leasingschulden 36,2

Totaal leningen (kort en langlopend) 5.492,5

31 December 2024:

(in miljoen €) - 31 december

Uitgiften van obligatieleningen 2013 / 15 jaar

Uitgiften van obligatieleningen 2013 / 20 jaar

Uitgiften van obligatieleningen 2014 / 15 jaar

Uitgiften van obligatieleningen

Uitgiften van obligatieleningen 2019 / 7 jaar

Uitgiften van obligatieleningen 2020 / 10 jaar

Uitgifte van green bond 2023 / 10

Totaal van obligaties inclusief opgebouwde rente

Vervaldag Aflossingsschema Boekwaarde Intrestvoet

6.15. Personeelsbeloningen

De Groep heeft diverse wettelijke en feitelijke verplichtingen op het vlak van toegezegdpensioenregelingen in verband met haar Belgische en Duitse activiteiten.

Hieronder worden de totale nettoverplichtingen voor personeelsbeloningen vermeld:

(in miljoen €)

Toegezegd-pensioenregelingen (24,4) (19,1)

Andere vergoedingen na uitdiensttreding 45,7 50,3

Totaal voorzieningen voor personeelsvoordelen 21,3 31,2

Toegezegde bijdrageregelingen

Personeelsleden die op basis van een ‘loonschaal’ worden betaald en aangeworven zijn na 1 juni 2002 en management/kaderpersoneel dat na 1 mei 1999 is aangeworven, worden gedekt door twee pensioenregelingen op basis van toegezegde bijdragen (Powerbel en Enerbel):

—De Enerbel-regeling is een regeling voor werknemers aangeworven na 1 juni 2002, waartoe de werknemer en de werkgever bijdragen op basis van een vooraf bepaalde formule.

—De Powerbel-regeling is een regeling voor managers aangeworven na 1 mei 1999. De werknemers- en werkgeversbijdragen zijn gebaseerd op een vast percentage van het loon van de werknemer.

Duurzaamheid gekoppelde

Leasingschulden

Totaal leningen (kort en langlopend)

De nieuwe wet op de aanvullende pensioenen, die eind 2015 werd gepubliceerd, wijzigde het gewaarborgde rendement van toegezegde bijdrageregelingen op een aantal vlakken. Voor betalingen uitgevoerd na 1 januari 2016 verplicht de wet de werkgevers om over de volledige loopbaan van elke werknemer een gemiddeld jaarrendement van minstens 1,75 % te waarborgen (tot 3,75% naargelang wie bijdraagt). Vanaf 1 januari 2025 is dit gewaarborgde rendement verhoogd tot 2,5 %.

Aangezien de plannen via een pensioenfonds worden gefinancierd, wordt de verticale benadering toegepast, wat betekent dat 2,5% wordt toegepast op alle reserves.

Als gevolg van voorgaande wijziging en zoals vermeld in de boekhoudkundige grondslagen worden alle toegezegde bijdrageregelingen krachtens de Belgische pensioenwetgeving voor boekhoudkundige doeleinden geclassificeerd als toegezegd-pensioenregelingen vanwege het minimumrendement dat de werkgever wettelijk moet waarborgen, wat een wijziging van de regeling betekent. Ze worden verantwoord aan de hand van de ‘Projected Unit Credit’-methode (PUC-methode). De reële waarde van de activa komt voor elke regeling overeen met de som van de (eventuele) opgebouwde individuele reserves en de waarde van de (eventuele) collectieve fondsen. Dus IAS 19 § 115 wordt niet toegepast. Bovendien zijn de toegezegde bijdrageregelingen, met uitzondering van Enerbel, niet ‘back-loaded’. Deze regelingen worden immers gewaardeerd zonder prognose van toekomstige bijdragen. De toegezegde bijdrageregeling Enerbel is ‘back-loaded’, en dit plan wordt gewaardeerd met een projectie van toekomstige bijdragen.

Elia Transmission Belgium heeft bepaalde verworven reserves die door de verzekeraars zijn gegarandeerd overgedragen naar de ‘Cash Balance – Best Off’-pensioenregelingen sinds

2016. De voornaamste doelstelling van deze regelingen is elke aangesloten persoon een gewaarborgd minimumrendement van 3,25 % op de verworven reserves tot de pensioenleeftijd te garanderen.

Zowel de werknemers- als de werkgeversbijdragen worden maandelijks betaald voor de basisplannen. De werknemersbijdrage wordt door de werkgever ingehouden op het loon en aan de verzekeringsmaatschappij betaald. De omvang van toekomstige kasstromen hangt af van de loonstijgingen.

Toegezegd-pensioenregelingen

Voor een gesloten populatie voorzien collectieve overeenkomsten in de elektriciteits- en gassector in aanvullende pensioenen gebaseerd op het jaarloon en de loopbaan van een werknemer in een bedrijf (gedeeltelijk terug te betalen aan de erfgenaam in geval van vroegtijdig overlijden van de werknemer). De toegekende uitkeringen zijn gekoppeld aan het bedrijfsresultaat van Elia. Voor deze verplichtingen bestaat er geen extern pensioenfonds en ook geen groepsverzekering, waardoor er ook geen reserves bij derden opgebouwd zijn. Deze verplichtingen worden geclassificeerd als toegezegdpensioenregelingen.

De collectieve overeenkomst bepaalt dat aan actief personeel aangeworven van 1 januari 1993 tot en met 31 december 2001 en het management/directiepersoneel aangeworven voor 1 mei 1999 dezelfde waarborgen zullen worden toegekend via een toegezegdpensioenregeling (Elgabel en Pensiobel – gesloten regelingen). De verplichtingen in het kader van deze toegezegd-pensioenregelingen worden gefinancierd via een aantal pensioenfondsen voor de elektriciteits- en gassector en via verzekeringsmaatschappijen.

Zoals hierboven vermeld, heeft Elia Transmission Belgium bepaalde verworven reserves die door de verzekeraars zijn gegarandeerd overgedragen naar de ‘Cash Balance – Best Off’pensioenregelingen sinds 2016. Aangezien deze garantie een verplichting is die de werkgever moet nakomen, vormen deze regelingen toegezegd-pensioenregelingen.

Zowel de werknemers- als de werkgeversbijdragen worden maandelijks betaald voor de basisplannen. De werknemersbijdragen worden door de werkgever ingehouden op het loon en aan de verzekeringsmaatschappij betaald.

Overige personeelsverplichtingen

Elia Transmission (België) biedt zijn personeel bepaalde vervroegde pensioenregelingen en andere vergoedingen na uitdiensttreding, zoals de terugbetaling van hun medische kosten en een bijdrage in hun energiefacturen, naast andere beloningen op lange termijn (jubilarispremies). Niet al deze voordelen worden gefinancierd en deze vergoedingen na uitdiensttreding worden, in overeenstemming met IAS 19, geclassificeerd als toegezegdpensioenregelingen.

Verplichtingen voor personeelsbeloningen op groepsniveau

waarde van de brutoverplichting

waarde van de

De nettoverplichting voor personeelsbeloningen daalt in totaal met €10,0 miljoen.

De netto-impact wordt voornamelijk verklaard door de verhoging van de disconteringsvoet tegenover 2024, en ervaringsaanpassingen als gevolg van de salarisevolutie en de inflatie.

Wijzigingen in de huidige waarde van de brutoverplichtingen

Aan het dienstjaar toegerekende kosten

(kost) / opbrengst

Inbegrepen herberekeningen winst/(verlies) in de niet-gerealiseerde resultaten en de winst- en verliesrekening, ontstaan door:

1) Veranderingen in demografische veronderstellingen

2) Veranderingen in financiële veronderstellingen

Wijziging van de reële waarde van de fondsbeleggingen

Herberekening winst/(verlies) in niet-gerealiseerde resultaten ontstaan door:

op de fondsbeleggingen (exclusief

van de werknemer

Bedragen opgenomen onder niet gerealiseerde resultaten en de winst- en verliesrekening

Dienstkosten

Aan het dienstjaar toegekende kosten

Netto rentekosten op de netto voorziening voor personeelsverplichting

op fondsbeleggingen

Kosten van toegezegd pensioenregelingen opgenomen in winst of verlies

Actuariële winst/(verlies) op lange termijn personeelsbeloningen, ontstaan door:

1) Veranderingen in demografische veronderstellingen

2) Veranderingen in financiële veronderstellingen

3) Ervaringsaanpassingen

Rendement op de fondsbeleggingen (exclusief rentebaten)

Herberekeningen van bruto verplichting (schuld)/vordering in niet-gerealiseerde resultaten

Rekening houdend met de actuariële winsten of verliezen opgenomen in de overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten voor de restitutierechten (€-1,4 miljoen voor 2025 - zie hierna), bedraagt de netto-impact van de herwaardering van de verplichtingen tot vergoedingen na uitdiensttreding +€6,5 miljoen.

(in miljoen €)

Detail van de toegezegd-pensioenregeling per type deelnemer aan het plan (315,9) (305,8)

Actieve deelnemers (216,7) (229,5)

Niet-actieve deelnemers met uitgestelde voordelen (60,9) (34,6)

Gepensioneerden en begunstigden (38,3) (41,7)

Detail van de toegezegd-pensioenregeling per type voordeel (315,9) (305,8)

Pensioenen (265,8) (254,5)

Andere vergoedingen (gezondheidszorg en tarifaire voordelen) (36,9) (37,9)

Afscheid- en jubilarispremies (13,2) (13,5)

Bij het bepalen van de gepaste disconteringsvoet gebruikt de Groep de rentevoeten van bedrijfsobligaties in dezelfde valuta als die gebruikt voor de verplichting tot vergoedingen na uitdiensttreding, met minimaal een ‘AA’-rating, zoals bepaald door een internationaal erkend ratingbureau, en geëxtrapoleerd, indien nodig, volgens de rendementscurve om in lijn te zijn met de verwachte termijn van de brutoverplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen.

Jaarlijks wordt er een stresstest uitgevoerd. Deze test gaat na of de minimale financieringsvereisten bestand zijn tegen ‘schokken’ met een waarschijnlijkheid van 0,5%.

De leden dragen (meestal) bij tot de financiering van de pensioenuitkeringen door betaling van een persoonlijke bijdrage.

Het jaarsaldo van het vast bedrag in het kader van de toegezegd-pensioenregeling wordt gefinancierd door de werkgever via een periodieke toewijzing, uitgedrukt als een percentage van de totale loonsom van de aangeslotenen. Dit percentage wordt bepaald volgens de methode van de gezamenlijke kosten en wordt jaarlijks herzien. Deze financieringsmethode houdt in dat toekomstige kosten gespreid worden over de resterende periode van de regeling. De kosten worden geraamd op basis van projecties (loonstijging en inflatie worden in rekening genomen). De veronderstellingen met betrekking tot loonstijging, inflatie, personeelsverloop en leeftijd-looptijd worden bepaald op basis van de historische statistieken van de Vennootschap. De gehanteerde sterftetafels komen overeen met de realiteiten uit het verleden binnen het financieringsinstrument, en houden rekening met de verwachte wijzigingen in de sterftecijfers. De Groep berekent de netto-interest op de netto toegezegd-pensioenschuld (-vordering) met dezelfde disconteringsvoet voor obligaties van hoge kwaliteit (zie hierboven) als die om de toegezegd-pensioenverplichting te berekenen (de netto-interestaanpak). Deze veronderstellingen worden op geregelde basis in vraag gesteld.

Uitzonderlijke gebeurtenissen (zoals wijzigingen aan de regeling, gewijzigde veronderstellingen en te korte dekkingsgraad, enz.) kunnen uiteindelijk leiden tot openstaande betalingen bij de sponsor.

De toegezegd-pensioenregelingen stellen de Vennootschap bloot aan actuariële risico's, zoals investeringsrisico’s, renterisico’s, langlevenrisico’s en loonrisico’s.

Investeringsrisico

De huidige waarde van de verplichting uit hoofde van de toegezegd-pensioenregeling wordt berekend met behulp van een disconteringsvoet die gelijk is aan die van hoogwaardige bedrijfsobligaties. Het verschil tussen het effectief rendement op fondsbeleggingen en rentebaten op fondsbeleggingen is inbegrepen in de lijn herberekening winst/(verlies) in niet-gerealiseerde resultaten. Momenteel heeft de regeling een relatief evenwichtige investering, zoals blijkt uit de onderstaande tabel:

Zo zal een stijging in loon van de deelnemers de verplichting van de pensioenregeling doen stijgen.

Actuariële veronderstellingen

(in % en in jaren)

Disconteringsvoet

- Toegezegde pensioenregelingen en cash balance - best off plannen

- Pensioenregelingen – Toegezegde-bijdrageregelingen

- Andere regelingen

Verwachte gemiddelde loonstijging (zonder inflatie)

Verwachte inflatie

Verwachte stijging van de ziektekosten (inclusief inflatie)

Verwachte stijging van de tariefvoordelen

Gemiddeld verwachte pensioenleeftijd:

- Niet kaderpersoneel

Kaderpersoneel

Levensverwachting uitgedrukt in jaren van een gepensioneerde op 65 jaar op datum van afsluiting:*

Levensverwachting voor een 65 jarige man

Levensverwachting voor een 65 jarige vrouw

*Gebruikte sterftetafels: IABE in Belgiê

Door de langdurige aard van de verplichtingen inzake toegezegd-pensioenregelingen wordt het als passend beschouwd om een redelijk gedeelte van de fondsbeleggingen te beleggen in aandelen om het rendement van het fonds te verhogen.

Renterisico

Een daling van de rentetarieven op obligaties zal de verplichtingen inzake de toegezegdpensioenregeling doen stijgen. Dit zal echter gedeeltelijk gecompenseerd worden door een hoger rendement uit de activa van de regeling, die vandaag voor ongeveer 90% zijn belegd in pensioenfondsen met een verwacht rendement van 4,60%.

Langlevenrisico

De huidige waarde van de verplichting uit hoofde van de toegezegd-pensioenregeling wordt berekend op basis van de beste raming van de sterftegraad van de deelnemers van de pensioenregeling tijdens en na hun tewerkstelling. Een stijging van de levensverwachting bij de deelnemers zal de pensioenverplichting doen stijgen. De nieuwe prospectieve sterftetafels van het IA/BE worden in België gebruikt.

Loonrisico

De huidige waarde van de verplichting uit hoofde van de toegezegd-pensioenregeling werd berekend op basis van de toekomstige lonen van de deelnemers van de pensioenregeling.

Gewogen gemiddelde duur van de toegezegd-pensioenregeling

Gewogen gemiddelde duur van de toegezegd-bijdrageregelingen

Gewogen gemiddelde duur van de andere vergoedingen na uitdiensttreding

Het effectieve rendement op de fondsbeleggingen in procent was voor 2025 positief en lag tussen 2,5% en 8,0% (tegenover een vork van 2,6% en 8,5% in 2024).

Hierna volgt een overzicht van de verwachte kasuitgaven voor de toegezegdpensioenregelingen DB:

(in jaren)

Verwachte toekomstige kasuitgaven < 12 maanden 1-5 jaar 6-10 jaren

(in miljoen €)

Voormelde uitgaande kasstromen gaan gepaard met enige mate van onzekerheid, die kan worden verklaard aan de hand van de volgende factoren:

—tussen de veronderstellingen en de werkelijkheid kunnen verschillen optreden: bijv.; pensioenleeftijd, toekomstige loonsverhoging;

—de hierboven vermelde verwachte uitgaande kasstromen zijn gebaseerd op een gesloten populatie en houden dus geen rekening met nieuwe aanwervingen;

—toekomstige premies worden berekend op basis van het laatst bekende kostencijfer dat op jaarlijkse basis wordt herzien en varieert in overeenstemming met het rendement op fondsbeleggingen, de werkelijke loonsverhoging tegenover de veronderstellingen en de onverwachte bewegingen in de populatie.

Gevoeligheidsanalyse

Impact op de toegezegd-pensioenverplichting

(in miljoen €)

Impact op de netto toegezegd-pensioenverplichtingen in geval van stijging van:

Stijging (+) / Daling (-)

De wijziging in restitutierechten wordt in de tabel hieronder voorgesteld:

Wijzigingen in de huidige waarde van de restitutierechten

(in miljoen €)

Aan het dienstjaar toegerekende kosten

Actuariële winst/(verlies) op lange termijn personeelsbeloningen, ontstaan door:

1) Veranderingen in demografische veronderstellingen

2) Veranderingen in financiële veronderstellingen

Ervaringsaanpassingen

De som van ‘Pensioenen’ (€11,4 miljoen) en ‘Overige’ (€19,7 miljoen) onder restitutierechten bedroeg €31,1 miljoen in 2025 (2024: €34,6 miljoen), wat overeenstemt met de in Toelichting 6.6 vermelde restitutierechten.

Restitutierechten

Zoals beschreven in Toelichting 6.6 werd een vast actief (binnen Overige financiële activa) opgenomen als restitutierechten die gekoppeld zijn aan de toegezegdpensioenverplichting voor de populatie aan wie de verplichtingen uit hoofde van de interestregeling, de vergoeding van medische kosten en de tariefvoordelen voor gepensioneerde Elia-medewerkers ten goede komen. Elke wijziging in deze verplichtingen heeft ook een invloed op de overeenkomstige restitutierechten onder vaste overige financiële activa.

6.16. Voorzieningen

miljoen €)

Het verwachte gebruik van de voorzieningen wordt hieronder samengevat:

(in miljoen €)

(in miljoen €)

De Groep heeft voorzieningen opgenomen voor wat volgt:

Milieu: De milieuvoorziening voorziet in een bestaande blootstelling met betrekking tot bodemsanering. Er waren geen belangrijke wijzigingen in de milieuvoorzieningen in 2025, met uitzondering van een herwaardering en een technische update in het kader van de normale bedrijfsvoering.

De voorziening steeg van €7,5 miljoen eind 2024 naar €12,0 miljoen eind 2025. Deze toename is voornamelijk toe te schrijven aan de gevolgen van een brand op een van de sites van de Groep, evenals aan een herziening van de verplichtingen met betrekking tot bodemsanering in verband met het schilderen van pylonen.

Elia heeft in Vlaanderen op diverse terreinen bodemonderzoeken uitgevoerd in overeenstemming met contractuele overeenkomsten en met de Vlaamse regelgeving. Op een aantal terreinen werd aanzienlijke bodemverontreiniging vastgesteld, die vooral te wijten is aan historische vervuiling als gevolg van vroegere of nabijgelegen industriële activiteiten (gasfabrieken, verbrandingsovens, chemicaliën, enz.). Ook in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en het Waalse Gewest heeft Elia analyses en studies uitgevoerd om verontreiniging op te sporen in een aantal onderstations en een aantal percelen met masten voor bovengrondse elektriciteitsleidingen. Op basis van de gevoerde analyses en studies heeft Elia voorzieningen aangelegd voor de mogelijke toekomstige saneringskosten in lijn met de relevante wetgeving.

Milieuvoorzieningen worden opgenomen en gewaardeerd op basis van de beoordeling van een externe deskundige, die rekening houdt met de BATNEEC (Best Available Techniques

Not Entailing Excessive Costs - beste beschikbare technologie die geen buitensporige kosten veroorzaakt) en de omstandigheden die aan het einde van de verslagperiode gekend zijn. De timing van de afwikkeling is onduidelijk, maar voor de terreinen waar momenteel werkzaamheden aan de gang zijn, wordt de onderliggende voorziening als een kortetermijnvoorziening gekwalificeerd.

Elia Re: Op het einde van het jaar is een bedrag van €3,0 miljoen opgenomen voor Elia Re, een herverzekeringscaptive. €0,4 miljoen hiervan is gekoppeld aan claims voor bovengrondse lijnen, terwijl €2,6 miljoen gekoppeld is aan elektrische installaties. De verwachte timing van de bijbehorende kasuitstroom hangt af van de vooruitgang en de duur van de respectieve procedures.

Ontmantelingsverplichtingen: Als onderdeel van het CAPEX-programma van de Groep is de Groep blootgesteld aan ontmantelingsverplichtingen, waarvan de meeste betrekking hebben op offshore projecten. Deze voorzieningen houden rekening met het effect van discontering en de verwachte kosten voor het ontmantelen en verwijderen van materiaal van sites of uit zee. De boekwaarde van de voorziening bedroeg €22,0 miljoen op 31 december 2025. De Groep heeft hier een benadering per geval gedaan om de kasuitstroom te schatten die nodig is om de verplichting na te komen. De voorziening steeg als gevolg van een lagere disconteringsvoet en de herbeoordeling van de kosten (inflatie).

Elia Transmission gebruikt de rentevoeten van bedrijfsobligaties (met minimaal een AArating), en laat die samenvallen met de levensduur van de voorzieningen om de ontmantelingsverplichtingen te disconteren. Als de disconteringsvoet lager is dan 0%, wordt de disconteringsvoet op 0% gezet. De gehanteerde disconteringsvoet in 2025 bedroeg 4,25%, en is afhankelijk van de levensduur van het actief dat ontmanteld moet worden. Indien de disconteringsvoet met 1% stijgen, dan nemen de ontmantelingsverplichtingen met €4,5 miljoen af.

‘Overige' omvat verschillende voorzieningen voor contractuele risico’s en geschillen om waarschijnlijke kosten te dekken waarvoor de Groep door een derde partij werd gedagvaard of waarbij de Groep betrokken is in gerechtelijke procedures. Deze schattingen zijn bepaald op basis van de waarde van de ingestelde vorderingen of het geschatte bedrag van de risicoblootstelling. De verwachte timing van de bijbehorende kasuitstroom hangt af van de vooruitgang en de duur van de onderliggende procedures. De stijging die in 2025 werd vastgesteld, is hoofdzakelijk toe te schrijven aan de opname van een voorziening voor contractuele risico’s verbonden aan bepaalde infrastructuurprojecten (ter grootte van €14,0 miljoen). Deze voorziening werd opgenomen voor contractuele risico’s die voortvloeien uit recente beslissingen van de overheid om de scope van het Princess Elisabeth Island-project (PEI) te verkleinen, waaronder de opschorting van het HVDC-onderdeel en het schrappen van twee bijbehorende AC-modules. Deze wijzigingen hebben geleid tot de beëindiging van bepaalde contracten met leveranciers, wat aanleiding geeft tot mogelijke beëindigingsvergoedingen en commerciële onderhandelingen over een minnelijke regeling.

Er werden geen activa opgenomen die verband houden met de recuperatie van bepaalde voorzieningen.

6.17. Contractvorderingen/verplichtingen

Nieuwe rubrieken, “Contractvorderingen” en “Contractverplichtingen”, zijn toegevoegd in de geconsolideerde staat van de financiële positie in vergelijking met het jaarverslag 2024. De bedragen die als vergelijkende cijfers per 31 december 2024 worden gepresenteerd, waren eerder opgenomen onder ‘Handelsvorderingen en andere vorderingen’ voor de activa en onder ‘langlopende overige schulden’ voor de passiva. Contractvorderingen hebben voornamelijk betrekking op transmissiewerken die voor derden werden uitgevoerd. Per 31 december 2025 beliepen de contractvorderingen €2,5 miljoen (2024: €0,6 miljoen).

Contractverplichtingen omvatten langlopende bijdragen voor grote infrastructuurprojecten, betalingen in het kader van ‘last-mile’-aansluitingen en kortlopende voorschotten voor kleinere werkzaamheden. Zij omvatten eveneens vooruitbetalingen voor werken in uitvoering (WIP) wanneer de klant vooraf heeft betaald. De contractverplichtingen zijn met €27,2 miljoen gestegen. Per 31 december 2025 bedroegen de contractverplichtingen €161,7 miljoen (2024: €134,5 miljoen).

De opbrengsten worden erkend naarmate de Groep haar prestatieverplichtingen vervult, overeenkomstig IFRS 15. Voor ‘last-mile’-aansluitingen wordt de omzet in de tijd erkend, op lineaire basis, over de periode waarin het gerelateerde actief ter beschikking wordt gesteld van de klant. Voor projecten wordt de omzet in de tijd erkend op basis van het voltooiingspercentage, dat de mate van de tot op heden geleverde diensten weerspiegelt. Zoals reeds toegelicht in noot 5.1 heeft de Groep in de verslagperiode €5,9 miljoen aan omzet erkend die was opgenomen in het saldo van de contractverplichtingen aan het begin van de periode (€134,5 miljoen).

Hieronder wordt het tijdstip weergegeven waarop de Groep verwacht de uitstaande contractverplichtingen als omzet te erkennen.

bedroeg oorspronkelijk €99,7 miljoen (vóór belastingen, inclusief €2,2 miljoen aan operationele subsidies).

Zoals toegelicht in noot 6.4 werd de investeringssubsidie echter verlaagd na een neerwaartse herbeoordeling van de kapitaalsubsidie voor het Prinses-Elisabeth-eiland. Als gevolg van onzekerheden met betrekking tot de voltooiing van het project tegen eind juni 2026, kan een deel van de subsidie die in het kader van de Faciliteit voor Herstel en Veerkracht (RRF) voor dit project werd ontvangen, in het gedrang komen.

Bijgevolg werd de kapitaalsubsidie teruggebracht tot €47,4 miljoen (vóór belastingen, inclusief €2,2 miljoen aan operationele subsidies). Van dit aangepaste bedrag wordt €34 miljoen opgenomen onder overige langlopende verplichtingen (na belastingen).

6.19. Handels- en overige schulden

Handelsschulden, heffingen en overige

schulden

De handelsschulden zijn met €117,9 miljoen gestegen, wat een hoger activiteitsniveau, een ambitieus CAPEX-programma en de aanhoudende volatiliteit van de energieprijzen weerspiegelt.

Heffingen

De heffingen met betrekking tot Elia Transmission zijn toegenomen ten opzichte van het voorgaande jaar (€25,5 miljoen). Zij omvatten:

—Federale heffingen, die per 31 december 2025 €10,5 miljoen bedroegen (€0,0 miljoen in 2024 – zie noot 6.10 voor verdere toelichting over de debetpositie in 2024);

6.18. Overige langlopende verplichtingen

De investeringssubsidies zijn met €41,1 miljoen gedaald. Het belangrijkste project betreft het energie-eiland Prinses Elisabeth (“PEI”), dat tot doel heeft het elektriciteitsnet in de Noordzee uit te breiden. De subsidie voor dit project, ondertekend in december 2022,

—Heffingen voor hernieuwbare energie in Wallonië, ten belope van €49,2 miljoen, die zijn gestegen als gevolg van een lager aantal groene certificaten dan geraamd en gunstige veilingresultaten;

—Heffingen voor hernieuwbare energie in Brussel, ten belope van €0,3 miljoen.

—Het resterende saldo bestaat voornamelijk uit CRM-reserves voor een bedrag van €7,3 miljoen.

Overige schulden

De overige schulden hebben betrekking op waarborgen en andere verplichtingen, in het bijzonder verplichtingen ten aanzien van verbonden ondernemingen, met name rekening-courantverhoudingen met andere Elia-maatschappijen die niet door ETB worden aangehouden.

6.20. Financiële instrumenten - reële waarden

De volgende tabel schetst de boekwaarden en reële waarden van financiële activa en passiva, inclusief hun niveau in de reële-waarde-hiërarchie.

Reële waarde via wint/ verlies

Reële waarde via nietgerealiseerde resultaten Geamortiseerde kostprijs

Stand per 31 december 2024

Overige financiële vaste activa

Eigenvermogensinstrumenten tegen reële waarde via nietgerealiseerde resultaten

Eigenvermogensinstrumenten tegen reële waarde via de winst- en verliesrekening

Handels- en overige vorderingen (lang en kortlopende)

(lang en kortlopende)

Leningen en financieringsverplichtingen (lang en kortlopende)

Niet door zakelijke zekerheid gedekte obligaties

Niet door zakelijke zekerheid gedekte bankleningen en andere leningen (889,2) (889,2)

Leaseverplichting (35,5) (35,5)

Toe te rekenen interest (92,4) (92,4)

Overige lang- en kortlopende verplichtingen

Contractverplichtingen (lang en kortlopende)

Handelsschulden en overige schulden

Boekwaarde
Reële waarde
(in miljoen €)
Totaal Niveau 1 Niveau
Niveau
Totaal

Reële waarde via wint/ verlies

Reële waarde via nietgerealiseerde resultaten Geamortiseerde kostprijs

Stand per 31 december 2025

Overige financiële vaste activa

Eigenvermogensinstrumenten tegen reële waarde via nietgerealiseerde resultaten

Eigenvermogensinstrumenten tegen reële waarde via de winst- en verliesrekening

Handels- en overige vorderingen (lang en kortlopende)

(lang en kortlopende)

Geldmiddelen en kasequivalenten

Leningen en financieringsverplichtingen (lang en kortlopende)

Niet door zakelijke zekerheid gedekte obligaties

Niet door zakelijke zekerheid gedekte bankleningen en andere leningen (775,3) (775,3)

Leaseverplichting (36,2) (36,2)

Toe te rekenen interest (96,0) (96,0)

Overige lang- en kortlopende verplichtingen

Contractverplichtingen (lang en kortlopende)

Handelsschulden en overige schulden

De bovenstaande tabellen bevatten geen informatie over de reële waarde voor financiële activa en passiva die niet gewaardeerd werden tegen reële waarde, zoals geldmiddelen en kasequivalenten en handels- en overige vorderingen en handels- en overige schulden, omdat hun boekwaarde een redelijke benadering vormt van hun reële waarde. De reële waarde van financiële leaseverplichtingen hoeft niet te worden vermeld.

Reële waarde-hiërarchie

De reële waarde is het bedrag waarvoor een actief kan worden verhandeld of een verplichting kan worden afgewikkeld in een zakelijke, objectieve transactie tussen onafhankelijke partijen. Voor wat betreft financiële instrumenten die in de balans gewaardeerd worden tegen reële waarde en voor financiële instrumenten gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs waarvoor de reële waarde is vermeld, vereist IFRS 7 dat de waarderingen tegen reële waarde bekendgemaakt worden door middel van de volgende reële-waarde-hiërarchie:

—Niveau 1: De reële waarde van een financieel instrument dat verhandeld wordt op een actieve markt, is gewaardeerd op basis van genoteerde (niet-aangepaste) prijzen voor

identieke activa of verplichtingen. Een markt wordt beschouwd als actief indien er op eenvoudige en regelmatige wijze genoteerde prijzen beschikbaar zijn, afkomstig van een beurs, handelaar, makelaar, sectorgroep, ‘pricing service’ of regelgevende instantie, en deze prijzen ontleend zijn aan daadwerkelijke en regelmatig uitgevoerde markttransacties tussen onafhankelijke partijen;

—Niveau 2: De reële waarde van financiële instrumenten die niet worden verhandeld op een actieve markt, is bepaald met behulp van waarderingstechnieken. Deze waarderingstechnieken maken zoveel mogelijk gebruik van waarneembare marktinformatie wanneer die beschikbaar is en steunen zo weinig mogelijk op ramingen die specifiek zijn voor de entiteit. Indien alle belangrijke inputs die nodig zijn om de reële waarde van een instrument te bepalen, ofwel rechtstreeks (d.w.z. als prijzen), ofwel onrechtstreeks (d.w.z. afgeleid van prijzen) waarneembaar zijn, wordt het instrument opgenomen in niveau 2;

—Niveau 3: Als een of meerdere significante gegevens gebruikt voor de toepassing van de waarderingstechniek niet gebaseerd is op waarneembare marktdata, dan wordt het financieel instrument opgenomen in niveau 3. Het bedrag van de reële waarde

Boekwaarde
Reële waarde
(in miljoen €)
Totaal Niveau
Niveau

opgenomen onder ‘Overige financiële activa’ is bepaald op basis van (i) recente transactieprijzen, bekend bij de Groep, voor vergelijkbare financiële activa of (ii) waarderingsrapporten uitgegeven door derden.

De reële waarde van de financiële activa en verplichtingen, andere dan deze die in bovenstaande tabel getoond worden, benadert hun boekwaarden, hoofdzakelijk omwille van de vervaldata op korte termijn van deze instrumenten. Zoals specifiek vermeld in paragraaf 29 van IFRS 7, is de toelichting van de reële waarde niet vereist voor leaseverplichtingen en is daarom een uitgesloten post voor de toelichting op de reële waarde.

Overige financiële activa

De boekwaarde van de andere financiële activa daalde licht als gevolg van de herbeoordeling van het gereguleerde activabasis.

De reële waarde van de SICAVs behoort tot niveau 1, wat inhoudt dat de waardering is gebaseerd op de genoteerde marktprijs in een actieve markt voor identieke instrumenten.

Derivaten

De reële waarde van het derivaat wordt opgenomen in niveau 1 op basis van ‘market-tomarket’ waarden. We verwijzen naar toelichting 6.7 voor meer details. Geen openstaande derivaten per 31 december 2025.

Leningen en financieringsverplichtingen

De reële waarde van de obligaties bedroeg €4.503,05 miljoen (vorig jaar: €3.989,1 miljoen). Het is gestegen ten gevolge van de veranderingen in de financiële schuld en een betere prijszetting op de markt. De reële waarde werd bepaald aan de hand van gepubliceerde prijsnoteringen op een actieve markt (geclassificeerd als niveau 1 in de reële-waardehiërarchie).

De reële waarde van andere bankleningen benadert hun boekwaarden, grotendeels als gevolg van de kortetermijnlooptijden van deze instrumenten.

6.21. Leasing

De groep als leasingnemer

De Groep huurt voornamelijk gebouwen, wagens en optische vezels. Hij heeft ook enkele gebruiksrechten op (delen van) terreinen en luchtlijnen. De waarderingsperiode wordt gebruikt volgens de contractuele looptijd. Wanneer er geen vaste looptijd is bepaald en het contract automatisch wordt verlengd, dan heeft de verantwoordelijke afdeling toch een veronderstelde beëindigingsdatum vastgelegd. Indien de leaseovereenkomst een optie tot verlenging bevat, beoordeelt de Groep of het redelijk zeker is dat de optie zal worden uitgeoefend en maakt hij een zo goed mogelijke inschatting van de beëindigingsdatum.

Hierna volgt informatie over leaseovereenkomsten waarvoor de Groep een leasingnemer is.

Activa met gebruiksrecht

Activa met gebruiksrecht worden afzonderlijk opgenomen binnen de materiële vaste activa en kunnen worden opgedeeld, zoals wordt toegelicht in onderstaande tabel (met de

gedisconteerde leaseverplichting als vergelijkingsbasis). Daarnaast wordt hierna ook de splitsing tussen kortlopende en langlopende leaseverplichtingen weergegeven.

(in miljoen €)

per 31 december

Gebruik van land en bovenleidingen

De activa met gebruiksrecht worden hierna kort beschreven:

—Het gebruik van terreinen en luchtlijnen vormt een recht voor de Groep om een duidelijk geïdentificeerd perceel te gebruiken en op iemands eigendom te bouwen. Alleen de contracten waarbij de Groep het volledige recht heeft om over het geïdentificeerde actief controle uit te oefenen, zijn van toepassing.

—De Groep huurt gebouwen en kantoren waarin bedrijfsactiviteiten worden uitgevoerd.

—De Groep heeft leaseovereenkomsten voor wagens die door de werknemers worden gebruikt voor zakelijke en privéactiviteiten.

—De Groep huurt optische vezels voor de overdracht van gegevens. Alleen kabels die duidelijk geïdentificeerd zijn, vallen onder het toepassingsgebied.

—Overige leaseovereenkomsten: leaseovereenkomsten voor printers en strategische reserves. Strategische reserves zijn contracten waarbij de Groep het recht heeft om controle uit te oefenen over een elektriciteitscentrale en zo het evenwicht op het elektriciteitsnet te bewaren.

De Groep heeft alleen leaseovereenkomsten met vaste leasebetalingen en beoordeelt of het redelijk is dat een leaseovereenkomst wordt verlengd. Indien dat het geval is, wordt de leaseovereenkomst gewaardeerd alsof de verlenging werd uitgeoefend.

(in miljoen €)

Leaseverplichtingen

In de tabel hierna volgt informatie over de looptijd van de contractuele niet-gedisconteerde kasstromen:

Maturiteitsanalyse - contractuele niet verdisconteerde kasstromen

Totale niet verdisconteerde verplichtingen verbonden aan leasing

Verplichtingen verbonden aan leasing opgenomen in de balans per 31 december

De gebruikte disconteringsvoet om de leaseverplichtingen te disconteren, biedt de Groep de beste raming voor de gewogen gemiddelde marginale rentevoet. De Groep heeft gebruikgemaakt van de praktische hulpmiddelen, d.w.z. één disconteringsvoet per groep contracten, gebundeld per looptijd.

De Groep heeft de opties beoordeeld om de leaseovereenkomsten te verlengen, en is redelijk zeker dat hij die opties kan uitoefenen. Om die reden heeft de Groep de leaseovereenkomst beoordeeld alsof de optie tot verlenging is uitgeoefend in de leaseverplichting.

De Groep heeft geen variabele leasebetalingen, noch restwaardegaranties. De Groep heeft zich niet verbonden tot een huurovereenkomst die nog niet is gestart. De Groep heeft geen overeenkomsten die voorwaardelijke rentebetalingen bevatten of escaleringsclausules of belangrijke beperkingen voor het gebruik van het betreffende actief.

Bedragen opgenomen in de resultatenrekening

De volgende bedragen werden in de resultatenrekening voor het boekjaar opgenomen:

op leaseverplichting

Kosten voor leases met een leasetermijn korter dan een jaar

Kosten voor leases van activa met een lage waarde

In 2025 werd in totaal €11,8 miljoen aan lease-uitgaven opgenomen in de resultatenrekening. Er werden geen variabele leasebetalingen opgenomen in de waardering van leaseverplichtingen.

De totale kasuitstroom voor leasing bedroeg €10,1 miljoen in 2025 (tegenover €9,0 miljoen in 2024). Dit bedrag is opgenomen in de ‘Terugbetaling van leningen’ van het kasstroomoverzicht.

De groep als leasinggever

De Groep verhuurt optische vezels, terreinen en gebouwen die worden opgenomen onder ‘Materiële vaste activa’. De leasingactiviteiten vormen slechts een nevenactiviteit. Huuropbrengsten worden opgenomen onder ‘overige bedrijfsopbrengsten’.

Contracten die geen betrekking hebben op afzonderlijk identificeerbare activa of waarbij de klant het actief niet direct kan gebruiken of in wezen niet alle economische voordelen kan verkrijgen die verbonden zijn aan het gebruik van het actief, vormen geen leaseovereenkomst. De nieuwe definitie rond leasing leidde tot de uitsluiting van bepaalde telecommunicatieapparatuur.

De Groep heeft deze leaseovereenkomsten geclassificeerd als operationele leases, aangezien zij in wezen niet alle risico’s en voordelen verbonden aan de eigendom van de activa overdragen. De volgende tabel geeft een looptijd analyse van de leasebetalingen. Daarbij worden de niet-gedisconteerde leasebetalingen weergegeven die na de verslagdatum moeten worden ontvangen, en wordt de beste schatting van de contractuele looptijd in aanmerking genomen:

(in miljoen €)

3 tot 4 jaar

4 tot 5 jaar

De Groep heeft in 2025 €14,8 miljoen aan huuropbrengsten opgenomen (2024: €14,3 miljoen).

6.22. Over te dragen opbrengsten en toe te rekenen kosten

(in miljoen €)

De bewegingen in de gereguleerde overlopende rekening van het afrekeningsmechanisme zijn als volgt:

(in miljoen €)

In het segment Elia Transmission Belgium (ETB) is de uit het afrekeningsmechanisme voortvloeiende uitgestelde rekening gestegen van €66,0 miljoen eind 2024 tot €239,4 miljoen per jaareinde 2025. Deze stijging weerspiegelt voornamelijk de door de regulator uitgevoerde herziening van het afrekeningsmechanisme van het voorgaande boekjaar (+ €10,0 miljoen) evenals het operationele overschot dat in het lopende boekjaar werd gerealiseerd boven het door de regulator goedgekeurde budget (+€163,5 miljoen). Volgens het regulatoire ontwerp moet elk operationeel overschot of tekort ten opzichte van de door

de regulator toegestane gebudgetteerde kosten en opbrengsten worden teruggegeven aan of verhaald op de verbruikers en wordt dit derhalve niet als groepsopbrengst erkend. Voor het boekjaar 2025 werd een operationeel overschot van €163,5 miljoen opgenomen als een bijkomende regulatoire verplichting. Dit overschot is voornamelijk toe te schrijven aan lagere beheersbare en niet-beheersbare kosten (+€248,7 miljoen) en hogere niet-beheersbare opbrengsten (+€80,9 miljoen), gedeeltelijk gecompenseerd door lagere tariefverkopen (-€135,7 miljoen).

De uitgestelde rekeningen worden vrijgegeven in het kader van het tariefbepalingsproces overeenkomstig de regulatoire regels: sommige saldi worden in het daaropvolgende jaar (T+1) vereffend, terwijl andere pas na twee jaar (T+2) of zelfs later worden vereffend, afhankelijk van hun oorsprong en de toepasselijke regulatoire vereisten.

De toekomstige vrijgave van de uitgestelde rekening uit het afrekeningsmechanisme naar de toekomstige tarieven wordt weergegeven in onderstaande tabel (situatie op 31 december 2025).

(in miljoen €)

Terug te vorderen via de tarieven in het huidige gereguleerde periode 2025 —

Terug te vorderen via de tarieven in de volgende gereguleerde periode (of later) 239,4

Andere gereguleerde overdracht —

Totaal gereguleerde overlopende rekening 2025 239,4

Gelieve er rekening mee te houden dat de huidige regelgevende periode in België 2024-2027 is

Belgisch gereguleerd kader

7. Structuur van de Groep

Overzicht van de groepsstructuur op verslagdatum Participatie in andere entiteiten

Belgisch segment

Niet-gereguleerd segment en Nemo Link

Elia Transmission Belgium SA/NV heeft rechtstreeks en onrechtstreeks zeggenschap over de onderstaande dochterondernemingen.

Elia heeft niet deelgenomen aan de kapitaalverhoging van JAO en heeft daarmee ons belang in dit bedrijf verwaterd.

Alle entiteiten voeren hun boekhouding in euro en hebben dezelfde verslagdatum als Elia Transmission Belgium SA/NV.

percentage

Naam Land van vestiging Maatschappelijke zetel 2025 2024

Dochterondernemingen

Elia Asset NV België

Elia Engineering NV België

Elia Re NV Luxemburg

Keizerslaan 20, 1000 Brussel 99,99 99,99

Keizerslaan 20, 1000 Brussel

Rue de Merl 65, 2146 Luxemburg

Deelnemingen verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode - Joint ventures

Nemo Link Ltd, Verenigd Koninkrijk

Strand 1-3Londen WC2N 5EH

Deelnemingen verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode – Geassocieerde ondernemingen

H.G.R.T S.A.S. Frankrijk

Coreso NV België

1 Terrasse Bellini, 92919 La Défense Cedex 17,00 17,00

Kortenberglaan 71, 1000 Brussel 15,84 15,84

Investeringen verwerkt volgens IFRS9 - Overige participaties

JAO SA Luxemburg

2 Rue de Bitbourg, 1273 LuxemburgHamm 3,85 4,00

8. Andere toelichtingen

8.1. Beheer van financiële risico's en derivaten

Principes van financieel risicobeheer

De Groep streeft ernaar om elk risico te identificeren en strategieën uit te stippelen om de economische impact op de resultaten van de Groep te beheersen. De afdeling Risk Management bepaalt de risicobeheersingsstrategie, bewaakt de risicoanalyses en rapporteert aan het management en het auditcomité. Het financiële risicobeleid wordt toegepast door een geschikt beleid te bepalen en effectieve controle- en rapporteringsprocedures op te zetten. Er worden bepaalde afgeleide afdekkingsinstrumenten gebruikt in functie van de betreffende risico-inschatting. Afgeleide instrumenten worden uitsluitend als afdekkingsinstrumenten gebruikt. Het regelgevende kader waarbinnen de Groep functioneert, beperkt in sterke mate de mogelijke gevolgen voor de resultatenrekening (zie het hoofdstuk ‘Regelgevend kader en tarieven’). De gevolgen van o.a. rentestijging, kredietrisico enz. kunnen volgens de toepasselijke wetgeving in de tarieven worden verrekend.

Marktrisico

Het marktrisico houdt rekening met de negatieve effecten op de financiële positie en kasstromen van de Groep als gevolg van prijswijzigingen op de markt die niet anders kunnen worden vermeden. De activiteiten van de Groep zijn zeer divers en strekken zich uit tot de elektriciteitsmarkt in het buitenland – in het bijzonder door de verkoop van elektriciteit uit hernieuwbare energie en de aankoop van energie om energieverliezen op het net te dekken – alsook tot de markt voor kortlopende deposito’s.

Valutarisico

De Groep is niet blootgesteld aan enig belangrijk valutarisico, noch ten gevolge van transacties, noch met betrekking tot de omzetting van vreemde valuta’s in euro, aangezien hij geen belangrijke buitenlandse investeringen of activiteiten heeft en minder dan 1 % van zijn kosten uitgedrukt zijn in andere munteenheden dan de euro.

Renterisico

Het renterisico is het risico dat de reële waarde of toekomstige kasstromen van een financieel instrument zullen fluctueren als gevolg van veranderingen in de marktrentes. De risicoblootstelling van de Groep aan marktrentes heeft voornamelijk betrekking op zijn langlopende schulden met variabele rentevoeten.

Zie Toelichting 6.14 voor een overzicht van de uitstaande leningen en hun respectieve rentevoeten.

Kredietrisico

Het kredietrisico omvat alle vormen van blootstelling aan een tegenpartij, d.w.z. waar tegenpartijen mogelijk hun verplichtingen ten opzichte van de Vennootschap in het kader van een lening, afdekking, afwikkeling en andere financiële activiteiten niet zullen nakomen. De Vennootschap is blootgesteld aan een kredietrisico bij zijn bedrijfsactiviteiten en thesaurieactiviteiten. Voor de bedrijfsactiviteiten heeft de Groep een actief kredietbeleid dat rekening houdt met de risicoprofielen van zijn klanten. De blootstelling aan het kredietrisico wordt voortdurend bewaakt en daarom worden voor bepaalde grote contracten de nodige bankgaranties aan de tegenpartij gevraagd.

Op het einde van de verslagperiode was er geen sprake van belangrijke concentraties van kredietrisico. Het maximale kredietrisico is de boekwaarde van elk financieel actief, met inbegrip van afgeleide financiële instrumenten.

(in miljoen €) Toelichting

Beleggingen die voor verkoop beschikbaar zijn

Restitutierechten 31,1 34,6

Andere deelnemingen

Overige financiële

(Kortlopende en Langlopende)

De evolutie van de voorziening voor verwachte kredietverliezen met betrekking tot handelsvorderingen tijdens het jaar wordt in de tabel hierna uiteengezet:

(in miljoen €)

Stand per 1 januari 2024

Veranderingen tijdens het jaar

Stand per 31 december 2024

Stand per 1 januari 2025

Veranderingen tijdens het jaar

Stand per 31 december 2025

debiteuren

(0,8) 0,4

(0,8) 0,4

(0,8) 0,4

De Groep gelooft dat de bedragen die meer dan 30 dagen voorbij vervaldatum zijn nog realiseerbaar zijn, gebaseerd op historisch betalingsgedrag en een uitgebreide analyse van

risico op klantenkrediet, inclusief onderliggende kredietbeoordelingen van klanten indien beschikbaar. De kredietkwaliteit van de handels- en overige vorderingen wordt geëvalueerd op basis van een kredietbeleid.

IFRS 9 vereist dat de Groep financiële activa een bijzondere waardevermindering laat ondergaan op basis van een toekomstgerichte benadering van verwachte kredietverliezen (ECL).

Vanaf 2022 past de Groep een geïndividualiseerde benadering toe voor handelsvorderingen, waarvoor de Groep regels heeft vastgelegd om de fase van de betreffende activa te bepalen voor berekeningen van verwachte kredietverliezen (ECL).

—fase 1 heeft betrekking op financiële activa die sinds de eerste opname niet significant zijn verslechterd. Het ECL voor fase 1 wordt berekend over 12 maanden, —fase 2 omvat financiële activa waarvoor het kredietrisico aanzienlijk is toegenomen. Het ECL voor fase 2 wordt berekend over de hele levensduur. De beslissing om een actief te verplaatsen van fase 1 naar fase 2 is gebaseerd op bepaalde criteria, zoals: –een significante verslechtering van de kredietwaardigheid van een tegenpartij en/of haar moedermaatschappij en/of haar (eventuele) borg, –significante negatieve veranderingen in het regelgevingsklimaat, –veranderingen in politieke of landgebonden risico’s, en –elk ander aspect dat de Groep relevant acht.

Wat financiële activa betreft die meer dan 30 dagen vervallen zijn, wordt de overgang naar fase 2 niet systematisch toegepast zolang de Groep over redelijke en ondersteunende informatie beschikt waaruit blijkt dat zelfs als betalingen meer dan 30 dagen vervallen zijn, dit geen significante toename van het kredietrisico sinds de eerste opname betekent. —fase 3 omvat activa waarvoor reeds een wanbetaling werd vastgesteld, zoals:

–wanneer er bewijs is van een ontoereikende kredietondersteuning door een moedermaatschappij aan haar dochteronderneming (in dit geval is de dochteronderneming de tegenpartij van de Groep die risico loopt), –wanneer een entiteit van de Groep een gerechtelijke procedure tegen de tegenpartij heeft ingeleid wegens niet-betaling.

Wat financiële activa betreft die meer dan 90 dagen vervallen zijn, kan het vermoeden weerlegd worden als de Groep beschikt over redelijke en ondersteunende informatie waaruit blijkt dat zelfs als betalingen meer dan 90 dagen vervallen zijn, dit niet wijst op een wanbetaling van de tegenpartij.

De ECL-formule die van toepassing is in fase 1 en 2 is ECL = EAD x PD x LGD, waarbij: —voor ECL over 12 maanden, Exposure At Default (EAD) gelijk is aan de boekwaarde van het financiële actief waarop de relevante Probability of Default (PD) en de Loss Given Default (LGD) worden toegepast;

—voor ECL over de hele levensduur, de berekeningsmethode erin bestaat veranderingen in de blootstelling voor elk jaar te identificeren, met name de verwachte timing en het bedrag van de contractuele terugbetalingen en de relevante PD en de LGD vervolgens op elke terugbetaling toe te passen en de verkregen cijfers te disconteren. ECL is dan de som van de gedisconteerde cijfers; en

—Probability of Default is de waarschijnlijkheid van wanbetaling over een bepaalde periode (in fase 1 is deze periode 12 maanden na de verslagperiode; in fase 2 is deze periode de volledige levensduur van het financiële actief). Deze informatie is gebaseerd op externe gegevens van een bekend ratingbureau. De PD is afhankelijk van de periode en van de rating van de tegenpartij.

De Groep gebruikt externe ratings als ze beschikbaar zijn; of een interne rating voor belangrijke tegenpartijen zonder externe rating.

Vervolgens wordt een verlies bij wanbetaling berekend als het percentage van het bedrag aan handelsvorderingen dat niet door een bankgarantie is gedekt. Het totale uitstaande bedrag aan handelsvorderingen gedekt door een bankgarantie bedraagt €33,9 miljoen. Het verlies bij wanbetaling wordt vermenigvuldigd met de uitstaande handelsvorderingen.

Deze aanpak wordt relevanter geacht dan de portefeuillebenadering om het risico beter te kunnen beoordelen, vooral in de huidige context van volatiele marktomstandigheden. De impact van deze nieuwe aanpak is niet significant. Bovendien zouden eventuele verliezen via de tarieven kunnen worden teruggevorderd.

Het model wordt toegepast op de handelsvorderingen. Alle andere financiële activa worden niet beoordeeld op risico van bijzondere waardevermindering gezien hun aard (wettelijke activa, bedragen die kunnen worden teruggevorderd via toekomstige tarieven in overeenstemming met de wettelijke kaders), risicoprofiel (betrouwbare tegenpartij zijnde de Belgische staat voor de heffingen) of waarderingsmethode (tegen reële waarde). Meer details vindt u in de verschillende toelichtingen.

Liquiditeitsrisico

Het liquiditeitsrisico is het risico dat de Groep zijn financiële verplichtingen niet zou kunnen nakomen. De Groep beperkt dit risico door de kasstromen op een continue basis te bewaken en ervoor te zorgen dat er steeds voldoende kredietfaciliteiten aanwezig zijn.

Het is de bedoeling van de Groep om een evenwicht te bewaren tussen de continuïteit van de financiering en flexibiliteit door het gebruik van bankleningen, bevestigde en onbevestigde kredietfaciliteiten, een handelspapierprogramma’s enz. Voor financiering op middellange tot lange termijn gebruikt de Groep obligaties. Het looptijdenprofiel van de schuldenportefeuille is over meerdere jaren gespreid. De thesaurie van de Groep beoordeelt vaak zijn financieringsbronnen, rekening houdend met zijn eigen kredietbeoordeling en de algemene marktomstandigheden.

Obligatie-uitgiftes in de voorbije jaren en leningscontracten ondertekend met investeerders en verschillende banken bewijzen dat de Groep toegang heeft tot verschillende financieringsbronnen.

In overeenstemming met de vastgelegde vervaldata en verschuldigde rente, zullen de contractueel geplande uitstromen van kasmiddelen uit financiële verplichtingen in de toekomst als volgt zijn:

Niet-afgeleide financiële verplichtingen

De details van de gebruikte en niet-gebruikte back-upkredietfaciliteiten (Revolving Credit Facilities, kredietlijnen en kredietopnames) worden hieronder weergegeven:

De Vennootschap biedt haar personeelsleden de mogelijkheid om in te schrijven op kapitaalverhogingen die uitsluitend aan hen zijn voorbehouden.

Duurzame bevestigde kredietfaciliteiten

Sinds 2020 beschikt de Groep over verschillende lijnen om de financiering van zijn activiteiten te garanderen en mogelijke variaties in heffingen op te vangen.

Afdekkingsactiviteiten en derivaten

De Groep is blootgesteld aan bepaalde risico’s met betrekking tot zijn lopende bedrijfsactiviteiten. See Toelichting 6.7 voor meer informatie.

Kapitaalrisicobeheer

Het kapitaalstructuurbeheer van de Groep heeft tot doel de verhouding tussen schulden en eigen vermogen voor de gereguleerde activiteiten zoveel mogelijk in overeenstemming te houden met het aanbevolen niveau bepaald door het relevante regelgevende kader.

De richtlijnen voor dividenduitkeringen van de Vennootschap hebben betrekking op het optimaliseren van de dividenduitkeringen, rekening houdend met het feit dat er een zelffinancierend vermogen nodig is om haar wettelijke opdracht als transmissienetbeheerder uit te voeren, toekomstige CAPEX-projecten te financieren en, meer in het algemeen, de strategie van de Groep uit te voeren.

(in miljoen €)
Nominale waarde Eindsaldo
(in miljoen €)
Nominale waarde Eindsaldo
(in miljoen €)
Vervaldag
(in miljoen €)

8.2. Toezeggingen en voorwaardelijke

verplichtingen

Belangrijkste toezeggingen en garanties

(in miljoen €)

Verplichting met betrekking tot aankoopcontracten voor materiële vaste activa

Verplichting met betrekking tot aankoopcontracten voor algemene kosten, onderhoud en reparatiekosten

Per 31 december 2025 had de Groep rechten en verplichtingen die niet in de balans waren opgenomen, voor een totaal van €4.781,3 miljoen.

Deze hadden voornamelijk betrekking op aankoopcontracten voor de installatie van materiële vaste activa en aankoopcontracten voor algemene kosten, onderhoud en reparatiekosten, evenals diverse garanties gegeven aan leveranciers of overheidsinstanties ("prestatieborgtochten", "contractuele garanties") en ontvangen van klanten (contractuele garanties, vooral met BRP's).

Voorwaardelijke verplichtingen

Zoals vermeld in Toelichting 6.16 verdedigt de groep geschillen met betrekking tot bedrijfsonderbrekingen, contractuele vorderingen of geschillen met derden. Over het algemeen, in overeenstemming met goed zakelijk gebruik, neemt de groep geen lopende procedures op die nog niet zijn afgewikkeld en/of waarbij de waarschijnlijkheid van bestaande of toekomstige blootstelling onwaarschijnlijk is, waarbij de financiële impact niet kan worden ingeschat en waarvoor geen voorwaardelijke verplichtingen kunnen worden gekwantificeerd.

Desalniettemin kan het eind 2025 relevant zijn om op te merken dat de Groep, in verband met een lopende procedure, een vonnis heeft ontvangen dat ertoe zou kunnen leiden dat de Groep een schadevergoeding van ongeveer €14,0 miljoen moet betalen. De Groep heeft besloten in beroep te gaan tegen de uitspraak van de rechtbank. De groep en haar advocaten vertrouwen erop dat hun argumenten zullen worden gehoord. De kans op een uitstroom wordt klein geacht en er is geen voorziening opgenomen in verband met deze rechtszaak. Per 31 december 2025 loopt de procedure nog.

Andere voorwaardelijke verplichtingen en toezeggingen.

Projectrisico's en daarmee samenhangende onvoorziene omstandigheden In het kader van de Prinses Elisabeth Eiland project (PEI), gaat de bouw van de funderingen van het kunstmatige eiland en de uitvoering van de eerder ondertekende contracten voor

de HVAC-infastructuur (High Voltage Alternating Current of wisselstroom) door en kunnen sommige vertragingen bij de voltooiing niet worden uitgesloten.

Momenteel zijn er besprekingen gaande met de aannemer voor het Princess Elizabeth Eiland die onlangs een "wijzigingsverzoek" heeft ingediend. Op basis van een voorlopige analyse is de Groep van mening dat er geen gronden zijn voor een dergelijk verzoek, er wordt momenteel meer informatie verzameld en de analyse is nog aan de gang. In dit stadium, rekening houdend met de contractuele voorwaarden, is de Groep van plan dit verzoek formeel af te wijzen. De opdrachtnemer zal nog steeds de mogelijkheid hebben om een minnelijke schikkingsprocedure op te starten alvorens eventueel naar de rechtbank te stappen. De Groep zal de gevolgen van dit verzoek blijven beoordelen, die gezien de complexiteit van een dergelijke zaak, op het moment van dit verslag onmogelijk betrouwbaar kunnen worden beoordeeld. De Groep verwacht geen materiële gevolgen voor haar financiële positie. Het is ook belangrijk op te merken dat elke impact die voortvloeit uit het wijzigingsverzoek van kapitaliseerbare aard zou zijn.

8.3. Verbonden partijen

Controlerende entiteiten

De referentieaandeelhouder van Elia Transmission Belgium is Elia Group NV/SA. Met uitzondering van de jaarlijkse dividenduitkering en de kapitaalverhoging (zie Toelichting 6.13) vonden er in 2025 geen transacties plaats met de referentieaandeelhouder.

De aandeelhoudersstructuur van de Groep is te vinden in Toelichting 7.

Transacties met personeelsleden in invloedrijke functies

Tot de managers met een sleutelpositie behoren de Raad van Bestuur van Elia Transmission Belgium en zijn directiecomité. Beide hebben een aanzienlijke invloed op de hele Groep.

De leden van de Raad van Bestuur van Elia Transmission Belgium zijn geen werknemers van de Groep. De vergoeding van hun mandaat wordt uitvoerig beschreven in de verklaring over deugdelijk bestuur in dit jaarverslag.

De andere personeelsleden in invloedrijke functies zijn werknemers van de Groep. De namen van de personeelsleden in invloedrijke functies zijn te vinden in het deel ‘Verklaring over Deugdelijk Bestuur’. De componenten van hun vergoeding worden hieronder beschreven.

Personeelsleden in invloedrijke functies ontvingen tijdens het jaar geen aandelenopties, speciale leningen of andere voorschotten van de Groep.

aandelen (in eenheden) per 31 december in Elia Group

Transacties met joint ventures en geassocieerde ondernemingen

Transacties tussen de Vennootschap en haar dochterondernemingen, die verbonden partijen zijn, werden geëlimineerd tijdens de consolidatie en worden bijgevolg niet opgenomen in deze toelichting.

Transacties met joint ventures en geassocieerde ondernemingen (zoals bepaald in Toelichting 7) werden niet geëlimineerd. Details van deze transacties worden hieronder weergegeven:

Nemo Link Ltd. huurt ook een gebouw (Herdersbrug) van Elia Asset NV/SA (zie ook Toelichting 6.21). De aankoop van goederen heeft voornamelijk betrekking op diensten die Coreso NV/SA aan de Groep verleent.

Transacties met aandeelhouders

De Groep had geen transacties met zijn aandeelhouder in 2024 en 2025, behalve de dividenduitkering en de kapitaalverhoging.

Transacties met verbonden partijen

Het Directiecomité van Elia beoordeelde ook of er transacties plaatsvonden met entiteiten waarin zij of leden van de Raad van Bestuur een invloed van betekenis uitoefenen (bv. posities als CEO, CFO, vicevoorzitter van het Directiecomité enz.).

In 2025 waren er enkele transacties waarbij personeelsleden in invloedrijke functies van de Groep een betekenisvolle invloed hadden. Al deze transacties vonden plaats binnen de normale bedrijfsactiviteiten van Elia. De totale waarde van de uitgaven bedroeg €0,5 miljoen. Er waren verkopen handelsschulden voor €37,6 duizend in 2025. Op 31 december 2025 waren er voor €7,1 duizend. Er waren geen uitstaande handelsvorderingen met verbonden partijen.

8.4. Gebeurtenissen na balansdatum

Er hebben zich na de afsluiting van de jaarrekening per 31 december 2025 geen significante gebeurtenissen voorgedaan die aanleiding zouden geven tot een aanpassing van de jaarrekening.

Het volgende niet-aanpassende gebeurtenis na balansdatum kan echter worden vermeld:

Bijkomende faciliteit in België

Na de rapporteringsdatum heeft de Groep in maart 2026 een nieuwe duurzaamheidsgebonden doorlopende kredietfaciliteit van €2,0 miljard ondertekend met een consortium van banken, ter vervanging van de bestaande faciliteit van €1,3 miljard.

Uitstaande balansposities tegenover geassocieerde ondernemingen

In 2024 en 2025 hadden entiteiten van de Groep transacties met Nemo Link Ltd. en Coreso NV/SA. De verkoop van goederen heeft betrekking op bedrijfsdiensten (SLA’s) die Elia verleent aan Nemo Link Ltd. en Coreso NV/SA. In 2025 heeft Nemo Link Ltd. ook aan Elia Transmission België de "cap en floor" surplus van 2025 (intra-periode aanpassing) betaald in overeenstemming met het regelgevingskader voor een bedrag van €20,0 miljoen. Dit bedrag is door de Groep beschouwd als een niet-controleerbare opbrengst die volledig aan de tarieven is teruggegeven.

De nieuwe faciliteit heeft een initiële looptijd van vijf jaar, met twee verlengingsopties van telkens één jaar, en is bedoeld ter ondersteuning van de algemene corporate financieringsen liquiditeitsbehoeften van de Groep.

8.5. Macro-economische, geopolitieke en klimaatgerelateerde aspecten

Geopolitieke onzekerheden en macro-economische context

Gedurende het boekjaar 2025 opereerden de financiële markten in een omgeving die werd gekenmerkt door aanhoudende macro-economische volatiliteit en verhoogde geopolitieke spanningen.

(in miljoen €)

Het aanhoudende conflict in Oekraïne blijft bijdragen aan mondiale onzekerheid en geopolitieke instabiliteit. Gezien de aard en de geografische spreiding van haar activiteiten, en bij gebrek aan enige zakelijke relaties met Rusland, Oekraïne of aanverwante entiteiten, worden de activiteiten van Elia Group niet rechtstreeks beïnvloed. Niettemin heeft dit conflict de energietransitie-initiatieven in Europa — met name in België en Duitsland — versneld, gedreven door de doelstelling om de afhankelijkheid van Russisch gas en andere fossiele brandstoffen te verminderen. Deze ontwikkelingen ondersteunen de strategische relevantie op lange termijn van gereguleerde elektriciteitstransmissie-infrastructuur.

Naast het conflict in Oekraïne wordt de wereldwijde onzekerheid ook gedreven door frequente wijzigingen in het klimaat- en energiebeleid, handelsspanningen en evoluerende regelgevingskaders. Deze factoren beïnvloeden belangrijke macro-economische variabelen zoals rentevoeten en inflatie, die volatiel blijven en een impact kunnen hebben op de kapitaalkosten, de financieringsvoorwaarden van projecten en de uitvoering van het gereguleerde investeringsprogramma.

Per 31 december 2025 werden wijzigingen in macro-economische aannames, waar relevant, weerspiegeld in de waardering van de activa en passiva van Elia Transmission Belgium, overeenkomstig de toepasselijke boekhoudkundige standaarden.

Uitdagingen in de toeleveringsketen

De toeleveringsketen voor essentiële materialen en componenten die nodig zijn voor de ontwikkeling en versterking van het Belgische elektriciteitstransmissienet bleef in 2025 onder druk staan. Geopolitieke spanningen en macro-economische trends bleven druk uitoefenen op de beschikbaarheid, de levertijden en de prijzen van uitrusting en werkzaamheden.

Deze ontwikkelingen hebben geleid tot hogere projectkosten, met een impact op zowel gerealiseerde als geraamde investeringsuitgaven en, bijgevolg, op de evolutie van de gereguleerde activabasis. Elia Transmission Belgium volgt deze effecten voortdurend op en verwerkt ze in haar investeringsplanning en financiële projecties.

Klimaatgerelateerde aangelegenheden

Elia Transmission Belgium heeft zich ertoe verbonden een absolute reductie van 28% van de broeikasgasemissies (BKG) voor scope 1 en scope 2, inclusief netverliezen, te realiseren met 2019 als referentiejaar.

In lijn met de op groepsniveau vastgelegde klimaatstrategie draagt Elia Transmission Belgium bij aan de doelstelling om tegen 2040 koolstofneutraliteit te bereiken in de systeemoperaties. Daarnaast breiden de overwegingen inzake klimaattransitie zich steeds meer uit tot de waardeketen, met een focus op het verminderen van emissies die verband houden met sleuteluitrusting en -diensten die worden ingezet bij de ontwikkeling en exploitatie van het net.

De veerkracht van het transmissienet vormt een cruciale aandachtspunt, aangezien fysieke klimaatrisico’s zoals zware stormen, hittegolven of overstromingen een impact kunnen hebben op de infrastructuur en de betrouwbaarheid van het systeem. In 2025 bleef Elia Transmission Belgium investeren in adaptatiemaatregelen om de weerbaarheid van het net tegen fysieke klimaatrisico’s te versterken, onder meer via assetversterking, preventief onderhoud en de integratie van klimaatrisico’s in de netplanning.

In 2025 was meer dan 99,7 % van de investeringen (CAPEX) van Elia Transmission Belgium afgestemd op de EU-taxonomie in het kader van de milieudoelstelling inzake klimaatmitigatie.

ESG-doelstellingen en financiële impact

De uitvoering van de ESG-doelstellingen bij Elia Transmission Belgium komt voornamelijk tot uiting via de uitvoering van het gereguleerde investeringsprogramma, dat de uitbreiding van het net, de betrouwbaarheid, de systeemveiligheid en de integratie van hernieuwbare energiebronnen ondersteunt.

Eventuele waardeverminderingen die tijdens de verslagperiode werden erkend, zijn toe te schrijven aan specifieke technische, economische of regelgevende factoren en worden niet gedreven door ESG-gerelateerde overwegingen. Elia Transmission Belgium identificeert geen verhoogd risico op waardevermindering als gevolg van haar klimaat- of bredere ESGdoelstellingen. Integendeel, de sterke afstemming van haar activiteiten op taxonomiegeschikte economische activiteiten draagt in belangrijke mate bij tot de beperking van dergelijke risico’s.

De bedrijfskosten voor diensten en andere goederen zijn gestegen in lijn met de uitbreiding van de gereguleerde activiteiten die nodig zijn om de elektrificatie te ondersteunen en om te gaan met de toenemende complexiteit van de systeemoperaties.

Voor de periode 2025–2028 bedragen de investeringsplannen (CAPEX) van Elia Transmission Belgium €7,5 miljard. In 2025 werd geen significant bedrag aan CAPEX (minder dan 1 %) geïnvesteerd in economische activiteiten die verband houden met steenkool, olie of gas.

8.6. Diensten verleend door de commissarissen

De Algemene Aandeelhoudersvergadering heeft BDO Bedrijfsrevisoren BV (vertegenwoordigd door dhr. Michaël Delbeke) en EY Bedrijfsrevisoren BV (vertegenwoordigd door dhr. Frédéric De Mee) aangesteld als college van commissarissen voor de audit van de geconsolideerde jaarrekening van Elia Transmission Belgium NV/SA, en de audit van de statutaire jaarrekening van Elia Transmission Belgium NV/SA, Elia Asset NV/SA en Elia Engineering NV/SA. BDO Bedrijfsrevisoren BV is tevens de commissaris van Coreso NV/SA.

De volgende tabel vermeldt de honoraria van het college van commissarissen en van hun geassocieerde ondernemingen met betrekking tot de verleende diensten voor het boekjaar 2025:

Statutaire audit en controle op de jaarrekening van de geconsolideerde groep en de moedervennootschap

Diensten niet gerelateerd aan audit

Diensten gerelateerd aan legale en gereguleerde verplichtingen

Belastingdiensten

9. Regelgevend kader en tarieven

9.1. Regelgevend kader in België

9.1.1 Federale wetgeving

De Elektriciteitswet vormt de algemene basis van het regelgevend kader en bevat de belangrijkste principes die van toepassing zijn op de activiteiten van Elia als beheerder van het transmissienet voor elektriciteit in België.

Deze wet werd grondig gewijzigd op 8 januari 2012 door de omzetting op federaal niveau van het derde pakket van Europese richtlijnen. De nieuwe Elektriciteitswet die eruit voortvloeit:

—verscherpt de ontvlechting van de transmissieactiviteiten (productie, distributie en bevoorrading);

—bepaalt meer in detail de regels met betrekking tot het beheer van en de toegang tot het transmissienet;

—herdefinieert de wettelijke opdracht van de transmissienetbeheerder, en breidt ze meer bepaald uit tot de offshore gebieden die binnen het rechtsgebied van België vallen; en —verruimt de bevoegdheden van de regelgevende instantie, in het bijzonder voor het bepalen van de transmissietarieven.

Verscheidene koninklijke besluiten verschaffen meer details over het regelgevende kader dat van toepassing is op de transmissienetbeheerder, en in het bijzonder het koninklijk besluit inzake het federaal technisch reglement voor het beheer van het transmissienet. De beslissingen van de CREG (Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas) vullen deze bepalingen aan, wat resulteert in het regelgevend kader waarbinnen Elia haar activiteiten uitoefent op federaal niveau.

9.1.2 Gewestelijke wetgeving

De drie Belgische gewesten zijn binnen hun respectieve grondgebieden verantwoordelijk voor de lokale transmissie van elektriciteit op netten met een spanning gelijk aan of lager dan 70 kV. Terwijl de gewestelijke regulatoren bevoegdheid hebben over het niet-tarifaire luik van de reglementering voor het lokale transmissienet, vallen de bepaling en de controle van de tarieven onder de bevoegdheid van de federale overheid.

Het Vlaamse Gewest, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en het Waalse Gewest hebben ook de bepalingen van het derde Europese pakket die hen aanbelangen in hun regelgeving omgezet. De gewestdecreten werden aangevuld met verscheidene andere voorschriften met betrekking tot openbare dienstverplichtingen, hernieuwbare energie en toelatingsprocedures voor leveranciers.

9.1.3 Regelgevende instanties

Zoals de EU-wetgeving het vereist, wordt de Belgische elektriciteitsmarkt door onafhankelijke regulatoren bewaakt en gecontroleerd.

Federale regulator

De CREG is de federale regelgevende instantie en zijn bevoegdheden ten aanzien van Elia zijn onder andere:

—het goedkeuren van de standaardvoorwaarden van de drie hoofdcontracten die door de Vennootschap op federaal niveau worden gebruikt: het verbindingscontract, het toegangscontract en het ARP-contract;

—het goedkeuren van het systeem voor capaciteitstoewijzing aan de grenzen tussen België en zijn buurlanden;

—het goedkeuren van de benoeming van de onafhankelijke leden van de raad van bestuur;

—het bepalen van de tariefmethodologie die de netbeheerder moet naleven bij de berekening van de verschillende tarieven die op de netgebruikers wordt toegepast;

—het afleveren van een certificaat om zeker te zijn dat de netbeheerder wel degelijk de eigenaar is van de infrastructuur die hij beheert en voldoet aan de voorschriften inzake onafhankelijkheid ten opzichte van producenten en leveranciers.

Gewestelijke regulatoren

De exploitatie van elektriciteitsnetten met een spanning gelijk aan of lager dan 70 kV valt onder de bevoegdheid van de respectieve gewestelijke regulatoren. Elk van hen kan van om het even welke beheerder (ook Elia als het een relevant deel van het net beheert) eisen om alle specifieke bepalingen van de gewestelijke voorschriften inzake elektriciteit na te leven (zo niet, moet de beheerder eventueel administratieve boetes betalen of andere sancties ondergaan). De gewestelijke regulatoren hebben echter geen bevoegdheid over de bepaling van de elektriciteitstransmissietarieven. De tariefbepaling voor de elektriciteitsnetten die een transmissiefunctie hebben is een exclusieve bevoegdheid van de CREG.

9.1.4 Tariefbepaling

Algemene principes voor tariefbepaling

Het grootste deel van de inkomsten en winsten van ETB is afkomstig van de gereguleerde tarieven die het aanrekent voor het gebruik van het elektriciteitstransmissienet. Transmissietarieven worden vastgelegd overeenkomstig een specifiek regelgevend kader en goedgekeurd door de CREG op basis van een methodologie die dan weer steunt op tariefrichtsnoeren in de Elektriciteitswet. Deze tariefrichtsnoeren werden meermaals gewijzigd, o.a. om het vraagbeheer en de opslag te incentiveren en om de competitiviteit van de elektro-intensieve industrie te verhogen, evenals de efficiëntie van de markt en van het energiesysteem (met inbegrip van de energie-efficiëntie). Of en hoe deze doelstellingen daadwerkelijk in de tariefmethodologie worden weerspiegeld, hangt af van het specifieke regelgevend dat wordt toegepast.

Na hun goedkeuring worden de tarieven gepubliceerd en kan er niet worden over onderhandeld tussen individuele netgebruikers en ETB. Indien de geldende tarieven evenwel niet langer proportioneel zijn als gevolg van gewijzigde omstandigheden, kan de CREG eisen dat ETB een bijgewerkt tariefvoorstel ter goedkeuring aan de CREG voorlegt (of ETB kan dat op eigen initiatief doen).

De werkelijke volumes vervoerde elektriciteit kunnen verschillen van de voorspelde volumes. Afwijkingen tussen de werkelijke volumes vervoerde elektriciteit en de gebudgetteerde volumes en tussen reële kosten/opbrengsten en gebudgetteerde kosten/ opbrengsten kunnen resulteren in een zogenaamde ‘gereguleerde schuld’ of ‘gereguleerde opbrengst’, die wordt geboekt op een overlopende rekening. Dit mechanisme is van toepassing op alle bovengenoemde sleutelparameters voor de tariefbepaling (d.w.z. billijke vergoeding, beheersbare elementen, niet-beheersbare elementen, beïnvloedbare kosten en andere incentivecomponenten) hoewel de werking ervan verschilt afhankelijk van de aard van de kosten. Bij de tariefbepaling voor de volgende periode wordt er rekening gehouden met de financiële verrekening van dergelijke afwijkingen.

Ongeacht de afwijkingen tussen de voorspelde parameters en de reële kosten en opbrengsten, neemt de CREG de eindbeslissing of de reële kosten en opbrengsten als redelijk worden beschouwd om te worden opgenomen in de tariefberekening. Deze beslissing kan resulteren in de aanvaarding of verwerping van dergelijke kosten of opbrengsten. In de mate dat bepaalde elementen worden verworpen, zullen de overeenkomstige bedragen niet in aanmerking worden genomen voor de tariefbepaling van de volgende periode.

Tariefmethodologie van toepassing voor de tariefperiode 2024-2027

In dit deel wordt de tariefmethodologie beschreven die van toepassing is van 2024 tot 2027. Zoals voorzien door de Elektriciteitswet hebben de CREG en ETB in december 2021 een akkoord bereikt over het formele proces voor de organisatie en over de stappen die moeten worden genomen (i) om de tariefmethodologie voor de periode 2024-2027 te bepalen en (ii) om de effectieve tarieven vast te stellen die gelden voor de tariefperiode 2024-2027.

Het specifieke proces voor de bepaling van de tariefmethodologie voor de periode 2024-2027 was op 30 juni 2022 voltooid. Op die datum publiceerde de CREG haar definitieve tariefmethodologie voor de periode 2024-2027. Eind november 2023 lanceerde de CREG een openbare raadpleging tot 22 december 2023 over een voorgestelde beslissing om de tariefmethodologie aan te passen teneinde (i) de vergoeding te herwaarderen met betrekking tot de berekening van de billijke marge en (ii) een regelgevend kader in te voeren voor de uitbreiding van het Modulair Offshore Grid (‘MOG II’).

De tariefmethodologie voor de periode 2024-2027 is zeer vergelijkbaar met de vorige methodologie (2020-2023), maar de parameters voor de berekening van de billijke marge en van het stimuleringskader werden herzien met een belangrijke wijziging: de risicovrije rentevoet (OLO) die werd gebruikt voor de berekening van de billijke marge is niet langer vast zoals in de periode 2020-2023 - en zoals oorspronkelijk gepland in de beslissing van juni 2022 - maar is variabel geworden.

De methodologie is ‘service driven’ (kosten +), en wordt grotendeels bepaald door een mechanisme van ‘billijke vergoeding’ in combinatie met bepaalde ‘incentivecomponenten’. De tarieven worden vastgesteld op basis van gebudgetteerde kosten, verminderd met een

aantal niet-tarifaire opbrengsten, en op basis van de geraamde volumes van in het net geïnjecteerde elektriciteit. De verschillende drivers voor de tariefbepaling worden vastgelegd op basis van de volgende sleutelparameters: (i) billijke vergoeding; (ii) ‘nietbeheersbare elementen’ (kosten en opbrengsten niet onderworpen aan een incentivemechanisme); (iii) ‘beheersbare elementen’ (kosten en opbrengsten onderworpen aan een incentivemechanisme); (iv) ‘beïnvloedbare kosten’ (kosten en opbrengsten onderworpen aan een incentivemechanisme onder specifieke voorwaarden); (v) ‘incentivecomponenten’; en (vi) de verrekening van afwijkingen van gebudgetteerde verkoopvolumes.

Billijke vergoeding

De billijke vergoeding is het rendement op het kapitaal dat in het net werd geïnvesteerd en steunt op het Capital Asset Pricing Model (‘CAPM’). Ze is gebaseerd op de gemiddelde jaarlijkse waarde van het gereguleerd actief (Regulated Asset Base - RAB), dat jaarlijks wordt berekend, rekening houdend met nieuwe investeringen, desinvesteringen, afschrijvingen en veranderingen in het werkkapitaal.

Voor de periode 2024-2027 is de formule voor de berekening van de billijke vergoeding voor elk jaar (n) als volgt:

A: [S x gemiddelde RAB x [(OLO(n)+(β x risicopremie)]]

plus als de financiële structuur van de TNB groter is dan 40%, wordt de variabele S van de formule in de vorige alinea vastgesteld op 40%, en wordt het resultaat van de volgende formule toegevoegd:

B: [(S – 40 %) x gemiddelde RAB x (OLO(n) + 0,70 %]

waarbij:

—RAB(n) = RAB(n-1) + investering(en) – afschrijving(en) – desinvestering(en) –buitendienststelling(en) +/- wijzigingen in de behoefte aan werkkapitaal;

—gemiddelde RAB = gemiddelde RAB(n) en RAB(n-1);

—de OLO(n), ook de risicovrije rentevoet genoemd, is vastgesteld op 1,68%;

—S = het geaggregeerde kapitaal en de reserves / gemiddelde RAB, volgens de Belgische boekhoudnormen (BE GAAP);

—Bèta (β) is nu vast en vastgesteld op 0,69;

—risicopremie = 3,5%

De formule die de risicovrije rentevoet, de bètafactor (β) en de risicopremie omvat, geldt voor de eigenvermogenscomponent die overeenstemt met 40% van de RAB van het betreffende jaar. Eigen vermogen boven de drempel van 40% wordt vergoed tegen de risicovrije rentevoet plus 0,70%.

Er dient te worden opgemerkt dat in de definitieve tariefmethodologie voor de periode 2024-2027, gepubliceerd op 29 februari 2024, een bijkomend vergoedingsmechanisme is opgenomen dat gekoppeld is aan de evolutie van de rentevoet van Belgische lineaire obligaties op tien jaar, zoals hieronder verder wordt beschreven onder ‘Kenmerken van het voorgestelde bijkomende vergoedingsmechanisme’.

Niet-beheersbare elementen

Een aantal kosten wordt als niet-beheersbaar beschouwd door de tariefmethodologie. Deze bestaan uit elementen als de afschrijving van onroerende goederen, ondersteunende diensten (uitgezonderd de reserveringskosten van ondersteunende diensten exclusief black start, waarnaar wordt verwezen als ‘beïnvloedbare kosten’), kosten met betrekking tot door een overheid opgelegde verplaatsing van lijnen en belastingen, gedeeltelijk gecompenseerd door opbrengsten uit niet-tarifaire activiteiten (bv. opbrengsten als gevolg van grensoverschrijdende congestie). De kosten voor onderzoek van de zeebodem en de reparatie van offshore installaties worden ook als niet-beheersbaar beschouwd. Tot slot zijn de kosten in verband met de Europese integratie (bv. Coreso en JAO) ook niet-beheersbaar.

ETB wordt geacht een zeer beperkte of geen impact te hebben op deze elementen. Bijgevolg kunnen ze worden gedekt door de transmissietarieven, ongeacht het bedrag, zolang ze als ‘redelijk’ worden beschouwd. Onder de vorige tariefperiode werden bepaalde uitzonderlijke kosten die specifiek zijn voor offshore activa (bijvoorbeeld de Modular Offshore Grid) toegevoegd aan de lijst van niet-beheersbare kosten (zie hiervoor). Dit werd behouden onder de nieuwe methodologie (bijvoorbeeld relevant voor MOG II). Nietbeheersbare kosten omvatten ook financiële kosten in verband met de schuldenlast waarvoor het zogenaamde ‘embedded debt’-principe van toepassing is. Bijgevolg zijn alle werkelijke en redelijke financieringskosten in verband met schulden uitgegeven door ETB inbegrepen in de tarieven.

Beheersbare elementen

Beheersbare elementen zijn kosten waarover Elia Transmission België de controle heeft volgens de tariefmethodologie. De CREG bepaalt vooraf een jaarlijkse vergoeding voor de periode 2024-2027, rekening houdend met de inflatie. De Vennootschap wordt gestimuleerd om deze kosten te verlagen ten opzichte van de vooraf bepaalde vergoeding. Dit betekent dat ze onderworpen zijn aan een verdeling van de productiviteits- en efficiëntiewinsten die zich tijdens de tariefperiode kunnen voordoen. Die verdeling gebeurt nog steeds met een factor van 50%. Daarom wordt ETB aangemoedigd om zijn kosten en opbrengsten voor die beheersbare elementen onder controle te houden.

De mogelijke vermindering van dit vooraf vastgelegde bedrag leidt tot een bijkomende winst die gelijk is aan 50% van de vermindering. De resterende 50% resulteert in een verlaging van de toekomstige tarieven. Omgekeerd zijn kostenoverschrijdingen voor 50% niet-terugvorderbaar (en komen ze bijgevolg voor rekening van de aandeelhouders van ETB). Voor de overige 50% worden ze gedekt door de (toekomstige) tarieven.

Beïnvloedbare kosten

De kosten voor reservering van ondersteunende diensten, met uitzondering van ‘blackstart’ en spanningsregeling, en de energiekosten ter compensatie van netverliezen worden als beïnvloedbare kosten beschouwd. Dat betekent dat budgetoverschrijdingen of efficiëntiewinsten een negatieve of positieve incentive vormen, voor zover ze niet worden veroorzaakt door een bepaalde lijst van externe factoren. 20% van het verschil tussen een vastgestelde referentie voor de periode en het jaar Y (gecorrigeerd voor externe factoren) vormt een winst (vóór belasting) voor ETB. De vastgestelde referentie omvat een ‘natuurlijke’ verbeteringsfactor van 10% op jaarbasis, waardoor de besparing jaar na jaar moeilijker te bereiken is. Voor elk van de twee categorieën van beïnvloedbare kosten (energiereserves en netverliezen) kan het totale jaarlijkse bedrag van de incentive vóór belastingen niet negatief zijn of meer dan €5 miljoen per jaar bedragen.

Andere incentives

De methodologie handhaaft de incentives zoals bepaald voor de tariefperiode 2020-2023 (zie hieronder), maar past voor sommige ervan de technische parameters aan, en voegt twee nieuwe incentives toe aan de huidige lijst (één met betrekking tot de maximalisatie van de intraday transmissiecapaciteit en een andere met betrekking tot de verbetering van de energie-efficiëntie van de hoogspanningsstations van Elia Transmission België).

Indien de prestaties van ETB niet in de lijn zouden liggen van de incentives zoals bepaald door de regulator, dan zal het bedrag van deze incentives dat aan ETB kan worden toegerekend, worden verminderd. De impact wordt weerspiegeld in de over te dragen opbrengsten die toekomstige tariefverlagingen zullen genereren – zie onderstaande beschrijving van het afrekeningsmechanisme (alle bedragen zijn vóór belastingen).

—Marktintegratie: Deze incentive bestaat uit drie elementen: (i) financiële participaties, (ii) vergroting van de grensoverschrijdende commerciële uitwisselingscapaciteit en (iii) de tijdige ingebruikname van investeringsprojecten die bijdragen aan marktintegratie. Deze incentives kunnen positief bijdragen aan de winst van ETB (van €0 tot €33,8 miljoen voor grensoverschrijdende capaciteit (met inbegrip van een nieuwe incentive voor de optimalisatie van de intraday capaciteit), €0 tot €8,4 miljoen voor tijdige ingebruikname). De winst (dividenden en meerwaarden) uit financiële deelnemingen in andere vennootschappen waarvan de CREG heeft aanvaard dat ze deel uitmaken van de RAB, wordt als volgt toegerekend: 60% wordt toegerekend aan toekomstige tariefverlagingen en 40% aan de winst van ETB (bedragen vóór belastingen).

—Investeringsprogramma: De incentive voor ETB bestaat uit: (i) indien de gemiddelde onderbrekingstijd (Average Interruption Time - AIT) een vooraf door de CREG bepaalde doelstelling bereikt, kan de nettowinst van ETB (vóór belastingen) positief worden beïnvloed met een maximum van €8.8 miljoen, (ii) indien de beschikbaarheid van de Modular Offshore Grid in overeenstemming is met het door de CREG bepaalde niveau, kan de incentive met €0 tot €4,2 miljoen bijdragen aan de winst van ETB en (iii) zou Elia kunnen profiteren van €0 tot €3,4 miljoen ingeval de vooraf bepaalde portefeuille van onderhouds- en herstelinvesteringen op tijd en binnen het budget wordt gerealiseerd (bedragen zijn vóór belastingen).

—Innovatie en subsidies: De inhoud en de vergoeding van deze incentive omvat: (i) de realisatie van innovatieve projecten die kunnen bijdragen tot de vergoeding van ETB voor €0 tot €5,4 miljoen (vóór belastingen); en (ii) de subsidies die worden toegekend voor innovatieve projecten en die de winst van ETB kunnen beïnvloeden met een maximum van €0 tot €1 miljoen (vóór belastingen).

—Kwaliteit van klant gerelateerde diensten: Deze incentive beoogt drie sub-incentives: (i) het niveau van klanttevredenheid met betrekking tot de realisatie van nieuwe netaansluitingen die een winst voor ETB kunnen genereren van €0 tot €2,3 miljoen; (ii) het niveau van klanttevredenheid voor het volledige klantenbestand dat €0 tot €4,2 miljoen aan de winst van ETB zou bijdragen; en (iii) de gegevenskwaliteit die ETB op regelmatige basis publiceert, en die een vergoeding voor ETB kan genereren van €0 tot €8,4 miljoen (bedragen vóór belastingen).

—Verbetering van het balancingsysteem: ETB wordt beloond als bepaalde projecten worden gerealiseerd met betrekking tot de balancering van het systeem, zoals gedefinieerd door de CREG. Deze incentive kan een vergoeding genereren tussen €0 en €4,2 miljoen (vóór belastingen).

—Een nieuwe incentive met betrekking tot de verbetering van de energie-efficiëntie van de onderstations van ETB, met een maximum van €0,8 miljoen.

Op basis van prestatiehypotheses wordt de bijdrage van de incentive geraamd op een nettovergoeding van 1,3-1,4%, toe te passen op 40% van de RAB, zolang Elia Transmission België erin slaagt een redelijke doelstelling van gemiddeld 65-70% van het maximumbedrag voor alle incentives te bereiken.

Regelgevend kader voor de Modular Offshore Grid

Sedert 2020 heeft de CREG de tariefmethodologie gewijzigd om specifieke regels op te nemen die van toepassing zijn op de investering in de Modular Offshore Grid.

De tariefmethodologie 2020-2023 omvatte specifieke regels die van toepassing waren op de investering in de eerste fase van het Modular Offshore Grid (‘MOG I’). De belangrijkste kenmerken van deze parameters waren (i) een specifieke risicopremie die op deze investering moet worden toegepast (wat resulteert in een extra nettorendement van 1,4% voor eigen vermogen dat in MOG I-activa werd geïnvesteerd), (ii) specifieke afschrijvingspercentages die van toepassing zijn op de MOG I-activa, (iii) bepaalde kosten die specifiek zijn voor de MOG I-activa en anders worden verwerkt dan de kosten voor onshore activiteiten en (iv) een specifieke incentive op basis van de beschikbaarheid van de MOG I-activa.

Voor de tariefperiode 2024-2027 bevestigde de CREG het regelgevende kader zoals bepaald in de vorige tariefmethodologie.

De CREG heeft de risicopremie voor MOG II geraamd op ongeveer 1,4% (van toepassing op 40% van de gereguleerde activabasis van MOG II), rekening houdend met het feit dat MOG II deel zal uitmaken van het grotere Prinses Elisabeth Eiland. Voor het eiland stelt de CREG een afschrijvingsperiode van 60 jaar voor. Voor MOG I en II verwacht Elia Transmission België dat de risicopremie ongeveer 0,2% zal bijdragen tot het regulatoire rendement op eigen vermogen van Elia Transmission Belgium.

Kenmerken van de faire marge die door de marktontwikkeling worden beïnvloed

Voor elk jaar van de nieuwe tariefperiode 2024-2027 wordt het jaarlijkse daggemiddelde van de rentevoet van de Belgische lineaire obligatie op tien jaar (‘OLO10Y’) bepaald. Afhankelijk van de OLO10Y wordt de billijke marge bepaald op basis van een cumulatieve beoordeling in drie stappen:

—Stap 1: als de OLO10Y onder 1,68% daalt, wordt de billijke winstmarge vastgesteld op 4,1%, wat een minimale opbrengst garandeert;

—Stap 2: als de OLO10Y tussen 1,68% en 2,87% schommelt, ontvangt het volledige gemiddelde eigen vermogen een bijkomende vergoeding gelijk aan het verschil tussen de OLO10Y en 1,68%. Aan de bovenkant van deze vork resulteert dit in een bijkomende vergoeding van 1,19%; en

—Stap 3: als het percentage boven de 2,87% komt, zal het volledige gemiddelde eigen vermogen de vergoeding van stap 1 en stap 2 ontvangen, evenals een bijdrage die evenredig is aan het verschil tussen de OLO10Y en 2,87%. De CREG heeft dus besloten om een differentiatie te voorzien in de vergoeding tussen de oude en de nieuwe RAB. De oude RAB, d.w.z. activa die in gebruik werden genomen tot en met 31 december 2021, zal 50% van het verschil ontvangen, terwijl de nieuwe RAB, d.w.z. activa die in

gebruik werden genomen op of na 1 januari 2022, de volledige 100% van het verschil zal ontvangen.

Op basis van de parameters zoals beschreven in de tariefmethodologie voor de periode van 2024 tot 2027 wordt verwacht dat het gemiddelde regulatoire rendement op eigen vermogen voor die periode ongeveer 7,2% zal bedragen. Dit zal gedeeltelijk afhangen van de werkelijke resultaten, de evolutie van het jaarlijkse daggemiddelde van de Belgische rente (OLO-rente op 10 jaar) op de langetermijnobligatie (uitgaand van een OLO10Y van 3,27% over de periode 2024-2027), de prestaties met betrekking tot de verschillende incentives, het respectieve gewicht van de nieuwe en de oude RAB en uitgaande van een beoogde verhouding (gearing) van eigen vermogen/vreemd vermogen van 40/60. Als aan de veronderstellingen met betrekking tot een van deze elementen niet wordt voldaan, kan dit een nadelige invloed hebben op het verwachte gemiddelde regulatoire rendement op eigen vermogen. Dit zou met name het geval kunnen zijn als de OLO10Y zou dalen (en lager zou zijn dan 3,27% over een langere periode, wat werd verondersteld om te komen tot een verwacht gemiddeld rendement van 7,2% voor ETB).

Gereguleerde overlopende rekeningen: afwijkingen van de gebudgetteerde waarden

De werkelijke volumes vervoerde elektriciteit kunnen op jaarbasis verschillen van de voorspelde volumes. Wanneer de vervoerde volumes hoger (of lager) zijn dan de voorspelde, wordt de afwijking van de gebudgetteerde waarde geboekt op een overlopende rekening tijdens het jaar waarin ze zich voordoet. Deze afwijkingen van de gebudgetteerde waarden (een gereguleerde schuld of een gereguleerde opbrengst) worden gecumuleerd en opgenomen in de tariefbepaling voor de volgende tariefperiode. Ongeacht afwijkingen tussen de voorspelde parameters voor tariefbepaling (billijke vergoeding, niet-beheersbare elementen, beheersbare elementen, beïnvloedbare kosten, incentivecomponenten, toewijzing van kosten en opbrengsten tussen gereguleerde en niet-gereguleerde segmenten) en de effectief gemaakte kosten of opbrengsten met betrekking tot deze parameters, neemt de CREG jaarlijks een definitieve beslissing over de vraag of de gemaakte kosten/opbrengsten redelijk worden geacht om te worden gedragen door de tarieven. Dit besluit kan ertoe leiden dat de gemaakte elementen worden afgewezen. Indien dergelijke kostenelementen worden afgewezen, wordt het bedrag niet in aanmerking genomen voor de tariefbepaling van de volgende periode. Ondanks het feit dat Elia om een rechterlijke toetsing van dergelijke beslissingen kan vragen, kan een afwijzing, indien deze rechterlijke toetsing geen succes is, een globale negatieve impact hebben op de financiële positie van Elia.

Allocatie van kosten en opbrengsten tussen gereguleerde en nietgereguleerde segmenten

De tariefmethodologie voor 2024-2027 voorziet een mechanisme dat Elia Transmission Belgium in staat stelt activiteiten buiten de Belgische gereguleerde perimeter te ontwikkelen en waarvan de kosten niet worden gedekt door netwerktarieven in België. Deze methodologie geeft structuur aan een mechanisme om ervoor te zorgen dat de financiële deelname van Elia Transmission Belgiê in andere bedrijven, die niet als onderdeel van de RAB door de CREG worden beschouwd (bijvoorbeeld belangen in gereguleerde of niet-gereguleerde activiteiten buiten België), geen impact heeft op de Belgische netgebruikers.

Openbare dienstverplichtingen

In haar rol als netbeheerder is Elia onderworpen aan verschillende openbare dienstverplichtingen die worden opgelegd door de overheid en/of reguleringsmechanismen. Overheidsinstanties/reguleringsmechanismen leggen openbare dienstverplichtingen vast in verschillende domeinen (zoals promotie van hernieuwbare energie, groenestroomcertificaten, strategische reserves, sociale steun, vergoedingen voor het gebruik van het publieke domein, offshore-aansprakelijkheid) die door de netbeheerders moeten worden uitgevoerd. De kosten die de netbeheerders voor deze verplichtingen maken, worden volledig gedekt door tarifaire ‘heffingen’ zoals goedgekeurd door de CREG. De uitstaande bedragen worden gerapporteerd als heffingen.

9.2. Regelgevend kader voor Nemo Link interconnector

In 2024 is een nieuwe periode van vijf jaar ingegaan (periode waarin de regulatoren de opbrengsten van de cumulatieve interconnector beoordelen). Er waren evenwel geen belangrijke wijzigingen in het regelgevende kader voor de Nemo Link interconnector zelf. Volledigheidshalve volgt hieronder de gedetailleerde beschrijving van het regelgevende kader dat van toepassing is op de Nemo Link interconnector. Er is een specifiek regelgevend kader van toepassing op de Nemo Link interconnector sinds de datum van ingebruikname ervan op 31 januari 2019. Het kader maakt deel uit van de tariefmethodologie die op 18 december 2014 door de CREG werd uitgegeven. Het boven- en ondergrensregime is een op inkomsten gebaseerd regime met een looptijd van 25 jaar. De nationale regulatoren van het VK en België (respectievelijk de Ofgem en de CREG) bepaalden de rendementsniveaus van de boven- en ondergrens ex-ante (vóór de bouw) en deze liggen grotendeels vast (in reële termen) voor de duur van het regime. Het rendementsniveau van de bovengrens kan met maximaal 2 procent worden verhoogd of verlaagd conform de beschikbaarheidsstimuli. Bijgevolg zullen investeerders zekerheid hebben over het regelgevende kader tijdens de hele levensduur van de interconnector. De interconnector is momenteel operationeel (vanaf 31 januari 2019) en als gevolg daarvan is het boven en ondergrensregime van toepassing. Om de vijf jaar beoordelen de regulatoren de opbrengsten van de cumulatieve interconnector (na aftrek van eventuele marktgerelateerde kosten) over de periode in vergelijking met de cumulatieve boven- en ondergrenzen om te bepalen of de boven- of ondergrens in werking treedt. Indien de opbrengsten boven de bovengrens uitkomen, worden ze op een 50/50-basis teruggegeven aan de TNB’s in het VK (National Grid plc) en in België (ETB). De TNB’s kunnen dan de netlasten voor netgebruikers in hun respectieve rechtsgebieden verlagen. Als de opbrengsten onder de ondergrens uitkomen, dan worden de eigenaars van de interconnector gecompenseerd door de TNB’s die het verschil bijpassen. De TNB's kunnen op hun beurt deze kosten terugverdienen door middel van de nationale transmissietarieven in hun respectieve rechtsgebieden.

Elke periode van vijf jaar wordt afzonderlijk bekeken. Aanpassingen van de boven- en ondergrens in één periode zullen geen invloed hebben op aanpassingen voor toekomstige perioden, en de totale opbrengsten van één periode worden in toekomstige perioden niet in aanmerking genomen.

De elementaire kenmerken van de tariefmethodologie zijn als volgt:

Duur van het regime 25 years

Boven- en ondergrenzen De niveaus worden vastgelegd bij de aanvang van het regime en blijven in reële termen vastgesteld voor een periode van 25 jaar vanaf de start van de regeling. Op basis van de toepassing van mechanistische parameters op kostenefficiëntie: er werd een ben-chmark voor de kosten voor het leveren van de ondergrens toe-gepast en een benchmark voor het rendement op eigen vermogen om de bovengrens te leveren.

Beoordelingsperiode (beoordelen of de opbrengsten van de interconnector boven of onder de bovengrens/ ondergrens liggen) Om de vijf jaar met tussentijdse aanpassingen indien vereist en gerechtvaardigd door de beheerder. Met tussentijdse aanpassin-gen kunnen beheerders hun opbrengsten tijdens de beoorde-lingsperiode terugverdienen als de opbrengsten onder de onder-grens (of boven de bovengrens) liggen, maar aan het einde van de vijfjaarlijkse beoordelingsperiode nog steeds moeten worden opgewaardeerd.

Mechanisme Als de inkomsten op het einde van de periode van vijf jaar tussen de boven- en ondergrens liggen, is er geen aanpassing nodig. Opbrengsten boven de bovengrens worden teruggegeven aan eindklanten en elk verlies van opbrengsten onder de ondergrens vereist betaling van netgebruikers (via netlasten).

De maximale en minimale opbrengsten voor Nemo Link werden op 17 december 2019 door Ofgem en de CREG vastgesteld. Nemo Link is het eerste interconnectorproject dat onder het boven- en ondergrensregime wordt gereguleerd, en bereikte eind 2019 de laatste beoordelingsfase van het regime, de Post Construction Review (PCR), waarbij Ofgem en de CREG de waarden van de Post Construction Adjustment (PCA) voorwaarden bepaalden die de definitieve boven- en ondergrenzen voor het project vormden. De vastgestelde waarden voor de definitieve bovengrens en de ondergrens zijn respectievelijk £77,0 miljoen en £43,9 miljoen (in prijzen van 2013/14).

Informatie met betrekking tot de moedervennootschap

Uittreksels uit de statutaire jaarrekening van Elia Transmission Belgium SA/NV, opgesteld in overeenstemming met de Belgische boekhoudkundige normen, worden hierna in verkorte vorm weergegeven.

Overeenkomstig de Belgische vennootschapswetgeving zullen de volledige jaarrekening, het jaarverslag en het verslag van het college van commissarissen worden neergelegd bij de Nationale Bank van België.

Balans na winstverdeling

Deze documenten zullen ook worden gepubliceerd op de website van Elia www.eliagroup.eu en zijn op aanvraag verkrijgbaar bij Elia Transmission Belgium NV/SA, Keizerslaan 20, 1000 Brussel, België. Het college van revisoren heeft een verklaring zonder voorbehoud uitgebracht.

Resultatenrekening

Wijziging in de voorraad goederen in bewerking en gereed product en in de bestellingen in uitvoering: toename/(afname)

sociale lasten en pensioenen

Waardeverminderingen op voorraden, bestellingen in uitvoering en handelsvorderingen: toevoegingen/(terugnemingen)

Voorzieningen voor risico's en kosten: toevoegingen/(bestedingen en terugnemingen)

bedrijfskosten

financiële opbrengsten

Financiële termen of Alternatieve prestatiemaatstaven

Het jaarverslag bevat bepaalde financiële prestatiemaatstaven, die niet zijn gedefinieerd door IFRS-standaarden, maar die door het management worden gebruikt om de financiële en operationele prestaties van de Groep te beoordelen. De belangrijkste alternatieve prestatiemaatstaven die door de Groep worden gebruikt, worden in dit document toegelicht en/of afgestemd op onze IFRS-standaarden (geconsolideerde jaarrekening).

De volgende alternatieve prestatiemaatstaven die in het jaarverslag worden gebruikt, worden in deze bijlage toegelicht:

—Aangepaste elementen

—Aangepaste EBIT

—Aangepaste nettowinst

—Kapitaaluitgaven (RAB CAPEX)

—EBIT

—EBITDA

—Netto financieringskosten

—Netto financiële schuld

—Gereguleerd actief (Regulatory Asset Base -RAB)

Aangepaste elementen

Aangepaste posten omvatten opbrengsten en kosten die voortvloeien uit materiële transacties of gebeurtenissen die geen verband houden met de recurrente bedrijfsactiviteiten van de Groep en die, gezien hun aard of omvang, relevant zijn om gebruikers inzicht te geven in de onderliggende prestaties van de Groep.

Deze kunnen onder meer omvatten:

–bijzondere waardeverminderingen of terugnemingen van bijzondere waardeverminderingen;

–effecten van wijzigingen in de fiscale wetgeving of belastingtarieven die betrekking hebben op andere boekjaren dan de huidige rapporteringsperiode;

–herstructurerings- of reorganisatiekosten;

–herwaarderingen in verband met bedrijfscombinaties (bijvoorbeeld voorwaardelijke vergoedingen); –andere significante niet-recurrente posten die de vergelijkbaarheid beïnvloeden.

Aangepaste EBIT

Aangepaste EBIT wordt gedefinieerd als de EBIT exclusief de aangepaste elementen.

EBIT (Earnings Before Interest and Taxes) = Aangepast resultaat uit bedrijfsactiviteiten, dat wordt gebruikt om de operationele prestaties van de Groep door de jaren heen te vergelijken.

De aangepaste EBIT wordt berekend als de totale opbrengsten verminderd met de kosten van grondstoffen, hulpstoffen en goederen voor de wederverkoop, diensten en andere goederen, personeelskosten en pensioenen, afschrijvingen, waardeverminderingen en bijzondere waardeverminderingen plus veranderingen in voorzieningen en andere bedrijfskosten, vermeerderd met het aandeel van de investeringen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode – netto en vermeerderd of verminderd met de aangepaste elementen.

Aangepaste netto winst

Aangepaste nettowinst wordt gedefinieerd als nettowinst exclusief de aangepaste elementen. De aangepaste nettowinst wordt gebruikt om prestaties van de Groep doorheen de jaren te vergelijken.

Kapitaaluitgaven (RAB CAPEX)

De investeringsuitgaven vertegenwoordigen de waarde van de investeringen die door de Groep zijn gerealiseerd voor de aankoop, bouw, modernisering, vernieuwing en het onderhoud van materiële vaste activa en immateriële vaste activa die in aanmerking komen voor opname in de gereguleerde activabasis (Regulated Asset Base – RAB).

Zij weerspiegelen de economische waarde van de investeringen die in de RAB worden opgenomen, onafhankelijk van de IFRS-boekhoudkundige verwerking, en sluiten bijgevolg de effecten van IFRS-boekhoudkundige aanpassingen uit (IAS 23 – Leenkosten, IFRS 15 –Opbrengsten uit contracten met klanten en IFRS 16 – Leasing). In België worden deze investeringen voorgesteld na aftrek van klantenbijdragen, aangezien dergelijke bijdragen niet onderhevig zijn aan een gereguleerde vergoeding en niet in de RAB worden opgenomen.

De RAB-CAPEX is een belangrijke prestatie-indicator voor de Groep, aangezien de gereguleerde activabasis de basis vormt voor de berekening van de gereguleerde vergoeding

Adjusted EBIT

EBIT (Earnings Before Interest and Taxes) = resultaat uit bedrijfsactiviteiten, dat wordt gebruikt voor de operationele prestaties van de Groep. De EBIT wordt berekend als de totale opbrengsten verminderd met de kosten van grondstoffen, hulpstoffen en goederen voor de wederverkoop, diensten en andere goederen, personeelskosten en pensioenen, afschrijvingen, waardeverminderingen en bijzondere waardeverminderingen plus veranderingen in voorzieningen en andere bedrijfskosten, vermeerderd met het aandeel van de investeringen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode.

volgens vermogensmutatiemethode

EBITDA

EBITDA (Earnings Before Interest, Taxes, Depreciation and Amortisations) = resultaat uit bedrijfsactiviteiten plus afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen plus aandeel in de winst van investeringen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode. EBITDA wordt gebruikt als maatstaf voor de operationele prestaties van de Groep, waarbij het effect van afschrijvingen en waardeverminderingen van de Groep wordt geëxtrapoleerd. De EBITDA is exclusief de kosten van kapitaalinvesteringen zoals materiële vaste activa. Gelieve te noteren dat tot en met 31 december 2024 de wijzigingen in de voorzieningen ook niet werden meegenomen in de EBITDA. Dit voor het jaarverslag per 31 december 2025 aangepast om beter aan te sluiten bij de algemeen aanvaarde definitie van EBITDA. (in miljoen €)

Netto financieringskosten

Vertegenwoordigt het netto financieel resultaat (financieringskosten minus financieringsbaten) van de onderneming.

Netto financiële schuld

Netto financiële schuld = langlopende en kortlopende rentedragende leningen (incl. leaseverplichting onder IFRS 16) min geldmiddelen en kasequivalenten. De netto financiële schuld is een indicator van het bedrag aan rentedragende schulden van de Groep dat zou overblijven als er direct beschikbare geldmiddelen of kasinstrumenten zouden worden gebruikt om bestaande schulden af te lossen.

Reguleerd actief (RAB)

Het gereguleerd actief (Regulated asset base of RAB) is een reguleringsconcept en een belangrijke drijfveer om het rendement op het geïnvesteerde kapitaal in de TNB via regelgevende kaders te bepalen. Het RAB wordt als volgt bepaald: RABi (initiële RAB bepaald door de toezichthouder op een bepaald moment) en evolueert met nieuwe investeringen, afschrijvingen, desinvesteringen en veranderingen in het werkkapitaal op jaarbasis, gebruik makend van lokale boekhoudwetgeving die van toepassing zijn in de regelgevende kaders. In België werd voor de bepaling van de initiële RAB een zeker bedrag aan herwaarderingsmeerwaarde (i.e. goodwill) in rekening genomen, dat elk jaar evolueert in functie van uitboekingen en/of afschrijvingen.

in resultaat van investeringen opgenomen volgens vermogensmutatiemethode (na belastingen),

Kortlopende verplichtingen:

(in miljoen €)

Bijlagen

Geen transitie zonder transmissie. Onze strategische investeringen zijn essentieel om de elektrificatie te faciliteren, aan de groeiende vraag naar elektriciteit te voldoen en meer hernieuwbare energiebronnen in het net te integreren. We handelen in het belang van de samenleving en zetten ons in voor een duurzame en betrouwbare energietoekomst voor iedereen.

Verslag van het College van commissarissen aan de algemene vergadering van Elia Transmission Belgium NV over het boekjaar afgesloten op 31 december 2025

In het kader van de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening van Elia Transmission Belgium NV (de “Vennootschap”) en haar dochterondernemingen (samen “de Groep”), brengen wij u verslag uit in het kader van ons mandaat van commissaris. Dit verslag omvat ons oordeel over de geconsolideerde financiële positie op 31 december 2025, de geconsolideerde resultatenrekening, de geconsolideerde resultatenrekening en andere niet-gerealiseerde resultaten, het geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen en het geconsolideerd kasstroomoverzicht van het boekjaar afgesloten op 31 december 2025 en over de toelichting, met informatie van materieel belang over de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving (alle stukken gezamenlijk de “Geconsolideerde Jaarrekening”) en omvat tevens ons verslag betreffende overige door wet- en regelgeving gestelde eisen. Deze verslagen zijn één en ondeelbaar.

Wij werden benoemd in onze hoedanigheid van College van commissarissen door de algemene vergadering op 16 mei 2023, overeenkomstig het voorstel van het bestuursorgaan uitgebracht op aanbeveling van het auditcomité en op voordracht van de ondernemingsraad. Ons mandaat loopt af op de datum van de algemene vergadering die zal beraadslagen over de Geconsolideerde Jaarrekening afgesloten op 31 december 2025. De wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening van de Groep werd uitgevoerd gedurende 7 opeenvolgende boekjaren door EY Bedrijfsrevisoren BV en gedurende 6 opeenvolgende boekjaren door BDO Bedrijfsrevisoren BV.

Verslag over de controle van de Geconsolideerde Jaarrekening

Oordeel zonder voorbehoud

Wij hebben de wettelijke controle uitgevoerd van de Geconsolideerde Jaarrekening van Elia Transmission Belgium NV, die de geconsolideerde financiële positie op 31 december 2025 omvat, alsook de geconsolideerde resultatenrekening, de geconsolideerde resultatenrekening en andere niet-gerealiseerde resultaten, het geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen en het geconsolideerd kasstroomoverzicht over het boekjaar afgesloten op die datum en de toelichting met inbegrip van de materieel belang zijnde gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving, met een geconsolideerd balanstotaal van € 11.683,0 miljoen en waarvan de geconsolideerde resultatenrekening afsluit met een winst van het boekjaar van € 300,7 miljoen.

Naar ons oordeel geeft de Geconsolideerde Jaarrekening een getrouw beeld van het geconsolideerde eigen vermogen en van de geconsolideerde financiële positie van de Groep op 31 december 2025, alsook van de geconsolideerde resultaten en de geconsolideerde kasstromen voor het boekjaar dat op die datum is afgesloten, in overeenstemming met de IFRS Accounting Standards zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften.

Basis voor ons oordeel zonder voorbehoud

We hebben onze controle uitgevoerd in overeenstemming met de International Standards on Auditing (“ISA’s”) die van toepassing zijn in België. Wij hebben bovendien de door International Auditing and Assurance Standards Board (“IAASB”) goedgekeurde ISA’s toegepast die van toepassing zijn op huidige afsluitingsdatum en nog niet goedgekeurd zijn op nationaal niveau. Onze verantwoordelijkheden uit hoofde van die standaarden zijn nader beschreven in het gedeelte “Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de Geconsolideerde Jaarrekening” van ons verslag.

Wij hebben alle deontologische vereisten die relevant zijn voor de controle van de Geconsolideerde Jaarrekening in België nageleefd, met inbegrip van deze met betrekking tot de onafhankelijkheid.

Wij hebben van het bestuursorgaan en van de aangestelden van de Vennootschap de voor onze controle vereiste ophelderingen en inlichtingen verkregen.

Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.

Kernpunten van de controle

De kernpunten van onze controle betreffen die aangelegenheden die volgens ons professioneel oordeel het meest significant waren bij onze controle van de Geconsolideerde Jaarrekening van de huidige verslagperiode.

Deze aangelegenheden werden behandeld in de context van onze controle van de Geconsolideerde Jaarrekening als een geheel en bij het vormen van ons oordeel hieromtrent en derhalve formuleren wij geen afzonderlijk oordeel over deze aangelegenheden.

Berekening van het netto resultaat

Beschrijving van het kernpunt

Zoals beschreven in toelichting 3.3.18. ‘Gereguleerde overlopende rekeningen’, 6.22 ‘Over te dragen opbrengsten en toe te rekenen kosten’ en 9.1.4 ‘Tariefbepaling’, wordt het netto resultaat van de Groep bepaald door toepassing van berekeningsmethodes die worden opgelegd door de Belgische regulator, de Commissie voor de Regulering van de Electriciteit en het Gas (de “CREG”) (hierna het “Tariefmechanisme”).

Het tariefmechanisme is gebaseerd op berekeningsmethodes die complex zijn en die het gebruik vereisen van parameters (zoals Beta, risicopremie, gemiddelde rendement Belgische overheidsleningen op de secundaire markt met looptijd van 10 jaar, …) en boekhoudgegevens van de gereguleerde activiteiten (het gereguleerd actief (‘RAB’), het gereguleerd eigen vermogen, investeringen en verkregen subsidies).

Het Tariefmechanisme maakt een onderscheid tussen kosten en opbrengsten, afhankelijk van de mate van controle die de Groep heeft over deze kosten en opbrengsten. De afwijkingen in gereguleerde kosten en opbrengsten gekwalificeerd als niet-beheersbare elementen, worden volledig geïncorporeerd in toekomstige tarieven. De elementen gekwalificeerd als beheersbaar, zijn deze waarover de Groep controle heeft, en waarbij afwijkingen gedeeltelijk ten laste of ten bate komt van de aandeelhouders.

Daarom kan de kwalificatie van kosten en opbrengsten als beheersbaar of nietbeheersbaar een significante impact hebben op het netto resultaat van de Groep. De berekeningsmethodes van het netto resultaat van de Groep zijn complex en in belangrijke mate afhankelijk van inschattingen van het management, meer bepaald met betrekking tot het gebruik van correcte boekhoudgegevens, operationele data en parameters zoals opgelegd door de regulator. Het gebruik van foutieve boekhoudkundige data, operationele data en afwijkingen in assumpties kunnen een significante impact hebben op het netto resultaat van de Groep, hierdoor is de berekening van het netto resultaat een kernpunt van onze controle

Samenvatting van de uitgevoerde procedures

Onze controleprocedures omvatten onder andere het volgende:

—Evaluatie van de opzet en de implementatie van de werking van de voornaamste interne controles met betrekking tot de berekening van het netto resultaat, met inbegrip van (i) de controles met betrekking tot de volledigheid en accuraatheid van de gebruikte data in de berekeningen, en (ii) beoordelingscontroles van het management;

—Evaluatie van de adequate en consistente classificatie van opbrengsten en kosten volgens de aard (beheersbaar en niet-beheersbaar) zoals beschreven in het

Tariefmechanisme;

—Uitvoeren van onafhankelijk herberekeningen van het netto resultaat op basis van onderliggende interne documentatie en extern beschikbare informatie, en rekening houdend met de formules zoals beschreven in het Tariefmechanisme;

—Het lezen van notulen van bestuursvergaderingen en het evalueren van de consistentie van de discussies in deze vergaderingen met de kennis en controle-informatie die tijdens onze controle is verkregen;

—Het lezen en evalueren van de boekhoudkundige effecten van communicaties en beslissingen genomen door de CREG;

—Evaluatie van de toereikendheid van de toelichtingen 3.3.18, 6.22 en 9.1.4.

Investeringen in materiële vaste activa

Beschrijving van het kernpunt

Als gevolg van de huidige evolutie in de elektriciteitssector naar de productie van groene energie, zijn er zeer significante lopende investeringsprojecten om deze nieuwe productiesites aan te sluiten op het transmissienetwerk van de Groep.

De tijdige afwerking en vooruitgang volgens plan van deze projecten is één van de belangrijke prestatie-indicatoren van het management zoals bepaald door de Raad van Bestuur. De vooruitgang van de netwerkprojecten, het onderhoud en de uitbreiding van het netwerk, is eveneens een belangrijke prestatie-indicator voor investeerders omdat dit een belangrijke factor is die het rendement op hun investering beïnvloedt. Deze projecten zijn eveneens een kwalitatieve en kwantitatieve maatstaf voor de regulatoren. Dit wordt verder besproken in toelichting 6.1 ‘materiële vaste activa’ en toelichting 4 ‘Rapportering per segment’ van de geconsolideerde jaarrekening.

Deze activa worden gepresenteerd als materiële vaste activa, met een totaal bedrag aan investeringen voor 2025 van € 1.301,6 miljoen en een netto boekwaarde van € 7.139,0 miljoen op 31 december 2025 of 61,1% van de totale activa van de Groep.

De waarderingsregels beschrijven dat alle uitgaven met betrekking tot onderhoud beschouwd worden als operationele kosten en alle nieuwe projecten of vervangingsinvesteringen beschouwd worden als investeringen in materiële vaste activa. Aangezien netwerkprojecten zowel onderhoud als investeringen kunnen bevatten, vereist de presentatie van deze uitgaven als zijnde materiële vaste activa of operationele kosten inschattingen van het management. Ten gevolge van deze inschattingen, het belang van de materiële vaste activa op de totale activa, en het belang voor de gebruikers van de jaarrekening alsook het belang dat wordt gegeven aan de opvolging en de vooruitgang van deze projecten in de persberichten en investeerderspresentaties, wordt deze aangelegenheid beschouwd als een kernpunt van onze controle.

Samenvatting van de uitgevoerde procedures

Onze controleprocedures omvatten onder andere het volgende:

—Evaluatie van de opzet en het testen van de werking van de voornaamste interne controles, inclusief beoordelingscontroles van het management, met betrekking tot (i) de gepaste goedkeuring van de investering, (ii) de overeenstemming met de voorwaarden voor activering met de waarderingsregels, (iii) de correcte presentatie van uitgaven als investeringen of als operationele kosten;

—Evaluatie van de relevante IT applicatiecontroles met de steun van onze interne IT specialisten;

—Uitvoeren van substantieve analytische procedures op investeringen en diensten en diverse goederen door vergelijking van de cijfers van huidig boekjaar met de gebudgetteerde cijfers zoals goedgekeurd door de regulator op het niveau van activaklassen en projecten;

—Testen van een steekproef van investeringen in materiële vaste activa, met inbegrip van de activa in aanbouw, evalueren of de uitgaven voldoen aan de voorwaarden voor activering onder IFRS zoals aanvaard door de Europese Unie en aan de waarderingsregels van de Groep voor activering als materiële vaste activa en of de investeringen aan de correcte projecten werden toegewezen, met inbegrip van de evaluatie van de inschatting van het management in geval een project zowel betrekking heeft op onderhoud als op investeringen;

—Evaluatie van de toereikendheid van de toelichtingen 4 en 6.1 van de geconsolideerde jaarrekening.

Verantwoordelijkheden van het bestuursorgaan voor het opstellen van de Geconsolideerde Jaarrekening

Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen van de Geconsolideerde Jaarrekening die een getrouw beeld geeft in overeenstemming met de IFRS Accounting Standards en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften, alsook voor een systeem van interne beheersing die het bestuursorgaan noodzakelijk acht voor het opstellen van de Geconsolideerde Jaarrekening die geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten.

In het kader van de opstelling van de Geconsolideerde Jaarrekening is het bestuursorgaan verantwoordelijk voor het inschatten van de mogelijkheid van de Vennootschap om haar continuïteit te handhaven, het toelichten, indien van toepassing, van aangelegenheden die met continuïteit verband houden en het gebruiken van de continuïteitsveronderstelling tenzij het bestuursorgaan het voornemen heeft om de Vennootschap te vereffenen of om de bedrijfsactiviteiten stop te zetten of geen realistisch alternatief heeft dan dit te doen.

Onze verantwoordelijkheden voor de controle over de Geconsolideerde

Jaarrekening

Onze doelstellingen zijn het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid over de vraag of de Geconsolideerde Jaarrekening als geheel geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten en het uitbrengen van een commissarisverslag waarin ons oordeel is opgenomen. Een redelijke mate van zekerheid is een hoog niveau van zekerheid, maar is geen garantie dat een controle die overeenkomstig de ISA’s is uitgevoerd altijd een afwijking van materieel belang ontdekt wanneer die bestaat. Afwijkingen kunnen zich voordoen als gevolg van fraude of fouten en worden als van materieel belang beschouwd indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat zij, individueel of gezamenlijk, de economische beslissingen genomen door gebruikers op basis van de Geconsolideerde Jaarrekening, beïnvloeden.

Bij de uitvoering van onze controle leven wij het wettelijk, reglementair en normatief kader dat van toepassing is op de controle van de Geconsolideerde Jaarrekening in België na. De

wettelijke controle biedt geen zekerheid omtrent de toekomstige levensvatbaarheid van de Vennootschap en van de Groep, noch omtrent de efficiëntie of de doeltreffendheid waarmee het bestuursorgaan de bedrijfsvoering van de Vennootschap en van de Groep ter hand heeft genomen of zal nemen. Onze verantwoordelijkheden inzake de door het bestuursorgaan gehanteerde continuïteitsveronderstelling staan hieronder beschreven.

Als deel van een controle uitgevoerd overeenkomstig de ISA’s, passen wij professionele oordeelsvorming toe en handhaven wij een professioneel-kritische instelling gedurende de controle. We voeren tevens de volgende werkzaamheden uit:

—het identificeren en inschatten van de risico’s dat de Geconsolideerde Jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of fouten, het bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden die op deze risico’s inspelen en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Het risico van het niet detecteren van een van materieel belang zijnde afwijking is groter indien die afwijking het gevolg is van fraude dan indien zij het gevolg is van fouten, omdat bij fraude sprake kan zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten om transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van het systeem van interne beheersing;

—het verkrijgen van inzicht in het systeem van interne beheersing dat relevant is voor de controle, met als doel controlewerkzaamheden op te zetten die in de gegeven omstandigheden geschikt zijn maar die niet zijn gericht op het geven van een oordeel over de effectiviteit van het systeem van interne beheersing van de Vennootschap en van de Groep;

—het evalueren van de geschiktheid van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en het evalueren van de redelijkheid van de door het bestuursorgaan gemaakte schattingen en van de daarop betrekking hebbende toelichtingen;

—het concluderen van de aanvaardbaarheid van de door het bestuursorgaan gehanteerde continuïteitsveronderstelling, en op basis van de verkregen controleinformatie, concluderen of er een onzekerheid van materieel belang bestaat met betrekking tot gebeurtenissen of omstandigheden die significante twijfel kunnen doen ontstaan over de mogelijkheid van de Vennootschap en de Groep om de continuïteit te handhaven. Als we besluiten dat er sprake is van een onzekerheid van materieel belang, zijn wij ertoe gehouden om de aandacht in ons commissarisverslag te vestigen op de daarop betrekking hebbende toelichtingen in de Geconsolideerde Jaarrekening of, indien deze toelichtingen inadequaat zijn, om ons oordeel aan te passen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot op de datum van ons commissarisverslag. Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen er echter toe leiden dat de continuïteit van de Vennootschap of van de Groep niet langer gehandhaafd kan worden;

—het evalueren van de algehele presentatie, structuur en inhoud van de Geconsolideerde Jaarrekening, en of deze Geconsolideerde Jaarrekening de onderliggende transacties en gebeurtenissen weergeeft op een wijze die leidt tot een getrouw beeld.

Wij communiceren met het auditcomité binnen het bestuursorgaan, onder andere over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante controlebevindingen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing die we identificeren gedurende onze controle.

Omdat we de eindverantwoordelijkheid voor ons oordeel dragen, zijn we ook verantwoordelijk voor het organiseren, het toezicht en het uitvoeren van de controle van de dochterondernemingen van de Groep. In die zin hebben wij de aard en omvang van de controleprocedures voor deze entiteiten van de Groep bepaald. We verstrekken aan het auditcomité binnen het bestuursorgaan een verklaring dat we de relevante deontologische vereisten inzake onafhankelijkheid naleven en we melden hierin alle relaties en andere aangelegenheden die redelijkerwijs onze onafhankelijkheid zouden kunnen beïnvloeden, alsook, voor zover van toepassing, de bijbehorende maatregelen die we getroffen hebben om onze onafhankelijkheid te waarborgen.

Aan de hand van de aangelegenheden die met het auditcomité binnen het bestuursorgaan besproken worden, bepalen we de aangelegenheden die het meest significant waren bij de controle van de Geconsolideerde Jaarrekening over de huidige periode en die daarom de kernpunten van onze controle uitmaken. We beschrijven deze aangelegenheden in ons verslag, tenzij het openbaar maken van deze aangelegenheden is verboden door wet- of regelgeving.

Verslag

betreffende de overige door wet- en regelgeving gestelde eisen

Verantwoordelijkheden van het bestuursorgaan

Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen en de inhoud van het jaarverslag over de Geconsolideerde Jaarrekening en de andere informatie opgenomen in het jaarrapport.

Verantwoordelijkheden van het College van commissarissen

In het kader van ons mandaat en overeenkomstig de Belgische bijkomende norm (Herzien) bij de in België van toepassing zijnde ISA’s, is het onze verantwoordelijkheid om, in alle van materieel belang zijnde opzichten, het jaarverslag over de Geconsolideerde Jaarrekening, de andere informatie opgenomen in het jaarrapport te verifiëren, alsook verslag over deze aangelegenheden uit te brengen.

Aspecten betreffende het jaarverslag over de Geconsolideerde Jaarrekening en andere informatie opgenomen in het jaarrapport

Het jaarverslag over de Geconsolideerde Jaarrekening bevat de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie die het voorwerp uitmaakt van ons afzonderlijk verslag over de beoordeling met een beperkte mate van zekerheid hiervan. Deze sectie betreft niet de assurance over de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie opgenomen in het jaarverslag.

Naar ons oordeel, na het uitvoeren van specifieke werkzaamheden op het jaarverslag over de Geconsolideerde Jaarrekening, stemt dit jaarverslag over de Geconsolideerde Jaarrekening overeen met de Geconsolideerde Jaarrekening voor hetzelfde boekjaar, enerzijds, en is dit jaarverslag over de Geconsolideerde Jaarrekening opgesteld overeenkomstig artikel 3:32 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, anderzijds.

In de context van onze controle van de Geconsolideerde Jaarrekening zijn wij tevens verantwoordelijk voor het overwegen, op basis van de kennis verkregen in de controle, of het jaarverslag over de Geconsolideerde Jaarrekening en de andere informatie opgenomen in het jaarrapport, zijnde:

—1.5. Hoogtepunten een afwijking van materieel belang bevatten, hetzij informatie die onjuist vermeld is of anderszins misleidend is. In het licht van de werkzaamheden die wij hebben uitgevoerd, hebben wij geen afwijking van materieel belang te melden.

Vermeldingen betreffende de onafhankelijkheid

Onze bedrijfsrevisorenkantoren en onze netwerken hebben geen opdrachten verricht die onverenigbaar zijn met de wettelijke controle van de Geconsolideerde Jaarrekening en zijn in de loop van ons mandaat onafhankelijk gebleven tegenover de Vennootschap. De honoraria voor de bijkomende opdrachten die verenigbaar zijn met de wettelijke controle van de Geconsolideerde Jaarrekening bedoeld in artikel 3:65 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen werden correct vermeld en uitgesplitst in de toelichting bij de Geconsolideerde Jaarrekening.

Andere vermeldingen

Huidig verslag is consistent met onze aanvullende verklaring aan het auditcomité bedoeld in artikel 11 van de verordening (EU) nr. 537/2014

Brussel, 26 maart 2026

Het College van commissarissen

EY Bedrijfsrevisoren BV

Commissaris

Vertegenwoordigd door

Frédéric De Mee*

Partner

* Handelend in naam van een BV

BDO Bedrijfsrevisoren BV

Commissaris

Vertegenwoordigd door

Michaël Delbeke*

Partner

* Handelend in naam van een BV Elia Transmission Belgium Geïntegreerd Jaarverslag 2025

Verslag van de het College van Commissarissen met een beperkte mate van zekerheid over de geconsolideerde
duurzaamheidsinformatie van Elia Transmission Belgium NV voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2025

Aan de Algemene Vergadering

In het kader van de wettelijke assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid met betrekking tot de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie van Elia Transmission Belgium NV (de “Vennootschap”), leggen wij u ons verslag over deze opdracht voor.

Wij werden benoemd door de Algemene Vergadering van 21 mei 2024, in overeenstemming met het voorstel van de Raad van Bestuur, op aanbeveling van het Auditcomité en na advies van de Ondernemingsraad van Elia Transmission Belgium NV/ SA, voor het uitvoeren van een assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid met betrekking tot de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie van de Vennootschap, opgenomen in het Duurzaamheidsverslag van het Geïntegreerd Jaarverslag 2025 op 31 december 2025 en voor het jaar afgesloten op die datum (hierna de “duurzaamheidsinformatie”).

Ons mandaat loopt af op de datum van de algemene vergadering die beraadslaagt over de jaarrekening afgesloten op 31 december 2025. EY Bedrijfsrevisoren BV and BDO Bedrijfsrevisoren BV hebben onze assuranceopdracht over de duurzaamheidsinformatie van Elia Transmission Belgium NV uitgevoerd gedurende 2 opeenvolgende boekjaren.

Conclusie met een beperkte mate van zekerheid

Wij hebben een assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid met betrekking tot de duurzaamheidsinformatie van de Vennootschap uitgevoerd.

Op basis van de uitgevoerde werkzaamheden en de verkregen assuranceinformatie is niets onder onze aandacht gekomen dat ons ertoe aanzet van mening te zijn dat de duurzaamheidsinformatie van de Vennootschap, in alle van materieel belang zijnde opzichten:

—niet is opgesteld in overeenstemming met de vereisten bedoeld in artikel 3:32/2 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, met inbegrip van de overeenstemming met de toepasbare Europese standaarden voor duurzaamheidsinformatie (de European Sustainability Reporting Standards (“ESRS’s”));

—niet in overeenstemming is met het door de Vennootschap uitgevoerde proces (“het Proces”) om de op grond van de ESRS’s openbaar gemaakte duurzaamheidsinformatie vast te stellen, zoals uiteengezet in de sectie ESRS 2 IRO-1 – Beschrijving van de

processen om materiële impacts, risico’s en kansen in kaart te brengen en te analyseren; en —de vereisten in artikel 8 van Verordening (EU) 2020/852 (de “Taxonomieverordening”) betreffende de openbaarmaking van de informatie opgenomen in subsectie 2.1 In aanmerking komen voor en afstemmen op de EU Taxonomie wetgeving met betrekking tot milieugerelateerde aspecten, niet naleeft;

Basis voor de conclusie

Wij hebben onze assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid uitgevoerd overeenkomstig ISAE 3000 (Herzien), Assuranceopdrachten anders dan opdrachten tot controle of beoordeling van historische financiële informatie (“ISAE 3000 (Herzien)”), zoals in België van toepassing.

Onze verantwoordelijkheden op grond van deze standaard zijn uitvoeriger beschreven in de sectie van ons verslag “Verantwoordelijkheden van het College van Commissarissen betreffende de assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid met betrekking tot de duurzaamheidsinformatie”.

Wij hebben alle deontologische vereisten die relevant zijn voor de assuranceopdracht van de duurzaamheidsinformatie in België nageleefd, met inbegrip van deze met betrekking tot de onafhankelijkheid.

Wij passen de internationale standaard voor kwaliteitsmanagement 1 (“ISQM 1”) toe, die vereist dat het kantoor een kwaliteitsmanagementsysteem opzet, implementeert en in werking stelt, inclusief beleidslijnen of procedures met betrekking tot de naleving van ethische vereisten, professionele normen en toepasselijke wettelijke en regelgevende vereisten.

We hebben van het bestuursorgaan en van de aangestelden van de Vennootschap de voor onze assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid vereiste ophelderingen en inlichtingen verkregen.

Wij zijn van mening dat de door ons verkregen assuranceinformatie voldoende en geschikt is als basis voor onze conclusie.

Verantwoordelijkheden van het bestuursorgaan betreffende het opstellen van de duurzaamheidsinformatie

Het bestuursorgaan van de Vennootschap is verantwoordelijk voor het opzetten en implementeren van een Proces en voor het toelichten van dit Proces in toelichting ESRS 2 IRO-1 – Beschrijving van de processen om materiële impacts, risico’s en kansen in kaart te brengen en te analyseren van de duurzaamheidsinformatie. Deze verantwoordelijkheid omvat:

—het begrijpen van de context waarin de activiteiten en zakelijke betrekkingen van de Vennootschap plaatsvinden en het ontwikkelen van inzicht in haar betrokken belanghebbenden;

—het identificeren van de feitelijke en potentiële effecten (zowel negatieve als positieve) in verband met duurzaamheidskwesties, alsook van risico’s en opportuniteiten die de financiële positie, de financiële prestaties, de kasstromen, de toegang tot financiering of de kapitaalkosten van de Vennootschap op korte, middellange of lange termijn beïnvloeden of waarvan redelijkerwijs zou kunnen worden verwacht dat zij hierop een invloed zullen hebben;

—het beoordelen van de materialiteit van de vastgestelde effecten, risico’s en opportuniteiten in verband met duurzaamheidskwesties door passende drempelwaarden te selecteren en toe te passen; en

—het maken van veronderstellingen en schattingen die onder de gegeven omstandigheden redelijk zijn.

Het bestuursorgaan van de Vennootschap is ook verantwoordelijk voor het opstellen van de duurzaamheidsinformatie, die de door het Proces vastgestelde informatie bevat, —in overeenstemming met de vereisten bedoeld in artikel 3:32/2 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, met inbegrip van de toepasbare ESRS’s; en —met naleving van de vereisten in artikel 8 van Verordening (EU) 2020/852 (de “Taxonomieverordening”) betreffende de openbaarmaking van informatie opgenomen in subsectie 2.1 In aanmerking komen voor en afstemmen op de EU Taxonomie wetgeving van het deel van het jaarverslag met betrekking tot milieugerelateerde aspecten.

Deze verantwoordelijkheid omvat:

—het opzetten, implementeren en in stand houden van dergelijke interne beheersingsmaatregelen die het bestuursorgaan noodzakelijk acht voor het opstellen van duurzaamheidsinformatie die geen afwijkingen van materieel belang, als gevolg van fraude of van fouten, bevat; en

—het kiezen en toepassen van geschikte methoden voor duurzaamheidsverslaggeving, en het maken van veronderstellingen en schattingen die onder de gegeven omstandigheden redelijk zijn.

Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het toezicht op het duurzaamheidsverslaggevingsproces van de Vennootschap.

Inherente beperkingen bij het opstellen van de duurzaamheidsinformatie

Bij het rapporteren van toekomstgerichte informatie in overeenstemming met de ESRS’s, wordt van het bestuursorgaan van de Vennootschap vereist dat het de toekomstgerichte informatie opstelt op basis van toegelichte veronderstellingen over gebeurtenissen die zich in de toekomst kunnen voordoen en mogelijke toekomstige maatregelen van de Vennootschap. De werkelijke uitkomsten zullen naar alle waarschijnlijkheid afwijken van de veronderstellingen, aangezien de veronderstelde gebeurtenissen zich veelal niet zullen voordoen zoals verwacht en de afwijking daarvan van materieel belang kan zijn.

Bij het bepalen van de toelichtingen in de duurzaamheidsinformatie interpreteert het bestuursorgaan van de Vennootschap niet door de wet gedefinieerde wettelijke en andere termen. Niet door de wet gedefinieerde termen kunnen verschillend worden geïnterpreteerd, met inbegrip van de overeenstemming met de wet van hun interpretatie, en zijn derhalve onderhevig aan onzekerheden.

Verantwoordelijkheden van het College van Commissarissen betreffende de assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid met betrekking tot de duurzaamheidsinformatie

Het is onze verantwoordelijkheid om de assuranceopdracht te plannen en uit te voeren met het oog op het verkrijgen van een beperkte mate van zekerheid over de vraag of de duurzaamheidsinformatie geen afwijkingen van materieel belang, als gevolg van fraude of van fouten, bevat, en het uitbrengen van een assuranceverslag met een beperkte mate van zekerheid waarin onze conclusie is opgenomen. Afwijkingen kunnen zich voordoen als gevolg van fraude of fouten en worden als van materieel belang beschouwd indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat zij, individueel of gezamenlijk, de beslissingen genomen door gebruikers op basis van de duurzaamheidsinformatie, beïnvloeden. Als deel van een assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid overeenkomstig ISAE 3000 (Herzien), zoals in België van toepassing, passen wij professionele oordeelsvorming toe en handhaven wij een professioneel-kritische instelling gedurende de opdracht. De uitgevoerde werkzaamheden in een opdracht met het oog op het verkrijgen van een beperkte mate van zekerheid, waarvoor wij verwijzen naar de sectie “Samenvatting van de uitgevoerde werkzaamheden” zijn minder uitgebreid dan in het geval van een opdracht met het oog op het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid. We brengen dan ook geen oordeel met een redelijke mate van zekerheid tot uitdrukking als deel van deze opdracht.

Aangezien de toekomstgerichte informatie in de duurzaamheidsinformatie en de veronderstellingen waarop deze is gebaseerd, betrekking hebben op de toekomst, kunnen deze worden beïnvloed door gebeurtenissen die zich mogelijks voordoen en/of door

mogelijke acties van de Vennootschap. De werkelijke uitkomsten zullen naar alle waarschijnlijkheid afwijken van de veronderstellingen, aangezien de veronderstelde gebeurtenissen zich veelal niet zullen voordoen zoals verwacht en de afwijking daarvan van materieel belang kan zijn. Onze conclusie biedt daarom geen garantie dat de gerapporteerde werkelijke uitkomsten zullen overeenkomen met diegenen opgenomen in de toekomstgerichte informatie in de duurzaamheidsinformatie.

Onze verantwoordelijkheden ten aanzien van de duurzaamheidsinformatie, met betrekking tot het Proces, omvatten:

—Het verwerven van inzicht in het Proces, maar niet met het oog op het verstrekken van een conclusie over de effectiviteit van het Proces, met inbegrip van de uitkomst van het Proces; en;

—Het opzetten en uitvoeren van werkzaamheden om te evalueren of het Proces in overeenstemming is met de beschrijving van het Proces door de Vennootschap, zoals toegelicht in toelichting ESRS 2 IRO-1 – Beschrijving van de processen om materiële impacts, risico’s en kansen in kaart te brengen en te analyseren.

Onze overige verantwoordelijkheden ten aanzien van de duurzaamheidsinformatie omvatten:

—Het verwerven van inzicht in de beheersingsomgeving van de Vennootschap, en in de relevante processen en informatiesystemen voor het opstellen van de duurzaamheidsinformatie, maar zonder de opzet van de specifieke controleactiviteiten te beoordelen, onderbouwende informatie over hun implementatie te verkrijgen of de effectieve werking van de opgezette interne beheersingsmaatregelen te toetsen;

—Het identificeren van de gebieden waar van materieel belang zijnde afwijkingen waarschijnlijk zullen optreden in de duurzaamheidsinformatie, of deze nu het gevolg zijn van fraude of van fouten; en

—Het opzetten en uitvoeren van werkzaamheden die inspelen op gebieden waar afwijkingen van materieel belang in de duurzaamheidsinformatie zich waarschijnlijk zullen voordoen. Het risico van het niet detecteren van een van materieel belang zijnde afwijking is groter indien die afwijking het gevolg is van fraude dan indien zij het gevolg is van fouten, omdat bij fraude sprake kan zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing.

Samenvatting

van de uitgevoerde werkzaamheden

Een assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid omvat het uitvoeren van werkzaamheden om assuranceinformatiete verkrijgen over de duurzaamheidsinformatie.

De werkzaamheden die bij een opdracht met een beperkte mate van zekerheid zijn uitgevoerd, zijn verschillend in aard en timing en geringer van omvang dan voor opdrachten tot het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid. Daardoor ligt het niveau van zekerheid dat is verkregen bij een opdracht met een beperkte mate van zekerheid aanzienlijk lager dan wanneer een opdracht met een redelijke mate van zekerheid is uitgevoerd.

De aard, timing en omvang van geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van professionele oordeelsvorming, waaronder de vaststelling van gebieden waar afwijkingen

van materieel belang in de duurzaamheidsinformatie, als gevolg van fraude of van fouten, zich waarschijnlijk zullen voordoen.

Bij het uitvoeren van onze assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid, met betrekking tot het Proces, hebben wij:

—Inzicht verworven in het Proces door: –Het verzoeken om inlichtingen teneinde inzicht te verwerven in de bronnen van informatie gebruikt door het management (bijv. betrokkenheid van belanghebbenden, bedrijfsplannen en strategiedocumenten), alsook het beoordelen van de interne documentatie van de Vennootschap van haar Proces, en het beoordelen van de interne documentatie van de Venootschap van haar Proces.

—Geëvalueerd of de assuranceinformatie verkregen uit onze werkzaamheden over het door de Vennootschap geïmplementeerde Proces in overeenstemming was met de beschrijving van het Proces zoals uiteengezet in toelichting ESRS 2 IRO-1 – Beschrijving van de processen om materiële impacts, risico’s en kansen in kaart te brengen en te analyseren.

Bij het uitvoeren van onze assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid, met betrekking tot de duurzaamheidsinformatie, hebben wij:

—Inzicht verworven in de verslaggevingsprocessen van de Vennootschap die relevant zijn voor het opstellen van haar duurzaamheidsinformatie door:

–Het interviewen van management en betrokken medewerkers die verantwoordelijk zijn voor het consolideren en het uitvoeren van interne beheersingsmaatregelen met betrekking tot de duurzaamheidsinformatie; en

–Wanneer dit passend wordt geacht, het bekomen van onderbouwende documentatie voor de betreffende verslaggevingsprocessen

—Geëvalueerd of de informatie zoals vastgesteld door het Proces is opgenomen in de duurzaamheidsinformatie;

—Geëvalueerd of de structuur en het opstellen van de duurzaamheidsinformatie overeenstemt met de ESRS’s;

—Om inlichtingen verzocht bij relevant personeel en cijferanalyses uitgevoerd op geselecteerde informatie in de duurzaamheidsinformatie;

—Gegevensgerichte assurancewerkzaamheden uitgevoerd op basis van een steekproef op geselecteerde informatie in de duurzaamheidsinformatie;

—Assuranceinformatie verkregen over de methoden voor het ontwikkelen van schattingen en toekomstgerichte informatie; geëvalueerd zoals beschreven in de sectie “Verantwoordelijkheden van het College van Commissarissen betreffende de assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid met betrekking tot de duurzaamheidsinformatie”.

Bij het uitvoeren van onze assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid, met betrekking tot de EU-Taxonomiegerelateerde rapportages, hebben wij:

—Inzicht verworven in het proces voor het vaststellen van economische activiteiten die voor de taxonomie in aanmerking komen en op de taxonomie afgestemd zijn en de overeenkomstige toelichtingen in de duurzaamheidsinformatie;

—Op steekproefbasis, de economische activiteiten afgestemd met bewijsstukken die de substantiële bijdrage, de geen ernstige afbreuk doen bijdrage, en de minimumgaranties onderbouwen;

—Afgestemd van de input voor de omzet, de kapitaaluitgaven, en de operationele uitgaven met onderliggende financiële informatie van de Vennootschap

Vermeldingen betreffende de onafhankelijkheid

Onze bedrijfsrevisorenkantoren en onze netwerken hebben geen opdrachten die onverenigbaar zijn met de assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid verricht, en onze bedrijfsrevisorenkantoren zijn in de loop van ons mandaat onafhankelijk gebleven tegenover de Vennootschap.

Brussel, 27 maart 2026

Het College van Commissarissen

EY Bedrijfsrevisoren BV

Commissaris

Vertegenwoordigd door

BDO Bedrijfsrevisoren BV

Commissaris

Vertegenwoordigd door

Frédéric De Mee*

Michaël Delbeke*

Partner Partner

* Handelend in naam van een BV

* Handelend in naam van een BV

Acroniemen

Hieronder vindt u een lijst met afkortingen die in het duurzaamheidsverslag worden gebruikt.

Afkorting Voluit

AIT Average Interuption Time (gemiddelde onderbrekingstijd)

AV Algemene Vergadering

BBEMG Belgian BioElectroMagnetics Group

BKG Broeikasgas

BoD Board of Directors (raad van bestuur)

CAPEX Capital Expenditure (investeringsuitgaven)

CEO Chief Executive Officer

CR Pass Community Relations Passport

CREG Commissie voor de Regulering van Elektriciteit en Gas

CSDDD Corporate Sustainability Due Diligence Directive (EU-Richtlijn)

CSRD Corporate Sustainability Reporting Directive

DEI Diversity, Equity and Inclusion (diversiteit, gelijke kansen en inclusie)

DNB Distributienetbeheerder

DNSH Do No Significant Harm (geen ernstige afbreuk doen)

DR Disclosure Requirement (rapportage-eisen)

EGMB Elia Group Management Board

EMV Elektrische en magnetische velden

ENTSO-E European Network of Transmission System Operators for Electricity

ENTSO-G European Network of Transmission System Operators for Gas

EPRI Electric Power Research Institute

ESG Environment, Social and Governance (milieu-, sociale en governancekwesties)

ESMA European Securities and Markets Authorities

ESRS European Sustainability Reporting Standards

EU Europese Unie

EV Elektrisch voertuig

ExCo Lokale colleges van dagelijks bestuur

GERICS Climate Service Center Germany

GHG Greenhouse Gas

GRI Global Reporting Initiative

GSO Group Sustainability Office

H&S Health & Safety (gezondheid en veiligheid )

HEB Hernieuwbare energiebronnen

HR Human Resources

Afkorting Voluit

HS Hoogspanning

HSE Health, Safety & Environment (gezondheid, veiligheid & milieu)

HVDC High-Voltage Direct Current (hoogspanningsgelijkstroom)

ICP Internal Carbon Price (interne koolstofbeprijzing)

IFC International Finance Corporation

IFRS International Financial Reporting Standards (internationale standaard voor financiële verslaglegging)

ILO International Labour Organization (Internationale Arbeidsorganisatie)

IPCC Intergovernmental Panel on Climate Change (intergouvernementele werkgroep inzake klimaatverandering)

ISO International Organization for Standardization (Internationale Organisatie voor Standaardisatie)

KfW Kreditanstalt für Wiederaufbau

KPI Key Performance Indicator (kernprestatie-indicator)

LIFE L’Instrument Financier pour l’Environnement

MCCS Modular Control Center System

MEB Milieueffectbeoordeling

NACE Nomenclature générale des Activités économiques (Algemene nomenclatuur van de Economische Activiteiten)

NGO Niet-gouvernementele organisatie

NID Nature-Inclusive Design

OESO Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling

OPEX Operational Expenses (operationele uitgaven)

PB Passende beoordeling

PCB Polychloorbifenyl

PFAS Per- en polyfluoralkylstoffen

PPE Property, Plant and Equipment (materiële vaste activa)

RCP Representative Concentration Pathway

SBTi Science Based Targets Initiative

SCoC Supplier Code of Conduct (Gedragscode voor leveranciers)

SEPPs Standardised Emergency Preparedness Plans

TCFD Task Force on Climate-related Financial Disclosures

TCO Total Cost of Ownership

TNB Transmissienetbeheerder

TRIR Total Recordable Injury Rate

TSC Technische screeningcriteria

TV Toepassingsvoorschrift

TYNDP Ten-Year Network Development Plan

UNGC United Nations Global Compact

Verklarende woordenlijst

Hieronder vindt u twee verklarende woordenlijsten. De eerste lijst bevat de meest voorkomende technische termen, elk met hun betekenis. Het zijn geen wettelijke definities. De tweede lijst bevat de termen voor geïntegreerde verslaggeving, die bedoeld zijn om onze stakeholders wegwijs te maken tijdens ons <IR>-traject.

Algemene termen

Afwezigheidspercentage:

De verhouding tussen het aantal dagen afwezigheid (wegens ziekte, arbeidsongevallen of hospitalisatie) en het aantal beschikbare werkdagen.

Adequacy:

Een graadmeter om te zien of het elektriciteitssysteem voldoende capaciteit heeft om onze normale omstandigheden aan de vraag naar elektriciteit te voldoen. Een systeem wordt als ‘adequaat’ beschouwd als het over voldoende capaciteit beschikt; deze capaciteit kan afkomstig zijn van productiebronnen (zoals een windpark); de import van elektriciteit; en (steeds vaker) flexibiliteitsassets.

Adjusted nettowinst:

Adjusted nettowinst wordt gedefinieerd als nettowinst exclusief adjusted elementen. De adjusted nettowinst wordt gebruikt om prestaties van de Groep doorheen de jaren te vergelijken. Wisselstroom (‘alternating current’ of AC):

Elektrische stroom waarbij de elektronen in de stroomkring met een vaste regelmaat van richting veranderen. Een

gewoon stopcontact in huis werkt doorgaans op wisselstroom.

Balancingdiensten:

Één van de diensten die netbeheerders uitvoeren om in real time het evenwicht tussen vraag en aanbod in het hele elektriciteitssysteem te behouden.

Biodiversiteit - ecologisch beheerde corridors voor bosgebieden:

Bosgebieden (in hectares) waar projecten zijn uitgevoerd om de biodiversiteit onder bovengrondse lijnen te herstellen, gedeeld door de totale oppervlakte van de bosgebieden (hectares) onder bovengrondse lijnen binnen onze regelzones.

Biodiversiteit - hoogspanningslijnen waar vogels een hoog aanvliegrisico hebben uitgerust met bakens die het risico op aanvliegen verminderen (vogelbakens):

Aantal km bovengrondse lijnen uitgerust met vogelbakens gedeeld door het aantal km bovengrondse lijnen waarvan is vastgesteld dat ze het grootste risico vormen voor vogels in onze regelzones.

CAPEX:

Afkorting van ‘capital expenditure’ (investeringsuitgaven). Dat is het bedrag dat een bedrijf besteed aan het bouwen of upgraden van zijn assets; voor de Groep gaat dit om onze lijnen, masten en hoogspanningsstations.

Kooldioxide-equivalent (CO2e):

Een graadmeter voor hoeveel een gas bijdraagt aan de opwarming van de aarde in vergelijking met koolstofdioxide.

Koolstofvoetafdruk:

Een graadmeter voor de hoeveelheid broeikasgassen die wordt geproduceerd als gevolg van de activiteiten van een individu of organisatie.

Capaciteitsvergoedingsmechanisme (‘Capacity Remuneration Mechanism’ of CRM):

Een van de maatregelen die genomen kunnen worden om de elektriciteitsvoorziening in een land te garanderen. Bij dergelijke mechanismen worden elektriciteitsproducenten vergoed voor de garantie dat zij de nodige elektriciteit zullen produceren als dat op een bepaald moment nodig is. Het mechanisme is een aanvulling op de opbrengsten van de elektriciteitscentrales uit de verkoop van elektriciteit op de markt.

Aangesloten offshore productiecapaciteit:

Totale geïnstalleerde capaciteit van alle offshore windparken in de regelzones van ETB en 50Hertz die aangesloten zijn op het onshore net.

Volumes congestiebeheer (redispatching):

Volume geactiveerd door ETB/50Hertz en naburige TNB’s met betrekking tot de activering van congestiemaatregelen, zowel binnen onze eigen regelzones als over de grenzen heen.

Kosten congestiebeheer (redispatching):

Kosten voor het activeren van congestiemaatregelen binnen onze regelzones en ons eigen aandeel in de grensoverschrijdende congestie.

Dubbele materialiteit:

‘Materialiteit’ is een principe waarmee bedrijven de onderwerpen identificeren die relevant zijn voor hun activiteiten en een geïntegreerde verslaggeving. Een onderwerp voldoet aan de criteria van dubbele materialiteit als het materieel is vanuit het impactperspectief, het financiële perspectief of beide.

Gelijke stroom (‘direct current’ of DC):

Elektrische stroom met een constante stroomrichting. Huishoudelijke apparaten die op batterijen werken, gebruiken gelijkstroom.

Distributienetbeheerder (DNB):

Een organisatie die verantwoordelijk is voor het transport van energie (gas of elektriciteit) via vaste infrastructuur, doorgaans op regionaal niveau binnen een land.

E-mobiliteit:

Verkorte term voor elektromobiliteit, de overkoepelende term voor vervoersmiddelen die worden aangedreven door elektriciteit.

Winst per aandeel:

Winst die wordt toegerekend aan de eigenaars van gewone aandelen gedeeld door het gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen tijdens het jaar.

EBIT:

Afkorting van ‘Earnings Before Interest and Taxes’. De EBIT is het resultaat uit bedrijfsactiviteiten, dat wordt gebruikt voor de operationele prestaties van de Groep. De EBIT wordt berekend als de totale opbrengsten verminderd met de kosten van grondstoffen, hulpstoffen en goederen voor de wederverkoop, diensten

en andere goederen, personeelskosten en pensioenen, afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen plus veranderingen in voorzieningen en andere bedrijfskosten en vermeerderd met het aandeel van de investeringen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode.

EBITDA:

Afkorting van ‘Earnings Before Interest, Taxes, Depreciation and Amortisations’. De EBITDA is het resultaat uit bedrijfsactiviteiten plus afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen plus veranderingen in voorzieningen plus het aandeel in de winst van investeringen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode. De EBITDA wordt gebruikt als maatstaf voor de operationele prestaties van de Groep, waarbij het effect van afschrijvingen, waardeverminderingen en wijzigingen in voorzieningen van de Groep wordt geëxtrapoleerd.

Elektrificatie:

Dit is het proces om een systeem of machine aan te drijven met elektriciteit (in plaats van een andere energiebron, die door elektriciteit wordt vervangen).

Eindgebruiker:

Een persoon die een productie of dienst koopt en consumeert. In de elektriciteitssector wordt de term doorgaans gebruikt om te verwijzen naar huishoudelijke consumenten.

Energiemix:

Dit is de verdeling van primaire energiebronnen (zoals fossiele brandstoffen of hernieuwbare energiebronnen) die worden gebruikt voor de productie van secundaire energie (zoals elektriciteit) voor direct gebruik door consumenten.

Milieugerelateerde CAPEX

op basis van EU-taxonomie:

Percentage van de CAPEX van Elia Group dat als overeenkomstig wordt beschouwd volgens de EU-taxonomieterminologie en de technische screeningcriteria voor ‘Transmissie en distributie van elektriciteit’.

Milieu-, Maatschappij- en Governance-aspecten

(‘Environmental, Social and Governance’ of ESG):

Dit zijn de drie brede categorieën die worden gebruikt om de impact te beoordelen die de activiteiten van een bedrijf hebben op de externe omgeving (dit gaat dus verder dan alleen maar kijken naar de winstgevendheid van een bedrijf).

Van bedrijven wordt steeds vaker verwacht dat ze ESG-parameters opnemen in hun externe rapportering.

Flexibiliteit:

Dit is een maatstaf voor de mate waarin een energiesysteem in staat is om kortetermijnschommelingen in productie en verbruik op te vangen. Deze schommelingen ontstaan door de integratie van toenemende hoeveelheden intermitterende hernieuwbare energiebronnen in energiesystemen. Er wordt verwacht dat flexibiliteitsassets een steeds grotere rol zullen spelen in de stabilisatie van het net naarmate de hoeveelheid hernieuwbare energiebronnen stijgt.

Flexibiliteitsassets:

Het gaat hierbij om assets in huishoudens, zoals elektrische voertuigen en warmtepompen, die een belangrijke rol zullen spelen bij het behoud van het evenwicht tussen het aanbod van en de vraag naar elektriciteit. Zo kan een batterij van een elektrisch voertuig worden opgeladen en vervolgens worden gebruikt om die energie tijdelijk op te slaan en

indien nodig ze terug in het net te injecteren.

Standaarden van het Global Reporting Initiative (GRI):

Deze standaarden bieden overheden en organisaties een kader dat ze kunnen gebruiken om verantwoording af te leggen over hun impact op het milieu, de economie en de mens.

Aardopwarmingspotentieel (‘global warming potential’ of GWP):

Den maatstaf voor de mate waarin een bepaald gas bijdraagt aan de opwarming van de aarde in verhouding tot CO2. Hoe groter het GWP van een bepaald gas, hoe meer dat gas de aarde opwarmt in vergelijking met CO2 (gezien over dezelfde periode).

Groene obligatie:

Schuldinstrument dat wordt gebruikt om investeringen te kanaliseren naar projecten die het milieu of de klimaatdoelstellingen positief beïnvloeden.

Broeikasgas (BKG):

Gassen die bijdragen aan de opwarming van de aarde. Broeikasgassen die worden geproduceerd door menselijke activiteiten zijn koolstofdioxide, methaan en zwavelhexafluoride (SF6).

Betrouwbaarheid van het net (op basis van onderbrekingstijd):

Verwijst naar de onshore netbeschikbaarheid op leveringspunten en is gebaseerd op de gemiddelde onderbrekingstijd als gevolg van interne en externe factoren.

Betrouwbaarheid van het net (op basis van het aantal incidenten):

Dit cijfer wordt berekend op basis van het aantal incidenten zonder automatische reclosing in vergelijking met de totale lengte van het net (380 kV- en 220 kV-

lijnen, zonder offshore, zonder fouten in de hulpvoeding).

GW:

Afkorting van ‘gigawatt’, een eenheid van energie die de hoeveelheid energie meet die elke seconde wordt overgedragen. 1 GW elektriciteit is ongeveer voldoende om ca. 750.000 woningen van stroom te voorzien.

GWh:

Afkorting van ‘gigawattuur’, een eenheid van energie die overeenkomt met een vast vermogen van één gigawatt die gedurende één uur wordt verbruikt.

Hit rate voor consultancydiensten:

Wordt berekend door het aantal gecontracteerde offertes te delen door het aantal ingediende offertes.

HVDC:

Afkorting van ‘high-voltage direct current’, of hoogspanningsgelijkstroom; stroom die transmissie over lange afstanden mogelijk maakt tussen AC-transmissiesystemen met verschillende frequenties.

Interconnector:

Een hoogspanningskabel die de elektriciteitsnetten van twee landen met elkaar verbindt. Interconnectoren maken het mogelijk om energie over de grenzen heen uit te wisselen, wat bijdraagt aan de bevoorradingszekerheid van elk land.

Intermitterend of ‘volatiel’:

De meeste hernieuwbare energiebronnen worden gezien als zeer intermitterend, aangezien ze worden beïnvloed door omgevings- en seizoensfactoren.

Koolstofneutraliteit:

Een term die aangeeft dat er een evenwicht is bereikt tussen de hoeveelheid broeikasgassen die in de atmosfeer wordt uitgestoten en de hoeveelheid gassen die uit de atmosfeer wordt gehaald.

OPEX:

Afkorting van ‘operating expense’. Dat zijn de kosten van een onderneming voor zijn dagelijkse bedrijfsactiviteiten, zoals het onderhoud van het net, de lonen van het personeel, zakenreizen en de huur van kantoorruimtes.

Power-to-X (PtX):

Deze term omvat de groep technologieën die elektriciteit gebruiken om warmte (PtH), gas (PtG) of synthetische brandstoffen opwekken.

Prosumer:

Een persoon die zowel elektriciteit verbruikt als produceert. Deze individuen gebruiken hiervoor hun eigen individuele stroomgeneratoren (bv. een zonnepaneel). Prosumers kunnen de overschotten van hun eigen productie eventueel verkopen.

Aandeel hernieuwbare energie:

Totale elektriciteitsproductie uit HEB ten opzichte van het totale elektriciteitsverbruik in onze netzones.

Hernieuwbare energiebronnen (HEB):

Energie die wordt opgewekt uit natuurlijke processen of bronnen die vrij beschikbaar zijn, zoals windenergie, zonne-energie of waterkracht. Sommige van deze bronnen, zoals wind- en zonne-energie, zijn intermitterend.

Gereguleerd actief (‘Regulatory Asset Base’ of RAB):

Het RAB van Elia Group is een belangrijke factor voor het bepalen van het rendement op het geïnvesteerde kapitaal in de TNB’s via de regelgevende kaders. Dit weerspiegelt 100% RAB van ETB en 80% RAB van 50hertz.

Adjusted rendement op eigen vermogen (RoE adj.):

Het rendement op eigen vermogen is de nettowinst toe te rekenen aan de

eigenaars van gewone aandelen gedeeld door het eigen vermogen toe te rekenen aan de gewone aandelen, aangepast voor de waarde van de toekomstige contracten (afdekkingsreserves).

Inkomsten van externe klanten:

Geconsolideerde inkomsten uit activiteiten van derden in niet-gereguleerde business.

Scope 1-emissies:

Directe uitstoot van broeikasgassen (BKG) van eigen of gecontroleerde bronnen. De berekeningen zijn gebaseerd op de norm van het BKG-protocol.

Scope 2-emissies locatiegebaseerd:

Indirecte uitstoot van broeikasgassen (BKG) in verband met de aankoop van energie voor eigen gebruik. De berekeningen zijn gebaseerd op de norm van het BKG-protocol.

Sectorkoppeling:

Deze term verwijst naar het samenspel van de energievoorzieningssector met de eindgebruikerssectoren zoals verwarming, transport en industrie. Op termijn wil sectorkoppeling deze sectoren van de samenleving koolstofvrij maken door te kiezen voor hernieuwbare energie. Dit omvat bijvoorbeeld de elektrificatie van apparaten voor verwarming of transport (zodat deze geëlektrificeerde apparaten kunnen werken als flexibiliteitsassets) en de productie van groene waterstof voor industrieel gebruik.

SF6:

Chemische formule van ‘zwavelhexafluoride’. SF6 wordt gebruikt als isolatie- en schakelgas in gasgeïsoleerde schakelapparatuur (‘gasinsulated switchgear’ of GIS) voor hoogspanning. Dit gas heeft goede elektrische eigenschappen, is niet giftig en is bovendien zeer stabiel in chemisch opzicht. Het broeikaspotentieel per deeltje SF6 is echter 23.500 maal hoger dan CO2

Duurzame ontwikkelingsdoelstellingen (‘Sustainable Development Goals’ of SDG’s):

Een verzameling van 17 mondiale doelstellingen die in 2015 door alle lidstaten van de Verenigde Naties (VN) zijn aangenomen.

‘Sustainalytics’ risicoscore:

Een onafhankelijke risicorating die de gevoeligheid van een onderneming voor materiële ESG-risico’s en de looptijd van het beheer van die risico’s registreert.

Netinvesteringen:

Bruto-CAPEX van Elia en 50Hertz min klantenbijdragen. CAPEX is een belangrijke maatstaf voor de Groep omdat het een effect heeft op de Regulatory Asset Base (RAB) die als basis dient voor de regulatoire vergoeding.

Totaal registreerbare letsels (TRIR) van eigen medewerkers:

Aantal arbeidsongevallen met en zonder verloren tijd X 1.000.000 gedeeld door het totaal aantal gepresteerde uren over het jaar:

Transmissienetbeheerder (TNB):

Een organisatie die verantwoordelijk is voor het transport van energie (gas of elektriciteit) via vaste infrastructuur, doorgaans op nationaal niveau binnen een land. TNB’s verbinden de productiebronnen met de infrastructuur van de distributienetbeheerders.

Personeelsverloop:

Verwijst naar het percentage personeelsleden dat de organisatie om geplande en ongeplande redenen verlaat.

Waardeketen:

Term die wordt gebruikt om alle activiteiten van een bedrijf te beschrijven

die bijdragen aan de levering van een dienst of de creatie van een product.

Vrouwen in leidinggevende posities:

Het aandeel vrouwen dat functies bekleedt van directeur en senior manager.

Geïntegreerde

verslaggeving

Bedrijfsmodel:

Het systeem waarbij de input via bedrijfsactiviteiten wordt omgezet in output en resultaten om de strategische doelstellingen van een organisatie te realiseren en waarde te creëren op korte, middellange en lange termijn.

Kapitalen:

Middelen en relaties waar een organisatie van afhangt om waarde te creëren. Het ‘Integrated Reporting Framework’ omvat zes categorieën van kapitalen: financieel; geproduceerd (wat we in dit verslag ‘assets’ noemen); intellectueel (inclusief organisatorische knowhow, merk en reputatie); menselijk (wat we ‘eigen medewerkers en onderaannemers’ noemen); sociaal en relaties; en natuurlijke kapitalen (wat we in dit rapport 'milieu’ noemen).

Input:

De zes categorieën die via bedrijfsactiviteiten worden omgezet in output en resultaten.

Geïntegreerde verslaggeving:

Een vorm van bedrijfsrapportering die een volledig beeld geeft van hoe elk van de bedrijfsactiviteiten op korte, middellange en lange termijn waarde creëert, behoudt of vermindert voor de stakeholders van het bedrijf.

Materialiteit:

Verwijst naar de invloed die een bepaalde topic heeft op het vermogen van een organisatie om waarde te creëren. Deze topics worden geïdentificeerd en gerangschikt op basis van het belang voor onze stakeholders. Zo is de integratie van grote hoeveelheden hernieuwbare energie in het energiesysteem een essentiële topic voor Elia Group.

Resultaten:

Interne en externe gevolgen van onze bedrijfsactiviteiten voor de zes kapitalen, die positief of negatief kunnen zijn.

Output:

Producten en diensten afkomstig van onze bedrijfsactiviteiten, alsook mogelijke bijproducten en afval.

RAPPORTERINGSPARAMETERS

Maatschappelijke zetels

De maatschappelijke zetel van Elia Transmission Belgium en Elia Asset is gevestigd te Keizerslaan 20, 1000 Brussel, België.

Verslaggevingsperiode

Dit verslag behelst de periode van 1/1/2025 tot 31/12/2025.

Contact

Head of Investor Relations

Stéphanie Luyten

Keizerslaan 20

1000 Brussel

info@elia.be

investor.relations@elia.be

We willen iedereen bedanken die meegewerkt heeft aan de samenstelling van dit jaarverslag.

Hoofdzetels Elia Group

Keizerslaan 20, B-1000 Brussel

T +32 2 546 70 11

F +32 2 546 70 10

info@elia.be

Concept en eindredactie

Risk Management

Communication & Reputation

Strategie

Duurzaamheid

Investor Relations

Finance

Grafische vormgeving

Grafisch ontwerp & Workiva-integratie

KentieDesign

www.kentiedesign.eu

Verantwoordelijke uitgever

Frédéric Dunon

Ce document est également disponible en français. This document is also available in English.

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook