Skip to main content

Labo Spelling 3 - Werkboek T1 (selectie) - proefmateriaal - inkijk

Page 1


Schrijf de woorden op de juiste plaats.

K = klinker M = medeklinker

kreeft – schrik – stroop – damp – griep – spons – schil – golf – dwaas – maart – slurf – braaf –schuif – worst – spruit – zwak – prul – toets – troost – hesp – dwars – stroef – zelfs

sch(r) +

Voeg samen. Schrijf het woord.

st + aan we

dr + oeg ik

kr + uip ik

du + rf ik

bak + t hij

was + t jij

mik + t hij

drup + t het

knaag + t het

zweef + t ze

smaak + t het

plas + t hij

melk + t hij

poets + t ze

plens + t het

sch + uif ik

schrijf + t ze

schaats + t ze

Vorm de woorden. Schrijf ze op.

go ha wo +lf ha pe po +ls fi za he +lm

br +

aaf ief on sl + ag ot ak zw + aan eep eet

Vorm de juiste woorden. Vul ze aan in de zin. Schrijf daarna de zin over.

fr- lu- wo- -st -iet -rst +

Ik wel met een

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Je van een door een .

kw- pr- schr- -ik -al -ikt + sl- spr- sch- -aap -ingt -oot +

Het over de

Fout? Ik schrijf het woord juist.

Schrijf bij elk woord het cijfer van de juiste code. Schrijf het woord over.

1 = MMKM 2 = MKMM 3 = MMKMM 4 = MMMKM 5 = MKMMM 6 = sch(r)

koorts de spits de flap de kreeft de worm de slok de spons de twaalf strip de koorts de schuim het sport de kruk de helm de

Vorm de woorden. Schrijf ze op.

br + aaf ief de on de + rs laa de fo ve str + ik de aks oom de

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Fout? Ik schrijf het woord juist.

Kijk. Zeg hardop. Bedek. Vul aan.

kwal prikt de wesp vliegt de zwaan zwemt de stift kleurt de spin kruipt de fiets roest de tulp geurt de schoen knelt de schaap slaapt het

Vorm de samenstellingen. Vul ze aan in de zin.

speel – klim – plaats – rek

Op onze staat een pak – zwem – bus – school

Ik vergat mijn op de doos – brood – kaas – smeer

In mijn zit een blokje . twee – maal – dag – maan

Op ga ik naar oma. wolk – kamp – rook – vuur

Er hangt een boven het .

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Fout? Ik schrijf het woord juist.

Vorm de woorden. Schrijf ze op. + ee m n tw z de f de r de v het sl de tr de Woorden op ee, ik schrijf er twee!

Vorm de woorden. Schrijf ze op. + a

f l j n p m

sl de g ik

Ik schrijf op het eind een lange aa, oo of uu. Ik schrijf a, o of u.

Fout? Ik schrijf het woord juist.

Vorm de woorden. Schrijf ze op.

1 = a 2 = o 3 = u 4 = ee 5 = eu 6 = ie 7 = oe 8 = ui

f + 4 = de

b + 5 =

dr + 6 =

tr + 8 = de

kn + 6 = de

v + 4 = het

sl + 1 = de

k + 7 = de

vl + 1 = de

b + 8 = de

sn + 4 = de d + 7 = ik n + 3 = m + 1 = sl + 4 = de m + 4 =

Kijk. Zeg hardop. Bedek. Vul aan.

zee mee Morgen rij ik naar pa ma en zijn op reis.

tr + 4 = de

vl + 2 = de

g + 1 = ik

m + 7 =

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

vee stro Het staat op drie twee Ik tel af: , en een!

koe boe De roept trui beu Ik ben die groene _________________________ sla vla Na de eet ik een snee knie In mijn zit een diepe zo ga Ik dat doen.

Fout? Ik schrijf het woord juist.

Zet de woorden op de juiste plaats. Schrijf de zin over. zee rots spoelt De over de .

graag fruit droog Ik eet .

strijkt Ma mijn broek groene . weg vlieg de koe de Met staart haar mept .

Fout? Ik schrijf het woord juist.

Lees de woorden van onder naar boven. Schrijf ze bij het juiste cijfer.

Tel de woorden op. Schrijf de samenstelling in de juiste zin.

1 weer – 2 stuur – 3 bos – 4 zak – 5 storm – 6 man – 7 vuur – 8 zee – 9 weer – 10 schoor – 11 bessen –12 rook – 13 schip – 14 steen – 15 slaap – 16 broek – 17 fruit – 18 boer – 19 pluim – 20 mes – 21 tuin –22 zak – 23 werk – 24 man – 25 tuig – 26 kamp – 27 vrouw – 28 zak

De (1 + 27) voorspelt (5 + 9) . Mama koopt (3 + 11) bij de (17 + 18)

Er komt een zwarte (12 + 19) uit de (10 + 14)

Mijn (21 + 20) zit in mijn (16 + 22)

We liggen in onze (15 + 28) bij het (26 + 7)

De (21 + 24) gebruikt allerlei (23 + 25) .

De (2 + 6) staat aan het roer van het (8 + 13) .

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Fout? Ik schrijf het woord juist.

Schrijf elk woord in de juiste kolom.

slang – man – bank – plan – pink – spin – tong – links – ben – gang – breng – winkel – honger –drink – win + ng

+ nk

Ik hoor ng of nk. Ik schrijf nooit meer dan twee letters!

Kleur wat klopt. Vul het woord aan in de zin.

beha nk ng Ik vind dat mooi .

gesche nk ng Ik koop een voor mama. le nk ng te De van die broek klopt niet. ja nk ng en De hond zit al een hele poos te . la nk ng e ste nk ng el Die bloem heeft een be nk ng el jo nk ng en Een is een wat stoute

Fout? Ik schrijf het woord juist.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Vul aan met ng of nk. Schrijf die woorden nog eens over.

De visser haalt de va st la zaam op.

Wie a st heeft, is echt ba

In die wi el vind je mooie gesche en.

De sla e sporter spri t over de lat.

Die dame heeft aan iedere vi er een ri .

Ik ha de sli er in de kerstboom.

Vul het woord aan op de juiste plaats en in de juiste vorm. Schrijf de zin over.

verlang – drankje

De loper naar een . zanger – klink

Die vals. vink – zingen

Hoor je die twee ?

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Fout? Ik schrijf het woord juist.

de angel

De wesp heeft een scherpe angel waarmee hij kan prikken.

de behang

We plakken mooi behang op de muur om de kamer vrolijk te maken.

dooien

De sneeuw begint te smelten omdat het buiten dooit.

druppen

Het water blijft uit de kraan druppen.

de fooi

We geven een fooi of wat geld aan de ober omdat hij of zij zo vriendelijk was.

de angst

Liam voelt een beetje angst als hij moet spreken voor de klas.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

de gifslang

Een gifslang kan met één beet heel gevaarlijk zijn.

de brooddoos

Mama smeert elke dag boterhammen en stopt ze in mijn brooddoos.

de dooier

De dooier is het gele bolletje in een ei.

de eeuw

Een eeuw is een heel lange tijd van honderd jaar.

het geschenk

Voor haar verjaardag kreeg ze een leuk geschenk.

gloeien

Het lampje begint te gloeien wanneer je het aanzet.

de griep

Ik kan niet naar school omdat ik de griep heb.

het hangslot

We doen het hangslot dicht zodat de poort niet open kan.

het klimrek

Op de speelplaats klimmen de kinderen graag in het klimrek.

de kreeft

De kreeft loopt met zijn grote scharen over de rotsen.

de kwal

Pas op, een kwal in de zee kan je pijn doen.

de hals

De hals is het lichaamsdeel dat je schouders met je hoofd verbindt.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

plenzen

Het regent zo hard dat het water op de grond plenst.

de hesp

Op mijn boterham ligt een sneetje hesp.

knellen

Mijn schoenen knellen als ze te klein zijn.

de kruk

Hij zit op de houten kruk aan de tafel.

de pels

De vos heeft een dikke, warme pels.

plooien

Je kan het papier in twee plooien.

de pols

De pols is het stuk tussen je hand en onderarm.

de rits

Ik trek de rits van mijn jas dicht.

de rookpluim

Uit de schoorsteen komt een grijze rookpluim.

de schoolbus

De schoolbus brengt ons elke ochtend veilig naar school.

de slinger

We hangen een kleurrijke slinger op voor het feest.

de prul

Het speelgoed was meteen stuk, het was een echte prul.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

de smeerkaas

Ik smeer smeerkaas op mijn boterham.

roesten

De oude fiets begon te roesten in de regen.

schaatsen

In de winter gaan we graag op het ijs schaatsen.

de slaapzak

In mijn slaapzak lig ik lekker warm tijdens het kamp.

het slot

Het slot van de deur klikt dicht met de sleutel.

de speer

De jager gooit zijn speer heel ver.

de spons

Met een spons maak ik de tafel schoon.

de stuurman

De stuurman zorgt ervoor dat de boot de juiste kant op gaat.

de toonbank

De winkeljuf legt het brood op de toonbank.

de vangst

De visser is vandaag niet blij met zijn vangst.

de wesp

Een wesp kan gemeen steken als je hem boos maakt.

de spreeuw

Een spreeuw is een zwart vogeltje met witte spikkels dat mooi kan zingen.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

de zweep

De cowboy zwaait met een lange zweep.

de surfplank

Hij staat rechtop op zijn surfplank in de hoge golven.

de trektang

Met een trektang trek je nagels uit een plank.

de werkbank

Papa timmert graag aan zijn werkbank in de garage.

de zanger

De zanger zingt een lied op het podium.

het zwempak

Ze trekt haar zwempak aan en duikt in het zwembad.

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook