Succesvol de tweede klas door
Zó
![]()
Zó
© 2020 Staal & Roeland BV, Groningen, The Netherlands
Derde druk, 2023
Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets van deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opname of enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
All rights reserved. No part of this publication may be reproduced, stored in a retrieval system, or transmitted, in any form or by any means, electronic, mechanical, recording or otherwise without prior written permission of the publisher.
Bureauredactie
Charlotte Journée, Nijmegen
Ontwerp omslag en binnenwerk
René van der Vooren, Amsterdam
Opmaak
Marjan Landman, Amsterdam
Beeldinkoop
Imago Mediabuilders, Amersfoort
Druk & Afwerking Wilco, Amersfoort
www.staal-roeland.nl isbn 978 90 8302 960 3
Zó leer je! is een OMZA-gecertificeerde methode en besteedt aandacht aan vier gedragsindicatoren die van belang zijn voor de persoonsvorming:
O Organisatie
M Meedoen
Z Zelfvertrouwen
A Autonomie
Voor meer informatie over de OMZA-systematiek, zie www.docentplus.nl.
Auteurs
Mariska Jeuring, Jacqui Bolt, Nicole Bus & Jacqueline de Kok
Redactie
Monique van der Hulst
ga je taakgericht aan de slag als je samenwerkt 70
17 Zo blijf je vrienden 76
18 Zo zorg je voor een goede sfeer in de klas 80
19 Zo ga je om met vooroordelen 84
20 Zo los je een ruzie op 88
21 Zo ga je om met negatieve gedachten over jezelf 92
22 Zo doe je dingen die je niet goed durft 96
23 Zo blijf je jezelf in een groep 100
24 Zo verbeter je de teamspirit als je samenwerkt 104
25 Zo leer je van je fouten 110
26 Zo benut je kansen 114
27 Zo help je iemand met wie het niet goed gaat 118
28 Zo ontdek je waar je goed in bent 122
29 Zo los je het op als je niet zo goed in bent in een vak 126
30 Zo ontdek je wat je leuk en belangrijk vindt 130
31 Zo maak je keuzes op school 134
32 Zo neem je het initiatief en inspireer je anderen als je samenwerkt 138
Op school moet je regelmatig aantekeningen of notities maken.
Aantekeningen maak je als je docent iets uitlegt voor een werkstuk, verslag of presentatie. Notities zijn korte aantekeningen over dingen die je niet moet vergeten, bijvoorbeeld dat je de volgende les een boek moet meenemen. Je denkt misschien ‘Dat onthoud ik wel’, maar dat gaat vaak fout! Schrijf dit soort dingen dus altijd op.
Doel ] Je leert hoe je op een efficiënte manier aantekeningen en notities maakt.
1 2
In welke situaties op school maak jij weleens aantekeningen of notities?
Altijd Vaak Soms Nooit
De docent legt iets uit. y y y y
Er staat iets op het bord wat ik moet overnemen in mijn schrift. y y y y
De docent geeft een toelichting op een huiswerkopdracht. y y y y
Bij een groepsopdracht maken we afspraken. y y y y
Ik bereid me voor op een werkstuk, verslag of presentatie. y y y y
Andere situatie, namelijk x y y y y
Maak jij weleens geen aantekeningen of notities, terwijl je dat beter wel zou kunnen doen?
y Ja, dat komt doordat x
y Nee, ik schrijf altijd alles op.
Als je op een goede manier aantekeningen en notities maakt, onthoud je beter wat je moet doen, wat je moet leren en wat de afspraken zijn. Je kunt dan ook makkelijker je geheugen opfrissen én overzicht houden.
Bedenk wanneer het handig is om iets op te schrijven
De docent geeft in de les weleens aan dat je iets moet opschrijven. Maar soms moet je ook zelf bedenken dat dit handig is. Bijvoorbeeld als je een werkstuk maakt, iemand interviewt of informatie moet onthouden voor een presentatie.
Schrijf je aantekeningen op papier
Je kunt je aantekeningen het best op papier, in een schrift of in een agenda maken. Schrijf je notities op vaste plaatsen, zodat je ze makkelijk terug kunt vinden. Uit onderzoek blijkt dat als je iets opschrijft je het beter onthoudt dan wanneer je het intypt op een laptop of een telefoon.
Noteer alleen de belangrijkste informatie
Luister goed als je opschrijft wat een ander zegt. Denk er goed over na wat belangrijk is en wat de hoofdzaken zijn en begin daarna meteen met schrijven. Sla regels over zodat je later eventueel nog informatie kunt toevoegen.
Gebruik korte zinnen, afkortingen, tekens en symbolen
Zet een titel boven je notities en noteer de datum. Laat overbodige woorden zoals lidwoorden en bijvoeglijke naamwoorden weg.
x Gebruik nummers, streepjes, pijlen, uitroeptekens en dergelijke.
x Onderstreep belangrijke woorden.
x Gebruik eventueel verschillende kleuren of arceerstiften om notities beter te laten opvallen.
x Schrijf leesbaar, zodat je je eigen notities begrijpt.
Check of je de aantekening of notitie begrijpt Als je iets moet overschrijven van het digibord en het niet duidelijk is, vraag dan om meer uitleg. Vul aantekeningen eventueel aan, zodat je later ook snapt wat er wordt bedoeld.
Beoordeel de aantekeningen en notities die je bij een willekeurig vak gemaakt hebt. Kijk daarvoor in je schrift, notitieblok, op je laptop, tablet of telefoon.
Altijd Vaak Soms Nooit
Ik maak aantekeningen en notities wanneer dat handig is. y y y y
Ik weet precies waar ik mijn aantekeningen kan vinden. y y y y
Ik noteer alleen de belangrijkste informatie. y y y y
Ik houd voldoende ruimte open om later iets te kunnen toevoegen. y y y y
Ik zet een titel en datum boven mijn aantekeningen en notities. y y y y
Ik gebruik afkortingen, tekens en symbolen. y y y y
Ik schrijf goed leesbaar. y y y y
Ik vraag om uitleg om duidelijke aantekeningen te kunnen maken. y y y y
Werk in tweetallen. Laat jullie aantekeningen en notities aan elkaar zien. Wat vind je goed aan de aantekeningen of notities van je klasgenoot?
Wat kan je klasgenoot nog verbeteren? Geef minimaal twee tips
Bespreek vraag 3 en 4 met de klas en wissel tips uit. Noteer de tips waar jij zelf wat aan kunt hebben.
Kijk naar je antwoorden op de vragen hiervoor. Beantwoord daarna de vragen bij Vooruitkijken op de bladzijde hiernaast. Tijdens de volgende les vul je Terugkijken in.
Datum x
Let de komende week goed op de manier waarop jij aantekeningen en notities maakt in verschillende situaties. Waar ga je extra aandacht aan besteden?
y van tevoren bedenken of het handig is om aantekeningen of notities te maken y de aantekeningen of notities op een vaste plek in je schrift of agenda maken, zodat je ze gemakkelijk terug kunt vinden y de aantekeningen of notities op papier schrijven in plaats van ze in te typen op een laptop, tablet of telefoon y alleen de hoofdzaken noteren y korte zinnen, afkortingen, kleuren en tekens gebruiken y leesbaar schrijven
y de docent of een klasgenoot om uitleg vragen als ik iets niet snap of als het te snel gaat y anders, namelijk x
Beoordeel de manier waarop jij de afgelopen week notities hebt gemaakt.
Wat ging goed? x
Wat kan nog beter? x
Wat wil je anders gaan aanpakken? x
Hoe wil je dat anders gaan aanpakken? x
Voor allerlei schoolopdrachten maak je nieuwe bestanden aan. Het is belangrijk dat je deze bestanden op een efficiënte manier ordent en opslaat, zodat je ze snel weer kunt vinden. Daar moet je een logisch systeem voor bedenken. Hoe beter je je bestanden ordent en opslaat, hoe kleiner de kans dat je iets kwijtraakt!
Doel ] Je leert hoe je op een efficiënte manier je bestanden ordent.
Heb jij vorig schooljaar één of meer presentaties, werkstukken of verslagen gemaakt?
Zo ja, voor welk schoolvak?
y Nederlands y biologie
y Engels y nask
y Duits y wiskunde
y Frans y maatschappijleer / godsdienst y aardrijkskunde y tekenen / handvaardigheid y geschiedenis y een ander vak, namelijk x
Op welke manier sla jij je bestanden op?
Kruis één of meer van de volgende antwoordmogelijkheden aan.
y Ik heb een indeling in mappen gemaakt en ik sla elk document op in de juiste map.
y Ik heb geen indeling in mappen gemaakt en klik gewoon op ‘bewaren’.
y Ik geef het document een handige naam, zodat ik het goed terug kan vinden.
y Ik sla het document op zonder het een handige naam te geven.
y Ik geef in de bestandsnaam aan welke versie van het document het is.
y Anders, namelijk x
Bespreek vraag 2 met de klas. Komt het weleens voor dat jullie bestanden waarin je gewerkt hebt niet (goed) terug kunnen vinden? Hoe komt dat? x
Voor school moet je regelmatig presentaties, werkstukken of verslagen maken. Dat doe je bijvoorbeeld op een laptop, chromebook of tablet. Als je je digitale bestanden op een slimme manier ordent, vind je alles gemakkelijk terug.
Maak een indeling in mappen die voor jou werkt
Maak bijvoorbeeld in de map ‘Documenten’ eerst een map ‘Schooljaar 2’. Maak in die map vervolgens mappen voor alle schoolvakken die je hebt. Krijg je bij een vak veel opdrachten of een opdracht waarbij je veel bestanden moet gebruiken, maak dan submappen, zoals ‘foto’s-opdracht-familie’, of ‘songteksten-Engels’.
Geef je bestanden een handige naam Gebruik belangrijke gegevens en bijvoorbeeld een datum in de bestandsnaam: Ned-recensie-Boy7-v1 = recensie die je hebt geschreven voor Nederlands over het boek Boy7. Het is de eerste versie, dus v1. Als je de recensie verbetert, sla je de nieuwe versie op als Ned-recensie-Boy7-v2. 20XX-5-19-Verslag-Rijksmuseum-v1 = eerste versie van een verslag van je bezoek aan het Rijksmuseum op 19 mei 20XX.
‘LAAT JE NIET
MISLEIDEN DOOR HET
OPGERUIMDE BUREAU.
IK HEB ECHT
GEEN FLAUW IDEE
WAAR MIJN BESTANDEN ZIJN.’

Sla je bestanden altijd meteen op in de goede map
Sla je bestanden meteen op in de goede map, ook als je bestanden downloadt. Sla een document ook tussentijds op terwijl je werkt. Zo voorkom je dat je alles kwijtraakt als je computer opeens crasht.
Houd het overzichtelijk
Verwijder oude bestanden of oude versies die je niet meer nodig hebt. Maak niet te veel mappen aan, maar bedenk een systeem dat voor jou goed werkt.
Bewaar bestanden in de cloud
Je kunt hiervoor bijvoorbeeld Google Drive, Dropbox of OneDrive gebruiken. Dat heeft drie voordelen:
x Je kunt nu ook op andere apparaten bij je documenten.
x Als je computer crasht, ben je je documenten niet kwijt.
x Bij een groepsopdracht kunnen jullie in dezelfde documenten werken zonder dat jullie bij elkaar hoeven te zijn.
Werk bij vraag 4 tot en met 6 in tweetallen. Wat zou een geschikte indeling in mappen kunnen zijn voor de opdrachten die jullie nu hebben? Denk aan het schooljaar, de vakken die je hebt, enzovoort.
Maken jullie weleens gebruik van de cloud?
y Ja, want x
y Nee, want x
Onder welke naam zouden jullie de volgende bestanden opslaan? Denk bij het geven van een naam aan het vak, de activiteit, de belangrijke gegevens, de datum, de versie enzovoort.
x Een werkstuk over de schilder Picasso voor het vak tekenen. Het is de versie die je uiteindelijk inlevert bij je tekendocent.
Bespreek de antwoorden op vraag 4 tot en met 6 met de klas aan de hand van de volgende vragen:
x Hoe houd je de indeling van je mappen simpel, maar toch overzichtelijk?
x Wat moet vermeld staan in de naam van een document en wat is overbodige informatie?
x Wat zijn de voor- en nadelen van het opslaan van documenten in de cloud?
Wissel tips uit. Noteer de tips waar jij zelf wat aan kunt hebben.
x Een verslag van een bezoek aan Schiermonnikoog in het kader van een project van het vak biologie over de Waddeneilanden. Je bent met een gids het wad op geweest. Het is je eerste poging om er een verslag van te maken.
Kijk naar je antwoorden op de vragen hiervoor. Beantwoord daarna de vragen bij Vooruitkijken op de bladzijde hiernaast. Tijdens de volgende les vul je Terugkijken in.
Opruimen –Het lijkt simpel
En dat is het ook – loesje
Datum x
Bekijk jouw mappenindeling op de computer. Werkt jouw manier om je bestanden te ordenen goed? Wat zou je eventueel kunnen verbeteren?
y de indeling van de mappen
y meer gebruikmaken van submappen
y aan de naam van het document kunnen zien voor welk vak het is y aan de naam van het document kunnen zien wat de inhoud is y aan de naam van het document kunnen zien wat de versie is y vaker tussentijds opslaan
y bestanden meteen in de goede map opslaan y bestanden weggooien die ik toch niet meer gebruik y bestanden opslaan in de cloud y anders, namelijk x
Beoordeel de manier waarop jij je bestanden de afgelopen week hebt geordend.
Wat ging goed? x
Wat kan nog beter? x
Wat wil je anders gaan aanpakken? x
Hoe wil je dat anders gaan aanpakken? x
Op een schooldag moet je aan van alles denken: een opdracht, brief, formulier of boek meenemen naar school of juist naar huis, een klasgenoot een e-mail sturen of iets aan je mentor vragen. Je moet je huissleutels meenemen en natuurlijk je telefoon. Het is heel vervelend en het kan een hoop gedoe opleveren als je vergeet iets te doen of iets mee te nemen.
Doel ] Je leert hoe je ervoor zorgt dat je je spullen bij je hebt en je afspraken niet vergeet.
1 2
Wat vergeet jij weleens?
Nooit Soms Vaak
Schoolspullen, zoals mijn agenda, rekenmachine, etui y y y
Brieven, formulieren of opdrachten die ik moet inleveren y y y
Leerboeken en schriften voor een bepaald vak y y y
Mijn sportkleren y y y
Mijn huissleutels y y y
Mijn telefoon y y y
Een mailtje sturen naar een klasgenoot of mijn mentor y y y
Een afspraak met een klasgenoot of een docent y y y
Hoe komt het dat je weleens spullen of afspraken vergeet? x
Hoe kun je ervoor zorgen dat je je spullen bij je hebt en je afspraken
niet vergeet? Maak gebruik van handige tips, trucs en techniekjes om jezelf hieraan te herinneren.
Kom meteen in actie
Wil je niet vergeten iets te doen? Doe het meteen als je eraan denkt. Mag je niet vergeten iets mee te nemen? Stop het meteen in je tas. Dan heb je het geregeld en hoef je er niet meer aan te denken.
Zet het in je agenda
Schrijf in je agenda wat je moet meenemen, vragen, e-mailen, enzovoort. Noteer het op de juiste dag en eventueel op andere plekken in je agenda waar je zeker zult kijken.
Leg papieren op handige plekken
Het is belangrijk dat je formulieren, brieven en opdrachten op het juiste moment afgeeft of inlevert. Stop deze papieren ergens in een boek, in een schrift of in je tas waar je ze zeker tegenkomt.
Stel een alarm in op je telefoon
Kom als het alarm afgaat meteen in actie, zodat je het niet toch vergeet.

Gebruik post-its of schrijf het op je hand
Schrijf op een post-it wat je niet wilt vergeten. Plak het papiertje dan op een opvallende plek, zoals op de koelkast of op je fietszadel. Een uitroepteken of woord op je hand kan je ook helpen aan iets te denken.
Vraag een ander je te helpen onthouden
Vraag je ouders, broer, zus of een vriend(in) je eraan te herinneren dat je nog iets moet doen.
Ontwikkel een vaste routine
Controleer altijd voor je naar school of naar huis gaat: Heb ik mijn etui, rekenmachine, agenda, leerboeken? Zitten mijn sleutels, portemonnee en telefoon in de tas? Moet ik nog wat uit mijn kluisje meenemen? Misschien zijn je ouders gescheiden en woon je in twee huizen. Dan zijn een vaste routine en een paar dagen vooruitdenken extra belangrijk!
Denk terug aan situaties vorig jaar waarin jij vergeten was bepaalde dingen mee te nemen.
Beschrijf een situatie waarin je ook duidelijk last had van de gevolgen.
Dit was de situatie x
Dit was ik vergeten mee te nemen of in te leveren x
Werk in tweetallen en kijk naar de situaties die jullie bij vraag 3 en 4 hebben beschreven. Wat kunnen jullie doen om dit soort situaties (en de vervelende gevolgen daarvan) in de toekomst te voorkomen? Noteer voor beide situaties een of twee tips. x
Dit was het gevolg x
Doe hetzelfde voor een afspraak die je bent vergeten. Denk aan een situatie waarin het heel vervelend was dat je de afspraak vergat.
Dit was de situatie x
Deze afspraak was ik vergeten x
Wat zou je ervan kunnen weerhouden om de tips die je hebt genoteerd bij vraag 5 te gebruiken? Met andere woorden: wat zijn valkuilen voor jou?
Kijk naar je antwoorden op de vragen hiervoor. Beantwoord daarna de vragen bij Vooruitkijken op de bladzijde hiernaast. Tijdens de volgende les vul je Terugkijken in.
Dit was het gevolg x
Alleen de afspraken die ik wens te vergeten noteer ik in mijn agenda. mik van den bossche (vlaams journalist, 1925-2018)
Datum x
Bedenk wat je de komende week allemaal moet doen en, vooral, wat je niet mag vergeten. Moet je een opdracht inleveren? Een formulier invullen? Heb je een afspraak met een docent op school?
Noteer kort de twee belangrijkste dingen die je niet mag vergeten en hoe je ervoor kunt zorgen dat je eraan denkt.
x 1
x 2
Heb je de afgelopen week nagedacht over het meenemen van spullen en het niet vergeten van je afspraken?
y ja y nee
Heb je je kunnen houden aan de voornemens die je hiervoor hebt opgeschreven?
y ja
y nee
Noteer hoe het is gegaan met de twee dingen die je hierboven hebt genoteerd. Heb je eraan gedacht?
x 1
x 2
www.staal-roeland.nl / zoleerje