2
KIJKER 1
Naam _______________________________________ Datum _____________ Klas __________
1 Ik schrijf de letters in het juiste vak. 10
a
k
m
ee
oe
b
o
g
w
ei
klinkers (K)
medeklinkers (M)
__________
__________
__________
__________
__________
__________
__________
__________
__________
__________
2 Ik luister goed. Ik schrijf de woorden op. 20 1
Er staan __________________________ kinderen voor de deur.
2
Er hangt een __________________________ voor de zon.
3
Ik __________________________ hoog in de lucht.
4 Ik __________________________ al te wachten. 5
Je bent __________________________.
6
Dat is een mooie __________________________.
7
Ik krijg __________________________.
8
Jij draagt een gouden __________________________.
9
Ik rijd op mijn __________________________.
10 Daar kruipt een __________________________.
Kijker 1 – Toets
23
2
KIJKER 1
Naam _______________________________________ Datum _____________ Klas __________
11 Ik lees over een mooie __________________________. 12 Je bent __________________________ hier. 13
Het __________________________ wel lang.
14
Ik __________________________ graag melk.
15 Ik ben __________________________ al thuis. 16 Ik vraag je __________________________. 17 Dat is __________________________. 18 Ik stap __________________________ van jou. 19
Hij __________________________ traag.
20 Voor mij staat een __________________________.
Totaal 30
Wat ik ervan denk.
Wat de juf/meester ervan denkt.
Lees de zin vlot en herhaal het in te vullen woord tweemaal. Lees achteraf nog eens alle zinnen.
Bespreek de opdracht.
KIJKER 1 Toets
b
o
g
w
ei
__________
1
Er staan __________________________ kinderen voor de deur.
twee 2 Er hangt een __________________________ voor de zon. wolk zweef 3 Ik __________________________ hoog in de lucht. 4 Ik __________________________ al te wachten. sta 5 Je bent __________________________. flink 6 Dat is een mooie __________________________. kleur 7 Ik krijg __________________________. hulp 8 Jij draagt een gouden __________________________. ring 9 Ik rijd op mijn __________________________. fiets 10 Daar kruipt een __________________________. slang
2 Ik luister goed. Ik schrijf de woorden op.
a ee __________ oe __________ __________ o __________ ei k m __________ b __________ __________ g __________ w
oe
__________
ee medeklinkers (M)
k m
klinkers (K)
a
1 Ik schrijf de letters in het juiste vak.
20
10
Naam _____________________________________________________________ Datum ____________________ Klas _________
2
Trek per fout geschreven woord Trek per fout een punt af een punt af.
Trek per Trekfout pere-ges fout een eenpunt puntaf. af
2 KIJKER 1
Kijker 1 – Toets – Correctieleutel
25
Laat de kinderen hun toets evalueren. Hoe hebben ze het gedaan?
2 KIJKER 1 Toets
30
Totaal
Naam _____________________________________________________________ Datum ____________________ Klas _________
11 Ik lees over een mooie __________________________. prins 12 Je bent __________________________ hier. vlug 13 Het __________________________ wel lang. duurt 14 Ik __________________________ graag melk. drink 15 Ik ben __________________________ al thuis. nu 16 Ik vraag je __________________________. iets 17 Dat is __________________________. juist 18 Ik stap __________________________ van jou. links zwemt 19 Hij __________________________ traag.
jongen
Wat de juf/meester ervan denkt.
20 Voor mij staat een __________________________.
Wat ik ervan denk.
Kleur dit in na de evaluatie.
Kijker 1 – Toets – Correctiesleutel
26
KIJKER 1
2
2
KIJKER 1
Eindtermen en leerplandoelstellingen
Woorden op a, o, u en ee
Hoorwoorden (tot MMKM en MKMM)
Lesdoelen
ET
GO!
OVSG
KathOndVla
1
De kinderen weten dat letters klanken vormen.
6.5
1.2.2.37 1.2.3.8 1.2.3.9
NL-TBS-04.11
Tb.6.1 Tb.7.3 Tb.23.1
2
De kinderen weten dat klanken woorden vormen.
6.5
1.2.2.36
NL-TBS-04.14 NL-TBS-04.15
Tb.6.2
3
De kinderen kunnen de juiste klank-letterkoppeling maken.
6.5
1.2.2.57 1.2.2.58 1.2.3.11
NL-LEZ-BV-B03-03 NL-TBS-04.01
Tb.6.5
4
De kinderen weten dat er medeklinkers en klinkers zijn.
6.5 6.7
1.2.2.78 1.2.3.47
NL-TBS-04.09 NL-TBS-04.17
9.1.1 9.3 Tb.7.1 Tb.23.4
5
De kinderen kennen de codes M (medeklinker) en K (klinker).
-
-
-
-
6
De kinderen kunnen een letter(groep) als medeklinker of klinker benoemen.
6.7
1.2.2.78
NL-TBS-04.09
-
7
De kinderen kunnen horen of er vooraan of achteraan in een woord één of twee medeklinkers staan.
6.5
1.2.2.33 1.2.2.34 1.2.2.40
NL-TBS-04.04
3.3.2 3.3.2.1 3.3.2.3 Tb.6.3
8
De kinderen kunnen met losse letters woorden maken.
6.5
1.2.2.35
-
-
9
De kinderen kunnen hoorwoorden tot MMKM en MKMM schrijven.
4.7 6.5
1.2.3.10
NL-SCH-BV-03-B02-01 NL-SCH-BV-03-B02-02 NL-SCH-BV-03-B02-03.01 NL-SCH-BV-03-B02-04.01 NL-SCH-BV-03-B02-05
3.3.2 3.3.2.1 3.3.2.3
10
De kinderen hebben inzicht in de opbouw van woorden.
6.5 6.7
-
-
Tb.9.2
11
De kinderen kunnen woorden schrijven op a, o en u.
4.7 6.5
1.2.3.10 1.2.3.49
NL-SCH-BV-03-B02-06 NL-SCH-BV-03-B03-02
1.2.4 1.2.5
12
De kinderen kunnen hoorwoorden op ee schrijven.
4.7 6.5
1.2.3.10
NL-SCH-BV-03-B02-06
1.2.5
13
De kinderen weten dat woorden op a, o en u afspraakwoorden zijn. Ze horen aa, oo of uu, maar schrijven de klinker enkel.
4.7 6.5
1.2.3.49
NL-SCH-BV-03-B03-02
1.2.4
Kijker 1 – Toets – Doelen
27
2
KIJKER 1
Eindtermen en leerplandoelstellingen
Woorden met ng en nk
Woorden tot MMKMM
Lesdoelen
28
ET
GO!
OVSG
KathOndVla
14
De kinderen kunnen woorden schrijven tot MMKMM.
4.7 6.5 6.7
1.2.2.56 1.2.3.38
NL-SCH-BV-03-B02-03 NL-SCH-BV-03-B02-04 NL-SCH-BV-03-B02-05
3.3.2.1 3.3.2.3 3.3.2.5
15
De kinderen weten wat werkwoorden zijn.
4.7 6.1 6.5 6.7
1.2.2.150 1.2.2.152 1.2.3.61
NL-SCH-DV-D04-02e-03 NL-TBS-05.16 NL-TBS-05.27
9.4.1 Tb.13.1
16
De kinderen ontdekken de structuur van werkwoorden: de +t-vorm.
6.5 6.7
1.2.2.150 1.2.2.152 1.2.3.61
NL-TBS-05.16 NL-TBS-05.17
4.1 4.2.1 9.4.1 Tb.13.2
17
De kinderen kennen de tweetekenklanken ng en nk.
6.5
1.2.2.53 1.2.2.58
NL-LEZ-BV-B07-01
3.6.1 3.6.2
18
De kinderen weten dat de tweetekenklanken ng en nk nooit uit meer dan twee tekens of letters bestaan.
4.7 6.5
-
-
-
19
De kinderen kunnen woorden schrijven met ng en nk.
4.7 6.5
1.2.3.42
NL-SCH-BV-03-B02-03.01 NL-SCH-BV-03-B02-03.05
3.6.1 3.6.2
20
De kinderen kunnen afleidingen schrijven van woorden met ng en nk.
4.7 6.5 6.7
1.2.2.47
NL-TBS-05.06
Tb.9.4
21
De kinderen kunnen woorden schrijven met ng en nk, gevolgd door een doffe e, er, en, el of s.
4.7 6.5
1.2.3.42
-
-
22
De kinderen kunnen de +t-vorm schrijven van werkwoorden met een stam op ng of nk.
4.7 6.5 6.7
1.2.3.55
NL-SCH-BV-03-B02-03.02 NL-SCH-DV-D04-02e-01.01 NL-TBS-05.20
4.2.1
Kijker 1 – Toets – Doelen
Kijker 1 – Toets – Turfblad
24
23
22
21
20
19
18
17
16
15
14
13
12
11
10
9
8
7
6
5
4
3
2
1
naam kinderen
fouten tegen
9
Hoorwoorden (tot MMKM en MKMM) 11
12
Woorden op a, o, u en ee 14
16
Woorden tot MMKMM 19
21
Woorden met ng en nk andere fout score
2 KIJKER 1
29
Hoorwoorden (tot MMKM en MKMM)
sta
9
wolk
12
Woorden op a, o, u en ee 11
twee
Woorden tot MMKMM
flink
16
duurt
ring
14
prins
zwemt
slang
zwemt
kleur
drink
nu
hulp
links
zweef
fiets vlug duurt iets juist
21
Woorden met ng en nk
19
jongen
Kijker 1 – Toets – Woordenlijst
30
KIJKER 1
2
2
KIJKER 1
Hoorwoorden (tot MMKM en MKMM) We delen deze focus op. We behandelen drie items: letterkennis (pagina 31), auditieve analyse (woorden tot MMKM en MKMM) (pagina 37) en kleefletters (pagina 40).
1 Letterkennis De leerstof ‘klank-letterkoppelingen’ komt niet systematisch aan bod in het tweede leerjaar. Er wordt verondersteld dat dit geautomatiseerd is aan het eind van het eerste leerjaar. Letterkennis is een voorwaardelijke vaardigheid om de spellinglessen in het tweede leerjaar te kunnen aanvangen. Twijfel bij enkele letters kan immers al een hypotheek leggen op het correct en vlot leren lezen/spellen.
Onderzoeken woordenlijst 1 schrijvertje
Dicteer alle klanken en vermeld hun steunwoord. De woordenlijst bevat de steunwoorden van de leesmethode mol en beer. Houd rekening met de leesmethode waarmee het kind vorig schooljaar leerde lezen. Eventueel vervang je deze woorden door andere steunwoorden. - Plaats een A wanneer de koppeling is geautomatiseerd. - Plaats een T wanneer het kind getwijfeld heeft, maar uiteindelijk de correcte letter(s) schreef. - Plaats een F wanneer het kind een fout schreef of het niet wist. Corrigeer ook meteen.
Reflecteren en analyseren A Kan het kind de letters correct uitspreken? Twijfel je aan het gehoor van het kind? B Kent het kind het steunwoord dat bij die letter past? Houd rekening met de leesmethode van het eerste leerjaar. Als je zelf dit steunwoord zegt, bv. de b van beer, kan het kind de letter dan wel correct schrijven?
C Kan het kind buurklanken onderscheiden? Dit zijn klanken die erg gelijkend zijn, bv. m en n, v en f, b en p …
Handelen A en C Indien je twijfelt aan het gehoor van het kind, lijkt ons een verwijzing naar een logopedist(e) wenselijk. kopieerblad 1
Knip de letters uit. Begin met eenvoudige oefeningen, zoals de kaartjes b, m en g. Jij zegt een woord (bv. beer, mat of gat). Het kind zegt na. Met welke letter begint het woord? Het kind duidt het juiste letterkaartje aan. Je kunt ook rechtstreeks van de klank vertrekken. Toon de m, de aa, de eu, de ui … Je werkt eerst met een paar kaartjes en je breidt dan de keuze uit. Werk ook met paren, bv. a en aa, u en uu. Medeklinkers zoals m en n en zeker klinkers zoals a en aa zijn gemakkelijk om auditief te onderscheiden.
Kijker 1 – Hoorwoorden (tot MMKM en MKMM): letterkennis
31
2
KIJKER 1
Sommige letters zijn nauwelijks of niet als aparte letter uit te spreken. Vertrek dan meteen van een woord. Laat hem/haar de letter aanduiden waarmee het woord begint. Ga over naar de buurklanken. Benoem ze als zusjes en broertjes. Ze lijken erg op elkaar, daarom weet je soms niet wie wie is.
buurklanken v
f
vis, vaas, vuur, vol, veer
b
p
fier, fijn, fout, fiets, fit
d
t
m
n
beer, bos, bal, bel, bier
z
s
pet, pot, peer, post, paf
g
h
deur, daar, dier, doek, dak toon, tuin, teen, tas, taal mat, mees, mol, mus, maag nat, nul, naar, net, neet zuur, zuig, zoet, zout, zoen soep, som, sap, sok, saus gaan, gat, goot, gom, gas haan, huis, hier, haar, hen
reus, deur, neus, steun, kleur huis, kruis, pruim, bruin, fruit hoek, bloem, zoen, groen, broer groot, kook, zoon, bloot, hoor
B kopieerblad 2
Zo ja, dan is het belangrijk die steunwoorden te blijven betrekken bij het handelen. Zo nee, dan probeer je de letter aan het juiste steunwoord te koppelen. Het steunwoord moet wel een hulp zijn en geen last! Op het kopieerblad vind je kaartjes met een letter en haar steunwoord. Leg de kaartjes van de letters waarmee het kind moeilijkheden heeft, op de hoek van zijn/haar bank.
Expliciete handelingstips voor in de klas 1 Steunwoorden Gebruik steunwoorden, het liefst die van de leesmethode waarmee het kind in het eerste leerjaar leerde lezen.
32
Kijker 1 – Hoorwoorden (tot MMKM en MKMM): letterkennis
2
KIJKER 1
2 Geheugensteuntjes Gebruik geheugensteuntjes. De literatuur vermeldt tal van steuntjes, bedacht door pientere leerkrachten en hun leerlingen. Overdrijf hierin niet. Enkele steuntjes kunnen helpen, maar te veel steuntjes leiden tot verwarring. Kinderen met hardnekkige problemen wat letterkennis betreft, moeten zeker een individueel begeleidingsprogramma krijgen. Belangrijk is dat, als je een geheugensteuntje gebruikt, je ervoor zorgt dat iedereen die met het kind spelt, dit steuntje kent en ook gebruikt. Enkele voorbeelden van geheugensteuntjes … eu of ui? Wordt het woord ‘deur’ met de eu of de ui geschreven? Probeer ze allebei, dan hoor je het wel. Deur of duir? Dit kan ook voor de oe en de oo. Hoe schrijf je de eu? Eerst de e en dan de u? Of eerst de u en dan de e? Vertrek van het woord huisdeur. In huisdeur zitten de ui en de eu. De u in huis staat vooraan. De u in deur staat achteraan. Waar staat de u? In ui vooraan en in eu achteraan.
huisdeur
Voor de ui kun je ook het volgende versje gebruiken. Een mus is geen muis. Een hut is geen huis. Een u is geen ui. De u + i is een ui!
m of n? De m en de n zijn minletters. De m heeft drie beentjes en de n maar twee. m
n
i
III II 3
–
1
=
2
Als je in de spiegel kijkt en ‘mmmm’ doet, dan is je mond dicht. Met wat fantasie zie je twee boogjes. Die steunen op drie beentjes. Als je ‘nnnnn’ doet, dan is je mond open. Je ziet maar één boogje dat steunt op twee beentjes.
Kijker 1 – Hoorwoorden (tot MMKM en MKMM): letterkennis
33
2
KIJKER 1
Laat het kind aan zijn/haar mond voelen terwijl hij/zij woorden met beginletters m en n zegt. Twijfel je, dan voel je aan je mond. Is die open of dicht? Dit is een goede aanpak voor kinderen die ze ook kunnen meenemen naar het derde of het vierde leerjaar wanneer ze nog twijfelen.
nm
b of d?
bad
De b en de d zitten samen in bad. Met hun rug tegen de kant. De twee rondjes kijken naar de a die in het midden zit.
ie of ei? De ie komt van 10. Eerst een streepje, de letter i, en dan een bolletje, de letter e. De ei past mooi in het ei. t
ie 10
n
ei
uu? We houden van het vieruurtje en schrijven uu dus met vier streepjes.
uu IIII 4
34
Kijker 1 – Hoorwoorden (tot MMKM en MKMM): letterkennis
2
KIJKER 1
3 Buurklanken Enkele kinderen blijken het moeilijk te hebben met het onderscheiden van buurklanken. Dit is ook niet steeds vanzelfsprekend. De v en de f verschillen niet eens zoveel, tenzij je die aanblaast, wat je normaal nauwelijks doet. Soms kan het helpen als je beide alternatieven na elkaar beluistert. De juf dicteert ‘keuken’ en het kind zegt bij zichzelf ‘Is het nu keuken of kuiken?’. Bij hardnekkige problemen oefen je de woorden zelf. Steun op het indrillen van het woord. Koppel het horen aan het zien. Het kind herhaalt het gedicteerde woord, schrijft het op en leest het nog eens. 4 Systematische remediëring Op grond van eerder onderzoek ken je de probleemletter(s) van het kind. Je dicteert nu MKM-woorden met de gekende letters. Dit zou vlot moeten gaan, tenzij er problemen zijn met de auditieve analyse en synthese. Hierna sta je stil bij een probleemletter (bv. eu) en gebruik je eventueel een geheugensteuntje. Je dicteert enkele MKM-woorden waarin ook de probleemletter voorkomt (deur, jeuk, beul). Lukt dit? Dan dicteer je allerlei woorden met deze probleemletter en andere gekende letters (jas, gek, keur, woon, mat, jeuk). Gaat alles nog steeds goed? Ga verder naar een volgende probleemletter. Een dergelijk oefenprogramma loopt parallel met lezen. Kies een volgorde van probleemletters om aan te houden. Het programma staat los van de focussen (spellingitems) en de structuur van Verrekijker spelling. Je kunt zeker oefenen op een focus en tegelijkertijd een leerlijn letterkennis wekenlang aanhouden. 5 Openheid, zichtbaarheid Bespreek met het kind de resultaten van het onderzoek (zie pagina 31), zeker als het gaat om enkele letters. Maak er een schema van. Laat het kind de letters kleuren die hij/zij kent. Hou dit schema bij en vul aan. Het kan stimulerend werken.
Kijker 1 – Hoorwoorden (tot MMKM en MKMM): letterkennis
35
2
KIJKER 1
Impliciete handelingstips voor in de klas Wanneer het kind moet schrijven, krijgt hij/zij een kaartje waarop zijn/haar probleemletters staan met het steunwoord van het eerste leerjaar en/of met een geheugensteuntje. Het kaartje kan een vaste plaats krijgen op de bank. Het kind mag kijken wanneer hij/zij twijfelt aan een letter. Dit mag tot de letter vlot gekend is. Dit kaartje kun je zelf maken. Inhoudelijk kun je inspiratie halen bij de lijst van steunwoorden van het eerste leerjaar (kopieerblad 2). Dergelijke impliciete aanpak is goed realiseerbaar in de klas. Kinderen die het erg lastig hebben, schrijven over. Stimuleer de leerkracht om het overschrijfboekje of de correctiesleutel van het werkkatern te gebruiken. Eventueel maak je een vergrote kopie. Denk ook aan de articulatie. Die van jou en die van het kind. Hoe spreekt het kind de klanken uit? Hij/zij luistert niet alleen naar jou, maar ook naar zijn innerlijke uitspraak. Laat hem/haar elk woord hardop uitspreken voor en nadat hij/zij het opschrijft. Voor hardnekkige uitspraakfouten is de hulp van een logopedist(e) wenselijk.
36
Kijker 1 – Hoorwoorden (tot MMKM en MKMM): letterkennis
2
KIJKER 1
2 Auditieve analyse Dit is ook een voorwaardelijke vaardigheid om de spellinglessen in het tweede leerjaar te kunnen aanvangen. Twijfel bij enkele letters kan immers al een hypotheek leggen op het correct en vlot leren lezen/spellen. Bij het spellen laat een kind de betekenis los. Hij/zij focust zich op klanken. Hij/zij leert alert te zijn voor woorddelen, de kop / staart van het woord, de klinker … Je gaat na in welke mate een kind eenvoudige woorden kan opdelen in letters (verletteren).
Onderzoeken bevers 1-3
Zeg een woord. Vraag aan het kind om het woord in stukjes te verdelen. Elk stukje schrijft hij/zij in een hokje. Daarna schrijft hij/zij het woord op. Het is niet belangrijk hoe het kind de letters uitspreekt. Neem nu het woord ‘boos’. Hij/zij mag ‘bee/oo/es’ of ‘be/oo/se’ zeggen. Een aantal letters kun je immers niet uitspreken, omdat ze hun klank krijgen binnen een woord. De analyse op letterniveau blijft dus altijd wat kunstmatig. De ‘b’ is een mondstand die pas klank krijgt als je ‘boos’ zegt. De ‘m’ kun je dan weer perfect verklanken. We stellen daarom voor dat het mondeling verletteren tegelijkertijd gebeurt met schriftelijk verletteren. Klanken zoals ie, oe en eu worden in één hokje geschreven. De klanken zijn dus het vertrekpunt en de bouwstenen van een woord, niet de letters. bever 1
bever 2
bever 3
MK en MKM
MMKM
MMKM en MKMM
kaas
groen
fles
buik droom zwaar deur glas vlam fee bloem vraag som snel fris oog traan zwel vuur snoep berg wie kras warm jas pruim wolk lip
smaak
fiets
zus kleur kalm tuin slim heks hen spook vork
Reflecteren en analyseren A Kan het kind de letters correct uitspreken? Vraag om een letter na te zeggen. Vraag om een woord na te zeggen met de letter als eerste klank. Twijfel je aan het gehoor van het kind?
B Kan het kind de lettervolgorde vasthouden? Wisselt hij/zij letters van plaats? Vergeet hij/zij letters?
C Kan het kind buurklanken onderscheiden? Dit zijn klanken die erg gelijkend zijn, bv. m en n, v en f, b en p … D Voegt het kind een letter toe? bv. vorek, warem? Kijker 1 – Hoorwoorden (tot MMKM en MKMM): auditieve analyse
37
2
KIJKER 1
Handelen A Heeft het kind logopedie nodig denk je? Overleg met een CLB-medewerker en anderen (schoolteam, dikwijls ook de ouders) die met het kind omgaan in schoolverband.
B Ga zo snel mogelijk naar grotere eenheden. Het kan immers zijn dat het kind minder moeite heeft met vl/ee/s dan met v/l/ee/s. Je laat het kind het woord dus niet verletteren (letter per letter), maar in grotere eenheden verdelen. Je benoemt vl als de kop, ee als de buik en s als de staart van het woord. Zo wordt broer ook br/oe/r. Je verkort nog verder door het woord te laten verdelen in twee: de kop en de rest van het woord. Vlees wordt dan vl/ees en broer wordt dan br/oer. Het kan dat overdadig analyseren leidt tot het verplaatsen van letters. Het kind kan daardoor de letters niet vasthouden. woordenlijst 2 bevers 4 en 5
Je laat het kind woorden hakken en plakken. Dit kan auditief of schriftelijk. Je gaat zo snel mogelijk over naar kop en staart (vl/ees).
woordenlijst 2 bever 6
Maak gebruik van de codes M en K, waarbij M staat voor medeklinker en K voor klinker. Ze geven het kind inzicht. Laat hen woorden de juiste code geven. Ze schrijven de woorden in het juiste vak. Auditief (je zegt een woord) of visueel (je toont een woord).
bever 7
Je laat het kind twee woorden schrijven. Eerst een MKM-woord en daarna een MMKMwoord. De woorden verschillen enkel in de kop. Gebruik de woorden eventueel in een zin en herhaal het op te schrijven woord. les
bever 8
38
fles
raam
kraam
lees
vlees sok
stok
boek
broek roer
broer
raaf
braaf room
droom
gaat
graat kom
krom
pel
spel soep
snoep
meer
smeer taal
staal
waar
zwaar tam
stam
toon
troon weet
zweet
peer
speer waar
zwaar
lus
plus lieg
vlieg
Je laat het kind twee woorden schrijven. Eerst een MKM-woord en daarna een MKMMwoord. De woorden verschillen enkel in de staart. Let op! Je gebruikt geen +t-vormen van werkwoorden (zoals roept of jaagt). Gebruik de woorden in een zin en herhaal het op te schrijven woord. kaas
kaars kam
kalm
kam
kamp kan
kans
lap
lamp poes
poets mens
pot
pots mes
mus
muts rot
rots
ver
vers wek
werk
ram
ramp wol
wolf
val
vals som
soms
pak
park bot
bots
Kijker 1 – Hoorwoorden (tot MMKM en MKMM): auditieve analyse
2
KIJKER 1
bever 9
Volg zoveel mogelijk de logische opbouw van het woord, zeker bij persoonsvormen. Je oefent vanuit de ik-vorm, wat een eenvoudig MKM-woord is, en je vraagt om de +t-vorm te schrijven. Je duidt eventueel de laatste M (de uitgang t) aan in het paars. Het kind maakt al op een impliciete manier kennis met werkwoordspelling. ik-vorm
+t-vorm
ik loop
hij loopt
bv. bel belt, geef geeft, hoor hoort, kies kiest, leer leert, lees leest, maak maakt, roep roept, ruik ruikt, vaar vaart, vis vist, weeg weegt, zoek zoekt ...
C pagina 31
We verwijzen terug naar het deel over letterkennis. Nogal wat kinderen hebben het moeilijk met vl en fl, vr en fr, zw. Je hoort ook niet zo goed het verschil tussen vr van vrees en fr van fris. Het gaat om een beperkt aantal woorden. Ofwel kies je voor de onthoudstrategie, ofwel oefen je heel veel op het herkennen van de juiste kop. Kies je voor de onthoudstrategie, dan oefen je enkele woorden specifiek. Je automatiseert op die manier het woordbeeld. Je herhaalt vaak dat woorden met sw niet bestaan. Althans toch niet in de spellingwoordenschat van de basisschool. fris
vraag
vlees
fles
zwaan
friet
vrees
vlieg
fluit
zwaar
fruit vlag zwem vlam vlug vloer vlek
Kies je voor het oefenen van het herkennen van de kop of de staart, dan zijn er meerdere oefenmogelijkheden. woordenlijst 2 kopieerblad 3
Je zegt een woord en je vraagt aan het kind om de juiste kop aan te duiden. Je laat ze telkens kiezen tussen twee, drie of vier kopjes (bv. vr, br, fr of dr; kl, pl of bl; kr, kn of kl). Of je zegt een woord en je vraagt om de juiste staart aan te duiden. Hierbij zijn woorden op st of ts het moeilijkst.
kopieerbladen 3 en 4 bevers 10 en 11 woordenlijst 2 schrijvertjes 4-8
Je doet categoriseeroefeningen. Je laat hem/haar woorden onder de juiste cluster leggen of schrijven …
schrijvertjes 4-8
Verder is het schrijven, herschrijven, overschrijven, schoonschrijven … een uitstekende oefening voor het inslijpen van lettercombinaties. Je gebruikt woorden uit de lessen en zeker foutief geschreven woorden.
Je zegt een woord en je laat het kind de code (MKMM of MMKM) opschrijven of aanduiden. Belangrijk is dat hij/zij hoort of er één of twee medeklinkers zijn vooraan of achteraan.
D pagina 40
We verwijzen verder naar het deel over kleefletters.
Kijker 1 – Hoorwoorden (tot MMKM en MKMM): auditieve analyse
39
2
KIJKER 1
3 Kleefletters
Onderzoeken De meest voorkomende lettercombinaties waar een kind een doffe e toevoegt zijn woorden als melk, berg en warm. De staartjes lk, rg en rm kunnen dus probleemstaartjes zijn. schrijvertje
Je leest de zin en je herhaalt de op te schrijven (onderstreepte) woorden tweemaal. Het kind schrijft deze woorden op een schrijvertje. Achteraf lees je nog eens alle zinnen. Bij fouten corrigeer je meteen. Van zodra je voldoende weet, stop je het dictee. Ik drink graag melk.
melk
Heb je het warm?
warm
Blijf toch wat kalm!
kalm
Kun je hulp gebruiken?
hulp
Vind je het erg?
erg
Ze loopt over een balk.
balk
Ik zorg wel voor haar.
ik zorg
We spelen in het park.
park
Er zit een worm in de sla.
worm
Heb je verf gekocht?
verf
Werp jij die bal?
werp jij
De pot is halfvol.
half
Reflecteren en analyseren Voegt het kind een letter toe? bv. melek, warem? Bij welke combinatie voegt hij/zij die doffe e toe?
Handelen
Loepje p. 11
40
Vergelijk wat je hoort en wat je schrijft. Overdrijf met je uitspraak. Ik hoor meluk … maar ik schrijf melk. De letters l en k kleven aan elkaar. Het zijn kleefletters. Verwijs naar het Loepje.
woordenlijst 2 schrijvertjes 4-8
Schrijf enkele woorden op een schrijvertje onder elkaar, zeker enkele woorden die voor problemen zorgen (‘probleemstaartjes’). - Het kind leest het woord en schrijft het tweemaal over. - Het kind verlettert het woord en ziet meteen dat het woord uit vier letters bestaat. bv. melk = m + e + l + k
kopieerbladen 3 en 4 woordenlijst 2 schrijvertjes 4-8
Doe een categoriseeroefening. Laat woorden onder de juiste cluster leggen of schrijven …
Kijker 1 – Hoorwoorden (tot MMKM en MKMM): kleefletters
2
KIJKER 1
Woorden op a, o, u en ee Onderzoeken toets Kijker 1
Bekijk de toets die afgenomen werd bij de klasleerkracht. Je vindt voldoende woorden die op eventuele moeilijkheden wijzen.
schrijvertje
Dicteer bij twijfel aanvullend twee zinnen. Zo, ga je met pa mee naar de zee? Nee, ik wil geen snee van die koek.
Reflecteren en analyseren A Gezien woorden op ee hoorwoorden zijn, verwacht je niet meteen een fout. Fouten kunnen optreden wanneer je woorden met open en gesloten lettergrepen aanleert, omdat een lange klinker dan onterecht enkel kan geschreven worden.
B Schrijft het kind woorden op a, o en u volgens de hoorstrategie? Schrijft hij/zij ‘zoo’ en ‘gaa’ omdat de klinker lang klinkt?
Handelen A woordenlijst 2
Loepje p. 12
De afspraak is ‘Ik hoor op het eind een lange ee. Ik schrijf wat ik hoor.’ Hier volgt het kind dus de hoorstrategie. Hij/zij moet vooral vertrouwd geraken met het woordbeeld. Dit soort woorden leer je vooral aan via analogie, bv. door reeksen van woorden op ee te lezen. In het Loepje vind je een voorbeeld.
B De afspraak is ‘Ik hoor op het eind een lange aa, oo of uu. Ik schrijf a, o of u. Ik schrijf de klinker enkel.’ De moeilijkheid is het min of meer lang uitspreken van de aa, oo of uu. Spreek de klinker voldoende lang uit wanneer je woorden dicteert. Confronteer het kind met wat hij/zij hoort. Wat hoor je? Een lange klinker. Wat schrijf je? Je schrijft de klinker enkel. Je schrijft er maar één. schrijvertjes 9 en 10
Laat het kind die woorden eens in een tekst zoeken. Vraag om de woorden aan te duiden en over te schrijven.
bever 12
Laat hem/haar de woorden eens in hokjes schrijven. Er is één uitzondering: zoo. Dit woord wordt pas veel later, in het zesde leerjaar, aangeleerd.
Kijker 1 – Woorden op a, o, u en ee
41
2
KIJKER 1
Woorden tot MMKMM Onderzoeken toets Kijker 1
Bekijk de toets die afgenomen werd bij de klasleerkracht. Je vindt twee woorden die op eventuele moeilijkheden wijzen: zwemt en prins.
schrijvertje
Doe eventueel een aanvullend onderzoek. Lees de zin en herhaal het op te schrijven woord tweemaal. Bij fouten corrigeer je meteen. Stop het dictee als je voldoende weet om te kunnen handelen. We rijden over de grens.
grens
Is er plaats in de auto?
plaats
Ik slurp aan de hete chocomelk.
ik slurp
Jij bent sterk.
sterk
Wie speelt met mij?
hij speelt
Mijn broertje is een kleine pruts.
pruts
We zijn met twaalf.
twaalf
Zij droomt van heksen en trollen.
zij droomt
Een dwerg is een kabouter.
dwerg
Reflecteren en analyseren A Kan het kind de letters correct uitspreken? Twijfel je aan het gehoor van het kind? B Twijfel je eraan dat het kind wel al zijn/haar letters correct kan schrijven? Dan heeft hij/zij moeilijkheden met de basisleerstof van het eerste leerjaar: klank-letterkoppelingen. Je merkt dit aan twijfel, spontane correcties, fouten … Doe in dit geval een lettertoets (zie pagina 31).
C Kan het kind de volgorde van letters onthouden en vasthouden? Wisselt hij/zij letters van plaats? Vergeet hij/zij letters?
D Kan het kind buurklanken onderscheiden? Dit zijn klanken die erg gelijkend zijn, bv. m en n, v en f, b en p … E Heeft het kind problemen met kleefletters lk, rg of rm?
Handelen A Heeft het kind logopedie nodig denk je? Overleg met een CLB-medewerker en anderen (schoolteam, dikwijls ook de ouders) die met het kind omgaan in schoolverband.
B pagina 31
42
We verwijzen terug naar het deel over letterkennis.
Kijker 1 – Woorden tot MMKMM
2
KIJKER 1 C Voor tal van kinderen is het verletteren van woorden niet eenvoudig, zeker niet als je vijf letters op volgorde moet onthouden. Bij MMKMM-woorden gaan we dan ook zo snel mogelijk naar drie stukjes: kop, buik en staart, bv. sl + u + rp. Nog later verdelen we het woord in twee, bv. slur + p. Je start vanuit een MMKM-woord, wat een aangeleerde combinatie is, en je voegt er een letter aan toe. Door op die wijze woorden op te delen, vermijd je letterwisselingen op het eind.
woordenlijst 2 bever 13
Lees een zin en herhaal het MMKMM-woord. Het kind analyseert het woord en schrijft het in hokjes: kop, buik en staart. Doe je wel aan sport? Zie je de flits van het fotoapparaat? Die prins draagt een kroon. Die man is sterk. Papa leest de krant. Hij heeft twee broers. Wie staat er aan de start? De boer heeft een gebroken klomp. Mijn zus is erg trots. Er zit een bluts in de auto. …
bever 14
Bij deze oefening vertrekken de kinderen vanuit een onbestaand MMKM-woord en kleven ze er een letter aan. Het nieuwe, betekenisvolle woord schrijven ze in een zin.
bever 15
We gaan in het tweede leerjaar resoluut voor de voorbereiding van de werkwoordspelling, ook bij spellingzwakke kinderen. Veel MMKMM-woorden zijn persoonsvormen: de +t-vorm van werkwoorden als spelen, dromen, vragen, stoppen … Sommige woorden zeggen wat iemand doet. Soms doe ik iets: ik speel, ik droom, ik vraag, ik stop … Soms doet mijn broer of mijn zus iets: hij speelt, zij droomt, hij vraagt, zij stopt … Er komt gewoon een letter t bij. spelen
ik speel
dromen
ik droom
hij speelt zij droomt
vragen
ik vraag
hij vraagt
stoppen
ik stop
zij stopt
D pagina 31
We verwijzen terug naar het deel over buurklanken.
E pagina 40
We verwijzen terug naar het deel over kleefletters.
Kijker 1 – Woorden tot MMKMM
43
2
KIJKER 1
Woorden met ng en nk Onderzoeken toets Kijker 1 toets Kijker 3
Bekijk de toets die afgenomen werd bij de klasleerkracht. Je vindt voldoende woorden die op eventuele moeilijkheden wijzen. Een uitgebreider onderzoek vind je bij de toets van Kijker 3.
Reflecteren en analyseren A Is de klank-letterkoppeling geautomatiseerd? Twijfelt, schrapt, herschrijft het kind? Heeft het kind moeilijkheden met moeilijke woorden met ng en nk?
B Weet het kind dat het om tweetekenklanken gaat? Weet hij/zij dat het een klank is die bestaat uit twee tekens of letters?
C Hoort het kind het onderscheid tussen ng, nk en n? D Schrijft het kind ngk in plaats van nk?
Handelen A Het zijn vaste en onveranderlijke klank-tekenkoppelingen. Op die onveranderlijkheid moet je steeds opnieuw hameren. De afspraak ‘Die veranderen nooit!’ herhaal je dus dikwijls. Wat je ook met het woord doet (enkelvoud, meervoud, samenstelling, verkleinwoord …), de tweetekenklank verandert nooit. Maak dit zichtbaar. Loepje p. 16 kopieerblad 5
De analogiewoorden zijn bang en bank. Verwijs naar de prent in het Loepje. Geef aandacht aan de moeilijke woorden links en langs. Bespreek de opbouw en de betekenis van de woorden. links
links of rechts mijn linkerbeen of mijn rechterbeen de linkerzijde of de rechterzijde link + s links voorbijgaan links van mijn vriend links afdraaien
langs
lang, lange, langer lang + s langs de rivier wandelen langs daar gaan
44
Kijker 1 – Woorden met ng en nk
2
KIJKER 1
Het zijn tweetekenklanken. Gebruik deze term om de schrijfwijze te ondersteunen. Een tweetekenklank is een klank waarvoor je twee tekens of letters nodig hebt om hem te schrijven. De afspraak ‘Nooit meer dan twee!’ herhaal je ook dikwijls.
kopieerblad 6
1
2
n
g
n
k
Voor de moeilijke nk gebruik je een hulpje. We komen hierbij terug op het hulpje van Kooreman, althans in een eigen versie. De n en k vormen samen één klank. Ze zitten gezellig bij elkaar op de bank.
nk
woordenlijst 4 schrijvertjes 13-16
Oefen het schrijven van de klank. Het schrijfmotorisch inslijpen blijft een belangrijk aspect van het automatiseren van klank-letterkoppelingen. Onderschat dit niet.
kopieerblad 7 schrijvertjes 13-16
Laat de kinderen woorden maken. Ze gebruiken hiervoor letterkaartjes. De tweetekenklanken krijgen elk een kaartje. Op die wijze ontdekken ze ook dat ng altijd ng blijft binnen elke woordvorm. Vraag om de gemaakte woorden op te schrijven.
C Soms horen kinderen het verschil niet tussen ‘oma zingt’ en ‘het schip zinkt’. Stel voor om het woord langer te maken, zoals bij de verlengingsafspraak bij woorden op d en t. Als je van zing, zingen maakt en van zink, zinken, hoor je beter het onderscheid tussen beide tweetekenklanken. Stimuleer hen om na te denken over de betekenis van het woord. Zeker kinderen die moeite hebben om ze te onderscheiden op gehoor. Op een bank zitten we en we kunnen bang zijn voor een wolf. We zingen een lied en boten kunnen zinken. woordenlijst 4 kopieerblad 8
Laat het kind woorden categoriseren. Zeg/toon een woord en laat het kind de juiste letter(s) aanduiden: ng, nk of n.
D Beklemtoon uitdrukkelijk wat je hoort en wat je schrijft. Ik hoor ‘ngk’, maar ik schrijf n/k. Het is een onveranderlijke tweetekenklank, dus je hebt maar twee letters nodig. Let op, je toont nooit wat je hoort. Je zal dus nooit ‘ngk’ visualiseren. Op die manier prent je een verkeerd beeld in.
Kijker 1 – Woorden met ng en nk
45
2
46
KIJKER 1
Kopieerblad 1A
a
b
d
e
f
g
h
i
j
k
l
m
n
o
p
r
s
t
Kijker 1 – Kopieerbladen
2
KIJKER 1
Kopieerblad 1B
u
v
w
z
aa
ee
oo
uu
ei
ij
au
ou
auw ouw
eu
oe
ui
ie
Kijker 1 – Kopieerbladen
47
2
KIJKER 1
Kopieerblad 1C
aai
ooi
oei
eeuw ieuw
ng
nk
sch
schr
48
Kijker 1 – Kopieerbladen
ch
2
KIJKER 1
Kopieerblad 2A
de m van mol
de z van zon
de d van duif
de o van mol
de j van jas
de ui van duif
de l van mol
de s van jas
de f van duif
de b van beer
de p van pen
de w van weg
de ee van beer
de e van pen
de g van weg
de r van beer
de u van mus
de eu van deur
de i van ik
de v van vis
de uu van muur
de k van ik
de oe van poes
de sch van school
de a van an
de h van haan
de ij van ijs
de n van an
de aa van haan
de ouw van touw
de t van tom
de oo van boom de ie van vier
Kijker 1 – Kopieerbladen
49
2
KIJKER 1
Kopieerblad 2B
de auw van pauw de aai van haai de ooi van kooi de oei van roei de eeuw van leeuw de ieuw van nieuw de ei van kei de ch van lach de cht van lucht de ng van wang de nk van bank
50
Kijker 1 – Kopieerbladen
2
KIJKER 1
Kopieerblad 3A
vr…
fr…
br…
bl…
kl…
pl…
kl…
kr…
kn…
sl…
sm…
sn…
sn…
sp…
st…
dr…
gr…
pr…
br…
dr…
fr…
fl…
vl…
fl…
Kijker 1 – Kopieerbladen
51
2
52
KIJKER 1
Kopieerblad 3B
…rn
…rp
…rs
…rf
…rk
…rp
…ts
…ks
…rs
…mp
…rp
…lp
…rs
…ns
…ms
…lt
…ft
…rt
…st
…kt
…gt
…rm
…rg
…lk
Kijker 1 – Kopieerbladen
2
KIJKER 1
Kopieerblad 4A
MMKM
MKMM
bleek
kleur
slim
bruin
knal
snoep
druk
plan
spook
gras
pruim
stoel
traan
tram
vlees
vlug
zwak
zwaan
Kijker 1 – Kopieerbladen
53
2
54
KIJKER 1
Kopieerblad 4B
doorn
kans
soms
fiets
korf
vals
heks
lamp
vers
helm
merk
vork
kaars
muts
wolf
kamp
niets
zelf
melk
wolk
berg
vorm
warm
worm
geeft
kiest
roept
Kijker 1 – Kopieerbladen
2
KIJKER 1
Kopieerblad 5
ng
nk
de ng van bang de nk van bank
Kijker 1 – Kopieerbladen
55
2
KIJKER 1
Kopieerblad 6
nk De n en de k vormen samen één klank. Ze zitten gezellig bij elkaar op de bank.
56
Kijker 1 – Kopieerbladen
2
KIJKER 1
Kopieerblad 7
ng
nk
a
e
i
o
u
b
d
g
j
kr
l
r
sl
spr
st
str
dr
fl
kl
p
pl
s
Kijker 1 – Kopieerbladen
57
2
58
KIJKER 1
Kopieerblad 8A
ng
nk
n
bang
bank
dan
ding
drank
den
eng
flink
groen
gang
klink
kan
jong
pink
kin
kring
plank
kraan
lang
stank
man
ring
min
slang
pan
Kijker 1 – Kopieerbladen
2
KIJKER 1
Kopieerblad 8B
sprong
pen
stang
schoen
streng
schuin
tang
steen
tong
ton
Kijker 1 – Kopieerbladen
59
2 KIJKER 1 Bever 1
K
M
KIJKER 1 Bever 2
____________________________
____________________________
____________________________
____________________________
____________________________
____________________________
____________________________
____________________________
____________________________
____________________________
____________________________
2
Ik verdeel het MMKM-woord in stukjes. Ik kleef dan de klanken aan elkaar en schrijf het woord op.
____________________________
____________________________
M
____________________________
____________________________
K
____________________________
____________________________
M
____________________________
____________________________
M
____________________________
____________________________
Ik verdeel het MKM-woord in stukjes. Ik kleef dan de klanken aan elkaar en schrijf het woord op. M
____________________________
____________________________
Focus Hoorwoorden
educatieve uitgaven
naam __________________________ datum ______________
____________________________
educatieve uitgaven
naam __________________________ datum ______________ Focus Hoorwoorden
M
____________________________ ____________________________ ____________________________ ____________________________ ____________________________ ____________________________ ____________________________ ____________________________ ____________________________ ____________________________ ____________________________ ____________________________
____________________________
____________________________
____________________________
____________________________
____________________________
____________________________
____________________________
____________________________
____________________________
____________________________
____________________________
KM
____________________________
MM
educatieve uitgaven
educatieve uitgaven
Focus Hoorwoorden
M
Ik verdeel het MMKM-woord in stukjes. Ik kleef dan de klanken aan elkaar en schrijf het woord op.
Bever 4
Focus Hoorwoorden
K
2
naam __________________________ datum ______________
M
Ik verdeel het MKMM-woord in stukjes. Ik kleef dan de klanken aan elkaar en schrijf het woord op.
Bever 3
KIJKER 1
naam __________________________ datum ______________
2
KIJKER 1
2 KIJKER 1 Bever 5
MM
KIJKER 1 Bever 6
____________________________
____________________________
____________________________
____________________________
____________________________
____________________________
____________________________
____________________________
______________
______________
______________
MKMM
______________
______________
______________
______________
______________
______________
MK
______________
______________
______________
______________
MMKM
______________
______________
______________
______________
______________
______________
KM
______________
______________
______________
______________
______________
______________
MKM
2
____________________________
______________
______________
Ik schrijf de woorden op de juiste plaats.
____________________________
______________
______________
Ik verdeel het MKMM-woord in stukjes. Ik kleef dan de klanken aan elkaar en schrijf het woord op. MK
____________________________
______________
Focus Hoorwoorden
educatieve uitgaven
naam __________________________ datum ______________
____________________________
educatieve uitgaven
naam __________________________ datum ______________ Focus Hoorwoorden
_______________________
_______________________
_______________________
_______________________
_______________________
_______________________
_______________________
_______________________
_______________________
_______________________
_______________________
_______________________
_______________________
_______________________
_______________________
_______________________
_______________________
_______________________
_______________________
_______________________
_______________________
_______________________
_______________________
_______________________
_______________________
_______________________
_______________________
_______________________
educatieve uitgaven
Focus Hoorwoorden educatieve uitgaven
Focus Hoorwoorden
_______________________
_______________________
_______________________
_______________________
_______________________
_______________________
_______________________
_______________________
_______________________
_______________________
_______________________
_______________________
_______________________
_______________________
naam __________________________ datum ______________
_______________________
_______________________
_______________________
_______________________
_______________________
_______________________
_______________________
_______________________
_______________________
_______________________
_______________________
_______________________
_______________________
_______________________
_______________________
_______________________
_______________________
_______________________
MKM ➜ MKMM
MKM ➜ MMKM
Bever 8 Ik schrijf de woorden op.
2
Ik schrijf de woorden op.
Bever 7
KIJKER 1
naam __________________________ datum ______________
2
KIJKER 1
2 KIJKER 1 Bever 9
KIJKER 1 Bever 10
_______________________
_______________________
_______________________
_______________________
_______________________
_______________________
_______________________
_______________________
_______________________
_______________________
_______________________
_______________________
_______________________
_______________________
_______________________
_______________________
_______________________
_______________________
_______________________
_______________________
_______________________
gr…
______________
______________
sm…
______________
______________
bl…
______________
______________
tr…
______________
sn…
______________
______________
pl…
______________
______________
zw…
______________
______________
br…
______________
______________
sp…
______________
______________
dr…
______________
______________
kl…
______________
______________
st…
2
_______________________
_______________________
______________
______________
Ik schrijf de woorden op de juiste plaats.
_______________________
_______________________
______________
Ik schrijf de ik-vorm en de +t-vorm op.
_______________________
_______________________
ik-vorm ➜ +t-vorm
_______________________
_______________________
Focus Hoorwoorden
educatieve uitgaven
naam __________________________ datum ______________
_______________________
educatieve uitgaven
naam __________________________ datum ______________ Focus Hoorwoorden
…lp
______________
______________
…rf
______________
______________
…ms
______________
______________
…lm
______________
______________
…mp
______________
______________
…ks
______________
______________
______________
______________
…ls
______________
______________
…ns
______________
______________
…rs
______________
_______________________
snee
_______________________ ja
_______________________ _______________________
nu pa
_______________________
_______________________ ree
ma
_______________________ zo
_______________________
_______________________
vla
fee
_______________________
twee
K
_______________________
slee
M
_______________________
sla
K _______________________
M
vlo
M
educatieve uitgaven
educatieve uitgaven
Focus Woorden op a, o, u en ee
______________
______________
______________
Ik schrijf de woorden in de vakjes. Ik schrijf ze dan voluit.
Bever 12
Focus Hoorwoorden
______________
______________
…rp
2
naam __________________________ datum ______________
…ts
…st
Ik schrijf de woorden op de juiste plaats.
Bever 11
KIJKER 1
naam __________________________ datum ______________
2
KIJKER 1
2 KIJKER 1 Bever 13
buik K
staart MM
KIJKER 1 Bever 14
zwer + m
spon + s
= een ______________________ bijen
= een ___________________ om te poetsen
ster + k = zo ______________________ als een beer
2
= met _________________ kinderen op stap
Ik kleef de letter eraan. Ik maak van een MMKM-woord een MMKMM-woord. twaal + f
_____________________
klet + s = een ______________________ op de poep
trot + s = ______________________ zijn op je vader
_____________________
= een ____________________ tegen je been
Ik verdeel het MMKMM-woord in stukjes. Ik kleef dan de klanken aan elkaar en schrijf het woord op. kop MM
_____________________
stom + p
star + t = op tijd aan de ______________________
_____________________ _____________________
spit + s = de ______________________ op het veld
= _________________ genoeg voor iedereen
_____________________
Ik schrijf de MMKMM-woorden nog eens over.
plaat + s
_____________________
_______________________________________________
Focus Woorden tot MMKMM
educatieve uitgaven
naam __________________________ datum ______________
_______________________________________________
_______________________________________________
_______________________________________________
_____________________ _____________________ _____________________
educatieve uitgaven
naam __________________________ datum ______________ Focus Woorden tot MMKMM
ik vlieg
ik blaf
ik speel
ik stuur
ik droom
ik zwem
ik klop
ik vraag
ik blaas
ik kruip
ik stop
ik prik
vliegen
blaffen
spelen
sturen
dromen
zwemmen
kloppen
vragen
blazen
kruipen
stoppen
prikken
de netel ___________________
de auto ___________________
het kindje _________________
Jef _______________________
juf _______________________
hij _______________________
broer _____________________
opa ______________________
mama ____________________
zus ______________________
onze hond _________________
de vogel __________________
Ik schrijf de +t-vorm. Het is een MMKMM-woord.
Bever 15
Focus Woorden tot MMKMM
educatieve uitgaven
naam __________________________ datum ______________
2
KIJKER 1