ucatieve uitgaven
De pakjes van mijn stiefpapa
BIEB
Donna Van Riet
Kijker educatieve uitgaven
Verrekijker 5
3
De pakjes van mijn stiefpapa
Donderdag 12 november 2016 Mijn mama is verliefd op Sinterklaas. Ik heb het haar zelf horen zeggen. Gisteren aan de telefoon. ‘Krijg je de pakjes wel op tijd klaar?’ hoorde ik mama vragen. Toen wist ik het. Een oudere man uit Spanje, die in november met pakjes naar hier komt. Dat kan maar één man zijn. Nico, noemt ze hem. Het is vast een soort koosnaam. Maar ik weet wel beter. Sint-Nicolaas, weet je wel. Vorig jaar moest mama op zakenreis naar Spanje. Toen heeft ze hem leren kennen. Sindsdien gaat ze geregeld op bezoek bij hem. Eerst geloofde ik het niet. Wie wordt er nu verliefd op zo’n oude man? Maar toen ik mama vroeg of hij niet te oud was voor haar, antwoordde ze dat er op liefde geen leeftijd staat. Ze zegt dat hij binnenkort uit Spanje komt om ons te bezoeken. Tja, het is bijna die tijd van het jaar, dus kan hij twee vliegen in één klap slaan. De Sint als stiefvader heeft ook zijn voordelen. Pakjes, het hele jaar door! ‘Wanneer komt Sin… eh, Nico?’ vraag ik. ‘Veertien november,’ zegt mama. 1
Sinds ik het op school verteld heb, ben ik plots razend populair. Iedereen troept rond me. Zelfs de leerlingen uit de andere klas. ‘Komt de Sint bij jou thuis wonen?’ vraagt de ene. ‘Waar slapen de pieten dan?’ vraagt de andere. Plots willen ze allemaal mijn beste vriend zijn. Want voor mijn beste vrienden zal de Sint toch wel een extra cadeautje geven? Staf staat gewillig zijn tussendoortje af. Jonas geeft me zijn lievelingsdino. En van Julie krijg ik een zoen! Aan dit leventje kan ik wel wennen. Vroeger mocht ik niet eens mee voetballen. Nu vechten ze om me in hun ploeg te hebben. In de klas kan ik mijn aandacht niet bij de les houden. Mijn buurmeisje, Fien, zit de hele tijd in mijn oor te fluisteren. ‘Word jij nu ook een zwarte piet?’ vraagt ze. Een zwarte piet? Ik? Ik schiet in de lach. De juf kan er jammer genoeg niet om lachen en haalt een sterretje weg van mijn bijna volle kaart. Mijn stemming is opeens ietsje minder vrolijk. Ik kijk boos in de richting van Fien. Ze steekt onmiddellijk haar hand in de lucht. ‘Ja, Fien,’ zegt de juf. ‘Het is mijn schuld dat Ward moest lachen. Kunt u een sterretje van mij op zijn kaart bijzetten alstublieft?’ De wenkbrauwen van de juf schieten omhoog. ‘Zo, zo,’ zegt ze. ‘En wat was er zo grappig?’ Ik kijk Fien strak aan. ‘Het … eh, het is iets persoonlijks,’ zegt Fien. ‘Ach zo,’ zegt de juf. ‘Mooi geprobeerd, maar de sterretjes blijven zoals ze nu zijn.’
2
Fien kijkt sip mijn richting uit. Ik trek mijn schouders op. Als ik eenmaal de stiefzoon van Sinterklaas ben, zal de juf wel een toontje lager zingen. Wanneer ik thuiskom, vraagt mama om eens te praten. Ai, denk ik. Dat praten ken ik. Meestal heb ik dan iets uitgehaald en volgt er een tv-verbod. ‘En als we nu eens naar Spanje zouden verhuizen?’ steekt mama van wal. Ik had het kunnen denken. De Sint woont al eeuwen in Spanje. Waarom zou hij bij ons komen wonen? Hier regent het altijd. ‘Het is er altijd zonnig en lekker warm,’ gaat ze verder. ‘En het huis van Nico is groot genoeg.’ Ja, dat het huis van de Sint groot genoeg is, weet ik wel. Al die pieten moeten ergens slapen. Maar, wil ik wel naar Spanje verhuizen? Eerlijk gezegd: ik weet het niet. Mama is vlak naast me komen zitten en pakt mijn hand in de hare. ‘Nico houdt erg veel van kinderen. We zouden weer een echt gezinnetje zijn.’ Dat Sinterklaas van kinderen houdt, weet iedereen. Hij is ook altijd heel aardig. En de pieten zijn dat ook. Maar ik weet niet of ik hier wel weg wil. Mama merkt dat ik niet bepaald enthousiast reageer en probeert me verder te overtuigen. ‘Je krijgt een hele mooie kamer,’ zegt ze vrolijk. ‘En er is een zwembad.’ Wow, dat de Sint een zwembad had, wist ik niet. Dat verandert de zaak natuurlijk. ‘Wanneer vertrekken we?’ vraag ik opgewekt. ‘Ik wist wel dat het zwembad de doorslag zou geven,’ lacht mama. ‘Waterratje van me.’ Ze neemt me in haar armen en geeft me een dikke knuffel. 3
4
Vrijdag 13 november 2016 ‘De Sint wil dat we bij hem in Spanje komen wonen,’ glunder ik. Er barst een symfonie van kreten los. ‘Mama liet de beslissing aan mij over,’ zeg ik stoer. ‘En?’ roepen ze allemaal in koor. Met ingehouden adem wachten ze mijn antwoord af. Even lijken ze allemaal versteend. Hun blikken kleven aan mijn lippen. ‘We gaan!’ roep ik. Het gejuich om me heen vermengt zich met de joelende schoolbel. De opwinding duurt de hele dag verder. Vooral wanneer de juf het Sintbezoek aan de school aankondigt. Sinterklaasliedjes worden uit volle borst meegezongen. Alsof de Sint ze nu al kan horen. En de ijver waarmee we de welkomstvlaggen knutselen is ongezien. Alles moet perfect zijn. We willen hem ontvangen als een koning. We hebben niet veel tijd. Hij komt maandag al. We zijn de allereerste school die hij bezoekt. Hoe zou dat toch komen?
5
Zaterdag 14 november 2016 Hij komt, hij komt! Hij komt per stoomboot in Antwerpen aan. Straks is het op tv te volgen. Live. Ik popel van ongeduld. Gelukkig mag ik van mama de hele namiddag kijken. ‘Wanneer begint het, mama?’ zeur ik. ‘Nog een half uurtje,’ hoor ik mama vanuit de keuken antwoorden. Het programma ‘Later als ik groot ben’ staat op. Een man legt uit wat er zo leuk is aan valkenier zijn. Dat is iemand die roofvogels africht. Ik hou wel van vogels. Vooral van roofvogels. Maar niet nu. Nu wil ik de Sint zien. Het potje chips op tafel blijft onaangeroerd staan. Ik krijg geen hap door mijn keel. Mijn nagels daarentegen knabbel ik zorgvuldig af. Wanneer ik denk dat ze eindelijk gaan overschakelen naar Antwerpen, begint ‘De Sintkrant’. Ik vloek. Mama’s hoofd komt even van achter de keukendeur piepen. ‘Ward, wat heb ik gezegd over die woorden?’ roept ze. ‘Nu is de Sint er nog altijd niet!’ brul ik. ‘Heb toch wat geduld, jongen!’ Het lijkt een eeuwigheid te duren. Mijn nagels zijn op. Zal ik dan toch aan de chips beginnen? Uiteindelijk is het zover. Hij komt! Zijn witte boot komt in de verte aanvaren. En dan komt de Sint zelf in beeld. Hij wuift. En ook alle pieten zwaaien als gekken. Sta ik daar volgend jaar bij? Ik prop veel te veel chips in mijn mond. De boot meert aan. De pieten gaan als eerste aan land. Het zijn er veel. Ze springen, huppelen en dansen. Zodra de Sint aan wal komt, krijgt hij een microfoon onder zijn neus geduwd. 6
‘Hoe was uw reis, Sinterklaas?’ vraagt een rare snijboon. De Sint antwoordt dat de reis vlekkeloos is verlopen en dat hij zeer blij is om hier te zijn. Dan gaat hij verder. Overal staan juichende kinderen. Uit mijn mond ontsnapt een gil. En samen met de gil enkele stukjes chips. Sinterklaas staat nu op het balkon van het stadhuis. Hij neemt de micro. Klaar om het volk toe te spreken. Mijn hart slaat razendsnel. Gaat hij iets zeggen over mama? Of over mij? Net op het moment dat de Sint iets zegt, komt mama uit de keuken. ‘Ward,’ zegt ze. ‘Kan ik je even alleen laten? Ik heb beloofd Nico op te halen.’ ‘Mama,’ roep ik boos. ‘Nu heb ik niet kunnen horen wat hij zei.’ Mama zucht en trekt haar jas aan. ‘Tot straks, Ward,’ zegt ze en ze trekt de deur achter zich dicht. Wanneer ik weer naar het tv-scherm kijk, zie ik de Sint weggaan. ‘Nondepietjes!’ roep ik luid.
7
Zondag 15 november 2016 Mama kwam gisteren alleen terug thuis. Blijkbaar had Nico nog van alles te regelen. Ik snap dat de Sint het druk heeft. Maar ik vind het toch een beetje jammer. Vooral om de snoep en chocolade, waarop ik nu nog langer moet wachten. Mijn lepel draait verveeld rondjes in een kommetje melk. ‘Komt hij vandaag nog langs?’ zeur ik. ‘Misschien,’ zegt mama. ‘Hij doet zijn best.’ Dan rinkelt mama’s gsm. Het is Sint-Nico. ‘Ach, hoe spijtig,’ hoor ik mama zeggen. ‘Ward kijkt er zo naar uit je te ontmoeten … En vanavond… Morgen … Nee, dat heb ik hem nog niet verteld … Ja … Goed… Tot morgen, lieveling.’ ‘Wat moet je me vertellen?’ vuur ik af zodra ze afdrukt. ‘Hij komt morgen pas,’ zegt mama. ‘En …’ Ik voel dat mama nog iets moet zeggen. ‘Er is een reden waarom Nico het druk heeft.’ Aha, denk ik, nu komt het. Nu gaat mama toegeven dat het Sinterklaas is. Ik neem een slok melk. ‘Nico gaat stoppen met werken.’ Ik spuw de melk weer uit.
8
Maandag 16 november 2016 Het nieuws dat Sinterklaas met pensioen gaat, slaat op school in als een bom. Mijn vrienden reageren woest. Ze geven mij de schuld. Want door mijn mama’s schuld stopt de Sint ermee. Staf schopt tegen mijn been. Jonas schreeuwt dat hij zijn dinosaurus terug wil. En Julie begint te wenen. Tijdens het voetballen wordt de bal meer naar mijn hoofd getrapt dan naar het doel. Uiteindelijk wacht ik in de wc tot de les weer begint. Dat de Sint deze namiddag de school bezoekt, maakt alles nog erger. Niemand heeft nog zin om te zingen. De juf begrijpt er niets van. Hoe meer ze over Sinterklaas spreekt, hoe erger het wordt. De volgende speeltijd blijf ik treuzelen in de klas. Ik wil niet naar de speelplaats. Blauwe plekken heb ik ondertussen genoeg. De juf stuurt me toch naar buiten. Een groepje jongens wacht me op. ‘Jouw mama moet de Sint met rust laten,’ snauwt de ene me toe. ‘Maak een eind aan die relatie. En snel!’ zegt de andere, terwijl hij me tegen de muur duwt. ‘Ik wil niets liever dan dat, geloof mij,’ jammer ik. ‘Ik weet alleen niet hoe.’ ‘Simpel,’ zegt Staf, ‘je zorgt ervoor dat de Sint je mama niet meer lief vindt.’ ‘Hoe doe ik dat?’ ‘We maken je mama zwart bij de Sint.’ ‘Wat?!’ ‘Als we willen dat hij weggaat, moeten we zeggen dat ze slecht is.’ ‘S… slecht?’
9
‘Ja. Dat ze je Spidermanpyjama laat krimpen in de was. Of de chocolade die de Sint brengt zelf opeet. Dat soort dingen.’ ‘Maar …’ stamel ik. ‘Werk je mee of niet?’ Boze ogen boren me de grond in. Weigeren is geen optie. Ze maken gehakt van me. ‘Wat moet ik doen?’ vraag ik sip. ‘De Sint een brief schrijven, waarin je zegt dat ze geen lieve mama is.’
Liefste Sint Dit jaar wil ik heel graag katje. een speelgoeddraak en een PS Mijn mama is niet lief, zoals je denkt. Ik mag nooit tv kijken. Ook niet in het weekend. lekkers Vorig jaar heeft ze al het gegeten. dat ik van je kreeg zelf op over! Niet één pepernoot liet ze Ward
10
Na het middageten wachten we op de Sint in de grote turnzaal. Elke leerling heeft een vlagje in de hand en we zingen ‘Zie ginds komt de stoomboot’. Al klinkt het een stuk minder vrolijk dan anders. Wanneer de juf een leerling uitkiest om bij de Sint te gaan, begin ik te wiebelen. Ik weet dat de juf niet van wiebelen houdt. Iemand die wiebelt, kiest ze niet. Fien is de gelukkige. Zij mag met al onze brieven en tekeningen bij Sinterklaas gaan en hem een hand geven. Ik plas bijna in mijn broek van schrik. Hoe zal de Sint reageren? Misschien krijg ik geen cadeau dit jaar. Wat zegt dat liedje? Wie zoet is krijgt lekkers, wie stout is de roe. De roe, wat is dat eigenlijk?
11
Dinsdag 16 november 2016 In de eetzaal komen Staf en Jonas bij me zitten. ‘En?’ vraagt Staf. Ik schud mijn hoofd. ‘Voorlopig zijn ze nog altijd samen,’ zeg ik. ‘Hoe kan dat nou?’ vraagt Staf. ‘Zou de Sint je brief nog niet gelezen hebben?’ vraagt Jonas. Ik trek mijn schouders op. ‘Tuurlijk wel!’ zegt Staf. ‘Sinterklaas leest al die brieven toch meteen. Hoe kan hij anders het speelgoed op tijd bezorgen?’ ‘Weet je zeker dat ze nog samen zijn?’ vraagt Jonas. ‘Ik heb ze gisteren nog horen bellen,’ antwoord ik. ‘Zo van: kusje, kusje …’ Ik trek een vieze snoet. ‘Lap!’ baalt Staf. ‘Dus plan A is mislukt.’ ‘En Sinterklaas gaat nog steeds met pensioen,’ vult Jonas aan. ‘Wat kan ik doen?’ vraag ik. ‘Ik heb al een ander plan,’ zegt Staf mysterieus. ‘Plan B,’ roept Jonas uit. Het hoofd van de reftermeester zwiept ogenblikkelijk naar de bron van het rumoer. Als een stier die net een rode lap heeft opgemerkt. ‘Ssht! Niet zo luid,’ sist Staf. ‘Staf!’ briest de stier. ‘Nog één keer en je mag aan de kant komen staan.’ ‘Rund!’ mompelt Staf binnensmonds. We proppen onze boterhammen in onze mond en wachten tot de stier de interesse verliest.
12
‘Heb je al een gsm?’ fluistert Staf na een tijdje. ‘Ja,’ zeg ik fier. ‘Ik heb die gekregen voor mijn verjaardag. Omdat mijn verstrooide leraar viool dikwijls niet komt opdagen voor de les. Dan kan ik naar mama bellen om me weer op te halen.’ ‘Goed. Dan kun je er mee werken. Kun je aan je mama’s gsm geraken?’ ‘Moet lukken,’ zeg ik. ‘Ze laat dat ding meestal overal rondslingeren.’ ‘Weet je haar pincode?’ ‘Yep! Mijn verjaardag.’ ‘Mooi zo,’ glundert Staf. ‘Het nummer van Sinterklaas moet er zeker in staan. Je stuurt hem gewoon een sms, waarin je het uitmaakt.’ De stier krijgt zijn rode lap weer in het oog en nadert stampvoetend. ‘Cool plan,’ roept Jonas, die de stier niet ziet aankomen. ‘Ssht!’ waarschuwt Staf. Te laat. ‘Staf! Aan de kant,’ buldert de stier. Olé!
13
‘Oké,’ zeg ik, wanneer we de eetzaal verlaten, ‘ik doe het. Er is wel één probleem: Sinterklaas mag dan wel denken dat het uit is, mijn mama niet …’ ‘Tja,’ zegt Jonas. ‘Als we haar ook konden sms’en, zou het nóg echter lijken. Maar hoe krijgen we dat voor elkaar?’ ‘Ik weet hoe,’ zegt Staf. ‘Hoe dan?’ ‘Jonas stuurt een bericht via de gsm van zijn papa.’ ‘Dat merkt ze toch meteen,’ zegt Jonas. ‘Niet als Ward het nummer van de Sint wist en vervangt door dat van je papa. Dan denkt ze dat het Sinterklaas is die haar sms’t.’ ‘Goh Staf, hoe kom je toch op zulke dingen?’ ‘Mijn papa heeft dat eens gedaan. Voor de grap. Met het nummer van oma. Ik weet niet welk nummer hij ervoor in de plaats had gezet. Maar mijn mama kon er toen niet echt om lachen …’ ‘Staf, ik denk niet dat ik dat ga kunnen,’ twijfel ik. ‘Je moet, Ward! En niet alleen voor ons. Voor alle kinderen ter wereld. Je wordt een held,’ zegt Staf. ‘Een held?’ vraag ik. ‘Ward, de jongen die ervoor zorgde dat Sinterklaas niet met pensioen ging.’ ‘Wauw,’ zeg ik. Een held. Dat wil ik wel zijn. 14
Thuis begin ik direct naar mama’s gsm te zoeken. Zonder succes. Vanuit de keuken klinkt plots de stem van mama. Ik leg mijn oor tegen de keukendeur. ‘Nog niet? Ik mis je … Ja … Ik weet het … Ja … Zeker? Ik hoop het … Kusje.’ Als ze met die kusjes begint, ga ik liever naar mijn kamer. Ik laat me op mijn bed ploffen en gluur naar buiten. De zon gaat langzaam onder. Ze lijkt op een grote onbereikbare pepernoot. Ik grabbel naar mijn nachtkastje om mijn gsm te nemen. Vijf gemiste oproepen. Ik ken het nummer niet. Het is vast Jonas, die me met de gsm van zijn papa probeert te bereiken. Ik druk op het groene telefoontje. Het is inderdaad Jonas die opneemt. ‘Heb je de gsm van je mama al te pakken?’ ‘Nee, nog niet. Ze was daarnet zelf aan het bellen. Met Sint-Nico.’ ‘Jammer. Sms me zodra je hem hebt.’ ‘Oké.’ ‘Tot straks.’ ‘Ja, tot straks.’ Ik sluip naar de woonkamer. Meestal laat mama het toestel overal rondslingeren. Nu is het nergens te bespeuren. Is ze nu weer aan het bellen? Ik vind mama in de keuken. Ze telefoneert niet. Ze doet de vaat. Haar gsm ligt op het aanrecht. ‘Kom je helpen met afdrogen?’ vraagt mama. Hoewel ik een hekel heb aan afdrogen, zeg ik ja. Alleen zo krijg ik de kans om het ding te pakken. Mama is blij. Na de afwas keer ik terug naar mijn kamer. Met haar gsm.
15
Berichten. Contactpersonen. Nico. Bericht invoeren: Het is uit. Ik wil je nooit meer zien. Katrien. Verzenden. Ik neem mijn eigen toestel en heb snel Jonas weer aan de lijn. ‘Het is gelukt. Het bericht naar Sinterklaas is vertrokken,’ zeg ik opgelucht. ‘Goed. Nu moet je zijn nummer wissen en het nummer van mijn papa in de plaats zetten. Ik blijf wel aan de lijn.’ Contacten. Nico. Contacten verwijderen. Deze contactpersoon wordt verwijderd. Wissen. Weg!
16
Ik leg mama’s gsm even neer en pak de mijne weer. ‘Ja Jonas, wat is het nummer?’ ‘0 4…’ Net op dat moment komt mama mijn kamer binnen. ‘Ward, heb jij mijn gsm ergens gezien?’ vraagt ze. Mijn hart bonkt. Gelukkig ligt haar gsm tussen mijn benen, zodat ze hem niet kan zien. ‘Eh, nee mama, ik heb hem niet gezien.’ ‘Waar heb ik dat ding toch weer gelaten?’ bromt ze, terwijl ze weer buitengaat. ‘Eh, Jonas? Ben je er nog?’ ‘Ja. Alles oké?’ ‘Ja, maar mama had me bijna betrapt. Kunnen we niet …’ ‘Ward! Alle kinderen rekenen op je,’ zegt Jonas. Ik zucht. ‘Oké dan. Geef op dat nummer.’ 04872487683. Opslaan. ‘Klaar. Stuur die sms maar.’ ‘Oké. Ik stuur hem nu. Tot morgen, maat.’ ‘Tot morgen,’ zeg ik en ik duik mijn kussen in. Even later piept mama’s gsm.
17
Woensdag 18 november 2016 Ik word wakker van gezoem. Het is mama’s gsm. Die ligt nog op mijn nachtkastje. Veertien gemiste oproepen: onbekend nummer. Is het Sinterklaas die mama wanhopig probeert te bereiken? Ik wis de oproepen meteen. Dan steek ik de gsm in mijn zak en slof naar de woonkamer. Daar drop ik de gsm tussen de kussens van de zetel. Ik ruik koffie. Mijn grommende maag leidt me naar de keuken. ‘Heb je mijn gsm gezien?’ vraagt mama zodra ze me ziet. ‘Eh, nee,’ lieg ik.
18
Wanneer ik ’s middags thuiskom, tref ik mama in de zetel aan. Haar ogen zien er dik en rood uit. Voor haar op de salontafel ligt haar gsm. ‘Is alles oké?’ vraag ik. Ze schudt haar hoofd. ‘Niets is oké,’ snikt ze. ‘Nico heeft … hij heeft het uitgemaakt. Via sms.’ Ik krijg geen woord over mijn lippen. Zo rot voel ik mij. De bel gaat. ‘Misschien …’ zegt mama, terwijl ze naar de voordeur loopt. Ze hoopt natuurlijk dat de Sint er staat. Ik niet. ‘Excuseer, mevrouw, mogen wij even binnenkomen?’ hoor ik een man vragen. ‘Eh, ja natuurlijk,’ antwoordt mama. Het zijn Jonas en zijn papa. En aan het gezicht van Jonas te zien, komen ze niet voor een leuke babbel. Zal ons plan meteen als een zeepbel uiteenspatten? ‘Mijn zoon moet u iets opbiechten,’ zegt de papa van Jonas. Jonas bijt op zijn lip. Van de stoere gast van gisteren blijft bitter weinig over. ‘Komaan,’ zegt Jonas’ papa streng. ‘Vertel mevrouw over je streken.’ Net wanneer Jonas iets wil zeggen, gaat de bel weer. Wanneer mama de voordeur opent, stormt er een gebruinde man met donkere krullen naar binnen. Hij brult iets in een onbegrijpelijke taal. Wanneer hij de papa van Jonas opmerkt, lijken alle stoppen bij hem door te slaan. Hij vliegt erop af als een panter op zijn prooi.
19
‘Idiota!’ briest hij, terwijl hij de papa van Jonas bij het hemd van de zetel plukt. ‘Hey,’ schrikt die, ‘wat is je probleem?’ De papa van Jonas lijkt net een lappenpop in de handen van de woesteling. Jonas huilt. ‘Stop!’ gilt mama. Dan gaat de bel weer. Mama schijnt het niet te horen. Dus loop ik naar de voordeur, hopend dat het de politie is die de gevaarlijke gek hier komt weghalen. Maar het is de politie niet. Het is de Sint. Hij hoort het gestommel en loopt meteen door naar de woonkamer. Ik volg. We zien nog net hoe de vuist van de schurk uithaalt. Frontaal tegen de kin van Jonas’ papa.
20
‘Jezus, man!’ roept die, terwijl hij met zijn vingers over zijn kin streelt. ‘Doménico!’ schrikt Sinterklaas. ‘Wat is hier aan de hand?’ De gewelddadige gek draait zich om naar de Sint. ‘Sinterklaas!’ schrikt hij. ‘Waarom sla jij die man?’ vraagt de Sint. ‘Hij wil er met mijn verloofde vandoor. El idiota!’ ‘Ik …’ begint de papa van Jonas. ‘Wat kan jou dat schelen?’ zegt mama ertussen. ‘Jij hebt het uitgemaakt.’ ‘Ik?!’ brult Doménico. ‘Jij. En dan nog wel via sms. Hier! Kijk, Sinterklaas.’ Doménico haalt zijn gsm boven en toont die aan de Sint. Bij mij beginnen de puzzelstukjes ondertussen op zijn plaats te vallen. Domé-nico. Een oudere man uit Spanje. En hij heeft een sms van mama gekregen … Ik wou dat ik een kameleon was. Dan kon ik nu van kleur veranderen en langzaam in de achtergrond verdwijnen. ‘Het is allemaal mijn schuld,’ snik ik, wanneer ook mama met haar gsm op de proppen komt. ‘Ik heb die sms gestuurd. Ik … Ik dacht dat …’ ‘Wat dacht je, Ward?’ vraagt Sinterklaas. ‘Dat mama verliefd was op …’ ‘Op wie?’ vraagt mama. ‘Sinterklaas,’ zeg ik. ‘Sinterklaas? Dacht je dat ik verliefd was op Sinterklaas?’ Ik knik. ‘Maar Wardje toch,’ lacht mama, ’dat kan toch niet. De Sint is een heilig man. En bovendien is hij bisschop.’ ‘Dat … wist ik niet.’
21
‘Waarom wou je eigenlijk niet dat je mama verliefd was op Sinterklaas?’ vraagt Doménico. ‘Mama vertelde me dat hij … eh jij met pensioen gaat.’ ‘En dat betekent geen cadeautjes meer,’ zegt de Sint. ‘Vandaar die vreemde brief.’ Ik knik. ‘Als jij naar mij ge-sms’t hebt, wie heeft er dan naar Katrien ge-sms’t?’ vraagt Doménico. ‘Ik,’ zegt Jonas. ‘Met mijn gsm,’ vult de papa van Jonas aan. ‘Dat is wat ik kwam zeggen. Ik had Jonas met mijn gsm betrapt. Toen heeft hij mij alles opgebiecht.’ ‘Oh,’ stamelt Doménico. ‘Ik hoop dat u mij kunt vergeven. Ik was fout …’ De papa van Jonas streelt over zijn kin. ‘Ach,’ zegt hij. ‘Ik kan wel tegen een stootje. Het is de schuld van mijn zoon en zijn plannetjes.’ ‘Het was een plan van Staf,’ verdedigt Jonas zich. ‘Hoor eens,’ zegt Sinterklaas streng. ‘Jullie twee hebben het plan uitgevoerd. Jullie verdienen een fikse straf.’ Jonas barst opnieuw in tranen uit. ‘We deden het ook voor alle andere kinderen,’ zeg ik. ‘Als je zou stoppen, dan … We konden ons geen wereld zonder Sinterklaas voorstellen …’ ‘Dat begrijp ik best,’ zegt de Sint. ‘Maar wat jullie hebben gedaan, is erg stout. Het had ook heel slecht kunnen aflopen.’ Ik knik. Het is waar wat Sinterklaas zegt. Laat die roe maar komen.
22
Donderdag 19 november 2016 Mama en Doménico (die mama dus Nico noemt) zijn weer samen. Binnenkort verhuizen we naar Spanje. Doménico valt best wel mee. Hij is erg lief voor mama. En ook voor mij. Hij had een groot bedrijf dat pakjes bezorgt over heel Europa. Dat heeft hij verkocht. De allerlaatste pakjes levert hij persoonlijk af. Het gekke is, dat hij niet eens weet wat er in die pakjes zit. Zondag 6 december 2016 Hier is hij dan. De dag waar ik het hele jaar naar uitkeek. De dag dat iedereen naar de schoorsteen rent om te kijken wat er in hun schoentje steekt. Behalve ik. Want dit jaar zijn er wel degelijk stoute kinderen en ik ben één daarvan. Sinds die woensdag in november heb ik de Sint niet meer gezien. Ik weet nog steeds niet wat een roe is. En ik wil het ook niet weten. Mama heeft me mijn gsm afgepakt. Dat vond Sinterklaas een gepaste straf. Gelukkig krijg ik hem weer terug wanneer we naar Spanje vertrekken. Om te bellen met Jonas, Staf en Julie. Wat zal ik hen missen. Futloos slof ik naar de woonkamer. Ik kan mijn ogen niet geloven. Hij is geweest! Bij mijn schoen ligt een pakje, mandarijntjes, speculaas, chocolade en een berg pepernoten. Mijn hartje maakt vreugdesprongetjes wanneer ik het pak openmaak. Een speelgoeddraak! Er ligt nog een briefje bij.
23
Ward Ik ben er voor alle kinderen. Ook voo r kinderen die spijt hebben van hun fouten. Je bent een lieve jongen met veel fan tasie. De pieten hebben erg gelachen toen ik ze het verhaal vertelde. Ik heb gehoord dat je binnenkort in Spanje komt wonen. Het huis van Doménico is niet ver van het mijne. Als je zin hebt, kom dan ma ar op bezoek. Je bent altijd welkom. Er zal een katje op je wachten. Sint Nicolaas
24
Mijn mama is verliefd op Sinterklaas. Ik heb het haar zelf horen zeggen. Gisteren aan de telefoon. ‘Krijg je de pakjes wel op tijd klaar?’ hoorde ik mama vragen. Toen wist ik het. Een oudere man uit Spanje die in november met pakjes naar hier komt. Dat kan maar één man zijn.
Dit boekje maakt deel uit van de Verrekijkerbieb 5. ISBN 978 90 486 2536 9 Bestelnummer 60 1021 497 KB D/2016/0147/105 NUR 191 Illustraties: Lucy Elliott Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge
9 789048 625369
Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.