ucatieve uitgaven
BIEB
Leonardo Clara Vanuytven
Kijker educatieve uitgaven
Verrekijker 4
4
Leonardo
1
Ergens in Italië Meer dan vijfhonderd jaar geleden werd in Italië de zoon van Ser Piero geboren. Het kind kreeg de naam Leonardo. Zijn naam ‘da Vinci’ betekent ‘uit Vinci’. Dat was een stadje vlakbij. Leonardo da Vinci zou een heel bijzondere man worden. Als kind woonde hij bij zijn moeder Caterina. Zij werkte als boerenmeisje op het platteland. Zijn vader, een notaris, huwde met een andere vrouw. Daarna verbleef Leonardo een tijdje bij zijn grootouders. Zij zorgden voor hem. In Vinci woonde ook zijn oom Francisco. Met die jongere broer van zijn vader trok Leonardo veel op. Samen dwaalden ze door de bossen. Ze volgden de grote rivier. Ze keken naar de stroming. Of schuilden voor een storm. Leonardo was knap en begaafd. Als kleine jongen gaf hij zijn ogen goed de kost. Hij wou alles weten over de kracht van wind en water. Al heel jong krabbelde hij tekeningen op velletjes papier.
2
Hij schreef ook op een bijzondere manier. Van rechts naar links. Alleen met een spiegel kon je lezen wat er stond. Dat was vreemd. Want de meeste mensen konden zelfs niet lezen of schrijven. Maar een gewoon kind zou Leonardo nooit zijn.
3
Toen hij ouder werd, haalde zijn vader hem op om in Firenze te wonen. De verhuis veranderde veel voor Leonardo. Hij kreeg les in muziek, in taal en in wiskunde. Leonardo was slim. Maar hij was ook rusteloos en nieuwsgierig. In die tijd was kunst heel belangrijk in Firenze. Toch zou Leonardo nooit vergeten waar hij vandaan kwam. Hij hield van de olijfbomen en van de bossen. Hij droomde van zijn geboortestreek. Maar Leonardo bleef heel zijn leven wrokkig tegen zijn moeder. Hij voelde zich door haar in de steek gelaten.
In Firenze Op een dag bezocht Ser Piero het atelier1 van zijn vriend Andrea. Andrea del Verrocchio had schilders in dienst. Hij zorgde voor leerlingen die het vak wilden leren. Meester Andrea bekeek de tekeningen van de kleine Leonardo. Wat een talent! ‘Je zoon krijgt een plaats in mijn atelier,’ besliste hij. Leonardo was heel blij met het nieuws. Hij wou zoveel dingen leren. In het atelier moest Leonardo eerst klusjes opknappen. Maar al gauw spande hij doeken op. Hij maakte kwasten en nieuwe verf. Ook deed hij iets heel bijzonders. Hij maakte modellen van klei. ‘Zo kan ik de dingen tekenen zoals ze zijn,’ merkte Leonardo op. ‘Wat knap,’ zei Verrocchio. ‘Het klopt. We moeten leren tekenen wat we echt zien.’
4
Leonardo zocht altijd naar mensen die hij wou schetsen. Hij trok er dan op uit. Uren bleef hij in de buurt van een model. Tot hij het gezicht uit zijn hoofd kende. Daarna rende hij naar huis om het portret te maken. ‘Een kunstenaar moet een spiegel zijn. Hij moet tekenen wat er staat,’ zei Leonardo.
5
Op de markt Leonardo was meer dan een kunstenaar. Hij was ook een wetenschapper. Hij hield ervan om te kijken en te leren. Ooit kocht hij op de markt enkele kooien met vogels. Wat wou een kunstenaar met vogels doen? Leonardo nam de kooien niet mee. Hij opende ze. Hij liet de vogels los. Vrij! En hij keek. Hij zag het slaan van hun vleugels. Hij keek. Hij keek. En hij tekende hun vlucht. Eén schets. Twee. Tien. Meer. Zo leerde hij van de vogels veel over de kunst om te vliegen.
In het atelier Leonardo schilderde de natuur zoals hij die had gezien. Het waren beelden uit zijn kindertijd. Met kleur en licht gaf hij diepte aan een schilderij. Perspectief2 , noemden ze het. Zijn vader Ser Piero bracht hem eens een houten schild. Het was krom en goedkoop. Of Leonardo het wou beschilderen? Een schild moest schrik aanjagen, dacht Leonardo. Hij verzamelde hagedissen. Hij zocht grote insecten. Daar vormde hij vreemde stukken mee.
6
Dat gedrocht kleefde hij op het schild. Hij beschilderde het ook met felle kleuren. Zo leek het of een vuurspuwende draak uit een grot kwam gekropen. Het schild stond te drogen in een donkere hoek van de kamer. Toen zijn vader het zag, schrok hij hevig. Hij wou vluchten. Leonardo was tevreden. Hij had zijn doel bereikt. Het gaf hem meer vertrouwen in zijn werk.
7
Overal in Firenze waren ateliers van timmerlieden en edelsmeden3. Of van schilders en beeldhouwers. Er woonden ingenieurs. Ze werkten aan de kathedralen. Ze bouwden koepels en standbeelden. Leonardo zag kranen en katrollen4. Hij leerde veel over techniek. Ontelbare schetsen maakte hij. Die zijn zo precies getekend dat we ze nu nog kunnen nabouwen. Na zijn studie bij Andrea werkte Leonardo in zijn eigen atelier. Maar al snel verhuisde hij naar Milaan.
Madonna in de grot Tussen 1483 en 1486 schilderde Leonardo een eerste meesterwerk. Het heet de Madonna in de grot. Het schilderij leek helemaal niet op wat de monniken besteld hadden. Die waren dan ook heel boos. Maar de mensen in Milaan vonden het schilderij heel mooi. Ze stroomden toe om het van dichtbij te bewonderen. Iedereen was vol lof over het spel van licht en kleur.
8
9
Mona Lisa Het meest gekende schilderij van Leonardo da Vinci is de Mona Lisa. Het is nog steeds een van de beroemdste portretten in de wereld. Haar glimlach is heel bijzonder. Het lijkt of ze een groot geheim heeft. Leonardo schilderde dat rond haar mond. Wie kijkt, ziet het. Die vraagt zich af wat haar bezig houdt. Wil je het zelf in het echt zien? Dan moet je naar het Louvre, een museum in Parijs.
10
11
Het Laatste Avondmaal In 1495 begon Leonardo aan een grote muurschildering. Het Laatste Avondmaal is de laatste maaltijd van Christus met zijn apostelen5 op de avond voor zijn dood. Brood en wijn staan op tafel. Iedereen lijkt in druk gesprek. Leonardo schilderde stukje voor stukje. Hij werkte heel precies. Het werk vorderde traag. De prior6 van de abdij werd daar boos om. Hij vond het vreemd dat Leonardo uren zat na te denken. En niets deed. Daarom vroeg hij aan de hertog om Leonardo te ontslaan. Maar Leonardo legde aan de hertog uit dat hij lang moest zoeken naar het juiste hoofd. Die schilderde hij pas als hij het hoofd duidelijk voor ogen zag.
12
‘Ik moet nu nog twee gezichten tekenen. De gezichten van Jezus en van Judas de verrader.’ De hertog luisterde geduldig. Leonardo ging door: ‘Dat van Jezus vraagt veel tijd. Ik moet kijken. Ik moet zoeken naar een goddelijk beeld om na te schilderen.’ Dat begreep de hertog wel. Maar wat met het tweede gezicht? ‘Dat is het hoofd van Judas. Geduld! Als ik het niet vind, dan kan ik het gezicht van de prior gebruiken,’ grinnikte Leonardo. De hertog lachte luid. Hij gaf Leonardo groot gelijk. En de prior? Die liet Leonardo daarna met rust. Het werd een hele mooie muurschildering. Op de panelen staan Jezus en zijn twaalf apostelen. Ze zitten aan tafel voor de maaltijd. Maar wie goed kijkt, ziet veel meer.
13
In 1506 was Leonardo de hofschilder7 van de Franse koning die in Milaan woonde. Maar in 1513 verhuisde hij naar Rome. Daar was hij te gast bij de paus.
In Rome Veel beroemde kunstenaars woonden in Rome. Leonardo hoefde in Rome niet te schilderen. Hij maakte decors voor grote theaters. Hij studeerde ook veel. Hij leerde over wiskunde. Hij maakte spiegels. Ook lenzen. Leonardo onderzocht graag hoe dingen werkten. Hij wou meer weten over het lichaam van de mens. Hij dacht na over het heelal, over de sterren en de planeten.
Leonardo de uitvinder Leonardo had grootse ideeën. Hij was een belangrijke ingenieur. Hij tekende hoe nieuwe wapens konden gebruikt worden. Of hij maakte schetsen van bruggen en forten. Ook van tunnels onder kanalen. Leonardo keek graag naar water en naar de stroming.
14
Zo bedacht hij een plan om een rivier in een stad te verleggen. Hij schreef ook aan de hertog van Milaan: Zeer hooggeachte Heer, ik heb zesendertig manieren bedacht om u te helpen met oorlog voeren. Eén van die ideeën was een tank. Een ander plan was een duikboot.
15
Het menselijke lichaam Leonardo onderzocht de bouw van oude tempels. En hij keek ook goed naar het lichaam van de mens. Hij ontdekte dat er vaste maten zijn. Bijvoorbeeld: − De navel is het middelpunt van het lichaam. − Tel je de lengte van de ene arm bij die van de andere arm? Het totaal is de lengte van die mens. − Zes keer de lengte van de voet is gelijk aan de lengte van het lijf. En nog veel meer … Hij maakte er een mooie schets van. Die beroemde tekening wordt De Mens van Vitruvius genoemd.
16
17
Zijn laatste meesterwerk Johannes de Doper is het laatste meesterwerk dat Leonardo schilderde. Het lijkt wel of de vinger van Johannes uit het schilderij komt. Zo werd Leonardo beroemd. Niemand kon schilderen zoals hij.
18
In Frankrijk In 1516 kreeg Leonardo een uitnodiging van de koning van Frankrijk. Op de rug van een muildier reisde hij af. Na drie maanden kwam hij daar aan. De laatste jaren van zijn leven woonde hij aan de boorden van de Loire. Leonardo zag er toen uit als een grijze oude man met lange haren. Hij stierf in mei 1519. Hij werd 67 jaar.
Zijn testament Vroeger trokken kunstenaars van hof tot hof. Zo kregen ze hun opdracht van een hertog of koning. Leonardo was de enige artiest van zijn tijd die zich niet liet bevelen. Hij plooide zich niet naar de grillen van de heerser. Hij dwong respect af. Zo veranderde hij de houding van het hof voor alle kunstenaars na hem. Meer dan drieduizend van zijn aantekeningen bleven bewaard. Maar veel tekeningen gingen verloren. Sommige van zijn plannen waren zijn tijd ver vooruit. Zijn schetsen probeerde hij zelf niet uit. Maar ze zouden later wel gebruikt worden. Ze bewijzen nog steeds wat een geniale man Leonardo was.
19
Karakter Leonardo was nieuwsgierig en trots. Hij was zeer precies. Hij was erg muzikaal. Hij schreef ook een boek. Heel zijn leven was hij creatief. Hij begon steeds met plezier aan een nieuw werk. Maar vele werken raakten niet af.
Kijken naar een schilderij Als je heel kort naar een prent kijkt of vlug voorbijloopt, zie je niet veel. Wie stopt en groet, die krijgt de kans om meer te ontdekken. Licht en kleur vertellen veel, als je de tijd neemt om te kijken.
Ben je nieuwsgierig? Je moet niet naar Parijs om een werk van Leonardo da Vinci te zien. Wat dacht je van Het Laatste Avondmaal? In de abdij van Tongerlo hangt een kopie. Dat is dus niet het echte schilderij. Het is dezelfde prent maar dan op linnen. Het is beter bewaard dan het oude werk van de meester. Het doek werd geschilderd door de klas van Leonardo. Maar de hoofden van Jezus en Johannes schilderde Leonardo waarschijnlijk zelf.
20
Nieuw Leonardo da Vinci had zijn eigen recept om verf te maken. Hij heeft de eerste robot uitgevonden. En het duikpak. Hij tekende een parachute. En een toestel dat lijkt op een helikopter van nu. Driehonderd jaar voor de eerste fiets maakte hij al een ontwerp. En nog zo veel meer …
21
Tijdsbalk 1452 1470 1477 1482 1495 1499 1502 1507 1508 1515 1516 1519
22
Op 15 april wordt Leonardo da Vinci geboren. Leonardo verhuist naar Firenze. Hij wordt leerling bij Andrea del Verrocchio. Leonardo gaat weg uit het atelier. Hij verhuist naar Milaan. Leonardo schildert Het Laatste Avondmaal. Leonardo woont weer in Firenze. Hij werkt voor het leger. Hij maakt de Mona Lisa af. Leonardo werkt weer voor de Franse koning in Milaan. Hij is in Rome als gast van de paus. Leonardo verhuist naar Frankrijk. Hij sterft op 2 mei in een kasteel in Frankrijk.
Weetjes Leonardo da Vinci was een kunstenaar. Hij schilderde en maakte beelden hij was ook een wetenschapper die onderzoekt hoe iets werkt een uitvinder die bedenkt nieuwe dingen een ingenieur die ontwerpt Een schets is een tekening van lijnen. Een schilderij heeft geen lijnen maar volle vlakken. Een portret is een schilderij van een mens. Leonardo bespeelde heel goed de lier. Een lier is een muziekinstrument van die tijd. 15e eeuw: een tijd van vernieuwing. De mens van toen had nieuwe ideeën en plannen. Hij neemt zijn eigen lot in handen.
23
Woorduitleg 1 2 3 4 5 6 7
24
atelier = werkplaats van een kunstenaar perspectief = punt van waaruit je iets bekijkt edelsmid = iemand die metalen bewerkt katrollen = wieltjes met touwen die zware dingen heffen de apostelen = de gezellen of vrienden van Jezus de prior = de baas van een klooster hofschilder = iemand die voor de koninklijke familie schildert
Meer dan vijfhonderd jaar geleden werd in Italië de zoon van Ser Piero geboren. Het kind kreeg de naam Leonardo. Leonardo da Vinci zou een heel bijzondere wetenschapper en kunstenaar worden. Ontdek snel waarom.
Dit boekje maakt deel uit van de Verrekijkerbieb 4. ISBN 978 90 486 2283 2 Bestelnummer 60 1021 397 KB D/2015/0147/339 NUR 191 Foto’s: Shutterstock Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge
9 789048 622832
Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.