ucatieve uitgaven
BIEB
Vermist Evelyn Mertens
Kijker educatieve uitgaven
Verrekijker 6
3
Vermist
1 Tobias wordt wakker door het zachte zoemen van de intercom1. Hij knippert met zijn ogen en rekt zich lui uit. ‘Opstaan Tobias, tijd voor school!’ De stem van zijn moeder klinkt zelf nog slaperig. Op de achtergrond hoort hij zijn vader geeuwen. Als Tobias uit bed springt, schuift het automatische rolgordijn voor zijn raam spontaan open en wordt zijn slaapkamer verlicht door een heerlijke ochtendzon. Tenminste, dat lijkt zo. De illusie van de zonnestralen wordt gecreëerd door de ingebouwde verlichting en het rolgordijn reageert op zijn bewegingen. Fronsend kijkt hij uit het raam. Zoals elke morgen is er niets te zien. De hemel is zwart en eindeloos. Tobias is, net als zijn ouders, zijn broer Olivier, en de 4126 andere bewoners, geboren en getogen in het ruimteschip 3XX. Hij heeft de zon nog nooit gezien en de wind nooit door zijn haren gevoeld. Dat zijn zaken waar hij over leest in boeken en waar hij alleen maar over kan dromen.
1
Met zijn beste vriend Julius probeerde hij een keer de zomer op aarde na te bootsen door heel zijn slaapkamer azuurblauw te verven en een felle bureaulamp boven zijn bed te hangen. Samen lagen ze op een strandlaken, in zwembroek en zonnebril. De haardroger van zijn moeder moest voor een ‘zomerse bries’ zorgen. De hitte van de overbelaste haardroger liet echter het brandalarm en aansluitend de sproeiers in zijn kamer afgaan. Zijn vader kwam in paniek binnengestormd en kon nog net voorkomen dat ze geëlektrocuteerd werden. Kletsnat en rillend van de kou mochten ze zijn donderpreek aanhoren, terwijl Olivier gierend van het lachen foto’s nam. Op bevel van zijn ouders werden de foto’s uiteindelijk gewist, maar Tobias is niet zeker of het bewijsmateriaal wel helemaal verdwenen is. Met Olivier weet je nooit. Uit gewoonte kijkt hij naar de berichtjes op zijn portafoon. Er is een bericht van school om hem eraan te herinneren dat er vandaag sport op het programma staat. Sportkledij dus, lekker makkelijk. Er verschijnt een nieuwsbericht over het ruimteschip 9XX, dat een maand geleden door een ontploffing zware schade heeft opgelopen en dringend hulp nodig heeft. Het is nog steeds niet duidelijk welke hulp 3XX hen kan en wil bieden. Maar geen bericht van Julius. Dat is gek, want normaal is hij vroeg wakker.
2
bericht aan ‘Julius’: Hey bro! Wakker? Het pinggeluid uit de keuken kondigt de komst van zijn ontbijt aan. Op het ruimteschip hebben de woonvertrekken geen keukens meer. Alle maaltijden worden klaargemaakt in één centrale, en via een ingenieus2 transportsysteem verdeeld over het ganse schip. Met vier grote happen schrokt Tobias zijn kommetje muesli met yoghurt en fruit naar binnen en rent dan de deur uit, die zachtjes openglijdt en ook automatisch weer achter hem sluit.
3
Tobias verwacht Julius te zien die, zoals elke ochtend, hem opwacht om samen naar school te glijden. Vandaag is er niemand te zien. Eventjes weet hij niet wat doen: wachten of toch maar vertrekken naar school? Het heeft geen zin om te laat op school te komen. Waarschijnlijk is Julius al op het schoolplein. bericht aan ‘Julius’ Hey bro! Ik vertrek! Zie je zo! Hij springt soepel op zijn hoverboard en glijdt vlotjes langs de gladde gangen naar het educatiedek. Voor de schoolpoort staat Noor, Julius’ buurmeisje. Tobias vindt het vreselijk wanneer ze hem aankijkt met haar grote groene ogen, dan voelt hij een rode gloed over zijn kaken glijden en maken vlinders in zijn buik hem misselijk. ‘Hey Tobias, waar is Julius?’ vraagt Noor en ze kijkt hem strak aan, terwijl ze met één hand nonchalant haar lange bruine haren naar achteren zwaait. Tobias haalt zijn schouders op. ‘Dat zou ik aan jou moeten vragen.’ ‘Waarom moet ik dat weten?’ ‘Je woont toch naast hem?’ ‘Ja, maar ik ben zijn babysit niet.’ Tobias steekt afwerend zijn handen omhoog. ‘Hij was er niet vanmorgen, meer weet ik ook niet.’
4
‘Dat is toch raar,’ zegt Noor terwijl ze samen naar de klas lopen. ‘Misschien is hij al op school,’ oppert Tobias. Die hoopvolle gedachte verdwijnt als ze samen de klas binnenstappen. De stoel naast Tobias is en blijft leeg. Bericht aan ‘Julius’ Hey Bro! ‘Waar ben je?’ Tobias tekst stiekem. Als hij betrapt wordt op het gebruik van zijn portafoon tijdens een les, is hij onmiddellijk 5 studiepunten kwijt. Hij duwt op verzenden en wacht. Er komt geen reactie. Hij is al voor zijn geboorte bevriend met Julius. Hun ouders woonden toen in woonvertrekken naast elkaar. Vanaf het moment dat hun moeders ontdekten dat ze samen zwanger waren, werden ze vriendinnen. Julius kwam uiteindelijk 3 dagen voor Tobias op de wereld. Een feit dat hij graag onder de neus van zijn vriend duwt. Hij is de oudste dus ook de slimste, en de stoerste, en zeker ook de knapste. Ze leerden samen kruipen, lopen, praten en kattenkwaad uithalen. Tobias kan zich geen dag zonder Julius herinneren. Tot vandaag.
5
2 Na de pauze kijkt meester Jan de klas ernstig aan. ‘Er komt dadelijk een videoboodschap van de kapitein, we gaan allen naar het videodek om te luisteren.’ Alle kinderen van de hele school zijn samengekomen op het videodek. Het moet wel een heel belangrijke boodschap zijn! Het scherm licht op en het hoofd van kapitein Zacharias verschijnt. Hij kijkt heel ernstig. Tobias voelt een knoop in zijn buik en een druk op zijn keel. Dit kan geen goed nieuws zijn. ‘Waarde matrozen van ruimteschip 3XX. Het is met een uitzonderlijk bedroefd hart dat ik jullie vandaag te woord sta. Met 3500 mensen zijn wij 325 jaar geleden met dit schip de aarde ontvlucht. De situatie op aarde was onhoudbaar geworden: luchtvervuiling, overbevolking, zeewater dat steeg als gevolg van de opwarming van de aarde en het smelten van het poolijs. De aarde werd een oord waar mensen elkaar te lijf gingen om drinkbaar water en zuivere lucht. Al 325 jaar zijn wij erin geslaagd om vredelievend samen te leven op dit ruimteschip. Onze bevolking is langzaamaan uitgegroeid tot 4200 mensen, waaronder vele gezinnen met jonge kinderen.
6
We streven er met z’n allen naar om in harmonie samen te leven. In al die jaren is er geen enkele zware misdaad gepleegd. Daar zijn we fier op! Ik heb vandaag de droeve taak om jullie te moeten melden dat sinds vanmorgen de 12-jarige Julius Wens verdwenen is uit zijn woning op dek 24. Op dit moment hebben wij nog geen idee wat er gebeurd is, maar wij kunnen jullie garanderen dat we er alles aan doen om Julius gezond en wel terug te vinden. Heeft u informatie over Julius Wens die ons zou kunnen helpen om hem terug te vinden, dan vragen wij u om dit zo snel mogelijk te melden aan uw dekcommandant.’
7
De rest van het bericht dringt niet meer tot Tobias door. De vragen tuimelen door zijn hoofd. De knoop in zijn keel wordt vaster aangetrokken.
Is Julius vermist? Hoe is dat mogelijk? Wat is er gebeurd? Heeft hij een ongeluk gehad? Leeft hij nog? Is hij gewond? Waarom antwoordt hij niet op mijn berichtjes? Bericht aan ‘Julius’ ‘Verdorie man, waar zit je?’ ‘Tobias, dat zijn 5 studiepunten!’ Verschrikt kijkt Tobias op. Meester Jan staat vlak naast hem en tikt op zijn schouder. ‘Je kent de regels.’ ‘Ik probeerde Julius te bereiken, meneer.’ Meester Jan knikt begripvol en voor het eerst beseft Tobias echt wat er aan de hand is. Julius is verdwenen en niemand weet waar hij is! Meester Jan richt zijn aandacht weer op de boodschap van de kapitein, die nog steeds aan het woord is. ‘… Ik heb dan ook besloten dat we de noodoproep van 9XX niet kunnen negeren. Vanmorgen hebben we de coördinaten van hun locatie ingegeven in de boordcomputer en onze vliegroute aangepast. Binnen enkele dagen zullen we het ruimteschip bereiken, om zo de overlevenden de nodige verzorging te bieden.’
8
Hoewel het nieuws niet nieuw is, schrikt de hele school van de mededeling. Een maand geleden kreeg kapitein Zacharias een noodoproep van ruimteschip 9XX. Er was een ontploffing in de kernreactor ontstaan. Het schip werd zwaar beschadigd. Slechts 1435 van de 4000 bewoners hebben de catastrofe overleefd. De rest werd door de ontploffing de ruimte ingezogen. De overlevenden hebben zich teruggetrokken in een onbeschadigd deel van het ruimteschip waar nog genoeg zuurstof en voedsel is, maar ze hebben dringend hulp nodig. 3XX is het enige schip dat dicht genoeg is om hulp te kunnen bieden, maar wat die hulp dan moet inhouden, daar wordt door de officieren en de regering hevig over gedebatteerd. Een deel van de bevolking wil de overlevenden met open armen opnemen, een ander deel wil hen aan hun lot overlaten. Er worden hevige discussies gehouden over de gevolgen van een opname van de schipbreukelingen. Tobias had er ook fel over gediscussieerd met Julius. Tobias kon zich niet voorstellen dat ze de overlevenden aan hun lot zouden overlaten, ook al zou een opname grote gevolgen hebben voor de kwaliteit van de zuurstof, en de hoeveelheid beschikbaar voedsel. Julius was dan weer tegen een opname, maar wilde hen ook niet in de steek laten.
9
Hij had over de derde mogelijkheid nagedacht, waarbij het gehavende schip werd vastgekoppeld aan hun ruimteschip. De overlevenden zouden op hun schip kunnen blijven wonen en de mogelijkheid krijgen om het weer te herstellen. Het zou een intense inspanning vragen van iedereen, maar op lange termijn is er de mogelijkheid om weer een volwaardig schip de ruimte in te sturen.
10
3 In de deuropening van het videodek verschijnen enkele officieren van de regering. Wat komen zij hier doen? Een van hen fluistert iets in het oor van juf Katrina. Ze kijkt even zoekend rond en wijst dan zonder aarzelen recht naar hem! ‘Tobias Aldewater? Kom even mee met ons. Kapitein Zacharias wil met je spreken.’ Alle kinderen kijken Tobias verbaasd aan. Hij kan wel door de grond zakken van schaamte. Moet dit echt nu, waar iedereen bij is? Hij voelt zijn wangen gloeien. Zijn handen trillen. Ook dat nog! Hij staat snel op en houdt zijn hoofd zo laag mogelijk. De officieren laten hem voorgaan en wanneer hij buiten komt, wordt hij geëscorteerd naar het hoofdkantoor van de kapitein. ‘Jij bent Tobias Aldewater?’ Tobias knikt. Hij is hier nog nooit geweest. Hij kent zelfs niemand die hier ooit geweest is. Of toch. Misschien is Julius’ vader hier al wel geweest. Als hoofd van de onderhoudstechnici heeft hij een belangrijke functie. Als er ergens een mankement is, is het zijn verantwoordelijkheid om het te herstellen. Hij duwt de gedachte aan Julius weg en staart naar het tapijt. De knoop in zijn maag is groter dan ooit, de vlinders fladderen door zijn buik.
11
Kapitein Zacharias zit achter een spierwitte lege tafel. Op het videobeeld achter hem is niet de zwarte ruimtehemel te zien, maar een afbeelding van een groen graslandschap met kleine witte en gele bloemen onder een staalblauwe hemel. Hij tikt uiterst snel op zijn laptop en kijkt Tobias over het scherm aan. ‘Jij bent de beste vriend van Julius.’ Het is geen vraag, dus Tobias antwoordt niet en knikt alleen maar ter bevestiging. ‘Wanneer heb je hem voor het laatst gezien?’ ‘Gisteren, op school,’ fluistert hij. Zijn stem weigert verdere medewerking. De kapitein merkt zijn verwarring op en kijkt hem aan. Zijn ogen worden zachter en hij vouwt zijn handen onder zijn kin. ‘Je zal je wel afvragen waarom je hier bent.’ Opnieuw geen vraag. Tobias zwijgt. ‘Maak je geen zorgen, Tobias. Je bent hier omdat we graag zoveel mogelijk informatie over Julius willen verzamelen. Jij bent zijn beste vriend. Je kent Julius het best. Misschien heb je informatie voor ons die ons verder kan helpen.’ Tobias schudt zijn hoofd. ‘Ik weet echt niet wat er aan de hand kan zijn.’
12
De kapitein denkt na. ‘Is er in de laatste dagen iets gebeurd waarbij je dacht: hé dat is gek. Zijn bepaalde dingen je misschien opgevallen?’ Tobias gaat in gedachten de laatste dagen na. Voor zover hij zich herinnert, is er niets speciaals gebeurd. Ze waren op school, ze maakten samen huiswerk, ze sportten samen. Het enige wat uit de toon viel, was dat Julius die ochtend niets van zich had laten horen.
13
‘Ik heb niets verdachts gezien, echt niet. We zaten samen in de klas, we hebben gesport, we hebben huiswerk gemaakt.’ ‘Heeft Tobias met jou misschien gesproken over bepaalde plannen die hij had, of was hij zwijgzamer of juist spraakzamer dan anders?’ Weer denkt Tobias na voor hij antwoordt, maar hij kan niets verdachts vinden aan het gedrag van zijn vriend. Hij schudt zijn hoofd. De kapitein schuift met een zucht een kaartje met een code naar hem toe. ‘Ga naar huis en denk hier goed over na, mocht er iets zijn dat je toch nog te binnen schiet, dan mag je me onmiddellijk contacteren op deze code.’ Tobias kan niet verbergen dat hij zwaar onder de indruk is. Heeft hij nu zojuist de persoonlijke code van de kapitein ontvangen? Hij neemt het kaartje in zijn hand en kijkt snel naar de combinatie: #capzach3xx
14
4 Het schemert wanneer Tobias het kantoor van de kapitein verlaat. Op weg naar huis is hij diep in gedachten verzonken. Het is duidelijk dat ook de officieren geen idee hebben wat er met Julius gebeurd is. Tobias merkt niet dat hij de gang naar dek 24 mist. Hij beseft pas waar hij is als hij de woonst van Julius herkent. Iemand pakt bruusk zijn rugzak vast en sleurt hem achter een muurtje. Het is Noor. ‘Wat doe je?’ vraagt hij geïrriteerd en hij trekt zich los uit haar greep. Met haar vinger voor haar mond maakt ze duidelijk dat hij stil moet zijn. Ze wijst naar de voordeur van Julius’ huis. Verborgen achter de muur probeert Tobias te kijken wat er aan de hand is.
15
In het duister ziet hij drie mannen die een vierde man tussen hen in meenemen. Hij kijkt Noor met vragende ogen aan, maar ze dwingt hem opnieuw om te kijken. De drie mannen kent hij niet, maar de man die wordt meegenomen wel. Het is Julius’ vader! ‘Wie zijn dat?’ vraagt Tobias. ‘Geen idee,’ antwoordt Noor. Ze kijkt hem aan met haar grote groene ogen. Verdomme, niet nu! Hij kijkt weg en probeert zich uit alle macht te concentreren op de vierkantswortel van 65.536. Het werkt. Het blozen trekt weg. ‘Ik hou het huis al de ganse avond in de gaten,’ vertelt Noor zacht. ‘Ik wil je iets laten zien.’ Ze neemt haar portafoon en opent een filmpje. ‘Heb je stiekem gefilmd?’ vraagt Tobias onder de indruk. ‘Stoer!’ Een schemerig beeld komt tot leven. Ze zien hoe de drie mannen schijnbaar rustig naar de voordeur wandelen. Julius’ vader opent de deur. Door het schijnsel van de nachtverlichting kunnen ze de mannen beter bekijken. Het zijn officieren van de regering! Er volgt een heftige woordenwisseling. Meneer Wens schudt zijn hoofd. De drie officieren worden ongeduldig en nemen zijn arm vast waarna hij tegenstribbelend wordt meegenomen.
16
‘Waarom pakken ze Julius’ pa op?’ vraagt Noor. Tobias haalt zijn schouders op. ‘Ik ben ook uit de klas gehaald door officieren. Kapitein Zacharias wil hem vast iets vragen.’ ‘Zie je dit?’ Noor wijst met haar vinger naar de eerste man. ‘Wat dan?’ ‘Hij draagt een jas van een officier, maar kijk eens naar zijn broek en schoenen.’ Tobias bekijkt de man grondiger. Er klopt inderdaad iets niet. De jas van de man is een officiersjas, maar hij toont meneer Wens geen legitimatie3, wat normaal verplicht is. Zijn gedrag lijkt ook niet op dat van een officier. Hij wiebelt zenuwachtig heen en weer, in plaats van kaarsrecht met de handen op de rug in de houding te staan. En dan zijn broek en schoenen … ‘Het lijkt een kweker van het voedseldek!’ ‘Goed geraden,’ knikt Noor. ‘Volgens mij is Julius’ vader meegenomen door de voedselkwekers van dek 35.’ ‘Maar waarom?’ vraagt Tobias onthutst. Noor kijkt hem aan: ‘Er is maar één manier om erachter te komen,’ zegt ze beslist. ‘We vertellen kapitein Zacharias wat we ontdekt hebben!’ roept Tobias opgewonden. ‘Ik heb zijn persoonlijke code gekregen.’
17
Hij neemt zijn portafoon en drukt de code van de kapitein in, maar Noor slaat zijn hand weg. ‘Ben je gek?’ zucht ze. ‘Wat kunnen we vertellen? We weten toch nog helemaal niets. Julius’ vader ging misschien onder dwang maar wel spontaan mee. Er is niets illegaals of crimineels gebeurd. ‘We gaan eerst zelf op onderzoek uit!’ ‘Wat wil je doen?’ foetert Tobias. ‘We gaan een kijkje nemen op het voedselmakersdek,’ zegt Noor vastbesloten. ‘Misschien vinden we daar aanwijzingen. Ik weet niet wat er aan de hand is, maar ik wil wel het fijne ervan weten!’ Ze kijkt hem recht in de ogen en zwiert haar rugzak over haar schouders. ‘Jouw idee slaat helemaal nergens op!’ protesteert hij. Noor negeert zijn protest en zoekt uit welke weg ze moeten volgen naar dek 35.
18
5 Het is donker als ze eindelijk aan het dek van de voedselkwekers komen. ‘Hier ben ik nog nooit geweest,’ fluistert Tobias. Ze slenteren nonchalant langs de huizen, alsof ze weten waar ze naartoe gaan en hier thuishoren. ‘Wat zoeken we?’ Tobias kijkt rond maar heeft geen idee waar hij moet op letten. Noor wandelt rustig, met haar handen in haar broekzakken. Uit gewoonte kijkt Tobias naar zijn portafoon. Er verschijnt een bericht van school dat hij morgen een toets wiskunde heeft. Verdorie, dat was hij helemaal vergeten! Er is een nieuwsbericht dat enkele bewoners het kantoor van kapitein Zacharias binnenstormden uit protest tegen zijn plannen om de schipbreukelingen van 9XX op te nemen. Als laatste is er een bericht van … ‘Noor! Het is een bericht van Julius!’ Bericht van ‘Julius’ H8SORTIJ ‘Wat bedoelt hij? Ik begrijp hier niets van.’ ‘Wel, hij leeft nog,’ besluit Noor, ‘dat is goed nieuws.’
19
‘Of zijn kidnappers proberen zijn portafoon te kraken!’ ‘Tobias, jij leest te veel detectiveromans. Een portafoon is persoonlijk en werkt enkel als het juiste DNA verbinding heeft. Dat weet jij ook. Wie zegt trouwens dat hij ontvoerd is? Misschien is hij gevallen, gewond, of … ziek?’ ‘Hey! Wat doen jullie hier? Dit is verboden terrein! Scheer je weg! Je hebt hier niets te zoeken!’ Een man met een werkpak aan loopt naar buiten en schreeuwt hen na. Tobias en Noor vluchten de andere kant op. Wanneer ze een klein steegje inlopen, klinkt een bekende ‘ping’ en Tobias kijkt naar zijn portafoon. ‘Noor! Het is Julius! Hij is hier in de buurt!’ ‘Wat bedoel je?’ ‘We hebben ooit een vriendschaps-app gedownload, die je vertelt wanneer je in elkaars buurt bent. De app werkte niet zo goed. Omdat wij zoveel samen waren, raakte het systeem telkens van slag. Maar nu werkt het blijkbaar wel, kijk maar!’
20
Bericht van ‘friend2friend’ ‘Vriend ‘Julius’ is in de buurt’ ‘Is er een kaart aan verbonden? Kan je lokaliseren waar hij is?’ ‘Ik geloof het wel, wacht even.’ Daar! Op de kaart van het ruimteschip bliept een klein blauw stipje. Julius! ‘De zuivelfabriek! Dat is die kant op!’ weet Noor, ‘Kom op!’ Ze trekt hem mee aan zijn rugzak. Zonder nadenken sprint Tobias achter haar aan. Hij is overdonderd, van het onbegrijpelijke bericht dat hij van Julius kreeg, van de blauwe bliep op de kaart. Zich bukkend rennen ze naar een grote poort aan de zijkant van het gebouw. De poort sluit niet volledig af, en ze kruipen snel naar binnen. Het is er aardedonker. Ze verstoppen zich achter een stapel palletten4 en wachten tot hun ogen gewend zijn aan de duisternis. Zonder woorden kruipen ze stil verder. Een gang voert hen naar een wirwar van deuren en zijgangen. Waar is Julius? Zo nauwkeurig is de kaart niet. ‘We moeten kapitein Zacharias verwittigen,’ fluistert Tobias. Noor schudt haar hoofd en sluipt verder naar een deur waaronder het zachte schijnsel van licht te zien is.
21
‘Ik wed dat hij daar vastgehouden wordt.’ Met een zucht kruipt Tobias achter haar aan. Hij vindt het maar niets. Niemand weet waar ze zijn. Het licht in de gang springt plots aan waardoor het veilige duister plots verandert in een zee van onaangenaam helder wit. Als een verblind konijn blijft Tobias stokstijf zitten en knippert met zijn ogen. Hij is verblind! Hij wordt ruw vastgegrepen en een kamer ingegooid. Door de klap schiet een pijnsteek door zijn knie. Au! Daar gaat zijn kans om winnaar van de schoolwedstrijd atletiek te worden! Tobias haalt uit maar de man is hem voor en duwt zonder merkbare inspanning zijn arm opzij. Voor hij het beseft, heeft de man hem in een houdgreep en oefent hij druk uit op zijn strottenhoofd5. Tobias kan nergens heen, hapt naar adem en worstelt om uit de greep te raken, maar de man is te sterk. ‘Hou je koest!’ gromt de man in zijn oor.
22
Het wordt ijl in Tobias’ hoofd, zijn longen schreeuwen om zuurstof. Het wordt zwart voor zijn ogen. De man duwt hem ruw van zich af en beent dan de kamer uit. Tobias valt als een lappenpop op de betonnen vloer. Gierend probeert hij adem te halen om zijn hoofd weer helder te krijgen. Hij kijkt om zich heen. Waar is Noor? Ze was nog bij hem in de gang. Toen ging het licht aan en werd hij tegen de grond geslagen. Wat is er met Noor gebeurd? Een abrupte beweging in de hoek van de kamer laat Tobias schrikken. Een schim ligt vastgebonden en gekneveld op de grond. Hij herkent hem onmiddellijk: Julius! Hij kruipt naar zijn vriend en trekt de knevel uit zijn mond. De koorden aan zijn handen en voeten laten zich niet zo gemakkelijk losmaken en hij klungelt onhandig met de knopen. Ze horen gestommel en geroep in de gang. De deur schuift open en 3 mannen duwen Julius’ vader ruw de kamer in. Ze maken ruzie.
23
6 ‘Als je niet doet wat we je vragen, sterven je zoon én zijn vriend!’ Een trap tegen Tobias’ been moet zijn woorden kracht bijzetten. ‘Als ik doe wat jullie vragen, sterven 1400 mensen.’ Meneer Wens kijkt zijn tegenstanders wanhopig aan. ‘Begrijpen jullie dat niet? Dat wil je niet op je geweten hebben! Het is onmenselijk. Als we al die mensen in ons ruimteschip binnenlaten, wordt ons leven ondraaglijk. We hebben niet genoeg ruimte voor zoveel schipbreukelingen! Er zal niet voldoende zuurstof zijn en voedsel zal gerantsoeneerd6 moeten worden. Ons schip is niet voorzien op zoveel bewoners. Er is een reden waarom gezinnen maximaal 2 kinderen mogen krijgen. Zo houden we controle over de bevolkingsaangroei.’ ‘Ik doe het niet,’ beslist meneer Wens. ‘Ik saboteer het koppelplatform niet. Als ik dat doe, dan sterven niet alleen al die schipbreukelingen, we saboteren ook onze eigen opties als we ooit problemen met het schip hebben. Dan kan er geen enkel ander schip nog gekoppeld worden om ons te helpen.’
24
Tobias beseft in welke lastige situatie ze zich bevinden. Meneer Wens is hoofd van de technische onderhoudsafdeling. In die functie is hij een van de weinige mensen met toegang tot alle afdelingen van het ganse schip. Zo heeft hij ook toegang tot het koppelplatform. Een platform aan de zijkant van het schip, waar het mogelijk is om een ander ruimteschip langszij aan te koppelen. Als dat platform vernietigd wordt, kan geen enkel ruimteschip nog aanleggen. ‘Dan sterft je zoon!’ Met een hoofdknik gebaart de man naar zijn kompanen. Julius en Tobias worden zonder pardon opgetild en over hun schouders gegooid. Ze schreeuwen en trappen allebei in een poging om los te komen, maar de mannen zijn te sterk. ‘Gooi ze in een afvalschuif,’ beveelt de man, ‘dat wordt elke dag in de ruimte gedumpt, dan zweven ze eeuwig rond.’
25
‘Stop!’ roept Julius’ vader wanhopig. ‘Stop alsjeblieft. Ik doe het. Laat die jongens los.’ Weer een knik, en Julius en Tobias worden losgelaten. Geflankeerd door de nepofficieren loopt meneer Wens naar buiten, op weg naar het koppelplatform. Achter hen schuift de deur in het slot. Tobias en Julius blijven achter in het donker. ‘Julius! Is alles goed met je?’ Tobias kijkt bezorgd naar zijn vriend. ‘Het gaat wel,’ antwoordt hij. ‘Ik ben nog een beetje duizelig.’ ‘We moeten kapitein Zacharias verwittigen, die kan ze tegenhouden.’ Julius schudt zijn hoofd. ‘De portafoon werkt hier niet. Ik heb eindeloos geprobeerd iemand te bereiken, zonder resultaat.’ ‘Ik heb je bericht gekregen, maar ik kreeg er kop noch staart aan.’ ‘Hoe heb je me uiteindelijk gevonden?’ ‘Door de vriendschaps-app’. ‘Heeft die eindelijk zijn nut bewezen,’ glimlacht Julius. ‘En met de hulp van Noor,’ voegt Tobias eraan toe. ‘Noor? Mijn buurmeisje?’ Tobias knikt. ‘Het was haar plan om je vader te volgen. Ze is samen met mij hier naar binnen geslopen, maar ik heb geen idee waar ze nu is.’ Julius staat op en mankt naar de gesloten schuifdeur. Hij probeert de deur te openen maar die geeft geen krimp.
26
‘We moeten hier ontsnappen! We moeten iemand verwittigen! We moeten mijn papa tegenhouden!’ ‘Julius?’ klinkt het zacht aan de andere kant van de deur. ‘Noor? Ben jij dat? Noor, kan jij de deur openen?’ ‘Ik krijg de deur niet open, Julius.’ ‘We proberen het samen. We duwen elk aan onze kant.’ Tobias en Julius zetten zich met beide handen schrap tegen de deur. ‘Duwen, Noor! Duwen!’ Met al hun kracht proberen ze met z’n drieën de deur te openen. Eerst gebeurt er niets en blijft de deur koppig op zijn plaats staan. Tobias zet zich met zijn voeten extra af tegen de muur. De deur geeft eerst nog steeds geen millimeter ruimte prijs, maar dan, met een kleine klik, begeeft het mechanisme van de schuifdeur het en schuift de deur met een zucht geruisloos open. Noor tuimelt de ruimte in en omhelst Julius. Tobias voelt hoe de vlinders in zijn buik wegvliegen en kijkt verlegen de andere kant op. Dat had hij niet verwacht. ‘Kom op! We moeten je papa redden!’ roept Noor. Ze rennen samen de zuivelfabriek uit en zetten koers richting het koppelplatform.
27
Het koppelplatform is verboden terrein. Zonder de juiste badge7 kom je er niet in. Zijn vader kan omwille van zijn technische opleiding overal naar binnen. De officieren die hem begeleiden worden dankzij hun uniform ook zonder problemen doorgelaten. Wanneer ze met drie zonder nadenken over de afsluiting springen, gaan alle alarmbellen tegelijk loeihard af. Bewakingsagenten spurten hen achterna en roepen dat ze moeten stoppen. Tobias, Noor en Julius negeren de waarschuwing en rennen verder. In de verte zien ze Julius’ vader bij de laatste controle staan. Ze roepen en zwaaien om zijn aandacht te trekken. De agenten aan de laatste controle merken het lawaai op en krijgen argwaan. Ze versperren iedereen de weg, niemand kan nog voor- of achteruit. Julius’ vader hoort zijn zoon roepen en rukt zich los van de officieren die hem vasthouden, Noor wordt tegen de grond getackeld door de bewakingsagenten. Tobias kan als enige door de barricade breken, maar wordt dan tegen de grond geduwd.
28
In de chaos merkt niemand de komst van kapitein Zacharias en zijn legertje soldaten op, voor ze volledig omsingeld zijn. De felle fluittoon van het eliminatiewapen dat enkel door de elitesoldaten8 gedragen wordt, doet iedereen naar zijn oren grijpen. ‘Neem ze allemaal mee voor verhoor!’ dondert de kapitein.
29
7 Tobias zweeft soepel met zijn hoverboard tot aan de schoolpoort. Noor en Julius wachten hem al op. Noor kijkt hem stralend aan en Tobias lacht terug. Sinds hij weet dat ze verliefd is op Julius kan hij haar zonder blozen aankijken. Na de ontvoering werden ze allemaal uitvoerig verhoord. Kapitein Zacharias was woedend toen hij ontdekte wat de voedselkwekers van plan waren. Voor het eerst in de geschiedenis van 3XX moest er een rechter aangesteld worden om de 3 mannen te veroordelen. De gevangenis moest schoongemaakt worden en er moesten bewakers aangesteld worden. De mannen kregen 20 jaar opsluiting. Ook voor Tobias was de Kapitein niet mals. Hij had hem op het hart gedrukt om contact op te nemen als hij iets wist dat met Julius’ verdwijning te maken had en dat had hij niet gedaan. Hoe Tobias ook probeerde uit te leggen dat er geen tijd voor was, de Kapitein vond het geen excuus. Hij noemde hem onverantwoordelijk, een snotneus die niet nadacht over de gevolgen van zijn acties. Als straf werd hij aangesteld om de nieuwe leerlingen de weg te wijzen. Het aanmeren van 9XX ongeveer een maand geleden was probleemloos verlopen en sindsdien kwamen de kinderen van het beschadigde ruimteschip ook bij hen naar school.
30
Op het schoolplein zoekt hij Yasmine op. Het is niet moeilijk om de 9XX-leerlingen te vinden. Met hun blonde haren vallen ze erg op tussen het donkere haar van de rest van de school. De eerste keer dat hij in de blauwe ogen van Yasmine keek, werd Tobias zo rood dat hij dacht te ontploffen. Maar ze lachte naar hem en de vlinders verhuisden opnieuw naar zijn buik. Met man en macht wordt er nu door iedereen gewerkt aan het herstel van ruimteschip 9XX. De reparatie zal nog enkele jaren in beslag nemen, zo zwaar was het schip beschadigd. Kapitein Zacharias blijft iedereen op het hart drukken dat de situatie tijdelijk is. Iedereen helpt mee, en iedereen levert een stukje ruimte, voedsel en zuurstof in. Wanneer het schip weer kan vertrekken, is nog onduidelijk, maar dat er te weinig oorspronkelijke bewoners zijn om het schip volledig te bemannen staat al vast. Het wordt nog een hele klus voor de kapitein om het selectieproces van wie mag vertrekken in goede banen te leiden. Noor heeft al aangegeven dat ze zeker wil vertrekken. Ook Julius schijnt niet aan het avontuur te kunnen weerstaan. Tobias’ beslissing ligt nog niet vast. Hij kan zich niet voorstellen dat Yasmine ooit zal moeten vertrekken en hoopt dat ze blijft. Maar hij kan zich ook geen dag zonder Julius voorstellen.
31
Woorduitleg 1 intercom = apparaat om met elkaar te praten binnen een gebouw 2 ingenieus = heel slim, goed bedacht 3 legitimatie = document waarmee je kunt bewijzen wie je bent 4 palletten = houten laadborden 5 strottenhoofd = bovenste deel van de luchtpijp 6 rantsoeneren = iets (bv. voedsel) beperken zodat iedereen voldoende heeft 7 badge = soort ‘slimme’ kaart waarmee je toegang krijgt tot een bepaalde ruimte 8 elitesoldaten = alleen de allerbeste soldaten
32
Tobias woont in ruimteschip 3XX. Samen met zijn beste vriend Julius beleeft hij er allerlei avonturen. Totdat Julius op een dag verdwijnt …
Dit boekje maakt deel uit van de Verrekijkerbieb 6. ISBN 978 90 486 2537 6 Bestelnummer 60 1021 597 KB D/2016/0147/106 NUR 191 Illustraties: Rocío Del Moral Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge
9 789048 625376
Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.