Skip to main content

Voorbeeldkatern opdrachtenboek VMBO bovenbouw

Page 1

VOORBEELDKATERN

FORUM OPDRACHTEN

3 /4

VMBO–KGT


Nieuw! FORUM Geschiedenis voor vmbo bovenbouw v Thema’s De lesmethode voor vmbo bovenbouw bestaat uit vier boeken: een leerboek en opdrachtenboek voor leerjaar 3  / 4 en een leerboek en opdrachtenboek voor leerjaar 4. De hoofdstukken van de boeken corresponderen met de voorgeschreven thema’s uit het school- en eindexamen. v Tekst en afbeeldingen geïntegreerd De leerteksten bestaan uit korte genummerde stukken die elk bij een afbeelding horen met hetzelfde nummer. Samenhang tussen tekst en beeld vergroot de toegankelijkheid en leerbaarheid van een tekst, zo blijkt uit onderzoek. Elk stukje tekst en afbeelding is gekoppeld aan een leerdoel. v Taal Het taalgebruik maakt de teksten maximaal toegankelijk door het vermijden van lange zinnen en onnodig ingewikkelde formuleringen. Leerlingen worden in hun eigen taal aangesproken, waardoor zij zich de historische werkelijkheid goed kunnen voorstellen. v Doorgaande leerlijn Leerlingen die overstappen van vmbo-t  / havo naar bovenbouw vmbo herkennen de structuur en de wijze waarop ze zelfstandig kunnen werken. Daar waar het functioneel is worden er relaties gelegd met de leerstof uit de tijdvakken in de onderbouwboeken. In beide leerboeken zit een apart A-deel waarin onder andere historische denkwijzen worden uitgelegd en waar in het CE-deel vooral aanwijzingen worden gegeven voor hoe je je op het examen moet voorbereiden.

v Digitaal Naast de boeken kunnen leerlingen per hoofdstuk digitale opdrachten maken. Deze opdrachten sluiten aan bij de kern van het hoofdstuk en zijn handig ter voorbereiding op een proefwerk. Ook zijn er uitlegvideo’s die leerlingen kunnen gebruiken om de leerstof beter te begrijpen. Per thema zijn toetsen gemaakt en deze zijn gratis beschikbaar. v Leerdoelen en RTTI De leerdoelen staan aan het eind van elk thema op een rij zodat leerlingen kunnen checken of ze de leerstof kennen. Alle opdrachten en toetsen zijn RTTI-gelabeld.

v FORUM Geschiedenis leerboek vmbo-kgt 3/4

isbn 978 94 6442 147 7 — beschikbaar 01.03.2024 v FORUM Geschiedenis opdrachtenboek vmbo-kgt 3  /4

isbn 978 94 6442 148 4 — beschikbaar 01.04.2024 v FORUM Geschiedenis leerboek vmbo-kgt 4

isbn 978 94 6442 149 1 — beschikbaar 15.07.2024 v FORUM Geschiedenis opdrachtenboek vmbo-kgt 4 isbn 978 94 6442 150 7 — beschikbaar 01.09.2024 v FORUM Geschiedenis onderbouw + bovenbouw

licentie aanvullend isbn 978 94 6442 038 8 — leverbaar v FORUM Geschiedenis onderbouw + bovenbouw volledig digitaal isbn 978 94 6442 039 5 — leverbaar

Wilt u het complete thema bekijken? Het thema uitproberen in de klas? Voor meer informatie kunt u contact opnemen met onze educatief adviseurs. boomvoortgezetonderwijs.nl / forum-geschiedenis


Inhoud Opdrachtenboek vmbo-kgt 3 /4

1

Indonesië & Nederland Verwerkingsopdrachten Vaardigheden Toepassingsopdrachten Bronnen Samenvatting

2

Nederland van boerenland naar industrieland

3

Sociale zekerheid en verzorgingsstaat in Nederland

4

Culturele veranderingen in Nederland na 1945

5

De Koude Oorlog in Duitsland

6

Israëliërs & Palestijnen

7

Gezondheid & ziekte

Naslag

in dit katern


1

Indonesië & Nederland Inleiding

Leerboek, p. 8 – 9

1

A

a Hoe lang duurde de tijd waarin er Neder­landers in Indonesië zijn geweest? t 1 b Nederlanders zijn veel rijker dan Indonesiërs. Stel dat een Nederlander 1500 euro per maand verdient, hoeveel verdient een Indonesiër dan? t 1

2

Gebruik de kaart in het leerboek, een liniaal en een digitale atlas a Bereken de afstand van het westelijkste punt in Indonesië tot het oostelijkste punt? t 1 b Als je vanaf Amsterdam zo ver naar het oosten gaat, waar kom je dan uit? t 1

4

Leerboek, afbeelding 2 en 3 Hoe kun je zien dat in Indonesië in de tijd van hindoeïsme en boeddhisme een ontwikkelde cultuur bestond? t 2

5

a Wat is een rijk? r b Noem twee voorbeelden van rijken in Indonesië. r

6

Noem een verschil tussen de verspreiding van de islam en de verspreiding van eerdere godsdiensten. t 1.

7

Leg uit welke Indonesiërs animistisch bleven. t 1

8

Leerboek, afbeelding 4 Op deze afbeelding zie je de oudste moskee van Indonesië. Wanneer zal die ongeveer gebouwd zijn? Kies uit: t 2 A Omstreeks 1300. B Omstreeks 1500. C Omstreeks 1700.

Volken en vorsten Leerboek, p. 10 –11

v

Verwerking

1

a Leg uit waarom afbeelding 1 goed bij tekstblok 1 past. t 1 b Leg uit waarom afbeelding 1 ook minder goed bij tekstblok 1 past. t 1

2

3

8

In Indonesië waren veel horige boeren. Wat voor boeren waren dat? r A Boeren die slaaf waren van grootgrond­ bezitters. B Boeren die zelf slaven in dienst hadden om het land te bewerken. C Boeren die werkten op het land van de grootgrondbezitters. D Boeren die edelen moesten helpen het land te verdedigen.

Gebruik ook tekst 4 Noem vier godsdiensten in Indonesië in de juiste tijdsvolgorde. t 1


9

Kies één woord dat niet bij de andere drie woorden past. t 2 vorst | islam | boeddhisme | sultan

v

Toepassing

10 Gebruik bron 1 Wat kun je aan deze bron zien over de economie van het Srivijaya-rijk? t 2

Bron 1 afbeelding 1 Tussen 750 en 850 n. C. werd in Indonesië de grote tempel Boroboedoer gebouwd. Er staan veel afbeeldingen op. Dat zijn in steen uit­gehakte reliëfs. Eén daarvan is deze afbeelding.

1

9


1

Indonesië & Nederland

B

Europeanen arriveren in Indonesië Leerboek, p. 12 – 13

v

Verwerking

1

Leerboek, afbeelding 5 Op deze schoolplaat uit 1925 is Cornelis de Houtman beleefd groetend afgebeeld. Klopt dat met de werkelijkheid? Leg je antwoord uit. t 1

2

5

De reis van De Houtman was niet zo’n succes. a Wat was daarvan een oorzaak? r b Toch had de reis belangrijk gevolgen. Leg uit welke. t 1

De VOC gedroeg zich net als de Indonesische vorsten. Welke drie zinnen passen daarbij? t 1 A De VOC had factorijen. B De VOC voerde oorlog om haar macht uit te breiden. C De VOC had horigen en slaven in dienst. D De VOC had een gouverneur-generaal om het handelsgebied te besturen. E De VOC sloot handelsverdragen met vorsten.

6

3 a Waarom stichtte Jan Pieterszoon Coen Batavia? r b Hoe stichtte Jan Pieterszoon Coen Batavia? r

Kijk goed naar de jaartallen bij Trunajaya en Amangkurat II. In welke jaren moet de oorlog dus geweest zijn? Leg je antwoord uit. t 1

7

Leerboek, afbeelding 7 a Welke personen op de afbeelding zijn duidelijk Nederlanders? Geef het aan door de personen vanaf rechts te tellen: de zoveelste en zoveelste van rechts. t 1 b Hoe is te zien dat de Nederlanders in hun oorlogen met Indonesische strijders samenwerkten? t 2

4

afbeelding 2 Leg uit hoe het handelscentrum Batavia werkte. Besteed óók aandacht aan de brede pijl onderaan. t 2

sumatra

kalimantan sulawesi

Palembang

Makassar Jakarta Bandung

2

10

java Trowulan

maluku papua


8 a Bedenk waarom het voordelig kon zijn voor de Indonesiërs als Nederlanders onderling tegen elkaar concurreerden. i b Bedenk of het alleenrecht van de VOC betekende dat de Nederlanders nu helemaal geen concurrenten meer hadden. Leg je antwoord uit. i

v

9

Toepassing Gebruik bron 2 a Met welke bedoeling heeft Cnoll dit schilderij waarschijnlijk laten maken? t 1 b Noem twee dingen die je uit dit schilderij kunt opmaken over de manier waarop Nederlanders omgingen met de inheemse bevolking van Indonesië. t 1 c De mannelijke bediende is Surapati. Hij was afkomstig van het eiland Bali en op jonge leeftijd door Chinezen of Arabieren in Batavia als slaaf verkocht. Omstreeks 1678 ontsnapte hij uit de slavernij. Daarna vocht hij met een leger tegen de VOC. Tussen 1690 en 1706 was

hij vorst van een vorstendom op Oost-Java. Daar had hij talloze slaven in dienst. Leg uit wat je hieruit kunt opmaken over slavernij in Indonesië. t 2 d Wat is juist: iemand als Cnoll gedroeg zich heel anders dan   /   ongeveer hetzelfde als edelen en vorsten in Indonesië. Leg je keuze uit. t 2

Bron 2 afbeelding 3 Dit is een schilderij van VOC-opperkoopman Pieter Cnoll, zijn vrouw Cornelia en zijn ­dochters. Het schilderij is in 1655 gemaakt door Jacob Coeman. De vrouw was dochter van een Nederlandse vader en een Japanse moeder. Die moeder was iemand die voor geld seks had met Europeanen. Iemand als Cnoll kon in korte tijd schatrijk worden. Het portret laat die rijkdom zien. De kleding is verrijkt met de kostbaarste juwelen. Op de achtergrond rechts staan twee van hun vijftig slaaf-bedienden.

3

11


1

Indonesië & Nederland

C

De Banda-eilanden en de Makassar-oorlog Leerboek, p. 14 –15

v

Verwerking

1

a Leg uit waarom de VOC liever geen oorlog voerde. t 1 b Noem twee redenen waarom de VOC toch oorlog voerde. t 2

2

Leerboek, afbeelding 8 Leg uit waarom Coen dacht dat hij gemakkelijk de baas kon worden in Banda. t 1

3

Leg uit waarom het in het belang van de Bandanezen was om niet alleen aan de Nederlanders te leveren. t 2

4

Leerboek, afbeelding 9 Bedenk waarom Coen de hoofdmannen openlijk liet afslachten. i

5

Waarom schrokken de VOC-bazen van de moord­partij op Banda: omdat ze het veel te wreed en onmenselijk vonden, of omdat ze bang waren voor hun handel? Leg je antwoord uit. t 2

6

Gebruik de kaart op bladzijde 23 Leg uit waarom de VOC veel last kon hebben van Makassar. t 2

12

7

Wat wilde de sultan van Makassar de Neder­ landers duidelijk maken? Kies uit: t 1 A ‘Ik heb het monopolie op de handel met de Molukken.’ B ‘Niemand heeft het alleenrecht op de handel met de Molukken.’ C ‘Als u mijn handel bedreigt, dan zullen mijn oorlogsschepen uw vloot vernietigen.’

8

Leerboek, afbeelding 10 a Deze afbeelding van de Makassar-oorlog is gemaakt door een Nederlander in de 17de eeuw. Bovenaan de prent links en rechts staan de ‘helden’ van de oorlog: de Neder­ lander Cornelis Speelman en prins Palakka. Leg uit waarom deze twee erop staan. t 2 b Bedenk waarom Hasanuddin er niet op staat. i

9

Welke zin vind je een goede conclusie van deze paragraaf? Leg je antwoord uit. t 2 A De VOC was heer en meester in het gebied van de Indonesische eilanden. B Zonder bondgenoten had de VOC in dit gebied nooit zo machtig kunnen worden.


v

Toepassing

10 Gebruik bron 3 en 4 a Over welk onderwerp gaan deze bronnen? t 1 b Hebben de twee schrijvers ongeveer dezelfde mening over de gebeurtenis? Leg je antwoord uit. t 2 c Er zijn mensen die zeggen dat Coen wel hard optrad, maar dat dat in zijn tijd normaal was. Ben je het daarmee eens nadat je de bronnen hebt gelezen? Leg je antwoord uit. i

Bron 3 Aert Gijssels was commandant van een VOC-schip. Hij was erbij toen op de Banda-eilanden op 8 mei 1621 vieren­ veertig hoofdmannen ­werden onthoofd. Gijssels schreef in 1622 een verslag over wat hij in Indonesië had mee­gemaakt. Daar staat in:

Bron 4 Verslag van een onbekende Nederlandse ooggetuige van de slachtpartij op Banda, geschreven in 1622. Er staat in: ‘Toen de hoofdmannen werden gedood, heeft het zo verschrikkelijk hard geregend, dat iedereen er versteld van stond. De hoofden en in vieren gehakte lichamen van de gedode hoofdmannen werden op bamboestaken tentoongesteld. Zo zijn deze mannen overleden. God weet of dit wel rechtvaardig was. En dan zeggen wij dat we christenen zijn! Wij gingen allemaal verbijsterd weg van die plek. Dit soort praktijken waren voor ons te erg.’

‘De Nederlanders zijn bij het ombrengen van de hoofden van het land veel te hard tekeergegaan. Zij verdienden wel straf, maar het vierendelen en ont­ hoofden van de 44 leiders van het land was een te hard en te wreed vonnis. Zij vochten toch voor de vrijheid van hun land? Hebben wij zelf ook niet alles over gehad voor de vrijheid van ons eigen land?’

13


1

Indonesië & Nederland

D

Java wordt een kolonie Leerboek, p. 16 –17

v

Verwerking

5

1

a Wat was een gevolg van de aanleg van de Grote Postweg voor de sultans van Oost-Java? t 1 b Bedenk waarom dat vóór de aanleg van de weg veel moeilijker was. i

Bedenk een reden waarom de Nederlanders zonder de medewerking van de Javaanse vorsten het Cultuurstelsel niet konden uit­ voeren. i

6

a Leg uit waardoor Diponegoro populair werd. t 1 b Welk gevolg had dat voor de Java-oorlog? t 1

Waarom wilde de gouverneur-generaal niets tegen de onderdrukking van de boeren doen? t 1

7

Lees de twee citaten (blauwe tekst) van Douwes Dekker. Wie geeft Douwes Dekker de schuld van de onderdrukking van de boeren? r A Alleen de Javaanse vorsten. B Alleen de Nederlandse koning. C Zowel de Javaanse vorsten als de Nederlandse koning.

8

Waarom veroorzaakte het boek Max Havelaar in Nederland een schok? t 1

2

3

Leerboek, afbeelding 11 De afbeelding is gemaakt door een Indonesische schilder. Leg uit hoe je dat kunt zien aan de manier waarop Diponegoro tussen de Nederlandse officieren is afgebeeld. t 2

4

Gebruik het schema onderaan deze pagina Neem het schema over en zet op de juiste plaatsen een kruis. t 1

Gevolgen Cultuurstelsel a Hongersnood. b De boeren verbouwen koffie, thee, suiker en tabak. c De edelen profiteerden mee. d Er is geld voor een verbetering van de infrastructuur in Nederland. e Eduard Douwes Dekker heeft kritiek op de onderdrukking van de boeren. f De boeren produceren voor de Nederlandse markt.

14

Bedoeld gevolg

Onbedoeld gevolg


4

v

Toepassing

9

Gebruik bron 5 en 6 a Leg uit hoe je aan bron 5 kunt zien dat de islam een belangrijk motief was voor Diponegoro om tegen de Nederlanders te strijden. t 2 b Vind je dat het zwaard van Diponegoro thuishoort in een Nederlands museum of in een Indonesisch museum? Leg je antwoord uit. i

10 Gebruik bron 7 a De boeren kregen een plantersloon voor de producten die ze leverden volgens het Cultuurstelsel. Hoe ging dat in de praktijk? t 1 b Wie was verantwoordelijk voor deze misstand: de Nederlandse regering of de Indonesische edelen? Leg je antwoord uit. t 2

Bron 5 Prins Diponegoro, de Indonesische aan­ voerder in de Java-oorlog, zei over die strijd:

Bron 6 afbeelding 4 Het zwaard van Diponegoro is door de Nederlanders in beslag genomen toen de prins gevangen werd gezet. Het is nu te vinden in een Nederlands museum.

Bron 7 Een deskundige beschrijft in 1860 hoe het Cultuurstelsel werkte : ‘We sluiten een contract met het dorpshoofd. Het geld dat de boeren horen te krijgen voor het bewerken van de grond, komt voor het grootste deel bij dat dorpshoofd terecht. Klaagt de kleine man dan niet? Hoe zou hij durven klagen! Het dorpshoofd verdeelt de velden, regelt de herendiensten, en is hoofd van de politie. Hij beslist wat elke boer moet bijdragen. In één woord: de inlander is met handen en voeten aan hem overgeleverd. En tegen zo’n “oppermachtig heer” zou hij dan gaan klagen?’

‘Ik ben een strijder! Het is mijn taak om te vechten. Het maakt me niet uit of ik win of verlies, als ik maar vecht! Leven en dood zijn in Gods hand. Hij zal erover oordelen of de strijd van een mens eerlijk en oprecht was. Dat hangt er niet van af of je wint of verliest. En moet je de dood tegemoet treden, dan is dat jouw martelaarschap op de weg van God.’

15


1

Indonesië & Nederland

E

Modern imperialisme Leerboek, p. 18 –19

v

Verwerking

1

Leerboek, afbeelding 14 t  /m 17 + het schema hieronder a Leg met behulp van het schema hiernaast het verband uit tussen de Industriële Revolutie en het moderne imperialisme. Let niet op het vraagteken. t 2 b Bij welke van de drie kenmerken in het schema past afbeelding 14? Leg je antwoord uit. t 1 c Bij welke van de drie kenmerken in het schema past afbeelding 15? Leg je antwoord uit. t 1 d Wat kan op de plaats van het vraagteken staan? Bedenk nog een gevolg van de Industriële Revolutie die het moderne imperialisme mogelijk heeft gemaakt. Gebruik afbeelding 16 of 17. i

3

Gebruik ook tekstblok 14 Kies twee begrippen die kunnen verklaren waarom de Nederlanders vanaf 1870 steeds meer complete eilanden veroverden. Leg je keuze uit. t 2 A kolonie; B concurrentie; C onderdrukking; D winst maken; E slavernij

4

Leerboek, afbeelding 16 Wat valt je op over de dingen die leerlingen op deze school blijkbaar leerden? t 2

5

Goed onderwijs was in het voordeel van Indonesiërs, maar ook in het voordeel van Nederlanders. Leg dat uit. t 1

6

Leg uit waarom christenen in Indonesië vaak wonen in moeilijk te bereiken gebieden in het binnenland. t 1

7

a Wat was een gevolg van de betere bereik­baarheid van Indonesië? t 1 b Bedenk wat de Indonesiërs daarvan vonden. i

v

Toepassing

8

Gebruik bron 8 a Wat was de bedoeling van de makers van deze bron? t 2 b Bedenk of deze schoolplaten laten zien hoe de werkelijkheid was of juist niet. Leg je antwoord uit. i c Maak met de bron duidelijk dat de koloniale samenleving een samenleving was van grote sociale verschillen. t 2

afzetmarkt

oorlog

Industriële Revolutie

grondstoffen

?

2

16

a Wat was volgens liberalen de taak van een regering? r b Leg waarom het Cultuurstelsel daar niet bij paste. t 1


5 Bron 8 afbeelding 5 Twee schoolplaten bedoeld voor klaslokalen in Indonesië, gemaakt rond 1879. De Indonesische titel luidt: ‘Prenten ter lering en vermaak van kinderen en ouders.’ De prenten laten een ‘Nederlands huis’ en een ‘dorpshuis’ zien. Om het Nederlandse huis heen staan plaatjes van wie je daar allemaal tegenkomt: de jongen die medicijnen rondbrengt, de naaister, de kok, de staljongen, de kindermeid, de tuinjongen, de lampenjongen, de vrouw die kokos raspt en de koetsier. Ook staan er kippen en kinderen op. Om het dorpshuis heen staan plaatjes van dingen die mensen daar doen: sambal braden, water putten, tabak stampen, rijst dorsen, hout hakken, water halen bij de bron en met het kind spelen.

Bron 9 Wolter van Hoëvell was van 1837 tot 1848 predikant in Batavia. Hij was een bestrijder van misstanden in de kolonie. In 1848 ging hij terug naar Nederland. Van 1849 tot 1862 was hij lid van de Tweede Kamer voor de liberalen. In 1850 zei hij tegen het Nederlandse volk:

9

Gebruik bron 9 a Wat verwijt Van Hoëvell de Nederlanders? Kies het antwoord: t 1 A Dat zij de Indonesiërs overheersen. B Dat zij de Indonesiërs uitbuiten. C Dat zij de Indonesiërs besturen. b Vanaf 1900 stopte de Nederlandse regering met het overhevelen van ‘Indonesische miljoenen’ naar Nederland. Zij begon het geld te besteden voor de ontwikkeling van de kolonie. Kijk naar het jaartal van de bron. Heeft het lang of kort geduurd totdat de Nederlandse regering deze stap nam? Leg je antwoord uit. t 2

‘Volk van Nederland, heeft u geen verschrikkelijke last van uw geweten? Twee eeuwen lang heeft daar op Java uw vlag gewapperd. Twee eeuwen lang hebt u daar de overheerser gespeeld. Miljoenen en nog eens miljoenen zijn door handenarbeid van de inheemse bevolking in uw schatkist gevloeid. En niets hebt u hun teruggegeven.’

17


1

Indonesië & Nederland

F

Nationalisme en onafhankelijkheidsstrijd Leerboek, p. 20 –21

v

Verwerking

1

Gebruik het schema hiernaast De jongen op de foto is Sukarno tijdens zijn schooltijd. Schrijf op wat je in het schema moet aanvullen bij a, b, c en d. t 2

2

Leerboek, afbeelding 18 a Bedenk wie de man midden achter de tafel is. i b Bedenk wat degenen die hier werden gefotografeerd wilden laten zien. i

3

De Japanse bezetting veranderde veel in de verhouding tussen Indonesiërs en Neder­ landers. Leg dat uit. t 1

4

Leerboek, afbeelding 19 De tekening is gemaakt door een Nederlandse vrouw die in een Japans kamp heeft gezeten. Wat wilde zij vooral laten zien? t 2

5

6

18

Op school leer ik over Europa: [ a ] ………………

Kregen de Indonesiërs het door de Japanse bezetting beter of slechter? Leg je antwoord uit. t 2

Leerboek, afbeelding 20 Rood-wit is de vlag van Indonesië. a De Nederlanders zeiden dat de Indonesische vrijheidsstrijders terroristen waren. Wat betekent dat? t 2 b Wie stookten volgens deze poster de Indo­ nesische vrijheidsstrijders op? t 1 c Wat was volgens deze poster het doel van het sturen van Nederlandse soldaten naar Indonesië? t 2

Hier in Indonesië zie ik : [ b ] ………………

Daarom richt ik de     [ c ] ……………… op. Onze partij wil [ d ] ………………

8

Wie hadden het meest te lijden onder de wreedheid van de onafhankelijkheidsoorlog? Leg je antwoord uit. t 1

v

Toepassing

9

Gebruik bron 10 a Met welk doel werkte Sukarno samen met de Japanners? t 1 b Wat was een gevolg van de Japanse bezetting voor de Indonesische bevolking? t 1 c Was dat vanuit Sukarno gezien een bedoeld of een onbedoeld gevolg van zijn samenwerking? t 2


6

Bron 10 afbeelding 6 Tijdens de Tweede Wereldoorlog werkte Sukarno samen met de Japanners. Links zie je hoe hij de Japanse minister-president Tojo op 7 juli 1943 verwelkomt in Indonesië. Sukarno moedigde de Indonesiërs aan om voor de Japanners te werken. Talloze Indonesiërs werden als dwangarbeiders gebruikt. Het werk was zó hard, dat honderdduizenden Indonesiërs daarbij zijn omgekomen. Rechts een foto van Indonesische dwangarbeiders gemaakt door Australiërs die aan het eind van de oorlog een werkkamp bevrijdden.

10 Gebruik bron 11 a Leg uit wat het doel was van de makers van deze poster. t 1 b De drie mannen die zijn afgebeeld dragen (van links naar rechts): een helm, een Indonesisch-islamitisch hoofddeksel en een hoed die typerend is voor een Indonesische boer. Bedenk waarom die drie zijn afgebeeld. i c De makers van de poster noemden hun strijd een ‘revolutie’. De Nederlanders noemden de strijders ‘terroristen’. Leg elk van beide meningen uit. t 2

7

Bron 11 afbeelding 7 Indonesische poster uit 1945. De vertaling van de tekst luidt: Verzet van het gehele volk is de kern van de overwinning van de revolutie.

19


1

Indonesië & Nederland

G

Indonesië en Nederland Leerboek, p. 22 –23

v

Verwerking

v

Toepassing

1

Is de volgende zin juist of onjuist? ‘Door de soevereiniteitsoverdracht kwam het helemaal goed tussen Nederland en Indonesië.’ t 1

8

2

Gebruik bron 12 a Leg uit hoe de Zuid-Molukkers in Nederland terechtkwamen. t 1 b De Nederlandse regering zei dat ze hier ‘tijdelijk’ zouden zijn. Bedenk waarom zij dat zei. Kies het antwoord: t 2

Waarom wilde Nederland het eiland Papua buiten Indonesië houden? t 1

3

De bewoners van Papua zijn van de ene koloniale overheerser naar de andere gegaan. Leg dat uit. t 1

4

Leg uit hoe er door de dekolonisatie van Indonesië een grote groep ‘mensen zonder land’ ontstond. t 1

5

Noem een voorbeeld van ‘Indische’ invloed op de Nederlandse cultuur. r

6

In 1971 werd er een staatsbezoek aan Indonesië georganiseerd. a Wat was een reden om dat te doen? t 1 b Om welke reden kon je betwijfelen of dat wel zo goed was? t 1 c Leg uit waarom het eigenlijk vreemd is dat er voor 1971 nooit een Nederlandse koning of koningin in Indonesië was geweest. t 2

7

Waarom was het staatsbezoek van koning Willem-Alexander in 2020 belangrijk? t 1

20

A Ze was bang dat de Molukkers anders zouden weigeren naar Nederland te komen. B Ze was van plan de RMS met geweld af te dwingen van Indonesië, maar dat ging nog even duren. C Ze wilde de Zuid-Molukkers helpen bij hun plannen voor een RMS. D Ze wilde liefst zo min mogelijk migranten uit Indonesië in Nederland hebben. c Mensen die al heel lang iets willen dat maar niet gebeurt, kunnen radicaal worden. Leg uit dat de Molukse treinkapingen daarvan een voorbeeld waren. t 2 d Tegenwoordig wonen er ongeveer 40   000 Molukkers in Nederland. Leg uit waarom zij geen acties meer ondernemen. i


8

Bron 12 afbeelding 8 Op de Molukken was de Nederlandse invloed heel groot. De helft van de bevolking was er christen geworden. Veel Molukkers dienden in het Nederlandse leger in Indonesië. Zij hadden daardoor geen zin om zich aan te sluiten bij de Republiek Indonesië van Sukarno. Ze riepen de onafhankelijke Republiek Zuid-Molukken uit (RMS: Republik Maluku Selatan). Maar Indonesië veroverde de eilanden tóch. Duizenden Molukse soldaten wilden dat Nederland zou helpen de RMS te stichten. Maar dat kon en wilde Nederland niet. De Nederlandse regering liet 12 ½ duizend Zuid-Molukkers ‘tijdelijk’

naar Nederland komen. Maar dat duurde steeds maar langer. De RMS kwam er niet. In de jaren 1970 voerden Molukkers in Nederland geweld­ dadige acties uit. Ze wilden de Nederlandse ­regering dwingen hen te helpen bij het stichten van de RMS. Twee keer werd bijvoorbeeld een trein gekaapt. Op de foto zie je de kaping in 1977. Voor de trein loopt een kaper met de Zuid-­ Molukse vlag. Dagenlang werd er met de kapers onderhandeld. Ten slotte stuurde de Neder­ landse regering het leger erop af om een eind aan de kaping te maken. Vanaf de jaren 1980 en 1990 werden de Molukkers steeds meer in de Nederlandse samenleving opgenomen.

21


1

Indonesië & Nederland

Vaardigheden

v

De kwestie

v

Leerboek, p. 24 Bij deze opdrachten kun je samenwerken met een groepje leerlingen.

1

2

3

22

Verdeel de argumenten in twee groepen. Leg uit waarom je ze zó verdeeld hebt. i

Lees nog eens de argumenten per groep. Welke van de twee groepen vind je het belangrijkst? i

Geef een antwoord op de vraag. Kwam het door de Nederlandse overheersing dat Indonesië tegenwoordig geen rijk land is? Geef argumenten bij je antwoord. i

Historisch denken Leerboek, p. 25

4

Bedenk een voorbeeld van een beschrijvende, een verklarende en een waarderende vraag over de VOC. i

5

Bovenaan de pagina ‘de kwestie’ staat een belangrijke hoofdvraag van dit hoofdstuk. Is dat een beschrijvende, verklarende of waarderende vraag? Leg je antwoord uit. t 1

6

Gebruik bron 4, 7 en 9 op de vorige bladzijden van dit opdrachtenboek a Beantwoord voor elk van de vier bronnen apart de vraag: Hoeveel weet de schrijver  / maker over het onderwerp waarover de bron gaat? Leg telkens je antwoord uit. t 1 b Beantwoord voor elk van de vier bronnen apart de vraag: wat was de bedoeling van de schrijver  /  maker van de bron, wat wilde hij bereiken? Leg telkens je antwoord uit. t 1 c Bedenk voor elke bron apart of deze betrouwbaar is als je iets wilt weten over het onderwerp waarover de bron gaat. Leg telkens je antwoord uit. i


v

Soorten bronnen Leerboek, p. 26

7

Bekijk de vier onderdelen van de poster (a, b, c en d  ) op pagina 40 in het leerboek. Bedenk bij elk van de vier wat ermee wordt duidelijk gemaakt. i

8

a Welk onderdeel past het meest bij ‘terreur en armoede’? Leg je antwoord uit. t 2 b Welk onderdeel past het meest bij ‘orde en welvaart’? Leg je antwoord uit. t 2

9

Leg uit wat de maker van deze poster bedoelde. Doe het zo: t 2 De maker van de poster wil laten zien: Waar Indonesische strijders de baas waren …………………………………………   , maar waar Nederlanders de baas waren …………………………………………   .

11 Gebruik bron 1, 2, 8 en 11 op de vorige bladzijden van dit opdrachtenboek Bedenk bij elk van deze vier afbeeldingen of het een voorbeeld is van propaganda. Leg je antwoord uit. t 1

10 Klopte deze propaganda? Leg je antwoord uit. t 2

23


1

Indonesië & Nederland

Samenvatting

v

Begrippen & woorden

4

De laatste woorden zijn: invloed / onderwijs / missionaris / christendom / animisme / moslim / minderheid. Daarvan kun je maken : ‘Door …………… nam de ……………… van het ……………… in Indonesië toe, vooral in gebieden waar de mensen nog in ……………… geloofden; want ……………… gaan niet zo gemakkelijk over tot het ……………… ; ook het ……………… had veel ……………… ; het aantal Nederlanders in Indonesië groeide, maar zij bleven een kleine ……………… .’ t 1

5

Probeer zelf op deze manier een samenvatting te maken van een andere paragraaf. i

6

Sommige werkwoorden uit de begrippenlijsten horen echt bij het onderwerp Indonesië & Nederland. Bijvoorbeeld: veroveren / uitbuiten / profiteren / overheersen / onderdrukken. Leg van elk van deze werkwoorden uit waarom het bij dit onderwerp past. t 2

Leerboek, p. 28–29 De begrippen staan in lijstjes per paragraaf in de volgorde waarin ze in de paragraaf voorkomen. Dat is handig om de leerstof te herhalen. Dat doe je door met de woorden zinnen te maken. We doen het voor met paragraaf E.

1

De eerste vier woorden zijn daar veroveren / modern imperialisme / overheersen / kolonie. Maak daarmee deze zin af: ‘In de tijd van het ……………… werden steeds meer ……………… door westerse landen ……………… omdat ze die compleet wilden ……………… .’ t 1

2

Verder met Industriële Revolutie / techniek / oorlog / industrie / grondstof / product / afzetmarkt / fabriek. Maak deze zin af: ‘In de tijd van de ……………… verbeterde de westerse ……………… waardoor Europese landen gemakkelijker ……………… konden winnen; ze zochten naar ……………… voor hun ……………… en ……………… waar ze de ……………… uit hun ……………… konden verkopen.’ t 1

3

De volgende woorden zijn: liberaal / regering / macht / vrijheid / ondernemer / Cultuurstelsel / plantage / orde en rust. Begin de zin met ‘In westerse landen waren liberale ……………… ’ en maak hem verder zelf af met deze woorden erin. t 1

24


7

Nog een manier om deze begrippen te leren is: erop letten welke woorden in meer dan één paragraaf voorkomen. Je kunt dan kijken hoe het woord in verschillende paragrafen wordt gebruikt en of het telkens precies hetzelfde ­betekent. Bijvoorbeeld het woord ‘macht’. Dat komt voor in paragraaf A, C, E en G. In paragraaf A staat dat sultans niet alleen politieke macht hadden, maar ook de baas waren over de godsdienst. v In paragraaf C staat dat het voor de VOC handig was ergens macht te hebben om te voorkomen dat andere Europeanen daar handel gingen drijven. v In paragraaf E staat dat in de tijd van het modern imperialisme in westerse landen liberale regeringen aan de macht kwamen. v In paragraaf G staat dat soevereiniteit betekent: de hoogste macht in een land.

v

9

v

Macht betekent dat je het voor het zeggen hebt, dat je mensen kunt laten doen wat jij wilt. Leg dat bij elk van de vier voorbeelden uit. t 1

8

Ook de woorden invloed / concurreren / wreed / orde en rust, komen in meer dan één paragraaf voor. a Zoek voor elk van deze woorden uit in welke paragraaf ze voorkomen en wat ermee wordt gezegd. t 1 b Leg dan per woord uit dat het in de ver­ schillende paragrafen ongeveer hetzelfde betekent. t 1

Personen Leerboek, p. 29

v

a Wie van de personen waren Nederlanders? r b Wie van de personen waren Indonesiërs? r c Geef van de Nederlandse personen die geen vorst waren aan waarom ze bekend zijn. t 1 d Geef van de Indonesiërs die geen president waren aan tegen wie ze streden. t 1 e Leg van de drie personen die Indonesische presidenten waren uit wat de verschillen tussen hen waren. t 2

Tijdbalk Leerboek, p. 28–29

10 a Wat zie je goed aan de tijdbalk als je de tijd van vóór de Nederlanders vergelijkt met de Nederlandse tijd? t 1 b De tijd van de sultanaten overlapt met de tijd van de VOC en een deel van de tijd van de kolonie. Leg uit wat je daaraan ziet. t 1 c Vaak wordt gezegd dat ‘Nederlanders 350 jaar in Indonesië geweest zijn’. Over welke periode gaat het dan? t 1 d Betekent dit dat Nederlanders in Indonesië 350 jaar de baas geweest zijn? Leg je antwoord uit. t 2 e Als je uit de jaartallen twee belangrijke keerpunten voor Indonesië zou moeten kiezen, welke zouden dat dan zijn? Leg je antwoord uit. t 2

25


AUTEURS ARIE WILSCHUT DICK VAN STRAATEN MARCEL VAN RIESSEN

Februari 2024


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Voorbeeldkatern opdrachtenboek VMBO bovenbouw by Boom beroepsonderwijs - Issuu