Skip to main content

mol en beer kleuter - Activiteitenmap - Inleiding en klank k - inkijk

Page 1

s m e o D e mo e xemplaar

m l

n

k

n

k

oo t

aa p

ee a

o u

w

oe ie s i

uu f

z

taal activiteitenmap

- inleiding -

g e v h ui b d eu j r


Inhoud

IE

Deze inleiding bestaat uit vijf hoofdstukken:

KE

U

De inleiding biedt een antwoord op vragen die kunnen opkomen tijdens het werken met mol en beer kleuter. Achteraan bevindt zich een handig register.

RE

Deze inleiding van mol en beer kleuter neem je best grondig door alvorens je aan de slag gaat met de activiteitenmap.

IN

KI

JK

EX

EM

PL

AA

R

D

Opbouw en materialen ..................................... p. 3 Praktische info ...................................................... p. 21 Visie ........................................................................... p. 29 Belangrijke achtergrondinformatie .............. p. 32 Schoolkeuzes ......................................................... p. 34

2

Inleiding


Welke doelen bereik je met mol en beer kleuter? … p. 4

2.

3.

Hoe werk je met de leerlijn van mol en beer kleuter? … p. 6

Hoe is het EDI-model uitgewerkt in de vier activiteiten klankbewustzijn? … p. 12

8.

Waarom lees je best de achtergrondinformatie bij elke klank? … p. 7

Waarom werkt mol en beer kleuter met klankzuivere woorden? … p. 13

KE

IE

D

Hoe wordt met MKM-, MK- en KM-woorden gewerkt? … p. 14

AA

9.

Welke lesmaterialen biedt mol en beer kleuter? … p. 8

5.

Klank versus letter: hoe zit dat? … p. 10

6.

Hoe worden de activiteiten klankbewustzijn opgebouwd? … p. 11

KI

JK

EX

EM

PL

4.

IN

U

7.

R

1.

RE

Opbouw en materialen

10. Welke vormen van letters leren de kinderen wanneer? … p. 17

11. Geleide spellen inzetten: wanneer en waarom? … p. 18 12. Gebeurt alles geleid? Is er ook zelfstandige inoefening voorzien? … p. 19


1

Welke doelen bereik je met mol en beer kleuter? Met mol en beer kleuter werk je aan twee grote doelenclusters: In de starter -activiteiten focus je op de klankgevoeligheid van de kleuters als basisvaardigheid. Je oefent hun vermogen om klanken auditief te onderscheiden. In de junior - en expert -activiteiten verfijn je dat naar klankbewustzijn en de klanktekenkoppeling en oefen je expliciet en doelbewust deze belangrijke leesvoorwaarden.

U

RE

Mol en beer kleuter koppelt doelbewust de activiteiten niet aan een bepaalde leeftijd of klas. Dat geeft jou de kans om het materiaal flexibel in te zetten in jouw specifieke school- en klascontext. Mol en beer kleuter geeft je wel een opbouwende leerlijn, verdeeld in een starter-, junior- en expertniveau. Daarnaast spelen ook de figuren van mol en beer een rol. Mol heeft het grootste luistertalent. Hij oefent met de kleuters de auditieve doelen. Beer heeft dan weer de scherpste blik. Hij oefent met de kleuters vooral de visuele doelen. Door de combinatie van de drie niveaus en de twee figuren krijg je onderstaande leerlijn. Merk op dat je de startersactiviteiten vlot kan inschakelen. De junior- en expertactiviteiten moet je echter wel inplannen.

KE

Klankgevoeligheid

Activiteit vertrekkend vanuit een geluid en/of betekenisvolle verklanking

IE

Betekenisvolle startersactiviteit geschikt voor de jongste kleuters: - De kleuters luisteren aandachtig naar het geluid van de klank die de leerkracht verklankt. - De kleuters leren de losse klank auditief kennen in een betekenisvolle situatie. - De kleuters beseffen dat er bij een klank een letter hoort, en omgekeerd dat er bij een letter een klank hoort.

D

starter

AA

R

Onderstaande doelen moeten niet bereikt worden, maar dienen voor de kleuters die al klaar zijn voor de volgende stappen. Je hoeft deze kleuters niet af te remmen, maar bewaak wel dat het verklanken van de klanktekenkoppeling zo correct mogelijk is.

EM

Klankbewustzijn

PL

- De kleuters verklanken de losse klank. - De kleuters koppelen de klank aan de letter.

Vier geleide activiteiten in grote of kleine kring met directe instructie Activiteit 1

- De kleuters verkennen de klank op een alzijdige manier. - De kleuters herkennen de klank in een auditief aangeboden reeks klanken. - De kleuters verklanken de klank afzonderlijk.

EX

junior

Activiteit 2

JK

expert

junior

IN

KI

expert

4

expert

- De kleuters verkennen de letter op een alzijdige manier. - De kleuters herkennen de letter in een visueel aangeboden reeks letters. - De kleuters koppelen de klank aan de letter. - De kleuters benoemen de letter met de corresponderende klank.

Activiteit 3

Fonemisch bewustzijn: - De kleuters herkennen en situeren de klank in klankzuivere MKM-woorden. - De kleuters verklanken de klanken van een klankzuiver MKM-woord afzonderlijk (analyse). - De kleuters manipuleren woorden door bij het MK-woord of KM-woord nog een medeklinker toe te voegen, of door de begin-, midden- of eindklank te wijzigen. Fonologisch bewustzijn: - De kleuters herkennen rijmwoorden auditief (klanken) en benoemen ze als rijmwoorden.

Inleiding • Opbouw en materialen


expert

Activiteit 4

RE

Fonemisch bewustzijn: - De kleuters herkennen en situeren de klank (auditief) en de letter (visueel) in MKMwoorden. - De kleuters voegen de afzonderlijke klanken van een klankzuiver MKM-woord samen tot het gehele woord (synthese). Het woordbeeld kan hierbij een ondersteuning zijn. - De kleuters manipuleren woorden door bij het MK-woord of KM-woord nog een medeklinker toe te voegen, of door de begin-, midden- of eindklank te wijzigen. De woordbeelden kunnen hierbij een ondersteuning zijn. Fonologisch bewustzijn: - De kleuters herkennen rijmwoorden auditief (klanken) en visueel (letters) en benoemen ze als rijmwoorden.

U

In de activiteitenmap vind je de algemene doelen per activiteit terug. Een overzicht van de concordantie met minimumdoelen en leerplandoelen vind je op Kabas. Het is raadzaam om ook deze documenten door te nemen, zodat je als leerkracht goed weet naar welk minimumdoel je toewerkt en welke leerplandoelen extra aandacht vereisen.

IN

KI

JK

EX

EM

PL

AA

R

D

IE

KE

De activiteiten bij de klanken en de geleide spellen bieden heel wat leerkansen die aansluiten bij de leerplandoelen. De keuze ligt bij jou als leerkracht om er per activiteit enkele uit te kiezen en in de kijker te plaatsen, en andere te herhalen.

Inleiding • Opbouw en materialen

5


2

Hoe werk je met de leerlijn van mol en beer kleuter? starter

expert

U

junior

RE

Het aanbod voor de starter biedt geen vaste opbouw. Als je met de jongste kleuters aan de slag wil gaan, kies je zelf een klank, passend bij een thema of een prentenboek waarmee je op dat bepaald moment in je klas werkt. Het is niet de bedoeling om per se alle klanken aan bod te laten komen bij de jongere kleuters. Dat mag, maar moet dus zeker niet. Er zijn klanken die gemakkelijker zijn voor hen, zoals aanhoudende medeklinkers en lange klinkers, maar ook de moeilijkere klanken kunnen aan bod komen. Belangrijk in het starterniveau is vooral de vaardigheid om klanken te leren herkennen, ongeacht welke klanken dat zijn. Pas in de volgende twee niveaus worden de letters en klanken in onze taal systematisch uitgelicht.

IE

KE

Bij de junior- en expertactiviteiten bieden we daarom wel een vaste opbouw. Mol en beer kleuter biedt 30 klanken aan in een weloverwogen volgorde. Als je die volgt, kan je bij de rubriek ‘leerlijn’ telkens zien wat voorafging en wat volgt. Maar ook hier kan je afwijken van de volgorde en zelf een keuze maken. Je kiest dan zelf uit het aanbod van de 30 klanken hoeveel je er aanbiedt en in welk kleuterjaar.

D

De minimumdoelen geven een minimum van 15 klanken. Als je de eerste 15 klanken van onze volgorde behandelt, voldoe je aan het minimumdoel en bied je dus korte klinkers (bv. /a/), lange klinkers (bv. /aa/), tweetekenklinkers (bv. /oe/) en medeklinkers (bv. /m/) aan. Als je zelf 15 klanken selecteert, zorg dan dat er korte klinkers, lange klinkers, tweetekenklinkers en medeklinkers in je selectie zitten.

EX

EM

PL

AA

R

Als school bepaal je zelf in welk kleuterjaar je start. Het aanbod van mol en beer kleuter is niet gebonden aan een leeftijd of klas, maar is flexibel inzetbaar met zijn drie niveaus van starter over junior naar expert. We geven enkele opties. Start je in de derde kleuterklas, geef dan per gekozen klank drie of vier junior- en expertactiviteiten. Je kan er ook voor kiezen om daar een betekenisvolle startersactiviteit aan vooraf te laten gaan. Start je in de tweede kleuterklas, geef dan per gekozen klank de twee junioractiviteiten. Je kan er ook voor kiezen om daar een betekenisvolle startersactiviteit aan vooraf te laten gaan. Start je in de eerste kleuterklas, kies dan enkele klanken die bij je klasthema passen en geef de startersactiviteit.

JK

starter

IN

KI

klankgevoeligheid

6

Inleiding • Opbouw en materialen

eerste leerjaar junior expert

klankbewustzijn

aanvankelijk lezen


3

Waarom lees je best de achtergrondinformatie bij elke klank? Bij elke klank geven we je wat achtergrondinformatie. Die moet je niet lezen om de activiteiten te kunnen geven, maar het biedt je de kans om je te verdiepen in deze klank en bijhorende letter. Dit kan een grote hulp zijn om kleuters met extra noden (uitspraakproblemen, taalstoornissen, anderstaligen …) te ondersteunen.

De achtergrondinformatie vind je bij elke klank terug op pagina 2 of 3. Bijvoorbeeld:

KE

U

Achtergrondinfo bij de klank /g/ Uitspraak

Visuele discriminatie

De klank /g/ correspondeert met één letterteken en vinden we dus terug in het alfabet. Het is niet aangeraden de letter ‘g’ te benoemen met zijn letternaam Gee.

D

IE

In het Nederlandse taalgebied zijn er grote regionale verschillen wat betreft de uitspraak van de klank /g/. Alle uitspraakvarianten zijn correct Nederlands. Bij de verschillen in uitspraak spelen onder andere het al dan niet trillen van de stembanden en de positie van de klank /g/ in het woord een grote rol.

R

De leesletter ‘g’ lijkt op ‘a’ door het rondje met aan de rechterkant een streepje. Bij de leesletter ‘g’ komt het streepje echter lager/dieper dan bij ‘a’ en eindigt het streepje in een boogje. Er zijn ook heel wat lettertypes met een ‘g’ bestaande uit twee rondjes die kleiner en ovaler zijn en aan de linkerkant verbonden zijn met elkaar.

Mondstand

PL

AA

De harde /g/ is stemloos en wordt meer achteraan in de mond gevormd. De harde /g/ klinkt ‘schrapend’. De zachte /g/ wordt minder ver in de keel uitgesproken en afhankelijk van de plaats van de klank in het woord trillen de stembanden mee.

RE

De achtergrondinformatie per klank behandelt steeds de volgende items: - uitspraak; - mondstand; - visuele discriminatie; - anderstalige leerlingen; - situering in woorden.

EX

EM

De lippen zijn ontspannen en los van elkaar.

Anderstalige leerlingen

IN

KI

JK

Anderstalige leerlingen die al een klanktekenkoppeling kennen in hun moedertaal doen dit opnieuw bij het Nederlands. Er hoeven geen linken gelegd te worden met hun moedertaal. Klanken die zij echter niet of anders uitspreken in hun moedertaal zijn uitdagender. Wees je hier als leerkracht bewust van en heb extra aandacht voor die klanken.

De drukletter ‘G’ lijkt op ‘O’ en ‘Q’. Bij de drukletter ‘G’ is het rondje niet gesloten. De drukletter ‘G’ lijkt ook een beetje op de leesletter ‘e’ door het bijna gesloten rondje en het liggende streepje binnenin.

Situering in woorden/namen

De klank /g/ is een medeklinker die zowel vooraan als achteraan kan voorkomen in MKM-woorden, maar de uitspraak verschilt afhankelijk van waar de klank voorkomt. Giel, Gijs, Geert, Greet, Jorg … zijn klankzuivere namen met ‘g’.

Voor de uitspraak van de harde /g/ is een specifieke spierspanning achterin de mond/keel nodig, die mensen uit andere taalgebieden vaak niet gewend zijn. Bovendien maakt het verschil tussen de harde /g/ en de zachte /g/, en het uitspraakverschil afhankelijk van de positie in het woord, de klank /g/ een heel uitdagende klank.

Inleiding • Opbouw en materialen

7


4

Welke lesmaterialen biedt mol en beer kleuter? In de activiteiten gebruik je drie soorten materiaal: - leermiddelen die je eenmalig dient aan te kopen; - digitale bestanden die beschikbaar zijn op Kabas (jaarlicentie); - eigen materialen uit de klas.

Colofon

w

Auteur Lindsay Van Landschoot Illustraties Daniëlle Roothooft ISBN 978 90 4865 381 2 Bestelnummer 60 1022 031 KB D/2026/0147/112 NUR 191 Thema YPCA-4CA Eerste editie Verantwoordelijke uitgever

die Keure, Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325

activiteitenmap

s m oe m

aa l p

Niets uit deze uitgave mag verveelvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, photoprint, microfilm or any other means without permission from the publisher.

l

k

k

taal activiteitenmap

oo

junior

aa p

ee a

o u

oe ie

n

s i

uu f

z

g e

taal

v

activiteitenmap

h ui b d eu j r

acitviteitenmap_molenbeer_kleuter_.indd 1

23/07/2026 10:13

KE

U

Kabas-licentie

IE

per kleuter: set klinker en medeklinkerboekjes junior

AA

R

D

per kleuter: set klinker en medeklinkerboekjes expert klassikaal: letterkaarten

v

s oe

k

oo

letters

k oo

PL

taal

26

EM

klassikaal: prenten

hek

taal prenten

JK

EX

klassikaal: woordkaarten koek lol

vaar

woorden

taal

poes m us

IN

KI

klassikaal: handpoppen mol en beer klassikaal: Klankenwerk

8

Inleiding • Opbouw en materialen

expert

t

w

Die Keure wil het milieu beschermen. Daarom kiezen wij bewust voor papier dat het keurmerk van de Forest Stewardship Council® (FSC®) draagt. Dit product is gemaakt van materiaal afkomstig uit goed beheerde, FSC®gecertificeerde bossen en andere gecontroleerde bronnen.

© Copyright by die Keure, Brugge

starter

n

RE

Wat koop je best aan?

lip

hek eventueel

eventueel

eventueel


Welke basislesmaterialen heb je nodig per activiteit? * Deze materialen voorzie je zelf.

starter

Startersactiviteit

- prent bij de klank (Kabas) - video (Kabas) - drukletter (Kabas) - leesletter (Kabas)

expert

RE

expert

Activiteit 2

- medeklinker- en klinkerboekje per kleuter - set letterkaarten - presentatie ‘Herken je de letter?’ (Kabas) - zoekblad (Kabas) - 3 voelletters (Kabas)

U

junior

- klankenkast met voorwerpen (uit de klas) * - individuele spiegeltjes * - wisbord of schijfjes *

KE

expert

Activiteit 1

Activiteit 3

Activiteit 4

AA

expert

R

D

- set prenten - twee- of drieklankenstrook (Kabas) - kleine prenten bij de woorden, voor in de sprekende muur (Kabas) - handpoppen mol en beer - 1 of 2 wasknijper(s) per kleuter * - 3 hoepels *

IE

junior

IN

KI

JK

EX

EM

PL

- set prenten - set woordkaarten - set letterkaarten - 1 klinkerboekje en 2 medeklinkerboekjes per kleuter - lettertypeblad (Kabas) - handpop beer - verschillende boeken *

Inleiding • Opbouw en materialen

9


5

Klank versus letter: hoe zit dat? Een klank is een foneem. De klank of het foneem spreek je uit of hoor je. Met klanken of fonemen zitten we op het auditieve niveau. Als we verwijzen naar de klank, plaatsen we die in het activiteitenboek tussen twee schuine strepen, bijvoorbeeld de klank /aa/.

De koppeling tussen het foneem en het grafeem noemen we de klanktekenkoppeling.

RE

Een grafeem is het letterteken of de lettertekencombinatie waarmee je een klank schrijft. Een grafeem zie je of lees je. ‘oe’ is een grafeem dat uit de lettertekens ‘o’ en ‘e’ bestaat. Daarom noemen we /oe/ een tweetekenklank. Er zijn twee verschillende lettertekens nodig om de klank voor te stellen. Als we verwijzen naar het letterteken, de lettertekencombinatie of het woordbeeld, plaatsen we die in het activiteitenboek tussen twee aanhalingstekens, bijvoorbeeld de tweetekenklank ‘oe’.

IN

KI

JK

EX

EM

PL

AA

R

D

IE

KE

U

Klanken kan je leren zonder letters, maar van zodra je een letter leert, koppel je die aan een klank. Onderzoek heeft uitgewezen dat lettertekens een visuele houvast zijn voor de klank.

10

Inleiding • Opbouw en materialen


6

Hoe worden de activiteiten klankbewustzijn opgebouwd? Mol staat voor de auditieve activiteiten: de klank zonder de letter.

activiteit 1 en 3

Beer staat voor de activiteiten waarbij het visuele letterteken aan de klank gekoppeld wordt.

activiteit 2 en 4

Het auditieve en het visuele wisselen elkaar in de activiteiten zo telkens af.

KE

U

RE

Bij de eerste twee activiteiten richt mol en beer kleuter zich op de geïsoleerde klank en letter. Bij de volgende twee activiteiten op het woord.

visuele discriminatie

klanken

letters

1

IE

auditieve discriminatie

R

letters aanwijzen letters benoemen activiteit

AA

isoleren

3

EM

activiteit

klanken in woorden analyseren synthetiseren manipuleren

4

letters in woorden

IN

KI

JK

EX

expert

2

activiteit

PL

expert

D

activiteit

junior

Inleiding • Opbouw en materialen

11


7

Hoe is het EDI-model uitgewerkt in de vier activiteiten klankbewustzijn?

Activiteit 1: klank verkennen en herkennen 1 2

junior

Voorkennis activeren en lesdoel Kern

expert

2.1 Instructie: alzijdig verkennen van de nieuwe klank

2.2 Begeleide inoefening: uitspreken van de nieuwe klank

Lesafsluiter: luisterspel ‘Hoeveel keer?’

Activiteit 2: klanktekenkoppeling bij de klank Voorkennis activeren en lesdoel Kern

expert

2.1 Instructie: alzijdig verkennen van de nieuwe letter

2.2 Begeleide inoefening: herkennen van de nieuwe letter

IE

Kleine lesafsluiter

D

2.3 Zelfstandige verwerking: zoekblad

Lesafsluiter: voeldoos

Kennisschema van de les

R

3

junior

KE

1 2

RE

Kennisschema van de les

U

3

Voorkennis activeren en lesdoel Kern

expert

PL

1 2

AA

Activiteit 3: klank herkennen en situeren in MKM-woorden 2.1 Instructie: modeling auditieve analyse

EM

2.2 Begeleide inoefening: woorden analyseren en klank auditief situeren

Kleine lesafsluiter

2.3 Zelfstandige verwerking: klankenstrook

EX

3 Lesafsluiter: hoepels

JK

Kennisschema van de les

KI

Activiteit 4: klanktekenkoppeling bij de klank oefenen in MKM-woorden expert

IN

1 2

Voorkennis activeren en lesdoel Kern

2.1 Instructie: modeling auditieve synthese

2.2 Begeleide inoefening: synthese en letter visueel situeren

Kleine lesafsluiter

2.3 Zelfstandige verwerking: klinker- en medeklinkerboekjes

3

12

Lesafsluiter: zoeken in boeken Kennisschema van de les

Inleiding • Opbouw en materialen


8

Waarom werkt mol en beer kleuter met klankzuivere woorden? Klankzuivere woorden zijn woorden waarvan elke klank (foneem) overeenkomt met juist één letterteken of lettertekencombinatie (grafeem). Als je enkel auditief werkt, is het werken met klankzuivere woorden geen vereiste. Bijvoorbeeld: ‘Ik hoor de /k/ in /cactus/.’ Van zodra je met klanktekenkoppeling start, vermijd je beter woorden die niet klankzuiver zijn. Bij de niet-klankzuivere woorden onderscheiden we woorden: - waarbij een grafeem meerdere klanken heeft (bijvoorbeeld: ‘e’ wordt ook gelezen als /u/ of /ee/); - waarbij een klank meerdere grafemen heeft (bijvoorbeeld /ei/ of /ij/ bij ‘geit’ en ‘ijs’).

KE

U

RE

Bij het aanvankelijk lezen in het eerste leerjaar starten we ook zoveel mogelijk met uitsluitend klankzuivere woorden. Uitzondering daarop vormen de woorden met een doffe ‘e’. Er zijn in het Nederlands immers een aantal vaak voorkomende woorden die je nodig hebt om zinnen en verhalen te bouwen. Denk aan de lidwoorden (de, het, een) of aan persoonlijke voornaamwoorden (je, me, ze ...). Later in het eerste leerjaar lezen we ook woorden in twee delen en ook daar komt de doffe ‘e’ voor. Bij spelling starten kinderen ook met het schrijven van klankzuivere woorden. Aan de hand van spellingsregels leren ze niet-klankzuivere woorden te schrijven.

IE

Daar de start bij het aanvankelijk lezen in het eerste leerjaar met klankzuivere woorden gebeurt, zijn ook de woorden in mol en beer kleuter altijd klankzuiver. Ook de voorbeelden van de klankenkast zijn altijd klankzuiver voor de aangebrachte klank. Maar, omdat we daar ook bewust langere woorden willen inzetten, is het onvermijdelijk dat er ook woorden zullen voorkomen met de doffe ‘e’.

IN

KI

JK

EX

EM

PL

AA

R

D

Als je bij de klanktekenkoppeling ook wil werken met de namen van de kleuters zal je vaak moeten zeggen ‘Ik hoor die klank in je naam, maar ik zie die passende letter niet’, of ‘Ik zie die letter wel in je naam, maar in jouw naam klinkt hij anders.’ Zeg nooit dat het fout is, want dat is het niet. Het is gewoon niet klankzuiver.

Inleiding • Opbouw en materialen

13


9

Hoe wordt met MKM-, MK- en KM-woorden gewerkt?

KE

U

RE

Om het situeren van klanken in woorden te ondersteunen, werken we met de drieklankenstrook. Deze kan voor alle MKM-woorden gebruikt worden.

Welke klank hoor je vooraan?

Wat is de middenklank?

Wat is de eindklank?

AA

Wat is de tweede klank van het woord?

Wat is de eerste klank van het woord?

Welke klank hoor je achteraan?

Wat is de derde klank van het woord?

PL

Wat is de beginklank?

Welke klank hoor je op het einde van het woord?

D

Welke klank hoor je in het midden van het woord?

R

Welke klank hoor je in het begin van het woord?

IE

We werken hier met de volgende begrippen: - Waar hoor je de klank in het woord? Vooraan, in het midden of achteraan?

IN

KI

JK

EX

EM

Lateralisatie en gevoel voor leesrichting van links naar rechts zijn hier belangrijk. Deze doelen komen pas aan bod bij de oudste kleuters op expertniveau. Maak altijd met je hand een volgende beweging over de hokjes om dit te ondersteunen bij kleuters die dit nog moeilijk vinden. Maak eventueel de link met Krullenbol of Kadet kleuter en werk met een groene startkleur/startpijl.

Werken met de groene startkleur is een goede voorbereiding op de schrijfmethode Luna. De oefenapp voor deze schrijfmethode is gratis te downloaden. Deze app biedt ook patronen aan die inzetbaar zijn in de derde kleuterklas.

14

Inleiding • Opbouw en materialen


Werken met de drieklankenstrook is een goede voorbereiding op oefeningen die systematisch ingezet worden in methodes aanvankelijk lezen. Ook mol en beer kleuter biedt werkbladen aan met deze oefeningen.

R

D

IE

KE

U

RE

Je kan ook met de klinker- en medeklinkerkleuren werken.

AA

MKM-woorden bestaan uit een medeklinker, klinker en medeklinker. MK-woorden bestaan uit een medeklinker en klinker. KM-woorden bestaan uit een klinker en medeklinker.

IN

KI

JK

EX

EM

PL

MK- en KM-woorden kunnen voorgesteld worden door de tweeklankenstrook waar de ontbrekende klank ten opzichte van de MKM-structuur grijs gekleurd wordt.

Inleiding • Opbouw en materialen

15


MMKM-woorden kunnen dan benoemd worden als woorden met een dubbel kopje. MKMM-woorden kunnen dan benoemd worden als woorden met een dubbel staartje.

RE

In veel aanvankelijke leesmethodes wordt gebruik gemaakt van de begrippen ‘kopje’, ‘buikje’ en ‘staartje’. Hieronder zie je de visuele voorstelling die we gebruiken in mol en beer:

D

IE

KE

U

In mol en beer kleuter leren kleuters werken met het klinker- en medeklinkerboekje. Het gebruik van de boekjes start in de tweede kleuterklas en kan meegroeien tot in een tweede leerjaar.

IN

KI

JK

EX

EM

PL

AA

R

De leespijl uit de leesmethode mol en beer kan een hulpmiddel zijn bij het stimuleren van de leesrichting van links naar rechts.

16

Inleiding • Opbouw en materialen


10 Welke vormen van letters leren de kinderen wanneer? We onderscheiden vier types lettertekens. Drukletters: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z Leesletters: a b c d e f g h i j k l m n o p q r s t u v w x y z Schrijfletters kleine letters: a b c d e f g h i j k l m n o p q r s t u v w x y z Schrijfletters hoofdletters: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

RE

Drukletters lenen zich ertoe om door kleuters getekend te worden. Ze worden immers niet in één beweging gevormd, maar eerder ‘getekend’ met boogjes, streepjes en penopheffingen. Omwille van het tekenen van de naam kiezen heel wat kleuterscholen voor het aanbrengen van de drukletters. Dit kan, maar is niet te verwarren met ‘schrijven’.

U

Bij de (kleine) leesletters wensen wij het schrijven (of tekenen) niet te stimuleren. Voor het alzijdig verkennen van de leesletter zetten wij eerder in op het voelen van de leesletters. Wie toch ook het ‘vormen’ van de leesletters wil inzetten, kan ze vormen in plasticine of versieren zoals in onze methode Krullenbol.

D

De schrijfletter als hoofdletter volgt dan vanaf het tweede leerjaar.

IE

KE

Pas in een eerste leerjaar leren de leerlingen letters schrijven. Dat zijn dan de schrijfletters. In onze methode Luna leggen we daarbij sterk de nadruk op het inslijpen van de schrijfbeweging zelf. Een mooi geschreven letter is daarbij het resultaat van een vloeiend uitgevoerde, fijnmotorische beweging en niet het nadoen van een bepaalde vorm.

EX

drukletter M

KI

JK

drukletterm leesletter M mol

IN

drukletter M schrijfletter

eerste leerjaar

EM

kleuteronderwijs

PL

AA

R

Kinderen leren dus vier letterbeelden: drukletters en leesletters in de kleuterklas, de kleine schrijfletters in het eerste leerjaar en de hoofdletters bij de schrijfletters in het tweede leerjaar.

vanaf tweede leerjaar

hoofdletter M Mol hoofdletter

m mol hoofdletter M Mol

hoofdletter M Mol

m mol

Mol

hoofdletter

Inleiding • Opbouw en materialen

17


11 Geleide spellen inzetten: wanneer en waarom? Per niveau (starter, junior en expert) zijn er geleide spellen doorheen het schooljaar (herfst, feest, koude dagen, allerlei en zon). De spellen hebben verschillende doelen: - de jongste kleuters voorbereiden (bijvoorbeeld geluidenspellen); - aanbrengen en inoefenen van andere doelen Nederlands (rijmen, klankgroepen …); - herhalen van de reeds aangebrachte klanken.

s m oe

taal

PL

de Forest Stewardship ertificeerde bossen en

IE

expert

geleide spellen

orden door middel aande schriftelijke ed in any form by om the publisher.

D

n

KE

JUNIOR

R

p

U

k

AA

aa

RE

starter

EM

Er zijn vijftien verschillende spellen. De nodige spelmaterialen zijn terug te vinden op Kabas. De spellen zijn, door hun uitbreidings- en differentiatiemogelijkheden, ideaal om herhaaldelijk in te zetten en te laten meegroeien met de noden en mogelijkheden van je kleuters.

starter

junior

JK

EX

De starter-, junior- en expertniveaus bij de spellen stemmen, waar nodig, overeen met de niveaus bij de klanken en zijn als volgt in te zetten bij de verschillende kleuterleeftijden:

IN

KI

eerste kleuterklas tweede kleuterklas derde kleuterklas

Op pagina 32 van het boekje geleide spellen vind je een handig overzicht van de spellen per doel.

18

Inleiding • Opbouw en materialen

expert


12 Gebeurt alles geleid? Is er ook zelfstandige inoefening voorzien? Kinderen hebben nood aan duidelijke en gestructureerde instructie bij de aanbreng van klanken. De vier activiteiten om klankbewustzijn te ontwikkelen, zijn daarom opgebouwd volgens het EDI-model.

AA

R

D

IE

KE

U

RE

In de activiteitenmap wordt er verwezen naar zoekbladen en werkbladen, die op Kabas te vinden zijn. De zoekbladen voor visuele discriminatie van de letter kunnen vrij snel zelfstandig opgelost worden door de kleuters.

IN

KI

JK

EX

EM

PL

Naarmate er meer klanken aangebracht zijn, zijn ook de werkbladen zelfstandig te maken. Het is belangrijk dat de kleuters de woorden kennen die bij de prenten passen. Een sprekende muur kan een handig hulpmiddel zijn voor de kleuters om het woord in zijn geheel en in losse klanken te horen. Bij de werkbladen is de werkrichting van links naar rechts uitermate belangrijk. Voeg de groene startstip of startpijl toe, indien een kleuter hier nog moeite mee heeft.

Inleiding • Opbouw en materialen

19


AA

R

D

IE

KE

U

RE

Daarnaast kunnen de instructiematerialen een plaats krijgen in de taalhoek. Kleuters kunnen met de letterkaarten (en/of de kleine prenten en/of de plakletters op Kabas) of met klinker- en medeklinkersboekjes woorden maken. De woordkaarten en de prenten kunnen gebruikt worden ter ondersteuning.

IN

KI

JK

EX

EM

PL

Klankenwerk is het ideale materiaal om de kleuters zelfstandig te laten werken. Niet alleen omdat Klankenwerk het fysieke handelen met het digitale combineert, maar ook omdat kleuters zowel visuele als auditieve ondersteuning krijgen. De onmiddellijke feedback bij een goed of fout antwoord versterkt het leerproces van de kleuters. Er wordt geoefend op klank-, letter- en woordniveau. Als leerkracht kan je instellen welke klanken geoefend worden.

Een extra aanbod houten spelmateriaal (vanaf 2027) geeft kleuters de kans om zelfstandig, in duo’s of in groepjes de doelen Nederlands, maar ook Wereld, in te oefenen. Het kwalititatieve spelmateriaal is uitermate geschikt voor kleuterhanden en langdurig gebruik, en groeit mee met de mogelijkheden van de kleuters doordat starter-, junior- en expertniveau in één doos aangeboden worden. Binnen elk niveau zijn er differentiatiemogelijkheden. Dit spelmateriaal combineert eenvoudige/intuïtieve spelconcepten met een uitdagende inhoud en zet volop in op tijdswinst en leerwinst.

20

Inleiding • Opbouw en materialen


RE

Praktische info Welke materialen vind je op Kabas? … p. 22

2.

Waarom werkt mol en beer kleuter met 101 prenten? … p. 24

3.

Welke factoren bepaalden de volgorde van de klanken? … p. 25

4.

Welke picto’s worden er gebruikt? … p. 26

KE

IE

D

R AA PL EM EX JK KI IN

U

1.


1

Welke materialen vind je op Kabas?

IE

KE

U

RE

Omdat de starter-, junior- en expertactiviteiten niet vasthangen aan een specifiek kleuterjaar, zijn de materialen van de drie niveaus, net zoals in de activiteitenmap, ook op Kabas gebundeld.

EX

EM

PL

AA

R

D

De materialen op Kabas zijn geordend volgens een inhoudstafel. In de inhoudstafel vind je elke klank en elk geleid spel apart, met daarbij alle nodige lesmaterialen om de activiteiten te kunnen geven.

IN

KI

JK

Onder ‘algemeen’ vind je de algemene bestanden, zoals deze inleiding, de plakletters, de sjablonen voor de voelletters …

22

Inleiding • Praktische info


De verschillende digitale bestanden worden ingedeeld op de volgende manier:

Kopieerbladen De kopieerbladen zijn PDF-bestanden die je één keer (per kleuter) afdrukt. Soms is het aangeraden iets recto verso of op A3 af te drukken, dan staat dit vermeld in de activiteitenmap. Alle kopieerbladen worden in kleur aangeboden, maar hoeven daarom niet altijd in kleur afgedrukt te worden.

IE

KE

U

RE

Op de werkbladen staat onderaan een vrijblijvende lijn, waar de kleuters hun naam kunnen tekenen of stempelen.

D

Correctiesleutels

Presentaties

EM

PL

AA

R

Om de zelfstandigheid van de kleuters te verhogen, vinden we het zinvol dat de kleuters een ingevuld werkblad ook zelf kunnen nakijken aan de hand van een correctiesleutel.

JK

EX

Bij sommige activiteiten hoort een presentatie, die zowel als Powerpointbestand en als Google presentatie wordt aangeboden. Je kan de presentatie tonen op een digibord (bij een grote groep) of op een tablet (bij een kleine groep). Wie liever zonder digitale hulpmiddelen werkt, kan de presentaties afdrukken op A3-formaat.

Video’s

IN

KI

Bij elke klank wordt een korte video aageboden waarin de klank aan een geluid of betekenisvolle verklanking wordt gekoppeld. Gebruik een digibord om deze video te tonen aan de klasgroep. Als je de activiteit in kleinere groep laat doorgaan, kan dit ook op een tablet. Vrijblijvend worden ook video’s van de klankgebaren aangeboden. Deze worden ook ingezet bij mol en beer in het eerste leerjaar.

Inleiding • Praktische info

23


2

Waarom werkt mol en beer kleuter met 101 prenten? Er werd een zorgvuldige selectie gemaakt van 101 woorden (en bijhorende prenten), zodat de verschillende woorden bij meerdere klanken kunnen worden ingezet. Ook bij de leesmethode mol en beer is de bewuste keuze gemaakt om niet één woord aan één klank te koppelen. Bij elke klank zijn er 8 woorden geselecteerd, behalve bij de klanken /j/ en /eu/, waar maar 6 woorden geselecteerd zijn. Om de woorden en prenten vlot terug te kunnen vinden in de set, zijn ze achteraan genummerd.

RE

De prenten zijn duidelijk en op maat van kinderen geïllustreerd door illustrator Daniëlle Roothooft.

IN

KI

JK

EX

EM

PL

AA

R

D

IE

KE

U

Om de kracht van deze sterke illustraties niet te verliezen, zijn er bewust geen afleidingen op de voorzijde van de kaarten opgenomen.

24

Inleiding • Praktische info


3

Welke factoren bepaalden de volgorde van de klanken? Bij het bepalen van de volgorde van de klanken speelden verschillende factoren een rol: - In de minimumdoelen voor Nederlands wordt aangegeven dat kleuters zowel medeklinkers, korte klinkers, lange klinkers, als tweetekenklanken moeten kennen. Deze komen allemaal aan bod in het basisaanbod. - Niet alle klanken zijn goed hoorbaar. Aanhoudende klanken, waarop je dus ook meer nadruk kan leggen, zijn gemakkelijker te herkennen in woorden. De korte klank /i/ en de zachte klank /h/ zijn op vlak van hoorbaarheid uitdagende klanken en zijn om die reden opgenomen in het extra aanbod.

RE

- Hoe beter kleuters een klank uitspreken, hoe beter ze die ook herkennen. Uitdagende klanken op vlak van uitspraak, zoals /s/ en /r/ zijn om die reden niet opgenomen bij de eerste vijftien klanken.

KE

U

- Medeklinkers die zowel vooraan als achteraan voorkomen bij MKM-woorden, helpen kleuters sneller inzicht te verwerven in de MKM-structuur. Om die reden komen medeklinkers zoals /m/, /n/, /p/, /k/ en /l/ als eerste aan bod.

IE

- De volgorde werd ook bepaald op basis van het al dan niet duidelijk auditief kunnen discrimineren ten opzichte van andere klanken. Sommige klanken liggen heel dicht bij elkaar en zijn dus ook te verwarren met elkaar, bijvoorbeeld /g/ en /h/.

D

- Hoe vaker klanken voorkomen in de Nederlandse taal, hoe makkelijker ze voor kleuters zijn.

R

- Er werd ook rekening gehouden met de klanken die moeilijk zijn voor anderstaligen omdat ze niet of anders voorkomen in andere talen. Deze informatie is per klank ook opgenomen bij de achtergrondinformatie.

PL

AA

De bovenstaande criteria zijn specifiek op basis van de noden van kleuters bepaald en staan dus los van de volgorde die leesmethodes kiezen. In een eerste leerjaar wordt de selectie en volgorde bijvoorbeeld ook bepaald op basis van hoeveel woorden gevormd/gelezen kunnen worden met de geleerde letters. Ook de schrijfletters en verbindingen spelen hier soms een rol.

EM

De selectie en volgorde bij mol en beer kleuter is dus doordacht, maar niet bindend. In het kleuteronderwijs is het niet nodig dat alle klanken van een aangebracht woord gekend zijn, omdat kleuters de woorden niet moeten lezen. Bij visuele discriminatie van letters kunnen ook reeds niet geleerde letters aan bod komen. Dit is zelfs heel zinvol.

IN

KI

JK

EX

Mol en beer kleuter beperkt de vrijheid en flexibiliteit die er is in het klankenonderwijs bij kleuters dus niet. Integendeel, we moedigen net aan dat je als leerkracht raakpunten zoekt met je klasthema of met een prentenboek dat in de klas aan bod komt. Je kiest zelf, uit het beschikbare aanbod, welke klanken/letters je doorheen de kleuterjaren aan bod laat komen en in welke volgorde.

Inleiding • Praktische info

25


4

Welke picto’s worden er gebruikt? Om het verloop van de activiteit overzichtelijk te houden, wordt er gebruik gemaakt van picto’s. Deze zijn in drie categorieën in te delen. Allereerst zijn er de picto’s die ook bij Kadet kleuter en Krullenbol gebruikt worden. Ze zijn er zodat de leerkracht de activiteit vlot kan voorbereiden, maar ook om tijdens het verloop van de activiteit gericht te observeren en te differentiëren. doel(en)

RE

materiaallijst differentiatie (makkelijker maken)

U

differentiatie (moeilijker maken) tip

KE

idee/variatie

D

IE

Daarbovenop gebruikt mol en beer kleuter picto’s die de auditieve doelen (mol) en de visuele doelen (beer) aanduiden. Bij onze uitgaves die het EDI-model volgen, is ook het verwoorden van het doel bij de start en het einde van een activiteit aangeduid met een vaste picto. auditieve doelen / klanken

R

visuele doelen / letters en klanktekenkoppeling

AA

verwoording van het lesdoel voor de leerlingen

PL

Een derde categorie picto’s verwijst naar het activeren van alle kleuters. Dit is uitermate belangrijk om elke kleuter leerkansen te bieden. De kleuters krijgen tijd om na te denken.

EM

De kleuters bespreken met hun buur of schoudermaatje.

De kleuters houden beide vuisten naast elkaar als ze het antwoord weten.

EX

De kleuters zeggen het antwoord luidop. De kleuters wijzen het antwoord aan.

JK

De kleuters antwoorden met hun klinkerof medeklinkerboekje(s).

KI

Deze picto’s komen in een vaste volgorde voor: of

IN

+

26

Inleiding • Praktische info

+

of

of

of


- Ik wil dat elke kleuter nadenkt. Ik geef je tijd om na te denken. Deze picto’s worden telkens herhaald, omdat het belangrijk is dat je dit blijft verwoorden naar de kleuters toe.

of

RE

Als je meerdere kleuters tegelijk wilt laten antwoorden, is het belangrijk dat je de antwoorden op hetzelfde moment hoort. Werk daarom met de vuistjes.

U

De kleuters geven aan dat ze het antwoord weten door hun vuistjes tegen elkaar te houden. Dit is minder lastig dan de vinger omhoog steken en dit is ook subtieler. Als leerkracht krijg je veel info om te observeren: Wie weet al snel het antwoord? Wie heeft meer denktijd nodig?

IE

KE

Als je merkt dat veel kleuters het antwoord niet weten, kan je helpen, maar doe dit niet te snel. Geef hen eerst de kans om na te denken. Maak het eerst stil. Nadenken terwijl de leerkracht spreekt, is bijzonder moeilijk. Als je merkt dat na voldoende denktijd nog steeds veel kleuters het antwoord niet weten, benoem dit dan naar de kleuters toe. Dit stelt de kleuters die nog zoekende zijn gerust: ‘Ik ben niet alleen.’

R

D

Hoe je de kleuters nog meer op weg kan helpen, lees je bij differentiatie naar beneden. De vraag simpelweg nog eens herhalen, kan de kleuters vaak al voldoende helpen. Ook keuzemogelijkheden aanbieden of het aantal keuzemogelijkheden verminderen, maakt de opdracht gemakkelijker. Streef ernaar zo veel mogelijk kleuters succes te laten ervaren.

AA

Pas wanneer het merendeel van de kleuters de vuistjes tegen elkaar houdt, ga je verder. Laat de vuistjes drie tellen tegen elkaar botsen. De kleuters doen dit samen met jou. Als jij je handen opent, geven de kleuters samen het antwoord.

EM

PL

Hoorde je veel verkeerde antwoorden, geef dan algemene feedback en stel de vraag opnieuw. Zo krijgen de kleuters de kans zichzelf te corrigeren en leren ze uit hun fouten. Je zal niet altijd alle verkeerde antwoorden kunnen opmerken of kunnen koppelen aan een bepaalde kleuter, maar je kan wel je focus op één of meerdere kinderen in het bijzonder leggen. Duid eventueel eens een kleuter aan die het antwoord voor de hele groep herhaalt. Zo verhoog je de spreekdurf en de succeservaring.

EX

Zijn er meerdere antwoorden mogelijk, dan is het werken met vuistjes moeilijk. In die gevallen werken we met schoudermaatjes of duo’s. Dit vergt wat organisatie in het begin, maar eens de kleuters dit gewoon zijn, gaat dit heel vlot en optimaliseer je je lestijd. Een tijdsinvestering die zeker zal lonen.

JK

Zorg dat doorheen een lange periode de schoudermaatjes eens wisselen, zodat kleuters niet steeds met dezelfde kleuter moeten samenwerken. Maak nu eens de bewuste keuze om kleuters met een verschillend niveau te laten samenwerken, en dan eens de bewuste keuze om kleuters met een gelijk niveau te laten samenwerken.

IN

KI

Zorg ervoor dat niet steeds dezelfde kleuter als eerste het woord neemt, bijvoorbeeld: - met een praatstok, die steeds wisselt van kleuter; - door te benoemen wie moet antwoorden (bijvoorbeeld: de kleuters die het dichtst bij het raam zitten); - door te zeggen of het linker- of rechterschoudermaatje start (doe dit enkel als de kleuters goed het verschil tussen links en rechts kennen en benoem dan steeds vanuit het standpunt van de kleuters).

Inleiding • Praktische info

27


of

of

of

Deze picto’s duiden aan hoe er geantwoord wordt. De kleuters geven het antwoord mondeling.

De kleuters gebruiken het klinker- of medeklinkerboekje om het antwoord te tonen. Ze gebruiken één klinker- of medeklinkerboekje als ze één letter moeten tonen. Ze gebruiken drie boekjes (één klinkerboekje en twee medeklinkerboekjes) als ze een woord moeten vormen.

RE

De kleuters wijzen het antwoord aan of tonen het antwoord door het juiste vingerbeeld te maken.

IN

KI

JK

EX

EM

PL

AA

R

D

IE

KE

U

Al deze picto’s dienen vooral om structuur te brengen in de handleiding. In één oogopslag zie je hoe je te werk kan gaan zonder de doorlopende (en soms herhalende) tekst te moeten lezen. De picto’s zijn dus in eerste instantie ontworpen voor de leerkracht. Wil je ze toch ook inzetten bij de kleuters, dan kan je ze op A4-formaat vinden op Kabas, onder ‘algemeen’.

28

Inleiding • Praktische info


RE

Visie Start je best met mol en beer kleuter bij de jongste kleuters? … p. 30

2.

Zijn alzijdig verkennen en embodied learning opgenomen in mol en beer kleuter? … p. 31

IN

KI

JK

EX

EM

PL

AA

R

D

IE

KE

U

1.


1

Start je best met mol en beer kleuter bij de jongste kleuters? Ons advies is om al te starten bij de jongste kleuters. Dit kan met de geleide spellen op startersniveau en eventueel ook met enkele startersactiviteiten.

Geleide spellen

Bij de geleide spellen wordt er vooral ingezet op voorbereidende geluidenspellen en rijmspellen.

Startersactiviteiten bij de klanken

De startersactiviteiten, vertrekkend vanuit een passend geluid of een betekenisvolle verklanking die bij de klank hoort, zijn inzetbaar bij de jongste kleuters.

RE

Een vijftal klanken aan bod laten komen, is bij de jongste kleuters meer dan voldoende. Als leerkracht of school kies je zelf welke klanken je aan bod laat komen, maar mol en beer kleuter adviseert op auditief vlak aanhoudende klanken, zoals /m/, /n/, /l/, /s/ en /z/.

KE

U

Aangezien jonge kleuters meestal de drukletters leren in functie van het tekenen van de naam, en mol en beer kleuter verkiest om bij de oudere kleuters aan de slag te gaan met leesletters, kan je er voor kiezen om bij de jongste kleuters aan de slag te gaan met letters waarvan de drukletter en de leesletter goed op elkaar lijken, zoals ‘k’, ‘p’, ‘s’, ‘oo’ en ‘z’.

IE

De startersactiviteiten zijn geschreven voor de jongste kleuters, maar zijn ook inzetbaar in een tweede en zelfs derde kleutersklas.

IN

KI

JK

EX

EM

PL

AA

R

D

Bij elke startersactiviteit wordt een video en een prent aangeboden. Het woord op de prent bevat telkens de klank die aan bod komt. Deze prenten zijn niet altijd terug te vinden in de prentenset voor expertactiviteiten 3 en 4. Daarom worden ze apart aangeboden op Kabas.

30

Inleiding • Visie


2

Zijn alzijdig verkennen en embodied learning opgenomen in mol en beer kleuter? Leren, denken en waarnemen zijn sterk verbonden met fysieke ervaringen. Het hele lichaam wordt ingezet om leerprocessen te versterken. Alzijdig verkennen en embodied learning zijn twee onderwijsbenaderingen die de nadruk leggen op leren door te doen, bewegen en ervaren met het hele lichaam. Ze delen de visie dat leren niet enkel een cognitief proces in het hoofd is, maar een fysieke en zintuiglijke ervaring. Het belangrijkste verschil zit in de reikwijdte: embodied learning is een pedagogische theorie die vaak breder toegepast wordt, terwijl alzijdig verkennen specifiek gebruikt wordt bij klanken en letters in het (kleuter)onderwijs.

U

RE

Het alzijdig verkennen krijgt bij mol en beer kleuter heel expliciet zijn plaats in activiteit 1 en 2, waar klank en letter aangebracht worden. Maar het leren met heel het lichaam wordt ook vaak ingezet bij de startersactiviteit en ook bij de hoepels bij activiteit 3.

IN

KI

JK

EX

EM

PL

AA

R

D

IE

KE

Embodied learning zit ook in het meedoen met je armen als je de leesrichting wil benadrukken, in het uitbeelden van de betekenis van woorden … Het is letterlijk en figuurlijk iets met handen en voeten uitleggen.

Inleiding • Visie

31


RE

Belangrijke achtergrondinformatie Waarom is de juiste leesrichting belangrijk? … p. 33

2.

Klinkt een klank altijd hetzelfde? … p. 33

3.

Wat is het verschil tussen een tweetekenklank en een tweeklank? … p. 33

KE

IE

D R AA PL EM EX JK KI IN

U

1.


1

Waarom is de juiste leesrichting belangrijk? Kleuters leren door imiteren. Jouw voorbeeld is dus uitermate belangrijk. Zit je tijdens instructiemomenten recht tegenover de kleuters, werk dan in spiegelbeeld zodat de kleuters het juiste voorbeeld (de juiste richting) zien. Zit je naast een kleuter, dan werk je uiteraard van links naar rechts. Benoem tijdens voorleesmomenten de leesrichting en je handelingen. Bijvoorbeeld: - Ik neem het boek aan zijn voorzijde. Ik lees het boek van voor naar achter. Ik begin bovenaan de bladzijde en lees elke regel van links naar rechts.

Klinkt een klank altijd hetzelfde?

U

2

RE

Ook in heel wat andere situaties kan je inzetten op leesrichting, bijvoorbeeld bij het nummeren van kapstokken.

KE

Co-articulatie betekent dat klanken elkaar beïnvloeden tijdens het spreken. Als we praten, zijn onze mond en tong al een beetje bezig met de volgende klank, of staan ze nog in de houding van de vorige klank. Dit gebeurt automatisch en helpt ons om vlot en natuurlijk te spreken. Klanken worden daardoor vaak samen uitgesproken, in plaats van één voor één.

D

IE

Omdat klanken dus anders kunnen klinken in combinatie met andere klanken, is het belangrijk ze zuiver maar ook in een ruim en bewust gekozen aanbod woorden aan te bieden. Onder andere daarom hangen we op kleuterniveau, bij deze belangrijke start van fonemisch bewustzijn, de klanken niet vast aan één woord. In Klankenwerk wordt hier ook op ingespeeld, door aan elke klank meteen ook woorden te koppelen.

Wat is het verschil tussen een tweetekenklank en een tweeklank?

PL

3

AA

R

Een klank kan ook anders klinken naargelang de positie van de klank in het woord, zoals bij de klank /l/. Deze info is telkens opgenomen in de achtergrondinfo per klank.

EM

De begrippen tweetekenklank en tweeklank hebben een verschillende betekenis. - Een tweetekenklank bestaat uit twee verschillende lettertekens. - Een tweeklank is een klank waarvan de articulatie wijzigt tijdens het uitspreken. Bij mol en beer kleuter leren de kleuters twee tweetekenklanken in het basisaanbod: /oe/ en /ie/. In het extra aanbod komen ook /ui/ en /eu/ aan bod.

EX

/ui/ is de enige tweeklank in het aanbod van mol en beer kleuter.

IN

KI

JK

De andere tweetekenklinkers die ook tweeklanken zijn (/ou/, /au/, /ij/ en /ei/) komen wel voor in de klinkerboekjes, maar behoren niet tot de 30 klanken van mol en beer kleuter. Kleuters kunnen wel al visueel discrimineren ten opzichte van deze letters, maar deze klanken leren de kinderen pas in het eerste leerjaar, omdat deze klanken op het vlak van spelling onthoudklanken zijn. Je kan immers niet horen of een woord met ‘ou’ of ‘au’ geschreven wordt, je moet dat onthouden. Hetzelfde geldt voor ‘ij’ of ‘ei’. In de klinkerboekjes en in Klankenwerk zijn ‘ou’, ‘au’, ‘ij’ en ‘ei’ wel opgenomen, zodat deze materialen kunnen meegroeien tot in een eerste leerjaar.

Inleiding • Belangrijke achtergrondinformatie

33


In welk kleuterjaar start je met mol en beer kleuter?

U

… p. 35

KE

1.

RE

Schoolkeuzes Welke klanken selecteer je per kleuterjaar? … p. 35

3.

Start je met drukletters? … p. 36

4.

Werk je met klankgebaren? … p. 36

IN

KI

JK

EX

EM

PL

AA

R

D

IE

2.


1

In welk kleuterjaar start je met mol en beer kleuter? Bepaal met je kleuterteam in welk kleuterjaar je start met mol en beer kleuter. Bij de jongste kleuters (3+) zijn alle startersactiviteiten mogelijk. De junior- en startersactiviteiten zijn geschikt voor 4+. Bij de oudste kleuters (5+) zijn alle expert-, junior- en startersactiviteiten inzetbaar. Wij adviseren om al te starten bij de jongste kleuters, maar later starten is zeker mogelijk. Uiteraard werk je intensiever en frequenter aan het fonemisch bewustzijn met de oudste kleuters. Je leerplan kan een belangrijke invloed hebben op de schoolkeuzes.

Welke klanken selecteer je per kleuterjaar?

KE

2

U

RE

Als school kan je zelf klanken selecteren en de volgorde bepalen. Zorg echter dat je doorheen de kleuterschool alle spelletjes minstens eenmaal aan bod laat komen, alsook het minimumaanbod van de eerste 15 klanken.

IE

Bij mol en beer kleuter kies je bij de jongste kleuters (3+) helemaal zelf welke klanken je aanbrengt. Sommige klanken zijn makkelijker aan te brengen dan andere. Dit wordt steeds beschreven in de activiteitenmap. Het is bij deze groep kleuters vooral zinvol om je keuze van klanken te koppelen aan een klasthema of prentenboek.

R

D

Vanaf de junior- (4+) en expertactiviteiten (5+) kan je de volgorde van mol en beer kleuter volgen. Maar ook hier ben je als school vrij om een andere volgorde te hanteren. De uitneembare boekjes in de activiteitenmap kan je handig van volgorde veranderen.

AA

Let wel op, soms wordt in een activiteit verwezen naar reeds geleerde klanken (bijvoorbeeld: ‘Als je de volgorde van mol en beer kleuter volgt, dan kennen de kleuters alle klanken van dit woord.’). Als je de volgorde wijzigt, is het belangrijk om deze bij te houden, zodat je steeds zicht hebt op de voorkennis van de kleuters en hierop kan inspelen.

IN

KI

JK

EX

EM

PL

Mol en beer kleuter biedt 30 klanken aan. Volgens de minimumdoelen moet een kleuter op het einde van de kleuterschool 15 klanken kunnen benoemen. Je kan dus als school kiezen om maar 15 klanken intensief aan te brengen en in te oefenen. Je kan het minimumaanbod van mol en beer kleuter volgen en dus deze klanken aanbrengen: /m/, /l/, /n/, /k/, /oo/, /t/, /aa/, /p/, /ee/, /a/, /o/, /u/, /w/, /oe/ en /ie/. Dan breng je, zoals het minimumdoel zegt, medeklinkers, korte klinkers, lange klinkers en tweetekenklanken aan. Als je als school zelf 15 klanken selecteert, zorg dan dat er van elk type klanken in je aanbod zitten.

Inleiding • Schoolkeuzes

35


3

Start je met drukletters? Als je met woordbeelden werkt (bijvoorbeeld bij expertactiviteit 4) is het veel zinvoller om met leesletters te werken. Daarom bestaan onze woordkaarten ook uit leesletters. Kinderen leren in het eerste leerjaar lezen met leesletters, dus als er in de kleuterklas door de komst van de nieuwe minimumdoelen intensiever dan voorheen geoefend wordt op klanktekenkoppelingen, ligt het voor de hand dat ook hier gekozen wordt voor de koppeling met de leesletters. Kleuterscholen kozen tot nog toe vaak voor het aanbrengen van de drukletters, omdat die makkelijker te tekenen zijn door kleuters. Het vormen/schrijven van leesletters is een vaardigheid die niet aangeleerd moet worden.

4

KE

U

RE

Je kan ervoor kiezen om bij de jongste kleuters te starten met drukletters en vanaf de junioractiviteiten (4+) de leesletters aan te bieden, omdat vanaf dan de klanktekenkoppeling aan bod komt. Je kan er ook voor kiezen om bij de junior- en expertactiviteiten zowel de drukletters als de leesletters aan te bieden. Op Kabas worden beide kopieerbladen aangeboden. Bij het inoefenen van de klanktekenkoppeling aan de hand van de presentatie en het zoekblad kozen wij voor de leesletter.

Werk je met klankgebaren?

IE

Deze keuze ligt volledig bij de school.

D

Bij de leesmethode mol en beer worden de klankgebaren op Kabas aangeboden. Bij mol en beer kleuter bieden we, vrijblijvend, de video’s met klankgebaren ook aan op Kabas.

IN

KI

JK

EX

EM

PL

AA

R

Je kan de kleuters dus ondersteuning aanbieden door deze gebaren in te zetten, maar je kan ook voor andere gebaren kiezen die op schoolniveau bepaald zijn.

36

Inleiding • Schoolkeuzes


Register

KE

U

9, 20 6, 22, 35 6, 8, 9, 15, 16, 20, 25, 28, 33, 35 8, 9, 12, 16, 20, 26, 28, 33 4, 5, 14, 15 23, 36 16 6, 25, 35 14, 17, 26 6, 25, 35 4, 6 8 5 7, 9, 17, 30, 36 16 14, 16, 31, 33 12, 26 8, 9, 22 27 4, 5, 7, 10, 11, 12, 13, 17, 19, 20, 28, 31 17 8, 9, 20 7, 10, 11, 17, 33 10 31 14, 16, 19, 27, 33 14, 17 8, 9, 26 4, 5, 6, 7, 8, 9, 15, 16, 20, 25, 28, 35 4, 5, 14 5, 6, 25, 35, 36 16 4, 5, 7, 12, 14, 15, 25 4, 5, 15 16 28 7 13, 17, 23, 30 18, 20, 25 4, 6, 10, 14, 18, 20, 22, 27, 30 26, 27 33 26, 27, 28 20, 22 8, 9, 19, 20, 24, 30 6, 25, 35 9, 23, 36 14, 16, 19, 27, 33 4, 5, 18, 30 30 26, 27 17, 25 4, 5, 7, 12, 14 18, 20 33 27 9, 19 4, 6, 8, 9, 18, 30, 31, 35 27 26

IE

D

R

PL

EM

JK

KI

IN

klankbewustzijn klankenkast Klankenwerk klankgebaren klankgevoeligheid klankgroepen klanktekenkoppeling klankzuivere woorden klasthema

kleine prenten kleuterjaar klinker(s) klinker- en medeklinkerboekje(s) KM-woord(en) kopieerblad(en) kopje, buikje en staartje korte klinker(s) Krullenbol lange klinker(s) leerlijn leermiddel(en) leerplandoel(en) leesletter(s) leespijl leesrichting lesdoel(en) lesmaterialen lestijd letter(s) letterbeelden letterkaart(en) letterteken(s) lettertekencombinatie lichaam links Luna materiaallijst medeklinker(s) middenklank minimumdoel(en) MKMM-woord(en) MKM-woord(en) MK-woord(en) MMKM-woord(en) mondeling mondstand namen van de kleuters Nederlands (vakdiscipline) niveau observeren onthoudklanken picto(‘s) plakletters prent(en) prentenboek presentatie(s) rechts rijmen rijmspel(len) schoudermaatjes schrijfletters situering in woorden spelmateriaal spiegelbeeld spreekdurf sprekende muur starter succeservaring tip

AA

6, 25, 30 7, 25, 33 12, 26, 27 22, 28 7, 25 20, 26, 27, 28 4, 26 20 4, 5, 14 4, 23, 30 33 23 27 27 6, 14, 18 18, 20, 26, 27 8, 23 4 7, 11, 19, 25, 33 4, 5, 6, 18, 20, 25, 26, 35, 36 13 9, 14, 15 7, 9, 17, 30, 36, 20, 27 12, 19, 26 6, 18 4, 5, 14 31 4, 5, 6, 8, 11, 12, 14, 18, 35, 36 20, 27 4, 6, 25 10, 13 11 5, 18, 30 4, 18, 23, 30 18, 30 10, 13 14, 19 18, 27 26 33 22 12, 18, 19, 36 4, 12, 19 4, 6, 18, 30, 35, 36 4, 6, 8, 11, 12, 18, 35, 36 5, 8, 9, 18, 19, 20, 22, 28, 30, 36 14, 26 6, 35, 36 4, 5, 6, 7, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 18, 19, 20, 22, 23, 24, 25, 30, 31, 33, 35 4, 6, 11, 12, 19 9, 13 8, 20, 33 23, 36 4, 6 18 4, 7, 10, 12, 13, 26, 36 4, 5, 7, 13 6, 25, 35

EX

aanhoudende klank(en) achtergrondinformatie activeren algemeen anderstalige leerlingen antwoord auditieve doelen auditieve ondersteuning beginklank betekenisvolle verklanking co-articulatie correctiesleutel corrigeren denktijd derde kleuterklas differentiatie digitale bestanden directe instructie discrimineren doel(en) doffe ‘e’ drieklankenstrook drukletter(s) duo’s EDI-model eerste kleuterklas eindklank embodied learning expert feedback flexibiliteit foneem geïsoleerde klank en letter geleide spellen geluid geluidenspel grafeem groene startkleur herhalen idee/variatie imiteren inhoudstafel (Kabas) inoefenen instructie jongste kleuters junior Kabas Kadet kleuter keuzes van de school klank(en)

RE

Hieronder vind je een handig register terug. Zo dient deze inleiding niet alleen als middel om je op voorhand in te lezen, maar kan je dit document ook gaandeweg raadplegen.

Inleiding • Register

37


IN

KI

JK

EX

EM

U KE IE

PL

AA

R

woordbeeld(en) woordkaart(en) zelfstandige inoefening zoekblad(en)

RE

6, 16, 18 33 10, 25, 33, 35 7, 25 23, 30, 36 28 7, 11, 19, 25, 33 4, 26 20 6, 25, 26, 35 14, 15, 18, 26, 30 12, 35 33 27 20 15, 19, 23 19 4, 5, 7, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 19, 20, 24, 25, 28, 30, 33 5, 10, 36 8, 9, 20, 36 19 9, 12, 19, 36

D

tweede kleuterklas tweeklank(en) tweetekenklank(en) uitspraak video(‘s) vingerbeeld visuele discriminatie visuele doelen visuele ondersteuning volgorde voorbereiden voorkennis voorleesmoment(en) vuistjes Wereld (vakdiscipline) werkblad(en) werkrichting woord(en)

38

Inleiding • Register


k

klank /k/

Onderstaande doelen moeten niet bereikt worden, maar dienen voor de kleuters die al klaar zijn voor de volgende stappen. Je hoeft deze kleuters niet af te remmen, maar bewaak wel dat het verklanken van de klanktekenkoppeling zo correct mogelijk is. - De kleuters verklanken de losse klank.

- De kleuters beseffen dat er bij een klank een letter hoort, en omgekeerd dat er bij een letter een klank hoort.

- De kleuters koppelen de klank aan de letter.

U

m l n k oo t aa

KE

p ee

IE

a

D

o u w oe ie

PL

- eventueel papierplakband en koekjes (zie variatie) Kabas: - prent bij de klank /k/ - video klank /k/ - drukletter ‘K’ - leesletter ‘k’ - eventueel kleine prent koek (zie tip)

RE

- De kleuters luisteren aandachtig naar het geluid van de klank /k/ die de leerkracht verklankt. - De kleuters leren de losse klank /k/ auditief kennen in een betekenisvolle situatie.

R

starter

Startersactiviteit vertrekkend vanuit een geluid en/of een betekenisvolle verklanking

AA

KLANKGEVOELIGHEID

Aangezien /k/ een medeklinker is die je niet kan aanhouden, is hij uitdagender om aan te brengen bij de jongste kleuters.

s i

EM

De klank /k/ kan je betekenisvol aanbrengen door de klank te koppelen aan het geluid van het breken van een koek. Laat de prent of de video zien, of breek een koekje en benadruk het geluid door /k/ uit te spreken. Herhaal dit een aantal keer, maar niet te snel na elkaar.

uu

EX

f

JK

z g

KI

e

IN

v

Laat de kleuters de klank /k/ zelf verklanken als ze hier klaar voor zijn.

Versterk het korte en krachtige karakter van de klank door de kleuters met hun handen een brekend gebaar te laten maken. Vertel aan de kleuters dat we ook met gebaren woorden kunnen uitbeelden. Bijvoorbeeld breken (maak een brekend gebaar), drinken (maak een drinkend gebaar) en eten (maak een etend gebaar). Misschien kennen de kleuters zelf ook gebaren. Verwijs eventueel ook naar gebarentaal.

h ui b d eu j

klank /k/

intro

1

r


KE

U

RE

Toon de drukletter ‘K’ of leesletter ‘k’ en en zeg wat je ziet: één lange, rechte lijn en twee korte, schuine lijnen.

IE

Druk de kleine prent van de koek af en plaats het in de sprekende muur of de sprekende knop. Spreek de klank /k/ in. Gebruik dit materiaal om de kleuters de klank zelfstandig te laten beluisteren en herhalen.

IN

KI

JK

EX

EM

PL

AA

R

D

Maak met papierplakband een grote letter ‘k’ op de tafel en laat de kleuters de letter opvullen met koekjes.

2

klank /k/

intro


Achtergrondinfo bij de klank /k/ Uitspraak

Visuele discriminatie

De klank /k/ is een stemloze plofklank. Stemloos betekent dat de stembanden niet trillen tijdens het uitspreken van de klank.

De klank /k/ correspondeert met één letterteken en vinden we dus terug in het alfabet. Het is niet aangeraden de letter ‘k’ te benoemen met zijn letternaam Kaa.

De klank wordt achteraan in de mond gevormd door de rug van de tong tegen het verhemelte te duwen. Dit is een kort contact.

RE

U

KE

Mondstand

Anderstalige leerlingen

Situering in woorden/namen

D

R

De klank /k/ wordt in onze spelling niet altijd voorgesteld door de letter ‘k’, maar soms ook door de letter ‘c’. In mol en beer kleuter wordt met klankzuivere woorden gewerkt, waardoor ‘c’ niet expliciet voorkomt, maar het kan wel aan bod komen doordat een kleuter de letter ‘c’ in de naam heeft en de klank /k/ herkent. Benoem dat zeker niet als fout. Bevestig dat de klank /k/ juist herkend werd, maar dat hier een uitzondering geldt en de klank voorgesteld wordt met een letter ‘c’.

EX

EM

w oe ie s i f z g

Leerlijn

e

KI

expert

u

uu

Er zijn heel wat klankzuivere namen met /k/, bijvoorbeeld Kaat, Kim, Klaas ...

JK

junior

p

o

De klank /k/ is een medeklinker die zowel vooraan als achteraan kan voorkomen in MKM-woorden.

PL

De klank /k/ is een universele medeklinker die in vele talen voorkomt. Soms is de spelling of de uitspraak verschillend, maar bij de meeste anderstalige leerlingen is het uitspreken en uitluisteren van de klank /k/ zeker haalbaar.

aa

a

AA

Anderstalige leerlingen die al een klanktekenkoppeling kennen in hun moedertaal doen dit opnieuw bij het Nederlands. Er hoeven geen linken gelegd te worden met hun moedertaal. Klanken die zij echter niet of anders uitspreken in hun moedertaal zijn uitdagender. Wees je hier als leerkracht bewust van en heb extra aandacht voor die klanken.

t

ee

IE

De lippen zijn ontspannen en los van elkaar.

n oo

De drukletter ‘K’ lijkt op ‘B’, ‘E’, ‘F’, ‘H’, ‘P’, ‘R’ en ‘T’ door de rechte lijn als basis. Visuele discriminatie is mogelijk door de unieke combinatie met twee schuine lijnen.

Soms verwarren kinderen de uitspraak van de klank /k/ met de klank /t/ die vooraan in de mond gevormd wordt.

l k

De leesletter ‘k’ lijkt op ‘f’, ‘h’, ‘l’, ‘p’, ‘q’ en ‘t’ door de rechte lijn als basis. Visuele discriminatie is mogelijk door de unieke combinatie met twee schuine lijnen.

Het is een medeklinker die kort klinkt en die je niet kan aanhouden.

m

Wat ging vooraf? Wat is de voorkennis?

v

Wat volgt?

ui

IN

Als je de volgorde van mol en beer kleuter volgt, dan leerden de kleuters al drie medeklinkers kennen: /m/, /l/ en /n/. De klank /k/ is de vierde klank. Het is de eerste klank die je niet kan aanhouden. Dit maakt het iets uitdagender. De klank /k/ correspondeert met één letter, net zoals de eerder geleerde klanken.

h

Als je de volgorde van mol en beer kleuter volgt, dan is de volgende klank /oo/.

b d eu j klank /k/

intro

3

r


Activiteit 1: klank /k/ verkennen en herkennen - De kleuters verkennen de klank /k/ op een alzijdige manier. - De kleuters herkennen de klank /k/ in een auditief aangeboden reeks klanken. - De kleuters verklanken de klank /k/ afzonderlijk.

Voorkennis activeren en lesdoel

bv.

Start met een luisteractiviteit aan de hand van reeds eerder aangebrachte klanken: - Welke klank hoor je tweemaal in de volgende reeks? - /n/ /l/ /m/ /l/

IE

D

bv.

Oefen het uitspreken van afzonderlijke klanken die reeds aangebracht zijn. Spreek een klank uit en laat de kleuters herhalen. Formuleer aandachtspunten om de uitspraak te versterken of te verfijnen. - Bij /l/ is je mond een klein beetje open. - Bij /m/ voel je je lippen drukken op elkaar.

KE

1

U

RE

- klankenkast met voorwerpen (uit de klas) met de klank /k/ bijvoorbeeld: knuffel, ketting, boek, kader, kopje, kiezelsteen, kussen, klok, kalender, kapstok, krijt, blokken, mikado, baksteen, kei, kubus, karton, kersenpitkussen, kassa, kaars, zakdoek, kleurpotlood, beker, plakband … - individuele spiegeltjes - wisbord of schijfjes

AA

R

Als je betekenisvol wil werken en de kleuters zelf de nieuwe klank wil laten ontdekken, dan kan dat aan de hand van je klankenkast. Plaats er twee voorwerpen in en zeg de woorden traag en luidop. Benadruk eventueel de klank /k/. - In de klankenkast plaats ik een kaars en een knuffel. Welke klank hoor je in beide woorden en is dus onze nieuwe klank? (/k/)

Kern

EM

2

PL

- Vandaag leren we de klank /k/ herkennen en uitspreken.

2.1 Instructie: alzijdig verkennen van de nieuwe klank

EX

Spreek de klank /k/ uit en laat de kleuters gericht luisteren naar het geluid. - Hoor je dat de klank /k/ kort en krachtig is? - /k/

JK

Laat de kleuters hun ogen sluiten om zich te richten op het auditieve.

KI

Spreek de klank /k/ uit en laat de kleuters kijken naar je mondstand. - Zie je dat mijn lippen een beetje uiteen zijn?

2.2 Begeleide inoefening: uitspreken van de nieuwe klank

IN

Spreek een reeks klanken uit. Dit mogen reeds aangebrachte klanken zijn, maar dit moet niet. De kleuters houden hun vinger aan hun oor of maken met de hand een schelpje om hun oor als ze de klank /k/ horen. Laat de kleuters de klank uitspreken. Jij doet voor, dan doe je het samen en dan proberen ze het alleen. Neem de individuele spiegeltjes erbij en laat de kleuters naar hun eigen mondstand kijken als ze de klank zeggen. - Waar in je mond voel je /k/ als je die uitspreekt? (achteraan in de mond, bovenaan in de keel) Zorg dat de kleuters jou goed zien als je de klank uitspreekt. Spreek duidelijk en herhaal met tussenpozen.

4

klank /k/

activiteit 1


junior

Activeer naast het luisteren en kijken ook het voelen als zintuig bij het verkennen. Laat de kleuters aan hun mond voelen als ze /k/ uitspreken. Als er gestart wordt vanuit gesloten/neutrale mondpositie, voelen de kleuters ook echt de wijziging in hun mondstand. Als je dit combineert met de spiegeltjes, dan zet wat ze zien kracht bij aan wat ze voelen. - Plaats je vinger op je lippen. Wat voel je als je de klank /k/ uitspreekt?

3

expert

m l n

Lesafsluiter: luisterspel ‘Hoeveel keer?’

k

Herhaal de reeds geleerde klanken auditief en voeg de net geleerde klank /k/ toe. Verdeel de klas in vier groepen. Elke groep luistert naar één bepaalde klank in de reeks. Hoeveel keer horen ze hun klank? Laat hen op een wisbord noteren of schijfjes leggen.

RE

oo

- Vandaag leerden we de klank /k/ herkennen en uitspreken en herhaalden we de geleerde klanken.

KE

ee a o

D

Kennisschema van de les

u w

R

Vul je klankenkast met voorwerpen waar je de klank /k/ hoort. Bijvoorbeeld: knuffel, ketting, boek, kader, kopje, kiezelsteen, kussen, klok, kalender, kapstok, krijt, blok, mikado, baksteen, kei, kubus, karton, kersenpitkussen, kassa, kaars, zakdoek, kleurpotlood, beker, plakband … Kies voorwerpen die in de klas beschikbaar zijn. Dat geeft als voordeel dat je nadien, als er in je klankenkast al een andere klank staat, toch nog kan teruggrijpen naar de voorwerpen met de klank /k/. Kies bewust ook langere woorden, ook al gaan we in activiteit 3 en 4 aan de slag met MKM-woorden. Overloop samen de voorwerpen die je in de kast plaatst en zeg telkens duidelijk: - Ik hoor de klank /k/ in /knuffel/. Spreek het woord daarna nog eens heel traag uit en leg de nadruk op de klank /k/.

AA

oe

PL

ie s

EM

i uu

EX

f z

JK

Als je kleuters hier klaar voor zijn, kan je hen zelf voorwerpen laten kiezen in de klas. Je kan hen ook aan de hand van raadseltjes sturen. - Ik zie een rond voorwerp met twee wijzers ... (klok) Deze raadseltjes stimuleren ook de woordenschat van de kleuters.

g e

KI

bv.

aa p

IE

- In de volgende activiteit leren we de letter die bij de klank /k/ hoort.

U

Bespreek het verloop van de activiteit en evalueer het leerproces: - Welke klanken ken je al goed? - Vind je de klank /k/ een makkelijke of een moeilijke klank om te herkennen? - Zijn er klanken die op /k/ lijken? - Hoe verliep de groepsopdracht waarbij jullie de klanken moesten tellen?

t

IN

v h ui b d eu j klank /k/

activiteit 1

5

r


Activiteit 2: klanktekenkoppeling bij de klank /k/ - De kleuters verkennen de letter ‘k’ op een alzijdige manier. - De kleuters herkennen de letter ‘k’ in een visueel aangeboden reeks letters. - De kleuters koppelen de klank /k/ aan de letter ‘k’. - De kleuters benoemen de letter ‘k’ als de klank /k/.

U KE

1

RE

- 1 klinker- en medeklinkerboekje per kleuter - letterkaarten - 3 voelletters (‘k’ en 2 eerder geleerde letters) - eventueel Klankenwerk (zie variatie) Kabas: - presentatie ‘Herken je de letter ‘k’?’ - zoekblad ‘k’ - eventueel video gebaar ‘k’ (zie tip)

Voorkennis activeren en lesdoel

1.1 Visuele discriminatie

D

IE

- Je kan gelijke letters opmerken. Leg de klinker- en medeklinkerboekjes klaar op (reeds geleerde) letters. Zorg ervoor dat elke letter in een even aantal voorkomt. Heb je een oneven aantal kleuters, speel dan zelf ook mee. Geef elke kleuter een boekje. - Kijk goed naar de letter die je krijgt. Ga staan bij iemand met dezelfde letter.

AA

R

Kleuters hoeven bij deze opdracht de letters niet te benoemen. Als kleuters spontaan benoemen, mag dit uiteraard wel.

1.2 Klanktekenkoppeling van reeds geleerde klanken/letters

PL

bv.

Passieve klanktekenkoppeling - Je hoort de klank en kan de passende letter tonen. - Toon met je medeklinkerboekje de letter die bij de klank /n/ hoort.

EM

De schoudermaatjes draaien zich naar elkaar toe. Ze houden hun boekje eerst naar zichzelf gericht en tonen dan op jouw signaal de letter aan elkaar.

EX

Actieve klanktekenkoppeling - Je ziet de letter en kan de passende klank uitspreken. Toon een reeds geleerde letter en laat de kleuters de klank verklanken. Observeer en laat een kleuter die het juist had in het duowerk, de klank luidop zeggen voor de hele groep.

JK

1.3 Klank /k/

KI

- Kijk naar onze klankenkast. Welke woorden met de klank /k/ herken je er?

IN

- Vandaag leren we de letter ‘k’ die bij de klank /k/ hoort.

2

Kern

2.1 Instructie: alzijdig verkennen van de nieuwe letter

Toon de letter ‘k’ en koppel er onmiddellijk de klank /k/ aan door die uit te spreken. - Hoe ziet de letter ‘k’ eruit? (bijvoorbeeld: één lange, rechte lijn en twee korte, schuine lijnen)

Leg alle letterkaarten. - Zijn er letters die op de letter ‘k’ lijken?

6

klank /k/

activiteit 2


junior

Als je school ervoor kiest om ook met drukletters te werken, kan je deze hier ook koppelen. expert Herhaal dan bovenstaande stappen en benoem de letters als de leesletter of de drukletter. - Deze letter is de leesletter ‘k’ (toon de leesletter ‘k’) en deze letter is de drukletter ‘K’ (toon de drukletter ‘K’).

2.2 Begeleide inoefening: herkennen van de nieuwe letter

Flits de (reeds geleerde) letters zonder ze te benoemen. Gebruik hiervoor de letterkaarten of de presentatie ‘Herken je de letter ‘k’?’. Als de kleuters de letter ‘k’ herkennen, houden ze hun vinger aan hun oog of maken ze met hun hand een kijkertje rond hun oog.

Geef elke kleuter of elk duo een medeklinkerboekje. Laat hen de letter ‘k’ zoeken en tonen.

n oo

RE

2.3 Zelfstandige verwerking: zoekblad

U

Druk voor elke kleuter of elk duo het zoekblad ‘k’ af. Je kan het eventueel lamineren. Laat de kleuters de letters ‘k’ omcirkelen.

aa

KE

ee

IE

a

D

o u

R

w oe

AA

Lesafsluiter: voeldoos

t p

ie

PL

Leg de voelletter ‘k’ samen met één of meerdere andere voelletter(s) in een voeldoos. Laat één of meerdere kleuter(s) de letter ‘k’ voelen.

s i

Verwoord als leerkracht wat jij bij de letter ‘k’ ziet om de kleuter te sturen in de zoektocht. - Bij de letter ‘k’ zie ik en voel jij een lange, rechte lijn met daaraan twee korte, schuine lijntjes.

uu

Je kan dit ook laten verwoorden door een taalsterke kleuter.

f

- Vandaag leerden we de letter ‘k’ (toon de letter) koppelen aan de klank /k/.

z

EM

Bied als steun ook de visuele letter aan.

JK

EX

bv.

l k

Kleine lesafsluiter

3

m

g

Bespreek het verloop van de activiteit en evalueer het leerproces: - Hoe verliep het omcirkelen op het zoekblad? - Zijn er letters waarmee je de letter ‘k’ verwart?

KI

e v

IN

- In de volgende activiteit leren we de klank /k/ in woorden herkennen.

h

Kennisschema van de les

ui

Hang de letter ‘k’ bij de klankenkast en/of bij het letterbord.

b

Als je werkt met Klankenwerk, ga dan met de kleuters op zoek naar de plaats van de letter ‘k’ in de stempeldoos.

d eu j

klank /k/

activiteit 2

7

r


KE

Voorkennis activeren en lesdoel

EX

1

EM

PL

AA

R

D

IE

- 5 prenten (vrije selectie binnen de reeds geleerde klanken, als je die al aanleerde) - selectie prenten: 11 deuk, 15 doek, 26 hek, 27 hik, 39 koe, 40 koek, 43 kus en 44 leuk Veel kleuters herkennen de klank /k/ makkelijker op het einde van een woord dan in het begin. Daarom dat er in onze keuze van woorden heel wat woorden zitten met eindklank /k/. Wil je toch meer woorden met een beginklank inzetten, gebruik dan 37 kin, 38 kip, 41 kool en 42 kuif. - eventueel prenten: 28 hoek, 37 kin, 38 kip, 41 kool, 42 kuif, 71 sok en 95 zak (zie tip) - handpoppen mol en beer - 2 wasknijpers per kleuter - 3 hoepels Kabas: - drieklankenstrook klassikaal - drieklankenstrook individueel - tweeklankenstrook MK klassikaal - tweeklankenstrook MK individueel - eventueel werkblad (zie variatie) - kleine prenten /k/, voor in de sprekende muur

U

- De kleuters herkennen en situeren de klank /k/ in MKM-woorden. - De kleuters verklanken de klanken van het MKM-woord afzonderlijk (analyse). - De kleuters manipuleren woorden door bij het MK-woord ‘koe’ nog een medeklinker ‘k’ toe te voegen en zo het woord ‘koek’ te vormen. De kleuters veranderen de middenklank/klinker in een woord. Alle bovenstaande doelen behoren tot het fonemisch bewustzijn. Onderstaand doel behoort tot het fonologisch bewustzijn: - De kleuters herkennen rijmwoorden auditief (klanken) en benoemen ze als rijmwoorden.

RE

Activiteit 3: klank /k/ herkennen en situeren in MKM-woorden

JK

Toon een selectie van een vijftal prenten die al bij eerder aangebrachte klanken aan bod kwamen. Laat de kleuters het passende woord zeggen. Vraag of ze de klanken van het woord afzonderlijk kunnen verklanken (hakken) (auditieve analyse).

KI

Ondersteun visueel met de drieklankenstrook.

IN

Als een kleuter het verklanken van de losse klanken niet alleen kan, doe het dan eerst zelf voor, herhaal daarna samen met alle kleuters en dan samen met de aangeduide kleuter. Daarna vraag je de kleuter of hij of zij het alleen wil proberen. Forceer de kleuter niet. Het kan helpen om als leerkracht te starten en de kleuter enkel de eindklank te laten verklanken. Het kan een faalangstige kleuter ook helpen om een handpop te gebruiken. Als er dan een foutje gemaakt wordt, is het mol of beer die de fout maakte. - Vandaag leren we de klank /k/ herkennen in korte woorden. We zeggen telkens de klanken van het woord los van elkaar, zodat we de klank /k/ kunnen situeren in het woord (vooraan, in het midden of achteraan).

8

klank /k/

activiteit 3


2

Kern

expert

2.1 Instructie: mondeling auditieve analyse

2.2 Begeleide inoefening: woorden analyseren en klank auditief situeren

RE

Volg bij elke prent hetzelfde stramien. Doe het bij de eerste prent helemaal voor. Doe aan modeling en verwoord je denkstappen luidop: - Ik kijk naar de prent. Welk kort woord met de klank /k/ zou bij deze prent passen? Denk even na. - /doek/ - Als ik wil weten waar ik /k/ in /doek/ hoor, verdeel ik het woord in losse klanken. - /d/ /oe/ /k/ - Ik herken de klank /k/. Ik luister nog eens met de drieklankenstrook. Volg met je hand de drieklankenstrook. - /d/ /oe/ /k/ - Ik hoor de klank /k/ achteraan in het woord /doek/.

D

IE

KE

U

Volg bij elke prent hetzelfde stramien. Laat zo veel mogelijk kleuters aan het woord. Toon de prent ‘kus’. - Kijk naar de prent. Welk kort woord met de klank /k/ zou bij deze prent passen? (kus) - Waar hoor je /k/ in /kus/? Wie kan het woord verdelen in losse klanken? (/k/ /u/ /s/) Laat een kleuter nog eens herhalen voor de hele groep. Volg synchroon met je hand de drieklankenstrook. - Waar horen jullie de klank /k/ in het woord /kus/? (vooraan)

l n k oo t aa p ee a o u w

R

Leg de prent op de grond of tafel.

m

oe

Gebruik de tweeklankenstrook MK voor het woord ‘koe’.

ie

Kleine lesafsluiter

PL

AA

Herhaal deze stappen aan de hand van de andere prenten (11 deuk, 26 hek, 27 hik, 39 koe, 40 koek en 44 leuk).

s

EM

Leg de selectie prenten (11 deuk, 15 doek, 26 hek, 27 hik, 39 koe, 40 koek, 43 kus en 44 leuk) door elkaar op de grond of tafel. Stel de volgende vragen. ( bij meerdere antwoorden/ bij één antwoord)

uu

EX

- Bij welk woord hoor je de klank /k/ vooraan en achteraan? (koek) - Bij welke (twee) woorden hoor je de klank /k/ enkel vooraan? (koe en kus) - Bij welke (vijf) woorden hoor je de klank /k/ enkel achteraan? (deuk, doek, hek, hik en leuk)

JK

- Welke woorden rijmen op elkaar? (koek en doek zijn rijmwoorden)

KI

- Welk woord rijmt op /koek/? (doek)

IN

f z

(deuk en leuk zijn rijmwoorden)

g

- Welke woord rijmt op /deuk/? (leuk)

(koe) - Bij welk woord hoor je maar twee klanken? Voeg bij het woord /koe/ achteraan /k/ toe. Welk woord krijg je dan?

i

e v

(koek)

h

(hek) - Verander bij het woord /hik/ de klank /i/ in de klank /e/. Welk woord krijg je dan? - Verander bij het woord /doek/ de klank /oe/ in de klank /eu/. Welk woord krijg je dan? (deuk)

ui b d eu j

klank /k/

activiteit 3

9

r


2.3 Zelfstandige verwerking: klankenstrook

Geef elke kleuter een individuele drieklankenstrook en twee wasknijpers. Verdeel elk drieklankenwoord (11 deuk, 15 doek, 26 hek, 27 hik, 40 koek, 43 kus en 44 leuk) in losse klanken. Ondersteun met de prent. Waar in het woord horen de kleuters de klank? Laat hen de wasknijper(s) op de juiste plaats op de drieklankenstrook hangen. Geef de kleuters voor het woord /koe/ de tweeklankenstrook MK.

D

Ondersteun deze activiteit met de passende klankenstrook.

IE

KE

U

RE

Geef de kleuters het werkblad. Spreek elk woord in zijn geheel en in losse klanken uit en laat de kleuters een kruisje plaatsen waar ze de klank /k/ horen.

PL

3 Lesafsluiter: hoepels

AA

R

Voor kleuters die het nog moeilijk hebben met de leesrichting, volg je met je hand de klankenstrook terwijl je de klanken los verklankt. Werk je met Krullenbol en zijn de kleuters vertrouwd met de groene startstip, plaats dan een groene stip bij het eerste hokje.

EM

Leg drie hoepels en de handpoppen mol en beer klaar. Indien je in kleine groep werkt, laat dan elke kleuter apart aan bod komen bij deze bewegingsactiviteit met hoepels.

EX

Toon een prent. De kleuters verdelen het woord in losse klanken terwijl ze springen in de drie hoepels. Ze leggen mol en/of beer neer in de hoepel(s) waar /k/ gehoord werd.

IN

KI

JK

Indien je met de volledige klas werkt, laat je per woord vier kleuters aan bod komen. De eerste kleuter zegt het woord, de tweede kleuter verdeelt het woord in losse klanken, de derde kleuter herhaalt de losse klanken tijdens het springen en de vierde kleuter legt mol en/of beer in de juiste hoepel(s). Werk ook met woorden die tijdens de instructie nog niet aan bod kwamen. (bijvoorbeeld: 28 hoek, 37 kin, 38 kip, 41 kool, 42 kuif, 71 sok of 95 zak) - Vandaag oefenden we op het herkennen van de klank /k/ in korte woorden. Als we de klanken van een woord afzonderlijk verklanken, kunnen we dit nog beter horen.

10

klank /k/

activiteit 3


Bespreek het verloop van de activiteit en evalueer het leerproces: - Op welke plaats in een woord herken je /k/ het makkelijkst? - Vind je het nog moeilijk om de klanken van een woord afzonderlijk te zeggen? Bij welk woord lukt dit al het best? - In de volgende activiteit gaan we ook de woordkaarten van deze prenten bekijken. Dan oefenen we op de losse klanken samenvoegen tot een woord.

m l n k

Kennisschema van de les

Hang de prenten op in de klas of plaats ze in de klankenkast. Je kan de kleine prenten een plaats geven in de sprekende muur. Spreek per prent het volgende in: het volledige woord, het woord verdeeld in klanken en nogmaals het volledige woord. /doek/ /d/ /oe/ /k/ /doek/

U

RE

oo aa p

KE

De kleuters oefenen dan zowel auditieve analyse en synthese, als de woordenschat. In deze activiteit zijn de uitdagendere woorden op het vlak van woordenschat: deuk, doek, hek, hik en hoek.

t

ee a

IE

Observatie tijdens de aanbreng van de woorden helpt je bij het bepalen van de woordenschat die het minst gekend is.

D

o

R

De prenten kunnen ondersteuning bieden bij de woordenschat. Probeer ook de minder gekende woorden in zoveel mogelijk situaties te gebruiken. Wanneer de transfer gemaakt wordt naar verschillende contexten, wordt de kennis verstevigd.

u w

AA

oe

PL

ie s

EM

i uu

EX

f

JK

z g

KI

e

IN

v h ui b d eu j klank /k/

activiteit 3

11

r


Activiteit 4: klanktekenkoppeling bij de klank /k/ oefenen in MKM-woorden

RE

- De kleuters herkennen en situeren de klank /k/ en de letter ‘k’ in MKM-woorden. - De kleuters voegen de klanken van het MKM-woord samen tot het gehele woord (synthese). Het woordbeeld kan hierbij een ondersteuning zijn. - De kleuters manipuleren woorden door bij het MK-woord ‘koe’ nog een medeklinker ‘k’ toe te voegen en zo het woord ‘koek’ te vormen. De woordbeelden kunnen hierbij een ondersteuning zijn. De kleuters veranderen een klank in een woord. Alle bovenstaande doelen behoren tot het fonemisch bewustzijn. Onderstaand doel behoort tot het fonologisch bewustzijn: - De kleuters herkennen rijmwoorden auditief (klanken) en visueel (letters) en benoemen ze als rijmwoorden.

Voorkennis activeren en lesdoel

AA

1

R

D

IE

KE

U

- 4 prenten (vrije selectie binnen de reeds geleerde klanken, als je die al aanleerde) en bijhorende woordkaarten - selectie prenten: 11 deuk, 15 doek, 26 hek, 27 hik, 39 koe, 40 koek, 43 kus en 44 leuk - selectie woordkaarten: 11 deuk, 15 doek, 26 hek, 27 hik, 39 koe, 40 koek, 43 kus en 44 leuk - letterkaarten - 1 klinkerboekje en 2 medeklinkerboekjes per kleuter - handpop beer - verschillende boeken - eventueel vergrootglas (zie tip) Kabas: - eventueel lettertypeblad ‘k’ (zie tip)

PL

EM

bv.

Selecteer vier woorden waarvan al één of meerdere klanken geleerd werden. Leg de vier prenten naast elkaar. Leg onder elke prent de corresponderende woordkaart. Zeg een woord en verklank de klanken los van elkaar. Benoem de reeds geleerde klank en de plaats van die klank in het woord. - ‘mus’ /m/ /u/ /s/ Ik hoor de klank /m/ in het woord ‘mus’. - Op welke plaats zie je de woordkaart waar ‘m’ de eerste letter is? Je kan ook met kleuren werken. Leg dan bij elke woordkaart een kleur en geef elke kleuter vier blokken in die kleuren.

EX

Je kan de kleuters ook het woord laten vormen met hun klinker- en medeklinkerboekje.

JK

Zorg dat er per opdracht maar één antwoord mogelijk is. Indien je nog niet veel klanken aanbracht en/of deze opdracht is te moeilijk voor je kleuters, beperk je dan tot twee prenten en twee woordkaarten.

IN

KI

- Vandaag herhalen we de woorden waar we de klank /k/ vooraan, achteraan of vooraan en achteraan horen en koppelen we er ook de woordkaarten aan.

12

klank /k/

activiteit 4


2

Kern

expert

2.1 Instructie: modeling auditieve synthese

m

Leg de selectie prenten (11 deuk, 15 doek, 26 hek, 27 hik, 39 koe, 40 koek, 43 kus en 44 leuk) op de grond of tafel.

l n k

U

RE

oo

KE

ee

IE

a o

D

AA

R

Neem de bijhorende woordkaarten. Volg telkens hetzelfde stramien. Doe het bij het eerste woord helemaal voor. Doe aan modeling en verwoord je denkstappen luidop. Gebruik de handpop beer om de interactie tussen leerkracht en leerling na te bootsen.

PL

Toon het woord. - /h/ /i/ /k/ Welk woord vormen deze klanken samen? (Beer denkt even na.) - /hik/

EM

hiiiiiiiiiiik

oe

i uu

EX

f z

JK

2.2 Begeleide inoefening: synthese en letter visueel situeren

g

Werk verder met dezelfde prenten en woordkaarten. Volg bij elk woord hetzelfde stramien.

KI

w

s

- Waar zie je de letter ‘k’ bij het woord ‘hik’? (Beer denkt even na.) - achteraan - Bij welke prent hoort het woord ‘hik’? (Beer legt het woord bij de prent ‘hik’.)

IN

u

ie

/hik/

Toon het woord. - /h/ /e/ /k/ Welk woord vormen deze klanken samen? - Waar zie je de letter ‘k’ bij het woord ‘hek’? - Bij welke prent hoort het woord ‘hek’?

aa p

Zeg telkens het woord luidop, wanneer je de prent neerlegt. Verklank eventueel ook de losse klanken. - /doek/ /d/ /oe/ /k/ /doek/

Laat beer luidop nadenken: /h/ /i/ /k/

t

e

(hek) (achteraan)

v h

Duid daarna een kleuter aan die de woordkaart bij de prent legt.

ui

Herhaal deze stappen aan de hand van de andere prenten (11 deuk, 15 doek, 39 koe, 40 koek, 43 kus en 44 leuk).

b d eu j klank /k/

activiteit 4

13

r


Kleine lesafsluiter

Leg de selectie prenten (11 deuk, 15 doek, 26 hek, 27 hik, 39 koe, 40 koek, 43 kus en 44 leuk) en de bijhorende woordkaarten op de grond of tafel. Stel de volgende vragen. ( bij meerdere antwoorden/ bij één antwoord) (Dit zijn dezelfde vragen als bij activiteit 3, maar nu ligt de nadruk op het visuele in plaats van het auditieve.)

- Welke woorden rijmen op elkaar? Waar zie je dus dezelfde letters in het midden en op het einde van het woord? (koek en doek zijn rijmwoorden) (deuk en leuk zijn rijmwoorden)

U

- Welk woord rijmt op koek? - Welk woord rijmt op deuk? (doek) (leuk)

RE

(koek) - Bij welk woord zie je de letter ‘k’ vooraan en achteraan? - Bij welke (twee) woorden zie je de letter ‘k’ enkel vooraan? (koe en kus) - Bij welke (vijf) woorden zie je de letter ‘k’ enkel achteraan? (deuk, doek, hek, hik en leuk)

(koek)

IE

(koe) - Welk woord bestaat uit twee klanken? Voeg bij het woord ‘koe’ achteraan ‘k’ toe. Welk woord krijg je dan?

KE

Visualiseer het manipuleren met de letterkaarten en laat de kleuters eventueel meedoen met hun klinker- en medeklinkerboekje.

D

(hek) - Verander bij het woord ‘hik’ de klinker ‘i’ in de klinker ‘e’. Welk woord krijg je dan? - Verander bij het woord ‘deuk’ de klinker ‘eu’ in de klinker ‘oe’. Welk woord krijg je dan? (doek)

R

De vragen rond rijmen en manipuleren kan je aanbieden in activiteit 3 en 4, maar je kan er ook voor kiezen om deze slechts bij één van beide aan te bieden.

AA

Neem het tweede exemplaar van elke woordkaart. Geef elke kleuter of elk duo een woordkaart. Laat hen hetzelfde woord op de grond of tafel zoeken en de woordkaart erbij leggen.

PL

Deel ook woordkaarten uit van woorden die er niet liggen.

2.3 Zelfstandige verwerking: klinker- en medeklinkerboekje

EM

Geef elke kleuter één klinkerboekje en twee medeklinkerboekjes. Laat de kleuters hun boekje in de MKM‑structuur leggen: medeklinkerboekje, klinkerboekje, medeklinkerboekje. Toon een woord met de MKM‑structuur (11 deuk, 15 doek, 26 hek, 27 hik, 40 koek, 43 kus of 44 leuk) en laat de kleuters het woord vormen met de boekjes.

EX

Laat de kleuters voor het woord 39 koe de boekjes in de MK‑structuur leggen.

JK

De kleuters nemen dus, als ze vertrekken vanuit de MKM-structuur, het laatste boekje (staartje) weg.

KI

3 Lesafsluiter: zoeken in boeken

IN

Breng eventueel aan de hand van het lettertypeblad ‘k’ verschillende lettertypes van de letter ‘k’ aan. Laat de kleuters de letter ‘k’ zoeken in verschillende boeken. Een vergrootglas kan de kleuters helpen om te vergroten en gerichter te kijken. Als een kleuter een letter ‘k’ gevonden heeft, kan je als leerkracht het gevonden woord lezen.

14

klank /k/

activiteit 4


Vraag de kleuter: - Is dit een kort of een lang woord? (fonologisch bewustzijn) - Waar zie je de letter ‘k’ in het woord? (fonemisch bewustzijn) ) Lees eventueel ook eens de zin. - Waar zie je het woord in de zin? (fonologisch bewustzijn)

m l

- Vandaag oefenden we met de woordkaarten die passen bij de woorden met de klank /k/. - We zagen dat de letter ‘k’ soms vooraan, soms achteraan en soms ook vooraan én achteraan in deze woorden staat. - We oefenden ook op het zoeken van dezelfde woorden. - We oefenden ook op het samenvoegen van losse klanken tot een woord.

oo

U

- In de volgende activiteit leren we een nieuwe klank.

KE

Plan je als volgende activiteit één van de geleide spellen die mol en beer kleuter aanbiedt, dan kan je dit ook aankondigen naar de kleuters toe. - In de volgende activiteit gaan we een spel spelen om de reeds geleerde klanken te herhalen. - In de volgende activiteit gaan we een spel spelen om het rijmen of … in te oefenen.

IE

bv.

k

RE

Bespreek het verloop van de activiteit en evalueer het leerproces: - Kan je al goed van losse klanken een woord vormen? - Hoe ga je te werk om dezelfde woorden/letters te zoeken?

n

aa p ee a o

D

Kennisschema van de les

u

R

w oe

AA

Hang de woordkaarten en prenten op in de klas. Je kan er ook voor kiezen om enkel een selectie op te hangen (bijvoorbeeld enkel de moeilijke woordenschat, de rijmwoorden ...).

t

Kleuters kunnen in de taalhoek de woorden nastempelen, vormen met de klinker- en medeklinkerboekjes en/of plakken met de letterkaartjes (zie kopieerblad ‘plakletters’ onder ‘algemeen’ op Kabas).

PL

ie s

EM

i uu

EX

f

JK

z g

KI

e

IN

v h ui b d eu j klank /k/

activiteit 4

15

r


RE U KE IE D R AA PL EM EX JK KI

De kleuters krijgen tijd om na te denken.

materiaallijst

De kleuters bespreken met hun buur of schoudermaatje.

differentiatie (makkelijker maken)

De kleuters houden beide vuisten naast elkaar als ze het antwoord weten.

auditieve doelen / klanken

differentiatie (moeilijker maken)

De kleuters zeggen het antwoord luidop.

visuele doelen / letters en klanktekenkoppeling

tip

De kleuters wijzen het antwoord aan.

verwoording van het lesdoel voor de leerlingen

idee/variatie

De kleuters antwoorden met hun klinkerof medeklinkerboekje(s).

IN

doel(en)

Legende

Auteur Lindsay Van Landschoot - Illustraties Daniëlle Roothooft ISBN 978 90 4865 381 2 - Bestelnummer 60 1022 031 - KB D/2026/0147/112 - NUR 191 Thema YPCA-4CA / Eerste editie Verantwoordelijke uitgever die Keure, Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge - RPR 0405 108 325 Die Keure wil het milieu beschermen. Daarom kiezen wij bewust voor papier dat het keurmerk van de Forest Stewardship Council® (FSC®) draagt. Dit product is gemaakt van materiaal afkomstig uit goed beheerde, FSC®-gecertificeerde bossen en andere gecontroleerde bronnen.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
mol en beer kleuter - Activiteitenmap - Inleiding en klank k - inkijk by die Keure - Issuu