ucatieve uitgaven
Voor poezen en dromers
BIEB
Noëlla Elpers
Kijker educatieve uitgaven
Verrekijker 5
8
Voor poezen en dromers
1
Gringo de Bliksemkater Ik ben Gringo de Bliksemkater. Ik hou van melk maar niet van water. Ook wel van spek, spek voor mijn bek. Geef lekkere beetjes liever vroeger dan later. Ik ben een krab-rap-pluizig-poezenbeest. Van elke dag maak ik een poezenfeest. Ik snoep van de room, ben niet al te vroom. Al ben ik eventjes Kiri-Wiri geweest. Dat ik een bliksemkater ben, maakt me blij. Een leven als mens is toch niets voor mij. Wonen bij Anna Rozenboom en Peter Peperkoek is een droom. Ik voel me heerlijk, fantastisch en vrij. Ik ben GRINGO DE BLIKSEMKATER! Geef me wat melk, want ik hou niet van water.
2
3
Voor Pimper Een diva is mooi als een filmster, en ze weet het. Raak me niet aan, want dan krimp ik. Bewonder me, zie mij graag! Een diva doet wat ze wil, ongestraft, je blijft toch wel van haar houden. Haak ik met mijn nagels in de sofa? Vang ik het lint achter de spiegel? Stoot ik het schilderij van de muur? En wat dan nog? Het is mijn geboorterecht! Diva met kattenklauwen en het mooiste tekenfilmgezicht. Je zit onder de lamp als in het spotlicht.
4
Spooky Spooky, Spoekieloetie, met je lieve snoetie, met je stoute pootjes. Sapper-sapper-lootjes. Spooky, Spoekielijn. Zachter dan fluwijn. Fluwelig als een mol. Rol je maar op tot een bol. Spooky, Spoekieloe. Doe je oogjes toe. Poezendromen soezen over roomtompoezen.
5
Reuzenwijsje reuzinneke stap in de boot dromen zijn uw reisgenoot reuzinneke en dans met ons keer u toch niet om bom bom schoon spinneke een kleurenstoet ’t Stad is nu een toverhoed schoon rozeke de avond valt de sterren voor u uitgestald reuzinneke en zijt ge moe doe dan maar de luiken toe doe dan maar uw oogskes toe …
6
7
Spreuk om ratten te verjagen Holderdebolder rat op de zolder. Bleekselder, kat in de kelder.
In-spin-de-bocht-gaat-in. Uit-spruit-de-bocht-gaat-uit. Holderdebolder rat krijgt de kolder. Bleekselder, kat in de kelder.
In-spin-de-bocht-gaat-in. Uit-spruit-de-bocht-gaat-uit. Rattenkruid en kattenkruid. Rat verdwijn door zolderruit!
8
Klodder in de modder jaja daar ligt mijn varken Klodder Klodder met zijn bruine ogen die geen varkentje ooit heeft bedrogen Klodder met zijn hoog IQ en op chique feestjes in tenue ooh die Klodder al rolt hij in de modder het blijft mijn lieve flodder!
9
Sneeuwliedje Een engel schudt zijn vleugels, de pluimpjes vallen neer. De wind blaast veertjes weg en ’t sneeuwt op aarde weer.
Zeg kijk eens naar mijn neus of daar een vlokje zit? Zeg kijk eens naar het veld en is haar mantel wit? De engel moe van ’t schudden zit op een wolk en geeuwt. Hij kijkt eens naar beneden, ’t heeft op aard’ gesneeuwd.
Zeg kijk eens naar mijn neus of daar een vlokje zit? Zeg kijk eens naar het veld en is haar mantel wit?
10
Slaapliedje In de hemel staat een sterrenboom. Pluk er eentje uit de takken, elke ster is een wonderdroom. Eén gaat over het maantje, het maantje dat naar je lacht. Twee gaat over het haantje dat kraait na een lange nacht. Drie gaat over je mondje dat nu begint te geeuwen. Vier gaat over de bloesems die met hun blaadjes sneeuwen. Vijf gaat over de rokjes, de rokjes van de engelen. Zes gaat over de klokjes die in de toren bengelen. Zeven gaat over de hemel en de sleutel van de poort. Acht gaat over dit liedje dat jij, lief kindje, hoort.
11
Klaagzang
van Johanna de Waanzinnige Vraag mij niet waarom ik klaag. Je vraagt toch ook niet aan de wind waarom hij in de takken huilt? Je vraagt niet aan de droeve uil waarom hij jammert in het bos. Jaji! Ik voel mij leeggeroofd. Ik ben een verlaten burcht. Mijn hart is diepbedroefd. Een verwelkt blad valt op mijn pad. De regen plenst en de wind die waait. Niemand die mij nog troosten kan. Mijn droeve ziel is geheel alleen. Vraag mij dus niet waarom ik klaag. Jaji! Mijn gouden hertog, waarom liet je mij alleen? Mijn hart is diepbedroefd.
12
13
Voor een gouden kameel Hoosj, hoosj, hoosj! Ramey sta op en ga op weg! Je wensen zullen in vervulling gaan en je bulten groeien fier rechtop! Doe met je hoeven de aarde trillen en laat de palmbomen schudden. Verleg de loop van de rivieren en maak de plassen troebel. De mensen zullen zeggen: daar loopt een kameel van goud over heuvels van zand en steen! Een gouden kameel brengt geluk.
14
Windstil en ondersteboven Vanuit de ruimte lijkt de aarde leeg een toverbol van tranen en pannenkoekendeeg. Spiegeltje, spiegeltje van het meer woont grootmoe nu bij Grote Beer? Ik spring in het rimpelloze vel van de plas naast grootva met een zilverlint op zijn das. Duik kopje-onder, een visje zwaait met haar vin naar boven, zegt ze, zwemmen geeft weer zin.
15
Oersoep Elke huisvrouw weet: stof trekt stof aan. Het kruipt samen in een hoek. Ze gaat het te lijf met stoffer en blik, met plumeau en stofdoek. En toch hebben wij ons leven aan de vijand van de huisvrouw te danken. Onze aarde is als het ware een samengeklonterde stofbal, een zwevende pluis in het heelal. Als bij toeval, als door een wonder, maar voornamelijk door de juiste temperatuur van onze zon, begon het op onze aarde te regenen alsof het niet meer stoppen kon. Het regende jaren, eeuwen: elk bergdal, elke krater: vol water; nochtans is water in het heelal zeldzamer dan goud. Dichte wolken pakten samen. De zon was niet te zien. Het bliksemde, het donderde oorverdovend.
16
Een volkse wijsheid zegt: verse soep bederft vlugger tijdens een onweer. En het valt niet te betwisten: onder invloed van de bliksem gaat soep gisten. Zo raakte de eerste soep die op aarde gekookt werd danig bedorven. De oersoep stonk uren in de wind. Toen de zon eindelijk door de wolken brak en de wind ging liggen, zakte de droesem tot op de bodem van de zee en werd nog viezer. Hoe kan het bestaan dat het leven uit smurrie is ontstaan.
17
Het heelal Het koningsblauw van de avond wordt donkerblauw fluweel met sterren bestipt. Sterren zijn zonnen. Wie naar de sterren kijkt, ziet een ver verleden. Hij moet wel beseffen dat het heden nietig is. Nieuws dat het licht ons brengt, is oud nieuws. Het oudste licht brengt het bericht van de oerknal: het ontstaan van het heelal. Ondertussen, ergens op een verre planeet in een ander melkwegstelsel, kijkt een levend wezen door zijn sterrenkijker. Hij ziet onze zon, onze aarde, onze maan. Hij ziet de eerste mens ontstaan.
18
19
Lied van Jan de dromer Ik gaf een zoen maar kreeg geen kus, zie al die tranen, zotte mus als bloemen in hun kleuren ziek: een dodenstoet, dus rijm ik niet. En mijn gedicht heeft geen gezicht, je hoort wel water, vindt geen bron; ik zwem de nacht in want de zon verdrinkt de lelie met zijn licht. En als ik slaap dan voel ik pas hoe stom ik ben, hoe slap ik was: vertrapte roos, een kraaienveld, zelfs in mijn dromen nog geen held. Genoeg geklaagd, ik ben te moe, doe ramen en de deuren toe; je was mijn ster maar scheen te ver, zie mij hier staan, ik ben de maan.
20
Geheimen van de wijde zee Zonder lucht kon het vuur niet branden. Zonder water werd het vuur nooit geblust. Geen lucht, geen vuur, geen water zonder aarde. Zonder vuur kan water niet verdampen. Geen lucht kan ontstaan zonder water. Geen vuur, geen water, geen lucht zonder aarde. Zonder water zal er geen lucht zijn. En er zal geen vuur zijn zonder lucht. Geen water, geen lucht, geen vuur zonder aarde. Drie druppels in de zeven zeeën vertellen de geheimen van de wijde zee. Geen land zonder zee Geen vuur zonder lucht Geen lucht zonder water
21
Danklied voor een vis Glanzende vis uit de zee, ik heb je gevangen en neem je mee naar het droge. De olie in je vlees is vet. Jij zult ons voeden. Wij zullen groeien en je dankbaar zijn. We gooien je graten terug in zee. Zo gaat er niets verloren van de goede vis die je bent.
22
Ik wou dat ik water was Ik wou dat ik water was dan was ik lekker fris, zo fris als een vis. Dan zwom ik mee met de vissen in de zee. Ik deinde op en neer en rolde heen en weer. Ik brulde het uit met angstaanjagend geluid. Geruis en gesuis: de wind die waait met schel gefluit. Ik wou dat ik water was dan was ik de zee bewoog ik met de baren mee heen en weer en op en neer en ging ik wild tekeer.
23
Bronvermelding Uit: GRINGO DE BLIKSEMKATER Gringo de Bliksemkater Uit: HOTEL VAN EYCK 1 Voor Pimper Spooky Uit: JUFFROUW DONDERSTEEN Spreuk om ratten te verjagen Oersoep Het heelal Uit: VUURKRAAL Sneeuwliedje Slaapliedje Klaagzang Voor een gouden kameel Uit: GEHEIMEN VAN DE WIJDE ZEE Geheimen van de wijde zee Danklied voor een vis GEDICHTEN i.s.m. PETER HOLVOET-HANSSEN Reuzenwijsje Windstil en ondersteboven Lied van Jan de dromer (naar Maurice Maeterlinck) GEDICHTEN i.s.m. ANNA ROZA HOLVOET Klodder Ik wou dat ik water was
24
Heb je al gehoord van Jan de dromer? Of van Gringo de Bliksemkater? Nee? Leer ze dan kennen in dit boekje over poezen en dromen. Sommige gedichten zijn gemakkelijk, andere iets moeilijker. Geen zorg: laat je gewoon meevoeren door de wonderlijke sfeer …
Dit boekje maakt deel uit van de Verrekijkerbieb 5. ISBN 978 90 486 2536 9 Bestelnummer 60 1021 497 KB D/2016/0147/105 NUR 191 Illustraties: Peter Goossens Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge
9 789048 625369
Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.