Skip to main content

Labo Spelling 3 - Handleiding T1 (selectie) - proefmateriaal - inkijk

Page 1


Handleiding

Les 1 Hoorwoorden

Lesdoelen

1 De leerlingen kunnen hoorwoorden sorteren op basis van de codes met K (klinker) en M (medeklinker).

2 De leerlingen kunnen de verschillende types hoorwoorden schrijven op basis van de hoorstrategie.

3 De leerlingen kunnen hoorwoorden vormen en schrijven door delen van een woord samen te voegen.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Lesmaterialen

- concordantie

- Kabas en/of werkboek Thema 1 p. 1-2

- Memoboekje

- beeldwoordenboek

- instructievideo: klanken, letters, woorden

- instructievideo: klinkers en medeklinkers

- instructievideo: woorden vormen met klinkers en medeklinkers

- poster 1: spellingstrategieën

- poster 2: een woord schrijven

- woordenlijst 1: hoorwoorden

- groene balpen

Leerlijn

Wat ging vooraf? Wat is de voorkennis?

In de eerste thema’s van het tweede leerjaar oefenden we vaak en veel op hoorwoorden die bestaan uit één deel (lettergreep). We leerden ook vanuit de letter-klankkoppeling het onderscheid tussen klinkers en medeklinkers, een belangrijk inzicht bij spelling. Hoorwoorden stellen we voor met de codeletters M (medeklinker) en K (klinker). Leerlingen gebruiken deze codes om hoorwoorden te sorteren en te vormen. Dit alles is nu, begin derde leerjaar, verondersteld gekend en beheerst.

De hoorstrategie is de eerste van de vier spellingstrategieën die we vorig jaar aanleerden. Die strategie laat zich eenvoudig vertalen in ‘ik schrijf wat ik hoor’. Vrij vlug werden leerlingen echter geconfronteerd met woorden die je niet kan schrijven zoals je ze hoort. Daarvoor leerden we nog twee andere strategieën gebruiken. We maakten in de afspraakstrategie afspraken voor bepaalde types woorden. De belangrijkste daarin is de afspraak voor woorden met twee delen (open en gesloten lettergrepen). In de Nederlandse taal zijn er echter behoorlijk wat woorden die je niet kan schrijven zoals je ze hoort, maar die zich ook niet laten vatten in een afspraak. Die woorden moeten we onthouden met de onthoudstrategie.

Een vierde en laatste strategie, de analogiestrategie, helpt bij de afspraak- en onthoudwoorden. Aan elke afspraak of aan elk onthoudtype koppelen we ook een analogiewoord. Zo kunnen de leerlingen ook werken met ‘het is een woord als …’.

Dit alles hebben we in het tweede leerjaar veelvuldig gebruikt en geoefend. In deze eerste les zou je dat moeten merken. We brengen hier geen nieuwe leer- of oefenstof aan. Er komen alleen nieuwe hoorwoorden bij.

Wat volgt?

We oefenen in de tweede les verder op de hoorwoorden en de bijhorende strategie. In de derde les herhalen we de MK-woorden. Als de klinker een ee, ie, ui of oe is, zijn dat ook hoorwoorden. MK-woorden op a, o en u vormen echter een uitzondering. Die vatten we in een eerste afspraak van dit jaar. Ook deze woorden oefenden we al vorig jaar en breiden we nu alleen nog uit met enkele nieuwe woorden.

Verder in het thema herhalen we de afspraak voor de woorden met de tweetekenklanken ng en nk, en die met de meertekenklanken aai, ooi, oei, eeuw en ieuw. Ook dit wordt een uitbreiding op wat we in het tweede leerjaar oefenden.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Als we al even verder kijken, zul je merken dat er pas echt nieuwe leerstof komt vanaf het vierde thema. Dan bouwen we stap voor stap de afspraak van werkwoordspelling in de tegenwoordige tijd op.

Voor de les

Afhankelijk van je context is de opstart met Labo Spelling wat verschillend. Labo Spelling biedt heel wat oefenkansen voor de leerlingen en een waaier aan tools voor de leerkracht, zowel in print als digitaal. Werk(en) jij en/of je leerlingen voor de eerste maal met Labo? Bepaal dan zelf wanneer en op welk tempo je de materialen op papier en digitaal wilt voorstellen de eerste week. De eerste lessen zullen daarom bijna zeker wat uitlopen. Dat is niet erg. De vaste lesstructuur wordt voor jou en je leerlingen vlug herkenbaar. Weet ook dat het in de eerste drie weken van een thema niet mogelijk is om alle oefenmateriaal in het werkboek te verwerken. Meer nog, dat is ook niet de bedoeling. Op het einde van iedere week en in de laatste twee weken van elk thema krijgen je leerlingen ruim de tijd om hiermee verder te oefenen. De nog te maken oefeningen zet je dan in als herhaling en/of differentiatie. Als je leerlingen wel al vertrouwd zijn met Labo Spelling, zullen ze er ook in het derde leerjaar vlug mee weg zijn. We werken immers verder met een identieke aanpak en dezelfde materialen.

Zorg dat je poster 1 en 2 bij de hand hebt om op te hangen aan de klaswand.

LESVERLOOP

1 Voorkennis activeren en lesdoel

Heet de leerlingen welkom in de eerste Labo spellingles van dit nieuwe schooljaar. Ja, ook dit jaar gaan we opnieuw spellen met Labo. Zoals je intussen weet, kan dat best leuk zijn. We gaan weer veel oefenen en schrijven. Zo leren we vlug correct spellen, want kunnen schrijven zonder fouten is fijn.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Terwijl je de nieuwe werkboeken uitdeelt of de schermen op hun toestel laat openzetten, vertel en vraag je verder.

Wie kan vertellen hoe we het vorig jaar hebben aangepakt om een woord juist te schrijven? Wat is daarbij zeer belangrijk? Wat moet je goed kunnen? (goed luisteren)

Juist, je moet goed luisteren. En wat horen we dan? (klanken) Ja, we horen klanken. En waarmee kunnen we dan die klanken opschrijven? (letters) Ja juist, daarvoor gebruiken we lettertekens. We horen een woord. We luisteren naar de klanken die we horen, halen die uit elkaar, denken aan de letters en kleven dan die letters terug aan elkaar wanneer we schrijven. Zo werkt dat.

Belangrijk in de aanpak van Labo Spelling is om zelf vaak hardop te denken (modelling). Hoe denk ik zelf wanneer ik dit woord moet schrijven? Aan welke strategie, afspraak of analogiewoord denk ik? Onze suggestie om dit te doen staat altijd cursief in de handleiding.

Ok, vandaag starten we met de woorden die het makkelijkst te schrijven zijn. Welke zijn dat? (hoorwoorden) Ja, dat zijn de hoorwoorden, de woorden die we kunnen schrijven zoals we ze horen.

Hang poster 1 op en toon het picto van de hoorstrategie. Hang ook poster 2 op en sta kort stil bij het eerste blokje in het schema.

Verwoord het lesdoel.

Vandaag starten we met de hoorwoorden, de woorden die we kunnen schrijven zoals we ze horen.

2 Kern

2.1 Instructie: klinkers en medeklinkers in hoorwoorden

Zo, nu weten we opnieuw: we horen klanken en halen die uit elkaar, we schrijven letters en kleven die terug aan elkaar. Weet je nog dat we ook een verschil hebben tussen twee soorten klanken of letters? Hoe noemen we die? (klinkers en medeklinkers)

Wie legt uit wat het verschil is tussen een klinker en een medeklinker?

Laat de leerlingen aan de hand van enkele klinkers ervaren dat we die makkelijker kunnen ‘roepen’ en aanhouden dan medeklinkers.

Laten we nog even oefenen. Ik spreek een letter/klank uit en jullie geven aan of het een klinker of medeklinker is.

Spreek een beweging af bij het horen van een klinker (bijvoorbeeld hand opsteken, opstaan, naar de ene kant van de klas gaan …) Spreek enkele letters uit. Gebruik ook enkele twee- of meertekenklanken (ui, oe, aai, ei, ng, sch …). De leerlingen reageren passend. Bespreek wanneer het fout loopt.

Met die klinkers en medeklinkers kunnen we nu woorden vormen.

Nodig de leerlingen uit om een code samen te stellen. Start zelf op met MMKM Breid uit naar MKMM, MMKMM, MMMKM of MKMMM en sch(r) Noteer die codes naast elkaar in kolommen op het bord en laat de leerlingen enkele woorden aanbrengen en sorteren. Gebruik eventueel woordenlijst 1 ter inspiratie. MMKM

MMKMMMMMKM of MKMMM sch(r) stok plas spier

berk puist kalf

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

kreeft smurf twaalf

2.2 Begeleide inoefening: hoorwoorden sorteren

streep spruit komst

school scheur schrik

Ga naar het werkboek op pagina 1. Verduidelijk eerst even de informatie in de hoofding. Die is dezelfde als in het tweede leerjaar: - de titel van de les zegt wat we vandaag leren en oefenen; - het boekje verwijst naar de pagina’s in het Memoboekje; - het scherm mag je aankruisen als je deze oefening maakt op Kabas; - met de QR-code kun je naar het grote, digitale beeldwoordenboek en naar de instructievideo als die er is.

Open het werkboek en presenteer oefening 1. Laat het pictogram in de kantlijn verklaren.

We werken in de eerste twee lessen met de hoorstrategie. We plaatsen de woorden in de juiste kolom onder de juiste code. Bekijk en tel de medeklinkers en klinkers. Laat eventueel eerst de klinker aanduiden. Dat geeft enige structuur.

Bepaal zelf of je hier nog even klassikaal werkt of niet. Je kunt eventueel eerst samen voor elke kolom een woord zoeken en dan de leerlingen individueel laten werken.

Kleine lesafsluiting

Loop rond en controleer of de leerlingen de woorden juist sorteren en correct overschrijven. Deze hoorwoorden mogen geen probleem meer geven.

2.3 Zelfstandige verwerking: hoorwoorden vormen en schrijven

De leerlingen werken individueel verder in het werkboek met oefening 2. Wijs hen op het beeldwoordenboek dat ze kunnen gebruiken, ofwel achteraan in het werkboek, ofwel in de uitgebreide versie op Kabas via de QR-code in de rechterbovenhoek. Loop rond en corrigeer. Het is echter beter als de leerlingen zichzelf kunnen corrigeren met de correctiesleutel. Die kun je vooraan openzetten of op papier ter beschikking stellen. De leerlingen kunnen daarvoor ook onderling samenwerken. Voor correcties gebruiken we een groene balpen

Zelfcorrectie gebruiken we in Labo Spelling heel vaak. Het is immers belangrijk dat een foute schrijfwijze zo vlug mogelijk wordt bijgestuurd en dat hoeft zeker niet altijd door de leerkracht te gebeuren. Leerlingen kunnen best zichzelf of elkaar corrigeren. Met zelfcorrectie of door de automatische correctie in de digitale oefeningen (werkboek, scheurblok, Kai en in de gamehoek) werk je sneller. Als je dit vaak laat doen, wordt het ook een routine.

2.4 Verlengde en verdiepende instructie: hoorwoorden vormen en schrijven

- Wie nog fouten had in oefening 2, werkt verder met touwoefening 3.

- Wie (bijna) foutloos was in oefening 2, werkt verder met knoopoefening 4.

3

Lesafsluiting

Kennismaking met het Memoboekje

Verwijs naar het paginanummer rechtsboven op de oneven pagina’s in het werkboek of de specifieke tegel in het digitaal werkboek. Open en toon het boekje in Kabas of zorg dat je een papieren exemplaar bij hebt.

Ook in het derde leerjaar hebben we een Memoboekje. Net als vorig jaar vinden we daarin alles wat we moeten weten over spelling.

Overloop, toon en bespreek even kort de rubrieken.

In de volgende spellingles starten we met het Memoboekje. Dan werken we verder op de hoorwoorden en de klinkers en medeklinkers waarmee we ze vormen.

Sluit de les af.

Wat leerden en oefenden we vandaag? (We oefenden hoorwoorden.) Die kunnen we schrijven zoals we ze horen, met klinkers en medeklinkers.

Hang samen poster 1 en 2 op aan de klaswand.

Wijs de leerlingen op de titel van de les. Daarin lezen we het doel van de les: wat we willen kunnen na deze les. Verduidelijk verder:

- de verwijzing naar de passende pagina’s in het Memoboekje;

- het scherm: dit aankruisen betekent dat je deze les (ook) digitaal hebt gemaakt; - de QR-code: de link naar het uitgebreide beeldwoordenboek en de instructievideo’s. Dit is heel handig als er eens thuis moet worden gewerkt.

Wijs de leerlingen op het pictogram. We werken in de hoorstrategie: we schrijven wat we horen.

oefening 1

Geef als tip dat ze in het woord eerst de klinker zoeken (of zelfs onderstrepen). Dat geeft structuur. Dan kijken ze in de volgende stap hoeveel medeklinkers ervoor of erna komen. Bepaal zelf of je eerst samen enkele woorden laat sorteren. Of zoek samen voor elke kolom een passend woord.

oefening 2

De t-vorm van het werkwoord is een vaak voorkomende vorm van woorden met meerdere medeklinkers achteraan. Sta er even bij stil dat het allemaal werkwoorden zijn. Vertel dat we vanaf thema 4 aan de slag gaan met de werkwoorden in al hun vormen.

oefening 3

Labo Spelling benadrukt vaak de woordopbouw. Inzicht in de woordopbouw is belangrijk. Zo leren leerlingen over alle woorden heen de gelijkenissen zien en leren ze werken vanuit de spellingstrategieën.

oefening 4

Geef als tip dat ze de letterclusters die ze al gebruikten, kunnen schrappen.

hoorwoorden. Les

Schrijf de woorden op de juiste plaats.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

de woorden. Schrijf ze op. go ha wo

Differentiatie en orthodidactische tips

Belangrijk!

In deze rubriek suggereren we meerdere opties en verschillende leermiddelen om te differentiëren. Het is uiteraard helemaal niet de bedoeling die allemaal in te zetten. Houd er rekening mee dat er naar het einde van de week (met de vaste herhalingslessen 4, 8 en 12) en naar het einde van het thema (met de vaste differentiatieles 15 en twee vrije lesmomenten) telkens ruimte is om die in te zetten. Labo Spelling staat voor een oefendidactiek. Daarom zorgt Labo ervoor dat je over veel en gevarieerd oefenmateriaal beschikt. Laat je keuze daarbij afhangen van de volgende factoren:

- In welke mate zijn bepaalde doelen bij specifieke leerlingen al dan niet bereikt? Heeft een leerling baat bij extra inoefening op een lager of hetzelfde niveau of is uitdaging en verdieping aangewezen?

- Waarmee werk jij het liefst? Wat werkt het best in jouw klascontext?

- Over welke digitale tools beschik je? Kunnen alle leerlingen vlot overschakelen van papier naar digitaal? Weet dat wanneer je de leerlingen kunt laten oefenen op Kabas (digitaal werkboek en scheurblok, Kai en gamehoek), hun taken automatisch worden gecorrigeerd en zijzelf zo onmiddellijke feedback krijgen.

Lesmaterialen

- werkboek p. 2 touwoefening 3 en knoopoefening 4

- scheurblok spoor 1-2 p. 1-2

- scheurblok spoor 2-3 p. 1-2

- woordenlijst 1: hoorwoorden

- gamehoek: check het aanbod bij Thema 1

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Leerlingen die twijfelen tussen klinker en medeklinker, kun je laten werken met het schema in het Memoboekje. Verder oefenen kan in scheurblok spoor 1-2 of in de gamehoek.

Leerlingen die klaar zijn met oefening 2, schakelen door naar touwoefening 3. Verder oefenen kan in scheurblok spoor 1-2 of 2-3 of in de gamehoek.

Leerlingen die klaar zijn met touwoefening 3, schakelen hoger met knoopoefening 4. Verder oefenen kan in scheurblok 2-3 of in de gamehoek. 1 2 3

Les 2 Hoorwoorden

Lesdoelen

1 De leerlingen kunnen hoorwoorden sorteren op basis van de codes met K (klinker) en M (medeklinker).

2 De leerlingen kunnen de verschillende types hoorwoorden schrijven op basis van de hoorstrategie.

3 De leerlingen kunnen hoorwoorden vormen en schrijven door delen van een woord samen te voegen.

4 De leerlingen kunnen een samenstelling met hoorwoorden vormen en schrijven.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Lesmaterialen

- concordantie

- Kabas en/of werkboek Thema 1 p. 3-4

- Memoboekje p. 10-12

- beeldwoordenboek

- instructievideo: woorden vormen met klinkers en medeklinkers

- instructievideo: MMKM-woorden

- instructievideo: MKMM-woorden

- instructievideo: MMKMM-woorden

- poster 1: spellingstrategieën

- poster 2: een woord schrijven

- poster 3: klinkers en medeklinkers

- woordenlijst 1: hoorwoorden

- groene balpen

- wisbordje

- afdekkaartje

Leerlijn

Wat ging vooraf? Wat is de voorkennis?

We starten dit nieuwe jaar op met de hoorstrategie en de hoorwoorden. Op de uitbreiding met nieuwe hoorwoorden in de woordenlijst na, is dit een herhaling. De leerlingen kennen ook de begrippen die we hier gebruiken: klank, letter, klinker, medeklinker, rijmwoord, tweetekenklank en meertekenklank. We hoeven hier dus niet veel instructie meer te geven, maar enkel nog eens op te frissen wat we vorig jaar al leerden en oefenden. Hoorwoorden juist schrijven is echt basis en mag geen problemen meer geven.

Wat volgt?

In de derde les vullen we verder aan met de hoorwoorden van het type (M)MK met de klinkers ee, ie, oe en ui. Dan komt de eerste afspraak die we herhalen met de (M)MK-woorden op a, o en u. Dat zijn er niet veel, maar toch maken we daar een afspraak bij omdat we ze niet kunnen schrijven zoals we ze horen.

Voor de les

In touwoefening 3 krijgen we het eerste zelfdictee. Daarbij dekken de leerlingen een woord af dat ze dan opschrijven. Dat is een oefenvorm die we vaak gebruiken. Voorzie daarom voor elke leerling een stevig afdekkaartje dat ze te allen tijde kunnen gebruiken.

LESVERLOOP

1 Voorkennis activeren en lesdoel

Leg kort de link met de vorige les. Ga samen op zoek naar voorbeelden van de verschillende types hoorwoorden. Noteer een code op het bord (MKMM, MKMM, MMKMM, MMMKM of MKMMM). Vraag de leerlingen naar een voorbeeldwoord van de code die je opschreef. Geef hun even bedenktijd. Laat de leerlingen hun woord noteren op hun wisbordje Loop rond en geef de leerlingen die twijfelen een tip. Gebruik eventueel woordenlijst 1 ter inspiratie. Bespreek en noteer per code een tweetal woorden. Noteer in de passende kleuren: medeklinkers in het rood, klinkers in het blauw.

Verwoord het lesdoel. Vandaag oefenen we verder op de hoorwoorden die we vormen met klinkers en medeklinkers.

2 Kern

2.1 Instructie: klinkers en medeklinkers in hoorwoorden

Open het Memoboekje op pagina 10-12. Toon het op je bord en laat de leerlingen meevolgen in hun exemplaar. Bespreek en overloop klassikaal de inhoud. Ga in op de gebruikte begrippen: klank, letter, klinker, medeklinker, rijmwoord, tweetekenklank en meertekenklank. Laat de leerlingen de analogiewoorden aanduiden.

Veel woorden in het schema op pagina 6 gebruiken we in Labo Spelling als analogiewoorden. Dit betekent dat we ernaar verwijzen als voorbeeld van een bepaald type woord. Dat kunnen onthoudwoorden zijn (bijvoorbeeld de kei voor de ei-woorden) of afspraakwoorden (bijvoorbeeld de slang voor de ng-woorden). Werken vanuit deze analogiewoorden is vooral voor zwakke spellers een grote steun. Meer complexe spellingafspraken zijn voor hen op deze leeftijd vaak te hoog gegrepen. Werken met analogiewoorden is daarom een zeer handige ‘shortcut’. De verschillende analogiewoorden hang je het best mooi zichtbaar op aan de klaswand.

De begrippen ‘tweetekenklank’ en ‘meertekenklank’ mag je niet verwarren met het begrip ‘tweeklank’. Tweetekenklanken en meertekenklanken zijn begrippen die duidelijk maken hoe je die klanken schrijft, met twee of met meer lettertekens, en dus niet hoe ze klinken. Het begrip ‘tweeklank’ gebruiken wij niet in Labo Spelling.

Hang poster 3 op aan de klaswand.

2.2 Begeleide inoefening: hoorwoorden sorteren en schrijven

Neem het werkboek op pagina 3 en presenteer oefening 1.

In de eerste oefening sorteren we opnieuw de woorden. Nu zetten we de juiste code naast het woord en schrijven het woord nog eens over.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Gebruik het eerste woord om de leerlingen klassikaal op weg te zetten. Laat hen dan zelfstandig door werken. Wie klaar is, kan al aan oefening 2 beginnen.

Wanneer we schrijven, baseren we ons net als bij het lezen ook op woordkennis. Het helpt als je weet wat het woord betekent. Zo ga je bijvoorbeeld vlugger het grondwoord herkennen. Daarom voorzien we bij elke spellingles ook woorduitleg in het beeldwoordenboek: beperkt in het werkboek, uitgebreid in de digitale versie op Kabas via de QR-code.

Kleine lesafsluiting

Kom na enige tijd tussen wanneer alle leerlingen klaar zijn met de eerste kolom. Corrigeer die dan klassikaal. De leerlingen gebruiken opnieuw hun groene balpen. Sta stil bij de gemaakte fouten.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

In de spellingaanpak van Labo willen we het inslijpen van foute woordbeelden zoveel mogelijk vermijden. Dat doen we zeer uitgesproken in de oefendictees in les 4, 8 en 12 met het overschrijfkaartenboekje. In andere lessen kun je zwakke spellers die te veel twijfelen en fouten maken, de kans geven om in de correctiesleutel van het werkboek te kijken bij de verwerking van een oefening. Die leg je ter beschikking op ‘slimme plaatsen’ in de klas of toon je op het digitale bord. De grondregel in Labo is ‘beter fouten voorkomen dan ze te moeten corrigeren en herschrijven’. Wanneer leerlingen overschrijven, spreken we af dat ze een kruisje naast het woord plaatsen.

2.3 Zelfstandige verwerking: hoorwoorden vormen en schrijven

Leid kort oefening 2 in. De leerlingen werken individueel verder. Wijs hen nog eens op het beeldwoordenboek als ze een woord niet kennen. Staat het woord niet in de versie achteraan in het werkboek, dan vinden ze het terug via de QR-code in de digitale versie op Kabas.

Loop rond en corrigeer. Laat de leerlingen die klaar zijn, hun eigen werk zelfstandig corrigeren met de correctiesleutel.

2.4 Verlengde en verdiepende instructie: hoorwoorden vormen en schrijven

We oefenen verder met touwoefening 3 en knoopoefening 4. Zorg opnieuw voor onmiddellijke feedback. In de digitale versie van het werkboek gebeurt dat automatisch. Werk je in het papieren werkboek, loop dan zelf rond en combineer dat met zelfcorrectie van de leerling via de correctiesleutel. We corrigeren met de groene balpen en gebruiken het oranje kader onderaan om het woord correct te schrijven.

3 Lesafsluiting

Overloop indien nodig nog even samen oefeningen 1 en 2. Laat de leerlingen corrigeren met hun groene balpen.

Sluit de les af. Zo, dat ging alweer goed met onze hoorwoorden. Bij wie ging dat echt goed? Wie vindt van zichzelf dat er nog wat meer oefening nodig is?

Morgen oefenen we wat speciale hoorwoorden. Ze zijn kort, maar niet makkelijk. Wie kent een hoorwoord op ee? Hoe schrijven we dat? (Woorden op ee: we schrijven er twee!)

Wie kent een hoorwoord op aa? Hoe schrijven we dat? (Ik hoor op het eind van een woord een lange aa, oo of uu. Ik schrijf a, o of u.)

Hang samen poster 2 op aan de klaswand.

oefening 1

Geef als tip dat het onderstrepen of markeren van de klinker kan helpen om de juiste code te kiezen.

oefening 2

Veel voorkomende letterclusters als één geheel zien, is belangrijk bij het lezen, maar ook bij spelling.

Schrijf bij elk woord het cijfer van de juiste code. Schrijf het woord over. 1 = MMKM 2 = MKMM 3 = MMKMM 4 = MMMKM 5 = MKMMM 6 = sch(r) koorts de spits de flap de kreeft de worm de slok de spons de twaalf strip de koorts de schuim het sport de kruk de helm de

Vorm de woorden. Schrijf ze op. br + aaf ief de on de + rs laa de fo ve

Fout? Ik schrijf het woord juist.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

oefening 3

Zelfdictee is een oefenvorm die we vaak gebruiken. Voorzie daarom voor elke leerling een eigen, stevig afdekkaartje Met diezelfde oefening zou je ook een burendictee kunnen doen. De leerlingen werken per twee samen en dicteren elkaar om de beurt een woord.

oefening 4

Onze taal kent vele samenstellingen. Ook hier is het belangrijk om de woordopbouw te accentueren. Woorden in samenstellingen kunnen immers verschillende spellingstrategieën volgen. In deze oefening zijn het nog allemaal grondwoorden die vallen onder de hoorstrategie. Verder in het derde leerjaar komen wel samenstellingen voor waarvan de grondwoorden elk onder een andere strategie vallen.

Kijk. Zeg hardop. Bedek. Vul aan. kwal prikt de wesp vliegt de zwaan zwemt de stift kleurt de spin kruipt de fiets roest de tulp geurt de schoen knelt de schaap slaapt het

Vorm de samenstellingen. Vul ze aan in de zin. speel – klim – plaats – rek Op onze staat een pak – zwem – bus – school

Ik vergat mijn op de doos – brood – kaas – smeer

In mijn zit een blokje twee – maal – dag – maan Op ga ik naar oma. wolk – kamp – rook – vuur Er hangt een boven het 3 4

Fout? Ik schrijf het woord juist.

Differentiatie en orthodidactische tips

Lesmaterialen

- werkboek p. 4 touwoefening 3 en knoopoefening 4

- Memoboekje p. 10-12

- scheurblok spoor 1-2 p. 3-4

- scheurblok spoor 2-3 p. 3-4

- woordenlijst 1: hoorwoorden

- gamehoek: check het aanbod bij Thema 1

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Leerlingen die twijfelen tussen klinker en medeklinker, kun je laten werken met het schema in het Memoboekje. Verder oefenen kan in scheurblok spoor 1-2 of in de gamehoek.

Leerlingen die klaar zijn met oefening 2, schakelen door naar touwoefening 3. Verder oefenen kan in scheurblok spoor 1-2 of 2-3 of in de gamehoek

Leerlingen die klaar zijn met touwoefening 3, schakelen hoger met knoopoefening 4. Verder oefenen kan in scheurblok 2-3 of in de gamehoek 1 2 3

Les 3 Hoorwoorden (MK) en afspraakwoorden op a, o en u

Lesdoelen

1 De leerlingen kunnen hoorwoorden van het type MK vormen en schrijven door delen van een woord samen te voegen.

2 De leerlingen kunnen afspraakwoorden op a, o en u vormen en schrijven door delen van een woord samen te voegen.

Lesmaterialen

- concordantie

- Kabas en/of werkboek Thema 1 p. 5-6

- Memoboekje p. 13-15

- instructievideo: hoorwoorden op ee, oe, ui, ie en eu

- instructievideo: afspraakwoorden op a, o en u

- poster 4: hoorwoorden op ee, oe, eu, ui en ie

- poster 5: afspraakwoorden op a, o en u

- bijlage 1: slee-woord

- bijlage 2: sla-woord

- groene balpen

- wisbordje

- afdekkaartje

- woordenlijst 1: hoorwoorden

Leerlijn

Wat ging vooraf? Wat is de voorkennis?

In deze les oefenen we korte woorden van het type (M)MK. Daarbij hebben we twee groepen. Woorden met de klinkers ee kunnen we schrijven zoals we ze horen. We nemen de zin van het tweede leerjaar over: Woorden op ee, ik schrijf er twee! Het analogiewoord voor dit groepje woorden is ‘slee’. In het derde leerjaar breiden we dit groepje uit met woorden op ie, oe, ui en eu.

Een ander groepje woorden kunnen we niet schrijven zoals we ze horen. Het zijn de woorden op a, o en u. Die spreken we lang uit, maar schrijven we kort. Daarvoor maakten we in het tweede leerjaar een afspraak: Ik hoor op het eind een lange aa, oo of uu. Ik schrijf a, o of u. De meeste woorden van beide groepjes oefenden we al in het tweede leerjaar. Nu voegen we er nog enkele aan toe.

Wat volgt?

In de volgende les herhalen we wat we in de eerste week hebben geoefend. In zo’n herhalingsles starten we altijd met een oefendictee. In de tweede week van dit thema oefenen we woorden met ng en nk.

Voor de les

Zorg dat je bijlages 1 en 2 bij de hand hebt om op te hangen.

LESVERLOOP

1 Voorkennis activeren en lesdoel

Leg kort de link met de eerste twee lessen en met het tweede leerjaar.

We oefenden in de eerste twee lessen de hoorwoorden en we hebben deze telkens gelinkt aan een code. Dat waren telkens woorden van minstens vier letters. Vandaag is het de les van de korte woordjes. Die tellen drie of zelfs maar twee letters.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Noteer de codes MK en MMK op het bord. Vraag de leerlingen welke woorden ze nog kennen van vorig jaar die daarbij horen. Laat enkele leerlingen aan het woord en noteer enkele woorden onder de passende code. Laat zowel hoorwoorden (op ee, ui, oe, ie en eu) als afspraakwoorden (op a, o en u) op het bord komen.

Vraag naar het verschil. Duid de afspraakwoorden aan op het bord. Waarom haal ik deze woorden eruit? (Die kunnen we niet schrijven zoals we ze horen.)

Verwoord het lesdoel.

Vandaag oefenen we korte woordjes. Ze zijn klein maar toch moeten we opletten, want er zijn er bij die we niet kunnen schrijven zoals we ze horen. Daarover maken we onze eerste afspraak.

2 Kern

2.1 Instructie: MK-woorden op ee, oe, ui en ie en afspraakwoorden op a, o en u

Projecteer pagina 13 van het Memoboekje. Beslis zelf of je de leerlingen laat meevolgen in hun eigen exemplaar. Bespreek samen.

Herken je de ee-woorden van het tweede leerjaar? Daar komen er in het derde leerjaar geen meer bij, maar we leren wel MK-woordjes met andere klinkers. Welk MK-woord gebruiken we voor de woorden die we kunnen schrijven zoals we ze horen?

Hang samen bijlage 1 op.

Overloop nu samen het kader met de MK-woorden op ie, oe, ui en eu.

Ga verder naar pagina 15 in het Memoboekje.

Er is ook nog een klein groepje woorden met M en K dat we nog niet kunnen schrijven.

Verwijs naar je bordschema.

Die zien we hier samen onder onze eerste afspraak: ik hoor op het eind een lange aa, oo of uu. Ik schrijf a, o of u.

Overloop samen de woorden en laat ze gebruiken in een zin. Hang samen bijlage 2 op.

2.2 Begeleide inoefening: slee- en sla-woorden vormen en schrijven

Ga naar het werkboek op pagina 5. Presenteer oefening 1 en 2.

In oefening 1 vormen we de woorden die we kunnen schrijven zoals we ze horen. In oefening 2 oefenen we de woorden van de afspraak. We vormen samen het eerste woord van elke kolom.

Bespreek en corrigeer samen. Sta indien nodig even stil bij de betekenis van de woorden. Laat er een zin mee vormen.

Kleine lesafsluiting

Laat de leerlingen nu het tweede woord van elke kolom vormen. Corrigeer onmiddellijk klassikaal.

2.3 Zelfstandige verwerking: slee- en sla-woorden vormen en schrijven

De leerlingen werken verder aan oefening 1 en 2. Loop rond en corrigeer. Laat de leerlingen die klaar zijn, hun eigen werk zelfstandig corrigeren met de correctiesleutel.

2.4 Verlengde en verdiepende instructie: slee- en sla-woorden vormen en zelfdictee

We oefenen verder met touwoefening 3 en knoopoefening 4.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

3 Lesafsluiting

Sluit, als je nog tijd hebt, af met een kort spelletje. Dicteer enkele (M)MK-woorden en laat de leerlingen oordelen of het een hoor- of afspraakwoord is. Spreek een signaal af: opstaan, hand opsteken, vuist open of dicht

Sluit de les af.

Vandaag oefenden we op korte woorden. Een groepje daarvan kunnen we schrijven zoals we ze horen. Voor het andere groepje maakten we de eerste afspraak: bij een lange aa, oo of uu schrijf ik een a, o of u.

Hang bijlages 1 en 2 met de analogiewoorden ‘slee’ en ‘sla’ op aan de klaswand.

oefening 1

De woorden op ee oefenden we al uitgebreid vorig jaar. Dit jaar breiden we uit met woorden op ie, oe en ui.

Vorm de woorden. Schrijf ze op. + ee m n tw z de f de r de v het

sl de tr de

+ ie d dr w kn de z ik

Woorden op ee, ik schrijf er twee!

oe b h m t d ik k de

ui l b de tr de + eu

oefening 2

Ook de meeste van deze woorden oefenden we vorig jaar.

Vorm de woorden. Schrijf ze op. + a f l n p m sl de g ik

Ik schrijf op het eind een lange aa oo of uu Ik schrijf a o of u

Fout? Ik schrijf het woord juist.

2 + o d z vl de str het + u n Ik schrijf hoorwoorden (MK) en afspraakwoorden op a, o en u. Les 3 5 Les 3 13 en 15

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

oefening 4

Dit is geen knoopoefening als je de woorden laat overschrijven.

Vorm de woorden. Schrijf ze op. 1 = a 2 = o 3 = u 4 = ee 5 = eu 6 = ie 7 = oe 8 = ui

f + 4 = de

b + 5 = dr + 6 = tr + 8 = de

v

kn + 6 = de

Kijk. Zeg hardop. Bedek. Vul aan.

Fout? Ik schrijf het woord juist.

Differentiatie en orthodidactische tips

Lesmaterialen

- werkboek p. 6 touwoefening 3 en knoopoefening 4

- Memoboekje p. 13 en 15

- scheurblok spoor 1-2 p. 5-6

- scheurblok spoor 2-3 p. 5-6

- woordenlijst 1: hoorwoorden

- oefenblaadjes: • slee-woorden

• sla-woorden

- gamehoek: check het aanbod bij Thema 1

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

De groep van slee- en sla-woorden is zo klein dat je die eigenlijk kunt behandelen als onthoudwoorden. Het zijn er zo weinig dat de leerlingen deze na veelvuldige inoefening ook gewoon gaan onthouden. Verder oefenen kan in scheurblok spoor 1-2 of in de gamehoek.

Leerlingen die klaar zijn met oefening 2, schakelen door naar touwoefening 3. Verder oefenen kan in scheurblok spoor 1-2 of 2-3 of in de gamehoek.

Leerlingen die klaar zijn met touwoefening 3, schakelen hoger met knoopoefening 4. Verder oefenen kan in scheurblok 2-3 of in de gamehoek. 1 2 3

Les 4 Herhaling week 1

Lesdoelen

1 De leerlingen kunnen auditief aangeboden hoorwoorden van alle types correct schrijven.

2 De leerlingen kunnen hoorwoorden op een lange klinker correct schrijven.

3 De leerlingen kunnen afspraakwoorden op een lange klinker (a, o en u) correct schrijven.

Lesmaterialen

- concordantie

- Kabas en/of werkboek Thema 1 p. 7-8

- instructievideo: woorden vormen met klinkers en medeklinkers

- instructievideo: hoorwoorden op ee

- instructievideo: afspraakwoorden op a, o en u

- overschrijfkaart 1

- groene balpen

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Leerlijn

Wat ging vooraf? Wat is de voorkennis?

In de eerste week van het schooljaar herhaalden we de hoorwoorden en de afspraakwoorden op a, o en u. Die hebben we uitgebreid met een aantal nieuwe woorden. Hoorwoorden gaan we niet meer expliciet herhalen en oefenen in Labo 3.

Wat volgt?

In de volgende lessen doen we hetzelfde met de afspraakwoorden met ng en nk.

Voor de les

In deze les geven we het eerste oefendictee. Belangrijk: je laat de zwakkere spellers voor de eerste keer hun overschrijfkaartenboekje (overschrijfkaart 1) gebruiken. Zoals eerder al aangegeven laten we in Labo Spelling liever correct kopiëren dan eerst fout te schrijven om achteraf te moeten corrigeren. Dit deden we in onze voorgaande spellingmethodes ook al. Recent onderzoek (Spelling errors impede recognition of correctly spelled words, Rahmanian & Kuperman, 2019) bevestigt de negatieve impact van het ‘ontstaan van een concurrerende schrijfwijze’ waardoor zeker zwakke spellers gaan twijfelen. In hun hoofd worden immers twee woordbeelden opgeroepen bij het horen van een woord. Dit moeten we zoveel mogelijk vermijden. Vandaar de suggestie om zwakke spellers te laten kopiëren bij twijfel. Want omgekeerd geldt ook: door consequente en herhaalde blootstelling aan de juiste schrijfwijze van woorden slaan leerlingen zo snel mogelijk de juiste schrijfwijze op in hun geheugen en wordt de kans groter dat ze zelf goed spellen.

Let op: kopiëren als ondersteuning bij zwakkere spellers gebruiken we enkel in de oefenfase. In het toetsdictee op het einde van het thema verdwijnt die ondersteuning.

Dit is dezelfde werkwijze als in Labo 2. De leerlingen zijn er dus mee vertrouwd als je collega van het tweede leerjaar dit ook toepaste.

LESVERLOOP

1 Voorkennis activeren en lesdoel

Oriëntering op het dictee

Vertel de leerlingen dat we net als in Labo 2 Spelling op het einde van de week telkens een klein oefendictee hebben. Verduidelijk, indien nog nodig, het gebruik van het overschrijfkaartenboekje aan de hand van overschrijfkaart 1 Straks oefenen we de eerste keer met een dictee. Ik zeg de woorden hardop en jullie schrijven die juist op. Maar we weten dat dit niet voor iedereen even gemakkelijk is. Daarom kun je een steuntje krijgen.

Toon het overschrijfkaartenboekje.

Dit is het overschrijfkaartenboekje. Wie nog vaak twijfelt over hoe je een woord schrijft, mag dit gebruiken. Dan draai je de overschrijfkaart om en schrijf je het woord over. Je zet dan wel een kruisje naast dat woord. Daarna draai je de kaart opnieuw om.

Demonstreer even: Ik zeg het woord /de kei/. Oei, ik twijfel hoe ik dat schrijf. Ik draai mijn kaart om en kopieer het woord. Ik zet een kruisje naast het woord. Ik draai de overschrijfkaart opnieuw om.

Ofwel bepalen de leerlingen zelf of zij een overschrijfkaart gebruiken, ofwel maak jij die keuze. Als ze de overschrijfkaart gebruiken, kan dat op twee manieren. Ofwel ligt de kaart bij een dictee altijd zichtbaar op hun werktafel, ofwel draaien ze die enkel om bij twijfel.

Verwoord het lesdoel.

Vandaag kijken we of we de woorden die we deze week hebben geoefend, zelf juist kunnen schrijven.

2

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Kern

2.1 Oefendictee

Oefening 1 in het werkboek ligt klaar op de bank of staat klaar op het scherm. Laat de leerlingen focussen op het oefendictee. Ik zeg welk woord of welke zin je bij welk cijfer moet schrijven. Ik geef het woord in een zin en herhaal het dan nog eenmaal. Hoe schrijven we een woord? Ik luister aandachtig. Ik herhaal het woord in mijn hoofd, luister naar mezelf en denk aan de letters. Ik dicteer straks ook drie zinnen. Die zeg ik eerst volledig en dan woord per woord. Opnieuw: je luistert aandachtig, herhaalt het woord in je hoofd en je denkt aan de letters. Zo, iedereen klaar?

Las een korte stilte in. Sta stil en zwijg even. Dicteer:

1 Ik zoek de weg op de kaart. de kaart

2 De speer vliegt door de lucht. de speer

3 Ik was de auto met de spons. de spons

4 Hij snoept de hele dag door. hij snoept

5 Ze zwemt naar de andere kant van het bad. ze zwemt

6 Ik ga straks nog naar oma. straks

7 In de herfst wordt het frisser. de herfst

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

8 De weg loopt schuin omhoog. schuin

9 Ik trek de slee door de sneeuw. de slee

10 De boer gooit het stro in de stal. het stro

11 De zwaan loopt over de brug.

12 De broek scheurt in twee.

13 De tuinman plant bloemkool en sla.

2.2 Correctie

Beslis zelf wie de oefening in het papieren werkboek zal corrigeren: de leerlingen zelf met hun groene balpen of jij. Wat je ook kiest, je corrigeert best zo vlug mogelijk. Op papier kan dit terwijl de leerlingen touwoefeningen 2 en 3 of knoopoefening 4 afwerken. In de digitale versie wordt er vanzelfsprekend automatisch gecorrigeerd.

2.3 Verdere inoefening

De leerlingen werken na het oefendictee verder in het werkboek met touwoefening 2 en 3, en indien mogelijk, met knoopoefening 4.

3 Lesafsluiting

Sluit de les af. Vandaag hebben we getoetst of we hoorwoorden en korte afspraakwoorden juist kunnen schrijven. In de volgende lessen oefenen we woorden met ng en nk. Wie vond van zichzelf dat dit goed ging? En wie niet?

oefening 1

Bij dit oefendictee gebruiken zwakke spellers overschrijfkaart 1 Die ligt klaar of draaien ze om bij twijfel.

Tips bij het dictee: - sta vooraan in de klas; - spreek luid en duidelijk; - overdrijf lichtjes; - dicteer rustig.

oefening 2

Wijs op de hoofdletter als begin van de zin. Laat de gebruikte woorden eventueel schrappen.

Ik herhaal alle woorden van deze week door elkaar. Les 4

10-12, 13 en 15

Luister goed. Schrijf de woorden en zinnen juist.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

oefening 3

Benadruk eventueel nog eens de leesrichting van onder naar boven.

Zet de woorden op de juiste plaats. Schrijf de zin over. zee rots spoelt De over de graag fruit droog Ik eet . strijkt Ma mijn broek groene .

weg vlieg de koe de Met staart haar mept .

Fout? Ik schrijf het woord juist.

oefening 4

Laat schrappen wat al is gebruikt.

Lees de woorden van onder naar boven. Schrijf ze bij het juiste cijfer. 123456789101112131415 s n splf ttk t ettlals asi n onreaateatris aahaohrauehahut llcroctwrncacri psskksstpsslstr

Tel de woorden op. Schrijf de samenstelling in de juiste zin. 1 weer – 2 stuur – 3 bos – 4 zak – 5 storm – 6 man – 7 vuur – 8 zee – 9 weer – 10 schoor – 11 bessen –12 rook – 13 schip – 14

Fout? Ik schrijf het woord juist.

Differentiatie en orthodidactische tips

Lesmaterialen

- werkboek p. 7-8 touwoefeningen 2-3 en knoopoefening 4

- scheurblok spoor 1-2 p. 1-6

- scheurblok spoor 2-3 p. 1-6

- woordenlijst 1: hoorwoorden

- oefenblaadjes:

• hoorwoorden

- zorgmap:

• hoorwoorden

- gamehoek: check het aanbod bij Thema 1

- Kai:

• hoorwoorden vormen en schrijven (visueel)

• hoorwoorden vormen en schrijven (auditief)

• afspraakwoorden op a, o en u vormen en schrijven (visueel)

• afspraakwoorden op a, o en u vormen en schrijven (auditief)

In deze herhalingsles toetsten we alle types hoorwoorden en de MK-woorden op a, o en u. Dit mag geen groot probleem meer geven. Als dit wel zo is, moet er met deze leerlingen extra gewerkt worden met de materialen in de zorgmap Verder inoefenen kan in het werkboek met touwoefening 2, in scheurblok spoor 1-2 tot les 3, met de oefenblaadjes of in de gamehoek Woorden om extra te oefenen, vind je in woordenlijst 1.

INKIJKEXEMPLAARDIEKEURE

Verder oefenen kan in het werkboek met touwoefeningen 2 en 3, in scheurblok spoor 1-2 of 2-3 of in de gamehoek.

Verder oefenen kan in het werkboek met knoopoefening 4, in scheurblok spoor 2-3 of in de gamehoek

In de herhalingsles biedt Kai individuele oefensporen aan voor elk (sub)doel dat aan bod kwam in de voorbije lessen. Afhankelijk van de prestaties van de leerling kiest Kai het passende niveau van de oefening en het traject dat moet worden afgewerkt. Dit traject bevat minstens drie oefeningen. Als een leerling té zwak scoort, biedt KAI de passende instructievideo aan. Als een leerling goed scoort, krijgt die een uitdagendere oefening. Dit spoor moet je op Kabas enkel openzetten, Kai doet de rest. De resultaten kun je altijd checken tot op het niveau van de oefeningen. De oefeningen van Kai zijn op Kabas altijd gekoppeld aan de herhalingslessen 4, 8 en 12 en aan de differentiatieles 15. De leerlingen kiezen op hun Kabasvenster voor ‘Oefenen met Kai’. Ook buiten deze lessen kunnen ze altijd verder oefenen met Kai. De oefensporen zijn altijd beschikbaar en kunnen meermaals worden gemaakt. 1 2 3

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook