Skip to main content

Labo Taal en wereld 3 - Handleiding T5 (selectie) - proefmateriaal - inkijk

Page 1


Handleiding

Inleiding

Onze aarde, de blauwe planeet

In dit thema gaan de leerlingen op een spannende ontdekkingsreis … vanuit de ruimte helemaal naar het hart van onze planeet. Ze starten bij de zon en de planeten van ons zonnestelsel en ontdekken dat de aarde een bijzondere plek is: een prachtige blauwe bol, vol water en omgeven door een beschermende atmosfeer die leven op aarde mogelijk maakt. Ze ontdekken dat de aarde voortdurend beweegt en dat het leven op aarde daardoor van plek tot plek verschilt. Ze leren de aarde niet alleen van buitenaf te bekijken, maar ook van binnenuit, door te onderzoeken hoe ze is opgebouwd en hoe natuurlijke processen, zoals vulkaanuitbarstingen en de waterkringloop, werken. Doorheen dit thema krijgen de leerlingen zo een beeld van de aarde als levende planeet waarop mensen, dieren en planten samenleven.

Focus op aardrijkskunde

In de lessen wereldoriëntatie staan vooral aardrijkskundige begrippen en processen centraal. De leerlingen leren eerst over het zonnestelsel en de planeten, en ontdekken dat de zon een ster is die licht en warmte geeft. Daarna gaan ze dieper in op onze eigen planeet: waarom ze blauw lijkt, wat de rol is van zoet en zout water, en hoe de atmosfeer het leven op aarde mogelijk maakt. Ze bekijken de verschillende lagen van de aarde en leren over temperatuurverschillen van binnen naar buiten. Vervolgens onderzoeken ze vulkanen: hoe ontstaan ze, waarom barsten ze uit en welke gevolgen hebben uitbarstingen voor de mens en omgeving? De lessen gaan verder met de beweging van de aarde: de draaiing om de eigen as en de beweging rond de zon, waardoor dag en nacht en de seizoenen ontstaan. Ze verkennen het weer en leren hoe temperatuur, neerslag, wind en bewolking samen het weer bepalen. Vanuit het weer ontdekken ze de waterkringloop en het belang van water voor het leven op aarde. Tot slot leren de leerlingen over het verschil tussen weer en klimaat en leren ze hoe het klimaat verschilt over de wereld. Ze praten over klimaatverandering en leren hoe menselijke activiteiten bijdragen aan extreem weer, zoals hittegolven, orkanen of overstromingen. De topografie komt ook aan bod in dit thema, waarbij de leerlingen oefenen met werelddelen, oceanen en enkele vulkanen zoals de Etna.

Focus op krantenartikels en tekstoriëntatie

In dit thema gaan de leerlingen intensief aan de slag met informatieve teksten, met een sterke focus op krantenartikels. Ze leren dit teksttype herkennen aan typische tekstkenmerken zoals een duidelijke titel en inleiding, foto’s, tussentitels en korte alinea’s. Door die kenmerken te verkennen vóór het lezen, krijgen de leerlingen houvast en leren ze beter inschatten waar de tekst over zal gaan. Ze lezen onder andere artikels over de planeten, vulkanen, het weer en klimaatverandering, telkens gekoppeld aan de inhoud van de lessen wereld. Zo ontdekken ze dat informatieve teksten bedoeld zijn om kennis te delen en dat de opbouw van de tekst hen helpt om die informatie sneller en gerichter te begrijpen.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

De leesstrategie ‘tekstoriëntatie’ staat dit thema centraal bij lezen, luisteren en spreken. De leerlingen leren om een tekst eerst te verkennen vóór ze beginnen te lezen: ze bekijken de titel, afbeeldingen, tussentitels en opvallende woorden en voorspellen waarover de tekst zal gaan. Ze leren om tijdens het lezen of luisteren hun voorspellingen bij te sturen, en na afloop te controleren of hun verwachtingen klopten. Door tekstoriëntatie toe te passen bij krantenartikels, weersvoorspellingen en luisterfragmenten, ontwikkelen de leerlingen een actieve lees- en luisterhouding die hen helpt om informatie beter te begrijpen en te onthouden.

In de lessen taalwijs oefenen de leerlingen op samenstellingen, afleidingen en verkleinwoorden.

Praktische aandachtspunten

Voor dit thema zijn er enkele voorbereidingen nodig.

- Zorg dat er een wereldbol en een wereldkaart in de klas aanwezig zijn.

- Plan momenten in om het weer (meermaals) te observeren en voorzie meetinstrumenten om temperatuur (thermometer), neerslag (pluviometer), windrichting (vlaggen, bomen, rook, windvaan) en windsnelheid (anemometer) te meten.

- Ga op zoek naar actueel nieuws en krantenartikels die aansluiten bij de inhoud van dit thema.

Bronnen

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

In dit thema worden enkele fragmenten gebruikt uit de volgende bronnen: - www.vrt.be

- Knappe koppen - Klimaat en weer, Rosie Cooper, Uitgeverij Boycott - www.wablieft.be

- Superleuke weetjes - vulkanen, Christiana Braun, Uitgeverij Bontekoe - 123 superslimme dingen die je moet weten over het klimaat, Mathilda Masters, Uitgeverij Lannoo - Vulkanen, Susan Schaeffer, Schoolsupport - www.scienceworld.ca - www.klimaatbrigade.be

Themaoverzicht

Week 1 Vlot en vloeiend lezen

5 x 25 minuten

Les 1 Intro 50 minuten

Les 2 Begrijpend lezen: Planetenparade 50 minuten

Les 3 De zon en de planeten 50 minuten

Les 4 Taalwijs: Samenstellingen 25 minuten

Les 5 Luisteren: Onze aarde in de ruimte 25 minuten

Les 6 Schrijven: Mensen op de maan

Les 7 Onze planeet goed bekeken

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

50 minuten

50 minuten

Les 8 Memo-les 1 50 minuten

Week 2 Vlot en vloeiend lezen 5 x 25 minuten

Les 9 Begrijpend lezen: Uitbarsting 50 minuten

Les 10 en 11 Vulkanen 2 x 50 minuten

Les 12 Schrijven: Landing op de maan

50 minuten

Les 13 Spreken: Vulkanen over de hele wereld 25 minuten

Les 14 Taalwijs: Afleidingen 25 minuten

Les 15 Onze aarde draait 50 minuten

Les 16 Memo-les 2

Week 3 Vlot en vloeiend lezen

50 minuten

5 x 25 minuten

Les 17 Wat een weer 50 minuten

Les 18 Begrijpend lezen: Het weerbericht 50 minuten

Les 19 Spreken: Kartonnen dieren voor het klimaat

25 minuten

Les 20 De waterkringloop 50 minuten

Les 21 Taalwijs: Verkleinwoorden 25 minuten

Les 22 Taalwijs: Woordenschat 25 minuten

Les 23 Weer en klimaat 50 minuten

Les 24 Memo-les 3 50 minuten

Week 4 Vlot en vloeiend lezen 5 x 25 minuten

Les 25 Begrijpend lezen: Er is wat met het klimaat

50 minuten

Les 26 Klimaatverandering 50 minuten

Les 27 Evaluatie taalwijs 25 minuten

Les 28 Evaluatie spreken 25 minuten

Les 29 Extreem weer 50 minuten

Les 30 Evaluatie begrijpend lezen 25 minuten

Les 31 Herhaling 50 minuten

Les 32 Leren leren 50 minuten

Week 5 Vlot en vloeiend lezen

5 x 25 minuten

Les 33 Differentiatie taal 50 minuten

Les 34 Evaluatie wereldoriëntatie

Les 35 Outro: Word een coole klimaatstrijder

50 minuten

2 x 50 minuten

Les 1 Intro

Lesdoelen

1 De leerlingen kunnen hun voorkennis activeren over de verschillende onderwerpen in dit thema.

2 De leerlingen kunnen hun eigen voorkennis verwoorden.

3 De leerlingen kunnen actief deelnemen aan een groepsgesprek.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Lesmaterialen

- concordantie

- werkboek p. 2

- kopieerblad 1: afbeeldingen posters

- kopieerblad 2: voorkennis onderwerpen

- video 1: intro-video

- acht A3-bladen (of groter)

Woordenschat in deze les

de aarde de planeet de vulkaan het werelddeel de aardlaag de poster de waterkringloop de zon de klimaatverandering het thema het weer het onderwerp de voorkennis de wereld

Leerlijn

Wat ging vooraf? Wat is de voorkennis?

In de minimumdoelen voor het kleuteronderwijs staan meerdere doelen beschreven die te maken hebben met dit thema:

- de kleuters kennen de naam van België en van een plaatselijke rivier;

- de kleuters kunnen water, land en de polen op een wereldbol aanduiden;

- de kleuters kennen de volgende begrippen met betrekking tot absolute plaatsbepaling: de Noordpool en de Zuidpool;

- de kleuters kennen de volgende begrippen met betrekking tot natuurlijke aspecten van landschappen: de oceaan, de zee, de rivier;

- de kleuters kennen de volgende begrippen met betrekking tot weersverschijnselen: temperatuur, neerslag, bewolking en wind;

- de kleuters kunnen de relatie tussen bewolking en neerslag beschrijven;

- de kleuters kennen de volgende begrippen: de aarde, de maan, de zon, de sterren, dag en nacht;

- de kleuters kunnen het ritme van de seizoenen in de directe omgeving herkennen;

- de kleuters kunnen de beweging van de aarde om haar as tonen met behulp van een wereldbol;

- de kleuters kunnen een neerslagvorm observeren: regen, sneeuw, hagel, mist.

Wat volgt?

In deze les maken de leerlingen posters met hun voorkennis over de onderwerpen van dit thema. Deze posters kunnen in de volgende lessen telkens opnieuw worden gebruikt bij de lesintro. Zo wordt de voorkennis die de leerlingen delen, doorheen het thema verder opgebouwd, verbreed en toegelicht.

Voor de les

De leerlingen werken in deze les samen in kleine groepjes (acht groepjes in totaal). Denk op voorhand na over de samenstelling van de groepjes.

Bereid de posters voor. Voorzie acht A3-bladen (of groter) en kleef hier de afbeeldingen met tekstkaders van kopieerblad 1 op.

Voorzie twee prints van kopieerblad 2 zodat elk groepje aan de slag kan met twee verschillende onderwerpen.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

De posters dienen als werkmateriaal doorheen het thema. Houd deze dus bij of hang ze zichtbaar op in de klas. In de volgende lessen kunnen de posters dan worden aangevuld of aangepast: informatie mag worden bijgeschreven of doorstreept, en vragen, ideeën of bedenkingen kunnen in deze of volgende lessen worden toegevoegd.

Voor anderstalige en taalarme leerlingen is er een intro-video beschikbaar (video 1). In deze video maken ze kennis met de belangrijkste concepten van het thema. Bekijk de video vooraf met deze leerlingen, of laat ze de video op voorhand thuis bekijken.

LESVERLOOP

1 Voorkennis activeren en lesdoel

Hang de posters aan het bord.

De acht afbeeldingen op deze posters verwijzen naar de onderwerpen die in dit thema aan bod zullen komen. Aan welke onderwerpen denken jullie bij deze afbeeldingen?

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Laat de leerlingen eerst vrij reageren. Stuur dan bij om tot de correcte antwoorden te komen. Vul de onderwerpen aan in de tekstkaders op de posters.

- de zon en de planeten

- onze aarde

- de lagen van onze aarde

- vulkanen

- de klimaatverandering

- het weer

- de waterkringloop

- de werelddelen

De leerlingen nemen hun werkboek op pagina 2 en schrijven de onderwerpen over bij de juiste afbeeldingen.

Vandaag gaan we aan elkaar vertellen wat we al weten over deze onderwerpen. Al onze voorkennis noteren we op de posters die hier hangen.

2 Kern

2.1 Brainstorm in groep

Verdeel de klas in acht groepjes. Deel kopieerblad 2 uit zodat ieder groepje een ander onderwerp heeft.

Licht de opdracht toe:

- Eerst denken jullie zelf na over wat je al weet over het onderwerp.

-Daarna deel je je voorkennis en ideeën over het onderwerp met de anderen binnen je groepje. Laat elke leerling om de beurt aan het woord. Luister goed naar elkaar en vul elkaars ideeën aan.

-Eén iemand van jullie groep noteert wat er gezegd wordt op het kopieerblad. Dit kunnen woorden, vragen, ideeën of bedenkingen zijn.

Laat de leerlingen gedurende 5 minuten nadenken en voorkennis delen over het onderwerp.

Als dit goed verloopt, deel je kopieerblad 2 opnieuw uit. Elke groep krijgt dus een nieuw, leeg kopieerblad van een ander onderwerp en gaat op dezelfde manier aan de slag.

2.2 Aanvullen van de posters

De posters worden klassikaal aangevuld op basis van de brainstormsessies. Bespreek poster per poster. Laat eerst de leerlingen aan het woord die het onderwerp in hun groepje hebben besproken. Nadien kan de rest van de klas reageren en aanvullen. Jij noteert zelf alle informatie, bedenkingen en vragen op de poster.

3

Lesafsluiting

Vandaag hebben we nagedacht over de onderwerpen die in dit thema aan bod zullen komen. We deelden onze voorkennis met elkaar en noteerden dit op posters die de rest van het thema in de klas blijven hangen.

Herlees wat jullie noteerden op de posters.

- Over welk onderwerp wist jij al veel? En waar wist jij nog niets over?

- Wat heb je vandaag gehoord van een klasgenoot dat je nog niet wist?

- Naar welk onderwerp kijk je het meeste uit? Waarom?

- Over welk onderwerp wil jij meer leren?

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Les 2 Planetenparade

Lesdoelen

1 De leerlingen kunnen zich oriënteren op een tekst.

2 De leerlingen kunnen de vaste opbouw van een krantenartikel benoemen.

3 De leerlingen kennen de windrichtingen.

4 De leerlingen kennen de planeten in ons zonnestelsel en weten hoe ze die kunnen herkennen.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Lesmaterialen

- concordantie

- werkboek p. 3-5

- kopieerblad 3: planeten

Woordenschat in deze les

de aarde de journalist de planeet uniek de afbeelding Jupiter de ring Uranus de alinea de kop de ruimte Venus het artikel de krant Saturnus de verrekijker bewolkt Mars de schemering westen het blote oog Mercurius spotten de windrichting helder Neptunus de ster de windroos het hemellichaam het nieuws de telescoop de wolkenband de horizon noorden de titel zich oriënteren de informatie oosten de tussentitel de zonsondergang de inleiding de parade twinkelen zuiden

Leerlijn

Wat ging vooraf? Wat is de voorkennis?

Eerder dit schooljaar kwamen in thema 1 al inhouden aan bod die in dit thema herhaald worden. Denk bijvoorbeeld aan de windrichtingen, het gebruik van legenden en coördinaten, de kaart van België en de buurlanden, en de werelddelen. De kennis van de windrichtingen wordt in deze les herhaald.

In het zevende thema van het tweede leerjaar kwam het teksttype ‘artikel’ al aan bod. De leerlingen leerden de specifieke tekstkenmerken en de bijhorende termen als artikel, (kranten)kop, inleiding, tussentitel, journalist.

In deze eerste les begrijpend lezen van het thema neem je als leerkracht het voortouw. Door hardop denkend voor te doen en duidelijk te verwoorden hoe jij als ervaren lezer aan de slag gaat met een tekst, welke vragen je jezelf stelt, waar je op let, wat je verwacht … toon je de leerlingen welke strategieën en denkprocessen er zich tijdens het lezen in je hoofd afspelen. Je geeft de leerlingen een voorbeeld waaraan ze zich kunnen spiegelen.

Als leesstrategie hanteren we in dit thema ‘tekstoriëntatie’. Dat wil zeggen dat de leerlingen zich vóór en aan het begin van het lezen een duidelijk beeld vormen van de tekst. Ze verkennen de tekst door te kijken naar de titel, illustraties of foto’s, tussentitels, lay-out en eventuele kaders. Daarbij stellen ze zichzelf vragen als: ‘Waarover zal deze tekst gaan?’, ‘Wat voor soort tekst is dit?’ en ‘Wat verwacht ik te leren uit deze tekst?’. Op die manier activeren ze hun voorkennis en bepalen ze het leesdoel, wat hen helpt om gerichter en met meer begrip te lezen.

Wat volgt?

In de volgende les wereldoriëntatie wordt verder ingegaan op de zon als ster, de planeten en de aarde als blauwe planeet.

Doorheen dit thema komt het teksttype ‘artikel’ veelvuldig aan bod, zowel in de lessen taal als wereld.

In het vierde leerjaar komen de windstreken en tussenwindstreken opnieuw aan bod.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Voor de les

Bij elke leestekst uit de lessen begrijpend lezen is een ingelezen versie beschikbaar. Deze kan ingezet worden als pre-teachmoment voor leerlingen die nog moeite hebben met technisch lezen. Daarnaast kan de audio ook tijdens de les gebruikt worden. Terwijl de leerling luistert, kan hij of zij de tekst volgen en bijwijzen in het werkboek. De ingelezen versies van de leesteksten zijn te vinden op Kabas.

LESVERLOOP

1 Voorkennis activeren en lesdoel

Teken een driehoek op het bord en noteer het woord ‘krant’ aan één van de hoeken.

- Hoe heet een tekst die je in de krant leest? (een artikel)

- Waarover las je al eens een krantenartikel? (bv. vorig schooljaar een artikel over gezond eten, bewegen, hooikoorts en gelukkig zijn)

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

- Waarover gaat een krantenartikel meestal? (nieuwsfeiten, opvallende of belangrijke gebeurtenissen in de wereld, sportverslagen, het weer …)

- Welke teksten vind je meestal niet in een krant? (verhalen, gedichten, instructies …)

Noteer het woord ‘artikel’ aan een andere hoek van de driehoek.

- Wie schrijft een artikel voor de krant? (een journalist)

- Wat doen journalisten om te weten wat er gebeurt in de wereld?  (ze gaan ter plaatse, ze interviewen mensen, ze maken foto’s of beelden, ze doen onderzoek …)

- Is de inhoud van een artikel altijd waar? (De meeste journalisten proberen de waarheid te vertellen. Karrewiet bijvoorbeeld is een heel betrouwbare bron. Soms moet je toch opletten en controleren of de informatie wel juist is.)

Noteer het woord ‘journalist’ aan de laatste hoek.

Vandaag lezen we een krantenartikel over planeten. Voor we gaan lezen, bekijken we hoe het artikel is opgebouwd en waarover het kan gaan.

2 Kern

2.1 Instructie: tekststructuur verkennen + eerste leesbeurt

De leerlingen openen hun werkboek op pagina 3. Bekijk samen de tekst en doe hardop denkend voor hoe je de structuur van de tekst verkent. Projecteer het werkboek ook op het bord en noteer de tekstkenmerken tussen de tekst.

We lezen vandaag een artikel. Dat zie ik aan de titel bovenaan.

Wie weet nog hoe we de titel van een artikel noemen? (een (kranten)kop)

De tekst begint met een vetgedrukt stukje, de inleiding. De rest van de tekst is in stukjes verdeeld, dat noemen we alinea’s.

Boven het laatste stukje tekst staat nog een titel. Hoe noemen we zo’n titel? (een tussentitel)

Er staat ook een afbeelding bij de tekst.

Oriënteer je nu samen op de inhoud van de tekst. Lees de titel hardop voor. Er staan veel moeilijke woorden in de titel: ‘spot’, ‘planeten’ en ‘parade’.

- Wat zijn planeten? Planeten zijn hemellichamen in de ruimte. De aarde, waarop wij leven, is bijvoorbeeld een planeet.

Wie kent er nog andere planeten?

- Wie weet wat een parade is? Een parade is een optocht of stoet, zoals de versierde wagens die achter elkaar rijden bij carnaval.

Een planetenparade is dus een rij planeten die naast elkaar staan.

- Spot komt van het werkwoord spotten. Wie weet wat dat betekent? Spotten wil zeggen dat je naar iets op zoek gaat door heel aandachtig te kijken. Je kunt bijvoorbeeld vogels spotten in de natuur, maar je kunt dus ook planeten spotten.

Nu weet ik al iets beter waarover de tekst zal gaan. Er staan een aantal planeten op een rij, en je moet heel goed kijken om die te kunnen zien.

We kijken eens wat beter naar de afbeelding. Daarop staan inderdaad een aantal namen van planeten. Ze staan niet echt op een rij, maar eerder in een gebogen lijn. Bovenaan de afbeelding staat er drie letter: O, Z en W.

- Weet iemand waarvoor deze letters zouden kunnen staan? Dit zijn de afkortingen van de windrichtingen. O van oosten, Z van zuiden en W van westen.

- Welke windrichting staat niet op de afbeelding? N, het noorden.

Teken een windroos op het bord en herhaal de vier windrichtingen. Laat de leerlingen de windrichtingen aanduiden met hun armen. Als we naar het noorden kijken, ligt het zuiden achter ons. Het oosten ligt rechts van ons, en het westen links.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Op deze afbeelding staat het zuiden bovenaan. Deze afbeelding ‘kijkt’ dus naar het zuiden, het noorden ligt dan achter ons. Daarom staat het westen rechts, en het oosten links.

Om de planeten te kunnen zien, moeten we dus ook naar het zuiden kijken. Als we meer naar rechts kijken, zullen we de planeten zien die in het westen liggen. Kijken we meer naar links, dan zien we de planeten in het oosten.

Lees de inleiding van de tekst voor.

In de inleiding staat wat we zelf al hadden afgeleid uit de titel en afbeelding. We kunnen planeten aan de hemel zien. Het waren er zes in totaal, en daarna zeven. Dat lijkt speciaal, anders zou het geen nieuws zijn.

- Denken jullie dat we die planeten vanavond kunnen zien? Waarom niet? (Het artikel is geschreven op 18 januari 2025, dus je kon de planeten toen zien. Het is ‘oud’ nieuws.)

- Sommige planeten kon je met het blote oog zien, voor andere had je een telescoop nodig. Wat is een telescoop? (een instrument om naar sterren en planeten te kijken, een beetje zoals een verrekijker, maar dan veel krachtiger).

Met deze info weten we al iets meer over de volgorde van deze planeten. Mars, Jupiter, Venus en Saturnus kunnen we met het blote oog zien. Deze planeten staan dus dicht bij de aarde. Voor Uranus en Neptunus heb je een verrekijker of telescoop nodig, wat wil zeggen dat deze planeten heel ver weg van de aarde staan.

Lees het vervolg van het artikel alinea per alinea voor. Doe hardop denkend voor en controleer het begrip van de leerlingen na iedere alinea.

- Er waren zes planeten te zien. Die stonden allemaal op een andere plek, maar vormden samen een soort lijn. In de titel gebruikte de schrijver daar al een moeilijk woord voor. Welk woord? (parade)

- We kijken opnieuw naar de windroos op het bord. Op onze windroos staat het noorden bovenaan. Om de planeten te kunnen zien, moest je naar het zuiden kijken. Het noorden ligt dan achter ons. Waar ligt dan het oosten? (links van ons) En het westen? (rechts van ons)

- Daarnet hebben we al gezegd dat Uranus en Neptunus het verst van ons verwijderd zijn. Voor Uranus heb je een verrekijker nodig en voor Neptunus een telescoop. Welke planeet is dus het verst van ons verwijderd? (Neptunus)

- Je kon de planeten alleen maar zien als het weer meezat: geen wolken en best op een donkere plek. Waarom zou dat zijn? (Als er bewolking is, heb je geen zicht op de hemel en ook bij te veel licht(vervuiling) kun je geen sterren of planeten spotten.)

- Hoe zie je het verschil tussen een ster en een planeet? Sterren twinkelen. Wie kan uitleggen wat twinkelen is?

- Planeten zien er klein uit, maar eigenlijk zijn de meeste veel groter dan de aarde. Hoe komt het dat wij dat niet zien? (Omdat ze zo ver van ons vandaan staan.)

- Er komt verder in het artikel nog een zevende planeet bij: Mercurius. Ik ken nu al zeven van de acht planeten. Wat is de achtste planeet? (Aarde)

- Het is inderdaad een uitzonderlijke gebeurtenis om zeven planeten tegelijk aan de hemel te zien. Hoe weet ik dat? Ik lees hier ‘het is geen jaarlijkse gebeurtenis’, en ook ‘het is uniek dat er zeven planeten tegelijkertijd aan de hemel staan’.

2.2 Begeleide inoefening: tweede leesbeurt + notities maken

Sterke lezers lezen de tekst nu per twee. Zwakkere lezers neem je bij jou. Lees de tekst met deze groep in koor. De leerlingen lezen dus hardop, maar jij hebt de regie en bepaalt het tempo.

Deel op voorhand kopieerblad 3 uit. De leerlingen noteren tijdens het lezen voor iedere planeet de informatie die ze uit de tekst halen. Herhaal ook dat ze moeilijke woorden kunnen opzoeken in het oranje kader.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Als ze klaar zijn met lezen, vertellen de leerlingen aan elkaar wat ze over elke planeet te weten kwamen aan de hand van hun schema.

2.3 Begeleide inoefening: derde leesbeurt + opdrachten in het werkboek

Lees samen de opdrachten bij de tekst. Los samen de vragen op en lees daarbij stukken tekst gericht terug. De leerlingen kunnen ook hun notities op het kopieerblad raadplegen bij het beantwoorden van de vragen.

3 Lesafsluiting

Vandaag hebben we de tekst over planeten goed bekeken en ons afgevraagd: wat voor tekst is dit? Waarover zou deze tekst kunnen gaan?

- Wat weet je nu over de opbouw van een krantenartikel? (Een artikel bestaan uit een titel, een inleiding en alinea’s. Vaak is er ook een afbeelding, soms staan er tussentitels.)

- Waarom is het belangrijk om voor het lezen al goed naar de opbouw te kijken? (Door de titel te lezen en goed naar de afbeelding te kijken, kunnen we al veel afleiden over de inhoud van de tekst.)

Sta stil bij de inhoud van dit artikel en wat de leerlingen leerden.

- Welke planeten ken je na het lezen van deze tekst?

- Waarom is dit krantenartikel geschreven? (Zeven planeten die je tegelijk aan de hemel kunt zien, is een uitzonderlijke gebeurtenis.)

- Kan je drie voorwaarden geven hoe je best planeten spot? (in de vroege avond, op een donkere plek met een vrij zicht op de horizon, op een heldere avond)

Bespreek het lesverloop en evalueer het leerproces.

- Wat ging er goed vandaag?

- Waar liep je tegenaan?

Maak de leerlingen warm voor de volgende les wereldoriëntatie waarin ze meer zullen leren over de planeten in ons zonnestelsel.

Les 3 De zon en de planeten

Lesdoelen

1 De leerlingen kennen de zon als ster van ons zonnestelsel.

2 De leerlingen kunnen de namen van de planeten in ons zonnestelsel in de juiste volgorde opnoemen.

3 De leerlingen kennen enkele kenmerken van onze planeet.

Lesmaterialen

- concordantie

- werkboek p. 6-7

- leesboek p. xx

- bijlage 1: sterren en planeten

- video 2: Paxi en het zonnestelsel

- video 3: wie is Paxi?

- poster zonnestelsel

- set bijlagen voor de klaswand

- wisbordje en stift voor elke leerling

Woordenschat in deze les

de aarde het licht de planeet Venus de as de maan de ring vloeibaar de astronoom  Mars de rivier de volgorde de dag het meer de ruimte de warmte de draaiing Mercurius Saturnus het water het heelal de nacht de ster de zee het jaar Neptunus het sterrenstelsel de zon Jupiter de oceaan Uranus het zonnestelsel

Leerlijn

Wat ging vooraf? Wat is de voorkennis?

In de vorige les lazen we een krantenartikel over de planetenparade. Alle planeten waren begin 2025 tegelijk zichtbaar aan de hemel. De namen van de planeten kwamen dus al aan bod.

Wat volgt?

In deze les bekijken de leerlingen een fragment over Paxi en het zonnestelsel. Ze leren de planeten in ons zonnestelsel beter kennen. In de les luisteren (les 5) bekijken ze een ander fragment van Paxi: ‘Onze aarde in de ruimte’. Hun voorkennis over de planeten stelt hen in staat om gerichter naar dit fragment te kijken. In de volgende les wereldoriëntatie (les 7) wordt dieper ingegaan op de kenmerken van onze aarde als ‘blauwe planeet’.

Voor de les

Laat de leerlingen de tekst ‘Sterren en planeten’ op voorhand lezen (bv. tijdens de les vlot en vloeiend lezen). Je vindt deze tekst in het leesboek op pagina xx, of als bijlage (bijlage 1).

Bekijk vooraf de video van Paxi en het zonnestelsel (video 2). Bekijk eventueel ook het fragment ‘Wie is Paxi?’ (video 3). Deze informatie helpt je bij het voorstellen van het figuurtje Paxi.

LESVERLOOP

1 Voorkennis activeren en lesdoel

Knoop aan bij de vorige les over de planetenparade. De leerlingen nemen hun wisbordje. Geef enkele opdrachten.

- Schrijf de namen van de planeten die je je nog herinnert.

- Welke voorwaarden zijn er als je planeten wil zien? (geen wolken, geen licht, voor 22u)

- Welke voorwerpen heb je nodig om planeten te spotten? (telescoop of verrekijker)

Bevraag wat de leerlingen nog weten uit de tekst ‘Sterren en planeten’ die ze lazen in het leesboek. Projecteer eventueel bijlage 1. Laat de leerlingen vertellen wat ze hebben onthouden uit het fragment. Neem ook de poster uit de intro over het zonnestelsel er terug bij, en vul aan wat de leerlingen aanbrengen.

- Wat kun je vertellen over de zon? (De zon is een ster. Er zijn heel veel sterren in de ruimte.)

De zon vormt samen met andere sterren een sterrenstelsel. Er zijn grotere en kleinere sterren dan de zon.)

- Welke kleuren kan een ster hebben en wat betekenen deze kleuren? (Sterren kunnen een rode, gele of blauwe kleur hebben. De blauwe sterren zijn het allerheetst.)

- Welke planeten zijn er in ons zonnestelsel? (Er zijn acht planeten: Mercurius, Venus, Aarde, Mars, Jupiter, Saturnus, Uranus en Neptunus.)

- Welke kleur heeft onze aarde? (overwegend blauw)

Vandaag leren we wat de zon is, welke planeten er zijn en wat de kenmerken van de aarde zijn.

2

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Kern

2.1 Instructie: ons zonnestelsel

Buiten onze planeet zijn er nog vele andere sterren en planeten in de ruimte. Veel mensen zijn erg geïnteresseerd in die ruimte en onderzoeken die, we noemen hen astronomen. Ook wij nemen vandaag een kijkje in de ruimte.

Geef kort wat informatie bij de video die je straks zult tonen.

Paxi reist met een ruimtevaartuig door de ruimte. Hij woont op de planeet Ally-O en wil ons allerlei dingen leren over de ruimte. Paxi en Ally-O bestaan niet echt, maar door Paxi kunnen we wel veel te weten komen over het heelal, over onze zon, de planeten, onze aarde en de maan.

De leerlingen nemen hun wisbordje.

Op je wisbordje noteer je enkele dingen die je uit het fragment wil onthouden. Ik doe dit ook voor mezelf. (bv. aarde, draaiing, 24 uur, dag, nacht, zon, 1 jaar, licht, warmte, 8 planeten, vloeibaar water, leven)

Toon het fragment ‘Paxi en het zonnestelsel’ (video 2). Nadien laat je de leerlingen vertellen wat ze op hun wisbordje noteerden.

Bouw tijdens dit klasgesprek het kennisschema van de les op met de set bijlagen voor de klaswand - Wat ben je te weten gekomen over de draaiing van de aarde? (De aarde draait om haar eigen as. Aan de ene kant van de aarde is het licht (en dus dag), terwijl het aan de andere kant donker is (dus nacht). Een rondje duurt 24 uur of 1 dag. De aarde draait ook rond de zon. Een rondje rond de zon duurt 1 jaar.)

- Wat vertelde Paxi over de zon? (De zon is onze ster. Ze is erg heet en geeft ons licht en warmte.)

- Paxi neemt ons mee naar de planeten in ons zonnestelsel. Hoeveel planeten zijn er? (8, Pluto is een dwergplaneet)

- Wat zijn de namen van de acht planeten van ons zonnestelsel? (Mercurius, Venus, Aarde, Mars, Jupiter, Saturnus, Uranus, Neptunus)

- Wat is er zo bijzonder aan onze planeet Aarde? (Het is de enige planeet met vloeibaar water in rivieren, meren, zeeën en oceanen. Het is de enige planeet met leven zoals wij dat kennen.)

Vat het fragment kort samen aan de hand van de poster. Ons zonnestelsel bestaat uit één ster, de zon, en acht planeten. Wij leven op een van de planeten die rond de zon draaien, de aarde. Onze planeet is de enige planeet met vloeibaar water, en ook de enige planeet met leven.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

2.2 Begeleide inoefening: opdrachten in het werkboek

De leerlingen nemen hun werkboek op pagina’s 6-7. Lees de opdrachten samen. Geef de leerlingen enkele minuten tijd om in duo’s over elke opdracht na te denken, en maak dan de opdracht samen.

3 Lesafsluiting

Vandaag leerden we wat de zon is, welke planeten er zijn en wat de kenmerken van de aarde zijn.

Herhaal dat onze aarde deel uitmaakt van het zonnestelsel. In het zonnestelsel is er één zon en zijn er acht planeten.

- Wat is de zon? (De zon is een ster.)

- Waarom is de zon zo belangrijk? (Ze geeft licht en warmte.)

- Welke planeten draaien rond de zon? Wie kent ze al in de juiste volgorde? (Mercurius, Venus, Aarde, Mars, Jupiter, Saturnus, Uranus, Neptunus)

- Wat is er zo bijzonder aan de aarde? (De aarde is een (blauwe) planeet met vloeibaar water en de enige planeet met leven.)

Vertel dat we in de volgende lessen de aarde nog wat meer in detail zullen bekijken en te weten zullen komen waarom we op Aarde kunnen leven. We leren later ook nog over de draaiing van de aarde, en zullen dan beter snappen waarom het dag en nacht wordt.

Kennisschema van de les

Het zonnestelsel

zon=onzester MercuriusVenus Aarde Mars Jupiter Saturnus Uranus Neptunus

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

draaiing van de aarde om de eigen as dag en nacht 24 u om de zon 1 jaar

De aarde

de maan

de aarde vloeibaar water - rivieren - meren - zeeën - oceanen

Les 4 Samenstellingen

Lesdoelen

1 De leerlingen weten dat woorden in het Nederlands samengesteld kunnen zijn uit twee of meer aparte woorden.

2 De leerlingen kunnen samenstellingen maken van twee of meer woorden.

3 De leerlingen kunnen samenstellingen opsplitsen in twee of meer woorden.

4 De leerlingen kennen het begrip ’samenstelling’.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Lesmaterialen

- concordantie - werkboek p. 8

- Memoboekje p. 48 - bijlage 2: afbeeldingen - wisbordje en stift voor elke leerling

Woordenschat in deze les de berg het hemellichaam de planetenparade het taalboek het boek de hoorn de regen Venus de bol het ijs de regenboog het water de boog de ijsberg de ring de weg het bos het krantenartikel de rivier de wereld de bosbrand het lichaam de roos de wereldbol de brand de maan de samenstelling het werk het drinkwater de melk samenvoegen het werkboek het gas de Melkweg de schemering de wind de gasbol de neus het stelsel de windroos de grond de neushoorn de ster de wolkenband het grondwater de parade het sterrenstelsel het woord de hemel de planeet de taal

Leerlijn

Wat ging vooraf? Wat is de voorkennis?

In het tweede leerjaar leerden de leerlingen al wat samenstellingen zijn. Ze vormden toen samenstellingen met gegeven woorden.

Wat volgt?

In de volgende les taalwijs (les 14) leren de leerlingen dat sommige woorden zijn afgeleid van andere woorden (afleidingen). Die woorden bestaan uit een grondwoord + een vast deeltje vooraan en/of achteraan. De derde les taalwijs (les 21) gaat over verkleinwoorden, woorden die zijn afgeleid van een grondwoord en uitdrukken dat iets klein, lief of schattig is.

LESVERLOOP

1 Voorkennis activeren en lesdoel

Soms voeg je twee dingen samen en krijg je iets nieuws. Bijvoorbeeld gele en blauwe verf worden samen groen. Je stelt de nieuwe verf samen uit twee kleuren (geel en blauw) en krijgt een nieuwe kleur (groen).

Een fiets is samengesteld uit heel veel delen: twee wielen, trappers, een ketting, een zadel, een kader en nog veel meer. Om een fiets te maken, moet je veel dingen samenvoegen.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Net zoals je delen van een fiets kan samenvoegen om een fiets te maken, kan je ook woorden samenvoegen.

Twee woorden die samen een nieuw woord gaan vormen, noemen we een samenstelling.

Vandaag leren we opnieuw over samenstellingen in het Nederlands. We leren dat sommige woorden worden samengesteld uit twee aparte woorden.

2 Kern

2.1 Instructie: samenstellingen

Hoe maak ik van twee woorden één woord? Gebruik de afbeeldingen van bijlage 2 en noteer op het bord.

wereld + bol = wereldbol

Dat is een bol van de wereld, omdat de wereld zelf een bol is. Een wereldbol is een samenstelling die bestaat uit de woorden ‘wereld’ en ‘bol’.

neus + hoorn = neushoorn

De woorden ‘neus’ en ‘hoorn’ apart, doen ons niet meteen aan een dier denken. Soms kunnen twee woorden die samenkomen dus echt een nieuw woord vormen met een nieuwe betekenis. Neushoorn is een samenstelling die bestaat uit de woorden ‘neus’ en ‘hoorn’. De neus van de neushoorn is inderdaad een hoorn.

Controleer het begrip van de leerlingen. Stel enkele vragen en laat de leerlingen antwoorden op hun wisbordje.

- Hoe kun je van twee woorden één maken? (samenvoegen)

- Hoe noemen we twee woorden die samen één woord vormen? (samenstelling)

- Zijn deze woorden samenstellingen? Noteer ‘ja’ of ‘nee’ op je wisbordje. werkboek (ja) sterrenstelsel (ja) planeet (nee)

- Schrijf de samenstelling van deze twee woorden: grond, water. (grondwater)

2.2 Begeleide inoefening: samenstellingen maken

We maken nu zelf samenstellingen van de tien woorden op het bord. Je voegt telkens twee woorden samen en schrijft de samenstelling op je wisbordje.

Noteer deze woorden op het bord: wereld – bol – sterren – stelsel – Melk – weg – werk – boek – hemel – lichaam

- Ik doe er één voor. Melk + weg is Melkweg. Dat is de naam van ons sterrenstelsel.

- We doen er één samen. Maak een samenstelling met de woorden wereld en bol. Schrijf het op je wisbordje.

- Maak nu samen met je buur de andere drie samenstellingen. Schrijf ze op jullie wisbordje.

- Bedenk samen twee woorden waarvan je een samenstelling kunt maken.

Kleine lesafsluiting

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

2.3

Op het bord staan vier woorden. Voeg telkens twee woorden samen en maak van de vier woorden twee samenstellingen. Schrijf ze op je wisbordje.

Woorden op bord: gas – planeten – bol – parade

Hoe noemen we twee woorden die samen een nieuw woord vormen?

Noteer op je wisbordje. (samenstelling)

Waarom noemen we dat een samenstelling? Overleg met je schoudermaatje.

Zelfstandige verwerking: opdrachten in het werkboek

Overloop samen met de leerlingen de opdrachten in het werkboek op pagina 8.

- opdracht 1: Markeer de samenstellingen.

- opdracht 2: Voeg telkens twee woorden samen en maak drie samenstellingen.

- opdracht 3: Kijk goed naar de prenten. Schrijf eerst de woorden op. Voeg dan de woorden samen en maak een samenstelling.

- opdracht 4: Dit is een knoopoefening. Voeg zelf een woord toe aan het gegeven woord en schrijf de samenstelling op.

De leerlingen maken de opdrachten individueel. Verbeter klassikaal.

3 Lesafsluiting

Wat is een samenstelling? De leerlingen overleggen met hun schoudermaatje en formuleren een antwoord.

Laat ze opnieuw hun wisbordje nemen.

- Uit welke twee woorden bestaat deze samenstelling? taalboek (taal + boek)

- Maak een samenstelling met twee woorden die je zelf kiest.

- Waarom is parade geen samenstelling? Overleg met je schoudermaatje.

- Waarom is planetenparade wel een samenstelling? Overleg met je schoudermaatje.

Vandaag leerden we dat in het Nederlands twee woorden soms samengesteld worden tot één woord. Dat is dan een nieuw woord met vaak een nieuwe betekenis.

We lezen samen de uitleg in het Memoboekje op pagina 48.

Les 5 Onze aarde in de ruimte

Lesdoelen

1 De leerlingen kunnen voorspellen waarover een video zal gaan.

2 De leerlingen kunnen informatie over het zonnestelsel, het sterrenstelsel, de planeten en de aarde als blauwe planeet uit een fragment achterhalen en noteren.

3 De leerlingen kunnen notities maken tijdens het luisteren.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Lesmaterialen

- concordantie

- werkboek p. 9

- video 3: Wie is Paxi?

- bijlage 3: foto’s ruimte

- wisbordje en stift voor elke leerling

Woordenschat in deze les de aarde het heelal Neptunus het sterrenstelsel ademen Jupiter de oceaan Uranus de atmosfeer de komeet de planeet Venus de berg de maan de rivier de vlakte de blauwe planeet Mars de ruimte de vulkaan de draaiing het meer de ruimtehelm de zee het gas de Melkweg Saturnus de zon de gaswolk Mercurius de ster het zonnestelsel

Leerlijn

Wat ging vooraf? Wat is de voorkennis?

In de vorige lessen werd het thema ‘de aarde in de ruimte’ al eerder onder de aandacht gebracht. Het figuurtje Paxi met zijn ruimteschip kwam dan ook al aan bod. Het fragment bij deze les gaat chronologisch vooraf aan het eerder getoonde fragment.

Wat volgt?

In de volgende lessen wordt dieper ingegaan op de aarde als blauwe planeet, de draaiing van de aarde en de aanwezigheid van water op onze planeet.

De strategie ‘tekstoriëntatie’ wordt in de volgende lessen nog meermaals geoefend.

Voor de les

Bekijk het fragment vooraf. Bedenk of je leerlingen eventueel andere woorden dan hierboven opgegeven, moeilijk zullen vinden.

In deze les kun je, indien je dat wenst, de luistervaardigheid van de leerlingen observeren en beoordelen met behulp van de rubric:

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Luisteren - Oriënteren, plannen en focus houden

Ik weet nog niet zo goed hoe ik mijn luisteropdracht moet aanpakken.

Ik kan geen plan maken en bewaken of ik mijn luisteropdracht goed doe.

Ik kan soms informatie halen uit korte boodschappen of teksten.

Ik weet goed hoe ik mijn luisteropdracht moet aanpakken.

Ik kan een plan maken en bewaken of ik mijn luisteropdracht goed doe.

LESVERLOOP

1 Voorkennis activeren en lesdoel

In de vorige les wereldoriëntatie bekeken we een fragment over een figuurtje uit de ruimte. Wat kan je daar nog over vertellen?

- Hoe heet het figuurtje? Wat doet hij? Waar komt hij vandaan? (Paxi reist door de ruimte. Hij komt van de planeet Ally-O.)

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

- Wat weet je nog over de zon? (De zon is de ster in ons zonnestelsel.)

- Hoeveel planeten zitten er in ons zonnestelsel? Hoe heten ze? (8 planeten: Mercurius, Venus, Aarde, Mars, Jupiter, Saturnus, Uranus, Neptunus)

- Wat is er bijzonder aan onze planeet Aarde? (Het is de enige planeet met vloeibaar water in meren, rivieren, zeeën en oceanen, en dus ook de enige planeet met leven zoals wij dat kennen.)

- Wat kun je vertellen over de draaiing van de aarde? (Onze aarde draait om haar eigen as en om de zon.)

Moedig de leerlingen aan om correcte zinnen te formuleren en de juiste woordenschat te gebruiken. Verwijs eventueel naar de poster.

Vandaag bekijken we een nieuw fragment van Paxi. Eerst gaan we voorspellen waarover het fragment zal gaan. Daarna gaan we gericht luisteren naar het fragment om meer te leren over onze aarde en het heelal.

2 Kern

2.1 Begeleide inoefening: tekstoriëntatie

Noteer de titel van de les op het bord: ‘Onze aarde in de ruimte’. Laat deze door de leerlingen lezen.

Vandaag kijken we naar een nieuw fragment van Paxi, met als titel ‘Wie is Paxi?’. In het fragment wordt ook veel informatie over het heelal, ons zonnestelsel en de aarde gegeven. We kijken eerst samen naar enkele beelden uit het fragment.

Toon de foto’s van bijlage 3. Laat de leerlingen vertellen wat ze zien of herkennen. (de aarde vanuit de ruimte - de zon en de planeten - gaswolken - een komeet - de maan)

Bespreek samen, op basis van deze informatie, waarover het fragment zal gaan. Bedenk samen wat ze mogelijk zullen leren.

2.2 Begeleide inoefening: globaal luisteren

Toon video 3 een eerste keer.

We kijken nu een eerste keer naar het fragment. Luister aandachtig naar wat Paxi vertelt. Probeer je goed te concentreren en luister goed naar de inhoud van de tekst. Nadien bespreken we wat jullie onthouden hebben.

Laat de leerlingen vrij vertellen wat ze onthouden hebben uit het fragment.

- Wat heb je onthouden uit het fragment?

- Waren er stukken of woorden die je niet goed begreep?

- Wat heb je gehoord dat nieuw voor je was?

2.3 Begeleide inoefening: gericht luisteren

Open het werkboek op pagina 9. Lees samen de vragen bij opdracht 1.

We kijken nu een tweede keer naar het fragment. Focus goed op de inhoud van het fragment en zoek een antwoord op de vragen van het werkboek. Als je echt zeker bent van je antwoord, mag je dit al noteren in de kaders.

Bespreek nadien de vragen van opdracht 1. De leerlingen vullen aan waar nodig.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Sta ook even stil bij het gegeven dat Paxi een ruimtehelm moet dragen wanneer hij onze planeet bezoekt (en wij niet).

Paxi ademt op Ally-O andere lucht in, daarom moet hij een ruimtehelm dragen als hij onze planeet bezoekt. Rond onze aarde zit een atmosfeer, een deken van gassen dat ervoor zorgt dat wij hier kunnen ademen en leven. In de volgende lessen zullen we daar meer over leren.

Kleine lesafsluiting

Paxi reist met zijn ruimteschip door de ruimte en leert ons veel nieuwe dingen.

Neem jullie wisbordje en noteer het antwoord op de volgende vragen.

- Paxi woont in hetzelfde sterrenstelsel als wij. Hoe heet dat sterrenstelsel? (de Melkweg)

- Is de zon een ster of een planeet? (een ster)

- Wat is het verschil tussen een ster en een planeet? Bespreek met je schoudermaatje. (Een ster is heel heet en geeft licht, een planeet niet.)

- Welke planeet wordt ook ‘de blauwe planeet’ genoemd? (Aarde)

- Waarom is dat zo? Bespreek met je schoudermaatje. (Omdat er zoveel water op onze planeet is.)

2.4 Zelfstandige verwerking: opdrachten in het werkboek

De leerlingen maken in duo’s de overige opdrachten in het werkboek.

Bespreek nadien de antwoorden van de leerlingen en corrigeer klassikaal.

3 Lesafsluiting

Vandaag hebben we een nieuw fragment van Paxi bekeken. We oriënteerden ons op het fragment en probeerden te voorspellen waarover het fragment zou gaan.

- Was dit gemakkelijk om te doen?

- Is er een verschil tussen oriënteren op een luistertekst of een leestekst?

- Was het gemakkelijk om de focus te houden?

Bespreek met de leerlingen wat ze hebben bijgeleerd.

- Wat weet je nu meer over het heelal? (Onze aarde maakt deel uit van een zonnestelsel, dat op zijn beurt deel uitmaakt van een veel groter sterrenstelsel. In het heelal zijn er heel veel sterrenstelsels.)

- Wat heb je bijgeleerd over onze aarde? Waarom wordt onze aarde ‘de blauwe planeet’ genoemd? Hoe ziet het aardoppervlak van de aarde eruit? (Onze aarde wordt ‘de blauwe planeet’ genoemd, omdat er heel veel vloeibaar water is (in rivieren, meren, zeeën en oceanen). Ons aardoppervlak bestaat uit bergen, vulkanen en vlaktes.)

- Hoe hebben je notities in het werkboek geholpen om dit samen te vatten?

Les 6 Mensen op de maan

Lesdoelen

1 De leerlingen kunnen de vaste opbouw van een krantenartikel benoemen.

2 De leerlingen kunnen (onder begeleiding) informatie verzamelen aan de hand van vraagwoorden.

3 De leerlingen kunnen informatie ordenen voor het schrijven van een artikel.

Lesmaterialen

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

- concordantie

- werkboek p. 10

- video 4: hoeveel mensen zijn er op de maan geweest?

- wisbordje en stift voor elke leerling

Woordenschat in deze les

de afbeelding het heelal de lay-out de ruimtemissie de alinea de informatie de maan de ruimtereiziger de Amerikaan de inleiding de maanlanding het ruimteschip het artikel de journalist de maanmissie de tussentitel de astronaut het kernwoord Neil Armstrong het vraagwoord de bemanning de (kranten)kop de opbouw de zuurstof Buzz Aldrin de lancering de retour de zuurstoftank

Leerlijn

Wat ging vooraf? Wat is de voorkennis?

In de les begrijpend lezen kwam de structuur van een krantenartikel al aan bod.

Wat volgt?

In deze les verzamelen en ordenen de leerlingen informatie voor een artikel. Ze schrijven onder begeleiding enkele zinnen. In les 11 zullen de tekstkenmerken van een artikel opnieuw worden besproken en schrijven de leerlingen zelfstandig of in duo’s het artikel.

Voor de les

Bekijk op voorhand het fragment. Bedenk zelf welke woorden belangrijk zijn om vooraf aan te reiken zodat de leerlingen het fragment begrijpen.

Bij de begeleide inoefening worden zinnen geformuleerd die in les 11 door de leerlingen tot een artikel worden gevormd. Denk na of deze op het bord, in een digitaal document of op flappen kunnen worden bewaard tot dan.

In deze les kun je, indien je dat wenst, de schrijfvaardigheid van de leerlingen observeren en beoordelen met behulp van de rubric:

Schrijven - Ideeën verzamelen en ordenen

Ik kan nog weinig ideeën verzamelen voor het schrijven via een woordweb of schema.

Ik kan enkele ideeën verzamelen voor het schrijven via een woordweb of schema.

Ik kan veel ideeën verzamelen voor het schrijven via een woordweb of schema.

LESVERLOOP

1 Voorkennis activeren en lesdoel

Mensen dromen er al heel lang van om het heelal te verkennen. Zo stonden er al meerdere mensen op de maan. Het waren allemaal Amerikaanse ruimtereizigers, ook wel astronauten genoemd. Met een ruimteschip gingen ze op ruimtemissie om bijvoorbeeld de maan te verkennen.

Noteer de woorden ‘astronauten’, ‘ruimtemissie’, ‘ruimteschip’ en ‘maan’ op het bord.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Vertel dat jullie een krantenartikel zullen schrijven, over de mensen op de maan.

Projecteer het artikel over de planetenparade opnieuw op het bord. Bespreek met de leerlingen wat ze nog weten over de opbouw van een krantenartikel.

- Hoe noemen we de schrijver van een artikel? (journalist)

- Hoe wordt de titel bovenaan ook genoemd? ((kranten)kop)

- Wat kun je nog vertellen over de opbouw van een artikel? (inleiding, alinea’s, tussentitels, afbeelding)

- Wat valt je op aan de lay-out? (de kop die groter gedrukt is, de inleiding staat vetjes, duidelijke afbeeldingen …)

Moedig de leerlingen aan om goede zinnen te gebruiken bij het activeren van de voorkennis.

Vandaag gaan we informatie verzamelen voor ons artikel over mensen op de maan.

2 Kern

2.1 Informatie verzamelen: vraagwoorden

Om informatie voor ons artikel te verzamelen, hebben we bronnen nodig. Zo dadelijk kijken we naar een fragment van Schooltv over mensen op de maan. Jullie moeten aandachtig naar het fragment kijken. Na het fragment noteren jullie op jullie wisbordje hoeveel mensen er al op de maan geweest zijn.

Toon video 4. Na afloop bespreek je samen met de leerlingen het fragment en gaan jullie samen op zoek naar informatie over de maanmissies. Doe dit aan de hand van vraagwoorden. Stel de vragen, en noteer de vraagwoorden en antwoorden met kernwoorden op het bord.

- Wat? Waarover zal ons artikel gaan? (mensen op de maan)

- Wie? Hoe noemen we de mensen die naar de ruimte reizen? Wie waren de eerste mensen op de maan? (astronauten, Neil Armstrong en Buzz Aldrin)

- Waar? Waar komen de astronauten vandaan? Waar gaan ze naartoe? (Amerikanen, de maan)

- Wanneer? Wanneer landden de eerste astronauten op de maan? (1969)

- Hoeveel? Hoeveel astronauten waren er al op de maan? Steek jullie wisbordjes in de lucht. (12)

- Afstand? Wat is de afstand van de aarde tot de maan? (400.000 km)

- Hoe? Hoe gaan ze naar de maan? (ruimteschip)

- Tijd? Hoelang duurt de reis? (3 dagen)

Eventueel extra vragen.

- Wat ging er fout op één van de ruimtemissies? (een zuurstoftank ontplofte)

- Hoe ziet het landschap van de maan eruit? (zand, rotsen en ijs)

- Waar landden de astronauten bij terugkomst? (in zee)

2.2 Informatie selecteren: kernwoorden bij afbeeldingen

In de volgende schrijfles gaan jullie een artikel schrijven over mensen op de maan. Daarvoor hebben jullie informatie nodig. In het filmpje kwam al heel wat inhoud aan bod. Jullie gaan nu de inhoud selecteren die zeker in het artikel aan bod moet komen.

De leerlingen openen hun werkboek op pagina 10.

Zo dadelijk bekijken we het fragment een tweede keer. Tijdens het kijken, noteren jullie kernwoorden onder de afbeeldingen.

Toon het fragment een tweede keer.

Bespreek na afloop welke kernwoorden de leerlingen noteerden. Wijs hen ook op vraagwoorden en antwoorden die jullie daarstraks op het bord noteerden, en laat hen eventueel verder aanvullen bij de afbeeldingen.

2.3 Informatie selecteren: zinnen formuleren

De leerlingen openen hun werkboek op pagina 22 bij les 11.

Bekijk samen het sjabloon dat staat afgedrukt. Herhaal nog een keer de typische kenmerken van een krantenartikel.

bv. Er is ruimte voor de krantenkop, voor de inleiding en voor een afbeelding. Verder zijn er schrijflijnen voorzien voor de zinnen van het artikel.

Vertel dat jullie nu samen zullen nadenken over zinnen voor het artikel, maar dat het echt uitwerken pas voor de volgende schrijfles is. De leerlingen bladeren terug naar pagina 10 in het werkboek.

Bedenk samen een krantenkop en een inleiding.

Laat de leerlingen mondeling enkele zinnen formuleren. Noteer deze op het bord (of in een digitaal document). Doe aanpassingen wanneer nodig. Zo zien de leerlingen dat het normaal is dat een zin niet onmiddellijk goed geformuleerd moet zijn.

Herschrijf of herschik indien nodig. Het artikel moet nog niet van A tot Z afgewerkt worden. In les 11 wordt hier verder op doorgewerkt.

Mogelijke zinnen:

- Neil Armstrong en Buzz Aldrin waren de eerste mensen op de maan.

- De eerste astronauten landden in 1969 op de maan.

- In totaal liepen er al 12 mensen op de maan.

- Alle astronauten op de maan waren Amerikanen.

- De afstand van de aarde tot de maan is 400 000 km.

- Een reis naar de maan duurt 3 dagen.

- Op de maan is er geen zuurstof om te ademen.

- Astronauten moeten een ruimtehelm dragen.

- Het landschap op de maan bestaat uit zand, rotsen en ijs.

- Een reis naar de maan is gevaarlijk.

- Een keer ontplofte een zuurstoftank.

- Alle astronauten keerden veilig terug naar de aarde.

- Terug op aarde landt het ruimteschip in het water.

Lesafsluiting

Vandaag hebben we informatie verzameld en geordend voor ons artikel over mensen op de maan.

Bespreek met de leerlingen wat goed ging en wat ze nog moeilijk vonden. Maak daarbij gebruik van de rubric ‘Ideeën verzamelen en ordenen’.

- Welke stap van het schrijfproces vond je makkelijk? En wat ging nog moeilijk?

- Lukt het al goed om zinnen te formuleren? Waar heb je nog wat hulp nodig?

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Vertel dat jullie in de volgende schrijfles het artikel zullen schrijven. Daarbij is het belangrijk om aandacht te hebben voor de opbouw en vormgeving van een artikel.

- Wat is de typische opbouw van een artikel? (Een artikel bestaat uit een titel, een inleiding en een midden.)

- Wat zou een goede titel/kop zijn voor ons artikel?

Laat een of meerdere leerlingen de zinnen op het bord voorlezen.

- Welke zinnen zijn geschikt voor de inleiding?

- Vaak staat er ook een afbeelding bij een artikel? Hoe zou de afbeelding er kunnen uitzien?

Vertel dat jullie in de volgende week opnieuw aan de slag gaan met deze zinnen om er een artikel van te maken.

Les 7 Onze planeet goed bekeken

Lesdoelen

1 De leerlingen kunnen de aarde als ‘de blauwe planeet’ benoemen.

2 De leerlingen kunnen de verhouding tussen zoet en zout water op onze planeet toelichten.

3 De leerlingen weten dat het grootste deel aan zoet water opgeslagen is in gletsjers en ijskappen.

4 De leerlingen weten dat de atmosfeer ervoor zorgt dat leven op aarde mogelijk is.

5 De leerlingen kennen de lagen van de aarde en weten dat het dieper in de aarde steeds warmer wordt.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Lesmaterialen

- concordantie

- werkboek p. 11-13

- video 5: de aarde is een bijzondere planeet

- video 6: de opbouw van de aarde

- poster: het zonnestelsel

- poster: de atmosfeer

- poster: de lagen van de aarde

- afbeelding 1: het zonnestelsel

- wereldbol

- kleurpotloden

- groen en rood kaartje voor elke leerling

- wisbordje en stift voor elke leerling

Woordenschat in deze les

de aarde de buitenkern het licht de temperatuur de aardkern de dampkring de lucht de vlakte de aardkorst de doorsnede de maan vloeibaar de aardlaag drinkbaar het magma de vulkaan de aardmantel het drinkwater het meer de warmte het aardoppervlak de energie metaal het water de aardplaat het gas de neerslag het weer de atmosfeer het gesteente de oceaan de wereldbol de baan de gletsjer de planeet de zee de berg gloeiend de regen het zeewater bevroren het grondwater de rivier het zoet water de binnenkern de hagel de ruimte de zon de blauwe planeet de hitte de sneeuw het zonnestelsel de broeikas de ijskap de ster het zout water het broeikasgas het land stroperig de zuurstof

Leerlijn

Wat ging vooraf? Wat is de voorkennis?

Volgens de minimumdoelen kunnen de kleuters water, land en de polen op een wereldbol aanduiden. In het eerste thema van dit schooljaar werd geleerd over de waterlopen in België en de Noordzee. In de voorgaande lessen bekeken de leerlingen al verschillende filmpjes over Paxi, waarin de aarde als blauwe planeet aan bod kwam. Ze leerden ook dat de aarde bijzonder is, omdat het de enige planeet met vloeibaar water is in meren, rivieren, zeeën en oceanen. Ook vermeldt Paxi dat hij een ruimtehelm moet dragen op aarde, omdat we hier andere lucht inademen.

50’

Wat volgt?

In de volgende lessen komen meerdere kennisinhouden uit deze les opnieuw aan bod. Hun kennis van de aardlagen wordt uitgebreid in de les over vulkanen (les 10 en 11). In de les over de waterkringloop (les 20) leren ze hoe neerslag ontstaat en hoe al het water op aarde met elkaar verbonden is. De kennis over de atmosfeer wordt uitgediept in de lessen over weer, klimaat en klimaatverandering (les 23 en les 26).

In het vierde leerjaar wordt opnieuw aandacht besteed aan gletsjers en ijskappen.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Voor de les

Bekijk vooraf de video’s. Schat in waar de leerlingen moeilijkheden zullen hebben met het begrijpen ervan. Toon eventueel fragmenten een tweede keer of geef extra toelichting.

In deze les komen heel wat kennisinhouden aan bod. Het is belangrijk dat de relatie met reeds behandelde inhouden wordt gelegd, alsook met de lessen die nog zullen komen (vulkanen, weer, klimaatverandering …)

Zorg voor voldoende herhaling en benadruk de linken tussen de inhouden.

Verwijs regelmatig naar de posters.

LESVERLOOP

1 Voorkennis activeren en lesdoel

Verzamel de leerlingen rond de wereldbol

Vandaag nemen we onze aarde onder de loep. We bestuderen wat er speciaal is aan onze planeet.

Bekijk de poster van het zonnestelsel en laat de leerlingen hun voorkennis verwoorden.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Laat de leerlingen vrij reageren en stuur eventueel bij.

Wat weten we al over onze aarde?

- één van de acht planeten in ons zonnestelsel;

- de zon is onze ster;

- de aarde als blauwe planeet;

- er is veel vloeibaar water;

- we ademen andere lucht dan Paxi op Ally-O;

- onze aarde is een bol die ronddraait;

- de aarde draait om de zon;

- …

Vandaag leren we waarom onze aarde de blauwe planeet wordt genoemd. We leren ook over de atmosfeer, het deken van gassen om onze aarde dat er voor zorgt dat we hier kunnen leven. Tot slot nemen we een kijkje naar de binnenkant van onze aarde en leren we over de verschillende aardlagen.

Noteer op het bord:

- blauwe planeet - water

- atmosfeer - een deken van gassen

- aardlagen - binnenkant aarde

2 Kern

2.1 Onze aarde, de blauwe planeet

Zo meteen kijken we naar een fragment over onze blauwe planeet. Daarin wordt uitgelegd hoe het kan dat wij hier op aarde leven. Jullie kijken aandachtig naar het filmpje en zoeken een antwoord op deze twee vragen.

Noteer de twee luistervragen op het bord.

- Waaruit bestaat de atmosfeer rond onze aarde? (lucht)

- Wat maakt leven op aarde mogelijk? (water en lucht)

Toon video 5. Bespreek de antwoorden bij de luistervragen.

Laat de leerlingen vertellen wat zij verder nog onthouden hebben uit dit fragment.

Toon afbeelding 1. De leerlingen benoemen de volgorde van de planeten in ons zonnestelsel. Bespreek hoe we onze planeet kunnen herkennen in het rijtje van planeten:

- blauwe kleur;

- één maan in een baan om de aarde;

- derde planeet vanaf de zon, onze ster.

Vertel dat we in een eerste deel van deze les gaan kijken naar dat blauwe op onze aarde.

De leerlingen openen hun werkboek op pagina 11. Los samen opdracht 1 op.

Lees het eerste wist-je-datje. Bespreek de opmerking dat we onze planeet beter ‘Water’ zouden noemen, in plaats van ‘Aarde’.

Waarom schrijft de auteur dat in haar boek? (ons aardoppervlak is voor 2/3 bedekt met water)

Bespreek hoe de leerlingen de verhoudingen land-water moeten kleuren in het werkboek.

Vraag wat ‘twee derde’ betekent. Controleer of de leerlingen dit begrijpen door hen dit met eigen woorden te laten vetellen.

Twee derde betekent dat twee van de drie delen water zijn. Die moeten we dus blauw kleuren. Het andere deel, een derde, is land en kleuren we bruin.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Als er zo veel water is op onze aarde, dan is er zeker voldoende voor alle mensen, planten en dieren. Of is niet al het water bruikbaar om te drinken?

- Hebben jullie al eens water geproefd dat je best niet drinkt? (De leerlingen verwijzen naar zeewater.)

- Waarom is dat water niet drinkbaar? (Het is zout.)

- Vergelijk het met het water uit de kraan. Wat is het verschil tussen drinkwater uit de kraan en zeewater? (Het is niet zout. Het is zoet water.)

Lees het tweede wist-je-datje en bespreek de inhoud.

Verklaar het begrip ‘procenten’ en leg de link naar een honderdveld. Leg uit dat 97 % betekent 97 van de 100 delen.

Reflecteer over de betekenis: Er is veel water op onze planeet, maar slechts een klein deel is zoet water.

Lees het derde wist-je-datje.

Zoet water hebben we nodig om drinkwater van te maken. Maar het grootste deel van het zoet water zit vast in ijskappen en gletsjers. Waar vinden we gletsjers en ijskappen? (in koude gebieden, bergen …)

Het andere deel zoet water vinden we terug in meren, rivieren en grondwater, het is afkomstig van neerslag en kan dus worden opgepompt. Welke vormen van neerslag ken je? (regen, sneeuw en hagel)

Vul samen met de leerlingen de oefening in.

Kleine lesafsluiting

Vat de leerstof van dit deel samen en controleer het begrip van alle leerlingen. Laat hen voor elke vraag overleggen met een schoudermaatje en duid willekeurige leerlingen aan.

- Onze planeet wordt de ‘blauwe planeet’ genoemd. Waarom? (Onze planeet bestaat voor het grootste deel (2/3) uit water.)

- Het grootste deel van het water vind je in de zeeën en oceanen. Welk water is dat? (zout water)

- Is dat water drinkbaar voor ons? (nee)

- Hoe groot is het deel dat wel bruikbaar is voor ons? (3% of drie van de honderd delen)

- Dat water is niet zout. Hoe noemen we dat dan wel? (zoet water)

- Van dat kleine beetje zoet water is het grootste deel (2/3) bevroren. Waar vinden we dat water terug? (in gletsjers en ijskappen)

- Waar vind je het andere deel zoet water, dat niet bevroren is? (onder de grond (grondwater), in meren en rivieren)

2.2 De atmosfeer, een deken rond de aarde

Herinneren jullie je dat Paxi een ruimtehelm moest dragen om op aarde te kunnen ademen? Dat komt omdat Paxi op zijn planeet andere lucht inademt dan ons. Op aarde ademen we zuurstof in. Ook mensen die naar de maan of een andere planeet in ons zonnestelsel reizen, hebben zuurstof nodig om te overleven. Denk bijvoorbeeld aan de astronauten waarover we een krantenartikel schrijven. Wij kunnen hier op aarde ademen omdat er rond onze aarde een atmosfeer zit, die ook wel dampkring wordt genoemd. Dat is een laag gassen die als een deken om de planeet zit.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Neem het werkboek en lees de tekst ‘We leven in een kas’. Bespreek de inhoud aan de hand van deze vragen.

- De atmosfeer is belangrijk voor het leven op aarde. Hoe zorgt die ervoor dat we hier kunnen leven? (De atmosfeer houdt ons warm en zorgt voor zuurstof.)

- Zou er leven op aarde mogelijk zijn zonder die atmosfeer? (nee)

- Hoe wordt de atmosfeer omschreven in de tekst? (als een onzichtbaar deken van gassen dat om de aarde heen ligt)

- Welke gassen zitten er in onze atmosfeer? (o.a. zuurstof en broeikasgassen)

- Waarvoor dienen deze gassen? (Zuurstof zorgt dat we kunnen ademen en broeikasgassen houden de warmte van de zon vast.)

- Wat is een andere naam voor atmosfeer? (dampkring)

Maak samen opdracht 2 in het werkboek.

Kleine lesafsluiting

Gebruik de uitspraken van opdracht 3 om het begrip van alle leerlingen te controleren. Werk met kaartjes (groen/rood,) of laat de leerlingen rechtstaan (waar) / zitten (niet waar) om hun antwoord duidelijk te maken.

Lees de uitspraken een voor een voor. Verbeter de foute uitspraken. Nadien duiden de leerlingen de antwoorden ook aan in hun werkboek.

2.3 De opbouw van de aarde

De leerlingen nemen hun wisbordjes en antwoorden individueel op de volgende vragen.

- Noteer wat Paxi vertelde over onze aarde, wat zag hij hier allemaal? (bergen, vulkanen, vlaktes, oceanen …)

- Waaruit bestaat onze aarde, wat zit er onder onze voeten? (grond, aarde, zand, klei, stenen …)

- En wie weet wat er heel diep in onze aarde zit? (rotsen, stenen, heet gesteente, magma of gesmolten steen)

- Hoe weten we dat? (Mogelijk waren er al leerlingen bij een vulkaan, of zagen ze een uitbarsting, bv. op televisie.)

We kijken naar een beeldfragment over de lagen van onze aarde. Noteer de namen van die lagen op je wisbordje.

Toon video 6 (tot minuut 1:17).

Overloop de namen die de leerlingen op hun wisbordje noteerden: kern of aardkern (ze kunnen ook binnenkern/buitenkern noteren), mantel of aardmantel, en korst of aardkorst.

Wat hebben ze nog meer uit het fragment onthouden?

Neem het werkboek en bekijk de opdracht over de binnenkant van de aarde. Schrijf de namen van de aardlagen in het juiste tekstkader. Vaak wordt de aarde voorgesteld met vier lagen: aardkorst, aardmantel, buitenkern en binnenkern. Voor de leerlingen volstaat het om te weten dat de aardkern uit twee delen bestaat.

Toon het beeldfragment een tweede keer. Lees nadien de drie tekstfragmenten. De leerlingen verbinden de drie tekstkaders met de juiste aardlaag. Bespreek ook de twee laatste opdrachten. De exacte temperatuur van de aardlagen is geen leerstof voor de leerlingen. Wel moeten ze weten dat de temperatuur stijgt naarmate je dieper in de aarde graaft.

Kleine lesafsluiting

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Teken samen met de leerlingen een doorsnede van de aarde en benoem de aardlagen. Jij tekent op het bord, de leerlingen werken op hun wisbordje. Deze oefening zullen ze nog regelmatig herhalen, dus werk stapsgewijs en stuur bij waar nodig.

- We tekenen eerst de binnenkant van onze aarde: een cirkel met daarrond een tweede, grotere cirkel. Hoe noemen we deze laag, die uit twee delen bestaat? (de aardkern)

- Rond deze cirkels tekenen we nog een derde, grote cirkel. Je mag deze heel ruim tekenen, zodat er een dikke laag ontstaat. Hoe noemen we die laag, die rond de aardkern zit? (de aardmantel)

- Ten slotte tekenen we nog een laatste cirkel, heel dicht tegen de andere cirkel. Nu ontstaat er een heel dun laagje. Hoe noemt deze buitenste laag, waarop wij lopen? (de aardkorst)

- In welke laag is de temperatuur het hoogst? Waar is het dus het heetste? (in de aardkern) De aardkern bestaat uit twee delen. We kleuren het heetste deel in. Welke deel is dat dan? (Hoe dieper, hoe heter. We kleuren dus de binnenste cirkel in, want dit is de heetste laag.) de aardkern de aardkorst de aardmantel

3 Lesafsluiting

Herneem de drie lesonderwerpen die vandaag aan bod kwamen en op het bord genoteerd staan.

Vandaag leerden we heel wat over onze aarde. We leerden waarom onze aarde de blauwe planeet wordt genoemd. We leerden ook over de atmosfeer, en we namen een kijkje naar de binnenkant van onze aarde waar we leerden over de verschillende aardlagen.

Neem voor een laatste keer de behandelde inhouden door. Gebruik hiervoor een wereldbol en de posters van de atmosfeer en aardlagen.

- Waarom noemen we de aarde ook de blauwe planeet? (omdat het grootste deel van de aarde uit water bestaat)

- Hoe is de verhouding tussen zoet en zout water op onze planeet? (Het grootste deel van het water (97%) is zout water, een klein deeltje (3%) is zoet water.)

- Waar is zoet water vooral opgeslagen? (gletsjers en ijs)

- Wat doet de atmosfeer? (In de atmosfeer zitten (o.a. broeikas)gassen die de warmte van de zon vasthouden en er voor zorgen dat het op aarde warm genoeg is om te leven.)

- Uit welke drie lagen bestaat onze aarde? Wat kun je vertellen over de temperatuur van deze lagen? (de aardkern, de aardmantel en de aardkorst. Hoe dieper je gaat, hoe warmer het is.)

Vertel dat de dingen die we vandaag ontdekt hebben, heel belangrijk zijn en dat we er in de volgende lessen nog veel meer over zullen leren.

Vandaag hebben we samen al heel wat ontdekt over onze aarde. In de volgende lessen gaan we hier nog veel meer over leren.

- We hebben gezien dat onze aarde uit verschillende lagen bestaat. Hierover zullen we nog meer leren in de les over vulkanen.

- Onze aarde noemen we ook wel de blauwe planeet. Dat komt door al het water op aarde. In de volgende lessen gaan we leren over het weer en over de waterkringloop. Dan ontdekken we waar regen vandaan komt en wat er met water gebeurt.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

- Rond onze aarde zit de atmosfeer of dampkring. Die lucht is nodig om te kunnen leven. Als we later praten over het weer en over klimaatopwarming, zullen we deze dampkring opnieuw tegenkomen.

Onthoud dus goed wat we vandaag geleerd hebben, want dit is nog maar het begin. In de volgende lessen gaan we deze onderwerpen verder uitdiepen en zullen jullie nog veel nieuwe dingen ontdekken over onze aarde en de ruimte.

Kennisschema van de les

Onze aarde, de blauwe planeet

zout water (97 delen) zoet water (3 delen)

bevroren (2 delen) - ijskappen - gletsjers

vloeibaar (1 deel)

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

- meren - rivieren - grondwater = drinkwater

- zeeën - oceanen

atmosfeer of dampkring

broeikasgassen de aardkorst de aardmantelHoe dieper, hoe heter. de aardkern

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook