Skip to main content

Labo Taal en wereld 3 - Werkboek T5 (selectie) - proefmateriaal - inkijk

Page 1


Ik kan mijn voorkennis over de onderwerpen van dit thema delen en noteren. Intro Les 1

Mijn werkboek is ook mijn leerboek. Ik werk en netjes.schrijf

Welke onderwerpen komen in dit thema aan bod? Kijk goed naar de prenten, bespreek samen en noteer.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

2

Ik kan me oriënteren op een krantenartikel over planeten. Ik ken de planeten in ons zonnestelsel en weet hoe ik ze kan herkennen.

Spot de planetenparade

Giel Bosmans - 18 januari 2025, 17u55

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Als het weer meezit, dan kan je deze periode zes planeten tegelijk aan de hemel zien. Mars, Jupiter, Venus en Saturnus kan je met het blote oog zien, maar voor Uranus en Neptunus heb je een verrekijker of telescoop nodig. Eind februari breidt de planetenparade nog uit, want dan zal je ook Mercurius kunnen zien.

Sinds een aantal weken vormen zes van de acht planeten een soort lijn als je vanop onze planeet naar de hemel kijkt. Vanavond, en ook de komende weken nog, zal je die planeten dus samen kunnen spotten.

In het oosten zie je Mars, meer naar het zuiden toe staat Jupiter en helemaal in het westen vind je Saturnus en Venus, die heel dicht bij elkaar lijken te staan. Daartussenin heb je nog Uranus en Neptunus, de planeten die het verst van ons verwijderd zijn en je niet met het blote oog kunt zien. Voor Uranus volstaat een verrekijker, maar om Neptunus te zien, heb je een telescoop nodig.

Je kan de planeten het best bekijken in de vroege avond, na zonsondergang, maar Saturnus, Venus en Neptunus verdwijnen al rond 22 uur achter de horizon. Wil je de planetenparade goed kunnen zien, dan zoek je best een donkere plek met een vrij zicht op de horizon. En natuurlijk moet het weer ook meezitten. Zo mag het niet te bewolkt zijn.

Een tip voor wie planeten wil spotten: in tegenstelling tot sterren ‘ twinkelen’ ze niet. Als je gewoon naar de hemel kijkt, zie je de planeten als kleine bolletjes. Toch zijn de meeste planeten veel groter dan onze aarde. Mars kan je herkennen aan zijn oranjerode kleur.

Kijk je door een telescoop, dan zie je bij Jupiter de wolkenbanden en de vier grootste manen. Ook bij Saturnus kan je de ringen en een aantal maantjes zien.

Een planetenparade met zes planeten is niet zo heel uitzonderlijk, maar ook geen jaarlijkse gebeurtenis. Dat zeven planeten tegelijk aan de hemel staan, is unieker Eind februari voegt Mercurius zich bij de andere planeten van de planetenparade. Maar het zal niet makkelijk zijn om alle planeten waar te nemen. Mercurius, Saturnus, Venus en Neptunus verdwijnen al tijdens de schemering, ongeveer een uur na zonsondergang, achter de horizon. Om Mercurius te zien, heb je ook een telescoop nodig.

© Starwalk
W
Mars
Jupiter Uranus
Neptunus Venus Saturnus

Bekijk de tekst op de vorige pagina. Beantwoord de vragen.

- Waarover zal deze tekst gaan?

- Wat voor tekst is dit? een verhaal een artikel een instructie

- Wat zijn de kenmerken van dit type tekst?

Noteer ze op de juiste plaats tussen de tekst.

- Waarom heeft iemand deze tekst geschreven? Wat is het doel van de schrijver?

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Lees de tekst. In januari kon je een parade van zes planeten aan de hemel zien.

Noteer de namen van de planeten op de juiste plaats bij de windroos.

Welke beschrijving hoort bij ‘ster’ en welke bij ‘planeet’?

Noteer deze woorden op de juiste plaats in de tabel.

HEMELLICHAMEN

Ik ben een hete, gloeiende gasbol die heel ver weg in de ruimte staat. Ik geef zelf licht en warmte. Op een heldere nacht zie je mij twinkelen aan de hemel.

Ik ben donker en koeler. Ik geef zelf geen licht, maar weerkaats de stralen die op mij schijnen. Ik volg een vaste baan door de ruimte. Soms zie je mij als een klein bolletje aan de hemel.

spotten iets zien door goed te kijken de planeet een hemellichaam dat om de zon draait de parade een stoet, een optocht de telescoop een instrument om sterren en planeten te bekijken de horizon een lijn in de verte waar aarde en lucht elkaar lijken te raken twinkelen snel achter elkaar meer of minder licht geven, schitteren uniek wat heel bijzonder is en weinig voorkomt de schemering het moment dat de zon nog niet helemaal op of onder is

In februari stonden zeven planeten tegelijk aan de hemel. Lees de opdrachten en duid de antwoorden op het schema hieronder aan.

- Hoe kan je de planeten zien? Kleur de vakjes met de namen van de planeten in de juiste kleur.

• Ik kan ze met het blote oog zien. Kleur het vakje groen

• Ik kan ze met een verrekijker spotten. Kleur het vakje geel

• Ik kan ze enkel met een telescoop bekijken. Kleur het vakje blauw.

- Vier planeten kan je enkel in de vroege avond zien, kort na zonsondergang. Daarna verdwijnen ze snel achter de horizon. Omcirkel de namen van deze planeten in het schema.

- Welke planeten worden hier bedoeld? Schrijf de vetgedrukte woorden in de lege kaders en teken een pijltje naar de juiste planeet.

• J e herkent me aan mijn wolkenbanden .

• J e herkent me aan mijn ringen

• J e herkent me aan mijn oranjerode kleur.

Mercurius

De zon en de planeten

Ik weet dat de zon de ster van ons zonnestelsel is. Ik ken de namen van de planeten in ons zonnestelsel in de juiste volgorde.

Schrijf één of twee zinnen bij iedere afbeelding. Gebruik de gegeven woorden.

ster – zon

planeten – zonnestelsel

draaien – aarde – as – dag

Noteer de namen van de planeten in de juiste volgorde.

Aarde – Jupiter – Mars – Mercurius – Neptunus – Uranus – Saturnus – Venus

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

de zon

Bekijk de tabel hieronder aandachtig.

Noteer de namen van de planeten op de juiste plaats in het schema.

Heeft deze planeet ringen?

Aantal manen bij deze planeet

Kleur van deze planeet

Mercurius nee 0 donkergrijs

Venus nee 0 wit (wolken), geel/oranje

Aarde nee 1 blauw, groen, geel, rood

Mars nee 2 oranjerood

Jupiter ja 63 bruin, rood en wit

Saturnus ja 60 geel, richting polen groener

Uranus ja 27 blauwgroen

Neptunus ja 13 blauwgroen

Planeten met ringen , zonder manen

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Planeten met ringen en manen

Planeten zonder ringen, met manen

Deze twee planeten hebben dus geen ringen en geen manen:

Noteer de namen van deze planeten. Kijk goed naar de kleur van de planeet.

Vergelijk met de info in de tabel hierboven.

Ik kan een samenstelling maken van twee woorden.

Markeer de samenstellingen.

ringen manen krantenartikel planeten Venus drinkwater rivier hemellichaam wolkenband schemering

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Voeg telkens twee woorden samen en maak een samenstelling. Gebruik elk woord één keer.

berg – wereld – ijs – brand – bos – bol

Schrijf eerst een juist woord onder elke tekening. Schrijf daarna de samenstelling.

Voeg een woord toe en maak een samenstelling. water +

Les 10 Titel

Onze aarde in de ruimte

Ik kan voorspellen wat er in een tekst komt. Ik weet wat bij ons zonnestelsel hoort.

Hoe noemt Paxi onze planeet en waarom? Noteer in een zin. 1 2 3

Kijk en luister naar het fragment ‘Onze aarde in de ruimte’. Welke antwoorden hoor je bij deze vragen? Noteer kernwoorden.

Ons zonnestelsel hoort bij een groter sterrenstelsel. Wat is de naam?

Hoe noemt Paxi onze aarde?

Op zijn reis door het heelal ontdekt Paxi nieuwe werelden en objecten. Wat ziet hij allemaal?

Wat ziet Paxi in de landschappen op aarde en herkent hij van op de planeet Ally-O?

Schrijf deze woorden op de juiste plaats in het schema. Aarde – de Melkweg – de zon – planeten – het zonnestelsel

het heelal sterrenstelsels bv. planetenstelsels bv.

WIST JE DAT?

Het heelal bestaat uit (meer dan) 100 miljard sterrenstelsels.

In één sterrenstelsel zitten wel duizenden planetenstelsels.

een ster

zoals andere hemellichamen (manen, kometen, dwergplaneten ...) :

Mercurius

Venus

Mars

Jupiter

Saturnus

Uranus

Neptunus

Mensen op de maan

Ik kan informatie verzamelen voor een artikel over de maanlanding door vraagwoorden te gebruiken.

Welke informatie haal je uit het fragment?

Noteer kernwoorden onder de afbeeldingen.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Onze planeet goed bekeken

Ik kan verklaren waarom onze aarde de blauwe planeet wordt genoemd. Ik kan verwoorden wat de atmosfeer is.

Ik onderzoek een boon en kan voorspellingen maken over hoe die groeit.

Ik ken de verschillende lagen van de aarde en weet hoe warm ze zijn.

Beantwoord de onderstaande vragen door informatie uit de wist-je-datjes te halen.

- Stel dat onze aarde een taart zou zijn.

Kleur de delen die water zijn met blauw, en de delen die land zijn met bruin .

Wistdat?je

Vanuit de ruimte kun je goed zien dat we op een blauwe planeet leven. Oceanen en zeeën bedekken maar liefst twee derde van de aardbol. Eigenlijk is het een beetje raar dat we onze planeet ‘aarde’ noemen en niet ‘water’.

- Dit honderdveld stelt al het water op onze planeet voor. Welk deel is zoet water, en welk deel is zout water? Noteer.

Wistje dat?

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Het grootste deel (97%) van al het water op aarde bevindt zich in de oceanen en zeeën, en is dus zout.

Slechts een klein deeltje van al het water, drie van de honderd delen (3%), is zoet. En van dat kleine beetje kunnen we maar een heel klein beetje gebruiken.

- Schrijf de woorden op de juiste plaats in het schema. zout – zoet – gletsjers en ijskappen – oceanen – rivieren en meren – grondwater water op aarde

zeeën

Zoet water is geschikt voor het maken van drinkwater en van groot belang voor de mens. Het wordt geproduceerd door neerslag (regen, sneeuw en hagel). Van het zoete water is twee derde bevroren. Dat zit opgeslagen in gletsjers en in grote ijskappen. Het andere deel kom je tegen in rivieren, meren en grondwater.

Wistdat?je

WE LEVEN IN EEN KAS

Niet zo’n kleine kas van glas, maar een enorme kas van gas!

Rond de aarde ligt een onzichtare deken van gassen, waardoor de energie van de zon wordt vastgehouden en het aardoppervlak opwarmt. Zonder dat deken zou het hier op aarde ijskoud zijn en zouden we niet kunnen leven.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Het deken van gassen om de aarde noemen we bestaat uit verschillende gassen, zoals broeikasgassen de temperatuur op aarde.

De atmosfeer bestaat uit vijf lagen. Ons

Noteer de begrippen op de juiste plaats bij de prent. aarde – atmosfeer – broeikasgassen – dampkring – zuurstof – zon

Zijn de volgende uitspraken waar of niet waar? Kruis aan.

1. De atmosfeer is een deken van gassen om onze aarde.

2. In onze dampkring zitten enkel broeikasgassen.

3. We kunnen op aarde leven zonder broeikasgassen.

4. De zon warmt onze aarde op.

5. Zonder broeikasgassen zou het op aarde heel warm zijn.

Deze dunne laag is hard en rotsachtig. Ze bestaat uit losse aardplaten die naast elkaar liggen en een beetje kunnen bewegen. Het is hier het minst warm: tussen 0 en 1000 graden. Deze laag is veel dikker dan de bovenste laag. Het gesteente is er meestal stevig, maar hogerop wordt het stroperig, zoals honing. Hier is het warmer dan in de bovenste laag, tot wel enkele duizenden graden. Diep in het midden van de aarde zit de heetste laag. Deze bestaat uit twee delen: een buitenkern en een binnenkern. De buitenkern is zo gloeiend dat het metaal er vloeibaar wordt. Daarbinnen zit een grote bol van vast metaal, de binnenkern . Hoewel de temperatuur hier tot boven de 6000 graden gaat, blijft de bol toch hard door de enorme druk.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

De aarde bestaat uit verschillende lagen. Je ziet ze hieronder op de afbeelding.

N oteer de naam van iedere laag in het juiste kader. de aar dkern –de aardmantel –de aardkorstW aaruit bestaat elke laag? Verbind iedere laag met de juiste omschrijving.

Iedere laag heeft een andere temperatuur. Kruis het juiste antwoord aan.W elke laag is het minst heet? de kern de mantel de korstW elke laag is het heetst? de kern de mantel de korst

Formuleer een conclusie over de temperatuur van de aardlagen. Vul aan.

Hoe dieper in de aarde, .

Ik kan voorspellen waarover de tekst gaat op basis van de titel en de afbeeldingen. Ik kan uitleggen wat de gevolgen zijn van een vulkaanuitbarsting voor de mens.

Vulkanen blijven voor rampen zorgen

Regelmatig barsten er vulkanen uit. Vaak moeten mensen hun huizen verlaten en vluchten voor de hete lavastroom. Vulkanen hebben in het verleden al vaker grote rampen veroorzaakt.

Bij een vulkaan is er een opening in de aarde. Het gesteente dat bovenkomt, vormt een berg. Bij een uitbarsting stroomt er lava door de berg, via de krater naar buiten. Lava is gesteente dat vloeibaar en erg heet is. Een uitbarsting zorgt ook voor hoge aswolken, die gevaarlijk zijn voor motoren van vliegtuigen. Soms wordt het vliegverkeer daardoor voor dagen stilgelegd.

1

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Noteer met woorden uit de tekst wat je ziet op de foto.

De hoogste vulkaan van Europa is de Etna. Die ligt op het Italiaanse eiland Sicilië. De vulkaan is nog altijd actief. Dit jaar nog waren er enkele uitbarstingen. De laatste grote ramp gebeurde in 1669. De Etna verwoestte toen een deel van de stad Catania. Ongeveer 25.000 mensen kwamen om. In de buurt van Sicilië ligt het kleine eiland Stromboli. Daar is een vulkaan met dezelfde naam nog erg actief.

Italië heeft nog meer bekende vulkanen. Bij de stad Napels ligt de Vesuvius. Die vulkaan verwoestte in het jaar 79 de stad Pompeï. De resten van de stad zijn beroemd. Nog altijd komen toeristen Pompeï bezoeken. Je kan er zelfs doden van die ramp zien. Lava stroomde over hun lichamen. Daarom lijken ze op beelden van steen.

De laatste uitbarsting van de Vesuvius was in 1944. Wat als er nog eens een grote uitbarsting gebeurt? In en rond Napels wonen meer dan een half miljoen mensen.

Herwerking van een artikel verschenen op www.wablieft.be

Noteer de namen van de drie bekendste vulkanen bij de kaart van Italië.

Napels

Stromboli

Sicilië

Etna leeft weer

De Etna toont opnieuw dat hij leeft. De Etna is een vulkaan op het eiland Sicilië in Italië. Met zijn 3.329 meter is het de hoogste vulkaan van Europa. De Etna is ook erg actief: bijna elk jaar is er wel een uitbarsting.

Ook nu spuwt de vulkaan weer lava uit. De hete lava stroomt in lange banen naar beneden. Tijdens de nacht geeft het vuur in de lava veel licht. Gelukkig zorgt deze uitbarsting niet voor grote problemen. Dat was vroeger wel anders. In 2001 duurde een uitbarsting 24 dagen. Toen liep de lava 2.000 meter naar beneden en vernielde ze gebouwen en een kabelbaan.

Omdat de Etna zo actief is, gelden er nu strengere regels voor toeristen. Ze mogen de vulkaan nog steeds bezoeken, maar ze moeten op minstens 50 meter afstand van de lava blijven. Zo wil de overheid ongelukken voorkomen. Sommige toeristen probeerden vroeger selfies te maken met de lava op de achtergrond. Dat is erg gevaarlijk, want ze staan dan met hun rug naar de vulkaan.

Beantwoord de volgende vragen met een zin.

Herwerking van een artikel verschenen op www.wablieft.be

- Wanneer zorgde een uitbarsting van de vulkaan Etna voor veel problemen?

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

- Waarom is het zo gevaarlijk om een selfie te nemen met lava op de achtergrond?

- Welke maatregel heeft de overheid genomen om ongelukken te vermijden?

Welke gevolgen kan een uitbarsting hebben voor de mens? Herlees beide teksten en noteer twee gevolgen.

uitbarsten plotseling tevoorschijn komen (zoals lava uit een vulkaan) de vulkaan een (meestal bergvormige) opening in de aarde waaruit lava kan komen de lava hete, vloeibare stoffen die bij een vulkaanuitbarsting naar buiten stromen actief op dit moment werkend of levend spuwen iets met kracht naar buiten laten komen de selfie een foto die je van jezelf neemt (meestal met een gsm)

de aardas

De aarde draait in één dag (24 uur) rond haar aardas

de aardkern

De aardkern is de heetste aardlaag van onze planeet en bestaat uit twee delen: een binnenkern en een buitenkern.

de aardmantel

Onder de aardkorst zit de veel dikkere aardmantel, waaruit magma kan opborrelen.

de aswolk

Bij een vulkaanuitbarsting komt er een grote aswolk uit de krater van de vulkaan.

de bewolking

Door de zware bewolking zat de zon de hele dag achter de wolken.

de aarde

Wij leven op planeet aarde, de derde planeet in het zonnestelsel.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

de condensatie

Door condensatie verandert waterdamp in waterdruppels en regent het.

de aardkorst

De buitenste, harde aardlaag waar wij op leven, is de aardkorst.

de aardplaat

De aardkorst bestaat uit aardplaten die langzaam bewegen.

de atmosfeer

De atmosfeer of dampkring is de luchtlaag rondom de aarde waardoor wij kunnen leven.

het broeikasgas

Broeikasgassen in de atmosfeer houden de warmte van de zon vast, en veroorzaken klimaatverandering.

de dampkring

De atmosfeer of dampkring is de luchtlaag rondom de aarde waardoor wij kunnen leven.

de evenaar

De evenaar is de denkbeeldige lijn die de aarde in twee helften verdeelt: een noordelijk en een zuidelijk halfrond.

het gesteente

Het vaste materiaal waaruit de aardkorst en aardmantel zijn opgebouwd, is gesteente

de hittegolf

Een periode van minimum drie dagen met temperaturen boven de 30 °C is een hittegolf

de klimaatverandering

Klimaatverandering gebeurt wanneer het gemiddelde weer, het klimaat, langzaamaan verandert.

de lava

Wanneer magma uit een vulkaan stroomt, noemen we het lava

de gematigde klimaatzone

Wij bevinden ons in een gematigde klimaatzone met zachte temperaturen en vier seizoenen.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

de Melkweg

De Melkweg is het sterrenstelsel waarin ons zonnestelsel en de aarde zich bevinden.

het grondwater

Water dat zich in of onder de grond bevindt, noemen we grondwater.

het klimaat

Het gemiddelde weer in een bepaalde regio over een lange periode vormt het klimaat

de krater

Het magma van een vulkaan komt via de krater naar buiten.

het magma

Magma is een gloeiend heet, vloeibaar gesteente dat in het binnenste van de aarde zit.

het mineraal

Mineralen zijn soorten gesteentes waarvan we bijvoorbeeld sieraden kunnen maken.

de neerslag

Waterdruppels die uit de lucht vallen, zoals bv. sneeuw of regen, noemen we neerslag.

de oceaan

Een oceaan is een grote watermassa van zout water die een groot deel van de wereldbol bedekt.

de orkaan

Een orkaan of tyfoon is een heel zware storm die boven warm zeewater ontstaat en veel schade kan aanrichten.

de planeet

Een planeet is een hemellichaam dat in een vaste baan rond een ster draait.

het seizoen

Een seizoen is een deel van het jaar (ongeveer drie maanden), zoals de lente, zomer, herfst of winter.

het noordelijk halfrond

Het deel van de aarde ten noorden van de evenaar, waar onder andere België ligt, is het noordelijk halfrond.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

de ster

Een ster is een reusachtige bol van heet gas in de ruimte, waar planeten rond draaien.

het oppervlaktewater

Al het water dat zichtbaar is boven de grond, noemen we oppervlaktewater.

de overstroming

Een overstroming gebeurt wanneer land onder water loopt waar het normaal droog is.

de polaire klimaatzone

In een polaire klimaatzone zijn er koude temperaturen en is er weinig zonlicht op een jaar.

de sneeuwstorm

Wanneer er sneeuw valt als het stormt, ontstaat er een sneeuwstorm

de telescoop

Met een telescoop kun je planeten vergroot zien.

de temperatuur

De temperatuur geeft aan hoe warm of koud iets is.

de tijdzone

Doordat het niet overal op aarde op dezelfde tijd dag of nacht is, is de wereld verdeeld in tijdzones

de tyfoon

Een orkaan of tyfoon is een heel zware storm die boven warm zeewater ontstaat en veel schade kan aanrichten.

verdampen

Water verdampt door warmte en verandert langzaam van vloeibaar naar waterdamp.

de vulkaanpijp

Via de vulkaanpijp loopt het magma in de magmakamer naar boven.

de thermometer

Met een thermometer kun je de temperatuur meten.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

de waterkringloop

De waterkringloop is dat water verdampt, wolken vormt, als regen naar beneden valt en zo steeds opnieuw rondgaat.

de tropische klimaatzone

In een tropische klimaatzone is het warm en is er een droogseizoen en een regenseizoen.

uitbarsten

Als een vulkaan uitbarst, kan er er een grote lavastroom ontstaan.

de vulkaan

Een vulkaan is een opening in de aarde met een krater, waaruit lava kan vloeien.

de waterbom

Bij een waterbom is er extreem hevige neerslag, en kunnen er overstromingen ontstaan.

het weer

Het weer is de temperatuur, bewolking, neerslag en wind op een bepaald moment.

Toetswijzer Wereld

WAT

Les 3 De zon en de planeten

Ik weet dat de zon de ster van ons zonnestelsel is.

Ik ken de namen van de planeten in ons zonnestelsel in de juiste volgorde.

Maak nu je oefentoets op Kabas.

TIP

werkboek p. 6-7

Onthoud dat de zon een ster is, die ons licht en warmte geeft.

Oefen de planeten in de juiste volgorde met een tekening.

Les 7 Onze planeet goed bekeken werkboek p. 11-13

Ik kan verklaren waarom onze aarde de blauwe planeet wordt genoemd.

Ik kan verwoorden wat de atmosfeer is.

Ik ken de verschillende lagen van de aarde en weet hoe warm ze zijn.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Bekijk een wereldbol. Al het blauw dat je ziet, zijn zeeën en oceanen.

Denk aan de zon die op een broeikas schijnt: de kas houdt de warmte binnen.

Bekijk een doorsnede van de aarde en onthoud: hoe dieper, hoe warmer.

Les 10 en 11 Vulkanen werkboek p. 16-21

Ik kan vertellen hoe een vulkaan ontstaat en waarom een vulkaan uitbarst.

Ik weet wat de gevolgen van een vulkaanuitbarsting zijn voor de mens.

Oefen het verhaal: van aardplaten die bewegen tot magma dat naar boven komt.

Denk aan het dagelijks leven van mensen. Som voor- en nadelen op.

Les 15 Onze aarde draait werkboek p. 25-27

Ik weet dat de aarde in één dag van west naar oost om haar as draait. Ik weet dat die draaiing zorgt voor dag en nacht.

Ik ken de namen en data van de vier seizoenen en kan kenmerken van elk seizoen opsommen.

Oefen met een bal en een lamp. Kleef een sticker op de bal en draai de bal linksom/tegen wijzerzin. Beschrijf wat je ziet.

Herhaal de vier seizoenen met hun begin- en einddatum en som enkele typische kenmerken op.

Les 17 Wat een weer werkboek p. 28-31

Ik weet dat het weer wordt bepaald door temperatuur, bewolking, neerslag en wind.

Kijk naar buiten en benoem de vier elementen van het weer.

Les 20 De waterkringloop werkboek p. 35-37

Ik kan verwoorden wat een waterkringloop is en gebruik daarbij de passende woorden.

Oefen de kringloop als een verhaal: water verdampt, vormt wolken en valt als neerslag naar beneden.

Les 23 Weer en klimaat werkboek p. 39-43

Ik ken de naam en ligging van de werelddelen en oceanen.

Ik kan het verschil tussen weer en klimaat uitleggen.

Ik ken de kenmerken van enkele klimaatzones.

Oefen op een wereldkaart en zeg bij elke naam waar die ligt.

Onthoud: weer is vandaag, klimaat is over een lange tijd.

Denk per klimaatzone aan hoe warm of koud het is, en hoeveel regen er valt.

Les 26 Klimaatverandering werkboek p. 47-50

Ik kan oorzaken en gevolgen van de klimaatverandering opsommen.

Ik kan vertellen wat we kunnen doen om de aarde voor iedereen leefbaar te houden.

Onthoud dat de mens de klimaatverandering veroorzaakt (auto’s, fabrieken ..., maar ook de gevolgen ervan draagt (stormen, droogte …)

Denk aan kleine dingen die jij zelf kan doen voor het klimaat: korte douches, verwarming lager, te voet of met de fiets naar school …

Les 29 Extreem weer werkboek p. 51-53

Ik begrijp dat het klimaat invloed heeft op het weer.

Ik ken enkele extreme weersverschijnselen: orkaan, tyfoon, hittegolf, sneeuwstorm en waterbom.

Het klimaat van een land bepaalt het weer in dat land. Daarom komen orkanen in België niet voor, en regent het bijna nooit in een woestijn.

Oefen elk woord met een kort voorbeeld of een tekening.

Toetswijzer Taal

Les 4 Samenstellingen

Ik kan een samenstelling maken van twee woorden.

Les 14 Afleidingen

Ik kan afleidingen maken van een grondwoord met een voor- of achtervoegsel.

Les 21 Verkleinwoorden

Ik kan verkleinwoorden maken met de achtervoegsels -je, -pje, -tje en -etje.

Oefen Taalwijs verder met Kai.

werkboek p. 8

Bedenk zelf zo veel mogelijk samenstellingen. Zoek twee woorden en voeg ze samen.

werkboek p. 24

Voorvoegsels zijn stukjes die je voor het grondwoord kunt kleven: be-, ge-, ver-, te-, on-. Achtervoegsels zijn stukjes die je erachter kunt kleven: -ing, -ig, -el, -sel, -baar, -zaam, -er, -st(e).

werkboek p. 38

Benoem met verkleinwoorden wat je rond je ziet. bv. stoeltje, raampje, pennetje, tafeltje, boekje, gommetje, kindje, balletje, bedje, zeteltje …

Les 2 De planetenparade werkboek p. 3-5

Ik kan me oriënteren op een krantenartikel over planeten. Ik ken de planeten in ons zonnestelsel en weet hoe ik ze kan herkennen.

Les 9 Uitbarsting

Ik kan voorspellen waarover de tekst gaat op basis van de titel en de afbeeldingen. Ik kan uitleggen wat de gevolgen zijn van een vulkaanuitbarsting voor de mens.

Les 18 Het weerbericht

Ik kan informatie halen uit een weersvoorspelling.

Ik begrijp dat het weer gevolgen heeft voor mijn activiteiten.

Les 25 Er is wat met het klimaat

Ik kan informatie uit krantenartikelen halen en afleiden. Ik weet wat de gevolgen van de opwarming van de aarde zijn voor de mens.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Les 13 Vulkanen over de hele wereld

Ik kan informatie over een vulkaan meedelen aan mijn klasgenoten.

Bekijk eerst de titel, foto’s en tussentitels en zeg waarover de tekst zal gaan vóór je begint te lezen.

werkboek p. 14-15

Lees de titel en kijk naar de afbeeldingen. Wat weet je al over het onderwerp? Vertel wat je denkt dat er zal gebeuren in de tekst.

werkboek p. 32-33

Gebruik verschillende kleuren en duid in de tekst in dezelfde kleur aan wat bij elkaar hoort.

Bekijk de weersvoorspelling van vandaag. Bedenk wat je wel of niet kan doen.

werkboek p. 44-46

Zoek antwoorden op vragen als wie, wat, waar en wanneer, en onderstreep die informatie in de tekst. Lees zinnen met ‘dus’, ‘daarom’ of ‘gevolg’ extra goed: daar leid je nieuwe informatie uit af.

werkboek p. 23

Maak eerst een kort lijstje van de belangrijkste dingen die je wil vertellen. Oefen hardop en spreek rustig en duidelijk. Kijk naar je klasgenoten terwijl je spreekt. Vertel in een logische volgorde: begin, midden, einde.

Les 19 Kartonnen dieren voor het klimaatwerkboek p. 34

Ik kan vertellen wat ik al weet over het klimaat. Ik kan mijn mening geven en onderbouwen met informatie.

Zeg eerst wat je weet, daarna wat je vindt. Geef minstens één voorbeeld of reden. Gebruik woorden als: bijvoorbeeld, zoals, omdat, want, daarom, dus …

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook