ucatieve uitgaven
BIEB
Vincent van Gogh Katrien Vandewoude
Kijker educatieve uitgaven
Verrekijker 6
3
Vincent van Gogh
Naam: Van Gogh Voornamen: Vincent Willem in Geboren: 30 maart 1853 Zundert (Nederland) gh, Vader: Theodorus van Go predikant Moeder: Anne Cornelia Carbentus Broers: 2
Zussen: 3 Beroep: kunstenaar Overleden: 29 juli 1890 in Auvers (Frankrijk)
Vincent van Gogh,
Zelfportret als schilder, 1887-1888, Van Gogh Museum, Amsterdam
1
Op de vorige pagina vind je de identificatiegegevens van Vincent van Gogh. Na even tellen weet je dat Vincent amper 37 jaar oud is geworden. Zijn korte leven is echter goed gevuld en turbulent1. Hij houdt het nooit lang uit op één plek en verhuist talloze keren. Pas als hij 27 is, besluit hij om kunstenaar te worden. Vanaf dan tekent en schildert hij met hart en ziel. Op 10 jaar tijd maakt hij meer dan 800 schilderijen en ruim 1000 tekeningen. Tijdens zijn leven verkoopt hij maar 1 schilderij. Bij dit ‘paspoort’ hoort uiteraard een portret. Er zijn weinig foto’s van Van Gogh bewaard. Maar hij heeft een veertigtal zelfportretten geschilderd. Op de vorige pagina zie je er één waar hij zichzelf afbeeldt als schilder. Hij heeft een palet met felle kleuren in zijn hand. Vincent vindt niet dat een zelfportret moet lijken op de persoon die wordt afgebeeld. Hij vindt het veel belangrijker dat de kijker merkt hoe hij zich voelt. Lijkt Vincent dan niet op dit schilderij? Toch wel, van zijn schoonzus Jo weten we dat dit portret heel goed de trekken van Vincent weergeeft. Dit schilderij maakte hij in 1887-1888. Op dat ogenblik is hij al geen beginneling meer en zit hij goed in zijn vel. Hij denkt eraan om weer te verhuizen. Maar Vincent voelt zich lang niet altijd oké. Dat lees je verder nog wel.
2
Waar Vincent overal woont Op deze kaartjes staan al de plekken waar Vincent heeft gewoond. Het zijn er heel wat. Hij verhuist dan ook telkens als hij het nodig vindt om iets bij te leren. Nederland
België
•Antwerpen Hoogeveen • •Brussel
•Amsterdam •Den Haag
•Borinage Etten •
• Zundert Nuenen •
Groot-Brittanië
Frankrijk
Auvers-sur-Oise• •Paris
Isleworth • Ramsgate•
Saint-Rémy-de-Provence• •Arles
3
De ruggengraat van dit boekje Deze tijdslijn hoef je niet van a tot z te lezen. Maar dit vormt wel de ruggengraat van het boekje. Als je verder leest, blader je vast weleens terug om te weten wanneer Vincent op een bepaalde plek woonde en wat daar gebeurde. Tegelijk valt op hoe vaak en snel hij van woonplaats wisselde. Zundert (maart 1853 - juli 1869) • 30 maart 1853: geboorte Vincent van Gogh • 7 mei 1857: geboorte van zijn broer Theo • 1861-1868: Vincent bezoekt verschillende scholen
Den Haag (juli 1869 - 1876) • Werkt voor de kunsthandel Goupil en Cie • Verblijft voor zijn werk in Parijs en in Londen (1873-1876) • Begint in 1872 brieven naar Theo te schrijven
Ramsgate, Isleworth (april 1876) • Werkt als onderwijzer in Engeland
Brussel (herfst 1878) • Volgt een opleiding als evangelist3, maar wordt afgewezen
Brussel (half oktober 1880 april 1881) • Augustus 1880: besluit om kunstenaar te worden. • Volgt tekenles aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten maar geeft het snel op
4
Amsterdam (mei 1877- juni 1878) • Volgt les theologie2 maar geeft studie op
Borinage (december 1878 augustus 1880) • Verkondigt het evangelie aan de mijnwerkers
Etten (eind april 1881- eind december 1881) • Woont bij zijn ouders Den Haag (eind december 1881- half september 1883) • Huurt een heus atelier in de stad • Leert Sien kennen
Nuenen (december 1883 november 1885) • Woont bij zijn ouders • 1885: De aardappeleters, zijn eerste meesterwerk
Parijs (eind februari 1886 - half februari 1888) • Gaat bij zijn broer Theo wonen • Leert de impressionisten kennen • Paul Gauguin wordt een goede vriend
Saint-Rémy-de-Provence (mei 1889 - mei 1890) • Laat zich opnemen in een inrichting voor geesteszieken
Hoogeveen (Drenthe) (half september 1883 begin november 1883) • Woont alleen op het platteland
Antwerpen (eind november 1885 - eind februari 1886) • Schrijft zich in aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten, maar heeft snel ruzie met zijn leraren
Arles (februari 1888 - mei 1889) • Richt Het Gele Huis in voor kunstenaars • 23 december 1889: maakt ruzie met zijn vriend Paul Gauguin en snijdt een stuk van zijn oor af
Auvers-sur-Oise (mei 1890 - juli 1890) bij zijn vriend dokter Paul Gachet • 27 juli 1890: Schiet zichzelf in de borst • 29 juli 1890: Vincent van Gogh overlijdt en wordt in Auvers begraven • 1891: Zijn broer Theo overlijdt zes maanden later en wordt naast hem in Auvers begraven
5
De bronnen: tekeningen, schilderijen en brieven We weten veel over Vincent door naar zijn schilderijen en tekeningen te kijken. Maar we boffen. Vincent schrijft tijdens zijn leven ook heel wat brieven. Aan zijn familie, aan zijn vrienden, aan andere kunstenaars, maar vooral aan zijn broer Theo. Vincent en Theo wonen meestal op verschillende plaatsen en zien elkaar weinig. Ze missen elkaar. Als Vincent negentien is, begint hij Theo brieven te sturen en dat blijft hij heel zijn leven doen. In de tijd van Vincent werkt de post sneller dan nu. Twee tot drie keer per dag worden brieven bezorgd. Als Vincent een brief schrijft naar Parijs is Theo de volgende dag al bezig met er een terug te schrijven. Als die twee vandaag hadden geleefd, waren ze vast voortdurend aan het mailen of sms’en. Maar goed dat dat niet het geval is. Want een mailtje of een sms’ je wordt vaak vlug gewist. Alhoewel de berichten nu snel heen en weer vliegen zullen er voor de toekomst ook meer verloren gaan. Gelukkig heeft Theo al de brieven van Vincent bewaard. Experts hebben ze allemaal tot in de puntjes bestudeerd. Ze werden gebundeld en in dikke boeken uitgegeven. Tegenwoordig kun je ze allemaal lezen op het internet. Het zijn er meer dan 800. Pittig detail: de brieven die Theo aan Vincent schreef kunnen we niet meer lezen. Vincent gooide ze bijna allemaal weg.
6
Welke informatie staat er in de brieven? Per brief bestelt Vincent bij Theo doeken, penselen en verf. Hij woont immers vaak op plaatsen waar geen schildersmateriaal te koop is. Maar de brieven zijn meer dan lijstjes met bestellingen. Als Vincent op zijn zevenentwintigste besluit om kunstenaar te worden, zal Theo hem financieel ondersteunen. Hij krijgt de rest van zijn leven geld van zijn broer. In ruil daarvoor stuurt Vincent schilderijen naar Theo in de hoop dat hij die kan verkopen. Vincent brengt dan ook geregeld verslag uit van zijn werkzaamheden. Maar hij doet meer, hij schrijft Theo ook over alles wat op zijn hart ligt. Hij vertelt over de natuur waar hij zo van houdt, hij geeft zijn mening over de boeken die hij leest en de kunstwerken die hij gezien heeft. Hij zegt waarom en hoe hij een schilderij maakt. Hij maakt in zijn brieven ook vaak schetsen van de doeken waarmee hij bezig is. Soms vertelt hij Theo dat hij een gevecht heeft moeten leveren voor een schilderij goed zit. Achteraf laat hij zien of hij al dan niet tevreden is met het resultaat. Als je de brieven leest, merk je meteen dat de broers een nauwe band hebben. De brieven zijn een heel belangrijke bron van informatie over Vincent. Maar ze zijn bovendien erg vlot geschreven. Vincent heeft veel moeten oefenen voor hij een goede schilder werd. Maar als hij iets schrijft, vloeien de woorden schijnbaar moeiteloos uit zijn pen. Naast een groot schilder is Vincent ook een groot schrijver. Als je vandaag de brieven van Vincent leest, krijg je de indruk dat hij vanuit een ver verleden met je praat.
7
De tijd waarin Vincent leeft Vincent van Gogh wordt geboren in 1853, meer dan 150 jaar geleden. De wereld zag er toen anders uit. Dat heeft een invloed op Vincent. Hij is ‘een kind van zijn tijd’ zoals dat wel gezegd wordt. In de tweede helft van de negentiende eeuw zijn Frankrijk en Groot-Brittannië machtige landen. Ze hebben veel geld over voor cultuur. Al vroeg krijgt Vincent de kans om de rijke musea van London en Parijs te bezoeken. In Vincents tijd verandert de wereld snel. Honderd jaar voordien woonde en werkte iedereen nog op het platteland. Mannen zwoegden op het land, vrouwen zaten thuis te spinnen en te weven. Bijna alles gebeurde met de hand. Door betere technieken in de landbouw groeide de bevolking op korte tijd plots vlug aan. De mensen hadden immers meer te eten en stierven minder door honger. Maar meer mensen hadden ook meer kleding nodig. De vrouwen konden niet meer volgen met spinnen en weven. Knappe koppen bedachten toen een machine die aangedreven werd door stoom. Spinnen en weven ging nu veel sneller. Meer en meer producten werden niet meer met de hand maar met machines gemaakt. Deze evolutie heet de industriële revolutie. Fabrieken rezen als paddenstoelen uit de grond. Op het platteland was nog maar weinig werk. Ook niet voor de mannen, want de landbouwtechnieken waren verbeterd. De mensen trokken naar de stad. Mannen, vrouwen en zelfs kinderen gingen voor een hongerloon4 in de fabriek werken.
8
Vincent ziet veel armoede om zich heen. Vaak tekent of schildert hij arme mensen. Om die nieuwe stoommachines te laten werken, was er steenkool nodig. In de mijn haalden mijnwerkers voor een schamel loon steenkool van onder de grond naar boven. Korte tijd woonde Vincent in een mijnstreek, de Borinage. Ook daar is hij onder de indruk van het harde bestaan van de mijnwerkers. Om de goederen van de fabrieken te kunnen vervoeren, werden spoorwegen aangelegd. Al snel konden ook mensen met de trein reizen. Zonder spoorlijnen had Vincent vast niet zo vaak en snel kunnen reizen en verhuizen. De fotografie werd uitgevonden. Schilders hoefden de dingen niet meer te schilderen zoals ze er echt uitzagen. Er ontstaat een nieuwe stroming in de schilderkunst: het impressionisme. De impressionisten zeggen dat wat je ziet je nooit kunt tekenen, je kunt enkel een indruk geven. ‘Une impression’ is Frans voor ‘indruk’. Als Vincent naar Parijs trekt, raakt hij in de ban van de impressionisten. Japan had eeuwenlang zijn grenzen gesloten. Niemand kon met dat land handeldrijven. Maar in 1854 gingen de grenzen open. Handelaars brachten Japanse kunstvoorwerpen naar Europa. Japanse curiositeiten verzamelen, zoals waaiers, kistjes en prenten, werd een echte rage5. Zo leert Vincent, net als de andere kunstenaars, Japanse prenten kennen. Hij is er heel enthousiast over.
9
De biografie of het levensverhaal van Vincent Als kind woont Vincent op het platteland (Zundert). Er rijden nog geen auto’s en hij kan onbekommerd buiten spelen met zijn broer Theo. Ze rennen door de velden, spelen op de boerderijen en zwerven door de bossen. Het hele dorp is hun speelplein. Ze spotten vogels en verzamelen nesten, bladeren, steentjes, kastanjes, eikels, botjes van dode dieren, kortom: alles wat ze kunnen vinden. Vincent houdt erg veel van de natuur. Vincent en Theo zijn altijd samen tot Vincent naar school moet. Hij gaat eerst naar de dorpsschool. Maar hij voelt er zich niet thuis. Het gaat er nogal wild aan toe. Zijn ouders sturen hem naar een kostschool6. Theo mist zijn broer erg. De familie gaat vaak op bezoek naar oom Cent, een kunsthandelaar. Hij woont in een landhuis7 dat volhangt met prachtige schilderijen. Zo voelen Vincent en Theo al vroeg aan wat kunst is. Ze verzamelen afbeeldingen van schilderijen. Vincent plakt de zwart-wit prenten in een groot boek. Als Vincent zestien jaar is, gaat hij in Den Haag in de kunsthandel van oom Cent werken. Af en toe gaat Theo bij Vincent op bezoek. Een bezoek blijkt altijd veel te kort om elkaar alles te vertellen. Daarom beginnen ze brieven te schrijven. Als Theo zestien wordt, gaat hij op zijn beurt in een kunsthandel in Brussel werken. Vanaf dan schrijven ze vooral over de schilderijen die ze kopen en verkopen. Voor de zaak verblijft Vincent een tijdje in Parijs en in Londen. Daar bezoekt hij de grote musea en snuift hij cultuur met volle teugen op.
10
Na zeven jaar is Vincent het beu om kunstwerken te kopen en te verkopen. Hij wil iets anders gaan doen. Hij wil vooral meer zin geven aan zijn leven en iets betekenen voor anderen. Hij werkt een poos als onderwijzer in twee Engelse kostscholen (Ramsgate, Isleworth). Hij leest veel in de Bijbel en besluit, net als zijn vader, predikant te worden. Hij volgt een korte opleiding in Amsterdam en later in Brussel. Maar met die studie is het niet goed gegaan. Toch gaat Vincent naar de mijnstreek van de Borinage om het evangelie te verkondigen. Er wonen veel arme mensen. Hij leest voor uit de Bijbel, geeft les aan de kinderen en bezoekt de zieken. Hij woont bij een arm mijnwerkersgezin en geeft al zijn spullen weg. De mensen van de kerk vinden dat hij overdrijft. Hij mag niet meer als evangelist werken. In deze periode begint Vincent te tekenen. Hij beeldt vooral de ellende van de mijnwerkers af. In de zomer van 1880 besluit Vincent om kunstenaar te worden. Theo gelooft dat zijn broer talent heeft en gaat hem financieel steunen. Kunstenaar worden loopt niet van een leien dakje8. Vincent tekent wel al, maar moet nog veel leren. Hij verhuist naar Brussel om tekenlessen te volgen en andere kunstenaars te ontmoeten. Hij schrijft zich in aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten. Maar ook dat wordt geen succes. Vincent heeft zo zijn eigen ideeën over tekenen en schilderen en dat botst met zijn leraren. Hij gaat weer bij zijn ouders in Etten op het platteland wonen. Hij is van plan om zichzelf alles aan te leren en begint met tekeningen en schilderijen van andere kunstenaars na te tekenen. Hij oefent en oefent en oefent.
11
Hij leest ook veel boeken over kunst en over het mengen van kleuren. In het dorp ziet hij vooral boeren aan het werk. Ze spitten, ploegen, zaaien en maaien. Hij probeert ze te tekenen. Vincent maakt ruzie met zijn ouders en verhuist naar Den Haag. Hij hoopt daar meer te kunnen leren. In de stad ziet hij veel werkplaatsen. Ook het strand en de duinen zijn dichtbij. Dat zijn allemaal nieuwe inspiratiebronnen. In Den Haag leert hij Sien kennen. Ze staat model voor hem. Sien is zwanger en heeft al een dochtertje. Vincent gaat met haar samenwonen. Maar zijn familie en vrienden zien de relatie niet zitten. Vincent laat Sien achter en verhuist naar Drenthe. Het is er koud en het regent er veel. Hij maakt grote wandelingen en kijkt naar de dorpjes, naar de weidse velden, naar de mensen en paarden die heel klein zijn in het onmetelijke landschap. Hij woont er op een klein donker zoldertje. De mensen lachen hem uit. Ze begrijpen niet waar hij mee bezig is. Hij voelt zich erg eenzaam. Hij wil ook niet alleen meer tekenen maar ook schilderen. Maar in Drenthe zijn haast geen schildersspullen te koop en hij moet lang wachten op brieven en geld van Theo. Daarom verhuist hij weer naar zijn ouders. Die wonen nu in Nuenen. Hij richt het washok achter het huis in als atelier. Geregeld stuurt hij tekeningen en schilderijen naar Theo in ruil voor het geld dat hij van zijn broer krijgt. Maar Theo krijgt het werk van Vincent maar niet verkocht In Nuenen schildert Vincent veel wevers aan het werk met hun weefgetouw.
12
Hij blijft stug doorwerken en wordt almaar beter. In 1885 schildert hij zijn eerste meesterwerk De aardappeleters. Vincent is tevreden over het schilderij maar zijn broer Theo vindt het veel te somber. In maart 1886 gaat Vincent bij Theo in Parijs wonen. Parijs is het mekka9 van de kunst. Hij leert er de impressionisten kennen. Die schilderen met lichte en heldere kleuren. Vincent experimenteert nu ook met licht en kleur. Hij volgt lessen in het atelier van een schilder en sluit er vriendschap met andere kunstenaars, onder andere met Paul Gauguin. In Parijs is veel te zien en te schilderen: de Seine, parken, straten en fabrieken. Vincent leert er ook Japanse prenten kennen. Hij is onder de indruk van de heldere kleuren en de vloeiende lijnen. In het begin komen zijn kunstenaarsvrienden vaak op bezoek. Maar na een poos blijven ze weg. Vincent wil iedereen altijd overtuigen van zijn eigen ideeën en niet iedereen vindt dat fijn. Hij laat zijn verfspullen overal in Theo’s huis rondslingeren en dat werkt zelfs zijn broer op de zenuwen. Vincent raakt helemaal uitgeput in Parijs. Het schilderen lukt niet goed meer. Hij vertrekt naar Arles, in het zuiden van Frankrijk. Vincent gelooft dat in het zuiden het licht en de kleuren helder zijn, net zoals op de Japanse prenten. Het zuiden is voor hem het Japan van Frankrijk. In Arles gaat hij in Het Gele Huis wonen. Hij wil er een kunstenaarshuis van maken waar schilders kunnen wonen en werken. Hij vraagt zijn vriend Paul Gauguin om naar Arles te komen. Om Paul te verrassen, versiert Vincent het huis met schilderijen van zonnebloemen.
13
Vincent en Paul kunnen het in het begin goed met elkaar vinden. Ze leren veel van elkaar. Vincent schildert vooral wat hij ziet, Paul gebruikt meer zijn verbeelding. Vincent leert ook om meer zijn fantasie te gebruiken. Maar Vincent en Paul hebben ook verschillende meningen. Uiteindelijk komt er ruzie van. Van zo’n ruzie raakt Vincent zo in de war dat hij een stuk van zijn oor afsnijdt. Hij belandt in het ziekenhuis maar herstelt vlug. Toch raakt Vincent vanaf nu meer en meer in de war. Hij is vaak neerslachtig10. De mensen in Arles vinden dat Vincent soms gek doet en dat hij zelfs gevaarlijk is. Intussen heeft Theo zijn vrouw Jo leren kennen. Maar Vincent kan niet naar hun trouwfeest komen. Hij heeft nog geregeld last van heel sombere buien. Hij beseft dat hij ziek is en gaat naar een oud klooster in Saint-Rémy. Daar wonen mensen die in de war zijn en niet voor zichzelf kunnen zorgen. Hij wordt beter en begint weer te schilderen: boomgaarden, cipressen11, irissen … Hij schildert het ene schilderij na het andere, soms meer dan één per dag. Tussendoor krijgt hij geregeld aanvallen van zijn ziekte. In het voorjaar bezoekt Vincent Theo en Jo en hun baby in Parijs. Het is er veel te druk voor hem en hij verhuist naar Auvers. Daar woont dokter Gachet. Dokter Gachet schildert ook. Hij begrijpt Vincent en zorgt voor hem. Vincent kan het goed met hem vinden. Hij is gelukkig in Auvers. Hij schildert de kerk, de oude mooie strodaken, de dochter van dokter Gachet, de wuivende korenvelden ... Zijn werken krijgen hier een kleurenkracht die zeldzaam is.
14
Op 27 juli schiet hij zichzelf in de borst, op 29 juli 1890 sterft hij. Zijn broer Theo is op die dag bij hem. Een dag later wordt hij in Auvers begraven. Op 25 januari overlijdt Theo, amper zes maanden na zijn broer. Hij wordt naast hem in Auvers begraven.
Emile Schuffenecker naar Vincent van Gogh, kopie van zelfportret met afgesneden oor ca 1889 (1892-1900)
15
Een kijkje in het atelier van de schilder Papier en doeken Tekenen doet Vincent meestal op papier, schilderen gebeurt op doek. Een enkele keer schildert hij op houten panelen. Soms is de voorraad doeken op of heeft Vincent geen geld om er nieuwe te kopen. Dan schildert hij gewoon over een eerder gemaakt werk heen. Hoe we dat weten? Gewoon door het schilderij door te lichten met röntgenstralen. Jawel, dezelfde röntgenstralen die in het ziekenhuis een botbreuk laten zien. Bij gebrek aan een nieuw doek schildert hij soms ook op de achterkant van een schilderij. Of als hij echt niets heeft meer liggen, neemt hij gewoon … een theedoek. Potloden en penselen Vincent tekent met potlood, met krijt en met houtskool. Houtskool is gemaakt van verkoold hout. Je gumt het uit met een veer of gewoon met je vinger. Pennen maakt Vincent zelf van veren of van riet. Een pen wordt in inkt gedoopt. Penselen bestelt hij via zijn broer Theo bij de verfhandelaar. Door de brieven weten we welke soorten en diktes hij heeft gebruikt. Verf en kleuren In Vincents tijd wordt verf in tubes verkocht. Voordien zat verf in varkensblazen. De verf droogde vlug op. Vaak was het een grote kliederboel. In tubes blijft de verf nat en ze zijn ook handig om mee naar buiten nemen zoals Vincent vaak doet. Er worden veel nieuwe verfsoorten ontdekt. Nadeel is dat ze niet altijd kleurvast zijn. Daarover lees je meer in de uitleg bij ‘De slaapkamer’.
16
Vincents tekeningen zijn meestal zwart-wit, maar zijn schilderijen krijgen almaar meer kleur. Hij leest boeken over kleuren en experimenteert om de beste combinaties te maken. Bij het schilderen gebruikt hij vaak gekleurde bolletjes wol. Die houdt hij bij het doek om te zien welke kleuren het best bij elkaar passen. Zo spaart hij kostbare verf uit. Zullen we ook eens met kleuren experimenteren? De drie primaire kleuren zijn rood, geel en blauw. Primaire kleuren kunnen niet uit andere kleuren gemaakt worden. Meng blauw met rood, dan heb je paars, rood met geel, dan krijg je oranje en van blauw met geel komt groen. Dat zijn complementaire kleuren, Als je nu een combinatie van twee primaire kleuren naast een primaire kleur zet, dan versterken ze elkaar. Moeilijk om te begrijpen? Kijk dan eens goed naar het zelfportret op de eerste bladzijde. Door stipjes oranje (rood en geel) door het blauw (primaire kleur) van zijn jas te schilderen, maakt Vincent het schilderij plots veel levendiger. Probeer het zelf ook maar eens. En als je rood, geel en blauw over elkaar schildert dan krijg je … bruin.
17
Perspectiefraam Vincent heeft in het begin moeite om diepte in zijn schilderijen te krijgen. Daarom gebruikt hij een middel dat nog kunstenaars vóór hem gebruikten: het perspectiefraam. Zo’n perspectiefraam kan jij ook makkelijk zelf maken: Neem een karton en snij in het midden een rechthoek uit. Zo krijg je een raampje. Plak horizontaal op gelijke afstand een aantal draadjes over de rechthoek. Doe verticaal hetzelfde. Je krijgt een ruitjespatroon net zoals in een schrift met ruitjes. Leg het raampje eerst over een foto en neem de lijnen over. Leg dan het raampje over een wit blad papier en trek de lijnen op het blad over. Je merkt het al: je kunt de foto nu makkelijker op het witte blad natekenen. Vincent gebruikt geen kartonnetje maar een houten perspectiefraam op poten. Hij laat de smid ijzeren punten onder de poten zetten zodat het raam niet omwaait als hij buiten aan het schilderen is. Onderzoekers hebben in sommige schilderijen nog het patroon van een perspectiefraam gevonden.
18
Schetsboekjes Vincent heeft meestal een schetsboekje mee. Zo kan hij altijd en overal tekenen. Achteraf bekijkt hij thuis rustig de tekening. De schets is vaak een idee om aan een groter werk te beginnen. Als hij vandaag had geleefd, had hij vast ook een camera gebruikt. Maar de fotografie was nog maar net uitgevonden en de camera’s waren veel te groot om in de zak van je jas mee te nemen. Schetsen of fotograferen zijn misschien ideetjes om zelf aan de slag te gaan met tekenen of schilderen?
19
Een trip doorheen de tekeningen en schilderijen Vincent van Gogh, Mijnwerkers in de sneeuw, 1880, tekening, Kröller-Müller Museum, Otterlo
Alles begint met tekenen, vindt Vincent. Door te tekenen leer je goed kijken. Deze tekening maakt hij kort nadat hij terugkeert uit de Borinage. Je merkt dat hij nog geen groot kunstenaar is. De figuren zijn wat houterig.
20
Paul Edmé Le Rat, De zaaier (naar Millet), 1873, Van Gogh Museum Amsterdam Vincent van Gogh, De zaaier (naar Millet),1881, Van Gogh Museum Amsterdam Eén van Vincents grote voorbeelden is Jean-François Millet. Hij kopieert zijn tekening van de zaaier. Door een andere kunstenaar na te tekenen, leert Vincent de stiel. Net als Millet beeldt Vincent graag boeren af. Ze spitten, ze zaaien, ze maaien. Ze leven te midden van de natuur en staan dicht bij het leven en bij de dood. Dat vindt Vincent puur. De boerenmensen staan gewillig model voor hem en dat vindt hij veel beter dan de gipsen modellen in de academie.
Vincent van Gogh.
Paul Edmé Le Rat.
21
Vincent van Gogh, De aardappeleters, 1885, olieverf op doek, Van Gogh Museum, Amsterdam Na een tijd wil Vincent niet alleen maar boeren of wevers afbeelden, hij wil een groot schilderij maken met meerdere personages. ‘De aardappeleters’ is een werk van lange adem. Vincent bezoekt de hutjes van de boeren om te kijken hoe ze leven. Hij vindt dat hun hutjes op de vogelnesten lijken die hij als kind verzamelde en bestudeerde. Een winter lang maakt hij studies van koppen en handen van boerenmensen. Hij stuurt alvast een schets op naar Theo. Pas dan begint hij aan het schilderij. Vier mensen prikken in een pan dampende aardappels. Een vijfde schenkt koffie. Dat heeft Vincent verzonnen. Koffie werd nooit bij aardappels gedronken. Hij gebruikt veel kleuren en komt uiteindelijk uit bij bruin. Het schaarse licht van een olielamp wordt enkel met een veegje oranjegeel geschilderd. Alles klopt. De boerenhutten zijn inderdaad duister, de mensen dragen donkere kleren en hun gezichten en handen zijn aangetast van het harde werk buiten. Zelf vindt Vincent dat de mensen de kleur van een aardappel hebben. Vijf mensen op één doek schilderen, dat vindt Vincent achteraf gezien toch een hele klus. Hijzelf is tevreden met het resultaat. Hij zegt dat het doek naar spek en aardappels moet ruiken.
22
Nog voor de verf droog is, stuurt hij het schilderij op naar zijn broer Theo. Maar die vindt het veel te somber. Hij zegt dat Vincent naar Parijs moet komen om de frisse en heldere kleuren van de impressionisten te leren kennen.
23
Vincent van Gogh, Zonnebloemen, 1888, Olieverf op doek, The National Gallery, Londen Wellicht heb je dit schilderij al gezien want het is wereldberoemd. Als Vincent in Arles aankomt, trekt hij in in Het Gele Huis. Hij wil het inrichten voor zijn schildersvrienden. Zijn eerste gast is Paul Gauguin. Hij wil Paul verrassen door het huis helemaal te versieren met zonnebloemen en maakt o.a. dit schilderij. Zonnebloemen zijn namelijk Vincents lievelingsbloemen. Hij gebruikt hier vier verschillende tinten van geel. Vincent houdt veel van geel. Hij vindt dat dat een kleur is die troost brengt. Deze vaas met zonnebloemen is een stilleven. Een stilleven bestaat uit een aantal dingen die bij elkaar gezet zijn om na te tekenen of te schilderen. Hier zijn het bloemen geschikt in een vaas. Maar evengoed kun je van een paar schoenen een stilleven schilderen zoals Vincent al eerder deed. Groot voordeel van een stilleven is dat het niet beweegt. Kun jij ook enkele voorwerpen bij elkaar zetten om een stilleven te schilderen? Naast een stilleven kun je ook een portret, een interieur of een landschap schilderen. Dit schilderij is gesigneerd: Vincent heeft er zijn handtekening onder gezet. Van de meer dan 800 schilderijen die hij maakte, zijn er maar 130 met Vincents naam eronder.
24
25
Vincent van Gogh, De slaapkamer, 1888, Olieverf op doek, Van Gogh Museum, Amsterdam Als Vincent in Het Gele Huis in Arles aankomt, richt hij zijn slaapkamer in. Hij maakt er een schilderij van waar hij heel tevreden over is. Vincent beschrijft de kleuren in een brief naar zijn broer Theo: de muren zijn bleekviolet, op de vloer liggen rode tegels, het hout van het bed en de stoelen zijn geel als verse boter en het laken en de kussens zijn citroengroen. Het raam groen. De toilettafel oranje, de waskom blauw. De deuren lila. Het is gekleurd met vlakke en heldere tinten zoals de Japanse prenten, zegt hij nog, en: de kleuren en de eenvoudige meubels stralen rust uit. Word jij al doezelig12 als je dit ziet? Als je vandaag naar het schilderij kijkt, kloppen de kleuren niet helemaal meer. De muren zijn niet meer violet of lila maar blauw en de tegels zijn niet meer rood maar vaalbruin. Met de tijd is de verf verkleurd. Wij zien dus de schilderijen van Vincent niet altijd meer zoals hij het heeft bedoeld.
26
Er is ook iets vreemds aan de hand met de diepte in dit schilderij. Als je er lang naar tuurt, lijkt de slaapkamer voorover te vallen. Dat komt door de bouw van Het Gele Huis. De ene muur was langer dan de andere. Hij schilderde de slaapkamer drie keer. Vincent beeldde wel vaker hetzelfde onderwerp af.
27
Vincent van Gogh, Zeegezicht bij Saintes-Mariesde-la-mer, 1888, Olieverf op doek, Van Gogh Museum, Amsterdam In Arles kan Vincent veel buiten schilderen. Op een dag gaat hij naar zee. Hij schildert de wolken in de lucht en de schuimende golfkoppen die onder het licht telkens andere kleuren krijgen. Hij legt de verf in dikke klodders op het doek. Groen en blauw liggen naast of op elkaar en lijken te op en neer te bewegen zoals de golven. Met de platte kant van een mes gaat hij nog eens over de natte verf heen zodat het lijkt alsof er licht doorheen het water schijnt. Alsof hij het schilderij boetseert. Dit schilderij is echt op het strand geschilderd want onderzoekers hebben later onder de microscoop zandkorrels in de verf gezien.
28
Vincent van Gogh, Sterrennacht, 1889, Olieverf op doek, Museum of Modern Art, New York Vincent wil de nacht schilderen. Bij valavond gaat hij naar buiten. Hij kijkt naar de cipressen, de sterren die langzaam aan de hemel verschijnen, de lichtjes die in de huizen worden aangestoken. Hij schildert vooral het licht van de nacht met zwierige golvende lijnen. Alles beweegt, de lucht lijkt een kolkende massa. Sterren draaien om en om. Rond de maan en de sterren schildert hij cirkels, als een stralenkrans.
29
Vincent van Gogh, een populaire kunstenaar Veel mensen houden van Van Gogh zijn werk. Hoe dat komt? Hij is een echte kunstenaar, of tenminste een kunstenaar zoals we ons die graag voorstellen. In het begin lijkt hij niet veel talent te hebben en hij moet lang ploeteren voor hij een goed werk kan maken. Hij ligt graag dwars, vooral op school doet hij het niet goed. Hij weet het zelf altijd beter. Maar hij leert zichzelf alle technieken aan en werkt stug door. Zolang hij leeft, begrijpt niemand hem goed. Hij kan maar één schilderij verkopen. Hij is arm en leeft alleen om te schilderen. Hij verwaarloost zichzelf en is dan ook veel ziek. Hij heeft geen geluk in de liefde. Verschillende keren wordt hij verliefd. Maar de vrouwen wijzen hem af of hij valt op de verkeerde. De laatste jaren raakt hij meer en meer in de war maar welke ziekte hij precies had, weten we niet. Hij werkt heel hard en voelt zich vaak eenzaam. Schilderen en tekenen troost hem. Maar op het eind kan hij het niet meer aan en schiet hij zichzelf in de borst. Zo’n triest leven spreekt mensen aan. Dat vinden ze romantisch. Je moet niet veel moeite doen om met Vincent mee te leven. Na de dood van Vincent en zijn broer Theo zorgt Jo, de vrouw van Theo, voor de brieven en de schilderijen. Van de brieven maakte ze een boek, de schilderijen stelde ze tentoon. Ze verkocht een deel en een deel kwam later terecht in het Van Gogh Museum in Amsterdam.
30
31
Woorduitleg 1 2
turbulent = vol onrust theologie = wetenschap die zich bezighoudt met godsdienst 3 evangelist = iemand die de boodschap van Jezus overbrengt 4 hongerloon = heel laag loon 5 rage = iets wat voor een tijdje heel populair is 6 kostschool = school waar de scholieren ook wonen 7 landhuis = groot huis op het platteland 8 het loopt niet van een leien dakje = het gaat niet makkelijk 9 het mekka van iets zijn = een heel belangrijke plaats van iets (bijvoorbeeld kunst) 10 neerslachtig = verdrietig, somber 11 cipressen = altijdgroene naaldbomen 12 doezelig = slaperig, loom
32
Veel mensen houden van de kunstenaar Vincent van Gogh. In het begin lijkt hij niet veel talent te hebben en hij moet lang ploeteren voor hij een goed werk kan maken. Hij ligt graag dwars, vooral op school doet hij het niet goed. Hij weet het zelf altijd beter. Maar hij leert zichzelf alle technieken aan en werkt stug door. Zolang hij leeft, begrijpt niemand hem goed. Probeer jij zijn kunst te begrijpen?
Dit boekje maakt deel uit van de Verrekijkerbieb 6. ISBN 978 90 486 2537 6 Bestelnummer 60 1021 597 KB D/2016/0147/106 NUR 191 Foto’s: Shutterstock Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge
9 789048 625376
Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.