Inhoud HOOFDSTUK 1 Tweede Kamerverkiezingen 2021 ................................................................................................................................. 2 HOOFDSTUK 2 Eindopdracht ...................................................................................................................................................................... 23
HOOFDSTUK 1
Tweede Kamerverkiezingen 2021 Dit leer je dit thema. 1.
Je weet dat Nederland een democratie is en kunt uitleggen wat dat betekent.
2.
Je kunt uitleggen wat het parlement is en wat de Tweede Kamer doet.
3.
Je kunt uitleggen wat verkiezingen zijn.
4.
Je kunt uitleggen wat stemrecht is en wie stemrecht heeft.
5.
Je kunt uitleggen waarom je stemt.
6.
Je kunt uitleggen hoe je moet stemmen.
7.
Je kunt een aantal politieke partijen noemen.
8.
Je kunt uitleggen op welke partij je zou stemmen en waarom je die partij kiest.
17 maart 2021zijn er Tweede Kamerverkiezingen.
Dan stemmen we voor een nieuwe Tweede Kamer. Waarom zijn er eigenlijk verkiezingen ? En waar stemmen we voor?
DEMOCRATIE Nederland is een democratie. Een democratie is een land waarin het volk de baas is. Alle mensen mogen meepraten over de regels en afspraken die gemaakt worden. OVERLEGGEN In een democratie overleg je samen over regels en afspraken. We moeten besluiten wat de beste oplossing, regel of afspraak is.
2
Tweede Kamerverkiezingen 2021
Overeenstemming bereiken
We proberen samen overeenstemming te bereiken. Bij overeenstemming is iedereen het met elkaar eens. Minderheid en meerderheid
Als overeenstemming krijgen niet lukt, dan beslist de meerderheid. Dan is het: de meeste stemmen gelden. De minderheid moet de beslissing accepteren. Bijvoorbeeld: 6 zijn vóór, 4 zijn tegen. Dan gaat het plan door. Een nadeel van ‘de meeste stemmen gelden’ is dat er 4 tegenstanders blijven. Dat is een minderheid. Die moet het plan tegen zijn zin toch accepteren. Het is belangrijk dat de meerderheid rekening houdt met de wensen en de argumenten van de minderheid. Het is belangrijk dat de meerderheid en de minderheid elkaar respecteren. En dat ze naar elkaar luisteren.
3
OPDRACHT 1 Maak een woordweb. Schrijf alles op waar je aan denkt bij democratie.
Bespreek met elkaar: welke woorden passen het beste bij democratie? Streep de woorden die niet zo goed passen door. Bespreek met de hele klas: • Zijn er verschillende woorden gevonden? • Vinden jullie de andere woorden goed passen bij democratie? Vul je eigen woordweb aan.
OPDRACHT 2 Wat is het tegenovergestelde van een minderheid? Wat betekent het dat de meerderheid beslist? Bedenk 1 situatie waarbij jullie als klas een meerderheidsbesluit kunnen nemen. Of hebben genomen.
Wat is een nadeel van een meerderheidsbesluit?
Hoe kun je met dat nadeel omgaan?
MEEPRATEN Nederland is een democratie. We kunnen niet iedere keer met 17 miljoen mensen meepraten over wetten en regels. Wij kiezen mensen die voor ons beslissen over wetten en regels. Zij zijn onze vertegenwoordigers . Als er verkiezingen zijn, stemmen we op deze mensen.
4
Tweede Kamerverkiezingen 2021
STEMRECHT Als je 18 jaar of ouder bent en de Nederlandse nationaliteit hebt, mag je meedoen aan de verkiezingen van de Tweede Kamer. Dan heb je stemrecht. Je stemt op de persoon van wie jij vindt dat die voor jou mag meepraten over wetten en regels. Door te stemmen bepaal jij mee, wie besluiten nemen voor Nederland.
OPDRACHT 3 Wat past bij jou? Ik ben ouder dan 18 jaar. Ik heb de Nederlandse nationaliteit. Zet een kruisje bij de zinnen die bij jou horen. Ik ben ouder dan 18 jaar. Ik heb de Nederlandse nationaliteit. Ik woon langer dan 5 jaar in Nederland. Ik heb de nationaliteit van een Europees land. Mag jij stemmen voor de Tweede Kamer? ja / nee
OPDRACHT 4 Vind jij het belangrijk om te stemmen? Leg uit waarom je dat vindt.
5
Overleg met de klas. Vinden jouw klasgenoten het belangrijk om te stemmen? Schrijf 3 redenen op waarom klasgenoten het wel of iet belangrijk vinden.
OPDRACHT 5
DE REGERING Er worden regels gemaakt voor het hele land. Dat zijn regels over zaken die belangrijk zijn voor alle inwoners van Nederland. DE REGERING De regering maakt plannen voor nieuwe regels en wetten. In de regering zitten het staatshoofd (de koning), de minister-president en alle ministers. De ministers bedenken de nieuwe wetten. De minister-president is de voorzitter van de regering.
6
Tweede Kamerverkiezingen 2021
Koning Willem-Alexander.
De minister-president.
OPDRACHT 6 Wie zitten er in de regering? Wie bedenken nieuwe wetten voor het land? Wie is de voorzitter van de regering? Wie kiest de minister-president?
HET PARLEMENT Het parlement moet de plannen van de regering goedkeuren. Het parlement bestaat uit 2 groepen: 1. Eerste Kamer 2. Tweede Kamer
7
Het parlement overlegt op het Binnenhof in Den Haag. DE TWEEDE KAMER De Tweede Kamer heeft 150 leden. De Tweede Kamer is het belangrijkst. Het is de baas. Het kan de regering ontslaan. De leden van de Tweede Kamer controleren alles wat de regering doet. Ze beslissen of de wetten van de regering doorgaan. Soms bedenkt de Tweede Kamer ook zelf een nieuwe wet. TWEEDE KAMERVERKIEZINGEN De Tweede Kamer wordt gekozen door alle Nederlandse kiezers tijdens de Tweede Kamerverkiezingen. De verkiezingen zijn meestal 1 keer in de 4 jaar. Je stemt dan op een persoon van een politieke partij.
8
Tweede Kamerverkiezingen 2021
Krijgt een partij veel stemmen? Dan komen er ook veel mensen van die partij in de Tweede Kamer. Heeft een politieke partij veel stemmen? Dan krijgt de partij veel leden in de Tweede Kamer. Heeft een partij weinig stemmen? Dan krijgt de partij weinig leden in de Tweede Kamer.
17 MAART Op 17 maart stemmen de Nederlanders voor een nieuwe Tweede Kamer. Er doen 37 partijen mee met de verkiezingen.
OPDRACHT 7 Vul de goede woorden in. Kies uit: - Tweede - parlement - regering - Eerste - leden Het parlement moet de plannen van de Het
bestaat uit de
goedkeuren. Kamer en de Tweede
Kamer. De Tweede Kamer heeft 150 Wie kiezen de Tweede Kamer? Hoe vaak kun je kiezen voor de Tweede Kamer?
9
Stem je op een politieke partij of op een persoon? op een politieke partij op een persoon die hoort bij een politieke partij Hoe worden de leden verdeeld in de Tweede Kamer na de verkiezingen?
WAAR STEM JE OP?
Je kunt niet zomaar iemand kiezen. Meestal stem je op iemand van een politieke partij. Een politieke partij is een groep mensen met dezelfde mening. Met dezelfde ideeën over wat er in Nederland moet gebeuren. Iedere partij heeft een partijleider.
OPDRACHT 8 Doe deze opdracht met een klasgenoot. Welke politieke partijen kennen jullie?
10
Stemmen is kiezen voor een persoon.
Tweede Kamerverkiezingen 2021
Welke partijleider hoort erbij? Schrijf dat erachter. 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12.
POLITIEKE PARTIJEN
11
Er zijn veel politieke partijen. Er zijn grote en kleine partijen. Het is lastig om te kiezen op welke partij jij wilt stemmen. Als er verkiezingen komen, maakt iedere politieke partij een plan. Dat is het verkiezingsprogramma. Daarin staan de ideeën van die partij. Om te kijken welke partij goed bij jou past, kun je kijken naar de verkiezingsprogramma’s.
OPDRACHT 9 Zoek op internet een stemwijzer. Vul de stemwijzer in. Welke partij komt bij jou als eerste op de lijst? Past deze partij ook echt goed bij jou? Zijn er klasgenoten die dezelfde partij als eerste hebben staan? ja / nee Dan kunnen jullie samenwerken. Lees de informatie hiernaast van de partij die jullie willen onderzoeken. Wat vindt de partij het allerbelangrijkste?
Vind jij dat ook belangrijk? ja / nee Leg je antwoord uit.
Ben je het eens met de ideeën van deze partij? ja / nee Leg je antwoord uit.
12
Tweede Kamerverkiezingen 2021
13
Wie is de leider van deze partij? Zoek een foto van de leider en plak die hier op.
Zoek op internet een filmpje van de partijleider. Gebruik de zoekwoorden partijleider en de naam van de partij. Wat was het belangrijkste dat je hoorde in het filmpje?
Wil je op deze partij stemmen? ja / nee Leg je antwoord uit.
Wil je toch liever niet op deze partij stemmen? Welke partij wil je dan onderzoeken?
14
Tweede Kamerverkiezingen 2021
STEMMEN HOE DOE JE DAT?
1. JE KRIJGT EEN STEMPAS THUIS Om te mogen stemmen bij verkiezingen heb je een stempas nodig.
Een stempas is een uitnodiging om te gaan stemmen. Je krijgt de stempas met de post.
15
2. KIES EEN POLITIEKE PARTIJ Met de post krijg je ook een kieslijst.
Daar staan de partijen op en de namen van de mensen waarop je kunt stemmen. Je kunt zo thuis al bekijken op wie je wilt stemmen. 3. GA NAAR HET STEMBUREAU Op je stempas staat het stembureau dat het dichtst bij je huis is.
Dat is de plek waar je mag gaan stemmen. Dat kan bijvoorbeeld een buurthuis zijn. Maar je mag ook naar een ander stembureau gaan. De stembureaus sluiten om 9 uur ’s avonds. Neem mee: je stempas, identiteitsbewijs en een mondkapje.
16
Tweede Kamerverkiezingen 2021
Een identiteitsbewijs is je paspoort, identiteitskaart of rijbewijs. 4. LEVER JE STEMPAS IN In het stembureau geef je de stempas en je identiteitsbewijs aan de mensen die achter een tafel zitten. 5. JE KRIJGT EEN STEMBILJET 6. KLEUR 1 VAKJE ROOD Neem het stembiljet mee naar het stemhokje. Stap in een stemhokje en vouw je stembiljet open. Op het stembiljet staan rijen met namen van de personen op wie je kunt stemmen. Boven elke rij staat de naam van de partij.
Zoek de naam van de partij waarop je wilt stemmen. Zoek daaronder de naam van de persoon op wie je wilt stemmen. Maak met het rode potlood het vakje voor de naam rood.
17
7. DOE JE STEMBILJET IN DE STEMBUS Vouw het stembiljet zo op dat niemand kan zien wat je hebt ingevuld. Ga het stemhokje uit. Stop het stembiljet in de stembus.
JE HEBT GESTEMD! Na 9 uur 's avonds worden alle stemmen geteld. Daarna hoor je de uitslag in het nieuws. WAT MAG WEL EN NIET? Alleen Je mag niet met iemand anders in het stemhokje staan. 1 rondje rood Kleur ook maar 1 rondje op het stembiljet. Zet geen pijltjes of cirkels, want dan telt jouw stem niet mee. Als je meer rondjes kleurt, telt jouw stem niet mee. Maak je een fout? Vraag dan een nieuw stembiljet. Dat mag 1 keer. Geen stem Je mag blanco stemmen. Dan maak je geen rondje rood. Jouw stem telt da niet mee voor de uitslag. Geheim Je kiest zelf op wie je stemt. Je hoeft dat aan niemand te vertellen.
18
Tweede Kamerverkiezingen 2021
Corona Doe voordat je gaat stemmen de gezondheids-check. Dat zijn een paar vragen over corona en jouw gezondheid. De check krijg je tegelijk met je stempas. Heb je 1 van de vragen met Ja beantwoord? Dan mag je niet naar het stembureau gaan. Vraag iemand anders om voor jou te stemmen. Machtigen Je kunt aan iemand anders vragen om voor jou te stemmen. Dat heet machtigen.
OPDRACHT 10 Wat is een stempas? Wat staat er op de kieslijst?
Noem drie verschillende identiteitsbewijzen. 1. 2. 3. Waar kun je stemmen?
19
OPDRACHT 11
Lees de tekst. Zoek de goede foto bij de tekst. Schrijf het nummer van de goede foto naast de tekst. Een stembureau is dicht bij je huis. Vaak in een school, bejaardenhuis of buurthuis. Zorg je dat je alle papieren bij je hebt. In het stembureau geef je de stempas en je identiteitsbewijs aan de mensen die achter een tafel zitten. Gebruik alleen het rode potlood. Op het stembiljet staan rijen met namen van de personen op wie je kunt stemmen. Boven elke rij staat de naam van de partij. Vouw in het stemhokje het stembiljet open. Zoek de naam van de partij en de naam van de persoon op wie je wilt stemmen. Maak met het rode potlood het vakje voor de naam rood. Vouw het stembiljet dicht. Ga het stemhokje uit. Stop het stembiljet in de stembus.
20
Tweede Kamerverkiezingen 2021
BEN JIJ KLAAR OM TE STEMMEN? 1. 2. 3. 4. 5.
Op welke partij ga je stemmen? Op welke persoon ga je stemmen? Waar is het stembureau? Controleer je gezondheid Neem mee: stempas, mondkapje, paspoort of rijbewijs of identiteitskaart.
WOORDENLIJST Democratie Een manier waarop je een land kunt besturen. Het volk is de baas. Identiteitsbewijs Officieel bewijs waarmee je kunt laten zien wie jij bent. Een paspoort, identiteitskaart of rijbewijs. Kieslijst Een lijst met alle partijen en de namen van de mensen op wie je kunt stemmen. Minderheid Een deel van een groep met minder leden dan de helft van het totaal. Minister De mensen die de plannen voor de regering bedenken. Minister-president De voorzitter van de regering. Nederlands staatsburger Iemand met de Nederlandse nationaliteit. Overeenstemming bereiken Het met elkaar eens zijn. Politieke partij Een groep mensen met dezelfde mening over wat er in Nederland moet gebeuren. Partijleider De leider van een politieke partij. Regering Het bestuur van een land. Het gaat om de Koning, de minister-president en de ministers samen. Staatshoofd De koning.
21
Stembureau De plek waar je kunt stemmen. Stempas Een persoonlijke uitnodiging om te gaan stemmen. Je moet je stempas ook laten zien op het stembureau. Tweede Kamer De Tweede Kamer bekijkt de plannen van de regering. De Tweede Kamer mag ook zelf plannen maken. Die moeten door de hele Tweede Kamer en de Eerste Kamer goedgekeurd worden. Verkiezingen Het moment waarop je mag stemmen. Verkiezingsprogramma De plannen van een politieke partij.
22
Eindopdracht
HOOFDSTUK 2
Eindopdracht OPDRACHT 1 Organiseer verkiezingen voor de klas.
Voorbereiden Kies bij welke partij jij hoort. Kies voor een partij die echt bestaat. Ik kies de partij: Zoek de andere klasgenoten op die bij dezelfde partij willen horen. Jullie zijn een groep. Leerling 1 = Leerling 2 = Leerling 3 = Leerling 4 = Verkiezingsprogramma Overleg met elkaar: • Wat zijn de belangrijke ideeën (standpunten) van jullie partij? Dat wordt jullie verkiezingsprogramma. Schrijf 5 standpunten op. 1. 2. 3. 4. 5. Bedenk een leus. Daarmee maak je duidelijk wat jullie partij belangrijk vindt.
23
Kieslijst Overleg in welke volgorde jullie namen op het stembiljet komen. Wie komt bovenaan? En waarom? Misschien omdat die persoon de standpunten van jullie partij heel goed kan uitleggen? Schrijf de volgorde van de namen op een apart blad. Zet alle namen op het stembiljet. Poster Maak een poster. Gebruik op de poster jullie leus. En een foto van degene die boven aan de kieslijst staat. Poster maken Een poster is een korte presentatie. Een poster moet een duidelijk beeld geven van een onderwerp. • Maak in een paar regels duidelijk waar het over gaat. De poster mag niet te veel tekst hebben. • Geef de poster een titel. • Zorg voor een overzichtelijke opbouw van de tekst. • Gebruik afbeeldingen (foto’s en/of tekeningen). • Let erop dat de afbeeldingen goed bij de tekst passen. • De poster moet op een afstand nog goed leesbaar zijn. • Zorg dus voor duidelijke letters en afbeeldingen.
24
Eindopdracht
Bespreek samen wat jullie belangrijk vinden op de poster.
Toespraak Schrijf samen een toespraak. De persoon die bovenaan op de kieslijst staat gaat de toespraak straks houden. De toespraak moet kort zijn: 1 minuut. Maar in de toespraak moeten wel jullie belangrijkste standpunten zitten. Oefen de toespraak. Taken verdelen Overleg met de klas. Verdeel de taken: Stemcommissie 2 leerlingen controleren straks bij de verkiezingen controleren of alles eerlijk gaat. Zij zijn de stemcommissie. Zij tellen de stemmen en maken de uitslag bekend. Deze personen mogen straks niet zelf stemmen. Stempassen maken Iedere leerling moet een stempas krijgen met zijn of haar naam erop. Behalve de 2 leerlingen uit de stemcommissie. Hoeveel stempassen hebben jullie nodig? Zorg ervoor dat: • er een stembiljet is voor iedere stemmer • alle partijen goed op het stembiljet staan • alle namen van de leden van de partij in de goede volgorde onder de partij staan • voor iedere naam moet een hokje staan dat de kiezer rood kan maken. Stemhokje maken Zorg ervoor dat iedereen straks kan stemmen zonder dat anderen kunnen meekijken. Dat hoort bij eerlijke verkiezingen. Vergeet het rode potlood niet. Stembus maken Alle stembiljetten moeten in de stembus passen. Niemand moet kunnen zien op welke partij een andere kiezer stemde.
25
Uitvoeren Maak de stempassen, het stemhokje en de stembus. Campagne: eerste ronde Voer campagne. Hang alle posters van jullie partijen op. Zorg dat je ze goed kunt zien. Loop allemaal rond in de ruimte. De leden van de stemcommissie doen niet mee. Zoek iemand op van een andere partij dan jouw partij. Jullie krijgen elk 1 minuut om elkaar te overtuigen dat de ander op jou of op jouw partij moet stemmen. Na 1 minuut gaat er een bel. Zoek weer iemand anders op. Er zijn 5 rondes. Je kunt je verhaal dus aan 5 mensen vertellen. En jij luistert naar 5 mensen. Campagne: tweede ronde Nu zijn de lijsttrekkers aan de beurt. Iedere lijsttrekker krijgt 1 minuut om te vertellen waarom zijn/haar partij de beste is. Probeer de luisteraars te overtuigen. Gebruik jullie poster en leus. Stemmen Nu gaan jullie stemmen. Bedenk op wie je gaat stemmen. Je kunt op je eigen partij stemmen, maar ook op een andere partij. Je kunt op de lijsttrekker stemmen, maar ook op ieder ander van die partij. Jij bepaalt zelf op wie je stemt. Houd je aan de regels: • Stem alleen. • Vertel niet op wie je gestemd hebt. • Stem niet op jezelf. Bij echte verkiezingen mag iemand wel op zichzelf stemmen. Maar bij deze verkiezingen doen we dat niet. Als iedereen dat doet, worden deze verkiezingen niks. De stemcommissie deelt de stempassen uit. Iedereen komt om de beurt naar de stemcommissie toe. Je levert je stempas in. Je krijgt van de stemcommissie een stembiljet. Je stemt in het stemhokje. Je doet je stembiljet in de stembus. Vouw het stembiljet zo dicht, dat niemand kan zien op wie je gestemd hebt. De stemcommissie controleert of alles eerlijk en volgens de regels gaat.
26
Eindopdracht
De uitslag Als iedereen gestemd heeft, gaat de stemcommissie de stemmen tellen. Schrijf op wie stemmen hebben gekregen. En hoeveel stemmen die mensen gekregen hebben. De stemcommissie maakt de uitslag bekend. Bedank de kiezers Wie is de winnaar van deze verkiezingen? Hij/zij houdt een korte toespraak om de kiezers te bedanken.
Terugkijken Welke taak/ taken heb jij gedaan? Ik stond op de kieslijst van mijn partij. Ik heb meegewerkt aan de toespraak voor de lijsttrekker. Ik was lid van de stemcommissie. Ik heb stempassen gemaakt. Ik heb het stemhokje gemaakt. Ik heb de kieslijst gemaakt. Ik heb voor een stembus gezorgd. Ik heb campagne gevoerd. Ik heb een toespraak gehouden. Ik heb gestemd. Ik was de winnaar van de verkiezingen. Ben je tevreden over de manier waarop jij jouw taak/taken hebt gedaan? ja / nee Leg je antwoord uit.
In deze opdracht moest je samenwerken. Bedenk hoe jij de tabel invult voor jezelf. Bespreek dat met je klasgenoot of docent. Vraag hen ook om tops en tips. Vul daarna de tabel in.
Ik houd me aan mijn afspraken. Ik draag bij aan een goede sfeer in de groep. Ik heb respect voor de mening van anderen. Ik doe mee met de groep. Ook als ik iets niet zo leuk vind. We verdelen samen de taken.
27
Tops:
Tips:
Beoordeling docent:
28