Skip to main content

Nano 1 (nieuwe eindtermen) - Module 4 - Data en onzekerheid

Page 1

Nando 1 DATA EN ONZEKERHEID

04 Data verzamelen, voorstellen en interpreteren Inhoud Instap 1 Voorstellingswijzen van data 2 Soorten data 3 Data interpreteren Signaaloefeningen Differentiatietraject Studiewijzer

wat je al kunt

in de kijker

– hoofdbewerkingen uitvoeren met gehele getallen

Je bent kritisch bij het grafisch voorstellen van gegeven

– werken met tabellen, grafieken, diagrammen en

informatie.

gemiddelden

wat je leert in deze module

wiskundetaal – data

– informatie halen uit tabellen, grafieken en diagrammen

– dataset

– numerieke en categorische data onderscheiden

– gegeven

– data voorstellen en interpreteren

– absolute frequentie

– het rekenkundig gemiddelde, de mediaan, de modus en

– frequentietabel

de variatiebreedte bepalen

– lijngrafiek – dotplot – staafdiagram – cirkeldiagram – numerieke data – categorische data – rekenkundig gemiddelde – mediaan – modus – minimum – maximum – variatiebreedte

1


Instap Opdracht 1

Bevraging bij 641 Vlaamse jongeren tussen 15 jaar en 24 jaar. Via welk kanaal volg jij het nieuws en de actualiteit ? 0 100

a) Hoeveel procent van de ondervraagde jongeren raadpleegt een krant om het nieuws en de

55,7 %

Nieuwswebsite/app

46,2 %

Radio Papieren of gedownloade digitale krant

b) Hoeveel procent van de ondervraagde jongeren

34,5 % 18,4 %

Google

gebruikt geen Twitter om het nieuws en de

15,5 %

Twitter

actualiteit te volgen ? ________________________________________________

67,4 %

Televisie

actualiteit te volgen ? ________________________________________________

76,9 %

Facebook

Beantwoord de volgende vragen aan de hand van de grafische voorstelling.

© Onderzoek Fake News Artevelde 2018

c) Bereken het aantal jongeren dat in de enquête aangaf het nieuws en de actualiteit te volgen via Facebook.

Opdracht 2 Gameverslaving is sinds 2018 erkend als ziekte.

Hoe vaak game je ? 3e graad 1e graad 2e graad 3e graad lager

Het aantal mensen met een gameverslaving neemt toe. Bij een onderzoek van Drugpunt werden gegevens opgevraagd over hoe vaak kinderen en

ongeveer 1 keer

tieners gamen. De gegevens werden voorgesteld

per maand

in deze tabel.

1 keer per week

Beantwoord de volgende vragen aan de hand

meerdere keren

van de tabel.

per week dagelijks

a) Wat stel je vast als je per groep leerlingen de percentages optelt ? Verklaar dat.

6,6 %

13,7 %

11,1 %

18,5 %

14,7 %

13,3 %

13,5 %

24,6 %

41,3 %

35,7 %

38,9 %

33,8 %

37,4 %

37,3 %

36,5 %

23,1 %

© Onderzoek Drugpunt ‘Gamen en sociale media bij jongeren 2018’

________________________________________________________________________________________________________________ ________________________________________________________________________________________________________________ b) Welke vaststellingen kun je doen in verband met ‘meerdere keren gamen per week’ ? ________________________________________________________________________________________________________________ ________________________________________________________________________________________________________________ c) Hoe verklaar je dat het ‘dagelijks’ gamen geleidelijk aan afneemt naarmate de jongeren ouder worden ? ________________________________________________________________________________________________________________ ________________________________________________________________________________________________________________

2


Opdracht 3 Download een hartslagapp zoals de Heart Rate-app van Runtastic op jouw smartphone en verzamel minstens tien metingen van jouw hartslag (op een verschillend tijdstip). Plaats de gegevens hieronder in de tabel.

a) Welke info krijg je van de app ? ________________________________________________________________________________________________________________ ________________________________________________________________________________________________________________ b) Bereken het gemiddelde na de tien metingen.

c) Hoeveel keer had je een hartslag boven het gemiddelde ? ________________________________________________________________________________________________________________

Opdracht 4 Ga in kranten en weekbladen op zoek naar grafieken, tabellen en diagrammen. Maak een leuke collage.

3


1

Voorstellingswijzen van data

1.1

Soorten voorstellingswijzen

Resultaten van een onderzoek of enquête kunnen op verschillende manieren worden voorgesteld. In een klas van 25 leerlingen werd de volgende vraag gesteld. In welke kleur zou jij jouw volgende smartphone aankopen ? ○

zilver

○

spacegrijs

goud

○

○

andere kleur

De verzamelde data (dataset) zijn de antwoorden die door de leerlingen werden gegeven. Deze data kunnen op verschillende manieren worden voorgesteld. TABEL – RUWE DATA – NIET-VERWERKTE DATASET

FREQUENTIETABEL gegeven

aantal

zilver

goud

spacegrijs

goud

zilver

zilver

7

spacegrijs

andere kleur

zilver

spacegrijs

zilver

spacegrijs

spacegrijs

zilver

spacegrijs

zilver

goud

goud

5

goud

spacegrijs

zilver

andere kleur

spacegrijs

andere kleur

2

spacegrijs

spacegrijs

goud

spacegrijs

spacegrijs

totaal

11

25

•

In de tabel met niet-verwerkte gegevens is het moeilijker om snel het exact aantal keer dat een gegeven voorkomt

•

De absolute frequentie voor een gegeven is het aantal keer dat het gegeven voorkomt in de dataset.

af te lezen. Meestal krijg je dit soort tabel nadat je de enquête hebt afgenomen. Een frequentietabel geeft je een overzicht van de absolute frequentie per gegeven. DOTPLOT

STAAFDIAGRAM

CIRKELDIAGRAM

Favoriete kleur voor een smartphone

Favoriete kleur voor een smartphone

Favoriete kleur voor een smartphone

12

8%

11

10

aantal

6

7

2

zilver

spacegrijs

goud andere kleur

44%

5

4

0

28%

20%

8

2 zilver spacegrijs

goud andere kleur

zilver

goud

spacegrijs

andere kleur

•

In een dotplot worden de verschillende gegevens op de horizontale as geplaatst. Telkens een gegeven voorkomt

•

Ook in een staafdiagram vind je de gegevens op de horizontale as. De staven staan los van elkaar en zijn zo hoog

•

Bij een cirkeldiagram neemt elk gegeven een deel van de cirkel in. Elk deeltje wordt bepaald door de grootte van

wordt er een extra puntje (of bolletje) toegevoegd. als het aantal keer dat het gegeven voorkomt. de middelpuntshoek. Hoe groter het deeltje, hoe groter de middelpuntshoek. In het deel wordt soms het absolute aantal geplaatst of het procentueel aantal, hier vind je het procent door de absolute frequentie te vermenigvuldigen met 4.

Merk op Er zijn nog andere voorstellingswijzen zoals een lijngrafiek en een strookdiagram. In punt 3 en in de andere modules komen alle voorstellingswijzen aan bod.

4


1.2 Misleidende voorstellingswijzen Een autofabrikant brengt elk jaar in kaart welke autovoorkeur een gezin heeft. Een van de vragen is of ze liever kiezen voor een elektrische auto of niet. De verzamelde data werden afgerond op 1 % nauwkeurig en vind je in de tabel.

jaar

voorkeur voor niet-elektrische wagen

voorkeur voor elektrische wagen

geen specifieke voorkeur

2015

90 %

4%

6%

2016

88 %

4%

8%

2017

85 %

8%

7%

2018

83 %

10 %

7%

2019

80 %

14 %

6%

Voor de autoverdelers maakte de fabrikant een aantal lijngrafieken. Bij het voorbereiden van de presentatie merkt iemand op dat de grafieken wel erg misleidend zijn. Evolutie voorkeur niet-elektrische wagens

Evolutie voorkeur elektrische wagens

voorkeur (%)

voorkeur (%) 15

90

10

85 80 2015

5 2016

2017

2018

2019

jaar

0 2015

2016

2017

2018

2019

jaar

Uit de bovenstaande lijngrafieken kunnen we vaststellen dat er een dalende trend is bij de voorkeur voor niet-elektrische wagens en een stijgende trend bij de voorkeur voor elektrische wagens. Dit stemt ook overeen met wat we in de tabel zien. Toch is er misleiding.

•

De gebruikte schaal op de verticale as is niet dezelfde bij de grafieken. De indruk kan ontstaan dat er een sterk

•

De verticale as bij de grafiek van de voorkeur voor niet-elektrische wagens start ook niet bij 0, waardoor het

dalende trend is net als dat de voorkeur voor elektrische wagens echt wel sterk is toegenomen. moeilijker is om een correct beeld te krijgen.

Je kan met behulp van ICT een correctere voorstelling maken door beide evoluties op één voorstelling te plaatsen. Zo heb je met zekerheid dezelfde schaal op de verticale as. Als de verticale as dan nog eens start bij 0, dan behoud je ook het totaalbeeld dat we terugvinden in de tabel. Evolutie autovoorkeur In deze nieuwe voorstelling zien we nog altijd dat er een dalende trend is voor de voorkeur voor niet-elektrische wagens (alleen is die nu juist weergeven en dus niet zo drastisch als we eerst dachten). We blijven ook zien dat er een stijgende trend is bij de voorkeur voor elektrische wagens, al is die minder spectaculair dan wat bleek uit de misleidende grafiek.

voorkeur (%) 100 75 50 25 0 2015

2016

2017

2018

2019

jaar

5


Verwerkingsopdrachten 1

1, 2 Sneeuw in Kronplatz (ItaliĂŤ)

a) Hoe noemen we deze grafiek ? _______________________________________ b) Welke informatie kun je aflezen op deze grafiek ?

hoogte sneeuw (cm) 120 100 80 60

_______________________________________

40

_______________________________________

0

20 okt

nov

dec

jan

feb

maa apr

maand mei

c) In welke maand wordt de meeste sneeuw gemeten ? ______________________________________________________________________________________________________ d) Er zijn slechts twee maanden waarin er geen sneeuw kan gemeten worden. Beoordeel deze uitspraak. ______________________________________________________________________________________________________ ______________________________________________________________________________________________________

2

In een klas kon elke leerling zijn bloedgroep anoniem noteren.

Bloedgroepen in de klas

a) Hoe noemen we deze grafische voorstelling ? ________________________________________________ b) Welke bloedgroep komt het vaakst voor in deze klas ? ________________________________________________ c) Waarom staat er geen bolletje bij de bloedgroepen B en AB ? -

O+

A+

B+

-

________________________________________________ d) Hoeveel procent van de leerlingen uit de klas heeft geen bloedgroep A+ ?

e) Maak met ICT een frequentietabel. f) Maak op basis van die frequentietabel een cirkeldiagram. g) Voer dit onderzoek ook uit in jouw klas.

6

AB+

O-

A-

B-

AB-


3

In een onderzoek werd getest welk effect kunstmest heeft op de gemiddelde massa van een tomaat. De resultaten werden weergegeven in het volgende diagram.

Effect van kunstmest massa (g) 86 85 g

85 84 83 g

83 82

82 g 81 g

81 80 merk A

merk B

merk C

merk D

merken

a) Pieter beweert dat het effect van de kunstmeststof van merk D bijna dubbel zo groot is dan het effect van de kunstmeststof van merk B. Beoordeel zijn uitspraak. ______________________________________________________________________________________________________ ______________________________________________________________________________________________________ b) Waarom kunnen we hier spreken van een misleidende grafiek ? ______________________________________________________________________________________________________ ______________________________________________________________________________________________________ c) Maak met ICT een eerlijk staafdiagram dat de situatie juist weergeeft.

7


2

Soorten data

Voor een zevenkamp werd van een atleet een sportfiche bijgehouden. De ingevulde data vind je in het groen.

NAAM : Thais Rambout

100 m HORDEN :

13,23 s

LEEFTIJD : 22

HOOGSPRINGEN :

184 cm

GEBOORTEMAAND : februari

KOGELSTOTEN :

13,38 m

NATIONALITEIT : Belg

200 m HARDLOPEN :

25,49 s

LENGTE : 178 cm

VERSPRINGEN :

7,01 m

BLOEDGROEP : O

SPEERWERPEN :

39,49 m

GESLACHT : V

800 m HARDLOPEN :

2 min 42,38 s

+

Je kunt data verdelen in twee grote groepen.

•

Categorische data zijn data waarmee niet gerekend wordt, of waarbij het niet zinvol is om te rekenen. Voorbeelden naam, geboortemaand, nationaliteit, bloedgroep, geslacht, …

•

Numerieke data zijn data waarbij het zinvol is om te rekenen. Voorbeelden tijdsmetingen, lengtes, afstanden, massa, …

Verwerkingsopdrachten 4

3

In een onderzoek rond smartphones en mobiel gebruik werden een aantal vragen gesteld. Je vindt hieronder de vragen van de enquête. Noteer of je numerieke of categorische data verkrijgt. a) Welke kleur heeft het hoesje van jouw smartphone ? ______________________________________________________________________________________________________ b) Hoeveel personen uit jouw gezin hebben een mobiel data-abonnement ? ______________________________________________________________________________________________________ c) Hoeveel GB verbruik je per maand aan mobiele data ? ______________________________________________________________________________________________________ d) Beoordeel de 4G-ontvangst bij jouw thuis via jouw smartphone. ______________________________________________________________________________________________________ e) Van welk merk is jouw smartphone ? ______________________________________________________________________________________________________ f) Hoeveel apps staan er op je smartphone ? ______________________________________________________________________________________________________

8


5

a) Noteer twee onderzoeksvragen die je gedurende deze module verder wil onderzoeken. Uit de eerste vraag moet je categorische data verkrijgen. Uit de

Controle voor de onderzoeksvraag. ○ Is de vraag onderzoekbaar ?

tweede vraag moet je numerieke data verkrijgen.

○ Is de vraag ondubbelzinnig ?

Vraag 1 :

○ Is de vraag relevant ?

____________________________________________________

○ Als vraagvorm ?

○ Is de vraag afgebakend ? ○ Is de vraag beknopt ?

____________________________________________________ ______________________________________________________________________________________________________ ______________________________________________________________________________________________________ Vraag 2 : ______________________________________________________________________________________________________ ______________________________________________________________________________________________________ b) Neem de onderzoeksvragen af in de klas en verzamel de data. Voer de gegevens in een rekenblad in. Verwerk je gegevens met ICT. c) Kies een passende voorstellingswijze om de gegevens van de onderzoeksvragen voor te stellen. Je kunt kiezen uit dotplot, staafdiagram, lijngrafiek en cirkeldiagram.

d) Formuleer op basis van jouw grafieken twee besluiten. ______________________________________________________________________________________________________ ______________________________________________________________________________________________________ ______________________________________________________________________________________________________

9


Signaaloefeningen 1

Aan de leerlingen uit de eerste graad werd gevraagd wat hun favoriete kleur is. a) Bepaal het aantal leerlingen per favoriete kleur. Verwerk deze tabel ook met ICT. favoriete kleur

meisjes

jongens

zwart

10

20

grijs

16

8

blauw

38

16

groen

7

11

rood

8

16

aantal leerlingen

b) Kies zelf welke passende grafische voorstelling je kan gebruiken om deze data voor te stellen. LIJNGRAFIEK

DOTPLOT

STAAFDIAGRAM

CIRKELDIAGRAM

c) Maak de meest geschikte grafische voorstellingen met behulp van ICT. d) Hoeveel procent van de leerlingen heeft zwart als lievelingskleur ?

>>> Verder oefenen : D1 t.e.m. D21

2

Beantwoord de vragen aan de hand

jaarloon (₏)

van de grafische voorstelling. a) Van drie bedrijven die eenzelfde activiteit hebben werd het gemiddelde jaarloon opgevraagd. Je vindt de informatie terug in deze grafische voorstelling.

Gemiddeld jaarloon

43 000 42 000

42 000 41 500 41 000

41 000

1) Verklaar waarom deze grafische voorstelling misleidend is.

Bedrijf A

Bedrijf B

Bedrijf C

__________________________________________________________________________________________________ __________________________________________________________________________________________________ 2) Maak met ICT een juiste voorstelling. 3) Welk besluit kun je formuleren in verband met het loonverschil tussen de bedrijven ? __________________________________________________________________________________________________ __________________________________________________________________________________________________

14


b) De dienst toerisme van de stad Antwerpen bracht de hotelbezetting in kaart tussen 2016 en 2019. 1) Wat liep er fout bij het maken van deze

Bezetting (%) 100

Antwerpen – toerisme

95% 92%

90

voorstelling ? _____________________________________ _____________________________________

82%

80%

80

76%

70

_____________________________________

periode okt 2016

maart 2017

maart 2018

okt 2018

maart 2019

__________________________________________________________________________________________________ 2) Waarom is het moeilijk om hier een correcte voorstelling van te maken ? __________________________________________________________________________________________________ __________________________________________________________________________________________________

>>> Verder oefenen : D1 t.e.m. D21

3

In een gezondheidsapp van een smartphone kun je een medische ID aanmaken. Om dat ID aan te maken voer je verschillende soorten data in. Zijn de aangeduide data categorisch of numeriek ?

9:41 PM

Annuleer

a) ______________________________________________________ b) ______________________________________________________ c) ______________________________________________________ d) ______________________________________________________ e) ______________________________________________________

voeg foto toe

Medische ID

85%

Gereed

Voornaam (a) Naam

Geboortedatum

(b)

Bloedgroep

(c)

Voeg orgaandonor toe Gewicht

(d)

Lengte

(e)

SOS-CONTACTPERSONEN Voeg SOS-contactpersonen toe Als je SOS-noodmelding gebruikt, krijgen je SOS-contacten een bericht dat je het alarmnummer hebt gebeld.

>>> Verder oefenen : D22 t.e.m. D26

15


Voorstellingswijzen van data

Differentiatietraject 1

Plaats de juiste naam bij de juiste voorstellingswijze voor de data van de volgende onderzoeksvraag : ‘Wat is jouw favoriete tussendoortje ?’ Kies uit : ruwe data – frequentietabel – dotplot – staafdiagram – cirkeldiagram. Wat is jouw favoriete tussendoortje ? a)

chips

fruit

koekjes

andere

c)

aantal 12 9

chips

5

fruit

12

koekjes

5

andere

3

Wat is jouw favoriete tussendoortje ? e) chips fruit koekjes andere

6 3 0 chips

fruit

koekjes

chips

andere

chips

koekjes

fruit

koekjes

koekjes

chips

fruit

fruit

koekjes

fruit

fruit

fruit

fruit

fruit

andere

fruit

fruit

fruit

chips

DIEREN IN DE DIERENOPVANG E ERIG OV

N

48%

chips

koekjes andere

a) Hoe noem je deze voorstellingswijze ? b) Welke dieren zijn het meest te vinden in de dierenopvang ?

HO

N

DE

fruit

Beantwoord de volgende vragen aan de hand van deze voorstellingswijze.

KAT

N TE

KN DIE AAG RE

-

c) Geef twee voorbeelden van dieren die horen bij ‘overige’.

N

In dit staafdiagram vind je de snelste rollercoasters ter wereld terug. a) Waar vind je de snelste rollercoaster ter wereld ? b) Waar vind je de snelste Europese rollercoaster ? ’S WERELDS SNELSTE ROLLERCOASTERS

RING°RACER – Duitsland SUPERMAN – USA TOWER OF TERROR – Australië DODONPA – Japan THRILL DRAGSTER – USA KINGDA KA – USA FORMULA ROSSA – Abu Dhabi

0

18

20%

d)

andere

3

20%

Wat is jouw favoriete tussendoortje?

b)

2

12%

40

80

snelheid (km/h)

120

160

200

240


4

In dit staafdiagram wordt de drukte weergegeven in een winkel. 4

a) Wanneer is het in deze winkel het drukst ?

aantal bezoekers (· 10)

Populaire tijden in de winkel

3

b) Je wil op een rustig moment de winkel

2

bezoeken. Wanneer ga je best langs ?

1 0

5

10

11

12

13

14

15

16

17

uur

18

In deze voorstellingswijze werd het aantal gefietste km per week weergegeven. De informatie voor week 4 ging verloren doordat een stuk van de grafiek niet zichtbaar is. We weten wel dat in week 4 dubbel zoveel afstand werd afgelegd als in week 1. Hoeveel km werd er gefietst tijdens deze vijf weken ? Fietsafstand afstand (km) 50 40 30 20

23 km

27 km

19 km

17 km

2

3

10 0

6

1

4

5

week

In een klas werd de volgende uitspraak gedaan : ‘Ouders mogen bepalen met welke vrienden je omgaat !’ Elke leerling kon deze uitspraak beoordelen.

turven

helemaal akkoord

III

a) Hoeveel leerlingen beoordeelden de uitspraak ?

akkoord

IIII ⁄ IIII ⁄ III

niet akkoord

IIII

b) Wat is de betekenis van de absolute frequentie bij ‘akkoord’ ?

helemaal niet akkoord

II

c) Maak met ICT een cirkeldiagram dat deze data voorstelt.

7

gegeven

a) Welke onderzoeksvraag werd er gesteld in deze klas ? b) Wat betekent de frequentie 22 in deze context ? c) Hoeveel procent van de leerlingen zijn er linkshandig in de klas ? d) Voer dit onderzoek ook uit in jouw klas en maak een nieuwe

totaal

gegeven

aantal

linkshandig

3

rechtshandig

22

totaal

25

frequentietabel.

19


8

Aan de leerlingen werd gevraagd hoeveel uren ze sporten in een week. De data werden grafisch voorgesteld. Hoeveel uur sport je per week ?

0

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

tijd (u.)

a) Hoe noemen we deze voorstellingswijze ? b) Hoeveel leerlingen hebben de vraag beantwoord ? c) Hoeveel leerlingen sporten 3 uur per week ? d) Waarom zijn er geen ‘dots’ bij 5, 9, 10 en 11 ? e) Waar of niet waar ? Er zijn evenveel leerlingen die 3 uur sporten in een week als dat er leerlingen zijn die 7 uur sporten in een week. f) Waar of niet waar ? Er is 1 leerling die precies 12 uur aan één stuk sport.

9

Op een winterdag noteerde Simon elk uur de dagtemperatuur. Temperatuur op een winterdag

5

temperatuur (°C)

4 3 2 1 0 -1

tijdstip (u.)

10

11

12

13

14

15

16

17

18

-2 -3 -4 -5 -6 a) Wat was de maximale temperatuur op deze dag ? b) Hoeveel metingen voerde Simon uit ? c) Wanneer was het verschil tussen opeenvolgende metingen het grootst ? d) Voer dit onderzoek uit op een willekeurige dag.

20


w

10

Deze lijngrafiek geeft de gemiddelde minimum- en maximumtemperatuur weer per maand in Antwerpen. Beantwoord aan de hand van deze voorstellingswijze volgende vragen.

25

temperatuur (°C)

Gemiddelde temperatuur in Antwerpen

20 15 10 5 0

Jan

Feb Mrt

Apr Mei

Jun

Jul

maand Aug Sep Okt Nov Dec

MAXIMUM MINIMUM

-5

a) Wat is de gemiddelde maximumtemperatuur in Antwerpen in de maand juli ? b) Wat is de gemiddelde minimumtemperatuur in Antwerpen in de maand juli ? c) Welke twee maanden zijn het koudst in Antwerpen ?

11

In dit staafdiagram kom je te weten waar de Belgen liefst slapen op reis tijdens hun zomervakantie. Beantwoord aan de hand van deze voorstellingswijze volgende vragen. aantal (%) 35 30

Hoe overnachten we op reis ? 31 %

Bron: TUI 2017

28 %

25 20

17 %

15 10

8%

5 0

)

)

6%

3%

2%

t t a ng an as ill en pi av kf -v m r a m e a / t e c s ca e ar br ui te e/ ni & op pp m eh l( ho i a o d e t t h n ow be or al ho ka ot ng va m u b in

lal l(

in

llta

2% t

n te

plaats

a) Hoeveel procent van de Belgen verkiest een hotelvakantie ? b) Hoeveel procent van de Belgen overnacht in een Bed & Breakfast ? c) Zijn hier alle mogelijke antwoorden weergegeven ?

21


Studiewijzer Differentiatietraject

Doelen Ik kan gegevens voorstellen aan de hand van passende voorstellingswijzen : absolute

1 2

frequentietabel, dotplot, staafdiagram,

3 4

lijndiagram en cirkeldiagram. Ik kan soorten data onderscheiden : numeriek en categorisch.

22

Ik kan centrum- en spreidingsmaten bepalen : rekenkundig gemiddelde,

BEGRIJPEN

12 13 14

8 9 10

15 16 17

11

18

23

24

28 29 30 27

mediaan, modus en variatiebreedte.

ONTHOUDEN

5 6 7

31 32 33 34

TOEPASSEN

35 36 37 38 39 40

ANALYSEREN

19

20 21

25

26

41 42 43

44

EVALUEREN

Doelstellingen Ik kan gegevens voorstellen aan de hand van passende voorstellingswijzen. Afhankelijk van de gegevens kies je één van de verschillende voorstellingen.

CREËREN

pagina

pagina

in module

in vademecum

4

12

8

11

10

11

Maak gebruik van ICT om de gegevens te verwerken. verwerking : 1, 2, 3

signaal : 1, 2

differentiatie : 1 t.e.m. 21

Ik kan numerieke en categorische data onderscheiden. Data die bestaan uit getallen waar je mee wil rekenen zijn numerieke gegevens. verwerking : 4, 5

signaal : 3

differentiatie : 22 t.e.m. 26

Ik kan het rekenkundig gemiddelde, de mediaan, de modus en de variatiebreedte bepalen. Zoek de definitie van de begrippen, lees ze aandachtig zodat je de begrippen van elkaar kan onderscheiden. Omdat het gemiddelde sterk beïnvloedbaar is door uiterste waarden werd de mediaan ingevoerd. verwerking : 6, 7, 8

signaal : 4, 5

differentiatie : 27 t.e.m. 44

Auteurs Björn Carreyn, Filip Geeurickx en Roger Van Nieuwenhuyze Met medewerking van Anneleen Bradt Herdruk 2019/1571 - Bestelnummer 94 606 0010 (module 4 van 20) - NUR 126 Illustrator Jona Jamart - Design en lay-out Karakters Verantwoordelijke uitgever die Keure, Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 - © Copyright die Keure, Brugge


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Nano 1 (nieuwe eindtermen) - Module 4 - Data en onzekerheid by die Keure - Issuu