W A
ERKMAP ARDRIJKSKUNDE Kris Cox, Reinhilde Leysen, Marc van Boven & Jef Wauters
©
D
IL
IG EN
TI A
UI
TG EV
ER
IJ
Verstedelijking Ruimtelijke ordening
⁄6
5
naam: www.e-ducate.me
klas:
nr:
DILIGENTIA UITGEVERIJ
TG EV
ER
IJ
info@diligentia-uitgeverij.be Industrieweg 122 A5 9032 Wondelgem tel 09 375 27 93 fax 09 375 32 18
D
IL
IG EN
TI A
UI
activatiecode e-ducate.me:
©
Concept en lay-out: Diligentia Uitgeverij Verantwoording beeldmateriaal Alle grafiek, schema’s, tabellen, illustraties: Diligentia Uitgeverij Foto’s: Shutterstock en beeldarchief Diligentia Uitgeverij Digitaal boek, video's, animaties en modules: e-ducate.me 1ste druk 2020 © 2020 Diligentia Uitgeverij bvba Wondelgem Wettelijk Depot D/2020/0067/12 ISBN 9789070978600 NUR 126 -128 Werkmap Aardrijkskunde 5/6 Verstedelijking en RO Leerwerkboek Auteurs: Kris Cox, Reinhilde Leysen, Marc van Boven, Jef Wauters Verantwoordelijke uitgever: Diligentia Uitgeverij, Industrieweg 122 A5 9032 Wondelgem, België www.diligentia-uitgeverij.be Alle rechten voorbehouden. Behoudens de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt, op welkewijze dan ook , zonder voorafgaande en schriftelijke toestemming van de uitgever.
5-6
Leerdoelen
D8 D9 D10 D11 D12 D13
IJ
Š
D
IL
D14 D15 D16 D17 D18 D19 D20 D21 D22 D23
ER
D6 D7
TG EV
D4 D5
UI
D3
TI A
D2
De versnippering van de bebouwde en open ruimte in de eigen leefomgeving kunnen aanduiden aan de hand van verschillende informatiebronnen. Open ruimte, bebouwde ruimte en versnippering kunnen herkennen op een orthofoto, een topografische kaart en de kaart van het bodemgebruik. Het verschillend ruimtegebruik in Vlaanderen-Brussel op de kaart van het bodemgebruik kunnen omschrijven. De kwaliteit van wonen in de eigen leefomgeving kunnen onderzoeken en beoordelen. De eigen gemeente kunnen plaatsen in de hiĂŤrarchie van de gemeenten aan de hand van de heersende criteria. De evolutie van de stad kunnen bespreken. Het stadsgewest als resultaat van functionele en morfologische verstedelijking kunnen bespreken en de processen van urbanisatie, suburbanisatie, desurbanisatie, re-urbanisatie en rurbanisatie kunnen inpassen. De problemen van de stad kunnen opnoemen en bespreken. De noodzaak van een ruimtelijk structuurplan voor Vlaanderen (RSV) kunnen aantonen. De uitdagingen bij de herziening van het RSV bespreken. De basisprincipes van het RSV kunnen geven. De vier invalshoeken waarrond de visie werd uitgewerkt, opnoemen. De stedelijke gebieden, de economische activiteit, het buitengebied en de transportinfrastructuur kunnen bespreken met kaarten. Het organigram van de concrete uitwerking van het RSV kunnen geven. De begrippen van BRV omschrijven. Van kaarten op Geopunt Vlaanderen de bebouwing aflezen en beoordelen. De evolutie van de oppervlakte voor de verschillende bestemmingscategorieĂŤn bespreken. De doelen van BRV opsommen en kort bespreken. De 4 principes voor een beter ruimtegebruik opnoemen en bij elk een voorbeeld geven. De problemen van spanning tussen verschillende ruimtegebruikers kunnen benoemen. Het principe van de lobbenstad als oplossing voor de versnippering uitleggen. De problemen van spanning tussen verschillende ruimtegebruikers kunnen benoemen. Een conflictgebied in je eigen omgeving kunnen bespreken.
IG EN
D1
verstedelijking en ruimtelijke ordening
1
begrippenlijst Het gebied waar openheid primeert en waar de niet bebouwde ruimte overweegt. Natuur, bosbouw en landbouw vormen de structuurbepalende functies in deze open ruimte.
bebouwde ruimte
Het gebied dat gebruikt wordt voor wonen, industrie, handel, diensten en verkeersinfrastructuur.
versnippering
De ruimtelijke gehelen geraken in de loop van de tijd verbrokkeld door verkeersinfrastructuur, lintbebouwing, verkavelingen en bedrijventerreinen.
morfologische
Het aandeel van de verstedelijkte oppervlakte door bebouwing (bewoning, handel, industrie en infrastructuur) bepaalt de morfologische verstedelijkingsgraad. Dit is zichtbaar in het landschap.
functionele
De uitrustingsgraad en invloedssfeer bepalen de functionele verstedelijkingsgraad. Voor bepaalde diensten en goederen zijn gemeenten aangewezen op een groter centrum. Ze behoren dan tot het verzorgingsgebied van dit centrum en vallen onder de invloedssfeer.
BEGRIPPENLIJST
verstedelijkingsgraad
De plattelandsvlucht naar de kernstad.
TG EV
urbanisatie
De morfologische en functionele verplaatsing van wonen en centrumfuncties naar de stadsrand.
desurbanisatie
De morfologische en functionele verplaatsing van wonen en centrumfuncties naar de banlieue.
re-urbanisatie
De terugkeer van wonen naar bepaalde wijken van de kernstad.
UI
suburbanisatie
De sociologische en economische verstedelijking van het platteland.
rurbanisatie
Een stedelijk fenomeen waarbij bevolkingsgroepen zich concentreren in bepaalde buurten of wijken. Hierdoor ontstaat een oververtegenwoordiging van bepaalde groepen. Criteria om de ruimtelijke segregatie te analyseren zijn: inkomen, leeftijd, geslacht en etnisch-culturele herkomst.
gentrificatie
Bepaalde sociale groepen met een hoger cultureel of financieel niveau vestigen zich in volkswijken en renoveren de bestaande woningen. Zo verjagen de rijken, de armen.
TI A
ruimtelijke
IG EN
segregatie
rsv - ruimtelijk struc-
IL
tuurplan vlaanderen
rup - ruimtelijk
2
ER
verstedelijkingsgraad
IJ
open ruimte
D
uitvoeringsplan
Geen plan maar een visie over hoe de overheid met de ruimte wil omgaan voor een zekere planperiode.
Een plan met bijhorende stedenbouwkundige voorschriften waarmee de overheid de bestemming van een gebied vastlegt als aanpassing van het gewestplan of een BPA. Een strook waar verschillende concurrerende gebruikers van de ruimte naast elkaar voorkomen zodat er moeilijkheden kunnen ontstaan door tegenstrijdige belangen.
gewestplan
Plan dat voor het hele grondgebied de ruimte voor landbouw, wonen, werken en recreatie vastlegt en de groene ruimte beschermt.
bpa - bijzonder plan
Brengt een bestemmingswijziging in het gewestplan aan om een lokaal probleem op te lossen.
groenboek -
Krijtlijnen voor een nieuwe beleidsvisie op de Vlaamse ruimtelijke ontwikkeling op de lange termijn.
©
conflictlijn
van aanleg
beleidsplan ruimte vlaanderen
verstedelijking en ruimtelijke ordening
inhoud leerdoelen 1 begrippenlijst 2 1 Ruimtelijke structuur 1.1 Ruimtegebruik
5
A Eigen omgeving B Vlaanderen en Brussel
5 9
1.2 Functionele en morfologische verstedelijking
10
A Eigen omgeving B Vlaanderen en Brussel
10 14
IJ
2 De stad 2.1 Evolutie van de stad
TG EV
2.2 Problemen van de stad
TI A
3 Ruimtegebruik
UI
A Bevolkingsevolutie in de stad B Verkrotting C Segregatie D Gentrificatie E Gezinsverdunning F Financiële draagkracht
2.3 Pendel- en mobiliteitsproblemen
ER
A Algemene studie B Evolutie van de stad in eigen omgeving
15
15 18
19
19 22 23 26 26 26
27
3.1 Evolutie van het ruimtegebruik in Vlaanderen
29
3.2 Ruimtelijke planning als antwoord 3.3 Gewestplan: RSV (Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen)
31 32
3.4 BRV - Beleidsplan Ruimte Vlaanderen
38
IG EN
A Evolutie landgebruik in Vlaanderen B Beschikbare oppervlakte open en versteende ruimte per inwoner
IL
A Principes en visie van het RSV B Oefeningen C Uitvoering
32 35 37
38 40 41 42
©
D
A Begrippen B Oefening Geopunt Vlaanderen C Evolutie in het ruimtegebruik D Strategische doelstellingen van het BRV
29 30
3.5 Spanningen tussen ruimtegebruikers 3.6 Lobbenstad
45 46
4 Ruimtelijke planning en milieuproblemen in eigen omgeving 4.1 Situering 4.2 Ruimtelijke analyse van het gebied 4.3 Conflictlijn 4.4 Historiek 4.5 Interactie met de 'spelers op het veld' 4.6 Eigen voorstel tot oplossing van het conflict 4.7 Confrontatie met het RSV
50 50 51 51 52 52 52 verstedelijking en ruimtelijke ordening
3
4
verstedelijking en ruimtelijke ordening
RUIMTELIJKE ORDENING
ruimtelijke structuur verstedelijking
ruimtegebruik
problemen
TI A
evolutie
IG EN
IL
D
de stad
Š
functioneel
morfologisch
Vlaanderen-Brussel
eigen streek
vergrijzing
migratie
Vlaanderen-Brussel
eigen streek
versnippering
bebouwing
Vlaanderen-Brussel
eigen streek
versnippering
bebouwing
ruimtegebruik open ruimte
open ruimte
situering
vergroening
verkleuring
aantal inwoners
IJ
ER
financiĂŤle draagkracht
gezinsverdunning
gentrificatie
TG EV
UI segregatie
verkrotting
pendel-mobiliteit
bevolkingsevolutie
re-urbanisatie
eigen streek rurbanisatie
desurbanisatie
suburbanisatie
urbanisatie
algemeen
OPBOUWSCHEMA: RUIMTELIJKE ORDENING
1 ruimtelijke structuur 1.1
Ruimtegebruik
Met de hulp van kaartmateriaal bestuderen we het ruimtegebruik: - in de eigen regio - in Vlaanderen-Brussel
TG EV
ER
IJ
A Eigen omgeving
Situering
TI A
1 Kleur je gemeente in op de blinde kaart van Vlaanderen - Gemeenten.
IG EN
2 Duid je eigen schoolomgeving aan op de bijgevoegde topografische kaarten in: - bijlage 1 1/10 000 - bijlage 2 1/20 000 - bijlage 3 1/50 000
IL
3 Duid aan op de kaart van 1/50 000 (bijlage 3): - de grote verkeersassen - de waterlopen - de kanalen - de dichtstbijzijnde grote stad (steden)
D
Ruimtegebruik
1 Werk verder op de kaart van 1/50 000 (bijlage 3) met de hulp van de kaart van het bodemgebruik van de eigen omgeving (bijlage 4). Baken het volgende af:
©
D1
UI
Vlaanderen - gemeenten
- de woonzones - de industriezones en bedrijventerreinen - de agrarische gebieden
met een zwarte lijn met paarse arcering met gele arcering
- de tertiaire activiteiten
met blauwe arcering
- de groenzones
met groene arcering
2 Beoordeel aan de hand van de ingekleurde zones op de kaart de graad van versnippering in je eigen omgeving. (Raadpleeg de info’s op de volgende 3 pagina’s).
verstedelijking en ruimtelijke ordening
5
definities volgens het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen (RSV) Open ruimte Het gebied waar openheid primeert en waar de niet bebouwde ruimte overweegt. Natuur, bos- en landbouw vormen de structuurbepalende functies in deze open ruimte.
ER
IJ
D2
500m
TI A
UI
TG EV
orthofoto © AGIV
IG EN
500m
©
D
IL
Bodemgebruik kernstadbebouwing andere bebouwing industrie en handel andere infrastructuur akkerbouw weiland bos
500m
Functies: Bebouwing:
6
topografische kaart © NGI
bodemgebruik © AGIV
VERSPREID
verstedelijking en ruimtelijke ordening
LINTBEBOUWING
GECONCENTREERD
definities volgens het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen (RSV)
ER
IJ
Bebouwde ruimte Het gebied dat gebruikt wordt voor wonen, industrie, handel, diensten en verkeersinfrastructuur.
500m
TI A
UI
TG EV
orthofoto © AGIV
topografische kaart © NGI
IG EN
500m
D
IL
Bodemgebruik kernstadbebouwing andere bebouwing industrie en handel andere infrastructuur akkerbouw weiland bos
©
D2
500m
Functies: Bebouwing:
bodemgebruik © AGIV
VERSPREID
LINTBEBOUWING
GECONCENTREERD
verstedelijking en ruimtelijke ordening
7
definities volgens het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen (RSV) Versnippering De ruimtelijke gehelen geraken in de loop van de tijd verbrokkeld door verkeersinfrastructuur, lintbebouwing, verkavelingen en bedrijventerreinen.
ER
IJ
D2
500m
TI A
UI
TG EV
orthofoto © AGIV
IG EN
500m
©
D
IL
Bodemgebruik kernstadbebouwing andere bebouwing industrie en handel andere infrastructuur akkerbouw weiland bos
500m
Functies: Bebouwing:
8
topografische kaart © NGI
bodemgebruik © AGIV
VERSPREID
verstedelijking en ruimtelijke ordening
LINTBEBOUWING
GECONCENTREERD
B Vlaanderen en Brussel BODEMGEBRUIK IN VLAANDEREN bebouwing landbouwgrond weiland bossen
IJ
bron: Geopunt Vlaanderen
ER
1 Raadpleeg in je atlas de kaarten ‘België: industrie en verkeer’ : - wegen en autosnelwegen; - binnenscheepvaart.
TG EV
2 Zet op de kaart hierboven de beginletter bij de grote steden.
3 Teken de herkenbare lijnen van auto- en waterwegen op de kaart.
UI
4 Waar is er nog open ruimte in Vlaanderen en Brussel?
TI A
5 Wat lees je van onderstaand diagram af in verband met de open ruimte?
bebouwing van de totale oppervlakte in Vlaanderen
IG EN
30% 25%
IL
20%
D
15% 10%
©
D3
5% 0%
1990 1995 2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 woongebied
overige bebouwing
Besluit: - Steden: - Auto- en waterwegen: - De bebouwde oppervlakte: verstedelijking en ruimtelijke ordening
9
1.2
Functionele en morfologische verstedelijking
A Eigen omgeving D4
Met behulp van een enquête, cijfers en statistische gegevens onderzoek je de voorzieningen van je eigen gemeente om deze dan een plaats te geven in de hiërarchie van de gemeenten. Zoek op het internet. bevolking
0 nee
0 ja (in de richting van
mobiliteit
- is er file
.
TI A
- bereikt de verkeersdrukte een piek om
0 nee
)
uur 0 ja, naar
om het
uur
naar
om het
uur
naar
om het
uur
0 ja, naar
om het
uur
naar
om het
uur
IG EN
- is er een NMBS-station
0 ja 0 ja
UI
1 In mijn gemeente: - werken mijn ouders - zijn er voldoende fietspaden
ER
0 nee 0 nee
TG EV
2 Schrap wat niet past. In mijn gemeente is bouwgrond: - duur / goedkoop - schaars / in overvloed
IJ
1 Schrap wat niet past. In mijn gemeente wonen vooral: - jonge / oude mensen - arbeiders / kaderleden - veel alleenstaanden / gezinnen - autochtonen / allochtonen
0 nee
D
IL
- is er een goede verbinding met De Lijn naar de dichtstbijzijnde stad/steden
©
naar om het uur (verbindingen van De Lijn en van NMBS vind je op hun websites)
leefbaarheid
1 Mijn gemeente is: - veilig / onveilig omdat 2 In mijn gemeente is er voldoende: - groenvoorziening - voorziening voor de jeugd - voorziening voor de ouderen - aandacht voor netheid 10
verstedelijking en ruimtelijke ordening
0 nee 0 nee 0 nee 0 nee
0 ja Waar? 0 ja 0 ja 0 ja
TG EV
Waar?
› industriepark › bedrijventerrein
TI A
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
0 0
IL
ruimtegebruik
› kleuterschool › park › postkantoor › sporthal › theater › secundaire school › voetbalveld › universitair ziekenhuis › algemeen ziekenhuis › zwembad
IG EN
werkgelegenheid
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
UI
diensten › atletiekpiste › bank › basisschool › bibliotheek › bioscoop › brandweerkazerne › cultureel centrum › gerechtshof › huisarts › hogeschool
ER
- Winkels voor dagelijks gebruik › bakker 0 › beenhouwer 0 › krantenwinkel 0 › apotheek 0 › superette 0 - Winkelketens › schoenen 0 › kleding 0 › meubels 0 › computer 0 › elektro 0 - Shoppingcentrum 0 - Er zijn veel / weinig winkels. - Inwoners gaan vaak / soms winkelen in andere steden/gemeenten.
IJ
handel
D
› er is veel open ruimte 0 › er is veel verstedelijking 0
©
Controleer je antwoord door vergelijking met de kaart (zie volgende pagina). Hoe was je inschatting?
verstedelijking en ruimtelijke ordening
11
11,9 - 17,5
17,6 - 23,4
bron: Adsei en FOD Financiën (kadaster); bewerking SVR
23,5 - 31,2
31,3 - 43,0
43,1 - 67,0
ER
4,3 - 11,8
IJ
Bebouwde oppervlakte per gemeente
GEMIDDELDE VLAAMS GEWEST = 19,6%, NIET GEKADASTREERD = 7%
TG EV
Het aandeel van de verstedelijkte oppervlakte door bebouwing (bewoning, handel, industrie en infrastructuur) bepaalt de morfologische verstedelijkingsgraad. Dit is zichtbaar in het landschap. plaats in de stedenhiërarchie
1 Vergelijk de gegevens die je hebt over je gemeente met de info hieronder. INFO
Hiërarchie van de steden
UI
D5
NAAR
PROF. DR.
E. VAN HECKE
HANDEL
ONDERWIJS
winkels voor dagelijkse voorzieningen
kleuterschool
D
IL
DORP
IG EN
TI A
De hoeveelheid, de kwaliteit en de verscheidenheid van goederen en diensten die aangeboden worden zijn niet overal gelijk. Ook het aantal inwoners verschilt van gemeente tot gemeente. Deze elementen bepalen de stedenhiërarchie.
©
KLEINE STAD
REGIONALE STAD
GROTE STAD
12
warenhuis
lagere school secundaire school
meerdere grote warenhuizen kwantitatief en kwalitatief hoogstaand winkelniveau gespecialiseerde winkels hoofdzetels van firma’s
verstedelijking en ruimtelijke ordening
RECREATIE EN VRIJE TIJD
voetbalveld
bibliotheek
MEDISCHE VOORZIENINGEN
huisarts ziekenhuis sporthal
cultureel centrum hoger onderwijs
universitair onderwijs
sporthal van hoog niveau theater / opera sportstadion
gespecialiseerd ziekenhuis
universitair ziekenhuis
2 Tot welk niveau behoort jouw gemeente? 3 Controleer dit op de kaart van de hiërarchie van de gemeenten (zie kaart onderaan). 4 Kleur je gemeente in op de kaart.
ER
IJ
5 Voor welke diensten en goederen moet je vanuit jouw gemeente naar een groter centrum ?
TG EV
6 Bepaal het verzorgingsgebied van je eigen of een nabije stad op bijlage 5 door het: - samenbrengen van de gegevens van de klas. - bevragen van de inwoners. - onderzoeken van de frequentie en de bestemming van het openbaar vervoer. - raadplegen van de atlaskaarten 'invloedssferen'.
D
IL
IG EN
TI A
UI
7 Arceer dit verzorgingsgebied op bijlage 5, benoem de gemeenten en duid aan met pijlen: - de gemeenten die in de invloedssfeer van je eigen (nabije) stad liggen; - de grootstedelijke invloedssfeer waaronder jouw stad valt.
©
Hiërarchie van de gemeenten Grote stad
Regionale stad Lorem ipsum
Goed uitgeruste kleine stad Behoorlijk uitgeruste kleine stad Zwak uitgeruste kleine stad
De uitrustingsgraad en de invloedssfeer bepalen de functionele verstedelijkingsgraad. Voor bepaalde diensten en goederen zijn gemeenten aangewezen op een groter centrum. Ze behoren dan tot het verzorgingsgebied van dit centrum en vallen onder de invloedssfeer ervan. Besluit: Mijn gemeente heeft - een hoge / lage morfologische verstedelijkingsgraad - een hoge / lage functionele verstedelijkingsgraad
verstedelijking en ruimtelijke ordening
13
B Vlaanderen en Brussel 1 Bestudeer in je atlas opnieuw de kaarten met kleinstedelijke, regionaalstedelijke en grootstedelijke invloedssferen. Wat stel je vast bij vergelijking van de drie kaarten?
2 Geef voor elk van de drie grootsteden de belangrijkste centrale functies:
ER
IJ
- Brussel:
TG EV
- Antwerpen:
invloedssfeer van de stad
TI A
INFO
UI
- Gent:
IG EN
Ongeveer 50% van de Vlaamse bevolking leeft in de invloedssfeer van een kleine stad. Ongeveer 50% van de Vlaamse bevolking leeft in de invloedssfeer van een regionale stad. Ongeveer 25% van de Vlaamse bevolking leeft in de invloedssfeer van een grootstad. Bevolkingsaantallen: Antwerpen: 500.000 - Brussel: 1.200.000 -
GENT - Universiteit
©
D
IL
Brussel - Wetstraat
Gent: 250.000
Antwerpen - MAS
14
verstedelijking en ruimtelijke ordening
Antwerpen Gerechtsgebouw Brussel - Europsese Commissie
2 De stad 2.1
Evolutie van de stad
De manier waarop Vlamingen vandaag wonen en werken, hun mobiliteit, hun economische en culturele relatie met de stad, zijn fenomenen die pas na WO II tot ontwikkeling zijn gekomen. A Algemene studie
1970
UI
2000
TI A
DESURBANISATIE morfologische en functionele verplaatsing van wonen en centrumfuncties naar BANLIEUE
SUBURBANISATIE morfologische en functionele verplaatsing van wonen en centrumfuncties naar STADSRAND
TG EV
na WO II
ER
URBANISATIE plattelandsvlucht naar KERNSTAD
IJ
D6
RE-URBANISATIE terugkeer van wonen naar bepaalde wijken van de KERNSTAD
D
Vul het schema op de volgende bladzijde aan. We nemen Mechelen als voorbeeld: - de uitbreiding van de stad van de middeleeuwen tot nu. - de kenmerken van de delen van het stedelijk leefcomplex nu.
©
D7
IL
IG EN
RURBANISATIE sociologische en economische verstedelijking van het PLATTELAND
verstedelijking en ruimtelijke ordening
15
Stedelijk leefcomplex
Evolutie van de stad
Stadsgewest Agglomeratie Kernstad 19e eeuwse uitbreiding
middeleeuwse stad
19e-eeuwse uitbreiding industrialisatie
TI A
morfologisch • dichtheid bevolking • dichtheid bebouwing
UI
TG EV
ONTWIKKELING VANAF DE ME
ER
IJ
stadskern
IG EN
functioneel • functies
19e-eeuwse woonwijk
stadskern
©
D
IL
DE STAD NU
morfologisch • dichtheid bevolking • dichtheid bebouwing functioneel • functies
16
verstedelijking en ruimtelijke ordening
banlieu of stadsomgeving
stadsrand post-industriële fase
middeleeuwse stad
forenzenzone
NU
IG EN
TI A
UI
TG EV
ER
IJ
stadsrand
banlieue
forenzenwoonzone
©
D
IL
stadsrand nu
Conflictzone: verdringing
pendel (= forenzen) ➞
van:
verstedelijking en ruimtelijke ordening
17
B Evolutie van de stad in eigen omgeving 1 Noteer op onderstaand schema bij de pijlen de delen van het stedelijk leefcomplex. 2 Duid op de topografische kaart van je eigen stad (bijlage 2) de verschillende delen van het stedelijk leefcomplex aan. 3 Noteer voor elk deel enkele wijken of straten onder de schets. 4 Zoek via Google Earth en Street View foto’s (vogelperspectief en schuine stand) van de door jou aangegeven wijken of straten. (je kan de foto’s met ‘printscreen’ opslaan) 5 Noteer onderaan het nummer van de foto op het fotoblad (of de nummers van de foto’s die je zelf maakte) bij het passende stadsdeel.
IJ
....................................................... .......................................................
ER
.......................................................
..........................................
..........................................
..........................................
..........................................
©
D
IL
IG EN
TI A
UI
..........................................
TG EV
.......................................................
foto nummer:
18
foto nummer:
verstedelijking en ruimtelijke ordening
foto nummer:
foto nummer:
foto nummer:
2.2 INFO
van 6 naar 7 miljoen
De bevolking van Vlaanderen zal van 6 naar 7 miljoen groeien en verandert bovendien van samenstelling. Migratie, vergrijzing, vergroening en gezinsverdunning creëren andere woonnoden, zorg- en dienstverlening. De grote steden krijgen de grootste instroom. In sterk verstedelijkte omgevingen dreigen sociaal-ruimtelijke polarisatie en suburbanisatie een harmonische ontwikkeling te bemoeilijken. (Groenboek) A Bevolkingsevolutie in de stad
2000
2004
Antwerpen
470 349
459 072
446 525
455 148
Gent
230 543
227 483
224 180
229 344
Hasselt
66 094
67 466
68 058
Kortrijk
76 087
76 040
74 790
Leuven
85 193
87 168
88 014
Mechelen
75 622
75 718
75 438
Brussel
136 707
135 681
133 859
2008
2011
472 071
493 515
237 250
247 486
ER
1995
TG EV
1990
IJ
Evolutie van het aantal inwoners
71 543
73 807
73 984
73 941
74 868
89 777
92 704
96 942
76 981
79 503
81 927
141 314
148 873
163 210
UI
69 127
1 Plaats in de kolommen naast de cijfers of om de groei of afname aan te duiden.
IG EN
TI A
2 Welke algemene tendens stel je vast in de evolutie?
D
IL
migratie per 1000 inwoners kernstad stadsrand agglomeratie banlieu forenzen
©
D8
Problemen van de stad
5
totaal migratiesaldo in de Belgische stadsgewesten
4 3 2 1 0
-1 -2 -3
1993 - 2000 2001 - 2002 2003 - 2004 2005 - 2006
3 Wat leid je af uit de grafiek over de evolutie van de bevolking in de verschillende delen van de stad?
verstedelijking en ruimtelijke ordening
19
Oorzaken van de bevolkingsevolutie. Migratie naar herkomst 1 Vul in aan de hand van onderstaand diagram: 11000 9000 7000
buitenlands migratiesaldo
5000
natuurlijke aangroei
3000 1000 -1000
binnenlands migratiesaldo
0
* totale aangroei bevolking
-5000
Grootsteden
ER
IJ
-3000 Centrumsteden
TG EV
natuurlijke aangroei betekent:
migratiesaldo betekent:
UI
De oorza(a)k(en) van de aangroei van de stedelijke bevolking is/zijn voornamelijk te danken aan:
TI A
de stad wordt verlaten door: → VERKLEURING 2 Plaats '' op de juiste plaats in het diagram.
IG EN
Migratie naar leeftijd
IL
1 Bespreek bij de kaart het intern migratiesaldo voor jonge gezinnen:
©
D
Intern migratiesaldo, leeftijdsgroep (30-39, 0-9J) jonge gezinnen, Top 5 van gemeenten van bestemming, gemiddelden 2000-2006
De stad wordt verlaten door: → VERGRIJZING
20
verstedelijking en ruimtelijke ordening
LEESTEKST 'Stad niet ideaal voor gezin'
'We wonen ruimer. De kinderen kunnen nu meer buiten spelen en ik moet ook geen tien minuten meer rondrijden om een parkeerplaats te vinden.' Johny Stabel weet redenen genoeg om zijn vlucht uit de stad te motiveren. Samen met zijn vrouw Dorien en hun twee kinderen Jules (2) en Victor (6 maanden) woonde hij jarenlang in AntwerpenNoord. Deze week kocht het gezin een woning in het groene Schoten.
verhuisd omdat je daar maar je voordeur moet opentrekken om een terrasje te kunnen doen. Intussen hebben we twee kinderen, en dan weegt dat ene voordeel niet meer op tegen alle nadelen. De stad is niet echt the place to be voor een gezin.' 'Ik heb bijvoorbeeld immense problemen gehad om mijn zoon in een kleuterklas te kunnen inschrijven. Of neem nu de speelruimte voor de kinderen. In Antwerpen hadden we een terras van tien vierkante meter. Nu hebben we een tuin die tien keer zo groot is. Daar doen we het voor.' (DHH)
IJ
SCHOTEN - Johny Stabel en zijn gezin verlieten Antwerpen en trokken naar het landelijke Schoten.
TG EV
Totaal migratiesaldo in de Belgische gewesten
TI A
300 250
IG EN
200 150
D
Š
-50
IL
100
0
uit: De Standaard 22 september 2010
UI
2 Vul in aan de hand van bovenstaand artikel. Waarom verlaten jonge gezinnen de stad ?
50
ER
'Ik ben opgegroeid in de Kempen', vertelt Stabel. 'In mijn jonge jaren ben ik naar Antwerpen
-100
0-2 j.
2007
3-5 j.
6-11 j. 12-17 j. 18-24 j. 25-29 j. 30-39 j. 40-49 j. 50-59 j. 60-69 j. 70-79 j. 80-89 j. + 90 j.
2008
2009
3 Bespreek het migratiesaldo van Mechelen in 2007, 2008 en 2009:
verstedelijking en ruimtelijke ordening
21
5 Wat leid je af uit de grafiek en de kaart? Noteer.
UI
de stad is aantrekkelijk voor:
ER
TG EV
4 Bespreek bij de kaart het intern migratiesaldo voor jongeren (18-25j):
IJ
Intern migratiesaldo, leeftijdsgroep (18-25J) Top 5 van gemeenten van herkomst, gemiddelden 2000-2006
TI A
→ VERGROENING B Verkrotting
Š
D
IL
IG EN
Het stadsbestuur van Mechelen wil maximaal inspelen op de nieuwe Vlaamse wetgeving op huisjesmelkerij. In dat nieuwe reglement wordt het mogelijk om huizen sneller onbewoonbaar te verklaren en de huurders op kosten van de eigenaar elders te huisvesten in afwachting van de vereiste aanpassingen. Als de herstellingen te lang uitblijven, kan de overheid zelf iemand aanstellen om de klus, op kosten van de eigenaar, te klaren.
Zoek in je eigen centrumstad voorbeelden van de aanpak van verkrotting:
22
verstedelijking en ruimtelijke ordening
C Segregatie Ruimtelijke segregatie is een stedelijk fenomeen waarbij bevolkingsgroepen zich concentreren in bepaalde buurten of wijken. Hierdoor ontstaat een oververtegenwoordiging van bepaalde groepen. Criteria om de ruimtelijke segregatie te analyseren: - inkomen - leeftijd - geslacht - etnisch-culturele herkomst
TG EV
ER
wel aan de rand van die wijk, maar ze wonen er zelf niet." Volgens de burgemeester is die segregatie nog een gevolg van de immigratiegolf van vroeger. “De mijn gaf haar medewerkers onderdak in afgesloten wijken die rond de mijn werden gebouwd. Intussen heeft de helft van de mensen hun huis gekocht en verhuizen ze dus ook niet meer.” Tolerantie Toch wil Claes niet gezegd hebben dat het beleid van haar gemeente gefaald heeft. “Een samenleving evolueert. Ook het beleid moet zich dus aanpassen. Twintig jaar geleden woonden in de huidige concentratiewijken nog gastarbeiders van verschillende origine. Intussen is in deze wijken de situatie volledig gekanteld: de werkloosheid is groot, de sociale mix is weg, mensen plooien zich terug op hun eigen groep en de tolerantie van Belgen vermindert. Als de samenleving verandert, moet ook het beleid veranderen. Ik wil de concentratiewijk toch openbreken, letterlijk en figuurlijk”, aldus burgemeester Claes. ED/LC
UI
Vlaams parlementslid Sonja Claes (CD&V) heeft vorige week een boze brief gestuurd naar minister Geert Bourgeois (N-VA) die in de integratiemiddelen wil snoeien. Daarin kaart ze als burgemeester van Heusden-Zolder het probleem van ‘segregatie’ aan. Tot nu toe een taboewoord. “Je moet de problemen toch durven benoemen”, vindt ze. “Sommige allochtonen zijn goed geïntegreerd, maar ik stel intussen wel vast dat voor veel mensen in de concentratiewijken die integratie niet is gelukt", legt de burgemeester uit.
IJ
LEESTEKST in concentratiewijken is de integratie mislukt
uit: Het Belang Van Limburg - 22 februari 2012
D
IL
IG EN
TI A
Immigratiegolf In haar brief spreekt de CD&V-politica zelfs over ‘segregatie’ “Ik verwijs daarmee naar afgesloten wijken waar één groep mensen, bijvoorbeeld alleen Turken, samenwonen. Die wijken zijn ook letterlijk, geografisch afgesloten. Je kan daar perfect overleven zonder ook maar één woord Nederlands te praten. Je ziet in die wijken dat meerdere generaties onder één dak wonen, dat ze hun kinderen allemaal naar dezelfde school sturen waar ze onder elkaar Turks praten en dat ze hun eigen winkels, dokters en verplegers hebben. De meeste mensen die er wonen zijn kansarm, de rest is vertrokken. De Turkse dokters werken
©
Wat is kenmerkend voor een concentratiewijk:
verstedelijking en ruimtelijke ordening
23
Segregatie naar etnisch-culturele afkomst
TG EV
ER
IJ
Bespreek de spreiding van van inwoners van vreemde origine in Antwerpen
Bron: Dienst Bevolking Stad Antwerpen begin 2005 Bewerkingen door Databank Sociale Planning
UI
Verhouding inwoners van vreemdeorigine stedelijk gemiddelde: 24,5 %
Segregatie naar leeftijd
Verhouding jongeren (-18 jaar) stedelijk gemiddelde: 20 %
Š
D
IL
IG EN
TI A
Verhouding senioren (60+ jaar) stedelijk gemiddelde: 24,5 %
Bron: Dienst Bevolking Stad Antwerpen begin 2005 Bewerkingen door Databank Sociale Planning
Bespreek de spreiding van senioren en jongeren in Antwerpen:
24
verstedelijking en ruimtelijke ordening
Bron: Dienst Bevolking Stad Antwerpen begin 2005 Bewerkingen door Databank Sociale Planning
Segregatie naar inkomen
TI A
UI
TG EV
ER
IJ
De woningmarkt werkt als een filter en zorgt ervoor dat bevolkingsgroepen zich concentreren in bepaalde buurten of wijken in een stad. Het inkomen speelt hierbij een belangrijke rol: mensen en gezinnen worden over de stad verspreid in functie van wat ze kunnen spenderen aan huisvesting, afhankelijk van de hoogte en stabiliteit van het inkomen.
kansarm
IG EN
kansrijk middengroep
IL
bron: Instituut voor Politieke Sociologie en Methodologie, IPSoM
D
Zoek in je atlas de kaarten 'segregatie' en 'sociaal patroon' in Brussel en vergelijk met de bovenstaande kaart:
Š
- Wie woont er in de stadskern?
- Wie woont er aan de rand van het ZoniĂŤnwoud?
verstedelijking en ruimtelijke ordening
25
D Gentrificatie De centrale Brusselse wijken, het historische hart van de stad en de 19de-eeuwse wijken bestaan uit oude woningen die vaak in slechte staat zijn en verhuurd worden door privé-eigenaars. Het is vooral de minderbegoede en migrantenbevolking die hier woont. Alleenstaanden, gediplomeerden en kunstenaars komen zich hier nu vestigen. Ze openen er cafés, restaurants, kunstgalerijen en organiseren hier culturele activiteiten. In Brussel is de verandering van de Marollen en de Dansaertwijk een voorbeeld van gentrificatie. Brussel - Dansaerstraat
ER
IJ
Met gentrificatie bedoelt men het feit dat bepaalde sociale groepen met een hoger cultureel of financieel niveau zich vestigen in volkswijken en die (willen) renoveren. Op deze manier verjagen de rijken, de armen.
E Gezinsverdunning
TG EV
Foto: Oxfam-Solidariteit
De socio-demografische samenstelling van de binnenstad evolueert: het aantal gezinnen neemt toe terwijl het aantal bewoners weinig verandert.
UI
1 Wat betekent dit voor de samenstelling van het gezin?
F Financiële draagkracht
TI A
2 Welk gevolg heeft dit op de vraag naar woningen?
IG EN
Brussel is veruit de rijkste regio van het land. In 2007 lag het bruto binnenlands product (BBP) per inwoner 2,4 % hoger dan het Europees gemiddelde. Herbekijk de kaart (fig. Brussel blz. 25): - Waar wonen de rijke Brusselaars?
D
IL
- Waar concentreren zich de lage inkomens?
©
- Wat betekent dit voor de financiële draagkracht van Brussel?
INFO
Een groot deel van de rijkdom die in Brussel geproduceerd wordt 'verlaat de administratieve grenzen van de stad'. - 20% van de bevolking (18-64 jaar) leeft van een vervangingsinkomen. - 32 000 huishoudens leven met een leefloon. - 102 000 inwoners ontvangen een werkloosheidsuitkering. - 13 000 65-plussers leven van een inkomensgarantie voor ouderen.
26
verstedelijking en ruimtelijke ordening
2.3
Pendel- en mobiliteitsproblemen
Files zorgen voor tijdverlies en economische schade, vooral in de steden en tijdens de spits. Mensen komen te laat op het werk of op school of missen zakelijke afspraken. De transportsector krijgt het steeds moeilijker om behoorlijk te plannen en op de afgesproken tijd te leveren. Files nemen toe. De mobiliteit blijft de komende jaren toenemen. Dat heeft met allerlei factoren te maken: de economie blijft groeien en wordt steeds meer internationaal, de bevolking neemt toe, net zoals de behoefte aan cultuur, recreatie en consumptie. De ochtend- en avondspits hebben intussen hun vaste files. Doordat het wegennet zo druk wordt benut, leiden kleine verstoringen – ongevallen, sneeuw en ijs, wegwerkzaamheden – meteen tot zware opstoppingen.
ER
IJ
Zowat 225 000 auto’s rijden dagelijks het Brussels Hoofdstedelijk Gewest binnen of buiten, naast de 175 000 voertuigen die de inwoners zelf elke dag gebruiken. Het gevolg: files, stress, risico op ongevallen, geluidshinder en luchtvervuiling. Het ontbreekt nochtans niet aan alternatieve oplossingen om zich in Brussel te verplaatsen: trein, tram, bus, metro, fiets, te voet, carpooling of autodelen. Genoeg dus om een verzadigde stad te ontlasten.
3 300 000 3 200 000
TI A
UI
TG EV
1 Wat kan je besluiten uit de drie onderstaande diagrammen?
aantal personenwagens in Vlaanderen
IG EN
3 100 000 bedrijfs- of schoolvervoer 1,6% bromfiets 3 1,5% 000 000
autopassagier 3,3%
motor 0,6%
fiets 12,0%
tram 0,7%
2 900 000
te voet 2,8%
bus 3,0%
2 800 000
overig 10,7%
IL
2 700 000 2 600 000
D
2 500 000
autobestuurder 67,5%
2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 trein 7,0%
©
verplaatsingen volgens motief
zakelijk 7%
winkel 22%
vervoermiddel woon-werk - 2010 bedrijfs- of schoolvervoer 1,6%
bezoek 13%
autopassagier 3,3%
bromfiets 1,5% motor 0,6%
brengen/halen 11%
fiets 12,0%
tram 0,7%
te voet 2,8%
diensten 5%
bus 3,0%
overig 10,7%
onderwijs 7% werken 16% plezier 4%
ontspanning 15% autobestuurder 67,5%
trein 7,0%
verstedelijking en ruimtelijke ordening
zakelijk 7%
bezoek 13%
27
2 Noteer in het kader onder de kaarten ‘ochtendfile/avondfile’.
TG EV
ER
IJ
3 Verantwoord telkens kort jouw keuze.
80 70
TI A
60
57
66 58
50 40 30
24
20 10 0
18 12 5
2
kernstad
16
17
13 4
10
7 3
19e-eeuwse gordel
3 3 extra muros
4
3
totaal
©
D
IL
IG EN
dagelijks > of = 1 keer/week > of = 1 keer/maand < 1 keer/week nooit
74
UI
Antwerpen: parkeerproblemen omgeving woning tijdens de week in %
4 Besluit:
Het autobezit in Vlaanderen ligt gevoelig hoger op het platteland dan in verstedelijkte gebieden. In de grootstedelijke centra heeft zelfs 1 op 3 gezinnen geen auto. Onderzoek naar de motieven hiervan ontbreekt. Hoewel autobezit en -gebruik zowel op het platteland als in de stad voor veel mensen cruciaal is, vormt de parkeerproblematiek in de steden nu al een uitdaging. In de toekomst zal zich een verdere druk op de ruimte doorzetten waardoor parkeer- en stallingproblemen zowel aan de woning als op de bestemmingslocaties groter worden.
28
verstedelijking en ruimtelijke ordening
3 Ruimtegebruik 3.1
A Evolutie landgebruik in Vlaanderen
TG EV
ER
IJ
1976
IG EN
TI A
UI
1988
D
IL
2000
©
D9
EVOLUTIE VAN HET RUIMTEGEBRUIK IN VLAANDEREN
2050
bebouwd land akkerland grasland bos wateroppervlak
verstedelijking en ruimtelijke ordening
29
B Beschikbare oppervlakte open en versteende ruimte per inwoner Oppervlakte open ruimte per inwoner in het REF– en het EUR-scenario (Vlaanderen 2005 en 2030)
ER
Š
D
IL
IG EN
2 Hoe kan men deze tendens een halt toeroepen?
30
UI
1 Wat lees je af van de bovenstaande kaarten en grafieken?
TI A
D9
TG EV
verstedelijking en ruimtelijke ordening
IJ
Oppervlakte versteende ruimte per inwoner in het REF– en het EUR-scenario (Vlaanderen 2005 en 2030)
3.2
Voor een goede ruimtelijke ordening is een ruimtelijke visie een fundamentele vereiste. ■ Vóór 1962 was er geen nationale ruimtelijke ordening. De lokale overheden bepaalden de bestemming van de gronden. Wild-groei in de woningbouw was het gevolg met o.a. lintbebouwing. ■ 1962 WET op de STEDENBOUW:
- bodembeschermingsplan - ruimtelijke scheiding van functies
ER
IJ
■ Jaren 70 eerste GEWESTPLANNEN voor het hele Belgische grondgebied. - Vastleggen van de ruimte voor landbouw, wonen, werken en recreatie. - Bescherming van de groene ruimte. - Bestemmingswijziging in het gewestplan om lokale problemen op te lossen kan via BPA (Bijzonder Plan van Aanleg). ■ 1980 Staatshervorming met overdracht van bevoegdheden: de bevoegdheid RO (Ruimtelijke Ordening) wordt overgedragen naar de gewesten.
TG EV
■ 1997 RSV (Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen): geen ‘plan’ maar een ‘visie’ over hoe de overheid met de ruimte wil omgaan voor een zekere planperiode.
TI A
UI
■ 1999 Invoering van het RUP (Ruimtelijk Uitvoeringsplan). Het RUP wordt opgesteld door gewest, provincie of gemeente. - Legt in een bepaald gebied de bodembestemming vast. - Bevat stedenbouwkundige voorschriften op basis waarvan stedenbouwkundige vergunningen kunnen worden afgeleverd. - Vervangt het Gewestplan en de BPA’s, maar deze blijven wel nog in voege als de gemeente niet over een RUP beschikt.
IG EN
■ 2000 Herziening van het RSV. Doel: de ruimtelijke ordening is gericht op een duurzame ontwikkeling waarbij de ruimte beheerd wordt ten behoeve van de huidige generatie, zonder de be-hoeften van de toekomstige generatie in het gedrang te brengen.
D
IL
■ 2004 Uitvoering van strategische projecten met subsidie van de Vlaamse overheid. Via deze subsidies worden gemeenten, provincies en andere publieke actoren gestimuleerd om de ruimtelijke kwaliteit in Vlaanderen te verhogen door concrete projecten te realiseren. Voorbeelden: - Herinrichting van de Scheldekaaien Antwerpen. De open en publieke ruimte van de Scheldekaaien is bepalend voor de aantrekkelijkheid van de stad. Met de herinrichting van de kaaien kan Antwerpen als waterstad haar relatie met de rivier herstellen. - Bouwen aan het internationaal Rivierpark Maasvallei. De vzw Regionaal Landschap Kempen en Maasland, de provincie Limburg, 5 Maassteden en -gemeenten en verschillende actoren uit de Maasregio willen werk maken van meer ruimtelijke en landschappelijke kwaliteit in de Maasval-lei. Daarnaast wil het project ook bijdragen aan duurzaam toerisme en de regionale ontwikkeling in de Maasvallei.
©
D10
RUIMTELIJKE PLANNING ALS ANTWOORD
Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV). ■ 2012 Krijtlijnen voor een nieuwe strategische visie op de Vlaamse ruimtelijke ontwikkeling staan weergegeven in ‘Het Witboek’. Men noemt dit ook de betonstop. Dit suggereert een onjuiste interpretatie. Het BRV houdt niet in dat er niet meer kan gebouwd worden, wel dat we daarvoor niet steeds bijkomende open ruimte innemen. ■ 2018 Strategische visie van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV). De strategische visie omvat een toekomstbeeld en een overzicht van beleids-opties op lange termijn, met name de strategische doelstellingen.
verstedelijking en ruimtelijke ordening
31
3.3 D11
GEWESTPLAN: RSV (Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen)
A Principes en visie van het RSV Om de behoeften aan te pakken ging men uit van de volgende basisprincipes: - Rekening houden met de bestaande versnippering, de groei van functies - Concentreren in steden en bestaande kernen = GEDECONCENTREERDE BUNDELING - Beschermen van de open ruimte - Herwaarderen van het stedelijk weefsel
D12
Deze visie wordt uitgewerkt volgens de volgende vier invalshoeken:
ER
IJ
1 STEDELIJK GEBIED: - Gedeconcentreerde bundeling - Stedelijke netwerken: geheel van steden en stedelijke gebieden met draagvlak voor voorzieningen en diensten
TG EV
D13
Â
Â?
‚
ÂÂ?
€ Â
‚
UI
TI A
ƒ
 �  � �  � � � �
IG EN
IL
1 Wat is de Vlaamse Ruit?
Š
D
2 Welke stedelijke netwerken vind je?
32
verstedelijking en ruimtelijke ordening
2 GEBIED VOOR ECONOMISCHE ACTIVITEIT: - Stedelijke gebieden - Economische netwerken en economische knooppunten - Poorten: zee- en luchthavens en HST-stations vormen de motor van de economie D13 Â Â
„ ‚ Â
Â?Â?
† Â
ƒ
ƒ
„�
Â?
Â… ÂÂ?
† Â
ER
 Â? Â?Â? Â?  Â? Â?  Â?Â? € ‚‚   ‚‚Â
TG EV
Â?
IJ
3 Waar is er een belangrijk economisch netwerk?
TI A
UI
4 Benoem de Poorten.
IG EN
3 BUITENGEBIED: - Gebied waarin de niet-bebouwde open ruimte overheerst in het landschap - Afbakening van landbouw-, natuur- en bosgebieden - Tussen de bestaande open ruimte verbindingen behouden
IL
D13
Â? Â? Â?
D Š
 �
Â?
Â
Â
5 Waar bevinden zich de buitengebieden?
verstedelijking en ruimtelijke ordening
33
6 Waarom is het nodig dat er een verbindingen komen tussen de buitengebieden?
4 TRANSPORTINFRASTRUCTUUR: Moet rekening houden met: bereikbaarheid, leefbaarheid, verkeersveiligheid en infrastructuur
TG EV
ER
IJ
D13
UI
TI A
7 Wat is de IJzeren Rijn?
IG EN
8 Noteer de belangrijkste E-wegen op de kaart.
SYNTHESE: RUIMTELIJKE VISIE OP VLAANDEREN Rivieren en valleien vormen de ruggengraat van de ruimtelijke structuur in Vlaanderen
D
IL
D13
Antwerpen Sint-Niklaas
Brugge
©
Oostende
Turnhout
Mechelen
Gent
Genk
Roeselare
Kortrijk
Leuven
34
verstedelijking en ruimtelijke ordening
Hasselt
B Oefeningen
TG EV
ER
IJ
STEDELIJKE GEBIEDEN EN STEDELIJKE NETWERKEN
1 Teken de Vlaamse Ruit en benoem de steden die de hoekpunten vormen.
TI A
UI
2 Arceer de vier stedelijke netwerken en benoem de bijbehorende regionaal stedelijke gebieden:
©
D
IL
IG EN
BUITENGEBIEDEN
3 Situeer de zeven buitengebieden op de kaart en noteer ze hieronder.
verstedelijking en ruimtelijke ordening
35
ER
IJ
ECONOMISCHE KNOOPPUNTEN
TG EV
4 Situeer en benoem de poorten: - Zeehavens (3) - HST-stations (2) - Luchthavens (2)
UI
5 Teken het Albertkanaal. -
©
D
IL
IG EN
TRANSPORTINFRASTRUCTUUR
TI A
6 Situeer 2 economische netwerken:
7 Benoem hoofdwegen en waterwegen.
36
verstedelijking en ruimtelijke ordening
C 3. Uitvoering Met deze basisprincipes van het RSV als leidraad gaan de verschillende beleidsniveaus eigen structuurplannen maken. De concrete uitwerking gebeurt via de Ruimtelijke Uitvoeringsplannen (RUP's) die de bestemmingen van het gewestplan kunnen wijzigen en zo de huidige gewestplannen vervangen. 1 Vul de verschillende beleidsniveaus in op de stippellijnen. 2 Noteer in de kaders de afkortingen van de structuur- en de uitvoeringsplannen. BELEIDSNIVEAU
ER
IJ
STRUCTUURPLAN
3 Zijn er in je gemeente of nabije regionale stad RUP’s?
TG EV
UITVOERINGSPLAN
TI A
5 Op welke uitdagingen biedt dit een antwoord?
UI
4 Welke gebieden krijgen in het lokale RUP een andere bestemming?
6 Maakt je gemeente deel uit van een grootstedelijk gebied? ja / neen
IG EN
7 Is er nood aan infrastructuurwerken? ja/neen
D
IL
8 Zo ja, zijn deze in het RUP opgenomen?
Š
D14
verstedelijking en ruimtelijke ordening
37
3.4
Beleidsplan Ruimte Vlaanderen - BRV
De manier waarop we onze ruimte gebruiken, stoot op zijn grenzen. Als we niet opletten is Vlaanderen straks helemaal volgebouwd. Het is belangrijk om aan te geven waar we met Vlaanderen naartoe willen. De keuzes van vandaag bepalen onze toekomst. Dat is nodig om Vlaanderen sterk en leefbaar te houden. De Vlaamse overheid wil zorgvuldiger omgaan met de schaarse openbare ruimte. Meer doen met minder ruimte, dat is het uitgangspunt van het nieuwe plan. Het Witboek Beleidsplan Ruimte Vlaanderen geeft een strategische visie voor de ruimte van morgen. Uit het voorwoord van de brochure „Samen werken aan de ruimte van morgen“
D15
A Begrippen
TG EV
ER
IJ
Verharding - Ruimtebeslag
ruimtebeslag
geen ruimtebeslag
IL
IG EN
TI A
UI
verharding
!!! verharding ≠ ruimtebeslag
D
Bovenstaande schetsen tonen het gebruik van de ruimte. Welke elementen behoren tot :
©
1 Verharding:
2 Ruimtebeslag:
3 Geen ruimtebeslag:
38
verstedelijking en ruimtelijke ordening
33% RUIMTEBESLAG IN VLAANDEREN ANNO 2014
Bestemming:
IJ
Het gewestplan geeft de bestemming van de gronden aan. Open het gewestplan op http://www.geopunt.be/kaart?app=gewestplan_app en zoom in op je eigen gemeente.
ER
Bestemming: een door de overheid voorgenomen landgebruik op een grond. Een bestemming is voorzien in een goedgekeurd plan (bv. gewestplan, ruimtelijk uitvoeringsplan) via stedenbouwkundige voorschriften.
13%
80%
randstedelijk
landelijk
D
IL
IG EN
stedelijk
TI A
UI
7%
TG EV
Stedelijk, randstedelijk, landelijk gebied
Š
D15
Kernbebouwing, lintbebouwing, verspreide bewoning
kernbebouwing
lintbebouwing
verspreide bouwing verstedelijking en ruimtelijke ordening
39
B Oefening Geopunt Vlaanderen
TG EV
ER
IJ
D16
IG EN
TI A
UI
Ga naar Geopunt Vlaanderen: https://www.geopunt.be/kaart - Neem als achtergrond ‘Basiskaart GRB’ (sluit rechts venster ‘Kaarten’: X) - Ga naar Catalogus - Onder ‘Webservices’ recent → WFS ‘bedrijventerreinen’ - Bedrijventerreinen, Toestand 5/4/2018’ → Bekijk op kaart (sluit venster) - Zoom in tot een schaal ± 1/100000. Zoek naar eigen keuze een gebied waar je zowel een gemeentekern, lintbebouwing en verspreide bebouwing aantreft. → Zoom dan in tot ± 1/25000 1 Markeer op je kaart met ‘tools’ Een woonkern Een lintbebouwing
(tekenen - kleur - opvulling):
(lijndikte 2, doorzichtigheid 80%)
IL
Een gebied met verspreide bewoning
D
Je kan de URL van je bewerkte kaart kopiëren, mailen …
©
2 Zoom verder in tot ± 1/3000. Wat stel je vast i.v.m. de grootte van de percelen? 3 Welk gevolg heeft de bebouwing voor de ‘open’ ruimte? 4 Waar bevinden zich de bedrijventerreinen? 5 Open op de linkerrand het venster onder ’Geopunt-kaart’, scroll naar beneden en kies ’’Reis door de tijd’. Hier kan je de ontwikkeling van de bebouwing in het landschap volgen. Beschrijf wat je ziet:
40
verstedelijking en ruimtelijke ordening
C Evolutie in het ruimtegebruik 120%
115%
RESERVAAT EN NATUUR INDUSTRIE RECREATIE
110%
BOS
IJ
105%
100%
ER
WONEN
OVERIG GROEN LANDBOUW
TG EV
95%
90% 1995
2000
2005
2010
OVERIGE BESTEMMINGEN
2015
2 Wat bleef stabiel?
TI A
1 Waarvan nam de oppervlakte relatief toe?
D
IL
IG EN
3 Betekent dit dat er geen woningen bijkomen?
©
D17
UI
De relatieve verandering in oppervlakte voor de verschillende bestemmingscategorieën t.o.v. 1995
verstedelijking en ruimtelijke ordening
41
D Strategische doelstellingen van BRV Google als inleiding: ‘Strategische visie - YouTube’ en bekijk het filmpje van 3 minuten. In een brochure, ‘Samen werken aan de ruimte van morgen’ heeft de Vlaamse overheid de hoofdlijnen van het ‘Witboek van het ‘Beleidsplan Ruimte Vlaanderen’ geschetst. Je kan deze brochure downloaden. Ga naar: https://www.vlaanderen.be/publicaties/samen-werken-aan-de-ruimte-van-morgen Bij lezing van deze brochure maken we een korte synthese van deel 2 en deel 3. We gooien het roer om: méér doen met minder. p 12-17
IG EN
VERWEVING
ER
TI A
UI
Tijdelijk ruimtegebruik is het toelaten van activiteiten in een ruimte die is bedoeld voor andere doeleinden op een ander of later moment. De voorlopige activiteit mag een toekomstig ander gebruik niet hypothekeren en is dus omkeerbaar. Het is nodig om te anticiperen op toekomstig ander gebruik bij nieuwbouw en constructies aanpasbaar of verplaatsbaar te ontwerpen zodat het gebruik ervan doorheen de tijd kan veranderen.
Intensivering van onze ruimte doen we door te verdichten, te stapelen of ondergronds te bouwen. Voorbeelden zijn kangoeroewoningen, dak- of ondergrondse parkings en hoogbouw.
TG EV
TIJDELIJK RUIMTEGEBRUIK
HERGEBRUIK Hergebruik is het opnieuw benutten van verouderde gebouwen en terreinen. De herontwikkeling van de Vaartkom in Leuven, een voormalig industrieterrein, en Park Spoor Noord in Antwerpen, vroeger een spoorwegemplacement, zijn daarvan voorbeelden.
1 Noteer de 4 principes die Vlaanderen wil toepassen voor een efficiënter ruimtegebruik. Geef bij elk een/een paar voorbeeld/voorbeelden.
©
D18
D
IL
Verweving is het samenbrengen van diverse functies – wonen, werken, voorzieningen, energiewinning – op één plaats. Een jeugdbeweging die gebruikmaakt van een schoolspeelplaats bijvoorbeeld. Maar ook windmolens in landbouwgebied en bedrijven die geïntegreerd zijn in woonwijken zijn vormen van verweving.
IJ
INTENSIVERING
-
-
-
-
42
verstedelijking en ruimtelijke ordening
Vlaanderen in 2050 p 18-27
VLAANDEREN IN 2050 DE RUIMTE TRANSFORMEREN
Internationaal sterke regio
HET BESTAANDE R U I M T E B E S L AG BETER BENUTTEN
Iedereen kan zich duurzaam verplaatsen
ER
Het leven is goed
IJ
DE OPEN RUIMTE MAXIMAAL VRIJWAREN
TG EV
Biodiversiteit en voedsel productie zijn verzekerd
TI A
Sterk in de wereld: internationaal sterke regio.
IG EN
2 Noem enkele grote internationale troeven van Vlaanderen.
IL
3 Hoe kan het ruimtebeleid hieraan mee helpen?
D
Hoge levenskwaliteit: het is er goed leven. 4 Waarom zijn groene ruimten zo belangrijk?
©
D19
UI
De ruimte is klimaatbestendig ingericht
Vlotte mobiliteit: iedereen kan zich duurzaam verplaatsen. 5 Hoe moet de ruimte georganiseerd worden voor een vlotte verplaatsing?
6 Wat betekent 70 – 90 minuten/dag?
verstedelijking en ruimtelijke ordening
43
D19
Ruimte voor landbouw- en voedselproductie en biodiversiteit 7 Hoe wil men de druk op de open ruimte verminderen?
Klimaatbestendige ruimte
©
D
IL
IG EN
TI A
UI
TG EV
ER
IJ
Oefening: Noteer bij de onderstaande tekeningen welke doelstellingen worden geïllustreerd. Je kan hiervoor gebruik maken van de brochure Samen werken aan de ruimte van morgen” https://www.vlaanderen.be/publicaties/samen-werken-aan-de-ruimte-van-morgen
44
verstedelijking en ruimtelijke ordening
minuten
3.5
ER
IJ
In gans Vlaanderen zijn de voorbije decennia situaties ontstaan waarbij de verschillende ruimtegebruikers in conflict komen met elkaar. Benoem onder elke foto de ruimtegebruikers en omschrijf kort het conflict.
E40 HST - Haspengouw
IG EN
TI A
UI
TG EV
Mechelen - Hombeekse Steenweg
D
IL
Kontich - Hoeve ter Bekelaan
©
D20
SPANNINGEN TUSSEN RUIMTEGEBRUIKERS
Ecoduct - E314
verstedelijking en ruimtelijke ordening
45
3.6 D21
RUIMTELIJKE PLANNING ALS ALTERNATIEF
A Lobbenstad
TI A
UI
TG EV
ER
IJ
Tot in deze eeuw kende de stad een concentrische uitbreiding, vertrekkend vanuit het (meestal middeleeuwse) oude centrum. Deze uitbreiding verdringt het groen weg van het stadscentrum. Gevolg: vlucht naar de stadsrand, invalswegen en de stadsomgeving. Zo ontstond dan lintbebouwing langs de invalswegen en ook de opkomst van tuinwijken. Bij zeer grote steden, bv. Londen en Parijs, ontstonden “Newtowns”, “Villes nouvelles”. Dit leverde milieuproblemen én mobiliteitsproblemen op.
standskern
19de eeuwse uitbreiding
stadsrand
lintbebouwing
tuinwijk
IG EN
Hoe kan men het groen naar de stad brengen, zorgen voor woonuitbreiding, de auto uit de stad weren, woon-werk-winkelafstand verkleinen … ? De stad moet aan veel voorwaarden voldoen. Men zoekt naar oplossingen bij aanleg van nieuwe steden of bij aanpassing van bestaande steden.
©
D
IL
De Lobbenstad zoekt hier een antwoord op. Rond een compact stadscentrum wordt in de lobbenstad de stad opgebouwd uit compacte stadsdelen. Deze stadslobben worden gevormd rond een as die de basis vormt voor goed openbaar vervoer. Rond die as is er ruimte voor winkels en openbare voorzieningen. Groe-ne vingers scheiden deze stadslobben van elkaar en reiken tot aan het stadscentrum. De lobbenstad gaat uit van woonzones rond de invalswegen, met daartussen blauwgroene 'vingers' die de natuur tot in het hart van de stad brengen, De stedelijke lobben zijn niet groter dan 2500 m op 600 m. Zo ben je op maximum een kwartier fietsen in het stadscentrum en ligt het groen op loopafstand. Iedereen woont op wandelafstand van de structurerende hoofdassen waarop een goed openbaar vervoer uitge-bouwd is. Openbare netten van stadsverwarming, openbaar vervoer, riolering ... (infrastructuur) zijn gemakkelijker en goedkoper aan te leggen aangezien ze gebundeld kunnen worden. Blauwgroene vingers bestaande uit natuur en waterlopen hebben een gunstige invloed op het stadsklimaat.
46
verstedelijking en ruimtelijke ordening
B LOBBENSTAD SINT-NIKLAAS In Sint-Niklaas heeft het stadsbestuur ‘het concept lobbenstad’ omarmd en ingevoerd. C
LEGENDE station
TG EV
synthese huidige structuur
ER
IJ
B
D
fietsroute water
op- en overslag
binnenstad
Autoweg
woonlob
Spoorweg
bedrijventerrein
Invalsweg
groen
UI
Sint-Niklaas lobbenstad (theoretisch model)
historische stadsgroei
IL
IG EN
TI A
A
Bron: Ruimtelijke Ordening van Sint-Niklaas
D
fig. A, B en C
Sint-Niklaas had vroeger net als andere steden lintbebouwing langs de invalswegen. Om de concentrische uitbreiding van de kernstad tegen te gaan kiest de stad voor de uitbouw van de bewoning langs stads-lobben.
©
D21
fig. C Stadslobben of woonblokken worden opgehangen aan de historisch radiale invalswegen van de stad. Deze woonassen worden verdicht zodat de infrastructuur gebundeld wordt, vb. riolering, wegen, openbaar vervoer. Rond een woonas is er ruimte voor winkels en openbare voorzieningen. De lobben zijn niet langer dan 2500m vanuit het stadscentrum en niet breder dan 600m. Het centrum ligt dan op fietsafstand en het groen op wandelafstand. Iedereen woont op wandelafstand van een hoofdas waar een goed openbaar vervoer aanwezig is.
verstedelijking en ruimtelijke ordening
47
D21
F
ER
IJ
Toekomstige structuur van het fietsnetwerk
(Groene) verbindingen: concept 'groene singel' E stadsrandbos stadsboerderij
speelnatuur
UI
waterlandschap
TI A
volks-buurttuinen
wijkgroen
groene stapstenen
IG EN
Molenbeek tot in het centrum
TG EV
centrum
IL
stadsrandpark
fig. E
D
groenblauwe vingers
Š
Tussen de stadslobben is er een netwerk van blauwgroene vingers. Deze blauwgroene vingers hebben een belangrijke functie voor recreatie, biodiver-siteit, waterbuffering en – infiltratie, stads-landbouw. Ze brengen ook verkoeling en ventilatie tot in de stad. De binnenstad wordt een autoluwe kern. Het groen en het water wordt binnengebracht in de stad met binnentuinen en parken. Aan de rand van de stad zijn er parkings en overstapplaatsen voor het openbaar vervoer. fig. F Een stadswal zorgt voor groene verbindingen en een fietssingel.
48
verstedelijking en ruimtelijke ordening
1 Welk voordeel biedt een bundeling van de infrastructuur?
2 Welke openbare voorzieningen zouden er moeten zijn in de woonassen?
TG EV
ER
IJ
3 Welke functies vinden we in de blauwgroene vingers?
UI
4 Waar zijn de bedrijventerreinen gepland?
Š
D
IL
IG EN
TI A
5 Noteer de voordelen van de stadsuitbreiding volgens het concept van de lobbenstad.
verstedelijking en ruimtelijke ordening
49
4  Ruimtelijke planning en milieuproblemen in eigen omgeving D23
4.1
Situering
1 Onderzoek een conflict tussen verschillende ruimtegebruikers in je eigen omgeving.
IJ
2 Benoem het conflict en de ruimtegebruikers die erin betrokken zijn:
4.2
Ruimtelijke analyse van het gebied
TG EV
3 Omkader het probleemgebied met een duidelijke zwarte lijn.
ER
Vooraleer in te gaan op het eigenlijke gebied zelf is het belangrijk na te gaan hoe het gebied zich situeert in een ruimere omgeving. Werk op de topografische kaart 1/50 000 (bijlage 3).
2 Ga met Google Earth naar dit gebied. (fig. 3+4)
UI
1 Ga naar de website van je gemeente: -- zoek het plaatselijke gewestplan (zie voorbeeld fotoblad blz; 53: fig. 1 en 2). -- onderzoek of er voor het conflictgebied een RUP van kracht is.
TI A
3 Maak van de gevonden kaarten een screenshot en duid het conflictgebied aan.
IG EN
4 Welke structuuronderdelen gaan met elkaar in conflict?
5 Onderzoek voor dit gebied:
D
IL
-- kwaliteiten:
Š
-- knelpunten:
-- kansen:
50
verstedelijking en ruimtelijke ordening
4.3
Conflictlijn
Wanneer verschillende concurrerende ruimtegebruikers naast elkaar voorkomen, kunnen er ecologische conflicten ontstaan. De strook waar verschillende concurrerende gebruikers van de ruimte naast elkaar voorkomen zodat er moeilijkheden kunnen ontstaan door tegenstrijdige belangen noemt men de conflictlijn. D22
1 Duid op de 3 bovenstaande kaarten (gewestplan, RUP en Google Earthkaart) met fluostift de conflictlijnen of -punten tussen de verschillende ruimtegebruikers aan.
IJ
2 Omschrijf het conflict:
TG EV
ER
3 Zoek over het conflictgebied zo veel mogelijk documentatie: (krantenknipsels, verslagen van de gemeenteraden over deze conflictzone in het gemeentelijk contactblad, internetartikels…) 4 Maak hiermee een documentatiemap. Indien het conflictgebied een industrieterrein is:
5 Maak een lijst van de bedrijven en duid ze met een nummer aan op de kaart.
6 Duid met een fluostift de bedrijven aan die voor ecologische problemen zorgen.
IL
IG EN
TI A
UI
7 Maak een studie over de betrokken bedrijven. Inplanting van de bedrijven: ›› Afstand tot de woningen ›› Is er een bufferzone en hoe groot is ze? ›› Wanneer is het bedrijf opgericht? ›› Wanneer zijn de woningen gebouwd? ›› Welke zijn de gunstige vestigingsfactoren voor de bedrijven? ›› Welke zijn de gunstige vestigingsfactoren voor de woningen? ›› Beoordeel de bestaande infrastructuur. Ecologische impact van de bedrijven: ›› Wat produceren de bedrijven? ›› Welke ecologische problemen worden veroorzaakt? ›› Zijn deze problemen waarneembaar/ meetbaar?
D
8 Komt het huidige ruimtegebruik overeen met de bestemming aangeduid op het gewestplan?
©
D23
4.4
Historiek
De evolutie van het ruimtegebruik kan ons meer informatie geven over het ontstaan van een conflictzone. 1 Vergelijk je kaart met een uittreksel van een historische kaart (bijlage 6). 2 Hoe evolueerde het ruimtegebruik voor dit gebied?
verstedelijking en ruimtelijke ordening
51
4.5
Interactie met de 'spelers op het veld'
Na de situering en bestudering van het probleem aan de hand van kaarten is het wenselijk om op het terrein contact te zoeken met de verschillende partijen: -- Interview met de buurtbewoners -- Interview met de milieudeskundige van de bedrijven -- Interview met de wijkverantwoordelijke -- Interview met het lokale actiecomitĂŠ -- Interview met de vertegenwoordiger in de milieuraad -- Interview met de lokale milieuambtenaar 2 Maak een verslag dat het standpunt van de verschillende partijen duidelijk maakt.
IJ
1 Maak een keuze uit bovenstaande lijst en verdeel de taken.
ER
3 Vermeld zeker of de partijen in het verleden al inspanningen leverden om het conflict op te lossen of te verkleinen.
4.6
TG EV
4 Vermeld zeker ook de inspanningen die in de toekomst zullen geleverd worden.
Eigen voorstel tot oplossing van het conflict
D
IL
IG EN
TI A
UI
1 Doe een voorstel voor een oplossing van het ruimtelijk of ecologisch conflict. (individuele opdracht of groepsopdracht)
Š
2 Leg alle voorstellen van de klas bij elkaar en kom tot het beste compromisvoorstel.
4.7
4.7 Confrontatie met het RSV
1 Zoek uit of het beleid al een toekomstvisie heeft geformuleerd of een beslissing heeft genomen voor dit gebied. 2 Indien ja, voeg een kaart met de gewenste ruimtelijke structuur toe. (zie vb. blz. 54) Mogelijk hebben de verschillende politieke partijen voor dit gebied al een standpunt kenbaar gemaakt. 3 Welke visie heeft het beleid op de toekomst van dit gebied? 4 Komt het overeen met je eigen voorstel/ het klasvoorstel?
52
verstedelijking en ruimtelijke ordening
VOORBEELD KAARTEN EN FOTO’S Conflict: bewoning-industrie Print-screens (Mechelen RS - Google maps - streetvieuw)
©
TI A
D
IL
IG EN
2
UI
TG EV
ER
IJ
1
3
4
verstedelijking en ruimtelijke ordening
53
structuurplanning Mechelen
synthese gewenste ruimtelijke structuur
kaart 30
structuurbepalende rivier- en beekvallei groene vinger beekvallei waardevol geïsoleerd natuurgebied structurerende reliëf- en terreinovergang stedelijke woonomgeving waterfront straatdorp kerndorp hoofdwegen stedelijke industrieweg ringboulevard met stedelijke pleinen radiale hoofdstraat dorpenweg stationsomgeving grootschalig bedrijventerrein met gemengde activiteiten
IJ
gebied voor kantoren en diensten lokaal bedrijventerrein kleinhandelsconcentratie
ER
structuurbepalend landbouwgebied recreatief kerngebied
TG EV
toeristisch recreatieve pool opdrachtgever: stad Mechelen
Kaartnummer R253-213-k01 januari 2001 0,75
3 km
structuurplanning Mechelen
synthese bestaande ruimtelijke structuur kaart 26
binnenstad woonlobben kern binnen stedelijke ruimte landelijke kern
IL
IG EN
TI A
UI
0
lintbebouwing
D
reliëfcomponent valleigebied biologisch waardevol gebied
©
grootschalige bedrijvigheid tuinbouw veiling grondgebouwen landbouw hoofdontsluiting voor autoverkeer station spoorweg weg buiten verblijfsfunctie met lokale functie weg buiten verblijfsfunctie met ontsluitingsfunctie
opdrachtgever: stad Mechelen
Kaartnummer R253-257-k01 januari 2001 0
54
verstedelijking en ruimtelijke ordening
0,5
2,5 km
IJ ER TG EV UI TI A IG EN IL D ©
verstedelijking en ruimtelijke ordening
55
IJ ER TG EV UI TI A IG EN IL D © © 2020 Diligentia Uitgeverij
© TI A
IG EN
IL
D
IJ
ER
TG EV
UI
Diligentia Uitgeverij Industrieweg 122 A5 - 9032 Wondelgem
©
D
IL
IG EN
TI A
UI
TG EV
ER
IJ
Tel. 09 375 27 93 Fax 09 375 32 18 info@diligentia-uitgeverij.be www.diligentia-uitgeverij.be
Werkgroep Didactische Middelen www.wdm.be