Domtoren Utrecht, gezien vanaf Zadelstraat tijdens de actie Kleur de Stad (2024).
Inleiding
De restauratie van de Domtoren in Utrecht is in 2024 voltooid. Na vijf jaar worden de steigers eindelijk weggehaald. De versieringen en glasin-loodramen zijn ’s avonds beter dan ooit te bewonderen door nieuwe ledlampen die van binnen en buiten de toren oplichten. Als koningin Máxima deze belichting voor het eerst ontsteekt, staan de Utrechters op het Domplein te applaudisseren. Ze zijn trots op hún Domtoren. Veel inwoners en bedrijven uit de stad hebben via crowdfunding meebetaald aan de nieuwe verlichting.
Ook bij de bouw van de Dom vanaf 1250 betalen de Utrechters mee. De bouw wordt dan deels betaald uit de verkoop van zogenaamde aflaatbrieven door de Kerk, een soort tickets voor een gegarandeerde plek in de hemel. In de Dom worden de relieken van Sint-Maarten bewaard. De verering hiervan levert veel geld op. Als bisschopskerk is een dom (ook wel kathedraal genoemd) het belangrijkste kerkgebouw van een bisdom. Omdat in 1250 Cultuur
heel Nederland onder het bisdom Utrecht valt, is het logisch dat de Dom groter en hoger wordt dan welke Nederlandse kerk dan ook. Van die Dom staat tegenwoordig de 112 meter hoge Domtoren nog overeind.
Met het middenschip van de Dom loopt het slechter af. De bouw hiervan wordt vaak onderbroken wegens geldgebrek en uiteindelijk stort het middenschip in tijdens een zware storm in 1674. Het is overigens in die tijd niet ongebruikelijk dat de plannen voor de grote kathedralen niet helemaal gerealiseerd worden. De ‘Dom’ in Utrecht is al vanaf 1580 geen katholieke kerk meer, maar de toren is nog wel een symbool voor de stad.
Een paar weken na het bezoek van koningin Máxima is het helemaal feest bij de Domtoren. Op de westgevel van de toren projecteert Mr. Beam Studio dagenlang een voor een alle kleurplaten die duizenden kinderen instuurden voor de actie Kleur de stad.
Anoniem Achttiende-eeuwse tekening uit Atlas Coenen van ’s Gravesloot: De Domkerk in Utrecht kort na de storm van 1674.
Cultuur van de Kerk Na het uiteenvallen van het Romeinse Rijk in de vierde eeuw is Europa verbrokkeld en dunbevolkt. De politieke macht ligt rond het jaar 1000 bij de adel, terwijl de geestelijken zich met geloofszaken bezighouden. De Katholieke Kerk wordt steeds machtiger. Overal in Europa worden kloosters gesticht. In de loop van de twaalfde en dertiende eeuw groeien de steden. In de bisschopssteden worden kathedralen gebouwd, met inzet en geld van de stedelingen. De mis in de kerk richt zich vanaf nu meer op een breed publiek. Religieuze kunst helpt het geloof toegankelijk te maken voor dit nieuwe publiek, dat zich niet dagelijks in de Bijbel verdiept. In dit hoofdstuk bespreken we de kunst van de middeleeuwen aan de hand van drie thema’s: Kloosters, Kathedralen en Steden.
Algemene geschiedenis
1000 Benedictijner kloosterorde het meest invloedrijk
1000 Hoogtepunt bloeitijd islam, gebied reikt tot in Noord-Spanje
1000–1400 Feodaal stelsel brokkelt af 1096 Eerste kruistochten naar Jeruzalem
1098 Stichting cisterciënzer kloosterorde
1100–1200 Bloeitijd pelgrimsroute naar Santiago de Compostella
1150 Verstedelijking neemt toe
Kunstgeschiedenis
1000 Gregoriaanse kerkmuziek
1000–1200 Romaanse bouwkunst
1000–1200  Liturgisch drama
1220 Kloosterorden vestigen zich steeds vaker in steden: bedelorden
1200–1400 Religieus drama buiten de kerk: mirakelspel, passiespel
1337 Begin Honderdjarige Oorlog 1347–1354 Pestpandemie in Europa
1300–1400 Deze eeuw wordt in Italië trecento genoemd, opmaat naar de renaissance
Kloosters
Luxe of sober
Middeleeuwse kloosters ontvangen schenkingen en erfenissen in ruil voor aflaten. In veel kloosters leeft men comfortabel van dit kapitaal en kerken staan vol met kunstschatten. Dat is een groot verschil met de armoede van de bevolking. In de twaalfde eeuw bekritiseert Bernardus van Clairvaux de pracht en praal van de kerken. Voor hem schuilt schoonheid en zuiverheid juist in soberheid.
De bouwstijl van de pelgrimskerk Sainte-MarieMadeleine is romaans. Dit De romaanse stijlperiode in de architectuur in Europa duurde van circa 1000 tot 1200. De romaanse stijl is herkenbaar aan het gebruik van rondbogen, tongewelven en zware massieve muren die het gewicht van het dak dragen. De architectuur van romaanse gebouwen is eenvoudig en overzichtelijk.
Cisterciënzers De luxe van de cluniacenzers roept bij sommige kloosterlingen onvrede op. Rond 1100 verlaten zij de orde en stichten een nieuwe orde: de orde der cisterciënzers. Terwijl de cluniacenzers God eren met pracht en praal, leven de cisterciënzers juist in soberheid naar het voorbeeld van Christus. De verschillende ideeën over de manier waarop het geloof moet worden uitgedragen, leiden in de twaalfde eeuw tot grote verdeeldheid binnen de Katholieke Kerk.
De Franse abt Bernardus van Clairvaux schrijft in kritiek op de cluniacenzers dat de Kerk ‘zijn stenen bedekt met goud, terwijl de kinderen niets hebben om zich mee te kleden’. De kerken en kloosters van zijn orde, de cisterciënzers, zijn dan ook nauwelijks versierd. Een voorbeeld hiervan is het kloostercomplex bij Fontenay (Frankrijk). Centraal in dit romaanse complex ligt de strak aangelegde kloostertuin. Voor de monniken, die bijna nooit buiten de poort komen, is deze tuin een afspiegeling van de goddelijke orde. Rondom de tuin loopt een kale kloostergang zonder beeldhouwwerk. Deze gang verbindt de verschillende gebouwen van het klooster. Het bouwen van torens is binnen de orde niet toegestaan. Ook ontbreekt een grootse entree met een angstaanjagend laatste oordeel. Muren, zuilen en gewelven worden meestal niet beschilderd of versierd met beeldhouwwerk.
Vrouwenklooster Een bekende Nederlandse romaanse kerk is de Munsterkerk in Roermond. De kerk is rond 1220 gebouwd als onderdeel van een cisterciënzer vrouwenklooster. De bijgebouwen van het klooster zijn inmiddels verdwenen en de kerk zelf is vaak verbouwd. Het klooster werd gefinancierd door graaf Gerard IV van Gelre en Margaretha van Brabant. Het was bestemd voor dochters uit adellijke families. Dat botste een beetje met de eenvoud van de cisterciënzers. De kerk is ook de grafkerk voor het echtpaar. Hun grafmonument staat onder de koepel omringd door beelden van Bernardus van Clairvaux, Maria en Christus. Hier was het echtpaar ervan verzekerd dat bij hun graf dagelijks door de nonnen voor hun zielenrust gebeden zou worden. Het is niet zeker of de beelden van Gerard en Margaretha in eerste instantie voor dit monument zijn gemaakt. Misschien waren het eerst staande beelden om hen als stichters van het klooster te eren. Hoe dan ook benadrukken de twee vergelijkbare beelden een — voor die tijd niet gebruikelijke — gelijkwaardige rol van het echtpaar. Het vorstelijk praalgraf staat in contrast met de soberheid van het romaanse middenschip, dat gebouwd is volgens de strenge regels van de cisterciënzers. Kenmerkend hiervoor zijn de massieve onversierde pijlers en rondbogen.
Praalgraf graaf Gerard IV van Gelre en Margaretha van Brabant (ca. 1240) in de Munsterkerk, Roermond.
Cultuur van het moderne
Eerste helft twintigste eeuw
De Graaf & Cornelissen Josephine B. — een leven in revue (2025), regie Martin Michel.
801
Inleiding
In 2025 tourt de musical Josephine B. — een leven in revue door Nederland Hierin speelt musicalster
Channah Hewitt de artiest Josephine Baker (1906–1975) met brutaliteit en humor. In hetzelfde jaar is er een tentoonstelling over Baker in het Verzetsmuseum in Amsterdam. Wie was deze danseres, zangeres en filmster?
Josephine Baker groeit begin twintigste eeuw op in armoede in Saint Louis, in de VS. Al jong ontwikkelt ze een liefde voor dans, theater en zang. Als negentienjarige vertrekt ze met de boot uit New York naar Parijs. De Franse hoofdstad is in de jaren twintig in de ban van zwarte cultuur. Kunstenaars halen inspiratie uit Afrikaanse beelden en maskers, in de nachtclubs klinkt jazz en wordt de charleston gedanst. Bovendien wonen in Parijs duizenden Afro-Amerikanen die de rassenscheiding in de VS zijn ontvlucht. In dit klimaat ontpopt Baker zich vliegensvlug tot wereldster. In 1925 opent haar show in het beroemde theater Folies-Bergère. Hierin speelt ze met het exotische beeld van de Afrikaanse wilde dat het Franse publiek graag wil zien. In een jungledecor speelt
De eerste helft van de twintigste eeuw In de periode 1900–1950 wordt de wereld ontwricht door oorlogen, een grieppandemie en een economische depressie. De relativiteitstheorie van Einstein en de psychoanalyse van Freud veranderen de kijk op de wereld. Ideologische tegenstellingen tussen kapitalisme, communisme en fascisme botsen. Toenemende industrialisering en technologische vernieuwing zorgen voor onzekerheid, maar bieden ook hoop op een betere toekomst. In dit klimaat zet een nieuwe generatie kunstenaars zich af tegen de heersende tradities en experimenteert met nieuwe vormen. Nieuwe stromingen en stijlen volgen elkaar snel op. Een verzamelnaam voor de nieuwe kunst is modernisme: vernieuwende en experimentele kunst die inspeelt op de snel veranderende wereld en zo hoopt de maatschappij te kunnen verbeteren. In dit hoofdstuk beschrijven we de belangrijkste ontwikkelingen van het modernisme aan de hand van drie thema’s: Expressie, Abstractie en Constructie.
Algemene geschiedenis
1900 Sigmund Freud publiceert De droomduiding
1908 Henry Ford introduceert de lopende band
1914–1918 Eerste Wereldoorlog
1917 Russische Revolutie
1919 Begin ontwikkeling radio als massamedium
1924 Stalin aan de macht in de Sovjet-Unie
1929 Beurskrach New York
1929–1939 Economische crisis
1933 Hitler aan de macht in Duitsland
1937 Wereldtentoonstelling Parijs
1939–1945 Tweede Wereldoorlog
1945 Oprichting VN
Kunstgeschiedenis
1905 Oprichting Die Brücke
1913 Les Ballets Russes, Le sacre du printemps
1915 Kazimir Malevich, Zwart vierkant
1917 Original Dixieland Jazz Band, Livery Stable Blues
1917 Oprichting De Stijl
1923 Arnold Schönberg, twaalftoonssysteem
1924 Surrealistisch manifest
1926 Martha Graham, Grahamdans
1927 Eerste geluidsfilm (talkie)
1927–1960 Golden Age Hollywoodfilms
1937 Opening tentoonstelling Entartete Kunst
Hoekig
De vormgeving van het expressionisme is vaak hoekig. Geen sierlijke details, maar grillige vormen, die spanning en onrust uitdrukken. Expressionisten vervormen bewust de werkelijkheid om de subjectieve beleving van de kunstenaar te benadrukken en rauwe emoties op te roepen. De hoekige vormen zijn herkenbaar in alle expressionistische kunstvormen: schilderkunst, film, muziek, theater en dans.
Stampvoeten De Russische componist Igor Stravinsky (1882–1971) componeert voor Les Ballets Russes drie balletten over Russische volksverhalen. Het exotische beeld van Rusland dat de eerste twee balletten oproepen, is geliefd bij het Parijse publiek. Maar met zijn derde ballet, Le sacre du printemps (1913), slaat Stravinsky een nieuwe weg in. Het verhaal speelt zich af in prehistorisch Rusland, waar heidense lenterituelen worden gedanst. Tijdens een offer voor de zonnegod danst een jonge maagd zichzelf de dood in. Stravinsky en choreograaf Vaslav Nijinsky kiezen bewust voor ‘primitieve’ muziek en dans. Nijinsky bedenkt hoekige danspassen, met ingedraaide beenposities. Met wilde bewegingen en stampende voeten storten de dansers ter aarde. Geen sierlijke danseressen die gewichtloos over de dansvloer lijken te zweven — hier wint de zwaartekracht. Stravinsky componeert voor dit ballet abstracte muziek, geïnspireerd op Russische volksmuziek. In tegenstelling tot vrijwel de hele westerse muziektraditie, benadrukt Stravinsky niet de melodie, maar complexe, onregelmatige ritmes. Vernieuwende akkoorden stapelt hij op elkaar tot een enorme uitbarsting van geluid. De première loopt uit op een rel. Het geschokte publiek overstemt de muziek met boegeroep en gooit met voorwerpen. Vanuit de coulissen probeert Nijinski de dansers wanhopig door te laten dansen door hardop te tellen. De politie moet eraan te pas komen om het publiek te kalmeren. Na afloop schrijft een criticus: dit was geen lenteritueel, maar een ‘slachting van het trommelvlies’.
Schots en scheef Begin jaren twintig ontstaan er ook expressionistische films. De hoekige visuele stijl van deze films vormt een breuk met het realisme. Das Cabinet des Dr. Caligari (1920) van regisseur Robert Wiene (1873–1938) is een schoolvoorbeeld van de korte bloeiperiode van de expres-
sionistische film. De film wordt ook wel gezien als de eerste lange horrorfilm. Dr. Caligari arriveert met zijn assistent Cesare in een Duits plattelandsdorpje. Cesare blijkt een slaapwandelaar en doet alles wat de dokter hem opdraagt. Een reeks gruwelijke moorden volgt en de dorpsbewoners vermoeden dat de dokter en zijn vreemde assistent de schuldigen zijn. Het verhaal maakt een chaotische indruk door de vele flashbacks. Er is niet gefilmd op echte locaties, maar in een studio met opvallend geschilderde decors. Muren, vloeren, deuren, trappen: alles is schots en scheef. Ook de camera filmt vaak scheef, in een Dutch angle. Deze vervormde beelden weerspiegelen de innerlijke wereld van de personages. Ook de grote licht-donkercontrasten en het overdreven spel bepalen het expressionistische karakter.
Dodendans De Eerste Wereldoorlog telt zeventien miljoen slachtoffers, kort erna sterven wereldwijd zeventig miljoen mensen aan de Spaanse griep. Dit maakt de dood overal voelbaar. Veel expressionistische kunst heeft dan ook de dood als thema. De Duitse choreografe Mary Wigman (1886–1973) maakt in 1921 Totentanz I op de muziek van het symfonische gedicht Danse Macabre (1875) van Camille Saint-Saëns. Een tweede versie, Totentanz II, uit 1926 maakt ze op muziek van Will Goetze. Beide dansen verwijzen naar de dodendans afgebeeld op middeleeuwse illustraties en wandschilderingen. Vooral in Totentanz II  is de expressionistische danstechniek te zien die Wigman Ausdruckstanz noemt. De dansbewegingen, waaronder knielen, hurken, vallen en kruipen, sluiten niet aan bij de voorgeschreven regels van het academische ballet. De maskers en wijde mantels vergroten het verschil met het klassieke ballet en dwingen de choreograaf nieuwe dansbewegingen te bedenken om uitdrukking te geven aan het verhaal.
Voor Walt Disneystudio’s maakt Ub Iwerks (1901–1971) de animatiefilm The Skeleton Dance (1928). Anders dan de avant-garde richt Disney zich op de massa en verovert zo een vaste plek in de snel opkomende filmindustrie. The Skeleton Dance (1929) is het eerste in de reeks Silly Symphonies, korte animatiefilmpjes waarin wordt geëxperimenteerd met nieuwe animatietechnieken gecombineerd met muziek.
811
812
813
814
Les Ballets Russes Le sacre du printemps (1913), uitgevoerd door Sasha Waltz (2013).
Robert Wiene Das Cabinet des Dr. Caligari (1920).
Mary Wigman Totentanz II (1926), reconstructie door Dance Company Theater Osnabrück (2017).
Filmstill uit Silly Symphony, The Skeleton Dance van Ub Iwerks / Disney Studios (1929).
Persoonlijk contact
Onze educatief adviseur komt graag langs voor een methodepresentatie.
Rudolf van Bekkum
06 21 60 31 85
r.vanbekkum@boom.nl
Nieuwsbrief kunstvakken
Wil je op de hoogte blijven van de kunstvakken? Schrijf je in voor onze nieuwsflits.
Voor vragen over bestellingen of licenties, neem contact op met onze klantenservice. De klantenservice is bereikbaar op werkdagen tussen 08.00 en 17.00 uur.
De methoden voor de kunstvakken kwamen tot stand in samenwerking met DocentPlus DocentPlus is toonaangevend in het meten en verbeteren van leerprocessen in het primaire proces en is de grondlegger en ontwikkelaar van het RTTI-systeem.