Skip to main content

Verrekijkerbieb - 5e leerjaar - Kijker 7 - Thema 7 - N3 - Het orgel

Page 1

ucatieve uitgaven

BIEB

Het orgel Reine De Pelseneer

Kijker educatieve uitgaven

Verrekijker 5

7


Het orgel een instrument als een orkest

1


De koningin van de instrumenten Weet jij wat het grootste muziekinstrument is dat er bestaat? Misschien denk je wel aan een vleugelpiano, een contrabas of een drumstel, beslist geen kleine instrumenten. Maar het kan nog ontzettend veel groter, want er bestaan muziekinstrumenten die de grootte van een huis hebben en die ook verschillende verdiepingen tellen. Over dat enorme muziekinstrument kom je in dit boekje alles te weten. Het zit bijzonder vernuftig1 in elkaar en het produceert een heel scala2 aan klanken. De bekende componist Wolfgang Amadeus Mozart noemde het niet zomaar ‘de koningin onder de instrumenten’. Welkom in de fascinerende wereld van het orgel!

Hoe werkt een orgel? Hoe een orgel precies werkt, valt niet in een-twee-drie uit te leggen, want het zit een stuk ingewikkelder in elkaar dan bijvoorbeeld een fluit of een viool. Laten we eenvoudig beginnen: een orgel bestaat uit een hele reeks pijpen en een reservoir3 met lucht. De persoon die op een orgel speelt noemen we een organist. Door de toetsen van een klavier in te drukken zorgt de organist ervoor dat de wind door bepaalde pijpen wordt gejaagd. Op die manier creëert hij klank. Verderop in dit boekje bekijken we alle onderdelen van het orgel in detail, zodat je de exacte werking nog beter begrijpt. Maar eerst duiken we even het verleden in …

2


Een stukje geschiedenis Het begon met een fluit … Het orgel is niet alleen het grootste instrument, het behoort ook tot de oudste instrumenten. Om te weten wanneer het orgel is ontstaan, moeten we heel ver terug in de tijd. Eigenlijk kun je een eenvoudige fluit als de voorloper van het orgel beschouwen. Net als een fluit, een klarinet of een trompet, behoort het orgel tot de familie van de aerofonen. Een aerofoon is een muziekinstrument waarbij er klank ontstaat doordat er lucht in een buis trilt. In het oude Griekenland was de aulos een populair blaasinstrument. Het was een soort van fluit met twee pijpen. Ktesibios, een Griek die leefde in de derde eeuw voor Christus, bedacht een systeem om meerdere van die fluiten tegelijkertijd te kunnen laten spelen. Daarvoor had hij een apparaat nodig om op een gecontroleerde manier wind door de pijpen te jagen. Hij plaatste een reeks fluiten van verschillende lengtes op een bak waarin lucht werd gepompt. De luchtdruk werd gecreëerd door water. Het eerste orgel, uitgevonden door Ktesibios, was dus een waterorgel.

Links op de foto zie je de aulos.

3


Wist je dat … er in Kroatië een orgel is dat ook nu nog gebruikmaakt van water om klank te produceren? De golven van de zee blazen lucht in pijpen die zich onder grote marmeren trappen bevinden. Luisteraars kunnen rustig genieten op de trappen.

Een duivels instrument? Omdat het systeem om wind op te wekken bij het waterorgel behoorlijk ingewikkeld was, begon men orgels te maken met blaasbalgen4. Wanneer dat precies voor het eerst gebeurde, is niet helemaal duidelijk. Waarschijnlijk ergens in de tweede eeuw na Christus.

4


Vooral in het Byzantijnse rijk – waar nu landen als Griekenland en Turkije liggen – bleef het orgel zich in die periode verder ontwikkelen. Pepijn De Korte, de koning van het Frankische rijk, kreeg in 757 dan ook een orgel cadeau van de Byzantijnse keizer. Pepijn De Korte liet dat orgel in een kerk zetten, ook al werd het toen nog lang niet gebruikt voor kerkelijke diensten. Omdat een orgel zo overdonderend klonk, leek het immers bijna een duivels instrument. Groot, groter, grootst In de middeleeuwen worden de orgels langzaamaan groter en kunnen ze al wat krachtiger spelen. In de vijftiende eeuw vindt men het pedaal uit, zodat de organist niet alleen met zijn handen, maar ook met zijn voeten kan spelen. Daar lees je verderop nog meer over. Na 1400 aanvaardt men het orgel in de kerk als begeleider van vieringen. De eerste orgelmuziek dient in die periode vooral als een aanvulling op de gezongen muziek. Stilaan raakt het orgel meer en meer verspreid en in de volgende eeuwen blijft het orgel groeien. Omdat de orgels zo groot worden, zijn ze ook almaar zwaarder om te bespelen. In de tweede helft van de negentiende eeuw, dat is de periode van de Romantiek5 , bedenkt men systemen om de orgels groter te maken zonder dat ze onbespeelbaar worden. En als aan het einde van de negentiende eeuw de elektriciteit wordt uitgevonden, zijn de mogelijkheden bijna onbegrensd.

5


Het ene orgel is het andere niet Geen twee orgels zijn hetzelfde, want een orgel wordt altijd gemaakt op maat van de ruimte waarin het terechtkomt. Bij ons vind je orgels vooral in kerken, maar ook veel grote concertzalen hebben een orgel. En sommige mensen hebben zelfs een orgel in huis! We spreken dan ook over kerkorgels, concertorgels en huisorgels. Sommige orgels zijn reusachtig groot, andere zijn dan weer eerder klein. Een kistorgel, bijvoorbeeld, is een compact en verplaatsbaar orgel. Alle onderdelen van het orgel zitten bij elkaar in een soort van houten kist en het klavier waarop de organist speelt hangt aan die kist vast. Hoe een orgel eruitziet aan de buitenkant en hoe het vanbinnen is opgebouwd, heeft vaak te maken met de periode waarin het orgel is gebouwd. En ook wáár het orgel is gebouwd, zegt vaak heel wat. Echte orgelkenners zien dan ook in een oogwenk6 het verschil tussen bijvoorbeeld een Frans of een Duits orgel.

Een Duits kerkorgel, in Ochsenhausen.

6


Wist je dat … er in de Verenigde Staten een orgel in een winkelcentrum staat? En niet zomaar eentje! Het Wanamaker Orgel in Philadelphia heeft 463 registers en 28.604 pijpen. Wie in het winkelcentrum gaat shoppen, wordt geregeld verrast door orgelmuziek …

7


Hoe zit een orgel in elkaar? Weet je nog dat je in het begin van dit boekje las dat een orgel bestaat uit een reeks pijpen en een reservoir met lucht? Die pijpen en dat reservoir behoren beslist tot de belangrijkste onderdelen van een orgel, maar er zijn er nog veel meer. Al die verschillende onderdelen samen zorgen ervoor dat een organist wonderlijke klanken uit een orgel kan toveren. Zullen we samen even zo’n orgel uit elkaar halen en elk deeltje bekijken? De speeltafel Speeltafels vind je in casino’s en goktenten, maar dat is natuurlijk niet waar het hier om gaat. Bij een orgel is de speeltafel de plaats van waaruit de organist het orgel bedient. Zo’n speeltafel bestaat ook weer uit verschillende onderdelen.

8


1) De klavieren Een klavier ken je ongetwijfeld van een piano. Een piano heeft één klavier, maar de meeste orgels hebben er meerdere boven elkaar. Dat komt omdat het orgel is onderverdeeld in verschillende compartimenten7 en elk compartiment wordt bediend door een eigen klavier.

Eigenlijk bestaan er twee soorten klavieren: het manuaal en het pedaal. Het manuaal bespeel je met je handen, zoals bij een piano dus, en het pedaal bespeel je met je voeten. Als je alleen met je handen speelt, ben je beperkt in je mogelijkheden. Doordat een organist ook zijn voeten gebruikt, kan hij veel meer verschillende klanken tegelijkertijd laten horen.

9


2) De registerknoppen Een orgel heeft verschillende registers. Een register is een rij van pijpen, waarbij je voor elke toets van het klavier een pijp hebt. Met de registerknoppen kan de organist bepalen welke registers hij laat klinken en welke niet. Elk register heeft een andere klankkleur8 en een andere toonhoogte. Uit de namen van de registers kun je afleiden hoe ze klinken. Vaak verwijzen die namen naar andere instrumenten. Zo heb je bijvoorbeeld registers die ‘trompet’, ‘fluit’ of ‘hobo’ heten. Er zijn zelfs registers waarin je min of meer een stem kunt herkennen: de ‘voix humaine’ (=menselijke stem) en de ‘voix celeste’ (=hemelse stem). Sommige orgels hebben heel speciale registers zoals een klokkenspel, een ‘nachtegaal’ of een stormpedaal, dat bijna als een echt onweer klinkt. Naast een naam heeft elk register ook nog een getal dat naar de toonhoogte verwijst. Dat getal drukt de lengte uit van de langste pijp van het register. Hiervoor gebruikt men een oude lengtemaat, namelijk de ‘voet’. Eén voet is ongeveer gelijk aan dertig centimeter.

10


Een klavier van een orgel is niet zo uitgebreid als dat van een piano, maar door de registers te gebruiken kun je de toonhoogte uitbreiden. Daardoor is een orgel niet alleen letterlijk het grootste instrument, maar heeft het ook nog eens het grootste bereik qua lage en hoge tonen. Sommige tonen liggen zelfs op de grens van ons gehoor. Bepaalde registers klinken zo laag, dat je ze eerder voelt dan hoort. 3) Speelhulpen Er zijn een aantal technische middeltjes die de organist helpen bij het spelen. Want ook al zijn organisten bijzondere muzikanten die heel veel tegelijk kunnen, ze hebben net als andere mensen maar twee handen en voeten. Koppelingen zijn schakelaars om klavieren met elkaar te verbinden. Als er klavieren verbonden zijn en je duwt één toets in, dan trek je automatisch de toetsen van de andere klavieren (op dezelfde hoogte) mee. Op die manier kan een organist alle registers tegelijkertijd bespelen, zonder dat hij een hele verzameling handen nodig heeft. Dat ziet er trouwens best grappig uit. Als je niet weet dat de klavieren gekoppeld zijn, lijkt het wel of er een paar onzichtbare handen aan het meespelen zijn. Op sommige orgels kun je registers vooraf programmeren, zodat de organist geen registers moet opentrekken tijdens het spelen. Op orgels die volledig mechanisch werken, is programmeren niet mogelijk. Dan moet de organist extra hard werken of helpers inschakelen.

11


4) Een lezenaar Hierop zet de organist zijn partituur, zodat hij weet welke muziek hij moet spelen. 5) Zwelpedalen Met deze pedalen bedient de organist de jaloezieën9 van de zwelkasten. Wat zwelkasten zijn, lees je verderop. De mechaniek Je weet al dat een orgel uit heel veel pijpen bestaat en je hebt net gelezen hoe de speeltafel in elkaar zit. Natuurlijk is er heel wat mechaniek nodig om de speeltafel met de pijpen te verbinden en echt klank te produceren. Om klank te maken moet je als organist altijd twee dingen doen: minstens één register opentrekken en minstens één toets induwen. De registermechaniek is de verbinding tussen de registerknoppen aan de speeltafel en de registerslepen. Een registersleep is een lat van hout die onder de pijpen zit. In die houten lat zitten allemaal gaatjes. Als je een register open trekt, dan komen de gaatjes in de registersleep overeen met de pijpen, zodat de wind erdoor kan. Maar wacht! Voor de wind er echt door kan, moet je ook nog een toets indrukken. Door een toets in te drukken, open je namelijk een klep onder een verzameling registers die de wind doorlaat. Maar alleen daar waar er een registersleep geopend is, kan de wind er helemaal door en krijg je klank. Allemaal goed en wel, maar waar komt die wind eigenlijk vandaan? Daar gaan we nu even naar kijken …

12


Hier zie je hoe de mechaniek aan de speeltafel vertrekt.

13


De blaasbalgen De blaasbalgen zijn reservoirs die worden gevuld met lucht. Ze leveren een specifieke winddruk, die wordt bepaald door het gewicht dat op de blaasbalg ligt. Vroeger vulden trappers de blaasbalgen met lucht. Afhankelijk van de grootte van het orgel had men één tot vier trappers nodig, die behoorlijk hard moesten werken. Goed voor de conditie, maar niet erg handig … Sinds de eerste helft van de twintigste eeuw gebruikt men in plaats van trappers een elektrische ventilator om de blaasbalgen te vullen met lucht. Daardoor hoeft een organist niet meer telkens een stelletje sterke vrienden op te trommelen als hij wil spelen.

14


Wist je dat … je de blaasbalgen van het orgel in de kathedraal van Antwerpen nog altijd kunt vullen met behulp van trappers? Gelukkig is er ook een elektrische ventilator, zodat trappers niet echt nodig zijn!

15


De windkanalen en de windlades Windkanalen zijn houten kanalen die de wind vervoeren van de blaasbalg naar de windlades. De windlades zijn dan weer grote houten bakken die onder de pijpen staan. De windlades staan onder een constante winddruk. Bij de mechaniek las je al over de registerslepen en over de kleppen die open moeten staan om de wind door te laten. Die registerslepen liggen op de windlades en de kleppen zitten onderaan de lades. Gaan ze allebei open, door een registerknop open te trekken en een toets in te drukken, dan gaat de wind door de pijp en hoor je klank! De pijpen De pijpen zijn al veel ter sprake gekomen in dit boekje, maar nu is het tijd om ze wat aandachtiger onder de loep te nemen. Elke pijp in een orgel is eigenlijk een soort van fluit, en elk van die pijpen brengt een andere klank voort. De meeste pijpen zijn gemaakt van metaal, meer bepaald een mengeling van tin en lood. Soms maakt men, omwille van financiële of praktische redenen, pijpen in zink of hout. Je kunt de pijpen onderverdelen in twee soorten: de labialen en de lingualen. Die laatste noemt men ook wel ‘tongwerken’. Zo meteen zal duidelijk worden waarom.

16


Labialen Bij deze pijpen wordt de klank gevormd aan de ‘mond’ van de pijp. De lengte van de pijp bepaalt de toonhoogte. Hoe langer de pijp is, hoe lager ze klinkt. De vorm van de pijp (onder andere hoe dik of dun ze is) bepaalt dan weer de klankkleur.

Labialen kunnen open, gedekt of halfgedekt zijn. Een open pijp is vanboven open en een gedekte pijp is vanboven dicht. Logisch, toch? Een halfgedekte pijp heeft vanboven een deksel, maar daarin zit een buisje waarlangs toch nog wind kan ontsnappen.

17


Lingualen of tongwerken Deze pijpen bevatten een aantal delen die je uit elkaar kunt halen. Ze zitten dus ietwat complexer in elkaar dan de labialen. Een linguaal bestaat uit een pijpvoet waarin een metalen tong zit. Op de pijpvoet past een ‘beker’, dat is een trechtervormige buis. Bij deze pijpen bepaalt vooral de lengte van de tong de toonhoogte. De vorm en de lengte van de beker bepalen de klankkleur.

Wist je dat … het grootste orgel ter wereld zich in Atlantic City in de Verenigde Staten bevindt? Het heet het Boardwalk Hall Auditorium Orgel en het telt maar liefst 33.112 pijpen! De langste pijp meet achttien meter. Het is niet alleen het allergrootste muziekinstrument dat er bestaat, maar ook nog eens het luidste.

18


De kast of het front De kast of het front van een orgel is wat je aan de buitenkant ziet. Het grootste deel van een orgel – de vele tientallen pijpen, de blaasbalgen, de windlades enzovoort – zit namelijk verborgen. Zo’n orgelkast is vaak indrukwekkend om naar te kijken, omwille van de overdadige versieringen. Sommige kasten zijn verfraaid10 met gebeeldhouwde engelen bijvoorbeeld, houtsnijwerk of bladgoud. Maar dat is niet altijd zo, hoor. Er zijn ook orgelkasten die er behoorlijk saai uitzien. In de meeste kasten zie je een aantal pijpen zitten. Soms zijn dat sprekende pijpen, wat wil zeggen dat ze klank kunnen voortbrengen. Maar vaak zitten er aan de buitenkant stomme pijpen, die louter dienen ter versiering en geen enkel geluid maken.

De kast van een orgel in Krakow, Polen.

19


De zwelkasten De zwelkasten zijn een soort van ‘kamers’ in het orgel waarin pijpen zijn opgesteld. Aan de buitenkant hebben die kamers jaloezieën, die de organist met een zwelpedaal kan openen en sluiten. Hoe meer hij ze opent, hoe harder de pijpen klinken in de ruimte. Zijn de zwelkasten volledig gesloten, dan klinken de pijpen een stuk zachter.

20


Hoe maakt een organist muziek? Je begrijpt nu wel min of meer hoe dit reusachtige instrument in elkaar zit, maar zonder een organist die het orgel bespeelt, heb je natuurlijk geen muziek. Om mooie muziek te maken op een orgel, moet je behoorlijk wat dingen onder de knie hebben.

Aanpassen aan het instrument Net zoals andere klassieke muzikanten, vertrekt een organist doorgaans van een partituur. Soms staan er op die partituur aanduidingen die de organist duidelijk maken welke registers hij voor het muziekstuk moet gebruiken. Meestal probeert de organist die aanwijzingen zo goed mogelijk te volgen. Maar hij moet zich ook altijd aanpassen aan de mogelijkheden van het instrument waarop hij speelt. Registers die je op het ene orgel wel hebt, heb je op het andere namelijk niet. Dan moet de organist bepalen welke registers hij in de plaats kan gebruiken.

21


Op sommige partituren staan weinig of geen aanduidingen voor registers. Dan maakt de organist gebruik van zijn muzikale achtergrond of kiest hij voor de registers die hij zelf het mooiste vindt klinken op het instrument. Tijdens het spelen wisselt de organist heel vaak van registers. Hij moet dus niet alleen naar zijn partituur kijken en spelen op verschillende klavieren, maar ook nog eens de registers uittrekken en weer wegduwen. Dat vraagt flink wat coördinatie én concentratie. Bij het spelen van ingewikkelde muziekstukken op grote orgels, worden de registraties soms zo complex dat de organist hulp nodig heeft. Soms kan hij registers vooraf programmeren met een computer. Als dat niet kan, roept hij weleens de hulp in van ‘registranten’. Dat zijn mannen of vrouwen die tijdens het spelen registers trekken op aangeven van de organist.

22


Een orgel is een orkest Op een piano kun je hard of zacht spelen door de toetsen sneller of trager in te drukken. Bij een orgel kan dat niet. Als je orgel speelt, creëer je dynamiek en meer of minder geluidsvolume dankzij de registers en de zwelkasten. Hoe meer registers je tegelijkertijd opent, hoe luider of ‘breder’ de muziek zal klinken. Zet je daarbij ook nog de zwelkasten open, dan zwelt de klank letterlijk aan. Eigenlijk kun je de verschillende registers beschouwen als de verschillende leden van een orkest. De organist is dus ook een beetje een dirigent die bepaalt welke ‘muzikanten’ of registers hij laat spelen en welke niet. César Franck, een beroemde Franse componist en organist, zei dan ook: ‘Mijn orgel is mijn orkest.’

Wist je dat … de uitdrukking ‘alle registers opentrekken’ uit de orgelwereld komt? We gebruiken die uitdrukking om te zeggen dat we alles op alles zetten, of alle argumenten bovenhalen om iemand te overtuigen. Als de organist alle registers opentrekt, klinkt het orgel op zijn sterkst.

23


Improviseren maar Een organist speelt soms zonder partituur. Dan improviseert hij. De traditie van het improviseren is bij organisten ontstaan doordat ze vaak muziek maken tijdens misvieringen. Omdat een organist niet altijd vooraf weet hoe lang de verschillende delen van een mis zullen duren, vult hij een muziekstuk soms aan met improvisaties. Tijdens het improviseren moet een organist ook weer aan heel veel dingen tegelijk denken. Terwijl hij speelt denkt hij na over de opbouw van het stuk en hij verzint ter plekke welke registers hij gebruikt.

Muziek voor elke stemming Vele mensen denken bij orgelmuziek vooral aan kerkmuziek. Maar er is heel wat muziek voor orgel geschreven, die lang niet altijd iets met de kerk te maken heeft. Het aantal muziekstukken voor orgel is enorm. Er is immers heel oude orgelmuziek, maar ook heel nieuwe. Nu gebruikt men het orgel bijvoorbeeld nog vaak voor filmmuziek. In de sciencefictionfilm Interstellar uit 2014 bepaalt het orgel grotendeels de muziek. Heel mooi en een beetje onheilspellend. Met een orgel kun je dan ook een grote variatie aan stemmingen weergeven. Soms klinkt een orgel zeer zacht en intiem, de andere keer klinkt het luid en uitbundig. De ene keer is de muziek melancholisch11, dan weer vrolijk en feestelijk.

24


Ben je benieuwd naar orgelmuziek? Wil je graag wat muziekstukken horen en zien hoe een organist speelt? Op www.youtube.com/user/Orgelproms vind je de speellijst ‘Orgelboekje’ met een aantal mooie voorbeelden.

Wist je dat … heel wat bekende componisten ook organist waren? Johann Sebastian Bach was ongetwijfeld de bekendste. Maar ook Camille Saint-Saëns, de componist die je misschien kent van Het Carnaval der dieren, en Wolfgang Amadeus Mozart speelden orgel. Mozart speelde ooit zelfs in de kathedraal van Antwerpen!

Een standbeeld van Bach voor de kerk in Leipzig, waar hij organist was.

25


Interview met organist Peter Van de Velde Peter Van de Velde is de organist van de kathedraal in Antwerpen, een heel grote kerk die maar liefst twee orgels bevat. Er is enerzijds het Schyven-orgel uit 1891, dat met 90 registers en 5777 pijpen het grootste orgel van België en Nederland is. Daarnaast is er nog het Metzler-orgel dat in 1993 werd geplaatst en wat kleiner is, maar toch nog 45 registers en 3322 pijpen telt. Met zoveel muzikale mogelijkheden is de Antwerpse kathedraal de gedroomde plek voor een organist. Benieuwd hoe Peter voor het eerst met het orgel in aanraking kwam? Of wil je weten hoe zijn job als organist eruitziet? Je komt het te weten in dit interview!

26


Hoe kwam je erbij om orgel te beginnen spelen? ‘Ik kwam voor het eerst met het orgel in aanraking toen ik als kind met mijn mama naar de mis ging in het kerkje van Doel. Het instrument intrigeerde me meteen. Het was zo groot en het maakte zo’n overweldigend geluid. De verscheidenheid aan klanken was bijzonder indrukwekkend. Op mijn zesde werd ik misdienaar, waardoor ik het orgel heel vaak hoorde. Ik spaarde het geld dat ik als misdienaar verdiende tot ik er een klein keyboard mee kon kopen. Op dat keyboard gebruikte ik vooral de orgelklank en ik verbond het zelfs met grote luidsprekers om het meer als een orgel te doen klinken. Toen ik negen was, vroeg de pastoor me of ik zin had om op het orgel in de kerk te spelen. Hij kocht muziekboeken voor me waarmee ik noten leerde lezen. Door heel veel te oefenen leerde ik mezelf orgel spelen.’ Ben je dan nooit naar de muziekschool gegaan? ‘Een muziekschool was er niet in Doel, maar op mijn tiende ging ik wel bij de plaatselijke fanfare. Ik speelde er trompet. Intussen bleef ik ook volop orgel spelen en vanaf mijn twaalfde begeleidde ik zelfs de missen op orgel. Pas toen ik zestien was, volgde ik een echte muziekopleiding. Eerst ging ik naar de kunsthumaniora en daarna naar het conservatorium in Antwerpen.’ Was het als kind al je droom om er je beroep van te maken? ‘Nee, als kind was ik daar helemaal niet mee bezig. Pas toen ik naar de kunsthumaniora ging, besefte ik dat ik met het orgel professioneel aan de slag zou kunnen gaan.’

27


Hoe ziet jouw job als organist eruit? ‘Eigenlijk combineer ik verschillende jobs. Ik heb een deeltijdse vaste job in de kathedraal van Antwerpen. Daar speel ik de missen, maar ik doe er ook nog vele andere dingen: ik organiseer en speel er concerten, ik vergader vaak over muziek en hoe die in de kerk aan bod komt, ik geef orgeldemonstraties … Daarnaast werk ik nog gedeeltelijk als zelfstandige organist. Ik speel dus ook in tal van andere kerken, onder andere voor uitvaarten en huwelijken. Soms begeleid ik koren en solisten, of ik speel samen met een orkest. Ik maak cd-opnames, ik componeer zelf weleens een muziekstuk en ik speel veel concerten in binnen- en buitenland. Het belangrijkste zou ik bijna nog vergeten: er kruipt veel tijd in het instuderen van de muziekstukken.’ Wat vind je het leukste aspect van je job als organist? ‘De afwisseling vind ik heel tof én het feit dat ik veel zelfstandig kan invullen. Bovendien vertoef ik vaak alleen in heel bijzondere gebouwen: dat heeft iets speciaals. Hoe dan ook is het fantastisch om je voortdurend aan je passie te kunnen wijden. Als ik een onbekende partituur ontdek of een componist die heel interessant is, ben ik ook steevast in mijn nopjes.’ Heb jij nog tijd voor hobby’s? ‘Ik probeer geregeld wat te lezen, maar dat komt er vooral van als ik op reis ben met het vliegtuig of de trein. Om te ontspannen kijk ik weleens een tv-serie en ik ga graag op restaurant. Naar concerten gaan luisteren vind ik natuurlijk ook leuk. Uiteindelijk houd ik me toch het liefst bezig met muziek.’

28


In de kathedraal van Antwerpen zijn er twee orgels. Welk van de twee is jouw favoriet? ‘Dat is geen moeilijke keuze: het Schyven-orgel natuurlijk! Niet alleen omdat dat het grootste en oudste orgel is met de meeste mogelijkheden, het is ook een poëtisch instrument met veel karakter. Je kunt er perfect de romantische muziek op vertolken en dat is de muziek die ik het liefste speel. Het is een waardevol instrument in originele staat. Maar het Metzler-orgel is uiteraard ook interessant. In zijn stijl is het een kwaliteitsvol orgel, waarop oude barokmuziek mooi tot haar recht komt.’

© Schyven-orgel (© Orgelbau Schumacher)

© Metzler-orgel

29


Wat zijn de meeste bijzondere orgels waarop je al hebt gespeeld? ‘In Passau in Duitsland speelde ik op het grootste kerkorgel van Europa. Dat was ongetwijfeld een ervaring. Maar vaak maakt niet alleen het orgel een concert bijzonder, maar ook de plaats waar je speelt. In Noorwegen speelde ik in een kerk op een klein eiland; van achter de speeltafel kon ik de oceaan zien. Op de Filipijnen speelde ik dan weer op een bamboe-orgel. Als je op bekende plaatsen mag spelen, geeft dat toch telkens een speciaal gevoel: in de filharmonie van Sint-Petersburg in Rusland, in St. Paul’s Cathedral in Londen of in de grootste kerk van Canada … Als organist kom je op veel interessante plaatsen.’ Heb jij muzikale voorbeelden? Zijn er muzikanten of componisten waar je naar opkijkt? ‘Ik heb een voorkeur voor oude muziekopnames van muzikanten zoals pianist Alfred Cortot of violist Arthur Grumiaux. Zij maken muziek op een heel authentieke en persoonlijke manier en dat inspireert me als ik zelf speel. Wat componisten betreft is Bach uiteraard heel belangrijk, in het algemeen, maar ook specifiek voor organisten. Zijn muziek is ongelofelijk goed en daardoor tijdloos.’ Wat raad je kinderen die graag orgel willen leren spelen aan? ‘Eigenlijk leer je eerst het best een jaar of twee piano spelen. Zo oefen je goed de manuaaltechniek. Jonge kinderen kunnen trouwens nog niet altijd met hun voeten aan het pedaal van een orgel. Niet in elke muziekschool kun je orgellessen volgen, maar als je goed zoekt, vind je er allicht een waar het wel kan. Voor elk instrument geldt natuurlijk dat je heel veel moet oefenen!’

30


Stel dat je helemaal opnieuw kon beginnen, zou je dan weer voor orgel kiezen? ‘Ja, want het orgel is zo’n boeiend instrument dat je er nooit op uitgekeken raakt.’

Zet zelf een orgel in elkaar! Ben jij ook nog niet uitgekeken op het orgel? Wil je nog beter begrijpen hoe een orgel in elkaar zit? Met het Doe-orgel van Orgelkids kunnen kinderen onder begeleiding van een orgelbouwer of organist zelf een klein orgeltje in elkaar zetten. Alle onderdelen zitten in een leskist en op instructiekaarten staat precies wat je moet doen. Sta je al te popelen? Maak je juf of meester dan net zo enthousiast en misschien willen zij het Doe-orgel wel naar je klas halen. Meer informatie vind je hier: www.orgelinvlaanderen.be/doe-orgel

31


Woorduitleg 1 2 3

vernuftig = vindingrijk, slim, intelligent scala = reeks, serie reservoir = een gesloten bak waarin een vloeistof of gas (in dit geval lucht) verzameld of bewaard wordt 4 blaasbalg = werktuig om lucht samen te persen en uit te blazen 5 de Romantiek = stijlperiode in de kunst, muziek en literatuur, waarbij gevoel en verbeelding veel aandacht krijgen 6 in een oogwenk = na een snelle blik, in een ogenblik 7 klankkleur = timbre, de typische eigenschappen van een bepaalde klank (bijvoorbeeld warm of koel, scherp of rond …) 8 compartiment = deel, onderdeel, ruimte 9 jaloezieën = schermen die bestaan uit een reeks dunne houten plankjes die open en dicht gedaan kunnen worden 10 verfraaid = versierd 11 melancholisch = een beetje treurig, verlangend naar wat voorbij is

32


Wolfgang Amadeus Mozart noemde het orgel ‘de koningin onder de instrumenten’. Het is namelijk het grootste muziekinstrument dat er bestaat! In dit boekje leer je hoe een orgel werkt, lees je een interview met een organist en nog veel meer.

Dit boekje maakt deel uit van de Verrekijkerbieb 5. ISBN 978 90 486 2536 9 Bestelnummer 60 1021 497 KB D/2016/0147/105 NUR 191 Foto’s: Reine De Pelseneer, Shutterstock Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge

9 789048 625369

Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Verrekijkerbieb - 5e leerjaar - Kijker 7 - Thema 7 - N3 - Het orgel by die Keure - Issuu