Exploring the Variety of Random Documents with Different Content
de Schout wordt door Burgemeesteren, na voorgaand besluit der Raaden, aangesteld, en blijft aan tot hij bedankt of overlijdt: er zijn nog vijf Onderschouten, waartoe de Hoofdprovoost van ’t Aelmoesseniershuis, en de Waterschout, of Bailluw van ’t watergerecht, behooren: ieder deezer Onderschouten, gelijk ook de Hoofdschout hebben eenige gewapende dienaars onder zig; de laatstgenoemde heeft ook een’ Secretaris; de gemelde jaarlijksche verandering van regeerende Burgemeesteren geschiedt uit den Oudraad voornoemd, (of zo die niet voltallig is, ook wel buiten dezelven,) door dien Raad zelven en door Oud- en regeerende Schepenen, bij meerderheid van stemmen: drie Burgemeesteren worden op gezegde wijze verkozen, en deezen verkiezen uit de vier van het voorgaande jaar een vierden tot President, welke post hij drie maanden bekleedt, vervolgens is ieder andere van drie tot drie maanden President: langer dan twee jaaren mag geen van hun dienen: van de 9 Schepenen, waarvan één President en [26]één Vice-president is, gaan jaarlijks 7 af: tot het benoemen van 7 anderen vervaardigt de Raad een nominatie van veertien persoonen, waaruit door den Stadhouder 7 benoemd worden: een President en Vice-president worden vervolgends uit de Oud-schepenen verkozen.
De wereldlijke Regeering van Amsteldam, bestaat voords in het Collegie van Thesaurieren Ordinaris, zamengesteld uit vier Oudburgemeesteren; zij hebben opzicht over stads gelden, doen aanbestedingen, enz.—Thesaurieren extraordinaris: deezen ontvangen verpondingen, buitengewoone lasten, enz.—Weesmeesteren, zijnde Oud-schepenen, meestijds 8 in getal—Commissarissen van huwelijkszaaken—van de Rekenkamer—van de Assurantiekamer Commissarissen van de Wisselbank, die van Kleine Zaaken, zittende over verschillen die beneden de ƒ 600 gaan.—die van de Kamer van Zeezaaken—van de Desolate boedelkamer—Commissarissen van den grooten Excijns, dat is op graanen, gemaal, wijnen, azijn, bier, turf en koolen—voords Commissarissen over den honderdsten en tweehonderdsten penning; wij zwijgen nu van onderscheidene boden,
secretarissen, clerken en verdere mindere bedienden: de Regeering van Amsteldam heeft voords twee Pensionarissen, waartoe gemeenlijk geleerde lieden, verkozen worden.
Wegens de Colecten voor de armen, enz. is de Stad ook in eenige wijken verdeeld, en in iederen wijk zijn twee Wijkmeesters aangesteld, die hunne bijzondere diensten doen, vooral in het afgeeven van getuigschriften, waarvoor zij eene vrije bank in de kerken hebben.
S C H U T T E R IJ , enz.
De Amsteldamsche Schutterij, is verdeeld in 5 Regimenten, ieder van 12 Compagniën of Vendels, naamlijk het blaauwe, ’t oranje, het witte, ’t geele en ’t groene regiment; ieder regiment heeft 5 compagnien, en iedere compagnie bestaat uit 100 man, derhalven zijn er 6000 wakende Schutters, in 60 wijken verdeeld: behalven dat zijn er nog 4 compagnien buiten de stads poorten doch binnen derzelver vrijheid: ieder der gezegde compagniën, (in drie Corporaalschappen verdeeld) heeft een Capitein, een Lieutenant, een Vendrig, drie Serganten, [27]enz.: over het geheele ligchaam der schutterij zijn twee Colonellen aangesteld, die met de 60 Capiteinen, en 60 Lieutenants den vollen krijgsraad uitmaaken, welke op het stadhuis hunne vergaderplaats heeft: van ouds, en dat billijk was, had de gewapende schutterij verscheidene voorrechten, ook werd zij, als ’t ligchaam der Gemeente verbeeldende, in gewigtige gevallen, den welvaart der stad betreffende, door Burgemeesteren geraadpleegd; doch dat loflijk gebruik is door den tijd geheel te niet gelopen. Sedert de gezegende omkeering van zaaken moet de gewapende burgerij oranje cocarden draagen.
Behalven deeze gewapende schutterij, houdt de stad nog eenige compagniën soldaaten in dienst, die dag en nacht de poorten en andere posten bezetten, als mede een corps kanonniers: thans, bij gelegenheid van de gezegende omkeering, en tegenwoordige vrees
voor het uitbarsten van de morringen des volks, heeft zij bestendig een talrijk garnisoen binnen haare muuren.
De Stad wordt boven dat alles des nachts door eene omgaande gewapende ratelwacht bewaakt: deeze heeft vier wachthuizen, of corps de garden: op alle de torens waaken des nachts ook trompetters, die als er brand ontstaat zulks terstond ontdekken, en er door hun trompet, enz. de ratelwachts kennis van geeven, welken vervolgends ieder in zijne wijk brand moet roepen, na den ratel buitengewoon lang geslagen te hebben; zij moeten ook de lieden die tot het brandwezen behooren wekken: er zijn eene menigte brandspuiten zo in als buiten om de stad voorhanden, tot welken een toerijkend getal brandmeesters, en mindere brandgasten aangesteld zijn: alle deeze lieden verdienen den lof van zo onvoorbeeldig vigilant te zijn, dat bij geen menschen geheugen, in gevalle van brand, meer dan het erf waarin het ongeluk ontstaan is, ten prooje der vlamme is geworden.
Bij deeze nachtlijke voorzorg, kunnen wij ook voegen dat de stad, zodra des avonds het duister valt, door eene groote menigte lantaarns op paalen gesteld verlicht wordt: voor weinig tijds heeft men eene nieuwe soort van lantaarns, die ongemeen veel lichts geeven, beginnen intevoeren, doch daarmede schijnt men niet verder voordtegaan: sommigen van deezen zijn aan uitsteekende ijzerene armen gehangen, anderen hangen aan gespannene touwen dwars over de straaten; het getal van deezen is echter maar gering. [28]
De
G I L D E N ,
Die in Amsteldam gevonden worden, zijn weinig minder dan 50 waaronder, bij voorbeeld dat van de schilders, waarin meer dan 800 baazen zijn; de leden van het wijnkoopers gild zijn ongelijk veel meer; ieder heeft zijne Overlieden, bijzondere keuren en gildewetten; doch
niet weinigen van deeze broederschappen klaagen dat zij naar behooren bij die hunne keuren en wetten niet gemaintineerd worden; althans maaken de Jooden er groote inbreuk op.
De
V O O R R E C H T E N
Der Amsteldammeren zijn veelen, alle welken echter door hen niet genoten worden: bij verscheidene Graaflijke privilegiën werden zij door gantsch Holland, Zeeland en Vriesland, vrijverklaard van de Graaflijke tollen, mits ze kunnen aantoonen jaar en dag poorters geweest te zijn: poorters van Amsteldam mogen, benoorden de Maaze ten platten lande, in persoon noch goederen bekommerd worden, ten ware zij op dieverij of vechterij betrapt wierden: van ouds konden zij voor niet meer dan honderd ponden uit hunne goederen verbeuren: Amsteldamsche poorters kunnen in verscheidene steden, volgends onderlinge overeenkomsten, ervenissen beuren zonder tot betaaling van Exu-geld gehouden te weezen, als te Dord, Haarlem, Delft, Leiden, Rotterdam, Schoonhoven, Briel, Alkmaar, en meer andere steden—In 1547 werd die van Amsteldam de vrijheid verleend van in de Zuiderzee te mogen visschen, mids zig bedienende van netten die de bepaalde wijdte hadden, en geen versmoorde visch aan land brengende, enz.
Wat zullen wij voords aantekenen van de
B
E Z I G H E D E N V E R M A A K E N ,
Die onder de Amsteldammers uitgeoefend, en genomen worden!— hunnen koophandel zouden wij vooral ten breedsten moeten beschrijven, ware het dat wij onzen leezer een voldoend denkbeeld van die bezigheden wilden geeven; dan hier staat ons bekrompen bestek [29]ons weder in den weg: de handel der Amsteldammeren bestaat niet alleen in het vertier der waaren die in de stad gemaakt,
bereid, gebragt en gebruikt worden, van welker menigte het groot getal hunner gilden ten voorbeelde verstrekt; maar ook komt daar bij het ontvangen en verzenden van goederen binnen deeze Landen, die men den binnenlandschen handel noemt; ten derden bestaat hun handel in het ontvangen en verzenden van alles wat de vier werelddeelen opleveren; voornaamlijk worden de beide eerste gedeelten van hunnen handel aangekweekt door de vrije jaar- en verscheidene weekmarkten, welken zij houden: de menigte van pakhuizen die alomme gevonden worden, getuigt mede van hunne uitgebreide commercie ——van deeze in ’t algemeen genomen moeten als hoofdtakken beschouwd worden de O. en W. I. Compagniën, hunne vaart op Groenland en Straat Davids, en andere takken meer; zodat Amsteldam met recht den naam van wereldstad, als door geheel de wereld haaren handel uitbreidende, draagt; hoogstbeschreienswaardig is het intusschen, dat men, wil men de waarheid niet in het aanzicht hoonen, moet bekennen dat geheel haar uitgebreide handel in verval is, en vooral haare O. en W. I. Compagniën in zulk eenen deplorabelen staat zijn, dat desaangaande Amsteldam van voor ééne eeuw, hemelsbreedte verschilt met Amsteldam in onzen tijd.
Behalven met den koophandel geneert zig Amsteldam met allerleie fabrieken, kunsten, weetenschappen en handwerken, (’t getal der zagenmolens rondom de stad is 80,) zodanig dat men niet gemaklijk iet zoude kunnen bedenken het welk men in deeze stad niet kan bekomen; wat intusschen haare fabrieken betreft dezelven zijn mede in een allerjammerlijkst verval.
Alle stadsvermaaken die bedacht kunnen worden zijn die van de Amsteldammers.
G E S C H I E D E N I S S E N .
Daar wij van de geheele beschrijving van het weleer zo magtige Amsteldam, maar een zeer kort uittreksel kunnen geeven, zullen wij
ons althans in het spreeken over haare geschiedenissen, die zo wel in het kerklijke als wereldlijke zeer veelen zijn, ongemeen moeten bepaalen, en alleenlijk iet van de hoofdtrekken daarvan kunnen aanstippen—In de dertiende eeuw dan is Amsteldam [30]reeds tot een tamelijk dorp of steedjen aangegroeid; jammerlijk werd het toen verwoest, ter wraake van den bekenden moord aan Graave F V , waaraan G , Heer van Amstel, medepligtig was: deeze echter bouwde het daarna weder op, en voorzag het van houtene vesten en bruggen, doch ook die zijn arbeid werd omtrent den jaare 1299, door de Kennemers en Waterlanders in koolen gelegd: in 1304 verviel ’t opkomend Amsteldam in ’s Graaven ongenade, ter oorzaake van ’t ontvangen van eenige ballingen, en het moest ter straffe alle zijne bruggen en vesten weder afbreeken, eene boete betaalen, en de vrijheid van te markten missen: in de eerstvolgende vijftig jaaren kwam het echter weder in groot aanzien, zodanig dat het reeds verscheidene voorrechten ontving: na het verdrijven van den Heere van Amstel, kwam het aan de Graaflijkheid, en vóór het einde der veertiende eeuw begon het door den koophandel reeds merkelijk te bloejen: in 1391 bezaten de Amsteldammers reeds een stuk lands op ’t eiland Schoonen in Deenemarken: in 1405 konden zij hunnen Graave reeds merkelijken dienst doen, en drie jaaren daarna, rustten zij met die van Kampen twee schepen uit, om hunne koopvaarders tegen de zeevaart te beveiligen: toen de Hoeksche en Kabbeljaauwsche factie, geheel het Land beroerde, kreeg Amsteldam een aanmerkelijk deel in de gevolgen van dien twist: in de maand April des jaars 1421, verbrandde ruim een derde gedeelte van de stad, met het Raadhuis, de Nieuwe Kerk en eenige andere Godsdienstige gestichten: het zelfde noodlot, echter niet zo geweldig, trof haar in 1452: in 1426 hielpen de Amsteldammers F G , Hoorn ontzetten, en niettegenstaande de teistering van den gezegden twistgeessel, nam hun bloei zo aanmerkelijk toe, dat zij in 1438 alleen twintig oorlogschepen in zee bragten; ook werden zij in den steeds voordduurenden krijg meer en meer geducht: in 1548 behaalden zij groote overwinning op de Utrechtenaars, waarvan de Kloveniers
doelen nog getuigt: (zie hier voor, bladz. 20) ook werd omtrent dien tijd de stad aanmerkelijk uitgelegd, en met muuren en torens omringd: na in den Gelderschen oorlog geen gering deel gehad te hebben, was haar aanzien reeds zodanig toegenomen, dat verscheidene Vorsten haar veele voorrechten, allen den handel betreffende, toestonden, ook was omtrent het einde der vijftiende [31]eeuw het getal der Graaflijke gebouwen binnen der stede vesten zodanig toegenomen dat er besloten werd geene nieuwen meer aanteleggen.
In en omtrent den jaare 1530 was de onverdraagzaamheid in het stuk van den Godsdienst hier nog zo groot, dat onder anderen het drukken van ’t Nieuwe Testament naar de vertaaling van L verboden werd, op straffe van ooguitsteeking en handafkapping; ook maakten de Wederdoopers op verscheidene plaatsen van Nederland groote beroerten, wegens Godsdienstige verschillen; te Amsteldam liepen er vijf met ontblotene zwaarden door de stad, den zegen over de rechter en den vloek over de linker zijde derzelve uitroepende, weinig tijds daarna liepen zij moedernaakt door de stad, (zij hadden hunne klederen verbrand,) wee en ach! uitroepende, en de straf die sommigen van hen ondergingen, van onthoofd of verdronken te worden, konde hen echter van hunne krankzinnige dwaaling niet terug brengen; integendeel gingen zij daarin zo onvoorbeeldig voord, dat zij in den jaare 1535 een’ aanslag smeedden om Amsteldam te overvallen; den toeleg werd wel ontdekt doch konde niet geheel gestuit worden; zij overrompelden het stadhuis, het geen echter door de gewapende burgerij hun weder ontweldigd werd; een eisselijke straf ondergingen de geenen die men gevangen kreeg; onder hen bevond zig zekeren J K , die zig Bisschop van Amsteldam had laten noemen; hem werd eerst de tong uitgesneden, en hij zelf voords leevendig verbrand—onlusten van minder belang door eenigen om verscheidene redenen misnoegden, voorbijgaande, naderen wij het tijdperk waarin onze stad niet weinig had te lijden door den hevigen twist over Roomsch en Onroomsch; de Amsteldammers waren zo sterk tegen de Onroomschen gekant dat deezen het nog niet hadden durven
waagen er te prediken; doch daartoe gingen zij echter eindelijk over, met dit stoute gevolg dat zij in 1566 de beeldstorming in de Oude kerk begonnen, en zig zo ontzachlijk wisten te maaken dat de Wethouderschap hun het vrij buitenprediken toestond; doch daarmede niet voldaan, ondernamen zij het plonderen van twee kloosters, en gedroegen zig zo onrustig dat men moest goedvinden in 1567 een verdrag met hun te tekenen——na eene en andere tusschengebeurtenis, waaronder zelfs die, en welke geen geloof verdient, dat sommige weeskinderen [32]eene bezetenheid trof, waarbij zij grouwelijke gezichten trokken, tegen de wanden opvlogen, en ook (NB.) uitheemsche taalen spraken, en lispende vertelden wat op ’t zelfde oogenblik elders in de Vroedschap geschiedde, trof in 1570 Amsteldam een deerlijk lot door een zwaaren watervloed; een zelfd lot trof haar in 1593, waardoor zij ontzaglijke schaden in haaren scheepvaart leed; geduurende deeze en andere tusschen gebeurtenissen, zeggen wij, kwam de bloedhond A in ’t Land, en de vervolgingen om het geloof werden ten allergrouwelijksten, vooral binnen Amsteldam voordgezet: hij eischte eene schatting van de stad die zij niet konde opbrengen, en zij werd deswegen in eene boete van 25,000 guldens verwezen; desniettegenstaande bleeven de Amsteldammers de zijde der Spaanschen houden, waardoor zij niet weinig van de Staatschen hadden te lijden: A , te zeer met schulden bezwaard, verliet haar heimelijk, en bragt daardoor veelen der rijkste inwooneren tot den bedelzak: in 1577 lagen de Staatschen het toe om de stad bij verrassing te bemagtigen; doch die toeleg mislukte, evenwel werd zij ten volgenden jaare gedwongen zig bij verdrag overtegeeven: hier over ontstond echter weder zo hoog een verschil dat de Onroomschen zig verstoutteden, (25 Mei 1578) het stadhuis te overweldigen, en de Wethouderschap met eenige Geestlijken ter stad uittedrijven: in 1581 en vervolgends had Amsteldam niet weinig deel in het ontwerp om de Graaflijkheid aan W E optedraagen, zij maakte er naamlijk zwaarigheid in, en ’s Prinsen onverwachte dood deed geheel de zaak achterblijven: in 1585 werd met eene tweede vergrooting der stad een aanvang gemaakt, en in
hetzelfde jaar, trachtte de schelmsche L , een Gezant van Engeland, zig van eenige voorstanders der vrijheid meester te maaken; doch de waakzaamheid der Wethouderschap en Burgerij deed hem in dat gevloekte oogmerk niet slaagen: zo zeer nam Amsteldam, niettegenstaande alle de gemelde folteringen, in bloei en volkrijkheid toe, dat haare muuren in 1593 nogmaals, ook andermaal in 1612, en nog eens in 1658 uitgezet werden; sedert is de stad alleenlijk binnen haare muuren meer en meer bebouwd: in 1595 was er zo groot eene schaarsheid van graan, dat Burgemeesteren zig onderling met eeden verbonden, de waare gesteldheid daarvan voor de ingezeten verborgen te houden: in 1602 gevoelde men zo hier als [33]elders eene zwaare aardbeeving; het zelfde gebeurde in 1692. De bekende onlusten tusschen de Remonstranten en Contra-Remonstranten, ten tijde van het bestand, stortten onze goede stad weder in grouwzaame beroeringen, ja zelfs tot plondering toe: in 1629 werd een veroverde zilvervloot binnen haare muuren gebragt, en, niet zonder groote opschudding onder het bootsvolk verdeeld; in 1650, ontstond er verschil tusschen de stad en Prins W T , waarom deeze dorst besluiten en ook onderneemen Amsteldam te bemagtigen, en naar zijne hand te zetten, doch zijn aanslag mislukte hem, en hij moest terug keeren, na op deeze wijs zijn’ stamhuis een onuitwischbaare schandvlek aangewreven te hebben: verscheidene maalen is Amsteldam ook door de pest aangetast geworden, en wel allerhevigst in den reeds gemelden jaare 1602, toen er in één week meer dan 700 menschen aan stierven; in 1663 en 1664, sleepte die geduchte bezoeking eene ontzachlyke menigte van inwooners ten grave; in 1610 was er weder zulk een hoogen watervloed, dat het water door de Warmoesstraat bruischende heen liep: in 1619 ontstond er een oproer over de boterpacht, doch dezelve was van geen groot gevolg, en in 1625 was er weder zo hoog een vloed dat het water op den Dam stond; het zelfde lot tastte de stad in 1637, en andermaal allergeweldigst in 1640 en 1651 aan: ten volgenden jaare verbrandde het stadhuis, zo dat er alleenlijk de muuren, en een gedeelte van den toren staan bleeven: in 1653 was het verval van koophandel alhier zo
groot, dat er, volgends sommigen wel 3000 huizen ledig stonden; in 1654 werd alhier den vrede met den beruchten C afgekondigd, en met alle tekenen van vreugde werd geheel den dag doorgebragt: om het gemeen te behaagen deed men de trompetters het bekende deuntje Wilhelmus van Nassouwe blaazen, doch zorgvuldig hield men voor den volke verborgen dat de vrede eerst zijn beslag gekregen had, na de overlevering van de acte van Seclusie of uitsluiting van den Prinse van Oranje, bekend onder den naam van ’t Eeuwig Edict: na dien tijd zijn er te Amsteldam verscheidene maalen grouwzaame branden ontstaan, gelijk het ook te meermaale door vreeslijke watervloeden geteisterd is geworden: alle de kruidstooven die in haaren omtrek of nabijheid gestaan hebben, zijn de eene voor en de andere na in de lucht gesprongen, [34]tot merkelijk nadeel en verschrikking der goede inwooneren; de aanmerkelijkste zwaare brand binnen de stads muuren voorgevallen is die van den Hollandschen Schouwburg, in den jaare 1772; deze indedaad was allerijsselijkst, niettegenstaande de ongeloovelijke vigilantie in het aanvoeren van alle de stads brandspruiten; en deeze allerbeschreienswaardigste gebeurtenis deed weldra zien, bij het in ’t licht verschijnen van zekere versen, dat Amsteldam binnen haare muuren nog zulke lieden huisvestte, die, niettegenstaande de stad een tempel van kunst en weetenschap genoemd moge worden, en veele fraaje vernuften er zig bezig houden met het loflijk werk van de verlichting des menschdoms; zulke lieden zeggen wij, die, desniettegenstaande, het akelige afbranden van den schouwburg hielden voor eene rechtvaardige bezoeking Gods, voor eene kasteiding van zijne hand, ja voor eene wraak zijner vleklooze heiligheid over de boosheid welke in zulk een gebouw gepleegd wordt—grouwelijke, god-onteerende gedachten! zo verfoejelijk als dom! intusschen was door de vlam eene overgroote somme gelds vernield, terwijl de bestuurderen nog bezig waren veele duizenden te vertimmeren, of liever te verspillen; want eerst van binnen eene geheel andere schikking van plaatsen gemaakt hebbende, was nu kortlings alles weder op den ouden voet gebragt: ter oorzaake van welke omstandigheid, of mogelijk, (en dit zouden wij liever gelooven,)
om dat de brand ontstond onder het speelen van eene Vlaamsche troup tooneellisten, aan wien het gebouw toen voor het zomer- of zogenaamd stilstaand saisoen, verhuurd was, zeker vernuft, bij gelegenheid van den brand, deeze twee regels uit zijne scherpe penne liet vloejen:
De hommels rooven hier het eêlste van de beiën, Daar de oude stok om zucht; de weezen om staan schreien;
Hij zinspeelde op het onderschrift, onder het blazoen van den kunsttempel:
De beiën storten hier het eêlste dat zij leezen, Om d’ouden stok te voên, en ouderlooze weezen.
[35]
In 1672, de Staat in oorlog met Frankrijk gewikkeld zijnde, hield onze stad, onder anderen allen vredehandel met dat Rijk tegen; dit gaf door de aannadering des vijands gelegenheid, dat Amsteldam rondsom onder water gezet, en in staat van tegenweêr gebragt werd: in 1681 kwamen ter oorzaake van de Geloofsvervolgingen in het gemelde Rijk, eene groote menigte Fransche vlugtelingen herwaards, die allen wèl ontvangen, en zelfs met vrijdom van stads excijns voor den tijd van drie jaaren beschonken werden: vijftien jaaren daarna, (in 1696) ontstond er een geweldig oproer over zekere keure bij de Wethouderschap op ’t begraaven der dooden gemaakt, en ’t welk van dat gevolg was dat de keure ingetrokken moest worden, niettegenstaande men eenige der belhamels strafte: in de drie volgende jaaren, 1697, 1698 en 1699, was er te Amsteldam weder eene nijpende schaarsheid van graan, zodanig dat Burgemeesteren den uitvoer zelfs tot buiten den boom verboden: in den jaare 1720 had Amsteldam niet weinig te lijden door een verregaande zucht voor den actiehandel, waardoor duizenden zig totaal ruineerden, en waaruit groote beroeringen ontstonden: wij behoeven niet aantevoeren wat er in Amsteldam wegens de verkiezing
van W V Prins van Oranje, tot het
Erfstadhouderschap is voorgevallen, hetzelve is overgenoeg bekend: de stad echter heeft daarover minder geleden dan veele andere Nederlandsche steden; doch de verandering in ’t begeeven der Amten was voor haar van groter gevolg; men begeerde dezelven aan de Staaten van Holland opgedragen te hebben, waartoe de Stads Raad, om het voordeel dat er de stad van trok, niet wilde verstaan; de beruchte Porceleinkooper D R , begon nu eenen hoofdrol te speelen; hij ontwierp een request aan de vroedschap, ter ervelijkverklaaring, (in de manlijke en vrouwlijke linie,) van het
Stadhouder- Capitein- en Admiraalschap-Generaal, het verkoopen der amten ten voordeele van den Lande, een vrijen krijgsraad, en het herstel der gilden in hunne voorrechten; R nam alle mogelijke middelen ter hand om in zijn oogmerk te slaagen, doch hij vond overal grooten tegenstand, tot op zijne besteeking een menigte volks op den Dam vergaderde, het raadhuis instooven en geen gering geweld gebruikten; onder anderen stak het gespuis, in de [36]plaats van de roede van justitie een ragebol ten venstere uit; zij lagen op de regeeringskussens in dezelven; doch zodra zij door eenige gewapende schutters aangevallen werden, namen zij in aller ijl de vlugt, evenwel volgde de toestemming tot het Erfstadhouderschap eenige dagen daarna: in 1648 verhief zig een dergelijken storm tegen de pachters, en in denzelven werden eenige huizen deerelijk geplunderd, op welke schenddaad ook eene voorbeeldige strafoefening volgde, waarbij eene oproerige beweeging ontstond, die een groot getal der zamengevloeide aanschouweren het leven kostte.
In 1756 gevoelde men hier weder eene aardbeeving, die geen geringe ontsteltenis veroorzaakte: in 1762 ontstond er brand in het stadhuis, welke echter nog gelukkig bij tijds gestuit werd: omtrent den jaare 1758 had de Nederlandsche Koophandel, waarvan de Amsteldamsche beurs de voornaamste zuil is, niet weinig te lijden door het onredelijk gedrag der Engelschen, die het niet genoeg was, weerlooze schepen optebrengen, te plonderen, verbeurd te verklaaren, maar ook ontzagen
ze der Staaten vlagge niet, het geen, onder anderen, de Amsteldamsche kooplieden noodzaakte zig, desaangaande, bij requeste aan ’s Lands vaderen te adresseeren; de Heeren Bewindhebberen van de Westindische Compagnie, voegden hunne klagten bij die der kooplieden; ter staavinge van alle de klagten werden drie lijsten van genomene, geplonderde of onrechtmaatig gecondemneerde schepen, allen te Amsteldam in ’t bijzonder t’huis behoorende, ingeleverd, op de eerste lijst stonden
21 Schepen ter schade van ƒ 3:557.500:-:-
2de lijst 35 ——— ——— ——— 5:144.000:-:-
3de lijst 100 ——— ——— ——— 439.191:6:-
Dus 156 Schepen ter schade van ƒ 9:140.691:6:-
Met reden was des het geroep om redres zeer groot, evenwel kwam het niet, het geen bij veelen den lust tot den koophandel geheel deed verflaauwen, tot merkelijk nadeel van Staat en stad: de gezamentlijke kooplieden van Amsteldam, Dordrecht en Rotterdam, leverden hunne klagten desaangaande in bij Mevrouwe de Gouvernante, maar kreegen wel verzoek om uitstel van verdere klagten, doch geene hulp: meermaals werdt in ’t vervolg over het zelfde ongelijk geklaagd, doch telkens zonder eenig wenschelijk succes niet alleen, maar zelfs kreegen [37]de klaagers het grievend antwoord, dat het voor de Vrouwe Gouvernante een ’ geworden was, te stemmen in de vermeerdering van landmagt, (dit was toen een tweede zaak in verschil,) en zonder de voldoening daarvan te erlangen, voor geene vermeerdering van zeemagt konde stemmen; dat men voords de kooplieden niet zoude vleien, met de teruggaven der schepen en goederen door de Engelschen genomen.… dan, dus voordgaande zouden wij niet alleenlijk te breedvoerig worden, maar ook de afzonderlijke geschiedenis van onze stad te buiten treeden; wij hebben dit alleenlijk tot dus verre willen boeken, om onzen Leezer eenigzins te doen beseffen, hoedanig Amsteldam ten dien tijde in de zenuw van zijn bestaan verdrukt werd.
Onder het Stadhouderschap van W V , die zijne moeder opvolgde, gedroegen de Engelschen zig niet beter; daarbij kwam nog de twist tusschen Engeland en zijne Americaansche Colonien, welke oorlog zo veel invloeds op den staat van ons Vaderland gehad heeft: in 1775 was er weder een grouwzaam hoogen watervloed, doch nu op zijn hoogst gekomen zijnde, bespeurde men zonderling de hand Gods ter verlossinge; want schoon het water tot des morgens ten 9 uuren 20 minuten had moeten rijzen, begon het des morgens ten 6 uur reeds te daalen, en Amsteldam werd daardoor van het ijsselijk dreigende gevaar verlost.
De voorgemelde schandelijke gedragingen der Engelschen gevoegd bij hunnen oorlog met America, hadden in 1780 hier ter stede een algemeene morring veroorzaakt; en alle de woelingen liepen uit op de bekende oorlogsverklaring van het Britsche Hof aan onzen Staat, in welken oorlog Amsteldam, in gevolge de voornaame plaats welke zij in de Republiek bekleedt, een aanmerkelijk deel had; de meesten van onze tijdgenooten hebben de akelige omstandigheden waarin Amsteldam sedert gedompeld geweest is, beleefd; ook kan de gezegde Engelsche oorlog de oorzaak genoemd worden, van alle de vorderingen van het Patriotismus tot herstel van de misbruiken in ’s Lands wettige constitutie, in welke vorderingen zij door eene tegengestelde partij bestendig gedwarsboomd werden: ieder weet dat Amsteldam in alle gevallen in de zaak des Vaderlands heeft uitgemunt; nergens is de wapenhandel met zo veel luisters geoefend; maar ook nergens [38]heeft de omkeering van zaaken zulk een sensatie veroorzaakt; nergens zijn de Pruissische soldaaten met zo groot een bewondering als verbazing ontvangen; doch ook nergens heeft het hun zo veel gekost, eer zij zig konden doen gelden——wat nog dagelijks in Amsteldam voorvalt, is ons allen bewust—wij vinden goed desaangaande niet meer te zeggen:
Menig held, beroemd in ’t strijden, weet te vlugten op zijn’ tijd—
Weet dan schrijver ook te zwichten, daar gij ook in ’t strijdperk zijt—
Strijdperk waarin ook kan winnen, die de minste krachten heeft;
Vaak ziet men bij u dat de oude, voor den zwakke zuigling beeft; Letterheld! gehard in ’t strijden, ga dan vlugten op zijn’ tijd, Toon dat gij ten nutt’ van veelen, in het letterstrijdperk zijt.
Ik herinner mij deeze regelen, en zwijg.
Wat ons artijkel
B IJ Z O N D E R H E D E N
Betreft, geheel Amsteldam verdient den naam van bijzonderheid, het geen den vreemdeling, zo hij kan zeggen de stad gezien te hebben, gereedlijk zal toestemmen: intusschen kunnen wij niet nalaaten het reeds gemelde gebouw der aanzienlijke Maatschappij F M hier te noemen, als een kunsttempel van bijzondere lieden die de bewondering van de ervarenste reizigers en bouwkunstenaaren wegdraagt: deeze loflijke maatschappij, die boven alle anderen in het [39]kunstkweekend Amsteldam uitmunt, heeft haaren aanvang genomen in 1777, op de Lelijgracht; vervolgends is zij verplaatst op de Flueele burgwal, bij de Illustre school, en sedert November 1788, in haar nieuw en reeds beroemd gebouw op de Keizersgracht, ’t welk zig thans in al deszelfs luister voor onzen geest vertoont, en dat wij gaarne breedvoeriger zouden beschrijven, alzo ’t zulks overwaardig genoemd mag worden; dan, niet alleen verbiedt ons bestek ons hetzelve; maar ook zouden wij andere Maatschappijen, even nuttig in haare inrichting, en in de daad nuttiger in haare uitwerkselen, ofschoon niet zo prachtig gehuist, daardoor schijnen te vernederen; wenschlijk ware het dat de
uitwerkselen van de Maatschappij Felix Meritis zo verre boven die van andere Maatschappijen in Amsteldam verheven ware, als haar gebouw boven die van de bedoelde Maatschappijen uitmunt, dan zeker zoude het prachtige gebouw nog meer uitzondering verdienen; zo veel zij er dan van gezegd, dat het allezins trotsch en kundig is aangelegd: de concertzaal onder anderen met uitzondering, men getuigt van deeze dat zij in geheel Europa haare weêrgaê niet heeft.
Den 31 October des laatstgemelde jaars (1788) wierd het gebouw ingewijd, in gezegde concertzaal, door den Hoogleeraar V S , met eene fraaje redevoering, en een overheerelijk expres daartoe vervaardigd muzijk, ’t welk door een ongemeen sterk corps van de voornaamste muzijkmeesters werd uitgevoerd: dan, daar intusschen de concertzaal, hoe ruim ook, niet ruim genoeg was, om alle de Heeren leden met hunne Dames te bevangen, werden ten gemelden dage de Heeren alleen genodigd, en ten volgenden dage, (den 1 November,) werd de inwijding, (met eenige toepasselijke verandering,) voor de Dames alleen herhaald.
De
L O G E M E N T E N
In Amsteldam zijn te meenigvuldig om ze hier optenoemen; onder allen munten daaronder uit: [40]
Het Wapen van Amsteldam.
De beide Doelens.
De beide Heere-logementen.
De drie Liesveldsche Bijbels.
De Zon
Het Wapen van Embden. en meer anderen.
R E I S G E L E G E N H E D E N
Zijn in deezen stad naar alle plaatsen meenigvuldig.
NB. Onder ons art. K G G , hebben wij vergeten te noemen de Roomsche kerk de Krijtberg, die, veele jaaren gesloten geweest zijnde, voor weinig tijds wederom tot het dienstdoen geopend is [1]
Van deezen naam Heilige stede, draagt ook de Heilige weg zijnen naam, om dat vóór de uitlegging der stad aan die zijde, het volk van ’t platte land langs dien weg, herwaards, de Heilige stede kwam bezoeken. ↑
Het draagt den naam van Prinsenhof, om dat het in 1594 bekwaam gemaakt werd ter logeeringe van Prinsen, en andere voornaame persoonaadjen, die zig dikwijls in Amsteldam bevinden ↑
[Inhoud]
Het planten van den eersten vryheidsboom te Amsteldam, den 19 January 1795, ’t eerste Jaar van de herstelde Nederlandsche
vryheid.
Heeft immer A een blijden dag beleefd, ’Twas toen de dwinglandij haar loon ontvangen heeft; Toen ’t recht des volks herleefde op de aankomst van de F , Dien heel kroost voor hun geluk zal danken; Als uit een diepen slaap verrees gantsch N , Toen men de vrijheidsboom aan d’ A heeft geplant
V O
L
Welcome to our website – the ideal destination for book lovers and knowledge seekers. With a mission to inspire endlessly, we offer a vast collection of books, ranging from classic literary works to specialized publications, self-development books, and children's literature. Each book is a new journey of discovery, expanding knowledge and enriching the soul of the reade
Our website is not just a platform for buying books, but a bridge connecting readers to the timeless values of culture and wisdom. With an elegant, user-friendly interface and an intelligent search system, we are committed to providing a quick and convenient shopping experience. Additionally, our special promotions and home delivery services ensure that you save time and fully enjoy the joy of reading.
Let us accompany you on the journey of exploring knowledge and personal growth!