Naam __________________________________________________ Klas _______________
Lees- en werkboek 1
Kijker
Verrekijker 4
1-2
1
Ga je mee naar Toejeweetwel? De woorden die kwijt waren Er waren eens drie broers: Bas, Boris en Bram. Op een nacht brak een hevig onweer uit. De volgende ochtend bleek dat de broers, door de schrik en de klappen, een heleboel gewone woorden niet meer wisten. Ze waren zelfs hun eigen naam vergeten. Zulke harde klappen waren het geweest. Dus toen Bas wilde zeggen dat het tijd was om te ontbijten, zei hij: ‘Zullen we … eh… ah… ah… en … gloegloe?’ En toen Boris wilde zeggen dat het tijd was om de koeien te melken en de eieren bij de kippen vandaan te halen, zei hij: ‘Zullen we … eh… psspsspss … en … pplf?’
Bram besloot te gaan zoeken naar de woorden die ze kwijt waren, want als je iets kwijt bent moet je het gaan zoeken. Daar zit niets anders op. Hij groette zijn broers, liep de boerderij uit, langs de kapotte boom en door het weiland. Toen zag hij een vrouw lopen en hij vroeg: ‘Weet u misschien wat ahah is en gloegloe en psspsspss en plff?’ Maar het enige wat die vrouw antwoordde, was: ‘Huh? … Nah… pff.’ 2
Kijker 1 - Week 1
Toen Bram aan de andere kant van het dorp was, wist hij nog steeds de gewone woorden niet. Hij zag een deftig wit huis staan. Het was een soort restaurant, maar ook een soort club. Je moest lid zijn om binnen te mogen. Je liet je pasje zien, je zei het wachtwoord, en als dat allemaal goed was, mocht je erin. ‘Weet u misschien wat ahah is en gloegloe en psspsspss en plff?’
De portier zei: ‘Wilt u misschien … eh… eten?’ ‘Eten!’ riep Bram. ‘Ja!’ Eten! Eén woord had hij terug. Nu moest hij het goed onthouden. Eten eten eten eten eten eten eten eten eten. Eten. ‘Het spijt me,’ zei de portier, ‘maar dit is geen gewoon restaurant. Dit is Club Bram-de-Brave-Broer.’ ‘Bram!’ riep Bram. ‘Zo heet ik! Nu weet ik het weer! Bram Bram Bram Bram! Ik heb twee woorden terug: Bram eten Bram eten!’ Verder kwam hij niet. Maar hij mocht toch al niet naar binnen. Hij had geen pasje. Hij liep weer door. Een eindje verderop ging hij op een steen zitten en herhaalde hij hardop de woorden die hij weer wist: ‘Bram eten Bram eten Bram eten Bram eten.’ Opeens voelde hij dat iemand op zijn schouder tikte. Hij draaide zich om en zag een meisje staan. ‘Heet jij Bram?’ vroeg ze. ‘Ja,’ zei Bram, ‘en dat wist ik niet meer.’ ‘Wou je graag eten? Je zit zo stom de hele tijd ‘Eten eten eten’ te zeggen.’ ‘Ja, graag’, zei Bram. Hij wou altijd wel eten. Vooral veel lekkere dingen en even geen gebakken eitjes.
Kijker 1 - Week 1
3
Sessie 1 Ik denk na over moeilijke woorden uit de tekst. verloren
zoek Ò zoeken weg kwijt
De kleuter is zijn moeder kwijt. ___________________
___________________ ___________________ besluiten
____________________________________________________________ _______________________________________________________________ ___________________
___________________ ___________________
_________________________________ ____________________________________________________________ _______________________________________________________________ Deze tekst vind ik Deze tekst vind ik
. om te lezen.
Sessie 1b met leesmaatje Ik heb deze tekst samen gelezen met ______________________________.
4
Kijker 1 - Week 1
Sessie 2 Als jij alle woorden kwijt zou zijn, welke woorden wil je dan als eerste terug kennen? _______________________________________________________________
Sessie 2b met leesmaatje Ik heb deze tekst samen gelezen met ______________________________.
Sessie 3 Zo denk ik over mezelf: Vlot lezen Ik heb niet goed geoefend. Ik kan de tekst nog niet vlotter lezen. Ik heb goed geoefend. Ik kan de tekst nog niet vlotter lezen. Ik heb goed geoefend en ik lees al een stuk vlotter. Soms is het nog moeilijk voor mij. Ik heb goed geoefend en ik lees de tekst vlot. Graag lezen Ik lees deze tekst niet zo graag. Ik hou niet van verhalen. Ik vind dit wel een leuke tekst. Het boek zou ik niet zoeken in de bib. Ik vind dit een toffe tekst. Ik wil hem verder lezen. Ik zoek het boek.
Zo denkt mijn leesmaatje over mij: Tempo Ik lees moeizaam, langzaam, worstelend. Ik lees in een wisselend leestempo. Soms lees ik langzaam, dan weer vlot. Ik lees meestal in een goed tempo. Plezier Ik doe dit tegen mijn zin en ik doe niet zo goed mijn best. Ik werk hard, maar ik doe dit toch niet zo graag. Ik werk hard, ik heb plezier in beter leren lezen.
Kijker 1 - Week 1
5
Zo denkt mijn meester/juf over mij: Klemtoon en intonatie Ik lees altijd op dezelfde toon en woord voor woord. Ik lees in groepjes van twee of drie woorden. Ik lees alsof er geen leestekens staan. Ik lees al mooi in langere stukken. Ik stop nog op plaatsen waar dat niet zo goed past. Ik lees met goede klemtoon en intonatie. Ritme Ik lees met lange onderbrekingen, aarzelingen, haperingen, herhalingen. Ik probeer een woord soms meerdere keren te lezen of ik spel het woord. Ik lees in een mooi ritme. Bij een aantal lastige stukken zijn er lange onderbrekingen, aarzelingen. Ik lees in een mooi ritme met af en toe een onderbreking door een moeilijk woord of een moeilijke zin. Ik lees vloeiend met af en toe een onderbreking, maar moeilijkheden worden snel opgelost. Tempo Ik lees moeizaam, langzaam, worstelend. Ik lees in een wisselend leestempo. Soms lees ik langzaam, dan weer vlot. Ik lees meestal in een goed tempo. Plezier Ik doe dit tegen mijn zin en ik doe niet zo goed mijn best. Ik werk hard, maar ik doe dit toch niet zo graag. Ik werk hard, ik heb plezier in beter leren lezen. Groei Ik zet kleine leesstapjes vooruit. Ik maak al stevige sprongen vooruit. Ik lees de tekst veel sneller en beter.
6
Kijker 1 - Week 1
BIBTIP Ga je mee naar Toejeweetwel? Ga je mee naar Toejeweetwel?, Joke van Leeuwen, Querido, 2007
Zoek in de catalogus van de bib Joke van Leeuwen
Zoek
humor
Zoek
fantasie
Zoek
Kijker 1 - Week 1
7
2 Twee vrienden Dit is het verhaal van twee vrienden. We kunnen ze Meneer A en Meneer B noemen. Natuurlijk heten ze anders. Dit is het avontuur van hun leven. Hoe ze elkaar leren kennen en al snel niet meer kunnen missen … Meneer A
Meneer B
1 A: Hier ben ik dan. Ik ben er eindelijk geraakt. B: Ik ken u niet. A: Dat kan ik ook over u zeggen! B: Hoezo dan? Waar bent u dan eindelijk geraakt? A: Bij u. Ik wilde al lang bij u zijn. B: Maar ik ken u niet. A: Nog niet. Misschien heb ik over u gehoord. B: Over mij? A: Ja. B: Wat zeggen ze dan over mij? Wie praat er over mij? A: Ben ik vergeten. Maar ik wist meteen dat ik naar u toe moest. B: Waarom? A: Een gevoel. Een verlangen. B: Een verlangen? A: Van mij. B: Van u? A: Naar u. Het was alsof u me riep. Alsof u me lokte. Ik verlangde naar u. B: Naar mij? Ik denk dat u alles verzint. 8
Kijker 1 - Week 2
B: Wat wilt u van mij? A: Bij u zijn. Samen zitten. B: Wilt u geld? Ik zie het al. U wilt geld. Ik heb u door. A: Geld heb ik al. Nee, dat is het niet. B: Hoelang wilt u bij me blijven? A: Een hele tijd. Een hele tijd. Nu ik er eindelijk ben, blijf ik natuurlijk wel even. Mag ik zeggen dat u erg gezellig woont. B: Ach … A: Mooi en knus. Een heerlijk plekje. Maar u woont hier alleen. U mist iets. Iemand. Iemand die er is als u thuiskomt. Dat is wat u nodig hebt. U mist een vriend. B: Ik hoor u al aankomen: die vriend bent u? A: Ik vind u nu al aardig. B: Nu al? A: Zo is dat. B: U overdrijft. Ik wil dat u weggaat. Dit is mijn huis. A: Ik heb mij nog niet voorgesteld. Excuseer, excuseer. Mijn naam is Verdonck. B: Gaat u weg. A: Ik heb u zelfs nog niet de hand geschud! En u wil al dat ik wegga. Verdonck. B: Vangenechten. Dat is dus geregeld. Dus nu kunt u gaan dus. A: U hebt warme handen. Een stevige handdruk. Daar hou ik van. B: Laat u me nu met rust? A: Rust. Daar zegt u wat. Ik moet even rusten. Het was een verre tocht. B: Welke tocht? Kijker 1 - Week 2
9
A: Mijn tocht naar u. B: Waar komt u dan vandaan? A: De Molenstraat. B: Dat is hier om de hoek! Vlakbij! A: Ik heb wat omwegen gemaakt, dat geef ik toe. En ik ben ook niet al te best te been. Dat mag u ook gerust weten. Ik heb u lang gezocht. B: Maar u kent mij helemaal niet. Het enige dat u van mij weet, is dat ik warme handen heb! A: U hebt een mooie stem. B: Ook dat nog! A: En u ziet er grappig uit als u zich opwindt. B: Gaat u mij uitlachen? In mijn eigen huis?
Politie! Politie! Help! A: U hebt mooie ogen. B: Echt? A: Ik vind van wel. B: Goed, enfin, als het zo zit … desgevallend … rust u even uit. Maar als ik het zeg, moet u vertrekken. A: Ik beloof het.
10
Kijker 1 - Week 2
Sessie 1 Ik denk na over moeilijke woorden uit de tekst. boos
ergeren zich druk om iets maken zich opwinden
Papa windt zich op als zijn voetbalploeg niet wint. ___________________
___________________ ___________________ desgevallend
____________________________________________________________ _______________________________________________________________ ___________________
___________________ ___________________
_________________________________ ____________________________________________________________ _______________________________________________________________ Deze tekst vind ik Deze tekst vind ik
. om te lezen.
Sessie 1b met leesmaatje Ik heb deze tekst samen gelezen met ______________________________.
Kijker 1 - Week 2
11
Sessie 2 Wat zou meneer Verdonck nog tegen meneer Vangenechten kunnen zeggen? _______________________________________________________________
Sessie 2b met leesmaatje Ik heb deze tekst samen gelezen met ______________________________.
Sessie 3 Zo denk ik over mezelf: Vlot lezen Ik heb niet goed geoefend. Ik kan de tekst nog niet vlotter lezen. Ik heb goed geoefend. Ik kan de tekst nog niet vlotter lezen. Ik heb goed geoefend en ik lees al een stuk vlotter. Soms is het nog moeilijk voor mij. Ik heb goed geoefend en ik lees de tekst vlot. Graag lezen Ik lees deze tekst niet zo graag. Ik hou niet van toneelteksten. Ik vind dit wel een leuke tekst. Het boek zou ik niet zoeken in de bib. Ik vind dit een toffe tekst. Ik wil hem verder lezen. Ik zoek het boek.
Zo denkt mijn leesmaatje over mij: Tempo Ik lees moeizaam, langzaam, worstelend. Ik lees in een wisselend leestempo. Soms lees ik langzaam, dan weer vlot. Ik lees meestal in een goed tempo. Plezier Ik doe dit tegen mijn zin en ik doe niet zo goed mijn best. Ik werk hard, maar ik doe dit toch niet zo graag. Ik werk hard, ik heb plezier in beter leren lezen.
12
Kijker 1 - Week 2
Zo denkt mijn meester/juf over mij: Klemtoon en intonatie Ik lees altijd op dezelfde toon en woord voor woord. Ik lees in groepjes van twee of drie woorden. Ik lees alsof er geen leestekens staan. Ik lees al mooi in langere stukken. Ik stop nog op plaatsen waar dat niet zo goed past. Ik lees met goede klemtoon en intonatie. Ritme Ik lees met lange onderbrekingen, aarzelingen, haperingen, herhalingen. Ik probeer een woord soms meerdere keren te lezen of ik spel het woord. Ik lees in een mooi ritme. Bij een aantal lastige stukken zijn er lange onderbrekingen, aarzelingen. Ik lees in een mooi ritme met af en toe een onderbreking door een moeilijk woord of een moeilijke zin. Ik lees vloeiend met af en toe een onderbreking, maar moeilijkheden worden snel opgelost. Tempo Ik lees moeizaam, langzaam, worstelend. Ik lees in een wisselend leestempo. Soms lees ik langzaam, dan weer vlot. Ik lees meestal in een goed tempo. Plezier Ik doe dit tegen mijn zin en ik doe niet zo goed mijn best. Ik werk hard, maar ik doe dit toch niet zo graag. Ik werk hard, ik heb plezier in beter leren lezen. Groei Ik zet kleine leesstapjes vooruit. Ik maak al stevige sprongen vooruit. Ik lees de tekst veel sneller en beter.
Kijker 1 - Week 2
13
BIBTIP Twee vrienden Twee vrienden, Paul Verrept, Larrios, 2011
Zoek in de catalogus van de bib
14
Paul Verrept
Zoek
vriendschap
Zoek
toneel
Zoek
Kijker 1 - Week 2
3
Bakplezier EEN PAAR WOORDEN BAKKERSLATIJN Bakken is plezierig. Je taart of cake lijkt misschien niet op die uit de etalage van de bakker, maar dat is niet erg. Hij mag er gerust zelfgemaakt uitzien. De meeste mensen vinden dat zelfs lekkerder. Sommige taarten, koekjes en cakes zijn superingewikkeld, maar niet de recepten in dit boek. Met een beetje ‘bakkerslatijn’ kom je al een heel eind!
BAKTIJD Bij de meeste recepten wordt een baktijd aangegeven. Dat is de tijd dat je koekjes, taart of cake in de oven moeten staan. Je moet de baktijd meestal een beetje aanpassen aan jouw oven. Als je koekjes mooi bruin zijn bijvoorbeeld, mag je ze uit de oven halen. Om te controleren of je cake gaar is, stop je een breinaald, een cocktailprikker of een satéstokje in het midden. Als er geen deeg aan het stokje hangt, is het baksel klaar. Let op met een heteluchtoven. Daarmee gaat het bakken sneller, maar droogt het je baksels ook uit.
BAKTEMPERATUUR Cakes, taarten en koekjes worden vaak gebakken op temperaturen tussen 180°C en 240°C. Dat staat aangegeven in het recept. Soms moet je gist, bakpoeder of zelfrijzende bloem/zelfrijzend bakmeel gebruiken in een recept. Daar gaat je cake van rijzen. Vul de bakvorm maar tot de helft zodat je baksel de pan niet uit rijst. Doe tijdens de eerste 20 minuten van het bakken de oven NIET open. Een heel klein beetje tocht kan je cake al doen inzakken. Is je cake niet genoeg gerezen? Dan stond de oven niet warm genoeg.
Kijker 1 - Week 3
15
AU BAIN-MARIE ‘In bad met Marie? Ik denk er niet aan!’ Gelukkig hoeft dat niet. Iets au bain-marie klaarmaken betekent dat je het in een warmwaterbad doet. Je zet een grote kom met water op het vuur en zet er een kleinere in. In die kleinere kom doe je dan bijvoorbeeld chocolade om te smelten of eieren die je moet loskloppen met suiker om een schuimig mengsel te krijgen. Door een warmwaterbad te gebruiken, brandt het niet aan.
CHOCOLADE SMELTEN Chocolade kun je au bain-marie smelten (zie hierboven), maar nog gemakkelijker gaat het in de microgolfoven (of magnetron). Breek de chocolade in stukken, doe ze in een kom en doe er één of twee lepels melk of room bij, of boter uit je recept. Zet een minuut in de microgolfoven en roer om. Laat de chocolade eventueel nog een minuutje verder smelten in de microgolfoven, maar nooit te lang. De chocolade mag niet aanbranden (want dat stinkt en is vooral niet meer lekker).
16
Kijker 1 - Week 3
30
CHOCOLADEKRAAKJES
**
135'
voorbereiding en bakken: 15 minuten koelkast: 2 uur
KEUKENGEREI
NODIG
• kookpot en glazen kom, of microgolfoven en kommetje • spatel • lepel • papieren vormpjes of bakpapier
• 250 g fondant- of melkchocolade • 4 eetlepels Golden Syrup of honing • 100 g Rice Krispies
ZO MAAK JE HET 1
Breek de chocolade in stukken en smelt ze au bain-marie of in de microgolfoven op laag vermogen. Laat de chocolade een beetje afkoelen en roer er de Golden Syrup of honing door.
2
Doe de Rice Krispies bij de chocolade. Roer met een de Rice Krispies door de chocolade zodat ze helemaal bedekt zijn. Zorg dat er niet te veel Rice Krispies breken.
3
Schep met een kleine lepel hoopjes in kleine papieren vormpjes of op een vel bakpapier. Zet ze in de koelkast tot de chocolade helemaal is opgestijfd.
Kijker 1 - Week 3
17
Sessie 1 Ik denk na over moeilijke woorden uit de tekst. gist
brood omhoog komen rijzen
Het brood moet eerst rijzen, voor je het bakt. ___________________
___________________ __________________________ de tocht
____________________________________________________________ _______________________________________________________________ ___________________
___________________ __________________________
_________________________________ ____________________________________________________________ _______________________________________________________________ Deze tekst vind ik Deze tekst vind ik
. om te lezen.
Sessie 1b met leesmaatje Ik heb deze tekst samen gelezen met ______________________________.
18
Kijker 1 - Week 3
Sessie 2 Wat zijn jouw lievelingskoekjes? _______________________________________________________________
Sessie 2b met leesmaatje Ik heb deze tekst samen gelezen met ______________________________.
Sessie 3 Zo denk ik over mezelf: Vlot lezen Ik heb niet goed geoefend. Ik kan de tekst nog niet vlotter lezen. Ik heb goed geoefend. Ik kan de tekst nog niet vlotter lezen. Ik heb goed geoefend en ik lees al een stuk vlotter. Soms is het nog moeilijk voor mij. Ik heb goed geoefend en ik lees de tekst vlot. Graag lezen Ik lees deze tekst niet zo graag. Ik hou niet van recepten. Ik vind dit wel een leuke tekst. Het boek zou ik niet zoeken in de bib. Ik vind dit een toffe tekst. Ik wil er nog lezen. Ik zoek het boek.
Zo denkt mijn leesmaatje over mij: Tempo Ik lees moeizaam, langzaam, worstelend. Ik lees in een wisselend leestempo. Soms lees ik langzaam, dan weer vlot. Ik lees meestal in een goed tempo. Plezier Ik doe dit tegen mijn zin en ik doe niet zo goed mijn best. Ik werk hard, maar ik doe dit toch niet zo graag. Ik werk hard, ik heb plezier in beter leren lezen.
Kijker 1 - Week 3
19
Zo denkt mijn meester/juf over mij: Klemtoon en intonatie Ik lees altijd op dezelfde toon en woord voor woord. Ik lees in groepjes van twee of drie woorden. Ik lees alsof er geen leestekens staan. Ik lees al mooi in langere stukken. Ik stop nog op plaatsen waar dat niet zo goed past. Ik lees met goede klemtoon en intonatie. Ritme Ik lees met lange onderbrekingen, aarzelingen, haperingen, herhalingen. Ik probeer een woord soms meerdere keren te lezen of ik spel het woord. Ik lees in een mooi ritme. Bij een aantal lastige stukken zijn er lange onderbrekingen, aarzelingen. Ik lees in een mooi ritme met af en toe een onderbreking door een moeilijk woord of een moeilijke zin. Ik lees vloeiend met af en toe een onderbreking, maar moeilijkheden worden snel opgelost. Tempo Ik lees moeizaam, langzaam, worstelend. Ik lees in een wisselend leestempo. Soms lees ik langzaam, dan weer vlot. Ik lees meestal in een goed tempo. Plezier Ik doe dit tegen mijn zin en ik doe niet zo goed mijn best. Ik werk hard, maar ik doe dit toch niet zo graag. Ik werk hard, ik heb plezier in beter leren lezen. Groei Ik zet kleine leesstapjes vooruit. Ik maak al stevige sprongen vooruit. Ik lees de tekst veel sneller en beter.
20
Kijker 1 - Week 3
BIBTIP Bakplezier Het complete Ketnet bakboek, Hilde Smeesters, Lannoo, 2014
Zoek in de catalogus van de bib koken
Zoek
recepten
Zoek
gebak
Zoek
Kijker 1 - Week 3
21
4 De Zeven Levels Wie ben jij? Ik rol van mijn buik op mijn rug en dan weer andersom. Ik knijp mijn oogleden vast op elkaar. Zo is het helemaal donker in mijn hoofd. En toch lukt het me niet om in slaap te vallen. Opeens ga ik rechtop zitten. Wat hoor ik daar? Rommelt er iemand aan de deur? ‘Ben jij het, mama?’ ‘Nee, joh! Kijk eens goed uit je doppen. Zeg eerlijk: zie ik eruit als een mama?’ Ik knip het licht aan en speur ieder hoekje van mijn kamer af. Gek! Niets te zien. Misschien was ik al aan het dromen? Hardhandig schud ik de veertjes in mijn kussen los. Ik stop mezelf in en kruip zo ver mogelijk onder mijn dekbed. Alleen een plukje haar steekt er nog net bovenuit. En dan zie ik iets heel ongewoons. Op de rand van mijn nieuwe spelcomputer zit een heel klein, geel ventje. Zijn elastische benen schommelen vrolijk van links naar rechts, net als de slinger van een klok. Een veel te dik, rond hoofd, zit vast aan een nog veel dikkere buik. Abnormaal lange armen bungelen vrolijk langs zijn eigenaardige lijf. Dan pas zie ik de pikzwarte ogen, die me brutaal aankijken. ‘Hallo, Thomas. Dat is schrikken hé?’ spot zijn veel te grote mond. ‘Helemaal niet.’ ‘Oh, nee? Waarom niet?’ vraagt het bijdehante kereltje. ‘Omdat ik zo dadelijk gewoon wakker word, uit een gewone droom’, praat ik met een stem, alsof ze niet van mij is. ‘Wedden dat het geen droom is? Knijp eens in je neus. Je komt er meteen achter.’ Ik wist niet dat een droom zo prettig kon zijn. Ik neem mijn neus stevig vast, tussen duim en wijsvinger, en geef er een harde ruk aan. Dit had ik beter niet gedaan. ‘Auw, dat doet pijn!’ roep ik geschrokken. Het gele baasje rolt van de spelcomputer. Om beurten trekt hij zijn benen op en laat ze dan weer zakken. Er rollen tranen uit zijn donkere kraaloogjes. Aan zijn vrolijke mond te zien, zijn het lachtranen. ‘Jij bent gek, Thomas! Knettergek! Waarom knijp je zo hard?’ snikt het kereltje.
22
Kijker 2 - Week 4
Er zit een prop in mijn keel. Met veel moeite slik ik die naar omlaag. Die rare figuur zit daar echt. Ik droom dus niet. ‘W… w… w… ie… ben jij?’ stotter ik ontdaan. ‘Ik?’ lacht het gele mannetje nog steeds. ‘Ik ben Yuca!’
Kijker 2 - Week 4
23
Sessie 1 Ik denk na over moeilijke woorden uit de tekst. krachtig
met geweld ruw en streng hardhandig
De politie trok de stakers hardhandig uit het gebouw. ___________________
___________________ ___________________ bijdehand, bijdehante
____________________________________________________________ _______________________________________________________________ ___________________
___________________ ___________________
_________________________________ ____________________________________________________________ _______________________________________________________________ Deze tekst vind ik Deze tekst vind ik
. om te lezen.
Sessie 1b met leesmaatje Ik heb deze tekst samen gelezen met ______________________________.
24
Kijker 2 - Week 4
Sessie 2 Wat denk je dat er nu zal gebeuren? _______________________________________________________________
Sessie 2b met leesmaatje Ik heb deze tekst samen gelezen met ______________________________.
Sessie 3 Zo denk ik over mezelf: Vlot lezen Ik heb niet goed geoefend. Ik kan de tekst nog niet vlotter lezen. Ik heb goed geoefend. Ik kan de tekst nog niet vlotter lezen. Ik heb goed geoefend en ik lees al een stuk vlotter. Soms is het nog moeilijk voor mij. Ik heb goed geoefend en ik lees de tekst vlot. Graag lezen Ik lees deze tekst niet zo graag. Ik hou niet van verhalen. Ik vind dit wel een leuke tekst. Het boek zou ik niet zoeken in de bib. Ik vind dit een toffe tekst. Ik wil hem verder lezen. Ik zoek het boek.
Zo denkt mijn leesmaatje over mij: Tempo Ik lees moeizaam, langzaam, worstelend. Ik lees in een wisselend leestempo. Soms lees ik langzaam, dan weer vlot. Ik lees meestal in een goed tempo. Plezier Ik doe dit tegen mijn zin en ik doe niet zo goed mijn best. Ik werk hard, maar ik doe dit toch niet zo graag. Ik werk hard, ik heb plezier in beter leren lezen.
Kijker 2 - Week 4
25
Zo denkt mijn meester/juf over mij: Klemtoon en intonatie Ik lees altijd op dezelfde toon en woord voor woord. Ik lees in groepjes van twee of drie woorden. Ik lees alsof er geen leestekens staan. Ik lees al mooi in langere stukken. Ik stop nog op plaatsen waar dat niet zo goed past. Ik lees met goede klemtoon en intonatie. Ritme Ik lees met lange onderbrekingen, aarzelingen, haperingen, herhalingen. Ik probeer een woord soms meerdere keren te lezen of ik spel het woord. Ik lees in een mooi ritme. Bij een aantal lastige stukken zijn er lange onderbrekingen, aarzelingen. Ik lees in een mooi ritme met af en toe een onderbreking door een moeilijk woord of een moeilijke zin. Ik lees vloeiend met af en toe een onderbreking, maar moeilijkheden worden snel opgelost. Tempo Ik lees moeizaam, langzaam, worstelend. Ik lees in een wisselend leestempo. Soms lees ik langzaam, dan weer vlot. Ik lees meestal in een goed tempo. Plezier Ik doe dit tegen mijn zin en ik doe niet zo goed mijn best. Ik werk hard, maar ik doe dit toch niet zo graag. Ik werk hard, ik heb plezier in beter leren lezen. Groei Ik zet kleine leesstapjes vooruit. Ik maak al stevige sprongen vooruit. Ik lees de tekst veel sneller en beter.
26
Kijker 2 - Week 4
BIBTIP De Zeven Levels De zevel levels, Marina Theunissen, Kramat, 2012
Zoek in de catalogus van de bib Marina Theunissen
Zoek
computerspel
Zoek
avonturenverhalen
Zoek
Kijker 2 - Week 4
27
5 Mijn sport is top!
28
Kijker 2 - Week 5
Kijker 2 - Week 5
29
Sessie 1 Ik denk na over moeilijke woorden uit de tekst. macht
bedwingen onder controle hebben in bedwang houden
Ik houd mijn hond in bedwang. ___________________
___________________ __________________________ de resem
____________________________________________________________ _______________________________________________________________ ___________________
___________________ __________________________
_________________________________ ____________________________________________________________ _______________________________________________________________ Deze tekst vind ik Deze tekst vind ik
. om te lezen.
Sessie 1b met leesmaatje Ik heb deze tekst samen gelezen met ______________________________.
30
Kijker 2 - Week 5
Sessie 2 Wat is jouw lievelingssport? _______________________________________________________________
Sessie 2b met leesmaatje Ik heb deze tekst samen gelezen met ______________________________.
Sessie 3 Zo denk ik over mezelf: Vlot lezen Ik heb niet goed geoefend. Ik kan de tekst nog niet vlotter lezen. Ik heb goed geoefend. Ik kan de tekst nog niet vlotter lezen. Ik heb goed geoefend en ik lees al een stuk vlotter. Soms is het nog moeilijk voor mij. Ik heb goed geoefend en ik lees de tekst vlot. Graag lezen Ik lees deze tekst niet zo graag. Ik hou niet van informatieve teksten. Ik vind dit wel een leuke tekst. Het boek zou ik niet zoeken in de bib. Ik vind dit een toffe tekst. Ik wil er nog over lezen. Ik zoek zo’n teksten in de bib.
Zo denkt mijn leesmaatje over mij: Tempo Ik lees moeizaam, langzaam, worstelend. Ik lees in een wisselend leestempo. Soms lees ik langzaam, dan weer vlot. Ik lees meestal in een goed tempo. Plezier Ik doe dit tegen mijn zin en ik doe niet zo goed mijn best. Ik werk hard, maar ik doe dit toch niet zo graag. Ik werk hard, ik heb plezier in beter leren lezen.
Kijker 2 - Week 5
31
Zo denkt mijn meester/juf over mij: Klemtoon en intonatie Ik lees altijd op dezelfde toon en woord voor woord. Ik lees in groepjes van twee of drie woorden. Ik lees alsof er geen leestekens staan. Ik lees al mooi in langere stukken. Ik stop nog op plaatsen waar dat niet zo goed past. Ik lees met goede klemtoon en intonatie. Ritme Ik lees met lange onderbrekingen, aarzelingen, haperingen, herhalingen. Ik probeer een woord soms meerdere keren te lezen of ik spel het woord. Ik lees in een mooi ritme. Bij een aantal lastige stukken zijn er lange onderbrekingen, aarzelingen. Ik lees in een mooi ritme met af en toe een onderbreking door een moeilijk woord of een moeilijke zin. Ik lees vloeiend met af en toe een onderbreking, maar moeilijkheden worden snel opgelost. Tempo Ik lees moeizaam, langzaam, worstelend. Ik lees in een wisselend leestempo. Soms lees ik langzaam, dan weer vlot. Ik lees meestal in een goed tempo. Plezier Ik doe dit tegen mijn zin en ik doe niet zo goed mijn best. Ik werk hard, maar ik doe dit toch niet zo graag. Ik werk hard, ik heb plezier in beter leren lezen. Groei Ik zet kleine leesstapjes vooruit. Ik maak al stevige sprongen vooruit. Ik lees de tekst veel sneller en beter.
32
Kijker 2 - Week 5
BIBTIP Mijn sport is top! Het supercoole KETNET-SPORTBOEK, Ingrid Kayaert en Pieter Embrechts, Lannoo, 2009
Zoek in de catalogus van de bib sport
Zoek
Ketnet
Zoek
judo
Zoek
Kijker 2 - Week 5
33
6 Het geheim van de afgebeten vingers Niet ver van de rivier de Tiber staat een kerk. Er zijn honderden kerken in de oude stad Rome. Bij iedere kerk hoort een verhaal. Een spannend verhaal. Of een wonderlijk verhaal. Of een mooi of gek of zielig verhaal. Bij deze kerk hoort een doodeng verhaal. In het portiek staat een metershoog stenen masker. Een enorm rond gezicht, met de mond wijd open. De mond is groot, je kunt er met gemak je hand in steken. Maar kijk uit! Vertel nooit een leugen met je hand in die mond. Want als je dat doet, worden meteen je vingers afgebeten. Tsjak, en met die hand zul je nooit meer kunnen schrijven. Tsjak, en je zult nooit meer kunnen wijzen. In je neus peuteren. Krabben als je jeuk hebt. Je hond over zijn buik kriebelen. Je zakgeld aanpakken. Een aardbeienijsje met slagroom eten. Nooit meer. Het is de mond van de waarheid. Ooit was het masker een gewoon oud putdeksel. Lange tijd lag het op een put, later werd het bij die kerk gezet. Het stond daar tegen de muur, jaar in, jaar uit. Tot op een dag, een verschrikkelijke dag … Ho, wacht, nu ga ik te snel! Laat ik bij het begin beginnen. Er was eens, een paar honderd jaar geleden …
De zesde grot Zwaar, ze zijn zo zwaar! Het geraamte van het kleine meisje kreunt. Met haar rechterhand houdt ze een zeis vast en met haar linkerhand een weegschaal.
34
Kijker 2 - Week 6
Een zware zeis, een zware weegschaal, alle twee gemaakt van beenderen. Ook het kleine meisje bestaat uit niets dan botten. Ooit was ze een levend meisje, een prinses nog wel. Anna heette ze, prinses Anna Barberini. Nu is ze dood, maar ze ligt niet op het kerkhof. Nee, ze hangt aan het plafond van een kleine grot. Roerloos hangt ze daar, met die zeis en weegschaal. En die zijn zo ontzettend zwaar … Was ze er maar van bevrijd! Maar ze kán ze niet loslaten, al wil ze dat nog zo graag. Ze zitten vast aan haar vingers, zo vast als een hand aan een arm. Anna kreunt weer. Zwaar, zo zwaar … ‘Begrijp je het dan niet?’ vragen de schedels. ‘Kijk eens om je heen, prinses Barberini. Wat zie je?’ ‘Grotten vol botten’, antwoordt Anna. ‘Hoeveel?’ vragen de schedels. ‘Vijf.’ ‘Aha!’ zeggen de schedels in koor. ‘Vijf grotten vol botten. En wat ligt er in de zesde grot?’ ‘Niets,’ zegt Anna, ‘de zesde grot is leeg.’ ‘Precies, de zesde grot is leeg.’ ‘De zesde grot’, zeggen de schedels, ‘die mag niet langer leeg blijven. Dáár ligt je taak. Vul die zesde grot met botten, pas dan komt alles goed. Pas dan kun je de zeis en weegschaal loslaten.’ ‘Maar hoe moet ik dat doen?’ vraagt Anna. ‘Wat voor botten?’ ‘Waar vandaan? En waarom?’ Krakend maakt ze zich los van het plafond.
Kijker 2 - Week 6
35
Sessie 1 Ik denk na over moeilijke woorden uit de tekst. nis
overdekte plaats voor de ingang van een gebouw
kerk het portiek
De buurvrouw zorgt goed voor haar planten in het portiek van haar huis.
___________________
___________________ __________________________ met gemak
____________________________________________________________ _______________________________________________________________ ___________________
___________________ __________________________
_________________________________ ____________________________________________________________ _______________________________________________________________ Deze tekst vind ik Deze tekst vind ik
. om te lezen.
Sessie 1b met leesmaatje Ik heb deze tekst samen gelezen met ______________________________.
36
Kijker 2 - Week 6
Sessie 2 Ben jij een gevoelige lezer? Waarom wel of waarom niet? _______________________________________________________________
Sessie 2b met leesmaatje Ik heb deze tekst samen gelezen met ______________________________.
Sessie 3 Zo denk ik over mezelf: Vlot lezen Ik heb niet goed geoefend. Ik kan de tekst nog niet vlotter lezen. Ik heb goed geoefend. Ik kan de tekst nog niet vlotter lezen. Ik heb goed geoefend en ik lees al een stuk vlotter. Soms is het nog moeilijk voor mij. Ik heb goed geoefend en ik lees de tekst vlot. Graag lezen Ik lees deze tekst niet zo graag. Ik hou niet van verhalen. Ik vind dit wel een leuke tekst. Het boek zou ik niet zoeken in de bib. Ik vind dit een toffe tekst. Ik wil hem verder lezen. Ik zoek het boek.
Zo denkt mijn leesmaatje over mij: Tempo Ik lees moeizaam, langzaam, worstelend. Ik lees in een wisselend leestempo. Soms lees ik langzaam, dan weer vlot. Ik lees meestal in een goed tempo. Plezier Ik doe dit tegen mijn zin en ik doe niet zo goed mijn best. Ik werk hard, maar ik doe dit toch niet zo graag. Ik werk hard, ik heb plezier in beter leren lezen.
Kijker 2 - Week 6
37
Zo denkt mijn meester/juf over mij: Klemtoon en intonatie Ik lees altijd op dezelfde toon en woord voor woord. Ik lees in groepjes van twee of drie woorden. Ik lees alsof er geen leestekens staan. Ik lees al mooi in langere stukken. Ik stop nog op plaatsen waar dat niet zo goed past. Ik lees met goede klemtoon en intonatie. Ritme Ik lees met lange onderbrekingen, aarzelingen, haperingen, herhalingen. Ik probeer een woord soms meerdere keren te lezen of ik spel het woord. Ik lees in een mooi ritme. Bij een aantal lastige stukken zijn er lange onderbrekingen, aarzelingen. Ik lees in een mooi ritme met af en toe een onderbreking door een moeilijk woord of een moeilijke zin. Ik lees vloeiend met af en toe een onderbreking, maar moeilijkheden worden snel opgelost. Tempo Ik lees moeizaam, langzaam, worstelend. Ik lees in een wisselend leestempo. Soms lees ik langzaam, dan weer vlot. Ik lees meestal in een goed tempo. Plezier Ik doe dit tegen mijn zin en ik doe niet zo goed mijn best. Ik werk hard, maar ik doe dit toch niet zo graag. Ik werk hard, ik heb plezier in beter leren lezen. Groei Ik zet kleine leesstapjes vooruit. Ik maak al stevige sprongen vooruit. Ik lees de tekst veel sneller en beter.
38
Kijker 2 - Week 6
BIBTIP Het geheim van de afgebeten vingers Het geheim van de afgebeten vingers, Rindert Kromhout, Leopold, 2015
Zoek in de catalogus van de bib Rindert Kromhout
Zoek
griezelverhalen
Zoek
avontuur
Zoek
Kijker 2 - Week 6
39
Herdruk 2022/520 ISBN 978 90 4863 193 3 Bestelnummer 60 1021 380 (set van 5 ex.) KB D/2017/0147/239 NUR 191 Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge
9 789048 631933
Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.