Skip to main content

Labo Taal en wereld 2 - Leesboek - Thema 1 - inkijk

Page 1


thema 1 leesboek

INKIJKEXEMPLAARDIE

Les 1 – 1 Een dag in de zon p. 2

Les 2 – 2 De schooltas p. 4

Les 3 – 3 Lief dagboek p. 6

Les 4 – 4 Leer me jouw taal p. 8

Les 5 – 5 Herhaling p. 10

Les 1 – 6 Mies gaat naar school p. 12

Les 2 – 7 Rust roest p. 14

Les 3 – 8 Te stoer p. 16

Les 4 – 9 Graag traag p. 18

Les 5 – 10 Waar is de school van ...? p. 20

Les 1 – 11 Welkom in de klas! p. 22

Les 2 – 12 Een schurk op het schoolplein p. 24

Les 3 – 13 De schoolkok p. 26

Les 4 – 14 In de klas van Jop en Bel p. 28

Les 5 – 15 Herhaling p. 30

Les 1 – 16 Een gast in de klas .................................................... p. 32

Les 2 – 17 De toets van taal p. 34

Les 3 – 18 Wat je van een zeerob leert p. 36

Les 4 – 19 Mag het of mag het niet? p. 38

Les 5 – 20 In kunst moet niets p. 40

Les 1 – 21 Op zondag ben ik vrij p. 42

Les 2 – 22 Geen geluk p. 44

Les 3 – 23 Sep kan niet naar de les p. 46

Les 4 – 24 Wat doet Tes na school? p. 48

Les 5 – 25 Post vanop kamp ...................................................... p. 50

1 Met een bootje de zee op p. 52

2 Van wie is de straat? p. 56

3 Het groene goud p. 59

4 Meester Frank ontploft p. 63

5 Namen zonder letters p. 67

6 Ik wil liever spelen p. 70

7 De nieuwe p. 76

8 In de rij p. 79

9 Een paarse juf p. 87

10 De schatkaart p. 91

Bronnen p. 96

Week 1 – les 1

We oefenen letters en eenvoudige woorden.

amu nbd

eree

pti

vzg iefw coeh sjo kaal

uuooeu

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

zus gras bus was bos wand loswind leeskind meeskip moesdip poesdiep mees moes bos

een dag in de zon

rat en mees zijn in het bos. wat is het heet! rat ligt aan de voet van een boom. hier valt het mee, zegt rat aan mees. kom bij me, maar mees heeft geen zin. ze zit hoog op een wand van hout. mees is boos op de zon. ik wil iets dat koel is! roept ze. dat los ik voor je op, mees, zegt rat. ze holt het bos uit. niet ver van het bos ziet rat een kind. fijn dat ik nog niet naar de klas moet, zegt het kind aan rat. ik kan nog één dag in de zon, met ijs dat koel is! hoort rat het goed? ijs dat koel is, dat is iets voor mees! rat pikt het ijs en rent naar het bos. het ijs is nu wel raar. door de zon is het geen ijs meer, maar moes. moes die wel nog koel is, zegt mees blij. net wat ik wou!

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

de wand de moes

Week 1 – les 2

We oefenen letters en eenvoudige woorden.

bfdeih ljkoms prvtuz

ooaaeeuueiou

aueuoeui ng ch sch

boothaairauwmuisnies

boorwaairuwhuiskies

beerwaarduwhaaskuis

boerdaardufbaaskuil

boefdeurdoofbaanbuil

zoef deukdoosboonbel

zeef leukboosbon wel zeeplikbesbokwil

bon zeef kies

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

de school-tas

beer ik duw op de bel van het huis. hoor je het, mol?

mol ja, ja, ik kom al naar de deur! wat scheelt er, beer?

beer kijk, ik heb een bon om naar de film te gaan. ga je mee? mol leuk! dat wil ik wel doen, maar nu niet. nu maak ik mijn tas klaar om naar school te gaan.

beer o … wat neem je mee naar de klas, mol?

een lat. met die lat meet ik. wauw! een pen, een gum en lijm. en een bril om goed te zien!

beer zoef! snel als een haas heb ik ook een tas klaar.

wat moet je met een zeef?

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

als ik veel leer, voel ik me flauw. dan zeef ik gauw wat bloem. ik doe er melk en een ei bij en ik bak een koek!

de bon de zeef

Week 1 – les 3

We oefenen hoofdletters, eenvoudige woorden en woorden zoals ‘ja’. DFE ALI JHB ZRP SNM OUW VCT

KG jaboe gabui pabij

na zij nu hij ma hoe

zo moe dodoe bui ja doe

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Lief dag-boek

Ik lig al lang in bed, maar ik slaap niet in.

Zo nu en dan hoor ik een bij die voor mijn raam zoemt.

En ik zie hoe een bui het raam nat maakt.

Zou ik bij ma en pa in bed gaan?

Nee, zij zijn moe. Ik ben nog niet moe.

Ik weet hoe het komt dat ik de slaap niet vat.

Ik neem mijn dag-boek en schrijf het op:

Lief dag-boek

Weet je hoe ik me voel? Ik ben bang.

Bang om naar een school te gaan die ik niet ken.

Bang voor een juf die ik ook nog niet ken.

Jou ken ik wel, lief dag-boek.

Ga jij met mij mee naar school?

Ik stop je in mijn tas.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Wat gek. Nu ik weet dat mijn dag-boek in mijn tas zit, voel ik me moe.

Kijk, ik doe al één oog toe.

Slaap zacht!

het dagboek de bui

Week 1 – les 4

We oefenen hoofdletters en eenvoudige woorden met oo, uu, aai, ooi, au, ou, ei, ij, ie.

doorbijldauwhaaiwaait duurboelrauwhooizaait deurbeulreushielziet dierbeukroeszielbiet gierdeukpoeszeilbijt gooidijkpauszooiboet gaairijkpauwmooibout gijriekpaaimoezout

duur

deur dier

Leer me jouw taal

Dag! Mijn naam is Ben. Ik geef hier les.

Zeg mij eens: wie ben jij?

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Mijn naam is Isam.

Ik ben niet van hier. Ik kom van een ver land.

En nu woon ik in jouw buurt.

Je bent welkom, Isam!

Wat wil je dat ik je leer?

Leer mij jouw taal, Ben.

Als ik jouw taal ken, heb ik het fijn hier.

Daar help ik je bij, Isam.

Ik neem je mee door de stad.

Dat is mooi van jou, Ben.

Mag ik al heel vroeg aan je deur staan?

Ja, kom maar voor dag en dauw.

Nog voor de zon op is en voor er dauw op het gras ligt.

door: van de ene plaats naar de anderede dauw

Week 1 – les 5

We oefenen letters en eenvoudige woorden met sch, ng, nk, eeuw, ieuw, ch, cht.

fpkomns lrfalhz

bjvtuwg

xaaeiijuuuioe ouauooeuieeou

ng nkchsch

schoolkieuwlachdunkmeeuw schaalnieuwlachtdankgeeuw schaarnieuwslangrankgauw scheurleeuwbang rang lauw scheutsneeuwbankringluw schateeuwbinkrichtschuw latuwzinkzicht schouw lachtuchzingzachtbouw

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

scheur

schaal bank

de bank de scheur

Herhaling

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Lees één van de teksten uit de vorige lessen opnieuw.

Week 2 – les 1

We oefenen woorden zoals brug en dans.

brugspeldansmelkvolg

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

drukspekdankmalswilg

dreun stek denkvalswind

draadstaaldingvalkstil

draakkwaal rang volkstoel

wraakkwijtbang vork kroel

pruikspijtberglork kraal

pruimspatbestlontpraal

kwaal pruik

melk

Mies gaat naar school

Het is acht uur. Hoog tijd om naar school te gaan. Mies heeft het druk. Ze neemt nog snel een slok melk.

Ze prikt met haar vork in een mals stuk pruim.

Ze doet haar jas aan en zet een muts op. Klaar!

Oei, ga jij naar IJs-land? zegt haar zus Nel.

Het is niet koud, Mies. Er is ook geen wind.

Kijk maar door het raam naar de zon.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Zus Nel neemt de jas en geeft Mies een trui. Een leuk ding!

Mies geeft Nel een kus. Hond Bas mag ook een kus.

Volg me niet naar school, Bas! zegt Mies nog.

De weg naar school is te lang voor jou.

Bas heeft een kwaal: zijn hart werkt niet meer zo goed.

Daar gaat Mies: de brug op en dan recht naar school.

Pim ziet Mies en roept: ik heb ook een trui!

Lees je mijn buik en rug, Mies?

mals: zacht en sappig de kwaal: iets dat pijn doet of niet goed werkt in je lichaam

Week 2 – les 2

We oefenen woorden zoals brug en dans.

dropgrijszoektbeestknip

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

kropgrauwzoentbeeldkind

krabklauwroestbergland

kraskluit rust bangklas

kruissluitrundlangklus

bruissloot rond last kust

broekgroot hond kast koest

sloepgraat handmand bloes

klus

broek

beest

Rust roest

Mol Ik ben klaar om naar de klas te gaan, Beer.

Beer Leuk! Ik ben al lang klaar.

Mol Tuk de hond wil ook mee naar school.

Beer Dat mag niet. Tuk hoest, hij is ziek.

Mol Kom gauw in je mand, lief beest.

Beer Houd je maar koest, Tuk. Ik sluit het hek.

Mol En hop, de berg op naar de klas!

Beer Wat een klus!

De weg naar school is steil en lang.

Mol Hoor je dat? Is dat Tuk die hoest in de sloot?

Beer Het zal wel een rat zijn.

Mol En hoe komt die kluit hier dan in de lucht?

Beer De wind nam die mee van het land.

Na een half uur …

Mol Oef, we zijn er! Ben jij ook moe van de klim?

Beer Zo moe dat ik droom. Ik droom dat Tuk naast juf staat.

Mol Ik zei toch dat het Tuk was in de sloot!

Die hond wou ook naar de klas, want rust roest!

sluit (sluiten): dichtdoen de klus: werkje

Week 2 – les 3

We oefenen woorden zoals brug en dans.

rots fietspuistgrap ster botsnietsjuistgriepstoer bontliefskruisgrietstoep lontlandkrasgrootfloep kant bandkratsloot fles want bankspatblootbres walsrankspaakbloos breuk valsringspookblaassleuf

stoer

vals

fiets

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Te stoer

Dag ma en dag pa! Ik heb haast, snel opzij! Ik fiets naar school! Ik ben al groot! riep Joep blij.

Niet zo stoer, Joep, STOP! riep zijn ma naar hem. Pas toch op, mijn kind. Rem op tijd, Joep, REM!

Maar Joep gaf gas, reed pal door een plas. Spit, spet, sput, spat! Joep was door en door nat.

Op Joep stond geen maat. Hij reed de stoep op als een gek. Reed toen BONK op een bank en ging op zijn bek.

Op zijn fiets zat een kras. Er was een spaak los in zijn wiel. Zijn band liep leeg. Er zat een lek in het ventiel.

Met Joep zelf viel het mee. Hij had pijn aan zijn been. Een tand zat wat los. Er was vel van zijn teen.

Joep op de fiets, dat vond pa echt geen grap. Jij maakt het veel te bont, Joep! Jij gaat te rap!

We doen de rest te voet. Je fiets moet aan de kant. En als een klein, jong kind neem ik je nu bij de hand.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

stoer: dapper het ventiel

Week 2 – les 4

We oefenen woorden zoals brug en dans.

meestzalmzwaansnoekknoop

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

beestkalmzwaarsnaakknijp beeft kaft zweerstaakknip

leeft kastzweet steekstip

leest kust kreetbleekgrip last rust kratblokgreep langroestkrasklok graag hoestgras stok traag

rust leeft kras

Graag traag

Halt! Stop! Zie je niet dat ik één arm in de lucht steek?

Het spijt me, ik heb haast. Ik moet op tijd op mijn werk zijn.

Wat jij nu zegt, dat hoor ik het meest van al.

Het maakt me boos. Ik til er zwaar aan.

Heb jij er last van dat ik haast heb?

Daar is toch niets fout aan?

Haast en spoed op de weg zijn niet goed.

Wat leest een knap man als jij op dit bord?

Daar staat 30 op.

O jee, reed ik te snel bij de school?

Jij reed veel te snel. Ik zet je op de bon.

Vanaf nu rijd ik kalm. Ik zweer het.

Dat geeft me rust.

Graag traag in de buurt van een school!

Week 2 – les 5

We oefenen woorden zoals brug en dans.

zwijnfluitkleurknijpsmoes

zwijgsnuitfleurknaapsmoel

zwoegkruidsleurknapkroel

vroegbruidsleufknipkraal

vraagbroodgleufslipkraam

kraagbroosbeursslaapbraam

krijgtrosbaarssloep graan

twijgblosbaardsloefgroet

sleur

vraag

fluit

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Waar is de school van …?

Ik stap naar het kruis-punt.

Het licht staat voor mij op groen.

Ik stap rechtdoor.

Ik kom langs een tuin met een roos.

Ik groet de knaap die fluit.

Vlak voor mij zie ik mijn school.

Ik loop het plein op, voorbij het friet-kraam.

Ik wuif naar de man met de baard.

Op de hoek van de weg zie ik zijn bruid.

Ik stap naar hun koets met paard.

Mijn school ligt nu vlak naast mij.

Ik sleur mijn school-tas door het veld met graan.

Ik blaf naar het zwijn in de wei.

Leuk is dat!

Ik ren nog snel om een braam.

Kijk! De kok plukt een kruid in de tuin van mijn school.

sleur (sleuren): iets vooruittrekken

het kruid

Met een bootje de zee op

Als de kinderen het vragen, lacht juf geheimzinnig. Dat is haar geheim. Het geheim van juf Petra. Vandaag begint juf met een nieuw verhaal.

Waldo zit op zijn krukje en luistert goed. ‘Op het strand staat een vrouw’, zegt juf .

‘Haar laarzen zakken weg in het mulle zand’.

Waldo wiebelt met zijn voeten.

Hij voelt niet meer dat hij op een kruk zit, maar denkt dat hij op het strand staat.

Precies zoals juf Petra vertelt. ‘Dichter bij het water is het zand steviger’, zegt ze.

Naast het plein staat een schooltje.

Het is van hout. De school is van juf Petra.

Ze heeft vier kinderen in de klas:

Isa, Mees, Tom en Waldo. Elke ochtend vertelt juf Petra een verhaal.

Dan gebeurt iets vreemds.

De kinderen verdwijnen uit de klas.

Het verhaal neemt ze mee.

Komt dat doordat juf zo mooi vertelt?

Of doordat het verhaal zo bijzonder is?

Niemand weet het.

En waar komt het verhaal vandaan?

Verzint juf het zelf?

mul: zacht, los, niet stevig verzint (verzinnen): bedenken, uitvinden

De kinderen luisteren aandachtig.

Juf kijkt even rond en vertelt weer verder.

‘Over de wang van Daans moeder rolt een dikke traan.

‘De vrouw kijkt naar de zee. Er spoelt een koude golf over haar laarzen.’

Daan vaart steeds een beetje verder weg. Plotseling tilt een heel hoge golf het bootje op. ‘Daan, pas op voor de golven!’ roept zijn moeder. Daan is al heel ver weg. Hij kan haar daarom niet goed verstaan. ‘Ik zie helemaal geen wolven’ roept Daan terug.

Zijn moeder roept en roept … En ze zwaait tot er van het bootje niets meer over is, niet eens een stipje.’

Juf zwijgt en staart voor zich uit.

Het is net alsof ze niet meer in de klas is.

‘Vertelt u verder?’ vraagt Waldo. Juf schudt haar hoofd. ‘Morgen’, belooft ze.

Wat vind jij het mooiste verhaal dat iemand jou ooit verteld heeft? Waar ging dat verhaal over?

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Waldo trekt zijn benen nu heel haastig op.

Hij doet zijn ogen helemaal dicht, om het verhaal beter voor zich te kunnen zien.

‘Op zee vaart een bootje,’ zegt juf.

‘Er zit een jongen in.’ ‘Ik zie hem, ik zie de jongen,’ fluistert Waldo. ‘Hij heeft een blauw-witgestreepte trui aan.’

Juf glimlacht. ‘Ja, dat is hem.

De jongen heet Daan. Hij zwaait naar de vrouw, want dat is zijn moeder. Ze zwaait terug.’

staart (staren): naar één iets blijven kijken, turen haastig: snel

De grote reis

De moeder van Daan was bang.

De reis was lang. Er kon van alles gebeuren.

Maar ze was ook heel trots op haar zoon.

Hij was erg dapper. Daarom liet ze hem gaan.’

Doodstil luisterden de kinderen naar juf. ‘Daan roeide naar het westen.

Na een paar dagen zag hij eindelijk land.

De zon scheen.

Er waren rotsen, zo wit als krijt.

Daan kneep zijn ogen tot spleetjes.

Hij trok de boot op het strand. Op een stoeltje zag hij een visser zitten.

‘Waar ben ik nu toch beland?’ vroeg Daan.

De man verstond hem niet.

‘Hello’ , zei hij alleen maar.’

Juf kijkt de klas rond. ‘Wie weet welke taal dat is?’

dapper: moedig, niet bang

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Er is een nieuw kind in de klas.

Ze heet Simone. En ze is een vriendin van Isa.

Simone wil het verhaal van juf Petra ook graag horen.

Juf zet nog een extra tafel en een kruk in de klas.

Daarna gaat ze verder met haar spannende verhaal. ‘Daan was al een grote jongen.

Hij droomde ervan de wereld te zien.

Hij wilde een grote reis maken.

Zijn moeder vond hem te jong.

Ze wilde liever dat hij thuisbleef.

Maar Daan was vastbesloten.

Hij beloofde zijn moeder dat hij weer thuis zou komen. ‘De wereld is rond’, zei hij. ‘Ik ga steeds naar het westen.

Op een dag ben ik terug waar ik begonnen ben.

Dan ben ik weer bij jou.’

vastbesloten: zeker

Maar dan klapt ze in haar handen.

Iedereen schrikt op. Ze zijn weer terug in de klas.

‘We moeten nu echt aan het werk’, zegt juf. ‘De school is eigenlijk een plek om te leren.’

‘We leren toch ook een heleboel’, vindt Mees.

‘We spreken nu een beetje Engels. Hello betekent: Hallo.’

‘En we weten wat een kompas is’, zegt Isa.

Naar welk land zou jij graag eens gaan?

Wat weet je al van het land? Welke taal spreken ze daar?

wegdromen: niet meer opletten

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Tom steekt zijn vinger op.

‘Dat is Engels. Hello is: Hallo.’ ‘Ja, inderdaad’, zegt juf Petra.

‘Daan was in Engeland aangekomen. Hij haalde zijn kompas uit zijn rugzak. De naald wijst altijd naar het noorden.

Links van het noorden ligt het westen. Die kant wil hij op. Daan deed de rugzak om en zei de visser gedag.’

Juf Petra vertelt en vertelt … De kinderen dromen weg.

het kompas: apparaat dat altijd naar het noorden wijst

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

het gedoe: de drukte, de heisa

beeft (beven): trillen, bewegen

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

sip: verdrietig, droevig

joelt (joelen): luid roepen

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

bloost (blozen): rood worden

de wijsvinger

ditkomtfragment uit:

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

lastig: moeilijk

gaat de lucht in (de lucht ingaan): omhooggaan

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

graait (graaien): iets snel

nemen

fronst (fronsen): het gezicht dat je maakt als je diep nadenkt

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

in niks: helemaal niet

strijkt (strijken): over iets wrijven

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

het Verre Oosten: deel van de wereld in het oosten van Azië, ver weg

knikt (knikken): op en neer gaan met je hoofd

Bronnen

Spoor 1 en 2

Tekst = Heidi Walleghem Illustraties = Daniëlle Roothooft

1 Een dag in de zon

2 De schooltas

3 Lief dagboek

4 Leer me jouw taal

5 Herhaling

6 Mies gaat naar school

7 Rust roest

8 Te stoer

9 Graag traag

10 Waar is de school van ...?

11 Welkom in de klas!

12 Een schurk op het schoolplein

13 De schoolkok

14 In de klas van Jop en Bel

15 Herhaling

16 Een gast in de klas

17 De toets van taal

18 Wat je van een zeerob leert

19 Mag het of mag het niet?

20 In kunst moet niets

21 Op zondag ben ik vrij

22 Geen geluk

23 Sep kan niet naar de les

24 Wat doet Tes na school?

25 Post vanop kamp

Spoor 3

1 Met een bootje de zee op

uit Daans reis om de wereld, tekst Rian Visser, illustraties Mark Janssen, uitgeverij Delubas, 2014

2 Van wie is de straat?

uit Het geheim van de groene straat © tekst Rian Visser, illustraties Hélène Jorna, Uitgeverij Leopold, 2022

3 Het groene goud

uit Stink AVI’s – Een heel vies boek om zelf te lezen © tekst Jette Schröder, illustraties Heleen Brulot, Uitgeverij Ploegsma, 2021

4 Meester Frank ontploft

uit Meester Frank is wow! © 2016 door Moniek Vermeulen en Florence Wauters bij uitgeverij De Eenhoorn

5 Namen zonder letters

uit Mijn eerste groeiboek: ik lees het zelf! Met drie in de klas. Gerard, H, & van Hove, J (2020).

Antwerpen: Infodok

6 Ik wil liever spelen!

uit Waarom moet ik naar school? (ISBN: 978-946439-104-6) © Schoolsupport Uitgeverij, Etten-Leur

7 De nieuwe

uit Bahar Bizar, Michael de Cock, Arevik d’Or, 2021, Singel Uitgeverijen (Querido)

8 In de rij

uit Otto gaat naar school © 2023 door Yoeri Slegers bij uitgeverij De Eenhoorn

9 Een paarse juf

uit ROBO-juf, pas op! tekst Selma Noort, illustraties Jan Dirk Barreveld, Zwijsen Uitgeverij, 2022

10 De schatkaart

uit Een kist vol goud © tekst Jette Schröder, illustraties Ivan & Ilia, Uitgeverij Ploegsma, 2018

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

De uitgever heeft naar best vermogen getracht de publicatierechten volgens de wettelijke bepalingen te regelen. Zij die niettemin menen nog aanspraken te kunnen doen gelden, kunnen dat aan de uitgever kenbaar maken.

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook