Skip to main content

Verrekijkerbieb 4e leerjaar - Kijker 5 - N2 – Kato en de schat van Mario

Page 1

ucatieve uitgaven

Kato en de schat van Maio

BIEB

Anna Coudenys

Kijker educatieve uitgaven

Verrekijker 4

5


Kato en de schat van Maio

Kato van Maio Oi! Mijn naam is Kato en ik woon op Maio. Of moet ik zeggen: op dit moment woon ik op Maio. Als de wind straks de juiste richting uit waait, en we weer verder kunnen varen, dan woon ik er niet meer. Wees maar zeker dat ik het jammer zal vinden als ik hier weg moet. Vooral omdat ik Dolf verschrikkelijk zal missen, dat weet ik nu al. Dolf is mijn vriend de dolfijn. Kwiedadoe is een rare kwibus. Die zal ik niet echt missen. Kwiedadoe betekent ‘opgepast!’ in het Creools, de taal die ze hier op de Kaapverdische eilanden spreken. Van Creools snap ik geen zier, en papa en mama ook niet. Als we op het marktje proberen aardappelen te kopen, komen we met een tas rare stinkende vruchten thuis.

1


Thuiskomen, ja, hoe moet ik dat anders zeggen? Ons huis is een zeilboot. Een huisboot. Onze boot heet ‘Vertrouwen.’ Die naam heeft mama gekozen. Omdat we erop moeten vertrouwen dat we een veilige reis zullen hebben, zegt ze. Ik denk dat ze soms een beetje bang is, ook al beweert ze van niet. Dat ze daarom zoveel keer per dag het weerbericht raadpleegt. En naar de lucht zit te turen, die zo helblauw is, alsof ze hier nog nooit van wolken gehoord hebben. Misschien had ze onze huisboot beter ‘Kwidadoe!’ genoemd. Ook Kwidadoe houdt niet van de stinkende vruchten. Hij slaat ze stuk op het dek. Er komt een vieze smurrie uit gedropen waar hij voorzichtig zijn wijsvinger in doopt. Die stopt hij in zijn mond en begint daarna als een gek op en neer te springen, zodat zijn staartje tokt tegen de houten planken. Even later hangt hij in de mast en begint hard te schreeuwen. Dat klinkt als het blaffen van een wel heel erg boze hond.

2


Daar komt papa uit de kajuit gekropen. Hij heeft net een middagdutje gedaan. Zijn haar is in de war en hij heeft een short met bloemetjes aan. Die is van mama. Ik begin heel hard te lachen als ik hem zo zie en wijs naar zijn short. Hij slaakt een gilletje en begint een dansje te doen alsof mama’s short zijn billen in brand steekt. Kwidadoe gilt met hem mee. ‘Die aap van jou is werkelijk het luidste beest dat ik al ooit ontmoet hebt,’ zegt papa als hij moe is van het dansen. ‘Het is mijn aap niet,’ zeg ik tegen de wind in, en papa hoort me niet. Kwidadoe is niet van mij. Zelfs Dolf is niet van mij. Dieren zijn van niemand.

3


Een jaar zonder tijd Papa heeft jaren aan de zeilboot gewerkt, in de grote schuur naast ons huis. Al sinds ik zeven was, is hij ermee bezig geweest. ‘Zodra de boot af is, varen we ermee de wereld rond,’ had hij aan mama en mij beloofd. Dat vond ik erg spannend! ‘Je zult heel veel over de wereld leren, gewoon door je oogjes en je oortjes goed te gebruiken,’ wist papa. Ik heb geleerd dat de oceaan nooit ophoudt. Altijd begint hij opnieuw. De oceaan kent geen einde. Alleen een einder. En daar kun je nooit komen. Probeer het maar eens, ik daag je uit! Om het eerst aan de einder! Zien wie wint!

4


Straks, als dit jaar zonder tijd voorbij is, dan komt vroeger misschien weer terug. Maar daar wil ik nu niet aan denken. Misschien wordt het toch wel anders. Ik weet niet hoeveel van het jaar er nog overblijft, en ik wil het ook niet weten. Op een dag zullen ze zeggen: ‘Zo, het jaar zit erop. We vertrekken naar huis.’ Op een dag moet ik weer een trui aandoen en schoenen en een jas. En varen we een haven binnen die vol grijze wolken hangt. Maar daar staat de hele familie ons op te wachten, alle tantes en ooms, alle neefjes en nichtjes, opa en oma. En dan eten we taart. Dat is het enige wat ik mis. De chocoladetaart van oma.

5


Kwidadoe valt aan Als de zon laag boven de horizon hangt, dan beginnen de dolfijnen te dansen. Ze buitelen door de golven en roepen naar elkaar met hoge kreetjes. Dolf is er ook bij, maar van zo ver kan ik hem niet herkennen. Een school dolfijnen, noemen ze dat. Wat zouden de dolfijnen in hun school leren? Ik moet wachten tot de zon zijn kin in de oceaan dipt, voor Dolf op me af zwemt. Dan duik ik ook het water in. Met Dolf erbij kan me niets gebeuren. Hij zwemt naast me. Als de stroming te sterk wordt, mag ik me aan hem vasthouden. Dan stuurt hij me weer in de richting van onze huisboot.

6


7


In het begin stond mama nog met grote schrikogen op het dek naar ons te kijken. ‘Voorzichtig, Kato!’ Nu roept ze alleen nog: ‘Voor ’t donker thuis!’ De nacht valt hier zo snel dat je je maar beter rept om weer terug te zijn. Daar zorgt Dolf voor. Het lijkt wel of hij voelt wat wij mensen allemaal zo belangrijk vinden en of hij zijn best doet het ons zo veel mogelijk naar onze zin te maken. Misschien is het dat wel wat hij op de dolfijnenschool leert. Vandaag doet Kwidadoe erg vervelend. Als ik in mijn badpak klaarsta en mama nog snel wat zonnemelk op mijn blote schouders smeert, duikt die gekke aap naar de bak met stinkfruit. Hij graait er een poot vol, en begint mama en mij als een razende te bombarderen. Het is de oude man op de kade die ons waarschuwt. Jorge heet hij en hij zit er altijd, naar het water te staren. En naar de bootjes in de haven. Iedereen kent hem en hij kent iedereen. ‘Kwidadoe, Kwidadoe!’ schreeuwt hij. Te laat! Daar krijgen we allebei een stinkfruitbom op ons hoofd. Jorge buldert van het lachen als hij ziet hoe mama en ik het water in duiken om aan de vieze bruine troep te ontsnappen. Dolf slaakt een kreetje en dolt om ons heen. We spoelen de smurrie van ons af en zien hoe papa, nog steeds in die gekke bloemenbroek, Kwidadoe wegjaagt.

8


Die verdwijnt in het struikgewas en even later denk ik dat ik hem in de top van een palmboom zie. Maar zeker ben ik niet, want het begint al erg donker te worden. Later zitten we bij een houtvuurtje op de kade, samen met Jorge en enkele andere vissers. ‘Wat is er toch met dat beest?’ ‘Hij is jaloers,’ besluit mama. ‘Een jaloerse aap is gevaarlijk.’ We hebben verse vis van de vissers gekocht, een grote, gespikkelde koraalvis die we nu braden boven het vuur. Jorge probeert papa van alles uit te leggen en papa knikt en knikt. ‘Wat zegt hij, papa?’ ‘Geen idee, Katootje!’ Hij geeft Jorge een klopje op zijn schouder. ‘Bom, bom.’ Dat wil goed, goed zeggen. Dan begint een van hen te zingen. Een visser met een grote gouden ring in zijn oor. Het klinkt mooi maar ook een beetje triest. Mama legt haar arm om me heen. Papa neuriet mee. Ik kijk in de vlammen en wens dat deze avond nooit voorbijgaat.

9


Een kooi vol dromen Ik lig in mijn kooi. Geen echte kooi natuurlijk, maar mijn bed in de kajuit. Dat heet een kooi, in zeemanstaal. Als we onderweg zijn en het anker uitgooien in het midden van de oceaan, dan wiebelt het heel veel. Erger dan op zo’n rolding in een pretpark. Maar hier in de haven zijn er enkel kleine babygolfjes die me in slaap wiegen. Ik hoor de stemmen van de vissers, het ruisen van de golven, de duizenden geluiden van de dieren in het woud. Ergens tussen die vele geluiden klinkt ook het gejammer van Kwidadoe.

10


Even later duikt hij op in mijn droom. Daar heeft hij mensenogen, trieste bruine mensenogen, zoals die van de vissers in de haven. Hij klautert uit zijn favoriete plekje in de mast naar beneden. Wat heeft hij in een van zijn pootjes? Het lijkt wel een fles. Hij blijft vlak voor me in de touwen hangen en steekt de poot met de fles erin naar me uit. Het is een oude wijnfles. Die is leeg. Of toch niet helemaal. Ik zie een stuk opgerold papier boven de rand uitsteken. Waar heeft hij dat vandaan gehaald? Heel voorzichtig haal ik het papier uit de fles. Kwidadoe blijft me star aankijken, tot ik het openvouw. Ik weet wat het is, want ik heb het al zo vaak in mijn boeken gezien. Dat gerafelde randje, die vreemde pijlen en tekens … het is een schatkaart. Ik krijg geen kans om goed te kijken, want die zotte aap rukt hem uit mijn hand. Ik blijf met een klein hoekje over. ‘Kwidadoe! Kwidadoe!’ Maar ik ben het niet die dat roept. Ik kijk opzij en daar is het gezicht van mijn vriendje Dolf. ‘Stop!’ Dolf kan spreken en heeft een doodshoofd op zijn voorhoofd. Ik schrik wakker met een schreeuw.

11


Mayonaise en piraten ‘Weet jij hoe dit eiland aan zijn naam kwam?’ ‘Mmm,’ doe ik. Ik ben niet aan het opletten. En het is mama die vandaag lesgeeft. Die is veel strenger dan papa.

12


Mijn ogen vallen dicht, zo slecht heb ik geslapen. Maar telkens weer zie ik die landkaart. Ik heb hem vannacht proberen te tekenen op een stukje papier. Ik pruts het papiertje uit mijn broekzak. ‘Maio,’ dringt mama aan. ‘Wat zou die naam kunnen betekenen?’ ‘Mayonaise?’ Mama schiet in de lach. ‘Goed geprobeerd, maar helemaal fout. Maio betekent mei in het Portugees, en dat is de maand waarin de Portugese ontdekkingsreizigers dit eiland ontdekten. In welke eeuw was dat, denk je?’ Maar in plaats van een eeuw komt er een geeuw. ‘Zo schiet het niet op,’ besluit mama. ‘Wat heb jij vannacht uitgespookt? Ik heb je horen roepen in je slaap.’ Een doodshoofd, een schatkaart! Dat kan maar één ding betekenen. Piraten! Kwidadoe, die weet er meer over! En Dolf, waarom had hij dat doodshoofd op zijn mooie dolfijnenkopje?

13


‘Mama! Kwidadoe is de aap van een piraat!’ ‘Hoe kom je daar nu bij?’ Ik vertel haar over mijn enge droom. ‘Heb je daarom zo slecht geslapen? Het was maar een droom, hoor!’ Dat zeggen grote mensen nu altijd. Terwijl ik wel eens graag wil weten wat zo’n droom te betekenen heeft. ‘Het lijkt me alsof je in je fantasie een oplossing hebt gevonden voor het vervelende gedrag van Kwidadoe,’ verklaart mama. ‘En dat is best leuk. Maar ik zou er niet meer in zoeken dan dat.’ Ik ben zeker dat er wel meer aan de hand is. De hele dag is het erg rustig op onze woonboot. Van Kwidadoe is geen spoor te bekennen. Het is windstil en heel warm. Dat wil zeggen dat we nog niet kunnen vertrekken. Dat vind ik niet erg. Hoe langer we blijven, hoe meer kans dat ik het raadsel van Kwidadoe kan oplossen. En ja: het zou erg handig zijn als Dolf inderdaad opeens zou kunnen praten. Waarom zou het niet kunnen? Dolfijnen zijn minstens even slim als mensen, of misschien wel slimmer. Alleen snappen sommige mensen dat niet.

14


Dolle Dolf Vanavond is Dolf extra vroeg. Hij duikelt al de haven binnen, als zijn vriendjes nog volop op school zitten. ‘Weet jij waar er piraten zijn, Dolf?’ Dolf gaat kopje onder. Is dat een ja? ‘Wacht, ik kom!’ Snel kleed ik me om. Waar zijn mijn zwemvliezen? En mijn duikbril? ‘Mama, papa, ik ga zwemmen!’ ‘Nu al?’ Dolf dolt om me heen. Hij maakt een sierlijke sprong door de lucht, hoger dan ik ooit heb gezien. Wat is hij vrolijk vandaag. Ik probeer hem uit te leggen van de droom en van de piraten, maar hij luistert niet. Hij heeft alleen maar zin om te spelen. ‘Piraten, Dolf, waar zijn ze?’ Hij lacht hoog en schril. Het lijkt wel of hij me uitlacht. Ik tuur de bodem van de haven af op zoek naar een fles, een piratenhoed, een schatkist. Ik vind een fietswiel, vijf gedeukte blikjes en een kapotte sandaal. ‘Wat ben je aan het doen? De oceaan helemaal in je eentje aan het schoonmaken?’ Papa plaagt me een beetje, als hij ziet wat ik allemaal aan boord breng.

15


Even later duikt Dolf op. Hij heeft nog een kapotte sandaal gevonden. Die hangt aan zijn bek te bengelen en past precies bij de eerste! ‘Nu denkt hij dat je naar sandalen op zoek bent.’ Dan plopt er een blikje naar boven, gevolgd door de dolfijn. Die tikt het onze kant op met zijn snuit. Het lijkt wel of hij aan het voetballen is. Of beter: snuitballen. Nog een laatste tik en dan vliegt het ons dek op, tussen de andere blikjes. ‘Zeg hem maar dat hij stopt,’ suggereert mama. ‘Straks zinken we nog met al dat afval aan boord.’ Er komen nog twee blikjes aan te pas, voor Dolf begrijpt dat het genoeg is geweest. Hij slaakt een teleurgesteld kreetje als ik weer uit het water klim, alsof hij wil zeggen: is het nu al gedaan met spelen? Terwijl we samen het afval wegbrengen naar de containers in de haven, vertel ik ook papa van mijn droom. ‘Dus je was op zoek naar een bewijs dat je droom echt was? Dan kunnen we die toch gewoon écht maken? Wat vind je daarvan?’

16


Knutselpapa De hele avond zitten we in de kajuit te knutselen. Mama neemt enthousiast de leiding. Nu voelt ze zich weer een echte kleuterjuf. Ze weet precies hoe je stevige hoedjes van papier moet maken. De piratenhoedjes beschilderen we met een restje zwarte bootverf die papa in het ruim vindt. Hij knipt ooglapjes uit een stuk stof en we binden die met elastiekjes rond ons hoofd. Mama toont ons hoe je een oude schatkaart kunt maken door een vel dik papier in een kom met thee te laten weken. Zo wordt het helemaal bruin en ziet het er lekker oud uit.

‘Als het papier morgen droog is, dan teken ik er de schatkaart op,’ zegt papa enthousiast. ‘En weet je wat? Ik verberg ook echt een schat voor jou. Wat denk je daarvan? Kun je op schattentocht!’ ‘Een schat in een schatkist?’ ‘Natuurlijk in een schatkist. Anders is het toch geen echte schat?’ 17


Door al dat geknutsel lig ik lekker laat in bed. ‘En geen enge dromen, deze keer!’ Het duurt nu een hele tijd voor ik in slaap val. Nu moet ik de hele tijd weer denken aan hoe anders het hier is dan thuis. Ik heb papa nog nooit zien knutselen. Papa’s die knutselen, zien er minder oud uit. Ze blijven wel rimpeltjes hebben, maar die zijn van het lachen. Als ik eindelijk in slaap gevallen ben, heb ik een nieuwe droom over piraten. In mijn droom wonen we weer in een gewoon huis. Helemaal verkleed als piraat komt papa ’s avonds uit zijn auto gestapt. In plaats van een aktetas heeft hij een zware schatkist bij zich. En op zijn schouder zit Kwidadoe. ‘Help me eens eventjes, Kato! Dat ding weegt als lood!’ Uit de schatkist klinkt opeens het doffe gerinkel van zijn mobieltje. ‘Hoor je dat? Haha! Mijn laptop zit er ook in gevangen! En al mijn papieren! Ik zal ze begraven, diep onder de grond! Jij moet me helpen vergeten waar, zodat ik ze nooit meer terugvind!’ ‘Dat was al een veel betere droom,’ zegt mama bij het ontbijt. ‘Waar is papa?’ ‘Die komt zo. Hij moest nog iets doen aan wal. En nu is het tijd voor je schoolwerk.’

18


Schattenjacht Midden in een heel vervelende som staat papa daar opeens. Helemaal zoals hij er in mijn droom ook uitzag: ooglapje, piratenhoed, wijde hemd en losse broek. Alleen de aap en de schatkist ontbreken. ‘Die moeten we nu dringend gaan zoeken,’ zegt papa. ‘Komaan scheepsmaatje, waar wacht je op.’ ‘Ga maar,’ zegt mama. ‘Die som doen we later wel.’ Ze geeft me een rugzakje met een fles water en boterhammen mee. En mijn mobieltje. ‘Je weet maar nooit,’ zegt ze. ‘Als er iets zou gebeuren.’ Zo zijn mama’s, altijd een beetje bezorgd. ‘Waar gaan we naartoe?’ vraag ik nieuwsgierig als we met grote passen door de haven lopen. De vissers staren papa aan. Kinderen wijzen en lachen en rennen ons achterna. Ik vind dat een beetje stom, zo helemaal verkleed rondlopen, maar papa geniet van de belangstelling. Zelf heb ik alleen maar mijn ooglapje voor gedaan. Dat valt niet op, want piratenpapa trekt alle aandacht. Zeker als hij opeens begint te zingen: ‘Hei ho, hei ho!’

19


Aan de rand van het woud eten we een boterham. ‘Hier, onder deze boom moet je zitten.’ Terwijl ik aan het knabbelen ben, daalt er opeens een oud stuk perkament aan een koord naar beneden en blijft het voor mijn neus bengelen. De schatkaart! Papa komt van achter de boom en staat glimlachend toe te kijken hoe ik de koord losmaak en de kaart openrol. Hij wijst: ‘Zie je die groene pijlen? Die moeten we volgen.’ Hij laat me vooropgaan op het smalle pad. Daar een pijl, en daar nog een. Ze houden op als we weer bij het water gekomen zijn, aan een klein stukje zandstrand tussen de rotsen. Het is er heerlijk rustig. Papa gooit zijn hoed en ooglapje af. ‘Ga jij maar lekker zoeken, ik ga een dutje doen.’ Hij ploft neer op het zand in de schaduw van een grote palmboom. Ik bestudeer de kaart. Het lijkt wel of papa het tekenen wat moe was, toen hij op het strand aankwam. Het strand is een cirkel, de zee is een nest kromme lijntjes. En waar is die schat begraven? Op dat puntje in het midden? Waar is het midden van het strand? Ik stap de vloedlijn af en tel mijn passen. Ik tel het aantal stappen dat ik zet tot aan de bomen. Daar ligt papa te snurken. Ik deel mijn aantal passen door twee. Een keer dertig passen aan de vloedlijn. Een keer zesentwintig passen tot aan het woud. Daar zie ik een put in het zand.

20


‘De schat is weg! Nee toch!’ Papa is meteen klaarwakker. ‘Niet te geloven!’ roept hij ontsteld als hij de put ziet. ‘Die aap van een aap!’ En dan vertelt hij hoe Kwidadoe hem gevolgd was toen hij de schat kwam begraven. ‘Hij ging op het randje van de put zitten, toen ik het kistje erin stopte.’

21


‘En wat zat er in het kistje, papa?’ Ik probeer niet teleurgesteld te klinken. Ik ben immers bijna elf. Dan huil je niet om verloren schatten. ‘Je kunt het me nu wel vertellen.’ ‘Och, ehm, dat halssnoertje van schelpjes uit het winkeltje in de stad. Weet je nog, je vond het zo mooi.’ ‘Oh papa!’ Ik geef hem een dikke knuffel. ‘Het is niet erg, hoor!’ ‘Als ik die aap ooit te pakken krijg!’ Hij zet zijn hoed op en bindt zijn lapje weer voor zijn oog. ‘Mijn wraak zal zoet zijn, zowaar als ik papa piraat heet!’

De grootste schat We lopen zingend terug langs het pad, zo zeker zijn we dat we Kwidadoe toch niet te pakken kunnen krijgen. Maar dan zien we hem opeens naar ons toe komen, zomaar, alsof er niets aan de hand is. Hij maakt geen boze blafgeluiden deze keer. Hij lijkt zelfs blij om ons te zien. ‘Hij heeft onze stemmen herkend en denkt dat we hem gedag komen zeggen,’ bedenkt papa verbaasd. ‘Hij weet helemaal niet dat we boos zijn.’ Zelf ben ik allang niet meer boos. Een beetje verdrietig, dat wel. Dat schelpensnoertje had ik best gewild. ‘Hij kan er niets aan doen,’ zeg ik. ‘Hij is maar een aap.’

22


‘We zijn natuurlijk niet zeker dat hij het gestolen heeft.’ Maar dat zijn we even later wel. Kwidadoe wenkt ons en nieuwsgierig volgen we hem door de struiken. ‘Auw, wat is dat?’ Papa stoot zijn teen en struikelt bijna. Voor zijn voeten ligt een mooi houten kistje. Het is open. Het is leeg. ‘Oe, oe, oe!’ Boven ons hoofd roept Kwidadoe. Wij kijken op. Hij is niet alleen. Trots heeft hij zijn poot om een ander aapje geslagen. En dat aapje draagt … mijn halssnoer!

‘Jij lelijke dief!’ Maar papa zegt het al lachend. ‘Hij heeft een vriendinnetje gevonden, papa!’ ‘Misschien deed hij daarom zo boos. Omdat hij zich eenzaam en ongelukkig voelde.’ ‘Maar nu heeft hij de vrouw van zijn leven veroverd.’ 23


‘Met mijn halssnoer!’ We beginnen alle twee hard te lachen. De aapjes in de boom boven ons hoofd lachen mee. Mama staat op het dek ons op te wachten. We tonen haar het lege schatkistje en vertellen ons verhaal. ‘We kopen wel een nieuw halssnoertje voor we vertrekken,’ wil ze mij troosten. Het zal trouwens nog een tijdje duren voor we weg kunnen. De wind blijft maar uit de verkeerde richting waaien.’ Ik vind dat heel goed nieuws. ‘Ik hoef geen nieuw halssnoertje,’ zeg ik. ‘Want mijn grootste schat, dat zijn jullie.’ ‘Waauw,’ zegt mama en ze geeft mij een zoen. ‘Hoera,’ zegt papa en hij tilt me op en zwiert me in het rond. Uit de oceaan klinkt opeens een hoge fluittoon. Daar zwemt Dolf op me af. ‘Dus we blijven hier nog even?’ ‘Tja. Niets aan te doen.’ ‘Ik kom, Dolfje. Nog even mijn badpak aantrekken. Wacht op mij!’

24


Kato reist met haar ouders de wereld rond op een zeilboot die ‘Vertrouwen’ heet. Nu is ze op Maio, een eilandje aan de Afrikaanse kust. Daar heeft ze het best naar haar zin met haar vrienden Dolf en Kwidadoe. Als ze ’s nachts nachtmerries heeft over piraten, weet papa raad.

Dit boekje maakt deel uit van de Verrekijkerbieb 4. ISBN 978 90 486 2283 2 Bestelnummer 60 1021 397 KB D/2015/0147/339 NUR 191 Illustraties: Aaron Van Lierde Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge

9 789048 622832

Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Verrekijkerbieb 4e leerjaar - Kijker 5 - N2 – Kato en de schat van Mario by die Keure - Issuu