Skip to main content

Verrekijker Taal Extra 2 - Kijker 1 en 2

Page 1

Naam ________________________________________________ Klas ____________

Lees- en werkboek 1

Kijker

Verrekijker 2

1-2


1 zo leeft het schaap ik woon in de wei. ik ben niet graag alleen. veel schaapjes bij elkaar noem je een kudde. in mijn wei staat een stal. als de zon fel schijnt of bij nat weer schuil ik in de stal.

mijn wol stopt niet met groeien. als het warm weer is, moet de wol eraf. de boer doet dat. hij scheert de wol. dat doet geen pijn, hoor. mijn lijf is dan glad en kaal. geen nood, mijn vacht groeit snel weer aan.

de boer gooit mijn wol niet weg. hij maakt er warme kledij van: een muts, een jas, een handschoen.

2

Kijker 1 - Week 1


sessie 1 kies woorden die je wilt schrijven. markeer ze in de tekst. schrijf de woorden en spreek ze uit terwijl je ze schrijft. ___________________________________________ ___________________________________________ ___________________________________________ ___________________________________________ ___________________________________________

deze tekst vind ik deze tekst lees ik deze tekst lees je al woordje van de volwassene: _____________________________________ _______________________________________________________________

sessie 2 kies woorden die je wilt schrijven. markeer ze in de tekst. schrijf de woorden en spreek ze uit terwijl je ze schrijft. ___________________________________________ ___________________________________________ ___________________________________________ ___________________________________________ ___________________________________________

ik lees de tekst nu deze tekst lees je al woordje van de volwassene: _____________________________________ _______________________________________________________________ Kijker 1 - Week 1

3


sessie 3 kies woorden die je wilt schrijven. markeer ze in de tekst. schrijf de woorden en spreek ze uit terwijl je ze schrijft. ___________________________________________ ___________________________________________ ___________________________________________ ___________________________________________ ___________________________________________

ik lees de tekst nu hoeveel sterren heb je meer dan bij dag 1?

Vlot (tempo) Ik lees moeizaam, langzaam, worstelend. Ik lees in een wisselend leestempo. Soms lees ik langzaam, dan weer vlot. Ik lees het meeste van de tijd in een goed tempo. Vloeiend (ritme en intonatie) Ik lees woord voor woord, altijd op dezelfde toon, met lange onderbrekingen, aarzelingen, haperingen, herhalingen. Ik probeer een woord soms meerdere keren te lezen of ik spel het woord. Ik lees in groepjes van twee of drie woorden, alsof er geen leestekens staan. Ik lees in een mooi ritme, maar bij een aantal lastige stukken zijn er lange onderbrekingen, aarzelingen. Ik lees al in langere stukken, in een mooi ritme, met af en toe een onderbreking door een moeilijk woord of een moeilijke zin. Ik stop nog op plaatsen waar dat niet zo goed past. Ik lees vloeiend met af en toe een onderbreking, maar moeilijkheden worden snel opgelost. Ik lees met goede klemtoon en intonatie.

4

Kijker 1 - Week 1


Kijker 1 - Week 1

5


2 vos en haas het kind van eik

de boom van uil is een eik. hij schudt met zijn takken. daar valt een noot op de grond! en nog één! en nog één! uil raapt een noot op. het is een mooie noot. het lijkt net een ei. een piepklein ei in een dop. een noot voor pluim! lacht uil. die stuur ik op met de post! vos! vos! kom en help me! ik maak een pakje voor pluim! voor pluim? vraagt vos. vos vindt pluim wel aardig.

heel erg aardig! hij wil best een pakje voor haar maken. een groot, mooi pak met een strik!

Dag Pluim

Dit is een pak. Voor jou. Van mij. VOS

6

Kijker 1 - Week 2


sessie 1 kies woorden die je wilt schrijven. markeer ze in de tekst. schrijf de woorden en spreek ze uit terwijl je ze schrijft. ___________________________________________ ___________________________________________ ___________________________________________ ___________________________________________ ___________________________________________

deze tekst vind ik deze tekst lees ik deze tekst lees je al woordje van de volwassene: _____________________________________ _______________________________________________________________

sessie 2 kies woorden die je wilt schrijven. markeer ze in de tekst. schrijf de woorden en spreek ze uit terwijl je ze schrijft. ___________________________________________ ___________________________________________ ___________________________________________ ___________________________________________ ___________________________________________

ik lees de tekst nu deze tekst lees je al woordje van de volwassene: _____________________________________ _______________________________________________________________ Kijker 1 - Week 2

7


sessie 3 kies woorden die je wilt schrijven. markeer ze in de tekst. schrijf de woorden en spreek ze uit terwijl je ze schrijft. ___________________________________________ ___________________________________________ ___________________________________________ ___________________________________________ ___________________________________________

ik lees de tekst nu hoeveel sterren heb je meer dan bij dag 1?

Vlot (tempo) Ik lees moeizaam, langzaam, worstelend. Ik lees in een wisselend leestempo. Soms lees ik langzaam, dan weer vlot. Ik lees het meeste van de tijd in een goed tempo. Vloeiend (ritme en intonatie) Ik lees woord voor woord, altijd op dezelfde toon, met lange onderbrekingen, aarzelingen, haperingen, herhalingen. Ik probeer een woord soms meerdere keren te lezen of ik spel het woord. Ik lees in groepjes van twee of drie woorden, alsof er geen leestekens staan. Ik lees in een mooi ritme, maar bij een aantal lastige stukken zijn er lange onderbrekingen, aarzelingen. Ik lees al in langere stukken, in een mooi ritme, met af en toe een onderbreking door een moeilijk woord of een moeilijke zin. Ik stop nog op plaatsen waar dat niet zo goed past. Ik lees vloeiend met af en toe een onderbreking, maar moeilijkheden worden snel opgelost. Ik lees met goede klemtoon en intonatie.

8

Kijker 1 - Week 2


Kijker 1 - Week 2

9


3 de zeepridder en de heks van heinde en ver taart de zeepridder kijkt in de doos. de doos met de taart. zijn mond valt open. de taart is roze. met een groen hart. en een kroon van suiker. ze ziet er heerlijk uit. bijna neemt hij een hap. dan tikt hij tegen zijn hoofd. nee! deze taart is niet goed! ze zit vol gif. hij rilt. wat moet jij met dat gif? vraagt hij aan de heks. op een bal nog wel? zeg, mag ik ook eens naar een bal? mokt de heks. van mij wel, zegt de zeepridder. maar …

10

Kijker 1 - Week 3


sessie 1 kies woorden die je wilt schrijven. markeer ze in de tekst. schrijf de woorden en spreek ze uit terwijl je ze schrijft. ___________________________________________ ___________________________________________ ___________________________________________ ___________________________________________ ___________________________________________

deze tekst vind ik deze tekst lees ik deze tekst lees je al woordje van de volwassene: _____________________________________ _______________________________________________________________

sessie 2 kies woorden die je wilt schrijven. markeer ze in de tekst. schrijf de woorden en spreek ze uit terwijl je ze schrijft. ___________________________________________ ___________________________________________ ___________________________________________ ___________________________________________ ___________________________________________

ik lees de tekst nu deze tekst lees je al woordje van de volwassene: _____________________________________ _______________________________________________________________ Kijker 1 - Week 3

11


sessie 3 kies woorden die je wilt schrijven. markeer ze in de tekst. schrijf de woorden en spreek ze uit terwijl je ze schrijft. ___________________________________________ ___________________________________________ ___________________________________________ ___________________________________________ ___________________________________________

ik lees de tekst nu hoeveel sterren heb je meer dan bij dag 1?

Vlot (tempo) Ik lees moeizaam, langzaam, worstelend. Ik lees in een wisselend leestempo. Soms lees ik langzaam, dan weer vlot. Ik lees het meeste van de tijd in een goed tempo. Vloeiend (ritme en intonatie) Ik lees woord voor woord, altijd op dezelfde toon, met lange onderbrekingen, aarzelingen, haperingen, herhalingen. Ik probeer een woord soms meerdere keren te lezen of ik spel het woord. Ik lees in groepjes van twee of drie woorden, alsof er geen leestekens staan. Ik lees in een mooi ritme, maar bij een aantal lastige stukken zijn er lange onderbrekingen, aarzelingen. Ik lees al in langere stukken, in een mooi ritme, met af en toe een onderbreking door een moeilijk woord of een moeilijke zin. Ik stop nog op plaatsen waar dat niet zo goed past. Ik lees vloeiend met af en toe een onderbreking, maar moeilijkheden worden snel opgelost. Ik lees met goede klemtoon en intonatie.

12

Kijker 1 - Week 3


Kijker 1 - Week 3

13


4 de mol dit ben ik 1 vacht de vacht op mijn rug is glad en zacht. mijn haar is heel kort en zwart. van vocht of kou heb ik geen last. daar zorgt mijn vacht voor. 2 graafhand mijn voorpoot is een graafhand. ik heb er twee. aan die poot zit een scherpe teen en ook een duim. het is net een schep. zo graaf ik een gang. 3 snuit mijn snuit is spits en ruikt heel goed. op mijn snuit zit een snorhaar. met dat haar voel ik. het snorhaar wijst me de weg. 4 oog denk je dat ik blind ben? dat is niet zo. ik ben niet blind, maar zie slecht. mijn oog is heel klein. mijn vacht zit ervoor. 5 staart mijn staart is klein. hij staat recht omhoog. als er boven mij iets is, voelt mijn staart dat. ➌ 14

Kijker 2 - Week 4

➊

➍ ➋

➎


sessie 1 kies woorden die je wilt schrijven. markeer ze in de tekst. schrijf de woorden en spreek ze uit terwijl je ze schrijft. ___________________________________________ ___________________________________________ ___________________________________________ ___________________________________________ ___________________________________________

deze tekst vind ik deze tekst lees ik deze tekst lees je al woordje van de volwassene: _____________________________________ _______________________________________________________________

sessie 2 kies woorden die je wilt schrijven. markeer ze in de tekst. schrijf de woorden en spreek ze uit terwijl je ze schrijft. ___________________________________________ ___________________________________________ ___________________________________________ ___________________________________________ ___________________________________________

ik lees de tekst nu deze tekst lees je al woordje van de volwassene: _____________________________________ _______________________________________________________________ Kijker 2 - Week 4

15


sessie 3 kies woorden die je wilt schrijven. markeer ze in de tekst. schrijf de woorden en spreek ze uit terwijl je ze schrijft. ___________________________________________ ___________________________________________ ___________________________________________ ___________________________________________ ___________________________________________

ik lees de tekst nu hoeveel sterren heb je meer dan bij dag 1?

Vlot (tempo) Ik lees moeizaam, langzaam, worstelend. Ik lees in een wisselend leestempo. Soms lees ik langzaam, dan weer vlot. Ik lees het meeste van de tijd in een goed tempo. Vloeiend (ritme en intonatie) Ik lees woord voor woord, altijd op dezelfde toon, met lange onderbrekingen, aarzelingen, haperingen, herhalingen. Ik probeer een woord soms meerdere keren te lezen of ik spel het woord. Ik lees in groepjes van twee of drie woorden, alsof er geen leestekens staan. Ik lees in een mooi ritme, maar bij een aantal lastige stukken zijn er lange onderbrekingen, aarzelingen. Ik lees al in langere stukken, in een mooi ritme, met af en toe een onderbreking door een moeilijk woord of een moeilijke zin. Ik stop nog op plaatsen waar dat niet zo goed past. Ik lees vloeiend met af en toe een onderbreking, maar moeilijkheden worden snel opgelost. Ik lees met goede klemtoon en intonatie.

16

Kijker 2 - Week 4


Kijker 2 - Week 4

17


5 wat een mop! wat wil je drinken, zegt jut. zegt jul: niks. jut loopt naar de koelkast. ze haalt er een lege fles uit. zegt jul: een lege fles? wat doet die in de koelkast? zegt jut: nou, die is voor jou. voor als je niks wil drinken.

jut is ziek. ze gaat naar de dokter. die geeft haar een drankje. neem dat drie keer per dag in. neem ook twee keer per dag een warm bad. een week later belt jut de dokter. zegt jut: dat drankje drink ik wel. dat gaat er wel in. maar twee keer per dag een warm bad ... dat gaat niet. na een half bad zit ik al propvol.

18

Kijker 2 - Week 5


sessie 1 kies woorden die je wilt schrijven. markeer ze in de tekst. schrijf de woorden en spreek ze uit terwijl je ze schrijft. ___________________________________________ ___________________________________________ ___________________________________________ ___________________________________________ ___________________________________________

deze tekst vind ik deze tekst lees ik deze tekst lees je al woordje van de volwassene: _____________________________________ _______________________________________________________________

sessie 2 kies woorden die je wilt schrijven. markeer ze in de tekst. schrijf de woorden en spreek ze uit terwijl je ze schrijft. ___________________________________________ ___________________________________________ ___________________________________________ ___________________________________________ ___________________________________________

ik lees de tekst nu deze tekst lees je al woordje van de volwassene: _____________________________________ _______________________________________________________________ Kijker 2 - Week 5

19


sessie 3 kies woorden die je wilt schrijven. markeer ze in de tekst. schrijf de woorden en spreek ze uit terwijl je ze schrijft. ___________________________________________ ___________________________________________ ___________________________________________ ___________________________________________ ___________________________________________

ik lees de tekst nu hoeveel sterren heb je meer dan bij dag 1?

Vlot (tempo) Ik lees moeizaam, langzaam, worstelend. Ik lees in een wisselend leestempo. Soms lees ik langzaam, dan weer vlot. Ik lees het meeste van de tijd in een goed tempo. Vloeiend (ritme en intonatie) Ik lees woord voor woord, altijd op dezelfde toon, met lange onderbrekingen, aarzelingen, haperingen, herhalingen. Ik probeer een woord soms meerdere keren te lezen of ik spel het woord. Ik lees in groepjes van twee of drie woorden, alsof er geen leestekens staan. Ik lees in een mooi ritme, maar bij een aantal lastige stukken zijn er lange onderbrekingen, aarzelingen. Ik lees al in langere stukken, in een mooi ritme, met af en toe een onderbreking door een moeilijk woord of een moeilijke zin. Ik stop nog op plaatsen waar dat niet zo goed past. Ik lees vloeiend met af en toe een onderbreking, maar moeilijkheden worden snel opgelost. Ik lees met goede klemtoon en intonatie.

20

Kijker 2 - Week 5


Kijker 2 - Week 5

21


6 de brieven van viktor vreemde brieven viktor neemt de sleutel uit zijn zak. hij draait het slot open. hij reikt naar een brief. met zijn ogen dicht. ella kijkt vanuit het koren. ze springt op en neer van plezier. ze staat pal achter viktor. maar zijn gezicht ziet ze niet. dag buurman, ik ben ella. die brief is van mij! je bent er zeker erg blij mee! viktor draait zich om. zijn mond is een dunne streep. oh nee, schrikt ella. ben je boos op mij? boos om die brief? ja, zegt viktor. waarom? vraagt ella. brieven zijn toch leuk? nee! zegt viktor. ik wil alleen mijn eigen post. geen brief van iemand anders. het is toch mijn brievenbus?

22

Kijker 2 - Week 6


sessie 1 kies woorden die je wilt schrijven. markeer ze in de tekst. schrijf de woorden en spreek ze uit terwijl je ze schrijft. ___________________________________________ ___________________________________________ ___________________________________________ ___________________________________________ ___________________________________________

deze tekst vind ik deze tekst lees ik deze tekst lees je al woordje van de volwassene: _____________________________________ _______________________________________________________________

sessie 2 kies woorden die je wilt schrijven. markeer ze in de tekst. schrijf de woorden en spreek ze uit terwijl je ze schrijft. ___________________________________________ ___________________________________________ ___________________________________________ ___________________________________________ ___________________________________________

ik lees de tekst nu deze tekst lees je al woordje van de volwassene: _____________________________________ _______________________________________________________________ Kijker 2 - Week 6

23


sessie 3 kies woorden die je wilt schrijven. markeer ze in de tekst. schrijf de woorden en spreek ze uit terwijl je ze schrijft. ___________________________________________ ___________________________________________ ___________________________________________ ___________________________________________ ___________________________________________

ik lees de tekst nu hoeveel sterren heb je meer dan bij dag 1?

Vlot (tempo) Ik lees moeizaam, langzaam, worstelend. Ik lees in een wisselend leestempo. Soms lees ik langzaam, dan weer vlot. Ik lees het meeste van de tijd in een goed tempo. Vloeiend (ritme en intonatie) Ik lees woord voor woord, altijd op dezelfde toon, met lange onderbrekingen, aarzelingen, haperingen, herhalingen. Ik probeer een woord soms meerdere keren te lezen of ik spel het woord. Ik lees in groepjes van twee of drie woorden, alsof er geen leestekens staan. Ik lees in een mooi ritme, maar bij een aantal lastige stukken zijn er lange onderbrekingen, aarzelingen. Ik lees al in langere stukken, in een mooi ritme, met af en toe een onderbreking door een moeilijk woord of een moeilijke zin. Ik stop nog op plaatsen waar dat niet zo goed past. Ik lees vloeiend met af en toe een onderbreking, maar moeilijkheden worden snel opgelost. Ik lees met goede klemtoon en intonatie.

24

Kijker 2 - Week 6


Kijker 2 - Week 6

25


BRONNEN 1 Het schaap en de pauw Een dier bij de boer, Liesbeth Van Bogaert, De Eenhoorn, 2015 Verrekijker Taal 2, Leesboek 1, Tekst 2, p. 8-11 2 Vos en Haas – Het kind van Eik Vos, Haas en het Kind van Eik, Sylvia Vanden Heede, Lannoo, 2004 Verrekijker Taal 2, Leesboek 1, Tekst 5, p. 27-30 3 De zeepridder en de heks van heinde en ver De zeepridder en de heks van heinde en ver, Kristien In-’t-Ven, Lannoo, 2012 Verrekijker Taal 2, Leesboek 1, Tekst 8, p. 41-45 4 De mol Een dier in de tuin, Liesbeth Van Bogaert, De Eenhoorn, 2014 Verrekijker Taal 2, Leesboek 1, Tekst 11, p. 56-59 5 Wat een mop! Wat een mop!, Erik van Os en Elle van Lieshout, Zwijsen, 2011 Verrekijker Taal 2, Leesboek 1, Tekst 14, p. 70-74 6 De brieven van Viktor OLLIVIER, Reina & STEEMAN, Frow. De brieven van Viktor. Tielt, uitgeverij Lannoo nv, 2008, 48 pagina’s Verrekijker Taal 2, Leesboek 1, Tekst 17, p. 88-93

26


Herdruk 2021/746 ISBN 978 90 4863 060 8 Bestelnummer 60 1021 180 KB D/2016/0147/427 NUR 191

Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge

9 789048 630608

Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Verrekijker Taal Extra 2 - Kijker 1 en 2 by die Keure - Issuu