Skip to main content

Verrekijkerbieb - Leerjaar 6 - Kijker 5 - Thema 6 - N2 - Over wolven en sprookjesfiguren

Page 1

ucatieve uitgaven

Over wolven en sprookjesfiguren

BIEB

Marijke Umans

Kijker educatieve uitgaven

Verrekijker 6

5


Over wolven en sprookjesfiguren Poppenspel

1


1 Poppenspel? Pop 1: Wat? Poppenspel? Ik zit wel al in het zesde, hé! Met poppen spelen? Pop 2: Neen, je gaat hier nu niet met de barbies of babypoppen spelen, we hebben het over poppenspel. Pop 1: Klinkt al even erg … Pop 2: Vooroordeel, mevrouwtje (of meneertje) Pop 1: Ach zo, laat eens horen dan? Pop 2: Poppenspel is cool, of beter gezegd: kan dat zeker zijn! Als je een leuk verhaal hebt én het leuk kan brengen … Pop 1: Ja dat zal wel! Zo met zijn allen voor een poppenkast zitten en dan “boe” roepen als de slechte komt en de goeie verwittigen. Dat ken ik, ja! Kan leuk zijn, en grappig … maar voor onze leeftijd? Pop 2: Zelfs voor grote mensen … De eerste poppenspelen verschenen op markten en werden daar gespeeld voor boeren en mensen die binnen de stadspoorten woonden. Er kwamen veel grapjes in en ook dingen uit de actualiteit. Er waren verschillende soorten poppen. Pop 1: En hoe lang is dat dan geleden? Ik zie zelden poppenspel en ga bijna wekelijks mee naar de markt. Pop 2: De eerste poppenspelen kwamen er al rond de middeleeuwen. Het poppenspel is dus heel erg gegroeid en veranderd maar is écht niet enkel met poppen spelen in en rond een poppenkast! Je hebt prachtige theaterstukken waar mensen en poppen samenspelen …

2


Pop 1: Het klinkt al beter … moet ik toegeven! Vertel voort. Pop 2: Een pop heeft iets magisch! Je kan er heel veel kanten mee uit. Poppen kunnen dingen doen die gewone mensen niet kunnen. Vliegen bijvoorbeeld. Soms kan je met een pop ook meer zeggen dan dat je zelf doet. Een pop mag wat onbeleefder zijn dan jezelf, en stouter. Pop 1: Haha, klinkt vet. Kan ik thuis een pop bovenhalen om mijn ouders een lesje te leren! Pop 2: Kan best, maar je moet het wel leuk houden, hé. Je geeft ze een andere stem en een ander karakter. Leuk is als je zelf de pop maakt! Je kan in principe overal een pop van maken. Je moet gewoon zorgen dat ze leeft! Dat ze kan lopen, kijken, bewegen … Je kan een pop maken met lapjes stof, aardappelen, papier-maché … Pop 1: Papier wat? Pop 2: Papier-maché! Dat maak je zelf met krantenpapier en behangerslijm. Superleuk en snel resultaat. Veel poppentheaters maken gebruik van latexpoppen. Dan moet je eerst een kop uit klei boetseren om daarna laagjes latex te voorzien, dan laten drogen en de klei er weer afhalen. Die worden dan afgewerkt met lijfjes uit stof bijvoorbeeld.

3


Pop 1: Klinkt allemaal goed, maar nu wordt het wel wat technisch! Kunnen we zelf wel even surfen op het net om dat op te zoeken. Heb je geen leuk verhaal? Dan zoeken of maken we poppen en spelen we eens voor elkaar in de klas. Pop 2: Strak plan. Komt eraan. Lees maar verder. Wil je wat op het net surfen?? Typ eens ‘poppenspel’ in via een zoekmachine, of wat levert ‘ontstaan poppenspel’ op? Op de site van figurentheater Vlaanderen vind je ook heel wat leuke info én bovendien verschillende links naar al de herkende poppentheaters in Vlaanderen. Pik er eentje uit en ga eens naar een voorstelling kijken. Er zijn er echt magische, verbluffende, grappige en ontroerende. Gewoon goed zoeken en kijken naar de leeftijd die erbij staat. Maar zelfs als je gaat kijken naar een voorstelling voor jonge kinderen en je weet dat het verhaal niet echt voor jouw leeftijd is, kan je mee genieten! De meesten spelen immers met een dubbele bodem (dingen bovenop de verhaallijn voor de ouders en oudere kinderen) en het poppenspel op zich is vaak zo fijn om naar te kijken, dat het eigenlijk niet veel uitmaakt welke doelgroep het is. Ook leuk is om eens een straattheaterfestival te bezoeken, daar zie je vaak poppenspel. Of een figurentheaterfestival kan ook (of mime1).

4


5


2 Speeltips Voor deze tekst richt ik me op poppenspel in een poppenkast. Spelen in combinatie van acteurs en poppen vraagt een andere aanpak, de tips zijn beperkt tot het poppenspel op zich. • Wanneer je speelt met een bestaande tekst, neem dan eerst de tekst door. • Kies een personage uit (een pop). Neem ze in je hand en laat ze eens met verschillende stemmetjes spreken. • Geef een karakter en een stem aan je pop. • Geef je pop ook eventueel een naam die bij het karakter past en bij de pop (volgens jou!). • Probeer dezelfde stem te behouden tijdens het hele spel. Speel in het begin best maar met één pop. Nadien kan je met twee poppen spelen en de stemmen afwisselen. • Beweeg enkel met je pop als de pop praat of als ze voorbijloopt of een handeling moet doen. Anders wordt het druk en verwarrend. • Laat de pop pas “levend” zien aan het publiek. Je neemt ze dus speelklaar achter de poppenkast of onder tafel, achter je rug … Zo steek je ze op je hand, neem je ze in een houding om te starten … anders verbreek je de magie van de pop al meteen.

6


• Hou de mond of bek van de pop een beetje open, en open ze helemaal bij het uitspreken van een klinker, en sluit bij een medeklinker. • Oefen eerst wat tegen jezelf of voor een spiegel, voor je voor een publiek speelt. • Zorg dat je plezier beleeft in het poppenspel, dan komt het ook zo over bij het publiek. • Werk niet met te veel attributen, die maken het spel moeilijker. • Maak een keuze om volledig zichtbaar te spelen of achter een poppenkast. Als je achter de poppenkast speelt, blijf dan met je hoofd goed onder het speelvlak. Kies je om te spelen zonder kast, dan moet je altijd meekijken naar de pop zodat jij niet de aandacht vraagt, maar de pop de aandacht krijgt. • Probeer eens of je wat kan met het verhaal dat volgt. Je kan na het spel het verhaal spelen zoals je zelf wenst.

7


3 Het verhaal Personages ROODKAPJE: RK SNEEUWWITJE: SW WOLF: WOLF VERTELLER: V SPREKENDE BOOM: SB 3 BIGGETJES: 3B 7 GEITJES: 7G – hiervoor best vingerpopjes gebruiken met misschien een popje met twee geitenhoofdjes ertussen zodat je de zeven geitjes met 1 hand kan vertolken2. REPELSTEEL: RS EZEL: E HAAN: HA HOND: HO KAT: K RAPUNZEL: RAP PRINS: PR OMA: OMA

8


9


Proloog WOLF: Het is gedaan met die onzin! Altijd noemen ze mij hard, gemeen, kwaad en krijg ik nog meer van die mooie woorden over me heen. Ik moet het niet meer. Ik ben het beu. Hoor je me? Beu! Korte stilte BOE! Dat was schrikken, hé! Maar dat bedoelde ik niet, haha. Ik zei BEU! Zo zie je maar. Ik moet maar eens blazen en je schrikt al. Wat een reputatie heb ik toch. Maar neen! Ik denk er nog niet aan om in dit verhaal als slechterik op te duiken. Dat de biggen het maar doen, of oma … of beter nog! Dat eigenwijs klein schepseltje; Roodkapje zelf! Want toegegeven, zo onschuldig is dat kind niet! Eigenwijs, dat zeg ik je.

Intussen horen we op de achtergrond een gesprekje tussen twee meiden, Roodkapje en Sneeuwwitje. RK: Ik zou er meer zout op doen. SW: Zou oma dat nog lusten dan? RK: Waarom niet? Ze zal er vast van smullen … RK en SW komen intussen tevoorschijn. WOLF: BOE! RK en SW: aaah! WOLF lacht hartelijk. WOLF: Ook niet veel nodig om jullie aan het schrikken te maken, hé! Moeten jullie niet langs het paadje naar oma? RK: Moet jij niet ergens een huis gaan omblazen?

10


WOLF: Maar zo onbeleefd zeg, alsjeblieft! Wolf kijkt naar publiek. WOLF: Het zal me nooit lukken … Wolf gaat af. RK: Domme wolf, wat kwam hij hier nu ineens doen … Ach wat, oma is vast dol op onze worst met frietjes! SW: Ja haha, vooral de donuts als dessertje zullen haar goed smaken. Maar … jij hebt een mandje vol lekkers bij je en ik kom met lege handen. RK: We hebben ze toch samen gebakken! Draag het mandje dan mee als we aan haar deur staan. Of ja, je mag het nu ook al dragen hoor. (lacht) SW: Grapjas! Wat ik wil zeggen is … zou het niet fijn zijn om toch ook nog een boeketje bloemen te plukken? Zoals in het échte verhaal? Oma’s houden er toch van? RK: Oké, durfwitje! Als jij echt van het pad wil afdwalen, jij je zin, meisje! Dan plukken we een bosje! Benieuwd of we daar ook een briesende3 wolf tegenkomen. (lacht)

11


V: Zo gebeurde het dat Sneeuwwitje en Roodkapje samen huppelend naar Roodkapjes oma trokken. Langs de weg beschreven in alle sprookjesboeken. In het diepe bos, terwijl de vogeltjes floten en de zon mooi tussen de bomen scheen. Roodkapje vrolijk zwaaiend met haar mandje vol worst en friet … RK: Hierheen, witje! Ik weet de weg. Volg me. SB: Pluk me, pluk me, wij zijn rij-ijp! SW: Haha, kijk nu! Een boom die praat! SB: Pluk me dan! Pluk me … Boom laat appel vallen op hoofd RK. RK: Auw, wat was dat? SW: Ik zei het je, die boom … wacht eens! Iemand wil er ons inluizen. Er zit vast iemand in! RK: Boom? SB: Ga je die verdraaide appels nog plukken of laat ik nog een appel op je appel vallen? Steek je handen uit de mouwen. SW: Wie durft ons zo aan te spreken? SB: Durven? Durven? Dat heeft hier niets met durf te maken, maar alles met gewicht. Al eens bij stilgestaan, dames, onder welk gewicht ik gebukt ga? Het verschil tussen bloesem4 en rijpe appel? Man, man, dat is groot! Pluk nu gewoon, dan help je. RK: ‘t Is al goed hoor, we hebben je gehoord. Kom, witje, we lopen gewoon door! SW: Maar zo’n paar appels? Je oma zal er vast blij mee zijn. RK: Appels, bloemen … Je verwent mijn oma! Maar goed, doe maar. Ik wacht wel.

12


SW plukt appels. RK wacht en doet niets. Plots lopen 3B gillend over! Ze lopen RK en SW bijna omver. SW: Waren dat de 3 biggen niet? RK: Dacht ik ook! 3B lopen nog eens gillend over langs de andere kant. Appelboom verdwijnt intussen. 3B: Kijk uit! Ze zijn gemeen! Ga niet dieper in het bos! En weg zijn ze. RK: Vanwaar die haast? De wolf? SW: Vast niet, die kennen ze al. Maar hey, hun huisjes staan hier toch niet in dit bos? RK: Klopt. Vreemd, zeer vreemd. Zullen we nu nog bloemen plukken? SW: Ook waar. Ik zou het haast vergeten. Kijk! Daar, een mooie!

SW en RK verdwijnen. Plukken bloemen. We horen ze nog op de achtergrond. Oh en daar! En ginder! Kijk hoe mooi. Oh zie! De wolf komt terug tevoorschijn samen met de boom. SB: Pluk me, pluk me, we zijn rij-ijp. WOLF: Ik pluk je appels tot je kaal bent, als je dat wil. Mijn naam is Wolf, aangenaam! Ik ben sterk welteverstaan en kan een hele boom met appels aan. Wolf plukt een appel en zingt of neuriet intussen. Op dat moment komen de zeven geitjes eraan. WOLF: Ah maar kijk, wij hebben elkaar al eerder ontmoet! Mijn zeven malse witjes, gegroet!

13


7G: Moeder is er! Ze is daar. Riskeer het niet! Durf niet, jij stomme wolf! Zorg niet voor gevaar! Ze beginnen door elkaar te gillen en te roepen dat ze zich niet zullen laten doen, hij hen niet kan krijgen ... WOLF: Zie ik er nu zo eng uit? Echt zo angstaanjagend? Ik heb dus geen poot uitgestoken, hé! Ineens waren ze daar. Bam. Met zeven samen. De zeven geitjes. Heb je dat nu zelf gezien? Gewoon gedag wilde ik zeggen. Niet meer, niet minder. Maar neen. Ze zien ze me staan en beginnen meteen te gillen. Ik zeg het je, zo geraak ik niet van mijn reputatie af. Misschien moet ik iets aan mijn look5 doen … dat is het misschien … WOLF tegen boom: Sorry, kerel! Ik heb een andere missie …

14


Wolf gaat af, mompelend over zijn uiterlijk. Ook de boom verdwijnt, ook mompelend over de appels, dat ze nooit allemaal geplukt zullen worden, het gewicht zwaar is … V: Met een mand vol worst, friet, appels en bloemen, zetten Roodkapje en Sneeuwwitje hun tocht verder richting oma. En daar, op een open plek in het bos zien ze plots een heel eigenaardig klein mannetje … RS: Niemand weet dat ik Repelsteeltje heet! Geen kat kan verstaan dat Repelsteel bij me hoort als naam … Repelsteeltje danst lachend rond. Neen, mijn lieve kleine vent, er is niemand die jouw naam kent! Hahahaha! RK: Hé, jij! Wat doe jij hier in het bos? RS: Ik? Heb je het tegen mij? SW: Hé, dat mannetje hoort bij de dochter van de molenaar! RS: Wat zeg je daar? Bij wie? Ik hoor bij niemand! En als je ook maar denkt dat het niet zo is, dan betover ik jullie in een stukje kaas! RK: Haha, een stukje kaas! Dat heb ik nog nooit gehoord! SW: Als je toch kan toveren, kan je net zo goed een stukje kaas tevoorschijn brengen, lust oma vast ook nog wel. Wij zijn namelijk op tocht. RS: Op tocht? Waarheen?

15


RK: Naar mijn oma. Ze is ziek en kan niet uit haar bed. We moeten haar wat lekkers brengen, dan kan ze genezen. RS: En waar woont je oma dan? SW: Klein eigenaardig mannetje, waarom moet jij dat nu precies weten? RS: Eigenaardig? Is dat dan lief bedoeld misschien? RK: Ach, Repelsteeltje, eigenaardig is … Repelsteel, dat is een bijzondere naam! RS: Wat? Heb je me verstaan? Ken je mijn naam? Bedrogen! Belogen! Dat ben ik! Kakelende kippen! En als jullie nu denken dat je mijn naam zomaar aan eender wie mag verklappen, dan, dan, dan … SW: Ja? Wat dan? RS: Dan maak ik je oma eeuwig ziek! RK: En hoe had je dan precies gedacht dat te doen, Repelsteeltje? RS: Zwijg! Niet mijn naam, laat die niet horen, heb je dat verstaan? RK en SW samen: Repelsteel, Repelsteel, Repelsteel! RS: AAAAAAAAH, dit overleef ik niet … Repelsteeltje gaat roepend en tierend af. RK: Waarom deed die nu zo gek? SW: Ken jij je sprookjes niet? RK: Mijn sprookjes? Hoezo? Wat is dat dan? SW: Komaan Roodkapje! Je maakt er zelf deel van uit! Het begint altijd met er was eens … Wacht, een voorbeeld … Er was eens een meisje dat altijd een rood kapje droeg, daarom noemden ze haar …

16


RK: Roodkapje? SW: Komaan, dat kan je niet menen! Repelsteel hoort bij de molenaarsdochter. Ze zit al dagen goud van stro te spinnen dankzij dat kleine gekke mannetje. Maar hij is het beu, en ze krijgt enkel nog één keer goud van stro als ze zijn naam raadt, maar niemand kent die. RK: Dus wij moeten haar zoeken en het vertellen? SW: Dat is een optie, maar laten we eerst maar eens naar jouw grootmoeder gaan kijken. Normaal wordt ze opgevreten door de wolf! RK: Mijn oma? Daar geloof ik niets van. Ze is zo taai als wat en de loop van haar geweer is haast zo lang als haar bed. Om oma te strikken, moet je wel wat gruwelijker zijn dan een wolf, hoor!

17


RK en SW lachen en verzinnen wie er dan zou moeten langskomen. SW: Haha, een monster misschien? RK: Je hebt minstens een dinosauriër nodig om haar bang te maken … Oma is nooit bang! SW en RK gaan lachend af … we horen ze nog verder verzinnen: een reus, neen, minstens een draak! Ah, stel je voor, een vuurspugende draak, dat zou het pas zijn. V: Intussen diep in het bos aan een huis gevuld met rovers … E: Maar neen, jij moet op mijn rug, ik toch niet op de jouwe! Dan heb je geen ruggengraat meer! HA: Over ruggengraat gesproken, die mis je nu ook wel hoor, hahaha. HO: (Blaft) Zeg scharminkel, kan je eens ophouden met je stomme commentaar! Ik bijt zo meteen je kop eraf! KA: How how, geen ruzie daar! Hoe lukt het anders om een toren te maken? Vertrouwen hebben we nodig. E: Vertrouwen en misschien een klein zetje?

De ezel, hond, kat en haan proberen een piramide te maken. Maar hoe hard ze ook hun best doen, het lukt hen niet. Hun toren stort telkens in elkaar … E: Stelletje slapjanussen! Hoe kunnen we nu in godsnaam die rovers aan het schrikken brengen? Wij willen in het huisje, remember?

18


De dieren doen nog een laatste poging maar het lukt niet. Ze vallen allemaal van de ezel af. Net op dat moment komen RK en SW eraan. Ze botsen nog net op de ezel. RK: Oh, een ezel! Zie hoe lief! E: Lief, lief! Ik wil net heel eng lijken! Er zitten rovers in het bos! SW: Rovers? Waar? E: In het huisje, daar! RK en SW: Een rover voor grootmoe? Ze gieren het uit. RK: We mogen een wens doen. SW: Hoezo? RK: We waren samen! Net op hetzelfde moment, dan mag dat! SW: Ik wens dat we tegen een ezel botsten die onze mand kon dragen … (SW en RK lachen)

19


E: Zie ik eruit als een muilezel, misschien? Geen denken aan! SW: Geen probleem, mevrouw de ezel met behoorlijk lange tenen. Het was maar een idee. RK: een wens! SW: Inderdaad, straffer nog, een wens! Jammer dat je die niet vervult voor ons. Een goede daad … RK: … kan nooit geen kwaad! (SW en RK lachen) V: De ezel, Roodkapje en Sneeuwwitje zetten nu hun tocht samen verder.

20


E: Zeg meisjes, wat zit er eigenlijk in de mand die je op mijn rug zou willen zetten? RK: Niks bijzonders. E: zoals? SW: Frietjes, worst, bloemen, appels … E: WAT? RK: Wel dus, lekkers voor mijn oma. E: Goed, zet er maar op. SW: Oh wat lief van je. De ezel lacht al balkend. E: Haha, komt goed uit, we hadden net zo’n honger. Jongens, ik kom eraa-aan! Ezel zet het op een lopen met mand vol lekkers. RK en SW blijven verbouwereerd 6 achter. RK: Maar wat een dief! Die mand is voor oma, stomme ezel! V: Daar stonden ze dan. Roodkapje en Sneeuwwitje. Met lege handen en een mond vol tanden. Maar de twee meisjes gaven niet op. Na een poosje bedachten ze een plan. Ze zouden de dochter van de molenaar zoeken, haar de naam geven van het gekke mannetje in ruil voor een paar spinsels goud. Oma was vast blij met goud in plaats van friet … SW: Waar zullen we beginnen? In dit bos zit ze vast niet. RK: Repelsteeltje was toch hier? Zo ver kan het dan niet zijn, toch? SW: Dat is pas denkwerk. Dat klinkt logisch. Hoe zullen we het aanpakken?

21


RK: Ik zou gewoon het pad naar oma volgen en zien wat we op onze weg tegenkomen. V: Zo gezegd, zo gedaan. Roodkapje en Sneeuwwitje stappen verder in het bos. Op weg naar de grootmoeder van Roodkapje. Op weg naar het kleine huisje aan de rand van het bos. Onderweg komen ze op een open plek en tussen de varens ontdekken ze paddenstoelen. RK: Wacht eens, zie jij dat ook? SW: Wat moet ik zien? De braambessen daar aan de struiken? RK: Bramen? Had ik niet eens gezien. Kijk! Daar! Paddenstoelen. Volgens mij zijn die eetbaar! SW: Yes! We plukken paddenstoelen en bramen. Roodkapje, weet je nergens een kip zitten? RK: Heerlijk plan! Een eitje met boschampignons en als dessertje wat bramen. Geen frietjes, maar klinkt ook goed! SW: Een eitje van een bosduif misschien?

Plots horen ze gezang. RAP: Daar zingt een eenzaam meisje, met blond en heel lang haar, daar zingt een eenzaam meisje, het is triest maar heel erg waar … RK: Daar: boven in de toren! SW: Rapunzel? Zit je daar? Opgesloten? RK: Wat een hoge toren. We moeten haar bevrijden. Maar hoe?

22


23


V: Net op dat moment komt de wolf nog eens opdagen. In maatpak met gekamde haren. RK: Wauw, beste wolf, bijna onherkenbaar. Op weg naar een feest, misschien? SW: Ah ja, een feestmaal zal je bedoelen! Laten we ons maar haasten naar je oma, voor hij eerst is! WOLF: Ik ben niet uit op moord en brand. Ik wil gewoon een rustig bestaan!

Wolf kijkt naar publiek en wrijft zijn haren plat. SW en RK gaan verder, zwaaien nog naar de wolf. SW en RK: Tot straks bij oma!

24


WOLF roept naar Rapunzel: Mevrouw de schoonheid zelve, zal ik je redden? Laat je haren zakken, ik klim wel naar boven! RAP: Ik laat mijn haren zakken, wel twintig meter diep … Wolf klautert naar boven. Boven staat hij oog in oog met Rapunzel. RAP: AAAAAAH, jij bent helemaal geen lieve prins! Maak dat je wegkomt! Rapunzel duwt de wolf naar beneden. WOLF roept tijdens zijn val: Maar ik wou je redden! Niet meer, niet minder … Wolf begint te huilen … RAP: Wat denkt die schurk wel! Eens boven en dan een list zeker! Poeh! Dan blijf ik nog liever hier in mijn toren. Begint terug te zingen. Daar zingt een eenzaam meisje … Rapunzel verdwijnt terwijl verteller voortvertelt. V: Sneeuwwitje en Roodkapje zetten hun tocht verder. Onderweg botsen ze nog op Hans en Grietje die ze waarschuwen voor het peperkoekenhuisje. Ook doorkruist de wolf hun pad nog een paar keer. En of dat hij moeite doet! Bij elke verschijning ziet hij er beter en beter uit! Hij doet zijn best, dat is duidelijk. Maar bij Roodkapje en Sneeuwwitje werkt hij eerder op hun lachspieren dan dat ze gecharmeerd zijn door zijn nieuwe looks. En dan eindelijk, na een vermoeide maar ook leuke tocht, komen ze bij oma aan. Gek. De deur staat open … Is het de wolf?

25


RK: Durf jij naar binnen gaan? SW: We gaan samen.

SW en RK gaan samen aarzelend binnen. Er ligt iemand in haar bed … RK: OMA? Oma?? Maar dat is oma helemaal niet … SW: Wow, dat is een knappe vrouw! Kijk! RK: Zo’n mooi gezichtje, zeg. Maar ze lijkt net zo oud als jij. Joehoe!! Word eens wakker! RK schudt aan het meisje. SW: WAKKER worden!!!! Opstaan! Het meisje verroert zich geen vin. Maar dit is de schone slaapster zelf!! Ze heeft zich geprikt aan haar spinnewiel en slaapt honderd jaar, tenzij een prins haar kust! RK: En hoe komt die dan precies terecht hier in oma’s bed? SW: Zie ik er nu uit alsof ik alles weet? Hm. Niet dus … Geen idee, maar het is ze wel! RK: Oké, een prins … Sneeuwwitje, nu zijn we zoveel figuren tegengekomen, maar een prins?

26


27


V: Sneeuwwitje en Roodkapje overlopen alle figuren vanuit het bos die hun pad hebben doorkruist. Maar inderdaad, geen prins te bespeuren. Er zit niets anders op dan wachten, besluiten de meisjes. Misschien komt die prins wel en kan die helpen om oma te vinden … en jawel hoor! Nog geen tien minuten later verschijnt daar een prins. Op zijn paard. En wat een verschijning! De monden van de meisjes vallen meteen wagenwijd open.

Prins stopt bij RK en SW. PR: Dames! Kan ik wat voor jullie betekenen? V: RK bloost, SW giechelt. RK: Euhm, ja, euhm, eigenlijk wel ja … Hier in huis ligt … SW: Helemaal niemand! Het huisje is van haar oma, maar de oma is weg! Verdwenen! Kan u, lieve prins, ons helpen zoeken? Kan u ons meenemen op uw tocht vol gevaar en avontuur? PR: Mijn allerliefste mooie meisjes … met alle plezier! Spring maar achterop. Of beter gezegd, eentje achterop en eentje voor mij, dan kan het lukken! V: SW en RK springen op het paard, helemaal in de war, door de schoonheid van de prins betoverd. Giechelend rijden ze met hem mee, door het bos op zoek naar oma. En de schone slaapster dan? Klopt! Nog geen tel later komt de wolf aan. Hijgend en puffend maar gekleed als een echte heer.

28


Hij vindt de schone slaapster en kust haar. Zij is de wolf heel dankbaar en vliegt in zijn armen. De wolf zijn missie is eindelijk geslaagd. Intussen levert de tocht te paard ook wel wat op. Midden in het bos, aan het rovershuisje houden de prins, het paard en de twee mooie meisjes halt. RK: Stop! Er brandt licht in het huisje. SW: Misschien de ezel en haar kompanen? Dan hebben we meteen onze mand terug … Ze horen gegiechel van oma. RK: Maar wacht eens, ik hoor oma! Laten we een kijkje nemen … oma?

Oma komt lachend tevoorschijn samen met de jager. OMA: Hey, mijn zoetje. Mijn lief kind. Oh, en dag Sneeuwwitje! Wat brengt jullie hier? Een mooie prins aan de haak geslagen, zie ik? RK: Oma! Wat doe jij hier? Wij hebben heel het bos doorkruist en je was niet thuis. Je hoort in je bed! Mama zei me dat je nog zo ziek was dat je je bed niet eens uit kon komen en nu sta jij hier! En wat doet de jager daar? Oma? Ik begrijp er niets van! OMA: Och mijn lief kind. Ik lag me zo te vervelen in bed. De jager komt nu en dan eens langs om te kijken of alles oké is. En gisteren toen ik op jouw bezoek lag te wachten, verraste hij me met een heerlijk dinertje. Ik voelde me meteen genezen. Ik was al zo lang niet meer op pad geweest. Hij heeft me mee uit genomen in het bos, en toen zagen we dit huisje leegstaan en ja …

29


30


RK: Maar oma! De schone slaapster ligt in je bed, hoe komt ze daar terecht? OMA: Mijn lief kind, geen idee! Maar soms lopen de dingen nu eenmaal anders dan voorzien, zo zie je maar. Laat ze maar slapen. Ik ben tevreden hier! Als de rovers wegblijven, hebben we hier een prima stek. Veilig en gezellig bij mijn jagertje.

Oma kust de jager. V: En net op dat moment, je raadt het al, kwam de wolf erbij, met de schone slaapster nog steeds in zijn armen. En dat verdiende feest! Sneeuwwitje en Roodkapje haalden hun bramen en champignons tevoorschijn, de jager zijn lekkere bessensap. En toen werd het feest! Tot de zon weer opkwam. En ze leefden nog lang en heel erg gelukkig. En de wolf? En of dat hij eindelijk van zijn reputatie vanaf was. Hoewel … toen de ezel, de kat, de haan en de hond ook aan het rovershuis arriveerden … E: Haan? Waar is Haan? WOLF: Zo mals! Sommige dingen leer je nooit af als wolf. Dat zit in de natuur!

De wolf kust de schone slaapster en we zien een pluim uit zijn bek hangen. EINDE

31


Woorduitleg 1 mime = soort toneel zonder woorden maar met gebaren om emoties en gedachten duidelijk te maken. 2 vertolken = iets uitbeelden, uitvoeren, spelen … 3 briesen = snuivend brullen 4 bloesem = bloemen van vruchtbomen 5 look = stijl, hoe iemand eruitziet 6 verbouwereerd = diep onder de indruk

32


Poppenspel kinderachtig? Je vergist je! Want mensen van alle leeftijden kunnen hieraan meedoen. Met handpoppen kun je allerlei grappige, griezelige of spannende verhalen verzinnen. Zoals het verhaal over de wolf en andere sprookjesfiguren …

Dit boekje maakt deel uit van de Verrekijkerbieb 6. ISBN 978 90 486 2537 6 Bestelnummer 60 1021 597 KB D/2016/0147/106 NUR 191 Illustraties: Vero Beauprez Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge

9 789048 625376

Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Verrekijkerbieb - Leerjaar 6 - Kijker 5 - Thema 6 - N2 - Over wolven en sprookjesfiguren by die Keure - Issuu