Max-techniek Module Shine Met Je Idool - nieuwsbrief

Page 1


Starter

iets maken

Soms zit je vol energie. Je hebt zin om te bewegen, te lachen, te zingen, te creëren. Soms voel je je dan weer rustig, ontspannen, opgeladen.

Energie is niet alleen iets wat lampen laat branden. Het zit ook in gevoelens, in momenten, in mensen die jou inspireren.

Wat maakt jou gelukkig of geeft je energie? Noteer kort in enkele woorden.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Je kunt van veel zaken gelukkig worden en energie krijgen. Eén daarvan is misschien je grote idool: een bekende zanger, acteur, sporter, gamer, influencer … die je kracht en motivatie geeft. Wie is die persoon voor jou?

Vul onderstaande idoolkaart in. Hou je idool nog geheim voor je klasgenoten!

Mijn idool

Mijn idool is

Waarom bewonder je deze persoon?

Kleef hier een foto van je idool

Wat doet jouw idool goed?

Hoe is jouw idool zichtbaar in je kamer?

Teken of plak iets dat bij jouw idool past (een symbool, voorwerp …).

Opdracht 1: Raden

Noteer drie tips over je idool, zonder de naam van je idool te verklappen.

1

2 3

Probeer elkaars idool te raden aan de hand van de tips.

Opdracht 2: Wat hebben idolen gemeen?

Vergelijk je idoolkaart met deze van een klasgenoot. Zoek één ding dat jullie idolen hetzelfde hebben.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Opdracht 3: Inspiratie

Breng nu alle idoolkaarten samen. Bekijk alle kaarten goed. Noteer één idool van een klasgenoot dat je interessant vindt.

Waarom vind je deze persoon interessant?

Opdracht 4: Reflectie

Wat heb je ontdekt over jezelf of je klasgenoten?

Omschrijf jouw idool in één woord.

stralen

Hoe kunnen we onze idool helpen shinen?

Bewaar deze inspiratiekaart goed: het zal nog van pas komen bij het ontwerp voor je idoollamp!

Denkwijs

‘Elektriciteit is er altijd en overal.’

Ben je het eens (of oneens) met deze stelling? Waarom?

Duid jouw mening met een pijltje aan op de fact-o-meter.

Geef twee redenen waarom je die mening hebt. Dat heet ‘argumenteren’.

Lees hieronder eerst nog eens goed hoe je moet argumenteren.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Argumenteren, hoe doe je dat?

Soms kom je in situaties terecht waarin je de ander wilt of moet overtuigen van jouw standpunt. Dat doe je door goede argumenten te geven.

1

Je neemt een standpunt in:

Ik vind dat …

Ik denk dat … Volgens mij …

2

Je legt uit waarom je iets vindt: want … omdat … aangezien …

= argumenteren

argument 1: argument 2:

Bespreek je standpunt met je buur.

Gooi het ten slotte in de groep. Wat denkt de klas hierover?

1 Energie is overal

1.1 Wat is energie

Denk terug aan jouw idool. Wat doet die persoon allemaal op een dag? Optreden, trainen, actief zijn op sociale media, reizen, chillen … Bij al die activiteiten gebruikt jouw idool altijd energie. Maar wat is energie eigenlijk? Wanneer verbruik je energie en wanneer geeft iets jou energie?

Bekijk volgende mogelijke activiteiten van je idool die met energie te maken hebben. Kleur voor elke activiteit de batterij in het juiste kleur: er wordt energie verbruikt er wordt energie geleverd

1 trainen voor een wedstrijd

2 een lamp laten branden op het podium

3 een rustmoment nemen na een optreden

4 een gsm opladen

5 live zingen op een festival

6 een fruitsapje drinken

7 een video posten op sociale media

8 naar het podium lopen

Energie is nodig om iets te laten werken of bewegen. Zonder energie gebeurt er niets.

Wist je dat …

je lichaam een soort batterij is? Je haalt energie uit eten en drinken, net zoals een lamp energie uit elektriciteit haalt.

denken ook energie kost? Je hersenen gebruiken ongeveer 20% van de energie die je lichaam verbruikt!

je spieren voedingsstoffen omzetten in beweging? Als je idool sport, gebruikt hij of zij spierkracht als energiebron.

rust nemen je helpt om energie terug te krijgen?

1.2 Soorten energie

Energie is overal. Je hebt het nodig om te bewegen, om dingen te laten werken, om warm te blijven, om licht te maken … Zelfs om te denken!

Ook jouw idool gebruikt elke dag energie. Tijdens een optreden, een training, een livestream of gewoon thuis. Maar wist je dat er verschillende soorten energie bestaan? Hieronder ontdek je enkele voorbeelden.

Elektrische energie

Waar zie je dat er energie wordt gebruikt op de foto?

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Elektrische energie is de energie die uit een stopcontact komt. Je gebruikt het voor een lamp, je telefoon, je tv … Elektrische energie ontstaat door snel bewegende geladen deeltjes.

Chemische energie

Bewegingsenergie

Waar haalt de sporter hiernaast zijn energie vandaan?

Deze energie zit in eten, batterijen en brandstoffen. Je lichaam haalt energie uit voeding.

Wanneer heb jij vandaag al bewogen?

Als iets beweegt, krijgt het energie. Hoe sneller iets beweegt of hoe zwaarder het is, hoe meer bewegingsenergie het heeft.

Warmte

Bij welke activiteiten van je idool zou het warm worden?

Warmte is energie die iets warm maakt. Als je beweegt of sport krijg je warm, een kampvuur geeft warmte, de zon verwarmt de aarde ...

Lichtenergie

Wat doen zonnepanelen?

Wanneer doen ze dat?

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

De zon geeft licht. Dat licht gebruiken zonnepanelen dan weer om elektrische energie te maken.

Waardoor is deze jongen goed zichtbaar in het donker?

Wanneer lichten de fluorescerende strepen goed op?

De reflectoren van een fluorescerend hesje vangen licht op van bijvoorbeeld autolampen. De reflectoren kaatsen het licht terug en maken er extra fel licht van, zodat je beter gezien wordt.

Potentiële energie

Waar zie je licht op de foto hiernaast?

Licht is ook een vorm van energie. De zon geeft lichtenergie, maar ook lampen en spots doen dat.

Wat gebeurt er als de hand weg is?

Dit is energie die ‘klaarstaat’ om gebruikt te worden. Dat is bijvoorbeeld het geval bij een opgespannen veer of een opgeladen batterij. De energie is er dus nog niet, maar komt vrij door een bepaalde situatie of actie.

Er zijn veel verschillende vormen van energie. Voorbeelden: elektrische energie, chemische energie, bewegingsenergie, lichtenergie, warmte, potentiële energie ...

1 Energie aan het werk

Welke soort energie is er hier aan het werk? Duid aan. Let op: soms is er meer dan één soort energie aan het werk!

1 trainen voor een wedstrijd

elektrische energie chemische energie bewegingsenergie

lichtenergie

warmte potentiële energie

4 live zingen op een festival

elektrische energie chemische energie bewegingsenergie

lichtenergie

warmte potentiële energie

2 een lamp laten branden op het podium

elektrische energie chemische energie bewegingsenergie

lichtenergie

warmte potentiële energie

3 een gsm opladen

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

elektrische energie chemische energie bewegingsenergie lichtenergie

warmte potentiële energie

5 een fruitsapje drinken 6 stretchen met een elastiek in de fitness

elektrische energie chemische energie bewegingsenergie lichtenergie

warmte potentiële energie

elektrische energie chemische energie bewegingsenergie lichtenergie

warmte potentiële energie

1.3 Energie werkt samen

Soms lijkt het alsof er maar één soort energie aan het werk is. Maar meestal worden meerdere soorten energie tegelijk gebruikt.

Stel je voor: je idool staat op het podium.

Je idool haalt energie uit eten en drinken om goed te kunnen presteren.

Je idool zingt en beweegt door gebruik te maken van zijn of haar spierkracht.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

De lampen geven lichtenergie.

De versterker van de gitaar werkt op elektrische energie.

De spots en het publiek geven warmte af.

De batterij van de microfoon bevat potentiële energie die klaarstaat om de stem te laten weerklinken.

In één moment zie je dus een mix van energievormen die samenwerken om iets te laten gebeuren.

2 Samenwerkende energie

Welke soorten energie werken in dit voorbeeld samen?

1.4 Energie wordt omgezet

Energie kan niet verdwijnen, maar ze kan wel veranderen van vorm. Dat noemen we een energieomzetting

Denk maar aan een ledlamp, die krijgt elektrische energie en maakt er lichtenergie van. We kunnen dat voorstellen met een pijlenschema.

elektrische energie

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

lichtenergie

Ook Max-natuur 1B Energie leer je over soorten energie en energieomzettingen.

3 Energieomzetting

Een zonnepaneel laat een lamp branden. Welke energie komt van de zon?

Welke energie gebruikt de lamp?

Vul het schema.

Je roostert twee boterhammen in een broodrooster.

Wat gebeurt er precies als je dat doet? Bespreek.

Welke energie gaat er in de broodrooster? Duid aan.

bewegingsenergie elektrische energie lichtenergie warmte

Welke energie komt er uit de broodrooster? Duid aan.

bewegingsenergie elektrische energie lichtenergie warmte

Welke uitspraken zijn waar?

De warmte die vrijkomt zorgt ervoor dat de boterhammen toasten.

De warmte die vrijkomt is helemaal niet nuttig.

Het licht dat vrijkomt zorgt ervoor dat de boterhammen toasten.

Het licht dat vrijkomt is helemaal niet nuttig.

De broodrooster zet elektrische energie om in warmte en lichtenergie. De warmte die vrijkomt, is nuttige energie omdat ze de boterhammen laat toasten. Het licht dat vrijkomt, is niet nuttig want deze vorm van energie wordt niet gebruikt om het brood te toasten. Ook dit kunnen we voorstellen met een pijlenschema.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

elektrische energie

warmte

lichtenergie

Energie gaat nooit verloren. Energie wordt omgezet in een andere nuttige of niet-nuttige vorm.

4 Nuttige en niet-nuttige energie

Kleur de nuttige energie in het pijlenschema groen.

Kleur de niet-nuttige energie in het pijlenschema rood.

chemische energie

bewegingsenergie

bewegingsenergie

geluid en warmte

warmte

lichtenergie

1.5 Elektrische energie

Met elektrische energie kunnen we apparaten laten werken zoals lampen, telefoons, computers, luidsprekers, schermen, camera’s …

Voorbeeld:

Je idool gebruikt een microfoon en een lichtshow tijdens een optreden. Die werken op elektrische energie die via kabels en batterijen wordt aangevoerd.

Waarom is elektrische energie belangrijk voor jouw idool? Wat zou je idool niet meer, of minder goed kunnen doen zonder elektrische energie?

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

5 Elektrische energie in actie

Waarvoor wordt de elektrische energie in de situaties hieronder gebruikt?

De lamp gebruikt elektrische energie om

De smartphone gebruikt elektrische energie om

De koelkast gebruikt elektrische energie om

De televisie gebruikt elektrische energie om

Waar halen deze voorwerpen de elektrische energie?

Elektrische energie is energie die we krijgen via elektriciteit. Het laat apparaten werken.

Elektriciteit is wat door draden stroomt en kracht geeft aan apparaten. Het is een stroom van hele kleine geladen deeltjes (elektronen).

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Voorbeeld:

Op het dak van een huis liggen zonnepanelen. Die maken elektrische energie. Via draden komt er elektrische stroom tot in de stopcontacten. De wasmachine steekt een stekker in het stopcontact. Zo krijgt ze elektrische energie. Dat noemen we elektriciteit. Daarmee laat ze de trommel draaien en warmt ze water op. De wasmachine zet elektrische energie om in bewegingsenergie en warmte.

Toch hoeft elektriciteit niet altijd te stromen door een draad. Elektriciteit gedraagt zich op twee manieren: statisch en dynamisch.

Statische elektriciteit

Wat gebeurt er als je in de winter je (wollen) muts of trui uittrekt als je binnen bent?

Wat gebeurt er soms als je uit de auto stapt en daarna een klink of ander metalen voorwerp aanraakt?

Statische elektriciteit is elektriciteit die stil blijft zitten op een voorwerp. De lading zit vast en beweegt niet. Je kunt statische elektriciteit soms horen als knisperende geluidjes, voelen als klein schokje of zelfs zien als klein vonkje.

ook bliksem een voorbeeld is van statische elektriciteit? Onweerswolken zijn statisch geladen omdat waterdruppels uit warme, stijgende lucht botsen met dalende, koudere luchtlaag. Deze ‘botsing’ of wrijving veroorzaakt statische elektriciteit in de wolken, vaak met ontladingen (bliksem) als gevolg.

Wist je dat …

Onderzoek met de ballon

Oriëntatie

Onderzoeksvraag

Welke stoffen worden aangetrokken door een geladen ballon?

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Hypothese

Ik denk dat

Voorbereiding

Materiaal

een ballon

een wollen trui of je haar een hoopje papiersnippers wattenpluisjes een hoopje zand

Uitvoering

Stappenplan

1 Wrijf de ballon over je haar of trui.

stukjes nylonkous stukjes aluminiumfolie een klein hoopje zout piepschuim bolletjes pluisjes wol

2 Hou de ballon boven het hoopje papiersnippers en kijk wat er gebeurt.

3 Doe nu hetzelfde voor alle andere stofjes of materialen.

Resultaten

Worden de stofjes/materialen aangetrokken door de ballon?

stof aangetrokken door ballon?

een hoopje papiersnippers ja / nee wattenpluisjes ja / nee een hoopje zand ja / nee stukjes nylonkous ja / nee stukjes aluminiumfolie ja / nee een klein hoopje zout ja / nee piepschuim bolletjes ja / nee pluisjes wol ja / nee

Reflectie

Besluit

Duid aan wat past.

Een ballon die je wrijft, krijgt een elektrische lading en trekt vooral lichte / zware materialen aan.

Waar kom je dit in het dagelijks leven nog tegen?

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Statische elektriciteit ontstaat voornamelijk door wrijving.

Deze vorm van elektriciteit verplaatst zich niet.

Dynamische elektriciteit

Dynamische elektriciteit is elektriciteit die beweegt. Ze stroomt door draden en kabels en komt meestal uit een stopcontact, een batterij of een zonnepaneel. Als je een lamp aansluit op een batterij, stroomt elektriciteit van de batterij naar de lamp. Zo werkt ook je smartphone of koelkast.

Onderzoek dynamische elektriciteit

Oriëntatie

Onderzoeksvraag

Waarom brandt de lamp?

Hypothese

Ik denk dat

Voorbereiding

Materiaal een ledlampje een knoopcelbatterij papiertape

Uitvoering

Stappenplan

1 Schuif de knoopcelbatterij tussen de twee beentjes van de ledlamp.

2 Druk de beentjes van het ledlampje tegen de knoopcelbatterij aan en plak het geheel vast met wat papiertape.

Resultaten

Wat gebeurt er?

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Maak de papiertape los, draai de knoopcelbatterij om en schuif deze nu omgekeerd tussen de beentjes van het ledlampje. Wat gebeurt er nu?

Reflectie

Besluit

Waarom brandt de lamp?

Hoe stroomt de elektriciteit?

Welke vorm van elektriciteit zul je nodig hebben in je idoollamp: statische of dynamische? Leg uit.

Dynamische elektriciteit beweegt. We spreken ook van elektrische stroom.

Het ledlampje gaat maar branden als het op de juiste manier verbonden wordt met de batterij.

1.6 Van stroom tot bron

We weten nu dat dynamische elektriciteit stroomt door draden, en apparaten laat werken. Maar waar komt die elektriciteit vandaan? Om elektriciteit op te wekken, hebben we energiebronnen nodig. Want zonder energiebron is er geen stroom, en zonder stroom kunnen we geen lamp maken om je idool te laten schitteren!

iets wat lang meegaat

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Energiebronnen kunnen duurzaam of niet-duurzaam zijn. Daarom is het belangrijk dat we weten waar onze elektriciteit vandaan komt. Want sommige bronnen raken ooit op en brengen onze planeet schade toe, terwijl andere beter zijn voor het milieu.

Ook in Max-natuur 1B Energie leer je over duurzame en nietduurzame energie.

Omschrijf duurzame en niet-duurzame energiebronnen door het juiste antwoord aan te duiden. Geef van elke soort ook een voorbeeld.

1 Duurzame energiebronnen raken niet op / raken ooit op.

Ze zijn schadelijk / onschadelijk voor het milieu.

Een voorbeeld van een duurzame energiebron is

2 Niet-duurzame energiebronnen raken niet op / raken ooit op

Ze zijn schadelijk / onschadelijk voor het milieu.

Een voorbeeld van een niet-duurzame energiebron is

Niet-duurzame energiebronnen raken ooit op en hebben nadelen voor de natuur en het milieu. Voorbeelden zijn steenkool, aardolie, aardgas …

Duurzame energiebronnen zorgen ervoor dat we elektriciteit kunnen opwekken zonder de aarde uit te putten of te vervuilen. Voorbeelden zijn wind, zon, waterkracht …

We spreken soms ook wel over hernieuwbare of niet-hernieuwbare energie. Hernieuwbare energie is energie dat altijd opnieuw gemaakt of aangevuld kan worden.

Voorbeeld:

Elke dag komt de zon op. We kunnen elke dag opnieuw zonlicht gebruiken voor energie. De energiebron raakt niet op.

Energiebronnen zoals aardolie, gas en steenkool zijn niet-hernieuwbaar. Als we ze opgebruiken, zijn ze weg. Het duurt vaak heel lang om ze opnieuw aan te maken.

Voorbeeld:

We halen steenkeel uit de bodem, maar het duurt miljoenen jaren vooraleer de aarde opnieuw steenkool aanmaakt in de bodem. De energiebron raakt op.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Duid aan met een kruisje als de energiebron hernieuwbaar en/of duurzaam is.

energiebron hernieuwbaar? duurzaam? zon wind waterkracht hout olie gas steenkool hernieuwbaar niet altijd hetzelfde is als duurzaam. Denk maar aan hout. Hout groeit tamelijk snel terug en is dus hernieuwbaar. Maar als we heel veel bomen kappen, dan is dat niet duurzaam. Het duurt een hele tijd vooraleer de bomen opnieuw groeien en dat heeft nadelen voor de natuur en het milieu.

Hernieuwbare energiebronnen raken niet op of kunnen terugkomen als we ze goed gebruiken. Net zoals een waterbron die altijd water geeft.

Niet-hernieuwbare energiebronnen zijn weg als we ze opgebruiken. Het duurt vaak heel lang om ze opnieuw te maken. Net zoals een waterfles: als ze leeg is, is het water op.

Wist je dat …

6 Energiebronnen

Noteer bij elke energiebron de correcte naam. Kies uit: waterkracht – aardgas –biomassa – aardwarmte – zonne-energie – kernenergie – windenergie – steenkool –aardolie.

Is de energiebron duurzaam of niet-duurzaam? Kruis aan.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

duurzame bron niet-duurzame bron

duurzame bron niet-duurzame bron

duurzame bron niet-duurzame bron

duurzame bron niet-duurzame bron

duurzame bron niet-duurzame bron

duurzame bron niet-duurzame bron

Welke energiebron vind jij het meest duurzaam? Leg uit.

duurzame bron niet-duurzame bron

duurzame bron niet-duurzame bron

duurzame bron niet-duurzame bron

1.7 Energie bij jou thuis

Hoe weten we hoeveel elektriciteit iets verbruikt?

Energieverbruik wordt gemeten in kilowattuur, afgekort als kWh. Dat is de hoeveelheid stroom dat een toestel gebruikt als het één uur werkt. Een toestel dat 1 kW verbruikt en 1 uur aanstaat, gebruikt 1 kWh. Een koelkast gebruikt per uur, minder stroom dan een waterkoker. Maar staat de hele dag aan en gebruikt in totaal veel meer energie.

Een gemiddeld gezin van vier personen in België verbruikt ongeveer 3500 tot 4000 kWh per jaar aan elektriciteit. Wat kan dit energieverbruik zoal beïnvloeden?

Toestellen zoals koelkasten, wasmachines en tv’s krijgen een energielabel. Hiernaast zie je zo’n label.

Wat is het nut van een energielabel?

Welke letter staat voor ...

het laagste energieverbruik?

het hoogste energieverbruik?

Van welk soort toestel is dit een energielabel?

Welke toestellen bij jou thuis verbruiken veel energie?

Welke zijn energiezuinig? Kun je een toestel vinden met energielabel A?

een concert van je idool duizenden kilowattuur verbruikt? Licht, geluid, schermen … Alles draait op elektriciteit!

een smartphone gemiddeld 2 tot 6 watt verbruikt per uur?

Energieverbruik wordt uitgedrukt in kilowattuur (kWh). Het zegt hoeveel energie een toestel van 1000 watt verbruikt in 1 uur.

Een energielabel toont hoe energiezuinig een toestel is aan de hand van een schaal: van meest energiezuinig (A) tot minst energiezuinig (G).

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Zoek thuis vier verschillende elektrische toestellen en neem een foto van elk toestel. Zoek op welk energielabel elk toestel heeft.

Denk na over hoe je dit apparaat bewuster kan gaan gebruiken.

toestel energielabeltips voor bewuster gebruik

Kies nu twee toestellen uit de vorige lijst.

Zoek voor elk type toestel vier verschillende modellen op. Bekijk hiervoor reclamefolders, het internet …

Zoek per model het energielabel, het jaarlijkse verbruik in kWh en noteer de aanschafprijs.

Toestel 1:

model + foto/weblinkenergielabel verbruik kWh/jaar aankoopprijs

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Toestel 2:

model + foto/weblinkenergielabel verbruik

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Wat zou je kunnen besluiten uit deze resultaten?

artificiële intelligentie (AI) een enorme verbruiker van energie is? Hoe vaak maak jij gebruik van tools zoals ChatGPT of een spraakassistent? Het energieverbruik van al deze tools wordt alvast een extra zorg in het verhaal van klimaatverandering.

Wist je dat …

1.8

Stroombronnen en verbruikers

Om een lamp te laten branden, een telefoon op te laden of een luidspreker te laten werken, heb je elektriciteit nodig. We noemen deze toestellen ook verbruikers, omdat ze energie nodig hebben en dus energie verbruiken. Maar waar halen ze die energie vandaan? Wat levert die energie? Dat noemen we stroombronnen.

Verbruikers

Een verbruiker is een toestel dat elektriciteit gebruikt om iets te doen. De verbruiker zet de elektrische energie om in licht, geluid, beweging of warmte.

Benoem de verbruikers.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Stroombronnen

Een stroombron is iets dat elektrische energie levert. Zonder stroombron kan er geen stroom vloeien en dus werkt je toestel niet.

Benoem de stroombronnen.

Hieronder vind je een aantal voorbeelden van stroombronnen en verbruikers. Verbind elke stroombron (links) met een passende verbruiker (rechts).

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Noteer zelf nog drie elektrische apparaten die je veel gebruikt. Noteer ook de stroombron.

apparaat stroombron

1.9 Polariteit

Bij polariteit heeft elektriciteit twee polen: een pluspool (+) en een minpool (-). Polariteit geeft aan de elektrische stroom een richting.

De manier waarop je een batterij in een apparaat stopt, is dan ook belangrijk. Meestal staat op het toestel zelf vermeld hoe dat moet. Doe je het verkeerd, dan zal je toestel niet werken. In een eenvoudige stroomkring met een constante stroomrichting gebruikt men rood voor de pluspool en zwart voor de minpool.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Noteer bij elke batterij hieronder waar de plus- en minpool zich bevinden. Gebruik daarvoor de symbolen + en – in de juiste kleur.

Welke soort batterij van de voorbeelden hierboven zou het meest geschikt zijn om jouw lamp straks te laten werken?

Stroombronnen hebben een bepaalde polariteit: een pluspool en een minpool. Ze moeten juist geschakeld worden om de stroom door te laten.

Wist je dat … diode pluspool minpool

ledlampjes alleen werken als de polariteit juist is? Een ledlampje heeft een lang beentje, de pluskant, en een kort beentje, de minkant. In een circuit moet de pluskant van de led steeds verbonden worden met de pluskant van de batterij.

1.10 Geleiders en schakelaars

Hoe raakt de stroom van de bron tot bij deze verbruiker?

De stroombron heeft altijd twee aansluitingen voor deze geleiders: de pluspool en de minpool.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Stroom wordt getransporteerd van een stroombron naar een verbruiker en terug via geleiders.

Wat gebeurt er als je de schakelaar indrukt?

Wat is een schakelaar?

Waarom gebruiken we een schakelaar?

Hoe werkt een stroomkring met een schakelaar?

Een stroomkring bestaat uit een stroombron (batterij), geleiders (draden) en een verbruiker (lamp). Met een schakelaar in de stroomkring kan de kring openen of sluiten. Als schakelaar open staat is de kring onderbroken en is er geen stroom. Is de schakelaar dicht dan is de kring gesloten en stroomt de elektriciteit door de verbruiker.

Onderzoek met geleiders en isolatoren

Oriëntatie

Onderzoeksvraag

Welke materialen geleiden stroom?

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Hypothese

Ik denk dat

Voorbereiding

Materiaal

2AA batterijen een batterijhouder een ledlampje (3V) drie elektriciteitsdraden met krokodillenklemmen aluminiumfolie

Uitvoering

Stappenplan

1 Maak een eenvoudig circuit:

metalen paperclip potlood plastic lepel stukje hout stukje stof rubber

1 Sluit een elektriciteitsdraad met krokodillenklemmen aan op de positieve pool van de batterijhouder.

2 Sluit de andere klem van deze elektriciteitsdraad aan op de positieve pool van het ledlampje. Dit is het langste beentje.

3 Sluit een tweede elektriciteitsdraad met krokodillenklemmen aan op de negatieve pool van het ledlampje. Dit is het korte beentje.

4 Sluit de andere klem van de elektriciteitsdraad aan op de negatieve pool van de batterijhouder.

2 Sluit het testmateriaal aan in de kring:

1 Open het circuit door de krokodillenklem aan de positieve pool van het ledlampje los te maken. Sluit de klem aan op het testmateriaal.

2 Sluit een derde elektriciteitsdraad met krokodillenklem aan op de andere kant van het testmateriaal. De tweede klem van de elektriciteitsdraad sluit je nu aan de positieve pool van het ledlampje. Zo is het circuit weer gesloten.

3 Controleer of het lampje brandt.

3 Doe dit met elk stukje testmateriaal.

Resultaten

Noteer je resultaten in volgende tabel:

lampje brandt? geleider?

metalen geen testmateriaal (stap 1) ja / nee ja / nee

aluminiumfolie ja / nee ja / nee

metalen paperclip ja / nee ja / nee

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

plastic lepel ja / nee ja / nee

stukje hout ja / nee ja / nee

stukje stof ja / nee ja / nee

niet-metalen potlood ja / nee ja / nee

rubber ja / nee ja / nee

Reflectie

Besluit

Materialen die stroom geleiden zijn metalen / niet-metalen.

Materialen zoals goud en zilver zijn ook metalen. Waarom zouden deze minder tot niet gebruikt worden als geleiders in een elektrisch circuit?

Bij welke materialen was je verrast door het resultaat?

De meeste metalen zijn geleiders. Koper en aluminium worden het vaakst gebruikt als geleiders voor elektriciteit.

Materialen zoals kunststof en rubber geleiden elektriciteit niet. We noemen ze isolatoren.

Bij een elektriciteitsdraad is de metalen draad een geleider, en de plastic behuizing een isolator.

Een geleider in een elektrisch circuit ziet er meestal als volgt uit:

Welk materiaal zie je aan de binnenkant? Waarom zou dat zijn?

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Welk materiaal zie je aan de buitenkant? Waarom zou dat zijn?

2

De stroomkring

2.1 Onderdelen van een stroomkring

Een lamp heeft elektriciteit nodig om te branden. Maar hoe raakt die elektriciteit bij de lamp en waarom brandt de lamp wel of juist niet? Daarvoor gebruiken we de stroomkring. Een stroomkring is een gesloten pad waarlangs elektriciteit kan stromen. Als alle onderdelen goed verbonden zijn, werkt het toestel. Als de kring onderbroken is, stopt alles. De stroom vloeit van de bron naar de verbruiker via geleiders.

Een stroomkring bestaat minstens uit volgende vier belangrijke onderdelen: de stroombron, de verbruiker, geleiders en een schakelaar. Benoem elk onderdeel bij de afbeelding die je ziet.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Dit is de plek waar de elektriciteit vandaan komt. Zonder kan er geen stroom vloeien en werkt de verbruiker niet.

Bijvoorbeeld: een batterij, het stopcontact ...

Dit is het onderdeel dat elektriciteit gebruikt om iets te doen, zoals stroom omzetten in licht, geluid, beweging of warmte.

Bijvoorbeeld: een ledlamp, een motor, een speaker …

Deze draden verbinden de stroombron met de verbruiker(s) en zorgen ervoor dat de stroom van de bron naar de verbruiker kan stromen. Meestal zijn dit koperen draden met een plastic omhulsel.

Zonder geleiders is er geen verbinding tussen de stroombron en de verbruiker, en dus ook geen stroomkring.

Weerstand

Hiermee kan je de stroomkring openen of sluiten. Als de stroomkring geopend wordt, dan stopt de stroom met vloeien en gaat de verbruiker uit. Als de stroomkring gesloten wordt, kan stroom wel vloeien en gaat de verbruiker opnieuw aan.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Vaak is er nog een vijfde belangrijk component in de stroomkring aanwezig: een weerstand Een weerstand zorgt ervoor dat de stroom in de stroomkring niet te sterk is. Een te sterke stroom kan namelijk de verbruiker stukmaken.

Hieronder zie je twee afbeeldingen van een eenvoudige stroomkring. Schrijf de cijfers van de componenten op de juiste plaats in de cirkeltjes. 1 geleider

Via deze QR-code bekijk je een leuk filmpje waarin de stroomkring op een andere grappige manier wordt uitgelegd.

2.2 Weerstand

Met een klein spelletje vergelijken we de werking van een elektrische weerstand met een ‘menselijke weerstand’.

1 Maak een rij van acht personen. Hou elkaars handen vast. Jullie vormen nu een stroomkring.

2 De eerste persoon in de rij is de stroombron. Deze persoon geeft een ‘elektrisch signaal’ door in de vorm van een knijpje in de hand van de persoon naast zich.

3 Elke persoon in de rij die het signaal voelt, geeft het door aan de volgende persoon.

4 De laatste persoon in de rij is de verbruiker: een lampje. Wanneer deze verbruiker het elektrisch signaal ontvangt, roept die persoon ‘aan!’.

Hoelang duurt het voor het signaal van de stroombron tot bij de verbruiker raakt?

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Herhaal het doorgeven van het elektrisch signaal, maar nu met een stoorzender in de kring: iemand die probeert het signaal te onderbreken of vertragen.

Hoelang duurt het nu voor het signaal van de stroombron tot bij de verbruiker raakt?

Wat stelde de stroom voor in deze oefening?

Wat was de weerstand in deze oefening?

Hoe sneller het signaal van de stroombron bij de verbruiker aankomt, hoe lager de weerstand is. Hoe groter de weerstand, hoe trager het signaal of de stroom doorgaat.

In een echte elektrische kring kunnen draden, lampjes of weerstanden ook die ‘tegenwerking’ geven. We onderzoeken wat weerstand betekent in een stroomkring, en waarom een lampje soms fel en soms zwak brandt.

Onderzoek met een weerstand in een stroomkring

Oriëntatie

Onderzoeksvraag

Wat is weerstand in een stroomkring?

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Hypothese

Bij een korte, dikke geleider zal de lamp fel / zwak / niet branden.

Bij een lange, dunne geleider zal de lamp fel / zwak / niet branden.

Bij een hele lange en zeer dunne geleider zal de lamp fel / zwak / niet branden.

Voorbereiding

Materiaal

een batterij (4,5 V of 9 V) een klein gloeilampje met fitting een kort stuk dikke koperdraad een lang stuk dunne koperdraad een heel lang stuk zeer dunne koperdraad twee elektriciteitsdraden met krokodillenklemmen

Uitvoering

Stappenplan

1 Sluit de batterij, het lampje en de koperdraad als volgt aan in een kring:

1 Verbind de koperdraad met de positieve pool van de batterij en het lampje.

2 Verbind met een krokodillenklem de andere aansluiting van het lampje met de negatieve pool van de batterij.

2 Kijk naar het lampje: hoe fel brandt de lamp?

3 Herhaal dit drie keer, met de drie soorten koperdraad.

Resultaten

Bij een korte, dikke geleider brandt de lamp fel / zwak / niet

Bij een lange, dunne geleider brandt de lamp fel / zwak / niet.

Bij een hele lange en zeer dunne geleider brandt de lamp fel / zwak / niet

Reflectie

Besluit

Bij welke koperdraad kon de stroom het makkelijkst doorgaan?

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Welke koperdraad heeft dus de laagste weerstand?

Wat gebeurt er als de weerstand groter wordt?

Stroom kan vergeleken worden met auto’s op een snelweg:

Op een brede, korte snelweg rijden auto’s het snelst / traagst en is er dus veel / weinig weerstand.

Op een lange of smalle weg rijden auto’s het snelst / traagst en is er dus veel / weinig weerstand.

Via een brede, korte geleider gaat stroom het snelst en is er weinig weerstand. Via een smalle of lange geleider gaat stroom trager en is de weerstand groter.

Onderzoek met een verschillende weerstand

We bouwen verder op het onderzoek dat we al uitvoerden op pagina 29. Daar bepaalden we welke materialen geleiders zijn, en welke isolatoren. De geleidende materialen hebben soms een verschillende weerstand. Dat gaan we nu onderzoeken.

Oriëntatie

Onderzoeksvraag

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Hoe verschillen geleidende materialen in weerstand?

Hypothese

Ik denk dat

Voorbereiding

Materiaal

2AA batterijen een batterijhouder een ledlampje drie elektriciteitsdraden met krokodillenklemmen aluminiumfolie metalen paperclip potlood plastic lepel stukje hout stukje stof rubber koperdraad metaaldraad met coating

Uitvoering

Stappenplan

1 Maak een eenvoudig circuit:

1 Sluit een elektriciteitsdraad met krokodillenklemmen aan op de positieve pool van de batterijhouder.

2 Sluit de andere klem van deze elektriciteitsdraad aan op de positieve pool van het ledlampje. Dit is het langste beentje.

3 Sluit een tweede elektriciteitsdraad met krokodillenklemmen aan op de negatieve pool van het ledlampje. Dit is het korte beentje.

4 Sluit de andere klem van de elektriciteitsdraad aan op de negatieve pool van de batterijhouder.

2 Sluit het testmateriaal aan in de kring:

1 Open het circuit door de krokodillenklem aan de positieve pool van het ledlampje los te maken. Sluit de klem aan op het testmateriaal.

2 Sluit een derde elektriciteitsdraad met krokodillenklem aan op de andere kant van het testmateriaal. De tweede klem van de elektriciteitsdraad sluit je nu aan de positieve pool van het ledlampje. Zo is het circuit weer gesloten.

3 Controleer of het lampje brandt en beoordeel hoe fel het brandt.

3 Doe dit met elk stukje testmateriaal.

Resultaten

Noteer je resultaten in volgende tabel:

lampje brandt?felheidweerstand

geen testmateriaal (stap 1) ja / neeniet / zwak / fel laag / hoog aluminiumfolie

ja / neeniet / zwak / fel laag / hoog metalen paperclip

ja / neeniet / zwak / fel laag / hoog potlood

ja / neeniet / zwak / fel laag / hoog plastic lepel

ja / neeniet / zwak / fel laag / hoog stukje hout

ja / neeniet / zwak / fel laag / hoog stukje stof

ja / neeniet / zwak / fel laag / hoog rubber

ja / neeniet / zwak / fel laag / hoog koperdraad

ja / neeniet / zwak / fel laag / hoog metaaldraad met coating ja / neeniet / zwak / fel laag / hoog

Reflectie

Besluit

Welk materiaal had de laagste weerstand?

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Waarom is weerstand belangrijk bij het bouwen van een lamp?

Zou je een materiaal met hoge of lage weerstand gebruiken in jouw idoollamp?

Hoe hoger de weerstand, hoe minder stroom er doorgaat en hoe zwakker de lamp zal branden.

Hoe kleiner de weerstand, hoe meer stroom er doorgaat en hoe feller de lamp zal branden.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Maar weerstand is soms ook nodig. Een weerstand kan een klein onderdeel zijn in een stroomkring dat ervoor zorgt dat de stroom niet te snel of te sterk door een toestel gaat. Je kan het ook vergelijken met een rem op een fiets: zonder rem ga je te snel, met rem bepaal je de juiste snelheid.

In elektriciteit zorgt een weerstand ervoor dat:

• Een lamp niet te fel brandt

• Een ledlamp niet kapot gaat

• De stroom veilig blijft

Als je een verbruiker rechtstreeks op een batterij aansluit zonder weerstand, kan die te veel stroom krijgen en stuk gaan. Een weerstand beperkt dus de stroom in een stroomkring en beschermt zo de onderdelen zodat alles goed werkt.

Wist je dat …

weerstanden bestaan in verschillende groottes? Hoe groter de weerstand, hoe minder stroom erdoorheen kan. De grootte van een weerstand wordt duidelijk gemaakt aan de hand van een kleurencode op de weerstand.

3 De stroomkaart

3.1

Elektrische symbolen: de taal van stroom

Als we een stroomkring tekenen, gebruiken we symbolen die duidelijk, snel en internationaal herkenbaar zijn. Overal ter wereld gebruiken technici dezelfde symbolen om stroomkringen te begrijpen.

Elk onderdeel van een stroomkring krijgt zijn eigen elektrisch symbool:

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

De lamp is een cirkel met een kruis erin.

De batterij wordt voorgesteld met een lange en korte rechte streep.

De schakelaar is een open of gesloten lijn.

De motor is een cirkel met een M erin.

De weerstand is een rechthoek.

De geleider is gewoon een rechte lijn.

Noteer telkens de naam van het onderdeel van de stroomkring in de bovenste rij. Teken daarna het symbool in de onderste rij.

3.2 Waarom tekenen we een stroomkaart?

Een stroomkaart is een tekening van een stroomkring met symbolen. Door een stroomkaart te maken, zie je duidelijk hoe de elektriciteit stroomt, welke onderdelen er zijn, of de stroomkring gesloten is en of alles goed verbonden is.

Het tekenen van een stroomkaart helpt je om fouten te vermijden.

Bekijk de stroomkaarten en beantwoord de vragen.

Welke uitspraken zijn waar?

Dit is een gesloten stroomkring.

Enkel lampje A brandt.

De stroombron ontbreekt.

Een motor zorgt hier voor stroom.

Lampje A en B branden allebei niet.

De schakelaar ontbreekt.

Druk op schakelaar E. Wat gebeurt er?

Lampje A gaat branden.

Lampje A gaat uit.

Er gebeurt niets.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Druk op schakelaar G. Wat gebeurt er?

Enkel lampje A brandt.

Enkel lampje B brandt.

Lampje A en B branden allebei.

Draai lampje A los. Druk daarna op schakelaar G. Wat gebeurt er?

Enkel lampje A brandt niet.

Enkel lampje B brandt niet.

Lampje A en B branden allebei niet.

3.3 Een stroomkaart tekenen

Je wil twee ledlampjes laten branden met behulp van een batterij van 9 volt. De lamp kan je aan en uitzetten met een schakelaar. Je wil ook een motor toevoegen die tegelijk met de lampjes gaat werken. Voeg ook een weerstand toe in de stroomkring.

Teken de stroomkaart voor deze situatie.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

4 Stroomkaart wordt werkelijkheid

4.1 Veiligheid voorop

Energie is nodig om dagdagelijkse handelingen uit te voeren. Toch moeten we ook stilstaan bij het feit dat er enkele gevaren schuilen achter de energie die we gebruiken.

Gevaar van energie

Welke

Techniekhelden dragen bescherming

Als je werkt met elektriciteit, gereedschap of warmte, is het belangrijk dat je jezelf goed beschermt. Daarvoor gebruiken we persoonlijke beschermingsmiddelen, ook wel PBM genoemd. PBM zijn spullen die je draagt om ongelukken te voorkomen. Ze zorgen ervoor dat je veilig kan werken, ook als er iets misgaat.

Verbind elk gebodsbord met de overeenkomstige PBM en uitleg.

gebodsbord

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Beschermt …

werkjas/ schort tegen stof.

veiligheidsschoenen

mondmasker

veiligheidshesje

veiligheidsbril

helm

handschoenen

gehoorbescherming

je ogen tegen vonken, stof of hete druppels.

je oren tegen luid lawaai.

je kledij tegen vuil, spatten …

je handen tegen hitte, scherpe randen of elektriciteit.

je hoofd tegen vallende voorwerpen.

je voeten tegen vallende onderdelen.

je door je beter zichtbaar te maken in duistere omgevingen.

4.2 Wat is solderen?

Solderen is een techniek waarbij je onderdelen aan elkaar vastmaakt met een speciaal metaal dat smelt bij hoge temperatuur. Zo zorg je ervoor dat de stroom goed kan doorstromen en dat alle onderdelen stevig blijven zitten.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Solderen doe je met een hete soldeerbout. Daarom is het verplicht om een veiligheidsbril te dragen. Zo bescherm je je ogen tegen hete soldeertin of vonken.

Solderen vraagt precisie en veiligheid. Je werkt met warmte, dus volg goed de instructies, hou afstand van elkaar en werk rustig.

4.3 Klaar om te bouwen?

Het is tijd om aan de slag te gaan en een eerste stroomkring zelf te bouwen en solderen.

1 Onze werkplek klaarmaken en veiligheid

Voor we beginnen met solderen zijn er enkele zaken die zeer belangrijk zijn.

• We dragen altijd een veiligheidsbril als we aan het werken zijn!

• Een soldeerbout hou je altijd vast aan het handvat, nergens anders.

• Mocht je je toch verbranden aan de soldeerbout, onthoud dan goed: Eerst water, de rest komt later.

2 Bekijk de stroomkaart. Verzamel en controleer de onderdelen.

Materiaal rood ledlampje schakelaar weerstand 68 ohm batterijhouder voor twee AA-batterijen twee AA-batterijen schakeldraad weerstandlamp schakelaar +-

Gereedschap

soldeerbout met houder

soldeertin soldeerplankje

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

papiertape ontmanteltang kniptang

Zorg dat je materiaal klaarligt op je werkplek zoals op de foto hieronder.

3 De onderdelen voorbereiden

• Knip de schakeldraad in volgende lengtes: een stuk van 5 cm, een stuk van 4 cm en twee stukken van 3 cm.

• Om de draadjes te kunnen solderen, moet een stuk van de isolatie rondom de koperdraad verwijderd worden. Dit noemen we ontmantelen. Ontmantel iedere schakeldraad aan beide uiteindes tussen de 5 mm en de 10 mm.

• Plooi de beentjes van de led een beetje open zodat deze gemakkelijk te solderen zijn.

4 Leg het elektrisch circuit klaar zoals je tekende in je stroomkaart. Laat het controleren door de leerkracht.

weerstandlamp

schakelaar

5 Solderen

Bekijk eerst het instructiefilmpje over hoe je moet solderen. Om vlot te kunnen solderen gaan we altijd de verbinding die we moeten solderen vastplakken met papiertape op ons soldeerplankje.

Zo hoef je de schakeldraad, die warm zal worden, niet vast te houden met je handen.

Verwarm altijd het koper waarop de tin moet smelten om een stevige verbinding te hebben.

1 Verbind de pluspool van de batterijhouder met het stuk schakeldraad van 5 cm.

2 Verwarm het koper waar we tin op zullen smelten met de soldeerbout. Wanneer deze warm genoeg is, laten we een druppel tin smelten op deze verbinding.

3 Verbind de schakelaar met de andere kant van het stuk schakeldraad van 5 cm.

4 Maak je soldeerplankje terug vrij.

5 Soldeer de andere kant van de schakelaar aan het stuk schakeldraad van 3 cm.

6 Aan de andere kant van deze schakeldraad komt de weerstand. Soldeer deze daaraan vast.

7 Aan de andere kant van de weerstand komt opnieuw een stukje schakeldraad van 3 cm. Soldeer deze verbinding vast.

8 Soldeer aan het uiteinde van deze schakeldraad het lange (positieve) beentje van de led.

9 Sluit nu het elektrisch circuit door het laatste stukje schakeldraad te solderen tussen het korte beentje van de led (de negatieve kant) en de minpool van de batterijhouder.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

6 Controleer nu goed:

• Klopt de opstelling met het elektrisch schema? Zijn er geen verkeerde verbindingen gelegd?

• Zijn er draadjes die elkaar raken terwijl dit niet zou mogen?

• Zijn alle verbindingen degelijk en stevig gelegd?

7 Elektrisch circuit testen

Plaats twee batterijen in de batterijhouder en test of het ledlampje gaat branden.

5 Meten is weten: stroom in actie

Je hebt net een stroomkring gebouwd. Maar wat gebeurt er nu echt in die stroomkring?

5.1 Elektrische grootheden

Een vergelijking

Elektriciteit lijkt soms ingewikkeld, maar je kan het goed vergelijken met iets dat je kent: water in een tuinslang. Dat helpt je om beter te begrijpen wat spanning en stroomsterkte zijn.

Spanning is zoals de druk op het water in de tuinslang: hoe harder je de kraan opendraait, hoe meer het water eruit wil spuiten.

Bij elektriciteit is spanning de kracht die de stroom vooruit duwt. We meten spanning in volt (V).

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Spanning is de duwkracht: hoe hard de stroom wil bewegen. Spanning wordt gemeten in volt (V).

Stroomsterkte is zoals de hoeveelheid water die er door de slang stroomt. Een dikke slang laat meer water door dan een dunne.

Bij elektriciteit is stroomsterkte de hoeveelheid stroom die echt door de draad gaat. We meten stroomsterkte in ampère (A).

Stroomsterkte is de hoeveelheid stroom die er tegelijk stroomt. Stroomsterkte wordt gemeten in ampère (A).

Wat is weerstand dan?

Stel dat er hier en daar een knik in de tuinslang zit. Het water heeft dan meer moeite om door de slang te bewegen. Of stel dat je huis in brand staat. Je zou wel heel lang moeten blussen met een tuinslang. Daarom dat brandweermannen een veel grotere waterslang gebruiken, met een grotere diameter. Er komt dan meer water, met veel meer kracht. Weerstand bemoeilijkt dus de doorgang van het water, of in het geval van een stroomkring: de elektriciteit.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Weerstand is de mate waarin de stroomsterkte beperkt wordt. Weerstand wordt gemeten in ohm (Ω).

Een andere vergelijking die we kunnen maken om elektriciteit begrijpelijk uit te leggen, is de vergelijking met een snelweg.

rijvak afgesloten

Hoe kun je spanning, stroom en weerstand vergelijken met de snelweg? Kijk goed naar de afbeeldingen en leg elk begrip kort uit.

Spanning:

Stroomsterkte:

Weerstand:

Spanning: de duw in je stroomkring

De batterij in je stroomkring zorgt ervoor dat de stroom kan bewegen. Maar wist je dat batterijen verschillende krachten hebben? Die kracht heet spanning, en die wordt gemeten in volt (V).

Kijk eens goed naar de batterij die je gebruikt hebt in je gesoldeerde stroomkring. Staat er een getal op? Dat is de spanning: de ‘duwkracht’ die de stroom op gang brengt.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Welke van bovenstaande batterijen heeft de meeste kracht?

Welke batterij zou je gebruiken voor een felle lamp?

de spanning die in België uit het stopcontact komt 230 V bedraagt? Dat is dus veel meer dan de spanning van de meeste batterijen. Een batterij aanraken zal je niet echt voelen, maar je steekt dus toch beter je vingers niet in het stopcontact!

er bij een blikseminslag zo’n 100 miljoen volt aan energie vrijkomt?

we spanning opdelen in twee categorieën? We spreken over laagspanning tot 1000 volt. Alles daarboven noemen we hoogspanning.

Stroomsterkte: de drukte op de stroomweg

De lamp van je stroomkring brandt, dus er stroomt elektriciteit. Spanning geeft de kracht weer die de stroom op gang brengt. Maar die spanning zegt nog niet hoeveel stroom er echt door je lamp gaat. Ook hoeveel stroom er door de kring gaat, is belangrijk. Dat noemen we de stroomsterkte. Die stroomsterkte vertelt ons hoeveel elektrische deeltjes er tegelijk door de draad bewegen. De stroomsterkte drukken we uit in ampère (A).

Wist je dat …

5.2 De stroomdetective

Je hebt een stroomkring gebouwd: een batterij, een lamp, draden … Alles zit goed vast. Nu is het tijd om te meten wat er écht gebeurt in die kring. Hoeveel stroom gaat er door de kring? Hoe sterk is de spanning?

Daarvoor gebruiken we een multimeter. Dat is een toestel dat alle belangrijke grootheden van de elektriciteit kan meten: spanning, stroomsterkte en weerstand.

Er bestaan verschillende soorten multimeters. Hieronder zie je een voorbeeld. Het kan zijn dat de multimeters bij jullie in klas er wat anders uitzien, maar ze werken allemaal op dezelfde manier.

scherm

Aflezen van de gemeten waarde.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

meetpennen

Gebruik je om de meting uit te voeren.

Meestal rood en zwart.

inputs

Aansluitingen (meestal 3 of 4) om de meetpennen te connecteren.

Waarom is meten belangrijk?

• Je ziet of je stroomkring goed werkt.

draaiknop

Instellen wat je wil meten (stroom, spanning of weerstand).

• Je weet of je lamp te veel of te weinig stroom krijgt.

• Je kan fouten opsporen en oplossen.

• Je leert hoe elektriciteit echt werkt: niet alleen dat het lampje brandt, maar hoe en waarom.

Hoe gebruik je een multimeter?

spanning (V)

Hiermee meten we de spanning in een elektrisch circuit.

weerstand (Ω)

Hiermee meten we de weerstand die in een elektrisch circuit of een elektrisch component zit.

stroom (A)

Hiermee meten we de hoeveelheid stroom die door een elektrisch circuit stroomt.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

1 Bepaal wat je wil meten: spanning, stroomsterkte of weerstand.

2 Draai de knop op de juiste stand:

• V = spanning

• A = stroomsterkte

• Ω = weerstand

3 Sluit de meetpennen aan in de juiste inputs.

• De zwarte meetpen moet steeds in de COM-input.

• Voor het meten van de spanning moet de rode meetpen in de V-input.

• Voor het meten van de stroomsterkte moet de rode meetpen in de A-input.

• Voor het meten van de weerstand moet de rode meetpen in de Ω-input.

4 Plaats de meetpennen op de juiste plek in je stroomkring.

• Voor het meten van de spanning plaats je de zwarte meetpen op het negatieve punt en de rode meetpen op het positieve punt van het elektrisch circuit.

• Voor het meten van de stroomsterkte moet de multimeter verbonden zijn in het volledig elektrisch circuit. De stroom moet dus door de multimeter gaan.

• Voor het meten van de weerstand plaats je de meetpennen aan beide uiteinden van het onderdeeltje in het elektrisch circuit waarvan je de weerstand wilt meten.

5 Lees de waarde af op het scherm.

Werk altijd rustig en veilig. Vraag hulp als je twijfelt. En vooral: kijk goed wat je meet en wat het betekent!

Jij wordt stroommaker

Nu is het tijd om zelf aan de slag te gaan en stroomkringen te bouwen. Niet alleen met draden en lampjes… maar ook met citroenen!

6.1 De citroenbatterij

Onderzoek met drie citroenen

Oriëntatie

Onderzoeksvraag

Hoe kun je een lampje laten branden met enkele citroenen?

Hypothese

Ik denk dat

Voorbereiding

Materiaal

drie citroenen drie koperen plaatjes/muntjes drie ijzeren spijkers vier elektriciteitsdraden met krokodillenklemmen een ledlampje (rood) een multimeter

Uitvoering

Stappenplan

1 We bereiden de citroenen voor.

• Steek, voldoende diep, in elke citroen een ijzeren spijker.

• Steek in elke citroen een koperen plaatje. Zorg dat het de ijzeren spijker niet raakt!

2 We verbinden de citroenen.

• Verbind met een elektriciteitsdraad met krokodillenklemmen het koperen plaatje van de eerste citroen met de spijker van de tweede citroen.

• Verbind het koperen plaatje van de tweede citroen met de spijker van de derde citroen.

3 We sluiten het ledlampje aan.

• Nu heb je nog de spijker in de eerste citroen en het koperen plaatje in de derde citroen over.

• Verbind met een elektriciteitsdraad met krokodillenklemmen het negatieve korte beentje van de led met de metalen spijker van de eerste citroen.

• Verbind ook het positieve lange beentje van de led met het koperen plaatje van de derde citroen.

Resultaten

Brandt de lamp?

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Als de lamp niet brandt, controleer dan eerst nogmaals je schakeling. Je kunt ook de citroenen lichtjes kneden zodat het sap beter zijn werk doet.

Reflectie

Besluit

Tijd om te meten! We meten de spanning in de batterij met drie citroenen. Welke spanning kun je aflezen van het scherm van de multimeter?

gemeten spanning citroenbatterij met drie citroenen

citroenbatterij met zes citroenen

citroenbatterij met drie citroenen en een schakelaar

Onderzoek met zes citroenen

Oriëntatie

Onderzoeksvraag

Wat is de invloed van meer citroenen op de stroomkring?

Hypothese

Ik denk dat

Voorbereiding

Materiaal

zes citroenen zes koperen plaatjes/muntjes zes ijzeren spijkers zeven elektriciteitsdraden met krokodillenklemmen een ledlampje (rood) een multimeter

Uitvoering

Stappenplan

We bereiden de citroenen voor.

• Maak nog drie extra citroenen op dezelfde manier klaar: een citroen met een ijzeren spijker en koperen plaatje erin die elkaar niet mogen raken.

• Maak dezelfde schakeling als in het onderzoek met 3 citroenen, maar gebruik nu zes citroenen.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Resultaten

Brandt de lamp feller met zes citroenen dan met drie?

Hoe zou dit komen?

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Reflectie

Besluit

Tijd om te meten! We meten de spanning in de batterij met zes citroenen.

Welke spanning kun je aflezen van het scherm van de multimeter?

gemeten spanning

citroenbatterij met drie citroenen

citroenbatterij met zes citroenen

citroenbatterij met drie citroenen en een schakelaar

Onderzoek met citroenen en een schakelaar

Oriëntatie

Onderzoeksvraag

Hoe kun je een stroomkring met citroenen bedienen via een schakelaar?

Hypothese

Ik denk dat

Voorbereiding

Materiaal de drie citroenen met spijkers en muntjes in vijf elektriciteitsdraden met krokodillenklemmen een schakelaar een ledlampje (rood) een multimeter

Uitvoering

Stappenplan

1 Maak opnieuw de schakeling met drie citroenen. Kijk hiervoor terug naar het onderzoek met 3 citroenen.

2 Maak het circuit open aan het koperen plaatje van de derde citroen.

3 Verbind daar, via een elektriciteitsdraad met krokodillenklem, het koperen plaatje van de derde citroen met de aansluiting van de schakelaar.

4 Verbind via een elektriciteitsdraad met krokodillenklem de andere aansluiting van de schakelaar met het positieve (lange) beentje van de ledlamp.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Resultaten

Gaat de lamp aan en uit als je de schakelaar bedient?

Reflectie

Besluit

Tijd om te meten! We meten de spanning in de batterij met drie citroenen en een schakelaar. Welke spanning kun je aflezen van het scherm van de multimeter?

gemeten spanning

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

citroenbatterij met drie citroenen

citroenbatterij met zes citroenen

citroenbatterij met drie citroenen en een schakelaar

Vul in de tabel hierboven ook de andere meetresultaten aan.

Welke conclusies kun je trekken als je de metingen van de drie onderzoeken samenlegt?

Je hebt het zelf gezien: een citroen kan elektriciteit maken. Niet omdat er batterijen in zitten, maar omdat er zuur in de citroen zit. Als je daar twee verschillende metalen insteekt – bijvoorbeeld een koperen munt en een ijzeren spijker – dan gaan er kleine stroomdeeltjes bewegen tussen die twee metalen. Die beweging is een elektrische stroom. Als je dan die stroom via draadjes naar een ledlampje stuurt … dan kan het lampje gaan branden!

Hoe meer citroenen je verbindt, hoe meer spanning je krijgt en dus hoe meer energie. De spanning wordt groter, en je lampje kan feller branden.

Ontdek meer onderzoeksopdrachten op Polpo.

Laat het licht aan!

Jullie weten al heel wat over elektriciteit. Maar we hebben het nog niet gehad over lampen, en dat is toch waar het straks allemaal om draait om je idool te laten stralen in een zelfgemaakte lamp!

Natuurlijk licht

Elke dag schijnt de zon. Dat is natuurlijk licht: het sterkste en meest duurzame licht dat er bestaat. Zonder zonlicht zouden we niets zien, geen energie hebben, en zou er geen leven zijn.

de zon in één seconde genoeg energie uitstraalt om de hele aarde een half miljoen jaar van stroom te voorzien?

Kunstlicht

Maar als het donker wordt, gebruiken we kunstlicht in de vorm van lampen. Die lampen werken op elektriciteit en zijn er in allerlei soorten en maten.

Wist je dat …

Thomas Edison vaak de uitvinder van de gloeilamp wordt genoemd, maar hij eigenlijk niet de eerste was die met elektrisch licht experimenteerde? Wat Edison wel deed, was de eerste praktische en bruikbare lamp maken: eentje die lang bleef branden én veilig was voor thuisgebruik.

Edison meer dan 1000 materialen testte om de juiste gloeidraad te vinden? er dankzij zijn werk mensen voor het eerst hun kaarsen en olielampen konden vervangen door elektrisch licht?

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Sinds de gloeilamp van Edison is er veel veranderd: van gloeilampen schakelden we over naar spaarlampen, en van spaarlampen gingen we inmiddels over naar ledlampen. En tegenwoordig bestaan er zelfs slimme smartlampen die je met je telefoon kan bedienen!

Lampen zijn dus zuiniger, kleiner, krachtiger en slimmer geworden.

Wist je dat …

Bekijk het filmpje over kunstlicht. Beantwoord vervolgens de onderstaande vragen.

1 Welke soorten lampen worden vermeld in het filmpje? Noteer de juiste benaming bij elke afbeelding.

2 Waarvoor dient de schroefdraad van een lamp?

Wat zie je bij een gloeilamp en een spaarlamp?

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Hiernaast zie je een thermografische foto. Dit is een speciale foto die warmte zichtbaar maakt. In plaats van gewone kleuren zie je warme plekken in rood, oranje of wit en koude plekken in blauw of paars. Zo’n foto wordt gemaakt met een warmtecamera. Die camera ziet niet het licht, maar de temperatuur van dingen.

Een gloeilamp wordt heel warm en gebruikt daardoor veel energie om warmte en licht te maken. Die warmte is niet-nuttige energie. Een spaarlamp blijft koeler en gebruikt veel meer energie om licht te maken. Daarom is een spaarlamp veel zuiniger.

Ledlampen bestaan er in allerlei vormen en maten.

Welke lamp zou jij gebruiken om je idool te laten stralen?

in een lamp elektrische energie omgezet wordt in lichtenergie en warmte? Daarbij is de lichtenergie nuttige energie, en de warmte niet-nuttige energie. in een gloeilamp slechts 10% van de elektrische energie omgezet wordt in lichtenergie?

ledlampen tot 90% minder energie verbruiken dan gloeilampen? Perfect om zelf een duurzame lamp mee te gaan bouwen!

Wist je dat …

8 Werken met energie

Op de tekening op pagina 64-65 zie je veel verschillende beroepen. Sommige mensen werken rechtstreeks met elektriciteit, anderen zorgen voor duurzame energie, en nog andere helpen om energie veilig te gebruiken.

Kijk goed naar de tekening. Kleur de beroepen in: beroepen die rechtstreeks werken met elektriciteit kleur je blauw in, beroepen die zorgen voor duurzame energie kleur je groen en beroepen die helpen om energie veilig te gebruiken kleur je oranje.

Denk bij het maken van je keuze na:

• Wat doet deze persoon?

• Heef t dat iets te maken met stroom, licht, batterijen, zonnepanelen, windmolens …?

Welk beroep lijkt jou het leukst? Omcirkel het op de tekening.

Waarom kies je dit beroep?

Welke beroepen zorgen ervoor dat jouw lamp goed werkt?

Welke beroepen helpen om energie te besparen?

Jouw droomberoep in de

energiesector?

Misschien wil jij later elektriciteit aanleggen, of zonnepanelen plaatsen?

Of heb je net boeiende ideeën om energie te besparen of wil je meedenken aan de nieuwste duurzame energietechnieken voor de toekomst? Alles kan! Sommige beroepen zijn technisch, andere creatief, sommige buiten, andere binnen. Jouw keuze is uniek en helemaal oké!

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Hieronder zie je een tekening. Dat ben jij in jouw droomberoep! En alles is mogelijk, zolang het maar iets te maken heeft met elektriciteit of energie.

Stel jezelf voor in je droomberoep. Geef jezelf een werkoutfit en eventueel gereedschap dat bij het beroep past. Kleur, teken, plak … Wees creatief!

Vertel waarom je dat beroep kiest en wat je er leuk aan vindt.

Ik ben een omdat

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

7 Beroepen

Zoek op de beroepentekening van pagina 64 volgende beroepen en schrijf er het nummer bij.

1 ontwerper van veiligheidskledij 6 elektricien

2 installateur van zonnepanelen 7 reparateur

3 onderhoudstechnicus van windmolens 8 veiligheidsinspecteur

4 energieadviseur 9 technicus elektrische voertuigen

5 lichttechnicus 10 signalisatiemedewerker

8 Energielabel

Bekijk het energielabel en beantwoord de vragen.

9 Rebus

Los de rebus op.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Wat is het verbruik van dit toestel?

Als je het toestel een volledige dag (24 uur) laat aanstaan, hoeveel heeft het toestel dan verbruikt?

Van welk soort toestel zou dit een energielabel zijn?

Denk je dat dit een energiezuinig toestel is? Vergelijk eventueel met eenzelfde soort toestellen.

10 Kruiswoordraadsel

Los het kruiswoordraadsel op.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

horizontaal verticaal

1 Materiaal waar stroom goed door kan.

2 Om een stroomkring te openen/ sluiten.

3 De eenheid van spanning.

4 De eenheid van weerstand.

5 De eenheid van stroomsterkte.

6 Hoeveel stroom er tegelijk door een draad gaat.

7 Toestel om spanning, stroom en weerstand te meten.

6 Kracht die de stroom vooruit duwt.

8 Foto’s nemen die warmte tonen met kleuren.

9 Gesloten pad waarlangs stroom vloeit.

10 Stof die geen elektriciteit doorlaat.

11 Waar stroom vandaan komt, bv. batterij.

12 Verbruiker die stroom omzet in licht.

13 Sticker die zuinigheid van een toestel toont.

14 Eigenschap die zegt waar de pluspool en minpool zitten.

15 Onderdeel dat de stroom afremt.

Denkwijzer

We herbekijken nu even de stelling van ‘Denkwijs’.

‘Elektriciteit is er altijd en overal.’

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Toen was ik het met de stelling.

Nu ben ik het met de stelling.

Staaf je antwoord met twee nieuwe argumenten.

= argumenteren oneens eens oneens eens

Argumenteren, hoe doe je dat?

Soms kom je in situaties terecht waarin je de ander wilt of moet overtuigen van jouw standpunt. Dat doe je door goede argumenten te geven. 1

Je neemt een standpunt in:

Ik vind dat …

Ik denk dat … Volgens mij …

Je legt uit waarom je iets vindt: want … omdat … aangezien …

argument 1: argument 2:

Finale

Probleem

Het is tijd om je idool te laten schitteren in een zelfgebouwde lamp: een houten kubus die vanbinnen licht geeft. Aan de voorkant komt een afbeelding van jouw idool. Voor deze opdracht ga je aan de slag met hout én elektriciteit. We pakken het project aan zoals echte technici: ontwerpen, bouwen, afwerken, testen en evalueren.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Zoeken naar een oplossing

In de Starter koos en omschreef je jouw idool. Neem je idoolkaart er opnieuw bij.

Mijn idool is

In de lamp komt een foto waarop iets te zien is dat met je idool te maken heeft (je idool zelf, een logo, symbool …). Zo kun je je idool tentoonstellen.

Wat wil je dat er op de foto staat die in je lamp komt?

Ga nu op zoek naar de beste foto om in jouw lamp te gebruiken.

1 Zoek op het internet naar een afbeelding van je keuze.

2 Controleer of de afbeelding van goede kwaliteit is.

3 Kopieer de afbeelding en plak deze in een nieuw document van het tekstverwerkingsprogramma dat je op je computer gebruikt (Microsoft Word, Open Office …).

4 Kies een vorm waarin je de foto wil bijsnijden (hartje, cirkel, vierkant, ster …).

5 Klik op de afbeelding. Ga naar Afbeeldingsopmaak en kies voor Bijsnijden naar vorm. Selecteer de vorm waarvoor je koos in stap 4. De afbeelding wordt in die vorm gesneden.

6 Verschaal de afbeelding. De foto mag maximaal 7 cm breed en hoog zijn.

7 Controleer de afbeelding: zijn de afmetingen goed? Is de vorm correct? Is de afbeelding niet uitgerekt?

8 Print de afbeelding. Knip de vorm uit.

Ontwerp

De stroomkaart van je idoollamp

In de lamp zal je idool shinen via enkele gele ledlampjes.

Het elektrisch circuit van de lamp bestaat uit:

• drie (gele) ledlampjes

• een weerstand (33 ohm)

• een drukknopschakelaar

• een batterij (9 volt)

Alle onderdelen worden via geleiders verbonden.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Teken nu de stroomkaart voor je idoollamp.

Als de batterij aangesloten is en de schakelaar gesloten, dan branden de drie ledlampjes. Als een lampje stuk zou gaan of een geleider wordt onderbroken, dan is de volledige stroomkring onderbroken en werkt geen enkel lampje meer.

Uitvoering

1 Materiaal

onderdeelmateriaalaantalafmetingen afbeelding

bodemplaatMDF187 x 80 x 10 mm

achterplaatMDF190 x 80 x 10 mm

zijplaatMDF290 x 97 x 10 mm

dekselMDF1100 x 100 x 10 mm

voorplaattriplex190 x 100 x 3 mm

plexiplaatacrylglas179 x 79 x 3 mm

scharnier 116 x 12 mm

nagelsstaal1020 mm

batterijclip 9 V

batterij 9 V

2 Gereedschap

gereedschapafbeeldinggereedschapafbeelding

kniptang bankhamer papiertape boormachine

schaar figuurzaag

soldeerbout (met houder) houtboor ∅ 5 mm

meetlat houtlijm

potlood lijmpistool

schuurpapier - korrel 120/180 - korrel 240/400 - korrel 440/604

3 Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM)

4 Stappenplan

1 Voorbereiding van het hout

materiaal

achterplaat bodemplaat twee nagels

gereedschap

meetlat potlood boormachine houtboor ∅ 5 mm houtlijm bankhamer

stappenplan afbeelding

1 Neem de achterplaat. Deze vormt de basis voor het elektrisch circuit. Leg de plaat voor je met de onderzijde naar beneden. Dat is de zijde die 80 mm lang is.

2 Teken langs de onderzijde en de twee lange kanten van de achterplaat een lijn op 1 cm van de buitenrand. Op de stroken die zo ontstaan aan de buitenrand mag je zo meteen niet solderen.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

3 Boor een gaatje van 5 mm in de linkeronderhoek, net naast de lijntjes. Door dit gaatje komen later de draadjes van de schakelaar.

Let op: zorg dat je bij het boren de ondergrond niet beschadigd! Leg een restplankje onder de plaat of span de plaat op in een bankschroef.

4 Neem de bodemplaat erbij. Leg deze neer op tafel met de kortste zijde naar je toe. Neem nu de achterplaat en breng wat houtlijm aan op de onderrand. Zet de achterplaat recht tegen de onderplaat en controleer of het kleine gaatje vrij is.

Zet de achterplaat extra vast aan de onderplaat met nagels. Gebruik twee nagels op 2 cm van de rand.

2 Het elektrisch circuit bouwen

materiaal gereedschap

kopertape batterijclip 9 V weerstand 33 ohm vier gele ledlampjes stuk schakeldraad drukknopschakelaar batterij 9 V soldeertin

schaar kniptang soldeerbout veiligheidsbril

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

stappenplan afbeelding

1 Knip met een schaar drie stukken kopertape af met een lengte van ongeveer 3 cm. Kleef deze op de achterplaat zoals op de afbeelding.

2 Er is niet veel ruimte om het elektrisch circuit te kunnen opbouwen. Daarom is het nodig om enkele onderdelen wat kleiner te maken:

Halveer de beentjes van de weerstand door ze aan beide zijden de helft korter te knippen met een kniptang.

Maak de beentjes van elk ledlampje ook met de helft korter. Let op: elk ledje heeft een kort en een lang beentje. Zorg dat dit zo blijft na het korter knippen, anders zal je circuit niet werken!

3 Soldeer het rode draadje, de positieve pool van de batterijclip, aan de weerstand.

Let op: zodra je begint met solderen moet je een veiligheidsbril opzetten!

4 Neem een eerste ledlampje erbij. Soldeer de vrije kant van de weerstand aan het lange beentje van de ledlamp (dit is de positieve zijde).

5 Soldeer het korte (negatieve) beentje van de eerste led op de kopertape. Soldeer het lange (positieve) beentje van de tweede led vast aan de andere kant van de kopertape. Herhaal dit voor de rest van de leds: steeds van min naar plus.

6 Het laatste (negatieve) beentje van de vierde led soldeer je aan een kort stukje schakeldraad van 3 cm.

7 Het losse stukje schakeldraad steek je door het kleine gaatje in de achterplaat. Werk verder aan de achterkant (de buitenkant van de lamp). Soldeer dit draadje vast aan de ene aansluiting van de drukknopschakelaar.

8 Steek ook het zwarte draadje (de minpool) van de batterijclip door het kleine gaatje in de achterplaat. Soldeer het zwarte draadje aan de andere aansluiting van de drukknopschakelaar.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

9 Controleer het circuit: de stroom loopt nu van de pluspool → weerstand → leds → schakelaar → minpool. Sluit de batterij aan op de batterijclip. Als je nu de schakelaar indrukt, gaan de ledlampjes branden.

3 Maken van de kubus

materiaal gereedschap

twee zijplaten deksel voorplaat acht nagels

stappenplan

1 Leg alle onderdelen klaar op de juiste plaats en maak de kubus, zonder iets aan elkaar te bevestigen. Zo check je eerst of alles past.

2 Neem een eerste zijplaat en zet deze recht op de juiste plaats. Doe een beetje houtlijm op de randjes die tegen de grond- en achterplaat moeten komen. Zet de zijplaat extra vast aan de onderplaat met twee nagels, en aan de achterplaat met twee nagels. Zet de nagels op 2 cm van de rand.

3 Herhaal stap 2 voor de andere zijplaat. Werk rustig en netjes.

houtlijm bankhamer schuurpapier korrel 120/180

afbeelding

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

4 Schuur de halfopen kubus mooi op met schuurpapier (korrel 120 of 180). Controleer of alle randjes mooi glad zijn.

4 Voorkant van de lamp maken

materiaal gereedschap

voorplaat potlood boormachine houtboor ∅ 5 mm figuurzaag schuurpapier korrel 240/400 lijmpistool

stappenplan afbeelding

1 In de voorplaat zal een opening gemaakt worden waardoor je idool zichtbaar wordt. Kies zelf welke vorm je deze opening wil maken (een hartje, cirkel, ster …).

2 Teken de gekozen vorm in het midden van de voorplaat. Werk niet te dicht tegen de rand: zorg dat rondom de vorm minstens 1 cm hout over blijft.

3 Om de figuur te kunnen uitzagen, moet je eerst een klein gaatje boren aan de binnenkant van de figuur die je wil uitzagen. Boor het gaatje dicht tegen de rand van je tekening.

4 Steek het zaagblad van de figuurzaag in het kleine gaatje dat je net boorde. Nu kun je beginnen met het uitzagen van je getekende vorm.

Let op: werk rustig en zorg dat het plaatje goed vastgeklemd wordt om te vermijden dat het breekt door de trilling van de figuurzaag.

5 Schuur, indien nodig, je uitgezaagde vorm wat bij. Maak de randjes van de vorm effen.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

6 Laat het lijmpistool warm worden.

7 Verlijm de voorplaat op de halfopen kubus. Breng hiervoor in elk hoekje een klein druppeltje warme lijm aan. Gebruik hier geen nagels: dit geeft geen mooie afwerking.

5 Kubus af werken

materiaal gereedschap

deksel

scharnier lijmpistool

stappenplan afbeelding

1 Laat het lijmpistool warm worden.

2 Positioneer het deksel correct op de kubus. Breng wat warme lijm aan op de twee delen van het scharnier. Kleef het scharnier mooi op de verbinding van het deksel met de achterplaat van de kubus.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

3 Laat het scharnier drogen voor je het deksel opent.

6 Plexiglas

materiaal gereedschap plexiplaat afgedrukte foto van je idool

schuurpapier korrel 440/60 stappenplan afbeelding

1 Leg de plexiplaat met de kant waarop de beschermfolie kleeft op tafel.

2 Schuur de onbeschermde kant van de plexiplaat zachtjes, met cirkelvormige bewegingen, op met schuurpapier. Dit zal ervoor zorgen dat het licht mooier en zachter verdeeld wordt.

3 Draai de plexiplaat om en verwijder de beschermfolie.

4 Schuif de foto van je idool achter de voorplaat van je lamp. Schuif daarna de plexiplaat achter de foto.

7 Eindaf werking

materiaal

afgewerkte lamp decoratiemateriaal

gereedschap

schuurpapier korrel 240/400 lijmpistool

stappenplan afbeelding

1 Schuur de volledige lamp nogmaals op.

2 Werk je lamp af zoals jij dat wil. Je kunt het hout versieren, schilderen, erop tekenen …

3 Als je lamp helemaal af en droog is, moet enkel nog de drukknopschakelaar vastgelijmd worden op de achterplaat. Breng hiervoor wat warme lijm aan op de onderkant van de schakelaar.

Ingebruikname

Tijd om de lamp te testen!

Zet de schakelaar aan. Lichten alle leds goed op?

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Plaats de idoollamp nu op een leuke plek waar jij graag bent. Maak het een beetje donker. Kan jouw idool hier goed schitteren?

Vraag aan iemand anders om jouw idoollamp te testen. Is het duidelijk voor deze persoon hoe je de idoollamp laat branden?

Weet die persoon wie of wat jouw idool is?

Reflectie en evaluatie

Ben je tevreden met het eindresultaat? Wat zou je eventueel veranderen?

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Gebruik de tabel hieronder om te laten zien waar je goed in bent en waar je nog hulp bij nodig hebt. Duid in elke rij aan welke zin best bij jou past.

Ik heb geen werkende lamp kunnen maken.

Ik heb de onderdelen niet goed kunnen bevestigen.

Ik heb met veel hulp een werkende lamp kunnen maken.

Ik heb de onderdelen bevestigd, maar niet zoals gepland.

Ik heb met een kleine tip een werkende lamp kunnen maken.

Ik heb met hulp de onderdelen zoals gepland kunnen bevestigen.

Ik heb helemaal zelf een perfect werkende lamp kunnen maken.

Ik heb de onderdelen stevig en correct kunnen bevestigen en opnieuw verwijderen.

Ik heb een lamp gemaakt die na één keer stuk ging.

Ik heb mijn lamp niet mooi kunnen afwerken.

Ik heb mijn idool niet zichtbaar kunnen maken.

Ik heb een lamp gemaakt die één keer goed werkte.

Ik heb mijn lamp zo goed mogelijk kunnen afwerken.

Ik heb mijn idool beperkt zichtbaar kunnen maken.

Ik heb een lamp gemaakt die meerdere keren goed werkte.

Ik heb mijn lamp bijna perfect kunnen afwerken.

Ik heb mijn idool goed zichtbaar kunnen maken.

Ik heb een lamp gemaakt die stevig blijft na veel gebruik.

Ik heb mijn lamp tot in de puntjes kunnen afwerken.

Ik heb mijn idool schitterend en duidelijk zichtbaar kunnen maken.

Ik heb mijn werkplek niet veilig en netjes kunnen houden.

Ik heb snel opgegeven als iets moeilijk was.

Ik heb meestal veilig en netjes kunnen werken, soms met hulp.

Ik heb geprobeerd door te zetten, soms met aanmoediging.

Wat was het moeilijkste onderdeel?

Ik heb altijd veilig en netjes kunnen werken.

Wat was het makkelijkste onderdeel?

Ik heb kunnen doorgaan, ook als het lastig was.

Ik heb veilig en netjes kunnen werken en anderen geholpen om op te ruimen.

Ik heb nooit opgegeven en anderen kunnen motiveren.

Welk ontwerp heeft de meest zichtbare idool?

Welk ontwerp heeft de meest originele idool?

Woordenlijst

Duurzaam: geen schade toebrengend aan het milieu en de natuur

Dynamische elektriciteit: bewegende, elektrische stroom via elektrische ontladingen

Energie: wat nodig is om iets te laten werken of bewegen

Energiebron: iets waaruit een voorwerp energie haalt

Energielabel: label dat aangeeft hoe energiezuinig een toestel is

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Energieverbruik: hoeveelheid energie dat een apparaat van 1000 watt verbruikt in 1 uur (kWh)

Geleider: materiaal of voorwerp dat elektrische stroom doorlaat tussen stroombron en verbruiker

Isolator: materiaal of voorwerp dat elektrische stroom niet of amper doorlaat

Multimeter: meetinstrument om elektrische grootheden te meten

Ontmantelen: schakeldraad ontdoen van zijn kunststoffen beschermingslaag

Polariteit: pluspool en minpool van een stroombron of verbruiker

PBM: persoonlijke beschermingsmiddelen: veiligheidsmaatregelen ter bescherming tegen ongevallen op de werkvloer

Schakelaar: element in een stroomkring dat de kring kan onderbreken of sluiten

Solderen: techniek om metalen onderdelen te verbinden

Spanning: druk die stroombron uitoefent om de stroom door een kring te duwen, gemeten in volt (V)

Statische elektriciteit: niet-bewegende elektriciteit die vooral ontstaat door wrijving

Stroom: de hoeveelheid elektrische lading die per seconde door een geleider stroomt, gemeten in ampère (A)

Stroombron: energieproducerend element

Stroomkaart: tekening van een elektrische stroomkring met symbolen

Stroomkring: gesloten elektrisch circuit

Thermografie: manier om de temperatuur van een voorwerp of levend wezen in beeld te brengen

Verbruiker: elektrisch apparaat

Weerstand: elektrische component die de doorgang van stroom beperkt, gemeten in ohm (Ω)

Colofon

Ik kan

bepalen of er energie wordt verbruikt, of energie wordt geleverd.

voorbeelden geven van verschillende soorten energie. verschillende soorten energie herkennen in dagelijkse situaties.

uitleggen dat energie niet verloren gaat en wordt omgezet in een nuttige of een niet-nuttige vorm.

uitleggen wat het verschil is tussen statische en dynamische elektriciteit. voorbeelden geven van duurzame en niet-duurzame energiebronnen. elektrische toestellen vergelijken op basis van hun energielabel en energieverbruik.

voorbeelden geven en herkennen van stroombronnen en verbruikers. polariteit verklaren en de pluspool en de minpool van een stroombron benoemen. enkele voorbeelden geven van materialen die werken als geleider, en materialen die werken als isolator.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Auteurs Jonas Cottyn, Joke Lippens

Illustrators Martijn van der Voo, Lieven Vandenberghe Eerste editie

ISBN 978 90 4865 2815 - KB D/2026/0147/017

Bestelnummer 90 850 0120 - NUR 127 - Thema YPMT3

Verantwoordelijke uitgever die Keure, Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge

RPR 0405 108 325 - © Copyright by die Keure, Brugge

uitleggen wat de functie is van een stroombron, een verbruiker, een geleider, een schakelaar en een weerstand in een stroomkring. de delen van een stroomkring herkennen en benoemen. een stroomkring tekenen met de correcte symbolen voor elk onderdeel. uitleggen hoe een gegeven stroomkring werkt. PBM herkennen en correct gebruiken. een eenvoudig circuit zelf correct maken en solderen. veilig werken met elektrische componenten en gereedschappen. de elektrische grootheden spanning, stroomsterkte en weerstand uitleggen en de eenheid waarin ze uitgedrukt worden benoemen. een multimeter correct gebruiken. uitleggen waarom bepaalde lampen energiezuiniger zijn dan andere. Die Keure wil het milieu beschermen. Daarom kiezen wij bewust voor papier dat het keurmerk van de Forest Stewardship Council® (FSC®) draagt. Dit product is gemaakt van materiaal afkomstig uit goed beheerde, FSC®-gecertificeerde bossen en andere gecontroleerde bronnen. 9 789048652815

Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No parts of this book may be reproduced in any form by print, photoprint, microfilm or any other means without written permission from the publisher. De uitgever heeft naar best vermogen getracht de publicatierechten volgens de wettelijke bepalingen te regelen. Zij die niettemin menen nog aanspraken te kunnen doen gelden, kunnen dat aan de uitgever kenbaar maken.

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Issuu converts static files into: digital portfolios, online yearbooks, online catalogs, digital photo albums and more. Sign up and create your flipbook.
Max-techniek Module Shine Met Je Idool - nieuwsbrief by die Keure - Issuu