

van het land
Naam:
Klas: Nummer:
Mijn werkboek is ook mijn leerboek. Ik werk en netjes.schrijf
Vul het woordweb over België aan.
Ik kan België situeren op een wereldbol en wereldkaart. Ik kan de schoolgemeente situeren op een kaart van België. Ik kan een woordweb maken met wat ik weet over België en de schoolgemeente.
INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE
België
In welke gemeente ligt jouw school? Noteer de naam. Vul het woordweb aan met wat je weet over deze gemeente.
gemeente
België, klein land, groot plezier
Ik kan informatie halen uit een folder over het leven in België.

Ontdek België
Klein land, groot plezier
Waar ligt België?
België ligt in het westen van Europa. Het grenst aan Nederland, Frankrijk, Duitsland en Luxemburg. Door die ligging is België al heel lang een plaats waar mensen samenkomen, wonen en werken.
De hoofdstad van België is Brussel. Dat is een grote en levendige stad waar mensen uit veel verschillende landen wonen en werken. In Brussel staan ook belangrijke gebouwen van de Europese Unie. Daar komen leiders van over de hele wereld samen om belangrijke beslissingen te nemen. Daarom wordt Brussel soms ook de hoofdstad van Europa genoemd.


INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE
In welke provincie woon jij? Noteer. 1 2 3
Wat is de hoofdstad van België? Noteer.
Waarom wordt deze stad soms ook de hoofdstad van Europa genoemd? Markeer in de tekst.
Talen en provincies
In België zijn er drie landstalen. Dat zijn de talen die officieel gebruikt worden. Welke taal je hoort, hangt af van waar je bent.
In het noorden ligt Vlaanderen. Daar is Nederlands de voertaal
Vlaanderen heeft vijf provincies: West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Antwerpen, Vlaams-Brabant en Limburg.
Elke provincie bestaat uit verschillende gemeenten
In een gemeente wonen mensen, gaan kinderen naar school en zijn er winkels, speelpleinen en verenigingen. Sommige gemeenten zijn klein en rustig, andere zijn groot en druk. Grote gemeenten noemen we vaak steden.
In het zuiden ligt Wallonië. Daar is Frans de voertaal.
Wallonië telt ook vijf provincies: Henegouwen, Waals-Brabant, Namen, Luik en Luxemburg.
In een klein gebied in het oosten van België spreken de mensen Duits. Dat gebied hoort bij de provincie Luik.
Veel Belgen spreken meer dan één taal. Dat is typisch voor ons land.
Nederlands Frans Duits
Benoem deze delen van België.
N (noord) Z (zuid) O (oost) W (west)

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE
Leven in België
België staat bekend om zijn lekker eten. Frietjes, chocolade en wafels zijn geliefd over heel de wereld. Veel mensen vinden dat Belgische chocolade en frietjes tot de beste behoren die er zijn.
Maar in België is er niet alleen lekker eten, het is er ook mooi en je ziet afwisselende landschappen. Je vindt er steden met pleinen en oude gebouwen, bossen om in te wandelen, groene velden en een kust met zand en zee.
Doorheen het jaar zijn er ook veel feesten en tradities. In sommige gemeenten zijn er kermissen of stoeten, in andere kerstmarkten of dorpsfeesten. Dat gebeurt niet overal op dezelfde manier, en dat maakt België zo boeiend.
België is misschien niet groot, maar het is een land vol talen, mensen, smaken en tradities. Wie goed kijkt, ontdekt elke dag iets nieuws. Ga je mee op ontdekking?



Waarom schrijft iemand een folder over België? En waarom lees je deze folder? Verbind de schrijver en de lezer met de juiste doelen. wil informatie geven over België.
De schrijver wil ontdekken wat je allemaal in België kan zien en beleven. De lezer wil meer te weten komen over België. wil de lezer zin doen krijgen om België te ontdekken.
de hoofdstad de belangrijkste stad van een land waar vaak de leiders van het land zitten de landstaal de taal die in een land gesproken wordt officieel volgens de regels of wetten de voertaal de taal die mensen meestal spreken in een land of gebied de provincie een deel van een land bestaande uit meerdere gemeenten de gemeente een dorp of stad met eigen bestuur het landschap hoe het land eruitziet, zoals bergen, bossen of velden de traditie iets wat mensen al lang op een bepaalde manier doen
Bekend in België:
INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE
Vul het schema aan met informatie uit de tekst.
Landstalen:
Werelddeel:
Land:
Provincies:
Buurlanden (met landgrens):
Ik kan verschillende soorten zinnen herkennen en vormen.
Schrijf de zinnen in de juiste kolom.
Waar ligt België?
België ligt in Europa.
Ik woon graag in België!
mededelende zin
Ik wil iets vertellen of meedelen.
INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE
Ik gebruik een punt
vragende zin uitroepende zin
Ik wil iets vragen.
Ik wil iets uitroepen.
Ik gebruik een vraagteken .Ik gebruik een uitroepteken
Maak van deze zin een ander soort zin. Denk aan de hoofdletters en het juiste leesteken.
Ik eet graag wafels.
- een vragende zin:
- een uitroepende zin:
Verbind elke zin met de juiste soort zin.
België ligt in het westen van Europa.
In welke gemeente ligt jouw school?
In België zijn er drie landstalen.
Veel Belgen spreken meer dan één taal!
Ga je mee op reis?
Schrijf zelf een nieuwe en passende zin. Denk aan de hoofdletters en het juiste leesteken.
mededelende zin vragende zin uitroepende zin
mededelende zin vragende zin uitroepende zin
Maak kennis met burgemeester Geert
Ik kan informatie over de taak van een burgemeester achterhalen uit een interview.
Wat weet je al over een burgemeester? Noteer kernwoorden in een woordweb.
INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE
burgemeester
Wat zijn de taken van een burgemeester volgens burgemeester Geert? Noteer er drie.
Hoe kan je burgemeester worden volgens burgemeester Geert? Noteer in kernwoorden.
Wat vindt burgemeester Geert leuk aan zijn job, en wat vindt hij moeilijk? leuk moeilijk
Zou jij graag deel uitmaken van de kindergemeenteraad van jouw gemeente?
Waarom wel of waarom niet? Bespreek.
Ik kan inhoud verzamelen voor een folder over mijn schoolgemeente. De leukste plek van het land
Algemene info
naam gemeente: postcode: provincie:
aantal inwoners:
belangrijkste plaats / gebouw:
rivier, kanaal of meer:
landschap en natuur: bos heide grasland strand andere:
Wat maakt mijn gemeente bijzonder?
mooie plekken of natuur:
INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE
lekker eten / drinken:
speciale feesten of evenementen:
1 2 3
Top 3 voor bezoekers
Welke activiteiten moet je hier zeker doen?
Ik kan uitleggen wat verkiezingen zijn.
Stemmen voor de gemeenteraadsverkiezingen is niet verplicht. Vind jij het belangrijk dat mensen gaan stemmen? Waarom wel of waarom niet? Bespreek. 1 2 3
Kijk en luister naar het videofragment over gemeenteraadsverkiezingen. Beantwoord de volgende vragen.
VERKIEZINGEN
INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE
Wat zijn verkiezingen?
Waarom stemmen we?
Wanneer zijn het gemeenteraadsverkiezingen?
Wie mag stemmen voor de gemeenteraadsverkiezingen?
Leg de volgende begrippen uit in je eigen woorden.
de democratie de politieke partij de gemeenteraad de schepenen

Ik kan informatie zoeken in tabellen en grafieken.

Is het waar dat er meer jongens dan meisjes geboren worden in ons land?
INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Hoeveel jongens en meisjes zitten er in jouw klas? Zijn het er evenveel? Dat zou best wel eens kunnen, want er worden ongeveer evenveel meisjes als jongens geboren in België. Toch zijn er net iets meer jongens.
Er worden in België iets meer jongens dan meisjes geboren. Als er 100 kinderen geboren worden, dan zijn dat ongeveer 51 jongens en 49 meisjes. En eigenlijk is dat overal ter wereld zo!
Als je dat in een grafiek tekent, dan ziet dat er zo uit:
Percentage jongens en meisjes van 8 in België

© Statbel
De balk voor de jongens is een beetje langer, omdat er meer jongens zijn.
Handig, zo’n grafiek! Je moet geen lange teksten lezen om te weten te komen of er meer jongens of meisjes zijn.
Maar wat we hier zien, is niet altijd overal zo.
In de gemeente Aalter (in de provincie Oost-Vlaanderen) zijn er meer meisjes dan jongens van acht jaar.
Percentage jongens en meisjes van 8 in Aalter

© Statbel
Waarom is de roze balk langer bij deze grafiek? Noteer in een zin.
Waarom is een grafiek handig? Markeer het antwoord in de tekst.

In de gemeente Zuienkerke (in de provincie West-Vlaanderen) is het dan weer duidelijk andersom
Percentage jongens en meisjes van 8 in Zuienkerke

© Statbel
Maar als je alle kinderen in België bekijkt, dan zijn er net iets meer jongens. Het antwoord op onze vraag is dus ‘ja’.

Wat was onze vraag? Noteer.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE
Bekijk nu ook eens de grafieken van Geraardsbergen, Holsbeek, Zutendaal en Genk.
Percentage jongens en meisjes van 8 in Geraardsbergen

Percentage jongens en meisjes van 8 in Zutendaal

Percentage jongens en meisjes van 8 in Holsbeek

Percentage jongens en meisjes van 8 in Genk

Noteer de namen van de gemeenten op de juiste plaats in de tabel.
Geraardsbergen – Holsbeek – Zutendaal – Genk – Aalter – Zuienkerke
meer jongens dan meisjes van 8 jaar evenveel jongens als meisjes van 8 jaar meer meisjes dan jongens van 8 jaar
© Statbel

Maak een grafiek van het aantal jongens en meisjes in jouw klas.
- Tel de jongens en de meisjes in je klas.
- Kleur een vakje voor elk meisje of elke jongen in de onderstaande balken.
- Noteer in het laatste vakje hoeveel het er zijn.
Aantal meisjes en jongens in de klas


INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE
Is het waar dat er meer vrouwen dan mannen wonen in België?
Raar, maar ook op deze vraag is het antwoord ‘ja’. Hoe kan dat?
Vrouwen leven vaak langer dan mannen.
Wist jij dat er in ons land ongeveer 3000 mensen 100 jaar of ouder zijn?! Dat zijn vooral vrouwen. Zo zijn er ongeveer 500 mannen die ouder zijn dan 100 jaar, en wel 2500 vrouwen.

Vul de grafiek verder aan.
Noteer de informatie uit de tekst hierboven op de juiste plaats bij de grafiek.
Aantal mannen en vrouwen van 100 jaar of ouder in België
de grafiek een tekening om gegevens te vergelijken het percentage getal waarmee je aangeeft om hoeveel (procent) het gaat zoals 70% de balk een rechthoek andersom omgekeerd, omgewisseld
Les 10
Noteer de windrichtingen en de tussenwindrichtingen bij de windroos. Schrijf er ook de juiste afkorting bij in hoofdletters.
- Kleur de pijl naar het noorden rood op de windroos.
- Met welk zinnetje kan je de windrichtingen gemakkelijk onthouden?
Antwoord met de juiste windrichting.
Waar komt de zon op?
Waar gaat de zon onder?
In welke windrichting komt de zon nooit?

Neem een kompas en kijk er goed naar. Wat weet je over de naald van het kompas? Noteer in een zin.
- Wat zie je als je in de klas naar het noorden, oosten, zuiden en westen kijkt? Vul aan in de tabel. Ik kijk naar het
INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE
Ardennen
De Ardennen zijn een gebied in België met veel bossen en heuvels.

de bevolking
De bevolking van België groeit, omdat er baby’s geboren worden en mensen hier komen wonen.

het bevolkingsaantal
België heeft een bevolkingsaantal van meer dan 11 miljoen mensen.

Brussel
Brussel is de hoofdstad van België.

de buurgemeente
Beernem en Oostkamp zijn buurgemeenten die naast elkaar liggen.

de atlas
De atlas bevat kaarten van de hele wereld.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE
de coördinaat
Een coördinaat geeft met een getal en/of letter de plaats van een punt aan.
België
Wij wonen in België, een land met steden, dorpen en verschillende talen.

de bevolkingsdichtheid
De bevolkingsdichtheid is hoog in grote steden en laag op het platteland.

de burgemeester
De burgemeester neemt beslissingen voor de gemeente.

het buurland
Nederland is een van de vijf buurlanden van België.

de deelgemeente
De meeste Belgische steden zijn opgedeeld in deelgemeenten.

Verenigd Koninkrijk
de democratie
In een democratie mogen mensen stemmen, zoals bij verkiezingen voor de burgemeester.

het dorp
In het dorp van mijn grootouders is het rustig en kent iedereen elkaar.

Europa
België ligt in het werelddeel Europa.

het gebergte
De Alpen zijn een gebergte in Europa met hoge bergen en sneeuw.

het gemeentehuis
We gingen naar het gemeentehuis voor een nieuwe identiteitskaart.

dichtbevolkt
Brussel is een dichtbevolkte stad, waar veel mensen dicht bij elkaar wonen.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE
de globe
In het klaslokaal staat een grote globe waarop je alle landen kunt zien.

dunbevolkt
In de bergen is het dunbevolkt, want er wonen weinig mensen en er zijn weinig huizen.

de folder
In de folder staat informatie voor toeristen.

de gemeente
De gemeente zorgt voor speelpleinen, scholen en veilige straten.

de gemeenteraad
De gemeenteraad neemt belangrijke beslissingen voor de gemeente.

het Heuvelland
Het Heuvelland is een gebied met veel kleine heuvels en mooie wandelpaden.

de hoofdplaats
Brugge is de hoofdplaats van de provincie WestVlaanderen.

het hoogteverschil
Het hoogteverschil tussen een plateau en de vlakte is groot.

het interview
In het interview stelde de journalist vragen aan de burgemeester over het nieuwe speelplein.

de kaart
Een kaart is een tekening van een land of de wereld waarop je plaatsen en wegen kunt zien.

de Kempen
De Kempen zijn een vlak en bosrijk gebied in Vlaanderen.

de hoofdstad
De leiders van België komen samen in de hoofdstad Brussel om beslissingen te nemen.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE
de kust
We gaan elke zomer naar de kust om te zwemmen in de zee.

de infrastructuur
De infrastructuur van de stad bestaat uit wegen, bruggen, treinsporen en fietspaden.

de inwoner
De inwoners van Antwerpen noemen we Antwerpenaren.

het kanaal
Het kanaal is een waterweg die door mensen is gemaakt en waar schepen op varen.

het kompas
De wandelaar gebruikt een kompas om zijn weg te vinden in de bergen.

het land
Er zijn bijna 200 landen in de wereld en elk land heeft een eigen vlag.

Toetswijzer Wereld
Les 3 Mijn gemeente in beeld
Les 7 Ik kies voor jou
Les 10 Oost west, thuis best
Ik kan belangrijke plaatsen in mijn gemeente benoemen.
Ik kan voorbeelden geven van diensten en voorzieningen in mijn gemeente.
Ik kan zeggen hoe het landschap van mijn gemeente eruitziet (stedelijk, landelijk, natuur, bos, weilanden, heide …).
9 Ik kan uitleggen wat verkiezingen zijn.
13 Ik ken de hoofd- en tussenwindrichtingen.
Ik kan een kaart juist oriënteren.
Ik kan belangrijke plaatsen zoeken op een gemeentekaart.
Les 12 Zo zit een kaart in elkaar 14-15 Ik weet wat een legende bij een kaart is.
Ik kan symbolen op een kaart lezen.
Ik kan eenvoudige coördinaten gebruiken.
Ik weet dat kaarten een schaal hebben.
Les 15 Ik zie, ik zoek en ik situeer 18-21 Ik kan me oriënteren op een kaart.
Ik kan de legende en coördinaten bij een kaart lezen.
Les 18 Allemaal stukjes België 24 -25 Ik ken de buurlanden van België.
Ik ken de provincies van België met hun hoofdplaats.
Ik kan de provincies aanduiden op een kaart van België.
Ik kan de taalgrens aanduiden op een kaart van België.
Les 20 Hoog en laag in België 27-28 Ik weet wat reliëf is.
Ik weet wat een vlakte, heuvel en plateau zijn.
Ik kan op een kaart de kust, de Kempen en de Ardennen aanduiden.
Ik kan hoogteverschillen lezen op een kaart.
Les 23 Water in België
INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE
Les 26 Veel volk of lekker rustig?
Les 29 Slim aan de slag met de atlas
30-31 Ik kan op een kaart de Schelde, Maas en IJzer benoemen.
Ik kan op een kaart tonen waar de Noordzee ligt.
Ik ken het verschil tussen een rivier en een kanaal.
Ik kan rivieren opzoeken in een atlas.
35-36 Ik weet wat bevolkingsdichtheid is.
Ik kan dun- en dichtbevolkte gebieden herkennen op een kaart.
Ik kan een register van een atlas raadplegen.
Ik kan informatie van verschillende kaarten in de atlas aflezen.
Ik kan plaatsen opzoeken in een atlas.
Maak nu je oefentoets op Kabas.
TIP OM TE LEREN
- Schrijf plaatsen in je gemeente op (bv. school, gemeentehuis, winkel …). Schrijf erbij wat je daar kan doen.
- Denk aan gebouwen en plaatsen in de buurt. Waar ga je naartoe? bv. Je bent ziek. Je wilt een brief versturen. Je gaat sporten.
- Kijk rond in je omgeving. Is dit stedelijk of landelijk? Benoem.
- Kijk naar een foto in een krant of tijdschrift. Is dit stedelijk of landelijk? Benoem.
- Werk per twee. Speel ‘ik zie, ik zie wat jij niet ziet.’ Iemand bedenkt een voorbeeld. De ander benoemt dat als landelijk of stedelijk. Bijvoorbeeld: een winkelcentrum – stedelijk, een weiland – landelijk.
- Vertel in eigen woorden: verkiezingen, inspraak, politieke partij, gemeenteraad, burgemeester, schepenen.
- Waarover gaat het? Benoem.
• Mensen stemmen en kiezen wie mee mag besturen. (verkiezingen)
• Groep mensen die verkozen zijn en beslissingen nemen voor de gemeente. (gemeenteraad)
• J e mag je mening geven en meebeslissen. (inspraak)
- Gebruik het kompas op p. 18. Zeg de windrichtingen hardop en wijs aan.
- Neem een kaart. Leg de windroos erop. Zorg dat het noorden bovenaan ligt. Kies twee plaatsen.
Vertel waar de ene plaats ligt ten opzichte van de andere.
- Weet je het nog? Waar komt de zon op? Waar gaat de zon onder? Waar komt de zon nooit?
- Kijk naar de legende op p. 15, 19 of 20. Waar wordt een legende voor gebruikt? Vertel.
- Kies een symbool. Zoek het op de kaart. Leg uit wat het betekent.
- Kijk naar de kaart op p. 15. Duid een plaats aan. Zeg waar die plaats ligt met de coördinaten.
- Dek de antwoorden af bij de vragen op p. 14, oefening 2. Maak de oefening opnieuw.
- Oefen met een blinde kaart van België of gebruik p. 25. Duid een provincie aan. Benoem de provincie en de hoofdplaats.
- Werk per twee. Iemand zegt een provincie. De ander noemt de hoofdplaats. Het kan ook omgekeerd: zeg de hoofdplaats, de ander noemt de provincie.
- Probeer dit eens: sluit je ogen. Reis door België. Noem de provincies met hun hoofdplaats.
- Kijk op de kaart. Ga met je vinger over de taalgrens. Welk deel van België ligt ten noorden? Welk deel ligt ten zuiden?
- Kijk naar de kaart op p. 24. Duid België aan op de kaart. Benoem de landen errond.
- Bekijk de kaart op p. 27. Duid aan: vlakte – heuvel – plateau. Ga met je vinger langs de kust – de Kempen – de Ardennen.
- Zet de woorden in een trap van laag naar hoog. Zeg bij elk woord ook een kenmerk.
- Dek de antwoorden af bij de foto’s op p. 28. Benoem de reliëfvorm.
- Duid de Schelde, de Maas en de IJzer aan op een blinde kaart. Controleer door op te zoeken in een atlas.
- Wijs de Noordzee aan.
- Wat is het verschil tussen een rivier en een kanaal? Leg uit in een zin.
INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE
- Wat betekent bevolkingsdichtheid? Vertel.
- Wat zie je in een dunbevolkt gebied? Geef zeker twee kenmerken.
- Wat zie je in een dichtbevolkt gebied? Geef zeker twee kenmerken.
- Bekijk de kaart op p. 36. Duid een druk en rustig gebied aan. Leg uit waarom je dit kiest.
- Wat is het verschil tussen een dorp en een stad? Vertel.
Tips bij het gebruiken van een atlas:
- Zoek een plaats alfabetisch op in het register.
- Lees de titel van de kaart. Bekijk de legende.
- Gebruik de coördinaten. Zoek eerst de juiste rij en daarna de juiste kolom.

Toetswijzer Taal
Les 4 Soorten zinnen en leestekenswerkboek p. 6
Ik kan verschillende soorten zinnen herkennen en vormen.
Oefen Taalwijs verder met Kai.

Bekijk je Memoboekje op p. 50.
Les 14 Zelfstandig naamwoord en lidwoordwerkboek p. 17
Ik kan lidwoorden en zelfstandige naamwoorden herkennen in een woordgroep of zin.
Les 21 Eigennamen
Ik kan zelfstandige naamwoorden als eigennaam herkennen en bedenken.

Bekijk je Memoboekje op p. 41.
werkboek p. 29
Bekijk je Memoboekje op p. 41.
Les 2 België, klein land, groot plezierwerkboek p. 3-5
Ik kan informatie halen uit een folder over het leven in België.
Zoek in de folder gericht naar antwoorden op vragen en onderlijn de belangrijkste info.
Les 9 Tabellen en grafieken vertellenwerkboek p. 10-12
Ik kan informatie zoeken in tabellen en grafieken.
Lees eerst de titel en kijk goed naar de assen, daarna zoek je het juiste cijfer.
Les 17 Kinderen baas werkboek p. 22-23
Ik kan verwoorden waarom ik een tekst lees. Ik leer wat een kindergemeenteraad is.
Les 25 Avonturen in het Hageland
Ik kan uitleggen waarom mensen een folder lezen. Ik kan voorbeelden zoeken van hoe de schrijver ons probeert te overtuigen om ergens naartoe te gaan.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE
Denk vóór het lezen na waarom je de tekst leest.
werkboek p. 32-34
Zoek zinnen die je aanspreken en noteer hoe de schrijver je probeert te overtuigen.
Les 5 Maak kennis met burgemeester Geert werkboek p. 7
Ik kan informatie over de taak van een burgemeester achterhalen uit een interview.
Les 13 Fier op mijn gemeente
Ik kan de juiste informatie vinden door aandachtig te kijken en te luisteren.
Noteer de belangrijkste informatie in kernwoorden na het luisteren.
werkboek p. 16
Herbekijk het fragment en luister aandachtig. Noteer meteen de info die belangrijk lijkt.
Eerste editie - Bestelnummer 65 1000 791 (werkboek 1 van 7) ISBN 978 90 4865 428 4 - KB D/2026/0147/123 - NUR 191/192
Thema YPCA/YPMP-YPJH - Afbeeldingen Adobe Stock Verantwoordelijke uitgever die Keure, Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 – © Copyright die Keure, Brugge 9 789048654284