Kijk. Zeg hardop. Bedek. Schrijf het woord. de puist de spier het spoor de knop de storm de prent de kraan de broers de tram de krent de streep de herfst de kwal het graan de zweep het scherm de schelp de plant de strik de schram
Schrijf de t-vorm van het woord.
ik durf hij
ik buig jij
ik wens ze
ik proef jij
INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE
ik schrijf jij
ik rem hij
ik schuil jij
ik kleef het
ik fiets ze ik blaas ze
ik spreek jij
ik schijn het
Fout? Ik schrijf het woord juist.
ik schilder hij
ik graaf je
Kijk. Zeg hardop. Bedek. Schrijf de woorden op de juiste plaats in de zin. spring balk Ik over de schrijf schrift Ik net in mijn .
schrikt flits De poes van de . wesp proeft pruim De van de . graag droog fruit Wij eten
Vorm de juiste samenstellingen. Schrijf ze op.
bal - steen - pen - bak de de vis - zak - net -mes het het
hoek - pak - drie - zwem de het huis - plak - dier - boek het het
INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE
Fout? Ik schrijf het woord juist.
Zet een streepje tussen de woorden. Schrijf ze op.
k l e u r w e n s d o r p w o r s t
de de het de
s t r o o p p r u i k h a l s l a m p de de de de
k e r s s p i e r m u t s n i e t s de de de
s p o o k j u i s t z w e e t m a r k t
het het de
Lees en zeg hardop. Dek af en schrijf op.
de zalm zwemt
de wesp zoemt
de gans vliegt
het schip vaart
het beest slaapt
de lamp schijnt
de stok breekt de stier brult
de stoel kraakt
INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE
Fout? Ik schrijf het woord juist.
Lees van rechts naar links. Zet een streepje tussen de woorden. Schrijf ze op.
r o o p s t s i u j m r o t s s n i r p
de de het
t r a t s t s f r e h t r o p s s e e l v
het de de de
p o h c s t o l s k o l k s n e m de de het de
s n a d t m i l k t p r e w t k i r h c s
hij jij zij ik
Haal de woorden uit de ketting. Schrijf ze op.
Lees van links naar rechts. De laatste letter is de eerste van het volgende woord.
s p r u i t r a m a a r t r a a g de de
b a a r s l o e p r u i k r e e f t de de de de
s p o n s t r a k s c h u i m a r k t de het de
s c h r o e f l i t s t r u i k r u k
de de de de
s c h r i f t r a a n i e t s s t a r t
het de de 1 2
INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE
Fout? Ik schrijf het woord juist.
Naam: Klas: Nummer:
en afspraakwoorden op a, o en u.
Lees van rechts naar links. Schrijf het woord op. al eewt
eez de eink de ied olv de eens de eird eef de orts het alv de oz eom un ueb als de eok de eem
Vorm het woord. Schrijf het op.
INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE
Fout? Ik schrijf het woord juist.
Naam: Klas: Nummer:
Schrijf de zin over. Vul de letters onder de vlek aan. Kies uit: ee, oe, eu, ui, a, o en u.
G je m naar de z ?
Dr komt n tw .
T , d d tr n aan!
Ik heb een sn in mijn kn . Wat b !
Schrijf de woorden die rijmen bij elkaar.
snee – trui – zo – vla – slee – ma – bui – stro
fa / / do / /
lui / / nee / /
mee – vlo – vee – ho – zie – moe – drie – toe
wie / / ree / / 1 2 Ik schrijf hoorwoorden (MK) en afspraakwoorden op a, o en u.
INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE
koe / / do / /
Fout? Ik schrijf het woord juist. Naam:
Vorm het woord met ng of nk. Schrijf het op.
1 = ng 2 = nk
a1el = de
sli1er = de
li2s =
do2er =
pla2en = de
za1er = de
ste1el = de wi2el = de
jo1en = de
ho1er = de
a2er = het
ri2elt = het
Kijk. Bedek. Vul aan.
donkere Ik loop niet graag door die straat. 1 2
beha1 = het
kli2er = de
verla1 = ik
beda2 = ik
tankt De man de auto vol. hang op Ik de kaart
springt De steen op en neer over het water.
drinken We aan de frisse bron.
strenge Dat is een agent.
INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE
geschenken Onder de boom liggen veel . stengels Die bloemen hebben dikke . ankers Het zeeschip heeft twee grote .
Fout? Ik schrijf het woord juist.
Naam: Klas: Nummer: 7
Vorm het woord. Schrijf het op. Lees van onder naar boven. m lnass ss eeanrrlrrnen
Vul aan met het woord in de juiste vorm.
zing De vogel _________________________________ tong lange
INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE
eng een film slank de vrouw vinger tien slinger mooie
plank een stapel winkel leuke
vang De vissers ________________________________ . verlang Mijn zus . rinkel De bel . zinken De boot .
Fout? Ik schrijf het woord juist. Naam:
Vul aan met ng of nk. Dek af. Vul het woord aan in de zin.
sla en De hebben een eigen zaal in de zoo.
va st De vissers zijn blij met hun . dra en Daar verkopen ze frisse .
kla en Dat zijn mooie
za er De speelt op zijn gitaar.
pi en We hebben twee
e el Dat is het beeld van een
Wat zit er achter de vlek: ng of nk? Vul aan.
Ik heb a 1 st voor de a 2 el van een bij of een wesp.
De aa is een kli 1 er die je la 2 uitspreekt.
We zi 1 en luid mee met de za 2 er.
Een be 1 el is een jo 2 en die niet zo fli 3 is.
Bre 1 jij frisse dra 2 jes mee uit de wi 3 el?
Fout? Ik schrijf het woord juist.
schrijf afspraakwoorden met ng en nk.
De vissen sp uit het water. 1 2
Voeg het achtervoegsel toe. Schrijf de afleiding op. de angel + s de + tje het de plank + en de + je het de tang + en de + etje het
INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE
flink + e + er de stengel + s de + tje het de bank + en de + je het
ik bedank + t hij + en we
ik spring + t zij + en wij
Vul het ng- of nk-woord verder aan. Schrijf het daarna over.
De sl verlicht de kerstboom. de
Mama t de auto vol. ze
Mij papa d graag een kopje koffie. hij
Wij hebben geen st juf.
Nee, niet mijn rechtse maar mijn l voet!
Ik wil je heel erg bed
In die straat kun je leuk wi
Een rot ei kan heel hard st .
Fout? Ik schrijf het woord juist.
Naam: Klas: Nummer:
met ng en nk.
Vul aan met ng (= 1) of nk (= 2). Vul het woord aan in de zin.
gezo1en Dat was mooi !
verdri2t Pas op dat je niet !
ta1etje Geef je mij dat eens?
gesche2je Ik ben blij met dit .
be1eltje Mijn broer is een echt
gedro2en Ik heb veel water
sli1ert Er hier veel afval rond.
nade2en Mag ik nog even ?
Voeg het achtervoegsel toe. Schrijf de afleiding op.
ring + en de + etje het
vonk + en de + je het
drank + en de + je het
flink + e + er
jong + er + ste
rinkel + t het + en ze
zing + t hij + en ze
stink + t het + en ze 1 2
INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE
Fout? Ik schrijf het woord juist.
Omcirkel de woorden met ng en nk. Dek af. Schrijf de zin op.
De slinger hangt in een kring.
De plank van de bank hangt los.
Het anker zinkt langzaam in zee.
Daar is de ingang van de bloemenwinkel.
Vul het ng- of nk-woord verder aan. Schrijf het daarna over.
Daar is de uitg van de zaal. de
Ik kreeg een leuk gesch . het
Wil jij dat daar opha ?
Ik hoor de bel ri .
Ik ga mee met mama wi
De jo spelen met de bal. de Ai, ik deed mijn vi pijn. de
De zon gaat onder, het wordt do
Ons nieuwe poesje is nog j
Fout? Ik schrijf het woord juist.
Schrijf de woorden in het juiste vak.
loeit De koe . 1 2
fraai – foei – het hooi – nooit – het gloeit – saai – de plooi – de kraai – ik draai – ze loeit –ik strooi – het waait – hij gooit – het bloeit – de moeite
woorden als haai
INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE
woorden als kooi woorden als boei
Kijk. Bedek. Vul het woord aan.
draait Het wiel . groeit De plant . dooit Het . waait Het .
lawaai Wat een ! boeien rode
zwaaien We stoeien De poezen
nooit Dat ! vloeit Het water
sproeit De boer naait De vrouw
saai Dat is !
kooi een grote
dooier een gele
Fout? Ik schrijf het woord juist.
Naam: Klas: Nummer:
met aai, ooi en oei.
Vorm de woorden. Schrijf ze op. = aai = ooi = oei
n t = k en = de h en = de t er =
pl t = het bl t = het
kr en = de w t = het
handb = de grasm er = de
r spaan = de
h koorts = de
INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE
Vul de woorden aan met aai, ooi of oei. Schrijf de zin over.
De kr dr t rond de b .
Als je spr t, gr en de groenten.
De boer m t het h voor zijn k en.
Wat maakt die grasm er veel law !
Fout? Ik schrijf het woord juist.
Naam: Klas: Nummer:
Vorm het woord. Schrijf het op.
sneeuw + t het + en 1 2
fraai + e + ste
kooi + en de + tje het
nieuw + s het + e
plooi + en de + tje het
kieuw + en de + tje het
meeuw + tje het + en de
leeuw + tje het + in de
Vorm het woord. Schrijf het op.
aai + t hij + en we
gooi + t je + en ze
besproei + t ze + en we
geeuw + t hij + en ze
duw + t je + en wij
strooi + t hij + en ze
groei + t je + en jullie
Fout? Ik schrijf het woord juist.
Vul het woord aan met aai, ooi, oei, eeuw, ieuw of uw. Schrijf het nog eens over.
Wat niet oud is, is n
geen enkele maal of n
heel hard roepen of sch
Mijn rode wangen gl . de koning van de dieren of de l
De vis ademt met k .
100 jaar of een
wild spelen of st
9 de 10 de 1 2
Welk woord met aai, ooi, oei, eeuw, ieuw of uw zoeken we? Schrijf het op.
Je krijgt telkens de beginletter.
1 Ik drijf in het water. (b)
3 Wauw zo schoon, zo … ! (m)
5 een vogel aan de kust (m)
7 Ik zit binnen in een ei. (d)
9 een vogel in een … (k)
INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE
2 niet leuk, niet spannend (s)
4 Wat je nog niet wist of had is … (n)
6 niet mals, maar … (t)
8 droog gras (h)
10 een grote zeevis (h)
de
7 de 8 het
Fout? Ik schrijf het woord juist.
Markeer waar er een hoofdletter moet. Zet een streepje waar er een leesteken moet. Schrijf de zin over met hoofdletters en leestekens.
in de zoo van antwerpen zie je leeuwen haaien en slangen
INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE
op kerstmis gaan wij naar plopsaland in de panne
stop daarmee dat vind ik niet fijn
valt pasen dit jaar ook op een zondag in april
Zet eerst een streepje tussen de woorden.
Schrijf daarna de zin over met hoofdletters en leestekens.
b r u s s e l i s d e h o o f d s t a d v a n b e l g i ë
Fout? Ik schrijf het woord juist.
Schrijf de zinnen over met hoofdletters en leestekens. ken jij bednet bednet helpt kinderen die lange tijd niet naar de klas kunnen matis siebe en lina volgen zo les online knap van bednet 1 2
Schrijf de zinnen over met hoofdletters en leestekens. de huismus de pimpelmees en de vink zien we het vaakst in de tuinen in vlaanderen hoe weten we dat wel elk jaar organiseert natuurpunt het grote vogeltelweekend ook babette telt vogels in haar tuin goed gedaan babette welke vogel zag jij het vaakst