Skip to main content

EXPO_Opdrachtenboek_HAVO_Voorbeeldkatern_210x265mm_12pp

Page 1


Opdrachten bovenbouw havo

EXPO havo/vwo

Opdrachtenboeken

Er zijn aparte opdrachtenboeken voor havo en vwo. Zo blijft de methode overzichtelijk en maken havo- en vwo-leerlingen opdrachten op hun eigen niveau.

De opdrachten in EXPO havo/vwo zijn inspirerend. De leerling komt veel te weten over de werken die in het tekstboek en het opdrachtenboek worden getoond.

In de opdrachten wordt vaak verwezen naar videofragmenten met meer informatie over het werk, de kunstenaar of de stroming. De fragmenten zijn te vinden in de leerlinglicenties.

In de opdrachten wordt doelgericht toegewerkt naar het examen. Door het gebruik van leerdoelen en RTTI-codering van de opdrachten krijgen leerlingen inzicht in hun beheersing van de stof.

Meer informatie?

staal-roeland.nl / expo

EXPO — Beeldende vakken tekstboek bovenbouw havo/vwo

EXPO — Beeldende vakken opdrachtenboek bovenbouw havo

EXPO — Beeldende vakken opdrachtenboek bovenbouw vwo

EXPO — Beeldende vakken licentie aanvullend bovenbouw havo/vwo

EXPO — Beeldende vakken licentie boekvervangend bovenbouw havo/vwo

Het tekstboek en de opdrachtenboeken verschijnen in maart 2023. De digitale licenties zijn in augustus 2023 beschikbaar.

ISBN 978 90 8325 742 6 € 54,50

ISBN 978 90 8325 743 3 € 25,50

ISBN 978 90 8325 744 0 € 25,50

ISBN 978 90 8325 745 7 € 7,95

ISBN 978 90 8325 746 4 € 27,95

1

Inhoud

In dit katern

Leren van kunst

Leerdoelen 6

Vragen bij het hoofdstuk 7

2 Vormen van beeldende kunst

Leerdoelen 9

2.1 Tweedimensionale kunst 10

2.2 Driedimensionale kunst 13

2.3 Audiovisuele kunst 16

2.4 Architectuur 19

3 Beeldende kunst analyseren

Leerdoelen 22

3.1 Voorstelling 23

3.2 Vormgeving — Compositie 26

3.3 Vormgeving — Kleur 29

3.4 Vormgeving — Vorm, textuur & structuur 32

3.5 Vormgeving — Licht & geluid 35

3.6 Vormgeving — Ruimte & Lijn 38

3.7 Materialen 41

3.8 Technieken 44

4 Periode 800 v. Chr. – 400 n. Chr. Leerdoelen 47

4.1 Griekse kunst 48

4.2 Romeinse kunst 51

5 Periode 300 – 1000 Leerdoelen 54

5.1 Karolingische kunst 55

5.2 Byzantijnse kunst 58

6 Periode 1000 – 1400 Leerdoelen 61

6.1 Romaanse kunst 62

6.2 Gotische kunst 65

7 Periode 1400 – 1600 Leerdoelen 68

7.1 Italiaanse renaissance 69

7.2 Noord-Europese renaissance 72

8 Periode 1600 – 1750 Leerdoelen 75

8.1 Italiaanse barok 76

8.2 Noord-Europese barok 79

8.3 Franse barok en rococo 82

9 Periode 1750 – 1900 Leerdoelen 85

9.1 Neoclassicisme 86

9.2 Romantiek 89

9.3 Realisme 92

9.4 Opkomst moderne kunst 95

10 Periode 1900 – 1945 Leerdoelen 98

10.1 Expressie 99

10.2 Avant-garde en manifesten 102

10.3 Abstractie en functionaliteit 105

10.4 Kunst en staatsideologie 108

11 Periode 1945 – 1990 Leerdoelen 111

11.1 Naoorlogse abstractie 112

11.2 Interventiekunst 115

11.3 Conceptuele kunst 118

11.4 Postmodernisme 121

12 Periode 1990 – heden Leerdoelen 124

12.1 Reacties op het postmodernisme 125

12.2 Engagement en activisme 128

12.3 Technologie en experiment 131

12.3 Nieuwe media en digitalisering 134

Verantwoording illustraties 137

In dit katern

3 Beeldende kunst analyseren

Leerdoelen

v Je kunt bij een gegeven kunstwerk de voorstelling beschrijven.

v Je kunt uitleggen welke effecten de voorstelling of details erin hebben op de zeggingskracht van het werk.

v Je kunt van een gegeven kunstwerk de vormgeving beschrijven in termen van v compositie v kleur v vorm, textuur & structuur v licht & geluid v ruimte & lijn

v Je kunt uitleggen welke effecten de gemaakte vormgevingskeuzes hebben op de zeggingskracht van het werk.

v Je kunt van een gegeven kunstwerk materiaal, techniek en hanteringswijze beschrijven.

Introductie hoofdstuk

v Lees bladzijde 32 en 33 in je tekstboek

1 a Bekijk 301 en V301, Waterlicht van Studio Roosegaarde. Beschrijf hoe dit kunstwerk een overstroming verbeeldt. T 1

b Waterlicht is te zien geweest op verschillende locaties in Nederland, maar ook in het buitenland zoals in New York, Toronto en Londen. Het kunstwerk wordt steeds afgestemd op de locatie. Beschrijf wat er anders zal zijn op de verschillende locaties. T 1

c Leg uit waarom dit kunstwerk tegelijkertijd poëtisch én dreigend is. T 2

d In 2019–2020 was in het Groninger Museum de tentoonstelling Presence te zien van Daan Roosegaarde. Bekijk V302. In deze tentoonstelling vraagt Roosegaarde aandacht voor de afdruk die jij achterlaat op deze aarde, je ecologische voetafdruk. Leg uit hoe de manier waarop hij dat doet in Presence overeenkomt met die in Waterlicht. T 2

3.2 Vormgeving — Compositie

v Lees bladzijde 38–41 in je tekstboek

1 a Bekijk 308, Dagvaarding; je eigen getuige zijn van Toyin Ojih Odutola. In dit schilderij zijn alle elementen, in dit geval hoofden, gelijkmatig over het vlak verspreid. Geef de naam van deze compositievorm. R

b Bekijk 2 , een werk zonder titel van Avinash Chandra. Dit kunstwerk is net als het werk van Odutola gevuld met veel vormen en vlakken. Door terugkerende vormen ontstaat er herhaling en ritme. Toch heeft het werk van Chandra een andere compositievorm dan dat van Odutola. Beschrijf wat er anders is aan de compositie en benoem de compositievorm die Chandra heeft gebruikt. T 1

c Leg uit hoe de compositie in de werken van Odutola en Chandra bijdraagt aan de zeggingskracht. Gebruik in je antwoord de woorden statisch, dynamisch en aandachtspunt. T 2

2 a Bekijk 309, Rythme no 1. Delaunay heeft zich voor dit kunstwerk laten inspireren door het ritme van een muziekstuk. Op welke manier komt het ritme terug in de compositie van dit kunstwerk?  T 1

b Beschrijf hoe Delaunay ervoor heeft gezorgd dat je blik in het schilderij blijft hangen. T 1

c Delaunay gebruikte de kleurentheorie van Michel-Eugène Chevreul in zijn werk. Chevreul ontdekte dat kleuren die naaste elkaar in een schilderij te vinden zijn, elkaar beïnvloeden. Ze kunnen elkaar feller of juist doffer laten lijken. Door dit op de juiste manier toe te passen, kun je ook in abstracte kunstwerken diepte

creëren. Bekijk 309 en leg uit hoe het kleurgebruik binnen dit schilderij voor dieptewerking zorgt. Kijk hierbij in het bijzonder naar de kleurvlakken die ‘bovenop’ een ander kleurvlak lijken te liggen. Welke kleuren komen naar voren en welke verdwijnen naar de achtergrond? T 1

3 a Bekijk 310, het officiële staatsieportret van Michelle Obama, gemaakt door Amy Sherald. Het is traditie dat elke afzwaaiende president en zijn vrouw vereeuwigd worden en een plekje krijgen in de eregalerij. Wanneer je staatsieportretten uit de geschiedenis bekijkt, zijn dat vaak statische schilderijen. Zoals je in het tekstboek kunt lezen zorgt de driehoekscompositie, die net buiten het kader valt ervoor dat dit schilderij niet statisch is. Ook de voorstelling draagt hieraan bij. Leg uit hoe de kunstenaar heeft geprobeerd iets van dynamiek in de voorstelling te brengen. T 1

b Bekijk V309, een interview met Amy Sherald. Sherald was een van de vele kunstenaars die zich had opgegeven om het staatsieportret van Michelle Obama te schilderen. Geef twee aannemelijke redenen waarom een kunstenaar zich zou aanmelden voor zo’n opdracht. I

4 a Bekijk 311, Caroline van Erwin Olaf. We zien de afgebeelde persoon en profil Geef aan hoe je dit gezichtspunt ook wel noemt. R

b Bekijk V310. Je ziet hier andere foto’s uit dezelfde serie. De foto’s zijn een serie doordat ze hetzelfde onderwerp hebben. Maar er zijn meer aspecten die op elkaar lijken. Noem twee overeenkomsten in de voorstelling tussen de verschillende foto’s uit deze serie. T 1

5 a Bekijk 312, De vrijheid leidt het volk van Delacroix. Beschrijf op welke manier Delacroix de blik van de kijker naar boven in het midden stuurt. Betrek twee aspecten van de compositie in je antwoord. T 1

b De Franse kunstschilder Maurice Denis schreef in 1890: ‘Bedenk dat een schilderij — voordat het een strijdros, een naakte vrouw of een ander verhaal voorstelt — in wezen een plat vlak is, bedekt met kleuren die op een bepaalde manier geordend zijn.’ Met dit citaat benadrukt Denis dat een kunstenaar zorgvuldig nadenkt over de plaatsing van objecten binnen een vlak. Ook Delacroix heeft niet lukraak zijn personen in het schilderij gepositioneerd. Leg uit hoe Delacroix ervoor zorgt dat sommige figuren meer aandacht krijgen in het schilderij. T 2

6 a Bekijk 313, Reflection model (Itsukushima) van Takahiro Iwasaki. Noem naast de perfecte symmetrie nog twee aspecten van de voorstelling die de indruk geven van harmonie. T 2

b In Japan werden tempels vroeger vaak gebouwd aan het water. De reflectie in het water zorgde ervoor dat de tempels leken te zweven. Dit benadrukte de spirituele functie van deze gebouwen. Leg uit hoe Iwasaki naar dit idee verwijst met dit werk. T 2

c Griekse tempels en sommige kerken zijn ook symmetrisch vormgegeven. Leg uit waarom juist religieuze gebouwen vaak symmetrisch zijn. T 2

Avinash Chandra, Zonder titel (ca. 1968)

10 Periode 1900–1945

Leerdoelen

Geschiedenis

v Je kunt uitleggen wat de invloed van industrialisering en oorlogen is op de Westerse samenleving in de eerste helft van de twintigste eeuw.

v Je kunt uitleggen welke ontwikkelingen leiden tot de opkomst van politieke ideologieën.

Kunstgeschiedenis

v Je kunt uitleggen waarom avant-garde kunstenaars in de eerste helft van de twintigste eeuw zich verenigen en manifesten opstellen.

v Je kunt uitleggen welke visie kunstenaars, kunstacademies en politieke ideologieën in de eerste helft van de twintigste eeuw hebben op kunst.

v Je kunt uitleggen welke invloed maatschappelijke ontwikkelingen en nieuwe materialen en technieken hebben op de kunsten in de eerste helft van de twintigste eeuw.

v Je kunt uitleggen welke maatschappelijke en economische positie kunstenaars hebben in de eerste helft van de twintigste eeuw.

Kenmerken

v Je kunt de stijlkenmerken van belangrijke stromingen uit de eerste helft van de twintigste eeuw ( expressionisme, fauvisme, primitivisme, kubisme, futurisme, dadaïsme, surrealisme, constructivisme, socialistisch realisme, nazikunst, Amerikaans sociaal realisme, De Stijl en Bauhaus) herkennen en benoemen in een gegeven kunstwerk of designobject.

v Je kunt de stijlkenmerken van de Amsterdamse school en in bredere zin expressionistische architectuur en van het functionalisme (Het Nieuwe Bouwen) herkennen en benoemen in een gegeven gebouw.

Introductie hoofdstuk

v Lees bladzijde 140 en 141 in je tekstboek

1 a Beschrijf wat het modernisme inhoudt R

b Bekijk 1001, een podiumontwerp van Alexandra Ekster. Dit podiumontwerp straalt dynamiek uit. Noem twee aspecten van de vormgeving die hieraan bijdragen. T 1

c Bekijk V1001. Leg uit hoe de dynamiek in het podiumontwerp van Ekster aansluit bij de ontwikkelingen aan het begin van de twintigste eeuw. T 2

d Avant-garde kunstenaars werken veel met elkaar samen, bijvoorbeeld voor het ballet Parade (1917). Kunstenaar Pablo Picasso, met wie Alexandra Ekster bevriend was, heeft voor dit ballet het decor en de kostuums ontworpen. Bekijk V1003 en 1001 Noem een overeenkomst tussen het decor en de kostuums van Picasso en die van Ekster. T 1

10.1 Expressie

v Lees bladzijde 142–145 in je tekstboek

2 Schrijf op wat de volgende begrippen betekenen: lijnperspectief, ruimtewerking, abstraheren, vereenvoudigd, organische vormen. R

3 a Bekijk 1002, Potsdamer Platz van Ernst Ludwig Kirchner. Die Brücke was een van de eerste kunstenaarsgroepen die zichzelf expressionistisch noemde. Het werk van Die Brücke werd door het publiek vaak als schokkend ervaren. In deze voorstelling zie je ‘Kokotten’ (sekswerkers) die van alle kanten worden bekeken door langslopende mannen. Ook de vormgeving draagt bij aan het choqueren van het publiek. Geef aan waarom de vormgeving van dit schilderij in die tijd als schokkend wordt ervaren en benoem drie vormgevingsaspecten die hieraan bijdragen. T 1

b Veel expressionisten hebben het idee dat de industrialisatie mensen heeft vervreemd van hun gevoelens. Potsdamer Platz is onderdeel van een serie schilderijen over de stad Berlijn waarin Kirchner wil laten zien wat de verstedelijking doet met zijn gevoel. De felle kleurcontrasten werken expressief. Leg uit hoe ook de vormen, de penseelstreek en de compositie in dit schilderij het gevoel van de kunstenaar uitdrukken. T 2

c Bekijk V1004. Die Brücke betekent ‘de brug’. De kunstenaars wilden een brug slaan tussen het oude en het nieuwe. Beschrijf hoe de nieuwe wereld eruit moest zien volgens de kunstenaars van Die Brücke. T 1

4 a Bekijk 1003, Mutter mit Totem Sohn van Käthe Kollwitz. Niet alleen de voorstelling laat een emotioneel beeld zien, ook in de vormgeving zie je de emotie terug. Dit beeld is gegoten in brons. In expressionistische werken zie je vaker dat er gebruik wordt gemaakt van de specifieke mogelijkheden en beperkingen van het gekozen materiaal. Leg aan de hand van twee voorbeelden uit hoe de hantering van het materiaal dit werk expressief maakt. T 2 b Ook Paula Modersohn-Becker, een van de belangrijkste vroeg-expressionistische kunstenaars, maakte kunst over het moederschap en het vrouw-zijn. Vrouwen zaten vaak in een lastige positie. Zij hadden verplichtingen thuis, zoals het huishouden en het moederschap. Economisch waren vrouwen vaak afhankelijk van hun man. Modersohn-Becker en Kollwitz wilden een kunstcarrière en losbreken uit het keurslijf. Bekijk V1005 In het verleden werd het moederschap vaak uitgebeeld door mannelijke kunstenaars. Dit was voor Modersohn-Becker een extra motivatie om dit

thema te kiezen. Leg uit wat zij wilde bereiken door het moeder en kind thema te schilderen en hoe je dit terugziet in haar schilderstijl.  T 2

c Parijs was het middelpunt van de kunstwereld in de twintigste eeuw. Veel kunstenaars trokken vanuit Franse dorpen, maar ook uit andere landen naar de grote stad Parijs. Ook Modersohn-Becker ging graag naar Parijs. Soms verliet ze haar gezin voor weken, om maar in Parijs te kunnen zijn. Bekijk V1005 nogmaals. Leg uit wat de reden was dat zij net als zoveel andere kunstenaars naar Parijs vertrok. T 1

5 a Bekijk 1004, Impression III (Concert) van Wassily Kandinsky en bekijk en beluister V1006. Dit is het muziekstuk waar het kunstwerk op gemaakt is. Leg uit hoe de kleuren, vormen en penseelvoering van het schilderij van Kandinsky de muziek verbeelden. T 2

b Bekijk 1 , Grote blauwe paarden van Franz Marc. Wassily Kandinsky, Franz Marc en een aantal andere kunstenaars richtten in 1911 de kunstenaarsgroep Der Blaue Reiter op. Kandinsky was geinteresseerd in klank-kleurrelaties, terwijl Marc vooral bezig was emoties over te brengen met kleur. Elke kleur had voor hem een andere betekenis. Dit schilderij kan overkomen als rustig en sereen, maar juist ook als onrustig. Geef voor beide een argument. I

6 a Beschrijf de kenmerken van het fauvisme. R

b Bekijk 1005, Le bonheur de vivre van Henri Matisse. Le bonheur de vivre betekent vrij vertaald ‘de vreugde van het leven’. Noem twee aspecten van de voorstelling die vreugde laten zien. T 1

c Vergelijk 1005 met 1002 Het werk van Kirchner is gericht op het uitdrukken van negatieve gevoelens die horen bij zijn afkeer van het moderne stadsleven, terwijl

het werk van Matisse juist positieve gevoelens uitdrukt die horen bij het ervaren van de natuur. Los van de voorstelling draagt ook de vormgeving bij aan het weergeven van de gevoelens. Benoem twee verschillen in de vormgeving die de gevoelsuitdrukking van beide werken versterken. T 1

7 a Bekijk 1006, Adam en Eva van Hermann Scherer. Ondanks het feit dat niet-Europese culturen werden gezien als minderwaardig, waren er veel expressionistische kunstenaars die zich lieten inspireren door de kunst van deze culturen. Beschrijf waarom die kunst een grote inspiratiebron was voor expressionistische kunstenaars. T 1

b Het begrip ‘primitivisme’ komt van het woord primitief. Leg uit hoe deze benaming aansluit bij de manier van denken in West-Europa aan het begin van de twintigste eeuw. T 2

c Het beeld is gehouwen uit hout, terwijl Scherer opgeleid was om met steen te werken. De voorstelling en het gebruik van houtsnijkunst passen bij het primitivisme. Eenvoud is ook een kenmerk van het primitivisme. Noem twee kenmerken van het beeld die je in verband kunt brengen met ‘eenvoud’. T 2

8 a Bekijk 1007, de Einsteintoren van Erich Mendelsohn. De Einsteintoren is een typerend voorbeeld van expressionistische architectuur. Benoem drie kenmerken waaraan je kunt zien dat dit gebouw expressionistisch is. T 1

b Leg uit waarom het lijkt alsof het gebouw als een paddenstoel uit de grond komt. T 2

9

a Bekijk 1008, De dageraad van Piet Kramer en bekijk V1008. In tegenstelling tot de expressionistische schilder moet de expressionistische architect bij het uitdrukken van zijn gevoelens rekening houden met functionaliteit, materiaal en constructie. Ondanks deze beperkingen weten de architecten van de Amsterdamse school toch gebouwen te ontwerpen met een expressieve uitstraling. Noem drie kenmerken van de vormgeving die het gebouw expressief maken en beschrijf waar en hoe deze kenmerken in het gebouw zijn verwerkt. T 1

b Vergelijk 1007, de Einsteintoren met 1008, De dageraad. Benoem twee verschillen en een overeenkomst tussen deze twee gebouwen. T 1

c Bekijk V1008 nogmaals. Aan het begin van de twintigste eeuw is er een groot woningtekort in Amsterdam. Een groep jonge architecten wil hier iets aan veranderen. Bovendien waren zij uitgekeken op de gangbare bouwstijl. Deze groep wilde het helemaal anders doen, niet alleen in vormgeving, maar ook met een achterliggende gedachte. De gebouwen in de Amsterdamse School zijn gebouwd vanuit idealisme, als ‘paleizen voor de arbeiders’. Beargumenteer waarom deze expressionistische stijl past bij de idealen van deze architecten. I

Franz Marc, Grote blauwe paarden (1911) 1

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
EXPO_Opdrachtenboek_HAVO_Voorbeeldkatern_210x265mm_12pp by Boom beroepsonderwijs - Issuu