ucatieve uitgaven
Waarom bedacht ik dat niet?
BIEB
Donna Van Riet
Kijker educatieve uitgaven
Verrekijker 5
5
Waarom bedacht ik dat niet?
1
Geniale ideeën Een uitvinding is iets nieuws. Iets dat nog niet bestaat. Kijk eens om je heen. Bijna alles wat je ziet, werd ooit een keer door iemand bedacht. Voor ons zijn het alledaagse dingen. Wie stelt zich vragen bij het aandoen van het licht, het aanzetten van de televisie of het telefoneren? Het is zo vanzelfsprekend geworden allemaal. Maar de uitvinding van deze dingen was helemaal niet vanzelfsprekend. Sommige uitvinders doen jaren over hun uitvinding. Vooraleer Thomas Edison de perfecte gloeilamp had bedacht, heeft hij meer dan 1000 verschillende soorten gloeidraden geprobeerd. Het duurde jaren vooraleer hij tevreden was met het resultaat: een gloeilamp die wel 40 uur kon blijven branden. Uitvindingen als de gloeilamp, de auto of het vliegtuig zijn natuurlijk WAUW. Maar ook heel eenvoudige uitvindingen maken ons leven een pak aangenamer. Of kan jij je een wereld voorstellen zonder een stoel, kam of rietje? De meeste uitvindingen ontstaan omdat er nood aan is. Er is een probleem. En dat moet worden opgelost. In het geval van de gloeilamp is dat heel duidelijk. Kaarsen en olielampjes, allemaal goed en wel. Veel licht geeft dat niet in het pikkedonker. Gelukkig dus dat er bij Edison een lampje is gaan branden.
2
De uitvinder, een gekke professor? Denk jij bij het woord ‘uitvinder’ aan een gekke, verstrooide professor wiens grijze haren alle kanten op staan? Misschien heb je de film Back to the Future gezien en denk je aan de figuur ‘Doc’. Hij voldoet in elk geval aan het beeld dat een uitvinder bij ons oproept. Zijn personage zou een beetje op Einstein1 zijn gebaseerd. Einstein is hét voorbeeld bij uitstek van een slimme kop. Er zijn duizenden uitvinders. En zij zien er natuurlijk niet allemaal hetzelfde uit! Niet elke uitvinder is professor. Je hoeft zelfs geen super-megabrein te hebben om iets nieuws te bedenken (al kan dat natuurlijk ook geen kwaad). Iedereen kan uitvinden. Ja, ook jij! Leeftijd speelt echt geen rol. Neem nu Margaret Knight. Zij was pas twaalf (!) toen zij haar eerste uitvinding deed (zij bedacht toen een beveiliging voor weefgetouwen2). Of Louis Braille. Hij was vijftien toen hij – zelf blind sinds zijn derde levensjaar het blindenschrift uitvond. Het is een systeem van verhoogde puntjes dat nu overal ter wereld wordt gebruikt. Ook Chester Greenwood was vijftien toen hij het idee voor de oorwarmer kreeg. George Nissen vond op zijn zestiende de trampoline uit (woehoe!). De jongste uitvinder zou slechts vijf jaar oud zijn! Hij vond een soort bezem uit om makkelijker bladeren op te vegen.
3
Uitvinden, iets voor jou? Heb jij een idee? Heb je dé oplossing gevonden voor een probleem? Denk dan na over hoe je dat idee kan omzetten in een uitvinding. Maak aantekeningen. Knutsel een voorbeeld. Neem je ontwerp en doe mee aan een uitvinderswedstrijd. Wie weet ben jij binnenkort beroemd om jouw uitvinding. Je zou bijvoorbeeld een schoen kunnen bedenken tegen stinkvoeten. Oeps, bestaat al! De schoen met verluchtingsgaatjes lost dat probleem al op. Nee, jij moet op de proppen komen met een superidee! Iets waar niemand anders ooit aan dacht en waar we allemaal op zitten te wachten. Begin je hersenen maar al te pijnigen.
4
Helaba, dat was mijn idee! Heb jij dat geweldige idee? Let dan goed op. Want een uitvinding kan ook worden gestolen. Maar, geen zorgen, je kan het beschermen. Met een octrooi. Een octrooi is een bewijs dat jij de enige echte bedenker bent van je uitvinding. En dat jij alleen het kan maken, gebruiken en verkopen. Het wordt door de overheid gegeven voor een bepaalde tijd. In de meeste landen is dat twintig jaar. Tijdens die periode mag niemand anders jouw idee kopiëren. Iedereen kan een octrooi aanvragen. Maar er zijn wel een paar voorwaarden waaraan je uitvinding moet voldoen. In de eerste plaats moet ze nieuw zijn. Je moet ook kunnen bewijzen dat jij de bedenker ervan bent (dus smijt je kladschrift met aantekeningen niet weg!). Je idee moet vindingrijk zijn. En het moet natuurlijk ook echt gemaakt kunnen worden. Zo’n octrooi aanvragen is niet gratis. Je vraagt het aan voor een bepaald land. Je kan ook een aanvraag doen voor meerdere landen. Hoe meer landen, hoe duurder. Leeftijd speelt geen rol. Er staat ook geen limiet op het aantal octrooien dat je aanvraagt. Thomas Edison had er meer dan 1000 (waarvan de gloeilamp de bekendste is). Maar hij is lang niet meer ’s werelds recordhouder. Tegenwoordig zijn er uitvinders die bijna vier keer zoveel octrooien op hun naam hebben staan.
5
Hoe het allemaal begon Mensen zijn altijd ontzettend vindingrijk geweest. Ook onze voorouders duizenden jaren geleden. In het begin – dat is gigantisch lang geleden! – was er niets. De eerste mens leefde te midden van een woeste, soms vijandige natuur. Om te overleven heb je het een en ander nodig. Vooral voedsel en warmte. Het jagen leverde vlees op. Om beter te kunnen jagen, vond de mens stenen werktuigen uit. Eerst waren dat stenen waaraan een scherpe kant was gemaakt. Deze werktuigen werden steeds weer verbeterd. Na een tijdje werden het bijlen en speren. Zo konden mensen op grotere dieren jagen. Een heerlijk stukje mammoet. Mmmm … Ze konden ze ook de pelsen bewerken tot kledij. Lekker warm, zo’n mammoetvacht! Er was nog iets wat erg belangrijk was: vuur. Vuur is natuurlijk geen uitvinding. Dat komt vanzelf. Door een blikseminslag of een vulkaanuitbarsting. Maar als je moet wachten op de bliksem of op een vulkaan die uitbarst, kan je lang wachten. Daarom hield de oermens het vuur – eens het er eindelijk was – altijd brandend. Het was een voltijdse job voor iemand uit de groep. O wee als die het vuur liet doven! Uiteindelijk bedachten ze een manier om zelf vuur te maken. Als je een stokje heel snel over een stukje hout wrijft, vat het vlam. De controle over vuur gaf de mens tal van nieuwe mogelijkheden. Ze ontdekten dat klei verhardt door het te verwarmen. Zo konden ze potten bakken. En later ook metalen smelten en bewerken.
6
7
Dé hit van de oudheid: het wiel Deze uiterst nuttige uitvinding zou rond 3500 v. Chr. in Mesopotamië3 zijn bedacht. Tegen die tijd – het was bronstijdperk – groeven mensen reeds kanalen, maakten boten en hadden zelfs al weefgetouwen. Waarom duurde het zo lang om het wiel uit te vinden? Het bedenken van zo’n rollende schijf was makkelijk. Een manier vinden om deze schijf aan een as te verbinden, waarbij beide delen samen ronddraaiden, dat was wat anders. Eens dat kon, ontstonden de eerste karren en wagens. Wielen waren toen nog massieve houten schijven. Deze wielen waren zwaar. Te zwaar. Het spaakwiel was dé oplossing. Hiermee konden wagens ontwikkeld worden die veel lichter en sneller waren. Vanaf toen liep alles op wieltjes.
8
Een schuimende uitvinding: zeep Geloof het of niet, zeep werd al rond 3000 v. Chr. door de Babyloniërs4 uitgevonden. Het recept was een mengeling van vet of olie, as van verbrande planten en water. Ook de oude Egyptenaren gebruikten regelmatig zeep. Gek genoeg kenden de Grieken en de Romeinen (die nochtans heel erg fan waren van baden) het geheim van zeep niet. Zij gebruikten oliën om hun huid te reinigen. De Galliërs herontdekten de formule en verfijnden die. Een zeer geslaagde combinatie was geitenvet, beukenas en geurende planten. Zelfs de Romeinen waren onder de indruk van de zachte zeep en begonnen die te gebruiken. In de middeleeuwen verminderde het gebruik van zeep. Ook al bubbelde het in landen als Italië, Spanje en Frankrijk welig van de zeepfabrieken. Mensen zagen het nut er niet van in: je wassen? Waar is dat goed voor? Dat had rampzalige gevolgen. Het gebrek aan hygiëne droeg bij tot de uitbraak van ziektes als de pest. Zeep was een vrij duur product. Het was dus voornamelijk voor de rijken bestemd. Je kon letterlijk ruiken wie arm of rijk was. Toch was het niet vanzelfsprekend om zich af en toe in te soppen. Zelfs niet voor koningen. Het is geweten dat Lodewijk de Veertiende (koning van Frankrijk in de 17e eeuw) niets van water en zeep wou weten. Het verhaal gaat dat zijn vrouw op een dag toch eens geklaagd zou hebben over zijn stinkdiergeurtje. De koning liet onmiddellijk drie van de beste zeepmakers komen. Wat een pech voor die zeepzieders5. Want de huid van de koning was zeep natuurlijk niet gewend. Die prikte alsof hij net in een cactusveld had gerold. ‘Hun hoofd eraf!’ brulde de koning.
9
Je kan je voorstellen hoe bang de volgende vier zeepmakers waren toen die bij de koning werden geroepen. Het duurde een volle maand vooraleer zij het perfecte stuk zeep hadden gemaakt. Gelukkig was dit maaksel minder prikkend. Gelukkig voor hun hoofden, alleszins. In het jaar 1790 ontdekte de Fransman LeBlanc een proces waarmee hij het maken van zeep enorm kon vereenvoudigen. Vanaf de negentiende eeuw was zeep niet langer een duur luxeproduct. Hierdoor gingen meer mensen het gebruiken. Een betere hygiëne zorgde meteen voor een betere gezondheid. Tijdens WOI6 waren natuurlijke vetten bijna niet meer verkrijgbaar. Ze werden vervangen door synthetische7 stoffen. Schadelijk voor het milieu én voor de huid. Jammer genoeg zijn fabrikanten die kunstmatige varianten blijven maken. Let dus goed op in de winkel! Lees de bijsluiter. Je huid absorbeert wat het aanraakt, dus zoek naar zeep met natuurlijke ingrediënten. Momenteel is ambachtelijke zeep gelukkig weer hip. Savon de Marseille en Aleppozeep worden al eeuwen volgens traditioneel recept bereid.
10
Zelf zeep maken? Dat kan! Je kan dan lekker kiezen welk geurtje jij eraan wil toevoegen. Hou je van lavendel-, kokos- of bloemengeur? Het kan allemaal. Doe het wel niet alleen. Vraag zeker hulp aan je ouders. Wat heb je nodig? • Marseillezeepvlokken (drogisterij) • natuurlijke geur- en kleurstof (drogisterij of natuurwinkel) • Een pot kokosolie (drogisterij of natuurwinkel) • Vormpjes (hobbywinkel) Aan de slag! Doe de Marseillezeepvlokken in een ovenschaal en voeg er de kokosolie aan toe. Hoeveel olie je nodig hebt, hangt af van de hoeveelheid zeep. Probeer de stukjes zeep niet te laten zwemmen in de olie, maar zorg er wel voor dat er overal olie aanwezig is. Meng alles goed door elkaar en zet in een voorverwarmde oven. Op geregelde tijdstippen controleren en goed roeren tot de zeep helemaal gesmolten is. Zet de oven niet te warm. Zodra alles is gesmolten, haal je de ovenschaal uit de oven (met ovenwanten!) en kan je naar eigen wens kleurstof en geurstof toevoegen. Alles goed omroeren. Giet je mengsel in de vormpjes en strijk de bovenkant goed af. Er bestaan speciale zeepvormpjes, maar je kan net zo goed cakevormpjes gebruiken. Na een uurtje opstijven in de koelkast zijn jouw zeepjes klaar! Om zelf te gebruiken of als cadeau te geven.
11
Een uitvinding met een geurtje aan: het toilet Volgens archeologen zou de doorspoel-wc al in 2600 v. Chr. bestaan hebben. Opgravingen in de Indusvallei8 legden toiletten en riolen bloot die al ver ontwikkeld waren. Een toiletbezoek leek toen erg veel op dat wat we vandaag kennen. In Europa zijn overblijfselen gevonden van primitieve toiletten van nóg eerder. Ook koning Minos op Kreta (Griekenland) kon met zijn koninklijk achterwerk op een soortgelijk toilet met afvoersysteem zitten. In het oude Egypte waren ze even netjes. Het toilet was toen meestal een stenen muurtje met een houten zitting. De eerste prijs in netheid gaat (hoe kan het ook anders?) naar de Romeinen, die zelfs openbare toiletten lieten bouwen. Dat waren stenen banken met gaten erin, die boven een goot met lopend water waren gebouwd. Romeinen konden gezellig samen kletsen terwijl ze een drolletje achterlieten. Het rioleringssysteem van de Romeinen werkte perfect dankzij de aquaducten9 die zij aanlegden. Helaas kwam er aan al die netheid een eind. In de middeleeuwen werden steden zonder riolering gebouwd. Toiletten waren er ook niet veel. Heu? Als er geen toilet was, waar ging je dan op? In de natuur of op een pot. Mensen kiepten die potten vaak gewoon op straat leeg. Ieuw! Of als het even kon in een gracht of rivier. Kastelen hadden wel een soort toilet. Dat was meestal een plank met een gat erin die boven de slotgracht uitkwam. Kan je het je voorstellen? Je wandelt rustig langs de gracht. En plots: plons! Ah, de kasteelheer is zijn behoefte aan het doen.
12
Af en toe werden ook grote beerputten onder een kasteel gebouwd. Daar kwamen alle uitwerpselen in terecht. Dat was ook het geval bij het kasteel van keizer Frederik I Barbarossa van Duitsland. In 1183 stortte de houten vloer van de grote zaal in. Keizer Frederik en zijn ridders vielen 12 meter naar beneden. Recht in de beerput. Velen verdronken erin. Ieuw! Ieuw! Ieuw! De absolute winnaar wat betreft ‘netheid’ was Lodewijk XIV. Ja, inderdaad. Hij weer! In zijn megaprachtige paleis in Versailles was geen enkel toilet te vinden. Er woonden wel 10.000 mensen. Een plasje? Dat kon toch in een hoekje van de kamer. Als je bij de koning op bezoek kwam, kon het zijn dat hij plots luid ‘kakstoel’ brulde, zijn koninklijk gewaad ophief en zijn gang ging. Gezellig toch? Je kan je wel voorstellen hoe het daar moet hebben gestonken. Het stonk er zo erg, dat de koning voortdurend moest verhuizen naar een ander paleis. Zo kon men Versailles kuisen terwijl hij het elders smerig maakte. Arme poetsvrouwen … Na deze akelige niet-propere tijden en de bijhorende ziektes beleefde de wc in de late middeleeuwen een heropleving. Koningin Elisabeth I van Engeland hield van netheid. Haar petekind John Harington bedacht in 1596 het eerste moderne spoeltoilet. Het vuil spoelde wel al weg, maar nog niet in de riool. Het was Alexander Cummings die in 1775 een belangrijke verbetering aan het spoeltoilet aanbracht. Een bocht in de afvoerbuis (zwanenhals genoemd) maakte een directe verbinding met de riool mogelijk zonder geuroverlast. Hij bezat een octrooi voor zijn uitvinding. Het was wachten tot het einde van de negentiende eeuw vooraleer dit soort doorspoeltoiletten algemeen in gebruik kwamen.
13
14
Een proper idee: toiletpapier Je wilt niet weten met wat mensen allemaal hun kont afveegden vroeger (je wilt het écht niet weten*). Maar in 1857 kwam de Amerikaan Joseph Gayetty op het idee van toiletpapier. Het waren losse velletjes en het was vreselijk duur. Te duur volgens de meeste Amerikanen. Daarom sloeg het niet meteen aan. Het waren uiteindelijk de gebroeders Scott die in 1879 de eerste toiletrollen op de markt brachten. In het begin zonder gaatjes, waardoor het een heel gedoe was om een stukje af te scheuren. En vanaf 1935 zelfs splintervrij! Dus vóór 1935 niet splintervrij?! Aaaauw!!! Eh, wie haalt die er eigenlijk uit? Tegenwoordig gebruiken de meeste van ons toiletpapier. Er bestaan ook van die vochtige doekjes. Maar ondertussen werd iets nieuws uitgevonden: toiletten met een spoel- en droogsysteem, waarbij toiletpapier overbodig wordt. Ik hoor het je al denken. Een douche-wc? Een waterstraal op je kont? Bizar! Eh, in Japan is het heel gewoon. Daar hebben de meeste mensen al zo’n toilet. Wie het douchetoilet uitvond? Nee, geen Japannees. Het was de Zwitser, Hans Maurer, die al in 1957 het briljante idee kreeg.
* Wat ben jij een curieuzeneuzemosterdpot zeg! Nou ja, als je het dan toch zo nodig moet weten: bladeren, takjes, mosselschelpen, stenen, kokosnootschillen, wol, hooi, mos, maiskolven, sponzen op een stok (Romeinen), met de hand … Ik zei toch dat je het niet wilde weten. 15
Zweverige uitvindingen: de ballon, de zeppelin en het vliegtuig De mens heeft altijd al willen vliegen. Denk maar aan het verhaal over Icarus uit de Griekse mythologie10. Icarus en zijn vader werden gevangengehouden door koning Minos op het eiland Kreta. Ze wilden ontsnappen en maakten vleugels uit veren en was. De vader waarschuwde zijn zoon om niet te dicht tegen de zon te komen. Maar overmoedig als hij was, vloog Icarus veel te hoog. De was smolt en de jongen stortte neer in zee. Al hebben zijn bouwwerken nooit echt gevlogen, toch vormen de ideeën van de Italiaanse uitvinder Leonardo Da Vinci (1452 – 1519) de basis van de luchtvaart. Da Vinci was geboeid door vliegen. Hij maakte plannen voor tal van vliegmachines, waaronder een zweefvliegtuig. De allereerste geslaagde poging om te ‘vliegen’ was in 1783. De gebroeders Montgolfier uit Frankrijk hadden een heteluchtballon gebouwd van papier en stof, die ze met hete lucht vulden. De eerste passagiers waren een schaap, een eend en een haan. Gelukkig kwamen de dieren weer heelhuids op de grond. De Parijse natuurkundige Jacques A. C. Charles kwam snel achter het geheim recept van het ballonvliegen (dat warme lucht lichter is dan koude lucht). Hij wist dat gassen hetzelfde effect zouden hebben. Hij liet een ballon maken en vulde die met waterstofgas. De eerste vlucht met zo’n gasballon was zonder passagiers. De ballon vloog ongeveer 25 kilometer en daalde langzaam op de akkers.
16
De verschrikte boeren – die nooit eerder zoiets zagen – trokken ten aanval om het ‘monster’ te vernietigen. Er bleef niet veel van de ballon over. Dit soort ballons waren niet stuurbaar. Ze vlogen waarheen de wind hen blies. De Duitser Ferdinand van Zeppelin bracht daar verandering in. Hij bedacht een luchtschip met metalen geraamte, de zeppelin, dat kon worden bestuurd. Vliegen met ballonnen was nooit zonder gevaar. In 1937 vloog de zeppelin LZ 129 Hindenburg (245 meter lang!) kort voor zijn aankomst in brand. In nog geen minuut lag het hele luchtschip in as. Er kwamen hierbij 35 mensen om het leven. De ramp betekende het einde van de zeppelin. Of toch niet? Zeppelins zijn sneller dan schepen en minder vervuilend dan vliegtuigen. Moderne zeppelins worden gevuld met helium in plaats van waterstofgas. Dat is veiliger. Wie weet, zien we in de toekomst de zeppelin weer door de lucht varen. Het allereerste echte ‘vliegtuig’ werd bedacht door George Cayley in 1799. Zijn zweefvliegtuig gleed op de lucht. Maar verder dan zo’n tweehonderd meter kwam het niet. Daarvoor was iets anders nodig: een motor. Het was wachten tot 1903 vooraleer de gebroeders Wright een gemotoriseerd vliegtuig uitvonden. Hun eerste geslaagde vlucht duurde twaalf seconden. Tijdens de twee wereldoorlogen maakte de ontwikkeling van het vliegtuig reuzesprongen. Toestellen werden groter en sneller. De uitvinding van de straalmotor in 1937 maakte het plots mogelijk om in plaats van 500 tot 600 km per uur tot zo’n 3000 km per uur te vliegen. Ondertussen is het luchtruim voorgoed veroverd. Wist je dat het snelste bemande vliegtuig ter wereld, de X15, een topsnelheid van 7274 km per uur kan halen? Staan wij binnenkort in Australië na een paar uur vliegen? 17
18
Een prettige uitvinding: de achtbaan Ben jij een waaghals die dol is op hoog, overkop en dat alles liefst héél snel? Dan moet je in Abu Dhabi zijn. Daar vind je ’s werelds snelste achtbaan. Maar wees gerust, je hoeft niet zo ver te reizen om een super-mega-coole achtbaan te vinden. Het is tegenwoordig hét lokmiddel van bijna elk pretpark. Wanneer en hoe is deze adrenaline-opwekkende11 attractie eigenlijk ontstaan? De voorlopers van de achtbaan verschenen al in de 16e eeuw in Rusland. Het waren toen met ijs bedekte houten constructies, waarop men met een slee naar beneden gleed. Fransen waren zo onder de indruk dat zij het idee meenamen naar Frankrijk. Zij lieten het ijs achterwege en bevestigden wieltjes onder de slede. Tja, in Frankrijk is het ietsje warmer dan in Rusland. De eerste roetsjbaan werd in 1817 in Parijs geopend. Maar het was nog even wachten op het soort rails dat een rit echt spannend maakt. Het concept verspreidde zich naar de rest van de wereld. Ook naar Amerika. In 1884 bouwde La Marcus A. Thompson de eerste achtbaan in New York. Hij vroeg een octrooi aan voor zijn achtbaanontwerp. Het werd een denderend succes (ja, duh!). Tijdens de jaren die volgden ging de evolutie van de achtbaan razendsnel. John Miller bracht belangrijke vernieuwingen aan. Hij voegde wielen aan het karretje toe naast en onder de rails. Op die manier kon het karretje niet meer ontsporen. Hij bedacht ook een systeem om te voorkomen dat een karretje achteruit zou rollen in geval er een ketting zou breken. Naast de veiligheid, zorgde Miller ook dat de ritjes steiler, hoger en sneller gingen. 19
Het was de Duitser Anton Schwarzkopf die vanaf 1950 verder ging met het verfijnen van de achtbaan. Het over de kop gaan hebben we aan hem te danken. Woehoe! Niets is onmogelijk wanneer het gaat over achtbanen. Pretparken willen uitpakken met nóg hoger, nóg sneller, nóg extremer. Smeer alvast je stembanden, want in de toekomst zal er dus nóg harder worden gegild.
20
Een magische uitvinding: de tekenfilm Denk jij spontaan aan Walt Disney wanneer je aan tekenfilms denkt? Hij was ongetwijfeld de meest invloedrijke figuur in de geschiedenis van de animatiefilm. Maar de uitvinding van dit soort magie begint een hele tijd vóór Disney. Duizenden jaren ervoor zelfs. Oermensen waren al dol op bewegende beelden. Er zijn grottekeningen gevonden waar dieren afgebeeld waren met een dubbel aantal poten. Zo leek het alsof het beest bewoog. In Iran werd een pot van 5000 jaar oud gevonden. Binnenin zat een serie tekeningen van een springende geit. Liet je de pot snel ronddraaien, dan leek de geit echt te bewegen. Dit principe – van opeenvolgende tekeningen – vormt de basis van animatie. Een Chinese uitvinder zou rond het jaar 180 een voorloper van een zoötroop hebben gemaakt. Wat in ’s hemelsnaam is een zoötroop? Het is een koker met aan de binnenkant een serie plaatjes. Als je die laat ronddraaien, lijken de beelden te bewegen. Het was de Brit William G. Horner die de moderne zoötroop bedacht in 1834. In diezelfde periode werden een aantal soortgelijke apparaten uitgevonden. Allemaal met moeilijke namen als thaumatroop12 , praxinoscoop13 , enzovoort. Allemaal bedoeld om plaatjes te laten bewegen. Het verhaal van de tekenfilm kwam pas echt op gang in 1892. De Fransman Charles-Emile Reynaud liet op een scherm tekeningen tot leven komen. In 1906 bracht Emile Cohl (alweer een Fransman) een belangrijke vernieuwing aan.
21
Hij maakte een tekening voor elke stap van de beweging en legde alle beelden vast op film. Daarbij maakte hij gebruik van een uitvinding van de gebroeders Lumière uit 1895: ’s werelds eerste filmcamera/projector. Toen kwam alles in versnelling. De techniek werd steeds beter. Disney verscheen in beeld in 1923. Zijn eerste succes was de tekenfilm Steamboat Willie, waarin Mickey Mouse te zien was. Deze muis is wereldberoemd geworden, samen met Walt Disney zelf. Toen werd alles nog met de hand getekend en ingekleurd. Met de komst van de computer ontstond een nieuw soort techniek. De eerste tekenfilm met volledig door de computer gemaakte beelden is Toy Story uit 1995 van Pixar.
22
Zelf een zoötroop maken? Makkelijk hoor! Je hebt er niet veel voor nodig en met het resultaat kan je uitpakken bij familie en vrienden. Knutselen maar! Wat heb je nodig? • 3 stevige A4-bladen • potloden en stiften • een passer • lat • schaar • lijm • een stokje • een punaise Aan de slag! Maak met je passer een cirkel van ongeveer 14 cm en knip die uit. Neem nu een ander blad. Vouw het papier in de lengte dubbel. Knip het doormidden op de vouw. Knip een stuk van 19 centimeter van een van de stroken af. Plak dit stuk met een overlap van 2 centimeter vast aan de lange strook. De strook moet uiteindelijk 46,5 cm lang zijn. Aan de onderkant van de strook komt een plakrand. Dat doe je door 1 cm van de rand een lijn te trekken. Knip de strook elke 1 cm in tot aan de lijn. Aan de bovenkant van de strook komen spleetjes. Trek opnieuw een lijn aan de andere kant maar nu 3 cm van de rand. Teken nu elke 4 cm een streepje. Daarna maak je alle streepjes ongeveer 3 mm dik en knip je ze uit.
23
Vouw de plakrand naar binnen. Plak de twee uiteinden van de strook aan elkaar. Zorg ervoor dat het eerste en het laatste strookje ook 4 cm uit elkaar staan. Pak de ronde bodem. Smeer de rand tot 1 centimeter in met lijm. Plak de plakrand vast aan de bodem. Prik een punaise precies in het gaatje waar de passer heeft gezeten. Duw het stokje er doorheen. Je zoötroop is klaar! Nu nog een filmpje. Maak nogmaals twee stroken die samen 46,5 cm lang zijn. Verdeel de strook weer onder in elf vakjes van 4 cm. Bedenk een eenvoudige tekening of zoek iets op het internet. Je hebt niet zoveel plaats, dus de tekening mag niet te groot zijn. In elk vakje van 4 cm komt dezelfde tekening, telkens een beetje anders. Gebruik telkens dezelfde kleuren. Plak de strook in de zoötroop. Hou het stokje in één hand en geef er met je andere hand een draai aan. Kijk! Magisch, hé.
24
Oeps, ik vond iets uit! De ijslolly en chips Toevallig iets uitvinden. Dat kan! Het overkwam de elfjarige Frank Epperson in 1905. Op een koude nacht in de winter liet hij per ongeluk zijn drankje buiten staan. Het bevroor en het stokje dat hij had gebruikt om te roeren, bleef steken. De ijslolly was geboren. Chips werden ook niet bewust uitgevonden. Deze forse hap ontstond in 1853 door een norse kok. Chef George Crum had een slechte dag. Het was druk in het restaurant waar hij werkte en een klant had zojuist zijn frieten teruggestuurd. De frieten moesten dunner. ‘Het is al goed!’ horen we de norse kok zeuren. Hij sneed de frieten dunner. Maar ook deze frieten vielen niet in de smaak bij de klant. Ze moesten nog dunner. ‘GOED!’ zal de kok hebben gebruld. Deze keer sneed hij de aardappels flinterdun. Hij bakte hen tot ze goudbruin waren en strooide er megaveel zout op. Ha! Tot zijn grote verbazing bleek de klant tevreden. Hij bestelde er nog! Het duurde niet lang vooraleer Crum de chips op de kaart zette. En ze werden een hit. Of wat had je gedacht?
25
Een droom voor meisjes: Barbie Je kent ze zeker. Misschien speel je er zelfs graag mee. Barbiepoppen. Het oorspronkelijke idee voor de poppen kwam van Ruth Handler, een van de oprichters van speelgoedfabrikant Mattel. Die zag haar dochter Barbara met papieren aankleedpopjes spelen. Barbara speelde liever met die volwassen poppen dan met haar babypoppen. Ruth besefte dat er nood was aan speelgoed dat meisjes toestond te fantaseren over de toekomst. Barbie werd officieel geboren op 9 maart 1959. De naam Barbie komt van het koosnaampje dat Ruth aan haar dochter Barbara gaf. Terwijl voorheen alle poppen baby’s of kinderen waren, was Barbie een pop met volwassen trekjes. Het werd een absolute hit. Twee jaar later volgde een vriendje, Ken, vernoemd naar de zoon van Ruth. In de daaropvolgende jaren werden vele vrienden en vriendinnen voor Barbie op de markt gebracht. Barbie is vandaag nog steeds ontzettend populair. Ook bij volwassenen, die originele en zeldzame exemplaren verzamelen.
26
Red het milieu: de oceaan opruimen en het algenmobiel Vele moderne uitvindingen hebben het milieu erg veel schade toegebracht. Akkoord, de auto, het vliegtuig, de ijskast, de batterij, plastic, gsm’s, ze maken het leven zo makkelijk. Maar staan wij ooit stil bij de schade die zij veroorzaken aan onze planeet? Denk jij er soms over na? Na eeuwen van ideeën en ontwikkeling, waarbij weinig rekening werd gehouden met de gevolgen ervan op de natuur, is er gelukkig verandering op komst. Vandaag zijn er mensen met ideeën die de schade aan de natuur willen omkeren. Dat gaat soms over heel simpele oplossingen: het gebruik van herbruikbare zakken, gerecycleerd papier, enz. En heel soms komen mensen op de proppen met een geniaal plan. Zoals bijvoorbeeld Boyan Slat. Deze jonge Nederlander bedacht een manier om de waanzinnig grote hoeveelheid plastic uit de oceanen te halen. Hoe? Met behulp van de natuurlijke stromingen in onze oceanen. Die brengen het plastic afval automatisch op bepaalde punten in de oceanen samen. Op die punten wil Slat zijn drijvende opvanginstallaties plaatsen. Die vangen het afval op. Schepen kunnen het dan eenvoudig ophalen en wegbrengen. De installatie zou geen gevaar vormen voor zeedieren. Momenteel wordt de uitvinding getest in de Noordzee. Tegen 2020 zou er op de Grote Oceaan een moeten dobberen.
27
Ook de Amerikaan Param Jaggi had een briljant milieuvriendelijk idee. Op zijn veertiende al bedacht hij een manier om de uitstootgassen van auto’s om te zetten in zuurstof. Simpelweg door algen in de uitlaatbuis te steken. Rijden wij binnenkort allemaal met een algenmobiel rond?
28
Dieetwater! Meen je dat nou? Er zijn zoveel uitvindingen gedaan, dat je ze bijna onmogelijk allemaal in één boek kan steken. Het zou een monsterboek zijn. De lijst van uitvindingen en octrooien is eindeloos. Mensen vragen ook octrooien aan voor de gekste dingen. Zoals de paraplu voor honden. Niet dat honden zoveel last hebben van regen. Misschien was het baasje het beu met een natte hond thuis te komen? Of wat dacht je van dieetwater? Yep, geloof me, het bestaat! Gewoon water heeft ook 0,0 % calorieën hoor. Echt niemand zit te wachten op hoge hakken met steunwieltjes. Toch is het door iemand bedacht en gemaakt. Eh, nee dat is niet elegant! Als je op hoge hakken niet kan lopen, draag dan alsjeblieft gewoon platte schoenen. Je kan het niet zo gek bedenken of het bestaat. Grasslippers, die je het gevoel geven alsof je op gras loopt, sandalen met ingebouwde metaaldetector (altijd handig om al slenterend vondsten te doen), een dieetvork, waarbij je enkel een hap mag nemen als het groene lampje brandt, een lunchzakje met nepschimmel (diefstal van je boterhammen is voorgoed verleden tijd), een afstandsbediening in de vorm van een toverstaf (om als Harry Potter naar je tv te zitten zwaaien), een chipsgrijptang, voor wie vies is van zijn eigen vingers, oogstickers, waarbij het lijkt alsof je wakker bent terwijl je eigenlijk slaapt (handig voor in de klas) …
29
Terug naar de toekomst De vooruitgang staat niet stil. Er worden briljante dingen bedacht en bestaande dingen worden verbeterd. Wist je dat er 3D-printers bestaan? De printers kunnen eender welk object bouwen. Er bestaat sinds kort zelfs een vliegende auto! Vliegen wij in de toekomst allemaal rond, zoals in de film Back to the Future? Het hoverboard (vliegend skateboard) uit de film bestaat trouwens ook al. Misschien begin jij nu spontaan te hopen dat de tijdmachine binnenkort ook zal worden uitgevonden. Dan zou je naar de toekomst kunnen reizen. En waarschijnlijk versteld staan van de wonderlijke nieuwe uitvindingen.
30
Woorduitleg 1
Einstein = een briljant natuurkundige. Hij was geen echte uitvinder. Hij was een genie die theorieën en formules bedacht. 2 weefgetouw = een werktuig om stoffen mee te weven. Het weefgetouw werd al rond 5000 v. Chr. uitgevonden. Het mechanische weefgetouw werd in 1785 door Edmund Cartwright bedacht. 3 Mesopotamië = een streek (nu Irak) tussen de rivieren de Tigris en de Eufraat, waar rond 5000 v. Chr. volkeren kwamen wonen. 4 Babyloniërs = naam van een volk in de oudheid uit Mesopotamië. 5 zeepzieder = iemand die op ambachtelijke wijze zeep maakt. 6 WOI = Eerste Wereldoorlog (1914 – 1918). Tijdens deze oorlog zijn tal van vernietigende uitvindingen gedaan: gifgas, tanks, kruisraketten … 7 synthetisch = niet gemaakt van natuurlijke grondstoffen, kunstmatig gefabriceerd. 8 Indusvallei = leefgebied van de Indusbeschaving uit de oudheid langs de rivier de Indus en de Ghaggar-Hakra rivier in het noorden van Indië en een gedeelte van wat nu Pakistan heet. 9 aquaduct = Romeinse waterleiding, bestaande uit een stenen geul waardoor het water ofwel ondergronds ofwel bovengronds over een bouwwerk van bogen liep. 10 mythologie = het geheel van mythen en sagen. Dat zijn verhalen over goden, halfgoden en het contact tussen de goden en de mensen. 11 adrenaline = hormoon dat bij spanning vrijkomt en het hart sneller doet kloppen en zorgt voor extra energie in de spieren.
31
12 thaumatroop = een aan twee zijden bedrukt vlak met aan de zijkanten een touwtje. Wanneer je de touwtjes snel door je vingers laat rollen, zie je afwisselend voor- en achterkant en lijkt het alsof de beelden in elkaar vloeien. 13 praxinoscoop = opvolger van de zoötroop en uitgevonden door Charles-Emile Reynaud.
32
Een uitvinding is iets dat door mensen werd bedacht. Iets nieuws. Dat kan echt alles zijn: voorwerpen, machines, speelgoed, materialen, voedsel … Ontdek de boeiende, soms grappige verhalen achter tal van bijzondere uitvindingen. En wie weet, misschien inspireert het jou om ook uitvinder te worden.
Dit boekje maakt deel uit van de Verrekijkerbieb 5. ISBN 978 90 486 2536 9 Bestelnummer 60 1021 497 KB D/2016/0147/105 NUR 191 Illustraties: Lucy Elliott Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge
9 789048 625369
Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.