FORUM Geschiedenis voorbeeldkatern Leerboek havo bovenbouw

Page 1


FO R U M GESCHIEDENIS

AUTEURS

ARIE WILSCHUT

DICK VAN STRAATEN

MARCEL VAN RIESSEN

FO R U M GESCHIEDENIS

LEERBOEK BOVENBOUW HAVO

TWEEDE, GEHEEL HERZIENE EDITIE

BOOM VOORTGEZET ONDERWIJS

© 2025 Boom Voortgezet Onderwijs, Meppel, The Netherlands

Eerste editie, 2019

Tweede, geheel herziene editie, 2025

Tweede druk, november 2025

Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets van deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opname of enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

Voor zover het maken van reprografische verveelvoudigingen uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16h Auteurswet dient men de daarvoor wettelijke verschuldigde vergoedingen te voldoen aan de Stichting Reprorecht (www.reprorecht.nl).

Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in compilatiewerken op grond van artikel 16 Auteurswet kan men zich wenden tot de Stichting PRO (www.stichting-pro.nl).

All rights reserved. No part of this publication may be reproduced, stored in a retrieval system, or transmitted, in any form or by any means, electronic, mechanical, recording or otherwise without prior written permission of the publisher.

verantwoording illustraties en tekstfragmenten

De uitgever heeft getracht alle rechthebbenden van de illustraties en bronteksten in deze publicatie te bereiken. Mocht u desondanks menen dat uw rechten niet zijn gehonoreerd, dan kunt u contact opnemen met de uitgever.

bureauredactie Pieter de Blok, Zwolle boekverzorging René van der Vooren, Amsterdam beeldinkoop Imago Mediabuilders, Amersfoort

isbn 978 94 6442 243 6

boom.nl / voortgezet-onderwijs

Inhoud

Een Forum voor geschiedenis 6

A Het gebruik van geschiedenis

Geschiedenis in de samenleving

1  Is geschiedenis belangrijk? 10

2 Geschiedenis en politiek 12

3 Geschiedenis als richtlijn voor goed en kwaad 14

4 Geschiedenis als praktische les 16

5 Geschiedenis als entertainment 18

D Thema's Onderwerpen voor het schoolexamen

1  Het slavernijverleden 96

2 Energietransities 112

3 De Eerste en de Derde Wereldoorlog 128

4 Monumenten en herdenken 144

5 Israëliërs en Palestijnen 158

6 Rechtsstaat en democratie 172

B Hoe geschiedenis in elkaar zit

Historisch denken en redeneren

1  Chronologie 22

2 Continuïteit en verandering 26

3 Oorzaken en gevolgen, toeval en onvoorspelbaarheid 30

4 Waarden en oordelen 36

5 Bronnen, vragen en feiten 40

6 Interpretaties 46

7 Taal 50

C Oriëntatiekennis

Kenmerkende aspecten van tien tijdvakken

1  Jagers & boeren 56

2 Grieken & Romeinen 58

3 Monniken & ridders 61

4 Steden & staten 64

5 Ontdekkers & hervormers 68

6 Regenten & vorsten 72

7 Pruiken & revoluties 75

8 Burgers & stoommachines 79

9 Wereldoorlogen & crisis 84

10 Televisie & computer 90

E Historische contexten Onderwerpen voor het Centraal Examen

1  Industrie en kolonialisme in het Britse Rijk 190

2 Democratie en dictatuur in Duitsland 210

3 Nederland van emigratieland tot immigratieland 226

bijlage 1

Exameneisen historisch denken en redeneren 244

bijlage 2

Overzicht van kenmerkende aspecten 246

Register 257

Een Forum voor geschiedenis

het forum was in de oudheid het centrale plein van de stad Rome. De belangrijkste tempels lagen er. Ook de vergaderzaal van de Romeinse Senaat was er te vinden. Het Forum was de plaats waar alles gebeurde. Als een Romeinse keizer een belangrijke overwinning had behaald, hield hij een triomftocht door de stad. Zo’n tocht trok onder de triomfbogen door die rond het Forum waren opgericht. Het Forum was ook de plaats waar toespraken werden gehouden over politiek. De Romeinen ver zamelden zich dan op het Forum om de spreker te horen en over zijn woorden in discussie te gaan. Daarom is het woord ‘forum’ in onze taal langzamerhand iets anders gaan betekenen dan ‘plein’, namelijk: een plaats voor discussie. Vanwege die betekenis is dit geschiedenisboek Forum genoemd.

nu zul je misschien denken : geschiedenis is toch niet iets om over te discussiëren? Geschiedenis is wat er vroeger gebeurd is; daar kun je toch niets meer aan veranderen. Je kunt het op zijn hoogst uit je hoofd leren. Hoewel veel mensen zo over geschiedenis denken, klopt zo’n idee helemaal niet. Geschiedenis is niet wat er vroeger gebeurd is. Wat vroeger gebeurd is, bestaat namelijk niet meer. Wat we wél hebben, zijn verhalen, boeken, films, en afbeeldingen. Die beelden van het verleden horen bij het heden. Er valt wel degelijk over te discussiëren.

beelden van het verleden zijn heel belangrijk. Je baseert je meningen en overtuigingen nu eenmaal op wat je weet over de wereld tot nu toe. Anders zou je helemaal geen meningen kunnen hebben. Geschiedenis is de achtergrond van veel debatten in de samenleving. De schrijvers van dit boek willen die kant van geschiedenis benadrukken: geschiedenis als forum voor discussie. Daarom staan in dit boek niet alleen verhalen over dingen die vroeger gebeurd zijn, maar ook teksten over hoe geschiedenis gebruikt wordt en hoe je kunt leren historisch te denken en redeneren. Bij elk hoofdstuk wordt uitgelegd wat de inhoud ervan te maken heeft met de wereld van nu en de toekomst. Door verbanden te leggen tussen verleden, heden en toekomst wordt geschiedenis een spannend vak, waar je veel aan hebt. Het kan je helpen bij discussies over de samenleving. Klopt het wel wat mensen zeggen? Welke bewijzen hebben ze daarvoor? En wat vind ik daar zelf van?

Het Forum in Rome zoals het er dagelijks bij lag. Bij de zuilen vooraan op de afbeelding hielden sprekers hun toespraken.

Het Forum in Rome tijdens een triomftocht.

A

Geschiedenis in de samenleving Het gebruik van geschiedenis

het gebruik van geschiedenis

1

Is geschiedenis belangrijk?

Geschiedenis gaat over dingen die voorbij zijn. Je kunt er niets meer aan veranderen. Totaal niet boeiend, zou je kunnen denken. Of toch wel?

Veel mensen vinden geschiedenis het minst belangrijke schoolvak. Het gaat over wat er vroeger gebeurd is en daar kun je toch niets meer aan veranderen. De mensen die in geschiedenisboeken voorkomen, zijn bijna allemaal al lang dood. Je kunt je beter bezighouden met de toekomst — zo wordt vaak gedacht.

Het is niet zo gek dat iedereen de toekomst belangrijk vindt. Het heeft duidelijk nut om je op de toekomst voor te bereiden. Maar juist daarom heb je geschiedenis nodig. Als je bijvoorbeeld een vakantie wilt uitzoeken voor de volgende zomer, gebruik je je herinnering aan vorige vakanties: sommige dingen wil je misschien liever niet meer; andere wil je juist heel graag nog een keer. Als je een cadeau voor iemand wilt kopen, bedenk je wat diegene in het verleden altijd leuk vond. Je gebruikt het verleden vaak. Het is heel moeilijk om te leven zonder enige kennis van het verleden.

v Verleden, heden en toekomst

Laten we eens kijken naar een belangrijk probleem: de klimaatverandering. Wetenschappers proberen te berekenen wat de gevolgen zullen zijn van een algemene stijging van de temperatuur op aarde. Ze schatten in hoeveel en hoe snel de zeespiegel zal stijgen. Politici sluiten akkoorden over maatregelen om de ergste gevolgen van de klimaatverandering tegen te gaan. Iedereen is druk bezig met de toekomst.

Maar om goed te kunnen begrijpen wat het probleem is, heb je het verleden nodig. Door de ontwikkeling van de industrie zijn de mensen veel meer energie gaan gebruiken. Stoommachines en motoren werden ingeschakeld in plaats van windkracht en spierkracht. We weten dat die machines en motoren brandstoffen gebruiken waardoor de hoeveelheid CO 2 in de atmosfeer veel groter is geworden. We weten ook dat dat in de periode vóór de industrie

anders was. Als je niets van geschiedenis wist, zou je kunnen denken dat machines en motoren er altijd al geweest zijn. Alleen door geschiedenis weten we dat mensen hun energiegebruik hebben veranderd. Daardoor weten we ook dat zo’n verandering in de toekomst wéér kan plaatsvinden.

Je bent je er misschien niet zo van bewust, maar als je met de toekomst bezig bent, denk je altijd automatisch aan het verleden. Je zou je kunnen afvragen waarom je dan nog een schoolvak geschiedenis nodig hebt. Iedereen gebruikt het verleden toch vanzelf al?

Dat klopt, maar je moet ook de goede kennis over het verleden gebruiken. En je moet er op de juiste manier mee omgaan. Er wordt veel onzin over geschiedenis verteld; verhalen over vroeger worden vaak misbruikt. Dat is op zichzelf misschien niet zo erg, maar het wordt wél een probleem als je met de verkeerde informatie belangrijke beslissingen neemt voor de toekomst. Zo zijn er mensen die klimaatverandering niet zo’n probleem vinden, omdat er ook vroeger al klimaatveranderingen geweest zijn. Hebben zij gelijk? Gebruiken zij geschiedenis op de juiste manier?

v De juiste kennis over vroeger

Je komt geschiedenis overal tegen: in de politiek, in de religie, in de economie. Geschiedenis leer je kennen door informatie op het internet, door films en boeken, door museums, enzovoort. Dat zijn allemaal voorstellingen die mensen hebben gemaakt om iets duidelijk te maken. Je moet leren om dat allemaal niet zomaar als waarheid aan te nemen. Je moet leren er kritisch naar te kijken. Daarbij helpt het als je zelf betrouwbare kennis hebt over het verleden. Geschiedenis is dus een vak waar je niet buiten kunt als je bezig bent met het heden en de toekomst. Op de volgende bladzijden lees je meer over de manieren waarop mensen het verleden gebruiken.

De Engelse industriestad Stoke­ on­Trent in 1890.

Windmolens in Flevoland.

BHistorisch denken en redeneren Hoe geschiedenis in elkaar zit

1 Chronologie

Geschiedenis geeft een beeld van het verloop van de tijd.

Daarom is chronologie of tijdrekenkunde voor geschiedenis belangrijk. hoe

v Jaartellingen

Bij geschiedenis worden gebeurtenissen precies in de tijd geplaatst. Daarom worden ze meestal gekoppeld aan het jaar waarin ze thuishoren. Om jaren van elkaar te onderscheiden, worden ze genummerd. Zo krijg je jaartellingen. Elke cultuur heeft ergens een punt in de tijd gekozen om te beginnen de jaren te tellen. Zo gebruikten de Romeinen het moment van de stichting van de stad Rome als hun ‘eerste jaar’. Ze telden de jaren daarna als ‘zo veel jaar na de stichting van de stad’. Moslims beschouwen het jaar van de tocht van Mohammed van Mekka naar Medina (de zogenaamde hidjra) als het eerste jaar. Zo zijn er nog veel andere mogelijke jaartellingen.

De westerse cultuur gebruikt de christelijke jaartelling. Het jaar waarin men denkt dat Christus geboren is wordt het ‘eerste jaar van Onze Heer’ genoemd (in het Latijn: Anno Domini, afgekort AD). Alle daaropvolgende jaren worden geteld als ‘zo veel jaar na Christus’ geboorte’, afgekort ‘na Christus’ (n. C.), en de jaren ervóór als ‘voor Christus’ (v. C.).

Deze westerse jaartelling wordt tegenwoordig in bijna de hele wereld gebruikt. Het is niet onpartijdig en objectief om bij het tellen van jaren een christelijk uitgangspunt te kiezen. In een samenleving waarin het christendom onbelangrijk is, zouden mensen misschien liever een ander beginpunt willen kiezen. In het Engels worden daarom de afkortingen AD (Anno Domini) en BC (Before Christ) steeds vaker vervangen door CE (Common Era) en BCE (Before the Common Era). In het Nederlands zie je soms v.o.j. / o.j. (voor onze jaartelling, onze jaartelling) of v.g.j. / g.j. ((voor) gewone of gebruikelijke jaartelling). Met zulke aanduidingen wordt bedoeld: de gemeenschappelijke jaartelling, de jaartelling die iedereen gebruikt. Dat lijkt wel neutraler, maar het blijft een jaartelling die door christenen zo is ingesteld. In het Nederlands is v. C. en n. C. nog steeds het meest gebruikelijk.

Dat de jaartelling niet neutraal is, wordt duidelijk als je naar andere jaartellingen kijkt. De islamitische jaartelling begint in het jaar 622 volgens de christelijke jaartelling. Maar je kunt een islamitisch jaartal niet eenvoudig uitrekenen door 622 van het christelijke jaartal af te trekken, want islamitische jaren zijn korter (354 / 355 dagen). Daardoor verschuiven de maanden ook door de seizoenen en valt de zomer niet altijd in dezelfde maand. Het christelijke jaar 2025 valt ongeveer samen met het islamitische jaar 1446.

v Christelijke jaartelling naast andere jaartellingen. v Een jaartelling is niet objectief en onpartijdig.

v Perioden en tijdvakken

De oudste indeling van perioden is een verdeling van de geschiedenis in drieën: de Oudheid, de Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd. De Oudheid was de tijd van de Romeinen en de Grieken, en de Nieuwe Tijd was de tijd vanaf de Renaissance, waarin de mensen opnieuw een voorbeeld gingen nemen aan de Romeinen en Grieken. De tijd daartussenin, waarin de beschaving van de Romeinen en Grieken minder centraal stond, werd gezien als een ‘tussentijd’ en daarom Middeleeuwen genoemd. Later zijn hieraan nog twee perioden toegevoegd. Door opgravingen werd duidelijk dat in de tijd vóór de geschreven geschiedenis ook veel menselijke culturen hadden bestaan. Die periode werd ‘voorgeschiedenis’ of Prehistorie genoemd. In de Nieuwe Tijd is een onderverdeling gemaakt omdat rond 1800 in Europa belangrijke veranderingen optraden: de democratische en de industriële revolutie. De periode vanaf ongeveer 1800 werd daarom de Moderne Tijd genoemd, en die tot ongeveer 1800 de Vroegmoderne Tijd. Daardoor ontstonden de vijf perioden die je moet kennen:

PREHISTORIE

v prehistorie

De tijd vóór de geschreven bronnen.

v oudheid

Vanaf de uitvinding van het schrift (ca. 3000 v. C.) tot het einde van het West­Romeinse Rijk (ca. 500 n.C.).

v middeleeuwen

Vanaf het eind van het West­Romeinse Rijk (ca. 500) tot ongeveer 1500.

v vroegmoderne tijd

Vanaf ongeveer 1500 tot ongeveer 1800.

v moderne tijd

Vanaf ongeveer 1800 tot nu.

De vijf perioden in vijf beelden :

v een grotschildering uit Lascaux

v een Griekse tempel uit Paestum

v een middeleeuws handschrift uit de 11de eeuw

v Nederlandse VOC­schepen voor de stad Cochin in India

v een Amerikaanse stoomlocomotief uit 1938

Chronologie

vijf perioden tien tijdvakken

prehistorie

oudheid

3000 v. C. – 500 n. C.

middeleeuwen

500 – 1500

v oude beschavingen

v klassieke beschavingen

v Vroege Middeleeuwen

v Hoge en Latere Middeleeuwen

vroegmoderne tijd

1500 – 1800

v 16de eeuw, Renaissancetijd

v 17de eeuw, Gouden Eeuw

v 18de eeuw, Verlichtingseeuw

moderne tijd

1800 – nu

v 19de eeuw, industrialisatietijd

v eerste helft 20ste eeuw

v tweede helft 20ste eeuw, 21ste eeuw

Voor het Nederlandse geschiedenisonderwijs zijn tien tijdvakken met herkenbare namen bedacht. Het schema hierboven laat zien wat de samenhang is tussen de tien tijdvakken en de vijf perioden.

1 Jagers & boeren tot ca. 800 v.C.

2 Grieken & Romeinen ca. 800 v.C. – ca. 500 n.C.

3 Monniken & ridders ca. 500 – ca. 1000

4 Steden & staten ca. 1000 – ca. 1400

5 Ontdekkers & hervormers ca. 1400 – ca. 1600

6 Regenten & vorsten ca. 1600 – ca. 1700

7 Pruiken & revoluties ca. 1700 – ca. 1800

8 Burgers & stoommachines ca. 1800 – ca. 1900

9 Wereldoorlogen & crisis ca. 1900 – ca. 1950

10 Televisie & computer ca. 1950 – nu

v Vijf perioden: Prehistorie, Oudheid, Middeleeuwen, Vroegmoderne Tijd, Moderne Tijd.

v Tien tijdvakken.

v Examenvraag over chronologie

De opgave

Chronologie wordt op het examen vrijwel altijd getoetst met een ‘volgordevraag’ die ‘door de tijd heen’ wordt genoemd. Je krijgt een lijst gebeurtenissen te zien die met één onderwerp of thema te maken heeft. In dit voorbeeld gaat dat om het kiezen van namen van kinderen door ouders. Ouders kiezen vaak een naam die iets te maken heeft met de tijd waarin ze leven.

De volgende ontwikkelingen in het geven van een naam staan in willekeurige volgorde:

1 Mede door de komst van gastarbeiders en de groei van de multiculturele samenleving, werd Mohammed in Nederland een meer voorkomende jongensnaam.

2 Na de democratische revolutie in Frankrijk gaven veel mensen niet­ christelijke namen als Fleur en Hector aan hun kinderen.

3 Tijdens de Duitse bezetting van Nederland werd verboden dat ouders hun kind meerdere ‘ongewenste’ namen achter elkaar gaven, zoals Wilhelmina Juliana Beatrix Irene.

4 Een verhaal van Multatuli, dat hij schreef om het moderne imperialisme van die tijd aan te klagen, introduceerde de meisjesnaam Adinda in Nederland.

5 Na de communistische revolutie in Rusland kozen sommige ouders ervoor deze gebeurtenis te herdenken met een speciale naam voor hun kind, zoals Ninel (Lenin achterstevoren) en Barrikada (barricade).

6 In de economische bloeitijd van de Republiek vestigden veel Scandinaviërs zich in Amsterdam. Zij brachten hun tradities in naamgeving mee, waardoor een voornaam als Mats werd geïntroduceerd.

Het antwoord

stap 1 — Let niet op het onderwerp waarover de gebeurtenissen gaan (in dit geval: het namen geven door de ouders, of welke namen ze kozen). Daaraan heb je niks om de vraag te beantwoorden en het leidt je alleen maar af.

stap 2 — Kijk bij elke gebeurtenis wat voor algemeens erin te vinden is. In dit geval zou dat zijn:

1 gastarbeiders, multiculturele samenleving ;

2 Franse Revolutie ; 3 de Duitse bezetting ; 4 het moderne imperialisme ; 5 de Russische Revolutie ; 6 de Gouden Eeuw.

stap 3 — Bedenk bij elk van deze algemene dingen bij welk tijdvak ze horen. Dat wordt dan: 1 de ‘jaren zestig’ (tijdvak 10) ; 2 de democratische revoluties (tijdvak 7); 3 de Duitse bezetting van Nederland (tijdvak 9); 4 het moderne imperialisme (tijdvak 8); 5 totalitaire systemen (tijdvak 9); 6 de Gouden Eeuw (tijdvak 6).

stap 4 — Nu is het niet zo moeilijk de juiste volgorde te bepalen door de tijdvakken in de juiste volgorde te zetten. In elk geval is het dan eerst nummer 6, dan nummer 2, dan 4, vervolgens de twee uit tijdvak 9 (3 en 5) en ten slotte nummer 1. Bij die twee uit tijdvak 9 moet je nog uitmaken wat het eerst kwam: de Russische Revolutie of de Duitse bezetting. Waarschijnlijk weet je dat totalitaire systemen er waren vóór de Tweede Wereldoorlog (omdat ze daar mede de oorzaak van waren) en je plaatst dus de Russische Revolutie eerder dan de Duitse bezetting. De juiste volgorde wordt dan 6 – 2 – 4 – 5 – 3 – 1.

COriëntatiekennis

Kenmerkende aspecten van tien tijdvakken

oriëntatiekennis

Jagers & boeren

tot ca. 800 v.C.

Het eerste tijdvak is enorm lang : zo’n 200 000 jaar. Het gaat over het oudste bestaan van de mensheid. De hele Prehistorie en een deel van de Oudheid horen bij dit tijdvak. We onderscheiden drie bestaanswijzen: die van jager-verzamelaars, die van de eerste landbouwers, en die van de eerste stedelijke beschavingen.

1 Jager-verzamelaars

2 De eerste landbouwers

3 De eerste stedelijke beschavingen

Grotschildering uit Lascaux (Frankrijk), ongeveer 15 000 jaar geleden gemaakt door een jagerscultuur.

1 Jager-verzamelaars

De eerste groepen mensen leefden van en in de natuur zonder iets aan de natuur te veranderen. Ze verzamelden plantaardig voedsel en jaagden op dieren. Deze kleine groepen mensen kenden meestal geen vaste woonplaatsen of ze hadden woonplaatsen die wisselden met de seizoenen. Dat wordt een nomadisch bestaan genoemd: een rondtrekkend bestaan. Bekende overblijfselen van deze culturen zijn grotschilderingen, zoals die van Lascaux in Frankrijk. De tijd van de jager-verzamelaars noemen we ook wel de Oude Steentijd. De stenen gebruiksvoorwerpen uit deze tijd zijn ruw en ongepolijst.

2 De eerste landbouwers

Zo’n 10 000 jaar geleden ontdekten mensen dat ze zelf voedsel konden produceren. Ze legden akkers aan waarop bepaalde plantensoorten werden ingezaaid en gingen dieren houden als vee. Dat was een grote ommekeer in het bestaan van de mensheid: een revolutie. Deze wordt landbouwrevolutie of neolithische revolutie genoemd. Het woord neolithisch is afgeleid van Nieuwe Steentijd (van Grieks neos = nieuw en lithos = steen). De Nieuwe Steentijd begon met de uitvinding van de landbouw.

Door landbouw en veeteelt konden mensen zich vestigen op vaste woonplaatsen. Ze konden samenleven in grotere groepen dan jager-verzamelaars. De stenen voorwerpen uit deze tijd zijn glad gepolijst. Ook werd er aardewerk gemaakt: potten waarin landbouwproducten konden worden bewaard en gekookt.

De belangrijkste verandering was dat de mensen begonnen de aarde te bewerken. Ze veranderden de natuur. Doordat mensen de aarde in cultuur brachten, is in de loop van de laatste 10 000 jaar de aanblik van de aarde onherkenbaar veranderd.

3 De eerste stedelijke beschavingen

Ongeveer 5000 jaar geleden ontstonden stedelijke beschavingen (in het Engels aangeduid met ‘civilization’). Ze bloeiden op langs enkele rivierdalen in de wereld. De vruchtbaarheid van de rivierdalen maakte hoge landbouwopbrengsten mogelijk. Daardoor konden hoger ontwikkelde samenlevingen ontstaan waarin niet iedereen meer bezig hoefde te zijn met het werk op het land. Voor Europeanen zijn de beschavingen van het oude Egypte (langs de Nijl) en van Mesopotamië (langs de Eufraat en de Tigris) het bekendst, maar er waren meer oude beschavingen, bijvoorbeeld in India en China. Kenmerkend voor een ‘civilization’ zijn:

v wonen in ommuurde steden v het schrift (schrijfkunst) v een ontwikkelde politieke organisatie onder leiding van priesters en godkoningen v ontwikkelde vormen van kunst en architectuur.

Bekende godkoningen waren de farao’s in het oude Egypte. Met een godkoning wordt bedoeld: een koning die wordt beschouwd als een vertegenwoordiger van de goden en die zélf ook wordt gezien als een god of halfgod.

Ploegende boer in het oude Egypte. Wandschildering in een grafkamer, ca. 1200 v.C.

De Ishtar-poort van Babylon. Reconstructietekening uit 1927.

DOnderwerpen voor het schoolexamen Thema’s

1 Het slavernijverleden

In onze ogen is slavernij onmenselijk. Toch was slavernij duizenden jaren lang de normaalste zaak van de wereld. Hoe kan dat?

En waardoor is dat veranderd?

in de oude beschavingen in Mesopotamië en Egypte, de Griekse wereld en het Romeinse Rijk vormden slaven een groot deel van de bevolking. Zij deden vrijwel al het werk. Ook in het oude China en Japan, in de Amerikaanse beschavingen vóór Columbus, in de islamitische wereld en in Afrikaanse koninkrijken was slavernij een normaal verschijnsel dat op grote schaal voorkwam.

1 Een wereld vol slaven

v C3 — De eerste stedelijke beschavingen v C6 — Het Romeinse wereldrijk v C23 — Absolutisme

Duizenden jaren lang is slavernij de gewoonste zaak van de wereld geweest. Je zou je kunnen afvragen hoe dat kan, want slavernij is toch juist helemaal niet gewoon?

Veel mensen raakten in slavernij door oorlog. Een vorst die een oorlog won, moest een oplossing bedenken voor de soldaten die hij gevangennam. Ze zomaar laten gaan was niet verstandig. Vroeg of laat zouden ze hun nederlaag willen wreken. Beter was het dan om alle vijanden op het slagveld maar af te slachten. Een andere optie was om ze als krijgsgevangenen af te voeren in slavernij. Slaven zijn gratis arbeidskrachten. Zo leverde de overwinning een extra voordeel op.

Soms werden niet alleen de soldaten van een overwonnen tegenstander tot slaaf gemaakt, maar de hele bevolking. De Romeinen deden dat na hun overwinning op de stadstaat Carthago in NoordAfrika (146 v. C.) en na het neerslaan van een opstand in Judea (70 n. C.) in het Midden­ Oosten. De Mongoolse heerser Dzjengis Khan (r. 1206–1227) deed het in 1219 met de hele stad Otrar in wat nu Kazachstan is. De Ottomanen deden het met bijna de hele bevolking van Constantinopel, nadat ze die stad in 1453 hadden ingenomen.

Dit hoofdstuk

In dit hoofdstuk onderzoeken we de oorzaken van slavernij. Hoe is te verklaren dat mensen andere mensen als bezit behandelden? We kijken ook naar verschillen en overeenkomsten tussen verschillende vormen van slavernij. Eén daarvan was de transAtlantische slavenhandel: in Afrika werden mensen opgekocht om ze in Amerika als slaven op plantages te laten werken. Leek dat op andere soorten slavernij of was het iets anders? En hoe komt het dat juist vanuit Europa verzet tegen slavernij groeide en slavernij overal ter wereld werd bestreden?

We behandelen deze vragen in de volgende paragrafen:

v De oorzaken van slavernij (paragraaf 1).

v De behandeling van slaven (paragraaf 2).

v Slavernij in Afrika vóór de trans­Atlantische slavenhandel (paragraaf 3).

v De trans­Atlantische slavenhandel (paragraaf 4).

v De behandeling van plantageslaven en hun reacties daarop (paragraaf 5).

v De afschaffing van de slavernij (paragraaf 6).

In een zevende paragraaf komen de sporen van slavernij in het heden aan bod. Daarna volgt een conclusie waarin we het verhaal van de slavernij nog eens op een rij zetten.

Slavenmarkt in het oude Rome. Afbeelding uit de 19de eeuw.
Arabische slavenkaravaan. Afbeelding uit de 19de eeuw.

eHistorische contexten

Onderwerpen voor het Centraal Examen

1 Industrie en kolonialisme in het Britse Rijk

Omstreeks 1900 was Groot-Brittannië het meest geïndustrialiseerde en machtigste land van de wereld met een enorm koloniaal rijk. Hadden de industrie en het koloniale rijk iets met elkaar te maken?

aan het begin van de twintigste eeuw heerste Groot-Brittannië over een kwart van de wereldbevolking. Het was het grootste rijk ooit in de geschiedenis. Groot-Brittannië was het modernste land van de wereld omdat de Industriële Revolutie daar was begonnen. Het land had daardoor een voorsprong op andere landen. Zou Groot-Brittannië zonder zijn koloniale rijk ook zo’n grote industriële mogendheid zijn geworden? Zou het koloniale rijk ook zonder de industriële ontwikkelingen hebben kunnen bestaan?

Dit hoofdstuk

In dit hoofdstuk bespreken we eerst hoe het koloniale rijk zich heeft ontwikkeld in de periode vóór de Industriële Revolutie. Daarbij kijken we speciaal naar de Britse koloniën in Amerika (paragraaf 1, 2 en 3) en India (paragraaf 4).

Vervolgens behandelen we de industriële ontwikkelingen in Groot-Brittannië: de industrialisatie in paragraaf 5, de liberale politiek in paragraaf 6 en de Britse trots als modernste land van de wereld in paragraaf 7.

1 Dertien Britse koloniën

v C18 — Ontdekkingsreizen v C21 — Reformatie

Vanaf 1585 hebben Britten geprobeerd aan de oostkust van Noord-Amerika koloniën te stichten waar migranten uit Groot-Brittannië zich konden vestigden. Enkele keren mislukten die pogingen, maar begin zeventiende eeuw ontstonden er plaatsen waar Britse migranten permanent bleven wonen. In de loop van de zeventiende en begin achttiende eeuw werden dertien koloniën gesticht aan de oostkust van Noord-Amerika.

religie als motief L Een belangrijke reden voor de eerste Britten om te emigreren naar NoordAmerika was hun godsdienst. In Engeland had de koning in de zestiende eeuw de protestantse Reformatie doorgevoerd, waardoor een ‘Engelse kerk’ tot stand was gekomen waarvan de koning zelf het hoofd was: de anglicaanse kerk. Hoewel deze kerk protestants was, had hij ook veel katholieke kenmerken. Verschillende groepen waren het niet eens met deze situatie. Strenge, fundamentalistische protestanten vonden dat de Reformatie veel verder had moeten gaan, terwijl Engelse katholieken juist

In de twee laatste paragrafen bespreken we hoe kolonialisme en industrialisatie elkaar hebben beïnvloed: eerst in de kolonie India, waar zich modern imperialisme ontwikkelde (paragraaf 8) en ten slotte meer in het algemeen: wat hebben kolonialisme en industrie met elkaar te maken (paragraaf 9) ?

vonden dat er helemaal geen Reformatie had moeten zijn. Zulke andersdenkende religieuze groepen konden problemen krijgen met de overheid die de officiële Engelse kerk steunde. Daarom zochten fundamentalistische protestanten en katholieken hun toevlucht in Noord-Amerika, waar geen regels voor godsdiensten bestonden. Een groep die in de Amerikaanse geschiedenis heel bekend geworden is, waren de Pilgrim Fathers die in 1620 de kolonie Massachusetts stichtten. Zij waren streng-protestantse calvinisten die het niet eens waren met de anglicaanse kerk. Eerst probeerden ze het een tijdje in Nederland, waar het calvinisme de officiële godsdienst was, maar uiteindelijk vonden ze de toestand daar ook niet bevredigend. Ze staken de Atlantische Oceaan over om een geheel nieuwe samenleving te beginnen.

new hampshire

pennsylvania new york

maryland virginia

north carolina south carolina georgia

golf van mexico

massachusetts rhode island

connecticut new jersey delaware

jamaica

brits honduras

bahama eilanden

caribische zee

atlantische oceaan

grote oceaan

Britse kolonies in Noord-Amerika en het Caribisch gebied omstreeks 1750.

barbados grenada

trinidad

brits guyana

boom.nl   /  voortgezet-onderwijs

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Issuu converts static files into: digital portfolios, online yearbooks, online catalogs, digital photo albums and more. Sign up and create your flipbook.