ucatieve uitgaven
Hotel Van Eyck: deel 1
BIEB
Noëlla Elpers
Kijker educatieve uitgaven
Verrekijker 4
7
Hotel Van Eyck: deel 1
Nieuw personeel Het was een heldere ochtend in april. Spooky keek verstoord naar de gesloten achterdeur van Hotel Van Eyck en miauwde. Alice, de meid van het hotel, had dat gehoord. Ze kwam onmiddellijk aangesloft en opende de kattendeur zonder te morren. Spooky stormde naar buiten, de ommuurde tuin in. Het had die nacht geregend en de poes schurkte zich genoeglijk tegen een plant aan. Regendruppels rolden langs de nerven van de bladeren naar beneden en spatten op haar pels.
1
Heerlijk, dacht Spooky. Op dat moment sloeg de klok in de toren van het Belfort tien uur. Dat betekende dat de laatste gasten nu hun broodjes opaten in de ontbijtzaal. Sommige gasten wilden afrekenen en de kamers moesten gepoetst en gelucht worden. Het was spitsuur in Hotel van Eyck: het uitgelezen uur voor een kat om kattenkwaad uit te halen. Tussen de potten met narcissen en hyacinten stond een bloempot die gevuld was met aarde. Spooky snuffelde aan de pot, stak dan één poot in de smurrie en daarna de andere. Spooky had haar achterpoten ook graag in de modder gedompeld, maar zonder hulp kon ze niet op haar voorpoten staan. Na die actie ging ze weer naar binnen en stempelde een spoor van modderpootjes op de vloer. Toen er geen spatje vuil meer aan haar pootjes hing, ging ze op haar kontje zitten wachten. Daar had je het al, Nettie Tweet kwam de kamer binnen. ‘Spooky, jij smeerpoes … Alice!’ riep ze met haar hoge stemmetje. Alice kwam eraan, gewapend met een zwabber. Zuchtend begon ze het spoor van kattenpoten op te vegen.
2
‘Dit is al de vierde dag op rij, alsof ik niet genoeg te doen heb,’ mompelde ze. De kat keek tevreden toe terwijl Alice het modderspoor opveegde. Wat is het toch fijn als je personeel hebt, dacht Spooky, maar nu is het tijd voor mijn zonnebad. Spooky liep naar de ontbijtzaal aan de voorkant van Hotel van Eyck. In het voorbijgaan at ze een paar stukjes ham die de hotelgasten voor haar op de grond hadden laten vallen. Daarna sprong ze op de vensterbank in de ontbijtzaal. Over de glanzende straatstenen zag ze drie mensen lopen, ze kwamen haar richting uit. Plots was Spooky weer klaarwakker: twee broeken en een halfwas, dacht ze. In een flits zag ze de toekomst voor zich: ze rende vrolijk achter een grasspriet aan die de halfwas voor haar neus liet bewegen. Fijn spelletje, dacht Spooky maar dat is voor later.
3
Eerst moet ik het nieuws als de vliegende wind aan mijn moeder gaan vertellen. Spooky liet zich van de vensterbank ploffen en rende door de hal naar het zijkamertje waar haar moeder op de sofa zat. ‘Tss,’ siste Pimper. ‘Je rent weer als een wilde!’ ‘Weg,’ zei Spooky. ‘Ze komen eraan!’ Pimper sperde haar uilenogen verbaasd open. ‘Wie?’ ‘Ons nieuw personeel: twee broeken en een halfwas.’ ‘Hoe weet je dat het ons personeel is?’ ‘Ik heb het in mijn kop gezien!’ De poezen renden de wenteltrap op en kropen onder de kast op de overloop. ‘Waarom verstoppen we ons?’ hijgde Pimper. ‘Het nieuw personeel mag niet denken dat we gemakkelijk te dienen zijn,’ zei Spooky. ‘Die kleinste is geknipt voor haar rol.’ ‘Aan een halfwas kan je toch niet zien dat het een hij of een zij is?’ vroeg Pimper. ‘Ze draagt een rok en alleen de vrouwtjes dragen rokken!’
4
Nettie Tweet Ida stond met Sammie en Bas naar de witte gevel van een huis in de Zilverstraat te kijken. Boven de deur hing een donkergroene overkapping tegen de zon en op de vensterbank bloeiden viooltjes. Ze wees naar de naam van het hotel, hoog tegen de muur: ‘Eik schrijf je toch met een ei?’ ‘Het hotel is genoemd naar de beroemde schilder Jan Van Eyck,’ zei Sammie, ‘niet naar de boom.’ De hal had een zwart-witte tegelvloer en er stonden tijgerlelies op een zijtafeltje. Sammie tikte op het belletje dat op de toog stond. Vrijwel onmiddellijk verscheen er een vrouwtje met spierwit haar, het was alsof ze achter de deur had staan wachten. Achter ronde brillenglazen twinkelen haar felblauwe ogen opmerkzaam. Ze leunde op een stok, maar haar kaarsrechte houding liet vermoeden dat ze die niet echt nodig had. Het vrouwtje deed Ida denken aan peperkoek en appeltaart, aan braambessen en frambozen. ‘Zijn jullie daar?’ zei Nettie Tweet met een zangerige stem. ‘Ah, wat een mooie vlechten heb jij, meisje! Ze glanzen als gesponnen goud, je lijkt op Goudlokje. Je kent toch het sprookje van Goudlokje en de drie beren?’ zei Spooky.
5
‘Dan ben ik vast de vaderbeer,’ bromde Bas gemoedelijk. Nettie Tweet deed alsof ze hem niet hoorde. ‘Hoe heet je, meisje?’ vroeg ze. ‘Ida.’ ‘I-da … Die naam is gemakkelijk uit te spreken, en je bent een pittig kind. Hou je van poezen?’ ‘Poezen zijn mijn lievelingsdieren. Mijn kat heet Bol. Er mogen toch poezen wonen in dit hotel?’ Mevrouw Tweet wreef bedachtzaam over haar kin. ‘Zeker, zeker, kattenhaters mogen hier niet binnen. Die Bol van je, is dat een kater?’ Ida knikte.
Kan hij nog poesjes maken?’ ‘Nee,’ zei Bas die het maar niks vond dat mevrouw Tweet hem geen blik gunde, ‘hij is gecastreerd.’ ‘Tss, wat heb ik een hekel aan dat woord,’ zei Nettie Tweet huiverend. ‘Zeg liever dat hij een gesneden kater is. Maar het is goed dat hij niet meer achter de kattinnetjes aanzit.’ 6
‘Dat brengt zo een drukte in huis. Sproeit hij nog?’ ‘Bol plast nooit in huis en hij is heel netjes,’ zei Ida. ‘En hoe gedraagt die Bol zich tegenover andere katten?’ ‘Vroeger was hij vechtlustig, maar tegenwoordig is hij heel rustig. Bol is tien jaar, even oud als ik, en dat is best oud voor een kater. Bol is gelukkig als hij bij mij is, meer heeft hij niet nodig,’ zei Ida. ‘Mmm, jij kent hem al je hele leven, je weet dus wel hoe je hem moet aanpakken,’ zei Nettie Tweet en ze keek over haar brilletje naar Sammie en Bas. ‘En wie zijn deze twee heren?’ Ida wees naar de grootste man, hij had strogeel haar, net als zijzelf. Bas had een wipneus, borstelige wenkbrauwen en een mond die duidelijk vaak lachte, dat kon je aan de lachrimpels zien. ‘Dit is mijn oom Bas,’ zei ze. Daarna wees ze naar de tengere man met een kaal hoofd en ondeugende ogen: ‘En dat is zijn vriend Sammie.’ Nettie keek van Bas naar Sammie. ‘Mmm, gewoon een vriend?’ ‘Een bijzondere vriend,’ zei Sammie. ‘Hoort het meisje bij jullie?’ ‘Jawel,’ zei Bas. ‘Zij komt ook in Hotel van Eyck wonen.’
7
‘Uitstekend, en geen van jullie tweeën is een kattenhater?’ ‘Natuurlijk niet,’ zei Sammie, ‘maar ik hou ook van honden, mijn hond is vorig jaar gestorven.’ ‘Je bent toch niet van plan om een nieuwe te nemen?’ zei Nettie Tweet en hoe vriendelijk haar toon ook was, het klonk bijna als een dreigement. ‘Zouden we het hotel mogen bekijken?’ vroeg Bas die een beetje ongeduldig werd van al dat gepraat over katten en honden. ‘Ach ja, het hotel, daar komen jullie uiteindelijk voor. Ik zal jullie eerst de poezengalerij laten zien.’ Nettie wees naar boven: in de ronde traphal was een wenteltrap en daar hing een groot portret van een man met een rare muts op het hoofd. ‘Dat is Jan Van Eyck, maar daar moet je niet op letten,’ zei ze, ‘kijk liever eens naar deze.’
8
De portrettengalerij In de traphal hing een reeks kleine portretten van poezenkoppen trapsgewijs aan de muur. Nettie Tweet wees met haar wandelstok naar het eerste portretje. ‘Dit is de Hertogin van Venetië, zij was de eerste kat in dit huis.’
De Hertogin had grijsbruin haar, een platte snuit en blauwe ogen die dwars door je heen keken: het was duidelijk een Perzische kat. Om haar hals droeg ze een halssnoer van glitterstenen. ‘Zijn dat echte diamanten?’ vroeg Ida. Nettie Tweet knikte achteloos, alsof dat bijzondere feit verwaarloosbaar was. ‘De Hertogin was de kat van de Gravin van Maanstein.’ Op het tweede schilderij stond de kop van een rode kater tegen een gele achtergrond die mooi bij zijn ogen kleurde. Op die achtergrond stond een schild afgebeeld met een diamant erop. 9
‘Dit is Baron, de echtgenoot van de Hertogin.’ Ze wees naar het volgende portret van een fiere kater: ‘En dat is de zoon van de Hertogin en Baron, zijn naam was Keizertje. Zoals je aan zijn achtergrond kunt zien, was hij verzot op vis.’ Keizertje had prachtige ogen, maar hij keek een beetje scheel. Zijn achtergrond had een waterkleurtje en er zwommen vissen in. ‘In de tuin van dit huis was vroeger een vijvertje, daar zwommen peperdure vissen in. Baron maakte er een sport van om ze te vangen.’ Op weg naar de eerste verdieping telde Sammie negen portretten. Hij keek Bas wanhopig aan. Nettie wees ondertussen met haar wandelstok naar een dikke tijger: ‘Lola was een zwerfster die veel van chocolade hield, dat kun je zien aan de pralines op haar achtergrond. Ze is nooit ontploft, maar het scheelde niet veel. Keizertje heeft haar van de straat geplukt toen ze nog flinterdun was en hij noemde haar zijn Zwerf Ster.’ Sammie keek ondeugend naar Ida en rolde met zijn ogen. De wandelstok van Nettie Tweet kletterde plots de trap af, maar ze liep door alsof ze het niet had opgemerkt. Bas raapte de stok op, rende met twee treden tegelijk terug naar boven en gaf haar de wandelstok met een buiging.
10
Nettie Tweet nam de stok aan en bekeek Bas met een doordringende blik. ‘Mmm …’ zei ze, toen pakte ze de stok aan zonder een woord van dank, maar Ida zag dat ze het beleefde gebaar op prijs stelde. Op weg naar de eerste verdieping volgden nog de portretten van Minnie die van muisjes hield en van Victoria die spierwit was en zo doof als een kwartel. Daardoor bleek ze uiterst geschikt te zijn als circuskat. Er was een schilderij van Benjamin die zich als een jong katertje gedroeg tot hij stokoud was. Je had Dora, mollige Molly en Adriaantje … ‘Nu gaan we naar de tweede verdieping, daar hangen negen portretten,’ zei Nettie. ‘Hier heb je Nelson van de platte zee, je moest eens weten waar die kater vandaan komt …’ Wat Sammie betrof mocht mevrouw Tweet zo geheimzinnig doen als ze wilde, hij was toch niet meer geïnteresseerd in al die kattenverhalen die bij de portretten hoorden. De bezichtiging van de portrettengalerij duurde veel te lang naar zijn zin. Nettie Tweet vertelde uitgebreid over Oscar, Victor, Loulou, dwaze Daisy, Helga, Ilsa, de Generaal, Fritzel en Liberty …
11
Nu stonden ze eindelijk op de overloop naar de derde verdieping. Met een zucht keek Sammie omhoog: nog meer portretten … Nettie Tweet staarde naar de onderkant van de kast die op de overloop stond. ‘Poezelijntjes?’ zei ze zacht. ‘Noemt u al deze poezen zo?’ vroeg Sammie en zijn stem schoot omhoog omdat hij zo lang had gezwegen. ‘Mmm, jouw stem klink muzikaal … dat zullen ze graag horen,’ zei Nettie Tweet. ‘Wie?’ vroeg Bas. ‘Ach … de mensen. En ja, al die katten noem ik poezelijnen.’ Ze keek naar Ida. ‘Nog zes op weg naar de derde verdieping. Jij vindt het toch niet saai, liefje?’
12
‘Ik vind het juist machtig interessant, voor mij mogen er nog honderd schilderijen komen,’ zei Ida. Sammie zuchtte nu hoorbaar en Nettie Tweet keek hem plagerig aan. ‘Zo veel portretten zijn er niet meer,’ zei ze, ‘maar het zijn wel net de boeiendste uit de reeks, vind ik …’ Op de overloop gluurde Spooky van onder de kast omhoog naar al die mensenbenen die de volgende trap bestegen. ‘Zie je de halfwas?’ fluisterde ze in het oor van haar moeder die naast haar zat. ‘Ja,’ zei Pimper, ‘ze draagt rode stappers die veel lawaai maken. Wat ben ik blij dat ik kattenpoten heb met zachte kussentjes!’ Sammie begreep wel waarom Nettie Tweet de verhalen die bij de volgende portretten hoorden zo boeiend vond. Dat waren Fluwijn, Rasta, Punky, Feline en Gringo. Nettie had die katten allemaal persoonlijk gekend. Vooral bij Gringo bleef ze lang stilstaan. ‘Gringo was een echte heer,’ zei ze weemoedig. ‘Hij droeg altijd een smoking.’ Ida zag een zwarte kater met een witte borstkas die inderdaad wel iets weg had van een wit feesthemd, maar dan zonder strikje. Op zijn achtergrond fladderden vogeltjes.
13
‘We hadden eens een nestkastje in de tuin van het hotel gehangen,’ vertelde Nettie. ‘Er kwam een stelletje pimpelmezen in nestelen. Zo schattig … Gringo deed net alsof hij een pluchen beest was toen de jonge vogeltjes uitvlogen. Hij bleef roerloos zitten en de vogeltjes fladderden rond zijn kop. Och, het was echt een vreedzaam tafereeltje … Het leek wel alsof hij vaderlijke gevoelens koesterde tegenover die beestjes.’ ‘Dat kan toch niet?’ zei Ida. ‘Poezen zijn muizen- en vogelvangers.’ ‘Ja,’ zei Nettie Tweet met een pijnlijk gezicht. ‘Op het moment dat Alice - dat is de kamermeid - en ik begonnen te geloven dat er echt geen greintje kwaadaardigheid in Gringo zat, heeft hij zijn slag geslagen.’ ‘Wat is er toen gebeurd?’ vroeg Ida. ‘In een paar tellen lagen er vijf vogellijkjes in het gras …’ ‘Poezen zijn wreed,’ zei Sammie. ‘Poezen hebben nu eenmaal een jachtinstinct,’ zei Nettie Tweet. ‘En zijn mensen soms zo veel beter?’ ‘Hoor, Nettie vertelt over de fladders …’ zei Spooky. ‘Ze mist Gringo,’ zei Pimper jaloers. ‘Ik ook, Gringo zou me nog leren om fladders te vangen, maar toen is hij verdwenen.’ ‘Volgens Nettie is hij in de kattenhemel,’ zei Pimper. ‘Misschien is het personeel daar wel beter?’
14
Het testament Nettie Tweet bleef maar vertellen over Gringo, zelfs voor Ida duurde deze lofzang iets te lang. Ze hupte van de ene voet op de andere en luisterde naar de geluiden in en rond het hotel. De klok van het Belfort sloeg elf uur. De hoge stem van een vrouw in één van de kamers. Het geklop van een hamer in een huis verderop. Het gedruis van de vaatwasmachine in de keuken en een stem die zo vals zong als een kat. Nettie Tweet keek het meisje plots koeltjes aan. ‘Die schoenen maken veel lawaai, het lijken wel schoenen om te tapdansen. In een hotel is het beter dat het personeel pantoffels draagt,’ zei ze en met een blik op Sammie die ook niet kon stilstaan. ‘Ik geloof dat het tijd wordt om de kamers te tonen.’ En dat ging veel sneller dan het tonen van de portrettengalerij. Er waren vier kamers op elke verdieping. Op elke verdieping was er één kamer waarin op het eerste gezicht geen bed stond. Nettie Tweet opende de dubbele kastdeur in de eerste kamer zonder bed. Er kwam een kamertje tevoorschijn met houten wanden waarin het bed verborgen zat.
15
‘Kijk, dit is een oude bedstee,’ zei ze, ‘als je het niet erg vindt om in een kleine ruimte te liggen, slaap je daar heel comfortabel in. Jij hebt toch geen last van claustrofobie, Ida?’ ‘Helemaal niet, ik ben niet bang van kleine ruimtes.’ ‘Goed zo! Je laat best de deur van de bedstee open nadat je erin geslapen hebt, dan kan het bed verluchten. ’s Nachts kan de hotelgast de deur openlaten of dichtdoen.’ Ze wees naar de smalle gaten aan de bovenkant van de deuren. ‘Kijk, die laten lucht door.’ ‘Wow, tof! Als je de deur van de bedstee dichtdoet, is het net alsof je in een geheim kamertje in de muur slaapt,’ zei Ida. Beneden was er een grote hal, een zijkamertje met een sofa, een keuken en een ontbijtzaal. Achteraan was de woonruimte voor de hoteluitbaters. Nettie Tweet stond iets langer stil bij een gezellige kamer in het achterhuis. Die had ook een bedstee met een rood-wit geruite bedsprei. ‘Dit wordt zeker jouw kamer?’ zei ze tegen Ida. ‘Het is wel de mooiste slaapkamer,’ zei Sammie. ‘Ik zou deze kamer wel willen …’ zei ida weifelend. ‘Als je deze wilt, dan is het toch zo?’ zei Nettie Tweet met een sluwe blik op Sammie. ‘Vind je die bedsprei mooi, liefje?’ ‘Heel mooi!’ ’Dan krijg je die van mij cadeau, ze past alleen op dit bed. Die sprei is voor jou, voor niemand anders.’ ‘Deze kamer heeft een kattenluikje in de deur naar de woonkamer,’ zei Bas verbaasd. ‘Het is mijn kamer,’ zei Nettie Tweet, ‘en ik vind het niet erg als de poezen in en uit lopen.’ De rondleiding eindigde in de gezellige tuin.
16
‘Het hotel is perfect,’ zei Sammie. ‘Wat denk je Bas, zullen we het doen?’ ‘Wat is de overnameprijs?’ vroeg Bas voorzichtig. De prijs die Nettie Tweet noemde, was belachelijk laag, iemand die zo een prijs noemde moest wel wereldvreemd zijn of op z’n minst naïef. Bas stak zijn hand uit. ‘We nemen het!’ Nettie Tweet keek naar die hand, maar ze bleef met twee handen de zilveren knop van haar wandelstok vasthouden. ‘Jullie mogen het hotel hebben op één voorwaarde,’ zei ze en het klonk best onheilspellend. ‘Welke dan?’ vroeg Sammie. ‘De poezen moeten blijven,’ zei ze. ‘Oh, maar de schilderijen mogen blijven hangen,’ zei Bas, ‘ik vind ze wel aardig, wat vind jij Sammie?’ ‘De schilderijen moéten blijven hangen, maar daar gaat het niet om …’ ‘Zijn er soms echte poezen hier in huis?’ vroeg Ida. Nettie Tweet glimlachte en al haar rimpels lachten mee. ‘Dat heb je goed geraden, liefje,’ zei ze. ‘De poezen moeten overgenomen worden, samen met het hotel.’ ‘Waarom?’ vroeg Bas verbluft. ‘Omwille van de ratten,’ zei Nettie net iets te snel. Sammie zette grote ogen op: ‘Zitten hier ratten?’ ‘Nee,’ zei Nettie Tweet, ‘daarom houden we juist katten, die houden de ratten weg.’
17
‘Over hoeveel katten gaat het?’ vroeg Bas. ‘Wij hebben Bol ook nog.’ ‘En hij moet mee!’ zei Ida. ‘Natuurlijk mag hij mee,’ suste Nettie. ‘Het gaat maar over twee kattinnetjes en het worden er niet meer. Ze zijn geopereerd en kunnen geen kleine katjes meer krijgen.’ ‘Gesteriliseerd?’ zei Sammie. ‘Ik hou niet van dat woord,’ zei Nettie Tweet stijfjes. ‘Drie katten in één hotel …’ zei Bas. ‘Wat als er een gast allergisch is voor kattenhaar?’ ‘Dan zal die gast een ander hotel moeten zoeken, er zijn genoeg hotels in Brugge,’ zei Nettie kordaat. ‘Dit is een huis waar poezen gewenst zijn!’ ‘Kunt u die poezen niet meenemen?’ vroeg Bas. ‘Ik was vijfentwintig toen ik dit hotel overnam en ik heb het vijftig jaar uitgebaat. Nu ga ik terug naar Engeland, daar kom ik vandaan, zie je? Katten die naar Engeland verhuizen, worden zes weken opgesloten. Ze worden in quarantaine gehouden tot men er zeker van is dat ze niet hondsdol zijn.’ ‘Hoe gemeen!’ zei Ida. ‘Vind ik ook, liefje, maar het is nu eenmaal de wet in Engeland. En er is nog een reden: de poezen horen bij het hotel, zij zijn de eigenaars.’ ‘Wablief?’ riep Sammie uit en hij keek alsof hij aan het verstand van Nettie Tweet twijfelde. ‘Denken jullie soms dat jullie voor die belachelijk lage overnameprijs een hotel kunnen kopen?’ zei Nettie. ‘Jullie betalen voor de inboedel, maar de poezen blijven de eigenaars van het gebouw. Er zijn drie voorwaarden om het hotel te mogen uitbaten.
18
Eén: jullie moeten goed voor de poezen zorgen. Twee: hier moéten altijd poezen wonen. Drie: als jullie ermee stoppen, moet een poezenliefhebber het hotel overnemen.’ ‘Hoe kun je dat uitvissen?’ vroeg Bas. ‘Mensenkennis helpt je een eind op weg en die krijg je vanzelf als je lang genoeg in een hotel werkt. Als jullie merken dat de overnemers geen kattenliefhebbers zijn, gaat de deal niet door en noemen jullie een onmogelijk hoog bedrag.’
‘Maar u vraagt geen onmogelijke bedrag,’ zei Bas. ‘Dacht je soms dat ik die lage prijs noemde uit pure naïviteit of uit loutere menslievendheid? Jullie zijn toch poezenliefhebbers, of niet soms?’ zei Nettie Tweet vinnig. ‘Jullie mogen het hotel van mij overnemen onder de drie voorwaarden die ik zojuist opgesomd heb. Wanneer jullie ooit beslissen om het hotel van de hand te doen, vraag je er een redelijke prijs voor aan een poezenliefhebber.’ 19
Nu stak Sammie enthousiast zijn hand uit. Nettie deed alsof ze die niet zag. ‘Er is nog de kwestie van het testament,’ zei ze. ‘Wie is er dood?’ vroeg Bas verschrikt. ‘De Gravin van Maanstein, al meer dan honderd jaar. In haar testament werd bepaald dat het huis van de poezen is en blijft. In haar laatste wilsbeschikking staan ook de voorwaarden voor de overname beschreven. Als jullie beslissen om het hotel over te nemen, moeten jullie haar testament ondertekenen. Mag ik maandag een afspraak maken bij notaris Notelaar?’ Bas en Sammie keken elkaar aan, daarna keken ze naar Ida. Die knikte blij van ja. ‘Wat dacht u van elf uur?’ zei Bas. Nettie Tweet gluurde naar Ida over de rand van haar brilletje: ‘Zit jij dan niet op school, liefje?’ ‘Ida is tien,’ zei Bas, ‘zij hoeft het testament toch niet te ondertekenen?’ ‘Alle nieuwe inwoners van het huis moeten het ondertekenen,’ zei Nettie. ‘Dat is altijd zo geweest en het zal altijd zo blijven. Ook mijn kamermeisje Alice heeft destijds moeten tekenen. De enige die dat niet hoeft te doen, is Bol.’ ‘Nee, want katten kunnen niet schrijven,’ grinnikte Sammie. ‘Dat is zo, maar dat is niet de reden. De Gravin van Maanstein had vertrouwen in katten. Zullen we de afspraak verzetten naar maandag om vijf uur in de namiddag?’ ‘Goed,’ zei Bas. ‘Nog één ding,’ zei Nettie Tweet. ‘Jullie begrijpen toch dat er op uitmuntende wijze voor de katten gezorgd moet worden? Onder alle omstandigheden, ook als ze zich misdragen of een gast wegjagen!’ Ida stak haar hand uit. ‘De katten zijn de baas!’
20
Nettie nam haar hand aan en schudde die plechtig. Daarna gaf ze ook Bas en Sammie een hand. ‘Hoe heten de poezen?’ vroeg Ida. ‘Pimper en Spooky.’ ‘Pimper,’ zei Sammie, ‘wat betekent dat?’ ‘Niets. Pimper piept als ze iets wil zeggen, maar ik kon haar toch niet Piepertje noemen?’ ‘Wat betekent Spooky?’ vroeg Ida. ‘Spookachtig. Spooky heeft haar naam niet gestolen, ze is een echt spook,’ lachte Nettie Tweet.
De gebruiksaanwijzing Het ging nu allemaal heel snel. Het testament werd die maandag getekend bij notaris Notelaar. Voor het tot Pimper en Spooky doordrong dat ze echt nieuw personeel kregen, hadden Nettie Tweet en Alice hun spullen al gepakt. Alice had al hun koffers en dozen verzameld in de hal. In een hotel waren koffers heel gewoon, maar koffers die gepakt waren met spullen uit het achterhuis waren nieuw. Pimper haatte die koffers op slag, ze zette haar klauwen in het zachte leder. Toen Alice eraan kwam, stoof ze weg en verstopte zich in de ontbijtzaal. ‘Kijk eens wat Pimper gedaan heeft,’ zei Alice, ‘ze heeft uw mooie koffers verknoeid.’ Nettie kwam kijken.
21
‘Och,’ zei ze vertederd, ‘telkens als ik die stuk gekrabde koffers zie, zal ik aan Pimpertje moeten denken. Dit is haar manier om te tonen dat ze verdrietig is, ze kan haar gevoelens niet zo goed uiten als Spooky.’
Op vrijdagmorgen vertrokken Nettie en Alice voorgoed uit Hotel van Eyck. Spooky en Pimper hadden zich verstopt in één van de hotelkamers. ‘Spookyyyy! Pim-pééér!’ riep Nettie Tweet. ‘Zullen we toch maar even naar beneden gaan?’ vroeg Spooky aan haar moeder. ‘Tenslotte hebben Nettie en Alice ons goed gediend. Je bent toch ook op hen gesteld?’ ‘Ga maar, ik haat afscheid nemen. Ik heb te veel verdriet,’ snufte Pimper. Spooky rende zonder om te kijken de hotelkamer uit en holderdebolder de trap af. Alice en Nettie hadden hun koffers al in de hand en in de hal stond ook het nieuwe personeel.
22
‘Daar heb je Spooky!’ riep Alice uit. ‘Kom maar hier, lief sloebertje!’ ‘Ben je daar eindelijk, Spoekertje?’ zei Nettie met tranen in haar ogen. Ze zette haar koffers neer, boog door haar knieën en knielde moeizaam. Ze streelde Spooky met ferme hand, van haar kop tot het puntje van haar staart. ‘Je bent zo’n sappig diertje,’ zei Nettie, ‘wat zal ik je missen. Komt je moesje niet naar beneden?’ ‘Wil niet,’ kwekte Spooky. ‘Het lijkt net alsof ze antwoordt,’ zei Ida verbaasd. ‘Dat is zo,’ zei Nettie en ze keek Ida ernstig aan. ‘Als je goed oplet, kun je poezen verstaan. Ik noem het “hun gedachten vangen”. Spooky vertelt me net dat haar moeder niet naar beneden komt om afscheid te nemen.’ De lach van Sammie klonk helder door de hal. Die broekmans klinkt als een klok, dacht Spooky. ‘Sorry,’ zei Sammie. ‘Dat is grappig … Die poes miauwt één keer en u maakt daar een hele zin van.’ Nettie Tweet keek Sammie vernietigend aan. Die hield op met lachen en bloosde. ‘Toch is het zo,’ zei ze zachtjes tegen Ida. ‘Geloof jij mij, liefje?’ ‘Natuurlijk, ik kan Bol ook verstaan,’ zei Ida. ‘Pimper komt niet naar beneden, haar hartje is gebroken,’ zei Nettie bedroefd tegen Alice. ‘Mijn hart ook! Pimper stelt zich aan!’
23
‘Wat zegt Spooky nu?’ vroeg Ida. ‘Dat ze het ook erg vindt dat we weggaan, even erg als Pimper.’ ‘Wat ziet ze er schattig uit, haar voetjes en kop zijn te klein voor haar lijf.’
‘Ze is een grote deugniet,’ zei Alice vertederd. ‘Spooky drukt haar stempel op dit huis.’ ‘Maar ze is schattig,’ zei Nettie en ze kneep zachtjes in de vetrolletjes van Spooky. ‘Ze is vier jaar, maar nog heel speels, eigenlijk is ze een klein poesje in een groot lijf. Pimper is maar een jaar ouder, maar ze gedraagt zich heel volwassen. Ze is fijngevoelig, echt een dame.’ ‘Ik ben ook gevoelig,’ protesteerde Spooky. ‘Spooky is ook gevoelig, maar op een andere manier. Je zult veel plezier met haar beleven, Ida. Spooky tuitte haar lippen en maakte een geluidje: ‘I-a?’
24
‘Ja, dat is je nieuwe vriendinnetje. Ze heet I-da.’ Spooky staarde Ida strak aan en ze dacht: vriendinnetje, vriendinnetje … Dat zullen we nog maar even afwachten, later misschien … ‘Ik denk dat ze geen vriendjes met me wil zijn,’ zei Ida. ‘Spooky heeft tijd nodig. En het kan nog een paar dagen duren voor jullie Pimper te zien krijgen. Ze moet eerst over haar verdriet heen komen. Weet je wat Spooky en Pimper graag hebben? Dat je voor hen zingt. Hoor maar.’ Nettie zong met haar hoge stemmetje terwijl ze Spooky bleef aaien:
Spooky, Spoekieloetie Met je lieve snoetie Met je stoute pootjes Sapper-sapper-lootjes Spooky, Spoekielijn Zachter dan Fluwijn Fluwelig als een mol Rol je maar op tot een bol Spooky, Spoekieloe Doe je oogjes toe Poezendromen soezen Over roomtompoezen
25
Nettie kwam moeizaam overeind toen het liedje uit was. Spooky bleef snorrend rond haar benen strijken. Ze aarzelde een ogenblik en streek toen ook langs de benen van Alice. ‘Dag sloebertje,’ zei Alice met een brok in de keel. ‘Dat liedje kun je ook voor Pimpertje zingen,’ zei Nettie Tweet. ‘Ik heb de tekst op jouw bed gelegd, Ida.’ Ze keek Sammie vriendelijk aan: ‘En de poezen horen graag een stem die klinkt als een klok. Zing jij ook, meneer Sammie?’ ‘Sammie zingt vaak als hij in huis aan het werken is,’ zei Ida. ‘Dat is perfect,’ zei Nettie Tweet. ‘En ik zie dat je zachte slofjes draagt, Ida, goed zo!‘ Nettie knipte met haar vingers. Spooky ging op haar achterpoten staan en trappelde met haar voorpoten. ‘Ze kan kunstjes!’ zei Ida. ‘En ze heeft een dikke hangbuik,’ glimlachte Bas. Spooky stond plots weer stevig op haar vier poten. Ze keek nijdig naar Bas, zette een hoge rug op en rende grommend heen en weer door de hal.
26
Daarna daverde ze de trap op en bleef op de overloop zitten. ‘Het is tijd om te vertrekken. Lieve Ida, beloof jij dat je goed voor Pimper en Spooky zult zorgen?’ ‘Dat beloof ik,’ zei Ida plechtig. ‘En wanneer komt meneertje Bol?’ ‘Morgenvroeg.’ Spooky was stilletjes naar beneden gekomen en zat op de onderste trede te luisteren. Meneertje Bol, dacht ze, wat is dat nu voor een stomme naam?
De glimlach van een kat De volgende dag droeg Ida meneertje Bol binnen in een ijzeren kooitje. Spooky en Pimper lagen op de loer op de boekenkast in de hal en zagen de nieuwe bewoner op het toneel verschijnen. ‘Zie die gekooide tijger eens!’ proestte Spooky. ‘Tsss, zijn vacht lijkt wel gemaakt van twee pelsjes,’ zei Pimper afkeurend, ‘een wit en een lichtgrijs.’ ‘En dan zegt die Bas dat ik te dik ben! Eén velletje was niet genoeg voor een kater zoals hij,’ zei Spooky. ‘Het is alsof hij een grijs petje draagt, net zoals een mens,’ zei Pimper verwonderd. ‘En zie die witte pluk haar eens boven zijn ogen? En die grijze dopneus?’ Spooky kwam niet meer bij van het lachen.
27
‘Die kater heeft té veel haar,’ zei Pimper. ‘Maar hij heeft wel mooie ogen, zo heldergroen …’ ‘Pfff,’ blies Spooky. Bol keek omhoog en miauwde. ‘Verstop je, hij ruikt ons!’ zei Pimper. Spooky gluurde naar beneden. ‘Help, die halfwas laat Bollemans uit de kooi!’ piepte ze. Ida liet Bol uit de kooi en tilde hem op. Hij hing nu met zijn voorpoten over haar schouder en snorde luidruchtig. ‘Ai,’ zei Spooky. ‘Het is een uitslover van het ergste soort. Die halfwas is dol op hem, straks blijven er voor ons geen aaitjes meer over.’ ‘Waarom heeft Nettie ons niet meegenomen?’ klaagde Pimper. ‘Ik loop weg!’ ‘Waar ga je naartoe?’ vroeg Spooky. ‘Naar Engeland.’ ‘Geen slecht idee,’ zei Spooky. ‘Maar wacht nog even, misschien valt het allemaal wel mee.’ Spooky en Pimper verborgen zich dagenlang op een geheim plekje. Ze gingen soms stiekem naar beneden en aten haastig hun bakje leeg. Ondertussen raakte Bol in het gevlei bij de hotelgasten en schooide stukjes ham en kaas. ‘Ik begrijp er niks van,’ zei Spooky. ‘Die Bol kijkt stuurs en toch zijn de gasten op hem gesteld. Ik wil ook knuffeltjes en lekkere hapjes!’
28
‘De lelijkerd,’ zei Pimper. ‘Heb je dat gerafelde oor gezien? De gasten weten niet wat ze missen, ik ben tenminste een dame.’ ‘En ik heb een aardig snoetje,’ zei Spooky, ‘dat zei Nettie altijd.’ ‘Lopen we nu weg?’ vroeg Pimper. ‘Onbekend maakt onbemind,’ zei Spooky. ‘Zullen we het nieuw personeel toch nog een kans geven? Weet je wat? Ik verstop me in de kamer van de halfwas.’ ‘Vooruit dan maar,’ zuchtte Pimper. 29
In de bedstee hing nog de zoete geur van Nettie Tweet. Spooky lag droevig te miauwen op het bed. Plots klepperde het kattenluikje. Bol wurmde zijn zware lijf erdoor. ‘Wat moet je in het kamertje van mijn zusje?’ zei hij. Spooky staarde naar zijn poten: voor zulk een grote kater had hij piepkleine pootjes, het was net alsof hij op pantoffeltjes rondliep. ‘Heeft jouw mama je niet geleerd dat staren niet netjes is?’ Spooky durfde niets te zeggen. ‘Heb je je tong ingeslikt, meisje?’ Met grote vaart sprong Spooky van het bed op tafel en dan op de kleerkast. Bol sprong … en viel met een bons op de vloer. ‘Ik krijg je nog wel, mokkeltje!’ Ida kwam de kamer binnen. ‘Bol, je hebt die arme Spooky op de kast gejaagd!’ ‘Ze sprong er zelf op!’ protesteerde Bol. Ida luisterde niet. Ze pakte meneertje Bol op en droeg hem de kamer uit. Spooky sprong naar beneden en rende naar haar moeder. ‘Wat is er gebeurd?’ vroeg Pimper. ‘Wij passen niet in één huis! Kom, we zijn hier weg!’ Pimper tuurde door het vensterglas in de voordeur.
30
‘Ken jij de weg naar Engeland?’ piepte ze angstig. ‘Engeland ligt achter de deur,’ zei Spooky. Een echtpaar dat in het hotel logeerde, kwam binnen. ‘Nu!’ zei Spooky en ze glipte langs de benen van de mensen. Pimper rende haar achterna. Spooky stond op straat. Wat is Engeland groot en nat, dacht ze. Er kwam een ronkend monster voorbij op rolpoten. ‘Splashhh …’ En Spooky was doorweekt. Ze rende terug naar binnen. In de gang stond de halfwas met Pimper in haar armen. Ze zong een bekend liedje:
‘Pimpie, Pimpieloetie Met je lieve snoetie Met je stoute pootjes Sapper-sapper-lootjes …’ Meneertje Bol streek rond haar benen en keek Spooky aan met ogen als groene lampjes. ‘Wat ben jij zacht,’ zei Ida en ze wiegde Pimpertje. ‘Blijf toch bij ons, Pimpeloetie …’ ‘Wil wel, maar Spooky niet,’ snorde Pimper. ‘Verraadsssster,’ siste Spooky. ‘Ben je Nettie en Alice al vergeten?’ ‘Engeland is te koud!’ klaagde Pimper. ‘Spooky?’ zei Ida. ‘Wil je bij ons blijven?’ ‘Mijn zusje is lief,’ zei Bol. ‘Ze wil dat je blijft!’ Dan zong Ida weer hetzelfde liedje voor Spooky … Wat zoemt ze heerlijk, dacht Spooky, toch wil ik niet ... Maar ze kon het niet laten: ze moest wel langs de benen van Ida gaan strijken.
31
Pimper knipperde verlegen met haar ogen en haar snorharen krulden sierlijk omhoog. Op dat moment kwamen Sammie en Bas de hal in. ‘Kijk eens wie daar is,’ lachte Sammie, ‘onze nieuwe kamermeid Ida met haar drie baasjes!’ ‘Ida is en blijft mijn zusje,’ zei Bol waardig. ‘Zie Pimpertje eens,’ zei Bas. ‘Wat is ze mooi! Kunnen katten glimlachen?’ ‘Natuurlijk kunnen ze dat,’ zei Ida.
32
Het was een heldere ochtend in april. Spooky keek verstoord naar de gesloten achterdeur van Hotel Van Eyck en miauwde. Er komen nieuwe mensen in het hotel werken! Wat zullen de katten daarvan denken?
Dit boekje maakt deel uit van de Verrekijkerbieb 4. ISBN 978 90 486 2283 2 Bestelnummer 60 1021 397 KB D/2015/0147/339 NUR 191 Illustraties: Peter Goossens Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge
9 789048 622832
Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.